129RJ - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 129RJ HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 129RJ - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 129RJ van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING 129RJ HUSQVARNA
Gebruiksaanwijzing 167-191
WAARSCHUWING: motorzeisen, bosmaaiers en trimmers kunnen gevaarlijk zijn. Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in ernstig letsel of overlijden van de gebruiker of anderen. Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u de machine gebruikt. Draag altijd veiligheidsschoenen met een stalen neus en antislipzool; nauw aansluitende kleding; een stevige lange broek en lange mouwen; antisliphandschoenen voor zwaar gebruik; oogbescherming zoals een condensvrije, geventileerde veiligheidsbril of dito gelaatscherm; een goedgekeurde veiligheidshelm; en een goede gehoorbescherming (oordoppen of een gehoorkap). Personen met lang haar dienen (voor hun eigen veiligheid) het haar samen te binden. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er tijdens het werk geen personen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen.
Waarschuwing voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Max. toerental van de uitgaande as, tpm Machines die zijn uitgerust met een grasmaaiblad kunnen krachtig
opzij schieten wanneer het blad in contact komt met vaste voorwerpen. Het blad kan tot amputatie van armen en benen leiden. Houd personen en dieren altijd op een afstand van minimaal 15 meter van de machine. Pijlen waarmee de begrenzing voor bevestiging van het stuur wordt aangeven.
Geluidsdrukniveau op 7,5 meter volgens Australische regelgeving.
Geluidsemissie naar de omgeving volgens de EG-richtlijn. De emissie van de machine is vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens" en op het label. Dit product voldoet aan de geldende EG-richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende EAC-richtlijnen. Dit product voldoet aan de Australische regelgeving voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC). Gebruik loodvrije benzine en tweetaktolie in een mengverhouding van 2% (50:1). Overige op de machine aangegeven symbolen/plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan certificering op bepaalde markten. WAT IS WAT? Wat is wat?
4. Beschermkap voor snijuitrusting
10. Klem voor draagstel
30. Gebruikershandleiding
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Belangrijk
- Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is uiterst belangrijk dat u de inhoud van de gebruikershandleiding doorleest en begrijpt.
- De machine is uitsluitend bedoeld voor het trimmen en maaien van gras en/of voor gebruik in bossen.
- De enige accessoires die u met deze motoreenheid kunt gebruiken, zijn de maaihulpstukken en snijuitrusting die in het hoofdstuk "TECHNISCHE GEGEVENS" wordt geadviseerd.
- Gebruik de machine nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol hebt gedronken, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Gebruik de machine nooit bij extreme klimaatomstandigheden zoals strenge kou of een zeer warm en/of vochtig klimaat.
- Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie de instructies in het hoofdstuk "Persoonlijke beschermingsmiddelen".
- Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat ze niet langer overeenstemt met de originele uitvoering.
- Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de onderhouds-, controle- en service- instructies van deze gebruiksaanwijzing. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen moeten uitgevoerd worden door opgeleide en gekwalificeerde specialisten. Zie de instructies in het hoofdstuk "ONDERHOUD".
- Alle kappen en beschermkappen moeten gemonteerd zijn voor de start. Zorg ervoor dat de bougiekap en kabel niet beschadigd raken. Anders loopt u het risico van elektrische schokken.
- Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er tijdens het werk geen personen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen. Indien meerdere gebruikers op dezelfde werkplek werken, moet de veiligheidsafstand minstens 15 meter zijn. WAARSCHUWING: Deze machine produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze deze machine gaan bedienen. WAARSCHUWING: Het gebruik van defecte snijuitrusting of een verkeerd gevijld blad kan het risico op ongevallen vergroten. WAARSCHUWING: Sta nooit toe dat kinderen de machine gebruiken of in de buurt van de machine komen. Omdat de machine is uitgerust met een terugverende stopschakelaar en kan worden gestart op lage snelheid en met weinig kracht op de starthandgreep, kunnen zelfs kleine kinderen onder bepaalde omstandigheden de kracht hebben, die nodig is om de machine te starten. Dat kan een risico van ernstig persoonlijk letsel inhouden. Verwijder daarom de bougiekap wanneer de machine niet onder toezicht staat. Persoonlijke beschermingsmiddelen WAARSCHUWING: Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde persoonlijke beschermingsuitrusting gebruikt worden. Een persoonlijke beschermingsuitrusting elimineert de risico’s niet, maar vermindert de ernst van het letsel als er toch een ongeluk gebeurt. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw uitrusting koopt. WAARSCHUWING: Wees altijd aandachtig op waarschuwingssignalen of geroep wanneer u gehoorbescherming gebruikt. Doe de gehoorbescherming altijd af zodra de motor is gestopt. Helm U moet een helm dragen als de te kappen struiken hoger dan 2 m zijn. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Gehoorbescherming U moet gehoorbescherming met voldoende dempvermogen dragen. Oogbescherming Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Wanneer u een vizier gebruikt moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Een goedgekeurde veiligheidsbril moet voldoen aan de norm EN 166 in Europa, de norm ANSI Z87 in de Verenigde Staten en de norm CSA Z94 in Canada. Handschoenen Draag handschoenen indien nodig, b.v. wanneer u de snijuitrusting monteert. Laarzen Gebruik stevige antisliplaarzen. Kleding Draag kleding van stevige stof en draag geen loszittende kleding die gemakkelijk kan blijven haken in takken en struikgewas. Draag altijd een stevige lange broek. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen en loop niet op blote voeten. Zorg ervoor dat uw haar niet lager dan uw schouders hangt. EHBO-koffer Gebruikers van motorzeisen, bosmaaiers of trimmers moeten altijd een EHBO-koffer bij de hand hebben. Veiligheidsuitrusting van de machine In dit hoofdstuk wordt de veiligheidsuitrusting van de machine beschreven, welke functie ze hebben en hoe controles en onderhoud moeten worden uitgevoerd om hun goede werking te waarborgen. In het hoofdstuk "WAT IS WAT?" kunt u zien waar deze onderdelen zich op uw machine bevinden. De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanneer het onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. BELANGRIJK! Om service en reparaties aan de machine uit te voeren, moet u een speciale opleiding hebben. Dit geldt met name voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de machine één van de volgende controles niet goed doorstaat, moet u ermee naar uw servicewerkplaats gaan. Als u één van onze producten koopt, garandeert dit dat de reparaties en service door een vakman kunnen worden uitgevoerd. Als u uw machine heeft gekocht bij één van onze dealers die geen servicewerkplaats heeft, vraag hem dan waar de dichtstbijzijnde erkende werkplaats is. WAARSCHUWING: Gebruik de machine nooit wanneer de veiligheidsuitrusting defect is. Volg de bedienings-, onderhouds- en service- instructies in dit hoofdstuk op. Als uw machine niet door alle controles komt, moet u ermee naar uw servicewerkplaats voor reparatie. Gashendelvergrendeling De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen. Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de gashendel ontkoppeld (B). Wanneer u het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelijke beginposities. Dit gebeurt via twee van elkaar onafhankelijke terugspringveersystemen. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld wordt op stationair draaien. Controleer of de gashendel is vergrendeld in de stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in de beginpositie staat. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Druk de gashendelvergrendeling in en controleer of hij teruggaat naar de beginpositie wanneer u deze loslaat. Controleer of de gashendel en de gashendelvergrendeling vlot lopen en of hun terugspringveren goed werken. Zie de instructies in het hoofdstuk "Starten". Start de machine en geef vol gas. Laat de gashendel los en controleer of de snijuitrusting stopt en stil blijft staan. Als de snijuitrusting draait wanneer de gashendel in de stationaire stand staat, moet de stationaire stand van de carburateur worden gecontroleerd. Zie de instructies in het hoofdstuk "ONDERHOUD". Stopschakelaar Zorg er voor dat de motor stopt als u de stopschakelaar indrukt. Beschermkap voor snijuitrusting Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De beschermkap voorkomt tevens dat de gebruiker in aanraking komt met de snijuitrusting. Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk "TECHNISCHE GEGEVENS". WAARSCHUWING: Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk "TECHNISCHE GEGEVENS". Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of verkeerde snijuitrusting verhoogt het trillingsniveau. WAARSCHUWING: Als men teveel wordt blootgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die gekoppeld kunnen worden aan te grote blootstelling aan trillingen. Dergelijke symptomen zijn o.a. een doof gevoel, gevoelloosheid, tintelingen, een prikkelend gevoel, pijn, krachtverlies, veranderingen van huidskleur of conditie van de huid. Deze symptomen hebben meestal betrekking op vingers, handen of polsen. De risico’s kunnen bij lage temperaturen toenemen. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Snelontgrendeling van het draagstel Aan de voorkant van het draagstel zit een goed bereikbare snelontgrendeling waarmee u zich in noodsituaties snel van de machine en het draagstel kunt ontdoen. Zie de instructies in het hoofdstuk "Aanpassen van het draagstel". Controleer of de riemen van het draagstel juist zitten. Wanneer het draagstel en de machine afgesteld zijn, moet u controleren of de snelontgrendeling van het draagstel werkt. Geluiddemper De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg te richten. VOORZICHTIG! De geluiddemper is uitgerust met een katalysator om schadelijke stoffen in de uitlaatgassen te reduceren. In landen met een warm en droog klimaat is het risico op brand erg groot. Wij hebben daarom de geluiddempers uitgerust met een zogenaamd vonkenopvangnet. Controleer of de geluiddemper van uw machine uitgerust is met zo’n net. Voor geluiddempers is het erg belangrijk dat de controle-, onderhouds- en service-instructies worden opgevolgd. Gebruik de machine nooit wanneer de geluiddemper defect is. Controleer regelmatig of de geluiddemper vastzit in de machine. WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar. WAARSCHUWING: De binnenkant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de geluiddemper is beschadigd. WAARSCHUWING: De uitlaatgassen van de motor koolmonoxide bevatten, hetgeen koolmonoxidevergiftiging kan veroorzaken. Start of gebruik de machine daarom nooit in gesloten ruimtes, of op slecht geventileerde plekken. WAARSCHUWING: De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine daarom nooit in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal. Borgmoer Voor een bepaald type snijuitrusting worden borgmoeren gebruikt bij het vastzetten. Bij montage draait u de moer tegen de rotatierichting van de snijuitrusting in. Bij verwijderen draait u de moer los in de rotatierichting van de snijuitrusting. (De moer heeft links schroefdraad.) Draai de moer vast met een dopsleutel. De nylon borging van de borgmoer mag niet zo versleten zijn dat ze met de vingers vast- of losgeschroefd kan worden. De borging moet bestand zijn tegen een weerstand van ten minste 1,5 Nm. De moer moet worden vervangen nadat deze ca. 10 keer los en vast is gedraaid. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Slijpuitrusting In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken:
- Het terugslagrisico van uw machine reduceert.
- Een optimaal maairesultaat krijgt.
- De levensduur van de snijuitrusting verlengt. BELANGRIJK:
- Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkappen. Zie het hoofdstuk "TECHNISCHE GEGEVENS".
