CM 91 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 91 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CM 91 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 91 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 91 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING CM 91 BENNING
Digitale lekstroomtang volgens de voorschriften EN 61557-13 voor - meting van lekstromen (verschil- en aanraakstroom) in elektrische in- stallatie en apparaten. - gelijk-/ wissselspanning - wissselstroom - weerstand - doorgangstest Inhoud
1. Opmerkingen voor de gebruiker.
2. Veiligheidsvoorschriften.
4. Beschrijving van het apparaat.
5. Algemene kenmerken.
6. Gebruiksomstandigheden.
7. Elektrische gegevens.
8. Meten met de BENNING CM 9-1
10. Technische gegevens van de meettoebehoren
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor: - Elektriciens. - Elektrotechnici. De BENNING CM 9-1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan CAT IV 300 V of CAT III 600 V. (zie ook pt. 6: „Gebruiksomstandigheden“). In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 9-1 worden de volgende sym- bolen gebruikt: AanleggenomGEVAARLIJKEACTIEVEgeleiderofdemonterenvan deze is toegestaan.
Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.
Let op de gebruiksaanwijzing! Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen. CAT III Meetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de ver- deelkring van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn. CAT IV Meetcategorie IV is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op het entrypunt van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn. Niet gebruiken in externe laagfrequente magnetische velden van meer dan 30 A/m.
Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 9-1 dubbel geïsoleerd is (bescherminingsklasse II). Zie de gebruikershandleiding. Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning. Dit symbool geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal. DC: gelijkspanning
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032 DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031 DIN VDE 0413 deel 13/EN 61557-13 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waar- schuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd ge- bruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.
De BENNING CM 9-1 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 600 V ten op- zichte van aarde of overspanningscategorie IV met 300 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uit- stekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veilig- heidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aange- duide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.
Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veilig- heidsmeetsnoeren moeten gecontroleerd te worden. Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat - als het apparaat niet meer (goed) werkt - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik, of - het apparaat of de meetleidingen vochtig zijn.
Onderhoud: Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel.
Reiniging: Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigings- middel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen.
Bij de levering van de BENNING CM 9-1 behoren:
3.6 Eén gebruiksaanwijzing.10/ 2019
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING CM 9-1 wordt gevoed door twee microbatterijen 1,5 V (IEC LR03/ AAA). - De bovengenoemde veiligheidsmeetkabels (getest toebehoren, art. nr. 044145) voldoen aan CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.
4. Beschrijving van het apparaat
Zieg.1: voorzijdevanhetapparaat Hierondervolgteenbeschrijvingvandeing.1aangegeveninformatie-enbe- dieningselementen.
Stroomklem, voor het omhullen van stroomkabels.
Kraag om aanraken van aders te voorkomen.
Draaischakelaar voor functiekeuze
ZERO/LPF-toets, voor nulafstelling c.q. differentiaalmeting, activeren van delaagdoorlaatlter(LPF)
PEAK-toets, piekwaardeopslag
HOLD/RANGE-toets voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaarde, omschakeling naar manuele keuze meetsector (V en A).
Digitale weergave, voor de meetwaarde en de weergave van overschrij- ding van het bereik
COM-bus, gemeenschappelijke bus voor spannings-, weerstandsmetingen en continuïteits test, zwart gemarkeerd
V-Ω-bus (positive), gemeenschappelijke bus voor spannings-, weerstands- metingen en continuïteitstest, rood gemarkeerd
Batterijvakdeksel, op de achterkant van de behuizing
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene kenmerken van de digitale stroomtang multimeter
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD)
af te lezen met 4 cijfers van 12 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 6000.
werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met „-“.
5.1.3 De bereikoverschrijding wordt aangegeven met “0L.”.
Let op: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting!
