MCCULLOCH Li 58CS - Zaag

Li 58CS - Zaag MCCULLOCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Li 58CS MCCULLOCH in PDF-formaat.

📄 440 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MCCULLOCH Li 58CS - page 253
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MCCULLOCH

Model : Li 58CS

Categorie : Zaag

Technische kenmerken Draadloze kettingzaag, elektrische motor, geleiderail lengte 35 cm
Type batterij 58V lithium-ion batterij
Gewicht 3,5 kg
Kettingsnelheid 15 m/s
Zaagcapaciteit Ideaal voor takken tot 30 cm diameter
Gebruik Ideaal voor snoeien en lichte kap
Onderhoud Regelmatig de ketting slijpen, oliepeil controleren
Veiligheid Voorzien van een kettingrem, bescherming tegen overbelasting
Inclusief accessoires Kettingolie, snelstartgeleider
Garantie 2 jaar

Veelgestelde vragen - Li 58CS MCCULLOCH

Hoe start ik de MCCULLOCH Li 58CS zaag?
Zorg ervoor dat de batterij is opgeladen en correct is geplaatst. Druk op de veiligheidsknop en vervolgens op de trekker om de zaag te starten.
Hoe lang gaat de batterij van de MCCULLOCH Li 58CS zaag mee?
De levensduur van de batterij hangt af van het gebruik, maar gemiddeld kan deze tussen de 30 en 60 minuten meegaan op één lading.
Hoe onderhoud ik de ketting van de MCCULLOCH Li 58CS zaag?
Het wordt aanbevolen om de ketting regelmatig te smeren en de kettingspanning voor elk gebruik te controleren om een optimale werking te garanderen.
Wat te doen als de ketting van de MCCULLOCH Li 58CS zaag vastzit?
Schakel de zaag uit, verwijder de batterij en controleer of er vuil de ketting blokkeert. Maak het gebied schoon, plaats de batterij terug en start de zaag opnieuw.
Welk smeermiddel moet ik gebruiken voor de MCCULLOCH Li 58CS zaag?
Gebruik een smeermiddel dat speciaal is ontworpen voor kettingzagen, verkrijgbaar in tuinwinkels of online.
Hoe weet ik of de batterij van mijn MCCULLOCH Li 58CS zaag defect is?
Als de zaag niet start ondanks een volledige lading, of als de gebruiksduur aanzienlijk is verminderd, kan de batterij defect zijn.
Is het mogelijk om de MCCULLOCH Li 58CS zaag in de regen te gebruiken?
Het wordt afgeraden om de zaag in de regen of onder natte omstandigheden te gebruiken om elektrische schade te voorkomen.
Hoeveel weegt de MCCULLOCH Li 58CS zaag?
De MCCULLOCH Li 58CS zaag weegt ongeveer 3,1 kg zonder batterij.
Hoe vervang ik de ketting van de MCCULLOCH Li 58CS zaag?
Schroef de kettingkap los, verwijder de oude ketting en plaats de nieuwe met de juiste draairichting. Plaats de kap terug en draai deze vast.
Waar kan ik reserveonderdelen voor de MCCULLOCH Li 58CS zaag vinden?
Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij erkende MCCULLOCH dealers of online via de officiële merkwebsite.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Li 58CS - MCCULLOCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Li 58CS van het merk MCCULLOCH.

GEBRUIKSAANWIJZING Li 58CS MCCULLOCH

15. Digitaal regelcentrum

23. Kettingrem met bescherming voorhandgreep

420/430X/440 Symbolen op het product (Fig. 2) Waarschuwing (Fig. 3) Lees deze handleiding. (Fig. 4) Gebruik goedgekeurde hoofdbescherming. (Fig. 4) Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. (Fig. 4) Gebruik goedgekeurde oogbescherming. (Fig. 5) Gebruik beschermende laarzen en veiligheidshandschoenen (Fig. 5) Draag lange mouwen en een lange broek (Fig. 6) Gebruik het product nooit met één hand (Fig. 7) Houd het product op de juiste wijze met beide handen vast (Fig. 8) Voorkom contact met de neus van de geleider (Fig. 9) Pas op voor terugslag (Fig. 10) Elektrische schok (Fig. 11) Draairichting van de ketting (Fig. 12) Zaagbladlengte (Fig. 13) Vergrendeld (Fig. 14) Ontgrendeld (Fig. 15) Gegarandeerd geluidsvermogenniveau (Fig. 16) Dit apparaat voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. (Fig. 17) Het product of de verpakking kan niet worden beschouwd als huishoudelijk afval. Het product en de verpakking moeten worden ingeleverd bij een geschikt inzamelstation voor het terugwinnen van elektrische en elektronische apparatuur. (Fig. 18) Het apparaat niet gebruiken, opslaan of achterlaten in de regen of onder vochtige omstandigheden.

452 - 007 - 03.06.2019 253(Fig. 19) Recyclen

Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor overige commerciële markten. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:

  • het product niet goed is gerepareerd.
  • het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
  • het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor later gebruik. De term "elektrisch gereedschap" in de waarschuwingen verwijst zowel naar gereedschappen die op het lichtnet (met snoer) werken als gereedschappen die met een accu (snoerloos) werken. Veiligheid van het werkgebied
  • Zorg ervoor dat de werkplek schoon en goed verlicht is. In rommelige of donkere gebieden gebeuren eerder ongelukken.
  • Gebruik elektrisch gereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar bestaat, zoals in de buurt van brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische apparaten creëren vonken waardoor het stof of de dampen kunnen ontbranden.

Houd kinderen en omstanders op afstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. U kunt de controle over het apparaat verliezen als u afgeleid wordt. Elektrische veiligheid

  • Elektrisch gereedschap moet geschikt zijn voor het betreffende stopcontact. Wijzig nooit de stekker. Gebruik nooit een adapterstekker in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Ongewijzigde stekkers en overeenkomende stopcontacten verkleinen het risico op elektrische schokken.
  • Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
  • Stel elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden. Water dat in elektrisch gereedschap binnendringt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
  • Gebruik het snoer niet voor oneigenlijke doeleinden. Gebruik het snoer nooit om het elektrische apparaat aan te dragen, te trekken of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Beschadigde of in de knoop geraakte snoeren verhogen het risico op elektrische schokken.
  • Gebruik een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis wanneer u buiten werkt met elektrisch gereedschap. Het gebruik van een snoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op elektrische schokken.
  • In het geval dat het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap in een vochtige locatie te gebruiken, maak dan gebruik van een voeding die beschermd wordt door een aardlekbeveiliging (GFCI). Het gebruik van een aardlekbeveiliging verlaagt het risico op elektrische schokken. Persoonlijke veiligheid
  • Wees altijd alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik een elektrisch apparaat niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid tijdens

452 - 007 - 03.06.2019het gebruik van elektrische apparaat kan leiden tot

ernstig persoonlijk letsel.

