ACS3000 - Schuurmachine SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ACS3000 SCHEPPACH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Schuurmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ACS3000 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ACS3000 van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING ACS3000 SCHEPPACH
Airless verfsproeisysteemVertaling van de originele gebruikshandleiding
Verklaring van de symbolen Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico‘s. De vei- ligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico‘s en kunnen de juiste maatregelen betreende ongevallenpreventie niet vervangen. Waarschuwing! Bij het niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar voor letsel of beschadiging aan het werktuig. Lees de gebruikshandleiding om het gevaar voor verwonding te reduceren. Draag een veiligheidsbril. Draag gehoorbescherming. Draag ademhalingsbescherming. Waarschuwing! Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact, voordat u het apparaat installeert, reinigt, onderhoud, ombouwt, opslaat of transporteert. m LET OP! In deze gebruikshandleiding hebben wij punten die uw veiligheid betreen van dit teken voorzien. m VOORZICHTIG! Het niet in acht nemen van deze aanwijzingen kan tot lichte tot middelzware verwon- dingen leiden. m WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze aanwijzingen kan tot de tot of ernstige verwondingen leiden. Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.www.scheppach.com
5. Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten ....................... 81
6. Veiligheidsvoorschriften voor Airless verfsproeisysteem ................................. 83
Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen vei- ligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van ma- chines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor on- gevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Apparaatbeschrijving (afb. 1-3)
12. Slangklem voor aanzuigslang-netlter
13. Aanzuigslang-netlter
14. Aan/uit-schakelaar
15. Aanzuigslang-inlaataansluiting
16. Slangklem voor aanzuigslang-inlaataansluiting
18. Spuitslang-uitlaataansluiting
21. Slangklem voor retourslang-inlaataansluiting
25. Spuitslang-inlaataansluiting
- Open de verpakking en haal het apparaat er voor- zichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak- kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Aanwijzing: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aan- sprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vak- mensen,
- inbouw en vervanging van niet-originele onderde- len,
- niet doelmatig gebruik,
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften. Let op: Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruiksaanwijzing is bedoeld om het gemakkelij- ker te maken, uw apparaat te leren kennen en de be- oogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwij- zingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, repa- ratiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat ver- hoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze ge- bruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruiksaanwijzing bij het apparaat in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De ge- bruiksaanwijzing moet door elke bediener van het ap- paraat voor aanvang van het werk gelezen en zorgvul- dig nageleefd worden.www.scheppach.com
Let erop dat het apparaat volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industrië- le toepassingen is ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer dit apparaat in bedrijfsma- tige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Algemene veiligheidsvoorschriften
voor elektrische apparaten m WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoor- schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch apparaat zijn meegeleverd. Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwij- zingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip “Elek- trisch gereedschap” is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) en op accuge- voed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer). 1 Veiligheid op de werkplek a) Houd uw werkomgeving schoon en goed ver- licht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoen, gas of stof bevinden. Elektrisch gereedschap kan vonken veroorzaken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische ge- reedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen. 2 Elektrische veiligheid a) De aansluitstekker van het elektrische gereed- schap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden ge- wijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontac- ten verminderen het risico op elektrische schok. b) Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op trans- portschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het ver- strijken van de garantietijd. m LET OP! Het apparaat en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en ver- stikkingsgevaar! 1x Airless verfsproeisysteem 1x Spuitslang 7,6 m 1x Spuitpistool 1x Aanzuigslang 1x Retourslang 1x 19 mm steeksleutel 1x Reinigingsborstel 1x Reserveafdichting 1x Gebruikshandleiding 1x Garantiekaart
Het Airless verfsproeisysteem is geschikt voor grote renoveringswerkzaamheden in huis en de tuin. Het is zo ontwikkeld, dat verf direct uit de verfemmer wordt aangezogen en in korte tijd op grote oppervlakken kan worden aangebracht. Daartoe behoren oppervlak- ken zoals hekken, pergola’s, schuren, houten faça- des, paviljoens, garagedeuren, roosters en wanden. Het apparaat is alleen bedoeld voor privé-gebruik. In hoofdstuk 8 vindt u meer informatie over welke appara- ten met het apparaat gebruikt kunnen worden. Lees deze gebruikshandleiding door en maak u daar- mee vertrouwd, voordat u het apparaat gebruikt. Deze gebruikshandleiding moet ook worden doorge- geven als het apparaat door derden wordt gebruikt. Het apparaat mag uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en niet de fabri- kant aansprakelijk. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.www.scheppach.com
d) Verwijder instelgereedschap of steeksleutels voordat u het elektrisch gereedschap inscha- kelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereed- schap bevindt, kan verwondingen veroorzaken. e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd uw evenwicht behoudt. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwach- te situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen. g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kun- nen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen. h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden. 4 Gebruik en behandeling van het elektrische ge- reedschap a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet over- belast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrisch gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver- wijder de uitneembare accu voordat u de appa- raatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voor- zorgsmaatregelen voorkomen dat het elektrische gereedschap onbedoeld start. d) Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat het elek- trisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwij- zingen niet hebben gelezen. Elektrische appara- ten zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen worden gebruikt. c) Houd uw elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Binnendringing van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok. d) Gebruik het snoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, scher- pe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok. e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een ver- lengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor bui- tenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermin- dert het risico op een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrische gereed- schap in een vochtige omgeving niet kan wor- den vermeden, gebruik dan een aardlekscha- kelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok. 3 Veiligheid van personen a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werk- zaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van on- achtzaamheid bij gebruik van het elektrische ge- reedschap kan leiden tot ernstig letsel. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen. c) Voorkom onbedoelde inbedrijfstelling. Con- troleer of het elektrisch gereedschap is uitge- schakeld voordat u het op de stroomvoorzie- ning en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische ge- reedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.www.scheppach.com
- Het Airless verfsproeisysteem mag niet gebruikt worden voor het aanbrengen van brandbare verfsoorten en oplosmiddelen, omdat het vlampunt daarvan onder 21°C ligt. Het vlampunt is de tempe- ratuur, waarbij er zich door een stof genoeg dampen kunnen vormen om te kunnen ontsteken.