5.1.4 De draaischakelaar
dient om de meetfunctie te selecteren. Het meet- bereik wordt automatisch geselecteerd.
heeft twee functies: - ZERO-functie: Voor de nulregeling bij stroommetingen. Kan ook gebruikt worden voor differentiële metingen voor alle bereiken (nulregeling mogelijk voor elke waarde!). Aangeduid door "ZERO" op het digitale scherm
- LPF-functie (laagdoorlaatfilter): Druk gedurende 2 seconden op de ZERO-toets
om een laag- doorlaatfilter (40 Hz - 70 Hz) in het A- en mA-bereik te activeren. Een actieve filter wordt aangegeven door het "LPF"-symbool op het LC-display
. De laagdoorlaatfilter (LPF) onderdrukt hoogfrequen- te stoorsignalen die door elektrische apparaten/installaties met frequentieomvormers worden gegenereerd. De afsnijfrequentie is ong. 180 Hz Opmerking: Bij het uitschakelen van de laagdoorlaatfilter (LPF) voldoet de frequen- tiekarakteristiek van de BENNING CM 9-1 aan de eisen van EN 61557- 16 (VDE 0413-16) en kan deze worden gebruikt voor het meten van de aardleiding- en verschilstromen op elektrische apparaten.
heeft twee functies: - In de meetmodi V en A wordt met deze toets de piekwaarde gere- gistreerd en opgeslagen. Door kort op de toets te drukken, schakelt u terug naar de normale modus. - Bij de meetfunctie zorgt het indrukken van de PEAK-toets
voor de omschakeling van weerstandsmeting naar akoestische continuïteitscontrole.
heeft twee functies: - Door de HOLD-toets
te bedienen, kan het meetresultaat wor- den opgeslagen. Op het display
verschijnt tegelijk het symbool “HOLD”. Door opnieuw op de toets te drukken, keert het toestel terug naar de meetmodus. - Een langere toetsdruk (2 seconden) verlaat de automatische se-10/ 2019
lectie van het meetbereik en schakelt handmatig over naar het vol- gende hogere meetbereik (V en A). Zodra via de draaischakelaar
een andere meetfunctie wordt geselecteerd, is de automatische selectie van het meetbereik weer actief.
5.1.8 De gele verlichtingstoets
schakelt de verlichting van de display
in. De verlichting wordt uitgeschakeld door nogmaals op de toets te druk- ken of automatisch na ca. 30 seconden.
5.1.9 De meetfrequentie van de BENNING CM 9-1 bij cijferweergave be-
draagt gemiddeld 2 metingen per seconde.
5.1.10 De BENNING CM 9-1 wordt in- en uitgeschakeld met de draaischake-
5.1.11 De BENNING CM 9-1 schakelt automatisch uit na ca. 30 minuten (APO,
Auto-Power-Off is actief wanneer het -pictogram op het display
staat). Het wordt opnieuw ingeschakeld als de draaischakelaar
van- uit de schakelaarstand „OFF“ opnieuw wordt ingeschakeld. De automa- tische uitschakeling kan worden gedeactiveerd door de HOLD-toets
te bedienen en de BENNING CM 9-1 tegelijk vanuit de schakelaarstand “OFF” in te schakelen. Het -pictogram op het display
5.1.12 De BENNING CM 9-1 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC
schijnt het batterijsymbool in het scherm
5.1.14 De levensduur van de batterijen is afhankelijk van de gebruikte meet-
functie en bedraagt ca. 40 uur - 60 uur zonder gebruik van de continuï- teitstest met geluidssignaal en achtergrondverlichting. (Alkalinebatterij).
5.1.15 Temperatuurcoëfficiënt van de meetwaarde: 0,1 x (aangegeven meet-
nauwkeurigheid)/ °C < 18 °C of > 28 °C, op basis van de waarde op referentietemperatuur van 23 °C.
5.1.16 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 210 x 76 x 33,5 mm
Gewicht: 296 gram (incl. batterijen)
5.1.17 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de
voor de BENNING CM 9-1 genoemde nominale spanning. De meetpen- nen kunnen met afdekkappen worden beschermd.
5.1.18 Maximale opening van de stroomtang: 23 mm.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING CM 9-1 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal - Categorievanoverbelasting:IEC60664/IEC61010→300VcategorieIV; 600 V categorie III, - Bedrijfsklasse stroomsensor: EN61557-13,≤30A/m,@In:3,5mA-600mA,fn:40Hz-1kHz. - Beschermingsgraad stofindringing: 2 (EN 61010-1) - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529) Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/vuil).Hettweedecijfer(0);Nietbeschermdtegenwater,(tweedecijfer is waterdichtheid). - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij bedrijfstemperatuur van 0 °C tot 40 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %, niet-condenserend. - Bewaartemperatuur: De BENNING CM 9-1 kan zonder batterijen worden bewaard bij temperaturen van - 10 °C tot + 60 °C, relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %.