  • Maak altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislipprofiel, een veiligheidshelm of gehoorbescherming in relevante werkomstandigheden beperken letsel.
  • Voorkom een onbedoelde start. Zorg ervoor dat de schakelaar in de uit-positie staat voordat u het gereedschap aansluit op een spanningsbron en/of accu, oppakt of draagt. Het dragen van elektrische apparaten met uw vinger op de schakelaar of het onder spanning zetten van elektrische apparaten waarvan de schakelaar op aan staat, kan makkelijk leiden tot ongelukken.
  • Verwijder eventuele (instel)sleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Een sleutel die is bevestigd aan een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
  • Voorkom overstrekken. Zorg dat u te allen tijde stevig en in balans staat. Hierdoor heeft u een betere controle over het apparaat in onverwachte situaties.
  • Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende onderdelen.
  • Als de mogelijkheid bestaat voor het opvangen van stof moet u ervoor zorgen dat deze is aangesloten en op de juiste wijze wordt gebruikt. Het gebruik van stofopvang kan stofgerelateerde gevaren beperken. Gebruik en verzorging van elektrische apparaten
  • Gebruik elektrische gereedschap niet voor taken waarvoor het niet geschikt is. Gebruik het juiste elektrische apparaat voor uw toepassing. Met het juiste elektrische apparaat kunt u de taak beter en veiliger uitvoeren met de snelheid waarvoor het is ontworpen.
  • Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de aan/ uitschakelaar niet werkt. Elektrische apparaten die niet bediend kunnen worden met de schakelaar zijn gevaarlijk en moeten gerepareerd worden.
  • Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu van het elektrische gereedschap voordat u aanpassingen maakt, accessoires verwisselt of het elektrische gereedschap opbergt. Deze voorzorgsmaatregelen verkleinen het risico op het per ongeluk starten van het elektrische apparaat.
  • Berg elektrisch gereedschap dat u niet nodig hebt op buiten het bereik van kinderen en laat personen die onbekend zijn met het elektrisch gereedschap of deze instructies niet werken met het elektrisch gereedschap. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
  • Onderhoud elektrisch gereedschap goed. Controleer het apparaat op verkeerde uitlijning of bevestiging van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere condities die de werking van het elektrische apparaat negatief kunnen beïnvloeden. Als het elektrische apparaat beschadigd is, moet u het laten repareren voordat u het gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrische apparaten.
  • Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschappen met scherpe snijranden zullen minder gauw vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden.
  • Gebruik het elektrisch gereedschap, de accessoires, gereedschapsbits en dergelijke in overeenstemming met deze instructies en houd hierbij rekening met de werkomstandigheden en het type klus dat moet worden uitgevoerd. Als u het elektrische apparaat voor andere toepassingen gebruikt dan waarvoor het is bedoeld, kan er een gevaarlijke situatie ontstaan. Gebruik en onderhoud van gereedschap met accu
  • Laad het gereedschap alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaald type accu geschikt is, kan een risico op brand creëren als de lader met een andere accu wordt gebruikt.
  • Gebruik elektrisch gereedschap enkel met de specifiek hiervoor bedoelde accu. Als er andere accupacks worden gebruikt, bestaat er risico op letsel en brand.
  • Als het accupack niet gebruikt wordt, houd hem dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen, zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen de twee klemmen kunnen maken. Als er kortsluiting tussen de accuaansluitingen ontstaat, kunnen er brandwonden of brand ontstaan.
  • Als het accupack verkeerd wordt gebruikt, kan er vloeistof uit de accu komen; zorg dat u deze niet aanraakt. Als u per ongeluk in contact komt met de vloeistof, afspoelen met water. Als er vloeistof in de ogen komt dient u medische hulp in te roepen. Vloeistof die uit de accu komt kan irritatie of brandwonden veroorzaken. Service
  • Laat uw elektrische apparaat repareren door een gekwalificeerde monteur en gebruik uitsluitend identieke vervangingsonderdelen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap wordt gehandhaafd. Veiligheidswaarschuwingen voor de motorkettingzaag
  • Houd alle lichaamsdelen weg van de zaagketting als de motorkettingzaag in werking is. Controleer voordat u de motorkettingzaag start of de zaagketting niets raakt. Als u even niet oplet, kan uw kleding of lichaam vast komen te zitten in de zaagketting bij het gebruik van een motorkettingzaag.

452 - 007 - 03.06.2019

255• Houd de motorzaag altijd stevig vast met uw rechterhand op het achterste handvat en uw linker handvat op het voorste handvat. Als u de motorkettingzaag andersom vasthoudt, neemt de kans op persoonlijk letsel toe; doe dat dus nooit.

  • Houd het elektrische gereedschap alleen vast bij het geïsoleerde grijpoppervlak, omdat de zaagketting verborgen bedrading of het eigen snoer kan raken. Als de zaagketting een draad onder stroom aanraakt, kunnen blootliggende draden de metalen onderdelen van het elektrische gereedschap onder stroom zetten en kan de gebruiker een elektrische schok krijgen.
  • Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. We raden u aan verdere beschermingsuitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten te gebruiken. Als u voldoende beschermende kleding draagt, neemt de kans op persoonlijk letsel door rondvliegend vuil of onbedoeld contact met de zaagketting af.
  • Bedien een motorkettingzaag nooit terwijl u in een boom staat. Als u een motorkettingzaag gebruikt terwijl u in een boom staat, kan dat persoonlijk letsel veroorzaken.
  • Ga altijd goed staan en bedien de motorkettingzaag alleen terwijl u op een vaste, stevige en vlakke ondergrond staat. Gladde of instabiele oppervlakken, zoals ladders, kunnen ervoor zorgen dat u uw evenwicht of de controle over de motorkettingzaag verliest.
  • Als u een tak doorzaagt die onder spanning staat, zorg dan dat de tak u niet kan raken. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de geveerde tak de gebruiker raken en/of ervoor zorgen dat de gebruiker de motorkettingzaag niet meer onder controle heeft.
  • Wees zeer voorzichtig als u struiken en jonge bomen zaagt. Het dunne materiaal kan vast komen te zitten in de zaagketting en naar u toe zwiepen of u uit uw evenwicht brengen.
  • Draag de motorkettingzaag bij de voorste handgreep met de motorkettingzaag uitgeschakeld en uit de buurt van uw lichaam. Als u de motorkettingzaag vervoert of opbergt, moet u altijd de afdekking over het zaagblad aanbrengen. Als u de motorkettingzaag goed hanteert, verlaagt u de kans op onbedoeld contact met de bewegende zaagketting.
  • Volg de instructies voor het smeren, het spannen van de ketting en het verwisselen van accessoires. Als de ketting niet goed is gespannen of gesmeerd, kan de ketting breken en neemt de kans op terugslag toe.
  • Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige, met olie bedekte handgrepen zijn glad, waardoor u de controle kunt verliezen.
  • Zaag alleen hout. Gebruik de motorkettingzaag alleen waarvoor hij is bedoeld. Bijvoorbeeld: Gebruik de motorkettingzaag niet om plastic, metselwerk of ander bouwmateriaal dan hout door te zagen. Als de motorkettingzaag voor andere toepassingen dan bedoeld wordt gebruikt, kan dat tot gevaarlijke situaties leiden. Oorzaken van terugslag en het voorkomen ervan door de gebruiker Er kan terugslag optreden wanneer de punt van het zaagblad in contact komt met een voorwerp of wanneer de zaagsnede dichtklapt en de ketting in de snede wordt geblokkeerd. Soms kan er bij contact met de punt een reactie in tegengestelde richting ontstaan, waardoor het zaagblad omhoog en naar achteren naar de gebruiker toe komt. Als de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem komt te zitten, kan het zaagblad snel op de gebruiker af komen. Elk van deze reacties kan er toe leiden dat u de controle over de motorkettingzaag verliest, wat tot ernstig persoonlijk letsel kan leiden. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de motorkettingzaag zijn geïntegreerd. Bij het gebruik van een motorkettingzaag moet u een aantal stappen nemen om ongevallen of letsel bij het zagen te voorkomen. Terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik en/of verkeerde bedrijfsprocedures of -omstandigheden en kan worden vermeden door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals hieronder wordt beschreven:
  • Houd de motorkettingzaag stevig vast, met uw duimen en vingers rond de handgrepen van de motorkettingzaag, met beide handen op de zaag en uw lichaam en arm zodanig geplaatst dat u eventuele terugslag kunt opvangen. De kracht van een terugslag kan door de gebruiker onder controle worden gehouden, mits de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. Laat de motorkettingzaag niet los.
  • Reik niet te ver en zaag niet boven schouderhoogte. Zo voorkomt u onbedoeld contact met de punt en houdt u de motorkettingzaag in onverwachte situaties beter onder controle.
  • Monteer uitsluitend vervangende zaagbladen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Als er verkeerde vervangende zaagbladen en zaagkettingen worden gebruikt, kan de zaagketting breken en/of kan er terugslag ontstaan.
  • Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Als de zaagdiepte wordt verkleind, kan de terugslag toenemen. Algemene veiligheidsinstructies
  • Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product niet voor andere taken.

