STIGA SWS 600 G - Sneeuwblazer

SWS 600 G - Sneeuwblazer STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SWS 600 G STIGA in PDF-formaat.

📄 388 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA SWS 600 G - page 240
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : SWS 600 G

Categorie : Sneeuwblazer

Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SWS 600 G - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SWS 600 G van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING SWS 600 G STIGA

Ruimer - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 

In de tekst van de handleiding worden enkele  paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de  werking, gekenmerkt door diverse symbolen  die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool   wijst op een gevaar.  Veronachtzaming van de waarschuwing  leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of  letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op  optionele kenmerken die niet aanwezig zijn  op alle modellen die in deze handleiding  beschreven zijn. Controleer of het kenmerk  aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”,  “rechts” en “links” hebben betrekking op  de zithouding van de bestuurder.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen  zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend  met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in  afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: “Zie  afbeelding 2.C" of eenvoudigweg "(afb. 2.C)”. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten  opzichte van wat aangegeven is.

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de  paragraaf “2.1 Training” is een ondertitel van LET OP!: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften.

2.4 Onderhoud, stalling en vervoer ............. 3

  6.1  Voorafgaande werkzaamheden ............. 7

7.8 Moeren en schroeven voor bevestiging 11

“2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen  naar titels of paragrafen zijn aangegeven met  de afkorting hfdst. of par. en het desbetreend  nummer. Voorbeeld: “hfdst. 2” of “par. 2.1”.

Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt  wordt door kinderen of door personen die  niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen.  De minimale leeftijd van de gebruiker  kan landelijk gereglementeerd zijn.
  • Gebruik de machine nooit indien de  gebruiker vermoeid of onwel is, of indien  hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of  andere stoen ingenomen heeft die een  negatieve invloed kunnen hebben op  zijn reactievermogen en aandacht.
  • Denk eraan dat de persoon die de machine  bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor  ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen  kunnen overkomen. Het valt onder de  verantwoordelijkheid van de gebruiker om de  risico’s, die het terrein waarop hij moet werken  met zich mee kan brengen, te beoordelen  en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te  treen met het oog op zijn eigen veiligheid  en die van anderen, met name op hellingen,  hobbelige, gladde of instabiele terreinen.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Gebruik de sneeuwruimer niet zonder  geschikte kledij te dragen.
  • Draag schoenen die een goede stabiliteit toestaan op gladde oppervlaktes. 
  • Draag steeds een bril of een vizier tijdens het gebruik, tijdens het onderhoud of  tijdens de herstellingen. De werking van  aangedreven machines kan vreemde  voorwerpen in de ogen doen schieten.
  • Gebruik geluiddempende gehoorbescherming. Werkzone / Machine
  • Controleer de zone die gereinigd moet worden  zorgvuldig en verwijder eventuele duidelijk  zichtbare vreemde voorwerpen. Bijvoorbeeld  deurmatten, sleeën, planken, draden, enz.
  • Controleer of alle commando's die bewegende  organen in werking zetten, uitgeschakeld  zijn vooraleer de motor op te starten. Benzinemotoren: brandstof
  • Waarschuwing: de brandstof is zeer  ontvlambaar. Voorzichtig hanteren!
  • Bewaar de benzine steeds  in geschikte houders.
  • Vul enkel benzine bij met een vultrechter en in  open lucht; rook niet tijdens deze handelingen.
  • Draai de dop van het reservoir en van de houders van de brandstof goed dicht.
  • Zorg ervoor dat de brandstof niet in aanraking komt met de kledij en trek in  ieder geval steeds nieuwe kleren aan  vooraleer de motor op te starten.
  • Gebruik de machine niet in omgevingen  met gevaar op ontplong, in aanwezigheid  van ontvlambare vloeistoen, gas of stof.  Elektrische contacten of mechanische  wrijvingen kunnen vonken veroorzaken die het  stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
  • Schakel de motor niet aan in gesloten  ruimtes, waar er zich gevaarlijke  koolstofmonoxidedampen kunnen  vormen. De machine dient altijd in de  open lucht of in een goed geventileerde ruimte gestart te worden! Denk er altijd  aan dat de uitlaatgassen giftig zijn! 
  • Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig  licht en bij goede zichtbaarheid reinigen.
  • Verwijder personen, kinderen en dieren uit  de werkzone. De kinderen moeten onder  toezicht van een andere volwassene staan.
  • Let bijzonder goed op wanneer de  machine gebruikt wordt op grindwegen,  voetpaden en straten of wanneer men deze  oversteekt. Let op verborgen gevaren.NL - 3
  • Let goed op het verkeer, wanneer de  machine dicht bij de straat gebruikt wordt. Gedrag
  • Richt de sneeuwruimer niet tegen de  wind in, of in de richting van personen,  dieren, voertuigen, woningen of wat  dan ook schade kan ondergaan omwille  van het weggeruimde materiaal. Laat niemand voor de machine stilstaan.
  • Gebruik de machine nooit nabij  omheiningen, auto's, vensters, glazen  hekken, enz. zonder de richting van de  borstel degelijk afgesteld te hebben.
  • Houd handen en voeten op afstand van de roterende organen. Houd de beschermende  carter van de borstel steeds schoon .
  • Indien de machine tegen vreemde voorwerpen  stoot of abnormale geluiden maakt, schakel  dan de motor uit, wacht tot de bewegende  delen stil staan en controleer aandachtig de machine om na te gaan of er geen schade  is. Trillingen wijzen over het algemeen op  een probleem. Herstel eventuele schade  alvorens de machine opnieuw te gebruiken.
  • Vooraleer zich van de machine te  verwijderen, moet men de motor uitzetten  en alle commando's uitschakelen.
  • Vooraleer herstellingen, reinigingen, inspecties, afstellingen uit te voeren, moet men de motor  uitschakelen en  wachten tot de bewegende  delen stil staan (tenzij uitdrukkelijk anders  aangegeven in de instructies). Ontkoppel de  kabels van de elektrische motor. (Optie)
  • Raak de delen van de motor die zich  tijdens het gebruik opwarmen, nooit  aan. Risico op brandwonden.
  • Gebruik de machine niet op gladde  oppervlakte aan hoge transportsnelheden.  Let op wanneer u achteruit rijdt. Kijk achteruit  voor en na het achteruit rijden om u ervan te  verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
  • Schakel de borstel uit wanneer de machine  vervoerd of niet gebruikt wordt.
  • Verzeker u er steeds van dat u een  goed evenwicht hebt en het handvat  stevig vast hebt. Stap, loop nooit. Beperkingen voor het gebruik
  • Gebruik de machine nooit dwars op een  helling. Ga steeds van boven naar beneden, en vervolgens van beneden naar boven. Wees voorzichtig wanneer u van richting verandert  op een helling. Vermijd steile hellingen.
  • Gebruik de machine niet indien de  beschermingen onvoldoende zijn  of indien de veiligheidsinrichtingen niet correct geplaatst zijn.
  • De veiligheidsinrichtingen niet uitschakelen of schenden.
  • Wijzig de afstellingen van de motor niet,  en overbelast hem niet. Indien de motor  aan een te hoog toerental werkt, verhoogt  het risico op persoonlijke letsels.
  • Overbelast de machine niet door ze aan  een tè hoge snelheid te laten werken.
  • Steek de handen niet in de beschermende  carter van de borstel zonder eerst de motor  uitgezet te hebben en gewacht te hebben  tot de bewegende delen stil staan.

2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VERVOER

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling  garanderen de veiligheid van de machine. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde onderdelen beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk gesteld worden. Onderhoud

  • Indien het reservoir geledigd moet  worden, moet dit aan de open lucht  en bij koude motor gebeuren.
  • Om het risico op brand te verminderen,  moet men regelmatig controleren of er  geen lekken van olie en/of brandstof zijn. Stalling
  • Laat geen brandstof in het reservoir wanneer de machine opgeborgen wordt  in een gebouw waar de dampen van de  brandstof in contact kunnen komen met  vrije vlammen, vonken of hittebronnen.
  • Laat de motor afkoelen alvorens de machine  in een gesloten ruimte op te bergen.
  • Lees steeds de gebruiksaanwijzingen  voor belangrijke details indien de  machine gedurende een lange  periode bewaard moet worden. Vervoer
  • Indien de machine op een vrachtwagen  of een aanhangwagen vervoerd moet  worden, dient men opritten met geschikte  weerstand, breedte en lengte te gebruiken. 
  • Laad de machine met de motor uitgeschakeld,  en duw ze op de oprit, met behulp van  een geschikt aantal personen. 
  • Sluit de brandstofkraan (indien  voorzien) tijdens het transport en verzeker de machine degelijk aan het  transportmiddel met kabels of kettingen.NL - 4

2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING

De milieubescherming moet een belangrijk  en prioritair aspect vormen voor het gebruik  van de machine, ten gunste van de civiele  samenleving en de omgeving waarin we leven. 