- Controleer ter vermijding van een elektrostatische ontlading of alle reservoirs en verzamelsystemen geaard zijn.
- Sluit deze op een geaard stopcontact aan en ge- bruik geaarde verlengsnoeren. Gebruik geen 3 op 2 adapter.
- Gebruik geen verfsoorten of oplosmiddelen die ha- logeen-koolwaterstof bevatten. Voorbeelden voor dit type materialen kunt u vinden in de gebruiks- handleiding.
- Zorg voor een goed geventileerd spuitbereik, even- als voldoende toevoer van frisse lucht.
- Niet roken in het spuitbereik.
- Gebruik in het spuitbereik geen lichtschakelaars resp. gebruik geen motoren of andere producten die vonken kunnen veroorzaken.
- Houd het bereik schoon en vrij van verf- of reini- gingsmiddelreservoirs, doeken en andere ontvlam- bare materialen.
- U moet de aard van de verfsoorten en reinigingsmid- delen, die u spuit, kennen. Lees de materiaalveilig- heidsbladen (MSDS) en etiketten van de verf- resp. reinigingsmiddelreservoirs. Volg de veiligheidsinstructies voor de verwerking, opslag, transport en verwijdering van de fabrikant van de verf-. resp reinigingsmiddelreservoirs op.
- Brandblussers moeten aanwezig zijn en functione- ren.
- Bij werkzaamheden in ruimtes: – Let op dat er zich in het bereik van het apparaat geen oplosmiddelhoudende dampen vormen. – Plaats het apparaat op de van het spuitobject afgekeerde zijde. – Houd een minimale afstand van 5 m tussen het apparaat en het spuitpistool aan.
- Bij werkzaamheden in de open lucht: – Let op dat er geen oplosmiddelhoudende dam- pen naar het apparaat toe worden gedreven. Let op de windrichting. – Plaats het apparaat zo dat er geen oplosmiddel- houdende dampen naar het apparaat toestro- men en zich daar ophopen. – Houd een minimale afstand van 5 m tussen het apparaat en het spuitpistool aan. e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektri- sche apparaten en accessoires. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhou- den elektrisch gereedschap. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is makkelijker te gebruiken. g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot ge- vaarlijke situaties. h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden. 5 Service a. Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwaliceerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserve- onderdelen. Hiermee blijft veilig gebruik van het elektrisch gereedschap gewaarborgd. m LET OP! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
6. Veiligheidsvoorschriften voor
Airless verfsproeisysteem m WAARSCHUWING! Reduceer het brandrisico.
- Het apparaat mag niet in explosiegevaarlijke omge- vingen worden gebruikt.www.scheppach.com
- Voorkom een abnormale lichaamshouding en ga ook niet op instabiele oppervlakken staan. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd uw evenwicht behoudt.
- Blijf behoedzaam en ga voorzichtig te werk.
- Gebruik het apparaat niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs of alcohol.
- De slang niet te ver doorbuigen of knikken.
- Stel de slang niet bloot aan temperaturen of druk- waarden, die boven de gegevens van de fabrikant liggen.
- Gebruik de slang niet als versterkingselement, om het apparaat te trekken of op te tillen.
- De maximale nominale druk van de luchtslang ligt op 228 Bar, de normale bedrijfsdruk op 207 Bar.
- Houd rekening met de gevaren die van het gespo- ten materiaal uitgaan en bekijk de markeringen op het reservoir resp. lees de informatie van de fabri- kant van het te spuiten materiaal door, waaronder de voorschriften voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
- Spuit geen materiaal waarvan u het gevaar niet kunt inschatten.
- Apparaatoppervlakken kunnen tijdens het bedrijf zeer heet worden. Om ernstige brandwonden te voorkomen, mag u geen apparaatoppervlakken aanraken. Wacht tot het apparaat volledig is afge- koeld.
- Een onder druk staand apparaat kan zonder voor- waarschuwing starten. Volg de stappen voor dru- kontlasting in deze handleiding op, voordat u het apparaat controleert, transporteert of onderhoud. Neem de voedingsstekker uit het stopcontact!
- Lees de waarschuwingen en informeer uzelf zo over de specieke gevaren van de gebruikte vloeistoen.
- Bewaar gevaarlijke vloeistoen in toegestane re- servoirs en verwijder deze conform de geldende richtlijnen. m WAARSCHUWING! Gevaar door incorrecte om- gang met het apparaat
- Gebruik geen elektrostatische apparaten voor het vernevelen en spuiten. Dit kan tot ernstige gevaren voor de bediener leiden.
- Overschrijd nooit de maximale bedrijfsdruk of de maximale temperatuur van de systeemcomponen- ten met de laagste nominale waarde. Lees de tech- nische gegevens in alle gebruikshandleidingen van het apparaat.
- Gebruik vloeistoen en oplosmiddelen, die compati- bel zijn met uw apparaat. m WAARSCHUWING! Reduceer het risico op huid- letsel.
- Richt het pistool nooit op uzelf, andere mensen of dieren.
- Houd uw handen en andere lichaamsdelen uit de buurt van de uitlaat. Probeer bijv. geen lekkende punten af te sluiten door deze af te dekken met li- chaamsdelen.
- Gebruik altijd de beschermkap van de sproeikop. Spuit nooit zonder aangebrachte beschermkap van de sproeikop.
