CS 1810DD - Zaag HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 1810DD HiKOKI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CS 1810DD HiKOKI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 1810DD - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 1810DD van het merk HiKOKI.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 1810DD HiKOKI
Hieronder staan symbolen afgebeeld die van toepassing zijn op deze machine. U moet de betekenis hiervan begrijpen voor u de machine gaat gebruiken.
| CS1810DD: Accu snoeizaag | |
| Om het risico op verwondingen te verminderen, moet de gebruiker de instructiehandleiding lezen. | |
| Gebruik een elektrisch gereedschap niet in de regen of in een erg vochtige omgeving en laat het ook niet buiten liggen wanneer het regent. | |
| Alleen voor EU-landenGeef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee!Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recyclebedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen. | |
| Lees alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en op de machine zelf, zorg ervoor dat u ze begrijpt en volg ze stipt op. | |
| Draag altijd oog-, hoofd- en gehoorbescherming wanneer u deze machine gebruikt. | |
| Het is belangrijk dat u de beschermende kleding draagt voor uw voeten, benen, handen en onderarmen. | |
| Pas op voor terugslag van de snoeizaag en vermijd contact met de punt van de geleiderbalk. | |
| Gebruik met één hand is niet toegestaan. | |
| Gebruik de snoeizaag altijd met twee handen. | |
| Vullen met kettingolie | |
| Schakelaar voor accuniveau-indicator | |
| Koppel de batterij los |

Houd kinderen, omstanders en helpers 15 meter van de machine vandaan. Als iemand u nadert, stop dan met werken.
Werk niet met de machine als zich kabels (stroom-, telefoonkabels enz.) dichter dan 10 m in de nabijheid van de bediener of de machine bevinden.
WAT IS WAT?
De namen van onderdelen in de onderstaande lijst komen overeen met Afb. 1.
A: Schakelaar: Deze schakelaar wordt met de vinger bediend.
B: Ontgrendelknop: Deze knop voorkomt dat de trekker onbedoeld wordt bediend.
C: Zijafdekking: Beschermkap voor het zwaard, de zaagketting en het kettingwiel wanneer de snoeizaag wordt gebruikt.
D: Spanningshendel: Voorziening voor het afstellen van de spanning van de zaagketting.
E: Knop: Knop voor het vastzetten van de zijkap.
F: Kettingbescherming: Voorkomt contact met de zaagketting.
G: Zaagketting: Ketting met punten die het echte zaagwerk doet.
H: Zwaard: Dit onderdeel steunt en geleidt de zaagketting.
I: Extra handgreep: Bovenste deel van de behuizing. Door hier vanuit bovenaf stevig vast te grijpen, kunt u de opheffing van de gereedschapsbehuizing door terugslag onderdrukken.
J: Bedieningshendel: Pak de achterkant van de gereedschapsbehuizing vast. Houd hier stevig vast om de gereedschapsbehuizing te verplaatsen en te bedienen.
K: Accu (los verkrijgbaar): Voedingsbron voor de machine.
L: Olietankdop: Dop voor het afsluiten van de olietank.
M: Oliekijkglas: Venster voor het controleren van de hoeveelheid kettingolie.
N: Snijgeleider: Plaats dit onderdeel tegen het materiaal dat u wilt zagen.
O: Olietoevoer: Reservoir voor de olie.
P: Kettingkast: Hiermee worden het zwaard en de zaagketting afgedekt wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt.
ALGEMENE
VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP
⚠ WAARSCHUWING
Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die met dit elektrisch gereedschap worden meegeleverd.
Niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan resulteren in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst.
Nederlands
De term „elektrisch gereedschap” heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek.
Een rommelige of donkere werkplek verhoogt de kans op ongelukken.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontvlambare of explosieve vloeistoffen, gassen of stof.
Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere omstanders tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap uit de buurt.
Afleidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker van het elektrisch gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op het stopcontact. De stekker mag op geen enkele manier gemodificeerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap.
Deugdelijke stekkers en geschikte stopcontacten verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten.
Wanneer uw lichaam geaard is, loopt u een groter risico op een elektrische schok.
c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden. Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrische gereedschap terechtkomt.
d) Behandel het snoer voorzichtig. Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap aan te dragen of mee te slepen en gebruik het snoer niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen.
Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok.
e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifiek geschikt is voor het gebruik buiten. Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met aardlekschakelaar te worden gebruikt.
Gebruik van een aardlekschakelaar vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.
Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, anti-slip veiligheidsschoenen, een helm of gehoorbescherming, gebruikt voor gepaste omstandigheden, verminderen het risico op lichamelijk letsel.
c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uitstand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen.
Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden.
d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet.
Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren.
e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt. Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houdt uw kleding en haar uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken.
g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien, dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt. Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico's.
h) Laat bekendheid opgedaan bij veelvuldig gebruik van gereedschap u niet zelfgenoegzaam worden waardoor u veiligheidsprincipes van het gereedschap negeert.
Een onzorgvuldige actie kan ernstig letsel veroorzaken binnen een fractie van een seconde.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei. U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt. Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden.
c) Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu, als deze losgemaakt kan worden, van het elektrische gereedschap voordat u afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrische gereedschap opbergt.
Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken.
Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen.
e) Verzorg het elektrische gereedschap en accessoires. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed kunnen zijn op de juiste werking van het gereedschap. Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt. Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-het-zelf ongelukken.
f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon. Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik.
g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt, waarbij de werkomstandigheden en het werk dat gedaan moet worden in overweging moeten worden genomen.
Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoeld, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
h) Houd de handvat- en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Glibberige handvat- en greepoppervlakken zorgen voor onveilig gebruik en onveilige bediening van het gereedschap in onverwachte situaties.
5) Gebruik en onderhoud van de accu
a) Herlaad alleen met de lader die door de fabrikant wordt gespecificeerd. Een lader die geschikt is voor één bepaald type accu kan brandgevaar veroorzaken bij gebruik met een andere accu.
b) Gebruik elektrisch gereedschap alleen met de specifiek daarvoor bestemde accu's. Het gebruik van andere accu's kan letsel of brand veroorzaken.
c) Wanneer de accu niet in gebruik is, moet u deze uit de buurt houden van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die de contacten zouden kortsluiten. Kortsluiten van de accucontacten kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Bij een verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de accu lekken; vermijd elk contact daarmee. Als u dit onverhoopt toch aanraakt, moet u goed met water spoelen. Indien de vloeistof in contact komt met de ogen, moet u ook onmiddellijk medische hulp inroepen. Vloeistof die uit de accu lekt kan irritatie en brandwonden veroorzaken.
e) Gebruik geen accu of gereedschappen die zijn beschadigd of aangepast. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat brand, explosie of risico op letsel veroorzaakt.
f) Stel een accu of gereedschap niet bloot aan vuur of excessief hoge temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen boven de 130°C kan een explosie veroorzaken.
g) Volg alle instructies voor het opladen en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de gebruikershandleiding wordt voorgeschreven.
Onjuist opladen of bij temperaturen buiten het voorgeschreven bereik kan de accu beschadigen en het risico op brand verhogen.
6) Onderhoud
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden en er mag daarbij uitsluitend gebruik gemaakt worden van identieke vervangingsonderdelen. Hierdoor kunt u er op rekenen dat het elektrisch gereedschap veilig blijft.
b) Probeer beschadigde accu's nooit te repareren. Onderhoud aan accu's dient alleen te worden uitgevoerd door de fabrikant of erkend onderhoudspersoneel.
VOORZORGSMAATREGELEN
Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand.
Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen.
ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR SNOEIZAAG
- Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting wanneer de snoeizaag in werking is. Controleer alvorens de snoeizaag te starten of deze nergens mee in contact is. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het gebruik van de snoeizaag kan resulteren in het verstrikt raken van uw kleding of contact van uw lichaam met de zaagketting.
- Houd de snoeizaag altijd met één hand aan de bedieningshandgreep vast en met de andere hand aan de extra handgreep (Afb. 2)
- Houd de snoeizaag alleen vast bij de geïsoleerde greepoppervlakken, omdat de zaagketting in contact kan komen met verborgen bedrading. Zaagkettingen die in contact komen met bedrading die onder spanning staat, kunnen ervoor zorgen dat blootliggende metalen onderdelen van de snoeizaag onder spanning komen te staan en de gebruiker een elektrische schok geven.
- Draag oogbescherming. Verdere beschermingsmiddelen voor gehoor, hoofd, handen, benen en voeten worden aanbevolen. Een geschikte beschermende uitrusting vermindert persoonlijk letsel door rondvliegend puin of onbedoeld contact met de zaagketting.
- Gebruik de snoeizaag niet in een boom, op een ladder, vanaf een dak of een onstabiele ondersteuning. Het gebruik van een snoeizaag op deze manier kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
- Zorg dat u altijd stevig staat en gebruik de snoeizaag alleen wanneer u op een vaste, niet trillende en vlakke ondergrond staat. Gladde of onstabiele oppervlakken kunnen ertoe leiden dat u de controle over de snoeizaag verliest.
- Bij het doorzagen van een dikke tak die gespannen staat, moet u er rekening mee houden dat deze kan terugspringen. Wanneer de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de dikke tak tegen u slaan en/of de snoeizaag zelf raken waardoor u de controle verliest.