  • Wees geen storend element voor uw buren.
  • Volg nauwgezet de plaatselijke normen  voor het verwerken van de verpakking, olie,  brandstof, lters, versleten delen of eender  welk element met een sterke invloed op de  omgeving; dit afval mag niet met de huisafval  weggeworpen worden, maar moet gescheiden  worden en aan speciale verzamelcentra  toevertrouwd worden, die de recyclage  van de materialen zullen verzorgen.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu  achtergelaten worden maar moet ze naar  een opvangcentrum gebracht worden,  volgens de geldende plaatselijke normen.

Deze machine is een ruimer. De machine is voorzien van een borstel,  beschermd door een carter, die het  materiaal frontaal wegruimt. De borstel  wordt aangedreven door de motor die  ook de tractie aan de machine geeft. De machine wordt bediend aan de hand van de  bedieningsknoppen op het instrumentenpaneel. De bediener kan de machine bedienen en  de belangrijkste commando's inschakelen  terwijl hij steeds rechtop blijft staan, op de  bedieningsplaats, achter de machine.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor  het ruimen, verwijderen en wegschieten van  afval van voetpaden, tuinen, opritten en andere oppervlaktes op het niveau van de grond. De sneeuwruimer mag enkel gebruikt worden  om materiaal zoals bladeren, sneeuw, gruis,  kiezel en kleine afval weg te ruimen.

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat  hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en  schade berokkenen aan personen en/of zaken.  De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):

  • De machine gebruiken op oppervlaktes boven  het niveau van de grond, zoals daken van  woningen, garages, veranda's of gebouwen.
  • Ladingen trekken of duwen
  • Kinderen of andere passagiers te vervoeren. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik  door consumenten, d.w.z. door niet  professionele bedieners. Ze is bestemd  voor een "amateuriëel gebruik". BELANGRIJK De machine mag steeds slechts door een enkele bediener gebruikt worden.

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine  aanwezig (afb. 4 ). Hun taak is de bediener  te herinneren aan het gedrag dat hij moet  aanhouden om de machine met de nodige  aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: LET OP! LET OP! Lees de aanwijzingen  alvorens de machine te gebruiken. GEVAAR! Wegschietende voorwerpen. De borstel niet op  omstanders of dieren richten. GEVAAR! Het werkgebied  vrij houden van personen, kinderen en dieren. GEVAAR! Houd handen en voeten op afstand van de draaiende delen. GEVAAR! Draag gehoorbescherming. GEVAAR! Draag een veiligheidsbril. GEVAAR! Bij de motoren komt  koolmonoxide vrij. De machine  NIET starten in gesloten ruimtes.NL - 5 GEVAAR! De brandstof is ontvlambaar en explosief. De  motor uitzetten en laten afkoelen  vooraleer benzine bij te vullen. GEVAAR! Risico op brand of ontplong. Niet roken,  geen vrije vlammen of  ontstekingsbronnen gebruiken. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL

Het identicatielabel geeft de  volgende gegevens aan (afb. 1 ):

Schrijf de identicatiegegevens van  de machine in de vakjes op het label  aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatienamen die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product. BELANGRIJK Gebruik de identicatienamen bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine bestaat hoofdzakelijk uit de  volgende hoofdonderdelen (afb. 1 ): A. Frame B. Motor C. Reservoir brandstof D. Steel E. Instrumentenbord F. Beschermingscarter borstel G. Borstel H. Wieltjes

J. Haken voor het toebehoren K. Koplampen (optie) L. Stekker voor elektrische toevoer

Om vervoers- en opslagredenen worden  sommige onderdelen van machine niet  direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen  na het uitpakken gemonteerd te worden  aan de hand van de volgende instructies. Het uitpakken en de vervollediging van de montage moeten uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben. BELANGRIJK De machine wordt zonder motorolie en brandstof geleverd.

4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen  voor de montage(afb. 3 ) die in de  volgende tabel vermeld zijn: Pos. Beschrijving Hoev. A Steel met staven en kabels  reeds gemonteerd

B Schroeven voor bevestiging steel 4 C Moeren voor bevestiging steel 4 D Trechter 1 E Verlengbuis olie 1 F Sleutel voor demontage bougie 1 G Schroeven 1

1. Open de verpakking voorzichtig, let 

erop geen onderdelen te verliezen.

