STIGA SBP 375 - Blazer

SBP 375 - Blazer STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SBP 375 STIGA in PDF-formaat.

📄 414 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice STIGA SBP 375 - page 256
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over SBP 375 STIGA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Blazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SBP 375 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SBP 375 van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING SBP 375 STIGA

Op de schouder gedragen tuinblazer met interne verbrandingsmotor

GEBRUIKERSHANDLEIDING

LET OP: Voordat u de deze machine gaat gebrulken clent u eerst deze handielding aandachtig door te lezen.

STIGA SBP 375 - 1

Løvblåser medindreforbrenningsmotorbaretiskaulderen

INSTRUKSJONSBOK

ADVARSEL: Les dette brauksanvlnsIngen noye for du bruker maskinen.

STIGA SBP 375 - 2

3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik.....5
3.2 Veiligheidssignalen 5
3.3 Identificatielabel product 6
3.4 Belangrijkste onderdelen 6

  1. MONTAGE 6
    4.1 Onderdelen voor de montage 6
  2. BEDIENINGSELEMENTEN 7

5.1 Hendel versnelling. 7
5.2 Versnellingshendel en stop motor 7
5.3 Choke 7
5.4 Toets voorinspuiting (Primer) 8
5.5 Handvat voor handmatige start 8

  1. GEBRUK VAN DE MACHINE 8

6.1 Voorafgaande werkzaamheden.. 8
6.2 Veiligheidscontroles 8
6.3 Starten 9
6.4 Het werken 9
6.5 Stoppen.. 10
6.6 Na het gebruik 10

  1. GEWOON ONDERHOUD. 10

7.1 Algemeen 10
7.2 Bereiding van het(AP) 11
7.3 Bijvullen van brandstof 11
7.4 Reiniging van de machine en van de motor.. 12
7.5 Moeren en schroeven voor bevestiging.....12

  1. BUITENGEWOON ONDERHOUD. 12

8.1 Reiniging van de luchtfilter 12
8.2 Controle van de bougie 12
8.3 Startkabel 12
8.4 Regeling van de carburator 12

  1. STALLING 12

9.1 Stalling van de machine 13

  1. HANTERING EN TRANSPORT 13

  2. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN 13
    12.GARANTIEDEKKING 13

  3. TABEL ONDERHOUD 14
  4. IDENTIFICATIE PROBLEMEN 14

1. ALGEMEEN

1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werkung, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:

OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gevevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd worden of dat er schade verooorzaakt worden.

Het symbol wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.

De paragrafen die aangegeven zijn met een grije stippen-board wijzen op optionele kenmerken die nicht aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreiben worden. Controller of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.

De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.

1.2 REFERENCES

1.2.1 Afbeeldingen

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zich genummerd 1, 2, 3 enz.

De onderdelen die op de afbeeldingen waar aan geveen, waar gekentekend met de letters A, B, C enz.

Een verwijzingaar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: "Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg"(Afb.2.C).

De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen können wijzigten ten opzichte van wat aangegeven is.

1.2.2 Titels

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen maar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbeteffend nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1".

2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

2.1 TRAINING

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de machine snel af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letselsveroorzaken.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die nied vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd�k.
  • Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed können hebben op zich reactievermogen en aandacht.
    Denk eraan dat de personen die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen können overkommen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om der risico's, die het terrein waarop hij moet werknen met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekerend dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Draag geschikte kledij, stevige werksohenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de machine Niet wanner u geen schoenen draagt of met open sandalen. Gebruik

gehoorbescherming, antitrilhandschoenen, een beschemende bril en een antistofmasker.

  • Deze machine is zeer luidruchtig en vereist het gebruik van gehoorbeschemers.
  • Het gebruik van gehoorbeschemmers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone geleurt.
  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of denen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen+kennen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar worden zorgvuldig bijeengebonden.

Werkzone / Machine

  • Controller grondig heel de werkzone en gebruik een hark of een borstel om de afval handmatig uiteen te halen en al wat door de machine weggeschoten zou+kunnen worden, te verwijderen (bij gebruik als blazer) of wat de zuigbuis zou+kunnen verklemmen (bij gebruik als zuiger) of wat oorzaak van gevaar zou+kunnen zijn (stenen, takken, ijzerdraden, beenderen, enz.).
    Bij stoffig terrein, raadt men aan de oppervlakte Lichtjes te bevochtigen.

Benzinemotoren: brandstof

GEVAAR! De benzine en het mengsel zich uiterst ontvlambaar!
GEVAAR! De brandstof is zeer ontvlambaar. Bewaar de benzine en het mengsel in speciale houders die waarvoor gehomologeerd zichn, op een veilige plaats,uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen.
- Laat de houders en de opslagzone van de brandstof vrij van resten van gras, bladeren of te grote hoeveelheden vet.
- De recipiën moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden.
- Rook Nietijdens de Voorbereiding van het(AP) metse, tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wonneer men met de brandstof werkt.
- Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht.
Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.
- Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
- Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te lately.
- Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren.

  • Als u brandstof gemorst hebt, mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de brandstof gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de dampen opgelost+zijn.
  • Reinig onmiddelijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is.
  • Draai de dop.altijdweer goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof.
  • Start de machine nooit op deplaats waar de brandstof bijgevuld werk; de motor要去 steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van deplaats waar de brandstof bijgevuld werk.
    Zorg ervoor dat de brandstof Niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds neue wleren aan vooraleer de motor op te starten.

