SP 386 - Zaag STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SP 386 STIGA in PDF-formaat.
| Technische specificaties | STIGA SP 386 kettingzaag, krachtige motor, zaagbladlengte van 38 cm, kettingsnelheid van 13 m/s. |
|---|---|
| Gebruik | Ideaal voor snoeien, hout zagen en tuinwerkzaamheden. |
| Onderhoud en reparatie | Regelmatige controle van de ketting, slijpen nodig na meerdere keren gebruik, reiniging van het luchtfilter. |
| Veiligheid | Voorzien van een kettingrem, bescherming tegen overbelasting, het gebruik van handschoenen en een veiligheidsbril wordt aanbevolen. |
| Algemene informatie | Lichtgewicht voor optimale wendbaarheid, 2 jaar fabrieksgarantie, accessoires beschikbaar voor onderhoud. |
Veelgestelde vragen - SP 386 STIGA
Gebruikersvragen over SP 386 STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SP 386 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SP 386 van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING SP 386 STIGA
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik.....5
3.2 Veiligheidssignalen 5
3.3 Identificatielabel product 6
3.4 Belangrijkste onderdelen 6
- MONTAGE 7
4.1 Onderdelen voor de montage 7
4.2 Montage van het blad en de getande ketting..7
- BEDIENINGSELEMENTEN 8
5.1 Start/stopschakelaar motor 8
5.2 Chokeknop (Starter) 8
5.3 Toets voorinspuiting (Primer) 8
5.4 Bediening reduceerklep (enkel voor model SP 526) 8
5.5 Hendel versnelling. 8
5.6 Blokkeringshendel versnelling 8
5.7 Handvat voor handmatige start 8
5.8 Kettingrem 8
- GEBRUIK VAN DE MACHINE 8
6.1 Voorafgaande werkzaamheden 9
6.2 Veiligheidscontroles 10
6.3 Starten 11
6.4 Het werken 12
6.5 Suggesties voor het gebruik 14
6.6 Stoppen 14
6.7 Na het gebruik 14
- GEWOON ONDERHOUD 15
7.1 Algemeen 15
7.2 Bereiding van het(AP) 15
7.3 Bijvullen van brandstof 16
7.4 Bijvullen oliereservoir heting 16
7.5 Reiniging van de machine en van de motor.. 16
7.6 Reiniging van de ketting 17
7.7 Pin vergrendeling ketting 17
7.8 Moeren en schroeven voor bevestiging.....17
- BUITENGEWOON ONDERHOUD 17
8.1 Smeergaten van de machine en het blad .... 17
8.2 Reiniging van de luchtfilter 17
8.3 Klok van de koppeling 17
8.4 Tandwiel ketting 17
8.5 Controle van de bougie 17
8.6 Startkabel 17
8.7 Onderhoud van de getande hetting 18
8.8 Onderhoud van het blad 18
8.9 Regeling van het minimumtoerental 19
8.10 Regeling van de carburator 19
-
STALLING 19
-
HANTERING EN TRANSPORT 19
- ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN 20
12.GARANTIEDEKKING 20 - TABEL ONDERHOUD 20
- TABEL ONDERHOUD KETTING 21
- IDENTIFICATIE PROBLEMEN 21
- TOEBEHOREN 23
1. ALGEMEEN
1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werkung, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:
OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade verooorzaakt worden.
Het symbol wijst op een gevaar.
Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.
De paragrafen die aangegeven zijn met een grije stippen-board wijzen op optionele kenmerken die nicht aanwezig waren op alle modellen die in deze handleiding beschreibenন. Controller of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.
De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.
1.2 REFERENCES
1.2.1 Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz.
De onderdelen die op de afbeeldingen waar aan geveen, waar gekentekend met de letters A, B, C enz.
Een verwijzingaar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst:"Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg"(Afb.2.C)". De afbeeldingen zich indicatief.De effectieve delen+kennen wijzigenten opzichte van wat aangegeven is.
1.2.2 Titels
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de
paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van
"2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen\ aar titels of paragrafen zijn aangegeven met\ de afkorting hfdst. of par. en het desbetreffend\ nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1".
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 TRAINING
Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de machine snel af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die niedertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd�k.
- Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed{kunnen hebben op zich reactievermogen en aandacht.
Denk eraan dat de personen die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvoorziene gebeurtenissen die personnes of hun eigendommen konnen overkommen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waarop hij要去 werknet met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigenveiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen. - Indien men de machine aan derden wil geven of lenen,要去 men zich ervan verzekerend dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
- Het gebruik van de machine voor het zagen en snoeien vergt een specifieke opleiding.
2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- Gebruik aanpassende beschemende kledij met anti-snij beschermingen, trillingdempende handschoenen, beschemende bril, anti-stofmaskers,
gehoorbeschemers en anti-snij schoenen met anti-slipzool.
- Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes ofassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen+kennen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
- Lang haar worden zorgvuldig bijeengebonden.
Benzinemotoren: brandstof
GEVAAR! De benzine en het mengselং uiterst ontvlambaar!
- Bewaar de benzine en het mengsel in speciale houders die waarvoor gehomologeerdঃn, op een veilige plaats,uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen.
- Laat de houders en de opslagzone van de brandstof vrij van resten van zaagsel, takken, bladeren of te grote hoeveelheden vet.
- De recipiën要么en buiten het bereik van kinderen bewaard worden.
- Rook Nietijdens de Voorbereiding van het(AP)mensel,tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wonneer men met de brandstof werkt.
- Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht.
- Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.
- Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
- Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te lately.
- Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren.
- Als u brandstof gemorst hebt, mag u de motor Niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de brandstof gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de dampen opgelost+zijn.
- Reinig onmiddelijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is.
- Draai de dop alsijd weer goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof.
- Start de machine nooit op deplaats waar de brandstof bijgevuld werk; de motor要去 steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van deplaats waar de brandstof bijgevuld werk.
- Zorg ervoor dat de brandstof Niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds neue wleren aan vooraleer de motor op te starten.
Schakel de motor Niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen+kennen vormen. De machine dient altijd in de open lucht of in een goedGeVentileerder ruimte gestart te worden! Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig+zijn!
- Richt,ijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit maar ontvlambare materialen.
- Gebruik de machine nicht in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen können vonken veroorzaken die het stof of de dampen können doen ontbranden.
- Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid reinigen.
- Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassicene staan.
- Zorg ervoor dan de andere personen zich op een afstand van minstens 15 meter uit de draagwijdte van de machine bevinden.
- Vermijd zoveel möglich te werkden op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneffen of steile terreinen die de stabilititeit van de bediener tijdens het werkden Niet{kunnen garanderen;
- Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen bevaren en op de aanwezigheid van eventuele hinderissen die de zichtaarheid zouden konnen beperken.
