RYOBI RCS5133CB - Zaag

RCS5133CB - Zaag RYOBI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RCS5133CB RYOBI in PDF-formaat.

📄 376 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice RYOBI RCS5133CB - page 67
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : RYOBI

Model : RCS5133CB

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RCS5133CB - RYOBI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RCS5133CB van het merk RYOBI.

GEBRUIKSAANWIJZING RCS5133CB RYOBI

Bij het ontwerp van uw motorzaag hebben veiligheid, prestaties en betrouwbaarheid de hoogste prioriteit gekregen. VOORGESCHREVEN GEBRUIK De benzinekettingzaag is alleen bedoeld voor gebruik buitenshuis, in een goed geventileerd gebied. Omwille van veiligheidsredenen moet het product correct worden bediend door steeds twee handen te gebruiken. Het product is ontworpen voor het zagen van takken, boomstammen, houtblokken en balken in een diameter die wordt bepaald door de zaaglengte van het zwaard. Het werd uitsluitend ontworpen om hout te zagen. Het mag alleen worden gebruikt voor huishoudelijke toepassingen door volwassenen die voldoende opleiding hebben gekregen over de gevaren en preventieve maatregelen/handelingen die tijdens het gebruik moeten worden genomen. Het product mag niet worden gebruikt door kinderen of personen die geen geschikte beschermuitrusting en -kledij dragen. Het mag niet worden gebruikt voor professionele boomdiensten Gebruik niet voor andere doeleinden. WAARSCHUWING Wanneer u het product gebruikt, moeten de veiligheidsregels worden opgevolgd. Voor uw eigen veiligheid en deze van omstaanders, moet u deze instructies lezen en begrijpen voor u het product gebruikt. U volgt best een professioneel georganiseerde veiligheidscursus inzake het gebruik, preventieve acties, eerstehulp en onderhoud van kettingzagen. Bewaar de instructies voor later gebruik. WAARSCHUWING Kettingzagen zijn potentieel gevaarlijke werktuigen. Ongevallen met kettingzagen leiden vaak tot het verlies van ledematen of de dood. Niet enkel de kettingzaag is een gevaar. Vallende takken, omvallende bomen, rollende boomstammen kunnen allemaal de dood veroorzaken. Zieke of rottende bomen vormen een bijkomend gevaar. U moet altijd verzekeren dat u in staat bent om de opdracht veilig te vervullen. Bij twijfel laat u het over aan een professionele boomchirurg. ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN ■ Enkele regio's hebben regels die het gebruik van het product beperken. Raadpleeg uw lokale autoriteit voor advies. ■ Laat kinderen of mensen die niet vertrouwd zijn met de gebruiksaanwijzingen, het product nooit gebruiken. De plaatselijke wetgeving kan beperkingen opleggen i.v.m. de leeftijd van de bediener. ■ Controleer voor elk gebruik of alle bedieningsknoppen en veiligheidsinrichtingen goed functioneren. Gebruik het product niet als de "uit"-knop de motor niet stillegt. ■ Start of laat de motor nooit draaien in een gesloten of slecht geventileerde ruimte; het inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn. ■ Ruim het werkgebied voor elk gebruik op, een wanordelijk en slordig werkgebied kan tot ongevallen leiden. ■ Draag volledige gezichts- en gehoorbescherming, sterke veiligheidshandschoenen, veiligheidsschoenen met antislipzolen en hoofdbescherming terwijl u het product gebruikt. Gebruik een stofmasker indien de bediening van het toestel veel stof veroorzaakt. ■ Draag geen loszittende kledij, korte broek of juwelen. ■ Maak lang haar vast boven schouderhoogte om te voorkomen dat het verstrikt raakt in de bewegende delen. ■ Pas op voor weggeslingerde, rondvliegende of vallende voorwerpen. Houd omstaanders, kinderen en huisdieren op tenminste 15 m afstand van het werkgebied. ■ Gebruik het product nooit in een explosieve of ontvlambare atmosfeer. ■ Houd beide handvatten stevig vast terwijl u het product gebruikt. ■ Blijf alert en kijk naar wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u de machine gebruikt. Gebruik het product niet wanneer u moe, ziek of onder de invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen. Een klein moment van onoplettendheid terwijl u de machine gebruikt kan leiden tot ernstige letsels. ■ Gebruik dit apparaat niet op plekken waar u niet goed kunt zien. De gebruiker heeft een duidelijk overzicht nodig van het werkgebied om mogelijke gevaren te identificeren. ■ Het gebruik van gehoorbescherming vermindert de mogelijkheid om waarschuwingen (verbaal of alarmen) te horen. De gebruiker moet extra aandacht hebben voor wat er op de werkplaats gebeurt. ■ Het gebruik van gelijksoortige apparaten in de nabijheid verhoogt het risico van letsel en de mogelijkheid dat er andere mensen in uw werkgebied komen. ■ Bewaar steeds een stevige houvast en goed evenwicht. Overrek u niet. Wanneer u overreikt kan dit leiden tot evenwichtsverlies of blootstelling aan warme oppervlakken, wat het risico op terugslag vergroot. ■ Houd alle lichaamsdelen weg van de bewegende delen. ■ Raak de omgeving rond de geluiddemper of motor niet aan; deze onderdelen worden tijdens de werking warm. ■ Controleer de machine voor elk gebruik. Controleer of alle bedieninstrumenten correct werken, met inbegrip van de kettingrem. Controleer op losse bevestigingsonderdelen, brandstoflekkage, enz. Zorg ervoor dat alle beschermers en handvatten goed en veilig zijn vastgemaakt. Vervang alle beschadigde onderdelen voor gebruik. ■ Het apparaat op geen enkele wijze aanpassen of reserveonderdelen gebruiken die niet worden aanbevolen door de fabrikant.66 | Nederlands WAARSCHUWING Als u het product laat vallen, het een ernstige impact ondergaat of abnormaal begint te trillen, legt u het product onmiddellijk stil en controleert u het op schade of zoekt u naar de oorzaak van de trillingen. Enige schade moet direct worden gerepareerd of vervangen door een bevoegd onderhoudscentrum. ■ Rook niet tijdens het mengen van brandstof of het vullen van de brandstoftank en zorg dat u op 10 m afstand blijft van ontvlammingsbronnen. ■ Meng en sla brandstof op in een container die goedgekeurd is voor benzine. ■ Meng brandstof in de open lucht waar geen vonken of vlammen zijn. Veeg eventueel gemorste brandstof weg. Ga op 10 m afstand staan van de brandstofvulplaats voor u de motor start. ■ Stop de motor en laat deze afkoelen voordat u het apparaat bijvult, opslaat of vervoert. ■ Onthoud om alle brandstof/containerdoppen na hervullen of mengen goed te sluiten. VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN KETTINGZAAG ■ Installeer het zwaarddeksel wanneer het product niet wordt gebruikt of wordt gedragen of getransporteerd. Dit helpt het risico op accidenteel contact met de scherpe zaagtanden op de ketting verminderen. Draag het product aan het bovenste handvat, waarbij het zwaard weg van uw lichaam gericht is. ■ U dient vertrouwd te worden met uw nieuwe kettingzaag door enkele eenvoudige zaagbewegingen te maken op een goed ondersteund stuk hout. Doe dit altijd wanneer u het product enige tijd niet gebruikt hebt. ■ Het is aangewezen om houtbokken op een zaagbank of krat wanneer u het product voor het eerst gebruikt. ■ Zorg ervoor dat alle beschermers, handvatten en buffer goed zijn bevestigd en in goede staat zijn. ■ De personen die het product gebruiken moeten in goede gezondheid zijn. Het product is een zwaar toestel, waardoor de gebruiker fysiek fit moet zijn om het te gebruiken. De gebruiker moet alert zijn, een goed zicht hebben, mobiel zijn, een goed evenwicht hebben en handig zijn. Bij twijfel gebruikt u het product niet. ■ Sta niet op een onstabiel oppervlak terwijl u het product gebruikt. Dit omvat, maar is niet beperkt tot, ladders, stellingen en bomen. Houd beide handen steeds op de handvatten van het product. ■ Start het product niet tot uw werkruimte vrij is, zorg dat u stevig op de voeten staat en bereid een ontsnappingsroute voor weg van een vallende boom. ■ Wees buitengewoon voorzichtig wanneer u kleine struiken en boompjes zaagt, omdat het buigzame materiaal zich in de zaagketting kan vastgrijpen, waardoor deze naar u toe wordt geslagen of u uit uw evenwicht brengt. ■ Wanneer een tak wordt gezaagd die onder spanning staat, wees dan bedacht op het terugveren zodat u niet wordt geraakt wanneer de veerkracht in de houtvezels wordt vrijgelaten. ■ Wees bedacht op de gevaren van de uitstoot van uitlaatgassen, oliedampen en zaagsel. Draag indien nodig een masker of stofmasker. ■ Zaag geen wijnranken en/of lage ondergroei (minder dan 75 mm in diameter) ■ Houd het product altijd met beide handen vast tijdens gebruik. Zorg voor een stevige grip waarbij duimen en vingers de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. De rechterhand moet zich op het achterste handvat bevinden en de linkerhand op het voorste handvat. ■ Voordat u de motor start, dient u er zeker van te zijn dat de ketting met geen enkel voorwerp contact maakt. Start het product altijd als er kettingolie werd gebruikt (volledig vooruit gedrukt). ■ Wijzig het product nooit of gebruik het niet om voorzetstukken of apparaten aan te drijven die niet door de fabrikant van het product worden aangeraden. ■ Er moet zich een eerstehulpkit met grote wondverbanden en een middel om de aandacht te trekken (vb. een fluitje) in de buurt van de gebruiker bevinden. Een uitgebreidere kit moet zich op redelijke afstand bevinden. ■ De gebruiker kan geneigd zijn om de helm af te nemen als er geen gevaar bestaat voor vallende voorwerpen in het werkgebied, maar onthoud dat de helm, in het bijzonder met het gelaatscherm in gaas, ook kan helpen om het risico op mogelijke gelaats- of hoofdletsels te verminderen als er terugslag is. ■ Draag altijd een helm wanneer u het product gebruikt. Een helm met een gazen vizier helpt het risico op verwonding aan hoofd en gezicht te verkleinen bij een terugslag. ■ Een foutief aangespannen ketting kan van het zwaard afspringen, wat kan leiden tot ernstige verwondingen of de dood. De lengte van de ketting hangt af van de temperatuur en slijtage van de ketting. Controleer regelmatig de spanning. ■ Houd de handvatten droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige handen zijn glad, waardoor u de controle kunt verliezen. ■ Om het risico van letsel in verband met het aanraken van roterende onderdelen te verminderen, moet de motor altijd worden gestopt, de kettingrem geactiveerd en de bougiekabel verwijderd. Zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen: ● voordat u het product onbewaakt achterlaat ● voor u een blokkering reinigt of weghaalt ● voor u voorzetstukken installeert of verwijdert ● voor het controleren, onderhouden of werken aan het product. ■ De omvang van het werkterrein is afhankelijk van het werk dat wordt uitgevoerd, alsmede het formaat van de desbetreffende boom of het werkstuk. Het vellen van een boom, bijvoorbeeld, veronderstelt een groter werkgebied dan nodig is voor andere zaagbewegingen, vb. het in stukken zagen van een houtblok, etc. De gebruiker moet zich bewust zijn van alles wat zich in het werkbereik afspeelt en er de controle over hebben.67 Nederlands |

