CM 91 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 91 BENNING in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale lekstroomtangmultimeter |
| Merk | BENNING |
| Model | CM 91 (CM 9-1) |
| Afmetingen (L × B × H) | 210 × 76 × 33,5 mm |
| Gewicht (met batterijen) | 296 g |
| Voeding | 2 batterijen 1,5 V type R3 (AAA/LR03) |
| Batterijduur | Ongeveer 40 tot 60 uur (zonder verlichting en continuïteitstest) |
| Display | LCD 4 cijfers, 6000 counts, met decimaalpunt en polariteitsindicatie |
| Meetsnelheid | 2 metingen per seconde |
| Overspanningscategorie | CAT III 600 V / CAT IV 300 V |
| Maximale opening van de tang | 23 mm |
| Meetfuncties | AC/DC-spanning, AC-stroom (True RMS), weerstand, continuïteitstest, lekstroom |
| DC-spanningsbereiken | 60,00 V / 600,0 V (nauwkeurigheid ±1,0% + 4 digits) |
| AC-spanningsbereiken | 60,00 V / 600,0 V (nauwkeurigheid ±1,2% + 5 digits) |
| AC-stroombereiken | 6,000 mA / 60,00 mA / 600,0 mA / 6,000 A / 60,00 A |
| Weerstandsbereiken | 600,0 Ω / 6,000 kΩ / 60,00 kΩ / 600,0 kΩ (nauwkeurigheid ±1,0% + 4 digits) |
| Continuïteitstest | Geluidssignaal voor weerstand < 45 Ω |
| Laagdoorlaatfilter (LPF) | 40 Hz tot 70 Hz, activeerbaar in stroommodus |
| Speciale functies | Piekwaarde (PEAK), hold (HOLD), handmatige bereikselectie, nullen (ZERO), achtergrondverlichting |
| Automatische uitschakeling | Na 30 minuten (uitschakelbaar) |
| Bescherming | Dubbele isolatie (klasse II), IP30 |
| Bedrijfstemperatuur | 0 °C tot +40 °C, luchtvochtigheid < 80% |
| Meegeleverde accessoires | Meetkabels rood/zwart, beschermhoes, batterijen, gebruiksaanwijzing |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een droge doek; geen oplosmiddelen gebruiken |
| Repareerbaarheid | Bevat geen door de gebruiker te repareren onderdelen; reparatie door gekwalificeerd personeel |
Veelgestelde vragen - CM 91 BENNING
Gebruikersvragen over CM 91 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 91 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 91 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING CM 91 BENNING
Gebruiksaanwijzing BENNING CM 9-1
Digitale lekstroomtang volgens de voorschriften EN 61557-13 voor
- meting van lekstromen (verschil- en aanraakstroom) in elektrische installatie en apparaten.
-gelijk-/wisssselspanning
- wissselstroom
weerstand - doorgangstest
Inhoud
- Opmerkingen voor de gebruiker.
- Veiligheidsvoorschriften.
- Leveringsomvang.
- Beschrijving van het apparatus.
- Algemene kenmerken.
- Gebruiksomstandigheden.
- Elektrische gegevens.
- Meten met de BENNING CM 9-1
- Onderhoud.
- Technische gegevens van de meettoebehoren
- Milieu
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor:
- Elektriciens.
- Elektrotechnici.
De BENNING CM 9-1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag Niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan CAT IV 300V of CAT III 600V . (zie ook pt. 6: "Gebruksomstandigheden").
In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 9-1 worden de volgende symbolen gebruikt:

Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!
Verwijst waar voorschriften die in acht genomen要去en worden om gevaar voor de omgeving te vermiijden.

Let op de gebruiksaanwijzing!
Dit symbol geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in ache genomen要去en worden om gevaar te voorkomen.
CAT III
Meetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de verdelijkring van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.
CAT IV
Meetategorie IV is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op het entrypunt van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.
A>AA/m
Niet gebruiken in externe laagfrequente magnetische velden vaneer dan 30A / m

Dit symbol geeft aan dat de BENNING CM 9-1 dubbel geisoleerd is (bescherminingsklasse II).

Ziede gebruikershandleiding.

Dit symbol verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.

Dit symbol geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signal.