- Wees verzoorichtigig nabij ravijnen, grachten of vrijken.
- Let goed op het verkeer, wanner de machine zicht bij de staat gezebruikt worden.
- Om brandgevaar te voorkomen, de machine Niet met warme motor achechterlaten op bladeren, droog gras, of ander ontvlambaar materiaal.
Gedrag
- Tijdens het werk moet de machine algijdt stevig met beiden handen vastgehouden worden (linkerhand op het voorste handgreep en de rechtterhand op dechterste, onafhankelijk van het feit of de bediener eventueel linkshandig is), en op afstand van alle lichaamsdelen.
- Neemijdens het gebruik een vaste en stabiele positie aan en wees.altijd voorzichtig.
-
Vermijd het gebruik van ladders en onstabiele platformen.
-
Ga best Niet alleen of te geïsoleerd te werk, om in geval van een ongeluk makkelijker hulp te roepen.
- Loop nooit, maar stap.
-
Let erop dat het blad Niet hevig gegen vreemde lichamen/hindernissen botst en let op eventueel wegspringend materiaalveroorzaakt door het draaien van de ketting. Indien de staaf een hindernis gegen kommt, kan er zich een terugslag (kickback) voordoen. De terugslag doet zich voor wanner het uiteinde van de ketting in contact komt met een voorwerp of wanner het hout krimpt en de ketting in de snede vasthoudt. Dit contact aan het uiteinde van de ketting kan aanleiding geen tot een uiterst snelle stoot in de tegenovergestelde richting, waar bij het blad maar boven enaar de bediener toe geduwd worden. Dit geldt ook wanner de ketting geblokkeerd worden aan de bovenkant van het blad. In beiden gevallen kan de bediener door de terugslag de controle verliezen over de kettingzaag, met möglichke bijzonder ernstige gevolgen. Om de terugslag te voorkomen,要去 men de geschikte voorzorgsmaatregelen nemen, die hierna beschreibenন:
-
Houd de zaag stevig vast, met de duimen en vingers om de handgrepen van de kettingzaag gesloten en houd uw lichaam en armen in een positie waar u gegenstand kunt bieden gegen terugslag.
- Reik Niet te ver en zaag nicht boven de schouderhoogte.
- Gebruik alleen de door de fabrikant gespecifieerde zaagbladen en -kettingen.
- Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor wat betreft het slijpen en onderhoud van de kettingzaag.
Stel u Niet bloot aan het stof en zaagsel dat tijdens het snijden door de ketting ontstaat.
- Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.
- Ingeval van breuken of ongevalten tijdens het werk, dient men de motor onmiddelijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevalten met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan Personen of dieren+kennen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
- De langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problemenveroorzaken (ook gekend onder de naam "fenomeen van Raynaud" of "witte hand"),vooral bij personne die circulatiestoornissen hebben. De symptomen hunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid,loomheid,jeuk,pijn,verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze effecten hunnen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/ of een overdreven druk op de handgreep. Wanner deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen.
Beperkingen voor het gebruik
- De machine mag nicht gebruikt worden door Personen die nicht in staat+zijn om het gereedschap stevig met beiden handen vast het honden en/of om stevig in evenwicht te blijven staan op beiden benen.
- Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zich, ontbreken of nicht correct geplaatst zich.
- Gebruik de machine nicht indien de toebehoren/werktuigen nicht op de voorziene plaatsen geinstalleerd zich.
- De aanwezige veiligheidsinrichtingen/ microschakelaars Niet uitschakelen, aftschakelen, verwijderen of schenden.
- Wijzig de afstellenen van de motor Niet, en overbelast hem Niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werk, verhoogt het risico op persoonlijke letsels.
Overbelast de machine Niet en gebruik geenkleine machine om zware werken te verrachten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen za de risico's beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
2.4 ONDERHOUD, STALLING
Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance.
Onderhoud
- Om het risico op brand te verminderen,要去 men regelmatig controleren of er geenlekken van olie en/of brandstof zichn.
- Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding,�n de maximale waarden voor
het gebruik van de machine. Het gebruik van een Niet gebalanceerd maai-element, een overdreven slelheid van de beweging en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is hetoodzakelijkpreventieve maatregelen te treffen om mogelijk schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingente vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzesijdens het werk.
Stalling
- Zet de machine Niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonden of een warmtebron in aanraking zouden+kennen.
- Laat geen holders met restmaterialiaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijkke uren (niet's ochtends vroeg of 's avonds LAST Wonneer dit andere personen zou+kennen storen).
- Tijdens het werkden worden er een zekere hoeveelheid olie in de omgeving verspreid, noodzakelijk voor de smering van de ketting; gebruik om die reden alleen biologisch afbreekbare oliën, specifiek bedoeld voor dit gebruik. Het gebruik van een minerale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu.
- Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar要去 geschaden worden en aan speciale verzamelcentralen toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu hintergelaten worden maar要去 zich een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijkne normen.
3. LEER DE MACHINE KENNEN
3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUIK
Deze machine is een bosbouwwerktuig, en met name een kettingzaag ontworpen voor boswerken.
De machine bestaat hoofdzakelijkuit een motor met interne verbranding in twee tijden, gevoed door een mengeling van olie en benzine, gekoeld door lucht, en een blad dat de beweging van de motor doorgeeft aan de getande ketting die als echte zaag dient. De beweging worden van de motor maar de ketting overgedragen door middel van een koppeling met centrifugaalgewichten die de beweging van de ketting verhindert wanner de motor op het laagste toerental draait.
De bediener houdt de machine met twee handen aan de handgrepen vooraan en achteraan vast, en kan de belangrijkste bedieningsknuppen inschakelen verwijl hij steeds op een veilige afstand van de snij-inrichting blijft.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:
- het vellen, verzagen en Snoeien van bomen met afmetingen in verhouding tot de lengte van het blad of houten voorwerpen met gelijkaardige eigenschappen.
- gebruik door een enkele bediener.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan Personen en/of zaken. De volgende situatuies behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):
Hagen bijschoeien;
-snjwerken;
- doorsnijden van banken, kisten en verpakkingen in het algemeen;
- doorsnijden van meubelen of andere voorwerpen die nagels, vrijen of andere metalen onderdelen konnen bevatten;
slachterswerken uitvoeren;
- de machine gebruiken voor het snijden van materialen die Niet van hout�n (plastic, bouwmaterialen);
- de machine gebruiken als hefboom om voorwerpen op te tillen, te verplaatsen of door te breken;
- de machine gebruiken wanner ze op vaste steunen geblokkeerd is;
- het gebruik van andere snij-inrichtingen dan diegene die vermeld zich in de tabel "Technische gegevens". Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren.
- gebruik van de machine door meer dan een persoon tegelijk.
BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of andereen oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor een "amateurieel gebruik".
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb.. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij要去 aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken.
Betekenis van de symbolen:

LET OP! GEVAAR! IndienDEXEMachineniet correct gebruktwordt,kanzegevaarlijkzijn Voorde bediener en voor andere

LET OP! Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u deze machine in gebruik neemt.

De loro die deze machine dagelijks in normale omstandigheden gebruikt kan bloatgesteld zich aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Gebruik een gehoorbescherming en bril en draag een veiligheidshelm.

Draag werkhandsschoenen en veiligheidsschoeisel!


GEVAAR VOOR TERUGSLAG (KICKBACK)! De terugslagveroorzaakt de bruuske en ongecontroleerde beweging van de kettingzaag maar de bediener toe. Ga altijd op veilige wijze te werk. Gebruik kettingen voorzien van verilheidsschakels die eventuele terugslagen beperken.

Neem de machine nooit met een enkele hand vast! Neem de machine stevig met beiden handen vast, om een betere controte te hebben over de machine en het risico voor terugslag te beperken.
BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten verrangen worden. Vraag neue labels aan uw eigen geauthoriseerd Dienstcentrum.
3.3 IDENTIFICATIELABEL PRODUCT
Het identificatielabel van het product geeft de volgende gegevens aan (Afb. 1):
- Geluidsniveau
- Conformiteitskenteken
- Bouwjaar
- Machinetype
- Serienummer
- Naam en adres van de fabrikant
- Artikelcode
- Aantal emissies
Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.
BELANGRIJK Gebruik de
identificatiegegevens die aangegeven zijn op het identificatielabel van het product bij)ieder contact met de geauthoriseerde werkplaats.
BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de LASTE pagina's van de handleiding.
3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine bestaat uit de volgende hoofdonderdelen (Afb. 1):
A. Motor: geeft de beweging aan de snij-inrichting.
B. Voorste handgreep: handgreep vooraand het met de linkerhand vastgenomen.
C. Achterste handgreep: handgreep achteraan de kettingzaag. Deze handgreep wordt met de rechterhand vastgenomen. Hierop bevinden zich de belangrijkste bedieningsknuppen voor de versnelling.
D. Voorste handbeveiling: beveiliging tussen de voorste handgreep en de getande ketting, die het hand beschermt gegen snijwonden indien het hand van de handgreep zou weglijkden. Deze beveiliging worden gebruikt voor het inschakelen van de kettingrem (par. 5.7).
E. Achterste handbeveiliging: beveiliging rechts onderaan de achterste handgreep ter bescherming van het hand ten opzichte van de kettingzaag in geval van breuk of loskomen van het blad.
F. Blad: dit blad ondersteunt en geleidt de getande ketting.
G. Getande ketting: dit is het element dat effectief snijdt, en bestaat uit sleepschakels voorzien vankleine mesjes, "tandjes" genaamd en zijdelingse verbindingen die aaneen gezhonden worden door klinknagels.
H. Vergrendelpin ketting: veiligheidsinrichting die voorkomt dat de ketting ongecontroleerde bewegingen maakt in geval van een breuk of losse ketting.
I. Pal: inrichting die zich frontaal ten opzichte van het montagepunt van het blad bevindt en dat als steunpunt dient bij aanraking met een boom of een boomstam.
J. Bescherming van de pal: inrichting die de pal beschermt en die gebruikt要去 worden tijdens de verplaatsing, het vervoer of de stalling van de machine. Deze bescherming要去 tijdens het werk verwijderd worden.
K. Bladbescherming: bescherming van de kettingzaag op het blad, te gebruiken tijdens de verplaatsing, het vervoer of de stalling van de machine.
4. MONTAGE
BELANGRIJK De in acht te nemen
veiligheidsnormen+zijn beschreiben in
hfdstk. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.
Om vervoers- en opsgredenen worden sommige onderdelen van machine nicht direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.
Het uitpakken en de verwollediging van de montage要去en uitgevoerd worden op een vlikke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine Niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.
4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE
De verpakking bevat de onderdelen voor de montage die in de volgende tabel vermeld zijn:
| Beschrijving |
| Geleidend blad met bladbescherming |
| Getande ketting |
| Sleutel (deze bevindt zich onder het onderste deel van de machine) (Afb. 1.M) |
| Vijzel voor het aanscherpen van de ketting |
| Documentatie |
4.1.1 Uitpakken
- Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
- Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
- Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zijn uit de doos.
- Haal de machineuitde doos.
- Voer de doos en de verpakkingen af volgens deplaatselijke normen.
4.2 MONTAGE VAN HET BLAD EN DE GETANDE Ketting
Draag alsijd sterke werkhandsschoenen om het blad en de ketting te hanteren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor demontage van het blad en de ketting, om de
veiligkeit en efficiente van de machine Niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Verkoper.
Voer alle handelingen uit bijuitgeschakelde motor.
Vooraleer de staaf te monteren,要去 men zich ervan verzekeren dat de rem van de ketting Niet ingeschakeld is (par. 5.7).
- Schroef de moeren los (Afb. 3.A) en verwijder de carter van de koppeling (Afb. 3.B), om toegang tot te verkrijgen tot het tandwiel en de huizing van het blad.
- Verwijder de plastic afstandhouser (Afb. 3.C); deze afstandhouser dient enkel voor het vervoer van de verpakte machine en mag Niet meer gebruikt worden.
- Monteer het blad (Afb. 4.A) door de stiftbouten (Afb. 4.B) in de gleuf te steken (Afb. 4.C) en deze maar de achterkant van de machine te duwen.
- Monteer de ketting (Afb. 5.A) rond het tandwiel (Afb. 5.B) en langs de geleiders van de staaf (Afb. 5.C), let er goed op de glijdrichting in acht te nemen (Afb. 5.D).

Looprichting ketting
Indien de punt van het blad voorzien is van een tandwiel, moet men ervoor zorgen dat de sleepschakels correct in de holtes van het tandwiel steken (Afb. 6).
- Controller of de pin van de kettingspanner (Afb. 7.A) correct in de waarvoortbestemde opening van het blad geplaatst is; indien dit Niet zo is, moet men deschroef van de kettingspanner met een schroevendraaier verstellen (Afb. 7.B), tot de pin helemaal op+zijn plaats zit.
- Hermonteer de carter, zonder de moeren volledig vast te draaien.
- Verstel de schroef van de kettingspanner aan behoren (Afb. 8.A) tot de ketting degelijk is opgespannen.
- Houd het blad omhoog en draai de moeren van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 9).
4.2.1 Controle van de kettingspanning
Controler de spanning van de ketting. Om te controleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels Niet uit hun geleider komen wanner de ketting halverwege het blad vastgenomen worden (Afb. 10).
5. BEDIENINGSELEMENTEN
5.1 START/STOPSCHAKELAAR MOTOR
Staat toe de motor te starten en te stoppen (Afb. 11.C).