■ Zaag niet terwijl uw lichaam zich in lijn met het zwaard en de ketting bevindt. Als u een terugslag ervaart, zal dit helpen voorkomen dat de ketting in contact komt met uw hoofd of lichaam. ■ Gebruik geen voor- en achterwaartse beweging, maar laat de ketting zijn werk doen. Houd de ketting scherp en probeer de ketting niet door de zaagsnede te forceren. ■ Oefen geen druk uit op de zaag aan het einde van de zaagsnede. Wees klaar op het gewicht van de kettingzaag op te vangen als deze zich vrij van het hout zaagt. Wanneer u dit niet doet kan dit leiden tot ernstige letsels. ■ Stop het zagen niet in het midden van een zaagbeweging. Laat de zaag draaien tot ze uit de zaagsnede is verwijderd. Persoonlijke beschermuitrusting Goede kwaliteit, persoonlijke beschermuitrusting, zoals gebruikt door profs help u het risico voor de gebruiker te verminderen. De volgende items moeten worden gebruikt wanneer u de kettingzaag bedient: Veiligheidshelm – moet overeenstemmen met EN 397 en CE- gemarkeerd zijn. Gehoorbescherming – moet overeenstemmen met EN 352-1 en CE- gemarkeerd zijn. Oog- en gezichtsbescherming – moet CE-gemarkeerd zijn en overeenstemmen met EN 166 (voor veiligheidsbril) of EN 1731 (voor gezichtsmaskers in gaas) Handschoenen – moet overeenstemmen met EN381-7 en CE- gemarkeerd zijn. Beenbeschermers (chaps) – moeten overeenstemmen met EN391-5 en CE- gemarkeerd zijn en een algemene bescherming bieden. Veiligheidslaarzen kettingzaag – moeten overeenstemmen met EN ISO 20345:2004 en gemarkeerd zijn met een schild dat een kettingzaag afbeeldt om de overeenstemming met EN 381-3 aan te duiden. (Occasionele gebruikers kunnen veiligheidslaarzen met stalen punt met beschermende beenkappen gebruiken die overeenstemmen met EN 381-9 als de bodem vlak is er een maar weinig risico bestaat om te struikelen of in de ondergroei verstrikt te raken) Kettingzaagjassen voor bescherming van het bovenlichaam – moet overeenstemmen met EN 381-11 en CE- gemarkeerd zijn. MONTAGE WAARSCHUWING Als er onderdelen zijn beschadigd of ontbreken, gebruik dan het toestel niet vooraleer de onderdelen werden vervangen. Wanneer u deze waarschuwing niet in acht neemt, kan dit leiden tot ernstige letsels.

ZAAGKETTING EN ZWAARD MONTEREN

Raadpleeg pagina 317 - 319.

1. Draag beschermhandschoenen.

2. Ontkoppel de kettingrem.

3. Verwijder de montagemoeren van het zwaard met

gebruik van de bijgeleverde steeksleutel.

4. Verwijder de afdekking van de ketting.

5. Verwijder het zwaard van het product.

6. Plaats de ketting in de juiste richting op het zwaard en

zorg ervoor dat de kettingschakels in de groeven op het zwaard vallen.

7. Maak het zwaard aan de kettingzaag vast en leg de

ketting rond het aandrijfkettingwiel.

8. Plaats de afdekking van de ketting en de

montagemoeren van het zwaard weer terug.

9. Draai de montagemoeren van het zwaard half vast. Het

zaagblad moet kunnen bewegen voor het afstellen van de kettingspanning.

10. Stel de kettingspanning af. Raadpleeg het hoofdstuk

"Kettingspanning afstellen".

11. Til de neus van het zaagblad op en draai de

bevestigingsmoeren van het zaagblad stevig vast.

1. Plaats de ontstekingsschakelaar in de stand "O" (UIT).

2. Zorg ervoor dat de montagemoeren van het zwaard half

3. Om de spanning van de ketting te verhogen, draait u

de spanschroef met de klok mee en controleert u de spanning van de ketting regelmatig. Om de spanning van de ketting te verlagen, draait u de spanschroef tegen de richting van de wijzers van de klok en controleert u de spanning van de ketting regelmatig.

4. De kettingspanning is correct wanneer de opening

tussen de zaag in de ketting en het zwaard tussen de 3 en 4 mm is. Trek de ketting in het midden van de onderste zijde van het zwaard naar beneden (weg van het zwaard) en meet de afstand tussen het zwaard en de kettingsnijders.

