BENNING CM 91 - Multimeter

CM 91 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 91 BENNING in PDF-formaat.

📄 46 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BENNING CM 91 - page 37
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Digitale lekstroomtangmultimeter
Merk BENNING
Model CM 91 (CM 9-1)
Afmetingen (L × B × H) 210 × 76 × 33,5 mm
Gewicht (met batterijen) 296 g
Voeding 2 batterijen 1,5 V type R3 (AAA/LR03)
Batterijduur Ongeveer 40 tot 60 uur (zonder verlichting en continuïteitstest)
Display LCD 4 cijfers, 6000 counts, met decimaalpunt en polariteitsindicatie
Meetsnelheid 2 metingen per seconde
Overspanningscategorie CAT III 600 V / CAT IV 300 V
Maximale opening van de tang 23 mm
Meetfuncties AC/DC-spanning, AC-stroom (True RMS), weerstand, continuïteitstest, lekstroom
DC-spanningsbereiken 60,00 V / 600,0 V (nauwkeurigheid ±1,0% + 4 digits)
AC-spanningsbereiken 60,00 V / 600,0 V (nauwkeurigheid ±1,2% + 5 digits)
AC-stroombereiken 6,000 mA / 60,00 mA / 600,0 mA / 6,000 A / 60,00 A
Weerstandsbereiken 600,0 Ω / 6,000 kΩ / 60,00 kΩ / 600,0 kΩ (nauwkeurigheid ±1,0% + 4 digits)
Continuïteitstest Geluidssignaal voor weerstand < 45 Ω
Laagdoorlaatfilter (LPF) 40 Hz tot 70 Hz, activeerbaar in stroommodus
Speciale functies Piekwaarde (PEAK), hold (HOLD), handmatige bereikselectie, nullen (ZERO), achtergrondverlichting
Automatische uitschakeling Na 30 minuten (uitschakelbaar)
Bescherming Dubbele isolatie (klasse II), IP30
Bedrijfstemperatuur 0 °C tot +40 °C, luchtvochtigheid < 80%
Meegeleverde accessoires Meetkabels rood/zwart, beschermhoes, batterijen, gebruiksaanwijzing
Onderhoud en reiniging Reinigen met een droge doek; geen oplosmiddelen gebruiken
Repareerbaarheid Bevat geen door de gebruiker te repareren onderdelen; reparatie door gekwalificeerd personeel

