BL 530 V - Blazer STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BL 530 V STIGA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Blazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BL 530 V - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BL 530 V van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING BL 530 V STIGA
Draagbare blazer voor tuinwerken / Draagbare zuiger voor tuinwerken GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: Voordat u de deze machine gaat gebruiken dient u eerst deze handleiding aandachtig door te lezen. 171501384/1 04/2023 SBL 327 VNO Bærbar blåsemaskin for hager / Bærbar sugemaskin for hager INSTRUKSJONSBOK ADVARSEL: Les denne bruksanvisningen nøye før du brukermaskinen.
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
2. Voorbereiding van het werk ..................... 6
In de tekst van de handleiding worden enkele pa- ragrafen, die gegevens van bijzonder belang be- vatten, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK Verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of er schade veroor- zaakt wordt. LET OP! Gevaar van persoonlijk letsel of letsel aan anderen in geval van niet inacht- neming. GEVAAR! Kans op ernstig persoon- lijk letsel of ernstig letsel aan anderen met gevaar voor dodelijke ongelukken, in geval van niet inachtneming.
LEER DE MACHINE KENNEN
OPMERKING – De afbeeldingen die over- eenstemmen met de aanwijzingen bevinden zich van pag. ii van deze handleiding.
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE
EN GEBRUIKSGEBIED Deze machine is een draagbaar tuingereed- schap, voorzien van een thermische motor, en met name een blazer/zuiger, voor hobbygebruik. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor die een rotor in gang zet, die een luchstroom met hoge snelheid kan genereren. Al naargelang de gemonteerde accessoires, kan de luchtstroom gebruikt worden als blazer of als zuiger. Voorzien gebruik Deze machine is ontworpen en gebouwd voor: – de verplaatsing en het opstapelen middels blazen, van bladeren, gras, allerlei afval met gering gewicht en beperkte afmetingen; – het opzuigen en verzamelen van bladeren, gras, allerlei afval met gering gewicht en be- perkte afmetingen, behalve vloeistoen van eender welke aard. Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven vermeld is, kan gevaarlijk zijn, scha- de berokkenen aan personen en/of zaken en de machine zelf beschadigen. Type gebruiker Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Deze machine is bestemd voor een amateuriëel gebruik. Onjuist gebruik Het is absoluut verboden de machine te gebrui- ken voor het opstapelen of verzamelen van ont- vlambare of ontplofbare producten, warme kolen of brandend materiaal zonder vlam, brandende sigaretten, stukken glas, snijdende fragmenten, metalen voorwerpen, stenen en alle andere za- ken die gevaarlijk kunnen zijn voor de veiligheid van de bediener en derden. De volgende situaties behoren tot het onge- schikt gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitslui- tend): – de luchtstraal naar personen en/of dieren rich- ten; – voorwerpen door het zuigrooster steken; – de machine gebruiken zonder de speciek door de fabrikant geleverde accessoires of met andere dan de voorziene accessoires. – gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk.
2. Conformiteitskenmerk
4. Referentiemodel van de fabrikant
6. Naam en adres van de fabrikant
LET OP: VOORDAT U DE DEZE MACHINE GAAT GEBRUIKEN DIENT U EERST DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG DOOR TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften2
12. Fles van de brandstof
13. Werktuig met schroevendraaier en sleutel
bougie Voor gebruik als blazer:
14. Eerste blaasbuis
15. Tweede blaasbuis (plat uiteinde)
15a. Tweede blaasbuis (rond uiteinde) Voor gebruik als zuiger:
28. Knop voorinspuiting (Primer)
Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de acherkant van de omslag.
TOELICHTENDE SYMBOLEN OP DE
MACHINE (indien aanwezig)
a = RUN = normale werking en starten met warme motor b = CHOKE = starten met koude motor
44. Versnellingsknop
a = minimum b = maximum VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Uw machine moet voorzichtig gebruikt worden. Daarom zijn er op de machine pictogrammen aangebracht die u aan de belangrijkste veilig- heidsvoorschriften herinneren. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Verder wordt u aan- bevolen de veiligheidsvoorschriften in het speci- ale hoofdstuk daarover in dit boekje zorgvuldig door te lezen. Vervang de beschadigde of onleesbare stickers.
51. Let op! Gevaar. Indien deze machine niet
correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen. Voordat u deze machine in gebruik neemt eerst de gebruiksaanwijzingen lezen.
52. Houd de personen buiten de werkzone tij-
53. De persoon die deze machine dagelijks
in normale omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Draag een veiligheidsbril en gehoorbeschermingen.