7. Elektrische gegevens
Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 23 °C ± 5 °C bij een relatieve vochtigheidvandelucht<80%.Deaangegevennauwkeurigheidisgespeci- ceerd voor 1 % - 100 % van de eindwaarde van het meetbereik.
7.1 Meetbereik voor gelijkspanning
7.2 Meetbereik voor wisselspanning
De meetwaarde wordt als echte effectieve waarde (TRUE RMS, AC-koppeling) verkregen en weergegeven. De kalibratie is afgestemd op een sinusvormige golfvorm. Bij afwijkingen van deze golfvorm wordt de aangegeven waarde on- nauwkeuriger. Crest-factor < 2,0 tot 100 % van de eindwaarde van het meetbereik Crest-factor < 4,0 tot 50 % van de eindwaarde van het meetbereik Deingangsweerstandbedraagt≥2MΩ Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting Beveiliging tegen overbelasting 60,00 V 0,01 V ± (1,2 % + 5 digit) 600 V AC/DC 60,0 V - 600,0 V 0,1 V ± (1,2 % + 5 digit) 600 V AC/DC
7.3 Meetbereik voor wisselstroom
De meetwaarde wordt als echte effectieve waarde (TRUE RMS, AC-koppeling) verkregen en weergegeven. De kalibratie is afgestemd op een sinusvormige golfvorm. Bij afwijkingen van deze golfvorm wordt de aangegeven waarde on- nauwkeuriger. Crest-factor < 2,0 tot 100 % van de eindwaarde van het meetbereik Crest-factor < 4,0 tot 50 % van de eindwaarde van het meetbereik Beveiliging tegen overbelasting: 60 A AC/DC laagdoorlaatfilters (40 Hz - 70 Hz) gedeactiveerd Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 15 Hz ~ 40 Hz 40 Hz ~ 70 Hz 70 Hz ~ 200 Hz 6,000 mA
Kleinste weergavewaarde: 0,010 mA Frequentiekarakteristiek volgens de eisen van EN 61557-16 (VDE 0413-16) Afsnijfrequentie fg (- 3 dB): ca. 1 kHz laagdoorlaatfilters (40 Hz - 70 Hz) geactiveerd Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting 40 Hz ~ 70 Hz 6,000 mA
Kleinste weergavewaarde: 0,010 mA Afsnijfrequentie fg (- 3 dB): ca. 180 Hz
7.4 Meetbereik voor weerstanden
Nullastspanning: ca. 3 V, maximale teststroom 1 mA Deingebouwdezoemergeefteenakoestischsignaalbijeenweerstand<45Ω.10/ 2019
7.6 Beïnvloedingseffecten en onzekerheden
Beïnvloedingseffect E1 Positie 1 % van de gemeten waarde E2 Voedingsspanning - E3 Temperatuur 0,1 x (gespecificeerde meetnauwkeurigheid)/ °C (< 18 °C of > 28 °C) E9 vervormde curvevorm - E10 Gelijkstroomcomponenten in het netwerk - E11 Extern laagfrequent magnetisch veld (15 Hz - 400 Hz volgens IEC 61000-4-8) ± 10 µA per 1µT (magnetisch veld). E12 Belastingsstroom bij gebruik van de diffe- rentiële stroommethode ± 6 µA per 1A extra belastingsstroom E13 Contactstroom veroorzaakt door common mode-onderdrukking
E14 Frequentie - E15 Herhaalbaarheid - Intrinsieke onzekerheid (A) zie de punten 7.1 tot en met 7.4 voor de meet- nauwkeurigheid Bedrijfsonzekerheid (B) 10 A/ m 30 A/ m Gemeten waarde 3,5 mA - 10 mA < 15 % < 20 % Gemeten waarde > 10 mA < 10 % < 12,5 %
8. Meten met de BENNING CM 9-1
8.1 Voorbereiden van metingen
Gebruik en bewaar de BENNING CM 9-1 uitsluitend bij de aangegeven werken opslagtempera turen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING CM 9-1 meege- leverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren en de meetpennen. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer en/of meetpen direct verwijderen. - Voordat met de draaischakelaar
een andere functie gekozen wordt, die- nen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 9-1 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Houd rekening met de overspanningscategorie van het circuit! Monteer de opsteekdoppen (CAT III/ IV) op de contactpunten voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV. Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan de contactbussen - COM-bus
, zwart - V-Ω bus (positief)
, voor het meten van spanningen, weerstanden en doorgangstest, rood, van de multimeter BENNING CM 9-1 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 300 V CAT IV/ 600 V CAT III bedragen. - Kies met de draaischakelaar
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM- contactbus
van de BENNING CM 9-1. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gemerkte contactbus V-Ω
van de BENNING CM 9-1. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display
BENNING CM 9-1. Opmerking: - In het lage spanningsbereik zal bij een open circuit de 0-V-aanduiding mo- gelijk niet in het display verschijnen. Door de meetpennen even kort te slui- ten kunt u de goede werking van het apparaat controleren. Zieg.2: metenvangelijkspanning Zieg.3: metenvanwisselspanning