Schakel de motor Niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen+kennen vormen. De machine dient altijd in de open lucht of in een goedGeVentileerde ruimte gestart te worden! Denk er alttijd aan dat de uitlaatgassen giftig+zijn!
- Richt,ijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit maar ontvlambare materialen.
- Gebruik de machine nicht in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen hunnen vonden veroorzaken die het stof of de dampen hunnen doen ontbranden.
- Gebruik de machine nooit in gesloten omgevingen, bij aanwezigheid van uitwasemingen, in ontplofbare omgevingen of nabij ontvlambare materialen of elektrische apparaten.
- Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid reinigen.
- Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
- Zorg ervoor dan de andere personen zich op een afstand van minstens 15 meter uit de draagwijdte van de machine bevinden.
Vermijd zoveel möglich te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneffen of steile terreinen die de stabilititeit van de bediener tijdens het werken Niet konnen garanderen;

  • Werk Niet op nat grayscale, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wanner er kans op bliksem bestaat.
  • Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen geziven en op de aanwezigheid van eventuele hinderissen die de zichtaarheid zouden+kunnen beperken.
  • Wees zeer voorzichtig nagij ravijnen, grachten of vrijken.
  • Let steeds op de richting van de wind en werk nooit gegen de wind in.
  • De machine nicht gebruiken nabij openstaande vensters.
  • Vermijd,ijdens het gebruik, dat het verwijdderde materiaal zich ophoopt in de aflaatzone aangezien ze in de zuigopeningen zouden+kunnen uitgestoten worden.
  • Let goed op het verkeer, wanner de machine zich bij de staat gebruikt worden.
  • Om brandgevaar te voorkomen, de machine Niet met warme motor achefterlaten op bladeren, droog gras, of ander ontvlambaar materiaal.

Gedrag

  • Tijdens het werken, wanneer de machine als blazer gezruikt worden, moet ze stevig vastgehonden worden met de rechterhand op het bovenste handvat.
  • Tijdens het werkken, wonneer de machine als zuiger gezruikt worden (indien voorzien),要去 steeds stevig vastgehouden worden met twee handen, met het rechterhand op het bovenste handvat en het linkerhand op het onderste handvat, zodat de opvangzak zich aan de linkerkant van de bediener bevindt.
  • Neem tijdens het gebruik een vaste en stabiele positie aan en wees.altijd voorzichtig.
  • Ga Niet overhellen.
  • Let erop nicht hevig te botsen met vreemdelichamen en let op eventueel wegspringendmaterial en stof veroorzaakt door de lucht.
  • Richt de luchtstroom nicht maar personen ofieren.
  • Bij gebruik als blazer, dient men aandachtig te vermijden dat het wegbeblazen materiaal of het opgetilde stof Personen of dieren kan verwonden of hun eigendommen können beschadigen.
  • Bij gezbruik als zuiger (indien voorzien), steek geen voorwerpen met de hand in de zuigopening en vermijd omvangrijke voorwerpen op te zuigen die de rotor können beschadigen.
  • Loop nooit, maar stap.
  • Houd het gezicht, de handen en het lichaam op afstand van het zuigrooster (bij gebruik als zuiger, indien voorzien), en van de uitstootopening (bij gebruik als blazer).

  • Verklem de doorgangen van de lucht nochijdens het opstarten nochijdens het gebruik van de machine.

  • De draaiende delen können ernstige letsels veroorzaken, vermijd aanraking met deze delen wanner deze nog draaien.
  • Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.
    In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddelijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevalten met personlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan Personen of dieren konnenveroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
  • De langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problèmes veroorzaken (ook gekend onder de naam "fenomeen van Raynaud" of "witte hand"), vooral bij personne die circulatiestoornissen hebben. De symptomen kennen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jegk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze effecten kennen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/ of een overdreven druk op de handgreep. Wanner deze symptomen optreden,要去 de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen.

Beperkingen voor het gebruik

  • Tijdens het werken, wanneer de machine als blazer gezebruikt worden, moet ze stevig vastgehonden worden met de rechterhand op het bovenste handvat.
  • De machine mag nicht gebruikt worden door Personen die nicht in staat zich om het gereedschap stevig met beiden handen vast het honden en/of om stevig in evenwicht te blijven staan op beiden benen.
  • Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zijn, ontbreken of nicht correct geplaatst�.
  • Gebruik de machine nicht zonder alle toebehoren gemonteerd te hebben die voor ieder gebruik voorzien zijn (blazen of zuigen);
  • De aanwezigige veiligheidsinrichtingen/ microschakelaars Niet uitschakelen, aftschakelen, verwijderen of schenden.

  • Wijzig de afstellingen van de motor Niet, en overbelast hem Niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werk, verhoogt het risico op persoonlijke letsels.
    Overbelast de machine Niet en gebruik geenkleine machine om zware werken te verrichten;het gebruik van een machine met aangepasteafmetingen za de risico's beperken ende kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance.

Onderhoud

  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen要去en verrangen en nicht gerepareerd worden.
  • Om het risico op brand te verminderen,要去 men regelmatig controleren of er geenlekken van olie en/of brandstof zich.
  • Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Alle geschikte voorzorgsmaatregelen要去en getroffen worden om möglichke schade te voorkomen te wijten aan overdreven lawaai en aan de trillingen; gebruik de machine aan een constante snelheid, houd de handgreep stevig vast met geschikte kracht, gebruik de machine aan het laagst möglichk toerental voor het werk dat moet uitgevoerd worden, draag gehoorbeschemming, neem frequente en geschikte pauzes tijdens het werk.

