STIGA SHT 660 K - Heggenschaar

SHT 660 K - Heggenschaar STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SHT 660 K STIGA in PDF-formaat.

📄 260 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice STIGA SHT 660 K - page 160
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : SHT 660 K

Categorie : Heggenschaar

Download de handleiding voor uw Heggenschaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SHT 660 K - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SHT 660 K van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING SHT 660 K STIGA

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 

3. Heggen Snijden En Bijsnoeien ..................... 10

In de tekst van  de  handleiding worden enkele  para- grafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende  betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK  Verstrekt  nadere  gegevens  of  andere  elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of er schade veroorzaakt wordt. LET OP! Gevaar van persoonlijk letsel of let- sel aan anderen in geval van niet inachtneming. GEVAAR! Kans op ernstig persoonlijk letsel of ernstig letsel aan anderen met gevaar voor dodelijke ongelukken, in geval van niet inacht- neming.

LEER DE MACHINE KENNEN

OPMERKING - De afbeeldingen die overeenstem- men met de aanwijzingen bevinden zich op pag. 2 van deze handleiding.

BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN

GEBRUIKSGEBIED Deze machine is een tuingereedschap, en met name  een draagbare heggenschaar met benzinemotor voor  hobby gebruik. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motoreen- heid  en  een  koppel  getande  messen,  aangedreven  door een mechanisme dat een afwisselende rechtlij- nige beweging aangeeft.  De  veiligheidssystemen  verhinderen  ongewilde  be-

BELANGRIJK – AANDACHTIG LEZEN VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN. Bewaren voor toekomstige behoeften wegingen van de messen bij afwezigheid van de be- diener. Voorzien gebruik Deze machine is ontworpen en vervaardigd voor het  snijden en bijsnoeien van heggen, bestaande uit strui- ken met kleine takken, die hoe dan ook in verhouding  zijn met de kenmerken van de machine.   Onjuist gebruik Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hier- boven  beschreven  is,  kan  gevaarlijk  zijn  en  schade  berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende  situaties behoren tot het ongeschikt gebruik (bijvoor- beeld, maar niet uitsluitend): –   snijden van gras in het algemeen en in het bijzonder  in de nabijheid van stoepranden; –   kleinsnijden van materiaal voor compostering; –   snoeiwerken; –   gebruik  van  de  machine  voor  het  snijden  van  niet  plantaardig materiaal; –   gebruik  van  de  machine  door  meer  dan  één  per- soon tegelijk. Het  oneigenlijk  gebruik  brengt  verval  van  zowel  de  garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant te- weeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is  voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

2.   Snij-inrichting (mes) 3.   Beschermplaat snijden

6. Bediening vrijgave achterste handgreep

23. Gegarandeerd geluidsniveau

24.  Referentiemodel van de fabrikant 25.  Model van machine (indien aanwezig) 26.  Serienummer 27.   Markering Certiceringsinstituut (indien aanwe- zig) 28.  Bouwjaar 29.  Artikelcode 30.  Aantal emissies Het  voorbeeld  van  de  verklaring  van  overeenstem- ming  bevindt  zich  op  de  voorlaatste  pagina  van  de  handleiding.

BESCHRIJVING VAN DE VERKLARENDE SYMBO-

LEN (indien voorzien)

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Uw machine dient met voorzichtigheid te worden ge- bruikt. Daarom zijn er op de machine pictogrammen  op aangebracht die u aan de belangrijkste veiligheids- voorschriften herinneren. Hun betekenis is hieronder  weergegeven. Verder  wordt  u aanbevolen de veilig- heidsvoorschriften in het speciale hoofdstuk daarover  in dit boekje zorgvuldig door te lezen. Vervang de beschadigde of onleesbare stickers.

52.   Voordat u deze machine in gebruik neemt, dient u  eerst de gebruiksaanwijzingen lezen. 53.   Uw  gehoor  kan  denitieve  beschadiging  oplo- pen.  De  mensen  die  deze  machine  dagelijks  in  normale  omstandigheden  gebruiken,  zijn  bloot- gesteld aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Het is verplicht de oorbeschermers te dra- gen. Draag altijd een veiligheidsbril (risico voor wegspringende voorwerpen) en oorbeschermers  zoals een geluidshelm (om beschadiging van het  gehoor  te  voorkomen)  tijdens  het  gebruik  van  de machine. Ingeval er gevaar bestaat voor val- lende voorwerpen, moet ook een valhelm gedra- gen worden. 54.   Draag  veiligheidsschoeisel  en  werkhandschoe- nen! 55.   Brandgevaar! Het brandstofmengsel is ontvlam- baar. Mors geen brandstof.

