CM 101 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 101 BENNING in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale multimeter met stroomtang TRUE RMS |
| Merk | BENNING |
| Model | CM 101 |
| Display | LCD 4 cijfers, 6000 tellen |
| Spanningsmeetbereiken | AC/DC tot 1000 V |
| Stroommeetbereiken | AC/DC tot 1500 A (tang) |
| Andere metingen | Weerstand, capaciteit, frequentie, diode- en continuïteitstest |
| Speciale functies | True RMS, laagdoorlaatfilter (HFR), inschakelstroommeting (INRUSH), datalogger (4000 waarden), Bluetooth 4.0, contactloze spanningsindicator |
| Overspanningscategorie | CAT III 1000 V, CAT IV 600 V |
| Beschermingsgraad | IP30 |
| Voeding | 2 batterijen 1,5 V LR06 (AA) |
| Batterijduur | Ongeveer 300 uur (zonder backlight en Bluetooth) |
| Afmetingen (L x B x H) | 254 x 86 x 48 mm |
| Gewicht (met batterijen) | 490 g |
| Tangopening | 42 mm |
| Meegeleverde accessoires | Meetcabels, etui, batterijen, handleiding |
| Onderhoud | Reinigen met droge doek; batterijen vervangen; jaarlijkse kalibratie aanbevolen |
| Veiligheid | Dubbele isolatie; niet gebruiken op circuits >1000 V; kabels verwijderen voor functiewijziging |
| Repareerbaarheid | Reparaties alleen door gekwalificeerd personeel; geen losse onderdelen meegeleverd |
| Normen | EN 61010-1, EN 61010-2-032, EN 61010-2-033 |
Veelgestelde vragen - CM 101 BENNING
Gebruikersvragen over CM 101 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 101 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 101 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING CM 101 BENNING
Bedienungsanleitung
Operating manual
F Notice d'emploi
NL Gebruiksaanwijzing

BENNING CM 10-1
BENNING
Bedienungsanleitung
Operating manual
F Notice d'emploi
NL Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing BENNINGCM10-1
Digitale TRUE RMS stroomtang/ multimeter voor het meten van:
- Gelijk-/ wisselspanning
- Gelijk-/ wisselstroom
-Weerstand - Dioden-/ doorgangcontrole
- Capaciteit
- Frequentie
Inhoud
- Opmerkingen voor de gebruiker
- Veiligheidsvoorschriften
- Leveringsomvang
- Beschrijving van het apparaat
- Functies van de digitale stroomtang/multimeter
5.1 Algemene kenmerken
5.2 Functies van de datalogger
5.2.1 Instellen van de数据分析
5.2.2 Automatische opslag (LOG)
5.2.3 Manuele opslag (SAVE) - Gebruiksomstandigheden
- Elektrische gegevens
- Meten met de BENNING CM 10-1
- Onderhoud
- Technische geevens van de meettoebehoren
- Milieu
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor:
- Elektriciens.
- Elektrotechnici.
De BENNING CM 10-1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag Niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 1000 V AC/DC (zie ook pt. 6: „Gebruiksomstandigheden").
In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 10-1 worden de volgende symbolen gebruikt:

Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!
Verwijst maar voorschriften die in acht genomen要去en worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing!
Dit symbol geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in ache genomen要去en worden om gevaar te voorkomen.
Meetcategorie II is bruikbaar voor voortest- en meetcircuits dierechtCATII streeks verbonden zijn met de gebruikersaansluitingen (stopcontacten en soortgelijke aansluitingen) van laagspanningsinstallaties.
CAT III
Meetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de verdeelkring van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten zijn.
CATIV
Meetcategorie IV is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op het entrypunt van het laagspanningsnet van het gebouw aangesloten+zijn.

Dit symbol geeft aan dat de BENNING CM 10-1 dubbel geisoleerd is (bescherminingsklasse II).

Zie de gebruikershandleiding.

Dit symbol op de BENNING CM 10-1 betekent dat de BENNING CM 10-1 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is.

Dit symbol verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.

Dit symbolism geeft de instelling waar van "diodecontrole".

Dit symbol geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signal.

Dit symbol geeft de instelling wee van "capaciteitsmeting".

DC:gelijkspanning/-stroom

AC: wisselspanning/ -stroom

Aarding (spanning t.o.v. aarde)
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften:
DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1
DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032
DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033
DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031
en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zichn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en Niet-na-leving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtigijdens het werknen met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

De BENNING CM 10-1 mag alleen worden gebrukt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie IV met max. 600V ten opzichte van aarde.
Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de verilgheidsmeetleidingen Niet longer�n dan 4mm
Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV要去en de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdopen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.
Bedenk dat werken aan installations of onderdelen die onder spanning staan, in principe.altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC+kunnen voor mensen al levensgevaarlijk+zijn.

