CS 30SB - Zaag HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 30SB HiKOKI in PDF-formaat.

📄 244 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice HiKOKI CS 30SB - page 44
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HiKOKI

Model : CS 30SB

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 30SB - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 30SB van het merk HiKOKI.

GEBRUIKSAANWIJZING CS 30SB HiKOKI

Il valore totale di emissione vibrazioni dichiarato è stato misurato in base al metodo di test standard e può essere utilizzato per confrontare un utensile con un altro. Può essere inoltre utilizzato per la stima preliminare dell’fesposizione. ATTENZIONE ○ Il valore di emissione vibrazioni durante l’fuso eff ettivo dell’futensile può essere diverso dal valore totale dichiarato in base alle modalità di utilizzo dell’futensile stesso. ○ Identifi care le misure di sicurezza per la protezione dell’foperatore basate su stima dell’fesposizione nelle eff ettive condizioni di utilizzo (prendendo in considerazione tutte le parti del ciclo di funzionamento come i tempi in cui l’futensile resta spento e quando funziona senza essere utilizzato in aggiunta al tempo di avvio). NOTA A causa del continuo programma di ricerche e sviluppo della HiKOKI, le caratteristiche riportate in questo foglio sono soggette cambiamenti senza preventiva comunicazione. 0000BookCS30SB.indb430000BookCS30SB.indb43 2019/06/1410:09:232019/06/1410:09:2344 Nederlands (Vertaling van de oorspronkelijke aanwijzingen) SYMBOLEN WAARSCHUWING Hieronder staan symbolen afgebeeld die van toepassing zijn op deze machine. U moet de betekenis hiervan begrijpen voor u de machine gaat gebruiken. CS30SB / CS35SB / CS40SB: Kettingzaagmachine Om het risico op verwondingen te verminderen, moet de gebruiker de instructiehandleiding lezen. Gebruik een elektrisch gereedschap niet in de regen of in een erg vochtige omgeving en laat het ook niet buiten liggen wanneer het regent. Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recycle bedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen. Lees alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en op de machine zelf, zorg ervoor dat u ze begrijpt en volg ze stipt op. Draag altijd oogbescherming wanneer u dit gereedschap gebruikt. Draag altijd gehoorbescherming wanneer u dit gereedschap gebruikt. Trek de stekker van de stroomkabel los als de stroomkabel beschadigd is. Afstellen van de oliepomp Gewaarborgd geluidsdrukniveau Vullen met kettingolie WAT IS WAT? (Afb. 1) A: Ontgrendelknop: Deze knop voorkomt dat de trekker onbedoeld wordt bediend. B: Olietankdop: Dop voor het afsluiten van de olietank. C: Zaagketting: Ketting met punten die het echte zaagwerk doet. D: Zwaard: Dit onderdeel steunt en geleidt de zaagketting. E: Gepunte schorssteun: Voorziening die als vast draaipunt dient wanneer in contact met een boom of stam. F: Oliekijkglas: Venster voor het controleren van de hoeveelheid kettingolie. G: Kettingrem: Voorziening voor het stoppen of vergrendelen van de zaagketting. H: Voorste handgreep: Steunhandgreep die zich bij of in de richting van de voorkant van het gereedschap bevindt. I: Achterste handgreep: Steunhandgreep die zich op de bovenkant van het gereedschap bevindt. J: Schakelaar: Deze schakelaar wordt met de vinger bediend. K: Zijafdekking: Beschermkap voor de zaagketting van het zwaard, de koppeling en het kettingwiel wanneer de kettingzaag wordt gebruikt. L: Spanningsregelaar: Voorziening voor het afstellen van de spanning van de zaagketting. M: Knop: Knop voor het vastzetten van de spanningsregelaar en de zijafdekking. N: Kettingkast: Hiermee worden het zwaard en de zaagketting afgedekt wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt. O: Stekkerklem: Een hulpstuk om te voorkomen dat de stroomstekker uit de stekkeraansluiting van het verlengsnoer glijdt. ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN

VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP

WAARSCHUWING Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door. Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren. Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst. De term „elektrisch gereedschap” heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.

1) Veiligheid van de werkplek

a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt de kans op ongelukken. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoff en, gassen of stof. Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden. c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt. Afl eidingen kunnen gevaarlijk zijn.

2) Elektrische veiligheid

a) De stekker op het elektrische gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier gemodifi ceerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap. Deugdelijke stekkers en geschikte wandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Wanneer uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok. 0000BookCS30SB.indb440000BookCS30SB.indb44 2019/06/1410:09:232019/06/1410:09:2345 Nederlands c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden. Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrisch gereedschap terechtkomt. d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen. Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok. e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifi ek geschikt is voor het gebruik buiten. Het gebruik van een snoer dat specifi ek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok. f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt. Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.

3) Persoonlijke veiligheid

a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren. b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niet-glijdende veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen. Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden. d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet. Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren. e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt. Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap. f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken. g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt. Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico’s.

4) Bediening en onderhoud van elektrisch

gereedschap a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei. U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt. Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden. c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart. d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken. Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen. e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhouden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zijn op de juiste werking van het gereedschap. Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt. Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-het-zelf ongelukken. f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon. Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik. g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waarbij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen. Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.

a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden die authentieke onderdelen gebruikt. Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft. VOORZORGMAATREGELEN Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen. 0000BookCS30SB.indb450000BookCS30SB.indb45 2019/06/1410:09:232019/06/1410:09:2346 Nederlands VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN

VOOR DE KETTINGZAAGMACHINE

1. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de

zaagketting wanneer de kettingzaagmachine in werking is. Controleer alvorens de kettingzaagmachine te starten of deze nergens mee in contact is. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het gebruik van de kettingzaagmachine kan resulteren in het verstrikt raken van uw kleding of contact van uw lichaam met de zaagketting.

2. Houd de kettingzaagmachine stevig vast met uw

rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep. Wanneer u de kettingzaagmachine vasthoudt met uw handen aan de tegengestelde handgrepen, bestaat er kans op letsel en dit mag daarom nooit worden gedaan.

