SHT 660 K - Heggenschaar STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SHT 660 K STIGA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Heggenschaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SHT 660 K - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SHT 660 K van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING SHT 660 K STIGA
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
3. Heggen Snijden En Bijsnoeien ..................... 10
In de tekst van de handleiding worden enkele para- grafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK Verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of er schade veroorzaakt wordt. LET OP! Gevaar van persoonlijk letsel of let- sel aan anderen in geval van niet inachtneming. GEVAAR! Kans op ernstig persoonlijk letsel of ernstig letsel aan anderen met gevaar voor dodelijke ongelukken, in geval van niet inacht- neming.
LEER DE MACHINE KENNEN
OPMERKING - De afbeeldingen die overeenstem- men met de aanwijzingen bevinden zich op pag. 2 van deze handleiding.
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE EN
GEBRUIKSGEBIED Deze machine is een tuingereedschap, en met name een draagbare heggenschaar met benzinemotor voor hobby gebruik. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motoreen- heid en een koppel getande messen, aangedreven door een mechanisme dat een afwisselende rechtlij- nige beweging aangeeft. De veiligheidssystemen verhinderen ongewilde be-
BELANGRIJK – AANDACHTIG LEZEN VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN. Bewaren voor toekomstige behoeften wegingen van de messen bij afwezigheid van de be- diener. Voorzien gebruik Deze machine is ontworpen en vervaardigd voor het snijden en bijsnoeien van heggen, bestaande uit strui- ken met kleine takken, die hoe dan ook in verhouding zijn met de kenmerken van de machine. Onjuist gebruik Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hier- boven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het ongeschikt gebruik (bijvoor- beeld, maar niet uitsluitend): – snijden van gras in het algemeen en in het bijzonder in de nabijheid van stoepranden; – kleinsnijden van materiaal voor compostering; – snoeiwerken; – gebruik van de machine voor het snijden van niet plantaardig materiaal; – gebruik van de machine door meer dan één per- soon tegelijk. Het oneigenlijk gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant te- weeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
2. Snij-inrichting (mes) 3. Beschermplaat snijden
6. Bediening vrijgave achterste handgreep
23. Gegarandeerd geluidsniveau
24. Referentiemodel van de fabrikant 25. Model van machine (indien aanwezig) 26. Serienummer 27. Markering Certiceringsinstituut (indien aanwe- zig) 28. Bouwjaar 29. Artikelcode 30. Aantal emissies Het voorbeeld van de verklaring van overeenstem- ming bevindt zich op de voorlaatste pagina van de handleiding.
BESCHRIJVING VAN DE VERKLARENDE SYMBO-
LEN (indien voorzien)
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Uw machine dient met voorzichtigheid te worden ge- bruikt. Daarom zijn er op de machine pictogrammen op aangebracht die u aan de belangrijkste veiligheids- voorschriften herinneren. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Verder wordt u aanbevolen de veilig- heidsvoorschriften in het speciale hoofdstuk daarover in dit boekje zorgvuldig door te lezen. Vervang de beschadigde of onleesbare stickers.
52. Voordat u deze machine in gebruik neemt, dient u eerst de gebruiksaanwijzingen lezen. 53. Uw gehoor kan denitieve beschadiging oplo- pen. De mensen die deze machine dagelijks in normale omstandigheden gebruiken, zijn bloot- gesteld aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Het is verplicht de oorbeschermers te dra- gen. Draag altijd een veiligheidsbril (risico voor wegspringende voorwerpen) en oorbeschermers zoals een geluidshelm (om beschadiging van het gehoor te voorkomen) tijdens het gebruik van de machine. Ingeval er gevaar bestaat voor val- lende voorwerpen, moet ook een valhelm gedra- gen worden. 54. Draag veiligheidsschoeisel en werkhandschoe- nen! 55. Brandgevaar! Het brandstofmengsel is ontvlam- baar. Mors geen brandstof.
