BENNING Duspol Digital - Multimeter

Duspol Digital - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Duspol Digital BENNING in PDF-formaat.

📄 91 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BENNING Duspol Digital - page 61

Gebruikersvragen over Duspol Digital BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Duspol Digital - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Duspol Digital van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING Duspol Digital BENNING

digital gebruikt: Lees de bedieningshandleiding en neem in ieder geval de veilig- heidsinstructies in acht! Inhoudsopgave

1. Veiligheidsinstructies

2. Apparaatbeschrijving

3. Functiecontrole voor het gebruik ter controle van de

spanningloosheid van de installatie

4. Controle van de installatie op spanningloosheid

5. Vermogeninschakeling met vibratiemotor

15. Algemeen onderhoud

16. Milieubescherming

1. Veiligheidsinstructies

- Het apparaat mag bij het gebruik alleen worden vastge- nomen aan de geïsoleerde handgrepen L1

mogen niet worden aangeraakt! - Controleer vlak voor en na het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie de spanningszoeker ten aanzien van zijn functionaliteit (zie hoofdstuk 3)! De spanningstester mag niet worden gebruikt, wanneer de functie van één of meerdere indicators uitvalt of wanneer er geen gebruiksklare toestand kan worden vastgesteld! De controle dient dan met een andere spanningszoeker te worden herhaald. - De spanningstester kan bij lege batterijen slechts beperkt worden gebruikt! Vanaf een spanning van AC/DC ≥ 50 V is een spanningstest via de graduele LED-indicator

ook zonder batterijen mogelijk. Het LC-display

wordt vanaf een spanning van AC/DC ≥ 150 V ingeschakeld. - De spanningstester mag alleen in het aangegeven nomi- nale spanningsbereik en in elektrische installaties tot AC

1.000 V/DC 1.200 V worden gebruikt!

- De spanningstester mag alleen binnen het aangegeven nominale spanningsbereik en in elektrische installaties tot AC/DC 1.000 V worden gebruikt! - Het apparaat mag niet worden gebruikt met een geopend batterijvak. - De spanningstester is voorzien voor gebruik door gespe- cialiseerde elektrotechnici in combinatie met veilige werk- methoden.

dient om het spanningsbereik weer te geven en is niet bestemd voor meetdoeleinden. - Het creëren van een spanningstester voor meer dan 30 seconden spanning (maximaal toegestane inschakelduur ID = 30 seconden) - De spanningstester mag niet worden gedemonteerd!

De spanningstester moet worden beschermd tegen veront- reinigingen en beschadigingen van het behuizingoppervlak. - Als bescherming tegen lichamelijke letsels moet na ge- bruik van de spanningstester de meegeleverde teststaaf- bescherming

worden aangebracht op de teststaven! - Merk op dat de impedantie (inwendige weerstand) van de spanningstester de weergave van stoorspanningen (capa- citief of inductief gekoppeld) beïnvloedt! Afhankelijk van de inwendige impedantie van de spannings- tester zijn er, in aanwezigheid van stoorspanning, verschil- lende mogelijkheden voor de weergave “bedrijfsspanning02/ 2019 DUSPOL