Stalling

  • Zet de machine Niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonden of een warmtebron in aanraking zouden+kennen.
  • Laat geen holders met restmaterial in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijkere uren (niet's ochtends vroeg of's avonds LAST Wonneer dit andere personen zou+kunnen storen).

  • Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.

  • Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu hintergelaten worden maar要去 waar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijkne normen.

3. LEER DE MACHINE KENNEN

3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUK

Deze machine is een tuingereedschap en met name een op de schouder gedragen tuinblazer met een motor met interne verbranding.

De machine bestaat hoofdzakelijk uit een tweetaktmotor met interne verbranding die een rotor in gang zet, die een luchtstroom met hoge能力和 kan genereren.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:

  • de verplaatsing en het opstapelen middels blazen, van bladeren, gras, allerlei afval met gering gewicht en beperkte afmetingen;

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zich en schade berokkenen aan Personen en/of zaken. De volgende situatuies behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):

  • het opstapelen of verzamelen van ontvlambare of ontplofbare producten, warme kolen of brandend materiaal zonder vlam, brandende sigaretten, stukken glas, snijdende fragmenten, metalen voorwerpen, stenen en alle andere zaken die gevaarlijk hunnen voor de veiligheid van de bediener en derden;
  • de luchtstroom waar personen en/of dierenRCTEN;
  • voorwerpen door het zuigrooster steken;

  • de machine gebruiken zonder de specifiek door de fabrikant geleverde accessoires of met andere dan de voorziene accessoires.

  • gebruik van de machine door meer dan een persoon tegelijk.

BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of andereen oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor een "amateurieel gebruik".

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij要去 aanhonden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken.

Betekenis van de symbolen:

STIGA SBP 375 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 1

LET OP! GEVAAR! IndienDEXEMachineniet correct gebruiktwordt,kanzegevaarlijkzijn Voorde bediener en voor andereen.

STIGA SBP 375 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 2

LET OPI! Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u deze machine in gebruik neemt.

STIGA SBP 375 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 3

Gehoorbescherming en brillen dragen.

STIGA SBP 375 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 4

Niet blootstellen aan de regen (of vocht)

STIGA SBP 375 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 5

GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN!

Let op möglich wegschieten van materiaal,veroorzaakt doorde luchstroom, die ernstigeschade kan berokkenen aan Personen of zaken.

STIGA SBP 375 - GEVAAR VOOR   WEGSPRINGENDE DELEN! - 1

GEVAAR VOOR
WEGSPRINGENDE DELEN! Houd
personen of huisdieren minstens
15 meter uit de buurtijdens
het gebruik van de machine!.

STIGA SBP 375 - GEVAAR VOOR   WEGSPRINGENDE DELEN! - 2

Gevaar voor wegspringende delen! Houd de handen ver weg van de roosters voor invoor van de lucht. De draaiende rotor kan ernstige letsels veroorzaken.

STIGA SBP 375 - GEVAAR VOOR   WEGSPRINGENDE DELEN! - 3

Gevaar voor ernstige letsels!
Houd kledij met losse stukken ver
weg van het invoerrooster van
de lucht waar dit deze verklemd
zonden hunnen geraken in de
rotor en ernstige ongevallen
zonden hunnen verooorzaken.

STIGA SBP 375 - GEVAAR VOOR   WEGSPRINGENDE DELEN! - 4

Gevaar voor ernstige letsels!
Houd de haren ver weg van het invoerrooster van de lucht waarDat\ deze verklemd zouden kunnen geraken in de rotor en ernstige ongevallen zouden kunnen\ veroorzaken. Langhaar wordt zorgvuldig bijeengebonden.

BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten verrangen worden. Vraagijke labels aan uw eigen geauthoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL PRODUCT

Het identificatielabel van het product geeft de volgende gegevens aan (Afb. 1):

  1. Geluidsniveau
  2. CE-overeenstemmingskenteken
  3. Bouwjaar
  4. Machinetype
  5. Serienummer
  6. Naam en adres van de fabrikant
  7. Artikelcode

Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.

BELANGRIJK Gebruik de

identificatiegeveens die aangegeven zijn op het identificatielabel van het product bij jeder contact met de geauthoriseerde werkplaats.

BELANGRIJK Het voorbeeld van de overklaring van overeenstemming bevindt zich op de LASTE pagina's van de handleiding.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine bestaatuit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (Afb.1):

A. Motor: geeft de beweging aan de rotor.
B. Blaasbuis: dit is het element dat de luchtstroom uitsstoot.
C. Controlehandvat: dit staat toe de commando's van de machine in te schakelen en de blaasbuis te richten.
D. Brandstofreservoir: dit is de houder van de brandstof die de motor voedt.
E. Steunplaat: dit is de plaat waarop de machine geplaatst is. Deze plaat heeft een handvat om het vervoer te vereenvoudigen, de schouderbanden voor het gebruik op de scholders zich aan dit handvat verbonden. Het is voorzien van een system om de trillingen te dampen, waardoor het grootste deel ervan tijdens de werkung verwijdert worden.
F. Schouderbanden: kledij bestaande uit stoffen gordels die over de schoulders lopen en helpen het gewicht van de machine te dragen tijdens het werk.
G. Klemsleutel: werktuig dat gebrukt worden om schroeven, moeren en boute te verdraaien, om deze vast of los te zetten.