DC:gelijkspanning

AC: wisselspanning/-stroom

Aarding (spanning t.o.v. aarde)
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften:
DIN VDE 0411 deel 1/EN 61010-1
DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032
DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033
DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031
DIN VDE 0413 deel 13/EN 61557-13
en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker teijken van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en Niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtigijdens het werk den met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

De BENNING CM 9-1 mag alleen worden gebrukt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 600V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie IV met 300V ten opzichte van aarde.
Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de verilgheidsmeetleidingen Niet longer�n dan 4mm
Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV要去en de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdopen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.
Bedenk dat werken aan installations of onderdelen die onder spanning staan, in principe.altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC können voor mensen al levensgevaarlijk zich.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik worden genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoren要去en gecontroleerd te worden.
Bij constatering dat het apparaat Niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook Niet meer worden ingezet, maar zodenig worden opgeborgen dat het, ook Niet bij/toeval, Niet meer gebruikt kan worden.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar Nieteer mogetijk is:
-
bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat
-
als het apparaat Nieteer (goed) werkt
-
na langdurige opsglag onder ongunstige omstandigheden
-
na zware belasting of möglichke schade ten gevolge van transport of onoor-deelkundig gebruik, of
-
het apparaat of demeetleidingen vochtig zich.

Onderhoud:
Het apparaat Niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zich. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personneel.