56. Levensgevaar als gevolg van vergiftiging! Als de

motor  draait,  komen  er  schadelijke  uitlaatgas- sen vrij. Gebruik de machine nooit in afgesloten  ruimten  of  ruimten  met  onvoldoende  ventilatie.  Levensgevaar als gevolg van vergiftiging. TECHNISCHE GEGEVENS [61] Cilinderinhoud [62]  Vermogen [63] Bougie [64]  Afstand elektrodes bougie [65] Verhouding benzine: olie [66] Inhoud reservoir [67] Snijlengte [68]   Geluidsdruk oor bediener [69]  Gemeten akoestisch vermogen [70]  Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen [71]  Meetonzekerheid [72] Trillingen doorgegeven aan de hand door het voorste handvat [73] Trillingen doorgegeven aan de hand door het achterste handvat [74] Massa [75]  Code mes (koppel) VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN (zorgvuldig in acht te nemen) A) VOORBEREIDING

1) DEZE MACHINE KAN ERNSTIGE SCHADE EN

LETSELS VEROORZAKEN. Lees aandachtig de aan- wijzingen voor correct gebruik, voorbereiding, onder- houd,  opstarten en  stilzetten  van  de  machine.  Zorg  dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en  in staat bent de machine op de juiste wijze te gebrui- ken. Leer de motor snel af te zetten. 2)  Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door  kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met  deze  aanwijzingen.  De  minimale  leeftijd  van  de  ge- bruiker kan landelijk gereglementeerd zijn. 3)  De machine dient niet door meer dan één persoon  gebruikt te worden. 4)  Gebruik de machine in geen geval: –   als er personen, in het bijzonder kinderen of dieren  in de buurt zijn; –   indien de gebruiker moe is, zich niet t voelt of ge- neesmiddelen, drugs, alcohol of schadelijke stoen  ingenomen heeft die zijn reactievermogen en aan- dacht kunnen verminderen; –   indien de gebruiker niet in staat is om de machine  stevig  vast  te  houden  met  beide  handen  en/of  tij- dens het werk niet in evenwicht en stevig op beide  voeten kan staan. 5)  Denk  eraan  dat  de  persoon  die  de  machine  be- dient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen  en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.

B) VÓÓR HET GEBRUIK7

1)  Tijdens  het  werken  moet  gepaste  kledij  gedra- gen worden die de gebruiker  niet  hindert  in zijn be- wegingen.  –   Draag aansluitende en beschermende kledij die be- stand is tegen sneden. –   Draag  werkhandschoenen,  een  veiligheidsbril  en  veiligheidsschoeisel met een antislipzool.  –   Gebruik de oorbeschermers. –   Draag geen sjaal, hemd, halsketting of andere han- gende of ruime accessoires die gegrepen kunnen  worden door de machine of voorwerpen en materi- aal aanwezig op de werkplaats. –   Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden.

2) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder brand-

baar. –   bewaar  de  brandstof  in  gepaste  houders  die  ge- schikt zijn voor dit gebruik; –   rook niet wanneer de brandstof gehanteerd wordt; –   open de dop van het reservoir langzaam om de in- terne druk geleidelijk aan af te laten; –   vul  benzine  alleen  bij  in  de  open  lucht  en  gebruik  hiervoor een trechter; –   giet de brandstof in het reservoir vóórdat u de mo- tor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u  geen brandstof toevoegen of de dop van de benzi- netank afdraaien; –   als  u  benzine  gemorst  hebt  mag  u  de  motor  niet  starten maar dient u de machine uit de buurt van de  plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en  voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wach- ten totdat de brandstof verdampt is en de benzine- dampen opgelost zijn; –   reinig onmiddellijk elk spoor van benzine gemorst  op de machine of op de grond; –   start de machine niet op de plaats waar de brand- stof bijgevuld werd; –   vermijd dat de brandstof in contact komt met de kle- dij en, mocht dit toch gebeuren, trek dan andere kle- dij aan vooraleer de motor te starten ; –   draai de dop altijd weer goed op de tank van de ma- chine en het benzinereservoir. 3)  Vervang defecte of beschadigde geluidsdempers. 4)  Ga vóór het gebruik over op een algemene contro- le van de machine, en in het bijzonder: – de versnellingshendel en de veiligheidshendel moeten vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te  worden, en bij het loslaten moeten ze automatisch  en snel terug in de neutrale stand komen; –   de versnellingshendel moet geblokkeerd blijven in- dien niet op de veiligheidshendel geduwd wordt; –   de  stopschakelaar  van  de  motor  moet  makkelijk  van  de  ene  stand  in  de  andere  gebracht  kunnen  worden; –   de elektrische kabels en in het bijzonder de kabel  van  de  bougie  moeten  onbeschadigd  zijn  om  te  voorkomen dat vonken ontstaan; de kap moet cor- rect op de bougie gemonteerd zijn; –   de handgrepen en beschermingen van de machine  moeten schoon, droog, en stevig bevestigd zijn op  de machine; –   de messen mogen geenszins beschadigd zijn. 5)  Vóór  het  werk  te  beginnen,  controleer  of  alle  be- schermingen correct gemonteerd zijn.

C) TIJDENS HET GEBRUIK

1)  Start  de  motor  niet  in  gesloten  ruimten  waar  zich  gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwikkelen. 2)  Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht. 

3) Blijf stil en stabiel staan:

–   vermijd  zoveel  mogelijk te werken  op een natte of  glibberige grond, of in ieder geval op te oneen of  steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tij- dens het werken niet kunnen garanderen; –   vermijd het gebruik van ladders en onstabiele plat- formen; –   loop niet maar ga normaal en let op oneenheden  van het terrein en  de aanwezigheid van  eventuele  hindernissen. –   Wees steeds bewust van wat er zich rondom u be- vindt  en  let  op  mogelijke  risico’s  waar  u  zich  niet  bewust van zou kunnen zijn wegens het lawaai van  de machine. 4)  Start de motor met de vrije hand terwijl de machine  stevig tegen de grond gehouden wordt:  –   start de motor op een afstand van minstens 3 me- ter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; – controleer of er zich andere personen in de draag- wijdte van de machine bevinden; –   richt  de  geluidsdemper  en  dus  de  uitlaatgassen  nooit naar ontvlambare materialen. 5)  Let op nabij elektrische kabels onder spanning. 6)  Wijzig  de  afstelling  van  de  motor  niet  en  laat  het  toerental van de  motor  niet  buitengewoon  hoog  op- lopen. 7)  Controleer of het laagste toerental van de machine  niet te laag is zodat de messen niet bewegen en of de  motor na een plotse versnelling niet te snel terugvalt  tot het laagste toerental. 8)  Let  erop  dat  de  messen  niet  hevig  botsen  met  vreemde lichamen en let op eventueel wegspringend  materiaal veroorzaakt door het draaien van de mes- sen. 9)  Als de snij-inrichting tegen een vreemd voorwerp  stoot of indien de heggenschaar een ongewoon ge- luid maakt of op abnormale wijze begint te trillen, moet  men  de  motor uitschakelen  en  de machine stil  laten  staan. Koppel de kabel van de bougie los van de bou- gie zelf en ga als volgt te werk: –   controleer de schade; –   controleer  of er  delen  losgekomen  zijn en  schroef  ze weer vast.; –   vervang of herstel de beschadigde delen met delen  met gelijkwaardige kenmerken. 10)  Zet de motor stil vooraleer: –   te reinigen na een blokkering of deze los te maken;  – controles uit te voeren, onderhoud uit te voeren of te werken aan de heggenschaar;8 –   de positie van de snij-inrichting af te stellen; –   de machine onbewaakt achter te laten.