54. Draag werkhandschoenen en veiligheids-
55. Gevaar voor wegspringende delen! Gebruik
de machine niet met het rooster open. VEILIGHEIDSNORMEN die strikt opgevolgd moeten worden Deze machine is zeer luidruchtig en vereist het gebruik van gehoorbeschermers. A) VOORBEREIDING
1) LET OP: Lees deze aanwijzingen aandach-
tig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te ge- bruiken. Leer de motor snel af te zetten.
2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt
door kinderen of door personen die niet ver- trouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk geregle- menteerd zijn.
3) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker
vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmidde- len, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die schadelijk zijn voor zijn reactievermo- gen en aandacht.
4) Denk eraan dat de persoon die de machine
bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen over- komen.
5) Indien men de machine aan derden wil geven3
of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit hand- boek doorneemt.
1) Tijdens het werken moet gepaste kledij ge-
dragen worden die de gebruiker niet hindert in zijn bewegingen.
- Gebruik aanpassende beschermende kledij, trillingdempende handschoenen, bescher- mende bril, anti–stofmaskers, gehoorbescher- mers en anti–snij schoenen met anti–slipzool.
- Draag geen sjaals, hemden, kettingen of an- dere hangende of brede accessoires die in de machine verklemd kunnen geraken.
- Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden.
2) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder
- bewaar de brandstof in gepaste recipiënten die geschikt zijn voor dit gebruik;
- vul de brandstof met een trechter alleen buiten bij en rook niet tijdens deze werkzaamheden en wanneer u met de brandstof bezig bent;
- open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te laten;
- giet de brandstof in het reservoir vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien;
- als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brand- stof verdampt is en de benzinedampen opge- lost zijn.
- draai de dop altijd weer goed op de tank van de machine en het benzinereservoir.
- reinig onmiddellijk elk spoor van benzine ge- morst op de machine of op de grond;
- start de machine niet op de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; de motor wordt ge- start op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd.
- vermijd dat de brandstof in contact komt met de kledij en, mocht dit toch gebeuren, trek dan andere kledij aan vooraleer de motor te starten ;
4) Vervang defecte of beschadigde geluids-
5) Ga vòòr het gebruik over op een nauwgezette
controle van de werkzaamheid van de machine, en in het bijzonder:
- de versnellingshendel moet vrij kunnen bewe- gen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen;
- de stopschakelaar van de motor moet mak- kelijk van de ene stand in de andere gebracht kunnen worden;
- de elektrische kabels en in het bijzonder de kabel van de bougie moeten onbeschadigd zijn om te voorkomen dat vonken ontstaan; de kap moet correct op de bougie gemon- teerd zijn;
- de handgrepen en beschermingen van de ma- chine moeten schoon, droog, en stevig beves- tigd zijn op de machine;
- de beschermingen mogen geenszins bescha- digd zijn;
- de rotor mag niet beschadigd zijn.
- de opvangzak mag niet beschadigd zijn.
6) Controleer grondig heel de werkzone en ge-
bruik een hark of een borstel om de afval hand- matig uiteen te halen en al wat door de machine weggeschoten zou kunnen worden, te verwijde- ren (bij gebruik als blazer) of wat de zuigbuis zou kunnen verklemmen (bij gebruik als zuiger) of wat oorzaak van gevaar zou kunnen zijn ( stenen, takken, ijzerdraden, beenderen, enz.).
C) TIJDENS HET GEBRUIK
1) De draaiende delen kunnen ernstige letsels
veroorzaken, vermijd aanraking met de draaien- de delen wanneer deze nog draaien.
2) De machine niet gebruiken nabij openstaan-
3) Gebruik de machine aan een constante snel-
heid en houd de handgreep stevig vast met de geschikte kracht om het niveau van de trillingen te verminderen. Een laag toerental van de motor betekent een laag geluidsniveau; gebruik daar- om de machine aan het laagst mogelijk toerental waarbij het werk uitgevoerd kan worden, Tijdens een werkdag, dient men regelmatige en gepaste pauzes te nemen om schade wegens trillingen en letsels aan de oren te vermijden.
4) Start de motor niet in gesloten ruimten waar
zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwik- kelen.
5) Werk enkel bij daglicht of met een goede
kunstmatige verlichting en bij goede zichtbaar- heid.
6) Bij stog terrein, raadt men aan de opper-
vlakte lichtjes te bevochtigen.