3. Pak de kettingzaagmachine alleen bij de geïsoleerde

handgrepen vast, want het elektrisch gereedschap kan in contact komen met verborgen bedrading of het eigen snoer. Wanneer de kettingzaagmachine in contact komt met een draad die onder „spanning” staat, kunnen blootgestelde metalen onderdelen van het elektrisch gereedschap onder „spanning” komen te staan wat kan resulteren in een elektrische schok voor de gebruiker.

4. Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming.

Het wordt ook aanbevolen beschermende uitrusting voor uw hoofd, handen, benen en voeten te dragen. Bij het dragen van geschikte beschermende kleding is de kans op letsel door rondvliegende deeltjes en abusievelijk contact met de zaagketting kleiner.

5. Gebruik de kettingzaagmachine niet in een boom.

Bediening van de kettingzaagmachine terwijl u in een boom bent kan resulteren in persoonlijk letsel.

6. Zorg dat u altijd stevig staat en gebruik de

kettingzaagmachine alleen wanneer u op een vaste, niet trillende en vlakke ondergrond staat. Bij gebruik op een gladde of onstabiele ondergrond, zoals een ladder, kunt u uw balans of de controle over de kettingzaagmachine verliezen.

7. Bij het doorzagen van een dikke tak die gespannen

staat, moet u er rekening mee houden dat deze kan terugspringen. Wanneer de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de dikke tak tegen u slaan en/of de kettingzaagmachine zelf raken waardoor u de controle verliest.

8. Wees voorzichtig wanneer u dunne takken of jonge

boompjes zaagt. Het zachte materiaal kan in de zaagketting vast komen te zitten en naar u toe gezwiept worden of u uit balans brengen.

9. Draag de kettingzaagmachine alleen aanj de voorste

handgreep met de kettingzaagmachine uitgeschakeld en van uw lichaam verwijdert. Wanneer u de kettingzaagmachine vervoert of opbergt, moet u altijd de zwaardhoes aanbrengen. Een juiste behandeling van de kettingzaagmachine vermindert de kans op abusievelijk contact met de bewegende zaagketting.

10. Volg de instructies voor smeren, spannen van de

ketting en vervangen van de accessoires nauwkeurig op. Een niet juist gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken en vergroot de kans op terugslag.

11. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van

olie en vet. Vettige of vuile handgrepen zijn glad en kunnen verlies van controle over het gereedschap veroorzaken.

12. Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaagmachine

niet voor toepassingen waarvoor deze niet is bedoeld. Bijvoorbeeld: Gebruik de kettingzaagmachine niet voor het zagen van plastic, bakstenen of andere materialen die niet van hout zijn. Gebruik van de kettingzaagmachine voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze is bedoeld kan resulteren in een gevaarlijke situatie. Oorzaken en voorkomen van terugslag: (Afb. 2) De kettingzaag kan terugslaan wanneer de neus of het uiteinde van het zwaard tegen iets aankomt, of wanneer de zaag vastloopt in de zaagsnede. Een terugslag als gevolg van het feit dat het uiteinde ergens tegenaan komt zodat het zwaard naar boven en naar achteren, dus in uw richting, slaat, gebeurt soms bliksemsnel. Als de zaagketting vastloopt langs de bovenkant van het zwaard, kan het zwaard ook ineens in uw richting slaan. Door allebei deze reacties kunt u de controle over de kettingzaag verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Vertrouw niet blindelings op de veiligheidsinrichtingen die in uw zaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van een kettingzaagmachine moet u de vereiste maatregelen nemen om ongelukken of letsel bij de zaagwerkzaamheden te voorkomen. Terugslag is het resultaat van een verkeerd gebruik van het gereedschap en/of verkeerde bedieningsprocedures of omstandigheden en kan voorkomen worden door de vereiste voorzorgsmaatregelen te nemen zoals hieronder wordt beschreven: ○ Houd het gereedschap stevig vast met uw duim en andere vingers rondom de handgrepen van de kettingzaagmachine en altijd beide handen op de zaagmachine, en zorg voor een positie van uw lichaam en armen waarbij u een eventuele terugslag kunt opvangen. U kunt de terugslag beheersen indien de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. Laat de kettingzaagmachine in geen geval los. ○ Reik niet boven uw macht en zaag niet boven schouderhoogte. Hierdoor wordt onbedoeld contact met het uiteinde voorkomen en kunt u de kettingzaagmachine beter onder controle houden in onverwachte situaties. ○ Gebruik uitsluitend vervangingszwaarden en zaagkettingen voorgeschreven door de fabrikant. Bij gebruik van verkeerde vervangingszwaarden of zaagkettingen kan de zaagketting breken en/of kan er terugslag optreden. ○ Volg de slijp- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant om de kettingzaagmachine in goede staat te behouden. Verlagen van de hoogte van de dieptemeter kan leiden tot meer terugslag. Werking van de kettingrem: Als de kettingzaag met grote snelheid draait en dan een voorwerp raakt, reageert deze door middel van een heftige terugslag. Deze beweging kan bijzonder gevaarlijk zijn, vooral bij lichte gereedschappen die in allerlei posities worden gebruikt. De kettingrem stopt onmiddellijk de draaiende beweging van de ketting als er een onverwachte terugslag optreedt. De kettingrem kan geactiveerd worden door uw hand tegen de handbescherming te drukken of de kettingrem wordt automatisch geactiveerd door een optredende terugslag. De kettingrem kan pas teruggesteld worden nadat de motor volledig tot stilstand is gekomen. Zet de handgreep terug in de achterste stand. (Afb. 3) Controleer de werking van de kettingrem elke dag. 0000BookCS30SB.indb460000BookCS30SB.indb46 2019/06/1410:09:242019/06/1410:09:2447 Nederlands AANVULLENDE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN

1. Gebruik op de elektrische spanning die op het

specifi catieplaatje voor de stroombron staat. Het gebruik op een hogere spanning kan resulteren in letsel.

2. Werk ontspannen. Houd uw lichaam altijd goed warm.

3. Alvorens met het werk te beginnen, moet u de

werkprocedures zorgvuldig doorlopen om een ongeluk te voorkomen, dat eventueel zou kunnen resulteren in letsel.