Veelgestelde vragen - CM 91 BENNING

Hoe werkt de automatische uitschakeling en kan deze worden uitgeschakeld?
De automatische uitschakeling (APO) treedt na ongeveer 30 minuten inactiviteit op. Om deze uit te schakelen, houdt u de HOLD-toets ingedrukt terwijl u de draaischakelaar van OFF naar een meetfunctie draait. Het APO-symbool verdwijnt van het scherm.
Wat is de functie van het laagdoorlaatfilter (LPF)?
Het laagdoorlaatfilter (LPF) onderdrukt hoogfrequente storingssignalen (40 Hz tot 70 Hz) die worden gegenereerd door apparaten met frequentieomvormers. Het wordt geactiveerd door de ZERO-toets 2 seconden ingedrukt te houden in de stroommodus (mA of A). Het LPF-symbool wordt weergegeven.
Hoe gebruik ik de lekstroommeetfunctie?
Selecteer het stroombereik (mA~ of A~) met de draaischakelaar. Activeer indien nodig het LPF-filter. Voer een nulstelling uit met de ZERO-toets en klem vervolgens de te meten geleider vast. Lees de waarde op het scherm af. Voor lekstromen klemt u de aardgeleider of de fase+neutrale geleiders vast, afhankelijk van het type installatie.
Wat betekent de weergave 'OL'?
De weergave OL (OverLoad) geeft een overschrijding van het meetbereik aan. Dit betekent dat de gemeten waarde groter is dan de maximale capaciteit van het geselecteerde bereik. U moet dan het bereik of de functie wijzigen.
Hoe vervang ik de batterijen?
Isoleer het apparaat vóór elke ingreep van alle spanningsbronnen. Verwijder de meetkabels, zet de schakelaar op OFF. Schroef het deksel van het batterijcompartiment aan de achterkant van het apparaat los, verwijder de oude batterijen en plaats twee nieuwe 1,5 V AAA-batterijen met de juiste polariteit. Sluit het deksel.
Welke meetkabels gebruiken en hoe controleer ik hun staat?
Gebruik uitsluitend de meegeleverde meetkabels (rood en zwart, lengte 1,4 m) die geschikt zijn voor de nominale spanning van het apparaat. Controleer vóór elk gebruik visueel de isolatie van de kabels en de continuïteit (geen breuk). Als de isolatie beschadigd is of de kabel gebroken is, verwijdert u deze onmiddellijk.
Hoe voer ik een continuïteitstest uit?
Selecteer de weerstandsfunctie (Ω) met de draaischakelaar. Druk op de PEAK-toets om over te schakelen naar de continuïteitstestmodus (het luidsprekersymbool verschijnt). Sluit de kabels aan op de COM- en V-Ω-bussen. Breng de punten in contact met de te testen punten. Als de weerstand lager is dan 45 Ω, klinkt er een geluidssignaal.
Wat zijn de overspanningscategorieën van het apparaat?
De BENNING CM 91 is gehomologeerd voor CAT III 600 V en CAT IV 300 V ten opzichte van aarde. Gebruik voor metingen in CAT III en CAT IV de meegeleverde beschermdoppen op de meetpunten (beperkt het geleidende deel tot 4 mm). Let op: spanningen hoger dan 30 V AC of 60 V DC kunnen dodelijk zijn.
Hoe reinig ik het apparaat?
Reinig de buitenkant van de behuizing met een schone, droge doek. Gebruik nooit oplosmiddelen, polijstmiddelen of schoonmaakmiddelen. Bij lekkage van de batterijen reinigt u het batterijcompartiment zorgvuldig met een droge doek.
Wat te doen als het apparaat niet inschakelt?
Controleer eerst de staat van de batterijen: als het batterijsymbool op het scherm verschijnt of het scherm leeg blijft, vervang dan de batterijen door nieuwe. Zorg ervoor dat de draaischakelaar op een andere positie dan OFF staat. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice.

Gebruikersvragen over CM 91 BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 91 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 91 van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING CM 91 BENNING

Gebruiksaanwijzing BENNING CM 9-1

Digitale lekstroomtang volgens de voorschriften EN 61557-13 voor

  • meting van lekstromen (verschil- en aanraakstroom) in elektrische installatie en apparaten.

-gelijk-/wisssselspanning

  • wissselstroom
    weerstand
  • doorgangstest

Inhoud

  1. Opmerkingen voor de gebruiker.
  2. Veiligheidsvoorschriften.
  3. Leveringsomvang.
  4. Beschrijving van het apparatus.
  5. Algemene kenmerken.
  6. Gebruiksomstandigheden.
  7. Elektrische gegevens.
  8. Meten met de BENNING CM 9-1
  9. Onderhoud.
  10. Technische gegevens van de meettoebehoren
  11. Milieu

1. Opmerkingen voor de gebruiker

Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor:

  • Elektriciens.
  • Elektrotechnici.

De BENNING CM 9-1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag Niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan CAT IV 300V of CAT III 600V . (zie ook pt. 6: "Gebruksomstandigheden").

In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 9-1 worden de volgende symbolen gebruikt:

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 1

Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 2

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!

Verwijst waar voorschriften die in acht genomen要去en worden om gevaar voor de omgeving te vermiijden.

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 3

Let op de gebruiksaanwijzing!

Dit symbol geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in ache genomen要去en worden om gevaar te voorkomen.

CAT III

Meetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de verdelijkring van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.

CAT IV

Meetategorie IV is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op het entrypunt van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.

A>AA/m

Niet gebruiken in externe laagfrequente magnetische velden vaneer dan 30A / m

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 4

Dit symbol geeft aan dat de BENNING CM 9-1 dubbel geisoleerd is (bescherminingsklasse II).

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 5

Ziede gebruikershandleiding.

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 6

Dit symbol verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 7

Dit symbol geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signal.

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 8

DC:gelijkspanning

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 9

AC: wisselspanning/-stroom

BENNING CM 91 - Opmerkingen voor de gebruiker - 10

Aarding (spanning t.o.v. aarde)

2. Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften:

DIN VDE 0411 deel 1/EN 61010-1

DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032

DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033

DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031

DIN VDE 0413 deel 13/EN 61557-13

en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker teijken van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en Niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

BENNING CM 91 - Veiligheidsvoorschriften - 1

Wees extreem voorzichtigijdens het werk den met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

BENNING CM 91 - Veiligheidsvoorschriften - 2

De BENNING CM 9-1 mag alleen worden gebrukt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 600V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie IV met 300V ten opzichte van aarde.

Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de verilgheidsmeetleidingen Niet longer�n dan 4mm

Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV要去en de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdopen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.

Bedenk dat werken aan installations of onderdelen die onder spanning staan, in principe.altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC können voor mensen al levensgevaarlijk zich.

BENNING CM 91 - Veiligheidsvoorschriften - 3

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik worden genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoren要去en gecontroleerd te worden.

Bij constatering dat het apparaat Niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook Niet meer worden ingezet, maar zodenig worden opgeborgen dat het, ook Niet bij/toeval, Niet meer gebruikt kan worden.

Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar Nieteer mogetijk is:

  • bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat

  • als het apparaat Nieteer (goed) werkt

  • na langdurige opsglag onder ongunstige omstandigheden

  • na zware belasting of möglichke schade ten gevolge van transport of onoor-deelkundig gebruik, of

  • het apparaat of demeetleidingen vochtig zich.

BENNING CM 91 - Veiligheidsvoorschriften - 4

Onderhoud:

Het apparaat Niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zich. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personneel.

BENNING CM 91 - Veiligheidsvoorschriften - 5

Reiniging:

Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen.

3. Leveringsomvang

Bij de levering van de BENNING CM 9-1 behoren:

3.1 Eén BENNING CM 9-1
3.2 Eén veiligheidsmeetsnoer zwart, (L = 1.4 meter)
3.3 Eén veiligheidsmeetsnoer rood, (L_· = 1,4 meter)
3.4 Eén compactbeschermingsetui
3.5 Twee batterijen 1,5 V (micro/IEC LR03/AAA)
3.6 Eén gebruiksaanwijzing.

Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:

  • De BENNING CM 9-1 wordt gevoed door wee microbatterijen 1,5 V (IEC LR03/AAA).

  • De bovengenoemde veiligheidsmeetkabels (getest toebehoren, art. nr. 044145) voldoen aan CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en+zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.

4. Beschrijving van het apparatus

Zie fig. 1: voorzijde van het apparatus

Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.

Stroomklem, voor het omhullen van stroomkabels.
Kraag om aanraken van aders te voorkomen.
3 -Poets (geel), displayverlichting
4 Openingshendel om de stroomtang te openen en te sluiten
Draaischakelaar voor functiekeuze
ZERO/LPF-toets, voor nulafstelling c.q. differentiaalmeting, activeren van de laagdoorlaatfilter (LPF)
PEAK-toets, piekwaardeopslag
HOLD/RANGE-toets voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaarde, omschakelingaar manuele keuze meetsector (V en A).
9 Digitale weergave, voor de meetwaarde en de weergave van overschrijding van het bereik
COM-bus, gemeinschappelijkke bus voor spannings-, watersstandsmetingen en continuiteits test, zwart gemarkeerd
V-Ω-bus (positive), gemeinschappelijkke bus voor spannings-, waterdismetingen en continuiteitstest, rood gemarkeeerd
Batterijvakdeksel, op de achterkant van de behuizing

5. Algemene kenmerken

5.1 Algemene kenmerken van de digitale stroomtang multimeter

5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) ⑨ af te lezen met 4 cijfers van 12mm Hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst möglichk af te lezen waarde is 6000.
5.1.2 De polariteitsweergave in de digitale weergave 9 werkt automatisch. Er worden slechts een pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met ,-".
5.1.3 De bereikoverschrijding worden aangegeven met "0L."

Let op: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting!