7) Wees geen storend element. Gebruik de ma-
chine enkel tijdens redelijke uren (niet ’s och- tends vroeg of ’s avonds laat, wanneer dit sto- rend zou kunnen zijn voor andere personen).
8) Monteer geen apparaten of toebehoren op
de machine die niet voorzien en gehomologeerd werden door de fabrikant.
9) Gebruik de machine in geen geval:
- zonder alle toebehoren gemonteerd te heb- ben die voor ieder gebruik voorzien zijn (bla- zen of zuigen);4
- als er personen, in het bijzonder kinderen of dieren in de buurt zijn;
- in gesloten omgevingen, bij aanwezigheid van uitwasemingen, in ontplofbare omgevingen of nabij ontvlambare materialen of elektrische apparaten.
10) Blijf stil en stabiel staan:
- vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te on- een of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tijdens het werken niet kunnen ga- randeren;
- loop niet maar ga normaal en let op oneen- heden van het terrein en de aanwezigheid van eventuele hindernissen;
- beoordeel de mogelijke risico’s verbonden met het te bewerken terrein en tref alle noodzake- lijke voorzorgsmaatregelen om borg te staan voor de eigen veiligheid, vooral op hellingen, oneen, glibberige of mobiele terreinen.
- zorg ervoor dan de andere personen zich op een afstand van minstens 15 meter uit de draagwijdte van de machine bevinden;
- richt de geluidsdemper en dus de uitlaatgas- sen nooit naar ontvlambare materialen:
12) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat
het toerental van de motor niet buitengewoon hoog oplopen.
13) Overbelast de machine niet en gebruik geen
kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste af- metingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
14) Zorg ervoor niet krachtig tegen vreemde
voorwerpen te stoten en let aandachtig op het wegschieten van materiaal en stof, veroorzaakt door de lucht; richt de luchtstraal niet op perso- nen of dieren.
15) Bij gebruik als blazer, dient men aandach-
tig te vermijden dat het weggeblazen materiaal of het opgetilde stof personen of dieren kan ver- wonden of hun eigendommen kunnen bescha- digen. Let steeds op de richting van de wind en werk nooit tegen de wind in. Plaats het ver- lengstuk van de blaaspijp steeds zodanig dat de luchtstroom nabij de grond blijft.
16) Steek geen voorwerpen met de hand in de
zuigopening (bij gebruik als zuiger) en vermijd omvangrijke voorwerpen op te zuigen die de ro- tor kunnen beschadigen.
17) Tijdens de werking, moet men de handen
ver van de zuigrooster en van de ejectie–ope- ning van de lucht houden en de luchtdoorgang niet verhinderen.
18) Schakel de motor uit:
- wanneer u de toebehoren voor het blazen of zuigen monteert of verwijdert;
- telkens wanneer u de machine onbeheerd achterlaat;
- vóórdat u benzine bijtankt.
- tijdens verplaatsingen tussen werkzones.
19) Schakel de motor uit en koppel de bougie-
- vóórdat u de machine controleert, schoon- maakt of eraan werkt;
- nadat er een vreemd voorwerp opgezogen is. Controleer de machine op eventuele bescha- digingen en voer de nodige reparaties uit alvo- rens de machine opnieuw te gebruiken;
- Indien de machine op abnormale wijze begint te trillen (spoor onmiddellijk de oorzaak van de trillingen op en verhelp ze)
- wanneer de machine niet gebruikt wordt.
20) Om brandgevaar te voorkomen, de machine
niet met warme motor achterlaten op bladeren, droog gras, of ander ontvlambaar materiaal.
21) LET OP - In geval van breuken of ongeval-
len tijdens het werk, dient men de motor onmid- dellijk stil te zetten en de machine te verwijde- ren om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezond- heidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die scha- de of letsels aan personen of dieren kunnen ver- oorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
22) LET OP - Het geluids-en trillingsniveau dat
aangegeven is in deze handleiding, is de maxi- male gebruikswaarde van de machine. Gebrek aan onderhoud heeft een aanzienlijke invloed op het geluid en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermij- den; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbeschermers, maak pauzes tij- dens het werk.
23) De langdurige blootstelling aan trillingen
kan neuro-vasculaire letsels en problemen ver- oorzaken (ook gekend onder de naam “feno- meen van Raynaud” of “witte hand”), vooral bij personen die circulatiestoornissen hebben. De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleu- ring of structurele wijzigingen van de huid. Deze eecten kunnen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze sympto- men optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen.