4. MONTAGE

BELANGRIJK De in acht te nemen
veiligheidsnormen zich beschreiben in
hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht
om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.

Om vervoers- en opsgredenen worden sommige onderdelen van machine nicht direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.

Het uitpakken en de verwollediging van de montage要去en uitgevoerd worden op een vlikke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine Niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.

4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen voor de montage.

4.1.1 Uitpakken

  1. Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
  2. Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
  3. Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zijn uit de doos.
  4. Haal de machineuitde doos.
  5. Voer de doos en de verpakkingen af volgens deplaatselijke normen.

4.1.2 Montage van de blaasbuis en van het contrôlehandvat

  1. Plaats de slang (Afb. 3.B) in de uitlaatbuis van de lucht (Afb. 3.A) en bevestig de kabelklem met een schroevendraier, zodate deze stevig vast zit.
  2. Steek de buis (Afb. 3.C) in de slang (Afb. 3.B) en let erop dat het uitstekende.Deel (Afb. 3.G) aan beneden gericht is. Bevestig de kabelklem met een schroevendraaier, om de buizen stevig te bevestigen.
  3. Steek de steun van het controhandvat (Afb. 3.H) in de buis (Afb. 3.C), enlijke uit met het uitstekende.Deel Afb.3.G).Plaats het oogje (Afb.3.I) in het uitstekende deel (Afb.3.J).
  4. Bevestig het controlehandvat (Afb. 3.K) en draai de schroef vast (Afb. 3.L).
  5. Laat de draad door de twee kabeldragers aan (Afb. 3.M).
  6. Lijn de holte van de buisuit (Afb. 3.D) met het uitstekende deel (Afb. 3.N) van de buis (Afb. 3.C). Duw de buis (Afb. 3.C) en verdraai ze 90^ met de klok mee, om ze stevig vast te haken.
  7. Volg de procedure beschreiben in de twee vorige punten, voor de montage van de buis (Afb. 3.E), en van het LASTe deel van de blaasbuis (Afb. 3.F).

wanner de blaasbuis verwijderd worden.

Al naargelang het type van de buis: - Als de buis met een inklemlipje bevestigd is, za men dit gegen de klok indraaien. - Als de buis met de kabelklemmen bevestigd is, moet men de kabelklemmen met een schroevendraaier losschroeven en de buizen demonteren.

5. BEDIENINGSELEMENTEN

5.1 HENDEL VERSNELLING

De versnellingshendel (Afb. 4.A) staat toe de rotatiesnelheid van de rotor te regelen.

De rotatiesnelheid van de rotor moet afgesteld zich op het type werk (hfdstk. 6.4.1) en kan afgesteld worden door meer of minder drukuit te oefenen op de versnellingsknop.

De maximale snelheid worden bekomen door de versnellingsknop volledig in te duwen.

5.2 VERSNELLINGSHENDEL EN STOP MOTOR

De hendel (Afb. 4.B) heeft een dubbele functie:

  1. Hij staat toe de motor te starten en te stoppen.

STIGA SBP 375 - VERSNELLINGSHENDEL EN STOP MOTOR - 1

De motor stopt (Afb. 4.C).

Als de hendel in andererichtingen geplaatst is, kan de motor opgestart en in werkung gezet worden.

  1. Hij staat toe de rotatiesnelheid van de rotor te regelen, verwijl de versneller geblokkeerd blijft in de gewenste stand. De rotatiesnelheid van de rotor kan geregeld worden door de hendel maar beneden ofaar boven te draaien. De maximale能力和 verwijt men wanner de hendel volledig omlaag gedraaid is.

OPMERKING Men raadt aan de functie van de versnellingsregelaar te gebruiken tijdens lange werkbeurten, om te vermijden de versnellingshendel heel de tijd ingedrukt te要去en honden.

5.3 CHOKE

Dit worden gebruikt om de motor koud op te starten. De choke heeft drie posities:

STIGA SBP 375 - CHOKE - 1

Positie A (Afb. 5.A) - De choke is uitgeschakeld (normale werkung en warm starten).

STIGA SBP 375 - CHOKE - 2

Positie B (Afb. 5.B) - De choke staat op een tussenstand (om het inschakelen van de motor te vergemakkelijken).

5.4 TOETS VOORINSPUITING (PRIMER)

STIGA SBP 375 - TOETS VOORINSPUITING (PRIMER) - 1

Druk op de rubberen toets van de voorinspuiting om brandstof in de carburator te spuiten, en zo het opstarten van de motor te vereenvoudigen

5.5 HANDVAT VOOR HANDMATIGE START

Dit staat de handmatige start van de motor toe (Afb. 6.A).

6. GEBRUK VAN DE MACHINE

BELANGRIJK De in acht te nemen
veiligheidsnormen zichn beschreiben in
hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Alvorens te beginnen met werken dieren er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zich dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen.

Plaats de machine horizontal en stevig op het terrein.

BELANGRIJK De machine worden zonder benzine geleverd.

6.1.1 Brandstof bijvullen

Vul brandstof bij vooraleer de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen voor voorbereiding van het(OPsengel,voordewerkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van brandstof, zie par.7.2, 7.3.

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer de volgende veiligheidscontrolesuit en调控er of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen.