452 - 007 - 03.06.2019• Lees, begrijp en houd u aan de instructies in deze

handleiding. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het niet in acht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.

  • Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhouden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installatie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
  • Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
  • Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoudwerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
  • Verwijder het accupack voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
  • Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderdelen die zijn goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
  • Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal.
  • Dit apparaat genereert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
  • Laat het product niet door een kind bedienen.
  • Laat het product niet bedienen door een persoon die de instructies niet heeft gelezen.
  • Houd personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
  • Berg het product op in een afgesloten ruimte die niet toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen.
  • Het product kan objecten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
  • Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld. Schakel de motor uit en zorg ervoor dat de ketting niet draait.
  • De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
  • Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt.
  • Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situaties beperken of verbieden. Veiligheidsinstructies voor bediening
  • Het voortdurend of regelmatig bedienen van het product kan zorgen voor "witte vingers" of dergelijke medische problemen als gevolg van trillingen. Houd de toestand van uw handen en vingers in de gaten als u het product voortdurend of regelmatig gebruikt. Als uw handen of vingers verkleuren, pijn doen, tintelen of doof aanvoelen, stop dan met werken en raadpleeg onmiddellijk een arts.
  • Zorg ervoor dat het product volledig is gemonteerd voordat u het gaat gebruiken.
  • Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan. Draag altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het apparaat gebruikt.
  • Let op: Tijdens het gebruik kan een kind zonder uw medeweten dicht bij het product komen.
  • Gebruik dit product niet als zich personen in het werkgebied bevinden. Schakel het product uit wanneer een persoon het werkgebied betreedt. (Fig. 20)
  • Zorg dat u het product altijd onder controle hebt.
  • Het apparaat moet met twee handen worden gebruikt. Gebruik het apparaat nooit met één hand. Werken met één hand kan leiden tot ernstig letsel voor de gebruiker, medewerkers, omstanders of een combinatie van deze personen.
  • Houd de voorste handgreep vast met uw linkerhand en de achterste handgreep met uw rechterhand. Houd het apparaat rechts van uw lichaam. (Fig. 21)
  • Gebruik het apparaat niet wanneer u vermoeid of ziek bent, of alcohol of drugs hebt gebruikt.
  • Gebruik het product niet als u geen hulp kunt krijgen indien zich een ongeval voordoet. Licht anderen in voordat u het apparaat gaat gebruiken of starten.
  • Draai niet met het product voordat u zeker weet dat er zich geen personen of dieren in de veiligheidszone bevinden.
  • Verwijder alle ongewenste materialen uit het werkgebied voordat u begint. Als de ketting een voorwerp raakt, kan dit worden weggeslingerd en letsel of schade veroorzaken. Rondom de ketting kan zich ongewenst materiaal wikkelen dat schade veroorzaakt.
  • Gebruik het apparaat niet bij slecht weer, zoals mist, regen, sterke wind, gevaar voor blikseminslag of andere ongunstige weersomstandigheden. Bij slecht weer kunnen gevaarlijke omstandigheden, zoals gladde oppervlakken, ontstaan.
  • Zorg dat u vrij kunt bewegen en in een stabiele houding kunt werken.

452 - 007 - 03.06.2019

257• Zorg dat u niet kunt vallen wanneer u het product gebruikt. Buig u niet voorover of achterover wanneer u het product bedient.

  • Schakel de motor uit voordat u het product verplaatst.
  • Zet het product niet neer terwijl de motor is ingeschakeld.
  • Stop de motor voordat u ongewenste materialen verwijdert van het apparaat. Wacht totdat de ketting niet meer draait, voordat u het gesneden materiaal verwijdert.
  • Gebruik dit product niet in een boom. Het gebruik van dit product in een boom kan letsel veroorzaken. (Fig. 22)
  • Volg alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel door terugslag, wegglijden, stuiteren of vallen van de zaagketting te voorkomen.
  • Stel de spanning van de zaagketting regelmatig af om zeker te zijn dat de zaagketting correct is gespannen. Een zaagketting die niet correct is gespannen, kan losschieten en ernstig of fataal letsel veroorzaken.
  • Hanteer geen onjuiste werkwijze om bomen te kappen. Hierdoor kan lichamelijk letsel optreden, een nutsvoorziening worden geraakt of materiële schade ontstaan.
  • De gebruiker van de kettingzaag moet op het hogerliggende terrein blijven, omdat de boom na het kappen waarschijnlijk heuvelafwaarts zal rollen of glijden. (Fig. 23)
  • Bepaal een vluchtroute en maak deze zo nodig vrij voordat u gaat zagen. De vluchtroute moet naar achteren leiden, diagonaal ten opzichte van de verwachte valrichting. (Fig. 24)
  • Schakel altijd de motor uit voordat u het product verplaatst tussen de bomen.
  • Zorg dat uw voeten stevig op de grond staan en verdeel uw gewicht gelijkmatig over beide voeten. (Fig. 25)
  • Zorg ervoor dat u altijd stevig staat en gebruik het product alleen op een veilige en vlakke ondergrond. Gladde of onstabiele oppervlakken, zoals ladders, kunnen verlies van evenwicht of controle veroorzaken. (Fig. 26)
  • De onervaren gebruiker moet stammen zagen op een zaagbok of steun om te oefenen. Wegglijden, stuiteren, vallen en terugslag Verschillende krachten kunnen van invloed zijn op een veilig gebruik van het apparaat.
  • Wegglijden doet zich voor wanneer de geleider snel langs het hout beweegt.