4. Gebruik het gereedschap niet bij slecht weer, zoals bij

sterke wind, regen, sneeuw, mist of op plaatsen waar de kans bestaat op vallende rotsen of lawines. Bij slecht weer kan uw beoordelingsvermogen minder goed zijn en eventuele trillingen kunnen resulteren in een ongeluk.

5. Wanneer het zicht slecht is, zoals bij slecht weer of ´s

avonds, mag het gereedschap niet worden gebruikt. Gebruik het gereedschap ook niet in de regen of op een plaats blootgesteld aan regen. Een onstabiele houding of verlies van uw evenwicht kan resulteren in een ongeluk.

6. Controleer het zwaard en de zaagketting alvorens het

gereedschap in te schakelen. ○ Als er barsten in het zwaard of de zaagketting zijn of als het product bekrast of verbogen is, mag het niet worden gebruikt. ○ Controleer of het zwaard en de zaagketting stevig zijn gemonteerd. Als het zwaard of de zaagketting beschadigd is of als deze niet juist zijn bevestigd, kan dit resulteren in een ongeluk.

7. Controleer alvorens met het werk te beginnen of

de schakelaar niet aangezet kan worden tenzij de ontgrendelknop is ingedrukt. Als het gereedschap niet juist werkt, moet u meteen met het gebruik stoppen en het gereedschap voor reparatie naar een offi cieel HiKOKI servicecentrum brengen.

8. Monteer de zaagketting zorgvuldig overeenkomstig de

instructies in de gebruiksaanwijzing. Als de zaagketting verkeerd is aangebracht, kan deze loskomen van het zwaard en letsel veroorzaken.

9. Verwijder nooit een van de veiligheidsinrichtingen

waarvan de kettingzaagmachine is voorzien (remhendel, ontgrendelknop, kettingpal enz.) U mag deze ook niet wijzigen of buiten gebruik stellen. Dit zou kunnen resulteren in letsel.

10. In de volgende gevallen schakelt u het gereedschap

uit en zorgt u ervoor dat de zaagketting niet meer beweegt: ○ Bij geen gebruik of tijdens reparatie. ○ Wanneer u naar een andere werkplek gaat. ○ Tijdens inspecteren, afstellen of vervangen van de zaagketting, zwaard, kettingkast of een ander onderdeel. ○ Bij het bijvullen van de kettingolie. ○ Bij het verwijderen van stof enz. van de behuizing. ○ Bij het verwijderen van obstakels, vuilnis of door het werk ontstaan zaagsel van de werkplek. ○ Wanneer u het gereedschap neerzet of wanneer u het gereedschap achterlaat. ○ Wanneer u op een andere wijze gevaar waarneemt of als er risico's zijn. Als de zaagketting nog beweegt, kan dit resulteren in een ongeluk.

11. Over het algemeen moet het werk door één persoon

worden uitgevoerd. Wanneer er meerdere personen aan het werk zijn, moet u voor voldoende afstand tussen de personen zorgen. In het bijzonder bij het omzagen van bomen of het werken op een helling moet u wanneer de kans bestaat dat bomen gaan omvallen, rollen of schuiven ervoor zorgen dat de andere werkers niet in gevaar worden gebracht.

12. Houd een afstand van minimaal 15 meter aan tot

andere personen. Bij het werken met meerdere personen dient u meer dan 15 meter uit elkaar te staan. ○ Rondvliegende delen kunnen personen raken of een ander ongeluk veroorzaken. ○ Leg een waarschuwingsfl uitje enz. klaar en vertel andere werkers dat u dit gebruikt om hen bij gevaar te waarschuwen.

13. Zorg voor het volgende voordat u staande bomen

omzaagt: ○ Bepaal een veilige ontsnappingsplaats voordat u de boom omzaagt. ○ Verwijder vooraf obstakels (bijv. takken en struiken). ○ Gebaseerd op een grondige beoordeling van de toestand van de boom die u gaat omzagen (zoals de vorm van de stam en de dichtheid van de takken) en de omringende situatie (bijv. andere bomen in de buurt, de aanwezigheid van obstakels, het terrein, de wind), bepaalt u de richting waarin de staande boom gaat omvallen en besluit dan de omzaagprocedure. Roekeloos omzagen kan resulteren in letsel.

14. Zorg voor het volgende wanneer u staande bomen

omzaagt: ○ Tijdens het werk goed opletten in welke richting de boom kan gaan omvallen. ○ Bij het werken op een helling ervoor zorgen dat de boom niet kan gaan rollen en altijd vanaf de hellingopwaartse zijde van het terrein werken. ○ Wanneer de boom begint om te vallen, schakelt u het gereedschap uit, waarschuwt de omgeving en gaat dan onmiddellijk naar een veilige plaats. ○ Als de zaagketting of het zwaard tijdens het werk in de boom vast komt te zitten, schakelt u het gereedschap uit en gebruikt dan een wig.

15. Als de prestatie van het gereedschap tijdens het werk

afneemt of als u een abnormaal geluid of trillingen waarneemt, schakelt u het gereedschap meteen uit en stopt met het gebruik, waarna u het gereedschap voor inspectie of reparatie naar een offi cieel HiKOKI servicecentrum brengt. Als u doorgaat met het gebruik, bestaat er kans op letsel.

16. Als u het gereedschap per ongeluk laat vallen of als dit

aan schokken wordt blootgesteld, moet u zorgvuldig op beschadigingen en barsten controleren en kijken of het gereedschap niet vervormd is. Als het gereedschap beschadigd, gebarsten of vervormd is, bestaat er kans op letsel.

17. Wanneer het gereedschap in een auto wordt vervoerd,

maakt u het stevig vast om te voorkomen dat het gaat schuiven. Anders bestaat er kans op een ongeluk.

18. Schakel het gereedschap niet in terwijl de kettingkast

is aangebracht. Dit zou kunnen resulteren in letsel.

19. Controleer of er geen spijkers of andere vreemde

voorwerpen in het materiaal zijn. Als de zaagketting tegen een spijker enz. slaat, kan dit resulteren in letsel.