aanwezig” of “bedrijfsspanning niet aanwezig”. Laagohmige spanningstester (impedantie < 100 kΩ), stoor- spanning wordt onderdrukt of verlaagd: Een spanningstester met relatief lage inwendige impedantie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ niet alle stoorspanningen weergeven met een oorsprongwaarde boven ELV (50 V AC/120 V DC). Bij contact met de te testen delen kan de spanningstester de stoorspanningen door ontlading tij- delijk tot een niveau onder ELV verlagen; na het verwijderen van de spanningstester zal de stoorspanning echter weer haar oorspronkelijke waarde aannemen. Wanneer de indicatie “spanning aanwezig” niet verschijnt, is het ten stelligste aan te bevelen de aardingsinrichting in te leg- gen voor met de werken wordt begonnen. Hoogohmige spanningstester (impedantie > 100 kΩ): Stoor- spanning wordt niet onderdrukt of verlaagd: Een spanningstester met relatief hoge inwendige impedan- tie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ bij aanwezige stoorspanning “bedrijfsspanning niet aanwezig” niet eenduidig aangeven. Wanneer de aanduiding “spanning aanwezig” verschijnt bij een component die als gescheiden van de installatie geldt, is het dringend aan te bevelen met bijkomende maatregelen (bijvoorbeeld: gebruik van een ge- schikte spanningstester die een onderscheid kan maken tus- sen bedrijfsspanning en stoorspanning, visuele controle van het scheidingspunt in het elektrisch net, enz.) de toestand “bedrijfsspanning niet aanwezig” van het te testen onderdeel aan te tonen en vast te stellen dat de door de spanningstester aangegeven spanning een stoorspanning is. Spanningstesters die door belastingsbijschakeling een onderscheid kunnen maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning: Een spanningstester met vermelding van twee waarden van de inwendige impedantie, is geslaagd in de test van zijn uit- voering/constructie voor de behandeling van stoorspanningen en is (binnen de technische grenzen) in staat een onderscheid te maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning en het aanwezige spanningstype direct of indirect weer te geven. Elektrische symbolen op het apparaat: Symbool Betekenis

Belangrijke documentatie! Het symbool geeft aan dat de gids beschreven in de handleiding, om risico‘s te vermijden Apparaat of uitrusting voor het werken onder spanning Drukschakelaar AC wisselspanning DC gelijkspanning DC/AC gelijk- en wisselspanning Aarde (spanning naar aarde) Indicatie van de draaiveldrichting; de draai- veldrichting kan alleen bij 50 of 60 Hz en in een geaard netwerk worden weergegeven Dit symbool geeft de juiste plaatsingsrichting van de batterijpolen aan

2. Apparaatbeschrijving

Rode LED voor het testen van de buitengeleider (fase- weergave)

Groene LED´s ◄LR► van de draaiveldindicatie (links/ rechts)

Gele LED Ω voor doorgangstest (lampje brandt perma- nent)/ kabelbreukdetector (lampje knippert)

Lichtsensor voor LC-displayverlichting O -symbool voor het testen van de buitengeleider (fase- weergave) P , symbool van de draaiveldindicatie (links/ rechts)

Indicatieveld van de spanning (V)/weerstand (kΩ)

+/- van de polariteitsindicatie S VDC/VAC spanningstype (gelijk-/ wisselspanning)

Frequentie indicatie (Hz) symbool voor diodetest

symbool bij lege batterij kΩ symbool voor weerstandsmeting

3. Functiecontrole voor het gebruik ter controle van de

spanningloosheid van de installatie (afbeelding A) - Onmiddellijk voor en na het gebruik moet de spannings- tester worden gecontroleerd op zijn werking! - De spanningstester moet als volgt kunnen worden inge- schakeld:

  • Automatisch bij aanwezigheid van een spanning van- af 9 V op de teststaven L1/-
  • Door bediening van de drukschakelaar
  • Door het kortsluiten van de beide teststaven L1/-

- Wanneer op het LC-display

het symbool ver- schijnt, danmoet de batterij worden vervangen.02/ 2019 DUSPOL

- De uitschakeling vindt automatisch plaats na 10 seconden - Activering van de ingebouwde testfunctie (zelftest):

moeten worden kort- gesloten.

moet gedurende ca. 3 seconden ingedrukt worden gehouden om de ingebouwde testfunctie te starten.

  • De zoemer weerklinkt, alle segmenten van het LC- display, alle LED´s (looplicht) en de achtergrond- en meetpuntverlichting moeten hun werking aangeven. - Test de spanningstester op bekende spanningsbronnen bijv. op een 230 V-contactdoos. - Gebruik de spanningszoeker niet, wanneer spanningsin- dicator, fase-indicator en vibratiemotor niet correct functio- neren!

