CM 92 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 92 BENNING in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale lekstroomtang (gespecialiseerde multimeter) |
| Merk | BENNING |
| Model | CM 92 |
| Overspanningscategorie | CAT III 600 V / CAT IV 300 V |
| Afmetingen (L x B x H) | 230 x 100 x 46 mm |
| Gewicht (met batterijen) | 450 g |
| Voeding | 2 batterijen 1,5 V type R6 (AA) |
| Batterijlevensduur | Ongeveer 60 uur (zonder Bluetooth of verlichting) |
| Display | LCD 4 cijfers, 6000 punten, met decimaalpunt |
| Opening van de tang | 40 mm |
| Meetbereiken AC-stroom (True RMS) | 6,000 mA / 60,00 mA / 600,0 mA / 6,000 A / 60,00 A |
| Filters | Laagdoorlaat 50-60 Hz, apparaatfilter 1 kHz (EN 61557-16) |
| Geheugenfuncties | HOLD, MAX/MIN, handmatige bereikomschakeling |
| Draadloze interface | Bluetooth Low Energy 4.0 |
| Bijbehorende app | BENNING MM-CM Link (Android/iOS) |
| Automatische uitschakeling | Na 20 min (uitschakelbaar) |
| Beschermingsklasse | II (dubbele isolatie) |
| Beschermingsgraad | IP30 |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C tot +50 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid | ≤80 % (bij 30°C), ≤45 % (bij 50°C) |
| Reiniging | Droge doek, geen oplosmiddelen |
| Inhoud van de verpakking | Apparaat, beschermhoes, 2 AA-batterijen, gebruiksaanwijzing |
Veelgestelde vragen - CM 92 BENNING
Gebruikersvragen over CM 92 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 92 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 92 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING CM 92 BENNING
Gebruiksaanwijzing BENNING CM 9-2
TRUE RMS digitale lekstroomtang volgens de voorschriften EN 61557-13 voor
- meting van lekstromen (verschil- en aanraakstroom) in elektrische installatie en apparaten.
- wissselstroom
Inhoud
- Opmerkingen voor de gebruiker.
- Veiligheidsvoorschriften.
- Leveringsomvang.
- Beschrijving van het apparaat.
- Algemene kenmerken.
- Gebruiksomstandigheden.
- Elektrische gegevens.
- Meten met de BENNING CM 9-2
- Onderhoud.
- Milieu
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor:
- Elektriciens.
- Elektrotechnici.
De BENNING CM 9-2 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan CAT IV 300 V of CAT III 600 V. (zie ook pt. 6: „Gebruiksomstandigheden“).
In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 9-2 worden de volgende symbolen gebruikt:

Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!
Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing!
Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.
CAT III
Meetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de verdeelkring van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.
CAT IV
Meetcategorie IV is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op I entrypunt van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.

Niet gebruiken in externe laagfrequente magnetische velden van meer dan 30 A/m.

Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 9-2 dubbel geïsoleerd is (bescherminingsklasse II).

Zie de gebruikershandleiding.

Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.

AC: wisselstroom

Aarding (spanning t.o.v. aarde)
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften:
DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1
DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032
DIN VDE 0413 deel 13/EN 61557-13
en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

De BENNING CM 9-2 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 600 V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie IV met 300 V ten opzichte van aarde.
Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren moeten gecontroleerd te worden.
Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is:
- bij zichtbare schade aan de behuizing van het apparaat
- als het apparaat niet meer (goed) werkt
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden
- na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik, of
- het apparaat vochtig zijn.

Onderhoud:
Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel.