- Gebruik uitsluitend de door de fabrikant geleverde sproeipuit.
- Wees voorzichtig bij de reiniging en het wisselen van de sproeispuit. Als de sproeispuit bij het spui- ten verstopt raakt, volg dan de aanwijzingen van de fabrikant voor het uitschakelen van het apparaat en het aftappen van de druk, voordat u de sproeispuit voor reiniging verwijdert.
- Laat het apparaat niet zonder toezicht, terwijl het op het stroomnet is aangesloten of onder druk staat. In- dien het apparaat niet wordt gebruikt, schakelt u het uit en laat u de druk conform de aanwijzingen van de fabrikant af.
- Met de hogedrukstraal kunnen giftige stoen in het lichaam geïnjecteerd worden, die tot ernstige ver- wondingen kunnen leiden. Neem in dat geval on- middellijk contact op met een arts.
- Controleer de slang en onderdelen of tekenen van beschadiging. Vervang beschadigde slangen of on- derdelen.
- Dit systeem kan een druk van 207 Bar bereiken. Gebruik uitsluitend de door de fabrikant toegestane onderdelen en accessoires met minimaal 228 Bar.
- Klik altijd de trekzekering vast, indien u niet spuit. Controleer of de trekzekering correct functioneert.
- Controleer of alle verbindingen goed zitten voordat u met het apparaat werkt.
- U moet weten hoe u het apparaat uitschakelt en druk snel kunt aaten. Zorg ervoor dat u goed vertrouwd bent met de bedieningselementen. m WAARSCHUWING! Reduceer het gevaar voor verwonding.
- Draag altijd geschikte veiligheidshandschoenen, oogbescherming evenals een ademhalingsapparaat resp. een ademhalingsmasker.
- In de buurt van kinderen mag het apparaat niet gebruikt worden en mag er geen verf worden aan- gebracht. Houd kinderen altijd uit de buurt van het apparaat.www.scheppach.com
8.1 Bruikbare materialen en verfsoorten
Veel materialen en verfsoorten kunnen voor spuiten worden gebruikt, maar niet alle. Bekijk hiertoe de aan- bevelingen van de fabrikant. De volgende materialen en verfsoorten zijn toegestaan:
8.2 Niet bruikbare materialen en verfsoorten
Bij het gebruik van de volgende materialen en verfsoor- ten ontstaat er vroegtijdige slijtage en verstopping van de spuitkop. Daardoor vervalt de garantie. a. Verven en vernissen die schurende bestanddelen bevatten, bijv.:
- emulsie/dispersieverven voor buitencoatings b. Silicaatverf c. Brandbare materialen Voor uitstekende resultaten leest u voor de toepassing van uw Airless verfsproeisysteem de gebruikshandlei- ding zorgvuldig door.
Vereiste gereedschap voor alle montage-/afstelstappen:
- 19 mm steeksleutel m LET OP! Zorg ervoor dat de netstekker van het ap- paraat uit het stopcontact is getrokken, voordat een van de volgende activiteiten wordt uitgevoerd.
9.1 Aanbrengen van de spuitslang (afb. 2+3)
- Verwijder de afdekkappen (A) aan beide uiteinden van de spuitslang (1) evenals de afdekkap (B) aan de spuitslang-uitlaataansluiting (18) (afb. 2).
- Draai het schroefdraad van de spuitslang (1) op de spuitslang-uitlaataansluiting (18) en bevestig deze met een 19 mm steeksleutel. Haal niet te strak aan (afb. 2).
- Draai het schroefdraad op het andere uiteinde van de spuitslang (1) op het spuitpistool (6) en beves- tig deze met een 19 mm steeksleutel. Haal niet te strak aan (afb. 3).
- Lees de waarschuwingen van de fabrikant voor vloeistoen en oplosmiddelen. Voor omvattende in- formatie over uw materiaal, kunt u het veiligheidsge- gevensblad (MSDS) bij de dealer aanvragen.
- Controleer dagelijks uw apparaat. Repareer ver- sleten of beschadigde delen direct of vervang deze door originele reserveonderdelen van de fabrikant.
- Wijzig of modiceer in geen geval het apparaat.
- Gebruik het apparaat alleen voor het beoogd ge- bruik. Neem contact op met uw dealer, indien u hier- voor extra informatie nodig hebt.
- Leg slangen en kabels uit de buurt van doorgangs- ruimtes, scherpe randen, bewegende delen en hete oppervlakken.
- De slang niet te ver buigen of knikken en de slang niet voor het trekken van het apparaat gebruiken.
- Neem alle geldende veiligheidsvoorschriften in acht.
- Houd kinderen en dieren uit de werkomgeving.
- Gebruik het apparaat niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs of alcohol.
Bij het gebruik van dit apparaat zijn er extra restrisico’s, die mogelijk niet in de veiligheidsvoorschriften worden genoemd. Deze risico’s bestaan bijvoorbeeld bij mis- bruik of langer gebruik. Ook bij het aanhouden van de overeenkomstige veilig- heidsvoorschriften en het gebruik van alle veiligheids- apparaten bestaan er verder bepaalde restrisico’s. Deze worden hierna vermeld:
- Verwondingen door het aanraken van draaiende/ bewegende delen
- Verwondingen bij vervangen van onderdelen, bla- den of accessoires
- Verwondingen, die door een langer gebruik van het apparaat ontstaan. Neem bij een langdurig gebruik regelmatig pauzes.
