SWS 600 G - Sneeuwblazer STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SWS 600 G STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SWS 600 G STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SWS 600 G - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SWS 600 G van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING SWS 600 G STIGA
LET OP: Vooraleer de machine te gebruiken,Client men deze handleiding aandachtig te lezen.
NO Feiemaskin - INSTRUKSJONSBOK
ADVARSEL: les dette bruksanvisingen noge for du bruker maskinen.
Zamiatarka- INSTRUKCJE OBSLUGI
2.4 Onderhoud, stalling en vervoer 3
3.LEER DE MACHINE KENNEN 4
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik 4
3.2Veiligheidssignalen 4
3.3 Identificatielabel 5
3.4 Belangrijkste onderdelen 5
- MONTAGE 5
4.1 Onderdelen voor de montage 5
4.2 Montage commandokabels voortbeweging en borstel 5
4.3 Montage van de steel 6
4.4 Montage versnellingsbak 6
4.5 Montage commando richting borstel....6
- BEDIENINGSELEMENTEN 6
5.1 Contactschakelaar 6
5.2 Commando versnelling 6
5.5 Handvat voor handmatige start 6
5.6 Commando voor elektrische start 7
5.7 Commando voortbeweging 7
5.8 Commando borstel 7
5.9 Versnellingshendel 7
5.10 Hendelrichting borstel 7
5.11 Schakelaars koplampen 7
- GEBRUIK VAN DE MACHINE 7
6.1 Voorafgaande werkzaamheden..7
6.2 Veiligheidscontroles 7
6.3 Start /werk 81
6.4 Stoppen 9
6.5 Suggesties voor het gebruik.... 9
6.6 Na het gebruik. 10
- ONDERHOUD 10
7.1 Algemeen 10
7.2 Brandstof bijvullen 103
7.3 Controle / bijvullen motorolie 10
7.4 Reiniging 11
7.5 Bougie 11
7.6 Carburator 11
7.7 Reiniging filter water.. 11
7.8 Moeren en schroeven voor bevestiging 111
- STALLING 11
- ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN 12
10.GARANTIEDEKKING 12 - TABEL ONDERHOUD 12
- IDENTIFICATIE PROBLEMEN 13
1. ALGEMEEN
1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werkking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:
OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd worden of dat er schade veroorzaakt worden.
Het symbol wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.
De paragrafen die aangegeven zijn met een grije stippen-board wijzen op optionele kenmerken die nicht aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreiben worden. Controller of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.
De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de zithouding van de bestuurder.
1.2 REFERENCES
1.2.1 Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz.
De onderden die op de afbeeldingen waar aangegeven, waar gekentekend met de letters A, B, C enz.
Een verwijzingaar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: "Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg"(afb.2.C).
De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen können wijzigten ten opzichte van wat aangegeven is.
1.2.2 Titels
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van
"2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen aan titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbeteffend nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1".
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 TRAINING
Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken.
Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels verooorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die nicht vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd�k.
- Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed+kunnen hebben op zich reactievermogen en aandacht.
Denk eraan dat de personen die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen konnen overkommen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om der risico's, die het terrein waarop hij要去 werknet met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigenveiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- Gebruik de sneeuwruimer nicht zonder geschikte kledij te dragen.
- Draag schoenen die een goede stabiliteit toestaan op gladde oppervlaktes.
-
Draag steeds een bril of een vizierijdens het gebruik,ijdens het onderhoud ofijdens de herstellingen. De werkking van aangedreven machines kan vreme voorwerpen in de ogen doein schieten.
-
Gebruik geluidempende gehoorbescherming.
Werkzone / Machine
- Controller de zone die gereinigd要去en zorgvuldig en verwijder eventuele duidelijk zichbare vreme de voorwerpen. Bijvoorbeeld deurmatten, sleeën, planken, draden, enz.
- Controller of alle commando's die bewegende organen in werking zetten, uitgeschakeld zich vooraleer de motor op te starten.
Benzinemotoren: brandstof
- Waarschuwing: de brandstof is zeer ontvlambaar. Voorzichtig hanteren!
- Bewaar de benzine steeds in geschichte houlders.
Vul enkel benzine bij met een vultrechter en in open lucht; rook Nietijdens deze handelingen. - Vul de benzine bij vooraleer de motor aan te schakelen. Open de dop van het reservoir Niet en vul geen benzine bij wanner de motor aangeschakeld of nog warm is.
- Indien er brandstof lekt, mag men de motor nicht opstarten, maar moet men de machine uit de zone halen waar de brandstof gelekt is en onmiddelijk alle sporen van brandstof van de machine of van het terrein reinigen.
- Draai de dop van het reservoir en van de houders van de brandstof goed zich.
Zorg ervoor dat de brandstof Niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds neue wieren aan vooraleer de motor op te starten.
- Gebruik de machine nicht in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen+kunnen vonken veroorzaken die het stof of de dampen+kunnen doen ontbranden.
Schakel de motor Niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen+kennen vormen. De machineClient altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte gestart te worden! Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig+zijn! - Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid reinigen.
- Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
-
Let bijzonder goed op wanner de machine gezruikt worden op grindwegen, voetpenen en straten of wanner men deze oversteekt. Let op verborgen bevaren.