Reiniging:
Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen.
3. Leveringsomvang
Bij de levering van de BENNING CM 9-2 behoren:
3.1 Eén BENNING CM 9-2
3.2 Eén compactbeschermingsetui
3.3 Twee batterijen 1,5 V (mignon/ IEC LR6/ AA)
3.4 Eén gebruiksaanwijzing.
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:
- De BENNING CM 9-2 wordt gevoed door twee mignonbatterijen 1,5 V (IEC LR6/ AA).
4. Beschrijving van het apparaat
Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
① stroomklem, voor het omhullen van stroomkabels.
② Kraag om aanraken van aders te voorkomen.
3 Openingshendel om de stroomtang te openen en te sluiten
4 Bluetooth®-toets voor de activering van de Bluetooth®-interface / meet-puntverlichting (2 s),
5 LPF-toets, activering van de laagdoorlaatfilter (50 Hz tot 60 Hz) of apparaatfilter (1 kHz) volgens EN 61557-16
6 digitale weergave, voor de meetwaarde en de weergave van overschrijding van het bereik
⑦ LED-meetpuntverlichting,
8 Aan/Uit-toets voor het in- en uitschakelen van de BENNING CM 9-2 (2 s), activering van de displayverlichting,
9 HOLD/MAX-MIN-toets, opslaan van de weergegeven meetwaarden, opslaan van de laagste en hoogste meetwaarden (2 s),
10 RANGE-toets, omschakeling automatische/manuele bereikinstelling,
11 Batterijvakdeksel, op de achterkant van de behuizing
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene kenmerken van de digitale stroomtang
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) ⑥ af te lezen met 4 cijfers van 14 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 6000.
5.1.2 De bereikoverschrijding wordt aangegeven met "0L.".
Let op: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting!
5.1.3 De BENNING CM 9-2 wordt met een druk (2 s) op de toets ⑧ in- of uitgeschakeld. Bij het inschakelen wordt het resterende % aan batterijvermogen kort getoond. Met een nieuwe druk op de toets ⑧ wordt de displayverlichting in- of uitgeschakeld.
5.1.4 De Bluetooth ^ -toets ④ heeft twee functies:
- Voor het activeren van de Bluetooth ^ -interface en de gelijktijdige weergave van het symbool op het lcd-scherm ^6 .
- Bij een langere druk op de toets (2 s) wordt de meetpuntverlichting geactiveerd.
5.1.5 Met de LPF-toets (laagdoorlaatfilter) ⑤ worden de verschillende filters geactiveerd die hoogfrequente storingssignalen onderdrukken:
Laagdoorlaatfilter (50 Hz tot 60 Hz):
Bij een eerste druk wordt de laagdoorlaatfilter (50 Hz tot 60 Hz) geactiveerd en verschijnt ondertussen 50-70 Hz et lcd-scherm 6.
De laagdoorlaatfilter (50 Hz tot 60 Hz) onderdrukt hoogfrequente storingssignalen die geproduceerd worden door apparaten/installaties met een frequentieomvormer. De grensfrequentie bedraagt ca. 200 Hz.
Bij een tweede druk wordt de apparaatfilter (1 kHz) geactiveerd en verschijnt ondertussen 1kHz op het lcd-scherm 6. Het frequentiegebied voldoet aan de voorschriften van de norm DIN EN 61557-1 (VDE 0413-16) en kan gebruikt worden om de aardverbinding en de verschilstroom van elektrische apparaten volgens DIN VDE 0701/0702 te meten. De grensfrequentie bedraagt ca. 1 kHz.
5.1.6 De HOLD-toets ⑨ heeft twee functies:
- Door de HOLD-toets ⑨ te bedienen, kan het meetresultaat worden opgeslagen. Op het display ⑥ verschijnt tegelijk het symbool "HOLD". Door opnieuw op de toets te drukken, keert het toes terug naar de meetmodus.
- Door de toets langer ingedrukt te houden (2 s) wordt de MAX/MIN-functie geactiveerd en worden de hoogste en laagste meetwaarden automatisch opgeslagen. Bij een nieuwe druk worden de volgende waarden getoond: In de weergave 'MAX MIN' worden de huidige meetwaarden getoond, 'MAX' toont de hoogste opgeslagen en 'MIN' de laagste opgeslagen waarde. Door de toets langer ingedrukt te houden (2 s) wordt opnieuw overgeschakeld op de normale modus.
5.1.7 De bereiktoets RANGE ^10 dient om over te schakelen op de manu ele bereikinstelling (6 mA, 60 mA, 600 mA, 6 A, 60 A), ondertuss verdwijnt 'AUTO' van het display. Door de toets langer ingedrukt te houden (2 s) wordt de automatische bereikinstelling geselectee (weergave 'AUTO').
5.1.8 De meetfrequentie van de BENNING CM 9-2 bij cijferweergave be draagt gemiddeld 5 metingen per seconde.
5.1.9 De BENNING CM 9-2 schakelt automatisch uit na ca. 20 minuten (APO, Auto-Power-Off is actief wanneer het APO-pictogram op het display ⑥ staat). Deze modus wordt opnieuw uitgeschakeld wanneer de aan/uit-toets ⑧ 2 s wordt ingedrukt. De automatische uitschakeling kan worden gedeactiveerd door de LPF-toets ⑤ te bedienen en de BENNING CM 9-2. Het APO-pictogram op het display ⑥ verdwijnt.
5.1.10 De BENNING CM 9-2 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC
LR6/ AA/ mignon).
5.1.11 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning dalen, verschijnt het batterijsymbool in het scherm 6.
5.1.12 De levensduur van de batterijen bedraagt ca. 60 uur zonder gebruik van de meetpunt-/displayverlichting en de Bluetooth®-functie. (alkalibatterij).
5.1.13 Temperatuurcoëfficiënt van de meetwaarde: 0,1 x (aangegeven meetnauwkeurigheid)/ °C < 18 °C of > 28 °C, op basis van de waarde op referentietemperatuur van 23 °C.
5.1.14 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 230 x 100 x 46 mm
Gewicht: 450 gram (incl. batterijen)
5.1.15 Maximale opening van de stroomtang: 40 mm.
5.2 Gegevensoverdracht naar de smartphone/tablet
BENNING CM 9-2 is uitgerust met een Bluetooth ^® Low Energy 4.0 interface om meetwaarden radiogestuurd in real time naar een Android- of iOS-toestel te sturen.
De hiervoor benodigde app 'BENNING MM-CM Link' vindt u in de Google Playstore en App Store.


