ST 5266 P TRAC - Sneeuwblazer STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 5266 P TRAC STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ST 5266 P TRAC STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 5266 P TRAC - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 5266 P TRAC van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING ST 5266 P TRAC STIGA
LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

Handfort snolslynge - INSTRUKSSJONSBOK
ADVARSEL: les dette braksanvisingen none for du bruker maskinen.

Ja jebkurs no rezultatiem atskirsies
no turpmak piedavatajas tabulas esosas informacijas, masinu nedrikst izmantot! Nogadajiet masinu servisa centra, lait o parbauditu un salabotu.
- ALGEMEEN 1
- VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.. 2
2.4 Onderhoud, stalling en vervoer 3
3.LEER DE MACHINE KENNEN 4
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik 4
3.2 Veiligheidssignalen 4
3.3 Identificatielabel 5
3.4 Belangrijkste onderdelen 5 - MONTAGE 5
4.1 Onderdelen voor de montage 6
4.2 Montage commandokabels voortbeweging en toevoerschroef 6
4.3 Montage van de steel 6
4.4 Montage versnellingsbak 6
4.5 Montage glijvlak 7
4.6 Montage verlengstuk toevoerschroef (ST 767 H)
4.7 Nivelleringssloffen 7 - BEDIENINGSELEMENTEN.. 7
5.1 Contactsleutel 7
5.2 Brandstofkraan 8
5.3 Commando versnelling 8
5.4 Commando choke 8
5.5 Primer 8
5.6 Handvat voor handmatige start 8
5.7 Commando voor elektrische start 8
5.8 Commando voortbeweging 8
5.9 Hendel van het stuur 8
5.10 Commando toevoerschroef 8
5.11 Versnellingshendel 9
5.12 Orientatie glijvlak en deflector (versie draaiknop) 9
5.13 Elektrische orientatie glijvlak en deflector (versie drukknoppen) 9
5.14 Schakelaars koplampen en verwarming handvat (optie) 9
5.15 Hefpedaal 9 - GEBRUIK VAN DE MACHINE 9
6.1 Voorafgaande werkzaamheden 9
6.2 Veiligheidscontroles 10
6.3 Start /werk 10
6.4 Stoppen 11
6.5 Suggesties voor het gebruik 12
6.6 Na het gebruik 12 - ONDERHOUD 12
7.1 Algemeen 12
7.2 Brandstof bijvullen 12
7.3 Controle / bijvullen motorolie 13
7.4 Reiniging 13
7.5 Bougie. 13
7.6 Carburator 13
7.7 Moeren en schroeven voor bevestiging 14
7.8 As van de toevoerschroef 14
8. STALLING 14
9. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN 14
10.GARANTIEDEKKING 14
11. TABEL ONDERHOUD 15
12. IDENTIFICATIE PROBLEMEN 15
1. ALGEMEEN
1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werkking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:
OPMERKING OF BELANGRIJK verstrekt
nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade verooorzaakt worden.
Het symbol wijst op een gevaar.
Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.
De paragrafen die aangegeven zijn met een grije stippen-board wijzen op optionele kenmerken die nicht aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreiben worden. Controller of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.
De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.
1.2 REFERENCES
1.2.1 Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen..., genummerd 1, 2, 3 enz.
De onderdelen die op de afbeeldingen waar aan geveen, waar gekentekend met de letters A, B, C enz.
Een verwijzingaar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: "Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg"(Afb.2.C).
De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen können wijzigten ten opzichte van wat aangegeven is.
1.2.2 Titels
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen aan titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreffend nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1".
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 TRAINING
Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken.
Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels verooorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die nicht vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd�k.
- Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed können hebben op zich reactievermogen en aandacht.
Denk eraan dat de personen die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvoorziene gebeurtenissen die personnes of hun eigendommen konnen overkommen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om der risico's, die het terrein waarop hij要去 werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigenveiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- Gebruik de sneeuwruimer nicht zonder geschikte kledij te dragen.
- Draag schoenen die een goede stabiliteit toestaan op gladde oppervlaktes.
- Draag steeds een bril of een vizierijdens het gebruik,ijdens het onderhoud ofijdens de herstellingen. De werkig van aangedreven machines kan vreme de voorwerpen in de ogen doein schieten.
- Gebruik geluideddempende gehoorbescherming.
Werkzone / Machine
- Controller de zone die gereinigd要去en zorgvuldig en verwijder eventuele duidelijk zichbare vreeimde voorwerpen. Bijvoorbeeld deurmatten, sleeën, planken, draden, enz.
- Controller of alle commando's die bewegende organen in werking zetten, uitgeschakeld zich vooraleer de motor op te starten.
Stel de hoogte van de beschermende carter van de toevoerschroef af om grind-of rotsachtige oppervlaktes te vegen.
Vooraleer aan te vangen sneeuw teruimen, moet men wachten tot de motor en de machine zich aan de externte temperatuur aangepast hebben.
Benzinemotoren: brandstof
- Waarschuwing: de brandstof is zeer ontvlambaar. Voorzichtig hanteren!
- Bewaar de benzine steeds in geschichte houlders.
Vul enkel benzine bij met een vultrechter en in open lucht; rook Nietijdens deze handelingen. - Vul de benzine bij vooraleer de motor aan te schakelen. Open de dop van het reservoir Niet en vul geen benzine bij wanner de motor aangeschakeld of nog warm is.
- Indien er brandstof lekt, mag men de motor nicht opstarten, maar要去 men de machine uit de zone halen waar de brandstof gelekt is en onmiddelijk alle sporen van brandstof van de machine of van het terrein reinigen.
- Draai de dop van het reservoir en van de houders van de brandstof goed zich.
Zorg ervoor dat de brandstof Niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds neue wleren aan vooraleer de motor op te starten.
- Gebruik de machine Niet in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof.
Schakel de motor Niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen hunnen vormen. De machine dient.altijd in de open lucht of in een goedGeVentileerde ruimte gestart te worden! Denk er.altijd aan dat de uitlaatgassen giftig+zijn!
Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid reinigen.
- Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
- Let bijzonder goed op wanner de machine gezruikt worden op grindwegen, voetpaden en straten of wanner men deze oversteekt. Let op verborgen gevaren.
- Let goed op het verkeer, wanner de machine zicht bij de staat gebruikt worden.
Gedrag
- Richt de opening van het uitlaatglijvlak Niet gegen de wind in, of in de richting van Personen, dieren, voertuigen, woningen of iets dergelijks dat schade kan ondergaan door de sneeuw of door de onder de sneeuw verborgen voorwerpen. Laat niemand voor de machine stilstaan.
- Gebruik de sneeuwruimer nooit nabij omheiningen, auto's, vensters, glazen hekken, enz. zonder de deflector van het uitlaatglijvlak degelijk afgesteld te hebben.
- Houd handen en voeten op afstand van de roterende organen. Blijf steeds op afstand van de opening van het glijvlak van de sneeuw. Houd het glijvlak steeds schoon.
-
Indien de sneeuwruimer gegen vremeinde voorwerpen stoot of abnormale geluiden maakt, schakel dan de motor uit, verwijder de sleutel, wacht tot de bewegende delen stil staan en controllerer aandachtig de machine om na te gaan of er geen schade is. Trillingen wijzen over het algemeen op een probleem. Herstel eventuele schade alvorens de machine opnieuw te gebruiken.
Vooraleer van de machine weg te gaan, dient men alle commando's uit te schakelen en de contactsleutel uit zich zitting op de machine te halen.
Vooraleer herstellingen, reinigingen, inspections, afstellingen uit te voeren,要去 men de motor uitschakelen, de sleutel verwijderen en wachten tot de bewegende delen stil staan (tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven in de instructies). Ontkoppel de kabels van de elektrische motor. (Optie) -
Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.
- Gebruik de machine Niet op gladde oppervlakte aan hoge transportsnelheden. Let op wonneer u awhileuit rijdt. Kijk awhileuit voor en na het awhileuit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.
- Schakel de toevoerschroefuit wanner demachinemveroerd of Niet gebruikt worden.
- Verzeker u er steeds van dat u een goed evenwicht hebt en het handvat stevig vast hebt. Stap, loop nooit.
Beperkingen voor het gebruik
- Gebruik de machine nooit dwars op een helling. Ga steeds van bovenaar beneden, en verrolgens van benedenaar boven. Wees voorzichtig wanner u vanrichting verandert op een helling.Vermijd steile hellingen.
- Gebruik de machine nicht indien de beschermingen onvoldoende zich in of indien de veiligheidsinrichtingen nicht correct geplaatst zich.
- De veiligheidsinrichtingen nicht uitschakelen of schenden.
- Wijzig de afstellingen van de motor Niet, en overbelast hem Niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werkt, verhoegt het risico op persoonlijke letsels.
Overbelast de machine Niet door ze aan een te hoge snelheid te lately werken. - Steek de handen nooit in de aflaat of in de toevoerschroef zonder eerst de motor uitgeschakeld te hebben en de sleutel verwijderd te hebben.
2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VEROVER
Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine.
De defecte of beschadigde onderdelen要去en verrangen en Niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van Niet originele en/of Niet goed gemonteerde onderdelen beinvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoortiet aansprakelijk gesteld worden.
Onderhoud
- Indien het reservoir geledigd要去en, moet dit aan de open lucht en bij koude motor gebeuren.
- Om het risico op brand te verminderen,要去 men regelmatig controleren of ergenlekken van olie en/of brandstof zich.
Stalling
- Laat geen brandstof in het reservoir wonneer de machine opgeborgen worden in een gebouw waar de dampen van de brandstof in contact hunken komen met vrije vlammen, vonden of hittebronnen.
- Laat de motor afkoelen alvorens de sneeuwruimer in een gesloten ruimte op te bergen.
- Lees steeds de gebruiksaanwijzingen voor belangrijke details indien de sneeuwruimer gedurende een langeperiode bewaard moet worden.
Vervoer
- Indien de machine op een vrachtwagen of een aanhangwagen vervoerd moet worden, dient men opritten met geschikte waarstand, bredte en lenghte te gebruiken.
- Laad de machine met de motor uitgeschakeld, en duw ze op de oprit, met behulp van een geschikt anteI整个人en.
- Sluit de brandstofkraan (indien voorzien)ijdens het transport en verzeker de machine degelijk aan het transportmiddel met kabels of hettingen.
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren.
- Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu hintergelaten worden maar要去 waar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijkne normen.
3. LEER DE MACHINE KENNEN
3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUK
Deze machine is een sneeuwruimer
De machine is voorzien van een laadschroef, beschermd door een carter, die de sneeuw
haar een glijvlak duwt. De toevoerschroef
wordt aangedreven door de motor die
ook de tractie aan de machine geeft.
De machine worden bediend aan de hand van de
bedieningsknoppen op het instrumentenpaneel.
De bediener kan de machine bedieren en
de belangrijkste commando's inschaken
terwijl hij steeds rechtop blijft staan, op de
bedieningsplaats, achefter de machine.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het ruimen, verwijderen enwegschemieten van sneeuw van voetpen, tuinen, opritten en andere oppervlaktes op het niveau van de grond. De sneeuwruimer mag enkel gebruikt worden om sneeuw te verwijderen.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan Personen en/of zaken. De volgende situatuies behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar nicht uitsluitend):
- De machine gebruiken op oppervlaktes boven het niveau van de grond, zoals daken van woningen, garages, veranda's of gebouwen.
- De toevoerschroef in werkung zetten bij aanwezigheid van andere elementen dan sneeuw (bijvoorbeeld aarde, gras, stenen, enz.).
Ladingen trekken of duwen; - Kinderen of andere passagiers te vervoeren.
BELANGRIJK Het onjuist gebruik
brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of andereen oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieren. Ze is bestemd voor een "amateurieel gebruik".
BELANGRIJK De machine mag
steeds slechts door een enkele bediener gebruikt worden.
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (afb. 4). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet
aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:
LET OP!