D) ONDERHOUD EN OPSLAG5
1) LET OP - Verwijder de kap van de bougie en
lees de desbetreende aanwijzingen alvorens eender welke ingreep voor reiniging of onder- houd aan te vangen. Trek geschikte kleding en werkhandschoenen aan voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen.
2) LET OP - Gebruik de machine nooit als er
onderdelen versleten of beschadigd zijn. De de- fecte of beschadigde onderdelen moeten ver- nieuwd en niet gerepareerd worden. Gebruik enkel oorspronkelijke wisselstukken: het gebruik van niet originele en/of niet correct gemonteerde wisselstukken leidt tot beschadiging van de ma- chine en brengt de veiligheid ervan in gedrang; dit kan leiden tot ongevallen of persoonlijke let- sels en ontheft de Fabrikant van alle verplichtin- gen en aansprakelijkheden.
3) Alle onderhoudshandelingen en afstellingen
die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwa- me personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
4) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zit-
ten om er zeker van te zijn dat de machine al- tijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heggenschaar pleegt, zal de werking ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven.
5) Voer geen ingrepen uit op de machine die niet
in dit handboek beschreven zijn, en enkel wan- neer men over de geschikte bevoegdheid en werktuigen beschikt.
6) Zet de machine niet met benzine in de tank in
een ruimte waar de benzinedampen met vlam- men, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
7) Laat de motor eerst afkoelen vòòr het opber-
gen van de machine in elke willekeurige ruimte.
8) Om het risico voor brand te beperken, wor-
den de motor, de geluidsdemper van de uitlaat en de opslagzone van de benzine vrij gehouden van zaagsel, takjes, bladeren of overtollig vet; laat geen recipiënten met snijafval in de ruimte achter.
9) Als u de tank moet ledigen, dient u dit in de
open lucht te doen en wanneer de motor koud is.
10) Draag werkhandschoenen voor elke onder-
11) Vooraleer de machine op te bergen, de sleu-
tels of het gereedschap gebruikt voor het onder- houd wegnemen.
12) Bewaar de machine buiten het bereik van
13) Controleer de opvangzak vaak om slijtage
en vermindering van de kwaliteit te vermijden.
E) TRANSPORT EN VERPLAATSING
1) Telkens wanneer de machine verplaatst of
vervoerd moet worden, is het noodzakelijk:
- schakel de motor uit en maak het dopje van de bougie los;
- neem de machine enkel aan het handvat vast en richt de buizen zodat deze geen hindernis kunnen vormen.
2) Wanneer de machine vervoerd wordt met
een voertuig, moeten de buizen verwijderd wor- den en moet de machine op dusdanige wijze ge- plaatst worden dat er voor niemand gevaar ont- staat en stevig geblokkeerd worden om te voor- komen dat de machine omvalt en beschadigd wordt of dat brandstof lekt. F) MILIEUBESCHERMING De bescherming van de omgeving moet een be- langrijk en prioritair aspect vormen voor het ge- bruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element.
- Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, ben- zine, batterijen, lters, versleten delen of een- der welk element met een sterke invloed op de omgeving; deze afval mag niet met de huis- afval weggeworpen worden, maar moet ge- scheiden worden en aan speciale verzamel- centra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval.
- Bij het uit bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum ge- bracht worden, volgens de geldende locale normen. GEBRUIKSNORMEN OPMERKING – De afbeeldingen die over- eenstemmen met de aanwijzingen bevinden zich van pag. iii van deze handleiding.
1. VOORBEREIDING VAN DE MACHINE
De machine kan gebruikt worden als blazer of als zuiger; voor elk van deze functies, moet men de daarvoor bestemde toebehoren die samen met de machine geleverd worden, correct voor-6 bereiden. LET OP! De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemon- teerd worden, met voldoende bewegings- ruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werk- tuigen. BELANGRIJK De veiligheidssystemen verhin- deren het opstarten van de motor, indien de zuig- of blaasbuizen niet correct gemonteerd zijn.
1.1 GEBRUIKS ALS BLAZER (Afb. 1)
– De opening van de eerste blaasbuis (1) uitlij- nen met de holtes (2) van de opening waar de lucht uitkomt, stevig op de buis duwen om ze stevig vast te zetten. – De opening van de tweede blaasbuis (3) uitlij- nen met het uitstekende deel (4) van de eerste buis, op de buis duwen en deze 90° met de klok mee draaien naar een van de voorziene posities, om ze stevig vast te zetten. OPMERKING Monteer de buis met het plat of rond uiteinde, in functie van het soort werk. Om de eerste buis (1) te verwijderen, steekt men de meegeleverde schroevendraaier in de ope- ning (5) en duwt men stevig om de buis te ver- wijderen uit de opening waar de lucht uitkomt.