- Aantasting van het gehoor
- Gezondheidsrisico’s door het inademen van verf bij het gebruik van het apparaat
8. Materiaal- en verfselectie
m LET OP! Gebruik geen gestructureerde wand- verf of -coatingen, omdat anders de spuitpistool- kop verstopt kan raken en componenten van het Airless verfsproeistation beschadigd kunnen ra- ken.www.scheppach.com
10. Voor de ingebruikname
Controleer vóór het aansluiten van het apparaat of de specicaties op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet. m LET OP! Zorg er altijd voor dat de machine uitge- schakeld en van de stroomvoorziening gescheiden is, voordat u de instellingen op het apparaat aanbrengt.
- Alle afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen moe- ten voor het inschakelen van het apparaat correct zijn gemonteerd.
10.1 Beveiligen van de spuitpistool-trekker
m LET OP! De spuitpistool-trekker (3) moet voor de voorbereiding van het spuitapparaat worden beveiligd, zodat de trekker (3) niet per ongeluk kan worden in- gedrukt. Beveilig de spuitpistool-trekker (3) indien u daartoe verplicht bent.
- Om de trekker (3) te borgen, draait u de trek-bevei- ligingshendel (23) naar achter (afb. 10).
- Om de trekker (3) te ontgrendelen, draait u de trek-beveiligingshendel (23) naar onder (afb. 11).
m LET OP! Volg altijd de stappen voor drukontlasting op, indien u het apparaat om welke reden dan ook uit- schakelt. Met behulp van dit proces kan de druk uit de spuitslang (1) ontwijken. m VOORZICHTIG! Als u de volgende stappen niet uit- voert, kan dit tot ernstige verwondingen leiden. m WAARSCHUWING! Richt het spuitpistool (6) nooit op lichaamsdelen. Voer de stappen voor de drukontlas- ting altijd uit, indien u daartoe verplicht bent.
- Schakel het apparaat uit door op de AAN/ UIT-schakelaar (14) “0” in te drukken (afb. 13).
- Trek kort aan de spuitpistool-trekker (3), zodat de druk volledig uit het systeem kan lopen (afb. 15).
- Beveilig de spuitpistool-trekker (3) (afb. 10).
10.3 Voorbereiden van de pomp (afb. 16)
- Ontkoppel de aanzuigslang (11) van de retours- lang (10).
- Plaats de aanzuigslang (11) in het verfreservoir.
9.2 Aanbrengen van de aanzuigslang (11) en de re-
tourslang (10) (afb. 4) De aanzuigslang (11) en de retourslang (10) zijn voor- gemonteerd op het apparaat. Voor het vervangen van de aanzuigslang (11) of de re- tourslang (10) maakt u met behulp van een schroeven- draaier met platte kop (niet bij de levering inbegrepen) de schroeven aan de slangklemmen voor het aanzuig- slang-netlter (12), de aanzuigslang-inlaataansluiting (16), de retourslang-inlaataansluiting (21) los en verwij- dert u de slang (afb. 4). Vervang deze door een nieuwe slang (aanzuigslang/ retourslang) en monteer deze in de omgekeerde volg- orde.
9.3 Spuitkop en sproeikopbescherming (afb. 5-9)
Aanwijzing: Het spuitpistool (6) is voorgemonteerd. Als het spuitpistool (6) gedemonteerd is voor het reinigen, volgt u de volgende stappen op, om deze weer samen te stellen.
1. Plaats de netlter-greep (26) in de spuitpis-
tool-greep (7) en lijn de spuitpistool-greep uit met het bovenste deel van het spuitpistool (afb. 5).
2. Houd het bovenste deel van het spuitpistool (6)
vast en bevestig de greep van het spuitpistool met een 21 mm steeksleutel (niet bij de levering inbe- grepen) (afb. 6).
3. De trekbeugel (2) wordt met de spuitslang-inlaat-
aansluiting (25) op het onderste uiteinde van de spuitpistool-greep (7) met behulp van een 19 mm steeksleutel bevestigd. Aan het bovenste uiteinde is de trekbeugel in de trekbeugel-houder (24) in- gehangen (afb. 6).
4. Zorg ervoor dat de kleine afstandsbouten (27) en
de afdichting (28) in de sproeikopbescherming (4) zijn geplaatst (afb. 7).
5. Plaats de spuitkop (5) in de sproeikopbescherming
(4) en bevestig deze aan het spuitpistool (6). Con- troleer of de spuitkop (5) met de spuit naar voren in de spuitpositie wordt gedraaid. Haal de borgmoer (29) met een 26 mm steeksleutel (niet bij de leve- ring inbegrepen) aan (afb. 8+9). m LET OP! Spuit niet, voordat u de spuitkop (5) en sproeikopbescherming (4) hebt gemonteerd. Bedien de trekker (3) pas als de spuitkop (5) zich in de juiste spuitpositie bevindt. Borg altijd de trekker (3), voordat u de spuitkop (5) verwijdert, vervangt of reinigt.www.scheppach.com
- Positioneer uzelf ca. 30 cm van het te bespuiten oppervlak en houdt deze afstand aan (afb. 21).
- Bedien de trekker (3) om met het spuiten te begin- nen (afb. 15). AANWIJZING: De motor schakelt zich tijdens het spui- ten in en uit om de druk te reguleren. Dit is een normale werkwijze. m BELANGRIJK! Na beëindiging van de spuitwerk- zaamheden voert uit altijd de stappen voor “Drukont- lasting” uit (zie 10.2). m BELANGRIJK! Als u de verfwerkzaamheden met het Airless verfsproeisysteem nog niet hebt afgeslo- ten en een korte pauze (30 - 60 minuten) wilt inlassen, dient u geen verf in de pomp te laten zitten. Volg de handleiding voor reiniging (hoofdstuk 12) om te voor- komen dat het verf in de pomp en in de slang opdroogt. Als u de werkzaamheden weer wilt oppakken, begint u met hoofdstuk 9. Zodra u weer de noodzakelijke voor- bereidingen hebt getroen, richt u het spuitpistool in een afvalemmer en wacht u 30 seconden, totdat de resterende reinigingsoplossing uit het systeem is ge- lopen. Daarna kunt u uw spuitwerkzaamheden voort- zetten. m BELANGRIJK! Mineraal-terpentine mag nooit tij- dens het reinigen met water worden gemengd.