LET OP! Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken.


GEVAAR! Houd handen en voeten op afstand van de draaiende delen.


GEVAAR! Wegscheidende voorwerpen. De sneeuwuitlaat Niet op omstanders of dierenRCTen.
GEVAAR! Draaiende rotor. Blijf steeds op afstand van de uitlaatopening voor de sneeuw.

GEVAAR! Het werkgebied vrij houden van Personen, kinderen en dieren.

LET OP! Verwijder de sleutel en lees de aanwijzingen voor eender welke onderhoudswerkzaamheid of reparatie te verrichten.

GEVAAR! Verboden handen in het uitlaatkanaal te steken wanner de toevoerschroef in beweging is. Stop de motor alvorens het uitlaatglijvlak verstoet geraakt.

GEVAAR! Houd u op afstand van de hete oppervlakken.

GEVAAR! Bij de motoren komt koolmonoxide vrij. De machine NIET starten in gesloten ruimtes.

GEVAAR! De brandstof is ontvlambaar en explosief. Verwijder de contactsleutel en LAST de motor afkoelen alvorens brandstof bij te vullen.

GEVAAR! Risico op brand of ontploffing. Niet roken, geen vrije vlammen of ontstekingsbronnen gebruiken.

GEVAAR! Draag gehoorbescheming.

GEVAAR! Draag een veiligheidsbril.
BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten verrangen worden. Vraag neue labels aan uw eigen geauthoriseerd Dienstcentrum.
3.3 IDENTIFICATIELABEL
Het identificatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb. 1):
- Adres van de fabrikant
- Machinetype
- Geluidsniveau
- CE-overeenstemmingskenteken
- Toerental van de motor
- Vermogen motor
- Cylinderinhoud motor
- Bouwmaand/jaar
- Serienummer
- Artikelcode
Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.
BELANGRIJK Gebruik de
identificatienamen die aangegeven zich op het identificatielabel van het product.
BELANGRIJK Gebruik de
identificatienamen bij)ieder contact met de geautoriseerde werkplaats.
3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine bestaat hoofdzakelijkuit de volgende hoofdonderdelen (afb.1):
A. Frame
B. Instrumentenbord
C.Motor
D. Reservoir brandstof
E. Stekker voor elektrische toevoer
F. Handvat voor handmatige start
G. Deflector
H. Uitlaatglijvlak
I. Schoep
J. Beschermingscarter toevoerschroef
K. Toevoerschroef
L. Nivelleringssloffen
M. Koplampen (optie)
N. Wielen/Riemen
O. Verlengstuk toevoerschroef (Optie)
4. MONTAGE
Om vervoers- en opsgredenen worden sommige onderdelen van machine nicht direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.
Het uitpakken en de verwollediging van de montage要去en uitgevoerd worden op een vlikke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine Niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.
BELANGRIJK De machine worden zonder motorolie en brandstof geleverd.
4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE
De verpakking bevat de onderdelen voor de montage (afb. 3) die in de volgende tabel vermeldন:
| ST 526 S, ST 625, ST 665, ST 665 T, ST 726 T | ||
| Pos. Beschrijving Hoev. | ||
| A Versnellingsbak 1 | ||
| B Bevestigingsschroeven versnellingsbak - | ||
| C Afstandhoulders met schroeven voor bevestiging steel | 2 | |
| D Handvat hendels versnelling enrichting deflector | 2 | |
| E Trechter 1 | ||
| F Veiligheidssleuteltje 1 | ||
| G Uitlaatglijvlak 1 | ||
| H Schroeven en zelfblokkerende moeren 3 + 3 | ||
| ST 767 H | ||
| Pos. | Beschrijving Hoev. | |
| A Versnellingsbak 1 | ||
| B Bevestigingsschroeven versnellingsbak - | ||
| C Afstandhoulders met schroeven voor bevestiging steel | 2 | |
| D Handgreep versnellingshendel 1 | ||
| E Trechter 1 | ||
| F Veiligheidssleuteltje 1 | ||
| G Uitlaatglijvlak 1 | ||
| H Schroeven en zelfblokkerende moeren 3 + 3 | ||
| I Verlangstuk toevoerschoef | 1 | |
| J | Bevestigingsschroeven verlangstuk toevoerschoef | 4 |
4.1.1 Uitpakken
- Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
- Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
- Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zijn uit de doos.
-
Haal de sneeuwruimeruitde doos.
-
Voer de doos en de verpakkingen af volgens deplaatselijke normen.
4.2 MONTAGE COMMANDOKABELS VOORTBEWEGING EN TOEVOERSCHROEF
Haak het oog van de kabel vast (afb. 5.A, afb. 5.B).
OPMERKING De kabels zich reeds op het instrumentenbord gemonteerd.
4.3 MONTAGE VAN DE STEEL
Bij de levering, is het instrumentenbord reeds aan de steel gemonteerd. De schroeven voor de montage van de steel op de machine, de schroeven voor bevestiging van het commando van de versnellingsbak, de schroeven voor bevestiging van het glijvlak en de handvaten van de hendel van de versnelling en van de hendel van de deflector worden in een aparte verpakking meegeleverd, in de verpakking van de machine. Ga als volgt te werk voor de montage:
- Breng de twee uiteinden van de steel nabij (afb. 6.A) de steun (afb. 6.B).
- Plaats de afstandhoulders (afb. 6 C) en lijn ze uit ten opzichte van de gaten, rekening houdende met de correcte doorsnede (kleine gleuf maar buiten, grotere gleuf maar buten).
- Plaats de schroeven, de rondsels en debouten in de gaten en blokkeer ze.
4.3.1 Montage van de handvaten van de hendels
Draai elk handvat vast in de schroefstaven van de hendels (afb. 7). Sluit de bevestigingsbout af.
4.4 MONTAGE VERSNELLINGSBAK
- Plaats het scharnier (afb. 8.A) van het commando van de versnelling in de opening van de hendel (afb. 8.B) om deze aan de aandrijving te verbinden en te bevestigen met de bout (afb. 8.C).
- Breng het bovenste deel (afb. 8.D) van het commando van de versnelling nabij de opening van het onderste deel van de hendel van de versnelling en bevestig het met de pin (afb. 8.E) en de splitbout (vooraf gemonteerd op de hendel van de versnelling) (afb. 8.F).
4.5 MONTAGE GLIJVLAK
- Plaats het glijvlak (afb. 9.A) op deflensverbinding (afb. 9.B) zodat
de openings aan de basis van het glijvlak overeenstemmen.
- Plaats de schroeven met de rondsels in de openingsen en bevestig ze (afb. 9.C).
4.5.1 Verbinding orientatiekabeluitlaatglijvlak
De orientatiekabel heeft als doel het uitlaatglijvlak aan het richthandwieltje op het instrumentenbord te verbinden, om zo het glijvlak in de gewenste richting te konnenRCTen.
- Plaats de kabel (afb. 9.D) en bevestig de ringmoer op het rotatiesystem van het glijvlak.
4.5.2 Montage orientatiekabel van de deflector (ST 526 S, ST 625, ST 665, ST 665 T, ST 726 T)
De orientatiekabel van de deflector heeft als doel de deflector van het glijvlak aan het commando op het instrumentenbord te verbinden, om dit zo omhoog / omlaag te brengen om het in de gewenste richting te konnenRCTEN.
- Steek het uiteinde van de richtdraad (afb. 10.C) in de pin (afb. 10.B).
- Steek de spiltspie in de pin en blokkeer ze (afb. 10.D).
- Steek de regelschroef (afb. 10.A) in de huizing (afb. 10.E) en sluit de moer (afb. 10.A).
- Leid de kabel door de kabelwartel van de oliedop en zorg ervoor dat u nicht in de buurt van de uitlaat komt.
4.5.3 Bevestiging connectoren orientatie van de deflector en van het glijvlak (ST 767 H)
Door de elektrische connectoren voor de orientatie van de deflector en van het glijvlak te verbinden, geeft men energie aan het systeme, waardoor het glijvlak in de gewensterichting gedraaid kan worden.
Bevestig de connectoren voor toevoer aan het instrumentenbord (afb. 11.A), van de orientatiekabel van de deflector (afb.11.B) en van het glijvlak (afb. 11.C) aan hun koppelingen. Steek de kabel door de draadleider (afb. 11.D) acheter de motor.
4.6 MONTAGE VERLENGTHUK TOEVOERSCHROEF (ST 767 H)
Het verlengstuk van de toevoerschroef staat toe een grotere hoeveelheid sneeuw in de toevoerschroef op te vangen, en zo het werk te optimaliseren en te versnellen.
- Plaats het verlengstuk van de toevoerschroef op het bovenste deel van de toevoerschroef, zoals aangegeven op de afbeeling (afb. 12.A).
- Plaats de schroeven en de boutein in de gaten en blokkeer ze (afb. 12.B).
4.7 NIVELLERINGSSLOFFEN
De sloffen dienen om de afstand van de toevoerschroef ten opzichte van het terrein te regelen, om de schroef Niet te beschadigen. De machine worden met 2 soorten sloffen geleverd:
- in metaal: deze要去en gebruikt worden wanner men op harde of onregelmatige terreinen werkt, die de sloffen zouden kuren beschadigen, zoals bijvoorbeeld asfalt of grindwegen (afb. 13.B).
- in kunststof: deutsche moeten gebruikt worden op zachtere terreinen, die de sloffen nicht beschadigen, zoalts tuinen of weggetjes (afb.13.C).
Voor montage:
- Draai de schroeven los (afb. 13.A). Breng de sloffen omhoog / omlaag (afb. 13.B, 13.C).
- De schroeven bevestigen.
Controleer of de sloffen aan beiden kanten op hetzelfde niveau afgesteld zich.
5. BEDIENINGSELEMENTEN
5.1 CONTACTSLEUTEL
Staat toe de motor te stoppen en te starten. De contactsleutel heeft twee standen (afb. 15.A):
- Sleutel verwijderd - OFF - de motor stocht en kan nicht opgestart worden.
- Sleutel in - ON - de motor kan opgestart en in dienst gezet worden.
BELANGRIJK De motor start nicht indien de veiligheidssleutel nicht volledig ingestoken is. Bij sommige modellen, moet de sleutel ook met de klok mee gedraaid worden om het opstarten möglich te make.
5.2 BRANDSTOFKRAAN
De opening van de brandstofkraan staat de verstrekkering van de brandstof(afb. 15.B).
- Tegen de wijzers van de klok in - open.
- Met de wijzers mee - gesloten.
5.3 COMMANDOVERSNELLING
Stelt het aantal toeren van de motor af.
De op hetplaatje aangegeven posities stemmen overeen met (afb. 15.C):


