STIGA Combi 1066 HQ - Tractor

Combi 1066 HQ - Tractor STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Combi 1066 HQ STIGA in PDF-formaat.

📄 255 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice STIGA Combi 1066 HQ - page 160
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Combi 1066 HQ STIGA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Combi 1066 HQ - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Combi 1066 HQ van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING Combi 1066 HQ STIGA

LET OP: Vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NO Motoren - INSTRUKSJJONSBOK

ADVARSEL: les dette bruksanvisingen noge for du bruker maskinen.

SIlnika - INSTRUKCJE OBSLUGI

3.1 Beschrijving van de machine en beoogd gebruik 3
3.2 Veiligheidssignaleringen 4
3.3 Identificatie-etiket 4
3.4 Onderdelen van de motor 4
3.5 Omgevingscondities 4
3.6 Brandstof 4
3.7 Olie 4
3.8 Luchtfilter 4
3.9 Bougie. 5

4.COMMANDO'S 5
4.1 Versnellingscommando 5
5. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN 5

5.1 Voor ieder gebruik 5
5.2 De motor (koud) opstarten 6
5.3 De motor (warm) starten 6
5.4 De motor tijdens het werkken gebruiken.6
5.5 De motor tijdens het werkken stoppen.... 6
5.6 De motor op het einde van de werkzaamheden stoppen 6
5.7 Reiniging en opslag 6
5.8 Langdurige inactiviteit 6

  1. ONDERHOUD 7

6.1 Algemeen 7
6.2 Tabel met onderhoudswerkzaamheden 7
6.3 De olie verversen 7
6.4 Reiniging van de geluidemper en van de motor... 8
6.5 Onderhoud van de luchtfilter 8
6.6 Controle en onderhoud van de bougie .. 8

  1. IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN....9

1. ALGEMENE INFORMATIE

1.1 HOE MOET U DE HANDLEIDING LEZEN

In de tekst van de handleiding worden enkele hoofdstukken, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:

OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de motor beschadigd of dat er schade verooorzaakt worden.

Het symbol wijst op een gevaar. Het Niet naleven van de waarschuwing leidt tot möglichke letsels voor uzelf of derden en/of tot schade.

1.2 REFERENCES

1.2.1 Afbeeldingen

De afbeeldingen in deze gebruiksinstructies
zijn genummerd:1,2,3,enzovoort.
De componenten aangegeven in de afbeeldingen
zijn gemarkeerd met de letters A,B,C,enzovoort.
Een referentie aan het component
C in afbeelding 2 wordt aangegeven
met het opschrift:"Zie
afb.2.C"of gewoon (Afb.2.C) De afbeeldingen zich indicatief.De effectieve
onderdelen konnen afwijken ten opzichte
van de afgebeelde onderdelen.

1.2.2 Titels

De handleiding is in hoofdstukken en paragrafen onderverdeeld. De titel van de paragraaf "2.1 Voorbereiding" is een subtitel van "2. Veiligheidsnormen". De referenties waar titels of paragrafen zich aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het betreffende nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1".

2. VEILIGHEIDSNORMEN

2.1 VOORBEREIDING

Lees deze instructies aandachtig vooraleer de machine te gebruiken.

Zorg dat u vertrouwd bent met de commando's en met een geschikt gebruik van de machine. Leer de motor snel af te zetten. Het Niet naleven van de waarschuwingen en van de instructies kan brandveroorzaken en/of ernstige letsels.Bewaar alle waarschuwingen en de instructies om ze later te kunnen raadplegen.

  • Laat de machine nooit gebruiken door kinderen of Personen die nicht de nodige vertrouwdheid met de instructies hebben. Deplaatselijkke wetten können een minimale leeftijd voor de gebruiker bepalen.
  • De machine nooit gebruiken indien de gebruiker moe is of zich onwel voelt, of als die medicijnen, verdovende middelen, alcohol of stoffen heeft ingenomen die schadelijk zijn voor+zijn reflectievermogen en aandacht.
    Denk eraan dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongevalten en onvoorziene gebeurtenissen die anderen of hun eigendommen können betreffen.