- Wees voorzichtig wanneer u dunne takken of jonge boompjes zaagt. Het zachte materiaal kan in de zaagketting vast komen te zitten en naar u toe gezwiept worden of u uit balans brengen.
Nederlands
-
Draag de snoeizaag terwijl deze uitgeschakeld is en uit de buurt van uw lichaam. Monteer altijd de beschermkap van het zwaard wanneer u de snoeizaag vervoert of opbergt. Een juiste behandeling van de snoeizaag vermindert de kans op abusievelijk contact met de bewegende zaagketting.
-
Volg de instructies voor het smeren, aanspannen van de ketting en het vervangen van het zaagblad en de ketting. Een niet juist gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken en vergroot de kans op terugslag.
-
Zaag alleen hout. Gebruik de snoeizaag niet voor toepassingen waarvoor deze niet is bedoeld. Bijvoorbeeld: gebruik de snoeizaag niet voor het zagen van metaal, plastic, metselwerk of andere bouwmaterialen dan hout. Gebruik van de snoeizaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze is bedoeld kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
-
Deze snoeizaag is niet bedoeld voor het vellen van bomen. Het gebruik van de snoeizaag voor andere werkzaamheden dan bedoeld, kan leiden tot ernstig letsel aan de gebruiker of omstanders.
-
Volg alle instructies wanneer u vastgelopen materiaal verwijdert, de snoeizaag opslaat of er onderhoud aan verricht. Zorg ervoor dat de schakelaar is uitgeschakeld en dat de accu is verwijderd.
Oorzaken en voorkomen van terugslag: (Afb. 3) De kettingzaag kan terugslaan wanneer de neus of het uiteinde van het zwaard tegen iets aankomt, of wanneer de zaag vastloopt in de zaagsnede.
Een terugslag als gevolg van het feit dat het uiteinde ergens tegenaan komt zodat het zwaard naar boven en naar achteren, dus in uw richting, slaat, gebeurt soms bliksemsnel.
Als de zaagketting vastloopt langs de bovenkant van het zwaard, kan het zwaard ook ineens in uw richting slaan. Door allebei deze reacties kunt u de controle over de kettingzaag verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Vertrouw niet blindelings op de veiligheidsinrichtingen die in uw zaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van een snoeizaag moet u de vereiste maatregelen nemen om ongelukken of letsel bij de zaagwerkzaamheden te voorkomen.
Terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik en/of verkeerde bedieningsprocedures of -omstandigheden van de snoeizaag en kan worden voorkomen door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals hieronder aangegeven:
○ Houd het gereedschap stevig vast met uw duim en andere vingers rondom de handgrepen van de snoeizaag en altijd beide handen op de zaagmachine, en zorg voor een positie van uw lichaam en armen waarbij u een eventuele terugslag kunt opvangen. U kunt de terugslag beheersen indien de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. Laat de snoeizaag in geen geval los (Afb. 2).
○ Reik niet te ver en zaag niet boven schouderhoogte tenzij de verlengstang is gemonteerd. Hierdoor wordt onbedoeld contact met het uiteinde voorkomen en kunt u de snoeizaag beter onder controle houden in onverwachte situaties.
○ Gebruik alleen vervangende geleidingsstangen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Onjuiste vervangende geleidingsstangen en zaagkettingen kunnen kettingbreuk en/of terugslag veroorzaken.
○ Volg de slijp- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant om de kettingzaagmachine in goede staat te behouden. Verlagen van de hoogte van de dieptemeter kan leiden tot meer terugslag.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN
-
Werk ontspannen. Houd uw lichaam altijd goed warm.
-
Alvorens met het werk te beginnen, moet u de werkprocedures zorgvuldig doorlopen om een ongeluk te voorkomen, dat eventueel zou kunnen resulteren in letsel.
-
Gebruik het gereedschap niet bij slecht weer, zoals bij sterke wind, regen, sneeuw, mist of op plaatsen waar de kans bestaat op vallende rotsen of lawines. Bij slecht weer kan uw beoordelingsvermogen minder goed zijn en eventuele trillingen kunnen resulteren in een ongeluk.
-
Wanneer het zicht slecht is, zoals bij slecht weer of 's avonds, mag het gereedschap niet worden gebruikt. Gebruik het gereedschap ook niet in de regen of op een plaats blootgesteld aan regen. Een onstabiele houding of verlies van uw evenwicht kan resulteren in een ongeluk.
-
Controleer het zwaard, de zaagketting en de kettingbeschermer voordat u de machine start.
○ Als er barsten in het zwaard, de zaagketting of kettingbeschermer zijn of als het product bekrast of verbogen is, mag het niet worden gebruikt.
○ Controleer of het zwaard en de zaagketting stevig zijn gemonteerd. Als het zwaard of de zaagketting beschadigd is of als deze niet juist zijn bevestigd, kan dit resulteren in een ongeluk.
-
Controleer alvorens met het werk te beginnen of de schakelaar niet aangezet kan worden tenzij de ontgrendelknop is ingedrukt. Als het gereedschap niet juist werkt, moet u meteen met het gebruik stoppen en het gereedschap voor reparatie naar een officieel HiKOKI servicecentrum brengen.
-
Monteer de zaagketting zorgvuldig overeenkomstig de instructies in de gebruiksaanwijzing. Als de zaagketting verkeerd is aangebracht, kan deze loskomen van het zwaard en letsel veroorzaken.
-
Verwijder nooit een van de veiligheidsinrichtingen waarvan de snoeizaag is voorzien (kettingrem, ontgrendelknop, enz.) U mag deze ook niet wijzigen of buiten gebruik stellen. Dit zou kunnen resulteren in letsel.
-
Besteed voldoende aandacht aan de veiligheid op plaatsen waar stroomkabels, gasleidingen, enz. zijn geïnstalleerd.
-
Wees voorzichtig met gebogen takken, opgehangen bomen en gebarsten hout, omdat ze kunnen terugslaan wanneer het zagen is voltooid.
-
In de volgende gevallen schakelt u het gereedschap uit en zorgt u ervoor dat de zaagketting niet meer beweegt:
○ Wanneer niet in gebruik of tijdens het uitvoeren van onderhoud of inspecties
O Wanneer u naar een andere werkplek gaat.
○ Tijdens inspecteren, afstellen of vervangen van de zaagketting, zwaard, kettingkast of een ander onderdeel.
O Bij het bijvullen van de kettingolie.
O Bij het verwijderen van stof enz. van de behuizing.
O Bij het verwijderen van obstakels, vuilnis of door het werk ontstaan zaagsel van de werkplek.
○ Wanneer u het gereedschap neerzet of wanneer u het gereedschap achterlaat.
○ Wanneer u op een andere wijze gevaar waarneemt of als er risico's zijn.
Als de zaagketting nog beweegt, kan dit resulteren in een ongeluk.
- Over het algemeen moet het werk door één persoon worden uitgevoerd.
Wanneer er meerdere personen aan het werk zijn, moet u voor voldoende afstand tussen de personen zorgen. In het bijzonder bij het werken op een helling moet u wanneer de kans bestaat dat bomen gaan omvallen, rollen of schuiven ervoor zorgen dat de andere werkers niet in gevaar worden gebracht.
- Houd een afstand van minimaal 15 meter aan tot andere personen.
Bij het werken met meerdere personen dient u meer dan 15 meter uit elkaar te staan.
○ Rondvliegende delen kunnen personen raken of een ander ongeluk veroorzaken.
○ Leg een waarschuwingsfluitje enz. klaar en vertel andere werkers dat u dit gebruikt om hen bij gevaar te waarschuwen.
-
Als u merkt dat het apparaat ongewoon hoge temperaturen genereert, slecht werkt of abnormale geluiden maakt, stop dan onmiddellijk het gebruik en schakel de stroom uit. Vraag een inspectie en reparatie aan bij de dealer waar u het apparaat hebt gekocht of bij een door HiKOKI erkend servicecentrum. Doorlopend gebruik tijdens abnormale werking kan letsel veroorzaken.
-
Als het apparaat per ongeluk valt of een ander apparaat raakt, controleer het apparaat dan zorgvuldig op barsten, breuken of vervorming, etc.
Barsten, breuken en vervormingen kunnen verwondingen veroorzaken.
- Als u het gereedschap per ongeluk laat vallen of als dit aan schokken wordt blootgesteld, moet u zorgvuldig op beschadigingen en barsten controleren en kijken of het gereedschap niet vervormd is.
Als het gereedschap beschadigd, gebarsten of vervormd is, bestaat er kans op letsel.
- Wanneer het gereedschap in een voertuig wordt vervoerd, maakt u het stevig vast om te voorkomen dat het gaat schuiven.
Anders bestaat er kans op een ongeluk.
- Schakel het gereedschap niet in terwijl de kettingkast is aangebracht.
Dit zou kunnen resulteren in letsel.
- Controleer of er geen spijkers of andere vreemde voorwerpen in het materiaal zijn.
Als de zaagketting tegen een spijker enz. slaat, kan dit resulteren in letsel.
- Om te voorkomen dat het zwaard in het materiaal vast komt te zitten bij het werken op een rand of als gevolg van het gewicht van het materiaal tijdens het zagen, kunt u een steun aanbrengen dicht bij de zaagpositie.
Als het zwaard komt vast te zitten, kan dit resulteren in letsel.