56. Levensgevaar als gevolg van vergiftiging! Als de
motor draait, komen er schadelijke uitlaatgas- sen vrij. Gebruik de machine nooit in afgesloten ruimten of ruimten met onvoldoende ventilatie. Levensgevaar als gevolg van vergiftiging. TECHNISCHE GEGEVENS [61] Cilinderinhoud [62] Vermogen [63] Bougie [64] Afstand elektrodes bougie [65] Verhouding benzine: olie [66] Inhoud reservoir [67] Snijlengte [68] Geluidsdruk oor bediener [69] Gemeten akoestisch vermogen [70] Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen [71] Meetonzekerheid [72] Trillingen doorgegeven aan de hand door het voorste handvat [73] Trillingen doorgegeven aan de hand door het achterste handvat [74] Massa [75] Code mes (koppel) VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN (zorgvuldig in acht te nemen) A) VOORBEREIDING
1) DEZE MACHINE KAN ERNSTIGE SCHADE EN
LETSELS VEROORZAKEN. Lees aandachtig de aan- wijzingen voor correct gebruik, voorbereiding, onder- houd, opstarten en stilzetten van de machine. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebrui- ken. Leer de motor snel af te zetten. 2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de ge- bruiker kan landelijk gereglementeerd zijn. 3) De machine dient niet door meer dan één persoon gebruikt te worden. 4) Gebruik de machine in geen geval: – als er personen, in het bijzonder kinderen of dieren in de buurt zijn; – indien de gebruiker moe is, zich niet t voelt of ge- neesmiddelen, drugs, alcohol of schadelijke stoen ingenomen heeft die zijn reactievermogen en aan- dacht kunnen verminderen; – indien de gebruiker niet in staat is om de machine stevig vast te houden met beide handen en/of tij- dens het werk niet in evenwicht en stevig op beide voeten kan staan. 5) Denk eraan dat de persoon die de machine be- dient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.
B) VÓÓR HET GEBRUIK7
1) Tijdens het werken moet gepaste kledij gedra- gen worden die de gebruiker niet hindert in zijn be- wegingen. – Draag aansluitende en beschermende kledij die be- stand is tegen sneden. – Draag werkhandschoenen, een veiligheidsbril en veiligheidsschoeisel met een antislipzool. – Gebruik de oorbeschermers. – Draag geen sjaal, hemd, halsketting of andere han- gende of ruime accessoires die gegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materi- aal aanwezig op de werkplaats. – Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden.
2) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder brand-
baar. – bewaar de brandstof in gepaste houders die ge- schikt zijn voor dit gebruik; – rook niet wanneer de brandstof gehanteerd wordt; – open de dop van het reservoir langzaam om de in- terne druk geleidelijk aan af te laten; – vul benzine alleen bij in de open lucht en gebruik hiervoor een trechter; – giet de brandstof in het reservoir vóórdat u de mo- tor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzi- netank afdraaien; – als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wach- ten totdat de brandstof verdampt is en de benzine- dampen opgelost zijn; – reinig onmiddellijk elk spoor van benzine gemorst op de machine of op de grond; – start de machine niet op de plaats waar de brand- stof bijgevuld werd; – vermijd dat de brandstof in contact komt met de kle- dij en, mocht dit toch gebeuren, trek dan andere kle- dij aan vooraleer de motor te starten ; – draai de dop altijd weer goed op de tank van de ma- chine en het benzinereservoir. 3) Vervang defecte of beschadigde geluidsdempers. 4) Ga vóór het gebruik over op een algemene contro- le van de machine, en in het bijzonder: – de versnellingshendel en de veiligheidshendel moeten vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moeten ze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen; – de versnellingshendel moet geblokkeerd blijven in- dien niet op de veiligheidshendel geduwd wordt; – de stopschakelaar van de motor moet makkelijk van de ene stand in de andere gebracht kunnen worden; – de elektrische kabels en in het bijzonder de kabel van de bougie moeten onbeschadigd zijn om te voorkomen dat vonken ontstaan; de kap moet cor- rect op de bougie gemonteerd zijn; – de handgrepen en beschermingen van de machine moeten schoon, droog, en stevig bevestigd zijn op de machine; – de messen mogen geenszins beschadigd zijn. 5) Vóór het werk te beginnen, controleer of alle be- schermingen correct gemonteerd zijn.