Stuiteren doet zich voor wanneer de geleider omhoog komt van het hout en het hout telkens opnieuw raakt.

  • Vallen doet zich voor wanneer het apparaat in neerwaartse richting beweegt nadat de snede is gemaakt. Hierdoor kan de draaiende ketting een lichaamsdeel of andere voorwerpen raken en letsel of schade veroorzaken.
  • Terugslag doet zich voor wanneer het uiteinde van de geleider in aanraking komt met een voorwerp en daardoor naar achteren, naar boven of plotseling naar voren beweegt. Terugslag treedt ook op wanneer het hout dichttrekt en de zaag bekneld raakt tijdens het snijden. Als het apparaat een voorwerp in het hout raakt, bestaat het gevaar dat u de controle verliest. (Fig. 27)
  • Roterende terugslag kan optreden wanneer de draaiende ketting een voorwerp aan de bovenzijde van de geleider raakt. Hierdoor kan de ketting zich in het voorwerp werken en onmiddellijk tot stilstand komen. Dit leidt tot een zeer snelle, omgekeerde reactie die tot gevolg heeft dat de geleider omhoog en naar achteren beweegt in de richting van de gebruiker. (Fig. 28)
  • Terugslag door beknelling kan optreden wanneer de zaagketting tijdens het snijden plotseling tot stilstand komt. Het hout trekt dicht en klemt de draaiende zaagketting vast langs de bovenzijde van de geleider. Door het plotselinge stoppen van de ketting komen krachten in tegengestelde richting vrij, zodat het apparaat in omgekeerde richting van de kettingrotatie gaat bewegen. Het apparaat beweegt naar achteren, in de richting van de gebruiker. (Fig. 29)
  • Intrekken kan optreden wanneer de zaagketting plotseling tot stilstand komt doordat de draaiende ketting een voorwerp in het hout aan de onderzijde van de geleider raakt. Door het plotselinge stoppen wordt het apparaat naar voren, weg van de gebruiker getrokken, waardoor de gebruiker de controle over het apparaat kan verliezen. (Fig. 30) Voordat u het apparaat in gebruik neemt, moet u inzicht hebben in de verschillende krachten en weten hoe u deze situaties kunt voorkomen. Zie Voorkomen van terugslag, wegglijden, stuiteren en vallen op pagina 258

Voorkomen van terugslag, wegglijden, stuiteren en vallen

  • Wanneer de motor draait, moet u het product stevig vasthouden. Houd de voorste handgreep vast met uw linkerhand en de achterste handgreep met uw rechterhand. Zorg voor een stevige grip met uw duimen en vingers rondom de handgrepen. Laat de handgrepen niet los.

452 - 007 - 03.06.2019• Houd het apparaat onder controle tijdens het snijden

en nadat het hout op de grond is gevallen. Let erop dat het apparaat niet door het gewicht in neerwaartse richting beweegt nadat de snede is gemaakt.

  • Zorg dat het gebied waarin u aan het zagen bent, vrij is van obstakels. Voorkom dat de neus van de geleider een boomstronk, tak of ander obstakel raakt tijdens het gebruik van het apparaat. (Fig. 31)
  • Zaag met een hoog motortoerental.
  • Reik nooit te ver en zaag nooit boven schouderhoogte. (Fig. 32)
  • Volg de instructies van de fabrikant met betrekking tot het slijpen en onderhouden van de zaagketting.
  • Monteer uitsluitend vervangende geleiders en zaagkettingen die door de fabrikant zijn gespecificeerd.
  • Het gevaar van terugslag neemt toe als de hoogte van de dieptesteller te groot is. Persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het apparaat gebruikt. Persoonlijke beschermingsmiddelen zorgen ervoor dat letsel bij ongevallen minder ernstig zal zijn, maar kunnen letsel niet volledig voorkomen.
  • Draag geen loszittende kleding die klem kan raken in de zaagketting.
  • Draag een goedgekeurde veiligheidshelm.
  • Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
  • Draag altijd een veiligheidsbril of gezichtsvizier om letselgevaar door rondvliegende voorwerpen te verminderen. Het apparaat kan voorwerpen met grote kracht wegslingeren, zoals houtsnippers en kleine stukjes hout. Hierdoor kan ernstig letsel ontstaan, ook aan de ogen.
  • Draag handschoenen met kettingzaagbescherming.
  • Draag een broek met kettingzaagbescherming.
  • Draag laarzen met kettingzaagbescherming, stalen neuzen en antislipzolen.
  • Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt.
  • Er kunnen vonken van de geleider, de zaagketting of andere bronnen komen. Zorg dat u altijd een brandblusser en een schop bij de hand hebt om bosbranden te voorkomen. Veiligheidsvoorzieningen op het product
  • Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt. Aan/uit-knop Zorg dat de motor stopt wanneer u de aan/uit-knop indrukt. Gashendelvergrendeling controleren

1. Druk op de gashendelvergrendeling en controleer of

deze teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u hem loslaat.

2. Druk op de gashendel en controleer of deze

teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u hem loslaat. Beschermkap De beschermkap voorkomt dat voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De beschermkap voorkomt ook dat de zaagketting tegen de gebruiker aan komt.

  • Zorg dat de beschermkap is toegestaan voor gebruik in combinatie met het product.
  • Gebruik het product niet zonder de beschermkap.
  • Controleer of de beschermkap niet is beschadigd. Vervang de beschermkap als deze is versleten of scheuren vertoont. Veiligheidsinstructies voor onderhoud
  • Verwijder het accupack voordat u onderhoud uitvoert aan het product.
  • Laat alle onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren door een erkende dealer, met uitzondering van de werkzaamheden in Onderhoud op pagina 263
  • Controleer of de zaagketting tot stilstand komt wanneer de gashendel wordt losgelaten.
  • Zorg dat de handgrepen droog, schoon en vrij van olie blijven.
  • Zorg dat doppen en bevestigingen goed blijven vastzitten.
  • Het gebruik van niet-goedgekeurde vervangende onderdelen of het verwijderen van veiligheidsvoorzieningen kan leiden tot schade aan het apparaat. Hierdoor kan ook letsel ontstaan bij de gebruiker of bij omstanders. Gebruik alleen aanbevolen accessoires en vervangende onderdelen. Breng geen wijzigingen aan het product aan.
  • Zorg dat de zaagketting scherp en schoon blijft voor veilige, uitstekende prestaties.
  • Volg de instructies voor het smeren en vervangen van onderdelen.
  • Controleer het product op beschadigde onderdelen. Controleer of eventuele schade aan de beschermkap of een bepaald onderdeel een correcte werking in de weg staat, voordat u het apparaat opnieuw in gebruik neemt. Controleer op defecte of onjuist uitgelijnde onderdelen en op onderdelen die niet vrij bewegen. Controleer of er andere omstandigheden zijn die de werking van het

452 - 007 - 03.06.2019

259apparaat negatief kunnen beïnvloeden. Controleer of het apparaat correct is gemonteerd. Een beschadigde beschermkap of ander beschadigd onderdeel moet worden gerepareerd of vervangen door een erkende dealer, tenzij de gebruikershandleiding anders vermeldt.