1.2 GEBRUIKS ALS ZUIGER (Afb. 2)
– De opening van de eerste verbindingsbuis van de zak (1) uitlijnen met de holtes (2) van de opening waar de lucht uitkomt, stevig op de buis duwen om ze stevig vast te zetten. – Het mondstuk van de opvangbuis (1) in de daarvoor bestemde opening van de opvang- zak (3) steken en de opening weer sluiten met het daarvoor bestemde velcro–gespje (4). – De eerste zuigbuis (5) verbinden met de twee- de (6), door de twee verwijzingspijltjes (7) uit te lijnen en stevig aanduwen om het uiteinde (6a) van de tweede buis stevig vast te haken in de opening (5a) van de eerste zuigbuis. – De meegeleverde schroevendraaier in de opening (8) steken en duwen om de vergren- deling los te haken en het beschermend roos- ter (9) te openen. – De verwijzingspennen (10) uitlijnen met de holtes (11) van de eerste zuigbuis en tegen de klok in draaien, om deze stevig vast te haken. – De opvangzak diagonaal op uw schouder plaatsen en de hoogte afstellen aan de hand van de riem. OPMERKING De montage is correct wanneer het afgeronde deel van het zuigmondstuk naar het terrein gericht is.
Alvorens de machine te gebruiken, is het nood- zakelijk: – te controleren of er geen schroeven loszitten aan de machine; – bij gebruik als zuiger, moet men nagaan of de opvangzak integer en goed gesloten is, en of de ritssluiting correct werkt; – te controleren of de luchtlter schoon is; – te controleren of de handgrepen goed beves- tigd zijn; – de toebehoren al naargelang de soort werking (blazen of zuigen) klaarmaken en controleren of ze correct bevestigd zijn; – brandstof bijvullen, volgens de volgende aan- wijzingen.
2.2 BEREIDING VAN HET
BRANDSTOFMENGSEL Deze machine is uitgerust met een tweetakt- motor waar voor een mengsel van benzine en smeerolie ge bruikt moet worden. BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie ver- vallen. BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de pres- taties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.
2.2.1 Eigenschappen van de benzine
Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een oc taan gehalte van minstens 90 N.O. BELANGRIJK Groene benzine zorgt altijd voor wat afzettingen in het recipiënt indien het langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd verse ben zine!
2.2.2 Eigenschappen van de olie
Gebruik alleen synthetische olie van uitstekende kwaliteit, speciek voor tweetaktmotoren. Bij uw Verkoper zijn oliën beschikbaar die spe- ciaal bestudeerd werden voor dit type van motor en in staat zijn om voor een hoge bescherming te zorgen.
2.2.3 Bereiding en bewaring7
van het mengsel GEVAAR! De benzine en het mengsel zijn ontvlambaar! – Bewaar de benzine en het mengsel in spe- ciale recipiënten voor brandstof, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebron- nen of naakte vlammen. – De recipiënten moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden. – Niet roken tijdens de bereiding van het mengsel en de benzinedampen niet inade- men. De tabel geeft de hoeveelheden benzine en olie weer te gebruiken voor de bereiding van het mengsel naargelang het aangewend type van olie. Voor de bereiding van het mengsel: – Doe ongeveer de helft van de benzine in een geschikte tank. – Voeg er alle olie aan toe, volgens de tabel. – Voeg de rest van de benzine toe. – Sluit de dop en schud krachtig. BELANGRIJK Het mengsel is onderhevig aan veroudering. Bereid niet te veel mengsel, om af- zettingen te voorkomen. BELANGRIJK Zorg ervoor dat de recipiënten van de benzine en het mengsel go ed va wij- deren.