C) TIJDENS HET GEBRUIK
1) Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwikkelen. 2) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
3) Blijf stil en stabiel staan:
– vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneen of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tij- dens het werken niet kunnen garanderen; – vermijd het gebruik van ladders en onstabiele plat- formen; – loop niet maar ga normaal en let op oneenheden van het terrein en de aanwezigheid van eventuele hindernissen. – Wees steeds bewust van wat er zich rondom u be- vindt en let op mogelijke risico’s waar u zich niet bewust van zou kunnen zijn wegens het lawaai van de machine. 4) Start de motor met de vrije hand terwijl de machine stevig tegen de grond gehouden wordt: – start de motor op een afstand van minstens 3 me- ter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd; – controleer of er zich andere personen in de draag- wijdte van de machine bevinden; – richt de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen. 5) Let op nabij elektrische kabels onder spanning. 6) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van de motor niet buitengewoon hoog op- lopen. 7) Controleer of het laagste toerental van de machine niet te laag is zodat de messen niet bewegen en of de motor na een plotse versnelling niet te snel terugvalt tot het laagste toerental. 8) Let erop dat de messen niet hevig botsen met vreemde lichamen en let op eventueel wegspringend materiaal veroorzaakt door het draaien van de mes- sen. 9) Als de snij-inrichting tegen een vreemd voorwerp stoot of indien de heggenschaar een ongewoon ge- luid maakt of op abnormale wijze begint te trillen, moet men de motor uitschakelen en de machine stil laten staan. Koppel de kabel van de bougie los van de bou- gie zelf en ga als volgt te werk: – controleer de schade; – controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast.; – vervang of herstel de beschadigde delen met delen met gelijkwaardige kenmerken. 10) Zet de motor stil vooraleer: – te reinigen na een blokkering of deze los te maken; – controles uit te voeren, onderhoud uit te voeren of te werken aan de heggenschaar;8 – de positie van de snij-inrichting af te stellen; – de machine onbewaakt achter te laten.
D) ONDERHOUD EN OPSLAG
1) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een vei- lige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onder- houd aan de heggenschaar pleegt, zal de werking er- van veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven. 2) Zet de machine niet met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, von- ken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen. 3) Laat de motor eerst afkoelen vóór het opbergen van de machine in elke willekeurige ruimte. 4) Om het risico voor brand te beperken, worden de motor, de geluidsdemper van de uitlaat en de opslag- zone van de benzine vrij gehouden van takjes, blade- ren of overtollig vet; laat geen houders met snijafval in de ruimte achter. 5) Als u het reservoir moet ledigen, dient u dit in de open lucht te doen en wanneer de motor koud is. 6) Draag werkhandschoenen voor elke ingreep aan de snij-inrichting. 7) Zorg ervoor dat de messen altijd scherp zijn. Alle handelingen die betrekking hebben op de messen vergen een specieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen worden deze handelingen beter uitgevoerd in een ge- specialiseerd centrum. 8) Gebruik de machine, uit veiligheidsoverwegin- gen, nooit indien de snij-inrichting of andere onder- delen versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonder- delen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker. 9) Bewaar de machine buiten het bereik van kinde- ren!
E) TRANSPORT EN VERPLAATSING
1) Telkens wanneer de machine gecontroleerd, ver- plaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk: – de motor uit te schakelen, te wachten tot de messen tot stilstand gekomen zijn, de bougiekap los te kop- pelen en te wachten tot de machine afgekoeld is; – de mesbeschermingen aanbrengen; – de machine alleen vastnemen aan de handgrepen en de messen richten in de richting tegenover de looprichting. 2) Wanneer de machine vervoerd wordt met een voertuig, moet het op dusdanige wijze geplaatst wor- den dat er voor niemand gevaar ontstaat en stevig geblokkeerd worden om te voorkomen dat de machi- ne omvalt en beschadigd wordt of dat brandstof lekt. GEBRUIKSNORMEN OPMERKING - De afbeeldingen die in de tekst vermeld worden, bevinden zich op de pagina’s 3 en daaropvolgende van deze handleiding.
Alvorens de machine te gebruiken, is het noodza- kelijk: – Te controleren of er geen schroeven loszitten aan de machine of het mes; – te controleren of de messen scherp zijn en niet be- schadigd zijn; – te controleren of de luchtlter schoon is; – te controleren of de beschermingen goed vastzitten en eciënt zijn; – te controleren of de handgrepen goed bevestigd zijn.