6.2.1 Algemene controle

Object Resultaat
Handgrepen en schouderbanden (Afb. 1.E, 1.F)Gereinigd, afgedroogd, correct en stevig aan de machine bevestigd
Schroeven van de machineGoed vastgedraaid (niet los)
Doorgangen van de koelluchtNiet verstopt
Blaasbuis (Afb. 1.B) Correctgeplaatst.
De versnellingsknop (Afb. 4.A)De beweging要去 vrij়,+zonder verklemmingen.
De versnellingsregelaar (Afb. 4.B)De beweging要去 vrij়,zonder verklemmingen.
Rotor Geen tekens vanbeschadiging
Beschermingen Geen tekens vanvan beschadiging
Machine Geen tekens vanbeschadiging of slijtage
Luchtfilter (Afb. 9.C, 9.D) Schoon
Elektrische kabels en kabel bougieInteger om het ontstaan van vonden te vermiijden.
Dop bougie (Afb. 9.F) Integer en correct op de bougie gemonteerd

6.2.2 Test werking van de machine

Actie Resultaat
De machine opstarten (par. 6.3)De machine start. De rotor draaait aan het minimumregime en de blaasbuis stoot weinig lucht uit
De versnellingshendel (Afb. 4.A) / versnellingsregelaar (Afb. 4.B) inschakelen.De rotor draaait en de blaasbuis stoot lucht uit
De versnellingshendel (Afb. 4.A) / versnellingsregelaar (Afb. 4.B) loslaten.Het commando要去 automatisch en snel terug maar de neutrale stand terugkeren. De rotor draaait aan het minimumregime en de blaasbuis stoot weinig lucht uit
Zet de hendel voor het regelen van de versnelling en het stopzetten van de motor op stand "STOP" (Afb. 4.C)De motorstopt De rotorstopt en de blaasbuis stoot geen lucht uit

Indien eender welke van deze resultaten verschit van wat aangegeven is in de volgende tabellen, mag de machine Niet gebruikt worden! Breng de machine maar een Dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.

6.3 STARTEN

BELANGRIJK Er is een label op de machine
aangebracht (afb 2) dat de belangrijkste
fasen van het opstarten samenvat.
Dit label dient als snelle gids, en verwangent de hierna beschreiben procedures Niet.

  1. Blijf stil en stabel staan:
  2. Verzeker uervaan dat de blaasbuis Niet naar eventuale waarnemers of afval gericht is;

BELANGRIJK Om te voorkomen dat de startkabel breekt, worden er Niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw nicht langs de rand van de opening van de kabelgeleider schuren en LAST de handgreep geleidelijk aan los, om te voorkomen dat de kabel op ongecontroleerde wijze waar binnen schiet.

BELANGRIJK Wikkel de startkabel nooit rond uw hand.

6.3.1 Start met koude motor

Met start bij koude motor worden bedoeld een start na minstens 5 minutes dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof.

  1. Voor-verwarm de motor door de versnellingshendel (Afb. 4.B) net voor bij de helft van de loop.
  2. Schakel de choke in, door de hendel\ haar stand «C» te brengen (Afb. 5.C).
  3. Druk 10 maal op de toets voor de Voorinspuiting (Afb. 5.D) om de carburator gemakkelijker in te schakelen.
  4. Houd de machine stevig met een hand gegen de grond gedrukt, om de contrôle ervan nicht te verliezen tijdens het starten (Afb. 6.B).
  5. Deze machine is voorzien van een EASY-START. Trek op gelijkmatige wijze aan de startknop, zonder hevige trekken (het opstarten vindtplaats in het LAST deel van de loop). Trek enkele keren tot u de eerste ontploffingen hoort.
  6. Plaats de choke in stand «B» (Afb. 5.B).
  7. Trek aan de handgreep voor het opstarten tot de motor normal in gang komt.
  8. Laat de motor gedurende minstens 1 minuut draaien om hem op te warmen.

  9. Schakel de versnellingsknopuit (Afb.5.A), door de hendel maar stand «A». te brengen.

  10. Breng de versnellingshendel (Afb. 4.B) waar de minimumstand om de inrichting van de voor-versnellinguit te schakelen en de motor maar het minimumtoerental te brengen.

BELANGRIJK Indien de handgreep van de startkabel herhaaldelijk bediend worden met de choke ingeschakeld, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijk worden. In geval van flooding van de motor (zie par. 14.5).

6.3.2 Start bij warme motor

Voor de start bij warme motor (onmiddelijk na het stoppen van de motor):

  1. Volg de punten 1 - 3 - 4 - 6 - 7 - 9 - 10 van de vorige werkwijze (par. 6.3.1).

6.3.3 Gebruik van de schouderbanden

De schouderbanden要去 na de inschakeling van de machine aangedaan worden.

De schouderbanden en de riemen要去en in functie van de hoogte en gestalte van de bediener afgesteld worden.

  1. Draag de schouderbanden als een gewone rugzak (Afb. 7.A).
  2. Sluit de rode clipsgespen aan de linkerkant en rond de middel.
  3. Span de riemen om de last gelijk te spreiden over beiden schoulders.
  4. Om het gewicht van de blaasbuiste ondersteunen, verbindt men de connector (Afb. 7.B) aan de steun van het controhandvat (Afb. 7.C), en sluit men de zwarte clipsgesp op de rechtschouder (Afb. 7.D).

6.4 HET WERKEN

Tijdens het werken, moet de machine stevig vastgehouden worden met de rechterhand op het controhandvat (Afb. 15).