-
Let goed op het verkeer, wanner de machine zicht bij de staat gebruikt worden.
Gedrag
- Richt de sneeuwruimer Niet gegen de wind in, of in de richting van Personen, dieren, voertuigen, woningen of wat dan ook schade kan ondergaan omwille van het weggeruimde materiaal. Laat niemand voor de machine stilstaan.
- Gebruik de machine nooit nabij omheiningen, auto's, vensters, glazen hekken, enz. zonder de richting van de borstel degelijk afgesteld te hebben.
- Houd handen en voeten op afstand van de roterende organen. Houd de beschemende carter van de borstel steeds schoon.
- Indien de machine gegen vreeimde voorwerpen stoot of abnormale geluiden maakt, schakel dan de motor uit, wacht tot de bewegende delen stil staan en controllerer aandachtig de machine om na te gaan of er geen schade is. Trillingen wijzen over het algemeen op een probleem. Herstel eventuele schade alvorens de machine opnieuw te gebruiken.
Vooraleer zich van de machine te verwijderen, moet men de motor uitzetten en alle commando's uitschakelen. - Vooraleer herstellingen, reinigingen, inspections, afstellingen uit te voeren, moet men de motor uitschakelen en wachten tot de bewegende delen stil staan (tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven in de instructies). Ontkoppel de kabels van de elektrische motor. (Optie)
- Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.
- Gebruik de machine Niet op gladde oppervlakte aan hoge transportsnelheden. Let op wonneer u awhileuit rijdt. Kijk awhileuit voor en na het awhileuit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
- Schakel de borstel uit wanner de machine vervoerd of nicht gebruikt worden.
- Verzeker u er steeds van dat u een goed evenwicht hebt en het handvat stevig vast hebt. Stap, loop nooit.
Beperkingen voor het gebruik
- Gebruik de machine nooit dwars op een helling. Ga steeds van bovenaar beneden, en verrolgens van benedenaar boven. Wees voorzichtig wanner u vanrichting verandert op een helling.Vermijd steile hellingen.
-
Gebruik de machine nicht indien de beschermingen onvoldoende zich in of indien de veiligheidsinrichtingen nicht correct geplaatst zich.
-
De veiligheidsinrichtingen nicht uitschakelen of schenden.
- Wijzig de afstellenen van de motor Niet, en overbelast hem Niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werk, verhoogt het risico op persoonlijke letsels.
Overbelast de machine Niet door ze aan een te hoge snelheid te lately werken. - Steek de handen nicht in de beschermende carter van de borstel zonder eerst de motor uit gezet te hebben en gewacht te hebben tot de bewegende delen stil staan.
2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VEROVER
Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine.
De defecte of beschadigde onderdelen要去en verrangen en Niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van Niet originele en/of Niet goed gemonteerde onderdelen beinvloedt de verilgheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoortiet aansprakelijk gesteld worden.
Onderhoud
- Indien het reservoir geledigd要去 worden, moet dit aan de open lucht en bij koude motor gebeuren.
- Om het risico op brand te verminderen,要去 men regelmatig controleren of ergeenlekken van olie en/of brandstof zichn.
Stalling
- Laat geen brandstof in het reservoir wonneer de machine opgeborgen worden in een gebouw waar de dampen van de brandstof in contact hunken komen met vrije vlammen, vonden of hittebronnen.
- Laat de motor afkoelen alvorens de machine in een gesloten ruimte op te bergen.
- Lees steeds de gebruiksaanwijzingen voor belangrijke details indien de machine gedurende een langeperiode bewaard moet worden.
Vervoer
- Indien de machine op een vrachtwagen of een aanhangwagen vervoerd moet worden, dient men opritten met geschikte waarstand, bredte en lenghte te gebruiken.
- Laad de machine met de motor uitgeschakeld, en duw ze op de oprit, met behulp van een geschikt aantal Personen.
- Sluit de brandstofkraan (indien voorzien)ijdens het transport en verzeker de machine degelijk aan het transportmiddel met kabels of hettingen.
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren.
- Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu hintergelaten worden maar要去 waar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijkne normen.
3. LEER DE MACHINE KENNEN
3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUK
Deze machine is een ruimer.
De machine is voorzien van een borstel, beschermd door een carter, die het materiaal frontaal wegruimt. De borstel wordt aangedreven door de motor die ook de tractie aan de machine geeft. De machine worden bediend aan de hand van de bedieningsknuppen op het instrumentenpaneel. De bediener kan de machine bedieren en de belangrijkste commando's inschakelen terwijl hij steedsrechtop blijft staan, op de bedieningsplaats, achefter de machine.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het ruimen, verwijderen enwegschemieten van afval van voetpaden, tuinen, opritten en andere oppervlaktes op het niveau van de grond. De sneeuwruimer mag enkel gebruikt worden om materiaal zoals bladeren, sneeuw, gruis, kiezel enkleine afval weg te ruimen.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan Personen en/of zaken. De volgende situatuies behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):
- De machine gebruiken op oppervlaktes boven het niveau van de grond, zoals daken van woningen, garages, veranda's of gebouwen.