Om gevaar te voorkomen,meet u alkijd eerst een actuèle spanning zonder laagdoorlaatfilter (zonder hoogfrequente onderdrukking,HFR) om een gevaarlijke spanning te detecteren.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik worden genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoren要去en gecontroleerd te worden.
Bij constatering dat het apparaat Niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook Niet meer worden ingezet, maar zodenig worden opgeborgen dat het, ook Niet bij toeval, Niet meer gebruikt kan worden.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar Nieteer mogetijk is:
- bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat
- als het apparaat Nieteer (goed) werkt
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden
- na zware belasting of möglichke schade ten gevolge van transport of onoor-deelkundig gebruik, of
- het apparaat of demeetleidingen vochtig zich.

Om gevaar te vermijden
- mogen de blanke contactpunt van de veiligheidsmeetsnoeren Niet worden aangeraakt
- plaats demeetleidingen in de daartoe voorziene meetstekkers op de multimeter en controllerer of.Deze goed vastzitten.

Onderhoud:
Het apparaat Niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zich. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personneel.

Reiniging:
Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen.
3. Leveringsomvang
Bij de levering van de BENNING CM 10-1 behoren:
3.1 Eén BENNING CM 10-1
3.2 Twee veiligheidsmeetsnoer, rood/ zwart (L = 1,4m) (art.nr.044145)
3.3 Eén compactbeschermingsetui
3.4 Twee ingebouwde 1,5 V mignon batterijen (AA/IEC LR6)
3.5 Eén gebruiksaanwijzing.
Opmerking t.a.v. optionele onderden:
- Flexibe stroomtangadapter BENNING CFlex 1 (art. nr. 044068)
Wisselstroombereik: 30 A/ 300A/ 3000 A
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:
- De BENNING CM 10-1 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V mignon batterijen (AA/IEC LR6)
- Bovengenoemde veiligheidsmeetleidingen (gecontroleerd toebehoren, art. nr. 044145) behoren bij montage van de opsteekdoppen tot CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V enijken geschikt voor een stroom tot 10 A.
4. Artikelbeschrijving
Zie fig. 1: voorzijde van het apparatus
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
Meettang om rondon eénaderige stroomvoerende leiding te plaatsen.
Kraag om aanraken van aders te voorkomen.
3 LED (rood) voor spanningsindicator en doorgangstest.
4 Openingshendel om de stroomtang te openen en te sluiten, voor het active- ren van de meetpuntverlichting.
HOLD/ ZERO-toets voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaarde/ nulafstelling bij A DC stroommetingen.
Draaischakelaar voor functiekeuze.
Bluetooth®-toets, om de Bluetooth® interface op te starten, resp. LOG-function
HFR-toets, voor de activering van de hoogfrequentieonderdrukking (laag-doorlaatfilter), resp. INRUSH-functie
MIN/MAX-toets, opslaan van de hoogste en laagste meetwaarde, resp. VoltSense-functionie
10 MODE-toets (blauw), kiezen van de meetfunctie/tweede functie, resp. displayverlichting
Digital display (LCD) voor het aflezen van gemeten waarde en de aandui-ding indien meting buiten bereik van het toestel valt.
Polariteitaanduiding
Batterij-indicator
COM-contactbus, contactbus voor spannings-, weestands-, freiagentie-, capaciteitsmeting, doorgangs- en diodencontrole
15 Bus + (positief), voor V, A , , Hz, F 1) Betreft automatische polariteitaanduiding voor gelijkspanning en glikkestroom
5. Functies van de digitale stroomtang/ multimeter
5.1 Algemene kenmerken
5.1.1 De numerieke waarden zijn op het display (LCD) ① af te lezen met 4-vloeistof-kristal aanduiding van 15mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst möglichk af te lezen waarde is 6000.
5.1.2 De polariteitaanduiding ② Werkt automatisch. Er worden slechts een pool t.o.v. de contactbussen aangeduid met „.
5.1.3 Metingen buiten het bereik van de meter worden aangeduid met „OL“ of -OL".
NB: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting. Een overschrijding van gevaarlijke contactspanning (>60VDC / 30VACms) wordtaangegeven door een extra knipperend symbol n(f)^n
5.1.4 Bij de BENNING CM 10-1 werkklass er een signala wanner u op een toets drukt. Het indrukken van een verkeerde toets is te herkennen aan een tweevooudig signala.
5.1.5 Het meetpercentage van de BENNING CM 10-1 bedraagt nominaal 3 metingen per seconde voor het display.
5.1.6 De BENNING CM 10-1 worden in- en uitgeschakeld met de draaischakelaar 6. Uitschakelstand is OFF.
5.1.7 De HOLD/ZERO-toets ⑤ heeft twee functies: HOLD-toets:
Met een druk op de toets HOLD/ZERO ⑤ worden het meetresultaat opgeslagen. Op de display ① verschijnt onsordtussen het symbool HOLD'. Wanner de meetwaarde de opgeslagen waarde meteer dan 50 digits overschrijdt, worden de meetwaardeverandering aangegeven met een knipperend scherm en een geluidssignal. (meetwaardeverderingen tussen AC en DC spanning/stroom worden nicht erkend). Bij een neue druk op de toets worden opnieuw overgeschakeld op de meetmodus. ZERO-toets:
Voor de statische afwijking bij stroommetingen in de functie A DC. Verwijder hiervoorden BENNING CM 10-1 van alle stroomvoerende geleiderders en druk gedurende 2 s de HOLD/ ZERO-toets in totdat het symbol ZERO'verschijnt.
5.1.8 De Bluetooth -toets 7 heeft twee functies:
Voor het activeren van de Bluetooth®-interface en de gewelijkijdige weergave van het symbool op het Icd-schem Met een neue druk wordt de Bluetooth®-interface gedeactiveerd. LOG-functie (datalogger/meetwaardegeheugen):
Bij een langere druk op de toets (2 s) worden de LOG-functie geactiveerd en verschijnt ondertussen het symbol LOG^ op de display ①. Zie paragraaf 5.2
5.1.9 De HFR-toets 3 heeft twee functies: HFR-functie (laagdoorlaatfilter):
De HFR-functie is bedoeld voor het aansluiten van een laagdoorlaatfilter (hoogfrequente onderdrukking) in de VAC- en AAC-functies om hoogfrequente pulsen uit te filteren e. g. bij gepulserde motoraandrijvingen. "HFR"-symbool op het LC-display D . De grensfrequentie (- 3 dB) van het filter is fg = 800 Hz. Bij het bereiken van de grensfrequentie fg, is de weergegeven waarde een factor 0.707 lager dan de werkelijkke waarde zonder filter. Druk opnieuw op de toets om terug te schakelen aan de normale bedrijfsmodus.