- Zie de instructies voor de snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de juiste draaddiameter.
- Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen. Volg daarvoor onze aanbevelingen op. Zie ook de instructie op de verpakking van het blad.
- Zorg ervoor dat de schranking correct is. Volg onze instructies en gebruik de door ons aanbevolen vijlmal. WAARSCHUWING: Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. Controleer of de snijuitrusting volledig tot stilstand is gekomen. Koppel de kabel van de bougie los. WAARSCHUWING: Gebruik van een defecte snijuitrusting of een verkeerd geslepen blad verhoogt het terugslagrisico. Slijpuitrusting Grasmaaiblad en grasmes zijn bedoeld om te worden gebruikt voor het maaien van dikker gras. Een trimmerkop is bedoeld voor het trimmen van gras. Basisregels Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkappen. Zie het hoofdstuk "TECHNISCHE GEGEVENS". Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen. Volg onze instructies en gebruik de door ons aanbevolen vijlmal. Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogt het risico op ongelukken. Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en barsten. Een beschadigde snijuitrusting moet altijd vervangen worden. Vijlen van grasmes en grasmaaiblad
- Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze. Het blad en mes moeten met een platte vijl met enkele kapping gevijld worden.
- Vijl alle sneden evenveel bij om de balans te bewaren. WAARSCHUWING: Gooi een verbogen, scheef, gebarsten, gebroken of op andere wijze beschadigd blad altijd weg. Probeer een scheef blad nooit te stellen om dit opnieuw te gebruiken. Gebruik uitsluitend originele bladen van het voorgeschreven type. Trimmerkop BELANGRIJK: Denk er altijd om dat de trimmerdraad stevig en gelijkmatig rond de trommel wordt gewikkeld, anders ontstaan er mogelijk schadelijke trillingen in de machine.
- Gebruik uitsluitend de aanbevolen snijuitrusting. Zie het hoofdstuk "TECHNISCHE GEGEVENS".
- In het algemeen heeft een kleinere machine kleine trimmerkoppen nodig en omgekeerd. Dit omdat bij maaien met een draad de motor ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES de draad radiaal van de trimmerkop moet toevoeren en bovendien bestand moet zijn tegen de weerstand van het gras dat gemaaid wordt.
- De lengte van de draad is eveneens belangrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermogen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot.
- Zorg ervoor dat het mes dat op de trimmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Het wordt gebruikt om de draad op de juiste lengte af te snijden.
- Om de levensduur van de draad te verlengen, kunt u hem een paar dagen in water leggen. De draad wordt dan taaier en gaat langer mee. MONTEREN NB Controleer of het apparaat correct is gemonteerd, zoals weergegeven in deze gebruikershandleiding. Stuur monteren
1. Demonteer de bout bij het achterste gedeelte
2. Duw de gashendel op het rechtergedeelte van
het stuur (zie afbeelding).
3. Zorg dat de opening voor de bevestigingsbout
in het handvat boven de opening het stuur komt te liggen.
4. Monteer de bout opnieuw in de opening bij het
achterste gedeelte van het handvat.
5. Schroef de bout door het handvat en het stuur.
6. Monteer de bevestigingsonderdelen volgens
tekening. WAARSCHUWING: De stuurbevestiging moet tussen de pijlsymbolen op de steel zitten voor een veilige werkpositie.
7. Draai de schroeven vast met een inbussleutel.
Montage van het draagstel WAARSCHUWING: Wanneer u met een bosmaaier werkt, moet deze altijd vastgehaakt worden in het draagstel. Anders kunt u de bosmaaier niet veilig bedienen. Dit kan bij uzelf of anderen letsel veroorzaken. Gebruik nooit een draagstel met een defecte snelontgrendeling. Het draagstel en het stuur dienen correct te worden afgesteld met volledig uitgeschakelde motor alvorens het apparaat wordt gebruikt. Klem van het draagstel monteren
1. Positioneer de bovenste klem van het draagstel
boven de steel en de onderste klem van het draagstel onder de steel. Zorg dat de schroefgaten van de bovenste en onderste klem tegenover elkaar liggen. De klem moet boven de pijl op de steel worden bevestigd (zie afbeelding). NB Leg de gaskabel in de groef van de onderste draagstelklem alvorens de schroeven aan te draaien
2. Breng twee schroeven in de schroefgaten aan.
3. Zet de klem van het draagstel vast door de
schroeven met een inbussleutel vast te draaien. Aanpassen van het draagstel Aan de voorkant van het draagstel zit een goed bereikbare snelontgrendeling. Gebruik de snelontgrendelknop in een noodsituatie waarbij u zich moet bevrijden uit het draagstel en bij het apparaat vandaan moet zijn Gelijkmatige schouderbelasting Een goed aangepast draagstel en machine maken uw werk er een stuk gemakkelijker op. Doe het draagstel om. Pas het draagstel aan voor een goede werkhouding. Span de zijriemen zo aan dat het gewicht gelijkmatig over beide schouders wordt verdeeld. NB Het kan nodig zijn de klem van het draagstel anders op de steel te positioneren voor een goede evenwichtsverdeling van het apparaat. MONTEREN De juiste hoogte Stel het draagstel zodanig af dat de snijuitrusting parallel aan de grond is. Het juiste evenwicht Laat de snijuitrusting licht tegen de grond rusten. Als u een grasmaaiblad gebruikt, moet dit ongeveer 10 centimeter boven de grond balanceren, om te voorkomen dat het met stenen enz. in aanraking komt. Stel de klem van het draagstel zodanig af dat de unit goed in evenwicht is. Bladen en trimmerkoppen monteren
- Bij het monteren van de snijuitrusting is het zeer belangrijk dat de geleidepen van de meenemer/steunflens op de juiste manier in de middelste opening van de snijuitrusting terechtkomt. Verkeerd gemonteerde snijuitrusting kan ernstige en/of dodelijke verwondingen veroorzaken. WAARSCHUWING: Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk "TECHNISCHE GEGEVENS". Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of verkeerde snijuitrusting verhoogt het trillingsniveau. BELANGRIJK: Als u een grasmaaiblad wilt gebruiken, moet de machine zijn uitgerust met het juiste stuur, de juiste bladbeschermkap en het juiste draagstel. Monteren van bladbeschermkap, grasmaaiblad en maaimes
1. De bladbeschermkap/combibeschermkap (A)
wordt vastgehaakt in de bevestiging op de steel en met een schroef vastgezet. VOORZICHTIG! Gebruik de aanbevolen bladbeschermkap. Zie hoofdstuk Technische gegevens.
2. Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
3. Draai de bladas rond tot één van de openingen
van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.
5. Plaats blad (D), steunkop (E) en steunflens (F)
6. Monteer de moer (G). De moer moet met een
moment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) vast gedraaid worden. Gebruik de dopsleutel uit de gereedschapsset. Houd de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij de bladbeschermkap vast. Om de moer vast te draaien, draait u de dopsleutel in tegengestelde richting van de draairichting (Let op! links schroefdraad) MONTEREN Monteren van trimmerbeschermkap en trimmerkop
1. Monteer trimmerbeschermkap (A) voor het
werken met een trimmerkop. De trimmerbeschermkap/combibeschermkap wordt vastgehaakt aan de bevestiging op de steel en vastgezet met een schroef (L).
2. Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
3. Draai de steel rond tot één van de openingen
van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis.
rotatierichting in op zijn plaats.
6. Ga voor het demonteren in omgekeerde
volgorde tewerk. BRANDSTOFHANTERING Brandstofveiligheid Start de machine nooit:
- Als u er brandstof op gemorst hebt. Neem alle gemorste brandstof af en laat de benzineresten verdampen.
- Als u brandstof op uzelf of op uw kleding hebt gemorst, trek dan schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik water en zeep.
- Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop en de brandstofleidingen regelmatig op lekkage. Transport en opbergen
- Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen komen met vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische machines, elektrische motoren, stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
- Bij opslag en vervoer van brandstof moeten altijd speciaal voor dat doel bestemde en goedgekeurde tanks worden gebruikt.
- Als de machine gedurende lange tijd niet gebruikt zal worden, moet de brandstoftank leeggemaakt worden. Vraag bij uw tankstation waar u de afgetapte brandstof kunt afvoeren.
- Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een lange periode van stalling.
- De transportbescherming van de snijuitrusting moet tijdens vervoer of opslag van de machine altijd aangebracht zijn.
- Om een ongewenste start van de motor te voorkomen, moet de bougiekap altijd worden verwijderd wanner de machine voor lange tijd wordt opgeborgen, wanneer de machine niet onder toezicht staat en bij alle voorkomende servicemaatregelen.
- Zet de machine vast tijdens transport. WAARSCHUWING: Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof. Denk aan de brand-, explosie- en inademingsrisico’s. Brandstof LET OP: De machine is uitgerust met een tweetaktmotor en moet altijd worden gebruikt met een mengsel van benzine en tweetakt- motorolie. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding is het erg belangrijk dat u de hoeveelheid olie altijd nauwkeurig afmeet. Bij het mengen van kleine brandstofhoeveelheden zullen zelfs kleine afwijkingen van invloed zijn op de mengverhouding. WAARSCHUWING: Brandstof en brandstofdampen zijn zeer brandgevaarlijk en kunnen leiden tot ernstig letsel bij inademing en contact met de huid. Wees daarom voorzichtig wanneer u met brandstof werkt en zorg voor goede luchtventilatie bij de brandstofhantering. Benzine LET OP: Gebruik altijd een benzine- oliemengsel van goede kwaliteit (met een octaangehalte minimaal 90). Gebruik, indien verkrijgbaar, milieuvriendelijke benzine, de zogenoemde alkylaatbenzine.
- Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90. Als u de motor laat draaien op benzine met een octaangehalte lager dan 90, kan dit tot 'kloppen' leiden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot zware motorbeschadigingen kan leiden.
- Als u voortdurend met een hoog toerental werkt, is het raadzaam een hoger octaangehalte te gebruiken. Tweetaktolie
- Voor het beste resultaat en een lange levensduur van de motor adviseren wij Husqvarna XP-olie te gebruiken, die speciaal ontwikkeld is voor onze luchtgekoelde tweetaktmotoren. Gebruik bij het mengen van brandstof uitsluitend volsynthetische tweetaktolie van goede kwaliteit.
- Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboordmotoren, soms ook wel outboardolie (TCW) genoemd.
- Gebruik nooit olie die is bedoeld voor viertaktmotoren. Mengen
- De mengverhouding is 50:1.
- Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan die bedoeld is voor brandstof.
- Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstofmengsel. Giet er daarna de resterende hoeveelheid benzine bij.
- Meng (schud) het brandstofmengsel goed voordat u de brandstoftank van de machine vult. Benzine, liter (gal) Tweetaktolie, ml (oz) 4 (1) 77 (2,6) 8 (2) 154 (5,2) BRANDSTOFHANTERING
- Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is.