11.2 Testen van de spuitinstellingen (afb. 22-24)
Aanwijzing: Zorg ervoor dat u de stappen voor “Spui- ten” (11.1) opvolgt, voordat u de spuitinstellingen van het Airless verfsproeisysteem uitprobeert.
11.2.1 Instellen van de druk (afb. 22)
- Stel de drukregelaar (9) op een gemiddeld hoge druk in. Test vervolgens de drukinstelling op een afvalstuk van het materiaal (afb. 22).
- Reguleer de drukregelaar (9) net zo lang, tot u een glad en gelijkmatig resultaat krijgt.
11.2.2 Bewegingssnelheid (afb. 23)
Spuit als test een deel van een afvalstuk van het mate- riaal en bepaal zo de vereiste bewegingssnelheid voor de drukinstelling (afb. 23).
- Bij een lagere druk zijn langzamere bewegingen nodig.
- Bij een hogere druk zijn snellere bewegingen nodig.
- Plaats de retourslang (10) in een schoon afvalre- servoir.
- Zet de schakelaar Prime/Spray (19) op “Pri- me”(afb. 12).
- Draai de drukregelaar (9) naar de instelling “Pri- me/Clean”. Zorg ervoor dat de drukregelaar (9) op de markering bovenop het apparaat is uitgelijnd (afb. 14).
- Schakel het apparaat in door op de AAN/UIT-scha- kelaar (14) “I” in te drukken (afb. 13).
- Laat de pomp ongeveer 60 seconden lopen, totdat u ziet dat er gelijkmatig verf uit de retourslang in het afvalreservoir stroomt.
- Zet de schakelaar Prime/Spray (19) op de positie “Spray”(afb. 17).
- Wacht tot het spuitapparaat na een korte tijd auto- matisch uitschakelt. Als het Airless verfsproeisys- teem niet automatisch uitschakelt, herhaalt u de stappen 4 tot 8.
- Plaats de retourslang (10) weer in het verfreservoir en klem de retourslang (10) en de aanzuigslang (11) met de bijgevoegde clips samen (afb. 18). Aanbeveling: Het is raadzaam om de stappen die op deze pagina zijn beschreven eerst met water uit te voe- ren. Zo kan met uitproberen hoe het Airless verfsproei- systeem werkt, en garanderen dat het apparaat correct is samengesteld.
m VOORZICHTIG! Garandeer voor het begin van de spuitwerkzaamheden of het spuitapparaat correct is voorbereid. m LET OP! Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!
- Controleer of de spuitkop (5) met de spuit naar voren in de spuitpositie wordt gedraaid (afb. 19).
- Volg de “Handleiding voor drukontlasting” op (zie 10.2).
- Schakel het apparaat in door op de AAN/UIT-scha- kelaar (14) “I” in te drukken (afb. 13).
- Open de trek-beveiligingshendel (23) (afb. 11).
- Draai de drukregelaar (9) langzaam rechtsom op de maximale instelling (afb. 20).
Voor materialen op waterbasis (bijv. acrylverf):
- Gebruik voor reiniging alleen water. m LET OP! Als u oplosmiddelhoudende reinigings- middelen voor verf op waterbasis gebruikt, ontstaat er een nieuwe substantie, die uiterst lastig kan worden gereinigd.
- Wij raden het gebruik van 10-15 liter water voor de reiniging aan. Voor materiaal op oliebasis (bijv. emaillen-verf, lak):
- Gebruik alleen de daarvoor geschikte reinigingsop- lossing. Lees de reinigingshandleiding op het etiket van het coatingmateriaal, om uit te vinden welk rei- nigingsmiddel u nodig hebt.
- De volgende oplosmiddelhoudende reinigingspro- ducten kunnen veilig in het Airless spuitapparaat worden gebruikt: Mineraal-terpentine, verfverdunner
- AANWIJZING: Mineraal-terpentine mag nooit tij- dens het reinigen met water worden gemengd.
- Wij raden het gebruik van 1-2 liter van de geschikte reinigingsoplossing voor de reiniging aan.
12.2 Reinigen van het apparaat
m BELANGRIJK! Het apparaat moet direct na gebruik worden gereinigd. Zo wordt voorkomen dat verf in de pomp en in de slang opdroogt. Het niet in acht nemen van deze reinigingsstappen kan ertoe leiden dat het verfspuitapparaat permanent beschadigd raakt en de garantie automatisch vervalt.
- Draai de drukregelaar (9) naar de instelling “Pri- me/Clean”.
- Zet de schakelaar Prime/Spray (19) op de positie “Prime”(afb. 12).
- Plaats de aanzuigslang (11) in een emmer met een geschikte reinigingsoplossing. Plaats de retours- lang (10) in een lege emmer (afb. 29).
- Schakel het apparaat in door op de AAN/UIT-scha- kelaar (14) “I” in te drukken (afb. 13). Controleer de retourslang (10) en wacht totdat de reinigingsop- lossing gelijkmatig uitloopt.
- Zet de schakelaar Prime/Spray (19) op de positie “Spray”(afb. 17).
- Richt het spuitpistool (6) in een lege emmer. Druk daarna de trekker (3) in en houdt deze ingedrukt, totdat het grootste deel van de verf uit de spuits- lang (1) is verwijderd (afb. 30).
- Beveilig de spuitpistool-trekker (3) (afb. 10).
- Draai de spuitkop (5) 180 ° naar de reinigingszijde (afb. 31).