4. Controle van de installatie op spanningloosheid (af-

beelding B/C) Bij de installatiecontrole dient u de spanningloosheid van de installatie te controleren door de spanningsindicator, de fase- indicator (fase-indicator functioneert alleen in het geaarde wisselspanningsnet) en de vibratiemotor (vibratiemotor wordt door bediening van beide druktoetsen geactiveer) te contro- leren. Van spanningloosheid van de installatie is alleen spra- ke, wanneer alle drie testkringen spanningloosheid aangeven (spanningsindicator, fase-indicator en vibratiemotor). - Leg de beide teststaven L1/+

tegen de te testen installatieonderdelen. - De spanningstester wordt bij aanwezigheid van een span- ning ≥ 9 V automatisch ingeschakeld. - De omvang van de aanwezige spanning wordt weerge- geven via de graduele LED-indicator

en het digitale indicatieveld

omvat het spanningsbereik van AC/DC 400 V - AC 1000 V/DC 1200 V. - Wisselspanningen worden door het VAC-symbool S op het LC-display

weergegeven. Daarnaast wordt de frequentie

van de aanwezige wisselspanning weerge- geven. - Gelijkspanningen worden door het VDC-symbool

weergegeven. Daarnaast wordt via de po- lariteitsindicatie

de polariteit + of – weergegeven die aanwezig is op de teststaaf L2/+

- Om een onderscheid te maken tussen energierijke en energiearme spanningen (bijv. capacitief ingekoppelde stoorspanningen) kan door bediening van de beide druk- schakelaars een interne last in de spanningstester worden ingeschakeld. (zie hoofdstuk 5.) Spanningstest < 6 V (Low-Volt) (afbeelding D) Om spanningen lager dan 6 V te meten, moeten de teststaven L1/-

worden kortgesloten en moet de drukscha- kelaar

3x worden bediend tot het symbool „Lo U“ op het LC-display

verschijnt. - In het Low-Volt-bereik kunnen spanningen van 1,0 V tot 11,9 V worden gemeten. - Na de activering is het Low-Volt-bereik gedurende ca. 10 seconden actief. - Door aanwezigheid van een spanning ≥ 12 V wordt er automatisch omgeschakeld naar het grotere spannings- bereik. Opmerking: In het Low-Volt-bereik is de frequentie-indicatie

uitgescha- keld. Overbelastingsindicatie Indien de spanning op de teststaven L1/-

hoger is dan de toegestane nominale spanning, dan wordt het sym- bool „OL“ op het LC-display

knipperen. De overbelastingsin- dicatie vindt plaats vanaf: AC 1050 V, DC 1250 V

5. Vermogeninschakeling met vibratiemotor (afbeelding

zijn voorzien van druk- schakelaars

. Bij bediening van de beide drukschakelaars wordt er op een lagere inwendige weerstand geschakeld. Hier- bij wordt een vibratiemotor (motor met onbalans) onder span- ning gezet. Vanaf ca. 200 V wordt deze in een draaibeweging gebracht. Naarmate de spanning stijgt, verhogen ook het toerental en de vibratie. De duur van de test met een lagere inwendige weerstand (lasttest) is afhankelijk van de omvang van de te meten spanning. Om ervoor te zorgen dat het ap- paraat niet ontoelaatbaar wordt verhit, is er een thermische beveiliging (terugregeling) voorzien. Bij deze terugregeling daalt het toerental van de vibratiemotor en stijgt de inwendige weerstand. De lastinschakeling (beide drukschakelaars zijn ingedrukt) kan worden gebruikt om … - blinde spanningen (inductieve en capacitieve spanningen) te onderdrukken - condensatoren te ontladen - een 10/30 mA aardlekschakelaar te activeren. De active- ring van de aardlekschakelaar vindt plaats door middel van een test aan de buitengeleider (faseweergave) tegen PE (aarde). (afbeelding F)

6. Buitengeleider testen (faseweergave) (afbeelding E)

over het vol- ledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen. - Schakel de spanningstester in door de drukschakelaar

kort te bedienen (blijft ca. 10 seconden ingeschakeld!). Bij een ingeschakeld ap- paraat geeft de indicatie „0,0” aan. - Leg de teststaaf L2/+

tegen het te testen installatieon- derdeel. Zorg er daarbij in ieder geval voor dat bij de eenpolige bu-02/ 2019 DUSPOL

niet wordt aangeraakt en deze contactvrij blijft. - Wanneer de rode LED K en het symbool O op het LC-display

branden, dan ligt op dit installatieonderdeel de buitengeleider (fase) van een wisselspanning. Opmerking: De eenpolige buitengeleidertest (faseweergave) is mogelijk in het geaarde netwerk vanaf 230 V, 50/60 Hz (fase tegen aarde). Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden. Let op! Een spanningsvrijheid kan alleen worden vastgesteld door een tweepolige test.

