SWS 600 G - Sneeuwblazer STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SWS 600 G STIGA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SWS 600 G - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SWS 600 G van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING SWS 600 G STIGA
Ruimer - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” hebben betrekking op de zithouding van de bestuurder.
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: “Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg "(afb. 2.C)”. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf “2.1 Training” is een ondertitel van LET OP!: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften.
2.4 Onderhoud, stalling en vervoer ............. 3
6.1 Voorafgaande werkzaamheden ............. 7
7.8 Moeren en schroeven voor bevestiging 11
“2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: “hfdst. 2” of “par. 2.1”.
Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
- Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die een negatieve invloed kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
- Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- Gebruik de sneeuwruimer niet zonder geschikte kledij te dragen.
- Draag schoenen die een goede stabiliteit toestaan op gladde oppervlaktes.
- Draag steeds een bril of een vizier tijdens het gebruik, tijdens het onderhoud of tijdens de herstellingen. De werking van aangedreven machines kan vreemde voorwerpen in de ogen doen schieten.
- Gebruik geluiddempende gehoorbescherming. Werkzone / Machine
- Controleer de zone die gereinigd moet worden zorgvuldig en verwijder eventuele duidelijk zichtbare vreemde voorwerpen. Bijvoorbeeld deurmatten, sleeën, planken, draden, enz.
- Controleer of alle commando's die bewegende organen in werking zetten, uitgeschakeld zijn vooraleer de motor op te starten. Benzinemotoren: brandstof
- Waarschuwing: de brandstof is zeer ontvlambaar. Voorzichtig hanteren!
- Bewaar de benzine steeds in geschikte houders.
- Vul enkel benzine bij met een vultrechter en in open lucht; rook niet tijdens deze handelingen.
- Draai de dop van het reservoir en van de houders van de brandstof goed dicht.
- Zorg ervoor dat de brandstof niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds nieuwe kleren aan vooraleer de motor op te starten.
- Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontplong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen kunnen vonken veroorzaken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
- Schakel de motor niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen kunnen vormen. De machine dient altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte gestart te worden! Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig zijn!
- Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid reinigen.
- Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene staan.
- Let bijzonder goed op wanneer de machine gebruikt wordt op grindwegen, voetpaden en straten of wanneer men deze oversteekt. Let op verborgen gevaren.NL - 3
- Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt. Gedrag
- Richt de sneeuwruimer niet tegen de wind in, of in de richting van personen, dieren, voertuigen, woningen of wat dan ook schade kan ondergaan omwille van het weggeruimde materiaal. Laat niemand voor de machine stilstaan.
- Gebruik de machine nooit nabij omheiningen, auto's, vensters, glazen hekken, enz. zonder de richting van de borstel degelijk afgesteld te hebben.
- Houd handen en voeten op afstand van de roterende organen. Houd de beschermende carter van de borstel steeds schoon .
- Indien de machine tegen vreemde voorwerpen stoot of abnormale geluiden maakt, schakel dan de motor uit, wacht tot de bewegende delen stil staan en controleer aandachtig de machine om na te gaan of er geen schade is. Trillingen wijzen over het algemeen op een probleem. Herstel eventuele schade alvorens de machine opnieuw te gebruiken.
- Vooraleer zich van de machine te verwijderen, moet men de motor uitzetten en alle commando's uitschakelen.
- Vooraleer herstellingen, reinigingen, inspecties, afstellingen uit te voeren, moet men de motor uitschakelen en wachten tot de bewegende delen stil staan (tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven in de instructies). Ontkoppel de kabels van de elektrische motor. (Optie)
- Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.
- Gebruik de machine niet op gladde oppervlakte aan hoge transportsnelheden. Let op wanneer u achteruit rijdt. Kijk achteruit voor en na het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
- Schakel de borstel uit wanneer de machine vervoerd of niet gebruikt wordt.
- Verzeker u er steeds van dat u een goed evenwicht hebt en het handvat stevig vast hebt. Stap, loop nooit. Beperkingen voor het gebruik
- Gebruik de machine nooit dwars op een helling. Ga steeds van boven naar beneden, en vervolgens van beneden naar boven. Wees voorzichtig wanneer u van richting verandert op een helling. Vermijd steile hellingen.