- Als het apparaat na gebruik moet worden vervoerd of opgeborgen, verwijdert u de zaagketting of plaatst u de kettingkast.
Als de zaagketting in contact komt met uw lichaam, kan dit resulteren in letsel.
- Verzorg het gereedschap zorgvuldig.
○ Om ervoor te zorgen dat het werk veilig en efficiënt kan worden uitgevoerd, moet u de zaagketting zorgvuldig verzorgen zodat deze een optimale zaagprestatie blijft leveren.
○ Volg de instructies in de gebruiksaanwijzing voor het vervangen van de zaagketting, het zwaard of kettingwiel, het onderhoud van de buitenkant, het bijvullen van olie enz.
- Breng het gereedschap naar de winkel om het te laten repareren.
O Probeer geen wijzigingen in het product aan te brengen, aangezien het bij aflevering aan alle voorgeschreven veiligheidsnormen voldoet.
○ Laat alle reparaties door een officieel HiKOKI servicecentrum uitvoeren.
Wanneer u het gereedschap zelf probeert te repareren, kan dit resulteren in een ongeluk of letsel.
- Berg het gereedschap zorgvuldig op wanneer dit niet wordt gebruikt.
Tap de kettingolie af en berg het gereedschap op een droge plaats op, buiten het bereik van kinderen of in een afgesloten kast.
- Als het waarschuwingslabel niet meer zichtbaar is of als het afgeschilderd is of op andere wijze onleesbaar is geworden, moet u een nieuw waarschuwingslabel aanbrengen.
Neem voor een nieuw waarschuwingslabel contact op met een officieel HiKOKI servicecentrum.
-
Neem tijdens de werkzaamheden alle plaatselijke wetgeving en bepalingen in acht.
-
Gebruik het product niet als het gereedschap of de accupolen (batterijhouder) vervormd zijn.
Het installeren van de accu kan kortsluiting veroorzaken, wat kan leiden tot rookontwikkeling of ontbranding.
- Houd de accupolen van het gereedschap (accuhouder) vrij van spaanders en stof.
○ Controleer vóór gebruik of er geen spaanders en stof zijn opgehoopt in het gebied van de aansluitingen.
○ Probeer te voorkomen dat spaanders of stof van het gereedschap op de accu terechtkomen tijdens het gebruik.
○ Wanneer het gebruik wordt onderbroken of na gebruik, moet u het gereedschap niet op een plaats achterlaten waar het kan worden blootgesteld aan vallende spaanders of stof.
Als u dat doet kan er kortsluiting ontstaan, wat kan leiden tot rookontwikkeling of ontbranding.
-
Zorg ervoor dat de accu goed geïnstalleerd is. Als de accu niet goed genoeg vast zit, kan hij los komen en een ongeluk veroorzaken.
-
Gebruik het gereedschap en de accu altijd bij temperaturen tussen -5°C en 40°C.
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE ACCU EN DE LADER
-
Laad de accu altijd op bij een temperatuur van 0°C–40°C. Een temperatuur van minder dan 0°C zal overlapping veroorzaken, wat gevaarlijk is. De accu kan niet worden opgeladen bij een temperatuur hoger dan 40°C. De geschiktste temperatuur voor opladen ligt tussen de 20°C–25°C.
-
Gebruik de acculader niet continu.
Wacht ongeveer 15 minuten nadat u een accu hebt opgeladen voordat u begint met het opladen van een andere accu.
-
Voorkom dat stof of vuil in de aansluitopening van de accu terecht komt.
-
Demonteer de accu of acculader niet.
-
Voorkom kortsluiting van de accu. Kortsluiten van de accu zal resulteren in een grote stroom en oververhitting. Dit zal resulteren in brandwonden en schade aan de accu.
-
Gooi de accu niet in het vuur. Een brandende accu kan ontploffen.
Nederlands
- Breng de accu naar de winkel waar deze gekocht werd, nadat deze na opladen onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik. Gooi een uitgewerkte accu niet zomaar weg.
- Steek nooit voorwerpen in de ventilatie-openingen van de acculader.
Als er voorwerpen of ontvlambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de acculader wordt gestoken, kan dit resulteren in een elektrische schok of schade aan de acculader. - Bij doorlopend gebruik is het mogelijk dat deze machine oververhit raakt, hetgeen kan leiden tot schade aan de motor en de schakelaar. Daarom geeft u het gereedschap een tijdje pauze wanneer de behuizing heet wordt.
OPMERKINGEN BIJ GEBRUIK LITHIUM-ION BATTERIJ
De lithium-ion accu is voorzien van een beschermingsfunctie die volledige ontlading van de accu voorkomt waardoor de levensduur wordt verlengd. In geval 1 t/m 3 hieronder kan de motor tijdens het gebruik van het product tot stilstand komen, zelfs wanneer u de schakelaar ingedrukt houdt. Dit geeft geen probleem met het product aan maar wordt veroorzaakt door de beschermingsfunctie.
- De motor komt tot stilstand wanneer de accu leeg is. De accu moet in dit geval onmiddellijk opgeladen worden.
- De motor kan tot stilstand komen wanneer het gereedschap overbelast wordt. Laat de schakelaar in dit geval onmiddellijk los en verhelp de oorzaak van de overbelasting. Wanneer u het probleem verholpen heeft kunt u het gereedschap opnieuw gebruiken.
- Wanneer de accu oververhit is door overbelasting, kan het zijn dat de accu niet meer werkt.
In dit geval moet u de accu niet verder gebruiken, maar deze eerst laten afkoelen. Wanneer u het probleem verholpen heeft kunt u het gereedschap opnieuw gebruiken.
Gelieve eveneens aandacht te schenken aan volgende waarschuwing en aandachtspunt.
WAARSCHUWING
Om acculekken, het opwekken van warmte, rookontwikkeling, explosie en ontsteking bijtijds te vermijden, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen.
- Zorg ervoor dat er zich geen spaanders en stof op de accu ophopen.
○ Zorg er tijdens de werkzaamheden voor dat er geen spaanders en stof op de accu kunnen vallen.
○ Zorg ervoor dat de spaanders en het stof die tijdens het werk op het elektrisch gereedschap vallen zich niet op de accu ophopen.
○ Bewaar een ongebruikte accu niet op een plaats waar deze aan spaanders en stof wordt blootgesteld.
○ Verwijder alle spaanders en stof van een accu voordat u hem opbergt en bewaar de accu niet op dezelfde plek als metalen onderdelen (schroeven, spijkers, enz.). - Doorboor de accu niet met een scherp voorwerp, zoals een nagel, klop er niet op met een hamer, stap niet op de accu, gooi er niet mee en stel hem niet bloot aan zware fysieke schokken.
- Gebruik geen zichtbare beschadigde of vervormde accu.
- Gebruik de accu niet voor andere doeleinden dan de in deze gebruiksaanwijzing genoemde.
-
Wanneer de accu niet kan worden opgeladen, zelfs nadat de specifieke oplaadtijd verstreken is, moet u onmiddellijk stoppen met het opladen.
-
Zorg ervoor dat de accu niet te heet wordt of onder te grote druk komt te staan en stel hem niet aan deze omstandigheden bloot, zoals in een magnetron, droger of een hogedrukcontainer.
-
Houd de accu onmiddellijk uit de buurt van vuur nadat er een lek of vieze geur is vastgesteld.
-
Gebruik de accu niet op een plek waar een grote statische elektriciteit wordt opgewekt.
-
In geval van een acculek, vieze geur, warmteontwikkeling, verkleuring of vervorming, of iets abnormaals tijdens het gebruik, het opladen of de opslag, moet u de accu onmiddellijk uit het gereedschap of de lader halen en moet u het gebruik ervan stoppen.
-
Dompel de batterij niet onder of laat geen vloeistoffen erin vloeien. Binnendringen van geleidende vloeistof, zoals water, kan schade veroorzaken, met brand of een explosie tot gevolg. Bewaar de batterij op een koele, droge plaats, uit de buurt van explosieve en licht ontvlambare voorwerpen. Vermijd omgevingen met bijtend gas.
-
Stel het beeldscherm niet bloot aan harde stoten en breek het niet. Dit kan defecten veroorzaken.
-
Als er alkalisch smeermiddel of snijvloeistof aan de accu blijft kleven, veeg deze dan snel af met een droge doek. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot beschadiging of degradatie van de behuizing.
LET OP
-
Wanneer u de lekkende vloeistof uit de accu in de ogen krijgt, wrijf dan niet in de ogen, maar was ze goed uit met zoet en schoon water, zoals kraanwater en roep er onmiddellijk een dokter bij. Indien u geen behandeling krijgt, kan de vloeistof oogproblemen veroorzaken.
-
Wanneer de vloeistof op uw huid of kleding lekt, moet u ze onmiddellijk goed wassen met schoon water, zoals kraanwater. De kans bestaat dat dit huidirritatie veroorzaakt.
-
Wanneer u roest, een vieze geur, oververhitting, verkleuring, vervorming en/of andere onregelmatigheden vaststelt wanneer u de accu voor de eerste keer gebruikt, gebruik hem dan niet verder, maar retourneer de accu aan uw leverancier of verkoper.
