BENNING CM 101 - Multimeter

CM 101 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 101 BENNING in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BENNING CM 101 - page 50
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Gebruikersvragen over CM 101 BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 101 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 101 van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING CM 101 BENNING

Digitale TRUE RMS stroomtang/ multimeter voor het meten van: - Gelijk-/ wisselspanning - Gelijk-/ wisselstroom - Weerstand - Dioden-/ doorgangcontrole - Capaciteit - Frequentie Inhoud

1. Opmerkingen voor de gebruiker

2. Veiligheidsvoorschriften

4. Beschrijving van het apparaat

5. Functies van de digitale stroomtang/ multimeter

5.1 Algemene kenmerken

5.2 Functies van de datalogger

6. Gebruiksomstandigheden

7. Elektrische gegevens

8. Meten met de BENNING CM 10-1

10. Technische gegevens van de meettoebehoren

1. Opmerkingen voor de gebruiker

Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor: - Elektriciens. - Elektrotechnici. De BENNING CM 10-1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 1000 V AC/DC (zie ook pt. 6: „Gebruiksomstandigheden“). In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 10-1 worden de volgende sym- bolen gebruikt: Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning! Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om ge- vaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing! Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen. CAT II Meetcategorie II is bruikbaar voor voor test- en meetcircuits die recht- streeks verbonden zijn met de gebruikersaansluitingen (stopcontacten en soortgelijke aansluitingen) van laagspanningsinstallaties. CAT III Meetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de ver- deelkring van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn. CAT IV Meetcategorie IV is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op het entry- punt van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.

Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 10-1 dubbel geïsoleerd is (bescherminingsklasse II). Zie de gebruikershandleiding. Dit symbool op de BENNING CM 10-1 betekent dat de BENNING CM 10-1 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is. Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.51

Dit symbool geeft de instelling weer van “diodecontrole”. Dit symbool geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal. Dit symbool geeft de instelling weer van “capaciteitsmeting”. DC: gelijkspanning/ -stroom

2. Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032 DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033 DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een per- fecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-na- leving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

De BENNING CM 10-1 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000 V ten op- zichte van aarde of overspanningscategorie IV met max. 600 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uit- stekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veilig- heidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aange- duide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Om gevaar te voorkomen, meet u altijd eerst een actuele span- ning zonder laagdoorlaatfilter (zonder hoogfrequente onder- drukking, HFR) om een gevaarlijke spanning te detecteren.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veilig- heidsmeetsnoeren moeten gecontroleerd te worden. Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat - als het apparaat niet meer (goed) werkt - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik, of - het apparaat of de meetleidingen vochtig zijn.52

Om gevaar te vermijden - mogen de blanke contactpunt van de veiligheidsmeets- noeren niet worden aangeraakt - plaats de meetleidingen in de daartoe voorziene meetstek- kers op de multimeter en controleer of deze goed vastzit- ten.

Onderhoud: Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel.

Reiniging: Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigings- middel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen.

Bij de levering van de BENNING CM 10-1 behoren:

3.1 Eén BENNING CM 10-1

3.2 Twee veiligheidsmeetsnoer, rood/ zwart (L = 1,4 m), (art. nr. 044145)

3.5 Eén gebruiksaanwijzing.

Opmerking t.a.v. optionele onderdelen: - Flexibele stroomtangadapter BENNING CFlex 1 (art. nr. 044068) Wisselstroombereik: 30 A/ 300A/ 3000 A Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING CM 10-1 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V mignon batterijen (AA/ IEC LR6) - Bovengenoemde veiligheidsmeetleidingen (gecontroleerd toebehoren, art. nr. 044145) behoren bij montage van de opsteekdoppen tot CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn geschikt voor een stroom tot 10 A.

4. Artikelbeschrijving

Zie g. 1: voorzijde van het apparaat Hieronder volgt een beschrijving van de in g. 1 aangegeven informatie- en be- dieningselementen.

Meettang om rondom éénaderige stroomvoerende leiding te plaatsen.