2.2 HANDELINGEN VOORAF

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • De machine nicht gebruiken als u geen geschikte kledij draagt.
  • Draag geen wijde of geschuurde kledij, sieraden of andere voorwerpen die kunnen blijven haperen; lang haar要去 opgebonden worden. Blijf op een veilige afstandijdens het opstarten.
    Draag gehoorbescherming gegen het lawaai.

Werkzone / Machine

Vooraleer de motor te starten,要去 controlleren of alle commando's zui tgeschakeld die bewegende onderdelen van de machine aansturen.

Explosiemotoren: brandstof

  • Waarschuwing: de brandstof islicht ontvlambaar. Voorzichtig hanteren! - Bewaar de brandstof algijd in geschikte recipiennent.

  • Voer het tanken of bijvullenuit met behulp van een trechter; doe dit.altijd in openlucht en rook Nietijdens het bijtanken.

  • Voer het bijvullenuit vooraleer de motor aan te zetten. De dop van de tank nicht openen en Niet bijvullen wonneer de motor aan staat of als die nog warm is.
  • Indien er brandstof overloopt, mag u de motor Niet starten. Verwijder de machine uit de zone waar er brandstof is gemorst en neem alle sporen van gemorste brandstof op de machine of op de grond onmiddelijk weg.
  • Schroef de dop van de tank van de recipiën met brandstof goed aan.
  • Vermijd dat brandstof met kledij in contact komt. Als dit toch gebeurt,要去 eenst andere kledij aantrekken vooraleer de motor te starten.
  • De machine nicht gebruiken in omgevingen met ontploffingsgevaar, waar ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof aanwezig is. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen+kunnen vonken doen ontstaan, die stof of dampen+kunnen doen ontbranden.
  • Start de motor Niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet in openlucht of op een goed verluchtte plaatsplaatsvinden. Denk er.altijd aan dat uitlaatgassen giftig+zijn.
  • Verwijder Personen, kinderen en dierenuit de werkzone. Kinderen要去en door een andere volwassene in het oog worden gehonden.

Gedragsregels

  • Vooraleer reparations, reinigingen, inspecties en afstelingen uit te voeren, moet u de motor uitzetten en de kabel ban de bougie losmaken (tenzij in de instructies expliciet andere aanwijzingen worden gegeben).
  • De delen van de motor Niet aanraken, waar dit die tijdens het gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden.

Gebruiksbeperkingen

  • De machine nicht gebruiken als de beschermingen onvoldoende zijn of als de verilgheidsvoorzieningen nicht correct geplaatst�.
  • De aanwezige veiligheidssystemen Niet uitschakelen of ermee knoeien.
  • De afstellenen van de motor Niet wijzigen, en de motor Niet op een te hoog toerental brengen. Indien de motor op een te hoog toerental draait, neemt het risico voor lichamelijke letsels toe.

  • Geen startvloeistoffen of andere, analoge producten gebruiken.

  • Laat de machine nicht zichwaarts overhellen zodate er brandstof uit de dop van de tank van de motor loopt.
  • Laat de motor nicht zonder bougie draaien.

2.4 ONDERHOUD, OPSLAG EN TRANSPORT

Een goed onderhoud uitvoeren en de machine correct opslaan komt de veiligheid van de machine ten goede.

Defecte of versleten onderdelen moeten worden verrangen en mogen nooit gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van Niet-originele en/of nicht correct gemonteerde reserveonderdelen brengt de verilgheid van de machine in gevaar. Dit kan ongevalten en lichamelijke letselsverozaken en ontheft de constructeur van elke verplichting of verantwoordelijkheid.

Onderhoud

  • Indien de tank要去 worden leeggemaakt,要去 dit in openlucht doen wanner de motor is afgekoeld.
  • Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controleren of er geen olie en/of brandstof lekt.