WAARSCHUWING
Als er een geleidende vreemde stof op de contacten van de lithium-ionaccu terechtkomt, kan de accu worden kortgesloten, waardoor brand kan ontstaan. Wanneer u de lithium-ionaccu bewaart, dient u de volgende regels in acht te nemen.
O Plaats geen geleidende stoffen, spijkers en draden zoals ijzer- en koperdraad in de opslagdoos.
○ Plaats de accu in het gereedschap of bevestig het accudeksel stevig voor opslag tot u de ventilator niet meer ziet om kortsluiting te voorkomen. (Afb. 4)
BETREFFENDE TRANSPORT VAN LITHIUM-ION ACCU
Neem bij transport van een lithium-ion accu de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
WAARSCHUWING
Stel het transportbedrijf op de hoogte dat er een lithium-ion accu wordt vervoerd, vermeld het vermogen en volg de instructies van het transportbedrijf bij het regelen van vervoer.
○ Lithium-ion accu's die een uitgangsvermogen van 100 Wh overschrijden worden beschouwd als gevaarlijke goederen binnen de vrachtgoederenclassificatie en vereisen speciale procedures.
○ Voor internationaal transport, moet u voldoen aan internationale wetgeving en wetten en voorschriften van het land van bestemming.

text_image
Uitgangsvermögen Wh 2 tot 3 cijferig nummerVOORZORGSMAATREGELEN AANSLUITING USB-APPARAAT (UC18YSL3)
Wanneer een onverwacht probleem optreedt, kunnen de gegevens in een USB-apparaat, aangesloten op dit product, beschadigd raken of verloren gaan. Zorg er altijd voor dat er een back-up wordt gemaakt van gegevens op het USB-apparaat voor gebruik met dit apparaat. Houd er rekening mee dat ons bedrijf geen enkele verantwoordelijkheid accepteert voor op een USB-apparaat opgeslagen gegevens die beschadigd of verloren zijn, noch voor schade dat zich voor kan doen aan een aangesloten apparaat.
WAARSCHUWING
○ Voor gebruik, controleer de verbonden USB kabel voor enige defecten of beschadigingen. Bij gebruik van een kapotte of beschadigde USB kabel kan er rook uitstoot of ontbranding ontstaan.
○ Wanneer het product niet wordt gebruikt, bedek de USB poort dan met de rubberen bedekking. Ophoping van stof etc. in de USB poort kan rook uitstoot of ontbranding veroorzaken.
OPMERKING
- Er kan een soms een pauze zijn gedurende het opladen van de USB.
○ Wanneer een USB apparaat niet wordt opgeladen, verwijder het USB apparaat van de oplader. Doet u dit niet, dan kan de levensduur van de batterij afnemen, maar dit kan ook onverwachte ongelukken als gevolg hebben.
○ Het kan zijn dat sommige USB-apparaten niet kunnen worden opgeladen, afhankelijk van het type apparaat.
NAMEN VAN ONDERDELEN
De nummers in de onderstaande lijst komen overeen met Afb. 2-Afb. 44.
| 1 | Draairichting van de zaagketting |
| 2 | Terugslagrichting |
| 3 | Accu (apart verkrijgbaar) |
| 4 | Vergrendeling |
| 5 | Ventilatieopeningen |
| 6 | Aansluitpunten |
| 7 | Batterijdeksel |
| 8 | Laadcontrolelampje |
| 9 | Ontgrendelknop |
| 10 | Schakelaar |
| 11 | Spanningshendel |
| 12 | Knop |
| 13 | Zijafdekking |
| 14 | Zaagketting |
| 15 | Zwaard |
| 16 | Kettingwiel |
| 17 | Bladrichting |
| 18 | Afbeelding die de richting van het zaagblad toont |
| 19 | Bout |
| 20 | Sleuf van zwaard |
| 21 | Trekband |
| 22 | Kettingolie |
| 23 | Oliekijkglas |
| 24 | Kettingbescherming |
| 25 | Snijgeleider |
| 26 | Indicatieschakelaar resterende acculading |
| 27 | Indicatielampje resterende acculading |
| 28 | Beeldscherm |
| 29 | Ronde vijl |
| 30 | 1/5 van diameter van vijl |
| 31 | Dieptemeterverbinding |
| 32 | Vlakke vijl |
| 33 | Uitstekende kop van dieptemeter |
| 34 | Afronden |
| 35 | Stangbevestiging |
| 36 | Stopcontact voor gereedschapshulpstuk |
| 37 | Schroefknop |
| 38 | Schroef de ring |
| 39 | Stang |
| 40 | Hanger |
| 41 | Handgreep |
| 42 | Stopcontact voor accubevestiging |
| 43 | Schoudergordel |
| 44 | Haak |
Nederlands
| 45 | Snelontgrendelingsriem |
| 46 | Beugel |
| 47 | Snelontgrendelingsbeugel |
| 48 | Kettingolietuit |
| 49 | Groef |
| 50 | Oliegat |
| 51 | Versleten deel van kettingwiel |
| 52 | Borgring (E-type) |
| 53 | Kettingvanger |
| 54 | Auto stop-lampje: brandt |
| 55 | Glijgroeven (product) |
| 56 | Persluchtspuit |
| 57 | Glijgroeven (accu) |
| 58 | Aansluiting |
TECHNISCHE GEGEVENS
- Elektrisch gereedschap
| Model CS1810DD | |
| Spanning 18 V | |
| Zaagketting | Type: 80TXL-26ESteek: 8,255 mm (0,325") /Dikte: 1,1 mm (0,043") |
| Zwaard | Type: 044MLJZ001Maat: 100 mm(max. zaaglengte) |
| Kettingwiel | Aantal tanden 7 / 8,255 mm(0,325") |
| Kettingsnelheid onbelast 8,0 m/s | (480 m/min) |
| Inhoud kettingolietank 55 ml | |
| Accu verkrijgbaar voor ditgereedschap*1 (apartverkrijgbaar) | Lithium-ion batterijMulti-volt accu of 18 V(BSL18-serie) |
| Gewicht*2 | 1,1 kg |
*1 De Ruggedragen voeding (BL36200) en AC/DC adapter (ET36A) kunnen niet worden gebruikt met dit gereedschap.
*2 Gewicht: Zaagketting, geleiderbalk, kettingkast, olie, accu niet inbegrepen
OPMERKING
Op grond van het voortdurende research en ontwikkelingsprogramma van HiKOKI kunnen de hierin genoemde technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
- Accu (apart verkrijgbaar)
| Model Spanning Accucapaciteit | ||
| BSL36B18 36 / | 18 V *3 | 4,0 / 8,0 Ah *3 |
*3 Het gereedschap zal zelf automatisch schakelen.
STANDAARD TOEBEHOREN
Naast het hoofdtoestel (1 toestel), bevat de verpakking de accessoires die vermeld staan op bladzijde 336.
De standaard toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
TOEPASSINGEN
○ Zagen van planken/boomstammen
○ Snoeien van tuinbomen
OPLADEN
Voor het gebruik van het elektrisch gereedschap dient de accu als volgt opgeladen te worden.
- Sluit het netsnoer'van de acculader aan op het stopcontact.
Wanneer de stekker van de acculader in het stopcontact wordt gestoken, zal het controlelampje van het laden rood knipperen. (Zie Tabel 1)
- Steek de batterij in de acculader.
Steek de accu stevig in de acculader zoals u kunt zien op Afb. 5 (op bladzijde 2).
- Opladen
Wanneer er een accu in de acculader wordt geplaatst, zal het opladen beginnen en zal het oplaadindicatorlampje blauw knipperen.
Wanneer de accu volledig is opgeladen, zal het laadindicatielampje groen oplichten. (Zie Tabel 1)
(1) Aanduiding van het laadindicatielampje
De aanduidingen van het laadindicatielampje zijn zoals aangegeven in Tabel 1, al naar gelang de toestand van de accu of de acculader.
Tabel 1: Aanduidingen van het laadindicatielampje
AAN/UIT met intervallen van 0,5 sec. (ROOD) ![]() | Voor het opladen *1 |
![]() | Opgeladen tot minder dan 50% |
![]() | Opgeladen tot minder dan 80% |
![]() | Opgeladen tot meer dan 80% |
![]() | Opladen voltooid |
![]() | Oververhitting standby *2 |
![]() | Opladen onmogelijk *3 |
OPMERKING
*1 Als het rode lampje zelfs na het bevestigen van de oplader blijft knipperen, controleer dan of de accu goed is geplaatst.
*2 De accu is oververhit. De accu kan niet opgeladen worden. Hoewel het opladen begint zodra de accu is afgekoeld, zelfs wanneer deze op zijn plaats wordt gelaten, is de beste werkwijze om de accu te verwijderen en deze te laten afkoelen in een schaduwrijke, goed geventileerde locatie voor het opladen.
*3 Er is iets mis met de accu of met de acculader
- Plaats de accu goed in de lader.
- Controleer of er geen vreemd materiaal aan de accuhouder of de aansluitingen vastzit. Is er geen sprake van vuil, dan is mogelijk de accu of acculader defect. Breng deze dan naar een officieel servicecentrum.
○ Wanneer de acculader onafgebroken wordt gebruikt, zal deze warm worden, waardoor storingen kunnen worden veroorzaakt. Wacht daarom 5 minuten wanneer het opladen is voltooid voor u opnieuw begint met opladen.
