STIGA SBP 375 - Blazer

SBP 375 - Blazer STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SBP 375 STIGA in PDF-formaat.

📄 414 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA SBP 375 - page 256
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : SBP 375

Categorie : Blazer

Download de handleiding voor uw Blazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SBP 375 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SBP 375 van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING SBP 375 STIGA

Op de schouder gedragen tuinblazer met interne verbrandingsmo- tor GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: Voordat u de deze machine gaat gebruiken dient u eerst deze handleiding aandachtig door te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing .........................................

[2] Cilinderinhoud [3] Vermogen [4] Minimaal toerental [5] Maximale rotatiesnelheid van de motor [6] Debiet van de lucht [7] Maximale snelheid van de lucht [8] Vermogen van het brandstofreservoir [9] Mengeling (Benzine : Olie 2-takt) [10] Bougie [11] Bougie, afstand electroden [12] Gewicht (bij leeg reservoir) [13] Afmetingen [14] Lengte [15] Breedte [16] Hoogte [17] Niveau geluidsdruk [18] Meetonzekerheid [19] Gemeten geluidsvermogenniveau [20] Gegarandeerd geluidsniveau [21] Trillingen doorgegeven aan de hand op het handvat (*) LET OP! De waarde van de trillingen kan variëren in functie van het gebruik van de machine en zijn uitrusting en hoger zijn dan de aangegeven waarde. De veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gebruiker moeten bepaald worden door zich te baseren op de schatting van de lading veroorzaakt door de trillingen onder de werkelijke gebruiksomstandigheden. Hiervoor moeten alle fases van de werkingscyclus in beschouwing genomen worden zoals bijvoorbeeld het uitzetten en de onbelaste werking.

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: “Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg "(Afb. 2.C)”. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is. INHOUDSOPGAVE

3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik ....... 5

3.4 Belangrijkste onderdelen ................................ 6

4. MONTAGE .............................................................. 6

4.1 Onderdelen voor de montage ......................... 6

5.5 Handvat voor handmatige start ...................... 8

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE ................................. 8

6.1 Voorafgaande werkzaamheden ...................... 8

7.2 Bereiding van het mengsel ........................... 11

7.3 Bijvullen van brandstof ................................. 11

7.4 Reiniging van de machine en van de motor .. 12

7.5 Moeren en schroeven voor bevestiging ........ 12

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf “2.1 Training” is een ondertitel van “2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: “hfdst. 2” of “par. 2.1”.