Ladingen trekken of duwen - Kinderen of andere passagiers te vervoeren.
BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of andereen oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieren. Ze is bestemd voor een "amateurieel gebruik".
BELANGRIJK De machine mag steeds slechts door een enkele bediener gebruikt worden.
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (afb. 4). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij要去 aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:

LET OP!
LET OP! Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken.

GEVAAR! Wegscheidende voorwerpen. De borstel Niet op omstanders of dierenRCTen.

GEVAAR! Het werkgebied vrij houden van personen, kinderen en dieren.

GEVAAR! Houd handen en voeten op afstand van de draaiende delen.

GEVAAR! Draag gehoorbescherming.

GEVAAR! Draag een veiligheidsbril.

GEVAAR! Bij de motoren komt koolmonoxide vrij. De machine NIET starten in gesloten ruimtes.


GEVAAR! De brandstof is ontvlambaar en explosief. De motor uitzetten en lien afkoelen vooraleer benzine bij te vullen.
GEVAAR! Risico op brand of ontploffing. Niet roken, geen vrije vlammen of ontstekingsbronnen gebruiken.
BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten verrangen worden. Vraag neue labels aan uw eigen geauthoriseerd Dienstcentrum.
3.3 IDENTIFICATIELABEL
Het identificatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb. 1):
- Adres van de fabrikant
- Machinetype
- Geluidsniveau
- CE-overeenstemmingskenteken
- Toerental van de motor
- Vermogen motor
- Cylinderinhoud motor
- Bouwjaar
- Serienummer
- Artikelcode
Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.
BELANGRIJK Gebruik de identificatienamen die aangegeven zijn op het identificatielabel van het product.
BELANGRIJK Gebruik de identificatienamen bij ieder contact met de geauthoriseerde werkplaats.
3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine bestaat hoofdzakelijk uit de volgende hoofdonderdelen (afb. 1):
A. Frame
B. Motor
C. Reservoir brandstof
D. Steel
E. Instrumentenbord
F. Beschermingscarter borstel
G. Borstel
H. Wieltjes
I. Wiel
J. Haken voor het toebehoren
K. Koplampen (optie)
L. Stekker voor elektrische toevoer
4. MONTAGE
Om vervoers- en opsgredenen worden sommige onderdelen van machine nicht direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.
Het uitpakken en de verwollediging van de montage要去en uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine Niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.
BELANGRIJK De machine worden
zonder motorolie en brandstof geleverd.
4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE
De verpakking bevat de onderdelen voor de montage(afb. 3) die in de volgende tabel vermeld�:
| Pos. | Beschrijving Hoev. | |
| A | Steel met staven en kabels reeds gemonteerd | 1 |
| B | Schroeven voor bevestiging steel | 4 |
| C | Moeren voor bevestiging steel | 4 |
| D | Trechtter | 1 |
| E | Verlengbuis olie | 1 |
| F | Sleutel voor demontage bougie | 1 |
| G | Schroeven | 1 |
4.1.1 Uitpakken
- Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
- Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
- Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zijn uit de doos.
- Haal de machine uit de doos.
- Voer de doos en de verpakkingen af volgens deplaatselijke normen.
4.2 MONTAGE COMMANDOKABELS VOORTBEWEGING EN BORSTEL
Haak het oog van de kabel vast (afb. 5).
OPMERKING De kabels zich reeds op het instrumentenbord gemonteerd.
4.3 MONTAGE VAN DE STEEL
Bij de levering, is het instrumentenbord reeds aan de steel gemonteerd. De schroeven voor de montage van de steel op de machine, de schroeven voor bevestiging van de versnellingshendel en de schroeven voor de bevestiging van het commando voor de richting van de borstel worden in een afzonderlijke verpakking geleverd, die zich binnenin de verpakking van de machine bevindt. Ga als volgt te werk voor de montage:
- Breng de twee uiteinden van de steel nabij (afb. 6.A) de steun (afb. 6.B).
Plaats de afstandhoulders (afb. 6 C) en lijn ze uit ten opzichte van de gaten, rekening houdende met de correcte doorsnede (kleine gleuf maar buiten, grotere gleuf maar buiten).
- Plaats de schroeven en de boutein de gaten en blokkeer ze.
4.3.1 Montage van de handvaten van de hendels
- Draai ieder handvat vast in de schroefstaaf van de versnellingshendel (afb. 9.A) en in de schroefstaaf van de hendel voor het richten van de borstel (afb. 9.B).
- Sluit de bevestigingsbout af.
4.4 MONTAGE VERSNELLINGSBAK
- Haal het rondsel (afb. 7.B) en de splitpen (afb. 7.C) die voordien geassembleerd werden uit het scharnier (afb. 7.A).
- Plaats het scharnier (afb. 7.A) van het commando van de versnelling in de opening van de hendel (afb. 7.D) om deze aan de aandrijving te verbinden.
- Bevestig het rondsel (afb. 7.B) en de splipen (afb. 7.C).
4.5 MONTAGE COMMANDORICHTING BORSTEL
- Haal de Voorrien geassembleerde moer (afb. 8.B)uit het scharnier (afb. 8.A) van het commando voor de richting van de borstel.