2. Raadpleeg de documentatie in de doos, 

inclusief deze gebruiksaanwijzingen.

3. Haal alle onderdelen die niet

gemonteerd zijn uit de doos.

volgens de plaatselijke normen.

Haak het oog van de kabel vast (afb. 5 ). OPMERKING De kabels zijn reeds op het instrumentenbord gemonteerd.NL - 6

4.3 MONTAGE VAN DE STEEL

Bij de levering, is het instrumentenbord reeds  aan de steel gemonteerd. De schroeven voor  de montage van de steel op de machine,  de schroeven voor bevestiging van de versnellingshendel en de schroeven voor de bevestiging van het commando voor de richting  van de borstel worden in een afzonderlijke  verpakking geleverd, die zich binnenin de  verpakking van de machine bevindt. Ga als volgt te werk voor de montage:

1. Breng de twee uiteinden van de steel 

nabij (afb. 6.A) de steun (afb. 6.B). Plaats de afstandhouders (afb. 6 C) en lijn ze uit ten opzichte van de gaten, rekening houdende met de  correcte doorsnede (kleine gleuf naar  buiten, grotere gleuf naar buiten).

2. Plaats de schroeven en de bouten

1. Draai ieder handvat vast in de schroefstaaf

van de versnellingshendel (afb. 9.A) en in de schroefstaaf van de hendel voor het richten van de borstel (afb. 9.B).

2. Sluit de bevestigingsbout af.

4.4 MONTAGE VERSNELLINGSBAK

1. Haal het rondsel (afb. 7.B) en de splitpen

(afb. 7.C)  die voordien geassembleerd  werden uit het scharnier (afb. 7.A).

2. Plaats het scharnier (afb. 7.A) van het

commando van de versnelling in de  opening van de hendel (afb. 7.D) om  deze aan de aandrijving te verbinden.

3. Bevestig het rondsel (afb. 7.B)

1. Haal de voordien geassembleerde moer 

(afb. 8.B) uit het scharnier (afb. 8.A) van het commando voor de richting van de borstel.

2. Plaats het scharnier (afb. 8.A) van het

stopt en kan niet opgestart worden. 

Stelt het aantal toeren van de motor af. De op het plaatje aangegeven posities stemmen overeen met (afb. 10.B):

1. Vol toerental. Steeds te gebruiken 

bij het opstarten van de motor  en tijdens de werking.

2. Minimum. Te gebruiken wanneer 

de motor warm genoeg is  tijdens de parkeerfasen.

Dit wordt gebruikt om de motor koud op  te starten. Het commando van de choke  heeft twee standen (afb. 10.C): Links - De choke is ingeschakeld  (voor koud starten). Rechts - De choke is uitgeschakeld  (normale werking en warm starten).

Druk op het rubberen commando van de  primer om brandstof in de zuigcollector van de  carburator te spuiten, en zo het opstarten bij koude motor te vereenvoudigen (afb. 10.D).

  • Wanneer dit losgelaten wordt, stopt  de vooruitbeweging van de machine  en keert de hendel automatisch terug  naar zijn aanvankelijke positie.
  • Als het commando voor voortbeweging  samen met het commando van de borstel  ingeschakeld wordt (afb. 9.C), blijft deze  ingeschakeld ook nadat hij losgelaten  wordt. Hij wordt enkel uitgeschakeld  wanneer het commando van de  borstel uitgeschakeld wordt (afb. 9.C)  (voor vooringestelde machines).
  • /6 standen voor de regeling van de vooruitversnelling
  • 2 standen voor de regeling van de achteruitversnelling

5.10 HENDEL RICHTING BORSTEL

De richting van de borstel wordt afgesteld aan  de hand van een hendel (afb. 9.B) die toestaat de borstel naar de gewenste richting te draaien. Beweeg de hendel vooruit of achteruit  naar een van de 3 beschikbare posities  om de borstel te doen hellen.

  • Hendel vooruit = 15° naar rechts.
  • Hendel in het midden = 0° geen helling.
  • Koplampen aan = schakelaar op stand I.