20. Om te voorkomen dat het zwaard in het materiaal vast

komt te zitten bij het werken op een rand of als gevolg van het gewicht van het materiaal tijdens het zagen, kunt u een steun aanbrengen dicht bij de zaagpositie. Als het zwaard komt vast te zitten, kan dit resulteren in letsel. 0000BookCS30SB.indb470000BookCS30SB.indb47 2019/06/1410:09:242019/06/1410:09:2448 Nederlands

21. Als het gereedschap na gebruik wordt vervoerd of

opgeborgen, verwijdert u de zaagketting of brengt u de kettingafdekking aan. Als de zaagketting in contact komt met uw lichaam, kan dit resulteren in letsel.

22. Verzorg het gereedschap zorgvuldig.

○ Om ervoor te zorgen dat het werk veilig en effi ciënt kan worden uitgevoerd, moet u de zaagketting zorgvuldig verzorgen zodat deze een optimale zaagprestatie blijft leveren. ○ Volg de instructies in de gebruiksaanwijzing voor het vervangen van de zaagketting of het zwaard, het onderhoud van de buitenkant, het bijvullen van olie enz.

23. Breng het gereedschap naar de winkel om het te laten

repareren. ○ Probeer geen wijzigingen in het product aan te brengen, aangezien het bij afl evering aan alle voorgeschreven veiligheidsnormen voldoet. ○ Laat alle reparaties door een offi cieel HiKOKI servicecentrum uitvoeren. Wanneer u het gereedschap zelf probeert te repareren, kan dit resulteren in een ongeluk of letsel.

24. Berg het gereedschap zorgvuldig op wanneer dit niet

wordt gebruikt. Tap de kettingolie af en berg het gereedschap op een droge plaats op, buiten het bereik van kinderen of in een afgesloten kast.

25. Als het waarschuwingslabel niet meer zichtbaar is of

als het afgeschilderd is of op andere wijze onleesbaar is geworden, moet u een nieuw waarschuwingslabel aanbrengen. Neem voor een nieuw waarschuwingslabel contact op met een offi cieel HiKOKI servicecentrum.

26. Neem tijdens de werkzaamheden alle plaatselijke

wetgeving en bepalingen in acht.

27. Aanbeveling voor het gebruik van een

aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA of minder

28. Vermelding voor het plaatsen van het snoer zodat het

niet verward raakt in takken en dergelijke tijdens het zagen

29. Aanbeveling dat de onervaren gebruiker, als minimale

werkwijze, een zaagbok of zaagsteun gebruikt bij het zagen van boomstammen BESCHRIJVING VAN GENUMMERDE ITEMS (Afb. 2 - Afb. 38)

1/5 van diameter van vijl

Uitstekende kop van dieptemeter

Ronde vijl TECHNISCHE GEGEVENS Model CS30SB CS35SB CS40SB Lengte zwaard (max. zaaglengte) 300 mm 350 mm 400 mm Zwaardtype P012-50CR P014-50CR P016-50CR Voltage (verschillend van gebied tot gebied)*

  • Wordt niet geleverd in sommige landen. De standaard toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden. EXTRA TOEBEHOREN (LOS VERKRIJGBAAR) ○ Kettingzaagolie ○ Ronde vijl ○ Mal voor dieptestellernok De ronde vijl en de mal voor de dieptestellernok worden gebruikt voor het slijpen van de kettingbladen. Voor de toepassing van deze onderdelen wordt u verwezen naar het gedeelte „Slijpen van het kettingblad”. ○ Kettingkast Zorg dat de kettingafdekking altijd op de ketting is aangebracht wanneer u de kettingzaag draagt of wanneer deze wordt opgeborgen. De extra toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden. TOEPASSINGEN Normaal hout zagen.

AANBRENGEN (VERVANGEN) VAN

DE ZAAGKETTING WAARSCHUWING ○ Om ongelukken te voorkomen, moet u het apparaat altijd uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen. ○ Gebruik alleen de kettingzaag en het zwaard die staan aangegeven in de“TECHNISCHE GEGEVENS”. LET OP Draag handschoenen en wees voorzichtig om letsel door de zaagketting te voorkomen. OPMERKING ○ Verwijder zaagsel van de olietuit, het oliegat en de zwaardgroef alvorens de zaagketting te verwijderen. Bij opeenhoping van zaagsel is het mogelijk dat het gereedschap niet werkt. ○ Gebruik het juiste type zaagketting overeenkomstig de specifi caties. Als u een verkeerd type zwaard aanbrengt, kan de zaagketting losraken met letsel tot gevolg.

1. Verwijderen van de zijafdekking (Afb. 4)

1 Draai eenmaal aan de knop om deze los te zetten. 2 Draai de spanningsregelaar een halve slag om deze los te zetten. 3 Draai de knop en verwijder de zijafdekking.

2. Verwijderen van de zaagketting en het zwaard

(Afb. 5) Verwijder de zaagketting en het zwaard in de richting aangegeven door de pijl.

3. De nieuwe zaagketting over het kettingwiel leggen

(Afb. 6, 7) Leg de zaagketting over het uiteinde van het zwaard terwijl u goed op de richting van de zaagketting let en leg de zaagketting dan op de juiste wijze over het kettingwiel.

4. Aanbrengen van de zijafdekking

1 Stel de spanningsregelaar van de zijafdekking zo af dat de verdikking van de kettingspanner in het kettingspannergat van het zwaard valt en bevestig dan de zijafdekking. (Afb. 8) 2 Draai de knop eenmaal om deze tijdelijk vast te zetten. (Afb. 9)

5. Afstellen van de kettingspanning van de

zaagketting (Afb. 10) ○ Terwijl u het uiteinde van het zwaard optilt, draait u aan de spanningsregelaar om de kettingspanning van de zaagketting af te stellen. ○ Draai de spanningsregelaar naar rechts om de kettingspanning te verhogen en naar links om de kettingspanning te verlagen.

6. Controleren van de kettingspanning van de

zaagketting (Afb. 11) Stel de kettingspanning zo af dat de opening tussen de kettingschakel van de zaagketting en het zwaard 0,5 tot 1 mm is wanneer u de zaagketting een stukje optilt in de buurt van het midden van het zwaard.