6.4.1 Afstelling van de slelheid

Het is steeds raadzaam de rotatiesnelheid van de rotor te regelen in verhouding met het type materiaal dat verwijderd moet worden:

  • lage blaassnelheid voor lichte materialen enkleine struiken op het gazon;
    gemiddelde blaassnelheid om gras en lichte bladeren te verwijderen op asfait of een stevig terrein;
  • hoge blaassnelheid (versnellingsknop helemaal ingeduwd) voor

zwaardere materialen, zoals verse sneeuw of omvangrijk vuil.

6.4.2 Suggesties voor het gebruik

Men kan de positie en de inclinatie van het controhandvat regelen (Afb. 3.K) voor een handige werkpositie.

Voor de regeling:

  • De schroef verwijderen (Afb. 3.L).
  • Om de inclinatie te regelen, buigt men het controhandvat vooruit ofchteruit.
  • Om de positie te regelen, LAST men de steun van het controhandvat vooruit of awhile glijden.
  • Na de regeling, draait men de schroef vast (Afb. 3.L).

Laat het uiteinde van de blaasbuis langzaam vooruit gaan, op een geschikte afstand van het terrein (Afb. 8.A).

Om te vermijden het te verwijderen materiaal te verspreiden, moet men de luchtstroom op de externe randen van het opgehoopte materiaal richten. Richt de luchtstroom nooit waar het centrum van het opgehoopte materiaal.

BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.5) tijdens verplaatsingen:tussen werkzones.

6.5 STOPPEN

  1. De versnellingshendel loslaten (Afb. 4.A) en de versnellingshendelaar het begin van de loop brengen (Afb. 4.B) en laat de motor gedurende enkele seconden aan het minimumtoerental draaien.
  2. De hendel (Afb. 4.B) maar de stand «STOP» brengen (Afb. 4.C).
  3. Wacht tot de ketting stil staat.

Na de machine stop gezet te hebben, moet men enkele seconden wachten vooraleer de rotor tot stilstand komt.
De motor kan onmiddelijk na het uitschakelen zeer warm�n. Niet aanraken. Gevaar op brandwonden.

BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.5) en haal de kap van de bougie (Afb. 9.F) elke keer wanner de machine onbewaakt gelaten wordt of wanner ze Niet gebruikt worden.

BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.5) tijdens verplaatsingen:tussen werkzones.

6.6 NA HET GEBRUIK

Haal de kap van de bougie (Afb. 9.F).
- Laat de motor eerst afkoelen voor de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
- Reinig de machine (par. 7.4).
- Controller of er geen onderdelen los of beschadigd zich. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventuele schroeven en moeren die losgekomen zich weer vast of neem contact op met het geauthoriseerde Dienstcentrum.

7. GEWOON ONDERHOUD

7.1 ALGEMEEN

BELANGRIJK De in ache t enemen
veiligheidsnormen zichn beschreiben in
hfdstk. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in ache
om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

Vooraleer eender welke ingreep voor onderhoud aan te vangen

  • Breng de machine;
    Haal de kap van de bougie (Afb. 9.F);
    Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
    Lees de desbeteffende instructies;
  • Draag geschikte kledij, werkhandsschoenen en een beschemende bril;
  • De frequentlys en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (zie hfdstk. 13). Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditiete lately behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en deijdnen waarop ze uitgevoerd要去en worden. Voer de desbetreffende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
  • Het gebruik van Niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de verilgheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letsels verooorzaakt door die producten.
  • De originele wisselstukken worden geleverd door de geauthoriseerde oproepcentrale en wederverkopers.
  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zich. De beschadigde onderdelen要去en vernieuwd en nicht gerepareerd worden.

BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handleiding beschreiben,zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2 BEREIDING VAN HET MENGSEL

Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waarvoor een(AP) mengsel van benzine en smeerolie gebruikt moet worden.

BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie verrallen.

BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.

7.2.1 Eigenschappen van de benzine

Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een octaangehalte van minstens 90 N.O.

BELANGRIJK Groene benzine zorgt altijd voor wat afzettingen in het recipient indien het langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!

7.2.2 Eigenschappen van de olie

Gebruik enkel synthetische olie van uitstekende kwaliteit, voor tweetaktmotoren, minimum JASO FC. Bij uw Verkoper zichen beschikbaar die speciaal bestudeerd werden voor dit type van motor en in staat+zijn om voor een hoge bescherming te zorgen. Het gebruik van deze olien leidt tot een mengsel bij 2,5% d.w.z.1 deel olie voor 40 delen benzine.

7.2.3 Bereiding en bewaring van het(AP)

De tabel geeft de hoeveelheden benzine en olie waar die gebruikt要去en worden voor de bereiding van het mengsel.

Benzine Synthetische olie voor tweetaktmotoren
liter liter
1 0,025
2 0,050
30,075
50,125
100,250

Voor de bereiding van het(AP

  1. Doe ongeveer de helft van de benzine in een geschikte tank.
  2. Voeg er alle olie aan toe.
  3. Voeg de rest van de benzine toe.
  4. Sluit de dop en schud krachtig.

BELANGRIJK Het mensel is onderhevig aan veroudering. Bereid Niet te veel mensel, om afzettingen te voorkomen.

BELANGRIJK Zorg ervoor dat de recipiennent van de benzine en het mengsel goed van elkaar anderschieren worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik.

BELANGRIJK Reinig de recipiennent van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijderen.

7.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

Brandstof moet bijgevuld worden bij stilstaande machine en met de dop van de bougie losgemaakt.

Vooraleer bij te vullen:

  1. Schud de tank van het(AP)krechtig.
  2. Plaats de machine vlak en stabel, met de vuldop van het reservoir van het(AP)n aan boven.