2.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF
GEVAAR! Niet roken tijdens het bijvullen en de benzinedampen niet inademen. LET OP! Open de dop van de tank voor- zichtig omdat er druk ontstaan kan zijn aan de binnenkant. Vooraleer bij te vullen: – Plaats de machine een en stabiel, met de vul- dop van het reservoir naar boven. – Maak de dop van het reservoir en de zone rond de dop schoon om te voorkomen dat tij- dens het bijvullen onzuiverheden terechtko- men in het mengsel. – Open de dop van het reservoir voorzichtig om de druk geleidelijk aan af te laten. Om brandstof bij te vullen: – Schud men krachtig het reservoir waarin het mengsel voorbereid werd. – Middels een trechter, giet men de geschikte hoeveelheid brandstof voor het uit te voeren werk in de schaales. – Bijvullen zonder de tank tot aan de rand te vul- len (Afb. 3). OPMERKING De optimale inhoud van het reser- voir van de machine stemt overeen met ongeveer de helft van het vermogen van de fles met schaal- verdeling. LET OP! De dop van het reservoir moet altijd stevig weer vastgedraaid worden. LET OP! Reinig onmiddellijk elk spoor van mengsel dat eventueel gemorst werd op de machine of op de grond en start de motor pas wanneer de benzinedampen voleldig op- gelost zijn.
Vooraleer de motor op te starten, moet men de machine op een stabiele positie plaatsen en zich ervan verzekeren dat ze niet op de blaas– of zuigbuizen steunt.
3.1.1 Start met koude motor
Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitge- schakeld is of na het bijvullen van brandstof. Om de motor te starten (Afb. 4):
2. Druk 7-10 keer op de knop van de voorinspui-
ting (primer) (3) om de brandstoftoevoer te bevorderen.
3. Houd de machine stevig vast met een hand
op de handgreep (6), om de controle ervan niet te verliezen tijdens het starten.
4. Draai langzaam de startknop 10-15 cm tot u
een zekere weerstand gewaarwordt. Geef dan enkele keren een stevige ruk tot de ma- chine in gang schiet. BELANGRIJK Om te voorkomen dat het touw breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan ge trokken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de touwgeleider schuren en laat de knop geleidelijk aan los, om te voorkomen dat het touw op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet.
5. De hendel (2) weer in de stand «RUN» zetten.
6. Trek opnieuw aan de startknop, en druk de
stondig bedienen om de motor weer tot het minimumtoerental te brengen.
8. Duw kort op de versnelling om de motor op te
warmen, alvorens de machine te gebruiken. BELANGRIJK Indien de knop van het starttouw herhaaldelijk bediend wordt met de starter inge- schakeld, kan de motor vastlopen en de start be- moeilijkt worden. Indien de motor overbelast is, dient men de pro- cedure voor warm starten meerdere malen te herhalen, om de overvloed aan brandstof te ver- wijderen.
3.1.2 Start bij warme motor
Om de motor warm te starten onmiddellijk na het stoppen van de motor, volgt men de punten 2 - 3 -
4 - 6 van de vorige procedure, en let men erop de
primer (3) slechts 2-3 keer in te schakelen.
3.2 AFSTELLING VAN DE SNELHEID
(Fig. 4) De draaisnelheid van de rotor moet in verhou- ding zijn met het soort werk en wordt bepaald door de bediening van de versnelling (4) op het bovenste handvat. De versnellingshendel kan in elke gewenste positie gehouden worden door middel van de blokkeringshendel (5).
3.3 STOP VAN DE MACHINE (Fig. 4)
Om de motor uit te schakelen: – De vergrendelhendel (5) naar beneden draai- en. – Het commando van de versneller (4) loslaten. – Druk de schakelaar (1) naar de stand «O» tot de motor stilvalt, laat vervolgens de schake- laar los die automatisch naar de stand «I» gaat voor het volgende opstarten.
LET OP! Tijdens het werk, moet de ma chine steeds stevig vastgehouden worden met de rechterhand op het bovenste handvat. Het is raadzaam de snelheid van de motor af te stellen op het soort materiaal dat verwijderd moet worden. – gebruik de motor met een laag toerental voor lichte ma terialen en kleine struikjes op het gras; – gebruik de motor met een middelmatig toeren- tal om gras en lichte bladeren te verwijderen van asfalt of een vast terrein; – gebruik de motor aan een hoog toerental voor zwaar dere materialen, zoals verse sneeuw of om van grijke afval. LET OP! Wees steeds zeer aandach- tig om te vermijden dat het verwijderde ma- teriaal of opgeblazen stof letstels zou kun- nen berokkenen aan personen of dieren of schade aan ei gen dommen. Let steeds op de richting van de wind en werk nooit tegen de wind in.