Om gevaar te voorkomen, meet u alkijd eerst een actuèle spanning zonder laagdoorlaatfilter (zonder hoogfrequente onderdrukking, HFR) om een gevaarlijke spanning te detecteren
INRUSH-functie (inschakelstrommeting):
Door de HFR@sger ingedrukt te honden bij 'A AC'-metingen worden de inschakelstroommeting geactiveerd. Op de display 1 ver
schijnt ondertussen het symbol A ruk opniew op de toets om een geschikt meetbereik te selecteren. De INRUSH-functie start een meetproces gedurende 100 milliseconds nadat een triggerstroom is toegepast. Vervolgens verschijnt de gemiddelde waarde over dezeperiode. Door de toets ⑧ langer ingedrukt te houden (2 s) worden opnieuw overgeschakeld op de meetmodus.
Triggerstroom: (>0,5A in de bereikinstelling 60A, > 5A in de bereikinstelling 600A, > 50A in de bereikinstelling 1500A)

5.1.10 De MIN/MAX-toets 9 heeft twee functies:
MAX/MIN-functie:
De MIN/MAX-functie registreert en bewaart automatisch de hoogste en laagste meetwaarde. Bij een neue druk worden de volgende waarden getoond: In de weergave MAX/MIN' worden de huidige meetwaarden getoond, MAX'toont de hoogste opgeslagen en MIN' de laagste opgeslagen waarde. Met de HOLD/ZERO-toets 5 kan de MIN/MAX-functie stopgezet worden. Door de toets langer ingedrukt te houden (2 s) worden opnieuw overgeschakeld op de normale modus.
Spanningsindicatorfunctie:
Door de toets langer ingedrukt te houden (2 s) worden de spanningsindicatorfunctie (VoltSense) geactiveerd voor het contactloos registerden van een wisselveld (zie paragraaf 8.9).
5.1.11 De MODE-toets (blauw) 0 heeft twee functies:
Met de MODE-toets (bUwprdt gekozen:tussen de tweede en derde functie van de draaischakelaar.
Met een langere druk op de toets (2 s) worden de displayverlichting geactiveerd resp. gedeactiveerd.
5.1.12 De BENNING CM 10-1 schakelt na ong. 20 minuten automatisch uit (APO, Auto-Power-Off). Wanner de draaischakelaar uit de 'OFF'-stand gehaald worden of een knop ingedrukt worden, schakelt het toestel opnieuw aan. De uitschakeltijd is aanpasbaar (zie paragraaf 5.1.13).
5.1.13 De BENNING CM 10-1 beschibt over individuelle instelmogelijkheden. Om een instelling te veranderen要去 u een van volgende toetsen indrukken en ondtussen de BENNING CM 10-1uit de 'OFF'-stand zieten.
| MODE-toets (blauw) 10: | Instellen van de APO-tijd met keuze uit 5/10/20 min. of uitschaken van de APO-functie, weergave 'OFF'. Bij iedere druk verandert de waarde. |
| HOLD/ZERO-toets 5 | Weergave van alle displaysymbolen |
| HFR 8: | Weergave van de firmwareversie |
5.1.14 De temperatuurcoefficien van de gameten waarde: 0,2× (aangegeven nauwkeurigheid van de gameten waarde)/ ^ C < 18^ of >28^ , t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23^
5.1.15 De BENNING CM 10-1 wordt gevoed door wee mignon batterijen 1,5 V (IEC LR6).
5.1.16 Het batterijsymbol 13 toont voortdurend de resterende batterijcapaciteit over maximaal 3 segmenten. Bovendien worden bij het inschaken de batterijstatus met 'Full' (vol), 'HALF' (half) of 'Lo' (laag) aangeduid.
#
Zodra alle segmenten van het batterijsymbool gedoofd zijn en het batterijsymbool knippert, moet u de batterijen ommiddelijk verwangen door nieuwe zodate niemand geaar loopt door onjuiste metingen.