Opslag

  • Laat geen brandstof in de tank als de machine in een gebouw worden opgeslagen waar de dampen van de brandstof met vrije vlammen, vonden of warmtebronnen in contact hunnen komen.
  • Laat de machine eerst afkoelen vooraleer u die in een gesloten ruimte opbergt.

Transport

  • Vervoer de machine met lege tank.

2.5 MILIEUBESCHERMING

De milieubescherming要去en belangrijk, prioritair aspect zijnijdens het gebruik van de machine, ten Voordele van de sociale samenleving en van het milieu waarin we leven.

  • Vermijd om een storend element te zich den overstaan van de buren.
  • Volg strikt deplaatselijke voorschriften voor het verwijderen van verpakkingen, olie, brandstof, filters, versleten onderdelen of elementen die een sterke invloed op het milieu hebben. Deze afvalstoffen mogen nicht zomaar worden weggegooid, maar要去en

gescheiden worden enaar de voorziene inzamelcentra worden gebracht, die zullen instaan voor de recyclage van deze materialen.

  • Wonneer de machine buiten Dienst worden gesteld, mag u die Niet in het milieu hinterlaten. Wendt u tot eeninzamelcentra, volgens de geldende plaatselijke normen.

2.6 EMISSIES

Het verbrandingsproces genereert giftige stoffen zoals koolmonoxide, stiktofoxid en koolwaterstoffen.

De contrôle over deutsche stoffen is belangrijk,ondat ze kuren reageren opotochemische smog endus op de directe bloatstelling aan het zonlicht. Koolmonoxide reageert Niet opdezelfde wijze op bloatstelling aan het zonlicht,maar moet desondanks als giftig worden beschouwd.

Onze machines zijn uitgerust met emissiebeperkingssystemen voor bovengenoemde stoffen.

3. DE MACHINE KENNEN

3.1 BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN BEOOGD GEBRUIK

Deze machine is een explosiemotor.

De motor is een toestel waarvan de prestaties, normale werkung en levensduur door vele factoren worden bepaald; sommige factoren+zijn externe factoren, andereijken strikt verbonden met de kwaliteit van de gebruikte producten en met de regelmaat van het onderhoud. Hierna worden bijkomende informatie verstrekt, aan de hand waarvan een bewuster gebruik van uw machine kan worden gemaakt. Ieder ander gebruik dat afwijk van bovenstaande toepassingen, kan gaarlijk�n en schade voor Personen en/of voorwerpen veroorzaken.

BELANGRIJK Wanner de machine

oneigenlijk worden gebruikt, vervalt de garantie en wijst de constructeur alle verantwoordelijkheid af; alle onkosten voor eigen schade of letsels of aan derden worden bijgevolg op de gebruiker verhaald.

3.1.1 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, dit betekent door Niet-professionele bedieners. Het is bestemd voor "hobby-gebruik".

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALERINGEN

Op de machine staan verschillende symbolen.
Deze dienen om de bediener te herinneren aan de gedragsregels die gevolgd要去en worden, om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:

STIGA Combi 1066 HQ - VEILIGHEIDSSIGNALERINGEN - 1

STIGA Combi 1066 HQ - VEILIGHEIDSSIGNALERINGEN - 2

AANDACHT! De uitlaatpot kan zich heet zich. Niet aanraken.

AANDACHT! Olie bijvullen tot aan het «MAX»-niveau. Niet meer dan het «MAX»-niveau bijvullen.

3.3 IDENTIFICATIE-ETIKET

Schrijf het serialummer (S/n) van uw machine op in de voorziene ruimte van het etiket dat u op de achterkant van de omslag vindt.

3.4 ONDERDELEN VAN DE MOTOR

De machine bestaat uit de volgende belangrijkste onderdelen (afb. 1).