STOP
- Vol toerental. Steeds te gebruiken bij het opstarten van de motor en tijdens de werkinq.
- Minimum. Te gebruiken wanneer de motor warm genoeg isijdens de parkeerfasen.
- Stopstand (indien aanwezig). De machine stopt onmiddelijk.

- Tussenstand (indien aanwezig). Wonneer men de gashendel verplaatst maar haas / schildpad, kan men de snugheid verhogen / verlagen en de meest geschikte snugheid kiezen voor de werkbehoeften (hoge sneeuw, oneffen terrein, enz.).
5.4 COMMANDO CHoke
Dit worden gezruikt om de motor koud op te starten. Het commando van de choke heeft twee standen (afb. 15.D):

De choke is ingeschakeld (voor koud starten).

De choke is uitgeschakeld (normale Werking en warm starten).
5.5 PRIMER
Druk op het rubberen commando van de primer om brandstof in de zuigcollector van de carburator te spuiten, en zo het opstarten bij koude motor te vereenvoudigen (afb. 15.L).
5.6 HANDVAT VOOR HANDMATIGE START
Dit staat de handmatige start van de motor toe (afb. 15.H).
5.7 COMMANDO VOORELEKTRISCHE START
Dit staat de elektrische start van de motor toe (afb. 15.M) wonneer de machine verbonden is aan het elektrisch net met de stekker met drie polen, voorzien van aarding (afb. 15.G).
5.8 COMMANDO VOORTBEWEGING
Dit commando staat de voortbeweging van de machine toe.
- Breng het commando omlaag (afb. 14.D) tot dit gegen het handvat voor de voortbeweging komt.
- Laat het commando los om de voortbeweging van de machine te stoppen.
De hendel van het stuur opent een differentieel vergrendelsystem voor een gemakkelijkere besturing van de machine.

Om maar rechts te draaien, druk op de hendel (afb. 14.H) en richt de machine gelijktijdig maar rechts. Door op de machine te duwen, worden het rechterwiel of de rechterriem geblokkeerd en kan men maar rechts draaien.