5.1.17 De levensduur van de batterijen is goed voor 300 tests (alkalinebatterij, zonder achtergrondverlichting en Bluetooth®).
5.1.18 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 254 x 86 x 48 mm Gewicht: 490 gram met batterijen
5.1.19 Opening van de stroomtang: 42 mm
5.1.20 De meegeleverde veiligheidsmeetsnoeren zijn zonder meer geschikt voor de BENNING CM 10-1 genoemde nominale spanning en stroom.
5.1.21 BENNING CM 10-1 zorgt voor draadloze gevegensoverdracht via Bluetooth® 4.0 Standard maar een Android- of iOS-toestel (smartphone/tablet).
5.2 Functies van de datalogger
Met de数据分析 (LOG) kunt u de metingen automatisch en manueel opslaan gegen een vooraf geefinieerd meetinterval (bemonsteringssnelheid) met tot 4.000 meetwaarden. Het meetinterval ligtussen 1 s en 60 s. Demeetwaarden können later voor verdere verwerking via Bluetooth®uitgelezen worden.
5.2.1 Instellen van de datalogger
Voor het instellen van de datalogger要去 de Bluetooth®-toets 7 indrukken en gewelijkijdig de BENNING CM 10-1 inschakelen via de draaischakelaa. De huidige instelling worden met een symbol op de display 1 aangeduid. Van zodra het symbol verzschijnt要去 op opnieuw op de Bluetooth®-toets 7 drukken om uit de volgende functies te kiezen:
Symbool Functie
LOG Automatische opslag met een vooraf geodefinielder meetinterval
SAVE Manuele opslag middels een druk op de knop
CLR Wissen van het interne meetwaardegeheugen
Een geseleerde functie worden na 2 s overgenomen en worden permanent bewaard.

5.2.2 Automatische opslag (LOG)
Stel de datalogger in overeenstemming met paragraaf 5.2.1 in op de automatische opslagfunctie 'LOG' met een vooraf gedefiniereerd meetinterval. Activeer de datalogger door de Bluetooth®-toets ⑦ gedurende 2 s ingedrukt te houden totdat het symbool 'LOG' en het ingestelde meetinterval op de display ① verschijnt. Van zodra het meetinterval verschijnt drukt u meteen op de Bluetooth®-toets ⑦ om het meetinterval van 1 s, 5 s, 10 s, 30 s tot 60 s in te stellen.
Nadat u het gewenste meetinterval gekozen hebt za de datalogger na 2 secon- den automatisch de meetwaarden opslaan in het interne geheugen. Een actieve datalogger is te herkennen aan een knipperend 'LOG-symbool en kan wordenuitgeschakeld door de Bluetooth®toets ⑦ gedurende 2 s in te drukken.
Opmerking:
Bijijdere opstart van de 'LOG'-datalogger worden het interne geheugen en dus ook alle opgeslagen meetwaarden gewist.

5.2.3 Manuele opslag (SAVE)
Stel de datalogger in overeenstemming met paragraaf 5.2.1 in op de manuele opslagfunctie 'SAVE' waar bij de opslag geleurt met een druk op de knop. Activeer de datalogger door de Bluetooth-toets ⑦ gedurende 2 s ingedrukt te houden totdat het symbool ^ op de display 1 versusjnt. Bij iedere druk op de HOLD-toets ⑤ wordt de meetwaarde in het interne geheugen opgeslagen en verschijnt kort het bijhorende geheugenplaatsnummer op de display 11 De manuele opslag kan worden beeindigd door de Bluetooth-toets ⑦ gedurende 2 s ingedrukt te houden.
Opmerking:
Bij de eerste opstart van de manuele opslagfunctie 'SAVE' worden het interne geheugen en dus ook alle opgeslagen meetwaarden van de datalogger 'LOG' gewist. De manuele opslagfunctie 'SAVE' kan aansluitendeermaals gestart en beindigd worden. De meetwaarden worden doorlopend in het interne geheugen bewaard op geheugenplaatsen 0001 - 4000.