Kraag om aanraken van aders te voorkomen.

LED (rood) voor spanningsindicator en doorgangstest.

Openingshendel om de stroomtang te openen en te sluiten, voor het active- ren van de meetpuntverlichting.

HOLD/ ZERO-toets voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaarde/ nulafstelling bij A DC stroommetingen.

Draaischakelaar voor functiekeuze.

HFR-toets, voor de activering van de hoogfrequentieonderdrukking (laag- doorlaatfilter), resp. INRUSH-functie

MIN/MAX-toets, opslaan van de hoogste en laagste meetwaarde, resp. VoltSense-functie

MODE-toets (blauw), kiezen van de meetfunctie/tweede functie, resp. dis- playverlichting

Digitaal display (LCD) voor het aflezen van gemeten waarde en de aandui- ding indien meting buiten bereik van het toestel valt.

Polariteitaanduiding

COM-contactbus, contactbus voor spannings-, weestands-, frequentie-, ca- paciteitsmeting, doorgangs- en diodencontrole

), voor V, µA, Ω, Hz, μF

Betreft automatische polariteitaanduiding voor gelijkspanning en gelijkstroom53

5. Functies van de digitale stroomtang/ multimeter

5.1 Algemene kenmerken

5.1.1 De numerieke waarden zijn op het display (LCD)

af te lezen met 4-vloeistof-kristal aanduiding van 15 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 6000.

5.1.2 De polariteitaanduiding

werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met „-“.

5.1.3 Metingen buiten het bereik van de meter worden aangeduid met „OL“ of

„-OL“. NB: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting. Een overschrij- ding van gevaarlijke contactspanning (> 60 V DC / 30 V AC rms) wordt aangegeven door een extra knipperend symbool „()“.

5.1.4 Bij de BENNING CM 10-1 weerklinkt er een signaal wanneer u op een

toets drukt. Het indrukken van een verkeerde toets is te herkennen aan een tweevoudig signaal.

5.1.5 Het meetpercentage van de BENNING CM 10-1 bedraagt nominaal 3

metingen per seconde voor het display.

5.1.6 De BENNING CM 10-1 wordt in- en uitgeschakeld met de draaischake-

heeft twee functies: HOLD-toets: Met een druk op de toets HOLD/ZERO

wordt het meetresultaat op- geslagen. Op de display

verschijnt ondertussen het symbool ‘ HOLD

Wanneer de meetwaarde de opgeslagen waarde met meer dan 50 digits overschrijdt, wordt de meetwaardeverandering aangegeven met een knipperend scherm en een geluidssignaal. (meetwaardeveranderingen tussen AC en DC spanning/stroom worden niet erkend). Bij een nieuwe druk op de toets wordt opnieuw overgeschakeld op de meetmodus. ZERO-toets: Voor de statische afwijking bij stroommetingen in de functie A DC. Ver- wijder hiervoor de BENNING CM 10-1 van alle stroomvoerende gelei- ders en druk gedurende 2 s de HOLD/ ZERO-toets

in totdat het sym- bool ‘ ZERO ’ verschijnt.

heeft twee functies: Bluetooth

-interface: Voor het activeren van de Bluetooth®-interface en de gelijktijdige weer- gave van het symbool ‘ ’ op het lcd-scherm

. Met een nieuwe druk wordt de Bluetooth®-interface gedeactiveerd. LOG-functie (datalogger/meetwaardegeheugen): Bij een langere druk op de toets (2 s) wordt de LOG-functie geactiveerd en verschijnt ondertussen het symbool ‘ LOG ’ op de display

. Zie para- graaf 5.2

heeft twee functies: HFR-functie (laagdoorlaatfilter): De HFR-functie is bedoeld voor het aansluiten van een laagdoorlaatlter (hoogfrequente onderdrukking) in de VAC- en AAC-functies om hoogfre- quente pulsen uit te lteren e. g. bij gepulseerde motoraandrijvingen.