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de machine snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
  • Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die een negatieve invloed kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
  • Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Draag geschikte kledij, stevige werkschoenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de machine niet wanneer u geen schoenen draagt of met open sandalen. Gebruik gehoorbescherming, antitrilhandschoenen, een beschermende bril en een antistofmasker.
  • Deze machine is zeer luidruchtig en vereist het gebruik van gehoorbeschermers.
  • Het gebruik van gehoorbeschermers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone gebeurt.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. Werkzone / Machine
  • Controleer grondig heel de werkzone en gebruik een hark of een borstel om de afval handmatig uiteen te halen en al wat door de machine weggeschoten zou kunnen worden, te verwijderen (bij gebruik als blazer) of wat de zuigbuis zou kunnen verklemmen (bij gebruik als zuiger) of wat oorzaak van gevaar zou kunnen zijn ( stenen, takken, ijzerdraden, beenderen, enz.).
  • Bij stog terrein, raadt men aan de oppervlakte lichtjes te bevochtigen. Benzinemotoren: brandstof GEVAAR! De benzine en het mengsel zijn uiterst ontvlambaar! GEVAAR! De brandstof is zeer ontvlambaar.
  • Bewaar de benzine en het mengsel in speciale houders die daarvoor gehomologeerd zijn, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen.
  • Laat de houders en de opslagzone van de brandstof vrij van resten van gras, bladeren of te grote hoeveelheden vet.
  • De recipiënten moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden.
  • Rook niet tijdens de voorbereiding van het mengsel, tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wanneer men met de brandstof werkt.
  • Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht.
  • Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.
  • Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
  • Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te laten.
  • Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren.NL - 3
  • Als u brandstof gemorst hebt, mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de brandstof gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de dampen opgelost zijn.
  • Reinig onmiddellijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is.
  • Draai de dop altijd weer goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof.
  • Start de machine nooit op de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; de motor moet steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd.
  • Zorg ervoor dat de brandstof niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds nieuwe kleren aan vooraleer de motor op te starten.
  • Schakel de motor niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen kunnen vormen. De machine dient altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte gestart te worden! Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig zijn!
  • Richt, tijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen.
  • Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontplong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen kunnen vonken veroorzaken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
  • Gebruik de machine nooit in gesloten omgevingen, bij aanwezigheid van uitwasemingen, in ontplofbare omgevingen of nabij ontvlambare materialen of elektrische apparaten.
  • Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid reinigen.
  • Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene staan.
  • Zorg ervoor dan de andere personen zich op een afstand van minstens 15 meter uit de draagwijdte van de machine bevinden.
  • Vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneen of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tijdens het werken niet kunnen garanderen;
  • Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtbaarheid zouden kunnen beperken.
  • Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken.
  • Let steeds op de richting van de wind en werk nooit tegen de wind in.
  • De machine niet gebruiken nabij openstaande vensters.
  • Vermijd, tijdens het gebruik, dat het verwijderde materiaal zich ophoopt in de aaatzone aangezien ze in de zuigopeningen zouden kunnen uitgestoten worden.
  • Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt.
  • Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren, droog gras, of ander ontvlambaar materiaal. Gedrag
  • Tijdens het werken, wanneer de machine als blazer gebruikt wordt, moet ze stevig vastgehouden worden met de rechterhand op het bovenste handvat.
  • Tijdens het werken, wanneer de machine als zuiger gebruikt wordt (indien voorzien), moet ze steeds stevig vastgehouden worden met twee handen, met het rechterhand op het bovenste handvat en het linkerhand op het onderste handvat, zodat de opvangzak zich aan de linkerkant van de bediener bevindt.
  • Neem tijdens het gebruik een vaste en stabiele positie aan en wees altijd voorzichtig.
  • Let erop niet hevig te botsen met vreemde lichamen en let op eventueel wegspringend materiaal en stof veroorzaakt door de lucht.
  • Richt de luchtstroom niet naar personen of dieren.
  • Bij gebruik als blazer, dient men aandachtig te vermijden dat het weggeblazen materiaal of het opgetilde stof personen of dieren kan verwonden of hun eigendommen kunnen beschadigen.
  • Bij gebruik als zuiger (indien voorzien), steek geen voorwerpen met de hand in de zuigopening en vermijd omvangrijke voorwerpen op te zuigen die de rotor kunnen beschadigen.
  • Loop nooit, maar stap.
  • Houd het gezicht, de handen en het lichaam op afstand van het zuigrooster (bij gebruik als zuiger, indien voorzien), en van de uitstootopening (bij gebruik als blazer).NL - 4
  • Verklem de doorgangen van de lucht noch tijdens het opstarten noch tijdens het gebruik van de machine.
  • De draaiende delen kunnen ernstige letsels veroorzaken, vermijd aanraking met deze delen wanneer deze nog draaien.
  • Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.

In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.

De langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problemen veroorzaken (ook gekend onder de naam “fenomeen van Raynaud” of “witte hand”), vooral bij personen die circulatiestoornissen hebben. De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze eecten kunnen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/ of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen. Beperkingen voor het gebruik

  • Tijdens het werken, wanneer de machine als blazer gebruikt wordt, moet ze stevig vastgehouden worden met de rechterhand op het bovenste handvat.
  • De machine mag niet gebruikt worden door personen die niet in staat zijn om het gereedschap stevig met beide handen vast het houden en/of om stevig in evenwicht te blijven staan op beide benen.
  • Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn.
  • Gebruik de machine niet zonder alle toebehoren gemonteerd te hebben die voor ieder gebruik voorzien zijn (blazen of zuigen);
  • De aanwezige veiligheidsinrichtingen/ microschakelaars niet uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden.
  • Wijzig de afstellingen van de motor niet, en overbelast hem niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werkt, verhoogt het risico op persoonlijke letsels.
  • Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. Onderhoud

  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden.
  • Om het risico op brand te verminderen, moet men regelmatig controleren of er geen lekken van olie en/of brandstof zijn.

Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Alle geschikte voorzorgsmaatregelen moeten getroen worden om mogelijke schade te voorkomen te wijten aan overdreven lawaai en aan de trillingen; gebruik de machine aan een constante snelheid, houd de handgreep stevig vast met geschikte kracht, gebruik de machine aan het laagst mogelijk toerental voor het werk dat moet uitgevoerd worden, draag gehoorbescherming, neem frequente en geschikte pauzes tijdens het werk. Stalling

  • Zet de machine niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
  • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).NL - 5
  • Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, lters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.

Deze machine is een tuingereedschap en met name een op de schouder gedragen tuinblazer met een motor met interne verbranding. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een tweetaktmotor met interne verbranding die een rotor in gang zet, die een luchtstroom met hoge snelheid kan genereren.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:

  • de verplaatsing en het opstapelen middels blazen, van bladeren, gras, allerlei afval met gering gewicht en beperkte afmetingen;

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):

  • het opstapelen of verzamelen van ontvlambare of ontplofbare producten, warme kolen of brandend materiaal zonder vlam, brandende sigaretten, stukken glas, snijdende fragmenten, metalen voorwerpen, stenen en alle andere zaken die gevaarlijk kunnen zijn voor de veiligheid van de bediener en derden;
  • de luchtstroom naar personen en/of dieren richten;
  • voorwerpen door het zuigrooster steken;
  • de machine gebruiken zonder de speciek door de fabrikant geleverde accessoires of met andere dan de voorziene accessoires.
  • gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor een "amateuriëel gebruik".

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: LET OP! GEVAAR! Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen. LET OP! Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u deze machine in gebruik neemt. Gehoorbescherming en brillen dragen. Niet blootstellen aan de regen (of vocht) GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN! Let op mogelijk wegschieten van materiaal, veroorzaakt door de luchstroom, die ernstige schade kan berokkenen aan personen of zaken.NL - 6

GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN! Houd personen of huisdieren minstens 15 meter uit de buurt tijdens het gebruik van de machine!. Gevaar voor wegspringende delen! Houd de handen ver weg van de roosters voor invoer van de lucht. De draaiende rotor kan ernstige letsels veroorzaken. Gevaar voor ernstige letsels! Houd kledij met losse stukken ver weg van het invoerrooster van de lucht omdat deze verklemd zouden kunnen geraken in de rotor en ernstige ongevallen zouden kunnen veroorzaken. Gevaar voor ernstige letsels! Houd de haren ver weg van het invoerrooster van de lucht omdat deze verklemd zouden kunnen geraken in de rotor en ernstige ongevallen zouden kunnen veroorzaken. Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL PRODUCT

Het identicatielabel van het product geeft de volgende gegevens aan (Afb. 1 ):

6. Naam en adres van de fabrikant

Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de laatste pagina’s van de handleiding.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine bestaat uit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (Afb.1): A. Motor: geeft de beweging aan de rotor. B. Blaasbuis: dit is het element dat de luchtstroom uitstoot. C. Controlehandvat: dit staat toe de commando's van de machine in te schakelen en de blaasbuis te richten. D. Brandstofreservoir: dit is de houder van de brandstof die de motor voedt. E. Steunplaat: dit is de plaat waarop de machine geplaatst is. Deze plaat heeft een handvat om het vervoer te vereenvoudigen, de schouderbanden voor het gebruik op de schouders zijn aan dit handvat verbonden. Het is voorzien van een systeem om de trillingen te dempen, waardoor het grootste deel ervan tijdens de werking verwijdert wordt. F. Schouderbanden: kledij bestaande uit stoen gordels die over de schouders lopen en helpen het gewicht van de machine te dragen tijdens het werk. G. Klemsleutel: werktuig dat gebruikt wordt om schroeven, moeren en bouten te verdraaien, om deze vast of los te zetten.

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies. Het uitpakken en de vervollediging van de montage moeten uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.

4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen voor de montage.NL - 7

1. Open de verpakking voorzichtig, let

erop geen onderdelen te verliezen.

2. Raadpleeg de documentatie in de doos,

inclusief deze gebruiksaanwijzingen.

3. Haal alle onderdelen die niet

gemonteerd zijn uit de doos.

4. Haal de machine uit de doos.

5. Voer de doos en de verpakkingen af

volgens de plaatselijke normen.

4.1.2 Montage van de blaasbuis en

van het controlehandvat

1. Plaats de slang (Afb. 3.B) in de uitlaatbuis

van de lucht (Afb. 3.A) en bevestig de kabelklem met een schroevendraaier, zodat deze stevig vast zit.