5. Draai de montagemoeren van het zwaard met de klok

mee vast. OPMERKING: De temperatuur van de ketting verhoogt tijdens normaal gebruik, waardoor de ketting uitzet. Controleer de kettingspanning regelmatig en span de ketting zonodig. Een ketting die warm gespannen wordt, kan te strak zijn na afkoelen. Zorg ervoor dat de kettingspanning correct is afgesteld, zoals gespecifi ceerd in deze instructies.68 | Nederlands BEDIENING

BRANDSTOF EN BIJTANKEN

Op veilige wijze omgaan met brandstof WAARSCHUWING Schakel de motor altijd uit voor u met brandstof vult. Nooit brandstof aan een apparaat toevoegen terwijl de motor draait of heet is. Zorg voor een afstand van minimaal 10 m tot de brandstoflocatie voordat u de motor start. Niet roken! Het niet opvolgen van deze waarschuwing kan resulteren in mogelijk lichamelijk letsel. WAARSCHUWING Controleer op brandstoflekkages. Als u er vaststelt, corrigeert u deze voor u het product gebruikt om brand of brandwonden te voorkomen. ■ Behandel brandstof altijd voorzichtig, ze is uiterst ontvlambaar. ■ Brandstof moet altijd buiten bijgevuld worden, op afstand van potentiële ontvlammingsbronnen. Gebruik geen brandstofdampen inademen. ■ Zorg ervoor dat benzine of olie niet in contact komt met uw huid. Als er contact optreedt, wast u onmiddellijk met zeep en veel water. ■ Houd benzine en olie uit de buurt van uw ogen. Wanneer benzine of olie in contact komt met uw ogen, meteen uitspoelen met schoon water. Als de irritatie aanhoudt, onmiddellijk een dokter raadplegen. Brandstof mengen ■ Dit apparaat is voorzien van een tweetaktmotor die werkt op een mengsel van benzine en synthetische tweetaktolie (2% olie). Meng vooraf ongelode benzine en tweetaktmotorolie in een schone container die goedgekeurd is voor benzine. ■ Deze motor is officieel geschikt verklaard voor het gebruik van ongelode autobenzine met een octaangetal van 91 ([R + M] /2) of hoger. ■ Gebruik geen voorgemengd brandstof/smeermiddel mengsel van tankstations, ook niet het voorgemengde benzine/smeermiddel mengsel dat wordt gebruikt in bromfietsen, motorfietsen, etc. ■ Gebruik een tweetakt zelfmengolie voor luchtgekoelde motoren van hoge kwaliteit. Gebruik geen smeermiddel voor auto’s of tweetaktolie voor buitenboordmotoren. ■ Meng 2% olie door de benzine. Dat is een verhouding van 50:1. ■ Meng de brandstof zorgvuldig en doe dit elke keer voordat u bijtankt. ■ Meng kleine hoeveelheden. Meng niet meer dan binnen een periode van 30 dagen kan worden verbruikt. Het gebruik van een tweetaktbranstof met brandstofstabilisator is aangewezen. OPMERKING: Schade aan het brandstofsysteem of prestatieproblemen als gevolg van het gebruik van geoxygeneerde brandstof die de hierboven aangegeven waarden overschrijdt, wordt niet door de garantie gedekt. Brandstoftank vullen Zie pagina 319. ■ Maak het gebied rond de brandstofdop schoon om vervuiling te voorkomen. ■ Maak de brandstoftank langzaam los. ■ Giet het brandstofmengsel voorzichtig in de tank. Voorkom dat u morst. ■ Voordat u de brandstofdop terugplaatst, afdichtring schoonmaken en controleren. ■ Plaats de brandstofdop meteen terug en draai deze handvast. Veeg eventueel gemorste brandstof weg. OPMERKING: Rookuitstoot van de motor tijdens en na het eerste gebruik is normaal. KETTINGSMEEROLIE TOEVOEGEN Zie pagina 319. WAARSCHUWING Werk nooit zonder kettingsmeerolie. Als de zaagketting zonder smeermiddel dreigt te vallen, kunnen het zwaard en de zaagketting beschadigd raken. Het is daarom van essentieel belang om het oliepeil regelmatig te controleren, voor elk gebruik van het product.

1. Maak de omgeving rond de oliedop schoon om

vervuiling te vermijden.

2. Schroef de dop los en verwijder ze van de olietank.

3. Giet de olie in de olietank en controleer de oliepeilmeter.

Zorg ervoor dat er geen vuil in de olietank terecht komt wanneer u de machine met olie vult.

4. Plaats de oliedop terug en span aan. Veeg gemorste

5. Met één volle tank kunt u het product 20- 40 minuten

lang gebruiken. OPMERKING: Bij een goed werkend ketting- en zwaardsmeersysteem zal er tijdens gebruik normaal gezien olie uit de ketting komen. Om de werking van de ketting en het zwaardsmeersysteem te testen, richt u de punt van de ketting naar een licht gekleurd oppervlak, zoals vb. een krant. Na korte tijd moet een duidelijke olielijn merkbaar worden. Aangewezen kettingsmeerolie ■ De fabrikant raadt aan dat u uitsluitend Ryobi kettingzaagsmeerolie gebruikt. (Beschikbaar bij uw geautoriseerd onderhoudscentrum) PRODUCT STARTEN De startmethode verschilt afhankelijk van het feit of de motor warm of koud is. WAARSCHUWING Houd uw lichaam links van de zaaglijn. Houd de zaag of de ketting nooit scheef en leun niet over de zaaglijn. ■ Plaats het product op een effen bodem en zorg ervoor69 Nederlands |

dat er zich geen voorwerpen of blokkeringen in de onmiddellijke buurt bevinden die met het zwaard en de ketting in contact kunnen komen. ■ Houd de voorste handgreep stevig vast met de linkerhand en plaats uw rechtervoet op het onderste gedeelte van de achterste handgreep. Koude motor starten: Raadpleeg pagina 317 - 319.

1. Draai de ontstekingsschakelaar in de AAN-stand.

2. Zorg ervoor dat de kettingrem zich in de BRAKE-positie

bevindt door de gashendel/handbeschermer naar voor te drukken.

3. Druk de ontstekingsknop minstens 10 keer helemaal in

4. Trek de chokehendel helemaal uit tot in de stand 'volle

5. Wanneer het warmer is dan 10°C, trek aan het

startkoord tot de motor probeert te starten. Probeer dit niet meer dan 3 keer. Wanneer het kouder is dan 10°C, trek dan aan het startkoord tot de motor probeert te starten. Probeer dit niet meer dan 5 keer.

6. Duw de chokehendel helemaal in.

7. Trek aan de startkoord tot de motor start.

8. Druk op de snelheidsontgrendeling en trek aan de

snelheidshendel, laat dan de snelheidshendel los om de motor stationair te laten draaien.

9. Laat het product altijd 15 - 30 seconden stationair

10. Voor u de motor versnelt of hout zaagt: Zorg ervoor dat

de kettingrem zich in de stand draaien bevindt door de hendel/handbeschermer terug te trekken. LET OP Als u de gashendel niet loslaat wanneer de kettingremhendel op de remstand staat, kan dit leiden tot ernstige schade aan het product. Nooit de gashendel ingedrukt houden wanneer de kettingrem zich in de remstand bevindt. Warme motor starten: Zie pagina 327.

1. Draai de ontstekingsschakelaar in de AAN-stand.

2. Zorg ervoor dat de kettingrem zich in de BRAKE-positie

bevindt door de gashendel/handbeschermer naar voor te drukken.

3. Trek de chokehendel helemaal uit tot in de stand 'volle

choke' en duw hem vervolgens helemaal in.

4. Trek aan de startkoord tot de motor draait, maar niet

meer dan 5 keer. Druk op de snelheidsontgrendeling en trek aan de snelheidshendel, laat dan de snelheidshendel los om de motor stationair te laten draaien. Als de motor niet start na 5 leerlingen, gebruikt u de koude startprocedure.

5. Voor u de motor versnelt of hout zaagt: Zorg ervoor dat

de kettingrem zich in de stand draaien bevindt door de hendel/handbeschermer terug te trekken.

Laat de gashendel los en laat de motor stationair draaien. Om de motor af te zetten, zet u de contactschakelaar in de stopstand “O” . Leg de kettingzaag niet op de grond terwijl de ketting nog draait. Voor extra veiligheid dient u de kettingrem in te schakelen wanneer de zaag niet wordt gebruikt. Voor het geval dat de contactschakelaar de zaag niet stopt, trekt u de chokehendel in de volledig uitgetrokken stand (Volledige choke) en schakelt u de kettingrem in om de motor uit te zetten. Als de contactschakelaar de zaag niet stopt wanneer deze in de stop-stand “O” wordt gezet, laat de contactschakelaar dan repareren voordat u de kettingzaag opnieuw gebruikt om onveilige situaties of ernstig letsel te voorkomen. OPMERKING: Wanneer u klaar bent met het gebruik van het product, lost u steeds de tankdruk door de kettingsmeer- en brandstofdoppen los te maken en opnieuw aan te spannen. Laat de motor afkoelen voordat u de kettingzaag opbergt. PRODUCT VASTHOUDEN Zie pagina 319. Houd de kettingzaag altijd vast met de rechterhand op het achterste handvat en de linkerhand op het voorste handvat. Grijp beide handvatten met de duimen en vingers vast en omvat ze volledig. Zorg ervoor dat de linkerhand het voorste handvat vasthoudt en de duim zich onderaan bevindt.