Reiniging:
Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen.
3. Leveringsomvang
Bij de levering van de BENNING CM 9-1 behoren:
3.1 Eén BENNING CM 9-1
3.2 Eén veiligheidsmeetsnoer zwart, (L = 1.4 meter)
3.3 Eén veiligheidsmeetsnoer rood, (L_· = 1,4 meter)
3.4 Eén compactbeschermingsetui
3.5 Twee batterijen 1,5 V (micro/IEC LR03/AAA)
3.6 Eén gebruiksaanwijzing.
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:
-
De BENNING CM 9-1 wordt gevoed door wee microbatterijen 1,5 V (IEC LR03/AAA).
-
De bovengenoemde veiligheidsmeetkabels (getest toebehoren, art. nr. 044145) voldoen aan CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en+zijn toegestaan voor een stroom van 10 A.
4. Beschrijving van het apparatus
Zie fig. 1: voorzijde van het apparatus
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
Stroomklem, voor het omhullen van stroomkabels.
Kraag om aanraken van aders te voorkomen.
3 -Poets (geel), displayverlichting
4 Openingshendel om de stroomtang te openen en te sluiten
Draaischakelaar voor functiekeuze
ZERO/LPF-toets, voor nulafstelling c.q. differentiaalmeting, activeren van de laagdoorlaatfilter (LPF)
PEAK-toets, piekwaardeopslag
HOLD/RANGE-toets voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaarde, omschakelingaar manuele keuze meetsector (V en A).
9 Digitale weergave, voor de meetwaarde en de weergave van overschrijding van het bereik
COM-bus, gemeinschappelijkke bus voor spannings-, watersstandsmetingen en continuiteits test, zwart gemarkeerd
V-Ω-bus (positive), gemeinschappelijkke bus voor spannings-, waterdismetingen en continuiteitstest, rood gemarkeeerd
Batterijvakdeksel, op de achterkant van de behuizing
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene kenmerken van de digitale stroomtang multimeter
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) ⑨ af te lezen met 4 cijfers van 12mm Hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst möglichk af te lezen waarde is 6000.
5.1.2 De polariteitsweergave in de digitale weergave 9 werkt automatisch. Er worden slechts een pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met ,-".
5.1.3 De bereikoverschrijding worden aangegeven met "0L."
Let op: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting!
5.1.4 De draaischakelaar ⑤ dient om de meetfunctie te selecteren. Het meetbereik worden automatisch geselecteerd.
5.1.5 De ZERO/LPF-toets 6 heeft twee functies:
ZERO-functie:
Voor de nulregeling bij stroommetingen. Kan ook gebruikt worden voor differentie metingen voor alle bereiken (nulregeling möglich voor elke waarde!). Aangeduid door "ZERO" op het digitale scherm
- LPF-functie (laagdoorlaatfilter):
Druk gedurende 2 seconden op de ZERO-toets ⑥ om een laagdoorlaatfilter (40Hz - 70Hz) in het A- en mA-bereik te activeren. Een actieve filter worden aangegeven door het "LPF"-symbool op het LC-display 9. De laagdoorlaatfilter (LPF) onderdukt hoogfrequente stoorsignalen die door elektrische apparaten/installaties met frequentieomvormers worden gegenereerd. De afsnijfrequentie is ong. 180Hz
Opmerking:
Bij het uitschaken van de laagdoorlaatfilter (LPF) voldoet de frequen-tiekarakteristiek van de BENNING CM 9-1 aan de eisen van EN 61557-16 (VDE 0413-16) en kan deze worden gebruikt voor het meten van de aardleiding- en verschilstromen op elektrische apparaten.
5.1.6 De PEAK-toets 7 heeft twee functies:
- In de meetmodi V en A worden met deze toets de piekwaarde geregistreeerd en opgeslagen. Door kort op de toets te drukken, schakelt u terug maar de normale modus.
- Bij de meetfunctie zorgt het indrukken van de PEAK-toets voor de omschakeling van weerstandsmetingaar akoestische continuiteitscontrole.
5.1.7 De HOLD/RANGE-toets 3 heeft twee functies:
- Door de HOLD-toets ⑧ te bedieren, kan het meetresultaat worden opgeslagen. Op het display ⑨ verschijnt tegelijk het symbool "HOLD". Door opnieuw op de toets te drukken, keert het toestel terug maar de meetmodus.
- Een langere toetsdruk (2 seconden) verlaat de automatische se
lectie van het meetbereik en schakelt handmatig overaar het vol-gende hogere meetbereik (V en A).Zodra via de draaischakelaar 5 een andere meetfunctie worden geseleerd, is de automatische selectie van het meetbereik wee actief.
5.1.8 De gele verlichtingstoets schakelt de verlichting van de display in. De verlichting worden uitgeschakeld door nogmaals op de toets te drukken of automatisch na ca. 30 seconden.
5.1.9 De meetfrequentie van de BENNING CM 9-1 bij cijferweergave bedraagt gemiddeld 2 metingen per seconde.
5.1.10 De BENNING CM 9-1 word in- en uitgeschakeld met de draaischakelaar 5. Uitschakelstand is "OFF".
5.1.11 De BENNING CM 9-1 schakelt automatisch uit na ca. 30 minutes (APO, Auto-Power-Off is actief wanner het ⑦ pictogram op het display ⑨ staat). Het worden opnieuw ingeschakeld als de draaischakelaar ⑤ vanuit de schakelaarstand "OFF" opnieuw worden ingeschakeld. De automatische uitschakeling kan worden gedeactiveerd door de HOLD-toets ⑧ te bedieren en de BENNING CM 9-1 tegelijk vanuit de schakelaarstand "OFF" in te schakelen. Het ① pictogram op het display ⑨ verwijnt.
5.1.12 De BENNING CM 9-1 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC LR03/ AAA/ micro).
5.1.13 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning dalen, verschijnt het batterijsymbool in het scherm 9.
5.1.14 De levensduur van de batterijen is afhankelijk van de gebruekte meet-functie en bedraagt ca. 40 uur - 60 uur zonder gebruik van de continuittest met geluidssignaal en achtergrundverlichting. (Alkalinebatterij).
5.1.15 Temperaturcoefficient van de meetwaarde: 0,1× (angegeven meetnauwkeurigheid)/ ^ C < 18~^ C of >28^ , op basis van de waarde op referentietemperatuur van 23^ .
5.1.16 Afmetingen van het apparatusat: L x B x H = 210 x 76 x 33,5 mm Gewicht: 296 gram (incl. batterijen)
5.1.17 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING CM 9-1 genoemde nominale spanning. De meetpennen konnen met afdekappen worden beschermd.