OPMERKING Op de dop van het reservoir van het(APsel (Afb.11.A) vindt men het volgende symbool:

STIGA SBP 375 - Brandstof moet bijgevuld worden bij stilstaande machine en met de dop van de bougie losgemaakt. - 1

  1. Maak de dop van het reservoir en de zone rond de dop schoon om te voorkomen datijdens het bijvullen onzuiverheden terechtkomen in het mengsel.
  2. Open de dop van het reservoir voorzichtig om de druk geleidelijk aan af te lien.
  3. Vul bij gebruik makend van een trechter en vul het reservoir Niet tot aan de rand.

7.4 REINIGING VAN DE MACHINE EN VAN DE MOTOR

Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten bladeren en takken, om het risico op brand tot een minimum te herleiden.

  • Reinig de machine steeds na gebruik met een schone en met een neutraal reinigingsmiddel bevochtigd doeck.
  • Verwijder alle sporen van vochtigheid met een zachte en droge doek. Vochtigheid kan leiden tot risico op elektrocutie.
  • Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen om de plastic delen of de handgrepen te reinigen.
  • Gebruik geen waterstralen en vermijd de motoren en de elektrische onderdelen nat te makeen.
  • Houd de rotor steeds schoon en vrij van stof en afval, door perslucht door het rooster te blazen. Sproei geen water op de rotor.
  • Om oververhitting en schade aan de motorte vermijden, moet men zich er steeds van verzekeren dat de zuigroosters van de koellucht schoon en vrij van afval+zijn.
  • Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zichn dat de machine.altijdveilig werkt
  • Controller regelmatig of de handvaten stevig bevestigd�.

8. BUITENGEWOON ONDERHOUD

8.1 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER

BELANGRIJK Het is essentieel dat de luchtfilter gereinigd worden, voor de goede werking en de levensduur van de machine. Werk nooit zonder filter of met een beschadigde filter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor.

De reiniging worden UITgevoerd elke 8-10 werkuren.

Om de filter te reinigen:

  1. Draai de twee knoppen los (Afb. 9.A) los en verwijder het deksel (Afb. 9.B).
  2. Verwijder de papieren filter (Afb. 9.C) en de sponzen filter (Afb. 9.D).
  3. Blaas op de papieren filter om stof en afval te verwijderen (afb. 10.A).
  4. Reinig de sponzen filter met water (afb. 10.B).

BELANGRIJK Gebruik geen benzine,

reinigungsmiddelen of andere middelen voor de reiniging van de filter.

  1. Laat de sponzen filter drogen aan de lucht.
  2. Reinig de huizing van de filter aan de buitenkant van stof, afval of vuil.
  3. Plaats de filtrelementen in hun huizingen (afb. 9) (verzeker u ervan dat de sponzen filter goed droog is);
  4. Hermonteer het deksel (Afb. 9.B), en draai de knoppen vast (Afb. 9.A).

8.2 CONTROLE VAN DE BOUGIE

De bougie (Afb. 9.G) worden toegankelijk door de bougie te verwijderen (Afb. 9.F).

De bougie要去 ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werkuren, verrangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.

Voor handelingen aan de bougie, dient men zich tot een wederverkoper of erkend Dienstcentrum teRCTEN.Raadpleeg de onderhoudstabel en de identificatietabel van de problemen voor ingrepennet betrekking op de bougie.

8.3 STARTKABEL

De startkabel要去 door uw Verkoper verrangen worden bij de eerste tekenen van slijtage.

8.4 REGELING VAN DE CARBURATOR

De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de Beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimaleuitstoot van schadelijke gassen,overeenkomstig de geldende normen.

In geval van schaarse prestaties, wendl u zich tot de Verkoper voor een controle van de brandstoffevoer en de motor.

Regelingen van de carburator

T = regeling van het minimumtoerental

L = regeling mengeling lage snelheid

H = regeling mengeling hoge snelheid

9. STALLING

BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens de berging in acheit genomen要去en worden, zich beschreiben in par. 2.4. Neem

deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's ofGeVaren te lopen.

9.1 STALLING VAN DE MACHINE

Indien de machine langer dan 2-3 maanden opgeborgen要去 blijven,要去 een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen.

Alvorens de machine op te bergen:

  1. Ledig het brandstofreservoir in open lucht en bij koude motor.
  2. Zet de motor op de laagste snugheid om alle brandstof die in het reservoir en in de carburator gebleven is, op te gebruiken.
  3. Laat de motor afkoelen.
  4. Reinig de machine zorgvuldig.
  5. Controller of er geen onderdelen los of beschadigd zich. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zich weer vast of neem contact op met het geauthoriseerde Dienstcentrum.
  6. Berg de machine op:

-in eendroge ruimte
-beschermd gegen slechte weersomstandigheden
- buiten bereik van kinderen.
- na zich ervan verzekerd te hebden de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gezruikt werden, verwijderd te hebben.

Wanner de machine weer in Werking gezet wordt:

  1. Bereid de machine voor (hfdstk. 6).

10. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanner de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk:
- Stop de machine (par. 6.5).
Wacht tot de ketting stil staat.
- Haal de kap van de bougie (Afb. 9.G).
- Neem de machine enkel aan het handvat vast en richt de buizen zodate deze geen hindernis konnen vormen.

Wanner men de machine met een wagon vervoert, moet men:

  • de buizen verwijdersen;
  • de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen bevestigen.