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE

BELANGRIJK De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden tijdens het gebruik van de machine zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Vooraleer de machine te gebruiken, moet  men de aanwezigheid van brandstof en het  oliepeil controleren. Voor de werkwijzen en de  voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van  brandstof en olie (zie par. 7.2 en par. 7.3). De wieltjes dienen om de afstand van de  borstel ten opzichte van het terrein te regelen, om de borstel niet te beschadigen. Vooraleer de machine te gebruiken, moet men  de wieltjes op de volgende wijze afstellen:

1. Haak de beveiliging los (afb. 11.A).

2. Verwijder de pin (afb. 11.B).

3. Breng de wieltjes omhoog 

/ omlaag (afb. 11.C).

4. Plaats de pin weer op zijn plaats.

5. Plaats de beveiliging weer op zijn plaats.

1. Draai de zijdelingse knop los (afb. 11.D).

Verzeker u ervan de inhoud ervan begrepen  te hebben alvorens verder te gaan. Voer bovendien de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen  met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken.NL - 8

6.2.2 Test werking tractie en borstel

Actie Resultaat De machine opstarten  (par. 6.3) De wielen en de borstel  moeten stil blijven. Test werking tractie Druk op het commando  voor voortbeweging  (afb. 9.D). De wielen doen de  machine vooruit gaan. Laat het commando  voor voortbeweging  los (afb. 9.D). De wielen stoppen. Test werking borstel Druk op het commando  van de borstel (afb. 9.C). De borstel begint te draaien. Laat het commando  van de borstel los. De borstel stopt Test werking borstel en wielen Houd het commando  van de borstel ingedrukt  (afb. 9.C), druk op  het commando voor  voortbeweging (afb. 9.D). De borstel draait en de wielen laten de  machine vooruit gaan. Laat het commando  voor voortbeweging  los (afb. 9.D). De wielen stoppen en  de borstel blijft draaien. Laat het commando van  de borstel los (afb. 9.C). De borstel stopt Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabel, mag de machine niet gebruikt worden! Breng de machine naar een dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.

1. Plaats de contactschakelaar 

1. Breng de versnellingshendel naar

het volle toerental (afb. 10.B).

BELANGRIJK Alvorens de machine te gebruiken, moet men enkele minuten wachten tot de olie opgewarmd is.

1. Breng de versnellingshendel naar

het volle toerental (afb. 10.B).

2. Controleer of de choke 

uitgeschakeld is (afb. 10.C).

3. Start met het elektrisch of handmatig 

commando (zie hierna). BELANGRIJK Druk niet op de primer bij warm starten.

6.3.3 Handmatig starten

Om de motor handmatig te starten, trek het  handvat langzaam (afb. 10.E) naar buiten tot u een zekere weerstand voelt. Trek dan hard  en vergezel het handvat bij het loslaten. Herhaal dit tot de motor start. OPMERKING Doe niet meer dan 3/4 pogingen om te vermijden de motor te blokkeren. Controleer de mogelijke redenen voor het mislukken van het starten in de "Tabel identicatie problemen".

6.3.4 Elektrisch starten

Verzeker u ervan dat het toevoersysteem voorzien is van een aarding en een aardlekschakelaar.

1. Steek de stekker van de toevoerkabel 

(afb. 10.K) in een contactdoos van 230V.

eens de motor gestart is.NL - 9

  • Regel de werking in functie van de baan en  van de hoeveelheid te ruimen materiaal.
  • Druk op het commando van de  borstel (afb. 9.C) om de rotatie van  de borstel in te schakelen.
  • Druk op het commando voor voortbeweging  (afb. 9.D) om de aandrijving in te schakelen. OPMERKING Gebruik de motor steeds bij vol toerental tijdens het gebruik van de machine.

De machine wordt gestuurd door ze in  de gewenste richting te draaien. 

  • Stop de machine door het commando voor  voortbeweging l (afb. 12.D) en het commando  van de borstel (afb. 12.C) los te laten.
  • Verplaats de schakelhendel naar de  gewenste positie (afb. 12.A).
  • Herneem de normale werking. BELANGRIJK Schakelen bij bewegende machine veroorzaakt schade aan het transmissiesysteem.

Om de machine te stoppen, laat men het  commando van de borstel (afb. 9.C) en het  commando voor voortbeweging (afb. 9.D) los. Om de machine uit te schakelen,  plaats men  de contactschakelaar op OFF (afb. 10.A). Tracht de machine niet uit te schakelen aan de hand van het commando van de choke. Dit zou de motor kunnen beschadigen. De motor kan onmiddellijk na het uitschakelen zeer warm zijn. Raak de knalpot of de delen ernaast niet aan. Gevaar op brandwonden.