KETTINGREM CONTROLEREN EN TESTEN

1. Activeer de kettingrem door de linkerhand rond het

voorste handvat te draaien. Met de achterzijde van uw hand drukt u de kettingremhendel/handbeschermer in de richting van het zwaard terwijl de ketting snel ronddraait. Zorg ervoor dat u beide handen altijd op de handvatten van de zaag houdt.

2. Zet de kettingrem terug in de stand "Draaien" door de

bovenkant van de kettingremhendel/handbeschermer vast te nemen en deze in de richting van het voorste handvat te trekken tot u een klik hoort. WAARSCHUWING Indien de kettingrem de ketting niet onmiddellijk stopt, of indien de kettingrem niet in de draaistand wil blijven zonder hulp, breng dan de kettingzaag naar een erkend Homeliteonderhoudscentrum voor herstel vooraleer u het opnieuw gebruikt. WAARSCHUWING Wanneer de snelheidshendel wordt losgelaten en de motor op stationair toerental draait, mag de kettingzaag niet bewegen. Indien het blijft bewegen, bestaat er een risico van ernstig letsel voor de gebruiker. Gebruik het product niet, maar brengt het naar een geautoiseerd onderhoudscentrum voor professionele afstelling.70 | Nederlands KOPPELING CONTROLEREN

1. Ontkoppel de kettingrem door de kettingremhendel/

handbeschermer in de richting van het voorste handvat te trekken tot een klik hoorbaar wordt.

2. Laat de motor stationair draaien. Zorg ervoor dat

de ketting niet loopt. Als de ketting loopt terwijl de motorzaag stationair draait, kan de koppeling beschadigd raken. Het apparaat niet gebruiken. Retourneer het naar een erkend onderhoudscentrum voor een professionele afstelling.

3. Druk de snelheidshendel halverwege en gebruik het

product aan middelmatige snelheid. De zaagketting moet vlot ronddraaien als de koppeling zich in een goede bedrijfsstand bevindt. OPNIEUW STARTEN NA LANGE PERIODEN VAN IN- TENSIEF GEBRUIK Als u de motorzaag lange tijd gebruikt heeft, laat het product dan 3 tot 5 minuten stationair draaien met de kettingrem geactiveerd, zodat de hitte die de motor verzameld heeft kan verdwijnen via het ventilator-koelsysteem. Hierdoor voorkomt u oververhitting en eventuele overbelasting van bepaalde motoronderdelen (zoals het ontstekingssysteem en de carburateur). Nadat de motor volledig uitgeschakeld is, kunt u hierdoor problemen hebben de kettingzaag opnieuw op te starten. Dit is volkomen normaal. Laat de motor afkoelen voor u opnieuw opstart. Oorzaken en het voorkomen van terugslag: Terugslag kan gebeuren wanneer de neus of de punt van het zaagblad een voorwerp raakt of het hout de kettingzaag afknelt in de zaagsnede. Soms kan het contact van de punt leiden tot een plotse omgekeerde reactie, waardoor het zwaard wordt teruggeworpen en in de richting van de gebruiker wordt gegooid. Wanneer u de zaagketting langs de bovenkant van het zwaard klemt, kan het zwaard snel achteruit in de richting van de gebruiker wordt geduwd. Door beide reacties kan men de controle over de zaag verliezen wat kan resulteren in ernstig letsel. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in uw zaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag dient u diverse stappen te ondernemen om uwzaagwerkzaam- heden te vrijwaren van ongelukken of letsels. Terugslag is het resultaat van misbruik van het gereedschap en /of foutieve bedieningsprocedures of omstandigheden en kunnen worden vermeden door de volgende voorzorgen te nemen: ■ Houd een stevige greep met de duimen en vingers rond de kettingzaaghandvatten, met beide handen op de zaag en plaats uw lichaam en arm zo dat u terugslagkrachten kunt weerstaan. Terugslagkrachten kunnen door de gebruiker worden gecontroleerd als de nodige voorzorgen worden genomen. Laat de kettingzaag niet los. ■ Overreik niet en zaag niet boven schouderhoogte. Dit helpt voorkomen dat de punt ongewild contact maakt en geeft u betere controle over de kettingzaag in onverwachte omstandigheden. ■ Gebruik uitsluitend vervangzwaarden en -kettingen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Een foutief vervangzwaard of -ketting kan leiden tot kettingbreuk en/of terugslag. ■ Volg de onderhoudsinstructies van de fabrikant van de kettingzaagmachine. Het verminderen van de dieptemeterhoogte kan leiden tot verhoogde terugslag.

INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT CORRECTE

TECHNIEKEN VOOR HET VELLEN VAN BOMEN, SNOEIEN VAN TAKKEN EN DWARSZAGEN. De krachten in het hout begrijpen Als u de directionele druk en kracht in het hout begrijpt, kunt u de "knelpunten" verminderen of ze tenminste tijdens het zagen voorspellen. Spanning in het hout betekent dat de vezels uit elkaar worden getrokken en als u in deze omgeving de "insnijding" doorzaagt, zal de zaagsnede zich willen openen naargelang de zaag zich een weg door het hout baant. Als een houtblok op een zaagbank wordt ondersteund en het uiteinde hangt niet-ondersteund over, wordt spanning gecreëerd aan het buitenste oppervlak omwille van het gewicht van de overhangende blok die de vezels uitrekt. Op dezelfde manier zal de onderzijde van het houtblok onder druk staan en worden de vezels samengedrukt. Als u in deze buurt een insnede maakt, zal de zaagsnede de neiging hebben om zich tijdens het zagen te sluiten. Dit zou het zaagblad inklemmen. Een boom vellen Raadpleeg pagina 323 - 324. Als u een boom in stukken zaagt of velt, moet dit door twee of meer personen tegelijk worden uitgevoerd en moet het vellen van het verzagen worden verwijderd door een afstand van tenminste twee keer de hoogte van de te vellen boom. Bomen mogen niet worden geveld op een manier dat iemand in gevaar zou kunnen komen, een nutsleiding kan worden geraakt of er zich materiële schade kan voordoen. Als de boom in contact komt met een nutsleiding, moet de nutsmaatschappij onmiddellijk worden verwittigd. De gebruiker van de kettingzaag moet heuvelopwaarts staan op het terrein omdat de boom, nadat deze geveld is, zeer waarschijnlijk omlaag zal rollen of glijden. Er moet een ontsnappingsroute worden gepland en vrijgemaakt, voor het zagen begint. De ontsnappingsroute moet weg van en diagonaal ten opzichte van de achterzijde van de verwachte vallijn worden gelegd. Voor u met het vellen start, moet u de natuurlijke helling van de boom overwegen, de locatie van grotere takken en de windrichting om te oordelen waar de boom zal neerkomen. Verwijder vuil, stenen, losse schors, nagels, nietjes en draden van de boom. Probeer geen bomen te vellen die rot zijn, of zijn beschadigd door wind, vuur, bliksem, enz. Dit is uiterst gevaarlijk en mag alleen worden uitgevoerd door professionele boomchirurgen. ■ Valkerf aanbrengen Raadpleeg pagina 323 - 324. Maak de valkerf 1/3 de diameter van de boom, zijdelings tot de richting van de val. Zorg ervoor dat de ondersnede eerst wordt aangebracht. Dit helpt voorkomen dat de71 Nederlands |