- Gebruik de machine niet indien de beschermingen onvoldoende zijn of indien de veiligheidsinrichtingen niet correct geplaatst zijn.
- De veiligheidsinrichtingen niet uitschakelen of schenden.
- Wijzig de afstellingen van de motor niet, en overbelast hem niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werkt, verhoogt het risico op persoonlijke letsels.
- Overbelast de machine niet door ze aan een tè hoge snelheid te laten werken.
- Steek de handen niet in de beschermende carter van de borstel zonder eerst de motor uitgezet te hebben en gewacht te hebben tot de bewegende delen stil staan.
2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VERVOER
Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde onderdelen beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk gesteld worden. Onderhoud
- Indien het reservoir geledigd moet worden, moet dit aan de open lucht en bij koude motor gebeuren.
- Om het risico op brand te verminderen, moet men regelmatig controleren of er geen lekken van olie en/of brandstof zijn. Stalling
- Laat geen brandstof in het reservoir wanneer de machine opgeborgen wordt in een gebouw waar de dampen van de brandstof in contact kunnen komen met vrije vlammen, vonken of hittebronnen.
- Laat de motor afkoelen alvorens de machine in een gesloten ruimte op te bergen.
- Lees steeds de gebruiksaanwijzingen voor belangrijke details indien de machine gedurende een lange periode bewaard moet worden. Vervoer
- Indien de machine op een vrachtwagen of een aanhangwagen vervoerd moet worden, dient men opritten met geschikte weerstand, breedte en lengte te gebruiken.
- Laad de machine met de motor uitgeschakeld, en duw ze op de oprit, met behulp van een geschikt aantal personen.
- Sluit de brandstofkraan (indien voorzien) tijdens het transport en verzeker de machine degelijk aan het transportmiddel met kabels of kettingen.NL - 4
2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren.
- Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, lters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.
Deze machine is een ruimer. De machine is voorzien van een borstel, beschermd door een carter, die het materiaal frontaal wegruimt. De borstel wordt aangedreven door de motor die ook de tractie aan de machine geeft. De machine wordt bediend aan de hand van de bedieningsknoppen op het instrumentenpaneel. De bediener kan de machine bedienen en de belangrijkste commando's inschakelen terwijl hij steeds rechtop blijft staan, op de bedieningsplaats, achter de machine.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het ruimen, verwijderen en wegschieten van afval van voetpaden, tuinen, opritten en andere oppervlaktes op het niveau van de grond. De sneeuwruimer mag enkel gebruikt worden om materiaal zoals bladeren, sneeuw, gruis, kiezel en kleine afval weg te ruimen.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):
- De machine gebruiken op oppervlaktes boven het niveau van de grond, zoals daken van woningen, garages, veranda's of gebouwen.
- Ladingen trekken of duwen
- Kinderen of andere passagiers te vervoeren. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor een "amateuriëel gebruik". BELANGRIJK De machine mag steeds slechts door een enkele bediener gebruikt worden.
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (afb. 4 ). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: LET OP! LET OP! Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken. GEVAAR! Wegschietende voorwerpen. De borstel niet op omstanders of dieren richten. GEVAAR! Het werkgebied vrij houden van personen, kinderen en dieren. GEVAAR! Houd handen en voeten op afstand van de draaiende delen. GEVAAR! Draag gehoorbescherming. GEVAAR! Draag een veiligheidsbril. GEVAAR! Bij de motoren komt koolmonoxide vrij. De machine NIET starten in gesloten ruimtes.NL - 5 GEVAAR! De brandstof is ontvlambaar en explosief. De motor uitzetten en laten afkoelen vooraleer benzine bij te vullen. GEVAAR! Risico op brand of ontplong. Niet roken, geen vrije vlammen of ontstekingsbronnen gebruiken. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.
3.3 IDENTIFICATIELABEL
Het identicatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb. 1 ):
Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatienamen die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product. BELANGRIJK Gebruik de identicatienamen bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats.