van de BENNING CM 9-1 niet onder spanning zetten! Verwijder eventueel de aangesloten veilig- heidsmeetleidingen. - Kies met de draaischakelaar
van de BENNING CM 9-1. - Activeer indien nodig de laagdoorlaatfilter (LPF) door de ZERO-toets
gedurende 2 seconden in te drukken. - Druk op de „ZERO“ toets
voor nulinstelling. - Druk op de openingshendel
en omvat de éénaderige, stroomvoerende leiding, zoveel mogelijk in het midden van de tang
8.3.1 Lekstroommeting aan de aardgeleider
Zieg.4: lekstroommetingaandeaardgeleider
8.3.3 Lekstroommeting via aardleider (ontlader) bij 3-fasen verzorging
Zieg.6: lekstroommetingviaaardleider(ontlader)bij3-fasenverzorging
8.3.4 Verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, zonder nul
Zieg.7: verschilstroommetingverbruikers3-fasegevoed,zondernul
8.3.5 Verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, met nul
Zieg.8: verschilstroommetingverbruikers3-fasegevoed,metnul
- Kies met de draaischakelaar
van de BENNING CM 9-1 de functie . - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM- contactbus
van de BENNING CM 9-1. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gemerkte contactbus V-Ω
van de BENNING CM 9-1. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display
van de BENNING CM 9-1. Opmerking: - Controleer, om zeker te zijn van een juiste meting, dat er geen spanning staat op de meetpunten in het circuit. Zieg.10: weerstandsmeting
8.5 Doorgangstest met zoemer
- Kies met de draaischakelaar
van de BENNING CM 9-1 de functie en druk op de PEAK-toets
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM- contactbus
van de BENNING CM 9-1. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gemerkte contactbus V-Ω
van de BENNING CM 9-1. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten. Alsdeweerstandtussendemeetpuntenlagerisdanca.45Ω,klinktdein de BENNING CM 9-1 ingebouwde zoemer. Zieg11: doorgangstestmetzoemer
De BENNING CM 9-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 9-1 mag uitsluitend10/ 2019
gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING CM 9-1 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen. - Verwijder eerst de BENNING CM 9-1 en de beide veiligheidsmeetleidingen van het meetobject. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 9-1. - Zet de draaischakelaar
in de positie „OFF“. De stroomtangadapter BENNING CM 9-1 heeft geen zekering.
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM 9-1 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - zichtbare schade aan de behuizing - meetfouten - waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden - transportschade. In dergelijke gevallen dient de BENNING CM 9-1 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders worden gebruikt.
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 9-1 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het bat- terijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterijen
De BENNING CM 9-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning! De BENNING CM 9-1 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC LR03/ AAA). Als het batterijsymbool op het display
verschijnt, moeten de bat- terijen worden vervangen. De batterijen worden als volgt gewisseld. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 9-1. - Zet de draaischakelaar
in de positie „OFF“. - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef, uit het deksel van het batterijvak. - Neem het deksel van het batterijvak uit de achterwand. - Vervang de lege batterijen door twee nieuwe batterijen van het type Micro (IEC LR03/ AAA). Let op de juiste polarisatie van de nieuwe batterijen! - Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in. Zieg.12: vervangingvandebatterij
Gooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gege vens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt
latie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m, AWG 18, - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %, - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken! - Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levens- duur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daar- voor bestemde adressen.Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Münsterstraße 135 - 137 D - 46397 Bocholt Phone: +49 (0) 2871 - 93 - 0 • Fax: +49 (0) 2871 - 93 - 429 www.benning.de • E-Mail: duspol@benning.de
SimpelGids