(2) Over de temperatuur en de oplaadtijd van de accu (Zie Tabel 2)
Tabel 2
| Model UC18YSL3 | ||
| Type accu Li-ion | ||
| Oplaadspanning 14,4–18 V | ||
| Geschikte temperatuur voor het opladen | 0°C–50°C | |
| Oplaadtijd voor accucapaciteit ca. (bij 20°C) | 1,5 Ah 15 min | |
| 2,0 Ah 20 min | ||
| 2,5 Ah 25 min | ||
| 3,0 Ah | 20 min(BSL1430C, BSL1830C: 30 min) | |
| 4,0 Ah | 26 min(BSL1840M: 40 min) | |
| 5,0 Ah 32 min | ||
| 6,0 Ah 38 min | ||
| Oplaadtijd voor multi-volt-accucapaciteit ca. (bij 20°C) | 1,5 Ah(x 2 eenheid) | 20 min |
| 2,5 Ah(x 2 eenheid) | 32 min | |
| 4,0 Ah(x 2 eenheid) | 52 min | |
| Aantal accucellen 4–10 | ||
| Oplaadspanning voor USB 5 V | ||
| Laadstroom voor USB 2 A | ||
| Gewicht 0,6 kg | ||
OPMERKING
○ De oplaadtijd hangt mede af van de omgevingstemperatuur en het voltage van de stroombron.
○ Als het opladen lang duurt
- Het opladen duurt langer bij extreem lage omgevingstemperaturen. Laad de accu op een warme plaats op (zoals binnenshuis).
- Blokkeer de luchtuitlaat niet. Anders kan het interieur oververhit raken, waardoor de prestaties van de oplader afnemen.
- Als de koelventilator niet werkt, neem dan contact op met een erkend HiKOKI-servicecentrum voor reparatie.
-
Haal de stekker van het netsnoer van de acculader uit het stopcontact.
-
Houd de acculader stevig vast en trek de accu eruit.
OPMERKING
U moet de accu na het laden uit de acculader halen en op een veilige plek bewaren.
Betreffende elektrisch ontladen in het geval van nieuwe batterijen, enz.
Als de chemische substantie van nieuwe batterijen en batterijen die niet gedurende een lange periode niet zijn gebruikt niet geactiveerd is, zal de stroomopbrengst mogelijk niet laag zijn het eerste en tweede gebruik. Dit is een tijdelijk fenomeen en de normale tijd benodigd voor het opladen zal worden hersteld door de batterijen 2–3 keer op te laden.
De gebruiksduur van de batterijen verlengen.
(1) Laad de batterijen op voordat ze volledig uitgeput raken. Wanneer u merkt dat de kracht van het gereedschap zwakker wordt, stop het gebruik van her gereedschap dan en laad de batterij op. Als u het gereedschap blijft gebruiken en de elektrische voeding uitput, kan de batterij beschadigd raken en wordt zal de levensduur verminderen.
(2) Vermijd opladen bij hoge temperaturen. Een oplaadbare batterij zal direct na gebruik heet zijn. Als een dergelijke batterij direct na gebruik wordt opgeladen, zal de inwendige chemische substantie verslechteren en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij en laad deze op nadat het een tijdje is afgekoeld.
MONTAGE EN GEBRUIK
| Handeling | Afbeelding | Bladzijde |
| Verwijderen en aanbrengen van de accu | 6 | 3 |
| Bedienen van de hoofdschakelaar*1 | 7 | 3 |
| Indicator resterende acculading 19 6 | ||
| Een USB-apparaat opladen vanuit een stopcontact | 43-a 10 | |
| Een USB-apparaat en accu opladen via een stopcontact | 43-b 10 | |
| Het opladen van een USB-apparaat 44 | 10 | |
| Selecteren van accessoires | — | 337 |
*1 Bediening van de schakelaar
Als de schakelaar wordt aangezet terwijl de ontgrendelknop wordt ingedrukt, begint de zaagketting te draaien. (Afb.7)
De schakelaar kan niet aangezet worden mits de
Nederlands
ontgrendelknop wordt ingedrukt.
Nadat de schakelaar is aangezet, blijft de zaagketting draaien zolang de schakelaar wordt ingedrukt.
Als de schakelaar wordt losgelaten, stopt de zaagketting de rotatie.
WAARSCHUWING
Zet de ontgrendelknop niet vast terwijl deze wordt ingedrukt.
Als de schakelaar dan per ongeluk wordt aangezet, kan het gereedschap onverwachts starten en letsel veroorzaken.
AANBRENGEN (VERVANGEN) VAN DE ZAAGKETTING
WAARSCHUWING
Om een ongeluk te voorkomen, moet u het gereedschap altijd uitschakelen en de accu verwijderen.
○ Gebruik alleen de kettingzaag en het zwaard die staan aangegeven in de"TECHNISCHE GEGEVENS".
LET OP
Draag dikke handschoenen en wees voorzichtig om letsel door de zaagketting te voorkomen.
OPMERKING
○ Verwijder zaagsel van de olietuit, het oliegat en de zwaardgroef alvorens de zaagketting te verwijderen. Bij opeenhoping van zaagsel is het mogelijk dat het gereedschap niet werkt.
○ Gebruik het juiste type zaagketting overeenkomstig de specificaties. Als u een verkeerd type zwaard aanbrengt, kan de zaagketting losraken met letsel tot gevolg.
1. Vergrendel de spanningshendel.
○ Schuif de spanningshendel in de richting van 1h druk hem vervolgens in de richting van 2m hem te vergrendelen. (Afb. 8-a)
○ Om de vergrendeling van de spanningshendel te ontgrendelen, drukt u de spanhendel in de richting van 3. (Afb. 8-b)
2. Verwijder de zijkap.
Terwijl de spanningshendel nog is vergrendeld, draait u de knop linksom om deze los te maken en verwijdert u de zijkap. (Afb. 9)
- Verwijderen van de zaagketting en het zwaard Beweeg het zwaard iets naar rechts om de zaagketting los te maken en van het kettingwiel te verwijderen, en verwijder vervolgens het zwaard en de zaagketting samen. (Afb. 10)
4. De nieuwe zaagketting over het kettingwiel leggen
(1) Bevestig de zaagketting aan de groef van het zwaard vanaf de punt van het zwaard. Zorg ervoor dat de zaagketting zo is gericht dat het zaagblad in de richting wijst zoals getoond in de afbeelding onder het tandwiel (Afb. 11-a).
(2) Terwijl u de zaagketting en het zwaard aan het uiteinde vasthoudt, koppelt u het andere uiteinde van de zaagketting aan het kettingwiel en monteert u het zwaard aan de behuizing van de zaag.
5. De zijkap bevestigen
OPMERKING
Verwijder vuil rondom de zijkap voordat u deze bevestigt. (Zie „2. Reiniging van alle onderdelen” in „ONDERHOUD EN INSPECTIE”)
(1) Vergrendel de spanningshendel. (Afb. 8-a)
(2) Bevestig de zijkap op het hoofdgedeelte van het gereedschap, zorg er daarbij voor dat de zaagketting niet van het zwaard loskomt en draai de knop tegen de klok in om hem stevig vast te zetten. (Afb. 12)
(3) Draai de knop na het volledig vastdraaien één slag linksom terug om hem iets los te draaien. (Afb. 13-a)
(4) Maak de vergrendeling van de spanningshendel los (Afb. 13-b) Wanneer de vergrendeling van de spanningshendel wordt losgemaakt, wordt het zwaard naar voren geduwd en wordt spanning uitgeoefend op de zaagketting.
(5) Draai de knop met de klok mee om hem goed vast te zetten. (Afb. 13-c)
WAARSCHUWING
○ Zorg ervoor dat de knop volledig is vastgedraaid. Als de knop loszit, bestaat er kans op letsel.
○ Zorg ervoor dat de zaagketting aan de groef van het zwaard is bevestigd.
6. Controleren van de kettingspanning van de zaagketting
Controleer de kettingspanning zo dat de opening tussen de kettingschakel van de zaagketting en het zwaard 0,5 tot 1,5 mm is wanneer u de zaagketting een stukje optilt in de buurt van het midden van het zwaard (Afb. 14).
OPMERKING
Controleer bij het vervangen van de zaagketting hoe versleten het kettingwiel is. (Raadpleeg „3. Het kettingwiel inspecteren” in „ONDERHOUD EN INSPECTIE”)
INSPECTIE EN VOORBEREIDING VOOR GEBRUIK
Voor gebruik moet u de volgende inspecties uitvoeren en voorbereidingen maken.
WAARSCHUWING
○ Om een ongeluk te voorkomen, moet u altijd de stappen 1 t/m 3 uitvoeren terwijl u ervoor zorgt dat de accu van het gereedschap is verwijderd.
O Zet de ontgrendelknop niet vast terwijl deze wordt ingedrukt.
Als de schakelaar dan per ongeluk wordt aangezet, kan het gereedschap onverwachts starten en letsel veroorzaken.
1. Zorg dat de schakelaar uit staat
Als u de accu plaatst terwijl u niet weet of de schakelaar is aangezet, kan het gereedschap onverwachts starten met mogelijk een ongeluk tot gevolg.