- Plaats het scharnier (afb. 8.A) van het commando van de richting van de borstel in de opening van de hendel (afb. 8.C).
- Klem de moer vast (afb. 8.B).
5. BEDIENINGSELEMENTEN
5.1 CONTACTSCHAKELAAR
Staat toe de motor te stoppen en te starten. De contactschakelaar heeft twee standen (afb. 10.A):
- Schakelaar op stand OFF - de motor stocht en kan nicht opgestart worden.
- Schakelaar op stand ON - de motor kan opgestart en in Dienst gezet worden.
5.2 COMMANDO VERSNELLING
Stelt het aantal toeren van de motor af.
De op hetplaatje aangegeven posities stemmen overeen met (afb. 10.B):

- Vol toerental. Steeds te gebruiken bij het opstarten van de motor enijdens de werkig.

- Minimum. Te gebruiken wanneer de motor warm genoeg isijdens de parkeerfasen.
5.3 COMMANDO CHoke
Dit worden gezebruikt om de motor koud op te starten. Het commando van de choke heeft twee standen (afb. 10.C):

Links - De choke is ingeschakeld (voor koud starten).
Rechts - De choke is uitgeschakeld (normale werking en warm starten).
5.4 PRIMER
Druk op het rubberen commando van de primer om brandstof in de zuigcollector van de carburator te spuiten, en zo het opstarten bij koude motor te vereenvoudigen (afb. 10.D).
5.5 HANDVAT VOOR HANDMATIGE START
Dit staat de handmatige start van de motor toe (afb. 10.E).
5.6 COMMANDO VOORELEKTRISCHE START
Dit staat de elektrische start van de motor toe (afb.10.J) wonneer de machine verbonden is aan het elektrisch net met de stekker met drie polen, voorzien van aarding (afb. 10.K).
5.7 COMMANDO VOORTBEWEGING
Dit commando staat de voortbeweging van de machine toe.
- Laat de machine vooruit bewegen, breng het commando omlaag (afb. 9.D) tot dit gegen het handvat komt.
- Wonneer dit losgelaten worden, stopt de vooruitbeweging van de machine en keert de hendel automatisch terug maar+zijn aanvankelijkke positie.
- Als het commando voor voortbeweging samen met het commando van de borstel ingeschakeld worden (afb. 9.C), blijdt deze ingeschakeld ook nadat hij losgelaten worden. Hij worden enkel uitgeschakeld wanner het commando van de borstel uitgeschakeld worden (afb. 9.C) (voor Vooringestelde machines).
5.8 COMMANDO BORSTEL
Dit commando schakelt derotatie van de borstel in.
- Om de rotatie van de borstel in te schakelen, brengt men het commando omlaag (afb. 9.C) tot tegen het handvat.
- Indien enkel het commando van de borstel ingeschakeld worden, za de rotatie van de borstel stoppen wanner het commando losgelaten worden, en za het commando automatisch maar de oorspronkelijkke stand terugkeren.
5.9 VERSNELLINGSHENDEL
De machine is voorzien van een versnellingsbak die ingeschakeld kan worden met een hendel (afb. 9.A):
- /6 standen voor de regeling van de vooruitversnelling
- 2 standen voor de regeling van dechteruijtversnelling
De richting van de borstel worden afgesteld aan de hand van een hendel (afb. 9.B) die toestaat de borstel maar de gewenste richting te draaien. Beweeg de hendel vooruit of awhile waar een van de 3 beschikbare posities om de borstel te doein hellen.
Hendel vooruit = 15^ aan rechts.
Hendel in het midden = 0^ geen helling.
Hendel awhile = 15^ naar links.
5.11 SCHAKELAARS KOPLAMPEN
Om de koplampen aan te zetten, brengt men de schakelaar maar stand I (afb. 9.E). - Koplampen aan = schakelaar op stand I.
6. GEBRUK VAN DE MACHINE
BELANGRIJK De veiligheidsnormen die in acht genomen要去en wordenijdens het gebruik van de machine zich beschreiben in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Vooraleer de machine te gebruiken,要去 men de aanwezigheid van brandstof en het oliepeil controeren. Voor de werkwijzen en de voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van brandstof en olie (zie par. 7.2 en par. 7.3).
De wieltjes dienen om de afstand van de borstel ten opzichte van het terrein te regelen, om de borstel Niet te beschadigen. Vooraleer de machine te gebruiken, moet men de wieltjes op de volgende wijze afstellen:
- Haak de beveiligiglos (afb. 11.A).
- Verwijder de pin (afb. 11.B).
- Breng de wieltjes omho /omlaag (afb. 11.C).
- Plaats de pin weer op zijn plaat.
-
Plaats de beveiliging weer op zijnplaats.
-
Draai de zijdelingse knop los (afb. 11.D).
- Verdraai het bovenste knopje (afb. 11.E) met de klok mee / tegen de klok in om de wieltjes omhoog/omlaag te brengen.
- Zet het zijdelingse knopje vast (afb. 11.D).
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Verzeker u ervan de inhoud ervan begrepente haben alvorens verder te gaan. Voerbovendien de volgende veiligheidscontrolesuit en controllerer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen.
Voer steeds de veiligheidscontrolesuit vooraleer de machine te gebruiken.