Om maar links te draaien, druk op de hendel (afb. 14.l) en richt de machine gewelijkijdig�<|im_start|>
links. Door op de machine te duwen, wordt het linkerwiel of de linkerriem geblokkeerd en kan men�k links draaien.
OPMERKING Afdraaien zonder de hendel te gebruiken is moeilijker.
OPMERKING Afdraaien zonder de hendel te gebruiken, kan ervoor zorgen dat de rupsband wegslipt.
5.10 COMMANDTOEVOERSCHROEF
Dit commando schakelt de rotatie van de toevoerschroef in.
- Om de rotatie van de toevoerschroef in te schakelen, brengt men het commando omlaag (afb. 14.C) tot gegen het handvat.
- Indien enkel het commando van de toevoerschroef ingeschakeld worden, za de rotatie van de toevoerschroef stoppen wanner het commando losgelaten worden.
en zal het commando automatisch waar de oorspronkelijke stand terugkeren.
Als het commando van de toevoerschroef samen met het commando voor voortbeweging ingeschakeld worden, blijdt ze ingeschakeld ook nadat hij losgelaten worden. Hij worden enkeluitgeschakeld wanner het commando voor voortbeweging uitgeschakeld worden (afb. 14.D).
5.11 VERSNELLINGSHENDEL
De machine is voorzien van een versnellingsbak die ingeschakeld kan worden met een hendel (afb. 14.A):
- 6 standen voor de regeling van de vooruitversnelling
- 2 standen voor de regeling van dechteruitversnelling
5.12 ORIENTATIE GLIJVLAK EN DEFLECTOR (VERSIE DRAAIKNOP)
De rotatie van het uitlaatglijvlak worden geregold aan de hand van de knop die toestaat het uitlaatvlak van de sneeuw in de gewenste richting te orienteren.
- Verdraai het knopje (afb. 14.E) met de klok mee / gegen de klok in om het gijvlak te draaien. De bovenkant en de onderkant van de deflector worden bediend aan de hand van de hendel (afb. 14.B). Beweeg de hendel vooruit / awhileit om de deflector omlaag / omhoog te brengen.
Hendel helemaal vooruit = deflector laag.
Hendel helemaal acheteruit = deflector hoog.
5.13 ELEKTRISCHE ORIENTATIE GLIJVLAK EN DEFLECTOR (VERSIE DRUKKNOPPEN)
Dit staat toe de uitlaat van de sneeuw in de gewenste richting te orienteren.
- Druk de toets (afb. 14.L) vooruit en achteruit om de deflector te oriendenten (afb. 1.G).
- Duw de toets (afb. 14.M) maar rechts / links om het glijvlak te oriendenten (afb. 1.H).
Om de koplampen aan te zetten, brengt men de schakelaar maar stand I (afb. 14.F).
- Koplampen aan = schakelaar op stand I.
Om de verwarming van het handvat aan te schakelen, duwt men de schakelaar maar stand I (afb. 14.G).
- Verwarming aan = schakelaar op stand I.
5.15 HEFPEDAAL
Pedaal (afb. 16.A) voor de afstelling van de werkhoogte van de toevoerschroef.
- Pos. 1 - volledig opgetild. Dit worden gebrukt voor de verplaatsing van de machine.
- Pos. 2 - werk. De toevoerschroef worden wordt worden\ naar een tussenpositie verplaatst. Dit worden\ bij normale werkomstandigheden gezruikt.
- Pos. 3 - nabij de grond. De toevoerschroef is volledig omlaag en zich bij de grond. Het voorste deel van de riemen blijft opgetild ten opzichte van de grond. Dit worden gezruikt onder bijzondere omstandigheden (bijv. bevroren sneeuw).
Ga als volgt te werk om de hoogte van de toevoerschroef aan te passen:
- Houd met beiden handen geleideknoppen vast.
- Trap het pedaal in en hef / verlaag tegelijkkertijd de machine in functie van de in te stellen positie.
- Laat het pedaal los: de machine worden in de gekozen positie geblokkeerd.
6. GEBRUK VAN DE MACHINE
De veiligheidsnormen die in acht genomen要去en wordenijdens het gebruik van de machine zich beschreiben in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Vooraleer de machine te gebruiken,要去 men de aanwezigheid van brandstof en het oliepeil controleren. Voor de werkwijzen en de voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van brandstof en olie (zie par. 7.2 en par. 7.3).
Alvorens de machine te gebruiken, moet men de hoogte van de sloffen afstellen om de machine aan te passen aan de condities van het terrein (zie par. 4.7).
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Verzeker u ervan de inhoud ervan begrepente—hebben Alvorens verder te gaan. Voer bovendien de volgende veiligheidscontrolesuit en controllerer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen.
Voer steeds de veiligheidscontrolesuit vooraleer de machine te gebruiken.
6.2.1 Algemene controle
| Object Resultaat | |
| Brandstofsystemen verbindungen | Geen lekken |
| Elektrische kabels Isolatie | volledig intact Geen mechanische schade. |
| Oliecircuit Geen lekken | Geen schade. |
| Rijtest Geen abnormale trill | ngen. Geen abnormaal geluid. |
6.2.2 Test Werking tractie en toevoerschroef
| Actie Resultaat | |
| De machine opstarten (par. 6.3) | De wielen en de toevoerschroef要去en stil blijven. |
| Test werkung tractie | |
| Druk op het commando voor voortbeweging (afb. 14.D). | De wielen doe n de sneeuwruimer vooruit gaan. |
| Laat het commando voor voortbeweging los (afb. 14.D). | De wielen stoppen. |
| Test werkung toevoerschroef | |
| Druk op het commando van de toevoerschroef (afb. 14.C). | De toevoerschroef begint te draaien. |
| Laat het commando van de toevoerschroef los. | De toevoerschroef stopt |
| Test werkung toevoerschroef en wielen | |
| Houd het commando voor voortbeweging ingedrukt (afb. 14.D), druk op het commando van de toevoerschroef (afb. 14.C). | De wielen doe n de sneeuwruimer vooruit gaan en de toevoerschroef draait. |
| Actie Resultaat | |
| Laat het commando van de toevoerschroef los (afb. 14.C). | De wielen draaien en de toevoerschroef blijdt draaien. |
| Laat het commando voor voortbeweging los (afb. 14.D). | De wielen blokkeren en de toevoerschroef stopt. |
Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabel, mag de machine Niet gebrukt worden! Breng de machine waar een Dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.
6.3 START/WERK
- Open de brandstofkraan (afb. 15.B).
- Steek de veiligheidssleutel in en draai deze met de klok mee volgens de aanwijzingen (afb. 15.A).
6.3.1 Koud starten
- Breng de versnellingshendel aan het volle toerental (afb. 15.C).
- Schakel de choke in (afb. 15.D).
- Druk twee of drie maal op het commando van de primer (afb. 15.L). Verzeker u ervan dat de opening bedekt is door de vinger wanner u op het commando drukt.
- Start met het elektrisch (par. 6.3.4) of handmatig commando (par. 6.3.3).
- Schakel de choke uit (afb. 15.D).
BELANGRIJK Alvorens de machine te gebruiken, moet men enkele minuten wachtentotdeolieopgewarmedis.
6.3.2 Warm starten
- Breng de versnellingshendel maar het volle toerental (afb. 15.C).
- Controller of de chokeuitgeschakeld is (afb. 15.D).
- Start met het elektrisch of handmatig commando (zie hierna).
BELANGRIJK Druk Niet op deprimer bij warm starten.
6.3.3 Handmatig starten