kettingzaag of het zwaard vast komen te zitten wanneer de tweede snede wordt gemaakt. ■ Velsnede Raadpleeg pagina 323 - 324. Maak de velsnede tenminste 50 mm/2 hoger dan de valkerf. Houd de velsnede paralel tot de valkerf. Maak de velsnede zo dat er voldoende hout overblijft om als scharnier te werken. Het scharnierhout zorgt ervoor dat de boom omkantelt en in de verkeerde richting valt. Zaag niet door het scharnier. Naarmate het vellen dicht bij de scharnier komt, moet de boom beginnen vallen. Als de kans bestaat dat de boom niet in de gewenste richting valt of terugkantelt en de zaagketting klemt, stopt u met zagen voor de valsnede voltooid is en gebruikt u houten, kunststof of aluminium spieën om de zaagsnede te openen en de boom in de gewenste vallijn te doen vallen. Wanneer de boom begint te vallen, verwijdert u de kettingzaag uit de snede, legt u de motor stil, de kettingzaag neer en gebruikt u de geplande ontsnappingsroute. Wees alert voor vallende overhangende takken en let op waar u de voeten neerzet. Hoofdwortels verwijderen Zie pagina 324. Zoals de naam al zegt, is een hoofdwortel een grote wortel die boven de grond vanuit de stam groeit. Verwijder grote hoofdwortels voorafgaand aan het vellen. Maak eerst een horizontale zaagsnede in de hoofdwortel, gevolgd door een verticale zaagsnede . Verwijder het losgezaagde stuk van de werkplek. Volg de juiste boomvelprocedure nadat u de grote hoofdwortels hebt verwijderd. Duwen en trekken Zie pagina 325. De reactiekracht is altijd tegenovergesteld aan de richting waarin de ketting beweegt. Daarom moet de operator erop voorbereid zijn dat hij de neiging van het product om te trekken (met een voorwaartse beweging) in bedwang moet houden als hij op de onderrand van de balk aan het zagen is. Gebruik altijd de bumperkam om een dergelijke beweging te voorkomen. Het kan voorkomen dat het product naar achteren wordt geduwd (in de richting van de operator) bij het zagen langs de bovenrand. Om dit te voorkomen dient u ervoor te zorgen dat de ketting bij het zagen langs de bovenrand niet blokkeert. Zaag zit vast in de zaagsnede Stop de kettingzaag en beveilig deze. Probeer de ketting en het zwaard niet uit de zaagsnede te forceren aangezien de kans groot is dat de ketting breekt en terugslaat, waardoor de gebruiker wordt geraakt. Deze situatie doet zich normaal voor omdat het hout foutief wordt ondersteund en de zaagsnede onder druk komt te staan, waardoor het zaagblad vast raakt. Als u de steun afstelt, laat u het zwaard en de ketting niet los, maar gebruik houten spieën of een hefboom op de zaagsnede te openen en de zaag te bevrijden. Probeer de kettingzaag nooit te starten wanneer het zwaard zich reeds in een zaagsnede of insnijding bevindt. Afkorten Zie pagina 325. Verzagen betekent dat u een houtblok in stukken zaagt. Het is belangrijk te zorgen dat u stevig op de voeten staat en dat uw gewicht evenredig over beide voeten is verdeeld. Indien mogelijk, moet het houtblok worden opgeheven en ondersteund door takken, houtblokken of schoren. Volg de eenvoudige aanwijzingen voor gemakkelijk zagen. Wanneer het houtblok over de hele lengte wordt ondersteund, wordt het vanaf de bovenzijde gezaagd (bovensnede) Wanneer het blok aan een zijde wordt ondersteund, zaagt u 1/3 de diameter vanaf de onderzijde (ondersnede). Dan maakt u de laatste zaagsnede langs de bovenzijde om de eerste zaagsnede te ontmoeten. Wanneer het houtblok aan beide zijden wordt ondersteund, zaagt u 1/3 de diameter vanaf de bovenzijde (bovensnede). Dan maakt u de afgewerkte snede door de onderste 2/3 langs onder te zagen om de eerste snede te onmoeten. Wanneer u op een helling verzaagt, staat u altijd aan de bovenzijde van het houtblok. Wanneer u "doorzaagt" laat u de zaagdruk in de buurt van het einde van de zaagsnede los om de controle te behouden zonder uw grip op de kettingzaaghandvatten te verliezen. Laat de ketting de grond niet raken. Nadat u de zaagsnede hebt voltooid, wacht u tot de zaagketting is stilgevallen tot u de kettingzaag beweegt. Leg de motor altijd stil voor u van boom naar boom gaat. Takken afzagen Zie pagina 326. Takken afzagen is het verwijderen van de takken van een gevelde boom. Wanneer u de takken afzaagt, laat u de grotere, lager takken hangen om het houtblok van de grond te ondersteunen. De kleinere takken in een zaagsnede verwijderen Takken onder spanning moeten vanaf de rand naar boven worden gezaagd om te vermijden dat de kettingzaag verstrikt raakt. Terugverende tak Zie pagina 326. Met een gebogen tak bedoelen we in deze handleiding elke stam, tak, boomstronk of twijg die onder spanning gebogen staat door een ander stuk hout zodat het in zijn oorspronkelijke positie terugspringt zodra het hout dat de ‘gebogen tak’ in diens positie houdt, wordt gezaagd of verwijderd. Bij een omgevallen boom is de kans groot dat een in de grond gewortelde boomstronk terugspringt in zijn oorspronkelijke positie tijdens het kortzagen om de stam van de stronk te scheiden. Pas op voor takken onder spanning, deze zijn gevaarlijk. Probeer geen gebogen takken of stompen te zagen die onder spanning staan tenzij u professioneel bent opgeleid en ervaring hebt om dit te doen.

■ Stop de motor, activeer de kettingrem en haal de bougiekabel uit de bougie. Laat het product voldoende afkoelen voor u het opbergt of transporteert.72 | Nederlands ■ Verwijder alle vreemde voorwerpen van het product. ■ Tap alle brandstof uit de tank af in een container die goedgekeurd is voor benzine. Vergeet niet om de brandstofdop terug te plaatsen en aan te draaien. ■ Laat de motor draaien tot deze stopt. Hierdoor wordt het brandstof-olie-mengsel verwijderd dat kan verouderen waardoor lak en hars kunnen achterblijven in het brandstofsysteem. ■ Tap alle zaagblad- en kettingolie uit de tank af in een container die goedgekeurd is voor olie. Onthoud om de kettingsmeerdop goed terug te plaatsen en aan te spannen. ■ Plaats het zwaarddeksel terug voor u de machine opbergt of tijdens het transport. ■ Bewaar op een koele, droge en goed geventileerde plaats die niet toegankelijk is voor kinderen. Houd corrosieve producten, zoals tuinchemicaliën en strooizout uit de buurt van het apparaat. Bewaar niet buitenshuis. ■ Wanneer u het product voor korte afstand draagt (van het ene werkgebied naar het andere), activeert u altijd de kettingrem zodat de kettingzaag tegen beweging is beschermd. ■ Voor transport beveiligt u het product tegen bewegingen of vallen om letsels of schade aan het product te voorkomen. ■ Draag of vervoer het apparaat nooit met draaiende motor. Neem alle landelijke en regionale voorschriften voor de veilige opslag van en omgang met benzine in acht. Overtollige brandstof moet worden opgemaakt in andere apparaten met tweetaktmotoren. ONDERHOUD Houd het apparaat in goede staat. WAARSCHUWING Gebruik uitsluitend originele vervangonderdelen, accessoires en voorzetstukken van de fabrikant. Als u dit niet doet, kan dit mogelijks letsels of slechte prestaties veroorzaken waardoor uw garantie kan vervallen. WAARSCHUWING Het onderhoud vereist extreme voorzichtigheid en deskundigheid en mag enkel door een gekwalifi ceerde onderhoudstechnicus worden uitgevoerd. Voor onderhoud brengt u het product naar een geautoriseerd onderhoudscentrum. Gebruik uitsluitend originele vervangonderdelen wanneer u onderhoudswerken aan de machine uitvoert. WAARSCHUWING Stop de motor, activeer de kettingrem en haal de bougiekabel uit de bougie voordat u het product inspecteert, reinigt of onderhoudt. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan resulteren in ernstig lichamelijk letsel of grote materiële schade. ■ U mag uitsluitend de afstellingen of herstellingen uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Voor andere herstellingen, neemt u contact op met uw geautoriseerd onderhoudsagent. ■ De gevolgen van foutief onderhoud kunnen ertoe leiden dat de kettingrem en andere veiligheidsvoorzieningen niet correct werken, waardoor de kans op ernstige letsels verhoogt. Houd uw kettingzaag professioneel onderhouden en veilig. ■ Het veilig slijpen van de ketting is een taak die gespecialiseerde kennis vereist. De fabrikant raadt daarom aan om een versleten of botte ketting door een nieuw exemplaar te vervangen, verkrijgbaar bij uw geautoriseerd servicecentrum. Het onderdeelnummer is beschikbaar in de productspecificatie in deze gebruiksaanwijzing ■ Volg de instructies voor het smeren en de afstelling en controle van de kettingspanning. ■ Na elk gebruik, reinigt u het product met een zachte, droge doek. ■ Controleer regelmatig of alle moeren, bouten en vijzen goed zijn vastgemaakt om zeker te zijn dat het toestel veilig kan worden gebruikt. Een beschadigd onderdeel moet door een geautoriseerd onderhoudscentrum goed worden gerepareerd of vervangen.