Google Playstore App Store
Dankzij de app ‘BENNING MM-CM Link’ hebt u toegang tot de volgende functies:
- Weergave van de gemeten waarden in real time.
- Opslaan en delen van metingen in csv-bestand.
Om de Bluetooth ^® interface te activeren, drukt u op de Bluetooth ^® -toets 4 op de BENNING CM 9-2 (het symbool knippert). Zodra er een Bluetooth ^® verbinding is gemaakt, blijft het symbool permanent branden.
Reikwijdte in openlucht: ca. 10 m
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING CM 9-2 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal
- Categorie van overbelasting: IEC 60664/ IEC 61010 → 300 V categorie IV; 600 V categorie III,
- Bedrijfsklasse stroomsensor: EN 61557-13, klasse 2, ≤ 30 A/m, @ In 3,5 mA - 600 mA, fn: 40 Hz - 1 kHz, geldig voor de bereikinstelling 6/60/600 mA met de beste resolutie
- Beschermingsgraad stofindringing: 2 (EN 61010-1)
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529)
Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:
Bij bedrijfstemperatuur van - 10 °C tot 30 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %,
Bij bedrijfstemperatuur van 31 °C tot 40 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 75 %,
Bij bedrijfstemperatuur van 41 °C tot 50 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 45 %,
- Bewaartemperatuur: De BENNING CM 9-2 kan zonder batterijen worden bewaard bij temperaturen van - 20 °C tot + 60 °C, relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %.
Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van:
- een relatief deel van de meetwaarde
- een aantal digits.
Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 23 °C ± 5 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
7.1 Meetbereik voor wisselstroom
De meetwaarde wordt als echte effectieve meetwaarde (True RMS, ACkop peling) gemeten en aangeduid. Bij niet sinusvormige curvevormen wordt aanduidingswaarde minder nauwkeurig. Zo bestaat voor de volgende Crest
factoren een extra foutmarge:
Crest-factor van 1,0 tot 2,0 extra foutmarge + 1,0 %
Crest-factor van 2,0 tot 2,5 extra foutmarge + 2,5 %
Crest-factor van 2,5 tot 3,0 extra foutmarge + 4,0 %
De aangegeven nauwkeurigheid wordt vermeld voor 1 % - 100 % van het meetbereik en voor kabels die in het midden van de kabel met de meettang ⓚ worden vastgehouden (zie afbeeldingen 2 tot 7). Voor leidingen die niet precies in het midden omvat kunnen worden, moet rekening worden gehouden met een extra fout van 1 % van de aangegeven waarde.
Beveiliging tegen overbelasting: 60 A
Zonder filter (LPF functie gedeactiveerd)
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | |||
| 30 Hz ~ 50 Hz 50 | Hz ~ 60 Hz 60 Hz ~ 1 | kHz | |
| 6,000 mA*10,001 mA | ± (2,0 % + 7 digit)*2 | ± (1,0 % + 7 digit) | ± (2,0 % + 7 digit)*3 |
| 60,00 mA 0,01 mA | |||
| 600,0 mA 0,1 mA | |||
| 6,000 A 0,001 A | ± (2,0 % + 7 digit) ± (2,0 % + 7 digit) | ||
| 60,00 A 0,01 A | |||
*1 Meetbereik: ≥ 0,010 mA
*2 Frequentiebereik: 15 Hz - 50 Hz, bij f < 30 Hz: bijkomende fouten + 3 %
*3 Frequentiebereik: 60 Hz - 10 kHz, bij f > 1 kHz: bijkomende fouten + 0,5 %
Laagdoorlaatfilters (50 Hz - 60 Hz) geactiveerd
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | |||
| 30 Hz ~ 50 Hz 50 Hz ~ 60 Hz | |||
| 6,000 mA^*1 | 0,001 mA | ± (2,0 % + 7 digit) ^*2 | ± (1,0 % + 7 digit) |
| 60,00 mA | 0,01 mA | ||
| 600,0 mA | 0,1 mA | ||
| 6,000 A | 0,001 A | ± (2,0 % + 7 digit) | |
| 60,00 A | 0,01 A | ||
*1 Meetbereik: ≥ 0,010 mA
*2 Frequentiebereik: 15 Hz - 50 Hz, bij f < 30 Hz: bijkomende fouten + 3 %
Afsnijfrequentie fg (- 3 dB): ca. 200 Hz
Apparaatfilter (1 kHz) volgens DIN EN 61557-16 geactiveerd
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d. meting | |||
| 30 Hz ~ 50 Hz 50 | Hz ~ 60 Hz 60 Hz ~ 200 Hz | ||
| 6,000 mA*10,001 mA | ± (2,0 % + 7 digit)*2 | ± (1,0 % + 7 digit) | ± (2,5 % + 7 digit) |
| 60,00 mA 0,01 mA | |||
| 600,0 mA 0,1 mA | |||
| 6,000 A 0,001 A | ± (2,0 % + 7 digit) | ||
| 60,00 A 0,01 A | |||
*1 Meetbereik: ≥ 0,010 mA
*2 Frequentiebereik: 15 Hz - 50 Hz, bij f < 30 Hz: bijkomende fouten + 3 %
Afsnijfrequentie fg (- 3 dB): ca. 1 kHz
7.2 Beïnvloedingseffecten en onzekerheden
Onder de in EN 61557-13 vermelde referentieomstandigheden wordt rekening gehouden met de volgende bijkomende fouten:
| Beïnvloedingseffect | ||
| E1 Positie 1 % van de gemeten waarde | ||
| E2 Voedingsspanning - | ||
| E3 Temperatuur | 0,1 x (gespecificeerde meetnauwkeurigheid)/ °C (< 18 °C of > 28 °C) | |
| E9 vervormde curvevorm - | ||
| E10 Gelijkstroomcomponenten in het netwerk - | ||
| E11 Extern laagfrequent magnetisch veld (15 Hz - 400 Hz volgens IEC 61000-4-8) | ± 10 μA per 1 μT (magnetisch veld). | |
| E12 Belastingsstroom bij gebruik van de differentièle stroommethode | ± 6 μA per 1A extra belastingsstroom | |
| E13 Contactstroom veroorzaakt door common mode-onderdrukking | - | |
| E14 Frequentie - | ||
| E15 Herhaalbaarheid - | ||
| Intrinsieke onzekerheid (A) zie de punten 7.1 voor de meetnauwkeurigheid | ||
| Bedrijfsonzekerheid (B) 10 A/ m 30 A/ mGemeten waarde 3,5 mA - 10 mA < 15 % < 20 %Gemeten waarde > 10 mA | < 10 % | < 12,5 % |
8. Meten met de BENNING CM 9-2
8.1 Voorbereiden van metingen
Gebruik en bewaar de BENNING CM 9-2 uitsluitend bij de aangegeven werken opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 9-2 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
8.2 Stroommeting