2. Steek de buis (Afb. 3.C) in de slang (Afb.

3.B) en let erop dat het uitstekende deel (Afb. 3.G) naar beneden gericht is. Bevestig de kabelklem met een schroevendraaier, om de buizen stevig te bevestigen.

3. Steek de steun van het controlehandvat

(Afb. 3.H) in de buis (Afb. 3.C), en lijn deze uit met het uitstekende deel (Afb. 3.G). Plaats het oogje (Afb. 3.I) in het uitstekende deel (Afb. 3.J).

4. Bevestig het controlehandvat (Afb. 3.K)

en draai de schroef vast (Afb. 3.L).

5. Laat de draad door de twee

kabeldragers aan (Afb. 3.M).

6. Lijn de holte van de buis uit (Afb. 3.D)

met het uitstekende deel (Afb. 3.N) van de buis (Afb. 3.C). Duw de buis (Afb. 3.C) en verdraai ze 90° met de klok mee, om ze stevig vast te haken.

7. Volg de procedure beschreven in de

twee vorige punten, voor de montage van de buis (Afb. 3.E), en van het laatste deel van de blaasbuis (Afb. 3.F).

4.1.3 Demontage blaasbuizen

BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.5) wanneer de blaasbuis verwijderd wordt. Al naargelang het type van de buis: – Als de buis met een inklemlipje bevestigd is, zal men dit tegen de klok indraaien. – Als de buis met de kabelklemmen bevestigd is, moet men de kabelklemmen met een schroevendraaier losschroeven en de buizen demonteren.

De versnellingshendel (Afb. 4.A) staat toe de rotatiesnelheid van de rotor te regelen. De rotatiesnelheid van de rotor moet afgesteld zijn op het type werk (hfdstk. 6.4.1) en kan afgesteld worden door meer of minder druk uit te oefenen op de versnellingsknop. De maximale snelheid wordt bekomen door de versnellingsknop volledig in te duwen.

De hendel (Afb. 4.B) heeft een dubbele functie:

1. Hij staat toe de motor te

starten en te stoppen. De motor stopt (Afb. 4.C). Als de hendel in andere richtingen geplaatst is, kan de motor opgestart en in werking gezet worden.

2. Hij staat toe de rotatiesnelheid van de rotor te

regelen, terwijl de versneller geblokkeerd blijft in de gewenste stand. De rotatiesnelheid van de rotor kan geregeld worden door de hendel naar beneden of naar boven te draaien. De maximale snelheid verkrijgt men wanneer de hendel volledig omlaag gedraaid is. OPMERKING Men raadt aan de functie van de versnellingsregelaar te gebruiken tijdens lange werkbeurten, om te vermijden de versnellingshendel heel de tijd ingedrukt te moeten houden.

Dit wordt gebruikt om de motor koud op te starten. De choke heeft drie posities: Positie A (Afb. 5.A ) - De choke is uitgeschakeld (normale werking en warm starten). Positie B (Afb. 5.B) - De choke staat op een tussenstand (om het inschakelen van de motor te vergemakkelijken).NL - 8 Positie C (Afb. 5.C - De choke is ingeschakeld (voor koud starten).

5.4 TOETS VOORINSPUITING (PRIMER)

Druk op de rubberen toets van de voorinspuiting om brandstof in de carburator te spuiten, en zo het opstarten van de motor te vereenvoudigen

5.5 HANDVAT VOOR HANDMATIGE START

Dit staat de handmatige start van de motor toe (Afb. 6.A).

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Alvorens te beginnen met werken dienen er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zijn dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen. Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein. BELANGRIJK De machine wordt zonder benzine geleverd.

6.1.1 Brandstof bijvullen

Vul brandstof bij vooraleer de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen voor voorbereiding van het mengsel, voor de werkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van brandstof, zie par. 7.2, 7.3.

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken.