ZWAARD EN ZAAGKETTING VERVANGEN

Raadpleeg pagina 329 - 330.

3. Verwijder de montagemoeren van het zwaard met

gebruik van de bijgeleverde steeksleutel.

4. Verwijder de afdekking van de ketting.

5. Verwijder het zwaard en de zaagketting van de

6. Plaats de nieuwe ketting in de correcte richting op

het zwaard en zorg ervoor dat de drijfstangen in de zwaardgroef zijn afgelijnd.

7. Maak het zwaard aan de kettingzaag vast en leg de

ketting rond het aandrijfkettingwiel.

8. Plaats de afdekking van de ketting en de

montagemoeren van het zwaard weer terug.

9. Draai de montagemoeren van het zwaard half vast. Het

zaagblad moet kunnen bewegen voor het afstellen van de kettingspanning.

10. Stel de kettingspanning af. Raadpleeg het hoofdstuk

"Kettingspanning afstellen".

11. Til de neus van het zaagblad op en draai de

bevestigingsmoeren van het zaagblad stevig vast.

1. Duw de knop boven op de luchtfilterkap in en draai hem

linksom om te ontgrendelen. Til de luchtfilterkap recht omhoog en haal hem weg; zet hem terzijde.

2. Blaas of borstel zoveel mogelijk vuil en zaagsel rond de

carburateur en de kamer weg. OPMERKING: Zorg ervoor dat de chokehendel in de stand 'volle choke' staat, om te voorkomen dat de carburateur verontreinigd raakt.

3. Gebruik de meegeleverde combinatietang of een73 Nederlands |

platkopschroevendraaier om de schroef te verwijderen waarmee het luchtfilter is bevestigd.

4. Zet een platkopschroevendraaier tussen de lipjes en

wrik voorzichtig om het luchtfilter te verwijderen.

5. Verwijder het luchtfilter uit het luchtfilterhuis.

Kies één van de volgende reinigingsopties: ● Om het filter eenvoudig te reinigen, klopt u het filter op een glad, vlak oppervlak om zoveel mogelijk zaagsel en stofdeeltjes te verwijderen. ● Voor een grondiger reiniging kunt u het filter reinigen in warm zeepwater. Spoel en laat volledig drogen. ● Vervang het luchtfilter na 25 gebruiksuren door een nieuw filter. OPMERKING: Als alternatieve methode kunt u ook perslucht gebruiken om het luchtfi lter te reinigen (draag altijd oogbescherming om oogletsel te voorkomen).

6. Plaats het luchtfilter weer terug, en zorg ervoor dat de

lipjes op het luchtfilter goed zijn uitgelijnd en goed op hun plaats zitten.

7. Breng de luchtfilterkap weer aan. Druk de knop in en

draai het filter rechtsom om het te bevestigen.

8. Reinig het voorfilter na 25 volle benzinetanks of eerder

indien nodig. Haal de motorkap, het starterblok en de luchtklep van het ventilatorhuis weg, zodat u het voorfilter in het motorhuis kunt bereiken. (Zie pagina

OPMERKING: Als u een luchtslang gebruikt om te drogen, blaas dan door beide zijden van het fi lter. WARNING Laat de motor nooit draaien zonder het luchtfi lter. Zorg ervoor dat het luchtfi lter op de juiste wijze in het luchtfi lterdeksel is geplaatst voordat u het luchtfi lter weer samenbouwt.

KETTINGREM INSPECTEREN EN REINIGEN

Zie pagina 332. ■ Houd het kettingremmechanisme altijd schoon door de drijvers vrij van vuil te houden en licht af te borstelen. ■ Test altijd de kettingremprestatie na het reinigen. ■ Zie het hoofdstuk “Bediening - Controle en bediening van de kettingrem” in deze handleiding voor meer informatie.

MOTORSNELHEID EN CARBURATEUR AFSTELLEN

WAARSCHUWING Een foutieve afstelling van de carburateur kan het risico op letsels, dodelijke ongevallen of productschade verhogen. Om de carburateur af te stellen, brengt u het product naar een geautoriseerd onderhoudscentrum. ONDERHOUDSSCHEMA Dagelijkse controle Brandstofmengsel Voor elk gebruik Zaagbladsmering Voor elk gebruik Kettingspanning Voor elk gebruik en regelmatig Aangrijpen van de koppeling (ketting beweegt niet bij stationair draaien) Voor elk gebruik Kettingscherpte Voor elk gebruik, visuele controle Op beschadigde onderdelen Voor elk gebruik Op losse binders Voor elk gebruik Op losse onderdelen Voor elk gebruik Kettingremfunctie Voor elk gebruik Voor brandstoflekken Voor elk gebruik CONTROLEER EN REINIG: Zwaard Voor elk gebruik Volledige zaag Na elk gebruik Luchtfilter Elke 5 uur* Kettingrem Elke 5 uur* Vervang brandstoffilter Jaarlijks Vervang brandstoffilter Jaarlijks *Uren in gebruik RESTRISICO'S Zelfs wanneer het product zoals voorgeschreven wordt gebruikt, is het nog steeds onmogelijk om bepaalde restrisico's volledig te elimineren. De volgende gevaren kunnen zich voordoen tijdens het gebruik en de gebruiker dient in het bijzonder aandacht te hebben om de volgende situaties te vermijden: ■ Letsels veroorzaakt door trillingen. Gebruik altijd het juiste gereedschap voor de taak, gebruik de toegewezen handvaten en beperk de gebruikstijd en blootstelling. ■ Blootstelling aan geluid kan gehoorletsels veroorzaken. Draag gehoorbescherming en beperk de blootstelling. ■ Contact met blootgestelde zaagtanden van de zaagketting (snijgevaar). ■ Onvoorziene, plotse bewegingen of terugslag van het zwaard (snijgevaar). ■ Stukken die uit de kettingzaag worden weggegooid (snij/injectiegevaar). ■ Uitgeworpen stukken van het werkstuk (houtzaagsel, splinters). ■ Inhalatie van zaagstof en deeltjes of uitlaatgassen van de benzinemotor. ■ Huidcontact met benzine/olie.74 | Nederlands RISICOBEPERKING Er zijn meldingen dat trillingen van handwerktuigen bij sommige mensen bijdragen tot het Syndroom van Raynaud. Symptomen kunnen ondermeer tintelingen, gevoelloosheid en bleek worden van de vingers omvatten, wat normaal gezien duidelijk wordt bij blootstelling aan koude. Erfelijke factoren, blootstelling aan koude en vocht, dieet, roken en werkroutine kunnen allemaal bijdragen tot de ontwikkeling van deze symptomen. Er kunnen door de bediener maatregelen worden genomen om de gevolgen van de trillingen te beperken: ■ Houd bij koud weer uw lichaam warm. Draag handschoenen terwijl u het product gebruikt om de handen en polsen warm te houden. Men neemt aan dat koud weer een belangrijke factor is die bijdraagt tot het Syndroom van Raynaud. ■ Doe oefeningen om de bloeddoorstroming te bevorderen na elke periode van gebruik. ■ Neem regelmatig een pauze. Beperk het aantal uren dat u per dag wordt blootgesteld. ■ Beschermhandschoenen verkrijgbaar bij professionele kettingzaaghandelaars zijn specifiek ontworpen voor gebruik met kettingzagen die bescherming bieden, een goede greep en de gevolgen van handgreeptrillingen verminderen. Deze handschoenen moeten overeenstemmen met EN381-7 en moet CE- gemarkeerd zijn. Wanneer u enige van de symptomen van deze aandoening ervaart, stop dan onmiddellijk met het gebruik van het toestel en raadpleeg uw dokter WAARSCHUWING Letsels kunnen worden veroorzaakt of ernstiger worden door verlengd gebruik van een werktuig. Als u een werktuig gedurende langere periodes gebruikt, neem dan regelmatig pauze.