5.1.18 Maximale opening van de stroomtang: 23mm
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING CM 9-1 is bedoeld om gezruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal
- Categorie van overbelasting: IEC 60664/ IEC 61010 300 V categorie IV; 600 V categorie III,
Bedrijfsklasse stroomsensor:
EN 61557-13, ≤ 30 A/m, @ In: 3,5 mA - 600 mA, fn: 40 Hz - 1 kHz.
- Beschermingsgraad stofindringing: 2 (EN 61010-1)
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529)
Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming gegen binnendringen van stof en vuil >2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming gegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd gegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:
Bij bedrijstemperatuur van 0^ tot 40^ : relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80% , nicht-condenserend.
- Bewaartemperatuur: De BENNING CM 9-1 kan zonder batterijen worden bewaard bij temperatures van - 10^ tot +60^ , relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80% .
Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting worden aangegeven als som van:
- een relatief deel van de meetwaarde
- een aantal digits.
Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 23^ ± 5^ bij een relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% . De aangegeven nauwkeurigheid is gespecifieerd voor 1% - 100% van de eindwaarde van het meetbereik.
7.1 Meetbereik voor gelijkb spanning
De ingangsweerstand bedraagt ≥ 2 MΩ
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting | Beveiligung gegen overbelasting |
| 60,00 V | 0,01 V | ± (1,0 % + 4 digit) | 600 V AC/DC |
| 60,0 V - 600,0 V | 0,1 V | ± (1,0 % + 4 digit) | 600 V AC/DC |
7.2 Meetbereik voor wisselspanning
De meetwaarde worden als echte effectieve waarde (TRUE RMS, AC-koppeling) verkreten en weergegeven. De kalibratie is afgestemd op een sinusvormige golfvorm. Bij afwijkingen van deze golfvorm worden de aangegeven waarde onnauwkeuriger.
Crest-factor < 2,0 tot 100% van de eindwaarde van het meetbereik
Crest-factor < 4,0 tot 50% van de eindwaarde van het meetbereik
De ingangsweerstand bedraagt ≥ 2M
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | Beveiliging gegen overbelasting |
| 60,00 V 0,01 V ± (1,2 % + 5 digit) 600 V AC/DC | |
| 60,0 V - 600,0 V 0,1 V ± (1,2 % + 5 digit) 600 V AC/DC |
7.3 Meetbereik voor wisselstroom
De meetwaarde worden als echte effectieve waarde (TRUE RMS, AC-koppeling) verkreten en weergegeven. De kalibratie is afgestemd op een sinusvormige golfvorm. Bij afwijkingen van deze golfvorm worden de aangegeven waarde onnauwkeuriger.
Crest-factor < 2,0 tot 100% van de eindwaarde van het meetbereik
Crest-factor < 4,0 tot 50% van de eindwaarde van het meetbereik
Bveiliging gegen overbelasting: 60 A AC/DC
laagdoorlaatfilters (40 Hz - 70 Hz) gedeactiveerd
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | |
| 15 Hz ~ 40 Hz 40 Hz ~ 70 Hz 70 Hz ~ 200 Hz | |
| 6,000 mA*1 0,001 mA ± (2,0 % + 10 digit) ± (1,0 % + 10 digit) ± (2,5 % + 10 digit) | |
| 60,00 mA 0,01 mA | ± (2,0 % + 7 digit) ± (1,0 % + 7 digit) ± (2,5 % + 7 digit) |
| 600,0 mA 0,1 mA | |
| 6,000 A 0,001 A | |
| 60,00 A 0,01 A | |
^+1 Kleinste weergavewaarde: 0,010 mA
Frequentiekarakteristiek volgens de eisen van EN 61557-16 (VDE 0413-16)
Afsnjfrequentie fg (-3 dB): ca. 1 kHz
laagdoorlaatfilters (40 Hz - 70 Hz) geactiveerd
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | |
| 40 Hz ~ 70 Hz | |
| 6,000 mA1 0,001 mA | ± (1,0 % + 10 digit) |
| 60,00 mA 0,01 mA | ± (1,0 % + 7 digit) |
| 600,0 mA 0,1 mA | |
| 6,000 A 0,001 A | |
| 60,00 A 0,01 A | |
^1 Kleinste weergavewaarde: 0,010 mA
Afsnjfrequentie fg (-3 dB): ca. 180 Hz
7.4 Meetbereik voor wonderden
Nullastpanning: ca. 3 V, maximale teststroom 1 mA
| Meetbereik Resolutie | Nauwkeurigheid v.d. meting | Beveiligung gegen overbelasting | |
| 600,0 Ω | 0,1 Ω | ± (1,0 % + 4 digit) | 600 V AC/DC |
| 6,000 kΩ | 1 Ω | ||
| 60,00 kΩ | 10 Ω | ||
| 600,0 kΩ | 100 Ω | ||
7.5 Doorgangstest
Nullastpanning: ca. 3 V, maximale teststroom 1 mA
De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een watstand < 45
7.6 Beinvoedingseffecten en onzekerheden
| Beinloedingseffect | |
| E1 Positie 1 % van de gemeten waarde | |
| E2 Voedingsspanning - | |
| E3 Temperatur | 0,1 x (gespecifieerde meetnauwkeurigheid)/ °C (< 18 °C of > 28 °C) |
| E9 verrormde curvevorm - | |
| E10 Gelijktroomcomponenten in het netwerk - | |
| E11 Extem laagfrequent magnetisch veld (15 Hz - 400 Hz volgens IEC 61000-4-8) | ± 10 μA per 1μT (magnetisch veld). |
| E12 Belastingsstroom bij gebruik van de differ- rentièle stroommethode | ± 6 μA per 1A extra belastingsstroom |
| E13 Contactstroom veroorzaakt door common mode-onderdrukking | - |
| E14 Frequentie - | |
| E15 Herhaalbaarheid - | |
| Intrinsieke onzekerheid (A) | zie de punten 7.1 tot en met 7.4 voor de meet- nauwkeurigheid |
| Bedrijfsonzekerheid (B) 10 A/ m 30 A/ m Gemeten waarde 3,5 mA - 10 mA < 15 % < 20 % Gemeten waarde > 10 mA < 10 % < 12,5 % |
8. Meten met de BENNING CM 9-1
8.1 Voorbereiden van metingen
Gebruik en bewaar de BENNING CM 9-1uitsluitend bij de aangegeven werken opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- Controller de geveens op de veiligheidsmeetsnoren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING CM 9-1 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen.
- Controller de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren en de meetpennen. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen.
- Veiligheidsmeetsn{oeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsn{oer en/of meetpen direct verwijderen.
- Voordat met de draaischakelaar 5 een andere functie gekozen worden, die-nen de meetsnoren van het meetpunt te worden afgenomen.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 9-1 hunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
8.2 Spanningsmeting