A. Olievuldop met peilstok
B. Carburator
C. Afdekking van de luchtfilter
D. Bougiekappe
E. Serienummer van de motor

De werking van een viertakt verbrandingsmotor worden beinvloed door:

a) Temperatuur:

  • Als bij lage temperatuur gewerkt worden, kunden er zich moeilijkheden bij een koude start voordoen.
  • Als bij erg hoge temperatuur gewerkt,\ wordt können er zich moeilijkheden bij een\ warme start voordoen veroorzaakt door\ de verdamping van de brandstof in het\ bakje van de carburator of in de pomp.
    -In ieder geval moet het soort olie aangepast worden aan de gebruikstemperatuur.

b) Hoogte:

-Het maximale vermogen van een verbrandingsmotor neemt progressief af naarmate de hoogte boven de zeespiegel groter worden.
- Wanner de hoogte aanzienlijk toeneemt, moet u waarom de belasting op de machine verminderen en bijzonder zware werkzaamheden vermijden.

3.6 BRANDSTOF

De goede kwaliteit van de brandstof is onontbeerlijk voor de correcte werking van de motor.

De brandstof moet aan de volgende vereisten voldoen:

a) Gebruik reine, verse brandstof zonder lood, met minimum 90 octaan;
b) Gebruik geen brandstof met een ethanolgehalte vameer dan 10% ;
c) Voeg geen olie bij;
d) Gebruik een stabilisator om het carburatiesysteme te beschermen gegen de vorming van harsafzettingen.

Het gebruik van Niet toegestane brandstof leidt tot beschadiging van de onderdelen van de motor en tot verval van de garantie.

OPMERKING Gebruik uitsluitend de

brandstof die in de babel met technische gegevens is aangegeven. Gebruik geen andere soorten brandstof. U mag wel ecologische brandstoffen gebruiken, zoals alkylaatbenzine.

De samenstelling van deze benzine heeft\ minder invloed op mensen en het milieu. Er\ zijn geen negatieve effecten gesignaleerd\ die met het gebruik hiervan in verband kan\ worden gebracht. In de handel bestaan er\ echter soorten alkylaatbenzine, waardoor\ wij geen nauwkeurige aanwijzingen hunnen\ verstrekken wat betreft het gebruik ervan.

3.7 OLIE

Gebruik alkijd olie van goede kwaliteit, en kies de gradatie in functies van de gebruikstemperatuur.

  • Gebruik alleen detergentolie met een kwaliteit van minstens SF-SG.
  • Kies de SAE-viscositeitsgraad op basis van de tabel met technische gegevens.
  • Het gebruik van multigraad olie kan een groter verbruik in de warmeperiodes met zich meebrengen, het oliepeil要去 dan vaker gecontroleerd worden.
  • Meng geen oliesoorten van verschillende merken of met verschillende kenmerken.
  • Het gebruik van SAE 30 olie bij temperaturen onder +5^ kan schade aan de motor aanrichten doordat de smering Niet voldoende is.

3.8 LUCHTFILTER

De efficiente van de luchtfilter is bepalend om te vermijden dat er zich restjes en stofdeeltjes

door de motor worden aangezogen, waardoor de prestaties en de levensduur afnemen.

  • Zorg ervoor dat het filtrelement vrij van restjes blijft en.altijd perfect efficienct is (par. 6.5).
  • Indien nodig要去 het filtrelement verwangen door een origineel reserveonderdeel. Niet-compatible filtrelementen können de efficiente en de levensduur van de motor aantasten.
  • Start de motor nooit wanner het filtrerelement Niet correct gemonteerd is.

3.9 BOUGIE

De bougies voor verbrandingsmotoren zichniet allemaalgelijk.

  • Gebruik alleen bougies van het aangegeven type, voorzien van de juiste thermische gradatie.
  • Let op de lenghte van het draadje; een te lang draadje kan de motor onherstelbaar beschadigen.
  • Controller de reinheid en de correcte afstand:tussen de elektroden (par. 6.6).

4. COMMANDO'S

4.1 VERSNELLINGSCOMMANDO

Regelt het toerental van de motor.

Het commando van de versnelling (normaal met hendel), gemonteerd op de machine, is via een kabel met de motor verbonden.