HFR ”-symbool op het LC-display

. De grensfrequentie (- 3 dB) van het lter is fg = 800 Hz. Bij het bereiken van de grensfrequentie fg, is de weergegeven waarde een factor 0.707 lager dan de werkelijke waarde zonder lter. Druk opnieuw op de toets om terug te schakelen naar de normale bedrijfsmodus. zonder HFR (zonder laagdoorlaatfilter) met HFR (met laagdoorlaatfilter)

Om gevaar te voorkomen, meet u altijd eerst een actuele span- ning zonder laagdoorlaatfilter (zonder hoogfrequente onder- drukking, HFR) om een gevaarlijke spanning te detecteren INRUSH-functie (inschakelstroommeting): Door de HFR-toets

langer ingedrukt te houden bij ‘A AC’-metingen wordt de inschakelstroommeting geactiveerd. Op de display

schijnt ondertussen het symbool . Druk opnieuw op de toets om een geschikt meetbereik te selecteren. De INRUSH-functie start een meetproces gedurende 100 milliseconden nadat een triggerstroom is toegepast. Vervolgens verschijnt de gemiddelde waarde over deze pe- riode. Door de toets

langer ingedrukt te houden (2 s) wordt opnieuw overgeschakeld op de meetmodus. Triggerstroom: (> 0,5 A in de bereikinstelling 60 A, > 5 A in de bereikin- stelling 600 A, > 50 A in de bereikinstelling 1500 A) Motor uit Trigger punt Motor aan tijd

heeft twee functies: MAX/MIN-functie: De MIN/MAX-functie registreert en bewaart automatisch de hoogste en laagste meetwaarde. Bij een nieuwe druk worden de volgende waarden getoond: In de weergave ‘MAX/MIN’ worden de huidige meetwaarden getoond, ‘ MAX ’ toont de hoogste opgeslagen en ‘ MIN ’ de laagste opges- lagen waarde. Met de HOLD/ZERO-toets

kan de MIN/MAX-functie stopgezet worden. Door de toets langer ingedrukt te houden (2 s) wordt opnieuw overgeschakeld op de normale modus. Spanningsindicatorfunctie: Door de toets langer ingedrukt te houden (2 s) wordt de spanningsin- dicatorfunctie (VoltSense) geactiveerd voor het contactloos registreren van een wisselveld (zie paragraaf 8.9).

5.1.11 De MODE-toets (blauw)

heeft twee functies: Met de MODE-toets (blauw)

wordt gekozen tussen de tweede en derde functie van de draaischakelaar. Met een langere druk op de toets (2 s) wordt de displayverlichting geac- tiveerd resp. gedeactiveerd.

5.1.12 De BENNING CM 10-1 schakelt na ong. 20 minuten automatisch uit

(APO, Auto-Power-O󰀨). Wanneer de draaischakelaar uit de ‘OFF’-stand gehaald wordt of een knop ingedrukt wordt, schakelt het toestel opnieuw aan. De uitschakeltijd is aanpasbaar (zie paragraaf 5.1.13).

5.1.13 De BENNING CM 10-1 beschikt over individuele instelmogelijkheden.

Om een instelling te veranderen moet u één van volgende toetsen in- drukken en ondertussen de BENNING CM 10-1 uit de ‘OFF’-stand zet- ten. MODE-toets (blauw)

Instellen van de APO-tijd met keuze uit 5/10/20 min. of uitschakelen van de APO-functie, weergave ‘OFF’. Bij iedere druk verandert de waarde. HOLD/ZERO-toets

5.1.14 De temperatuurcoë󰀩ciënt van de gemeten waarde: 0,2 x (aangegeven

nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C

5.1.15 De BENNING CM 10-1 wordt gevoed door twee mignon batterijen 1,5 V

5.1.16 Het batterijsymbool

toont voortdurend de resterende batterijcapaciteit over maximaal 3 segmenten. Bovendien wordt bij het inschakelen de batterijstatus met ‘Full’ (vol), ‘HALF’ (half) of ‘Lo’ (laag) aangeduid.