2. Controleren van de kettingspanning van de zaagketting
WAARSCHUWING
Als de kettingspanning verkeerd is, kan de zaagketting of het zwaard beschadigd raken en mogelijk foutief functioneren.
○ Zie stap 6 in „AANBRENGEN (VERVANGEN) VAN DE ZAAGKETTING“ en zorg ervoor dat er een geschikte spanning is ingesteld.
○ Vooral wanneer de zaagketting nieuw is, zit er nog veel rek in en moet u de kettingspanning regelmatig controlleren en afstellen. Als deze los zit, raadpleeg „5. De zijkap bevestigen (3)” en span de zaagketting opnieuw.
○ Controleer ook of de knop stevig is vastgedraaid.
3. Controleren van de kettingolie
○ Bij de aflevering zit er geen kettingolie in het gereedschap. Controleer voor gebruik of de olietank is gevuld met de bijgeleverde kettingolie. (Afb. 15)
○ Controleer tijdens het werk regelmatig het oliepeil in het oliekijkglas en vul indien nodig olie bij.
○ Als de bijgeleverde kettingolie op is, kunt u los verkrijgbare HiKOKI kettingolie gebruiken of een gelijkwaardige kettingolie die in de handel verkrijgbaar is.
○ De kettingolie smeert de ketting automatisch.
○ De toevoerhoeveelheid kan niet worden aangepast.
OPMERKING
○ De inhoud van de olietank is ongeveer 55 ml. Zorg ervoor dat de olietank niet lekt of overstroomt bij het bijvullen van de kettingolie.
○ Wij bevelen u aan altijd reserveolie bij de hand te hebben. Als u doorgaat met het werk terwijl er geen kettingolie meer in het gereedschap is, kan de zaagketting doorbranden of de motor defect raken.
○ Wees voorzichtig dat er geen stof of andere verontreinigingen in de olietank terechtkomen. Als stof of andere verontreinigingen in de olietank terechtkomen, kan het gereedschap defect raken.
○ Als gevolg van de constructie van het gereedschap kan eventuele kettingolie die in de tank achterblijft gaan lekken. Hoewel dit niet op een foutieve werking van het gereedschap duidt, kan de opslagplaats hierdoor vuil worden, dus wees voorzichtig. Bij het opbergen van het gereedschap laat u alle olie uit de olietank lopen en zet een bak onder het gereedschap om eventuele lekkage van olie op te vangen.
○ Vul per ongeveer 15 minuten werking olie bij. (Varieert afhankelijk van de gebruiksomstandigheden bij het snijden.)
4. Bevestigen van de accu
Druk stevig totdat het op zijn plaats klikt.
LET OP
Maak de accu stevig vast. Als de accu niet stevig is bevestigd, kan deze losraken en letsel veroorzaken.
- Controleer of de kettingbeschermer werkt (Afb. 16) De kettingbeschermer is een onderdeel van de veiligheidsuitrusting om de werker te beschermen tegen de zaagketting. Voordat u begint te werken, controleert u of de kettingbeschermer soepel beweegt en of deze terugkeert naar de oorspronkelijke positie wanneer u uw hand weghaalt.
OPMERKING
Als de kettingbeschermer niet naar de oorspronkelijke positie terugkeert, stop dan onmiddellijk het gebruik en vraag reparaties aan bij de dealer waar u het product hebt gekocht.
6. Controleren van de toevoer van de kettingolie (Afb. 17)
○ Wanneer het gereedschap wordt ingeschakeld, smeert de kettingolie automatisch de zaagketting en het zwaard.
○ Als er geen olie naar buiten komt binnen 2 tot 3 minuten nadat het gereedschap is gestart, moet u controleren of zich geen zaagsel heeft verzameld rondom de olietuit. (Zie „2. Reiniging van alle onderdelen” in „ONDERHOUD EN INSPECTIE”)
ZAAGPROCEDURES
WAARSCHUWING
O Houd tijdens het gebruik beide handgrepen stevig vast.
○ Tijdens werkpauzes of na het werk moet u het gereedschap altijd uitschakelen en de accu losmaken van het gereedschap.
Kijk altijd zorgvuldig naar de werkplek en uw omgeving en als er voorwerpen zijn die letsel, een ongeluk of een defect kunnen veroorzaken, dient u deze vooraf te verwijderen. Vooral bij het uitkiezen van de plaats waar u gaat staan, moet er goed op gelet worden dat de ondergrond stabiel is en dat u niet over iets kunt vallen.
1. Zorg dat het gereedschap uit staat
Als u de accu plaatst terwijl de schakelaar aan staat, kan het gereedschap onverwachts starten met mogelijk een ongeluk tot gevolg.
2. Bevestigen van de accu
Druk stevig op de accu totdat deze op de plaats vastklikt, zoals aangegeven in Afb.4.
3. De schakelaar aanzetten
Controleer of de zaagketting niet in contact is met het hout, zet dan de schakelaar aan en begin met zagen wanneer de zaagketting voldoende op snelheid is gekomen.
Plaats de snijgeleider tegen het hout tijdens het zagen. (Afb. 18-a) Als u probeert te zagen zonder de snijgeleider tegen het hout te plaatsen, wordt de gereedschapsbehuizing naar voren getrokken van uw lichaam af en wordt uw houding instabiel. (Afb. 18-b)
LET OP
○ Bij het inschakelen van het gereedschap erop letten dat de zaagketting niet in contact is met materialen of iets anders.
○ Tijdens het gebruik erop letten dat de zaagketting niet in contact komt met andere materialen of voorwerpen. Vooral wanneer u klaar bent met zagen, moet u er goed op letten dat het gereedschap niet de grond raakt.
O Wees altijd voorzichtig met vallende takken.
O Wees altijd voorbereid op terugslag van de snoeizaag.
OPMERKING
○ Vul de olietank tijdig met olie om te voorkomen dat er geen olie meer in het gereedschap is.
○ Tijdens het zagen de spanning van de zaagketting af en toe controleren.
○ Lees voor gebruik de bedieningsinstructies en zorg dat u praktische ervaring heeft met het gebruik van de snoeizaag, of dat u op zijn minst met de snoeizaag oefent door het zagen van stukken rond hout op een zaagschraag.
Voorzorgsmaatregelen bij de zaagwerkzaamheden
Voor uitgebreide werkzaamheden of bij ononderbroken werken
Dit gereedschap is uitgerust met een beveiligingscircuit voor oververhitting dat de elektronische onderdelen die de oplaadbare accu regelen beschermt. Tijdens aanhoudend gebruik of tijdens werkzaamheden onder hoge belastingen gegenereerd door druk tegen het gereedschap, zal de temperatuur van het gereedschap stijgen en uiteindelijk het oververhittingsbeveiligingscircuit activeren, waardoor het gereedschap wordt uitgeschakeld.
Laat in dit geval het gereedschap gedurende enige tijd afkoelen.
Wanneer de temperatuur is afgenomen, kan het gereedschap weer opnieuw gebruikt worden. Wanneer de oplaadbare accu tijdens langdurig gebruik verwisseld moet worden, het gereedschap gedurende ongeveer 15 minuten laten afkoelen.
Grijp-/drukkeracht van de snoeizaag
Pak de snoeizaag altijd stevig vast.
Druk bovendien niet harder dan nodig is op de snoeizaag. De zaagsnelheid is niet groter wanneer tijdens het zagen extra hard op de snoeizaag wordt gedrukt.
Hierdoor wordt wel de motor extra belast, wat resulteert in een lagere prestatie en mogelijk beschadiging of een defect van de motor of het zwaard tot gevolg.
Gebruik het gereedschap binnen het bereik waar de zaagketting met normale snelheid werkt.
Als de zaagketting stopt (vast komt te zitten) als gevolg van het uitoefenen van een te grote druk, kan dit mogelijk letsel of een defect van het gereedschap veroorzaken.
SLIJPEN VAN HET KETTINGBLAD
WAARSCHUWING
Om een ongeluk te voorkomen, moet u het gereedschap altijd uitschakelen en de accu losmaken van het gereedschap.
LET OP
Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting aanraakt.
OPMERKING
Slijp de zaagketting en stel de dieptemeter op de middelste positie van het zwaard af, met de zaagketting aan het gereedschap bevestigt.
Wanneer de scherpte van een zaagketting afneemt, worden de motor en de andere onderdelen van het gereedschap extra belast en levert het gereedschap een inferieure prestatie.
Voor een optimale werking van het gereedschap is regelmatig onderhoud vereist om de zaagketting scherp te houden.
1. Slijpen van de bladen
Gebruik een ronde vijl met een diameter van 4 mm.
De ronde vijl moet tegen het zaagblad worden gehouden, zodat één vijfde van de diameter boven de bovenkant van het zaagblad uitsteekt, zoals weergegeven in Afb. 20.
Slijp de bladen door de ronde vijl onder een hoek van 30° ten opzichte van de geleiderbalk te houden, zoals weergegeven in Afb. 21.
Vijl de bladen door de ronde vijl voorzichtig in de richting van de greep te duwen.
Zorg ervoor dat de ronde vijl de zaagketting niet raakt wanneer u de vijl terugtrekt.
Zorg ervoor dat alle zaagbladen met dezelfde hoek worden gevijld, anders wordt de zaagefficiëntie van het gereedschap negatief beïnvloed.