3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine bestaat hoofdzakelijk uit de volgende hoofdonderdelen (afb. 1 ): A. Frame B. Motor C. Reservoir brandstof D. Steel E. Instrumentenbord F. Beschermingscarter borstel G. Borstel H. Wieltjes
J. Haken voor het toebehoren K. Koplampen (optie) L. Stekker voor elektrische toevoer
Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies. Het uitpakken en de vervollediging van de montage moeten uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben. BELANGRIJK De machine wordt zonder motorolie en brandstof geleverd.
4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE
De verpakking bevat de onderdelen voor de montage(afb. 3 ) die in de volgende tabel vermeld zijn: Pos. Beschrijving Hoev. A Steel met staven en kabels reeds gemonteerd
B Schroeven voor bevestiging steel 4 C Moeren voor bevestiging steel 4 D Trechter 1 E Verlengbuis olie 1 F Sleutel voor demontage bougie 1 G Schroeven 1
1. Open de verpakking voorzichtig, let
erop geen onderdelen te verliezen.
2. Raadpleeg de documentatie in de doos,
inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
3. Haal alle onderdelen die niet
gemonteerd zijn uit de doos.
volgens de plaatselijke normen.
Haak het oog van de kabel vast (afb. 5 ). OPMERKING De kabels zijn reeds op het instrumentenbord gemonteerd.NL - 6
4.3 MONTAGE VAN DE STEEL
Bij de levering, is het instrumentenbord reeds aan de steel gemonteerd. De schroeven voor de montage van de steel op de machine, de schroeven voor bevestiging van de versnellingshendel en de schroeven voor de bevestiging van het commando voor de richting van de borstel worden in een afzonderlijke verpakking geleverd, die zich binnenin de verpakking van de machine bevindt. Ga als volgt te werk voor de montage:
1. Breng de twee uiteinden van de steel
nabij (afb. 6.A) de steun (afb. 6.B). Plaats de afstandhouders (afb. 6 C) en lijn ze uit ten opzichte van de gaten, rekening houdende met de correcte doorsnede (kleine gleuf naar buiten, grotere gleuf naar buiten).
2. Plaats de schroeven en de bouten
1. Draai ieder handvat vast in de schroefstaaf
van de versnellingshendel (afb. 9.A) en in de schroefstaaf van de hendel voor het richten van de borstel (afb. 9.B).
2. Sluit de bevestigingsbout af.
4.4 MONTAGE VERSNELLINGSBAK
1. Haal het rondsel (afb. 7.B) en de splitpen
(afb. 7.C) die voordien geassembleerd werden uit het scharnier (afb. 7.A).
2. Plaats het scharnier (afb. 7.A) van het
commando van de versnelling in de opening van de hendel (afb. 7.D) om deze aan de aandrijving te verbinden.
3. Bevestig het rondsel (afb. 7.B)
1. Haal de voordien geassembleerde moer
(afb. 8.B) uit het scharnier (afb. 8.A) van het commando voor de richting van de borstel.
2. Plaats het scharnier (afb. 8.A) van het
stopt en kan niet opgestart worden.
Stelt het aantal toeren van de motor af. De op het plaatje aangegeven posities stemmen overeen met (afb. 10.B):
1. Vol toerental. Steeds te gebruiken
bij het opstarten van de motor en tijdens de werking.
2. Minimum. Te gebruiken wanneer
de motor warm genoeg is tijdens de parkeerfasen.
Dit wordt gebruikt om de motor koud op te starten. Het commando van de choke heeft twee standen (afb. 10.C): Links - De choke is ingeschakeld (voor koud starten). Rechts - De choke is uitgeschakeld (normale werking en warm starten).
Druk op het rubberen commando van de primer om brandstof in de zuigcollector van de carburator te spuiten, en zo het opstarten bij koude motor te vereenvoudigen (afb. 10.D).
- Wanneer dit losgelaten wordt, stopt de vooruitbeweging van de machine en keert de hendel automatisch terug naar zijn aanvankelijke positie.