5.3 Gegevensoverdracht waar de smartphone/tablet
BENNING CM 10-1 is uitgerust met een Bluetooth Low Energy 4.0 interface om meetwaarden radiogestuurd in real time maar een Android- of iOS-toestel te sturen.
De hiervoor benodigde app 'BENNING MM-CM Link' vindt u in de Google Playstore en App Store.


Google Playstore App Store
Dankzij de app 'BENNING MM-CM Link' hebt u toegang tot de volgende functies:
- Weergave van de meetwaarden in real time en bewaard in een csv-bestand.
Download de dati logger LOG (max. 4.000 meetwaarden) van de BENNING CM10-1.
Om de Bluetooth®interface te activeren, drukt u op de Bluetooth®-toets 7 op de BENNING CM 10-1 (het symboloo knippert). Zodra er een Bluetooth® verbinding is gemaakt, blijft het symboloo permanent branden.
Reikwijdte in openlucht: ca. 10 m
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING CM 10-1 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal
- Overspanningscategorie / opstellingscategorie van de BENNING CM 10-1: IEC 60664/ IEC 61010 600 V categorie IV; 1000 V categorie III,
- Beschermingsgraad stofindring: 2 (EN 61010-1)
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529)
Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming gegen binnendringen van stof en vuil >2,5mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming gegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd gegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:
Bij bedrijsttemperatuur van 0^ tot 30^ : relatieve luchtvochtigheidkleiner dan 80% ,
Bij bedrijfstemperatuur van 31^ tot 40^ : relatieve luchtvochtigheidkleiner dan 75%
Bij bedrijfstemperatuur van 41^ tot 50^ : relatieve luchtvochtigheidkleiner dan 45%
- Bewaartemperatuur: De BENNING CM 10-1 kan zonder batterijen worden bewaard bij temperaturen van - 10^ tot +60^ , relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80% .
Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting worden aangegeven als som van:
- een relatief deel van de meetwaarde
- een aantal digits.
Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18^ tot 28^ bij een relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% . De aangegeven nauwkeurigheid is gespecifieerd voor 1% - 100% van de eindwaarde van het meetbereik.
Extra specificaties voor AC-functions:
De meetwaarde worden als母公司 effectieve meetwaarde (True RMS, AChoppeling) gemeten en aangeduid. Bij Niet sinusvormige curvevormen worden de aanduidingswaarde minder nauwkeurig. Zo bestaat voor de volgende Crest-factoren een extra fouitmarge:
Crest-factor van 1,0 tot 2,0 extra foulmarge +3,0%
Crest-factor van 2,0 tot 2,5 extra foutmarge +5,0%
Crest-factor van 2,5 tot 3,0 extra foutmarge +7,0%
Maximale amplitudefactor van het meetsignal:
3,0 @ 3000 digit
2,0 @ 4500 digit
1,5 @ 6000 digit
Meetwaarden < 20 digit versuschijnen op de display 1als 0.
Blokgolfsignalen worden nicht gespecifieerd.
HFR-functie (laagdoorlaatfilter)
bijkomende fouten voor de functie V_AC A AC en (flexible AC-stroomtransformator)
± 4% voor de genoemde meetnauwkeurigheid (45Hz - 200Hz)
Afsnjfrequentie fg (- 3 dB): 800 Hz
7.1 Meetbereik voor gelijkspanning (V AC, V DC)
| Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid | |||
| V AC | 600,0 V1000 V | 0,1 V1 V | ± (1,0 % + 7 digits), 45 Hz - 400 Hz, sinus |
| V DC | 600,0 mV 0,1 | mV ± (0,7 % + 7 digits) | |
| 600,0 V1000 V | 0,1 V1 V | ± (0,7 % + 4 digits) | |
Bveiliging gegen overbelasting: 1000 VAC/DC
Ingangsweerstand: DC: 10 MΩ, AC: 10 MΩ II < 100 pF
7.2 Spanningsbereik (LoZ, AutoV)
| Functie Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid | |||
| LoZ | 600,0 V1000 V | 0,1 V1 V | ± (2,0 % + 7 digits) |
[1] Meetwaarden onder < 5A , vermeerderd met 10 digit
Meetwaarden >1000 A, vermeerderd met 0,5 % digit
[2] Frequentie >100Hz vermeerd met 1 %
Bveiliging gegen overbelasting: 1500 AAC/DC
Positieafwijking: ± 1 % van de meetwaarde
7.3.1 INRUSH functie (meten van inschakelstroom)
bijkomende fouten voor de functie Aac en (flexible AC-stroomtransformator)
± 3% voor de genoemde meetnauwkeurigheid
Integratietijd: 100 ms
Triggerstroom: >0,5 Aeff in 60 A meetbereik, >5 Aeff in 600 A meetbereik,
>50A_eff in 1500 A meetbereik
7.4 Weerstandenbereik () , doorgangs-en diodencontrole
| Functie | Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid* |
| Weerstand | 600,0 Ω | 0,1 Ω | ± 0,9 % + 7 digits |
| 6,000 kΩ 0,001 kΩ | ± 0,9 % + 4 digits | ||
| 60,00 kΩ | 0,01 kΩ | ||
| 600,0 kΩ | 0,1 kΩ | ||
| Doorgang 600,0 Ω | 0,1 Ω | ± 0,9 % + 7 digits | |
| Diode | 1,500 V | 0,001 V | ± 0,9 % + 4 digits |
- Vór de meting要去en möglichke offset worden bepaald door de meet-snøeren kort te sluiten en van de gemeten waarde af te trekken.
Bveiliging gegen overbelasting: 1000 VAC/DC
De ingebouwde zoemer klinkt bij een watstand R < 20 tot 200
Zommer-aanspreektijd: < 100 ms
Akoestische individatie van de zimmer: 2,7 kHz
7.5 Capaciteitsbereik (μF)
Voorwaarde: condensatoren ontladen en de meetpennen overeénkomstig de polariteit aanleggen.
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid |
| 100,0 μF | 0,1 μF | ± 1,9 % + 4 digits |
| 1000 μF | 1 μF |
Minimale gevoeligheid:
>5V_eff voor V AC-bereik (1 Hz - 10 kHz)
8AeffvooraACbereik(1Hz-1kHz)
[1] De meetnauwkeurigheid van de flexibele stroomtransformator BENNING CFlex 1 (art. nr. 044068) werd nicht in aanmerking genomen.
Bveiliging gegen overbelasting: 1000 VAC/DC
8. Meten met de BENNING CM 10-1
8.1 Voorbereiden van metingen
Gebruik en bewaar de BENNING CM 10-1uitsluitend bij de aangegeven werk-en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- Controller de geveens op de veiligheidsmeetsnoren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING CM 10-1 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen.
- Controller de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen.
- Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoor direct verwijderen.
- Voor dat met de draaischakelaar 3 een andere functie gekozen worden, die-nen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 10-1 konnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
8.2 Spannings-/frequentiemeting