Zodra alle segmenten van het batterijsymbool gedoofd zijn en het batterijsymbool knippert, moet u de batterijen onmiddellijk vervangen door nieuwe zodat niemand gevaar loopt door on- juiste metingen.

5.1.17 De levensduur van de batterijen is goed voor 300 tests (alkalinebatterij,

zonder achtergrondverlichting en Bluetooth

5.1.18 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 254 x 86 x 48 mm

Gewicht: 490 gram met batterijen

5.1.20 De meegeleverde veiligheidsmeetsnoeren zijn zonder meer geschikt

voor de BENNING CM 10-1 genoemde nominale spanning en stroom.

BENNING CM 10-1 zorgt voor draadloze gegevensoverdracht via Blue- tooth

4.0 Standard naar een Android- of iOS-toestel (smartphone/tablet).

5.2 Functies van de datalogger

Met de datalogger (LOG) kunt u de metingen automatisch en manueel opslaan tegen een vooraf gedenieerd meetinterval (bemonsteringssnelheid) met tot

4.000 meetwaarden. Het meetinterval ligt tussen 1 s en 60 s. De meetwaarden

kunnen later voor verdere verwerking via Bluetooth

Voor het instellen van de datalogger moet u de Bluetooth

indrukken en gelijktijdig de BENNING CM 10-1 inschakelen via de draaischakelaar

. De huidige instelling wordt met een symbool op de display

aangeduid. Van zodra het symbool verschijnt moet u opnieuw op de Bluetooth

drukken om uit de volgende functies te kiezen: Symbool Functie LOG Automatische opslag met een vooraf gedenieerd meetinterval SAVE Manuele opslag middels een druk op de knop CLR Wissen van het interne meetwaardegeheugen Een geselecteerde functie wordt na 2 s overgenomen en wordt permanent be- waard. Press

Stel de datalogger in overeenstemming met paragraaf 5.2.1 in op de automati- sche opslagfunctie ‘LOG’ met een vooraf gedenieerd meetinterval. Activeer de datalogger door de Bluetooth

gedurende 2 s ingedrukt te houden tot- dat het symbool ‘ LOG ’ en het ingestelde meetinterval op de display

verschijnt. Van zodra het meetinterval verschijnt drukt u meteen op de Bluetooth

om het meetinterval van 1 s, 5 s, 10 s, 30 s tot 60 s in te stellen. Nadat u het gewenste meetinterval gekozen hebt zal de datalogger na 2 secon- den automatisch de meetwaarden opslaan in het interne geheugen. Een actieve datalogger is te herkennen aan een knipperend ‘ LOG ’-symbool en kan worden uitgeschakeld door de Bluetooth

gedurende 2 s in te drukken. Opmerking: Bij iedere opstart van de ‘ LOG ’-datalogger worden het interne geheugen en dus ook alle opgeslagen meetwaarden gewist.56

Stel de datalogger in overeenstemming met paragraaf 5.2.1 in op de manuele opslagfunctie ‘SAVE’ waarbij de opslag gebeurt met een druk op de knop. Ac- tiveer de datalogger door de Bluetooth

gedurende 2 s ingedrukt te houden totdat het symbool ‘ LOG ’ op de display

verschijnt. Bij iedere druk op de HOLD-toets

wordt de meetwaarde in het interne geheugen opgeslagen en verschijnt kort het bijhorende geheugenplaatsnummer op de display

. De manuele opslag kan worden beëindigd door de Bluetooth

gedurende 2 s ingedrukt te houden. Opmerking: Bij de eerste opstart van de manuele opslagfunctie ‘SAVE’ worden het interne geheugen en dus ook alle opgeslagen meetwaarden van de datalogger ‘LOG’ gewist. De manuele opslagfunctie ‘SAVE’ kan aansluitend meermaals gestart en beëindigd worden. De meetwaarden worden doorlopend in het interne geheugen bewaard op geheugenplaatsen 0001 - 4000. LOG 2 Sec HOLD Press LOG 2 Sec >2Sec