6.2.1 Algemene controle

Object Resultaat Handgrepen en schouderbanden (Afb. 1.E, 1.F) Gereinigd, afgedroogd, correct en stevig aan de machine bevestigd Schroeven van de machine Goed vastgedraaid (niet los) Doorgangen van de koellucht Niet verstopt Blaasbuis (Afb. 1.B) Correct geplaatst. De versnellingsknop (Afb. 4.A) De beweging moet vrij zijn, zonder verklemmingen. De versnellingsregelaar (Afb. 4.B) De beweging moet vrij zijn, zonder verklemmingen. Rotor Geen tekens van beschadiging Beschermingen Geen tekens van beschadiging Machine Geen tekens van beschadiging of slijtage Luchtlter (Afb. 9.C, 9.D) Schoon Elektrische kabels en kabel bougie Integer om het ontstaan van vonken te vermijden. Dop bougie (Afb. 9.F) Integer en correct op de bougie gemonteerd

6.2.2 Test werking van de machine

Actie Resultaat De machine opstarten (par. 6.3) De machine start. De rotor draait aan het minimumregime en de blaasbuis stoot weinig lucht uit De versnellingshendel (Afb. 4.A) / versnellingsregelaar (Afb. 4.B) inschakelen. De rotor draait en de blaasbuis stoot lucht uit De versnellingshendel (Afb. 4.A) / versnellingsregelaar (Afb. 4.B) loslaten. Het commando moet automatisch en snel terug naar de neutrale stand terugkeren. De rotor draait aan het minimumregime en de blaasbuis stoot weinig lucht uit Zet de hendel voor het regelen van de versnelling en het stopzetten van de motor op stand "STOP" (Afb. 4.C) De motor stopt De rotor stopt en de blaasbuis stoot geen lucht uitNL - 9 Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Breng de machine naar een dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.

BELANGRIJK Er is een label op de machine aangebracht (afb 2) dat de belangrijkste fasen van het opstarten samenvat. Dit label dient als snelle gids, en vervangt de hierna beschreven procedures niet.

1. Blijf stil en stabiel staan:

2. Verzeker u ervan dat de blaasbuis niet naar

eventuele waarnemers of afval gericht is; BELANGRIJK Om te voorkomen dat de startkabel breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de kabelgeleider schuren en laat de handgreep geleidelijk aan los, om te voorkomen dat de kabel op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet. BELANGRIJK Wikkel de startkabel nooit rond uw hand.

6.3.1 Start met koude motor

Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof.

1. Voor-verwarm de motor door de

versnellingshendel (Afb. 4.B) net voorbij de helft van de loop.

2. Schakel de choke in, door de hendel

naar stand «C» te brengen (Afb. 5.C).

3. Druk 10 maal op de toets voor de

voorinspuiting (Afb. 5.D) om de carburator gemakkelijker in te schakelen.

4. Houd de machine stevig met een hand tegen

de grond gedrukt, om de controle ervan niet te verliezen tijdens het starten (Afb. 6.B).

5. Deze machine is voorzien van een EASY-

START. Trek op gelijkmatige wijze aan de startknop, zonder hevige trekken (het opstarten vindt plaats in het laatste deel van de loop). Trek enkele keren tot u de eerste ontplongen hoort.

6. Plaats de choke in stand «B» (Afb. 5.B).

7. Trek aan de handgreep voor het opstarten

tot de motor normaal in gang komt.

8. Laat de motor gedurende minstens 1

minuut draaien om hem op te warmen.

9. Schakel de versnellingsknop uit (Afb. 5.A),

door de hendel naar stand «A». te brengen.

10. Breng de versnellingshendel (Afb. 4.B) naar

de minimumstand om de inrichting van de voor-versnelling uit te schakelen en de motor naar het minimumtoerental te brengen. BELANGRIJK Indien de handgreep van de startkabel herhaaldelijk bediend wordt met de choke ingeschakeld, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijkt worden. In geval van ooding van de motor (zie par. 14.5).

6.3.2 Start bij warme motor

Voor de start bij warme motor (onmiddellijk na het stoppen van de motor):

1. Volg de punten 1 - 3 - 4 - 6 - 7 - 9 - 10

van de vorige werkwijze (par. 6.3.1).

6.3.3 Gebruik van de schouderbanden

De schouderbanden moeten na de inschakeling van de machine aangedaan worden. De schouderbanden en de riemen moeten in functie van de hoogte en gestalte van de bediener afgesteld worden.

1. Draag de schouderbanden als een

gewone rugzak (Afb. 7.A).

2. Sluit de rode clipsgespen aan de

linkerkant en rond de middel.

3. Span de riemen om de last gelijk te

spreiden over beide schouders.

4. Om het gewicht van de blaasbuis

te ondersteunen, verbindt men de connector (Afb. 7.B) aan de steun van het controlehandvat (Afb. 7.C), en sluit men de zwarte clipsgesp op de rechterschouder (Afb. 7.D).