7. Vastdraaien van de knop (Afb. 12)

1 Wanneer de afstelling is voltooid, tilt u het zwaard omhoog en draait dan de knop volledig vast. 2 Zorg dat de bout stevig is vastgedraaid. WAARSCHUWING Draai de knop volledig vast nadat de kettingspanning is afgesteld. Als de knop loszit, bestaat er kans op letsel.

INSPECTIE EN VOORBEREIDING

VOOR GEBRUIK Voor gebruik moet u de volgende inspecties uitvoeren en voorbereidingen maken. WAARSCHUWING ○ Controleren of de netspanning overeenkomt met de opgave op het naamplaatje. ○ Om ongelukken te voorkomen, voert u altijd stappen 1 tot 5 uit en zorgt u hierbij dat de stekker uit het stopcontact is gehaald. ○ Zet de ontgrendelknop niet vast terwijl deze wordt ingedrukt. Als de schakelaar dan per ongeluk wordt aangezet, kan het gereedschap onverwachts starten en letsel veroorzaken.

1. Zorg dat de schakelaar uit staat

○ Controleren of de netschakelaar op „UIT” staat. Wanneer de stekker op het net aangesloten is, terwijl de schakelaar op „AAN” staat, begint het gereedschap onmiddellijk te draaien, hetwelk ernstig gevaar betekent. ○ Wanneer de schakelaar wordt aangezet terwijl de ontgrendelknop wordt ingedrukt, wordt het gereedschap ingeschakeld; wanneer de schakelaar wordt losgelaten, wordt het gereedschap uitgeschakeld.

2. Het verlengsnoer controleren

Als de werkplek niet in de buurt van het stopcontact is, moet u gebruik maken van een verlengsnoer dat voldoende dwarsprofi el en voldoende nominaal vermogen heeft. Het verlengsnoer moet zo kort mogelijk worden gehouden.

3. Controleren van de kettingspanning van de

zaagketting ○ Als de kettingspanning verkeerd is, kan de zaagketting of het zwaard beschadigd raken en mogelijk foutief functioneren. Zie de stappen 5 t/m 7 in “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting” om de kettingspanning juist af te stellen. 0000BookCS30SB.indb490000BookCS30SB.indb49 2019/06/1410:09:242019/06/1410:09:2450 Nederlands ○ Vooral wanneer de zaagketting nieuw is, zit er nog veel rek in en moet u de kettingspanning regelmatig controleren en afstellen. ○ Controleer ook of de knop stevig is vastgedraaid.

4. Controleren van de werking van de kettingrem

(Afb. 13) WAARSCHUWING ○ Hoewel de kettingrem een noodstopvoorziening is, mag u er niet blindelings op vertrouwen. Bedien de kettingriem voorzichtig om de kans op terugslag te vermijden. ○ De kettingrem is bedoeld voor gebruik in noodsituaties en tijdens het opstarten. Gebruik deze niet te pas en te onpas. ○ Om te voorkomen dat de kettingrem niet goed werkt als gevolg van opeenhoping van zaagsel enz., moet u deze regelmatig schoonmaken. ○ De kettingrem is een belangrijk onderdeel voor een veilig gebruik van het gereedschap. Als u twijfelt over de werking van de rem, moet u het gereedschap voor reparatie naar een offi cieel HiKOKI servicecentrum brengen. De kettingrem is een noodstopvoorziening die de zaagketting stopt wanneer het gereedschap blootgesteld wordt aan terugslag enz. en kan op deze wijze een gevaarlijke situatie voorkomen. (Zie “Oorzaken en voorkomen van terugslag”.) Wanneer de kettingrem wordt geactiveerd door de remhendel naar voren te duwen, stopt de beweging van de zaagketting. Als u de remhendel naar u toe trekt, wordt de rem vrijgezet. Bij het bevestigen van de werking van de kettingrem, schakel het gereedschap altijd uit, verwijder de stekker uit het stopcontact, activeer de remhendel en trek de zaagketting met de hand. Als de zaagketting niet beweegt, wil dit zeggen dat de kettingrem geactiveerd is. OPMERKING Draag altijd dikke handschoenen wanneer u deze controle uitvoert. Aangezien het zaagkettingblad erg scherp is, kunt u uw vingers verwonden wanneer u hard aan de zaagketting trekt.

5. Controleren van de kettingolie

○ Bij de afl evering zit er geen kettingolie in het gereedschap. Controleer voor gebruik of de olietank is gevuld met de bijgeleverde kettingolie. (Afb. 14) ○ Controleer tijdens het werk regelmatig het oliepeil in het oliekijkglas en vul indien nodig olie bij. ○ Als de bijgeleverde kettingolie op is, kunt u los verkrijgbare HiKOKI kettingolie gebruiken of een gelijkwaardige kettingolie die in de handel verkrijgbaar is. ○ De kettingolie smeert de ketting automatisch. De toegevoerde hoeveelheid kettingolie voor de automatische smering is op de fabriek op de maximale waarde ingesteld. Om de hoeveelheid te verminderen, draait u de oliepompafsteller op de achterkant van de behuizing naar rechts. (Afb. 15) OPMERKING ○ De inhoud van de olietank is ongeveer 200 ml. Bij te veel bijvullen zal de overmatige olie via de overlooptuit naar buiten lopen. ○ Wij bevelen u aan altijd reserveolie bij de hand te hebben. Als u doorgaat met het werk terwijl er geen kettingolie meer in het gereedschap is, kan de zaagketting doorbranden of de motor defect raken. ○ Wees voorzichtig dat er geen stof of andere verontreinigingen in de olietank terechtkomen. Als stof of andere verontreinigingen in de olietank terechtkomen, kan het gereedschap defect raken. ○ Als gevolg van de constructie van het gereedschap kan eventuele kettingolie die in de tank achterblijft gaan lekken. Hoewel dit niet op een foutieve werking van het gereedschap duidt, kan de opslagplaats hierdoor vuil worden, dus wees voorzichtig. Bij het opbergen van het gereedschap laat u alle olie uit de olietank lopen en zet een bak onder het gereedschap om eventuele lekkage van olie op te vangen.