  • Wanneer het apparaat niet in gebruik is, bewaart u het op een droge, hoge en afgesloten locatie buiten het bereik van kinderen.
  • Gebruik tijdens het transporteren of opslaan van het apparaat een geleiderkap of afscherming om het apparaat te verplaatsen.
  • Gebruik geen afgewerkte olie. Afgewerkte olie kan gevaarlijk voor u zijn en schade aan het apparaat en milieu toebrengen. Veiligheid bij accu's Gebruik alleen accupacks van de fabrikant en laad ze alleen op in een acculader van de fabrikant. De oplaadbare accupacks worden uitsluitend gebruikt voor voeding van de desbetreffende snoerloze producten. Om letsel te voorkomen, mag het accupack niet worden gebruikt als voedingsbron voor andere apparaten.
  • Accupacks niet uit elkaar halen, openen of vernietigen.
  • Stel accupacks niet bloot aan direct zonlicht of warmte. Houd accupacks uit de buurt van vuur.
  • Controleer de accupack-lader en het accupack regelmatig op schade. Beschadigde of gewijzigde accupacks kunnen leiden tot brand, explosiegevaar of risico van letsel. Repareer of open beschadigde accupacks niet.
  • Gebruik geen accupack of product dat defect, gewijzigd of beschadigd is.
  • Voer geen wijzigingen of reparaties uit aan het accupack. Laat het uitvoeren van reparaties uitsluitend over aan uw erkende dealer.
  • Zorg dat er geen kortsluiting ontstaat in een cel of accupack. Berg accupacks niet in een doos of lade op, omdat er dan kortsluiting door andere metalen voorwerpen kan ontstaan.
  • Haal een accupack pas uit de originele verpakking wanneer deze nodig is voor gebruik.
  • Stel accupacks niet bloot aan mechanische schokken.
  • Als er een accu lekt, zorg er dan voor dat de vloeistof niet in aanraking komt met uw huid of ogen. Als u in aanraking bent gekomen met de vloeistof, reinig het oppervlak dan met een ruime hoeveelheid water en raadpleeg een arts.
  • Gebruik alleen acculaders die zijn gespecificeerd voor gebruik in combinatie met het accupack.
  • Kijk naar de plus (+) en min (-) markeringen op het accupack en het product om een goede werking te garanderen.
  • Gebruik geen accupack dat niet is bedoeld voor gebruik in combinatie met het product.
  • Gebruik in een apparaat geen accupacks met verschillende spanningen of van een andere fabrikant.
  • Houd accupacks buiten het bereik van kinderen.
  • Koop altijd de juiste accupacks voor het product.
  • Houd de accu's schoon en droog.
  • Veeg de aansluitingen van het accupack af met een schone, droge doek als ze vuil worden.
  • Secundaire accupacks moeten vóór gebruik worden opgeladen. Gebruik altijd de juiste acculader en raadpleeg de handleiding voor de juiste oplaadinstructies.
  • Laad een accupack niet voortdurend op als deze niet wordt gebruikt.
  • Bewaar de handleiding voor later gebruik.
  • Gebruik het accupack alleen voor de noodzakelijke werkzaamheden.
  • Verwijder het accupack uit het product wanneer het niet wordt gebruikt.
  • Houd het accupack tijdens gebruik uit de buurt van paperclips, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen. Hierdoor kan sluiting tussen de aansluitingen ontstaan. Als er kortsluiting tussen de aansluitingen van het accupack ontstaat, kunnen er brandwonden of brand ontstaan. Montage WAARSCHUWING: Lees het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product monteert. Geleider en zaagketting monteren

1. Verwijder het accupack tijdens montage om een

onbedoeld starten te voorkomen.

2. Trek de terugslagbeveiliging naar achteren in de

richting van de voorste handgreep om de kettingrem uit te schakelen.

3. Draai de bevestigingsknop van het zaagblad linksom

4. Verwijder het deksel van het kettingaandrijfwiel.

5. Trek handschoenen met kettingzaagbescherming

6. Til de zaagketting boven het kettingaandrijfwiel en

positioneer de ketting in de groef van de geleider. Begin aan de bovenzijde van de geleider.

7. Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels aan de

bovenrand van de geleider naar voren wijzen. 260 452 - 007 - 03.06.20198. Monteer het kettingwieldeksel en breng de stelpen van de kettingspanner aan in de uitsparing van de geleider.

9. Controleer of de aandrijfschakels van de zaagketting

correct aanliggen op het kettingaandrijfwiel. Controleer ook of de zaagketting correct is gepositioneerd in de groef op de geleider.

10. Draai de bevestigingsknop van het zaagblad

11. Span de zaagketting door de kettingspannerschroef

rechtsom te draaien. Verhoog de spanning van de zaagketting totdat deze niet meer slap onder de geleider hangt, maar u de ketting nog wel gemakkelijk met de hand kunt draaien. (Fig. 33)

12. Houd de punt van het zaagblad omhoog en draai de

bevestigingsknop van het zaagblad stevig vast.

  • Controleer na het monteren van een nieuwe zaagketting regelmatig de kettingspanning, totdat de zaagketting is ingelopen.
  • Controleer de kettingspanning op gezette tijden. Een zaagketting rekt tijdens gebruik uit. Een correcte kettingspanning leidt tot goede zaagresultaten en een lange levensduur. Werking WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product gebruikt. Zaagketting smeren Het apparaat is voorzien van een automatisch smeersysteem. Zorg dat u alleen de juiste kettingolie gebruikt en volg de instructies.

1. Gebruik plantaardige zaagkettingolie of een

standaard kettingolie.

2. Zorg dat het gebied in de buurt van de tankdop van

de kettingolietank schoon is.