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde.
Houd rekening met de overspanningscategorie van het circuit!
Monteer de opsteekdoppen (CAT III/ IV) op de contactpunter voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV.
Gevaarlijke spanning!
De hoogste spanning die aan de contactbussen
COM-bus 10, zwart
V-Ω bus (positi), voor het meten van spanningen, waarstanden en doorgangstest, rood,
van de multimeter BENNING CM 9-1 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 300 V CAT IV/600 V CAT III bedragen.
Kies met de draaischakelaar 6 de gewenste instelling V = of V
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gerekte COM-contactbus 10 van de BENNING CM 9-1.
- Het rode veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de rood gemerkte contactbus V-Ω 1 van de BENNING CM 9-1.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 9 van de
BENNING CM 9-1.
Opmerking:
- In het lage spanningsbereik zal bij een open circuit de 0-V-aanduiding mo-gelijk Niet in het display verschijnen. Door de meetpennen even kort te slui- ten kurz u de goede werkig van het apparaat controeren.
Zie fig. 2: meten van gelijkspanning
Zie fig. 3: meten van wisselspanning
8.3 Stroommeting

De ingangsbussen en van de BENNING CM 9-1 Niet onder spanning zetten! Verwijder eventuele de aangesloten veiligheidsmeetleidingen.
- Kies met de draaischakelaar ⑤ de gewenste instelling mA~ of A~ van de BENNING CM 9-1.
- Activeer indien nodig de laagdoorlaatfilter (LPF) door de ZERO-toets 6 gedurende 2 seconden in te drukken.
- Druk op de „ZERO“ toets ⑥ voor nulinstelling.
- Druk op de openingshendel 4 en omvat de eénaderige, stroomvoerende leiding, zoveel möglich in het midden van de tang 1.
- Lees de gemeten waarde af in het display 9.
8.3.1 Lekstroommeting aan de aardgeleider
Zie fig. 4: lekstroommeting aan de aardgeleider
8.3.2 Verschilstroommeting in 1-fase systemen
Zie fig. 5: verschilstroommeting in 1-fase systemen
8.3.3 Lekstroommeting via aardleider (ontlader) bij 3-fasen verzorging
Zie fig. 6: lekstroommeting via aardleider (ontlader) bij 3-fasen verzorging
8.3.4 Verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, zonder nul
Zie fig. 7: verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, zonder nul
8.3.5 Verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, met nul
Zie fig. 8: verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, met nul
8.3.6 Wisselstoommeting
Zie fig. 9: meten van wisselstroom.
8.4 Weerstandsmeting
- Kies met de draaischakelaar ⑤ van de BENNING CM 9-1 de functie Q
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM-contactbus 10 van de BENNING CM 9-1.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gerekte contactbus V-Ω 1 van de BENNING CM 9-1.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan demeetpunter van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 9 van de BENNING CM 9-1.
Opmerking:
- Controller, om zeker teলen van een juiste meting, dat er geen spanning staat op demeetpunten in het circuit.
Zie fig. 10: weerstandsmeting
8.5 Doorgangstest met zoemer
- Kies met de draaischakelaar ⑤ van de BENNING CM 9-1 de functie Ω en druk op de PEAK-toets ⑦.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM-contactbus 10 van de BENNING CM 9-1.
- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gerekte contactbus V-Ω 1 van de BENNING CM 9-1.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunter. Als de watstand tussen de meetpunter lager is dan ca. 45 , klinkt de in de BENNING CM 9-1 ingebouwde zoemer.
Zie fig 11: doorgangstest met zoemer
9. Onderhoud