6. De stekker aansluiten op het stopcontact

7. Controleren of de rem is geactiveerd

○ Wanneer de schakelaar wordt aangezet terwijl de ontgrendelknop wordt ingedrukt, wordt het gereedschap ingeschakeld; wanneer de schakelaar wordt losgelaten, wordt het gereedschap uitgeschakeld. ○ Bovendien schakelt het apparaat bij het loslaten van de schakelaar een rem in om het draaien van de zaagketting te stoppen. ○ Controleer voor gebruik of de rem is geactiveerd. LET OP Wees bedacht op de tegenwerkende kracht wanneer de rem wordt geactiveerd. Als u het gereedschap laat vallen, bestaat er kans op letsel.

8. Controleren van de toevoer van de kettingolie

(Afb. 15, 16) ○ Wanneer het gereedschap wordt ingeschakeld, smeert de kettingolie automatisch de zaagketting en het zwaard. ○ Als er geen olie naar buiten komt binnen 2 tot 3 minuten nadat het gereedschap is gestart, moet u controleren of zich geen zaagsel heeft verzameld rondom de olietuit. (Zie “Reinigen van de kettingolietuit”.) (Zie “Controleren van de kettingolie”.)

9. Het verdient aanbeveling een aardlekschakelaar of

een reststroom-inrichting te gebruiken. Bediening van de schakelaar Als de schakelaar wordt aangezet terwijl de ontgrendelknop wordt ingedrukt, begint de zaagketting te draaien. (Afb. 17) De schakelaar kan niet aangezet worden mits de ontgrendelknop wordt ingedrukt. Nadat de schakelaar is aangezet, blijft de zaagketting draaien zolang de schakelaar wordt ingedrukt. Wanneer de schakelaar wordt losgelaten, treedt de rem in werking om de rotatie van de zaagketting te stoppen. WAARSCHUWING Zet de ontgrendelknop niet vast terwijl deze wordt ingedrukt. Als de schakelaar dan per ongeluk wordt aangezet, kan het gereedschap onverwachts starten en letsel veroorzaken. De clip van de stekker gebruiken De stekkerklem zorgt ervoor dat het snoer dat van de stroomstekker komt niet kan worden uitgetrokken. (Afb. 18) ZAAGPROCEDURES WAARSCHUWING ○ Controleer voor gebruik of de kettingrem werkt. ○ Pak de handgreep tijdens het gebruik stevig met beide handen vast. ○ Bij het zagen van planken vanaf onder moet u ervoor zorgen dat de zaagketting niet tegen de planken stoot. Als het gereedschap wordt teruggeduwd, bestaat er kans op letsel. 0000BookCS30SB.indb500000BookCS30SB.indb50 2019/06/1410:09:242019/06/1410:09:2451 Nederlands ○ Zet tijdens werkpauzes of na het werk het apparaat altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact. Kijk altijd zorgvuldig naar de werkplek en uw omgeving en als er voorwerpen zijn die letsel, een ongeluk of een defect kunnen veroorzaken, dient u deze vooraf te verwijderen. Vooral bij het uitkiezen van de plaats waar u gaat staan, moet er goed op gelet worden dat de ondergrond stabiel is en dat u niet over iets kunt vallen. Bij het omzagen van bomen goed kijken in welke richting de boom gaat vallen of rollen en altijd vooraf een veilige ontsnappingsplaats en ontspanningsroute bepalen. 1 Zorg dat het gereedschap uit staat Als de stekker in het stopcontact zit terwijl de schakelaar onbewust wordt ingeschakeld, kan het apparaat onverwacht starten, wat tot een ongeluk kan leiden. 2 De schakelaar aanzetten Controleer of de zaagketting niet in contact is met het hout, zet dan de schakelaar aan en begin met zagen wanneer de zaagketting voldoende op snelheid is gekomen. LET OP ○ Bij het inschakelen van het gereedschap erop letten dat de zaagketting niet in contact is met materialen of iets anders. ○ Tijdens het gebruik erop letten dat de zaagketting niet in contact komt met andere materialen of voorwerpen. Vooral wanneer u klaar bent met zagen, moet u er goed op letten dat het gereedschap niet de grond raakt. OPMERKING Vul de olietank tijdig met olie om te voorkomen dat er geen olie meer in het gereedschap is.

1. Algemene zaagprocedures

(1) Schakel de stroom in terwijl u de zaag een stukje verwijderd houdt van het hout dat u gaat zagen. Begin met zagen nadat het gereedschap de volle snelheid heeft bereikt. (2) Bij het zagen van een dun stuk hout drukt u de basis van het zwaard tegen het hout en zaagt dan naar beneden zoals aangegeven in Afb. 19. (3) Bij het zagen van een dik stuk hout drukt u de pin op het voorste gedeelte van het gereedschap tegen het hout en zaagt dan via een hefboombeweging terwijl u de pin als een draaipunt gebruikt zoals aangegeven in Afb. 20. (4) Bij het horizontaal zagen van hout draait u het gereedschap naar rechts zodat het zwaard onder is en houdt u de bovenzijde van de voorste handgreep met uw linkerhand vast. Houd het zwaard horizontaal en plaats de pin die aan de voorzijde van het gereedschap is op het hout. Gebruik de pin als een draaipunt en zaag het hout door de handgreep naar rechts te draaien. (Afb. 21) (5) Wanneer hout vanaf onder wordt gezaagd, moet het bovenste gedeelte van het zwaard het hout lichtjes raken. (Afb. 22) (6) Lees voor gebruik de bedieningsinstructies en zorg dat u praktische ervaring heeft met het gebruik van de kettingzaagmachine, of dat u op zijn minst met de kettingzaagmachine oefent met het zagen van stukken rond hout op een zaagschraag. (7) Bij het zagen van boomstammen of planken die niet worden ondersteund, gebruikt u een zaagschraag of een andere methode om ervoor te zorgen dat het hout niet kan bewegen. LET OP ○ Bij het zagen van hout vanaf onder bestaat het gevaar dat het gereedschap in uw richting wordt teruggeduwd wanneer de zaagketting hard tegen het hout stoot. ○ Zaag niet helemaal door het hout heen wanneer u vanaf onder begint, aangezien het zwaard mogelijk ongecontroleerd naar boven vliegt wanneer het einde van de zaagsnede wordt bereikt. ○ Pas op dat de draaiende kettingzaag niet de grond of draadhekken raakt.