5.1.4 De draaischakelaar ⑤ dient om de meetfunctie te selecteren. Het meetbereik worden automatisch geselecteerd.
5.1.5 De ZERO/LPF-toets 6 heeft twee functies:

ZERO-functie:

Voor de nulregeling bij stroommetingen. Kan ook gebruikt worden voor differentie metingen voor alle bereiken (nulregeling möglich voor elke waarde!). Aangeduid door "ZERO" op het digitale scherm

  • LPF-functie (laagdoorlaatfilter):

Druk gedurende 2 seconden op de ZERO-toets ⑥ om een laagdoorlaatfilter (40Hz - 70Hz) in het A- en mA-bereik te activeren. Een actieve filter worden aangegeven door het "LPF"-symbool op het LC-display 9. De laagdoorlaatfilter (LPF) onderdukt hoogfrequente stoorsignalen die door elektrische apparaten/installaties met frequentieomvormers worden gegenereerd. De afsnijfrequentie is ong. 180Hz

Opmerking:

Bij het uitschaken van de laagdoorlaatfilter (LPF) voldoet de frequen-tiekarakteristiek van de BENNING CM 9-1 aan de eisen van EN 61557-16 (VDE 0413-16) en kan deze worden gebruikt voor het meten van de aardleiding- en verschilstromen op elektrische apparaten.

5.1.6 De PEAK-toets 7 heeft twee functies:

  • In de meetmodi V en A worden met deze toets de piekwaarde geregistreeerd en opgeslagen. Door kort op de toets te drukken, schakelt u terug maar de normale modus.
  • Bij de meetfunctie zorgt het indrukken van de PEAK-toets voor de omschakeling van weerstandsmetingaar akoestische continuiteitscontrole.

5.1.7 De HOLD/RANGE-toets 3 heeft twee functies:

  • Door de HOLD-toets ⑧ te bedieren, kan het meetresultaat worden opgeslagen. Op het display ⑨ verschijnt tegelijk het symbool "HOLD". Door opnieuw op de toets te drukken, keert het toestel terug maar de meetmodus.
  • Een langere toetsdruk (2 seconden) verlaat de automatische se

lectie van het meetbereik en schakelt handmatig overaar het vol-gende hogere meetbereik (V en A).Zodra via de draaischakelaar 5 een andere meetfunctie worden geseleerd, is de automatische selectie van het meetbereik wee actief.

5.1.8 De gele verlichtingstoets schakelt de verlichting van de display in. De verlichting worden uitgeschakeld door nogmaals op de toets te drukken of automatisch na ca. 30 seconden.
5.1.9 De meetfrequentie van de BENNING CM 9-1 bij cijferweergave bedraagt gemiddeld 2 metingen per seconde.
5.1.10 De BENNING CM 9-1 word in- en uitgeschakeld met de draaischakelaar 5. Uitschakelstand is "OFF".
5.1.11 De BENNING CM 9-1 schakelt automatisch uit na ca. 30 minutes (APO, Auto-Power-Off is actief wanner het ⑦ pictogram op het display ⑨ staat). Het worden opnieuw ingeschakeld als de draaischakelaar ⑤ vanuit de schakelaarstand "OFF" opnieuw worden ingeschakeld. De automatische uitschakeling kan worden gedeactiveerd door de HOLD-toets ⑧ te bedieren en de BENNING CM 9-1 tegelijk vanuit de schakelaarstand "OFF" in te schakelen. Het ① pictogram op het display ⑨ verwijnt.
5.1.12 De BENNING CM 9-1 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC LR03/ AAA/ micro).
5.1.13 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning dalen, verschijnt het batterijsymbool in het scherm 9.
5.1.14 De levensduur van de batterijen is afhankelijk van de gebruekte meet-functie en bedraagt ca. 40 uur - 60 uur zonder gebruik van de continuittest met geluidssignaal en achtergrundverlichting. (Alkalinebatterij).
5.1.15 Temperaturcoefficient van de meetwaarde: 0,1× (angegeven meetnauwkeurigheid)/ ^ C < 18~^ C of >28^ , op basis van de waarde op referentietemperatuur van 23^ .
5.1.16 Afmetingen van het apparatusat: L x B x H = 210 x 76 x 33,5 mm Gewicht: 296 gram (incl. batterijen)
5.1.17 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING CM 9-1 genoemde nominale spanning. De meetpennen konnen met afdekappen worden beschermd.
5.1.18 Maximale opening van de stroomtang: 23mm

6. Gebruiksomstandigheden

  • De BENNING CM 9-1 is bedoeld om gezruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.
  • Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal
  • Categorie van overbelasting: IEC 60664/ IEC 61010 300 V categorie IV; 600 V categorie III,
    Bedrijfsklasse stroomsensor:

EN 61557-13, ≤ 30 A/m, @ In: 3,5 mA - 600 mA, fn: 40 Hz - 1 kHz.
- Beschermingsgraad stofindringing: 2 (EN 61010-1)
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529)

Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming gegen binnendringen van stof en vuil >2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming gegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd gegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).

  • Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:

Bij bedrijstemperatuur van 0^ tot 40^ : relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80% , nicht-condenserend.

  • Bewaartemperatuur: De BENNING CM 9-1 kan zonder batterijen worden bewaard bij temperatures van - 10^ tot +60^ , relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80% .

Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting worden aangegeven als som van:

  • een relatief deel van de meetwaarde
  • een aantal digits.

Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 23^ ± 5^ bij een relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% . De aangegeven nauwkeurigheid is gespecifieerd voor 1% - 100% van de eindwaarde van het meetbereik.

7.1 Meetbereik voor gelijkb spanning

De ingangsweerstand bedraagt ≥ 2 MΩ

MeetbereikResolutieNauwkeurigheid v.d. metingBeveiligung gegen overbelasting
60,00 V0,01 V± (1,0 % + 4 digit)600 V AC/DC
60,0 V - 600,0 V0,1 V± (1,0 % + 4 digit)600 V AC/DC

7.2 Meetbereik voor wisselspanning

De meetwaarde worden als echte effectieve waarde (TRUE RMS, AC-koppeling) verkreten en weergegeven. De kalibratie is afgestemd op een sinusvormige golfvorm. Bij afwijkingen van deze golfvorm worden de aangegeven waarde onnauwkeuriger.

Crest-factor < 2,0 tot 100% van de eindwaarde van het meetbereik

Crest-factor < 4,0 tot 50% van de eindwaarde van het meetbereik

De ingangsweerstand bedraagt ≥ 2M

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. metingBeveiliging gegen overbelasting
60,00 V 0,01 V ± (1,2 % + 5 digit) 600 V AC/DC
60,0 V - 600,0 V 0,1 V ± (1,2 % + 5 digit) 600 V AC/DC

7.3 Meetbereik voor wisselstroom

De meetwaarde worden als echte effectieve waarde (TRUE RMS, AC-koppeling) verkreten en weergegeven. De kalibratie is afgestemd op een sinusvormige golfvorm. Bij afwijkingen van deze golfvorm worden de aangegeven waarde onnauwkeuriger.

Crest-factor < 2,0 tot 100% van de eindwaarde van het meetbereik

Crest-factor < 4,0 tot 50% van de eindwaarde van het meetbereik

Bveiliging gegen overbelasting: 60 A AC/DC

laagdoorlaatfilters (40 Hz - 70 Hz) gedeactiveerd

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting
15 Hz ~ 40 Hz 40 Hz ~ 70 Hz 70 Hz ~ 200 Hz
6,000 mA*1 0,001 mA ± (2,0 % + 10 digit) ± (1,0 % + 10 digit) ± (2,5 % + 10 digit)
60,00 mA 0,01 mA± (2,0 % + 7 digit) ± (1,0 % + 7 digit) ± (2,5 % + 7 digit)
600,0 mA 0,1 mA
6,000 A 0,001 A
60,00 A 0,01 A

^+1 Kleinste weergavewaarde: 0,010 mA

Frequentiekarakteristiek volgens de eisen van EN 61557-16 (VDE 0413-16)

Afsnjfrequentie fg (-3 dB): ca. 1 kHz

laagdoorlaatfilters (40 Hz - 70 Hz) geactiveerd

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting
40 Hz ~ 70 Hz
6,000 mA1 0,001 mA± (1,0 % + 10 digit)
60,00 mA 0,01 mA± (1,0 % + 7 digit)
600,0 mA 0,1 mA
6,000 A 0,001 A
60,00 A 0,01 A

^1 Kleinste weergavewaarde: 0,010 mA

Afsnjfrequentie fg (-3 dB): ca. 180 Hz

7.4 Meetbereik voor wonderden

Nullastpanning: ca. 3 V, maximale teststroom 1 mA

Meetbereik ResolutieNauwkeurigheid v.d. metingBeveiligung gegen overbelasting
600,0 Ω0,1 Ω± (1,0 % + 4 digit)600 V AC/DC
6,000 kΩ1 Ω
60,00 kΩ10 Ω
600,0 kΩ100 Ω