5.3 Gegevensoverdracht naar de smartphone/tablet

BENNING CM 10-1 is uitgerust met een Bluetooth

Low Energy 4.0 interface om meetwaarden radiogestuurd in real time naar een Android- of iOS-toestel te sturen. De hiervoor benodigde app ‘BENNING MM-CM Link’ vindt u in de Google Plays- tore en App Store. Google Playstore App Store Dankzij de app ‘BENNING MM-CM Link’ hebt u toegang tot de volgende functies: - Weergave van de meetwaarden in real time en bewaard in een csv-bestand. - Download de datalogger LOG (max. 4.000 meetwaarden) van de BENNING CM 10-1. Om de Bluetooth

op de BENNING CM 10-1 (het symbool „ “ knippert). Zodra er een Bluetooth

verbin- ding is gemaakt, blijft het symbool „ “ permanent branden. Reikwijdte in openlucht: ca. 10 m57

6. Gebruiksomstandigheden

- De BENNING CM 10-1 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal - Overspanningscategorie / opstellingscategorie van de BENNING CM 10-1: IEC 60664/ IEC 61010 → 600 V categorie IV; 1000 V categorie III, - Beschermingsgraad stofindringing: 2 (EN 61010-1) - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529) Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij bedrijfstemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %, Bij bedrijfstemperatuur van 31 °C tot 40 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 75 %, Bij bedrijfstemperatuur van 41 °C tot 50 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 45 %, - Bewaartemperatuur: De BENNING CM 10-1 kan zonder batterijen worden bewaard bij temperaturen van - 10 °C tot + 60 °C, relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %.

7. Elektrische gegevens

Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. De aangegeven nauwkeurigheid is gespeci- ceerd voor 1 % - 100 % van de eindwaarde van het meetbereik. Extra specificaties voor AC-functies: De meetwaarde wordt als echte e󰀨ectieve meetwaarde (True RMS, ACkoppe- ling) gemeten en aangeduid. Bij niet sinusvormige curvevormen wordt de aan- duidingswaarde minder nauwkeurig. Zo bestaat voor de volgende Crest-factoren een extra foutmarge: Crest-factor van 1,0 tot 2,0 extra foutmarge + 3,0 % Crest-factor van 2,0 tot 2,5 extra foutmarge + 5,0 % Crest-factor van 2,5 tot 3,0 extra foutmarge + 7,0 % Maximale amplitudefactor van het meetsignaal: 3,0 @ 3000 digit 2,0 @ 4500 digit 1,5 @ 6000 digit Meetwaarden < 20 digit verschijnen op de display

als 0. Blokgolfsignalen worden niet gespeciceerd. HFR-functie (laagdoorlaatfilter) bijkomende fouten voor de functie VAC, A AC en (exibele AC-stroomtransfor- mator) ± 4% voor de genoemde meetnauwkeurigheid (45 Hz - 200 Hz) Afsnijfrequentie fg (- 3 dB): 800 Hz

7.1 Meetbereik voor gelijkspanning (V AC, V DC)

Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid LoZ 600,0 V 1000 V 0,1 V 1 V ± (2,0 % + 7 digits) Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC Ingangsweerstand: < 3 kΩ Frequentiebereik: 45 Hz ~ 400 Hz, sinus

7.3 Stroombereiken (AAC/DC)

Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid A AC [1] [2] 60,00 A 600,0 A 1500 A 0,01 A 0,1 A 1 A ± 2,0 % + 7 digits A DC [1] 60,00 A 600,0 A 1500 A 0,01 A 0,1 A 1 A ± 2,0 % + 7 digits [1] Meetwaarden onder < 5 A, vermeerderd met 10 digit Meetwaarden > 1000 A, vermeerderd met 0,5 % digit [2] Frequentie > 100 Hz, vermeerderd met 1 % Beveiliging tegen overbelasting: 1500 AAC/DC Frequentiebereik (sinus): 45 Hz ~ 400 Hz (≤ 1000 A) 45 Hz ~ 65 Hz (> 1000 A) Positieafwijking: ± 1 % van de meetwaarde