6.2.1 Algemene controle
| Object Resultaat | |
| Brandstofsystemen verbindungen | Geen lekken |
| Elektrische kabels Isolatie | volledig intact Geen mechanische schade. |
| Oliecircuit Geen lekken | Geen schade. |
| Rijtest Geen abnormale trill | ngen. Geen abnormal geluid. |
6.2.2 Test Werking tractie en borstel
| Actie Resultaat | |
| De machine opstarten (par. 6.3) | De wielen en de borstel要去en stil blijven. |
| Test werkung tractie | |
| Druk op het commando voor voortbeweging (afb. 9.D). | De wielen doe nde machine vooruit gaan. |
| Laat het commando voor voortbeweging los (afb. 9.D). | De wielen stoppen. |
| Test werkung borstel | |
| Druk op het commando van de borstel (afb. 9.C). | De borstel begint te draaien. |
| Laat het commando van de borstel los. | De borstel stopt |
| Test werkung borstel en wielen | |
| Houd het commando van de borstel ingedrukt (afb. 9.C), druk op het commando voor voortbeweging (afb. 9.D). | De borstel draait en de wielen latent de machine vooruit gaan. |
| Laat het commando voor voortbeweging los (afb. 9.D). | De wielen stoppen en de borstel blijft draaien. |
| Laat het commando van de borstel los (afb. 9.C). | De borstel stopt |
Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabel, mag de machine Niet gebruikt worden! Breng de machine maar een Dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.
6.3 START/WERK
- Plaats de contactschakelaar op ON (afb. 10.A).
6.3.1 Koud starten
- Breng de versnellingshendel maar het volle toerental (afb. 10.B).
- Schakel de choke in (afb. 10.C).
- Druk twee of drie maal op het commando van de primer (afb. 10.D). Verzeker u ervan dat de opening bedekt is door de vinger wanner u op het commando drukt.
- Start met het elektrisch (par. 6.3.4) of handmatig commando (par. 6.3.3).
- Schakel de choke uit (afb. 10.C).
BELANGRIJK Alvorens de machine te gebruiken, moet men enkele minuten wachten tot de olie opgewarmed is.
6.3.2 Warm starten
- Breng de versnellingshendel maar het volle toerental (afb. 10.B).
- Controller of de chokeuitgeschakeld is (afb. 10.C).
- Start met het elektrisch of handmatig commando (zie hierna).
BELANGRIJK Druk Niet op
deprimer bij warm starten.
6.3.3 Handmatig starten
Om de motor handmatig te starten, trek het handvat langzaam (afb. 10.E) maar buiten tot u een zekere waarstand voelt. Trek dan hard en vergezel het handvat bij het loslaten. Herhaal dit tot de motor start.
OPMERKING Doe Niet meer dan
3/4 pogingen om te vermijden de motorte blokkeren. Controller de maybeke redenen voor het mislukken van het starten in de "Tabel identificatie problemen".
Verzeker u ervan dat het toevoersystem voorzien is van een aarding en een aardlekschakelaar.
- Steek de stekker van de toevoerkabel (afb. 10.K) in een contactdoos van 230V.
- Druk op de startknop om de motor te starten.
- Haal de stekkeruit de contactdoos eens de motor gestart is.
6.3.5 Bedrijf
Doe als volgt om met de machine te werken:
- Richt de borstel met het waarvoor bestemde commando (afb. 1.G) in de gewenste richting.
Regel de werkking in functie van de baan en van de hoeveelheid te ruimen materiaal. - Druk op het commando van de borstel (afb. 9.C) om de rotatie van de borstel in te schakelen.
- Druk op het commando voor voortbeweging (afb. 9.D) om de aandrijving in te schakelen.
OPMERKING Gebruik de motor steeds bij vol toerental tijdens het gebruik van de machine.
6.3.6 Sturen
De machine worden gestuurd door ze in de gewenste richting te draaien.
6.3.7 Schakelen
De machine moet stilstaan om te schakelen. Ga als volgt te werk om te schakelen:
- Stop de machine door het commando voor voortbeweging I (afb. 12.D) en het commando van de borstel (afb. 12.C) los teCTX.
- Verplaats de schakelhendel maar degewenste positie (afb. 12.A).
- Herneem de normale werkung.
BELANGRIJK Schakelen bij bewegende machine veroorzaakt schade aan het transmissiesystem.
6.4 STOPPEN
Om de machine te stoppen,That men het commando van de borstel (afb.9.C) en het commando voor voortbeweging (afb.9.D) los. Om de machine uit te schakelen,plaats men de contactschakelaar op OFF (afb.10.A).
Tracht de machine nicht uit te schakelen aan de hand van het commando van de choke. Dit zou de motor+kunnen beschadigen.
De motor kan onmiddelijk na het uitschakelen zeer warm zijn. Raak de knalpot of de delen ernaat nicht aan. Gevaar op brandwonden.
6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK
Deze machine kan gebruikt worden om verschillende soorten materiaal te ruimen, en in verschillende werkruimtes te werken.