11.2.3 Uitlijnen van de spuitkop
- Volg de stappen voor “Drukontlasting” op (10.2).
- Haal de borgmoer (29) los (afb. 24).
- Draai de sproeikopbescherming (4) om de richting van het gewenste spuitbeeld aan te passen (afb. 24).
- Spuitkop boven: horizontale uitlijning
- Spuitkop zijdelings: verticale uitlijning AANWIJZING! De uitlijning van de spuitstraal hangt af van de gewenste werkrichting. Bij een horizontale wer- krichting wordt een verticale spuitstraal aanbevolen. In het geval van een verticale werkrichting een horizon- tale spuitstraal.
11.3 Spuittechniek (afb. 25-28)
1. Beweeg het spuitpistool (6) niet slechts vanuit de
pols, maar met de gehele arm. Op deze manier houdt u het spuitpistool (6) in een rechte hoek tot het oppervlak en krijgt u een gelijkmatig beeld (afb. 25).
2. Druk de trekker pas in, nadat u met de beweging
bent begonnen. Laat de trekker (3) los, voordat u de beweging beëindigd. Het spuitpistool (6) moet altijd worden bewogen, als de trekker (3) ingedrukt en losgelaten wordt (afb. 26).
3. Houd het spuitpistool (6) verticaal tot het opper-
vlak, zodat de spuitafstand constant blijft (afb. 27).
4. Laat elke strook met ca. 30% overlappen. Daar-
door ontstaat een gelijkmatige coating (afb. 28). AANWIJZING!
- Voer op winderige dagen geen spuitwerkzaamhe- den in de open lucht uit, omdat de resultaten onbe- vredigend kunnen zijn.
- Breng slechts één coating tegelijkertijd aan. Laat een coating altijd volledig drogen, voordat een an- dere coating wordt aangebracht.
- Voorkom onderbrekingen, omdat dit tot een onre- gelmatig resultaat kan leiden. Bij voorkeur begint u buiten het oppervlak dat u wilt besproeien met de onderbreking, indien mogelijk niet in het midden van het oppervlak en spuit u tot voorbij de tegenoverlig- gende zijde.
12. Reiniging en onderhoud
m LET OP! Schakel het apparaat voor alle ombouw-, onderhouds- of servicewerkzaamheden uit en trekt u de voedingsstekker uit het stopcontact!www.scheppach.com
AANWIJZING! Een kleine afstandsbout (27) en een afdichting (28) worden voor plaatsing van de spuitkop (5) in de sproeikopbescherming gebruikt. Let erop dat deze componenten niet verloren gaan als de sproei- kopbescherming (4) wordt verwijderd (afb. 34). Als de afdichting (28) niet meer dicht of poreus is, vervangt u deze door een reserve-afdichting (meegeleverd).
- Verwijder de trekbeugel (2). Maak deze daartoe los uit de trekbeugel-houder (24) (afb. 7). Verwij- der met behulp van een 19 mm steeksleutel de spuitslang-inlaataansluiting (25) op het onderste uiteinde en de spuitpistool-greep (7) (afb. 35+36).
- Houd het bovenste deel van het spuitpistool (2) vast en haal de greep (7) los, door een 21 mm moersleutel op de moeren op het onderste deel van de greep (7) te zetten. Draai net zo lang links- om, totdat de greep (7) volledig verwijderd kan worden (afb. 37). Tip: Het gebruik van een schui- ver of bankschroef ter bevestiging van het boven- ste deel van het spuitpistool (6) vereenvoudigt deze stap aanzienlijk.
- Verwijder de netlter-greep (26) van de spuitpis- tool-greep (7) en reinig alle componenten in de reinigingsoplossing (afb. 38).
- Om het netlter te reinigen, schroeft u de beide ka- puiteinden los door linksom te draaien. Verwijder na het losschroeven de ene kap en trek de andere kap en veer uit de netlterhuls. Gebruik de reini- gingsborstel om het binnenwerk van het netlter te reinigen (afb. 39). AANWIJZING: Controleer na het reinigen de toestand van het netlter. Als het netlter door opgedroogde verf verstopt, versleten of vervormd is, moet deze worden vervangen.
- Om het spuitpistool (6) weer samen te stellen, moet u de hierboven beschreven stappen in om- gekeerde volgorde opvolgen.
12.5 Onderhoud van inlaatsysteem
Als het airless verfspuitsysteem geen verf aanzuigt, drukt u op de knop om ervoor te zorgen dat het in- laatsysteem vrij is. (afb. 40) Service-informatie Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtdelen *: koolborstels, lter, afdichtingen, sproei- koppen
- Ontgrendel de spuitpistool-trekker (3) en houdt de trekker (3) ingedrukt om de reinigingsoplossing door het systeem te spuiten (afb. 11).Spuit net zo lang, totdat er alleen reinigingsoplossing uit de spuitkop (5) loopt. Voeg meer reinigingsoplossing toe, indien de verf nog niet volledig is verwijderd. AANWIJZING: Als de emmer met reinigingsoplossing tijdens de reiniging van de verf troebel wordt, lees dan het hoofdstuk “Reinigen van het aanzuigslang-netl- ter”. Zodra het aanzuigslang-netlter (13) en de spuits- lang (1) zijn gereinigd, stelt u deze weer samen en her- haalt u de stappen 6 tot 9 in dit hoofdstuk.
- Zet de schakelaar Prime/Spray (19) op de positie “Prime”(afb. 14).
- Schakel het apparaat uit door op de AAN/ UIT-schakelaar (14) “0” in te drukken (afb. 13).
12.3 Reinigen van het aanzuigslang-netlter
BELANGRIJK! Het apparaat moet direct na gebruik worden gereinigd. Zo wordt voorkomen dat verf in de pomp en in de slang opdroogt. Het niet in acht nemen van deze reinigingsstappen kan ertoe leiden dat het verfspuitapparaat permanent beschadigd raakt en de garantie automatisch vervalt.