7.3.1 INRUSH functie (meten van inschakelstroom)

bijkomende fouten voor de functie AAC en (exibele AC-stroomtransformator) ± 3% voor de genoemde meetnauwkeurigheid Integratietijd: 100 ms Triggerstroom: > 0,5 Ae󰀨 in 60 A meetbereik, > 5 Ae󰀨 in 600 A meetbereik, > 50 Ae󰀨 in 1500 A meetbereik

  • Vóór de meting moet een mogelijke o󰀨set worden bepaald door de meet- snoeren kort te sluiten en van de gemeten waarde af te trekken. Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC Max. Nullastspanning: ca. 1,8 V De ingebouwde zoemer klinkt bij een weerstand R < 20 Ω tot 200 Ω. Zommer-aanspreektijd: < 100 ms Akoestische indicatie van de zommer: 2,7 kHz

7.5 Capaciteitsbereik (µF)

Voorwaarde: condensatoren ontladen en de meetpennen overéénkomstig de polariteit aanleggen. Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid 100,0 µF 0,1 µF ± 1,9 % + 4 digits 1000 µF 1 µF Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC59

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid 100,00 Hz 0,01 Hz ± 0,3 % + 5 digits 1000,0 Hz 0,1 Hz 10,000 kHz 0,001 kHz Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC, 600 AAC/DC Minimale gevoeligheid: > 5 Ve󰀨 voor V AC-bereik (1 Hz - 10 kHz) > 8 Ae󰀨 voor A AC-bereik (1 Hz - 1 kHz) Minimale frequentie: 1 Hz

7.7 Meetingang flexibele AC-stroomtransformator ( )

Meetbereik (1 mV/ 1 A) Resolutie Nauwkeurigheid [1] 300,0 A 0,1 A ± 1,5 % + 7 digits (45 Hz - 400 Hz) 3000 A 1 A [1] De meetnauwkeurigheid van de exibele stroomtransformator BENNING CFlex 1 (art. nr. 044068) werd niet in aanmerking genomen. Beveiliging tegen overbelasting: 1000 VAC/DC

8. Meten met de BENNING CM 10-1

8.1 Voorbereiden van metingen

Gebruik en bewaar de BENNING CM 10-1 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van no- minale spanning en stroom. Origineel met de BENNING CM 10-1 meegele- verde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meets- noeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direct verwijderen. - Voor dat met de draaischakelaar

een andere functie gekozen wordt, die- nen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 10-1 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Houd rekening met de overspanningscategorie van het circuit! Monteer de opsteekdoppen (CAT III/ IV) op de contactpunten voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV. Gevaarlijke spanning! De hoogste spanning die aan het - COM-bus

LoZ) - Kies met de draaiknop

de gewenste instelling , of LoZ op de BENNING CM 10-1. - Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus

op de BENNING CM 10-1. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus +

op de BENNING CM 10-1. - Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave

- Via de MODE-toets (blauw)

kan in de functie omgeschakeld worden op de frequentiemeting (Hz). - Via de MODE-toets (blauw)

kan in de functie omgeschakeld worden naar het mV-bereik. zie g. 2: meten van gelijkspanning zie g. 3: meten van wisselspanning (frequentiemeting)60

Opmerking: De LoZ-functie (AutoV) wordt in de digitale aanduiding

met het symbool „LoZ“ aangeduid. Deze berekent zelfstandig de noodzakelijke meetfunctie (AC/ DC spanning) en het optimale meetbereik. Voorts vermindert de ingangsweerstand tot ca. 3 kΩ, om inductieve en capacitieve spanningen (blindspanningen) te on- derdrukken.

van de BENNING CM 10-1 niet onder spanning zetten! Verwijder eventueel de aangesloten veiligheid- smeetleidingen. - Kies met de draaiknop

(2 s) voor nulinstelling (enkel DC-koppeling). - Druk op de openingshendel

en omvat de éénaderige, stroomvoerende leiding, zoveel mogelijk in het midden van de tang