3. Verwijder de dop van de kettingolietank.

4. Vul de kettingolietank met de aanbevolen

5. Plaats de dop van de kettingolietank terug.

Voordat u het product inschakelt

  • Controleer het product op ontbrekende, beschadigde, loszittende of versleten onderdelen.
  • Controleer de moeren, schroeven en bouten.
  • Controleer of de gashendel naar behoren werkt.
  • Controleer of de aan/uit-knop naar behoren werkt. Accupack aanbrengen
  • Lijn de ribben van het accupack uit met de sleuven in het accuvak. Duw het accupack in het accuvak totdat u een klik hoort. (Fig. 34)
  • Om het accupack te verwijderen, houdt u de accu- ontgrendelknop ingedrukt en trekt u het accupack eruit. Indicator efficiëntietest ketting Gebruik de indicator voor de efficiëntietest van de ketting om te garanderen dat de kettingspanning en het systeem juist zijn voordat u het product gaat gebruiken.
  • Vul de olietank van de ketting met geleider- en kettingolie.
  • Houd de knop van de efficiëntiemodus ingedrukt totdat deze knippert om de indicator voor efficiëntietest van de zaagketting te starten.
  • Houd het product met twee handen vast en knijp de gashendel helemaal in totdat de lampjes op de vermogensmeter doven.
  • Op de vermogensmeter wordt de efficiëntie van de kettingzaag weergegeven. Als de efficiëntie van de kettingzaag te laag is, branden de 2 lampjes aan de linkerzijde van de vermogensmeter. Als de efficiëntie van de kettingzaag te hoog is, branden de 2 lampjes aan de rechterzijde van de vermogensmeter. De efficiëntie van de kettingzaag is correct als de 2 lampjes in het midden van de vermogensmeter branden.
  • Bij een lage efficiency van de zaagketting moet de kettingspanning worden verhoogd.
  • Bij een hoge efficiency van de zaagketting moet de kettingspanning worden verlaagd. Let op: Gebruik de indicator van de efficiëntietest van de zaagketting alleen ter referentie. Controleer altijd het product en voer het nodige onderhoud uit. De motor starten

1. Duw de terugslagbeveiliging naar voren om de

kettingrem in te schakelen.

2. Breng het accupack aan. Zie

3. Druk op de aan/uit-knop totdat het lampje brandt.

4. Houd de achterste handgreep vast met uw

rechterhand en de voorste handgreep met uw linkerhand.

5. Trek de terugslagbeveiliging naar achteren in de

richting van de voorste handgreep om de kettingrem uit te schakelen.

6. Houd de gashendelvergrendeling met uw

rechterhand ingedrukt.

7. Knijp terwijl u de gashendelvergrendeling vasthoudt

2618. Houd de gashendel ingedrukt voor gebruik. Knijp de gashendel licht in voor een lager toerental. Knijp de gashendel harder in voor een hoger toerental.

9. Gebruik het product.

2. Druk op de aan/uit-knop totdat het lampje dooft.

Schorssteun gebruiken Een schorssteun voorkomt terugslag en houdt het hout vast tijdens het zagen. De schorssteun is een draaipunt tussen het motorblok en het zaagblad.

1. Stel de onderzijde van de schorssteun in op de juiste

breedte van het kantelpunt.

2. Druk met uw linkerhand tegen de voorste handgreep

terwijl u de achterste handgreep omhoog tilt met uw rechterhand.

3. Gebruik de zaag totdat u een kantelpunt met de

juiste breedte hebt. Let op: Het kantelpunt moet overal even dik zijn.

4. Zaag de stam voor meer dan de helft door en plaats

vervolgens de velwig in de zaagsnede. Boom kappen

1. Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nieten

en draden uit de boom.

2. Maak een schuine zaagsnede met een diepte van

één derde van de stamdikte, loodrecht op de valrichting. (Fig. 35)

3. Maak de onderste horizontale zaagsnede van de

valkerf. Hierdoor voorkomt u dat de zaagketting of de geleider bekneld raakt wanneer u de tweede zaagsnede maakt.

4. Maak aan de tegenoverliggende zijde de velsnede

(X), minimaal 50 mm (2 inch) hoger dan de horizontale zaagsnede van de valkerf. Zorg dat de velsnede evenwijdig loopt aan de horizontale inkeping, zodat er voldoende hout overblijft om als kantelpunt te dienen. Zaag niet door het kantelpunt. Het kantelpunt zorgt ervoor dat de boom niet draait of in de verkeerde richting valt. (Fig. 36) en (Fig. 37)

5. Wanneer de achterste velsnede dichter bij het

kantelpunt komt, zal de boom beginnen te vallen. Zorg dat de boom in de juiste richting kan vallen en dat de boom niet achterwaarts overhelt en de zaagketting afklemt. Om dit te voorkomen, stopt u met zagen voordat de achterste velsnede is voltooid. Gebruik houten, kunststof of aluminium wiggen om de snede te openen en de boom in de gewenste richting te laten vallen. (Fig. 38)

6. Wanneer de boom begint te vallen, verwijdert u het

product uit de snede. Stop de motor, leg het product neer en gebruik de geplande vluchtroute. Pas op voor takken die boven uw hoofd omlaag kunnen vallen en kijk waar u loopt. (Fig. 39) Boom snoeien

1. Laat grotere takken aan de boom zitten om de stam

van de grond te houden.

2. Verwijder kleine takken met één enkele snede. (Fig.

3. Takken onder spanning moeten van beneden naar

boven worden gezaagd om te voorkomen dat de zaagketting of geleider bekneld raakt. Stam in stukken zagen OPGELET: Zorg dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond.

  • Als de stam over de gehele lengte wordt ondersteund, zaagt u vanaf de bovenzijde van de stam (dit wordt ook wel 'overbucking' of overzagen genoemd). (Fig. 41)
  • Als de stam aan één uiteinde wordt ondersteund, maakt u vanaf de onderzijde een snede met een diepte van één derde van de stamdikte (dit wordt ook wel 'underbucking' of onderzagen genoemd).
  • Als de stam aan beide uiteinden wordt ondersteund, maakt u vanaf de bovenzijde een snede met een diepte van één derde van de stamdikte. Voltooi de snede vanaf de onderzijde en zaag het onderste twee derde deel van de stam totdat u uitkomt bij de eerste zaagsnede. (Fig. 42)
  • Als u de stam op een helling zaagt, moet u altijd op het hogerliggende terrein blijven. Zaag door de stam en zorg dat u volledige controle over het apparaat houdt. Verminder de zaagdruk vlak voor het einde van de snede en houd daarbij de achterste en voorste handgreep stevig vast. (Fig. 43) Vermogensmodus wijzigen De vermogensmodus van het product kan worden gewijzigd terwijl het product in gebruik is. Er zijn 2 vermogensmodi:

1. Standaardmodus - Bespaart energie en optimaliseert

de bedrijfstijd. Standaardmodus van toepassing op de meeste taken. Let op: Het product wordt ingesteld op de standaardmodus wanneer het wordt ingeschakeld.

2. Boost-modus - In de Boost-modus werkt het product

met een hoog toerental. De Boost-modus werkt met het maximale vermogen en wordt gebruikt voor taken die niet eenvoudig zijn. Om de Boost-modus in te schakelen, drukt u op de knop voor de Boost- modus totdat het lampje gaat branden. Om de Boost-modus uit te schakelen, drukt u op de knop voor de Boost-modus totdat het lampje dooft.

452 - 007 - 03.06.2019Let op: Als de gashendel tijdens gebruik wordt

losgelaten, start het product in de laatstgebruikte modus. Als het product automatisch stopt, of als de gebruiker op de aan/uit-knopt drukt, wordt de laatstgebruikte modus uit het geheugen gewist. Wanneer het product wordt ingeschakeld, wordt het weer ingesteld op de standaardmodus. Vermogensmeter De vermogensmeter laat zien hoeveel vermogen het product tijdens gebruik verbruikt.