De motor kan opgestart en in dienst gezet worden.

De motor stopt
Na het stopcommando ingedrukt te hebben, keert de schakelaar automatisch terug maar de startstand "I".
5.2 CHOKEKNOP (STARTER)
Dit worden gebruikt om de motor koud op te starten. De Starter heeft twee posities:

Positie A (Afb. 11.A) - De choke is uitgeschakeld (normale werkung en warm starten).

Positie B (Afb. 11.B - De choke is ingeschakeld (voor koud starten).
5.3 TOETS VOORINSPUITING (PRIMER)

Druk op de rubberen toets van de voorinspuiting om brandstof in de zuigcollector van de carburator te spuiten, en zo het opstarten van de motor te vereenvoudigen (Afb. 12.A).
5.4 BEDIENING REDUCEERKLEP (ENKEL VOOR MODEL SP 526)
Druk op de klep (Afb. 13.E) om de compressie in de cilinder te verminderen zodat de machine gemakkelijker kan opstarten.
5.5 HENDEL VERSNELLING
Staat toe de snelheid van de ketting te regelen.
De versnellingshendel (Afb. 12.B) kan enkel ingeschakeld worden indien
tegelijkertijd de blokkeringshendel van de versnelling ingedrukt worden (Afb. 12.C).
De juiste werksnelheid worden verkreten met de bedieningshendel van de versnelling (Afb. 12.B) aan het einde van de loop.
5.6 BLOKKERINGSHENDEL VERSNELLING
De blokkeringshendel van de versnelling (Afb. 12.C) staat toe de versnellingshendel in te schakelen (Afb. 12.B).
5.7 HANDVAT VOOR HANDMATIGE START
Dit staat de handmatige start van de motor toe (Afb. 11.D).
5.8 KETTINGREM
Dit is een veiligheidsrem die de beweging van de ketting blokkeert in geval van terugslag (kickback)ijdens het werk. Terugslagen vindenplaats na een abnormaal contact van de punt van de staaf, met een krachtige verplaatsing maar boven, die de hand gegen de voorste bescherming doet stoten (Afb. 1.D). Om de kettingrem uit te schakelen,要去 men deze handmatig ontgrendelen.

Kettingrem uitgeschakeld. Dit gebeurt wonneer de voorste handbeveiliging (Afb. 1.D) van de hand volledig awhileit getrokken is, maar de voorste handgreep toe, tot u een klik hoor.