Raadpleeg de handleiding van de machine om de hendel van de versnelling en de betreffende standen te identificeren, die gewoonlijk met symbolen+zijn aangegeven. Deze komen overeen met:

  • FAST=kommenet het maximale toerental overeen; te gebruiken tijdens de werkinq.
  • SLOW = komt met het minimale toerental overeen.
  • CHOKE = te gelebruiken om koud op te starten (waar voorzien).

Het Beste is om telkens een aantal controles te verrachten voordat de motor worden gebrukt, om een goede werkig te garanderen.

5.1.1 Controle van het oliepeil

  1. Zet de machine horizontal.
  2. Reinig de zone rond de vuldop.
  3. Schroef de dop (afb. 2.A) los, reinig het uiteinde van de peilstok (afb. 2.B) en steek die in de olie door de dop op de opening te soften rusten zonder aan te schroeven, zoals geillustreerd in de afbeelding.
  4. Neem de dop met de peilstok opniew weg en controller of het oliepeil tussen detwee streepjes «MIN» en «MAX» staat.
  5. Indien nodig bijvullen met olie vandezelfde soort tot aan het «MAX»-niveau, let erop dat u geen olie naast de vuldop morst.
  6. Schroef de dop (afb. 2.A) waar volledig vast en verwijder elk spoor van eventueel gemorste olie.

OPMERKING Vul geleidelijk bij doorkleine hoeveelheden olie toe te voegen en controllerer telkens het bereekte niveau.

Niet bijvullen tot over het «MAX»-niveau. Een te hoog peil kan volgende problemen veroorzaken:

  • rook bij de uitlaat;
  • verzuipen van de bougie of van de luchtfilter, waardoor de motor moeilijk start.

OPMERKING Houdt u aan de

aanwijzingen in de tabel met technische gegevens voor de te gebruiken soort olie.

5.1.2 Controle van de luchtfilter

De efficiente van de luchtfilter is een moodzakelijk conditie voor de correcte werkinq van de motor; u mag de motor Niet starten als het filtrelement ontbreekt of stuk is.

  1. Reinig de zone rond de afdekking (afb. 3.A) van de filter.
  2. Verwijder de afdekking (afb. 3.A) door de voorziene knop (afb. 3.B) los te schroeven.
  3. Controleer de staat van het filtrelement (afb. 3.C), dat intact, rein en in perfect werkende staat要去en. Als dit nicht het geval is,要去 u onderhoud of een verwanginguitvoeren (par.6.5).
  4. Monteer de afdekking (afb. 3.A) opniew.

5.1.3 Brandstof bijvullen

De handelingen om brandstof bij te vullen staan beschreiben in de handleiding van de machine en worden hier enkel vermeld.

Om brandstof bij te vullen:

  1. Schroef de sluitdop van de tank los en verwijder de dop.
  2. Plaats de trechter in de opening.
  3. Vul met brandstof en neem daarna de trechter weg.
  4. Op het einde van het bijvullen moet u de dop van de brandstof goed aanschroeven en eventuele gemorste vloeistof wegemen.

BELANGRIJK Vermijd om brandstof te gieten op de plastic onderdelen van de motor of van de machine om schade aan deze delen te vermijden; reinig onmiddelijk alle sporen van eventueel gemorste brandstof. De garantie dekt geen schade aan plastic onderdelenveroorzaakt door brandstof.

5.1.4 Bougiekapje

Sluit het kapje (afb. 4.A) van de kabel stevig aan op de bougie (afb. 4.B), zorg ervoor dat er vanbinnen in het kapje en op de aansluitklem van de bougie geen sporen van vuil zijn.

5.2 DE MOTOR (Koud) OPSTARTEN

Het opstarten van de motor要去plaatsvinden volgens de werkwijzen aangegeven in de handleiding van de machine; zorg er.altijd voor om alle inrichtingen (indien voorzien) los te koppelen die de machine hunnen doeen vooruitgaan of de motor hunnen doeen stoppen.