Aanwijzingen voor alle soorten terrein
- Houd steeds een snelheid voor de voortbeweging en van de borstel aan die geschikt zijn voor de condities en de hoeveelheid weg te ruimen materiaal, en stel ze af zodate het materiaal op constante wijze weggeruimd worden.
- Oefen nicht teveel druk uit op de borstel. Voor een geschikte arbeid is een diepte van 5-10 cm van de borstel voldoende voor de meeste werkken.
- Verminder het toerental van de motor alvorens dele te stoppen.
Grote zones
In geval van onregelmatig of grof terrein, moet men de vooruitbewegingssnelheid verminderen om te vermijden dat de borstel opspringt en beschadigd worden.
- Ruimen betekent een centrale doorgang creeren, door de zone in 2 delen te verdelen, en verrolgens die andere zones te ruimen. Dit verminder de werklast op de borstel.
Sneeuw
- De sneeuw worden efficienter verwijdert wonneer deze nog vers is. Ga nogmaals over reeds gereinigde zones om de sneeuwresten te verwijderen.
- Spuit de sneeuw, indien möglichk, in de richting van de wind. Controller de afstand en de richting van de weggeschoten sneeuw.
- Verminder het toerental van de motor alvorens dele te stoppen.
Vuil en grind
- Om de hoeveelheid stof te verminderen dat opwaaitijdens het ruimen, moet men met een lage snelheid van de borstel werken. Indien möglichk moet men bovendien bij voorkeur werken op vochtige of bewolkte dagen, of nadat het geregend heeft.
In geval van grind, dient men de hoogte van de borstel af te stellen zodat de stenen net aangeraakt worden en nicht weggeschoten worden, wat schade zou können veroorzaken.
Zware afval
- Verminder de snelheid van de beweging en werk zonder de hele werkbreedte van de machine te gebruiken.
6.6 NA HET GEBRUIK
Reinig de machine (par. 7.4).
- Beweeg alle commando's meertere malen voor- en weiteruit.
- Controller of de choke ingeschakeld is.
- Controller of er geen onderdelen los of beschadigd zich. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouteen aan.
Dek de machine nicht af zolang de motor en de knalpot nog warm+zijn.
7. ONDERHOUD
7.1 ALGEMEEN
BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens het onderhoud in acht genomen要去en worden,+zijn beschreiben in par.2.4. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
Alle controls en werkzaamheden voor onderhoud要去en uitgevoerd worden bij stilstaande machine, en met de motor uitgeschakeld. Verwijder de sleutel en lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten.
Draag geschichte kledij, handschoenen en bril vooraleer onderhoud uit te voeren.
- De frequentlyes en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te latent behouden. Hierin staan de voornaaamste ingrepen en deijdnen waarop ze uitgevoerd要去en worden. Voer de desbetreffende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
- Het gebruik van Niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de verilgheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letselsveroorzaakt door die producten.
- De originele wisselstukken worden geleverd door de geauthoriseerde Dienstcentra en wederverkopers.
BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handleiding beschreiben,zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.
7.2 BRANDSTOF BIJVULLEN
Om brandstof bij te vullen:
-
Draai de dop van het reservoir los en verwijder hem (afb. 10.F).
-
Plaats de trechter (afb. 10.G).
- Vul brandstof bij en verw de trechter (afb. 10.G).
- Schroef de dop van het benzinereservoir na het bijvullen goed zich en reinig eventuele lekken (afb. 10.F).
OPMERKING Vul het benzinereservoir.
niet tot aan de rand.
OPMERKING Gebruik enkel de brandstof die aangegeven is in de tabel van de technische gegevens. Gebruik geen andere soorten brandstof. Het gebruik van ecologische brandstof, zoals alkylaatbenzine, is toegestaan. De samenstelling van deze benzine heeft eenkleinere impact op de personen en op de omgeving. Er werden geen negatieve genvolgen gemeld voortkomend uit het gebruik ervan. Er zich ook soorten alkylaatbenzine in de handel verkrijgbaar waarvoor men geen nauwkeurige gebruiksaanwijzingen kan geben.Voor meer informatie,raadt men aan de instructies en gegevens te raadplegen van de fabrikant van de alkylaatbenzine.
OPMERKING Benzine is onderhevig aan bederf en mag Niet langer dan 30 dagen in het reservoir blijven. Alvorens de machine gedurende een langeijd op te bergen, dient men een voldoende hoeveelheid brandstof in het reservoir te laden om het LASTe gebruik teneinde te konnen brengen (hfdst. 8).
7.3 CONTROLE / BIJVULLEN MOTOROLIE
Controleer het oliepeil voor ieder gebruik.
OPMERKING De machine worden aan de gebruiker geleverd zonder motorolie.
7.3.1 Controle / bijvullen
Procedure:
- Zet de machine vlak voor de contrôle.
- Reinig rondon de staaf. Draai de staaf los en haal ze eruit. Reinig de staaf (afb. 10.H).
- Steek de staaf helemaal in het reservoir zonder ze vast te draaien.
Haal de staaf er opniew uit. Controleer het oliepeil.
Vul brandstof bij met behulp van de verlangbuis (afb. 3.E), indien het peil onder het teken "MAX" is (afb. 12)
Voor de correcte verwangingsprocedure pie par. 7.3.2
Vul nicht teveel olie bij, dit zou kuren leiden tot oververhitting van de motor. Indien het peil over het niveau "MAX" komt, moet men tot aan het juiste peil draineren.