1.2 BEREIDING VAN HET BRANDSTOFMENGSEL
Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waarvoor een mengsel van benzine en smeerolie ge- bruikt moet worden. BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine be- schadigt de motor en doet de garantie vervallen. BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermid- delen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.
1.2.1 Eigenschappen van de benzine
Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een oc- taangehalte van minstens 90 N.O. BELANGRIJK Groene benzine zorgt altijd voor wat afzettingen in de houder indien het langer dan 2 maan- den bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!
1.2.2 Eigenschappen van de olie
Gebruik alleen synthetische olie van uitstekende kwa- liteit, speciek voor tweetaktmotoren. Bij uw Verkoper zijn oliën beschikbaar die speciaal bestudeerd werden voor dit type van motor en in staat zijn om voor een hoge bescherming te zorgen.9 Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel bij 2%, d.w.z. 1 deel olie voor 50 delen benzine.
1.2.3 Bereiding en bewaring van het mengsel
GEVAAR! De benzine en het mengsel zijn ont- vlambaar! – Bewaar de benzine en het mengsel in speciale houders voor brandstof, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of vrije vlam- men. – De houders moeten buiten het bereik van kinde- ren bewaard worden. – Niet roken tijdens de bereiding van het mengsel en de benzinedampen niet inademen. Voor de bereiding van het mengsel: – Doe ongeveer de helft van de benzine in een ge- schikte tank. – Voeg er alle olie aan toe. – Voeg de rest van de benzine toe. – Sluit de dop en schud krachtig. BELANGRIJK Het mengsel is onderhevig aan verou- dering. Bereid niet te veel mengsel, om afzettingen te voorkomen. BELANGRIJK Zorg ervoor dat de houders van de benzine en het mengsel goed van elkaar onderschei- den worden, om geen vergissing te begaan op het mo- ment van het gebruik. BELANGRIJK Reinig de houders van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijderen.
1.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF
GEVAAR! Niet roken tijdens het bijvullen en de benzinedampen niet inademen. LET OP! Open de dop van de tank voorzichtig omdat er druk ontstaan kan zijn aan de binnen- kant. Vooraleer bij te vullen: – Schud de tank van het mengsel krachtig. – Plaats de machine een en stabiel, met de vuldop van het reservoir naar boven. – Maak de dop van het reservoir en de zone rond de dop schoon om te voorkomen dat tijdens het bijvul- len onzuiverheden terechtkomen in het mengsel. – Open de dop van het reservoir voorzichtig om de druk geleidelijk aan af te laten. Vul bij gebruik ma- kend van een trechter en vul het reservoir niet tot aan de rand (Afb. 1). LET OP! De dop van het reservoir moet altijd stevig weer vastgedraaid worden. LET OP! Reinig onmiddellijk elk spoor van mengsel dat eventueel gemorst werd op de machi- ne of op de grond en start de motor pas wanneer de benzinedampen volledig opgelost zijn.
REGELING VAN DE HANDGREEP (Fig. 2) De achterste handgreep (1) heeft 3 verschillende standen ten opzichte van de snij-inrichting, om het snoeiwerk zo goed mogelijk af te werken. LET OP! De handgreep wordt geregeld wan- neer de motor uitgeschakeld is. – Trek de vrijgavehendel (2) naar boven. – Draai de achterste handgreep (1) in de gewenste stand. – Alvorens de machine te gebruiken, controleer of de vrijgavehendel (2) volledig omlaag is en of de ach- terste handgreep goed stabiel is. LET OP! Tijdens het werk moet de achter- ste handgreep altijd verticaal staan, ongeacht de stand van de snij-inrichting (3).
LET OP! De machine wordt gestart op een af- stand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd. Alvorens de machine op te starten: – Zet de machine stabiel op de grond. – Haal de beschermingen van het mes. – Zorg ervoor dat het mes niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen. – Zorg ervoor dat de handgreep geblokkeerd is in de centrale positie.