6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK

Deze machine kan gebruikt worden om  verschillende soorten materiaal te ruimen,  en in verschillende werkruimtes te werken. Aanwijzingen voor alle soorten terrein

  • Houd steeds een snelheid voor de voortbeweging en van de borstel aan  die geschikt zijn voor de condities en de  hoeveelheid weg te ruimen materiaal,  en stel ze af zodat het materiaal op  constante wijze weggeruimd wordt.
  • Oefen niet teveel druk uit op de borstel.  Voor een geschikte arbeid is een  diepte van 5-10 cm van de borstel  voldoende voor de meeste werken.
  • Verminder het toerental van de motor  alvorens deze te stoppen. Grote zones
  • In geval van onregelmatig of grof terrein,  moet men de vooruitbewegingssnelheid  verminderen om te vermijden dat de  borstel opspringt en beschadigd wordt.
  • Ruimen betekent een centrale doorgang  creeren, door de zone in 2 delen te verdelen, en vervolgens die andere zones te ruimen.  Dit vermindert de werklast op de borstel. Sneeuw
  • De sneeuw wordt eciënter verwijdert  wanneer deze nog vers is. Ga nogmaals  over reeds gereinigde zones om de  sneeuwresten te verwijderen.
  • Spuit de sneeuw, indien mogelijk, in de richting  van de wind. Controleer de afstand en de  richting van de weggeschoten sneeuw.
  • Verminder het toerental van de motor  alvorens deze te stoppen. Vuil en grind
  • Om de hoeveelheid stof te verminderen dat  opwaait tijdens het ruimen, moet men met  een lage snelheid van de borstel werken.  Indien mogelijk moet men bovendien bij  voorkeur werken op vochtige of bewolkte  dagen, of nadat het geregend heeft.
  • In geval van grind, dient men de hoogte van  de borstel af te stellen zodat de stenen net aangeraakt worden en niet weggeschoten  worden, wat schade zou kunnen veroorzaken. Zware afval
  • Verminder de snelheid van de beweging  en werk zonder de hele werkbreedte  van de machine te gebruiken.
  • Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouten aan. Dek de machine niet af zolang de motor en de knalpot nog warm zijn.

BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens het onderhoud in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in par. 2.4. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Alle controles en werkzaamheden voor onderhoud moeten uitgevoerd worden bij stilstaande machine, en met de motor uitgeschakeld. Verwijder de sleutel en lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Draag geschikte kledij, handschoenen en bril vooraleer onderhoud uit te voeren.

  • De frequenties en de soorten ingrepen zijn  samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het  doel van de tabel is om uw machine een  optimale conditie te laten behouden. Hierin  staan de voornaamste ingrepen en de tijden  waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer  de desbetreende handeling uit in functie  van de eerstkomende vervaldatum.
  • Het gebruik van niet originele wisselstukken  en toebehoren kan negatieve gevolgen  hebben op de werking en de veiligheid  van de machine. De fabrikant wijst alle  aansprakelijkheid af in geval van schade of  letsels veroorzaakt door die producten.
  • De originele wisselstukken worden  geleverd door de geautoriseerde dienstcentra en wederverkopers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2 BRANDSTOF BIJVULLEN

Om brandstof bij te vullen:

1. Draai de dop van het reservoir los

en verwijder hem (afb. 10.F).

2. Plaats de trechter (afb. 10.G).

3. Vul brandstof bij en verwijder 

de trechter (afb. 10.G).

4. Schroef de dop van het benzinereservoir

na het bijvullen goed dicht en reinig eventuele lekken (afb. 10.F). OPMERKING Vul het benzinereservoir niet tot aan de rand. OPMERKING Gebruik enkel de brandstof die aangegeven is in de tabel van de technische gegevens. Gebruik geen andere soorten brandstof. Het gebruik van ecologische brandstof, zoals alkylaatbenzine, is toegestaan. De samenstelling van deze benzine heeft een kleinere impact op de personen en op de omgeving. Er werden geen negatieve gevolgen gemeld voortkomend uit het gebruik ervan. Er zijn ook soorten alkylaatbenzine in de handel verkrijgbaar waarvoor men geen nauwkeurige gebruiksaanwijzingen kan geven. Voor meer informatie, raadt men aan de instructies en gegevens te raadplegen van de fabrikant van de alkylaatbenzine. OPMERKING Benzine is onderhevig aan bederf en mag niet langer dan 30 dagen in het reservoir blijven. Alvorens de machine gedurende een lange tijd op te bergen, dient men een voldoende hoeveelheid brandstof in het reservoir te laden om het laatste gebruik teneinde te kunnen brengen (hfdst. 8).