Tijdens het werken, moet de machine stevig vastgehouden worden met de rechterhand op het controlehandvat (Afb. 15).

6.4.1 Afstelling van de snelheid

Het is steeds raadzaam de rotatiesnelheid van de rotor te regelen in verhouding met het type materiaal dat verwijderd moet worden: – lage blaassnelheid voor lichte materialen en kleine struiken op het gazon; – gemiddelde blaassnelheid om gras en lichte bladeren te verwijderen op asfalt of een stevig terrein; – hoge blaassnelheid (versnellingsknop helemaal ingeduwd) voorNL - 10 zwaardere materialen, zoals verse sneeuw of omvangrijk vuil.

6.4.2 Suggesties voor het gebruik

Men kan de positie en de inclinatie van het controlehandvat regelen (Afb. 3.K) voor een handige werkpositie. Voor de regeling: – De schroef verwijderen (Afb. 3.L). – Om de inclinatie te regelen, buigt men het controlehandvat vooruit of achteruit. – Om de positie te regelen, laat men de steun van het controlehandvat vooruit of achteruit glijden. – Na de regeling, draait men de schroef vast (Afb. 3.L). Laat het uiteinde van de blaasbuis langzaam vooruit gaan, op een geschikte afstand van het terrein (Afb. 8.A). Om te vermijden het te verwijderen materiaal te verspreiden, moet men de luchtstroom op de externe randen van het opgehoopte materiaal richten. Richt de luchtstroom nooit naar het centrum van het opgehoopte materiaal. BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.5) tijdens verplaatsingen tussen werkzones.

en de versnellingshendel naar het begin van de loop brengen (Afb. 4.B) en laat de motor gedurende enkele seconden aan het minimumtoerental draaien.

2. De hendel (Afb. 4.B) naar de stand

Na de machine stopgezet te hebben, moet men enkele seconden wachten vooraleer de rotor tot stilstand komt. De motor kan onmiddellijk na het uitschakelen zeer warm zijn. Niet aanraken. Gevaar op brandwonden. BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.5) en haal de kap van de bougie (Afb. 9.F) elke keer wanneer de machine onbewaakt gelaten wordt of wanneer ze niet gebruikt wordt. BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.5) tijdens verplaatsingen tussen werkzones.

  • Haal de kap van de bougie (Afb. 9.F).
  • Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
  • Reinig de machine (par. 7.4).
  • Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen zijn beschreven in hfdstk. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke ingreep voor onderhoud aan te vangen

  • Haal de kap van de bougie (Afb. 9.F);
  • Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
  • Lees de desbetreende instructies;
  • Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril;
  • De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (zie hfdstk. 13). Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
  • Het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letsels veroorzaakt door die producten.
  • De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde oproepcentrale en wederverkopers.
  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden.NL - 11 BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2 BEREIDING VAN HET MENGSEL

Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waarvoor een mengsel van benzine en smeerolie gebruikt moet worden. BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie vervallen. BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.

7.2.1 Eigenschappen van de benzine

Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een octaangehalte van minstens 90 N.O. BELANGRIJK Groene benzine zorgt altijd voor wat afzettingen in het recipiënt indien het langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!

7.2.2 Eigenschappen van de olie

Gebruik enkel synthetische olie van uitstekende kwaliteit, voor tweetaktmotoren, minimum JASO FC. Bij uw Verkoper zijn oliën beschikbaar die speciaal bestudeerd werden voor dit type van motor en in staat zijn om voor een hoge bescherming te zorgen. Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel bij 2,5%, d.w.z. 1 deel olie voor 40 delen benzine.

7.2.3 Bereiding en bewaring

van het mengsel De tabel geeft de hoeveelheden benzine en olie weer die gebruikt moeten worden voor de bereiding van het mengsel. Benzine Synthetische olie voor tweetaktmotoren liter liter 1 0,025 2 0,050 3 0,075 5 0,125 10 0,250 Voor de bereiding van het mengsel:

1. Doe ongeveer de helft van de

benzine in een geschikte tank.