2.1.1 Start met koude motor
OPMERKING Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitge- schakeld is of na het bijvullen van brandstof.10 Om de machine op te starten (Fig. 3): 1. Duw de schakelaar (1) in de stand «I». 2. Druk voorzichtig 7-10 keer op de knop (2) van de “primer” tot de brandstof uit het aftapbuisje komt.
3. Draai de bedieningshendel van de starter (3) in de
stand «B». 4. Houd de machine stevig tegen de grond met een hand op de handgreep, om de controle ervan niet te verliezen tijdens het starten. LET OP! Indien machine niet stevig vastge- houden wordt, kan de gebruiker door de duw- kracht van de motor het evenwicht verliezen of zou het mes tegen een hindernis of de gebruiker zelf gericht kunnen worden. 5. Trek de startknop langzaam 10-15 cm aan tot u een zekere weerstand gewaarwordt. Trek er dan nog enkele keren aan tot de machine in gang schiet. BELANGRIJK Deze machine is voorzien van een “Easy Start” startinrichting waardoor het starten van de motor anders en makkelijker is ten opzichte van de tra- ditionele methodes. Met dit systeem is er minder kracht vereist voor het starten. De kabel hoeft slechts aange- trokken te worden totdat u de motor hoort beginnen te starten, zonder aan de kabel te hoeven rukken, omdat deze tijdens de handeling geen grote weerstand biedt. LET OP! Om te voorkomen dat het touw breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de touwgeleider schuren en laat de knop geleidelijk aan los, om te voorkomen dat het touw op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet. 6. Laat de knop (4) van het starttouw geleidelijk aan los en voorkom dat het op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet. 7. chakel de versnellingshendel (5) kort in, om de bedieningshendel van de starter (3) automatisch terug naar de stand «A» te brengen. 8. Laat de motor minstens 1 minuut draaien vooraleer naar het maximaal toerental te gaan. BELANGRIJK Indien de knop (4) van het starttouw herhaaldelijk bediend wordt met de bedieningshendel van de starter (3) in de stand «B», kan de motor vastlo- pen en de start bemoeilijken. Indien de motor vastloopt, de bougie demonteren en voorzichtig aan de knop (5) van het starttouw trek- ken om de overtollige brandstof te verwijderen; ver- volgens de elektrodes van de bougie afdrogen en de bougie weer monteren op de motor.
2.1.2 Start bij warme motor
Voor de start bij warme motor (onmiddellijk na de uitschakeling van de motor), volg de punten 1 - 4 - 5 - 6 van de vorige werkwijze.
2.2 AFSTELLING VAN DE SNELHEID VAN DE
SNIJ-INRICHTING (Afb. 4) De snelheid van de snij-inrichting wordt geregeld met de versnellingshendel (1) op de achterste hand- greep (2). Deze hendel kan alleen bediend worden indien gelijk- tijdig op de veiligheidshendel (3) geduwd wordt. De beweging wordt van de motor overgedragen op de messen, door middel van een koppeling met cen- trifugaalgewichten die de beweging van de messen verhindert wanneer de motor op het minimaal toe- rental draait. LET OP! De snij-inrichting mag niet bewegen met de motor op het minimumtoerental. Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zijn mini- mumtoerental, neem dan contact op met uw ver- koper om de motor goed af te stellen. De correcte werksnelheid wordt bekomen met de ver- snellingshendel (1) tegen de eindaanslag. BELANGRIJK Gedurende de eerste 6-8 werkuren van de machine, wordt vermeden de hoogste toerentallen te gebruiken.
2.3 STOP VAN DE MACHINE (Afb. 5)
Om de machine te stoppen, dient men: – Laat de versnellingshendel los (1) en laat de motor minstens enkele seconden draaien. – Duw de schakelaar (2) in de stand «O». LET OP! Nadat de versneller in de minimum- stand gezet werd, moet enkele seconden gewacht worden vooraleer de messen tot stilstand komen. LET OP! In geval van noodstop, dient men de schakelaar onmiddellijk op de positie «O» te zetten.