  • de machine zoplaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt;

11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kuren gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kuren verrachten, die de gebruiker zich kan uitvoeren. Alle afstelingen en onderhoudshandelingen die nicht beschreiben zijn in deze handleiding要去en uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct UIT te voeren, met respect voor het oorspronkelijkiveau van veilighed van de machine. Handelingen die in Niet geschikte structuren of door onbekwame Personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aanspraelijkheid van de Fabrikant verrallen.

Enkel de geauthoriseerde Dienstcentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geauthoriseerde Dienstcentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden special voor de machines ontwikkeld.
- De originele wisselstukken en toebehoren werden special voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zichniet goedgekeurd; het gebruik van nicht originele wisselstukken en toebehoren brengt de veilighheid van de machine in gevaar en ontheft de Fabrikant van alle verplichtingen en aansprakelijkheden.
- Men raadt aan de machine eens per Jaar aan een geautoriseerd Dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.

12. GARANTIEDEKKING

De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker要去 aanachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie perschaft is. De garantie geldt nicht voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatione.
    Onoplettendheid.
  • Onjuist of Niet toegestaan gebruik en montage.
  • Gebruik van Niet originele wisselstukken.
  • Gebruik van toebehoren dat Niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werk.

Deze garantie geldt bovendien nicht voor:

  • Normale slijtage van verbruiksmaterialial.
  • Normale slijtage.

de koper die voorzien zijn in de nationale

wetten van zich eigendan zijn op geen

enkele wijze beperkt door deze garantie.

De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zich eigien land. De rechten van

13. TABEL ONDERHOUD

Ingreep Frequentie Paragraf
MACHINE
Controle van alle bevestigingenVoor eender welt gebruik 7.5
Veiligheidscontroles / Controle van de commando'sVoor eender welt gebruik 6.2
Algemene reiniging en controleAan het einde van ieder gebruik7.4
MOTOR
Controle/bijvullen brandstofVoor eender welt gebruik 7.3
Algemene reiniging en controleAan het einde van ieder gebruik7.4
Reinigung van de luchtfilter8-10 uren / na ieder seizoen 8.1
Reinigung van de bougie10 uren / na ieder seizoen ***
Bougie verrangen100 uren / na ieder seizoen ***

*** Handelingen die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum要去en uitgevoerd worden.

14. IDENTIFICATIE PROBLEMEN

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
1. De motor start nicht of blijft nicht draaienDe startprocedure is nicht correct. Volg de instructies (par. 6.3).
De bougie is vuil of de afstand:tussen de elektroden is nicht gespastControler de bougie (par. 8.2).
Verstopte luchtfilter Reinig en/of verrangde filter (par. 8.1).
Brandstofproblemen Contacteer het geaAutoriseerde dienstencentrum.
2. De motor start maar heeft weinig vermogen.Verstopte luchtfilter Reinig en/of verrangde filter (par. 8.1).
Brandstofproblemen Contacteer het geaAutoriseerde dienstencentrum.
3. De motor werkt onregelmatig of有多么 geen vermogen bij belastingDe bougie is vuil of de afstand:tussen de elektroden is nicht gespastControler de bougie (par. 8.2).
Brandstofproblemen Contacteer het geaAutoriseerde dienstencentrum.
4. De motor maakt teveel rookVerkeerde samenstellingvan het(AP)mengselBereid het(AP)mengsel volgens de aanwijzingen (par. 7.2).
Brandstofproblemen Contacteer het geaAutoriseerde dienstencentrum.
5. Flooding motorDe startknop ward meerere malen ingedrukt met de choke ingeschakeld.Demonteer de bougie (par. 8.2) en trek zachtjes aan de handgreep van de startkabel (Afb. 6.A) om het teveel aan brandstof te verwijderen, droogervolgens de elektroden van de bougie af en hermonteer ze op de motor.
6. De rotor draait maar er kommt geen luchtuit de blaasbuisBlaasbuis geblokkeerd of verstopt Stopde machine en verwijder eventuele verklemmingen.
7. Men hoort overdreven geluiden en/of trillingen tijdens het werkLosgekomen of beschadigde delen Schakelde motor uit en koppel delkabel van de bougie los (Afb. 9.F). Controller eventuale beschadigingen. Controller of er delen losgekomen zijn en schroef ze wee ter vast.Voer de controles, verrangingen of herstellingen uit bij het geauthoriseerd centrum.
8. De machine is op een vreemd voorwerp gestoten.Beschadiging of losgekomen delen Schakelde motor uit en koppel delkabel van de bougie los (Afb. 9.F). Controller eventuale beschadigingen. Controller of er delen losgekomen zijn en schroef ze wee ter vast.Voer de controles, verrangingen of herstellingen uit bij een geauthoriseerd centrum.
9. Er komt rook uit de machine tijdens de werkungBlazer beschadigd. Gebruik de machinein geen geval. Stop demachine onmiddelijk, koppel de kabel van de bougie los en contacteer een Dienstcentrum.

Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.

INNHOLD

  1. GENERELT 1
  2. SIKKERHETSBESTEMMELSER. 2

  3. BLIKJENT MED MASKINEN.. 4

Echipamente individuale de protectie (EIP)

In functie de tipul tubuli:

Maneta (Fig. 4.B) are o functie dubla:

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van STIGA SpA en zijn beschermd door het autoursrecht – Elke Niet-geauthoriserde reproductie of wijziging, ook gedeeltelijke, van het document is verboden.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : SBP 375

Categorie : Blazer