- Als het commando voor voortbeweging samen met het commando van de borstel ingeschakeld wordt (afb. 9.C), blijft deze ingeschakeld ook nadat hij losgelaten wordt. Hij wordt enkel uitgeschakeld wanneer het commando van de borstel uitgeschakeld wordt (afb. 9.C) (voor vooringestelde machines).
- /6 standen voor de regeling van de vooruitversnelling
- 2 standen voor de regeling van de achteruitversnelling
5.10 HENDEL RICHTING BORSTEL
De richting van de borstel wordt afgesteld aan de hand van een hendel (afb. 9.B) die toestaat de borstel naar de gewenste richting te draaien. Beweeg de hendel vooruit of achteruit naar een van de 3 beschikbare posities om de borstel te doen hellen.
- Hendel vooruit = 15° naar rechts.
- Hendel in het midden = 0° geen helling.
- Koplampen aan = schakelaar op stand I.
6. GEBRUIK VAN DE MACHINE
BELANGRIJK De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden tijdens het gebruik van de machine zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Vooraleer de machine te gebruiken, moet men de aanwezigheid van brandstof en het oliepeil controleren. Voor de werkwijzen en de voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van brandstof en olie (zie par. 7.2 en par. 7.3). De wieltjes dienen om de afstand van de borstel ten opzichte van het terrein te regelen, om de borstel niet te beschadigen. Vooraleer de machine te gebruiken, moet men de wieltjes op de volgende wijze afstellen:
1. Haak de beveiliging los (afb. 11.A).
2. Verwijder de pin (afb. 11.B).
3. Breng de wieltjes omhoog
/ omlaag (afb. 11.C).
4. Plaats de pin weer op zijn plaats.
5. Plaats de beveiliging weer op zijn plaats.
1. Draai de zijdelingse knop los (afb. 11.D).
Verzeker u ervan de inhoud ervan begrepen te hebben alvorens verder te gaan. Voer bovendien de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken.NL - 8
6.2.2 Test werking tractie en borstel
Actie Resultaat De machine opstarten (par. 6.3) De wielen en de borstel moeten stil blijven. Test werking tractie Druk op het commando voor voortbeweging (afb. 9.D). De wielen doen de machine vooruit gaan. Laat het commando voor voortbeweging los (afb. 9.D). De wielen stoppen. Test werking borstel Druk op het commando van de borstel (afb. 9.C). De borstel begint te draaien. Laat het commando van de borstel los. De borstel stopt Test werking borstel en wielen Houd het commando van de borstel ingedrukt (afb. 9.C), druk op het commando voor voortbeweging (afb. 9.D). De borstel draait en de wielen laten de machine vooruit gaan. Laat het commando voor voortbeweging los (afb. 9.D). De wielen stoppen en de borstel blijft draaien. Laat het commando van de borstel los (afb. 9.C). De borstel stopt Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabel, mag de machine niet gebruikt worden! Breng de machine naar een dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.
1. Plaats de contactschakelaar
1. Breng de versnellingshendel naar
het volle toerental (afb. 10.B).
BELANGRIJK Alvorens de machine te gebruiken, moet men enkele minuten wachten tot de olie opgewarmd is.
1. Breng de versnellingshendel naar
het volle toerental (afb. 10.B).
2. Controleer of de choke
uitgeschakeld is (afb. 10.C).
3. Start met het elektrisch of handmatig
commando (zie hierna). BELANGRIJK Druk niet op de primer bij warm starten.
6.3.3 Handmatig starten
Om de motor handmatig te starten, trek het handvat langzaam (afb. 10.E) naar buiten tot u een zekere weerstand voelt. Trek dan hard en vergezel het handvat bij het loslaten. Herhaal dit tot de motor start. OPMERKING Doe niet meer dan 3/4 pogingen om te vermijden de motor te blokkeren. Controleer de mogelijke redenen voor het mislukken van het starten in de "Tabel identicatie problemen".
6.3.4 Elektrisch starten
Verzeker u ervan dat het toevoersysteem voorzien is van een aarding en een aardlekschakelaar.
1. Steek de stekker van de toevoerkabel
(afb. 10.K) in een contactdoos van 230V.
eens de motor gestart is.NL - 9
- Regel de werking in functie van de baan en van de hoeveelheid te ruimen materiaal.