Een kettingzaag met weinig terugslag helpt de kans voor terugslag verminderen. De dieptestellernok (tanddiepte) voor elke snijschakel kan de kracht van de terugslagreactie verminderen door te voorkomen dat de snijschakels zich te diep in het terugslaggebied ingraven. Gebruik uitsluitend een vervangzwaard en -kettingcombinatie, aangeraden door de fabrikant. Wanneer zaagkettingen worden geslepen, verliezen ze iets van hun lage terugslag-functionaliteit en dient men extra op te letten. Voor uw veiligheid vervangt u de zaagkettingen wanneer de zaagprestaties verminderen. STEUNKLAUW De geïntegreerde bumperspike kan als middelpunt worden gebruikt wanneer u een insnede maakt. Het helpt om het lichaam van de kettingzaag stabiel te houden tijdens het zagen. Tijdens het zagen drukt u de machine voorwaarts tot de pinnen zich in de rand van het hout zetten en door het achterste handvat naar boven of onder in de zaagrichting te bewegen, wat kan helpen om de fysieke inspanning van het zagen te verlichten ZAAGBLADEN Over het algemeen hebben zwaarden met kleine schuifpunten een ietwat lager potentieel voor terugslag. Gebruik uitsluitend een vervangzwaard en -kettingcombinatie, aangeraden door de fabrikant. Het gebruik niet aangewezen zwaarden kan het risico op controleverlies tijdens het zagen verhogen. Controleer regelmatig de spanning. Wanneer u kleinere takken zaagt (kleiner dan de volledige lengte van het zwaard) is de kans dat de ketting wordt afgeworpen groter als de spanning niet correct is. KETTINGREM Kettingremmen zijn ontworpen om het draaien van de ketting snel te stoppen. Wanneer de kettingremhendel/ handbescherming naar het zaagblad wordt geduwd, moet de ketting onmiddellijk stoppen. Een kettingrem voorkomt geen terugslag. Het vermindert het risico op letsels in geval het zwaard in contact komt met het lichaam van de gebruiker tijdens terugslag. De kettingrem moet worden getest voor elk gebruik op correcte werking in de stand draaien en rem. KETTINGVANGER Een kettingvanger voorkomt bij losraken of breken van de ketting dat deze in de richting van de gebruiker springt.75 Nederlands |

Let Op Om gevaar voor lichamelijk letsel te verminderen dient u deze gebruikshandleiding absoluut goed door te lezen en te begrijpen voordat u het apparaat gaat gebruiken. Draag oog-, gehoor- en hoofdbescherming tijdens het gebruik van dit apparaat. Draag dikke antislip werkhandschoenen als u de kettingzaag gebruikt. Draag anti-slip veiligheidsschoenen wanneer u het product gebruikt. Houd de kettingzaag altijd met uw twee handen vast bij gebruik. Gebruik de kettingzaag niet door deze met één hand vast te houden. Gevaar! Wees Bedacht Op Terugslag. Gebruik loodvrije autobenzine met een octaangehalte van 91 ([R+M]/2) of hoger. Gebruik 2-taktolie voor luchtgekoelde motoren. Meng de brandstof grondig en telkens voor u opnieuw met brandstof vult Olie het zwaard en de ketting elke keer dat u de brandstoftank van de kettingzaag vult. EU-conformiteit EurAsian-symbool van overeenstemming. Oekraïens conformiteitssymbool Het gegarandeerd geluidsniveau bedraagt 114 dB. Zet de kettingrem op de stand RUN (UITVOEREN).

Zet de kettingrem op de stand BRAKE (REM). Zet de ontstekingsschakelaar in de stand 'aan'. Druk de BRANDSTOFBALG 10 maal volledig in. Trek de chokehendel helemaal uit tot in de stand 'volle choke'. Trek aan het startkoord tot het eerste starten van de motor hoorbaar is (niet meer dan vijf startpogingen). Duw de chokehendel helemaal in. Trek aan de startkoord tot de motor start. Duw de vergrendeling van de gashendel omlaag en knijp de gashendel in; laat vervolgens de gashendel los zodat de motor weer stationair draait. Laat het product ongeveer 15 - 30 seconden stationair draaien. Brandstof en olie Zwaard- en kettingsmeermiddel "Draai om de kettingspanning aan te passen + = Ketting aanspannen - = Ketting losmaken" Beweegrichting van de ketting "H = Hoge snelheidsafstelnaald L = Lage snelheids afstelnaald T = Afstelschroef stationair draaien" Vergrendel het fi ltertoegangsdeksel. Ontgrendel het fi ltertoegangsdeksel.76 | Nederlands Zet de ontstekingsschakelaar op de "stop"-stand.

SYMBOLEN IN DEZE GEBRUIKSAANWIJZING

Meng brandstof in de open lucht waar geen vonken of vlammen zijn. Verboden te roken wanneer u de brandstoftank vult of brandstof mengt. Onderdelen of accessoires afzonderlijk verkocht Opmerking Let Op Draag oog- en gezichtsbescherming. Draag bescherming voor het bovenlichaam. Draag beenbescherming. Product stoppen Vergrendel het fi ltertoegangsdeksel. Ontgrendel het fi ltertoegangsdeksel. De volgende kernwoorden en verklaringen zijn bedoeld om de gevaarniveaus die op dit toestel betrekking hebben, te verklaren. GEVAAR Wijst op een mogelijks gevaarlijke situatie die, als ze niet wordt voorkomen, dodelijk kan zijn of ernstige verwondingen kan veroorzaken. LET OP Wijst op een mogelijks gevaarlijke situatie die, als ze niet wordt voorkomen, dodelijk kan zijn of ernstige verwondingen kan veroorzaken. LET OP Wijst op een mogelijks gevaarlijke situatie die, als ze niet wordt voorkomen, kleine of middelmatige verwondingen kan veroorzaken. LET OP Zonder veiligheidswaarschuwingssymbool Wijst op een situatie die kan leiden tot materiële schade.77 Nederlands |

PROBLEEMOPLOSSEN Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Motor wil niet starten. (Plaats de ontstekingsschakelaar in de stand "on" (AAN). Geen vonken. De bougie kan gebarsten of beschadigd zijn. Vervang de oude bougie door een nieuwe en probeer opnieuw te starten. Als de motor niet start, brengt u het product terug naar een serviceverdeler voor verdere controle. Verzopen motor. Terwijl de contactschakelaar uitgeschakeld is, verwijdert u de bougie. Zet de chokehendel in de draaistand (helemaal ingedrukt) en trek maximaal 20 keer aan startkoord 15. Hierdoor wordt overtollige brandstof uit de motor verwijderd. Reinig de bougie en plaats deze terug. Draai de ontstekingsschakelaar in de AAN-stand. Knijp de brandstofbalg 10 maal in. Trek drie keer aan het startkoord met de chokehendel helemaal ingedrukt. Als de motor niet start, zet u de chokehendel in de stand 'volle choke' en herhaalt u de normale startprocedure. Als de motor nog steeds niet start, herhaalt u de procedure met een nieuwe bougie. Motor start, maar het toerental kan niet goed worden opgevoerd. Carburateur heeft een “L”- aanpassing (lage sproeier) nodig. Neem contact op met een onderhoudsdealer voor het afstellen van de carburateur. Motor start maar loopt niet goed op hoge snelheid. Carburateur heeft een “H”- aanpassing (hoge sproeier) nodig. Neem contact op met een onderhoudsdealer voor het afstellen van de carburateur. Motor haalt maximum toerental niet en/of ontwikkelt zeer veel rook. Controleer het oliebrandstofmengsel. Gebruik verse brandstof en de juiste tweetaktoliemengselverhouding. Luchtfi lter vuil. Reinig de luchtfi lter. Vonkenvangerscherm vuil. Ga naar een geautoriseerd onderhoudscentrum terug voor reparatie of vervanging. Carburateur heeft een “H”- aanpassing (hoge sproeier) nodig. Neem contact op met een onderhoudsdealer voor het afstellen van de carburateur. Motor start, loopt en versnelt, maar loopt niet stationair. Carburateur moet worden aangepast. Neem contact op met een onderhoudsdealer voor het afstellen van de carburateur. Motor start en draait langzaam, maar ketting draait niet. Kettingolietank leeg. Olietank moet altijd worden bijgevuld wanneer de brandstoftank wordt bijgevuld. Controleer of de kettingspanning niet te hoog is. Span de ketting aan. Controleer de werking van het smeersysteem. Laat de motor gedurende 30 tot 45 seconden op half vermogen draaien. Stop de zaag en controleer of er olie op het zaagblad is gekomen. Als er wel olie aanwezig is, kan het zijn dat de ketting bot is of het zaagblad beschadigd is. Als er geen smeerolie op de geleider komt, neem dan contact op met een bevoegd onderhoudscentrum. Zaagblad en ketting worden heet en roken. Kettingrem ingeschakeld. Ontgrendel de kettingrem. Kettingspanning te hoog. Span de ketting aan. Controleer zaagblad en ketting op schade. Controleer het zaagblad en de ketting op schade.78 | Português No design da sua motosserra a gasolina demos prioridade à segurança, ao desempenho e à fi abilidade. USO PREVISTO A motosserra a gasolina destina-se a ser utilizada apenas ao ar livre, em áreas bem ventiladas. Por razões de segurança, o aparelho tem que ser adequadamente controlado através da operação com as duas mãos em todos os momentos. Este produto é concebido para cortar ramos, troncos, cepos e vigas de um diâmetro determinado pelo comprimento de corte da barra-guia. Apenas foi concebida para cortar madeira. Só deve ser utilizado em aplicações domésticas por adultos que tenham recebido formação adequada sobre os perigos e medidas/ações preventivas a tomar durante a sua utilização. O produto não deve ser usada por crianças ou por pessoas que não usem o equipamento de proteção pessoal e vestuário adequados. Não deve ser usado para serviços profi ssionais de corte de árvores. Não a use para nenhuma outra fi nalidade. ADVERTÊNCIA Ao utilizar o produto, devem seguir-se as normas de segurança. Para sua própria segurança e a dos transeuntes, deve ler e compreender todas estas instruções antes de começar a utilizar o aparelho. Deve participar num curso de segurança organizada profi ssional sobre a utilização, ações preventivas, primeiros socorros e manutenção de motosserras. Guarde as instruções para usá-las no futuro. ADVERTÊNCIA As moto-serras são ferramentas potencialmente perigosas. Os acidentes que envolvem o uso frequente de moto-serras podem causar a perda de membro ou a morte. A moto-serra não é a única que implica risco. Os ramos que caem, o derrube de árvores, ou troncos a girar podem causar a morte. A madeira doente ou podre implica perigos adicionais. Deve avaliar a sua capacidade para efetuar a tarefa de forma segura. Em caso de dúvida, peça a um profi ssional de corte de árvores para fazer o trabalho.