(1) Takken van een staande boom afzagen: Een dikke tak moet eerst een stuk verwijderd van de stam van de boom worden afgezaagd. Begin met de tak ongeveer een derde vanaf onder door te zagen en zaag de tak dan vanaf boven volledig door. Zaag daarna het resterende gedeelte van de tak langs de stam van de boom af. (Afb. 23) LET OP ○ Wees altijd voorzichtig met vallende takken. ○ Wees voorbereid op terugslag van de kettingzaagmachine. (2) Takken van een omgevallen boom afzagen: Zaag eerst de takken af die de grond niet raken en daarna de takken die de grond wel raken. Bij het afzagen van dikke taken die de grond raken zaagt u de tak eerst vanaf boven ongeveer half door en daarna zaagt u de tak vanaf onder door. (Afb. 24) LET OP ○ Bij het afzagen van taken die de grond raken moet u voorzichtig zijn dat het zwaard niet door de druk vast komt te zitten. ○ Houd er rekening mee dat de stam plotseling kan gaan rollen bij het afzagen van de laatste takken.

3. Boomstammen doorzagen

Bij het doorzagen van een boomstam die geplaatst is zoals aangegeven in Afb. 25 zaagt u de boomstam eerst vanaf onder ongeveer een derde door en daarna zaagt u de boomstam vanaf boven helemaal door. Bij het doorzagen van een boomstam die over een kuil ligt zoals aangegeven in Afb. 26 zaagt u de boomstam eerst vanaf boven ongeveer twee derde door en daarna zaagt u vanaf onder naar boven. LET OP ○ Pas op dat het zwaard niet door de druk in de boomstam klem komt te zitten. ○ Wanneer u op een helling werkt, moet u altijd aan de hellingopwaartse zijde van de boomstam staan. Als u aan de hellingafwaartse zijde van de boomstam staat, kan de boomstam naar u toe rollen.

(1) Zaag een valkerf zoals aangegeven in Afb. 27: Zaag de valkerf aan de zijde waarin u wilt dat de boom moet omvallen. De diepte van de valkerf moet ongeveer 1/3 van de diameter van de boom bedragen. Zaag nooit een boom om zonder dat u een degelijke valkerf hebt gemaakt. (2) Zaag een velsnede zoals aangegeven in Afb. 27: De velsnede moet ongeveer 5 cm hoger zijn en parallel lopen aan de horizontale valkerf. Als de ketting vast komt te zitten tijdens het zagen, stopt u de zaag en gebruikt dan wiggen om de ketting vrij te maken. Zaag niet door de volledige boom heen. LET OP ○ Bij het omzagen van bomen voorzichtig zijn dat niemand in gevaar wordt gebracht en er geen beschadigingen aan eigendommen of openbare voorzieningen worden aangebracht. ○ Ga altijd aan de hellingopwaartse zijde van het terrein staan aangezien de boom mogelijk naar beneden gaat rollen of schuiven nadat deze is omgezaagd. 0000BookCS30SB.indb510000BookCS30SB.indb51 2019/06/1410:09:242019/06/1410:09:2452 Nederlands Voorzorgsmaatregelen bij de zaagwerkzaamheden Grijp/drukkracht van de kettingzaag Pak de kettingzaag altijd stevig vast. Druk niet harder dan nodig is op de kettingzaag. De zaagsnelheid is niet groter wanneer tijdens het zagen extra hard op de kettingzaag wordt gedrukt. Hierdoor wordt wel de motor extra belast, wat resulteert in een lagere prestatie en mogelijk beschadiging of een defect van de motor of het zwaard tot gevolg. Gebruik het gereedschap binnen het bereik waar de zaagketting met normale snelheid werkt. Als de zaagketting stopt (vast komt te zitten) als gevolg van het uitoefenen van een te grote druk, kan dit mogelijk letsel of een defect van het gereedschap veroorzaken. Kettingvanger ○ De kettingvanger bevindt zich dichtbij de aandrijving, net onder de ketting en dient om te voorkomen dat een gebroken ketting de gebruiker zou kunnen raken. ○ Wanneer de zaagketting is gebroken, vervangt u deze door een nieuwe zaagketting zoals beschreven in “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting”.

SLIJPEN VAN HET KETTINGBLAD

WAARSCHUWING Om ongelukken te voorkomen, moet u de schakelaar altijd uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen. Draag altijd dikke handschoenen bij het werken met zaagkettingen. OPMERKING Slijp de zaagketting en stel de dieptemeter op de middelste positie van het zwaard af, met de zaagketting aan het gereedschap bevestigt. Wanneer de scherpte van een zaagketting afneemt, worden de motor en de andere onderdelen van het gereedschap extra belast en levert het gereedschap een inferieure prestatie. Voor een optimale werking van het gereedschap is regelmatig onderhoud vereist om de zaagketting scherp te houden.

1. Slijpen van de bladen

Houd de bijgeleverde ronde vijl tegen het kettingblad zodat een vijfde van de diameter boven het uiteinde van het blad uitsteekt, zoals aangegeven in Afb. 28. Slijp de bladen door de ronde vijl onder een hoek van 30° te houden ten opzichte van het zwaard zoals aangegeven in Afb. 29, waarbij u erop let dat de ronde vijl recht worden gehouden zoals aangegeven in Afb. 30. Zorg dat alle bladen onder dezelfde hoek worden gevijld, want anders zal de zaagprestatie van het gereedschap afnemen. De vereiste hoeken voor het juist slijpen van de bladen zijn aangegeven in Afb. 31.