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde.
Houd rekening met de overspanningscategorie van het circuit!
Monteer de opsteekdopen (CAT III/ IV) op de contactpunter voor metingen in circuits binnen de overspanningscategorie CAT III of IV.
Gevaarlijke spanning!
De hoogste spanning die aan het
COM-bus 14
bus+15
van de BENNING CM 10-1 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V CAT IV/ 1000 V CAT III bedragen.
8.2.1 Spannings-/frequentiemeting (stand: V , V=, LoZ)
- Kies met de draaiknop 6 de gewenste instelling V V of LoZ op de BENNING CM 10-1.
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus 14 op de BENNING CM 10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 15 op de BENNING CM 10-1.
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave 11.
- Via de MODE-toets (blauw) kan in de functie V~ omgeschakeld worden op de frequentiemeting (Hz).
- Via de MODE-toets (blauw) kan in de functie omgeschakeld worden maar het mV-bereik.
zie fig. 2: meten van gelijkspanning
zie fig. 3: meten van wisselspanning (frequentiemeting)
Opmerking:
De LoZ-functie (AutoV) wordt in de digitale aanduiding met het symbool LoZ^a aangeduid. Deze berekent zichstandig de nooodzakelijke meetfunctie (AC/ DC spanning) en het optimale meetbereik. Voorts vermindert de ingangsweerstand tot ca. 3k om inductieve en capacitieve spanningen (blindspanningen) te onderdukken.
8.3 Stroom-/ frequentiemeting (^Hz,A A = - stand)