7.3 CONTROLE / BIJVULLEN MOTOROLIE

Controleer het oliepeil vòòr ieder gebruik. OPMERKING De machine wordt aan de gebruiker geleverd zonder motorolie.

7.3.1 Controle / bijvullen

  • Reinig rondom de staaf. Draai de staaf los  en haal ze eruit. Reinig de staaf (afb. 10.H).
  • Steek de staaf helemaal in het reservoir  zonder ze vast te draaien.
  • Haal de staaf er opnieuw uit.  Controleer het oliepeil.
  • Vul brandstof bij met behulp van de  verlengbuis (afb. 3.E), indien het peil onder het teken “MAX” is (afb. 12)
  • Voor de correcte vervangingsprocedure zie par. 7.3.2NL - 11 Vul niet teveel olie bij, dit zou kunnen leiden tot oververhitting van de motor. Indien het peil over het niveau "MAX" komt, moet men tot aan het juiste peil draineren. OPMERKING Voor het soort te gebruiken olie, zie “Tabel technische gegevens”.

De motorolie kan zeer heet zijn indien ze onmiddellijk na het uitschakelen van de motor verwijderd wordt. Laat daarom de motor enkele minuten afkoelen alvorens de olie te verwijderen. Vervang de motorolie met de frequenties die  aangegeven zijn in de "Tabel onderhoud".  Vervang de olie vaker indien de motor in  moeilijke omstandigheden moet werken. Ga als volgt te werk:

1. Plaats de machine op een 

2. Plaats een opvanghouder onder de aaatpijp.

3. Verwijder de vuldop (afb. 10.H).

4. Verwijder de aaatdop (afb. 10.I).

5. Vang de olie op in de houder.

8. Vul met nieuwe olie. Voor de hoeveelheid 

olie, zie “Tabel technische gegevens”.

9. Bij iedere bijvulling, start de motor en laat 

en controleer opnieuw het oliepeil. Indien  nodig, zie ook “controle/bijvullen” (par. 7.3.1). BELANGRIJK Dien de olie in voor verwerking volgens de plaatselijke normen.

Voer de reiniging uit bij stilstaande machine. Tracht eventueel vastgeklemd materiaal niet van de borstel te verwijderen zonder eerst:

  • De commando's van de borstel en voor de vooruitbeweging losgelaten te hebben.
  • de motor uitgeschakeld te hebben. Reinig de machine steeds na gebruik. Neem de  volgende instructies in acht bij het reinigen:
  • Na de reiniging met water, de machine  en de borstel opstarten om het water  te verwijderen dat anders in de lagers  zou kunnen doordringen en daar  schade zou kunnen veroorzaken. BELANGRIJK Gebruik nooit hogedrukwaterstralen. Die zouden de elektrische onderdelen beschadigen.

Voor werkzaamheden aan de bougie, moet  men zich tot een Wederverkoper of een  geautoriseerd Dienstcentrum richten. Raadpleeg  de tabel onderhoud en de tabel identicatie  problemen voor ingrepen aan de bougie.

De carburator is afgesteld door de fabrikant.  Raadpleeg de tabel identicatie problemen  om na te gaan wanneer men op de  carburator moet ingrijpen (hfdst. 12).

verwijder de lter (afb. 13.D).

ondergaan heeft, anders moet  hij vervangen worden.

  • Houd de schroeven en moeren goed  vastgedraaid, om er zeker van te zijn  dat de machine altijd veilig werkt.

Wanneer de machine gedurende meer dan  30 dagen opgeborgen moet worden:

1. Ververs de motorolie indien dit niet reeds 

in de laatste drie maanden gedaan werd.

schade vertoont. Voer eventueel de nodige herstellingen uit.NL - 12

4. Indien de verf beschadigd is, moet men 

bijverven om roestvorming te voorkomen.

5. Bescherm de metalen oppervlaktes 

die aan roest blootgesteld zijn.

6. Berg de machine op in een gesloten 

ruimte, indien mogelijk.

7. Plaats geen zware lasten op de borstel 

Deze handleiding verstrekt alle gegevens  die u nodig hebt om de machine te kunnen  gebruiken en om er op de juiste manier  eenvoudige onderhoudswerkzaamheden  aan te kunnen verrichten, die de gebruiker  zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en  onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden  door uw Verkoper of in een gespecialiseerd  Centrum dat beschikt over de nodige kennis  en uitrustingen om de werken correct uit te  voeren, met respect voor het oorspronkelijk  niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren  of door onbekwame personen uitgevoerd  werden, doen elke vorm van garantie en  alle verplichtingen of aansprakelijkheid  van de Fabrikant vervallen.