- Maak met behulp van een schroevendraaier (niet bij de levering inbegrepen) de schroef aan de slang- klem voor het aanzuigslang-netlter (12) los (afb. 32).
- Trek het aanzuigslang-netlter (13) eruit en spoel deze in een daarvoor geschikte reinigingsoplos- sing uit (afb. 32).
12.4 Reinigen van het spuitpistool
BELANGRIJK! Het apparaat moet direct na gebruik worden gereinigd. Zo wordt voorkomen dat verf in de pomp en in de slang opdroogt. Het niet in acht nemen van deze stappen kan ertoe leiden dat het verfspui- tapparaat permanent beschadigd raakt en de garantie automatisch vervalt. m LET OP! Zorg ervoor dat het apparaat is uitgescha- keld en de druk is ontlast.
- Verwijder het spuitpistool (6) van de spuitslang (1), door de moer met een 19 mm schroevendraaier (niet bij de levering inbegrepen) los te draaien (afb. 3 in omgekeerde volgorde).
- Verwijder de sproeikopbescherming (4) en de sp- uitkop (5), door de borgmoer los te draaien. Na het verwijderen van de veiligheidsvoorziening trekt u de spuitkop (5) eruit (afb. 33).www.scheppach.com
Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere en droge en voor kinderen ontoegan- kelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tus- sen 5 en 30˚C. Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking. m LET OP! Het apparaat moet tijdens het transport altijd beschermd zijn tegen vallen en kantelen. De machine mag uitsluitend aan de greep opgetild en getransporteerd worden.
14.1 Langdurige opslag
Voer voor elk gebruik alle reinigingsstappen uit. Controleer of het apparaat voor elke opslag gron- dig is gereinigd. Zo voorkomt u dat opgedroogde verf zich afzet, het apparaat blokkeert en de func- tie ervan beïnvloed kan worden.
1. Voer alle reinigingsstappen uit.
2. Verwijder de spuitslang (1).
3. Verwijder de aanzuigslang (11) van de aanzuigs-
lang-inlaataansluiting (15) en maak, met behulp van een schroevendraaier met platte kop, de schroef aan de metalen slangklem voor de aan- zuigslang-inlaataansluiting (16) los.
4. Verwijder de retourslang (10) van de retours-
lang-inlaataansluiting (20) en maak, met behulp van een schroevendraaier met platte kop, de schroef aan de metalen slangklem voor de re- tourslang-inlaataansluiting (21) los.
5. Draai het apparaat om. Vul 30 ml standaard olie of
pompsmeerolie in elke inlaataansluiting.
6. Zet de schakelaar Prime/Spray op de positie
8. Houd een doek over de spuitslang-uitlaataanslui-
9. Schakel het apparaat voor 5 seconden in, door
op de AAN/UIT-schakelaar (14) “I” in te drukken. Schakel vervolgens het apparaat uit door op de AAN/UIT-schakelaar (14) “0” in te drukken.
10. Zet de schakelaar Prime/Spray (19) op de positie
11. Plaats de aanzuigslang (11) weer op de aanzuig-
slang-inlaataansluiting (15) en draai, met behulp van een schroevendraaier met platte kop, de schroef aan de metalen slangklem voor de aan- zuigslang-inlaataansluiting (16) vast.
- niet persé in de leveringsomvang opgenomen! Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoi- res contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.
13. Technische gegevens
Motor 220-240/50 V/Hz Ingangsvermogen 650-750 W Nominale stroom 2,8-3,3 A Max. bedrijfsdruk 3000/207 PSI/Bar Kortsluitweerstand 5 kA Beschermingsgraad IP23 beschermingsklasse I Bedrijfsdruk 0-3000/0-207 PSI/Bar Materiaaldoorvoer 1,1 l/min Spuitkopformaat 517 geluidsdrukniveau 97 dB geluidsvermogensniveau 91 dB Trillingswaarde 0,715 m/s
Vereiste temperatuur van de werkomgeving 5-40 °C Vereiste luchtvochtigheid van de werkomgeving 30-50 % Spuitslang-lengte 7,6 m Spuitslang-uitlaataan- sluiting 1/4-18 NPSM Geluid De geluids- en trillingswaarden zijn bepaald volgens EN 62841-1. Draag gehoorbescherming. Het eect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Beperk de geluidsproductie tot een minimum!
- Gebruik uitsluitend goed functionerende apparaten.
- Onderhoud en reinig het apparaat regelmatig.
- Pas uw werkwijze aan het apparaat aan.
- Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt.
- Laat het apparaat eventueel controleren.
- Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is.www.scheppach.com
Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aan- sluitkabels moeten aan de relevante Europese voor- schriften voldoen. Gebruik uitsluitend netsnoeren met de aanduiding “H05VV-F”. Reserveleidingen mogen alleen door een elektromonteur worden aangebracht. Bij twijfel kunt u contact opnemen met de hotline, het nummer hiervan vindt u hieronder op de pagina. Wisselstroommotor
- De netspanning moet 220 - 240 V~ zijn.
- Verlengsnoeren tot 25 m lengte moeten een door- snede van 1,5 mm
hebben. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrus- ting mogen uitsluitend door een elektromonteur wor- den uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
16. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn re- cyclebaar. Verpakkingen milieu- vriendelijk afvoeren. Aanwijzingen betreende de wetgeving Afgedank- te elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoude- lijke afval, maar moeten worden ingeza- meld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu’s die niet vast in het afge- dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver- wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet- geving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elek- tronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu’s in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wis- sen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
12. Plaats de retourslang (10) weer op de retours-
lang-inlaataansluiting (20) en draai, met behulp van een schroevendraaier met platte kop, de schroef aan de metalen slangklem voor de re- tourslang-inlaataansluiting (21) vast.