D) ONDERHOUD EN OPSLAG

1)  Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om  er zeker van te zijn dat de machine altijd op een vei- lige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onder- houd aan de heggenschaar pleegt, zal de werking er- van veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard  blijven. 2)  Zet de machine niet met benzine in de tank in een  ruimte waar  de  benzinedampen  met  vlammen, von- ken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen  komen. 3)  Laat  de  motor  eerst  afkoelen  vóór  het  opbergen  van de machine in elke willekeurige ruimte. 4)  Om het risico voor brand te beperken, worden de  motor, de geluidsdemper van de uitlaat en de opslag- zone van de benzine vrij gehouden van takjes, blade- ren of overtollig vet; laat geen houders met snijafval in  de ruimte achter. 5)  Als u het reservoir moet  ledigen, dient u dit in de  open lucht te doen en wanneer de motor koud is. 6)  Draag  werkhandschoenen  voor  elke  ingreep  aan  de snij-inrichting. 7)  Zorg ervoor dat de messen altijd scherp zijn. Alle  handelingen  die  betrekking  hebben  op  de  messen  vergen een specieke vaardigheid en het gebruik van  geschikt  gereedschap;  uit  veiligheidsoverwegingen  worden deze handelingen beter uitgevoerd in een ge- specialiseerd centrum. 8)  Gebruik  de  machine,  uit  veiligheidsoverwegin- gen, nooit indien de snij-inrichting of andere onder- delen versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen  moeten  vernieuwd  en  niet  gerepareerd  worden.  Gebruik  uitsluitend  originele  reserveonder- delen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen  de  machine  beschadigen  en  kunnen  gevaarlijk  zijn  voor de gebruiker. 9)  Bewaar  de  machine  buiten  het  bereik  van  kinde- ren!

E) TRANSPORT EN VERPLAATSING

1)  Telkens  wanneer de machine  gecontroleerd, ver- plaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk: –   de motor uit te schakelen, te wachten tot de messen  tot stilstand gekomen zijn, de bougiekap los te kop- pelen en te wachten tot de machine afgekoeld is; –   de mesbeschermingen aanbrengen; –   de machine alleen vastnemen aan de handgrepen  en  de  messen  richten  in  de  richting  tegenover  de  looprichting. 2)  Wanneer  de  machine  vervoerd  wordt  met  een  voertuig, moet het op dusdanige wijze geplaatst wor- den  dat  er  voor  niemand  gevaar  ontstaat  en  stevig  geblokkeerd worden om te voorkomen dat de machi- ne omvalt en beschadigd wordt of dat brandstof lekt. GEBRUIKSNORMEN OPMERKING - De afbeeldingen die in de tekst vermeld worden, bevinden zich op de pagina’s 3 en daaropvolgende van deze handleiding.

Alvorens  de  machine  te  gebruiken,  is  het  noodza- kelijk: – Te controleren of er geen schroeven loszitten aan de machine of het mes; –   te controleren of de messen scherp zijn en niet be- schadigd zijn; –   te controleren of de luchtlter schoon is; –   te controleren of de beschermingen goed vastzitten  en eciënt zijn; – te controleren of de handgrepen goed bevestigd zijn.

1.2 BEREIDING VAN HET BRANDSTOFMENGSEL

Deze  machine  is  uitgerust  met  een  tweetaktmotor  waarvoor een mengsel van benzine en smeerolie ge- bruikt moet worden. BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine be- schadigt de motor en doet de garantie vervallen. BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermid- delen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.

1.2.1 Eigenschappen van de benzine

Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een oc- taangehalte van minstens 90 N.O. BELANGRIJK Groene  benzine  zorgt  altijd  voor  wat  afzettingen in de houder indien het langer dan 2 maan- den bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!

1.2.2 Eigenschappen van de olie

Gebruik alleen synthetische olie van uitstekende kwa- liteit, speciek voor tweetaktmotoren. Bij  uw  Verkoper  zijn  oliën  beschikbaar  die  speciaal  bestudeerd werden voor dit type van motor en in staat  zijn om voor een hoge bescherming te zorgen.9 Het  gebruik  van  deze  oliën  leidt  tot een mengsel  bij  2%, d.w.z. 1 deel olie voor 50 delen benzine.