De BENNING CM 9-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden. Gevaarlijke spanning!
Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 9-1 mag uitsluitend
gebeuren door elektrotechnische specialisten, die davon de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.
Maak de BENNING CM 9-1 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen.
- Verwijder eerst de BENNING CM 9-1 en de beiden verilgheidsmeetleidingen van het meetobject.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 9-1.
- Zet de draaischakelaar 5 in de positie "OFF".
De stroomtangadapter BENNING CM 9-1 heeft geen zekering.
9.1 Veiligheidsborging van het apparatus
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheidijdens het werken met de BENNING CM 9-1 Niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:
- zichtbare schade aan de behuizing
- meetfouten
-
waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden
-
transportschade.
In dergelijke gezallen dient de BENNING CM 9-1 direct te worden uitgeschakeld en nicht opnieuw elders worden gebruikt.
9.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uit gezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 9-1 schoon te makeen. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten Niet verruilen door uittlopende batterijen. Indien toch verontreining ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterijen

De BENNING CM 9-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden. Gevaarlijke spanning!
De BENNING CM 9-1 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC LR03/
AAA). Als het batterijsymbol op het display 9 verschijnt,要去en de batterijen worden verrangen.
De batterijen worden als volgt gewisseld.
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 9-1.
- Zet de draaischakelaar 5 in de positie "OFF".
- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef, uit het deksel van het batterijvak.
- Neem het deksel van het batterijvakuit dechterwand.
- Vervang de lege batterijen door twee neue batterijen van het type Micro (IEC LR03/ AAA). Let op de juiste polarisatie van de neue batterijen!
- Klik het deksel weeop dechterwand en draai de schroef er weein.
Zie fig. 12: verwanging van de batterij

Gooi batterijen Niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.
9.4 IJking
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gege vens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1steJAar na de leveringsdatum.
Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat Jaarliks door once servicedienst te laten kalibreren.
- Meetbereik max.: 10 A
- Beschermingsklasse II (回), doorgaans dubbel geisoleerd of versterkte iso
latie
- Vervuilingsgraad: 2
- Length: 1,4 m, AWG 18,
- Omgevingsvooraarden: metingen möglichk tot H = 2000 m , temperatuur: 0^ C tot + 50^ C ,vochtigheidsgraad 50% tot 80% ,
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zich.
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset nicht als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is.
- Raakijdens de meting de blanke contactpennen Niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!
- Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
11. Milieu

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zichn nuttige levensduur, Niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de waarvoordbestemde adressen.