- Druk op het commando van de borstel (afb. 9.C) om de rotatie van de borstel in te schakelen.
- Druk op het commando voor voortbeweging (afb. 9.D) om de aandrijving in te schakelen. OPMERKING Gebruik de motor steeds bij vol toerental tijdens het gebruik van de machine.
De machine wordt gestuurd door ze in de gewenste richting te draaien.
- Stop de machine door het commando voor voortbeweging l (afb. 12.D) en het commando van de borstel (afb. 12.C) los te laten.
- Verplaats de schakelhendel naar de gewenste positie (afb. 12.A).
- Herneem de normale werking. BELANGRIJK Schakelen bij bewegende machine veroorzaakt schade aan het transmissiesysteem.
Om de machine te stoppen, laat men het commando van de borstel (afb. 9.C) en het commando voor voortbeweging (afb. 9.D) los. Om de machine uit te schakelen, plaats men de contactschakelaar op OFF (afb. 10.A). Tracht de machine niet uit te schakelen aan de hand van het commando van de choke. Dit zou de motor kunnen beschadigen. De motor kan onmiddellijk na het uitschakelen zeer warm zijn. Raak de knalpot of de delen ernaast niet aan. Gevaar op brandwonden.
6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK
Deze machine kan gebruikt worden om verschillende soorten materiaal te ruimen, en in verschillende werkruimtes te werken. Aanwijzingen voor alle soorten terrein
- Houd steeds een snelheid voor de voortbeweging en van de borstel aan die geschikt zijn voor de condities en de hoeveelheid weg te ruimen materiaal, en stel ze af zodat het materiaal op constante wijze weggeruimd wordt.
- Oefen niet teveel druk uit op de borstel. Voor een geschikte arbeid is een diepte van 5-10 cm van de borstel voldoende voor de meeste werken.
- Verminder het toerental van de motor alvorens deze te stoppen. Grote zones
- In geval van onregelmatig of grof terrein, moet men de vooruitbewegingssnelheid verminderen om te vermijden dat de borstel opspringt en beschadigd wordt.
- Ruimen betekent een centrale doorgang creeren, door de zone in 2 delen te verdelen, en vervolgens die andere zones te ruimen. Dit vermindert de werklast op de borstel. Sneeuw
- De sneeuw wordt eciënter verwijdert wanneer deze nog vers is. Ga nogmaals over reeds gereinigde zones om de sneeuwresten te verwijderen.
- Spuit de sneeuw, indien mogelijk, in de richting van de wind. Controleer de afstand en de richting van de weggeschoten sneeuw.
- Verminder het toerental van de motor alvorens deze te stoppen. Vuil en grind
- Om de hoeveelheid stof te verminderen dat opwaait tijdens het ruimen, moet men met een lage snelheid van de borstel werken. Indien mogelijk moet men bovendien bij voorkeur werken op vochtige of bewolkte dagen, of nadat het geregend heeft.
- In geval van grind, dient men de hoogte van de borstel af te stellen zodat de stenen net aangeraakt worden en niet weggeschoten worden, wat schade zou kunnen veroorzaken. Zware afval
- Verminder de snelheid van de beweging en werk zonder de hele werkbreedte van de machine te gebruiken.
- Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouten aan. Dek de machine niet af zolang de motor en de knalpot nog warm zijn.
BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens het onderhoud in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in par. 2.4. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Alle controles en werkzaamheden voor onderhoud moeten uitgevoerd worden bij stilstaande machine, en met de motor uitgeschakeld. Verwijder de sleutel en lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Draag geschikte kledij, handschoenen en bril vooraleer onderhoud uit te voeren.
- De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
- Het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letsels veroorzaakt door die producten.
- De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde dienstcentra en wederverkopers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.
7.2 BRANDSTOF BIJVULLEN
Om brandstof bij te vullen:
1. Draai de dop van het reservoir los
en verwijder hem (afb. 10.F).
2. Plaats de trechter (afb. 10.G).
3. Vul brandstof bij en verwijder
de trechter (afb. 10.G).