Kettingrem ingeschakeld. Dit gebeurt wanner de voorste handbeveiliging (Afb. 1.D) volledig vooruit geduwd is.
De machine nicht gebruiken indien de kettingrem nicht correct werkt. Neem voor de nodige controles contact op met uw Verkoper.
6. GEBRUK VAN DE MACHINE
BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen+zijn beschreiben in chfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Alvorens te beginnen met werken dienen er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zich dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen.
BELANGRIJK De machine worden geleverd met de reservoirs van het mengsel en van de smeerolie van de ketting leeg.
6.1.1 Brandstof bijvullen
Vul brandstof bij vooraleer de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen voor Voorbereiding van het mengsel, voor de werkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van brandstof, zie par. 7.3.
6.1.2 Smeerolie hetting bijvullen
Vul smeerolie voor de ketting bij alvorens de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van olie, zie par. 7.4.
6.1.3 Controle van de hettingspanning
Voer alle handelingen uit bij uitgeschakelde motor.
Steeds stevige werkhandsschoenen dragen.
Controller de spanning van de ketting. Om te controlleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels Niet uit hun geleider komen wanner de ketting halverwege het blad vastgenomen worden (Afb. 10).
Om de spanning van de ketting te regelen:
- draai de moeren van de carter los met behulp van de meegeleverde sleutel;
- verstel de schroef van de kettingspanner waar behoren (Afb. 8.A) tot de ketting degelijk is opgespannen.
- houd het blad omhoog en draai de moeren van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 9).
Werk nicht met een ketting die te los zit, om geen gevaarlijke situatives te creeren wanner de ketting uit de geleiders van het blad komt.
BELANGRIJK Tijdens de eerste gebruiksperiode, moet deze contrôle vaker uitgevoerd worden, wegens de aanpassing van de ketting.
6.1.4 Voorbereiding van de machine voor het werk
Antiviries-inrichting
Bij gebruik van de kettingzaag bij temperaturen van minder dan +5^ , moet men de antivriesinrichting instellen alvorens de machine op te starten om te vermijden dat er zich ijs vormt in de carburator, wat zou leiden tot een lager vermogen van de motor of een onregelmatige werkung van de motor.
De machine is voorzien van een ventilatieluikje op het deksel van de cilinder, zodate de warme lucht waar de motor kan gaan.
Bij normale condities (temperatureen hoger dan +5^ C), moet men de machine met de gewone werkwijze gebruiken, d.w.z. zoals ze afgesteld werden tijdens de productie.
Om over te gaan van de werkwijze "Normaal" maar de werkwijze "Antivries" (en omgekeerd):
- de machine stopzetten (par. 6.6):
- het deksel (1) van de luchtfilter en de luchtfilter zich (2) verwijden(par. 8.2);
3.a in de modellen SP 386, SP 426:
- haal het antivirusies-dopje van zich zitting aan de rechterkant van het deksel van de cilinder (Afb. 14.A);
- verdraai het antivirusiesdopje zodat het symbool «SNEEEUW» maar beneden gericht is en zodat het ventilatieluiikje open is (Afb. 14.B);
3.b in de modellen SP 466, SP 526:
- draai de schroeven die het deksel van de cilinder bevestigen, los (Afb. 15.A) (2 schroeven aan de binnen- en buitenkant van het deksel) en verwijder het deksel van de cilinder (Afb. 15.B);
- haal het antivirusiesdopje van zich zitting (Afb. 16.A), in het midden en aan de achterkant van het deksel van de cilinder (Afb. 16.B);
- verdraai het antivirusiesdopje zodat het symbol «SNEEUW» maar beneden gericht is (Afb. 17.A) zodat het ventilatieluiikje open blijft (Afb. 17.B);
-
hermonteer het deksel van de cilinder.
-
hermoneer de luchtfilter en zichn deksen (par. 8.2).
OPMERKING In geval van begruik van de machine in de werkwijze antivries bij temperaturen vaneer dan +5^ ,kunnen er zich moeilijkheden voordoen bij het opstarten van de motor en kan de motor maybeik nicht aan de juiste sleid herd werken. Controller dus steeds of de machine weer op normale werking ingesteld werden (antivriesdopje aan de kant met het symbol «ZON» en ventilatieluiikje gesloten) wanner er geen gevaar voor de vorming van ijsmeer is.
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Voer de volgende veiligheidscontrolesuit en controllerer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen.
Voer steeds de veiligheidscontrolesuit vooraleer de machine te gebruiken.
Voer steeds een dagelijkse controle uit van de machine alvorens deze te gebruiken, na een val of na andere stoten om eventuele schade of belangrijke defecten te ontdekken.
6.2.1 Algemene controle
| Object Resultaat | |
| Handgrepen en beschermingen (Afb. 1.B - 1.E) | Schoon, droog, zonder sporen van olie en vet, en correct en stevig aan de machine bevestigd. |
| Schroeven op de machine en op het blad | Goed vastgedraaid (niet los) |
| Geleidend blad (Afb. 1.F) | Correct gemonteerd. |
| Ketting (Afb. 1.G) Scherp | , nicht beschadigd of versleten, correct gemonteerd en opgespannen. |
| Luchtfilter (Afb. 38.B) Schoon | |
| Elektrische kabels en kabel bougie | Integer om het ontstaan van vonden te vermijden. |
| Dop bougie (Afb. 31.A) | Integer en correct op de bougie gemonteerd |
6.2.2 Test werking van de machine
| Actie Resultaat | |
| De machine opstarten (par. 6.3) | De ketting (Afb. 1.G) mag nicht bewegen wanner de motor aan het minimumtoerental draait. Δ Gebruik de machine Niet als de ketting beweegt met de motor op het laagste toerental; neem in dit geval contact op met uw verkoper. |
| Gelijktijdig de bedieningshendel van de versnelling (Afb. 12.B) en de blokkeringshendel van de versnelling inschakelen (Afb. 12.C). | De beweging van de hendels moet vrij়,+zonder verklemmingen. De ketting beweegt. |
| Laat de versnellingshendel (Afb. 12.B) en de blokkeringshendel van de versnelling los (Afb. 12.C) | De hendels要去 automatisch en snelাer maar de neutrale stand keren,de motor要去 snel aan het minimumtoerental gaan draaien en de ketting要去 stoppen. |
| Schakel de versnellingshendel in (zonder de blokkeringshendel in te drukken) (Afb. 12.B) | De versnellingshendel blijft geblokkeerd. |
| Schakel de schakelaar voor start/stop van de motor aan (Afb. 11.C) | De schakelaar要去 gemakkelijk van de ene�er de andere positie gaan en wanneer hij losgelaten worden,moet hij automatisch terug�aarde startpositie gaan. |