Om de motor handmatig te starten, trek het handvat langzaam (afb. 15.H) maar buiten tot u een zekere waarstand voelt. Trek dan hard en vergezel het handvat bij het loslaten.
Herhaal dit tot de motor start.
OPMERKING Doe Niet meer dan 3/4 pogingen om te vermijden de motor te blokkeren. Controller de maybeke redenen voor het mistrukken van het starten in de "Tabel identificatie problemen".
Verzeker u ervan dat het toevoersystem voorzien is van een aarding en een aardlekschakelaar.
- Steek de stekker van de toevoerkabel (afb. 15.G) in een contactdoos van 230V.
- Druk op de startknop om de motor te starten.
- Haal de stekker uit de contactdoos eens de motor gestart is.
6.3.5 Bedrijf
Doe als volgt om met de machine te werken:
- Richt het gijvlak en de deflector met het waarvoor bestemde commando (afb. 1.G).
Voor een langere sneeuwstraal, richt de deflector maar boven. - Voor een kortere sneeuwstraal, richt de deflectoraarbeneden.
Regel de werkinq in functie van de baan en van de hoeveelheid sneeuw. - Druk op het commando van de toevoerschroef (afb. 14.C) om de rotatie van de toevoerschroef vooraan in te schakelen.
- Druk op het commando voor voortbeweging (afb. 14.D) om de aandrijving in te schakelen.
OPMERKING Gebruik de motor steeds bij vol toerental tijdens het gebruik van de machine.
6.3.6 Sturen
De sturing gebeurt in functie van het model van de sneeuwruimer.
ST 526 S, Door de machine waar de ST 625, gewenste richting te draaien.
ST665
De modellen met "diff-lock release" hebben een vereenvoudigd styursystem (zie tabel technische gegevens).
ST 665 T, Duw de hendels van het stuur maar ST 726 T, rechts of maar links (afb. 14.H, afb. ST 767 H 14.I) om maar rechts of-links te sturen.
6.3.7 Schakelen
De koppeling gebeurt in functie van het model van de sneeuwruimer.
ST 526 S, De machine要去 stilstaan
ST 625, om te schakelen.
ST 665, Ga als volgt te werk om te schakelen:
ST 665 T, Stop de machine, maar het commando voor voortbeweging I (afb. 14.D) en het commando van de toevoerschroef (afb. 14.C) los.
ST 726 T Verplaats de versnellingshendel (afb. 14.A) maar de gewenste stand. Herneem de normale werkung.
BELANGRIJK Schakelen bij bewegende machine veroorzaakt schade aan het transmissiesystem.
ST 767 H De koppeling moet bij bewegende machine uitgevoerd worden. Ga als volgt te werk om te schakelen:
- Verplaats de versnellingshendel tijdens de normale werkung maar de gewenste stand (afb. 14.A).
BELANGRIJK Koppelen bij stilstaande machine kan moeilijk zich.
6.4 STOPPEN
Om de machine te stoppen,That men het commando van de toevoerschroef (afb.14.C) en het commando voor voortbeweging (afb.14.D) los. Volg een van de volgende werkwijzen om de machine te stoppen:
- Verwijder of verdraai de veiligheidssleutel (afb. 15.A).
- Breng de versnellingshendel (afb. 15.C) maar de stopstand.
De brandstofkraan moet steeds gesloten zich wanner de machine Niet in werkig is.
De motor kan onmiddelijk na het uitschakelen zeer warm zijn. Raak de knalpot of de delen ernaat nicht aan. Gevaar op brandwonden.
BELANGRIJK Indien men zich van de machine moet verwijdenen, moet men steeds de veiligheidssleutel verwijdenen (afb. 15.A).
6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK
- De sneeuw worden efficienter verwijdert wonneer deze nog vers is. Ga nogmaals over reeds gereinigde zones om de sneeuwresten te verwijderen.
- Spuit de sneeuw, indien möglichk, in de richting van de wind. Controller de afstand en derichting van de weggeschoten sneeuw.
- Bij sterke wind, moet men de deflector omlaag brengen, om de geloste sneeuw maar het terrein terichten en zo de kans dat de wind de sneeuw maar nicht geschikte zones brengt, te verminderen.
- Na het werk, het werktuig enkele minutes aan latent staan om ijsvorming in de sneeuwuitlaat te voorkomen.
- Houd steeds een gpaste snelheid in functie van de condities van de sneeuw, en regel de snelheid zo dat de sneeuw gegelijkmatig weggeschoten worden.
- Verminder het toerental van de motor alvorens deze te stoppen.
6.6 NA HET GEBRUIK
- Reinig de machine (par. 7.4).
- Beweeg alle commando's meerderemalen voor-enachtenuit.
- Controller of de choke ingeschakeld is.
- Controller of er geen onderdelen los of beschadigd zich. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouteen aan.
Dek de machine nicht af zolang de motor en de knalpot nog warm+zijn.
7. ONDERHOUD
7.1 ALGEMEEN
BELANGRIJK De veiligheidsnormen dieijdens het onderhoud in alot genomen要去en worden, zich beschreiben in par. 2.4.
Alle controls en werkzaamheden voor onderhoud要去en uitgevoerd worden bij stilstaande machine, en met de motor uitgeschakeld. Verwijder de sleutel en lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten.
Draag geschichte kledij, handschoenen en bril vooraleer onderhoud uit te voeren.
- De frequentlyes en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te latent behouden. Hierin staan de voornaaamste ingrepen en deijdena waarop ze uitgevoerd要去en worden. Voer de desbetreffende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
- Het gebruik van Niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de verilgheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letselsveroorzaakt door die producten.
- De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde Dienstcentra en wederverkopers.
BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handleiding beschreiben,zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.
7.2 BRANDSTOF BIJVULLEN
Om brandstof bij te vullen:
- Draai de dop van het reservoir los (afb. 15.E) en verwijder hem.
- Plaats de trechter (afb. 15.l).
- Vul brandstof bij en verwijder de trechter (afb. 15.l).
- Schroef de dop van het brandstofreservoir na het bijvullen goed zich (afb. 15.E) en reinig eventuele lekken.
OPMERKING Vul het benzinereservoir.
niet tot aan de rand.
OPMERKING Gebruik enkel de brandstof die aangegeven is in de tabel van de technische gegevens. Gebruik geen andere soorten brandstof. Het gebruik van ecologische brandstof, zoals alkylaatbenzine, is toegestaan. De samenstelling van deze benzine heeft eenkleinere impact op de personen en op de omgeving. Er werden geen negatieve gevolgen gemeld voortkomend uit het gebruik ervan. Er zich ook soorten alkylaatbenzine in de handel verkrijgbaar waarvoor men geen nauwkeurige gebruiksaanwijzingen kan geben.Voor meer informatie,raadt men aan de instructies en gegevens te raadplegen van de fabrikant van de alkylaatbenzine.
OPMERKING Benzine is onderhevig aan bederf en mag Niet longer dan 30 dagen in het reservoir blijven. Alvorens de machine gedurende een langeijd op te bergen, dient men een voldoende hoeveelheid brandstof in
het reservoir te laden om het的那一 ste gebruik teneinde te kunnen brengen (hfdst. 8).
7.3 CONTROLE / BIJVULLEN MOTOROLIE