4.2 GEBRUIKS ALS ZUIGER (Afb. 6)
LET OP! Tijdens het werken, moet de machine steeds stevig vastgehouden wor- den met twee handen, met het rechterhand op het bovenste handvat en het linkerhand op het onderste handvat, zodat de opvang- zak zich aan de linkerkant van de bediener bevindt. Bij gebruik als zuiger, is het raadzaam de mo- tor aan een middelmatige/hoge snelheid te ge- bruiken. Voer het zuigwerk uit met het afgeronde uiteinde van de buis op enkele centimeters afstand van het terrein. De opvangzak dient ook als lter, zoals die van een gewone huishoudelijke stofzuiger, daarom is het raadzaam dat: – deze zak steeds vrij kan opzwellen en niet ver- klemd is rond de steunriem; – deze nooit volledig gevuld wordt; – de opgezogen voorwerpen die de integriteit ervan zouden kunnen compromitteren onmid- dellijk verwijderd worden. Om de opvangzak te ledigen moet men: – de motor afzetten; – de ritssluiting (1) openen en de zak ledigen, zonder deze van de verbindingsbuis los te maken. BELANGRIJK Bij gebruik als zuiger, mag men geen nat gras of natte bladeren opzuigen, om te ver mijden de rotor en de spiraal te verstroppen. BELANGRIJK Bij gebruik als zuiger, kunnen er mogelijk per ongeluk voorwerpen opgezogen worden die de machine kunnen verklemmen en de rotor kunnen blokkeren. In dit geval: – stop onmiddellijk de motor; – demonteer de zuigbuis; – verwijder het vreemd lichaam vanuit de zuig- opening. Verzeker u ervan date de rotor en het spiraalhuis9 volledig vrij zijn alvorens de machine opnieuw te gebruiken. BELANGRIJK Een te volle zak vermindert de werkzaamheid van de machine en kan de motor doen oververhitten.
Na het werken: – Schakel de motor uit zoals eerder aangegeven (Hoofdstuk 6). – Ontkoppel de kap van de bougie. – Maak de opvangzak leeg in geval van gebruik als zuiger. – Indien men de blaasbuizen wil verwijderen, moet men de bevestigingsvijs (1) en de daar- bij horende rondsels (2) weer plaatsen (Afb. 1 en 2). – Als men de zuigbuizen wil verwijderen, moet men het rooster (6) sluiten en de knop vast- draaien (5) (Afb. 2).
Een correct onderhoud is fundamenteel om in de tijd de oorspronkelijke eciëntie en gebruiksvei- ligheid van de machine in stand te houden. LET OP! Tijdens het onderhoud: – Haal de kap van de bougie. – Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is. – Werkhandschoenen dragen – Voer geen ingrepen uit zonder de nodige kennis en werktuigen.
Na het werken, wordt de machine zorgvuldig vrij- gemaakt van stof en vuil en worden de defecte onderdelen gerepareerd of vervangen. De machine moet op een droge plaats bewaard worden en beschut tegen weer en wind.
5.2 CILINDER EN GELUIDSDEMPER
Om brandgevaar te beperken, worden de vleu- gels van de cilinder regelmatig gereinigd met perslucht en wordt de zone van de geluidsdem- per vrijgemaakt van stof, bladeren of ander afval.
Om oververhitting en schade aan de motor te voorkomen, moeten de roosters voor de aan- zuiging van de koellucht altijd schoon en vrij van zaagsel en vuil zijn. Het starttouw moet vervangen worden bij de eer- ste tekenen van slijtage.
Controleer regelmatig of alle schroeven en moe- ren goed aangezet zijn en of de handgrepen stevig vastzitten.
5.5 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER
(Afb. 7) BELANGRIJK Het is essentieel dat de luchtfilter gereinigd wordt, voor de goede werking en de le- vensduur van de machine. Werk nooit zonder fil- ter of met een beschadigde filter, om geen onher- roepelijke schade toe te brengen aan de motor. De reiniging wordt uitgevoerd elke 8-10 werk- uren. Om de lter te reinigen: – Draai de knop los (1), demonteer het deksel (2) en verwijder het lterelement (3). – Was het lterelement (3) met water en zeep. Gebruik geen benzine of andere oplosmid- delen. – Laat de lter drogen aan de lucht. – Hermonteer het lterelement (3) en het dek- sel (2) door het met de knop (1) te bevestigen.
5.6 CONTROLE VAN DE BOUGIE (Afb. 8)
Periodiek wordt de bougie gedemonteerd en ge- rei nigd, door eventuele restjes te verwijderen met een me talen borsteltje. Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgeleverde sleutel. De bougie moet ingeval van doorgebrande elek- troden of een beschadigde isolatie, en ieder ge- val elke 50 werkuren, vervangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.