- Als u de machine gedurende langere tijd niet gebruikt, moet u de brandstoftank leegmaken en reinigen. WAARSCHUWING: De katalysatorgeluiddemper wordt erg heet, zowel tijdens het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook voor stationair draaien. Verlies het brandgevaar niet uit het oog, vooral wanneer u in de buurt bent van brandgevaarlijke stoffen en/of gassen. Brandstof tanken WAARSCHUWING: Om het risico op brand te verminderen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
- Rook niet of plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof.
- Schakel altijd de motor uit vóór het tanken.
- Stop de motor en laat hem vóór het tanken enkele minuten afkoelen.
- Open de dop van de tank voorzichtig wanneer u wilt tanken zodat eventuele overdruk langzaam kan ontsnappen.
- Draai de dop van de tank goed vast na het tanken.
- Verwijder de machine altijd van de plaats waar is getankt, voordat u de machine start.
- Maak de omgeving rond de tankdop schoon. Verontreinigingen in de tank kunnen defecten veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jerrycan te schudden voor u de tank vult.
Controle voor het starten
- Controleer het blad op barsten bij de middelste opening of bij de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordat er tijdens het vijlen scherpe hoeken ontstaan zijn in de tandbodems of doordat men het blad gebruikt heeft met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet het onmiddellijk vervangen worden.
- Controleer de steunflens op barsten die het gevolg kunnen zijn van materiaalmoeheid of te hard aanhalen. De steunflens moet vervangen worden als hij barsten vertoont.
- Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht niet verliest. De borgmoer moet een borgmoment van ten minste 1,5 Nm hebben Het aanhaalmoment van de borgmoer moet 35-50 Nm zijn.
- Controleer de trimmerkop en de trimmerbeschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de trimmerkop of de trimmerbeschermkap indien deze terugslag te verduren hebben gehad of barsten vertonen.
- Gebruik de machine nooit zonder beschermkap of een defecte beschermkap.
- Alle kappen moeten juist gemonteerd zijn en zonder gebreken voor de machine wordt gestart. Starten en stoppen WAARSCHUWING: Start de machine nooit voordat de koppeling, het koppelingsdeksel en de steel volledig gemonteerd zijn, anders kunnen er onderdelen losraken en letsel veroorzaken. Verwijder de machine altijd van de plaats waar is getankt, voordat u de machine start. Plaats de machine op een vaste ondergrond. Let erop dat de snijuitrusting geen voorwerp kan raken. Zorg ervoor dat zich geen onbevoegden binnen het werkgebied bevinden, anders bestaat er gevaar van ernstig letsel. De veiligheidsafstand bedraagt 15 meter. Koude motor
1. Brandstofpomp: Druk (ongeveer 10 keer) op de
balg van de brandstofpomp tot er brandstof in de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden.
2. Choke: Zet de choke-hendel in de choke-
positie. WAARSCHUWING: Wanneer de motor wordt gestart met de chokehendel in de chokestand begint de snijuitrusting direct te draaien.
3. Druk de machinebehuizing met uw linkerhand
tegen de grond (LET OP! Niet met uw voet.). Pak de starthendel stevig vast, trek met uw rechterhand langzaam aan het startkoord totdat u enige weerstand voelt (de startpalletjes grijpen in) en trek vervolgens met een snelle krachtige beweging aan het startkoord. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand. LET OP! Knijp de gashendel niet in als u de motor probeert te starten.
LET OP! Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de starthendel niet zomaar los wanneer het volledig uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden. Trek herhaaldelijk aan het startkoord tot de motor start (of max. 3 keer trekken).
4. Als de motor start of probeert te starten, drukt u
de chokehendel omlaag in de bedrijfsstand.
5. Blijf hard aan het koord trekken totdat de motor
seconden warmdraaien voordat u het gas volledig openzet. Warme motor
1. Brandstofpomp: Druk (ongeveer 10 keer) op de
balg van de brandstofpomp tot er brandstof in de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden.
2. Trek herhaaldelijk aan het startkoord tot de
motor start (of max. 3 keer trekken). Bij een gashendel met startgasvergrendeling: De startgasstand krijgt u door eerst de gashendelvergrendeling en de gashendel in te drukken en dan de startgasknop (A) in te drukken. Laat daarna de gashendelvergrendeling en de gashendel los en dan de startgasknop. De startgasfunctie is nu geactiveerd. Om de motor weer terug te brengen naar stationair draaien, drukt u de gashendelvergrendeling en de gashendel nogmaals in. Stoppen Schakel de motor uit door de stopschakelaar in te drukken en weer los te laten. VOORZICHTIG! De stopschakelaar gaat automatisch terug naar startstand. Om een ongewenste start te voorkomen, moet de bougiekap altijd van de bougie worden gehaald bij montage, controle en/of onderhoud. WAARSCHUWING: Wanneer de motor wordt gestart met de choke in de gesloten stand, begint de snijuitrusting direct te draaien. ARBEIDSTECHNIEK BELANGRIJK! In dit gedeelte worden de basisveiligheidsregels beschreven voor het werken met trimmers. Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Neem contact op met uw servicedealer. Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u niet voldoende gekwalificeerd bent. Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begrijpen wat het verschil is tussen bos maaien, gras maaien en gras trimmen. Basisveiligheidsregels
- Controleer de omgeving:
- Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw machine niet kunt verliezen vanwege omstanders, dieren of een andere reden.
- Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen niet in contact komen met de snijuitrusting of geraakt worden door losse voorwerpen die weggeslingerd worden door de snijuitrusting. VOORZICHTIG! Gebruik de machine nooit zonder de mogelijkheid hulp in te roepen in geval van nood.