4. Schroef de dop van het benzinereservoir
na het bijvullen goed dicht en reinig eventuele lekken (afb. 10.F). OPMERKING Vul het benzinereservoir niet tot aan de rand. OPMERKING Gebruik enkel de brandstof die aangegeven is in de tabel van de technische gegevens. Gebruik geen andere soorten brandstof. Het gebruik van ecologische brandstof, zoals alkylaatbenzine, is toegestaan. De samenstelling van deze benzine heeft een kleinere impact op de personen en op de omgeving. Er werden geen negatieve gevolgen gemeld voortkomend uit het gebruik ervan. Er zijn ook soorten alkylaatbenzine in de handel verkrijgbaar waarvoor men geen nauwkeurige gebruiksaanwijzingen kan geven. Voor meer informatie, raadt men aan de instructies en gegevens te raadplegen van de fabrikant van de alkylaatbenzine. OPMERKING Benzine is onderhevig aan bederf en mag niet langer dan 30 dagen in het reservoir blijven. Alvorens de machine gedurende een lange tijd op te bergen, dient men een voldoende hoeveelheid brandstof in het reservoir te laden om het laatste gebruik teneinde te kunnen brengen (hfdst. 8).
7.3 CONTROLE / BIJVULLEN MOTOROLIE
Controleer het oliepeil vòòr ieder gebruik. OPMERKING De machine wordt aan de gebruiker geleverd zonder motorolie.
7.3.1 Controle / bijvullen
- Reinig rondom de staaf. Draai de staaf los en haal ze eruit. Reinig de staaf (afb. 10.H).
- Steek de staaf helemaal in het reservoir zonder ze vast te draaien.
- Haal de staaf er opnieuw uit. Controleer het oliepeil.
- Vul brandstof bij met behulp van de verlengbuis (afb. 3.E), indien het peil onder het teken “MAX” is (afb. 12)
- Voor de correcte vervangingsprocedure zie par. 7.3.2NL - 11 Vul niet teveel olie bij, dit zou kunnen leiden tot oververhitting van de motor. Indien het peil over het niveau "MAX" komt, moet men tot aan het juiste peil draineren. OPMERKING Voor het soort te gebruiken olie, zie “Tabel technische gegevens”.
De motorolie kan zeer heet zijn indien ze onmiddellijk na het uitschakelen van de motor verwijderd wordt. Laat daarom de motor enkele minuten afkoelen alvorens de olie te verwijderen. Vervang de motorolie met de frequenties die aangegeven zijn in de "Tabel onderhoud". Vervang de olie vaker indien de motor in moeilijke omstandigheden moet werken. Ga als volgt te werk:
1. Plaats de machine op een
2. Plaats een opvanghouder onder de aaatpijp.
3. Verwijder de vuldop (afb. 10.H).
4. Verwijder de aaatdop (afb. 10.I).
5. Vang de olie op in de houder.
8. Vul met nieuwe olie. Voor de hoeveelheid
olie, zie “Tabel technische gegevens”.
9. Bij iedere bijvulling, start de motor en laat
en controleer opnieuw het oliepeil. Indien nodig, zie ook “controle/bijvullen” (par. 7.3.1). BELANGRIJK Dien de olie in voor verwerking volgens de plaatselijke normen.
Voer de reiniging uit bij stilstaande machine. Tracht eventueel vastgeklemd materiaal niet van de borstel te verwijderen zonder eerst:
- De commando's van de borstel en voor de vooruitbeweging losgelaten te hebben.
- de motor uitgeschakeld te hebben. Reinig de machine steeds na gebruik. Neem de volgende instructies in acht bij het reinigen:
- Na de reiniging met water, de machine en de borstel opstarten om het water te verwijderen dat anders in de lagers zou kunnen doordringen en daar schade zou kunnen veroorzaken. BELANGRIJK Gebruik nooit hogedrukwaterstralen. Die zouden de elektrische onderdelen beschadigen.
Voor werkzaamheden aan de bougie, moet men zich tot een Wederverkoper of een geautoriseerd Dienstcentrum richten. Raadpleeg de tabel onderhoud en de tabel identicatie problemen voor ingrepen aan de bougie.