  1. Zet de versnellingshendel in de stand «CHOKE» (indien aanwezig) of in de stand «FAST».
  2. Bedien de contactsleutel om te starten zoals aangegeven in de handleiding van de machine.

Na enkele seconden brengt u de hendel van de versnelling geleidelijk van de stand «CHOKE» (indien aanwezig) maar de stand «FAST» of «SLOW».

5.3 DE MOTOR (WARM) STARTEN

Volg de hele procedure aangegeven om koud te starten, met de versnelling in de stand «FAST».

5.4 DE MOTOR Tijdens HET WERKEN GEBRUIKEN

Om het rendement en de prestaties van de motorte optimaliseren, is hetoodzakelijk dat die opmaxiaal toerental worden gebruikt; hiertoe stelt u de hendel van de versnelling in de stand «FAST».

BELANGRIJK Niet werken op hellingen vaneer dan 20^ om de correcte werkig van de motor Niet te beinvloeden.

5.5 DE MOTOR TIJDENS HET WERKEN STOPPEN

  1. Zet de versnelling in de stand «SLOW».
  2. Laat de motor gedurende minstens 15-20 seconden op minimum draaien.
  3. Zet de motor af volgens de aanwijzingen in de handleiding van de machine.

5.6 DE MOTOR OP HET EINDE VAN DE WERKZAAMHEDEN STOPPEN

  1. Zet de versnelling in de stand «SLOW».
  2. Laat de motor gedurende minstens 15-20 seconden op minimum draaien.
  3. Zet de motor af volgens de aanwijzingen in de handleiding van de machine.
  4. Wanner de motor is afgekoeld, ontkoppelt u het kapje (afb. 4.A) van de bougie en neemt u de contactsleutel (indien voorzien) weg.
  5. Verwijder resten van de motor en in het bijzonder van de zone van de uitlaatdemper, om brandgevaar te vermijden.

5.7 REINIGING EN OPSLAG

  • Gebruik geen waterstralen of hagedrukreinigers om de buitenkant van de motor schoon te make.
  • Gebruik bij voorkeur een persluchtpistol (max. 6 bar) maar vermijd dat er resten en stof binnendringen.
    Stal de machine (met de motor) op een droge, voldoende geventileerdeplaats beschermd gegen weersomstandigheden.

5.8 LANGDURIGE INACTIVITEIT

Indien u voorziet dat de motor langer dan 30\ dagen Niet gebruikt za worden (bijvoorbeeld\ op het einde van het seizoen), moet u enkele\ voorzorgen nemen zodate de motor daarna zonder\ problemen opnieuw in Dienst kan worden gesteld.

Maak de brandstoftank leeg om te vermijden dat er zich bezinksel vormt. Hiertoe schroeft u de dop (afb. 5.A) van de beker van de carburator los en vangt i alle brandstof in een geschikt recipient op. Daarna moet u eraan denken om de dop (afb. 5.A) opnieuw aan te schroeven en stevig vast te zetten.
- Verwijder de bougie en giet circa 3 cl zuivere motorolie in het gat van de bougie; verwijl u het gat met een vod dichthoudt, maar u de startmotor kort starten zodate de motor enkele toeren draait en de olie over het interne

oppervlak van de cilinder worden verdoeffd.
Monteer ten slotte de bougie opnieuw,
zonder het kapje van de kabel te monteren.

6. ONDERHOUD

Elke poging om aan het emissiebeperkingssysteme te knoeien kan het emissieniveau tot boven de wettelijke limiet verhogen. Hieronder worden verstaan het verwijderen of wijdigen van onderdelen zoals het inlaatsystem, het brandstofsystemen en het uitlaatsystem.

6.1 ALGEMEEN

De veiligheidsnormen die u tijdens de onderhoudswerkzaamheden要去 volgen, staan beschreiben in par. 2.4.