- Gebruik de machine niet in ongunstige weersomstandigheden, bijv. bij dichte mist, hevige regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot extra gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad zijn, de wind de valrichting beïnvloeden enz.
- Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan. Controleer of er eventuele hindernissen zijn als u onverwacht snel moet kunnen wegkomen (wortels, stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Neem grote voorzichtigheid in acht bij het werken op hellend terrein.
- Wanneer u zich verplaatst moet de motor uitgeschakeld worden. Als het om een langere verplaatsing en vervoer gaat, moet u de transportbescherming gebruiken.
- Leg de machine nooit neer terwijl de motor of de snijuitrusting draait. Basisregels van het trimmen/maaien
- Gebruik altijd de juiste uitrusting.
- Zorg ervoor dat de uitrusting altijd juist afgesteld en aangepast is.
- Volg de veiligheidsvoorschriften.
- Organiseer het werk goed.
- Zorg ervoor dat het blad op volle toeren draait voor u begint.
- Gebruik altijd goed scherpe bladen.
- Laat na elke stap van het werkproces de motor stationair draaien. Als de motor langdurig op volle toeren draait zonder dat hij belast wordt kan dit tot ernstige beschadigingen van de motor leiden. WAARSCHUWING: Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het maaisel of het afgesneden materiaal te verwijderen wanneer de motor of de snijuitrusting draait, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden. Stop de motor en de snijuitrusting en koppel de kabel los van de bougie voordat u materiaal verwijdert dat zich rondom de bladas heeft gewikkeld, omdat anders risico van letsel bestaat. De hoekoverbrenging kan geruime tijd na gebruik nog warm zijn. Laat de machine afkoelen. U kunt brandwonden oplopen als u deze aanraakt. WAARSCHUWING: Waarschuwing voor wegspattende voorwerpen. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Leun nooit over de beschermkap van de snijuitrusting. Stenen, afval e.d. kunnen in uw ogen terecht komen en blindheid of ernstige verwondingen veroorzaken. Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en helpers moeten zich buiten de veiligheidszone van 15 m bevinden. Schakel de machine onmiddellijk uit indien iemand dichterbij komt. Draai de machine nooit rond zonder eerst te controleren of er achter u niet iemand zich in de veiligheidszone bevindt. WAARSCHUWING: Soms raken takken of gras bekneld tussen de beschermkap en de snijuitrusting. Zet de motor bij schoonmaken altijd uit. Gras maaien met grasmaaiblad
- Grasmaaibladen en grasmessen mogen niet gebruikt worden bij houtachtige stammen.
- Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een grasmaaiblad gebruikt.
- Het gras wordt gemaaid met pendelende bewegingen naar de zijkanten, waarbij de beweging van rechts naar links het ARBEIDSTECHNIEK maaimoment is en de beweging van links naar rechts de retourbeweging. Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en 12 uur).
- Indien het blad tijdens het gras maaien een ietsje schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkelijker maakt bijv. bij harken.
- Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar voren en sta vervolgens weer stevig stil.
- Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt.
- Verklein het risico dat het materiaal rond het blad wordt gewonden door de volgende regels op te volgen:
- Werk altijd met vol gas.
- Vermijd tijdens de retourbeweging het pasgemaaide materiaal.
- Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt. Gras trimmen met trimmerkop Trimmen
- Houd de trimmerkop vlak boven de grond en schuin. Het werk wordt gedaan door het uiteinde van de draad. Laat de trimmerdraad het werk doen in zijn eigen tempo. Duw de trimmerdraad niet in het te maaien gedeelte.
- De draad verwijdert zonder problemen gras en onkruid naast muren, omheiningen, bomen en bloemperken, maar kan ook de tere schors van bomen en struiken en de paaltjes van omheiningen beschadigen.
- Verminder het risico van beschadiging van planten door de draad in te korten tot 10-12 cm en het motortoerental te verminderen.
- Bij het trimmen mag u niet vol gas geven opdat de draad langer meegaat en de trimmerkop minder slijt. Schoonschrapen
- Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste begroeiing verwijderen. Houd de trimmerkop vlak boven de grond en enigszins scheef. Laat het uiteinde van de draad tegen de grond slaan rondom bomen, palen, standbeelden, enz. BELANGRIJK! Deze techniek veroorzaakt grotere slijtage van de draad.
- Wanneer u tegen stenen, bakstenen, beton, metalen omheiningen enz. werkt, slijt de draad sneller en moet deze vaker worden aangevoerd dan wanneer hij in contact komt met bomen en houten omheiningen. Maaien
- De trimmer is ideaal voor het maaien van gras op plaatsen waar men met een gewone gazonmaaier moeilijk bij komt. Houd tijdens het maaien de draad parallel met grond. Duw de trimmerkop niet tegen de grond omdat dit het gazon en het gereedschap kan beschadigen.
- Tijdens normaal maaien mag de trimmerkop niet voortdurend in contact komen met de grond. Een dergelijk voortdurend contact kan tot beschadigingen en slijtage van de trimmerkop leiden. Schoonvegen
- Het ventilatoreffect van de roterende draad kan worden gebruikt om snel en gemakkelijk schoon te vegen. Houd de draad parallel met en boven de oppervlakken die schoongeveegd moeten worden en beweeg het gereedschap heen en weer.