- Via de MODE-toets (blauw)

kan in de functie omgeschakeld worden op de frequentiemeting (Hz). - Lees de gemeten waarde af in het display

zie g. 4: meten van gelijk-/ wisselstroom (frequentiemeting)

8.4 Weerstandsmeting ( -stand)

- Kies met de draaiknop

de gewenste instelling op de BENNING CM 10-1. - Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus

op de BENNING CM 10-1. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus +

op de BENNING CM 10-1. - Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave

zie g. 5: weerstandsmeting/ doorgangs-/ diodetest/ capaciteitsmeting

8.5 Doorgangstest met zoemer en LED ( -stand)

- Kies met de draaiknop

de gewenste instelling op de BENNING CM 10-1. - Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus

op de BENNING CM 10-1. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus +

op de BENNING CM 10-1. - Druk op de MODE-toets (blauw)

om de doorgangstest met zoemer/led te activeren. - Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met de meetpunten. Wanneer de leidingweerstand tussen de COM- bus

lager ligt dan het bereik 20 kΩ en 200 kΩ, zal de zoemer van de BENNING CM 10-1 geacti- veerd worden en de rode led

oplichten. zie g. 5: weerstandsmeting/ doorgangs-/ diodetest/ capaciteitsmeting

Voor capaciteitsmetingen dienen de condensatoren volledig ont- laden te zijn. Er mag nooit spanning gezet worden op de con- tactbussen voor capaciteitsmeting. Het apparaat kan daardoor beschadigd worden of defect raken. Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren. - Kies met de draaiknop

de gewenste instelling op de BENNING CM 10-1. - Stel de polariteit vast van de condensator en ontlaad de condensator - Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus

op de BENNING CM 10-1. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus +

op de BENNING CM 10-1. - Druk 2x op de MODE-toets (blauw)

om de capaciteitsmeting te activeren. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren overéénkomstig pola- riteit aan de ontladen condensator en lees de gemeten waarde af in het display

van de BENNING CM 10-1. zie g. 5: weerstandsmeting/ doorgangs-/ diodetest/ capaciteitsmeting61

- Kies met de draaiknop

de gewenste instelling op de BENNING CM 10-1. - Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus

op de BENNING CM 10-1. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus +

op de BENNING CM 10-1. - Druk 3x op de MODE-toets (blauw)

om de diodetest te activeren. - Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave

- Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroomspanning van 0,400 V tot 0,800 V aangegeven. De aanduiding “000” wijst op een kortsluiting in de diode. - Für eine normale in Flussrichtung angelegte Si-Diode wird die Flussspan- nung zwischen 0,400 V bis 0,800 V angezeigt. Die Anzeige „000“ deutet auf einen Kurzschluss in der Diode hin, met ‘OL’ wordt een onderbreking van de diode aangeduid. - Een geblokkeerde diode wordt met ‘OL’ aangeduid. Wanneer de diode fout is, verschijnt ‘000’ of een andere waarde. zie g. 5: weerstandsmeting/ doorgangs-/ diodetest/ capaciteitsmeting

8.8 Stroommeting met behulp van een flexibele AC-stroomomvormer

BENNING CFlex 1 ( -stand) - Kies met de draaiknop

de gewenste instelling op de BENNING CM 10-1. - Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding van BENNING CFLex 1 via de COM bus

op de BENNING CM 10-1. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding van BENNING CFlex 1 via de rode bus

op de BENNING CM 10-1. - Op de AC-stroomtransformator BENNING CFlex 1 selecteert u het meetbe- reik 3000 A (1 mV/ A). - Neem met de flexibele meetlus de eenaderige, stroomgeleidende kabel in het midden vast. - Lees de gemeten waarde af in het display

zie g. 6: stroommeting met behulp van een exibele AC-stroomomvormer BENNING CFlex 1