3. HEGGEN SNIJDEN EN BIJSNOEIEN
Uit respect voor de anderen en het milieu: – Wees geen storend element. – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de af- danking van het snijafval.11 – Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de af- danking van olie, benzine, beschadigde onderde- len of om het even welk element dat niet milieu- vriendelijk is. – De verpakking moet volgens de plaatselijk gelden- de bepalingen worden afgevoerd. LET OP! De langdurige blootstelling aan tril- lingen kan neuro-vasculaire letsels en problemen veroorzaken (ook gekend onder de naam “feno- meen van Raynaud” of “witte hand”), vooral bij personen die circulatiestoornissen hebben . De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze effec- ten kunnen versterkt worden door een lage omge- vingstemperatuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optre- den, moet de machine minder lang gebruikt wor- den en is het noodzakelijk een arts te raadplegen. GEVAAR! De aanschakelinrichting van deze machine genereert een elektromagnetisch veld van beperkte omvang, dat echter de mogelijkheid op interferentie met de werking van actieve of passieve medische inrichtingen die op de bedie- ner aangebracht zijn, niet kan uitsluiten, met als gevolg mogelijke ernstige risico’s voor zijn vei- ligheid. Men raadt daarom aan dat te dragers van dergelijke medische apparaten de geneesheer of de fabrikant van deze apparaten zelf raadplegen, vooraleer de machine te gebruiken. LET OP! Draag tijdens het werk gepaste kle- dij. Uw Verkoper zal u alle nodige informatie geven over de meest geschikte veiligheidskledij, met het oog op een veilig gebruik van de machine. LET OP! In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddel- lijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschik- te eerste-hulp-procedures te volgen voor de situ- atie en zich tot een gezondheidsstructuur te rich- ten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan perso- nen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onop- gemerkt blijven.
3.1 MANIEREN VAN SNIJDEN
LET OP! Tijdens het snijden, moet de machi- ne altijd stevig vastgehouden worden met beide handen. LET OP! Schakel de machine onmiddellijk uit indien de messen tijdens het werk vastlopen of blijven vastzitten in de takken van de heg. Het is altijd wenselijk eerst de twee verticale zijden van de heg te snijden en pas dan de bovenkant. Stel het handvat van de machine af in functie van het type snit (zie 1.4).
3.1.1 Verticaal snijden (Afb. 6)
Snij met een boogvormige beweging van onder naar boven, waarbij het mes zo ver mogelijk van het li- chaam gehouden moet worden.
3.1.2 Horizontaal snijden (Afb. 7)
De beste resultaten worden bekomen met het mes licht overhellend (5° - 10°) in de snijrichting, met een boogvormige, langzame en constante beweging, vooral bij bijzonder dichtgegroeide heggen.
Een correct onderhoud is fundamenteel om mettertijd de oorspronkelijke eciëntie en gebruiksveiligheid van de machine in stand te houden. LET OP! Tijdens het onderhoud: – haal de kap van de bougie. – Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is. – Gebruik werkhandschoenen voor alle handelin- gen die betrekking hebben op de messen. – Houd de mesbeschermingen op hun plaats, ten- zij aan het mes zelf gewerkt moet worden. – De olie, benzine of andere vervuilende materia- len niet in het milieu gooien.
Na het werk wordt de machine zorgvuldig vrijgemaakt van stof en vuil, dient men zich ervan te verzekeren dat er geen delen beschadigd zijn, de defecte delen vervangen en de messen smeren om roestvorming te voorkomen.12 De machine moet bewaard worden op een droge plaats, beschermd tegen de weersomstandigheden en met de mesbescherming gemonteerd.
IMPORTANTE Het is essentieel dat de luchtfilter ge
reinigd wordt, voor de goede werking en de levensduur van de machine. De reiniging wordt uitgevoerd elke 8-10 werkuren. Om de lter te reinigen (Afb. 8): – Draai de knop los (1), verwijder het deksel (2) en het lterelement (3). – Was het lterelement (3) met water en zeep. Gebruik geen benzine of andere oplosmiddelen. – Laat de lter drogen aan de lucht. – Hermonteer het lterelement (3) en het deksel (2) door de knop (1) stevig vast te draaien.
4.4 CONTROLE VAN DE BOUGIE
Periodiek wordt de bougie gedemonteerd en gerei- nigd, door eventuele restjes te verwijderen met een metalen borsteltje (Afb. 9). Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes (Afb. 9). Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgeleverde sleutel. De bougie moet in geval van doorgebrande elektro- den of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werkuren, vervangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.