2. Afstellen van de dieptemeter

LET OP ○ Schuur niet het bovenste gedeelte van de bumperbindriem en de bescherming-aandrijfkoppeling en zorg er ook voor dat deze onderdelen niet worden vervormd. ○ De afstelling van de dieptemeters moet binnen de vooraf bepaalde afmetingen en vormen zijn, anders neemt de kans op terugslag toe met mogelijk letsel tot gevolg. Bumperbindriem Bescherming- aandrijfkoppeling De dieptemeters dienen alle op dezelfde wijze te worden geplaatst want deze worden gebruikt om de diepte af te stellen op de plaats waar de zaag in het hout komt. Wanneer de zaagketting wordt geslepen, moet de dieptemeter na elke twee of drie keer worden gecontroleerd. Plaats het verbindingsdeel van de dieptemeter op de zaagketting, waarbij u de dieptemeter zichtbaar houdt bij de groef, en gebruik dan een vlakke vijl voor het afschuinen van het gedeelte uit het verbindingsdeel van de dieptemeter. (Afb. 33) (Verbindingsdeel van dieptemeter en vlakke vijl zijn los verkrijgbaar) Nadat de dieptemeter is afgevijld, maakt u de voorkant van de dieptemeter rond zoals deze was. (Afb. 34) Na het slijpen van de zaagketting legt u deze in kettingolie om het slijpsel af te wassen. Als het slijpsel niet wordt afgewassen, zullen de zaagketting en het zwaard tijdens het gebruik snel slijten.

ONDERHOUD EN INSPECTIE

Na gebruik voert u de vereiste inspecties en het onderhoud van de onderdelen uit voordat u het gereedschap opbergt. WAARSCHUWING Zet tijdens onderhoud en inspectie het apparaat altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact.

1. Inspectie van zaagkettingen

○ Inspecteer de zaagketting regelmatig. Bij een abnormale situatie vervangt u de zaagketting door een nieuwe zoals beschreven in “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting”. ○ Inspecteer de kettingspanning en controleer of de ketting correct is aangebracht. ○ Stop met het gebruik van het gereedschap wanneer de zaagketting bot wordt en slijp de zaagketting vervolgens zoals beschreven in “Slijpen van het kettingblad”. ○ Smeer de zaagketting en de zwaarden na gebruik zorgvuldig met olie om roest te voorkomen. LET OP Draag handschoenen om letsel tijdens het aanraken van de zaagketting te voorkomen.

2. Reinigen van de zijafdekking (Afb. 35)

Reinig de onderdelen en verwijder eventueel achtergebleven zaagsel. OPMERKING Wanneer u de zijafdekking, rembandkamer, kettingolietuit en het zwaard wilt reinigen, zie dan de aanwijzingen onder “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting” om de zaagketting te verwijderen.

3. Reinigen van de kettingolietuit (Afb. 36)

Verwijder de zijafdekking en het zwaard alvorens de kettingolietuit te reinigen.

4. Reinigen van het zwaard (Afb. 7, 37)

Wanneer zich zaagsel en andere verontreinigingen in de groef van het zwaard of de olietuit hebben opgehoopt, kan er geen olie stromen met mogelijk een defect van het gereedschap tot gevolg. Verwijder het zwaard en veeg eventueel zaagsel in de groef na gebruik weg en ook wanneer de zaagketting wordt vervangen. (Zie “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting”.)

5. Inspecteer de kettingvanger (Afb. 38)

De kettingvanger is om zo veel mogelijk te voorkomen dat de zaagketting de gebruiker raakt, mocht de ketting loskomen of breken. De kettingvanger en zijafdekking zijn gecombineerd in één constructie. Inspecteer de kettingvanger om er zeker van te zijn dat er geen schade is. 0000BookCS30SB.indb520000BookCS30SB.indb52 2019/06/1410:09:242019/06/1410:09:2453 Nederlands

6. Inspectie van bevestigingsschroeven

Kontroleer deze schroeven regelmatig om te verzekeren dat ze goed aangedraaid zijn. Draai loszittende schroeven onmiddellijk vast. Dit om ongelukken te voorkomen.

7. Onderhoud van de motor

De motorwikkeling is het “hert” van het electrishce gereedschap. Er moet daarom bijzonder zorgvuldig op gelet worden, dat de wikkeling niet beschadigd en/or met olie or water bevochtigd wordt.

8. Vervangen van de koolborstels

Om uw veiligheid te kunnen waarborgen en u te beschermen tegen elektrische schokken, mag het inspecteren en vervangen van de koolborstels van dit gereedschap UITSLUITEND worden uitgevoerd door een erkend HiKOKI servicecentrum.

9. Reiningen van de behuizing

Wanneer de kettingzaagmachine vuil is, kunt u deze reinigen met een zachte doek of een doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen oplosmiddelen op chloorbasis, benzine of witte spiritus want deze middelen kunnen het plastic aantasten.

Bij het opbergen van het gereedschap de onderdelen reinigen en het vereiste onderhoud verrichten, en de kettingkast op het zwaard aanbrengen. Bewaar de kettingzaagmachine op een plaats waar de temperatuur niet hoger is dan 40°C en buiten het bereik van kinderen. LET OP Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.

SELECTEREN VAN ACCESSOIRES

De accessoires van deze machine staan vermeld op bladzijde 235. GARANTIE De garantie op het elektrisch gereedschap van HiKOKI is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifi eke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend servicecentrum van HiKOKI te sturen. Indien door de gebruiker de machine wordt gedemonteerd vervalt de aanspraak op garantie. Informatie betreff ende luchtgeluid en trillingen De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN60745 en voldoen aan de eisen van ISO 4871. Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 108 dB (A) Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 95 dB (A) Onzekerheid K: 2 dB (A) Draag gehoorbescherming. Totale trillingswaarden (triax vector som) bepaald overeenkomstig EN60745. ah = 4,0 m/s

Wij verklaren onder onze eigen verantwoordelijkheid dat Kettingzaagmachine, geïdentifi ceerd door het type en de specifi eke identifi catiecode*1), voldoet aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen*2) en normen*3). Technische documentatie bij*4) – zie onder. De Europese Normen Manager bij de vertegenwoordiging in Europa is gemachtigd om het technisch dossier samen te stellen. 2000/14/EC Gemeten geluidsdruk: 108 dB Gegarandeerde geluidsdruk: 110 dB Volgens (2006/42/EC): 0598 SGS Fimko Ltd. Särkiniementie 3 P.O.Box 30 FI- 00211 Helsinki, Finland heeft een EG-type onderzoek uitgevoerd en het EG-type onderzoekcertifi caat nr. MD 119 volgens Aanhangsel IX afgegeven. Deze verklaring is van toepassing op producten voorzien van de CE-markeringen. Deutsch Español