De spanningsindicatorfunctie kan niet gebruikt worden voor het vaststellen van de spanningsvrijheid. Ook zonder akoestische of optische signaalmelding kan een gevaarlijke aanrakingsspan- ning bestaan. Elektrisch gevaar! - Kies met de draaiknop

de gewenste instelling op de BENNING CM 10-1. - Activeer de spanningsindicator (VoltSense) door de MIN/MAX-toets

lan- ger ingedrukt te houden (2 s) en wacht tot het symbool ““ op de display

verschijnt. Met de MIN/MAX-toets

kunt u kiezen tussen Hi (hoge gevoelig- heid) en Lo (lage gevoeligheid). - Voor de spanningsindicatorfunctie zijn geen meetleidingen nodig (contact- loos registreren van een wisselveld). Bovenaan de BENNING CM 10-1 bevindt zich de opnamesensor. Wanneer een fasespanning gelokaliseerd wordt, weerklinkt een geluidssignaal en licht er bovenaan het toestel een rode led

op. Er wordt enkel een waarde weergegeven bij een geaard wis- selstroomnet! Praktijktip: Onderbrekingen (kabelbruggen) in openliggende kabels, bijv. kabelhaspels, licht- slang, etc. zijn van de voedingsbron (fase) tot de onderbrekingsplek te volgen. Functiebereik: ≥ 230 V

8.9.1 Buitengeleidercontrole/ fase-indicatie

- Ontkoppel de zwarte veiligheidsmeetleiding van de COM-bus

op de BENNING CM 10-1. - Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de bus +

op de BENNING CM 10-1. - Kies met de draaiknop

de gewenste instelling op de BENNING CM 10-1. - Activeer de spanningsindicator (VoltSense) door de MIN/MAX-toets

lan- ger ingedrukt te houden (2 s) en wacht tot het symbool ““ op de display

verschijnt. Met de MIN/MAX-toets

kunt u kiezen tussen Hi (hoge gevoelig- heid) en Lo (lage gevoeligheid).62

- Breng de rode veiligheidsmeetleiding in contact met het meetpunt (instal- latiedeel). - Wanneer een geluidssignaal weerklinkt en een rode led

oplicht, zit er op dit meetpunt (installatiedeel) van de fase een geaarde wisselspanning. zie g. 7: spanningsindicator met zoemer en LED

De BENNING CM 10-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 10-1 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor- zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING CM 10-1 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel eerst de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 10-1. - Zet de draaischakelaar

9.1 Veiligheidsborging van het apparaat

Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM 10-1 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing - Meetfouten - Afwijking bij de zelftest - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden - Transportschade In dergelijke gevallen dient de BENNING CM 10-1 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt.

Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 10-1 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het bat- terijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.

9.3 Het wisselen van de batterij

De BENNING CM 10-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning! De BENNING CM 10-1 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V mignon batte- rijen (AA/ IEC LR6). Een batterijwissel (zie afbeelding 8) is noodzakelijk, wanneer alle segmenten van het batterijsymbool

gedoofd zijn en het batterijsymbool knippert. De batterijen worden als volgt gewisseld: - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 10-1. - Zet de draaischakelaar

in de positie “O󰀨”. - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de twee schroeven, uit het deksel van het batterijvak. - Verwijder het deksel van de behuizing. - Neem de lege batterij uit het vak - Leg de batterijen in de juiste richting in het batterijvak. - Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroeven er weer in. zie g. 8: vervanging van de batterijen

Gooi lege batterijen niet weg met het gewone husvuil, maar le- ver ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.

BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het63

apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt

), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte iso- latie - Vervuilingsgraad: 2 - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 % - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Verwijder de meetleiding wanneer de isolatie beschadigd is of bij onderbre- king van de leiding/stekker. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Neem het toestel enkel vast achter de greepbegrenzing! - Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor be- stemde adressen.Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Münsterstraße 135 - 137 D - 46397 Bocholt Phone: +49 (0) 2871 - 93 - 0•Fax:+49(0)2871 - 93 - 429 www.benning.de•E-Mail:duspol@benning.de

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : CM 101

Categorie : Multimeter