OPMERKING Voor het soort te gebruiken olie, zich "Tabel technische gegevens".
7.3.2 Vervanging
De motorolie kan zeer heet+zijn indien ze onmiddelijk na het uitschakelen van de motor verwijderd worden. Laat waarom de motor enkele minuten afkoelen alvorens de olie te verwijderen.
Vervang de motorolie met de frequents die aangegeven zijn in de "Tabel onderhoud". Vervang de olie vaker indien de motor in moeilijke omstandigheden要去 werk. Ga als volgt te werk:
- Plaats de machine op een vlakke oppervlakte.
- Plaats een opvanghouser onder de aflaatpijp.
- Verwijder de vuldop (afb. 10.H).
- Verwijder de afaatdop (afb. 10.l).
- Vang de olie op in de houder.
- Draai de aflaatdop van de olie weever vast.
- Reinig eventuele olielekken.
- Vul met neue olie. Voor de hoeveelheid olie, zie "Tabel technische gegevens".
- Bijijdere bijvulling, start de motor en LAST deze gedurende minstens 30 seconden aan het minimumtoerental draaien.
- Controller of er geen olie lekt.
- Schakel de motoruit. Wacht 30 seconden en controller opniew het oliepeil. Indien nodig, zie ook "controle/bijvullen" (par. 7.3.1).
BELANGRIJK Dien de olie in voor verwerking volgens deplaatselijkke normen.
7.4 REINIGING
Voer de reiniging uit bij stilstaande machine. Tracht eventueel vastgeklemd materiaal Niet van de borstel te verwijden zonder eerst:
- De commando's van de borstel en voor de vooruitbeweging losgelaten te hebben.
- de motor uitgeschakeld te hebben.
Reinig de machine steeds na gebruik. Neem de volgende instructies in alot bij het reinigen:
- Reinig de motor met een borstel en/of perslucht.
- Spuit geen water direct op de motor.
- Na de reiniging met water, de machine en de borstel opstarten om het water
te verwijderen dat anders in de lagers zou kunnen doordringen enkaar schade zou kunnen veroorzaken.
BELANGRIJK Gebruik nooit hogedrukwaterstralen. Die zouden de elektrische onderdelen beschadigen.
7.5 BOUGIE
Voor werkzaamheden aan de bougie, moet men zich tot een Wederverkoper of een geautoriseerd DienstcentrumRCTen. Raadpleeg de tabel onderhoud en de tabel identificatie problemen voor ingrepen aan de bougie.
7.6 CARBURATOR
De carburator is afgesteld door de fabrikant. Raadpleeg de tabel identificatie problemen om na te gaan wanner men op de carburator要去 ingrijpen (hfdst. 12).
7.7 REINIGING FILTER WATER
- Draai de knop van het deksel van de filter (afb. 13.A) los en verwijder het deksel (afb. 13.B).
- Draai de knop (afb. 13.C) los en verwijder de filter (afb. 13.D).
- Reinig de filter door met perslucht binnenin en buiten te blazen.
- Controller of de filter geen schade ondergaan heeft, anders要去 hij verrangen worden.
- Hermonteer in volgorde de filter (afb. 13.D), de knop (afb. 13.C), het deksel (afb. 13.B) en de knop (afb. 13.A).
7.8 MOEREN EN SCHROEVEN VOOR BEVESTIGING
- Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zich dat de machine.altijdveilig werkt.
8. STALLING
Wonneer de machine gedurende meer dan 30 Tage opgeborgen要去 worden:
- Ververs de motorolie indien dit nicht reeds in de LASTE drie maanden gedaan werd.
- Reinig de machine zorgvuldig.
-
Controller of de machine geen schade vertoont. Voer eventueel de nodige herstellungen UIT.
-
Indien de verf beschadigd is, moet men bijverven om roestvorming te voorkomen.
- Bescherm de metalen oppervlaktes die aan roest blootgesteld zich.
- Berg de machine op in een gesloten ruimte, indien möglichk.
- Plaats geen zwarelasten op de borstelen op de beschermende carter van deborstel.Het gewicht zou de borstel{kennen verrormen en onbruikbaar make.
9. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN
Deze handledging verstrecht alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kuren gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kuren verrachten, die de gebruiker zich kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die nicht beschreiben worden in deze handledging要去en uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correctuit te voeren, met respect voor het oorspronkelijkiveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in Niet geschikte structuren of door onbekwame Personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aanspraelijkheid van de Fabrikant verrallen.
Enkel de geauthoriseerde Dienstcentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geauthoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden special voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zichn nicht goedgekeurd, het gebruik van nicht originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
- Men raadt aan de machine eens per Jaar aan een geauthoriseerd Dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.
10. GARANTIEDEKKING
De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker要去 aanachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie perschaft is. De garantie geldt nicht voor schade te wijten aan:
- Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatione.
Onoplettendheid. - Onjuist of Niet toegestaan gebruik en montage
- Gebruik van Niet originele wisselstukken.
- Gebruik van toebehoren dat Niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werk.