  • LED-lampjes 4 en 5 laten de beste prestaties en de beste accu-efficiency zien.
  • LED-lampje 6 aan de rechterzijde laat het maximaal vermogen en de minimale accu-efficiency zien. LED laadstatus accu De status van het accupack wordt weergegeven totdat u de gashendel bedient. Wanneer u de gashendel loslaat, wordt de status van het accupack weer weergegeven. Aan de hand van het aantal LED's dat brandt, kunt u het huidige laadniveau van het accupack zien. LED's die bran- den Accustatus Alle groene LED's branden Volledig opgeladen (100% ‐ 76%) LED 1, 2 en 3 branden Het accupack 75% - 51% opgela- den. LED 1 en 2 branden Het accupack 50% - 26% opgela- den. LED 1 brandt Het accupack 25% - 6% opgeladen. LED 1 knippert Het accupack 5% - 0% opgeladen. Let op: Als de motor stopt en de voedings-LED blijft branden, druk dan op de knop op het accupack. Zie Foutcodes op pagina 265 voor mogelijke oplossingen. Let op: Als het accupack volledig is ontladen, stopt de motor onmiddellijk. Let op: De motor stopt automatisch als het accupack of de motorregelaar tijdens zwaar gebruik te warm wordt. Laat de motor en het accupack afkoelen. Het product wordt dan gereset. Onderhoud WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u gaat reinigen of reparaties of onderhoud gaat uitvoeren. Onderhoudsschema Houd u aan het onderhoudsschema. De intervallen worden berekend op basis van het dagelijks gebruik van het product. De intervallen wijken af als u het product niet dagelijks gebruikt. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit die in deze handleiding worden beschreven. Neem voor overige onderhoudswerkzaamheden die niet in deze handleiding worden beschreven contact op met een erkend servicepunt. Dagelijks onderhoud
  • Controleer de kettingvanger op schade. Vervang de kettingvanger als deze beschadigd is.
  • Draai de geleider dagelijks, zodat gelijkmatige slijtage ontstaat.
  • Controleer of de smeeropening in de geleider niet is verstopt.
  • Verwijder zaagstof en ander ongewenst materiaal van onder het kettingwiel.
  • Reinig de groef van de geleider. (Fig. 44)
  • Controleer of er voldoende olie wordt toegevoerd naar de geleider en zaagketting.
  • bramen op de aandrijfschakels van de ketting. Vervang zo nodig de zaagketting.
  • Controleer het kettingaandrijfwiel op te grote slijtage en vervang het zo nodig. (Fig. 45)
  • Reinig de luchtinlaat van de motorbehuizing.
  • Controleer of de moeren en schroeven goed zijn vastgedraaid.
  • Controleer of de schakelaar correct werkt. Zaagketting slijpen De snijder De snijder is het snijdende deel van de zaagketting en bestaat uit een snijtand (A) en een dieptesteller (B). De snijdiepte van de snijder wordt bepaald door het hoogteverschil tussen deze beide punten, oftewel de instelling van de dieptesteller (C). (Fig. 46)

452 - 007 - 03.06.2019

263Zorg dat u de snijtanden op de juiste wijze slijpt door vier belangrijke criteria te hanteren:

  • Vijlpositie (Fig. 49)
  • Diameter van de ronde vijl (Fig. 50) Snijtanden slijpen Gebruik voor het slijpen van de snijtanden een ronde vijl en een vijlmal. Zie Zaagkettingvijl en zaagkettingcombinaties op pagina 267 voor informatie over de aanbevolen breedte van de vijl en de vijlmal voor de zaagketting die op uw apparaat is aangebracht. (Fig. 51)

1. Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft.

Een ketting die niet de juiste spanning heeft, zal naar één kant bewegen en niet op de juiste wijze kunnen worden geslepen.

2. Vijl alle snijtanden aan één zijde. Vijl vervolgens alle

snijtanden vanaf de binnenzijde, waarbij u tijdens het terughalen van de vijl minder druk uitoefent.

3. Leg het apparaat op de andere zijde en vijl de

4. Gebruik de vijl om alle snijtanden even lang te

maken. Vervang een versleten zaagketting wanneer de snijtanden korter dan 4 mm (5/32 inch) zijn geworden. Hoogte van de dieptesteller aanpassen Slijp de snijtanden voordat u de dieptesteller aanpast. Zie Snijtanden slijpen op pagina 264 . Nadat u de snijtand (A) hebt geslepen, is de instelling van de dieptesteller (C) afgenomen. Gebruik voor het beste zaagresultaat een vijl om de dieptesteller (B) af te vlakken naar de aanbevolen hoogte. Zie Combinaties van geleiders en zaagkettingen op pagina 267 voor de juiste hoogte van de dieptesteller voor uw ketting. (Fig. 52) Let op: Deze aanbevelingen zijn van toepassing wanneer de lengte van de snijtanden niet noemenswaardig is afgenomen. Gebruik een platte vijl en een vijlmal om de hoogte van de dieptesteller aan te passen.

1. Plaats de vijlmal op de zaagketting. Zie de

verpakking van de vijlmal voor nadere informatie over het gebruik. (Fig. 53)

2. Gebruik de platte vijl aan de bovenzijde van de

dieptesteller die zich in de vijlmal bevindt. De hoogte van de dieptesteller is correct wanneer u geen weerstand meer voelt als u de vijl over de vijlmal haalt. (Fig. 54) (Fig. 55) Zaagketting strakker spannen Let op: Controleer gedurende de inloopperiode regelmatig de spanning van een nieuwe zaagketting.

1. Draai de bevestigingsknop van het zaagblad linksom

om het zaagblad los te maken.

2. Til de bovenzijde van het zaagblad omhoog en rek

de zaagketting uit door de kettingspannerschroef rechtsom te draaien. Verhoog de spanning van de zaagketting totdat deze niet meer slap onder het zaagblad hangt. (Fig. 56)

3. Draai de bevestigingsknop van het zaagblad vast en

til tegelijkertijd de punt van het zaagblad omhoog. (Fig. 57)

4. Controleer of u de zaagketting met de hand soepel

kunt draaien en of de ketting niet omlaag hangt. (Fig. 58) Smering van de zaagketting controleren

1. Start het apparaat en laat het draaien op driekwart

van het maximale toerental. Richt de neus van de geleider op een lichtgekleurd oppervlak dat zich op een afstand van bijna 20 cm (8 inch) bevindt.

2. Na één minuut draaien is op het lichtgekleurde

oppervlak een oliestreep zichtbaar.

3. Als de oliestreep na één minuut niet zichtbaar is,

reinigt u het oliekanaal in de geleider. Reinig de groef in de rand van de geleider.

4. Start het apparaat en laat het draaien op driekwart

van het maximale toerental. Richt de neus van de geleider op een lichtgekleurd oppervlak dat zich op een afstand van bijna 20 cm (8 inch) bevindt.

5. Na één minuut draaien is op het lichtgekleurde

oppervlak een oliestreep zichtbaar.

6. Als de oliestreep na één minuut niet zichtbaar is,

neemt u contact op met uw erkende dealer.