1.2.3 Bereiding en bewaring van het mengsel

GEVAAR! De benzine en het mengsel zijn ont- vlambaar! – Bewaar de benzine en het mengsel in speciale houders voor brandstof, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of vrije vlam- men. – De houders moeten buiten het bereik van kinde- ren bewaard worden. – Niet roken tijdens de bereiding van het mengsel en de benzinedampen niet inademen. Voor de bereiding van het mengsel: – Doe ongeveer de helft van de benzine in een ge- schikte tank. – Voeg er alle olie aan toe. – Voeg de rest van de benzine toe. –   Sluit de dop en schud krachtig. BELANGRIJK Het mengsel is onderhevig aan verou- dering. Bereid niet te veel mengsel, om afzettingen te voorkomen. BELANGRIJK Zorg ervoor dat de houders van de benzine en het mengsel goed van elkaar onderschei- den worden, om geen vergissing te begaan op het mo- ment van het gebruik. BELANGRIJK Reinig de houders van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijderen.

1.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

GEVAAR! Niet roken tijdens het bijvullen en de benzinedampen niet inademen. LET OP! Open de dop van de tank voorzichtig omdat er druk ontstaan kan zijn aan de binnen- kant. Vooraleer bij te vullen: –   Schud de tank van het mengsel krachtig. –   Plaats de machine een en stabiel, met de vuldop  van het reservoir naar boven. –   Maak de dop van het reservoir en de zone rond de  dop schoon om te voorkomen dat tijdens het bijvul- len onzuiverheden terechtkomen in het mengsel. –   Open  de  dop  van  het  reservoir  voorzichtig  om  de  druk geleidelijk aan af te laten. Vul bij gebruik ma- kend  van  een  trechter  en  vul  het  reservoir  niet tot  aan de rand (Afb. 1). LET OP! De dop van het reservoir moet altijd stevig weer vastgedraaid worden. LET OP! Reinig onmiddellijk elk spoor van mengsel dat eventueel gemorst werd op de machi- ne of op de grond en start de motor pas wanneer de benzinedampen volledig opgelost zijn.

REGELING VAN DE HANDGREEP (Fig. 2) De achterste handgreep (1) heeft 3 verschillende standen  ten  opzichte  van  de  snij-inrichting,  om  het  snoeiwerk zo goed mogelijk af te werken. LET OP! De handgreep wordt geregeld wan- neer de motor uitgeschakeld is. – Trek de vrijgavehendel (2) naar boven. – Draai  de  achterste  handgreep  (1)  in  de  gewenste  stand. – Alvorens de machine te gebruiken, controleer of de  vrijgavehendel (2) volledig omlaag is en of de ach- terste handgreep goed stabiel is. LET OP! Tijdens het werk moet de achter- ste handgreep altijd verticaal staan, ongeacht de stand van de snij-inrichting (3).

LET OP! De machine wordt gestart op een af- stand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd. Alvorens de machine op te starten: –   Zet de machine stabiel op de grond. –   Haal de beschermingen van het mes. –   Zorg ervoor dat het mes niet in aanraking komt met  het terrein of met andere voorwerpen. –   Zorg ervoor dat de handgreep geblokkeerd is in de  centrale positie.

2.1.1 Start met koude motor

OPMERKING Met start bij koude motor wordt bedoeld  een start na minstens 5 minuten dat de motor uitge- schakeld is of na het bijvullen van brandstof.10 Om de machine op te starten (Fig. 3): 1.  Duw de schakelaar (1) in de stand «I». 2.   Druk voorzichtig 7-10 keer op de  knop  (2) van de  “primer” tot de brandstof uit het aftapbuisje komt.