7.5 Doorgangstest

Nullastpanning: ca. 3 V, maximale teststroom 1 mA

De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een watstand < 45

7.6 Beinvoedingseffecten en onzekerheden

Beinloedingseffect
E1 Positie 1 % van de gemeten waarde
E2 Voedingsspanning -
E3 Temperatur0,1 x (gespecifieerde meetnauwkeurigheid)/ °C (< 18 °C of > 28 °C)
E9 verrormde curvevorm -
E10 Gelijktroomcomponenten in het netwerk -
E11 Extem laagfrequent magnetisch veld (15 Hz - 400 Hz volgens IEC 61000-4-8)± 10 μA per 1μT (magnetisch veld).
E12 Belastingsstroom bij gebruik van de differ- rentièle stroommethode± 6 μA per 1A extra belastingsstroom
E13 Contactstroom veroorzaakt door common mode-onderdrukking-
E14 Frequentie -
E15 Herhaalbaarheid -
Intrinsieke onzekerheid (A)zie de punten 7.1 tot en met 7.4 voor de meet- nauwkeurigheid
Bedrijfsonzekerheid (B) 10 A/ m 30 A/ m Gemeten waarde 3,5 mA - 10 mA < 15 % < 20 % Gemeten waarde > 10 mA < 10 % < 12,5 %

8. Meten met de BENNING CM 9-1

8.1 Voorbereiden van metingen

Gebruik en bewaar de BENNING CM 9-1uitsluitend bij de aangegeven werken opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.

  • Controller de geveens op de veiligheidsmeetsnoren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING CM 9-1 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen.
  • Controller de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren en de meetpennen. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen.
  • Veiligheidsmeetsn{oeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsn{oer en/of meetpen direct verwijderen.
  • Voordat met de draaischakelaar 5 een andere functie gekozen worden, die-nen de meetsnoren van het meetpunt te worden afgenomen.
  • Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 9-1 hunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.

8.2 Spanningsmeting

BENNING CM 91 - Spanningsmeting - 1

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde.
Houd rekening met de overspanningscategorie van het circuit!
Monteer de opsteekdoppen (CAT III/ IV) op de contactpunter voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV.
Gevaarlijke spanning!

De hoogste spanning die aan de contactbussen

COM-bus 10, zwart

V-Ω bus (positi), voor het meten van spanningen, waarstanden en doorgangstest, rood,

van de multimeter BENNING CM 9-1 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 300 V CAT IV/600 V CAT III bedragen.

Kies met de draaischakelaar 6 de gewenste instelling V = of V
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gerekte COM-contactbus 10 van de BENNING CM 9-1.
- Het rode veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de rood gemerkte contactbus V-Ω 1 van de BENNING CM 9-1.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 9 van de

BENNING CM 9-1.

Opmerking:

  • In het lage spanningsbereik zal bij een open circuit de 0-V-aanduiding mo-gelijk Niet in het display verschijnen. Door de meetpennen even kort te slui- ten kurz u de goede werkig van het apparaat controeren.

Zie fig. 2: meten van gelijkspanning

Zie fig. 3: meten van wisselspanning

8.3 Stroommeting

BENNING CM 91 - Stroommeting - 1

De ingangsbussen en van de BENNING CM 9-1 Niet onder spanning zetten! Verwijder eventuele de aangesloten veiligheidsmeetleidingen.

  • Kies met de draaischakelaar ⑤ de gewenste instelling mA~ of A~ van de BENNING CM 9-1.
  • Activeer indien nodig de laagdoorlaatfilter (LPF) door de ZERO-toets 6 gedurende 2 seconden in te drukken.
  • Druk op de „ZERO“ toets ⑥ voor nulinstelling.
  • Druk op de openingshendel 4 en omvat de eénaderige, stroomvoerende leiding, zoveel möglich in het midden van de tang 1.
  • Lees de gemeten waarde af in het display 9.

8.3.1 Lekstroommeting aan de aardgeleider

Zie fig. 4: lekstroommeting aan de aardgeleider

8.3.2 Verschilstroommeting in 1-fase systemen

Zie fig. 5: verschilstroommeting in 1-fase systemen

8.3.3 Lekstroommeting via aardleider (ontlader) bij 3-fasen verzorging

Zie fig. 6: lekstroommeting via aardleider (ontlader) bij 3-fasen verzorging

8.3.4 Verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, zonder nul

Zie fig. 7: verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, zonder nul

8.3.5 Verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, met nul

Zie fig. 8: verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, met nul

8.3.6 Wisselstoommeting

Zie fig. 9: meten van wisselstroom.