7. Draaiveld testen (afbeelding G/H)

over het vol- ledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen. - Leg de teststaven L1/-

tegen twee buitenge- leiders (fasen) van een draaistroomnet en controleer of er een buitengeleiderspanning van bijv. 400 V aanwezig is. - Een rechts draaiveld (fase L1 voor fase L2) is aanwezig, wanneer de groene LED „►“ van de draaiveldindicatie

en het symbool van de draaiveldindicatie

branden. - Een links draaiveld (fase L2 voor fase L1) is aanwezig, wanneer de groene LED „◄“ van de draaiveldindicatie

en het symbool van de draaiveldindicatie

branden. - Bij het testen van het draaiveld is steeds een tegencon- trole vereist met verwisselde teststaven L1/-

, waarbij het draaiveld moet veranderen. Opmerking: Het testen van het draaiveld is vanaf 400 V - 900 V, 50/60 Hz (fase tegen fase) in het geaarde draaistroomnet mogelijk. Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden

8. Doorgangstest (afbeelding I)

- De doorgangstest moet worden uitgevoerd op spannings- vrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen. - Leg de beide teststaven L1/-

tegen de te testen installatieonderdelen. - Bij doorgang (R < 100 kΩ) weerklinkt er een geluidssig- naal en de gele LED Ω

voor doorgang brandt. - Wanneer er op het testpunt een spanning aanwezig is, dan schakelt de spanningstester automatisch om op span- ningstest en wordt dit weergegeven.

9. Weerstandsmeting (afbeelding J)

- De weerstandsmeting moet worden uitgevoerd op span- ningsvrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen. - De teststaven L1/-

moeten worden kort- gesloten en de drukschakelaar

moet 1x worden bediend tot het symbool kΩ en „Ohm“ op het LC-display

verschijnen. De indica- tie „OL“ duidt op een meetwaarde buiten het meetbereik. - De weerstandsmeting is gedurende ca. 10 seconden ac- tief. - Leg de teststaven L1/-

tegen de te testen installatieonderdelen om weerstanden van 0,1 kΩ tot 300 kΩ te meten. Opmerking: Indien nodig kan bij een geactiveerde weerstandsmeting een nulafstelling worden uitgevoerd. Hiervoor moeten de teststa- ven L1/-

moeten worden kortgesloten en moet de drukschakelaar

gedu- rende ca. 2 seconden worden ingedrukt tot „0,0“ kΩ op het LC-display verschijnt.

10. Diodetest (afbeelding K/L)

- De diodetest moet worden uitgevoerd op spanningsvrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen. - De teststaven L1/-

moeten worden kortge- sloten en de drukschakelaar

moet 2x worden bediend tot het diodesymbool en „diod“ op het LC-display

verschijnen. Indicatie: „OL“ VDC - De diodetest is gedurende ca. 10 seconden actief. - Leg de teststaaf L1/-

op de anode van de diode om de doorlaatspan- ning van 0,3 V tot 2 V te bepalen. Bij een defecte (doorge- legeerde diode) wordt een spanningswaarde van ca. 0,0 V weergegeven. - Bij een in blokkeerrichting geteste diode geeft het LC- display „OL“ aan.