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Zaagblad en ketting worden heet en gaan roken tijdens gebruik Controleer de kettingspanning om ervoor te zorgen dat de ket- ting niet te strak gespannen is. Zie Zaagketting strakker spannen op pagina

Vul de olietank van de ketting met geleider- en kettingolie. Controleer de kettingolietank. Vul de tank als deze leeg is. Motor draait, maar ketting draait niet De ketting is te strak gespannen. Zaagketting strakker spannen. Zie Zaagket- ting strakker spannen op pagina 264

Controleer het zaagblad en de ketting. Controleer het zaagblad en de ketting op schade. Zie Geleider en zaagketting monteren op pagina 260

Motor draait, ketting draait, maar zaagt niet Ketting is niet scherp. Slijp de ketting. De ketting is in de verkeerde richting aangebracht. Keer de draairichting van de ketting om. Foutcodes De foutcodes helpen u bij het oplossen van storingen van het accupack en/of de acculader wanneer er wordt opgeladen. (Fig. 59) Let op: Kijk naar het laadniveau van de LED, terwijl de ribben van de accu naar boven wijzen, om de juiste stand van de LED-lampjes te zien. LED-scherm Mogelijke fouten Mogelijke stappen LED 1 is rood en LED 4 is groen, accupack laadt niet op of werkt incorrect in het product Interne zekering is door- gebrand Neem contact op met een erkend servicecentrum. LED 1 is rood Onregelmatige celspan- ning Neem contact op met een erkend servicecentrum. LED 4 is groen Accupack is overladen Verwijder het accupack uit de acculader en plaats deze in het product. Gebruik het product. Acculader is mogelijk defect. Neem contact op met een erkend servicecentrum. LED 1 is rood en LED 2 is groen, accupack laadt niet op of werkt incorrect in het product Defect in accupack Verwijder het accupack uit het product. Niet opladen. Het accupack is beschadigd en moet worden vervangen. Neem contact op met een erkend servicecentrum. Rode LED brandt, LED 2 is groen en knippert tijdens het opladen, of wanneer het ac- cupack op de lader is aan- gesloten Interne temperatuur van accupack is te laag of te hoog voor opladen Verplaats de acculader en het accupack naar een locatie waar de interne temperatuur van het accupack tussen 5°C (41°F) en 45°C (113°F) kan zijn.

452 - 007 - 03.06.2019 265LED-scherm Mogelijke fouten Mogelijke stappen

Rode LED knippert en LED 2 knippert groen wanneer het accupack is geplaatst. Interne accutemperatuur is te laag of te hoog De interne temperatuur van de accu moet tussen -15°C (5°F) en 70°C (158°F) liggen. De omgevingstemperatuur in het accupack is te laag of te hoog.

  • Als het accupack te koud is ten opzichte van de omge- vingstemperatuur, plaats het accupack en de acculad- er dan in een warme omgeving.
  • Als het accupack te warm is, vooral na gebruik, plaats het accupack en de acculader dan in een koelere om- geving. Technische gegevens eenheid Li 58CS (BCS58VPR) Motorspecificaties Motortype Borstelloos Motorspanning V (DC) 58 Motorvermogen W 2000 Specificaties accu en acculader Standaard type accupack Li 585.2A Standaard type acculader Li 58V 4CGR Geluids- en trillingsgegevens Vergelijkbaar trillingsniveau (ahv, eq) linker handgreep

1,865 Vergelijkbaar trillingsniveau (ahv, eq) rechter handgreep

2,784 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd (L

dB(A) 102 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker

Het vergelijkbaar trillingsniveau wordt berekend als de tijdgewogen energiesom van de trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden. De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau verto- nen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,5 m/s

Het vergelijkbaar trillingsniveau wordt berekend als de tijdgewogen energiesom van de trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden. De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau verto- nen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,5 m/s

Geluidsemissie naar de omgeving, gemeten als geluidsvermogen (L

Geluidsemissie naar de omgeving, gemeten als geluidsvermogen (L

Het vergelijkbaar geluidsdrukniveau wordt berekend als de tijdgewogen energiesom van de geluidsdrukni- veaus onder verschillende werkomstandigheden. Een typische statistische spreiding voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau is een standaardafwijking van 3 dB(A). 266 452 - 007 - 03.06.2019eenheid Li 58CS (BCS58VPR) Smeersysteem Capaciteit oliepomp bij 8000 min

(standaard / boost) ml/min 8 / 14 Type oliepomp Automatisch Zaagketting en geleider Standaardlengte geleider cm (inch) 40 (16) Bruikbare zaaglengte cm (inch) 38 (15) Maximale zaagkettingsnelheid m/s 18,4 Kettingsteek mm (inch) 9,52 (3/8) Dikte van aandrijfschakels (kaliber) mm (inch) 1,1 (0,043) Type kettingaandrijfwiel Tandwiel Aantal tanden op kettingaandrijfwiel 6 Accessoires Combinaties van geleiders en zaagkettingen Geleider Zaagketting Lengte - cm (inch) Kettingsteek - mm (inch) Maat - mm (inch) Max. kopradius Type Lengte, aandrijf- schakels (stuks) 40 (16) 9,52 (3/8) 1,1 (0,043) 6T US83G 56 Zaagkettingvijl en zaagkettingcombinaties Kettingtype Afmeting van ronde vijl - mm (inch) Hoek zijplaat Hoek bovenplaat Vijlhoek Hoogte dieptes- teller - mm (inch) US83G 4,5 (11/64) 55° 30° 0° 0,635 (0,025) Inhoud van de EG-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product: Beschrijving Kettingzaag Merk McCulloch Beschrijving Kettingzaag Platform / Type / Model Platform BCS58VPR, ver- tegenwoordigend model Li 58CS

452 - 007 - 03.06.2019 267Beschrijving Kettingzaag

Partij Serienummer vanaf 2018 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en - regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/30/EU "betreffende elektromag- netische compatibiliteit" 2000/14/EG "betreffende geluid buiten- shuis" 2011/65/EU "betreffende gevaarlijke stoffen" Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt: EN 60745-1:2009+A11, EN 60745-2-13:2009+A1 In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, zijn de verklaarde geluidswaarden: Gemeten geluidsvermogensniveau: 102 dB(A) Gegarandeerd geluidsvermogenniveau: 106 dB(A) TÜV Rheinland LGA Products GmbH Aangemelde instantie voor machines (kennisgeving geschied onder 0197) Tillystraße 2 90431 Neurenberg, Duitsland TÜV Rheinland heeft een EG-typeonderzoek uitgevoerd volgens de richtlijn voor machines (2006/42/EG), artikel 12, punt 3b. Het certificaat voor EG-typeonderzoek in overeenstemming met bijlage IX, heeft nummer: BM

Dit typeonderzoekscertificaat is van toepassing op alle fabriekslocaties en landen van herkomst, zoals vermeld op het product. De geleverde kettingzaag is conform het exemplaar dat een EG-typeonderzoek heeft ondergaan. Namens Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna,

(Fig. 60) John Thompson, Product and Marketing Director Verantwoordelijk voor technische documentatie