Deze garantie geldt bovendien nicht voor:
- De normale slijtage van verbruiksmaterialiaal zoals transmissieriemen, boren, koplampen, wielen, veiligheidsbouten en draden.
- Normale slijtage
- Motoren. Deze zijn gedekt door de garantie van de fabrikant van de motor volgens de aangegeven termijnen en conditions.
De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zich eigend land. De rechten van de koper die voorzien zich in de nationale wetten van zich eigend land zich op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.
11. TABEL ONDERHOUD
| Ingreep Frequentie Paragraf | |||
| Eerste\ keer | Vervolgens om de | ||
| MACHINE | |||
| Controle van alle bevestigingen | - Voor eender welt gebruik 7.7 | ||
| Veiligheidscontroles / Controle van de commando's | - Voor eender welt gebruik 6.2 | ||
| Algemene reiniging en controle | - Aan het einde van ieder gebruik | 7.4 | |
| MOTOR | |||
| Reinigung van de bougie - 25 uren / na ieder seizoen ** | |||
*** Ingrepen die uitgevoerd要去en worden door Uw Wederverkoper of door een geauthoriseer Dienstcentrum
| Ingreep Frequentie Paragraf | |||
| Eerste\ keer | Vervolgens om de | ||
| Vervangbing bougie - 100 uren / na ieder seizoen *** | |||
| Controle/bijvullen peil motorolie - 5 uren / na ieder gebruik 7.3.1 | |||
| Vervangbing motorolie 5 uren 50 uren / na ieder seizoen 7.3.2 | |||
| Reiniging filter water carburator - 10 uren / na ieder gebruik 7.4 | |||
*** Ingrepen die uitgevoerd要去en worden door Uw Wederverkoper of door een geautoriseerd Dienstcentrum
12. IDENTIFICATIE PROBLEMEN
| PROBLEM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
| 1. De machine start nicht | Contactschakelaar in stand OFF | Plaats de contactschakelaar op ON. |
| Gebrek aan brandstof | Vul het reservoir met schone en reine brandstof | |
| Choke uitgeschakeld | Schakel de choke in. | |
| Primer nicht ingedrukt | Druk deprimer in | |
| Motor verstopt | Wacht enkele minuten alvorens op te starten Druk nicht op deprimer en schakel de choke uit | |
| Bougie beschadigd | Contacteer het geauthoriserde dienstcentrum. | |
| Oude brandstof | Contacteer het geauthoriserde dienstcentrum. | |
| Water in de brandstof | Contacteer het geauthoriserde dienstcentrum. | |
| 2. Verlies aan vermogen | Wegschemien van teveel materiaal Verminder de snelheid | |
| Dop reservoir brandstof vuil of bedekt met ijs of sneeuw. | Verwijder het vuil, het ijs of de sneeuw van op en rond de dop van het reservoir. | |
| 3. Motor draait aan het minimum en werktonregelmatig | De choke is ingeschakeld | Schakel de choke uit. |
| Oude brandstof | Contacteer het geauthoriserde dienstcentrum. | |
| Water in de brandstof | Contacteer het geauthoriserde dienstcentrum. | |
| Carburator要去 verwangen worden | Contacteer het geauthoriserde dienstcentrum. | |
| 4. Overdreven trillingen | Losse delen of borstel beschadigd. | Klem alle bevestigingsnichtingen vast. Vervang de beschadigde delen nabij een geauthoriseerd Dienstcentrum. |
| Niet correct geplaatste steel. | Verzeker u ervan dat de steel op+zijn plaats is. | |
| 5. Verlies of vertraging bij wegschieten van het materiaal. | Borstel verklemd. | Verwijder eventuele afval of vremeinde voorwerpen uit de borstel. |
| Borstel te ver van het terrein. | Stel de hoogte van de wieljtes af. | |
| 6. Tractie werkdt nicht | Commandokabel voor inschakeling tractie nicht correct afgesteld. | Contacteer het geauthoriserde dienstcentrum. |
Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
INNHOLD
Echipamente individuale de protectie (EIP)
- Nuutilizati masina de maturat fara a purta imbracaminte corespunzatoare.
- Purtaì incalṭāminte care permite o buna aderentă pe suprafete alunecoase.
- Puratai intotdeauna ochelari de protectie sau o viziera in tampul utilzarii, intretinerii sau reparatilor. In tampul functionarii, masinile motorizate ar putea proiecta corpuri straine in ochi.
- Purtati cesti antifonice.
Zona de lucru / Maquina
-
Verificati cu atentie zona de curatati si indepartati eventualele corpuri straine evidente. De exemplu, presuri de usa, glisiere, mese, cabluri etc.
-
Inainte de a porni motorul, asiguratii-vacà ati deconnectat toate butoanele care actioneaza organele in miscare.
Motoare cu combustie: carburant
PERICOL! Purtati ochelari de protectie.

PERICOL! Motoarele degajeazamonoxid de carbon. NU pornitimasina intr-un spatiurchis.

PERICOL! Carburantul este inflamabil siexploziv. Stingeti motorul si lasati-sa se raceasca inainte de a face plinul.

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandeldeig den gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het autoursrecht - Elke Niet-gaeutoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeelijike, van het document is verboden.