De juiste hoeken voor het slijpen van de bladen zijn aangegeven in Afb. 22. (Ronde vijl is los verkrijgbaar.)
2. Afstelling van de dieptemeter
WAARSCHÜWING
○ Schuur het bovenste deel van de bumperband en de bumperkoppeling niet, en zorg ervoor dat voornoemde onderdelen niet vervormd raken.
○ Aanpassing van dieptemeters moet in lijn zijn met de vooraf bepaalde afmetingen en vormen, anders kan het risico op terugslag toenemen, wat letsel kan veroorzaken.
Bumperbindriem

Bumperkoppeling

Dieptemeters moeten allemaal op dezelfde manier worden uitgelijnd omdat ze worden gebruikt om de diepte aan te passen op de positie waar het blad het hout ingaat.
Controleer bij het slijpen van de zaagketting elke twee of drie keer de dieptemeter. (Afb. 23)
Plaats een dieptemeterverbinding op de zaagketting, laat de meter zichtbaar in de groef achter en gebruik een vlakke vijl om het gedeelte uit de dieptemeterverbinding te trekken. (Afb. 24) (Dieptemeterverbinding en vlakke vijl worden afzonderlijk verkocht.)
Nadat u de dieptemeter hebt weggevijld, rondt u de voorkant van de dieptemeter af zoals het was. (Afb. 25)
Na het slijpen van de zaagketting legt u deze in kettingolie om het slijpsel af te wassen.
Als het slijpsel niet wordt afgewassen, zullen de zaagketting en het zwaard tijdens het gebruik snel slijten.
De dieptemeterverbinding kan ook worden gebruikt bij slijpen met een ronde vijl. (Afb. 26)
GEBRUIK HET STANGHULPSTUK (apart verkrijgbaar)
1. Veiligheidswaarschuwingen stanghulpstuk
○ Draag altijd een hoofdbescherming met een volledige gezichtsbescherming om uzelf te beschermen tegen vallende takken of afval. (Afb. 28-b).
○ Draag altijd een zware, lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen loszittende kleding, sieraden, een korte broek, sandalen en werk nooit blootsvoets. Draag lang haar samengebonden zodat het maximaal schouderlang is.
○ Draag gehoorbescherming. Let op uw omgeving. Let op omstanders die eventueel problemen aangeven. Na het uitschakelen van de schakelaar, moet u onmiddellijk de veiligheidsuitrusting verwijderen.
○ Wanneer het apparaat wordt uitgezet, moet u controleren of het snijgereedschap inderdaad helemaal gestopt is voor u het apparaat neerzet.
○ De gebruiker moet alle regelgeving die geldt in het gebied waar de zaag gebruikt zal worden, in acht nemen.
O Gebruik glijvaste en stevige laarzen.
O Draag een goed masker om uw luchtwegen te beschermen wanneer u hout zaagt dat met een insecticide is behandeld.
○ Zorg ervoor dat u stevig staat en goed in evenwicht blijft. Reik niet te ver.
O Houd uw lichaamsdelen uit de buurt van het snijgereedschap wanneer het elektrisch gereedschap loopt.
○ Voordat de bediener takken gaat snoeien, moet hij vertrouwd zijn met de snoeitechniek van de machine.
○ Houd de machine tijdens het snoeien of trimmen stevig met twee handen vast, houd uw duim goed om de voorste handgreep en zorg ervoor dat u stevig en goed in evenwicht op beide voeten staat.
○ Pas op voor een eventuele terugslag (wanneer de zaag plotseling omhoog en naar achteren, naar de gebruiker slaat).
○ Draag altijd handschoenen als u de machine onderhoudt of ermee werkt.
○ Controleer het gebied dat u gaat trimmen. Pas op voor omstandigheden die gevaarlijke situaties kunnen veroorzaken. Werk niet met de machine als zich kabels (stroom-, telefoonkabels enz.) dichter dan 10 m in de nabijheid van de bediener of de machine bevinden. (Afb. 28-a)
O Houd iedereen, waaronder kinderen, dieren, omstanders en helpers, buiten de 15 meter gevarenzone. Stop het gebruik onmiddellijk als er iemand op u af komt (Afb. 28-b).
O Vermijd alle elektrische leidingen. Deze eenheid/machine is niet elektrisch geïsoleerd.
WAARSCHUWING

GEVAAR
Alle bovengrondse elektrische leidingen en verbindingskabels kunnen elektrische stroom met een hoog voltage geleiden. Raak deze kabels tijdens het snoeien nooit direct of indirect aan, anders kan dit kan ernstige verwondingen of zelfs de dood tot gevolg hebben.
2. Bevestig het stanghulpstuk WAARSCHUWING
○ Zorg ervoor dat u de schakelaar uitschakelt en dat u de accu verwijdert.
O Bij gebruik van het stanghulpstuk moet u de meegeleverde schouderriem dragen.
○ Als u het gevoel heeft dat het gereedschap niet normaal werkt, de motor onmiddellijk uitzetten, de snelontgrendelsteun van de schouderriem verwijderen en het gereedschap bij uw lichaam vandaan houden.
LET OP
○ Zorg ervoor dat de snelontgrendelfunctie normaal werkt alvorens met het werk te beginnen.
○ Alvorens te bevestigen controleert u of de riem niet doorgesneden, gerafeld of beschadigd is.
○ Controleer of de haak en de hanger niet vervormd of beschadigd zijn.
○ Druk na bevestiging op het hoofdapparaat om te bevestigen dat de haak niet gemakkelijk loskomt en dat de schoudergordel niet loszit.
(1) Verwijder de accu uit het elektrische gereedschap en plaats deze op de vloer. (Afb. 6)
(2) Maak de schouderriem vast aan het stanghulpstuk. (Afb. 29)
(3) Pas de lengte van de stang aan.
Draai de schroefring los en trek de stang uit om de lengte aan te passen. Als u nu uw hand van de verlengde stang haalt, keert deze terug in de oorspronkelijke richting. Houd de stang in de uitgetrokken positie en draai de schroefring stevig vast om de stang op zijn plaats te bevestigen. (Afb. 30)
(4) Bevestig het gereedschap aan het stanghulpstuk.
O Plaats de kettingkast op de zaagketting.
○ Steek het stanghulpstuk stevig in zodat deze helemaal in de aangewezen positie komt en het gereedschap een klikgeluid maakt. Draai vervolgens aan de knopbout om hem op zijn plaats vast te zetten (Afb. 31-a).
○ Om het gereedschap te verwijderen, draait u de knopbout los en terwijl u op de 2 vergrendelingen van de bevestigingsholte van het gereedschap drukt, schuift en verwijdert u het gereedschap. (Afb. 31-b)
(5) Monteer de schouderriem. Stel de schouderriem in op een lengte die het werken gemakkelijk maakt. (Afb. 32)
(6) Controleer of de snelontgrendelfunctie normaal werkt.
○ Voor het verwijderen van het gereedschap uit de schouderriem, het gereedschap ondersteunen door de stang met één hand vast te houden en de andere hand te gebruiken om aan de snelontgrendelriem te trekken zoals getoond in Afb. 33 om deze uit de steun los te maken.
○ Voor het aangespen van het gereedschap, de steun in de haak steken en de snelontgrendelsteun over de haak in de brede opening van de steun steken. (Afb. 34)
Trek de schouderriem voorzichtig aan om te zien of deze goed bevestigd is.
(7) Het plaatsen van de accu
○ Plaats de accu stevig in de aansluiting van de accubevestiging van het stanghulpstuk zodat deze volledig naar de daarvoor bestemde positie gaat en een klikgeluid maakt. (Afb. 35-a)
○ Als u de accu uit het stanghulpstuk wilt verwijderen terwijl u op de 2 vergrendelingen van de accu drukt, schuift u de accu en trekt u deze naar buiten. (Afb. 35-b)
3. Snoeitechnieken
Dit toebehoren is ontworpen voor het snoeien van twijgen en kleine takken tot een diameter van 100 mm (4").
WAARSCHUWING
○ Plan het snoeien zorgvuldig. Controleer de valrichting van de tak.
○ Lange takken moeten in aparte stukken verwijderd worden.
○ Ga nooit direct onder een tak staan die gesnoeid wordt. Er is een kans op letsel door vallende takken of geraakt worden door takken die vallen en van de grond stuiteren.
○ Als u gaat snoeien, houd dan de „voorste snijgeleider” goed tegen de tak.
Dit voorkomt dat de tak weg-of opzij springt. Zaag NIET voorwaarts en achterwaarts. (Afb. 36)
○ Let op de tak die zich direct achter de te snoeien tak bevindt. Als de ketting de achterste tak raakt, kan het snijvlak beschadigd worden. (Afb. 37)
O Gebruik het apparaat NIET om bomen te vellen of hout te zagen.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
Na gebruik voert u de vereiste inspecties en het onderhoud van de onderdelen uit voordat u het gereedschap opbergt.
WAARSCHUWING
Tijdens onderhoud en inspectie altijd het gereedschap uitschakelen en de accu van het gereedschap losmaken.
LET OP
Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting aanraakt.
1. Inspectie van zaagkettingen
○ Inspecteer de zaagketting regelmatig. Bij een abnormale situatie vervangt u de zaagketting door een nieuwe zoals beschreven in "AANBRENGEN (VERVANGEN) VAN DE ZAAGKETTING".