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning!
- De BENNING CM 9-2 in- en uitschakelen met de Aan/Uit-toets 8.
- Indien nodig de laagdoorlaatfilter (50 Hz tot 60 Hz) of de apparaatfilter (1 kHz) via de LPF-toets ⑤ activeren.
- Druk op de openingshendel ③ en omvat de éénaderige, stroomvoerende leiding, zoveel mogelijk in het midden van de tang ①.
- Lees de gemeten waarde af in het display ⑥.
8.2.1 Lekstroommeting aan de aardgeleider
Zie fig. 2: lekstroommeting aan de aardgeleider
8.2.2 Verschilstroommeting in 1-fase systemen
Zie fig. 3: verschilstroommeting in 1-fase systemen
8.2.3 Lekstroommeting via aardleider (ontlader) bij 3-fasen verzorging
Zie fig. 4: lekstroommeting via aardleider (ontlader) bij 3-fasen verzorging
8.2.4 Verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, zonder nul
Zie fig. 5: verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, zonder nul
8.2.5 Verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, met nul
Zie fig. 6: verschilstroommeting verbruikers 3-fase gevoed, met nul
Zie fig. 7: meten van wisselstroom.
9. Onderhoud

De BENNING CM 9-2 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning!
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM 9-2 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:
- zichtbare schade aan de behuizing
- meetfouten
- waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden
- transportschade.
In dergelijke gevallen dient de BENNING CM 9-2 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders worden gebruikt.
9.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 9-2 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterijen

De BENNING CM 9-2 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning!
De BENNING CM 9-2 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC LR6/AA). Een batterijwissel is noodzakelijk van zodra alle segmenten van het batterijsymbol gedoofd zijn en het batterijsymbol in de display ⑥ knippert.
- Verwijder de BENNING CM 9-2 van het meetobject en schakel de BENNING CM 9-2 uit.
- Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef, uit het deksel van het batterijvak.
- Neem het deksel van het batterijvak uit de achterwand.
- Vervang de lege batterijen door twee nieuwe batterijen van het type Mignon (IEC LR6/ AA). Let op de juiste polarisatie van de nieuwe batterijen!
- Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in.
Zie fig. 8: vervanging van de batterijen

Gooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.
9.4 IJking
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gege vens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum.
Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren.
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.