  • Enkel de geautoriseerde dienstencentra  mogen de herstellingen en  onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
  • De geautoriseerde dienstencentra gebruiken  enkel originele wisselstukken. De originele  wisselstukken en toebehoren werden  speciaal voor de machines ontwikkeld.
  • Niet originele wisselstukken en toebehoren  zijn niet goedgekeurd, het gebruik van niet  originele wisselstukken en toebehoren  leidt tot verval van de garantie.
  • Men  raadt aan de machine eens per jaar  aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te  vertrouwen voor het onderhoud, assistentie  en controle van de veiligheidsinrichtingen.

De garantie dekt alle defecten van het materiaal  en van de fabricatie. De gebruiker moet  aandachtig de aanwijzingen volgen die in de  bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:

  • Onjuist of niet toegestaan gebruik en montage
  • Gebruik van niet originele wisselstukken.
  • Gebruik van toebehoren dat niet door de  fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
  • Motoren. Deze zijn gedekt door de garantie  van de fabrikant van de motor volgens de  aangegeven termijnen en condities. De aankoper is beschermd door de nationale  wetten van zijn eigen land. De rechten van  de koper die voorzien zijn in de nationale  wetten van zijn eigen land zijn op geen  enkele wijze beperkt door deze garantie.

Ingreep Frequentie Paragraaf Eerste keer Vervolgens om de MACHINE Controle van alle bevestigingen - Voor eender welk gebruik 7.7 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's - Voor eender welk gebruik 6.2 Algemene reiniging en controle  - Aan het einde van ieder gebruik

MOTOR Reiniging van de bougie - 25 uren / na ieder seizoen *** ***  Ingrepen  die  uitgevoerd  moeten  worden  door  Uw  Wederverkoper  of  door  een  geautoriseerd  DienstcentrumNL - 13 Ingreep Frequentie Paragraaf Eerste keer Vervolgens om de Vervanging bougie - 100 uren / na ieder seizoen *** Controle/bijvullen peil motorolie - 5 uren / na ieder gebruik 7.3.1 Vervanging motorolie 5 uren 50 uren / na ieder seizoen 7.3.2 Reiniging lter water carburator - 10 uren / na ieder gebruik 7.4 ***  Ingrepen  die  uitgevoerd  moeten  worden  door  Uw  Wederverkoper  of  door  een  geautoriseerd  Dienstcentrum

Contactschakelaar in stand OFF Plaats de contactschakelaar op ON. Gebrek aan brandstof Vul het reservoir met schone  en reine brandstof Choke uitgeschakeld Schakel de choke in. Primer niet ingedrukt Druk de primer in Motor verstopt Wacht enkele minuten alvorens op  te starten Druk niet op de primer  en schakel de choke uit Bougie beschadigd Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Oude brandstof Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Water in de brandstof Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.

2. Verlies aan vermogen

Wegschieten van teveel materiaal Verminder de snelheid  Dop reservoir brandstof vuil of bedekt met ijs of sneeuw. Verwijder het vuil, het ijs of de sneeuw  van op en rond de dop van het reservoir.

3. Motor draait aan het

minimum en werkt  onregelmatig De choke is ingeschakeld Schakel de choke uit. Oude brandstof Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Water in de brandstof Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Carburator moet vervangen worden Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.

4. Overdreven trillingen

Losse delen of borstel beschadigd. Klem alle bevestigingsinrichtingen vast.  Vervang de beschadigde delen nabij een geautoriseerd Dienstcentrum. Niet correct geplaatste steel. Verzeker u ervan dat de steel op zijn plaats is.

5. Verlies of vertraging

bij wegschieten van  het materiaal. Borstel verklemd. Verwijder eventuele afval of vreemde  voorwerpen uit de borstel. Borstel te ver van het terrein. Stel de hoogte van de wieltjes af.

6. Tractie werkt niet

Commandokabel voor inschakeling  tractie niet correct afgesteld. Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er  contact te worden opgenomen met uw Verkoper.NO - 1

n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Ruimer a) Type / Basismodel c) Serienummer d) benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde

normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen

i) Netto geïnstalleerd vermogen

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)