3. Draai de bedieningshendel van de starter (3) in de

stand «B». 4.   Houd de machine stevig tegen de grond met een  hand op de handgreep, om de controle ervan niet  te verliezen tijdens het starten. LET OP! Indien machine niet stevig vastge- houden wordt, kan de gebruiker door de duw- kracht van de motor het evenwicht verliezen of zou het mes tegen een hindernis of de gebruiker zelf gericht kunnen worden. 5.   Trek de startknop langzaam 10-15 cm aan tot u een  zekere  weerstand  gewaarwordt.  Trek  er  dan  nog  enkele keren aan tot de machine in gang schiet. BELANGRIJK Deze machine is voorzien van een “Easy Start” startinrichting waardoor het starten van de motor anders en makkelijker is ten opzichte van de tra- ditionele methodes. Met dit systeem is er minder kracht vereist voor het starten. De kabel hoeft slechts aange- trokken te worden totdat u de motor hoort beginnen te starten, zonder aan de kabel te hoeven rukken, omdat deze tijdens de handeling geen grote weerstand biedt.     LET OP! Om te voorkomen dat het touw breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de touwgeleider schuren en laat de knop geleidelijk aan los, om te voorkomen dat het touw op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet. 6.   Laat de knop (4) van het starttouw geleidelijk aan  los en voorkom dat het op ongecontroleerde wijze  naar binnen schiet. 7.    chakel  de  versnellingshendel  (5)    kort  in,  om  de  bedieningshendel  van  de  starter (3) automatisch  terug naar de stand «A» te brengen. 8.   Laat de motor minstens 1 minuut draaien vooraleer  naar het maximaal toerental te gaan. BELANGRIJK Indien de knop (4) van het starttouw herhaaldelijk bediend wordt met de bedieningshendel  van de starter (3) in de stand «B», kan de motor vastlo- pen en de start bemoeilijken. Indien de motor vastloopt, de bougie demonteren en  voorzichtig  aan  de  knop  (5)  van  het  starttouw  trek- ken  om  de  overtollige  brandstof te verwijderen; ver- volgens de elektrodes van de bougie afdrogen en de  bougie weer monteren op de motor.

2.1.2 Start bij warme motor

Voor de start bij warme motor (onmiddellijk na  de uitschakeling van de motor), volg de punten 1 - 4 -  5 - 6 van de vorige werkwijze.

2.2 AFSTELLING VAN DE SNELHEID VAN DE

SNIJ-INRICHTING (Afb. 4) De  snelheid  van  de  snij-inrichting  wordt  geregeld  met de versnellingshendel (1) op de achterste hand- greep (2). Deze hendel kan alleen bediend worden indien gelijk- tijdig op de veiligheidshendel (3) geduwd wordt. De  beweging  wordt  van  de  motor  overgedragen  op  de messen, door middel van een koppeling met cen- trifugaalgewichten  die  de  beweging  van  de  messen  verhindert  wanneer  de  motor  op  het  minimaal  toe- rental draait. LET OP! De snij-inrichting mag niet bewegen met de motor op het minimumtoerental. Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zijn mini- mumtoerental, neem dan contact op met uw ver- koper om de motor goed af te stellen. De correcte werksnelheid wordt bekomen met de ver- snellingshendel (1) tegen de eindaanslag. BELANGRIJK Gedurende de eerste 6-8 werkuren van  de machine, wordt vermeden de hoogste toerentallen te gebruiken.

2.3 STOP VAN DE MACHINE (Afb. 5)

Om de machine te stoppen, dient men: –   Laat de versnellingshendel los (1) en laat de motor  minstens enkele seconden draaien. –   Duw de schakelaar (2) in de stand «O». LET OP! Nadat de versneller in de minimum- stand gezet werd, moet enkele seconden gewacht worden vooraleer de messen tot stilstand komen. LET OP! In geval van noodstop, dient men de schakelaar onmiddellijk op de positie «O» te zetten.

3. HEGGEN SNIJDEN EN BIJSNOEIEN

Uit respect voor de anderen en het milieu: –   Wees geen storend element. –   Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de af- danking van het snijafval.11 –   Volg nauwkeurig de  lokale  normen op voor de  af- danking  van olie, benzine, beschadigde  onderde- len  of  om  het  even  welk  element  dat  niet  milieu- vriendelijk is. –   De verpakking moet volgens de plaatselijk gelden- de bepalingen worden afgevoerd. LET OP! De langdurige blootstelling aan tril- lingen kan neuro-vasculaire letsels en problemen veroorzaken (ook gekend onder de naam “feno- meen van Raynaud” of “witte hand”), vooral bij personen die circulatiestoornissen hebben . De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze effec- ten kunnen versterkt worden door een lage omge- vingstemperatuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optre- den, moet de machine minder lang gebruikt wor- den en is het noodzakelijk een arts te raadplegen. GEVAAR! De aanschakelinrichting van deze machine genereert een elektromagnetisch veld van beperkte omvang, dat echter de mogelijkheid op interferentie met de werking van actieve of passieve medische inrichtingen die op de bedie- ner aangebracht zijn, niet kan uitsluiten, met als gevolg mogelijke ernstige risico’s voor zijn vei- ligheid. Men raadt daarom aan dat te dragers van dergelijke medische apparaten de geneesheer of de fabrikant van deze apparaten zelf raadplegen, vooraleer de machine te gebruiken. LET OP! Draag tijdens het werk gepaste kle- dij. Uw Verkoper zal u alle nodige informatie geven over de meest geschikte veiligheidskledij, met het oog op een veilig gebruik van de machine. LET OP! In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddel- lijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschik- te eerste-hulp-procedures te volgen voor de situ- atie en zich tot een gezondheidsstructuur te rich- ten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan perso- nen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onop- gemerkt blijven.