13. Veeg de spuitbehuizing met een schone, droge
14. Bewaar het spuitapparaat en de bijbehorende ac-
cessoires op een schone, droge en voor kinderen ontoegankelijke plaats.
15. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de gel- dende Europese voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen. m LET OP! De voedingskabel van het apparaat be- schikt over een aardgeleiding en een aardingsstekker. De stekker moet op een geschikt stopcontact worden aangesloten, die conform de lokale voorschriften en verordeningen is geïnstalleerd en geaard. m WAARSCHUWING! Controleer de spanning! De spanning moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje! De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voor- schriften voldoen. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of ge- leiding van de aansluitkabel
- Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stop- contact is getrokken
- Scheuren door veroudering van de isolatie Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de iso- latie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluit- kabels regelmatig op schade.www.scheppach.com
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaar- den van de fabrikanten en distributeurs verzoe- ken wij u contact op te nemen met de betreende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elek- trische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge- installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Eu- ropese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak bete- kent dat afgedankte elektrische en elektronische ap- paratuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd: - Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven) - Verkooppunten van elektrische apparaten (statio- nair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden. - Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omge- ving worden gebracht.
17. Verhelpen van storingen
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het spuitapparaat start niet. Het spuitapparaat is niet aangesloten. Sluit het spuitapparaat aan. Er komt geen stroom uit het stop- contact. Controleer nauwkeurig de netspanning. Het verlengsnoer is beschadigd of de capaciteit is te laag. Vervang het verlengsnoer of vervang deze door een kabel met een geschikte spanning. Het spuitapparaat heeft zich onder druk uitgeschakeld. De motor schakelt zich tijdens het spuiten in en uit om de druk te reguleren. Dit is een normale werkwijze. Er komt geen of weinig spuitmateri- aal uit. De spuitkop (5) is verstopt. Reinig de spuitkop (5) met een reinigingsnaald. De aanzuigslang (11) is verstopt. Reinig de aanzuigslang (11). De drukregelaar (9) is te laag inge- steld. Stel de drukregelaar (9) hoger in, door het wiel rechtsom te draaien. De aanzuigslang (11) is niet vast genoeg bevestigd. Stel de aanzuigslang (11) van de aanzuigs- lang-inlaataansluiting (15) af en bevestig met een schroevendraaier met platte kop de schroef aan de metalen slangklem voor de aanzuigslang-inlaat- aansluiting (16). Het aanzuigslang-netlter (13) is verstopt. Reinig of vervang deze. Gebruik een voor het materiaal geschikte reinigingsoplossing.www.scheppach.com
De spuitkop is lek. De moer van de sproeikopbescher- ming (4) is los. Haal de moer van de sproeikopbescherming (4) aan. De spuitkop (5) is incorrect samen- gesteld. Demonteer de spuitkop en stel deze op de juiste wijze samen. De spuitkop (5) is versleten. Vervang de spuitkop (5). Er treedt spuitma- teriaal uit. De sproeikopbescherming (4) zit los. Schroef de sproeikopbescherming (4) vast. De spuitkop (5) is versleten. Vervang de spuitkop (5). De afdichting in de sproeikopbe- scherming (4) is versleten. Vervang de afdichting (28). Spuitmateriaal verzamelt zich in de spuitkop (5) en in de sproeikopbe- scherming (4). Reinig de spuitkop (5) en de sproeikopbescher- ming (4) en gebruik daartoe een voor het materiaal geschikte reinigingsoplossing. De verneveling is te groot. De materiaalhoeveelheid is te groot. Stel de drukregelaar (9) lager in. De spuitkop (5) en de sproeikopbe- scherming (4) zijn verstopt. Reinig deze. Het aanzuigslang-netlter (12) is verstopt. Reinig of vervang deze. Verf loopt uit of vormt strepen. Te veel materiaal is aangebracht. Corrigeer de instelling van de drukregelaar (9) of beweeg het spuitpistool (6) sneller. Te veel verfnevel De afstand van het pistool tot het spuitobject is te groot. Maak de afstand kleiner. Te veel materiaal is aangebracht. Stel de drukregelaar (9) lager in Het verfbeeld is zeer dun en vlekkerig. Het spuitpistool (6) wordt te snel bewogen. Pas de instelling van de drukregelaar (9) aan of beweeg het spuitpistool (6) langzamer. Verf spuit er in druppels uit. Luchtbellen in de retourslang (10) Voer de stappen voor “Voorbereiden van de pomp” uit. De aanzuigslang (11) zuigt bij het reinigen geen water op. Ontbrekende druk Gebruik een voor het materiaal geschikte reini- gingsoplossing, voer de stappen voor “Voorberei- den van de pomp” uit.www.scheppach.com
Er vormen zich strepen in het verfbeeld. De drukregelaar (9) is te laag inge- steld. Stel de drukregelaar (9) hoger in. De netlter-greep (26), de spuitkop (5) of het aanzuigslang-netlter (13) zijn verstopt. Reinig de netlter-greep (26), de spuitkop (5) en het aanzuigslang-netlter (13). De aanzuigslang (11) zit niet correct op de aanzuigslang-inlaataansluiting (15). Stel de aanzuigslang (11) van de aanzuigs- lang-inlaataansluiting (15) af en bevestig met een schroevendraaier met platte kop de schroef aan de metalen slangklem voor de aanzuigslang-inlaat- aansluiting (16). De spuitkop (5) is versleten. Vervang de spuitkop (5). De verf is te dik. Verdun de verf conform de aanwijzingen van de fabrikant.www.scheppach.com
Notice-Facile