De ingangsbussen 14 en 15 van de BENNING CM 10-1 Niet onder spanning zetten! Verwijder eventuele de aangesloten verilgheidsmeetleidingen.
- Kies met de draaiknop 6 de gewenste instelling of A~
- Druk op de „ZERO“ toets 5 (2 s) voor nulinstelling (enkel DC-koppeling).
- Druk op de openingshendel 4 en omvat de eénaderige, stroomvoerende leiding, zoveel möglichk in het midden van de tang 1.
- Via de MODE-toets (blauw) 10 kan in de functie Amgeschakeld worden op de frequentiemeting (Hz).
- Lees de gemeten waarde af in het display 1.
zie fig. 4: meten van gelijk-/ wisselstroom (frequentiemeting)
8.4 Weerstandsmeting (stand)
- Kies met de draaiknop 6 de gewenste instelling 7 op de BENNING CM10-1.
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus 14 op de BENNINGCM10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + op de BENNING CM10-1.
- Breng de veiligheidsmeetleideringen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave 1.
Zie fig. 5: weerstandsmeting/ doorgangs-/ diodetest/ capacitieitsmeting
8.5 Doorgangstest met zoemer en LED (stand)
- Kies met de draaiknop 6 de gewenste instelling 7 op de BENNING CM10-1.
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus op de BENNINGCM10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 15 op de BENNING CM10-1.
- Druk op de MODE-toets (blauw) 10 om de doorgangstest met zoemer/led te activeren.
- Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met de meetpunten. Wanner de leidingweerstand:tussen de COM- bus 4 en de bus 15lager ligt dan het bereik 20k en 200~k ,zal de zoemer van de BENNING CM 10-1 geactiveerd worden en de rode led oplichen.
zie fig. 5: weerstandsmeting/ doorgangs-/ diodetest/ capaciteitsmeting
8.6 Capaciteitsmetting (stand)

Voor capaciteitsmetingen dienen de condensatoren volledig ont-laden te zich. Er mag nooit spanning gezet worden op de contactbussen voor capaciteitsmeting. Het apparaat kan daardoor beschadigd worden of defect raken. Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren.
- Kies met de draaiknop 6 de gewenste instelling 42 op de BENNING CM10-1.
- Stel de polariteit vast van de condensator en ontlaad de condensator
- Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus 14 op de BENNINGCM10-1.
- Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + op de BENNING CM10-1.
- Druk 2x op de MODE-toets (blauw) 10 om de capaciteitsmeting te activeren.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren overeénkomstig pola-riteit aan de ontladen condensator en lees de gemeten waarde af in het display 1 van de BENNING CM 10-1.
zie fig. 5: weerstandsmeting/ doorgangs-/ diodetest/ capaciteitsmeting
8.7 Diodecontrole (stand)
-
Kies met de draaiknop 6 de gewenste instelling 7 op de BENNING CM10-1.
-
Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding via de zwarte COM bus 14 op de BENNINGCM10-1.
-
Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de rode bus + 15 op de BENNING CM10-1.
-
Druk 3x op de MODE-toets (blauw) 10 om de diodetest te activeren.
-
Breng de veiligheidsmeetleidingen in contact met het meetpunt, lees de meetwaarde af van de digitale weergave 1.
-
Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode worden een stroomspanning van 0,400 V tot 0,800 V aangegeven. De aanduiding "000" wijst op een kortsluiting in de diode.
-
Für eine normale in Flussrichtung angelegte Si-Diode wird die Flussspannung zwischen 0,400 V bis 0,800 V angezeigt. Die Anzeige „000" deutet auf einen Kurzschluss in der Diode hin, met 'OL' worden een onderbreking van de diode aangeduid.
-
Een geblokkeerde diode worden met 'OL' aangeduid. Wanner de diode fouit is, verschijnt '000' of een andere waarde.
Zie fig. 5: weerstandsmeting/ doorgangs-/ diodetest/ capaciteitsmeting
8.8 Stroommeting met behulp van een flexibele AC-stroomomvormer BENNING CFlex 1 (stand)
-
Kies met de draaiknop 6 de gewenste instelling op de BENNING CM10-1.
-
Plaats de zwarte veiligheidsmeetleiding van BENNING CFLex 1 via de COM bus op de BENNING CM 10-1.
-
Plaats de rode veiligheidsmeetleiding van BENNING CFlex 1 via de rode bus + 15 op de BENNING CM 10-1.
-
Op de AC-stroomtransformator BENNING CFlex 1 selecteert u het meetbereik 3000 A (1 mV/ A).
-
Neem met de flexibele meetlus de eenaderige, stroomgeleidende kabel in het midden vast.
-
Lees de gemeten waarde af in het display 11.
zie fig. 6: stroommeting met behulp van een flexibele AC-stroomomvormer BENNING CFlex 1
8.9 Spanningsindicator
4
De spanningsindicatorfunctie kan nicht gebruikt worden voor het vaststellen van de spanningsvrijheid. Ook zonder akoestische of optische signaalmelding kan een gevaarlijke aanrakingsspanning bestaan. Elektrisch gevaar!
-
Kies met de draaiknop 6 de gewenste instelling V~ op de BENNING CM10-1.
-
Activeer de spanningsindicator (VoltSense) door de MIN/MAX-toets 9 langer ingedrukt te houden (2 s) en wacht tot het symbool "f" op de display 11 verschijnt. Met de MIN/MAX-toets 9 kunt u kiezen:tussen Hi (hoge gevoeligheid) en Lo (lage gevoeligheid).
-
Voor de spanningsindicatorfunctie zijn geen/meetleidingen nodig(contactloos registrareren van een wisselveld). Bovenaan de BENNING CM 10-1 bevindt zich de opnamesensor. Wanner een fasespanning gelokaliseerd worden, werklijk een geluidssignaal enlicht er bovenaan het toestel een rode led op. Er worden enkel een waarde weergegeven bij een geaard wisselstroomnet!
Praktijktip:
Onderbrekingen (kabelbruggen) in openliggende kabels, bijv. kabelhaspels, licht-slang, etc. zijn van de voedingsbron (fase) tot de onderbrekingsplek te volgen. Functiebereik: ≥ 230V
8.9.1 Buitengeleidercontrole/ fase-indicatie
-
Ontkoppel de zwarte veiligheidsmeetleiding van de COM-bus op de BENNINGCM10-1.
-
Plaats de rode veiligheidsmeetleiding via de bus + 15 op de BENNING CM10-1.
-
Kies met de draaiknop 6 de gewenste instelling V~ op de BENNING CM10-1.
-
Activeer de spanningsindicator (VoltSense) door de MIN/MAX-toets 9 langer ingedrukt te houden (2 s) en wacht tot het symbool "f" op de display 11 verschijnt. Met de MIN/MAX-toets 9kest u kiezen:tussen Hi (hoge gevoeligheid) en Lo (lage gevoeligheid).
-
Breng de rode veiligheidsmeetleiding in contact met het meetpunt (installatiedeel).
- Wanner een geluidssignaal werkklinkt en een rode led oplicht, zit er dit meetpunt (installatiedeel) van de fase een geaarde wisselspanning.
zie fig. 7: spanningsindicator met zoemer en LED
9. Onderhoud