8.4 Weerstandsmeting

  • Kies met de draaischakelaar ⑤ van de BENNING CM 9-1 de functie Q
  • Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM-contactbus 10 van de BENNING CM 9-1.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gerekte contactbus V-Ω 1 van de BENNING CM 9-1.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan demeetpunter van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 9 van de BENNING CM 9-1.

Opmerking:

  • Controller, om zeker teলen van een juiste meting, dat er geen spanning staat op demeetpunten in het circuit.

Zie fig. 10: weerstandsmeting

8.5 Doorgangstest met zoemer

  • Kies met de draaischakelaar ⑤ van de BENNING CM 9-1 de functie Ω en druk op de PEAK-toets ⑦.
  • Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM-contactbus 10 van de BENNING CM 9-1.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gerekte contactbus V-Ω 1 van de BENNING CM 9-1.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunter. Als de watstand tussen de meetpunter lager is dan ca. 45 , klinkt de in de BENNING CM 9-1 ingebouwde zoemer.

Zie fig 11: doorgangstest met zoemer

9. Onderhoud

BENNING CM 91 - Onderhoud - 1

De BENNING CM 9-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden. Gevaarlijke spanning!

Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 9-1 mag uitsluitend

gebeuren door elektrotechnische specialisten, die davon de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.

Maak de BENNING CM 9-1 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen.

  • Verwijder eerst de BENNING CM 9-1 en de beiden verilgheidsmeetleidingen van het meetobject.
  • Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 9-1.
  • Zet de draaischakelaar 5 in de positie "OFF".

De stroomtangadapter BENNING CM 9-1 heeft geen zekering.

9.1 Veiligheidsborging van het apparatus

Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheidijdens het werken met de BENNING CM 9-1 Niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:

  • zichtbare schade aan de behuizing
  • meetfouten
  • waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden

  • transportschade.

In dergelijke gezallen dient de BENNING CM 9-1 direct te worden uitgeschakeld en nicht opnieuw elders worden gebruikt.

9.2 Reiniging

Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uit gezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 9-1 schoon te makeen. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten Niet verruilen door uittlopende batterijen. Indien toch verontreining ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.

9.3 Het wisselen van de batterijen

BENNING CM 91 - Het wisselen van de batterijen - 1

De BENNING CM 9-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden. Gevaarlijke spanning!

De BENNING CM 9-1 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC LR03/

AAA). Als het batterijsymbol op het display 9 verschijnt,要去en de batterijen worden verrangen.

De batterijen worden als volgt gewisseld.

  • Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit.
  • Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 9-1.
  • Zet de draaischakelaar 5 in de positie "OFF".
  • Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef, uit het deksel van het batterijvak.
  • Neem het deksel van het batterijvakuit dechterwand.
  • Vervang de lege batterijen door twee neue batterijen van het type Micro (IEC LR03/ AAA). Let op de juiste polarisatie van de neue batterijen!
  • Klik het deksel weeop dechterwand en draai de schroef er weein.

Zie fig. 12: verwanging van de batterij

BENNING CM 91 - De BENNING CM 9-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden. Gevaarlijke spanning! - 1

Gooi batterijen Niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.

9.4 IJking

BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gege vens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1steJAar na de leveringsdatum.

Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat Jaarliks door once servicedienst te laten kalibreren.

  • Meetbereik max.: 10 A
  • Beschermingsklasse II (回), doorgaans dubbel geisoleerd of versterkte iso

latie

  • Vervuilingsgraad: 2
  • Length: 1,4 m, AWG 18,
  • Omgevingsvooraarden: metingen möglichk tot H = 2000 m , temperatuur: 0^ C tot + 50^ C ,vochtigheidsgraad 50% tot 80% ,
  • Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zich.
  • Gebruik de veiligheidsmeetkabelset nicht als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is.
  • Raakijdens de meting de blanke contactpennen Niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!
  • Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.

11. Milieu

BENNING CM 91 - Milieu - 1

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zichn nuttige levensduur, Niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de waarvoordbestemde adressen.

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : CM 91

Categorie : Multimeter