○ Inspecteer de kettingspanning en controleer of de ketting correct is aangebracht.
- Stop met het gebruik van het gereedschap wanneer de zaagketting bot wordt en slijp de zaagketting vervolgens zoals beschreven in "SLIJPEN VAN HET KETTINGBLAD".
O Smeer de zaagketting en de zwaarden na gebruik zorgvuldig met olie om roest te voorkomen.
2. Reiniging van alle onderdelen OPMERKING
○ Bij het reinigen van alle hieronder getoonde onderdelen, zie de procedure „AANBRENGEN (VERVANGEN) VAN DE ZAAGKETTING” en verwijder de zaagketting en het zwaard van het hoofdgedeelte.
O Reinigen van de zijkap en de kettingbeschermer (Afb. 38)
Reinig en verwijder alle spaanders en stof die in de onderdelen zijn achtergebleven.
O Reinigen van het zwaard, het kettingwiel en de kettingolie-uitloop (Afb. 39)
Wanneer zaagsel en dergelijke verstopt raken in de groef van het zwaard of de olie-uitlaat, kan de olie mogelijk niet stromen, wat kan leiden tot uitval van de eenheid.
Verwijder het zwaard en veeg eventueel zaagsel in de groef na gebruik weg en ook wanneer de zaagketting wordt vervangen. (Zie "AANBRENGEN (VERVANGEN)
Nederlands
Als er zaagsel diep in de kettingolie-uitlaat is binnengedrongen, bevestigt u de accu en beweegt u de behuizing van het gereedschap om het zaagsel eruit te wassen samen met de olie die eruit komt.
3. Het kettingwiel inspecteren (Afb. 40)
Controleer bij het vervangen van de zaagketting de slijtage aan het kettingwiel. Als het kettingwiel versleten is zoals getoond in Afb. 40, vervang het dan door een nieuw exemplaar. Gebruik ook een nieuwe E-ring (of borgring) wanneer u het op dit moment installeert. Neem bij het vervangen van de onderdelen contact op met uw plaatselijke HiKOKI-dealer.
4. De kettingvanger inspecteren (Afb. 41)
De kettingvanger is ontworpen om te voorkomen dat de gebruiker wordt geraakt door de zaagketting als de ketting losraakt of breekt. De kettingvanger is geïntegreerd in de zijkap. Controleer of de kettingvanger niet beschadigd is.
5. Inspectie van bevestigingsschroeven
Controleer alle bevestigingsschroeven regelmatig en zorg ervoor dat ze goed aangedraaid zijn. Draai los zittende schroeven onmiddellijk vast. Doet u dit niet, dan kunnen ernstige gevaren het gevolg zijn.
6. Onderhoud van de motor
De motorwikkeling is het "hart" van het elektrisch gereedschap. Let er daarom goed op dat de wikkeling niet beschadigd raakt en/of nat wordt met olie of water.
7. Het schoonmaken van het accucompartiment en de accu (Afb. 42)
Gebruik een borstel of persluchtspuit om spaanders of stof te verwijderen en houd de zaag schoon.
OPMERKING
- Als spaanders en stof zich tijdens het gebruik ophopen, kan de accu eraf vallen of kunnen andere ongelukken ontstaan. - Als spaanders en stof zich ophopen, kan dit ook leiden tot storingen, waaronder een defect contact tussen de accu en de aansluitingen.
○ Controleer na het reinigen of de accu gemakkelijk kan worden losgemaakt en opnieuw op de gereedschapsbehuizing kan worden bevestigd.
8. Reiningen van de behuizing
Wanneer de snoeizaag vuil is, kunt u deze reinigen met een zachte doek of een doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen chemische middelen zoals chloor, of vloeistoffen zoals benzine of verfverdunner, want deze kunnen het plastic vervormen of zelfs smelten.
9. Opbergen
○ Reinig alle onderdelen grondig. Bedek metalen onderdelen met een dunne laag corrosieremmer.
O Repareer beschadigde delen voor het opbergen.
○ Bij het opbergen van het gereedschap de onderdelen reinigen en het vereiste onderhoud verrichten, en de kettingkast op het zwaard aanbrengen.
○ Bewaar het elektrisch gereedschap en de accu op een plaats waar de temperatuur lager is dan 40°C en buiten het bereik van kinderen is.
OPMERKING
Opbergen van lithium-ion accu's Zorg dat de lithium-ion accu volledig is opgeladen voordat u deze opbergt. Langdurig opbergen (3 maanden of langer) van een accu die bijna leeg is kan resulteren in slechtere prestaties, een sterke afname van de gebruiksduur van de accu en ook is het mogelijk dat de accu niet meer opgeladen kan worden.
Een sterke afname van de gebruiksduur van de accu kan soms wel weer verholpen worden door de accu herhaaldelijk, van twee- tot vijfmaal, op te laden en te gebruiken.
Als de gebruiksduur van de accu zeer kort blijft nadat deze meerdere malen is opgeladen en gebruikt, is de accu versleten en dient u een nieuwe accu aan te schaffen.
LET OP
Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.
Belangrijke informatie voor de accu's van HiKOKI snoerloos elektrisch gereedschap
Gebruik altijd een van onze voorgeschreven originele accu's. Wij kunnen de veiligheid en prestatie van ons snoerloos elektrisch gereedschap niet garanderen bij gebruik van andere dan de voorgeschreven accu's, of als de accu gedemonteerd of gewijzigd is (zoals demontage of vervanging van accucellen of andere inwendige onderdelen).
GARANTIE
De garantie op het elektrisch gereedschap van HiKOKI is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifieke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend servicecentrum van HiKOKI te sturen.
Informatie met betrekking tot luchtgeluid en trillingen voor accu snoeizaag
De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN62841-4-1 en voldoen aan de eisen van ISO 4871.
Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 89 dB (A) Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 81 dB (A) Onzekerheid K: 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Totale trillingswaarden (triax vector som) bepaald overeenkomstig EN62841-4-1.
ah = 2,4 m/s² Onzekerheid K = 1,5 m/s²
Informatie met betrekking tot luchtgeluid en trillingen voor accu snoeizaag met paalbevestiging
De gemeten waarden werden bepaald en verklaard volgens ISO 22868.
Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 92 dB (A) Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 76 dB (A) Onzekerheid K: 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Totale trillingswaarden (triax vector som) bepaald overeenkomstig ISO 22867.
ah = 0,8 m/s² Onzekerheid K = 1,5 m/s²
De opgegeven totale trillingswaarde en de opgegeven geluidsemissiewaarde zijn gemeten in overeenstemming met een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. Ze kunnen ook worden gebruikt in een voorlopige beoordeling van de blootstelling.
WAARSCHUWING
○ De trillings- en geluidsemissie tijdens het werkelijke gebruik van het elektrische gereedschap kan verschillen van de opgegeven totale waarde afhankelijk van de manieren waarop het gereedschap wordt gebruikt, vooral wat voor soort werkstuk wordt verwerkt; en
○ Neem kennis van de veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van de gebruiker die gebaseerd zijn op een schatting van de blootstelling onder feitelijke gebruiksomstandigheden (rekening houdend met alle onderdelen van de gebruikscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer dit onbelast draait inclusief de triggertijd).
OPMERKING
Op grond van het voortdurende research en ontwikkelingsprogramma van HiKOKI kunnen de hierin genoemde technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Voer de inspecties in onderstaande tabel uit als het gereedschap niet normaal werkt. Als dit het probleem niet oplost, neem dan contact op met uw dealer of het erkende servicecentrum van HiKOKI.
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De motor draait maar de zaagketting...○ beweegt niet○ beweegt niet vrij | De zaagketting is te strak gespannen. | Controleer de spanning van de zaagketting en als de ketting te strak gespannen is, stelt u de spanning opnieuw in. Controleer of de zaagketting correct in het kettingwiel en het zwaard is gemonteerd en reinig de ketting wanneer deze verstopt raakt met zaagsel. |
| De zaagketting is van het kettingwiel af. | Controleer of de zaagketting goed op het kettingwiel en de groef van het zwaard vastzit. | |
| Binnenkant van de zijkap...→ is verstopt met zaagsel→ zit vol met verontreinigingen | Maak de zijkap schoon. | |
| De zwaardgroef...→ is verstopt met zaagsel→ er stroomt geen olie | Reinig de zwaardgroef en het oliegat. Controleer of er olie in de olietank is en vul indien nodig olie bij. | |
| Zaag is niet scherp De zaagketting... | → is versleten of het blad is stuk→ is verroest | Slijp de zaagketting.Als de slijtage of beschadiging ernstig is, moet de zaagketting door een nieuwe worden vervangen. |
| Controleer of de zaagketting omgekeerd zit. | Bevestig de zaagketting opnieuw en let op de juiste richting. |
Nederlands
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Zaag is niet scherp De zaagketting is niet voldoende gespannen. | Controleer de spanning van de zaagketting en als deze los is, maakt u hem weer strak gespannen. | |
| De kettingolieO stroomt te langzaamO komt helemaal niet naar buiten (zit vast) | Geen kettingolie in de tank. Vul kettingolie bij. | |
| De kettingolietuit is verstopt. Reinig de kettingolietuit. | ||
SÍMBOLOS
ADVERTENCIA
Bară de protectie a barei