5.7. REGELING VAN DE CARBURATOR
BELANGRIJK Wanneer de motor dreigt stil te vallen of indien men geen groot verschil in snel- heid voelt wanneer de versnelling wordt inge- schakeld, dient men de carburatie laten afstellen. Deze handeling moet uitgevoerd worden door uw Wederverkoper.
5.8 LANGDURIGE PERIODE
VAN INACTIVITEIT BELANGRIJK Indien men van plan is de ma- chine langer dan 2 3 maanden niet te gebruiken, moe ten een aantal voorzorgsmaatregelen getrof- fen wor den om problemen te vermijden bij het10 hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen.
Alvorens de machine op te bergen: – Ledig de brandstoftank. – Start de motor en laat hem op het laagste toe- rental draaien tot de stilstand, zodat alle in het reservoir overgebleven brandstof opgebruikt wordt. – Laat de motor afkoelen en verwijder de kap van de bougie.
5.8.2 Hervatten van de activiteit
Wanneer de machine weer gestart wordt: – Hermonteer de kap op de bougie. – Bereid de machine voor zoals aangegeven in het hoofdstuk “Voorbereiding voor het werk”.
6. BUITENGEWOON ONDERHOUD
Deze ingrepen mogen enkel door uw Verkoper uitgevoerd worden. Handelingen die uitgevoerd werden in niet ge- schikte structuren of door onbekwame personen doen de garantie vervallen.
ONDERHOUDSPROGRAMMA De intervallen hebben enkel betrekking op gewone gebruiksom- standigheden. Indien de dagelijkse gebruiksperiode langer is of indien de werkcondities moeilijk zijn (zeer stoffige werkzones, enz.), dient men de aangegeven intervallen in overeenstemming te verkorten. Alvorens het werk aan te vangen Aan het einde van het dagelijks werk Na iedere stop voor bijvullen Wekelijks Maandelijks Om de 12 maanden In geval van problemen In geval van beschadiging Indien nodig Volledige machine Visuele controle (condities, slijtage, lekken)
Reiniging ● Handgreep Controle werkzaamheid ● ● Luchtfilter Reiniging ● ● ● Vervanging ● ● Filter in brandstoftank Controle ● Vervanging van de filter ● ● ● Carburator Controle toerental ● ● Regeling van het minimumtoerental ● Bougie Afstelling afstand elektroden ● Vervanging na 100 werkuren Koelopeningen Reiniging ● Alle toegankelijke schroe- ven Controle ● Vastklemmen
Veiligheidslabels Vervanging ● Geluidsdemper Reiniging
1) Men raadt aan dit werk door een Servicecentrum te laten uitvoeren.
Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.11 Verkeerde samenstelling van het mengsel Bereid het mengsel volgens de aanwijzingen (zie hoofdstuk 2) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper
5. De machine begint op abnormale
wijze begint te trillen Beschadiging of losgekomen delen Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los Controleer eventuele beschadigingen; Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervan- gingen of herstellingen uit bij een Gespecialiseerd Centrum In het reservoir werd voorzien in een lter die voorkomt dat onzuiverheden binnendringen in de motor. Eenmaal per jaar moet de lter vervangen wor- den door uw verkoper.
6.2 REGELING VAN DE CARBURATOR
De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de beste prestaties in alle omstan- digheden, met een minimale uitstoot van scha- delijke gassen, overeenkomstig de geldende normen. In geval van schaarse prestaties, wendt u zich tot de Verkoper voor een controle van de brand- stoftoevoer en de motor.
Wat te doen bij … Oorsprong van het probleem Correctieve actie
1. De motor start niet of blijft niet draaien
De startprocedure is niet correct Volg de aanwijzingen (zie hoofdstuk 3) De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (zie hoofdstuk 5) Verstopte luchtfilter Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 5) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper Zuigrooster open zonder dat de eerste zuigbuis gemonteerd werd Hersluit het rooster of monteer e eerste zuigbuis (zie hoofdstuk 1)
2. De motor start maar heeft weinig vermogen
Verstopte luchtfilter Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 5) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper Blaasbuis of zuigbuis niet gemonteerd Monteer de buis
3. De motor werkt onregelmatig of heeft geen ver-
mogen bij belasting De bougie is vuil of de af- stand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (zie hoofdstuk 5) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper Opvangzak vol of verstopt Ledig de zak (zie hoofdstuk 4)
4. De motor maakt teveel rook1
2. Verklaart onder zijn eigen
verantwoordelijkheid dat de machine: Draagbare Blazer a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: benzinemotor
3. Voldoet aan de specificaties van de
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde
normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen k) Luchtstroom n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)
Notice-Facile