Controer het oliepeil
voor ieder gebruik.
OPMERKING De machine worden aan de gebruiker geleverd zonder motorolie.
7.3.1 Controle / bijvullen
Procedure:
- Zet de machine vlak voor de contrôle.
Maak schoon rond de dop (afb. 15.F). Draai de staaf los en haal ze eruit. Reinig de staaf. - Steek de staaf helemaal in het reservoir zonder ze vast te draaien.
Haal de staaf er opniew uit. Controleer het oliepeil. - Draai de vuldop van de olie los (afb. 15.K).
Vul bij, indien het peel lager is dan het teken "L" (afb. 17)
Voor de correcte verwangingsprocedure.
zie par.7.3.2
Vul nicht teveel olie bij, dit zou kuren leiden tot oververhitting van de motor. Indien het peil over het niveau "H" komt, moet men tot aan het juiste peil draineren.
OPMERKING Voor het soort te gebruiken olie,zie "Tabel technische gegevens".
7.3.2 Vervanging
De motorolie kan zeer heet+zijn indien ze onmiddelijk na het uitschakelen van de motor verwijderd worden. Laat.darom de motor enkele minuten afkoelen alvorens de olie te verwijderen.
Vervang de motorolie met de frequents die aangegeven zijn in de "Tabel onderhoud".
Vervang de olie vaker indien de motor in moeilijke omstandigheden moet werken.
Ga als volgt te werk:
- Plaats de machine op een vlakke oppervlakte.
- Plaats een opvanghouser onder de aflaatpijp.
- Verwijder de vuldop (afb. 15.K).
- Verwijder de aflaat Dop (afb. 15.J).
- Vang de olie op in de houder.
- Draai de aflaatdop van de olie weever vast.
-
Reinig eventuele olielekken.
-
Vul met neue olie. Voor de hoeveelheid olie, zie "Tabel technische gegevens".
- Bijijdere bijvulling, start de motor en LAST deze gedurende minstens 30 seconden aan het minimumtoerental draaien.
- Controller of er geen olie lekt.
- Schakel de motor uit. Wacht 30 seconden en controller opnieuw het oliepeil. Indien nodig, zie ook "controle/bijvullen" (par. 7.3.1).
BELANGRIJK Dien de olie in voor
verwerking volgens deplaatselijke normen.
7.4 REINIGING
Voer de reiniging uit bij stilstaande machine. Tracht de sneeuw Niet van de aflaat te verwijdenen zonder eerst:
- het commando van de toevoerschroef losgelaten te hebben.
- de motor uitgeschakeld te hebben.
- de contactsleutel verwijderd te hebben
Reinig de machine steeds na gebruik. Neem de volgende instructies in alot bij het reinigen:
- Gebruik de schoep (afb. 1.l) voor de reiniging van het uitlaatglijvlak en voor de reiniging van de machine van sneeuwresten.
- Reinig de motor met een borstel en/of perslucht.
- Spuit geen water direct op de motor.
- Na de reiniging met water, de machine en de toevoerschroef opstarten om het water te verwijderen dat anders in de lagers zou+kennen doordringen en daar schade zou+kennen veroorzaken.
BELANGRIJK Gebruik nooit
hogedrukwaterstralen. Die zouden de elektrische onderdelen beschadigen.
7.5 BOUGIE
Voor werkzaamheden aan de bougie,要去en zich tot een Wederverkoper ofeen geautoriseerd Dienstcentrumrichten. Raadpleeg de tabel onderhoud en de tabel identificatie problemen voor ingrepen aan de bougie.
7.6 CARBURATOR
De carburator is afgesteld door de fabrikant. Raadpleeg de tabel identificatie problemen om na te gaan wonneer men op de carburator要去 ingrijpen (hfdst. 12).
- Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zich dat de machine.altijd veilig werkt
- Controller regelmatig of de bevestigingsmoeren van het uitlaatglijvlak correct vastgeklemd zich.
7.8 AS VAN DETOEVOERSCHROEF
Om de rotatie van de toevoerschroef te vergemakkelijken, raadt men aan de openingsen (afb. 18.A) op de as van de toevoerschroef regelmatig in te vetten met een vetspuit. Om in te vetten:
-Verwijder de splitpennen en schroeven (afb.18).
Vet de openings in en verdraai de toevoerschroef op de as enkele keren zodat het vet binnenin de as kan lopen.
Herplaats de schroeven en de splitpennen (afb. 18).
8. STALLING
Wanneer de machine gedurende meer dan 30 Tage opgeborgen moet worden:
-
Ledig het toevoercircuit van de brandstof:
-
Sluit de brandstofkraan (afb. 15.B).
-
Start de motor van de machine en LAST deze draaien tot hij stopt waar dat de brandstof op is.
-
Ververs de motorolie indien dit nicht reeds in de LASTE drie maanden gedaan werd.
- Reinig de sneeuwruimer nauwkeurig.
- Controller of de sneeuwruimer geen schade vertoont. Voer eventueel de nodige herstellingen UIT.
- Indien de verf beschadigd is, moet men bijverven om roestvorming te voorkomen.
- Bescherm de metalen oppervlaktes die aan roest blootgesteld zich.
- Berg de sneeuwruimer op in een gesloten ruimte, indien möglichk.
9. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN
Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunden gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunden verrachten, die de gebruiker zich kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die nicht beschreiben zijn
in deze handleiding要去en uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correctuit te voeren, met respect voor het oorspronkelijkiveau van veilighed van de machine. Handelingen die in Niet geschikte structuren of door onbekwame Personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aanspraelijkheid van de Fabrikant verrallen.