GARANTIEVOORWAARDEN Naast de wettelijke rechten die voortvloeien uit de aankoop, wordt dit product gedekt door een garantie, zoals hieronder staat vermeld.

1. De garantietermijn voor consumenten bedraagt 24 maanden en gaat in

op de datum waarop het product is gekocht. Deze datum moet worden gedocumenteerd met een factuur of een ander aankoopbewijs. Het product is uitsluitend ontworpen en bedoeld voor persoonlijk gebruik door consumenten. Er wordt dus geen garantie gegeven voor professioneel of commercieel gebruik.

2. Voor een deel van ons aanbod van tuingereedschappen (AC/DC) is het

mogelijk om de garantietermijn te verlengen over de boven beschreven termijn, met behulp van de website www.ryobitools.eu. De gereedschappen die in aanmerking komen voor de verlenging van de garantietermijn wordt duidelijk weergegeven in winkels en/of verpakkingen en staat beschreven in de productdocumentatie. De eindgebruiker moet zijn/haar nieuw gekochte gereedschappen binnen 30 dagen na aankoop online registreren. De eindgebruiker kan zich registreren voor de verlengde garantietermijn als zijn woonland staat vermeld op het online registratieformulier waar deze optie geldig is. Bovendien moeten eindgebruikers toestemming geven voor de opslag van de gegevens die online ingevuld moeten worden en moeten ze de algemene voorwaarden accepteren. Het ontvangstbewijs van de registratie, dat per e-mail wordt verzonden en de oorspronkelijke factuur met de aankoopdatum vormt het bewijs van de verlengde garantietermijn.

3. De garantie dekt tijdens de garantietermijn alle gebreken van het product

vanwege defecten in vakmanschap of materiaal op de aankoopdatum. De garantie is beperkt tot reparatie en/of vervanging en bevat geen andere verplichtingen, waaronder maar niet beperkt tot incidentele of gevolgschade. De garantie is niet geldig als het product is misbruikt, in strijd met de gebruiksaanwijzing wordt gebruikt of onjuist is aangesloten. Deze garantie geldt niet voor: – alle schade aan het product die het gevolg is van onjuist onderhoud – elk product dat is veranderd of aangepast – elk product waar de oorspronkelijke identificatie (handelsmerk, serienummer) is beschadigd, gewijzigd of verwijderd – alle schade die is veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing – elk niet-CE-product – elk product waar een poging tot reparatie is gedaan door een niet- erkende professional of zonder voorafgaande toestemming door Techtronic Industries. – elk product dat is verbonden met een verkeerde voeding (amperage, spanning, frequentie) – elk product dat wordt gebruikt met een verkeerd brandstofmengsel (brandstof, olie, oliegehalte) – alle schade die is veroorzaakt door externe invloeden (chemisch, fysisch, schokken) of vreemde stoffen – normale slijtage van reserveonderdelen – ongepast gebruik, overbelasting van het gereedschap – gebruik van niet-goedgekeurde accessoires of onderdelen – Alle periodieke aanpassingen aan of het onderhoud en reiniging van carburateurs – Componenten (onderdelen en accessoires) die onderhevig zijn aan natuurlijke slijtage, waaronder maar niet beperkt tot stootknoppen, aandrijfriemen, koppelingen, messen van hegtrimmers of grasmaaiers, harnas, gaskabel, koolstofborstels, stroomsnoeren, tanden, viltringen, koppelingspennen, blazers, blaas- en zuigbuizen, zuigzakken en -riemen, geleidingsstaven, zaagkettingen, slangen, koppelingen, mondstukken, wielen, spuitstokken, binnenhaspels, buitenhaspels, snijdraden, bougies, luchtfilters, gasfilters, maaimessen, etc.

4. Voor onderhoud moet het product worden verzonden of gebracht naar

een erkend servicestation van RYOBI die voor elk land staan vermeld in de volgende lijst met adressen voor servicestations. In sommige landen zal uw lokale RYOBI-dealer het product verzenden naar de RYOBI- serviceorganisatie. Wanneer u het product naar een servicestation van RYOBI verzendt, moet het product veilig worden verpakt zonder enige gevaarlijke inhoud, zoals benzine, met het adres van de afzender en vergezeld van een korte beschrijving van het defect.

5. Een reparatie/vervanging die onder deze garantie valt is gratis. Het vormt

geen verlenging of een nieuwe start van de garantietermijn. Verwisselde onderdelen of gereedschappen worden ons eigendom. In sommige landen moeten de verzendkosten door de afzender worden betaald. Uw wettelijke rechten die voortvloeien uit de aankoop van het gereedschap blijven onaangetast.

6. Deze garantie is geldig in de Europese Gemeenschap, Zwitserland, IJsland,

Noorwegen, Liechtenstein, Turkije en Rusland. Buiten deze gebieden moet u contact opnemen met uw erkende RYOBI-dealer om vast te stellen of er een andere garantie van toepassing is. GEAUTORISEERD ONDERHOUDSCENTRUM Om een geautoriseerd onderhoudscentrum in uw buurt te vinden, surft u naar http:// nl.ryobitools.eu/header/service-and-support/service-agents

is in overeenstemming met de volgende Europese Richtlijnen en geharmoniseerde normen 2006/42/EC, 2014/30/EU, 2000/14/EC, 2005/88/EC, 97/68/EC, zoals laatstelijk gewijzigd 2012/46/EU, EN ISO 11681-1:2011, EN ISO 14982:2009, EN ISO 3744:2010 Gemeten geluidsniveau: 110.6 dB(A) Gegarandeerd geluidsniveau: 114 dB(A) Conformiteitsbeoordelingsmethode behorende bij Bijlage V van richtlijn 2000/14/EC, aangepast van 2005/88/EC. Aangemelde instantie, 0905 Intertek Deutschland GmbH, Stangenstraße 1, 70771 Leinfelden-Echterdingen, heeft de EC-typegoedkeuring uitgevoerd en het CE-identificatienummer is 12SHW2226-01. Floyd Jeffrey Nesom (BSME) Hoofd Ontwerpingenieur Winnenden, Mar. 01, 2017 Afgevaardigde voor het samenstellen van de technische fiche: Alexander Krug, Directeur Techtronic Industries GmbH Max-Eyth-Straße 10, 71364 Winnenden, Germany