De BENNING CM 10-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden! Gevaarlijke spanning!
Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 10-1 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die davon de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.
Maak de BENNING CM 10-1 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen.
- Ontkoppel eerst de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object.
- Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 10-1.
- Zet de draaischakelaar 6 in de positie "Off".
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheidijdens het werken met de BENNING CM 10-1 Niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:
- Zichtbare schade aan de behuizing
- Meetfouten
- Afwijking bij de zelftest
- Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden
- Transportschade
In dergelijke gezallen dient de BENNING CM 10-1 direct te worden uitgeschakeld en nicht opnieuw elders te worden gebruikt.
9.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uit gezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 10-1 schoon te makeen. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten Niet verruilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreining ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het wisselen van de batterij

De BENNING CM 10-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden! Gevaarlijke spanning!
De BENNING CM 10-1 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V mignon batterijen (AA/IEC LR6). Een batterijwissel (zie afbeelding 8) is nooodzakelijk, wanner alle segmenten van het batterijsymbolbool in de digitale weergave gedoofd zich en het batterijsymbol bool knippert.
De batterijen worden als volgt gewisseld:
-
Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoren van het te meten circuit.
-
Neem de veiligheidsmeetsnoroeren af van de BENNING CM 10-1.
-
Zet de draaischakelaar 6 in de positie "Off".
-
Leg het apparaat op de voorzijde en draai de twee schroeven, uit het deksel van het batterijvak.
-
Verwijder het deksel van de behuizing.
- Neem de lege batterij uit hetvak
- Leg de batterijen in de juiste richting in het batterijvak.
- Klik het deksel wee op de achechterwand en draai de schroeven er wee in.
zie fig. 8: verwanging van de batterijen

Gooi lege batterijen Niet weg met het gewone husvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.
9.4 IJking
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1steJAar na de leveringsdatum.
Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het
apparaat jaarliks door once servicedienst te laten kalibreren.
Veiligheidsmeetsnoer (art. nr. 044145)
Met opsteekdop: 1000 V CAT III, 600 V CAT IV
Zonder opsteekdop: 1000 V CAT II
- Length: 1,4 m
- Beschermingsklasse II (☑), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte isolatie
- Vervuilingsgraad: 2
- Omgevingsvoorwaarden:
metingen möglichk tot H = 2000m
temperatuur: 0^ tot +50^ , vochtigheidsgraad 50% tot 80%
- Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens.Deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zich.
- Verwijder demeetleiding wanner de isolatie beschadigd is of bij onderbreking van de leiding/stekker.
- Raak tijdens de meting de blanke contactpennen Niet aan. Neem het toestel enkel vast darüber de greepbegrenzing!
- Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.
11. Milieu

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zichn nuttige levensduur, nied bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de waarvoortbestemde adressen.