2. Voeg er alle olie aan toe.

3. Voeg de rest van de benzine toe.

4. Sluit de dop en schud krachtig.

BELANGRIJK Het mengsel is onderhevig aan veroudering. Bereid niet te veel mengsel, om afzettingen te voorkomen. BELANGRIJK Zorg ervoor dat de recipiënten van de benzine en het mengsel goed van elkaar onderscheiden worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik. BELANGRIJK Reinig de recipiënten van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijderen.

7.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

Brandstof moet bijgevuld worden bij stilstaande machine en met de dop van de bougie losgemaakt. Vooraleer bij te vullen:

1. Schud de tank van het mengsel krachtig.

2. Plaats de machine vlak en stabiel,

met de vuldop van het reservoir van het mengsel naar boven. OPMERKING Op de dop van het reservoir van het mengsel (Afb. 11.A) vindt men het volgende symbool: Mengreservoir

3. Maak de dop van het reservoir en de zone

rond de dop schoon om te voorkomen dat tijdens het bijvullen onzuiverheden terechtkomen in het mengsel.

4. Open de dop van het reservoir voorzichtig

om de druk geleidelijk aan af te laten.

5. Vul bij gebruik makend van een trechter

en vul het reservoir niet tot aan de rand.NL - 12

Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten bladeren en takken, om het risico op brand tot een minimum te herleiden.

  • Reinig de machine steeds na gebruik met een schone en met een neutraal reinigingsmiddel bevochtigd doek.
  • Verwijder alle sporen van vochtigheid met een zachte en droge doek. Vochtigheid kan leiden tot risico op elektrocutie.
  • Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen om de plastic delen of de handgrepen te reinigen.
  • Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken.
  • Houd de rotor steeds schoon en vrij van stof en afval, door perslucht door het rooster te blazen. Sproei geen water op de rotor.
  • Om oververhitting en schade aan de motor te vermijden, moet men zich er steeds van verzekeren dat de zuigroosters van de koellucht schoon en vrij van afval zijn.
  • Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt
  • Controleer regelmatig of de handvaten stevig bevestigd zijn.

BELANGRIJK Het is essentieel dat de luchtlter gereinigd wordt, voor de goede werking en de levensduur van de machine. Werk nooit zonder lter of met een beschadigde lter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor. De reiniging wordt uitgevoerd elke 8-10 werkuren. Om de lter te reinigen:

1. Draai de twee knoppen los (Afb. 9.A)

los en verwijder het deksel (Afb. 9.B).

2. Verwijder de papieren lter (Afb. 9.C)

en de sponzen lter (Afb. 9.D).

3. Blaas op de papieren lter om stof en

afval te verwijderen (afb. 10.A).

4. Reinig de sponzen lter met water (afb. 10.B).

BELANGRIJK Gebruik geen benzine, reinigingsmiddelen of andere middelen voor de reiniging van de lter.

5. Laat de sponzen lter drogen aan de lucht.

6. Reinig de huizing van de lter aan de

buitenkant van stof, afval of vuil.

7. Plaats de lterelementen in hun

huizingen (afb. 9) (verzeker u ervan dat de sponzen lter goed droog is);

8. Hermonteer het deksel (Afb. 9.B), en

draai de knoppen vast (Afb. 9.A).

8.2 CONTROLE VAN DE BOUGIE

De bougie (Afb. 9.G) wordt toegankelijk door de bougie te verwijderen (Afb. 9.F). De bougie moet ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werkuren, vervangen worden door een bougie met analoge karakteristieken. Voor handelingen aan de bougie, dient men zich tot een wederverkoper of erkend dienstcentrum te richten. Raadpleeg de onderhoudstabel en de identicatietabel van de problemen voor ingrepen met betrekking op de bougie.

De startkabel moet door uw Verkoper vervangen worden bij de eerste tekenen van slijtage.

8.4 REGELING VAN DE CARBURATOR

De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimale uitstoot van schadelijke gassen, overeenkomstig de geldende normen. In geval van schaarse prestaties, wendt u zich tot de Verkoper voor een controle van de brandstoftoevoer en de motor. Regelingen van de carburator T = regeling van het minimumtoerental L = regeling mengeling lage snelheid H = regeling mengeling hoge snelheid

BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens de berging in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in par. 2.4. NeemNL - 13 deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

9.1 STALLING VAN DE MACHINE

Indien de machine langer dan 2-3 maanden opgeborgen moet blijven, moeten een aantal voorzorgsmaatregelen getroen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen. Alvorens de machine op te bergen:

1. Ledig het brandstofreservoir in

open lucht en bij koude motor.