Alle controles en onderhoudsinterventions要去en uitgevoerd worden terwijl de machine stilligt en de motor uit staat. Ontkoppel de bougie en lees de betreffende instructies Vooraleer een interventie voor reiniging of onderhoud aan te vatten. Trek geschikte kledij, handschoenen en een veiligheidsbril aan Vooraleer onderhoudsinterventions uit te voeren.

  • De frequencies en de aard van de interventions zijn samengevat in de "Tabel met onderhoudswerkzaamheden".
  • Het gebruik van nicht-originele reserveonderdelen en accessoires kan negatieve gevolgen hebben voor de werkinq en de veiligheid van de machine. De constructeur wijst alle verantwoordelijkheid af in geval van schade of letselsveroorzaakt door deze producten.
  • De oorspronkelijke reserveonderdelen worden geleverd door bevoegde assistentiecentra en door erkende verkopers.

BELANGRIJK Alle handelingen voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handleding staan beschreven,要去en door uw verkoper of door een gespecialiseerd centrum worden uitgevoerd.

6.2 TABEL MET ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN

BELANGRIJK Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de machine om de

onderhoudswerkzaamheden uit te voeren die in de onderstaande tabel staan beschreiben.

BELANGRIJK Maak hem vaker schoon bij gebruik onder zware omstandigheden of wanneer de lucht sterk verontreinigd is.

OPMERKING Bij gebruik van de machine op verzier stoffige ondergronden要去en de filters vaker worden schoongemaakt / verrangen.

HandelingNa deeerste 5 werkurenIedere 5 werkuren of naleder gebruikIedere 50 werkuren of op het einde van het seizoenIedere 100 werkuren
Controle van het oliepeil (par. 5.1.1)-√-
Olie verversen1 (par. 6.3) √ -√ -
Reiniging van de geluidemper en van de motor (par. 7)-√-
Controle en reiniging van de luchtfilter2 (par. 8)-√-
Vervangting van de luchtfilter (par. 8)- --
Controle van de bougie (par. 9)- --
Bougie verrangen (par. 9)- --
Controle van de brandstofffilter3- --

1 Vervang de olie iedere 25 uu r als de motor volledig belast of bij hoge temperaturen werkt.
Maak de luchtfilter vaker schoon als de machine in stoffige zones werkt.
3 Laten uityoeren door een gespecialiseerd centrum.

6.3 DE OLIE VERVERSEN

Houdt u aan de aanwijzingen in de tabel met technische gegevens voor de te gebruiken soort olie.

Laat de olie af verwijl de motor nog warm is, maar let erop de hete onderdelen van de motor of de afgelaten olie Niet aan te raken.

Mits anders aangegeven in de handleiding van de machine, gaat u volgt te werk om de olie te verversen:

  1. Zet de machine horizontal.
  2. Reinig de zone rond de vuldop en schroef de dop met de peilstik los (afb. 6.A).
  3. Steek de spuitmond van de Voorziene spuit (afb. 6.B) volledig in de tank van de olie en zuig alle inhoud op.
  4. Vul met verse olie (par. 5.1.1).

6.4 REINIGING VAN DE GELUIDDEMPER EN VAN DE MOTOR

De geluidemper moet schoongemaakt.
worden verwijl de motor koud is.

  • Verwijder alle resten en vuil waardoor brand kan ontstaan met een straal perslucht van de geluiddemper en van zijn beveiliging.
    Zorg ervoor dat de luchtinlaten voor de koeling Niet verstocht zijn (afb. 7.A).
  • Wrijf met een spon (afb. 7.B) gedrenkt in water en schoonmaakproduct over de plastic onderdelen.

6.5 ONDERHOUD VAN DE LUCHTFILTER

  1. Reinig de zone rond de afdekking (afb. 8.A) van de filter.
  2. Neem de afdekking weg (afb. 8.A) door de schroef erboven los te draaien.
  3. Verwijder het filtrilege (afb. 8.B + 8.C).
  4. Verwijder de voorfilter (afb. 8.C)uit het patroon (afb. 8.B).
  5. Klop het patroon (afb. 8.B) gegen een hard oppervlak en blaas perslucht vanuit de binnenkant om stof en resten te verwijderen.
  6. Spoel de sponzen voorfilter (afb. 8.C) met water en schoonmaakproduct en LAST in open lucht drogen.