Enkel de geauthoriseerde Dienstcentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geauthoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden special voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zichniet goedgekeurd, het gebruik van nicht originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
- Men raadt aan de machine eens per Jaar aan een geautoriseerd Dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.
10. GARANTIEDEKKING
De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker要去 aanachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie perschaft is. De garantie geldt nicht voor schade te wijten aan:
- Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatione.
- Onoplettendheid.
- Onjuist of nicht toegestaan gebruik en montage
- Gebruik van Niet originele wisselstukken.
- Gebruik van toebehoren dat Niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werk. Deze garantie geldt bovendien Niet voor:
- De normale slijtage van verbruiksmaterialiaal zoals transmissieriemen, boren, koplampen, wielen, veiligheidsbouten en draden.
- Normale slijtage
- Motoren. Deze zijn gedekt door de garantie van de fabrikant van de motor volgens de aangegeven termijnen en condities.
De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zich eigend land. De rechten van de koper die voorzien zich in de nationale wetten van zich eigend land zich op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.
11. TABEL ONDERHOUD
| Ingreep Frequentie Paragraaaf | |||
| Eerste\ keer | Vervolgens om de | ||
| MACHINE | |||
| Controle van alle bevestigingen | - Voor eender welt gebruik 7.7 | ||
| Veiligheidscontroles / Controle van de commando's | - Voor eender welt gebruik 6.2 | ||
| Algemene reiniging en controle | - Aan het einde van ieder gebruik | 7.4 | |
| Reinigung van de aflaatzone | - 5 uren / na ieder gebruik 7.4 | ||
| Smering aandrijvingsas | - 25 uren / na ieder seizoen *** | ||
| Smering as van de toevoerschroef | - 10 uren / na ieder seizoen 7.8 | ||
| MOTOR | |||
| Reinigung van de bougie - 25 uren / na ieder seizoen *** | |||
| Vervanging bougie - 100 uren / na ieder seizoen | *** | ||
| Controle/bijvullen peil motorolie | - | 5 uren / na ieder gebruik | 7.3.1 |
| Vervangng motorolie | 5 uren | 50 uren / na ieder seizoen | 7.3.2 |
*** Ingrepen die uitgevoerd要去en worden door Uw Wederverkoper of door een geauthoriseerd Dienstcentrum
12. IDENTIFICATIE PROBLEMEN
| PROBLEM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
| 1. De machine start nicht | Contactsleutel nicht geplaatst | Steck de contactsleutel in |
| Gebrek aan brandstof | Vul het reservoir met schone en reine brandstof | |
| Choke uitgeschakeld | Schakel de choke in. | |
| Primer nicht ingedrukt | Druk deprimer in | |
| Motor verstopt | Wacht enkele minuten alvorens op te starten Druk Niet op deprimer en schakel de choke uit | |
| Draad van de bougie losgekomen | Contacteer het geauthoriserde Dienstcentrum. | |
| Bougie beschadigd | Contacteer het geauthoriserde Dienstcentrum. | |
| Oude brandstof | Contacteer het geauthoriserde Dienstcentrum. | |
| Water in de brandstof | Contacteer het geauthoriserde Dienstcentrum. | |
| 2. Verlies aan vermogen | Wegschemien van teveel sneeuw Verminder de snelheid | |
| Dop reservoir brandstof bedekt met ijs of sneeuw. | Verwijder het ijs of de sneeuw van op en rond de dop van het reservoir. | |
| Geluidsdemper vuil of verstopt Contacteer het geauthoriserde Dienstcentrum. | ||
Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
| PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING | ||
| 3. Motor draait aan het minimum en werk tonregelmatig | De choke is ingeschakeld Schakel de chokeuit. | |
| Oude brandstof Contactor het geauthoriseerde dienstcentrum. | ||
| Water in de brandstof Contactor het geauthoriseerde dienstcentrum. | ||
| Carburator要去 verwangen worden Contacteer het geauthoriseerde dienstcentrum. | ||
| 4. Overdreven trillingen | Losse delen of toevoerschroef of rotor beschadigd. | Klem alle bevestigingsinrichtingen vast. Vervang de beschadigde delen nabij een geauthoriseerd Dienstcentrum. |
| Niet correct geplaatste steel. Verzeker uervaan dat de steel op+zijnplaats is. | ||
| 5. Verlies of vertraging bij wegschieten van de sneeuw. | Uitlaatglijvlak verstopt. Reinig het uitlaatglijvlak | |
| Toevoerschroef geklemd. Verwijder eventuale afval of vreemdevoorwerpenuit de toevoerschroef. | ||
| 6. Tractie werkkt nicht | Commandokabel voor inschakeling tractie Niet correct afgesteld. | Contacteer het geauthoriserde dienstcentrum. |
Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
INNHOLD
Echipamente individuale de protectie (EIP)
- Nuutilizati plugul de zapada fara a purta imbracaminte corespunzatoare.
- Purtati incaltaminte care permite o buna aderentape suprafete alunecoase.
- Purtatu intotdeauna ochelari de protectie sau o viziera in timpul utilizarii, intretineri Sau reparatiilor. In timpul
functionarii,masinile motorizate ar putea proiecta corpuri straine in ochi.
PERICOL! Purtati ochelarii de protectie.