2. Zet de motor op de laagste snelheid om

alle brandstof die in het reservoir en in de carburator gebleven is, op te gebruiken.

3. Laat de motor afkoelen.

4. Reinig de machine zorgvuldig.

5. Controleer of er geen onderdelen los of

beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.

6. Berg de machine op:

– in een droge ruimte – beschermd tegen slechte weersomstandigheden – buiten bereik van kinderen. – na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben. Wanneer de machine weer in werking gezet wordt:

1. Bereid de machine voor (hfdstk. 6).

10. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk: – Stop de machine (par. 6.5). – Wacht tot de ketting stil staat. – Haal de kap van de bougie (Afb. 9.G). – Neem de machine enkel aan het handvat vast en richt de buizen zodat deze geen hindernis kunnen vormen. Wanneer men de machine met een wagen vervoert, moet men: – de buizen verwijderen; – de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen bevestigen. – de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt;

11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

  • Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
  • De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
  • De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
  • Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd; het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren brengt de veiligheid van de machine in gevaar en ontheft de Fabrikant van alle verplichtingen en aansprakelijkheden.
  • Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.

De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie.
  • Onjuist of niet toegestaan gebruik en montage.
  • Gebruik van niet originele wisselstukken.
  • Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd.NL - 14 Deze garantie geldt bovendien niet voor:
  • Normale slijtage van verbruiksmateriaal.
  • Normale slijtage. De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De rechten van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.

Ingreep Frequentie Paragraaf MACHINE Controle van alle bevestigingen Voor eender welk gebruik 7.5 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's Voor eender welk gebruik 6.2 Algemene reiniging en controle Aan het einde van ieder gebruik

MOTOR Controle/bijvullen brandstof Voor eender welk gebruik 7.3 Algemene reiniging en controle Aan het einde van ieder gebruik

Reiniging van de luchtlter 8-10 uren / na ieder seizoen 8.1 Reiniging van de bougie 10 uren / na ieder seizoen *** Bougie vervangen 100 uren / na ieder seizoen *** *** Handelingen die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moeten uitgevoerd worden.

1. De motor start niet

of blijft niet draaien De startprocedure is niet correct. Volg de instructies (par. 6.3). De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (par. 8.2). Verstopte luchtlter Reinig en/of vervang de lter (par. 8.1). Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum.

2. De motor start maar

heeft weinig vermogen. Verstopte luchtlter Reinig en/of vervang de lter (par. 8.1). Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum.

onregelmatig of heeft geen vermogen bij belasting De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (par. 8.2). Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum.

teveel rook Verkeerde samenstelling van het mengsel Bereid het mengsel volgens de aanwijzingen (par. 7.2). Brandstofproblemen Contacteer het geautoriseerde dienstencentrum.NL - 15

De startknop werd meerdere malen ingedrukt met de choke ingeschakeld. Demonteer de bougie (par. 8.2) en trek zachtjes aan de handgreep van de startkabel (Afb. 6.A) om het teveel aan brandstof te verwijderen, droog vervolgens de elektroden van de bougie af en hermonteer ze op de motor.

6. De rotor draait maar

er komt geen lucht uit de blaasbuis Blaasbuis geblokkeerd of verstopt Stop de machine en verwijder eventuele verklemmingen.

7. Men hoort overdreven

geluiden en/of trillingen tijdens het werk Losgekomen of beschadigde delen Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 9.F). Controleer eventuele beschadigingen. Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij het geautoriseerd centrum.

op een vreemd voorwerp gestoten. Beschadiging of losgekomen delen Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 9.F). Controleer eventuele beschadigingen. Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum.

9. Er komt rook uit de

machine tijdens de werking Blazer beschadigd. Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, koppel de kabel van de bougie los en contacteer een Dienstcentrum. Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.NO - 1 ADVARSEL!: LES DENNE BRUKSANVISNINGEN NØYE FØR DU BRUKER MASKINEN. Må oppbevares til senere bruk.

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Draagbare Blazer–Zuiger voor tuinwerken / blazen / zuigen a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen l) Luchtstroom m) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier n) Plaats en Datum

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing)

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)1. Het bedrijf 2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: Draagbare Blazer–Zuiger voor tuinwerken / blazen / zuigen a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: benzinemotor 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen l) Luchtstroom m) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier n) Plaats en Datum