3.1 MANIEREN VAN SNIJDEN

LET OP! Tijdens het snijden, moet de machi- ne altijd stevig vastgehouden worden met beide handen. LET OP! Schakel de machine onmiddellijk uit indien de messen tijdens het werk vastlopen of blijven vastzitten in de takken van de heg. Het  is  altijd  wenselijk  eerst  de  twee  verticale  zijden  van de heg te snijden en pas dan de bovenkant. Stel het handvat van de machine af in functie van het  type snit (zie 1.4).

3.1.1 Verticaal snijden (Afb. 6)

Snij met een boogvormige beweging van onder naar  boven,  waarbij  het  mes  zo  ver  mogelijk  van  het  li- chaam gehouden moet worden.

3.1.2 Horizontaal snijden (Afb. 7)

De  beste  resultaten  worden  bekomen  met  het  mes  licht  overhellend  (5°  -  10°)  in  de  snijrichting,  met  een boogvormige, langzame en constante beweging,  vooral bij bijzonder dichtgegroeide heggen.

Een correct onderhoud is fundamenteel om mettertijd  de  oorspronkelijke  eciëntie  en  gebruiksveiligheid  van de machine in stand te houden. LET OP! Tijdens het onderhoud: – haal de kap van de bougie. – Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is. – Gebruik werkhandschoenen voor alle handelin- gen die betrekking hebben op de messen. – Houd de mesbeschermingen op hun plaats, ten- zij aan het mes zelf gewerkt moet worden. – De olie, benzine of andere vervuilende materia- len niet in het milieu gooien.

Na het werk wordt de machine zorgvuldig vrijgemaakt  van  stof  en  vuil,  dient men  zich ervan te  verzekeren  dat er geen delen beschadigd zijn, de defecte delen vervangen  en  de  messen  smeren  om  roestvorming  te voorkomen.12 De  machine  moet  bewaard  worden  op  een  droge  plaats,  beschermd  tegen  de  weersomstandigheden  en met de mesbescherming gemonteerd.

IMPORTANTE Het is essentieel dat de luchtfilter ge

reinigd wordt, voor de goede werking en de levensduur van de machine. De reiniging wordt uitgevoerd elke 8-10 werkuren. Om de lter te reinigen (Afb. 8): –   Draai de knop los (1), verwijder het deksel (2) en het  lterelement (3). –   Was het lterelement (3) met water en zeep. Gebruik  geen benzine of andere oplosmiddelen. –   Laat de lter drogen aan de lucht.  –   Hermonteer het lterelement (3) en het deksel (2)  door de knop (1) stevig vast te draaien.

4.4 CONTROLE VAN DE BOUGIE

Periodiek  wordt  de  bougie  gedemonteerd  en  gerei- nigd, door eventuele restjes te verwijderen  met  een  metalen borsteltje (Afb. 9). Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes (Afb. 9). Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met  de bijgeleverde sleutel. De bougie moet in geval van doorgebrande elektro- den of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke  100  werkuren,  vervangen  worden  door  een  bougie  met analoge karakteristieken.