- Bij het maaien en vegen moet u vol gas geven om een goed resultaat te krijgen. ARBEIDSTECHNIEK WAARSCHUWING: Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het maaisel of het afgesneden materiaal te verwijderen wanneer de motor of de draad van de trimmer draait, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden. Stop de motor en de trimmerkop en koppel de kabel los van de bougie voordat u materiaal verwijdert dat zich rondom de aandrijfas heeft gewikkeld, omdat anders risico van letsel bestaat. De hoekoverbrenging kan geruime tijd na gebruik nog warm zijn. Laat de machine afkoelen. U kunt brandwonden oplopen als u deze aanraakt. WAARSCHUWING: Waarschuwing voor wegspattende voorwerpen. Gebruik altijd oogbescherming. Waarschuwing voor weggeslingerde voorwerpen. Stenen, afval e.d. kunnen in uw ogen terecht komen en blindheid of ernstige verwondingen veroorzaken. Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en helpers moeten zich buiten de veiligheidszone van 15 m bevinden. Schakel de machine onmiddellijk uit indien iemand dichterbij komt. ONDERHOUD De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanneer het onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie nodig hebt, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde servicedealer. Veiligheid apparaat / onderhoud Koppel eerst de bougie los voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, met uitzondering van het afstellen van de carburateur. WAARSCHUWING: Start de machine nooit voordat de koppeling, het koppelingsdeksel en de steel volledig gemonteerd zijn, anders kunnen er onderdelen losraken en letsel veroorzaken. Carburateur Werking Via de gashendel regelt de carburateur het toerental van de motor. In de carburateur worden brandstof en lucht vermengd. De T-schroef regelt de positie van de gasklepbediening bij stationair draaien. Als de T- schroef rechtsom wordt gedraaid, wordt het stationair toerental hoger en als de T-schroef linksom wordt gedraaid, wordt het stationair toerental lager. Basisafstelling Tijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De fijnafstelling moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde monteur. WAARSCHUWING: De snijuitrusting kan roteren tijdens het afstellen van de carburateur. Draag uw beschermingsuitrusting en neem alle veiligheidsinstructies in acht. Zorg ervoor dat de snijuitrusting stopt met roteren bij stationair toerental van de motor. Zorg ervoor dat, wanneer de machine wordt uitgeschakeld, de snijuitrusting tot stilstand is gekomen voordat u de machine neerlegt. VOORZICHTIG! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef linksom worden gedraaid tot de snijuitrusting stopt. Aanbevolen stationair toerental: zie het hoofdstuk "Technische gegevens". Aanbevolen vollasttoerental: zie het hoofdstuk "Technische gegevens". Fijnafstelling van het stationair toerental T Als het stationair toerental opnieuw moet worden afgesteld, gebruik dan daarvoor de T-schroef. Draai de T-schroef eerst rechtsom totdat de snijuitrusting begint te draaien. Draai daarna de schroef linksom totdat de snijuitrusting stilstaat. Het stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle posities gelijkmatig draait. Er moet een goede marge zijn tot het toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien. Afstellen van het startgastoerental Om het juiste startgastoerental te krijgen zit een afstelpunt aan de achterkant van de gashendel, naast de kabel. Met deze bout (4 mm inbus) kan het startgastoerental verhoogd of verlaagd worden. Ga als volgt te werk:
instructies bij Starten en Stoppen.
3. Als het startgastoerental te laag is (lager dan
4000 t/min), draai dan de stelschroef (A) rechtsom totdat de snijuitrusting begint te draaien. Draai vervolgens de stelschroef (A) nog 1/2-slag rechtsom.
4. Als het startgastoerental te hoog is, draai dan
de stelschroef (A) linksom totdat de snijuitrusting stopt. Draai vervolgens de stelschroef (A) nog 1/2-slag rechtsom. WAARSCHUWING: Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stopt, neem dan contact op met uw servicedealer. Gebruik de machine nooit vóór deze correct is afgesteld of gerepareerd. Geluiddemper VOORZICHTIG! De geluiddemper is uitgerust met een katalysator om schadelijke stoffen in de uitlaatgassen te reduceren. ONDERHOUD (De startkoordbehuizing is verwijderd voor de duidelijkheid.) De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonken die droge en ontvlambare materialen in brand kunnen steken. Geluiddempers zijn voorzien van een speciaal vonkenopvangnet. Het gaas van de vonkenvanger moet worden gecontroleerd en, indien nodig, door een servicedealer worden gereinigd. Als het gaas beschadigd is, moet het worden vervangen. Indien het gaas vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de werking van de katalysator is afgenomen. Neem contact op met uw servicedealer voor controle van de geluiddemper. Met een verstopt gaas raakt de machine oververhit. Dat leidt tot schade aan de cilinder en zuiger. LET OP: Gebruik de machine nooit als de geluiddemper defect is of loszit. Controleer of de bouten van de geluiddemper goed vastzitten. WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar! WAARSCHUWING: De binnenkant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de geluiddemper is beschadigd. WAARSCHUWING: De uitlaatgassen van de motor koolmonoxide bevatten, hetgeen koolmonoxidevergiftiging kan veroorzaken. Start of gebruik de machine daarom nooit in gesloten ruimtes, of op slecht geventileerde plekken. De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine daarom nooit in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal! Bougie De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van de bougie:
- een onjuiste afstelling van de carburateur.
- een verkeerd brandstofmengsel (te veel of verkeerde olie).