BELANGRIJK Gebruik geen water, benzine, reinigingsproducten of andere producten om het patroon te reinigen.

BELANGRIJK De sponzen voorfilter (afb. 8.C) mag NIET geolied worden.

  1. Verwijder stof en resten aan de binnenkant van de zitting van de filter (afb. 8.D), zorg ervoor om de aanzuigleiding met een vod af te dachten (afb. 8.E) om te vermijden dat die in de motor binnendringen.
  2. Verwijder de vod (afb. 8.E),plaats het filtrilegement (afb. 8.C + 8.B) in zijn zitting en monteer de afdekking (afb. 8.A) opnieuw.

6.6 CONTROLE EN ONDERHOUD VAN DE BOUGIE

  1. Demonteer de bougie (afb. 9.A) met een stiftsleutel (afb. 9.B).
  2. Reinig de elektroden (afb. 9.C) met een metalen borstel om eventuele koolstofaanslag weg te nemen.
  3. Controller de correcte afstand tussen de elektroden (0,6 - 0,8mm) met een diktemeter (afb.9.D).
  4. Monteer de bougie (afb. 9.A) opniew en zet stevig vast met een stiftsleutel (afb. 9.B).

Vervang de bougie als de elektroden verbrand, zijn of als de keramiek kapot of gebarsten is.

Brandgevaar! De startinstallatie Niet controlleren als de bougie nicht in zijn zitting aangeschroefd is.

BELANGRIJK Gebruik uitsluitend bougies van het aangegeven type (zie Tabel met technische gegevens).

7. IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
1. StartmoeilijkedenGeen brandstof Controller en bijvullen(hfdst. 5.1.3)
Oude brandstof en bezinksel in de tankMaak de tank leeg en giet verse brandstof erin
Onjuiste startprocedureVoer het opstarten correct uit (par. 5.2 en par. 5.3)
Bougie losgekoppeldControler of het kapje goed op de bougie is vastgezet (par. 5.1.4)
Bougie nat of elektroden van de bougie vuil of op onjuiste afstandControleren (par. 6.6)
Verstopte luchtfilter Controller en reinigen( par. 6.5)
Olie Niet geschikt voor het seizedoen Vervang door geschikte olie (par. 6.3)
Verdamping van de brandstof in de carburator (vapor lock) wegens te hoge temperaturenWacht enkele minutes en probeer daarna om opnieuw te starten (par. 5.3)
VerbrandingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrum
OntstekingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrum
2. Onregelmatige werkungElektrodes van de bougie vuil of Niet op de juiste afstandControleren (par. 6.6)
Kapje van de bougie Niet goed aangebrachtControler of het kapje stabel is aangebracht (par. 5.1.4)
Verstopte luchtfilter Controller en reinigen( par. 6.5)
Commando van de versnelling in de stand «CHOKE» (indien aanwezig)Zet het commando in de stand «FAST»
VerbrandingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrum
OntstekingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrum
3. Vermogenverlies tijdens het werkenVerstopte luchtfilter Controller en reinigen( par. 6.5)
VerbrandingsproblemenNeem contact op met een erkend servicecentrum

Indien de problèmes nicht verdwijnen na het toepassen van de beschreven oplossingen, moet u met uw verkoper contact opnemen.

INNHOLD

  1. GENERELL INFORMASJON 1
  2. SIKKERHETSBESTEMMELSER. 1
  3. BLIKJENT MED MASKINEN 3

Echipamente individuale de protectie (EIP)

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandeldeig den rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het autoursrecht - Elke Niet-gaeuriseerde reproductie of wijziging, ook gedeelijike, van het document is verboden.

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : Combi 1066 HQ

Categorie : Tractor