BELANGRIJK Indien men van plan is de machine lan- ger dan 2 – 3 maanden niet te gebruiken, moeten een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen worden om pro- blemen te vermijden bij het hervatten van het werk of  om permanente schade aan de motor te voorkomen. Alvorens de machine op te bergen: –   Ledig de brandstoftank. –   Start de motor en laat hem op het laagste toerental  draaien tot de stilstand, zodat alle in het reservoir overgebleven brandstof opgebruikt wordt. –   Laat de motor afkoelen alvorens de machine op te  bergen. Wanneer de machine weer gestart wordt, dient men  de machine voor te bereiden zoals aangegeven is in  het hoofdstuk “1. Voorbereiding”.

5. BUITENGEWOON ONDERHOUD

Deze ingrepen mogen enkel door uw Verkoper uitge- voerd worden. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte  structuren of door onbekwame personen doen de ga- rantie vervallen.

5.1 AFSTELLING VAN HET MINIMUMTOERENTAL

LET OP! Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zijn minimumtoerental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen.

5.2 FILTER BRANDSTOF

In het reservoir  werd  voorzien  in  een lter die voor- komt dat onzuiverheden binnendringen in de motor. Eenmaal  per  jaar  moet  de  lter  vervangen  worden  door uw verkoper.

5.3 REGELING VAN DE CARBURATOR

De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog  op de beste prestaties in alle omstandigheden, met  een  minimale  uitstoot  van schadelijke gassen,  over- eenkomstig de geldende normen. Ingeval van slechte prestaties, controleer eerst of de messen niet gedeeltelijk geblokkeerd of vervormd zijn  en wend u tot uw Verkoper voor een controle van de  carburator en de motor.13

5.4 ONDERHOUD VAN DE MESSEN

LET OP! Controleer regelmatig of de messen niet geplooid of beschadigd zijn en of de schroe- ven degelijk zijn vastgedraaid.

5.4.1 Afstelling van de messen

De messen zijn onderhevig aan een geleidelijke slijta- ge die zichtbaar is wanneer het snijresultaat slechter  wordt door een overmatige speling. LET OP! Het afstellen van de messen is een handeling die, indien ze niet correct uitgevoerd wordt, schade kan berokkenen aan de messen zelf en aan de machine of letsels aan personen of ongevallen kan veroorzaken. Daarom moet dit steeds door Uw verkoper uitgevoerd worden.

5.4.2 Slijpen van de messen

De  messen  moeten  geslepen  worden  wanneer  ze  minder goed werk leveren en de takken makkelijk ge- klemd raken. LET OP! Een mes dat versleten is wordt nooit geslepen maar altijd vervangen. BELANGRIJK Het  is altijd noodzakelijk het  slijpen te  laten uitvoeren door uw verkoper, die over de gepaste gereedschappen en de nodige bekwaamheid beschikt.

5.4.3 Vervanging van de messen

BELANGRIJK De vervanging van de messen moet door uw verkoper uitgevoerd worden. Op deze machine is het gebruik voorzien van messen  met de code die aangegeven is in tabel a op pagina 2. Gezien  de  ontwikkeling van  het  product,  kunnen  de  boven  vermelde  messen  in  de  loop  van  de  tijd  ver- vangen worden door andere, met soortgelijke eigen- schappen voor wat betreft verwisselbaarheid en func- tionele veiligheid.

Wat te doen bij … Oorsprong van het probleem Correctieve actie

1. De machine start niet of blijft niet in beweging

De startprocedure is niet correct Volg de aanwijzingen (zie  hoofdstuk 2) De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden  is niet gepast Controleer de bougie (zie hoofdstuk 4) Verstopte luchtfilter Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 4) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper

2. De machine start maar heeft weinig vermogen.

Verstopte luchtfilter Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 4) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper

3. De machine werkt onregelmatig of heeft geen vermo

gen bij belasting De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet  gepast Controleer de bougie (zie hoofdstuk 4) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper

4. De machine maakt teveel rook.

Verkeerde samenstelling van  het mengsel Bereid het mengsel volgens  de aanwijzingen (zie hoofd

6. De messen bewegen terwijl de motor aan het mini

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)1. Het bedrijf 2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: draagbare heggeschaar met motor, snijden/trimmen van heggen a) Type / Basismodel b) Handelsmodel c) Bouwjaar d) Serienummer e) Motor: benzinemotor 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: f) Certificatie-instituut g) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen i) Gemeten niveau van geluidsvermogen j) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen m) Netto geïnstalleerd vermogen q) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier r) Plaats en Datum