De carburator is afgesteld door de fabrikant. Raadpleeg de tabel identicatie problemen om na te gaan wanneer men op de carburator moet ingrijpen (hfdst. 12).
verwijder de lter (afb. 13.D).
ondergaan heeft, anders moet hij vervangen worden.
- Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt.
Wanneer de machine gedurende meer dan 30 dagen opgeborgen moet worden:
1. Ververs de motorolie indien dit niet reeds
in de laatste drie maanden gedaan werd.
schade vertoont. Voer eventueel de nodige herstellingen uit.NL - 12
4. Indien de verf beschadigd is, moet men
bijverven om roestvorming te voorkomen.
5. Bescherm de metalen oppervlaktes
die aan roest blootgesteld zijn.
6. Berg de machine op in een gesloten
ruimte, indien mogelijk.
7. Plaats geen zware lasten op de borstel
Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
- Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd, het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
- Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.
De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:
- Onjuist of niet toegestaan gebruik en montage
- Gebruik van niet originele wisselstukken.
- Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
- Motoren. Deze zijn gedekt door de garantie van de fabrikant van de motor volgens de aangegeven termijnen en condities. De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De rechten van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.
Ingreep Frequentie Paragraaf Eerste keer Vervolgens om de MACHINE Controle van alle bevestigingen - Voor eender welk gebruik 7.7 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's - Voor eender welk gebruik 6.2 Algemene reiniging en controle - Aan het einde van ieder gebruik
MOTOR Reiniging van de bougie - 25 uren / na ieder seizoen *** *** Ingrepen die uitgevoerd moeten worden door Uw Wederverkoper of door een geautoriseerd DienstcentrumNL - 13 Ingreep Frequentie Paragraaf Eerste keer Vervolgens om de Vervanging bougie - 100 uren / na ieder seizoen *** Controle/bijvullen peil motorolie - 5 uren / na ieder gebruik 7.3.1 Vervanging motorolie 5 uren 50 uren / na ieder seizoen 7.3.2 Reiniging lter water carburator - 10 uren / na ieder gebruik 7.4 *** Ingrepen die uitgevoerd moeten worden door Uw Wederverkoper of door een geautoriseerd Dienstcentrum
Contactschakelaar in stand OFF Plaats de contactschakelaar op ON. Gebrek aan brandstof Vul het reservoir met schone en reine brandstof Choke uitgeschakeld Schakel de choke in. Primer niet ingedrukt Druk de primer in Motor verstopt Wacht enkele minuten alvorens op te starten Druk niet op de primer en schakel de choke uit Bougie beschadigd Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Oude brandstof Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Water in de brandstof Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.
2. Verlies aan vermogen
Wegschieten van teveel materiaal Verminder de snelheid Dop reservoir brandstof vuil of bedekt met ijs of sneeuw. Verwijder het vuil, het ijs of de sneeuw van op en rond de dop van het reservoir.
3. Motor draait aan het
minimum en werkt onregelmatig De choke is ingeschakeld Schakel de choke uit. Oude brandstof Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Water in de brandstof Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Carburator moet vervangen worden Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum.
4. Overdreven trillingen
Losse delen of borstel beschadigd. Klem alle bevestigingsinrichtingen vast. Vervang de beschadigde delen nabij een geautoriseerd Dienstcentrum. Niet correct geplaatste steel. Verzeker u ervan dat de steel op zijn plaats is.
5. Verlies of vertraging
bij wegschieten van het materiaal. Borstel verklemd. Verwijder eventuele afval of vreemde voorwerpen uit de borstel. Borstel te ver van het terrein. Stel de hoogte van de wieltjes af.
6. Tractie werkt niet
Commandokabel voor inschakeling tractie niet correct afgesteld. Contacteer het geautoriseerde dienstcentrum. Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.NO - 1
n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL ( Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)
2. Verklaart onder zijn eigen
verantwoordelijkheid dat de machine: Ruimer a) Type / Basismodel c) Serienummer d) benzinemotor
3. Voldoet aan de specificaties van de
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde
normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen
i) Netto geïnstalleerd vermogen
n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES ( Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)
Notice-Facile