BELANGRIJK Indien men van plan is de machine lan- ger dan 2 – 3 maanden niet te gebruiken, moeten een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen worden om pro- blemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen. Alvorens de machine op te bergen: – Ledig de brandstoftank. – Start de motor en laat hem op het laagste toerental draaien tot de stilstand, zodat alle in het reservoir overgebleven brandstof opgebruikt wordt. – Laat de motor afkoelen alvorens de machine op te bergen. Wanneer de machine weer gestart wordt, dient men de machine voor te bereiden zoals aangegeven is in het hoofdstuk “1. Voorbereiding”.
5. BUITENGEWOON ONDERHOUD
Deze ingrepen mogen enkel door uw Verkoper uitge- voerd worden. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen de ga- rantie vervallen.
5.1 AFSTELLING VAN HET MINIMUMTOERENTAL
LET OP! Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zijn minimumtoerental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen.
5.2 FILTER BRANDSTOF
In het reservoir werd voorzien in een lter die voor- komt dat onzuiverheden binnendringen in de motor. Eenmaal per jaar moet de lter vervangen worden door uw verkoper.
5.3 REGELING VAN DE CARBURATOR
De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimale uitstoot van schadelijke gassen, over- eenkomstig de geldende normen. Ingeval van slechte prestaties, controleer eerst of de messen niet gedeeltelijk geblokkeerd of vervormd zijn en wend u tot uw Verkoper voor een controle van de carburator en de motor.13
5.4 ONDERHOUD VAN DE MESSEN
LET OP! Controleer regelmatig of de messen niet geplooid of beschadigd zijn en of de schroe- ven degelijk zijn vastgedraaid.
5.4.1 Afstelling van de messen
De messen zijn onderhevig aan een geleidelijke slijta- ge die zichtbaar is wanneer het snijresultaat slechter wordt door een overmatige speling. LET OP! Het afstellen van de messen is een handeling die, indien ze niet correct uitgevoerd wordt, schade kan berokkenen aan de messen zelf en aan de machine of letsels aan personen of ongevallen kan veroorzaken. Daarom moet dit steeds door Uw verkoper uitgevoerd worden.
5.4.2 Slijpen van de messen
De messen moeten geslepen worden wanneer ze minder goed werk leveren en de takken makkelijk ge- klemd raken. LET OP! Een mes dat versleten is wordt nooit geslepen maar altijd vervangen. BELANGRIJK Het is altijd noodzakelijk het slijpen te laten uitvoeren door uw verkoper, die over de gepaste gereedschappen en de nodige bekwaamheid beschikt.
5.4.3 Vervanging van de messen
BELANGRIJK De vervanging van de messen moet door uw verkoper uitgevoerd worden. Op deze machine is het gebruik voorzien van messen met de code die aangegeven is in tabel a op pagina 2. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de boven vermelde messen in de loop van de tijd ver- vangen worden door andere, met soortgelijke eigen- schappen voor wat betreft verwisselbaarheid en func- tionele veiligheid.
Wat te doen bij … Oorsprong van het probleem Correctieve actie
1. De machine start niet of blijft niet in beweging
De startprocedure is niet correct Volg de aanwijzingen (zie hoofdstuk 2) De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (zie hoofdstuk 4) Verstopte luchtfilter Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 4) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper
2. De machine start maar heeft weinig vermogen.
Verstopte luchtfilter Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 4) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper
3. De machine werkt onregelmatig of heeft geen vermo
gen bij belasting De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast Controleer de bougie (zie hoofdstuk 4) Brandstofproblemen Contacteer uw Verkoper
4. De machine maakt teveel rook.
Verkeerde samenstelling van het mengsel Bereid het mengsel volgens de aanwijzingen (zie hoofd
6. De messen bewegen terwijl de motor aan het mini
EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)1. Het bedrijf 2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: draagbare heggeschaar met motor, snijden/trimmen van heggen a) Type / Basismodel b) Handelsmodel c) Bouwjaar d) Serienummer e) Motor: benzinemotor 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: f) Certificatie-instituut g) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen i) Gemeten niveau van geluidsvermogen j) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen m) Netto geïnstalleerd vermogen q) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier r) Plaats en Datum
Notice-Facile