11. Kabelbreukdetector (afbeelding M)

- De kabelbreukdetector lokaliseert contactloos kabelbreu- ken aan open liggende en onder spanning staande leidin- gen. - Schakel de spanningstester in door de drukschakelaar

kort te bedienen (blijft ca. 10 seconden ingeschakeld!). Bij een ingeschakeld appa- raat geeft de indicatie „0,0“ aan. - Neem de indicatiehandgreep L2

over het volledige op- pervlak vast en ga met de detector

over een leiding die onder spanning staat (bijv. kabeltrommel of lichtketting), van het voedingspunt (fase) in de richting van het andere leidinguiteinde. - Zolang de leiding niet onderbroken is, knippert de gele LED Ω

voor doorgang. - Het kabelbreukpunt is gelokaliseerd, zodra de gele LED Ω

50/60 Hz (fase naar aarde) worden gebruikt. Isolerende be- schermende kleding en de plaatselijke omstandigheden kun- nen invloed hebben op de functie.

12. Meetpunt-/displayverlichting (afbeelding N)

- De meetpuntverlichting

kan bij geopende teststaven door bediening (1 seconde) van de drukschakelaar

worden ingeschakeld. - Het automatisch uit na 10 seconden - De achtergrondverlichting van het LC-display

wordt automatisch geactiveerd via een lichtsensor

13. Batterij vervangen (afbeelding O)

- Het apparaat mag niet onder spanning worden gezet bij een geopend batterijvak! - Het vervangen van de batterijen is noodzakelijk, wanneer op het LC-display

het symbool verschijnt. - Het batterijvak bevindt zich aan de achterzijde van de indi- catiehandgreep L2/+

- Draai de schroef van het deksel van het batterijvak los en vervang de gebruikte batterijen door twee nieuwe bat- terijen van het type Micro (LR03/AAA). - Let op de juiste plaatsingsrichting van de batterijpolen! - Plaats het batterijdeksel op de indicatiehandgreep L2

en draai de schroef vast.

Resolutie 0,1 V (tot 198,9 V), 1 V (vanaf 199 V) - Spanningsbereik < 6 V (Low-Volt): 1,0 V tot AC/DC 11,9 V Resolutie 0,1 V Nauwkeurigheid: ± 3 % van de meetwaarde + 5 digits - Impedantie (inwendige weerstand) meetcircuit/ lastcircuit: 188 kΩ/ 5 kΩ - Stroomopname meetcircuit: I

< 550 mA (1.000 V) - Polariteitsindicatie: LCD-symbool +/– - Testen van de buitengeleider (faseweergave): ≥ U

230 V, 50 Hz/ 60 Hz - Testen van het draaiveld: ≥ U

6 - eerste kengetal: Bescherming tegen toegang tot ge-

vaarlijke onderdelen en bescherming tegen vaste vreem- de voorwerpen, stofdicht

5 - tweede kengetal: Beschermd tegen straalwater. Ook te

gebruiken bij neerslag. - max. toegestane Inschakelduur: 30 s (max. 30 seconden), 240 s uit - Apparaatinschakeling door meetspanning: ≥ 9 V, bedie- ning van de drukschakelaar

of kortsluiten van de teststaven L1/-

- Batterij: 2 x micro, LR03/AAA (1,5 V) - Gewicht: ca. 250 g - Lengte van de verbindingsleiding: ca. 1000 mm - Temperatuurbereik voor werking en opslag: - 15 °C tot + 55 °C (klimaatcategorie N) - Relatieve luchtvochtigheid: 20 % tot 96 % (klimaatcatego- rie N) - Terugregeltijden (thermische beveiliging): Spanning/tijd: 230 V/30 s, 400 V/9 s, 690 V/5 s, 1000 V/2 s - Activeringstijd van de indicator (inschakeltijd): 1 s

15. Algemeen onderhoud

Reinig de behuizing aan de buitenkant met een schone, droge doek. Indien er verontreinigingen of afzettingen aanwezig zijn in het gebied van de batterij of van de batterijbehuizing, dan reinigt u ook deze met een droge doek. Verwijder de batterijen uit het apparaat bij een langdurige op- slag!

16. Milieubescherming

Lever het apparaat aan het einde van zijn levensduur in bij de beschikbare recycling- en inzamelsystemen. Instrukcja obsługi DUSPOL

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : Duspol Digital

Categorie : Multimeter