- een vuil luchtfilter. Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefecten en startmoeilijkheden kan leiden. Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig stationair draait, dient u altijd eerst de bougie te controleren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als deze vuil is en controleer of de afstand tussen de elektroden 0,6 mm is. De bougie moet na een maand gebruik, of eerder indien nodig, vervangen worden. LET OP: Gebruik altijd het juiste bougietype. Andere types kunnen de zuiger/cilinder beschadigen. Bougie Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt (stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te vermijden:
- storingen van de carburateur
- moeilijkheden bij het starten
- onnodige slijtage van de motoronderdelen
- abnormaal hoog brandstofverbruik Maak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanneer u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt. Luchtfilter schoonmaken Demonteer het cilinderdeksel en verwijder het filter. Maak het schoon in een warm sopje van ONDERHOUD water en zeep. Spoel grondig. Controleer of het filter droog is voor u het terugplaatst. Na een lange gebruiksperiode kan het luchtfilter niet meer worden gereinigd. Daarom moet het filter regelmatig vervangen worden. Een beschadigd luchtfilter moet altijd vervangen worden. Hoekoverbrenging De hoekoverbrenging is af fabriek gevuld met een geschikte hoeveelheid vet. Voor u de machine in gebruik neemt, moet u controleren of de overbrenging voor 3/4 gevuld is met vet. Gebruik speciaalvet. Het smeermiddel in het transmissiehuis moet normaal gezien alleen vervangen worden in geval van een reparatie. Vijlen van grasmes en grasmaaiblad WAARSCHUWING: Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijft roteren nadat u de gashendel heeft losgelaten. Controleer of de snijuitrusting volledig tot stilstand is gekomen en koppel de kabel los van de bougie voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren.
- Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze.
- Het blad en mes moeten met een platte vijl met enkele kapping gevijld worden.
- Vijl alle sneden evenveel bij om de balans te bewaren. WAARSCHUWING: Gooi een verbogen, scheef, gebarsten, gebroken of op andere wijze beschadigd blad altijd weg. Probeer een scheef blad nooit te stellen om dit opnieuw te gebruiken. Gebruik uitsluitend originele bladen van het voorgeschreven type. TECHNISCHE GEGEVENS Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschreven in het hoofdstuk Onderhoud. De gebruiker mag alleen de onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruikershandleiding zijn beschreven. Verdergaande werkzaamheden moeten door een erkende servicewerkplaats worden uitgevoerd. Wekelijks onderhoud:
- Maak de machine uitwendig schoon.
- Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed werken uit veiligheidsoogpunt.
- Controleer of de stopschakelaar werkt.
- Controleer of de snijuitrusting niet roteert bij stationair draaien.
- Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig.
- Controleer of de beschermkap voor de snijuitrusting niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap voor de snijuitrusting als deze gebarsten is of aan slagbelasting blootgesteld is geweest.
- Controleer of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de trimmerkop indien nodig.
- Controleer of de borgmoer van de snijuitrusting goed is vastgedraaid.
- Controleer of de bouten en moeren vastgedraaid zijn.
- Controleer of er geen brandstof uit de motor, tank of brandstofleidingen lekt. Maandelijks onderhoud:
- Controleer de starter en het starterkoord. Jaarlijks onderhoud:
- Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controleer de afstand tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,6 mm of vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft.
- Maak de buitenkant van de carburateur en de directe omgeving van de carburateur schoon.
- Controleer of de haakse overbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel. Vul indien nodig bij met speciaal vet.
- Controleer of het brandstoffilter niet is verontreinigd en of de brandstofleiding geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang het indien nodig.
- Controleer alle kabels en aansluitingen.
- Controleer de koppeling, de koppelingsveren en koppelingstrommel op slijtage. Laat deze, indien nodig, bij een erkende servicewerkplaats vervangen.
- Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. ONDERHOUD
Cilinderdiameter, mm 35 Slag, mm 28,7 Stationair toerental, omw./min. 2800-3200 Aanbevolen max. overtoeren, t/min 11.000 Toerental van uitgaan as, tpm 8000 Max. motorvermogen volgens ISO 7293, kW 0,8 Geluiddemper met katalysator Ja Een toerentalgeregeld ontstekingssysteem Ja Ontstekingssysteem Bougie NGK BPMR6A Elektrodenafstand, mm 0,6 Brandstof- /smeersysteem
Inhoud brandstoftank, cm
Gewicht Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschermkap, kg 5,21 Geluidsemissies (zie opmerking 1) Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 106 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L
dB(A) 114 Geluidsniveaus (zie opmerking 2) Equivalent geluidsdrukniveau op oorhoogte van de gebruiker, gemeten in overeenstemming met EN/ISO 11806 en ISO 22868, dB(A) Uitgerust met grasmaaiblad (origineel) 94 Uitgerust met trimmerkop (origineel) 95 Trillingsniveaus (zie opmerking 3) Equivalente trillingsniveaus (a hv,eq ) bij het stuur, gemeten in overeenstemming met EN ISO 11806 en ISO 22867, m/s2 Uitgerust met grasmaaiblad (origineel), links/rechts 4,21 / 4,23 Uitgerust met trimmerkop (origineel), links/rechts 5,89 / 4,61
Opmerking 1: Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogenniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen het gegarandeerde en het gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ook de dispersie in het meetresultaat meeneemt alsmede variaties tussen verschillende machines van hetzelfde model, conform Richtlijn 2000/14/EG. Opmerking 2: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 dB(A). Opm. 3: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s
Naam van uitgever: Husqvarna AB, S-561 82 Huskvarna, Zweden, telefoon: +46-36-146500. Husqvarna AB is als enige verantwoordelijk voor het object van deze verklaring: trimmer en/of bosmaaier, platform(s) A05328CBHV vertegenwoordigend model 129R met serienummers van 2014 en later. Het platform- en modelnummer staan duidelijk op het productplaatje vermeld, samen met het jaartal en serienummer. Het hierboven beschreven object van de verklaring is conform de vereisten van de Richtlijnen van de Raad:
Notice-Facile