| CONTROLE VAN DE KETTINGREM1. De machine opstarten (par. 6.3 ):2. De handgerepen stevig met beiden handen vastnemen.3. De versnelling inschakelen om de ketting in beweging te houden, de voorste handbeveiliging vooruit duwen, met de rug van de linkerhand (par. 5.7 ). | 3. De ketting要去 onmiddelijk stilvallen.Na het stilvallen van de ketting, onmiddelijk de versnellinghendel loslaten en de kettinguitschakelen (par. 5.7). |
Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabel, mag de machine Niet gebrukt worden! Breng de machine maar een Dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.
6.3 STARTEN
BELANGRIJK Er is een label op de machine
aangebracht (afb 2) dat de belangrijkste
fasen van het opstarten samenvat.
Dit label dient als snelle gids, en verrangt
de hierna beschreiben procedures nicht.
Alvorens de machine op te starten:
- Zet de machine stabel op de grond.
- Verwijder de bladbescherming (Afb. 1.K) en de bescherming van de pal (Afb. 1.J) (indien gezruikt).
- Verzeker u ervan dat het blad en de ketting Niet in aanraking komen met de grond of andere voorwerpen.
- Verzeker u ervan dat de kettingrem ingeschakeld is (par. 5.7).
BELANGRIJK Om te voorkomen dat de startkabel breekt, worden er Niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw nicht langs de rand van de opening van de kabelgeleider schuren en LAST de handgreep geleidelijk aan los, om te voorkomen dat de kabel op ongecontroleerde wijze waar binnen schiet.
BELANGRIJK Wikkel de startkabel nooit rond uw hand.
Start de kettingzaag nooit door ze te soften vallen en ze aan de startkabel vast te houden. Deze werkwijze is uiterst gevaarlijk, aangezien men zo volledig de controle van de machine en van de ketting verliest.
OPMERKING De schakelaar bevindt zich steeds in startpositie (par. 5.1).
6.3.1 Start met koude motor
Met start bij koude motor worden bedoeld een start na minstens 5 minutes dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof.
- Schakel de starter in, door de hendel\ haar stand «B» te brengen (Afb. 11.B).
-
Druk 6 maal op de toets voor de Voorinspuiting (Afb. 12.A) om de carburator gemakkelijker in te schakelen.
-
Enkel voor model SP 526: Druk op de redueerklep (Afb. 13.E).
OPMERKING Na het opstarten van de motor keert de klep onmiddelijk waar maarhaar oorspronkelijke positie.
- Houd de machine stevig gegen de grond, met een hand op de voorste handgreep en een voet in de achterste handgreep, omijdens de start Niet de contrôle te verliezen over de machine (Fig. 18).
Indien machine nicht stevig
vastgehonden worden, kan de gebruiker door de duwkracht van de motor het evenwicht verliezen of zou het blad gegen een hindernis of de gebruiker zich gericht konnen worden. - Trek de handgreep voor het opstarten langzaam 10-15 cm aan tot u een zekere watstand gewaarwordt. Trek er dan nog 4 keer aan tot de machine in gang schiet. In deze fase start de motor Niet.
BELANGRIJK Trek Niet meer dan 4 keer aan de handgreep.
- Schakel de starter uit (Afb. 11.A), door de hendel maar stand «A». te brengen.
- Trek opniewa an de handgreep voor het opstarten tot de motor normal in gang komt.
- Zodra de motor opgestart is, schakelt men de versnellingshendel (Afb. 12.B) en de blokkeringshendel (Afb. 12.C) van de versnelling kort tegelijkertijd in, om de inrichting voor voor-versnelling uit te
schaken. Laat de motor gedurende 10-15 seconden aan het minimumtoerental draaien.
- Schakel de hettingremuit (par. 5.7).
BELANGRIJK Vermijd de motor aan een hoog toerental te latent draaien met de rem van de ketting ingeschakeld; dit kan een oververhitting en beschadiging van de koppeling veroorzaken.
- Laat de motor minstens 1 minuut op het minimumtoerental draaien vooraleer de machine te gebruiken.
BELANGRIJK Indien de handgreep van de startkabel herhaaldelijk bediend worden met de starter ingeschakeld, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijk worden. In geval van flooding van de motor (zie par. 15.5).
6.3.2 Start bij warme motor
Voor de start bij warme motor (onmiddelijk na het stoppen van de motor):
- Druk 6 maal op de toets voor de Voorinspuiting (Afb. 12.A) om de carburator gemakkelijker in te schakelen.
- Enkel voor model SP 526:
Druk op de reduceerklep (Afb. 13.E).
OPMERKING Na het opstarten van de motor keert de klep onmiddelijk weer maarhaar oorspronkelijke positie.
- Schakel de starter in (positie «B» - par. 5.2) en onmiddelijk waaruit (positie «A» - par. 5.2); zo worden de inrichting voor voor-versnelling ingeschakeld.
- Volg de punten 4 - 7 - 8 - 9 van de vorige werkwijze (par. 6.3.1).
6.4 HET WERKEN
Wanner u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt afzagen, moet u eerst:
- een specifieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap;
- de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben;
- oefenen op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken.
Doe als volgt om met de machine te werken:
-
Schakel steeds de kettingrem uit alvorens de versnelling in te schakelen.
-
De machine要去 alsijd stevig vastgehonden worden met beiden handen, met de linkerhand op het voorste handgreep en de rechtterhand op dechterste, onafhankelijk van het feit of de bediener eventueel linkshandig is.
Leg de machine onmiddelijk stil wanner de ketting zich tijdens het werk blokkeert.
6.4.1 Controlesuit te voeren tijdens het werken
6.4.1.a Controle van de kettingspanning
Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging. De spanning moet dus regelmatin gecontroleerd worden (par. 6.1.3).
6.4.1.b Controle van de oliestroom
BELANGRIJK De machine nicht gebruiken
zonder smering! Het oliereservoir kan
bijna volledig leeg+zijn telkens wanner
de brandstof oprakt. Zorg ervoor dat het
oliereservoir aangevuld worden telkens wanner
brandstof bijgevuld worden (par. 7.4).
Zorg ervoor dat het blad en de ketting goed op hunplaats zitten wanneer de olietoevoer gecontroleerd worden.
Schakel de motor in (par. 6.3), houd het toerental Niet te hoog en controllerer of de olie van de ketting verspreid worden zoals aangegeven op de afbeelding (Afb. 19).
De stroom van de olie van de ketting kan afgesteld worden door met een schroevendraaier de schroef voor afstelling van de pomp te verdraaien (Afb. 20.A), aan de onderkant van de machine.
Dit symbolism identificiert de regelaar van de oliepomp:

Draai met de schroevendraaier\ aar de stand "+" om de stroom\ van de olieaar\ de ketting te\ vermeerden;\ draai de schroef\ aar de positie\ "- " om de stroom\ te verminderen.
6.4.2 Werktechnieken
6.4.2.a Een boom sneoien
Zorg ervoor dat de zone waar in de takken zullen vallen vrij is.
- Ga aan de zichte gegenover de af te zagen tak staan.
- Begin met de laagste takken en werk zo maar de hogere takken toe.
- Zaag van bovenaar beneden, om te voorkomen dat het blad vastraakt(Afb. 21).
6.4.2.b Een boom vellen
Als twee ofmeer personen tegelijk aan het vellen en doorzagen zich, dan要去en deze werkzaamheden op verschillendeplaatsen gebeuren, op een afstand van minstens 2,5 maal de hoogte van te vellen boom. Vel geen bomen indien dit gezaren kan veroorzaken brengen voor mensen, indien deBoom in aanraking kan komen met een elektriciteitsleiding of eender welke andere materiele schade kan veroorzaken. Als deBoom met een elektriciteitsleiding in aanraking mocht komen moet u meteen contact opnemen met het elektriciteitsbedrijf.
Voor een boom te vellen, moet men:
- rekening honden met de natuurlijke valrichting van de boom, met de kant waar de takken het grootstijken en met de windrichting om te+kunnen beoordelen hoe de boom gaat vallen.
- vuil, stenen, stukken schors, spijkers, nieten en draden van de boom verwijderen.
- de zone rond de boom vrijmaken en zorgen voor een goede staanplaats voor de voeten.
- gpaste vluchtwegen voorzien, vrij vanhindernissen; de vluchtwegen要去en zich op ongeveer 45^ in de richting tegenover de valrichting van de boom bevinden (Afb. 22) en een snelle vlucht van de bediener möglichk makeen maar een veilige plaats, op ongeveer 2,5 maal de hoogte van de boom .
- Blijf aan de bovenkant van het terrein waarop de boom waarschijnlijk za rollen of vallen na het vellen.
- Valkerf onderaan deBoom
- Volg de richtingstekens op de kettingzaag (Afb. 23.A), mik op een doel op de grond in de richting waarvan men de boom wenst te vellen (Afb. 23.B).
-
Sta rechts naast de boom,
achter de hettingzaag. -
Maak een inkeping met een diepte van 1/3 van de stam diameter, haaks op de valrichting (Afb. 24.A).
- Achterste velsnede
- Maak de anschterste velsnede op een positie van minstens 5 cm boven de horizontale velsnede (Afb. 24.B).
- Maak de achechterste velsnede zodanig dat er voldoende hout overblijft dat als scharnier dient (Afb. 24.C). Het hout van de scharnier belemmert het draaien van de boom en zorgt ervoor dat de boom Niet in de verkeerde richting valt. Maak geen sneden in de scharnier.
- Zonder het blad te verwijderen, worden de breedte van de scharnier geleidelijk aan kleiner gemaakt, tot deBoom omvalt.
- Als er gevaar bestaat dat de boom nicht in de gewenste richting valt of dat hij achefterover zou+kunnen hellen en zo de zaagketting zou+kunnen verbuigen, stop dan met zagen zonder de achechterste velsnede af te make n en gebruik houten, kunststof of aluminium wiggen (Afb. 24.D) om de snede te openen. Laat deBoom langs de gewenste vallijn vallen door met een knuppel op de wiggen te kloppen.
- Haal de machine uit de snede zodra de boom begint te vallen, zet de machine stil (par. 6.6),plaats ze op de grond en neem de voorziene vluchtweg. Pas op vallende takken en let op waar u loopt.
6.4.2.c Takken van een boom snoeien
Snoeien betekent de takken van een gevelde boom afzagen.
Let op de steunpunter van de tak op de grond, op de möglichkheid dat die in spanning staat, op de richting die de tak kan aannemenijdens het zagen en op de möglichke instabilititeit van de boom na het afzagen van de tak.
Als er takken gesnoeid worden要去 den grotere, onderste takken Niet afgezaagd worden om de stam te steunen.
Verwijder dekleine takken met een enkele klop (Afb.25.A).
U kunt het Beste de onder spanning staande takken vanaf de onderkant afzagen om te voorkomen dat de kettingzaag doorbuigt (Afb. 25.B).
6.4.2.d Doorzagen van een boomstam
Met doorzagen worden het dwars in stukken zagen van boomstammen bedoeld.
Het is belangrijk stevig op de grond te staan met uw gewicht gelijkmatig over beiden benen verdelijk. Indien möglichk, kurz u het Beste de boomstam omhoog zetten met behulp van takken, andere boomstammen of houtblokken.
Het doorzagen van een stam wordt vergemakkelijk door het gebruik van de pal (Afb. 1.l):
-
steek de pal in de stam, voer een hefboomkracht uit op de pal en LAST de machine een boogvormige beweging makez zodat het blad in het hout kan dringen (Afb. 26);
-
herhaal de handeling meerere keren indien nodig, door het steunpunt van de pal te verplaatsen.
- Boomstam op de grond
Als de boomstam over+zijn hele lenghte op de grond rust, dan要去hij van bovenaf doorgezaagd (bovenste zaagsnede) worden (Afb.27.A).
- Zaag tot ongeveer halverwege de diameter, rol de stam en maak het werk af aan de tegenoverliggende zichde.
- Op een enkel uiteinde steunende boomstam
Wanner de boomstam op een enkel uiteinde steunt
-
dient men 1/3 van de doorsnede van de onderste kant (onderste zaagsnede) door te zagen (Afb. 28.A);
-
daarna moet u van boven maar onder zagen waar de eerste zaagsnede toe (Afb. 28.B).
- Op beiden uiteinden steunende boomstam
Wanneer de boomstam op beiden uiteinden steunt:
-
dient men 1/3 van de doorsnede van boven af door te zagen (bovenste zaagsnede) (Afb. 29.A);
-
dan moet u de LASTSE snede uitvoeren, door 2/3 van de boomstam van onderaf doorzagen maar de eerste zaagsnede toe (Afb. 29.B).
- Hellende boomstam
Als er een boomstam op een helling doorgezaagd wordt, moet u.altijd boven de boomstam staan (Afb. 30).
Om de contrôle over de zaag nicht te verliezen als de boomstam bijna—helemaal doorgezaagd is, moet u de druk op de
zaagsnede verminderen zonder de grip op de handgrepen van de machine te verminderen. De machine mag de grond Niet raken.
6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK
OPMERKING Gedurende de eerste 6-8 werkuren van de machine, worden vermeden de hoogste toerentallen te gebruiken.
BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.6) tijdens verplaatsingen:tussen werkzones.
6.6 STOPPEN
- De versnellingshendel loslaten (Afb. 12.B) en LAST de motor gedurende enkele seconden aan het minimumtoerental draaien.
- Duw de schakelaar (Afb. 11.C) maar stand «O».
- Wacht tot de ketting stil staat.
Nadat de versnelling in de minimumstand gezet werk, moet enkele seconden gewacht worden vooraleer de ketting tot stilstand komt.
De motor kan onmiddelijk na het uitschakelen zeer warm�n. Niet aanraken. Gevaar op brandwonden.
6.7 NA HET GEBRUIK
- Haal de kap van de bougie (Afb. 31.A).
- Monteer de bladbescherming.
- Laat de machine afkoelen.
Draai de bevestigingsbouten van het blad los om de spanning van de ketting te verminderen. - Reinig de machine zorgvuldig van stof en afval en verwijder alle sporen van zaagsel of olie van de ketting.(par. 7.5, par. 7.6).
- Controller of er geen onderdelen los of beschadigd zich. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouteen aan.
BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.6), haal de kap van de bougie (Afb. 31.A) en monteer de bladbescherming elke keer wanner de machine onbewaakt gelaten wordt of wanner ze Niet gebruikt worden.
7. GEWOON ONDERHOUD
7.1 ALGEMEEN
BELANGRIJK De in acht te nemen
veiligheidsnormen zich beschreiben in
hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht
om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.
Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/ afstelling op de machine uit te voeren:
- Breng de machine;
- Wacht tot de ketting volledig stilstaat;
- Breng de bladbescherming aan, tenzij aan het blad zich gewerkt moet worden;
- Haal de kap van de bougie (Afb. 31.A);
- Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
- lees de desbeteffende instructies;
- Draag geschikte kledij, werkhandsschoenen en een beschemende bril;
- De frequentlys en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (zie hfdstk. 12). Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditiete lately behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en deijdnen waarop ze uitgevoerd要去en worden. Voer de desbetreffende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
- Het gebruik van Niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werkung en deeiligkeit van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letselsveroorzaakt door die producten.
- De originele wisselstukken worden geleverd door de geauthoriseerde Dienstcentra en wederverkopers.
- Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen要去en vernieuwd en nicht gerepareerd worden.
BELANGRIJK Alle werkzaamheden
voor onderhoud en afstelling die nicht in\ deze handleiding beschreiben zich,要去en\ uitgevoerd worden door uw Wederverkoper\ of door een gespecialiseerd Centrum.
7.2 BEREIDING VAN HET MENGSEL
Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waarvoor een(AP) mengsel van benzine en smeerolie gekrukt moet worden.
BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie verrallen.
BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.
7.2.1 Eigenschappen van de benzine
Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een octaangehalte van minstens 90 N.O.
BELANGRIJK Groene benzine zorgt
altijd voor wat afzettingen in hetrecipient
indien het longer dan 2 maanden bewaard
wordt. Gebruik altijd verse benzine!
7.2.2 Eigenschappen van de olie
Gebruik enkel synthetische olie
van uitstekende kwaliteit, voor
tweetaktmotoren, minimum JASO FC.
Bij uw Verkoper zichen beschikbaar
die speciala bestudeerd werden voor dit
type van motor en in staat+zijn om voor
een hoge bescherming te zorgen.
Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel
bij 2,5% ,d.w.z.1 deel olie voor 40 delen benzine.
7.2.3 Bereiding en Bewaring van het(AP)
De tabel geeft de hoeveelheden benzine en olie wee der gebruikt要去en worden voor de bereiding van het mengsel.
| Benzine Synthetische olie voor tweetaktmotoren | |
| liter liter | |
| 1 0,025 | |
| 2 0,050 | |
| 3 0,075 | |
| 5 0,125 | |
| 10 0,250 | |
Voor de bereiding van het mengsel:
- Doe ongeveer de helft van de benzine in een geschikte tank.
- Voeg er alle olie aan toe.
- Voeg de rest van de benzine toe.
- Sluit de dop en schud krachtig.
BELANGRIJK Het mensel is onderhevig aan veroudering. Bereid Niet te veel mensel, om afzettingen te voorkomen.
BELANGRIJK Zorg ervoor dat de recipiën van de benzine en het(AP)geen van elkaar anderschieren worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik.
BELANGRIJK Reinig de recipiën van de benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijden.
7.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF
Brandstof moet bijgevuld worden bij stilstaande machine en met de dop van de bougie losgemaakt.
Vooraleer bij te vullen:
- Schud de tank van het(AP)krechtig.
- Plaats de machine vlak en stabel, met de vuldop van het reservoir van het(AP)ngsel aan boven.
OPMERKING Op de dop van het reservoir van het(AP) Afb.32.A) vindt men het volgende symbol:

Mengreservoir
- Maak de dop van het reservoir en de zone rond de dop schoon om te voorkomen datijdens het bijvullen onzuiverheden terechtkomen in het mengsel.
- Open de dop van het reservoir voorzichtig om de druk geleidelijk aan af te lately.
- Vul bij gebruik makend van een trechter en vul het reservoir Niet tot aan de rand.
OPMERKING Tijdens het gebruik van de machine kan men de aanwezigheid van de brandstof in het reservoir nagaan aan de hand van het waarvoort bestemde venster (Afb. 32.B).
7.4 BIJVULLEN OLIERESERVOIR KETTING
OPMERKING Op de dop van het reservoir van het(AP) Afb.32.A) vindt men het volgende symbol:

Oliereservoir ketting
BELANGRIJK Gebruik alleen olie die specifiek bestemd is voor kettingzagen of hechtolie voor kettingzagen. Gebruik geen olie die onzuiverheden bevat, om de filter van het reservoir Niet te verstoppen en de oliepomp Niet onherroepelijk te beschaden.
Het gebruik van een olie van goede kwaliteit is van fondamenteel belang voor een efficiente smering van de snij-inrichtingen; een vuile olie of olie van slechte kwaliteit zal de smering in het gedrang brengen en de levensduur van de ketting en het blad verkorten.
Vul het oliereservoir steeds volledig (met behulp van een trechter) telkens wanneer brandstof bijgevuld worden; aangezien de inhoud van het oliereservoir dusdanig berekend is dat de brandstof erder dan de olie opgebruikt worden, worden voorkomen dat de machine zonder smeermiddel kan werken.
7.5 REINIGING VAN DE MACHINE EN VAN DE MOTOR
Na het werkken, worden de machine zorgvuldig vrijgemaaakt van stof en vuil.
- Om het risico op brand tot een minimum te herleiden: - houd de machine, en in het bijzonder de motor en de zone van de geluidsdemper vrij van resten van zaagsel, takken, bladeren of teveel vet; - reinig de vleugeltjes van de cilinder regelmatig met perslucht (Afb. 33).
- Om oververhitting en schade aan de motor te vermijden: -要去en de zuigroosters van de koellucht (Afb. 34) steeds schoon en vrij van zaagsel en afval gehonden worden.
- Houd het deksel van de koppeling vrij van zaagsel en vuil (Afb. 35), haal regelmatig de carters van de ketting (par. 4.2) en hermonteer ze correct na het onderhoud. Ongeveer elke 30 uren要去 het intern lager gesmeerd worden bij uw Verkoper.
7.6 REINIGING VAN DE KETTING
Verwijder, na ieder gebruik, alle sporen van zaagsel of olieresten van de ketting.
Indien de ketting erg bevuild is of indien er veel hars op aanwezig is, dient men de ketting te demonteren en deze gedurende enkele uren in een houder te leggen met een bijzonder reinigingsmiddel. Spoel hemervolgens af in schoon water en behandel hem met een geschikte anticorrosie-spray, Vooraleer hem weeer op de machine te monteren.
7.7 PIN VERGRENDELING KETTING
Controller de conditions van de vergrendelpin van de ketting voor ieder gebruik (Afb.1.H) en herstel ze indien ze beschadigd is.
7.8 MOEREN EN SCHROEVEN VOOR BEVESTIGING
- Controller, vòr ieder gebruik, of alle schroeven en moeren goed vastgeschroefd zichon om er zeker van te zichn dat alle machines in veilige gebruiksconditiones zichn.
- Controleer vòr ieder gebruik of de handgrepen stevig bevestigd+zijn.
8. BUITENGEWOON ONDERHOUD
8.1 SMEERGATEN VAN DE MACHINE EN HET BLAD
Verwijder, vòr ieder dagelijks geleruik, de carter van de koppeling (par. 4.2), demonteer het blad en controller of smeergaten van de machine (Afb. 36.A) en het blad (Afb. 36.B) Niet verstopt zichn.
8.2 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER
BELANGRIJK Het is essentieel dat de luchtfilter gereinigd worden, voor de goede werking en de levensduur van de machine. Werk nooit zonder filter of met een beschadigde filter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor.
De reiniging worden uitgevoerd elke 8-10 werkuren.
Om de filter te reinigen:
- Haak het lipje los (Afb. 37.A) en verwijder het deksel (Afb. 37.B).
-
Druk op de metalen vergrendeling van de luchtfilter tot u een klik hoor (Afb. 38.A).
-
Verwijder de luchtfilter (Afb. 38.B), kloper zachtjes op om het vuil te verwijderen en reinig hem met een zacht penseel.
- Indien de filter volledig verstopt is, moet men\ deze reinigen met schone brandstof. Indien\ er perslucht gebruikt worden, moet men de\ straal van binnen maar buiten richten(Afb. 39).
- Hermonteer de filter (Afb. 40.B), trek aan de metalen vergrendeling (Afb. 40.A) tot u de klik hoor waardoor de filter op+zijn positie geblokkeerd worden.
- Hermonteer het deksel (Afb. 41.A) let erop dat alle delen correct geplaatst worden in hun eigena huizingen van het deksel van de cilinder (Afb. 41.B).
- Haak het lipje eerst onderaan en dan bovenaan vast, tot u de klik hoor (Afb. 41.C).
8.3 KLOK VAN DE KOPPELING
Controleer maandelijks, bij uw Wederverkoper, de integritieit van de metalen band die de klok van de frictie omwikkelt. De band moet verrangen worden wanner hij versleten of cervormd is.
8.4 TANDWIEL KETTING
Controleer, bij uw Verkoper, regelmatig de staat van het kettingwiel en verrang het wanner het de aanvaardbare limieten overschrijdt.
Monteer geen neue ketting op een versleten viel en omgekeerd.
8.5 CONTROLE VAN DE BOUGIE
De bougie (Afb. 31.A) wordt toegankelijk door het deksel van de luchtfilter te verwijdersen (Afb. 37.B).
Periodiek worden de bougie gedemonteerd en gereinigd, door eventuele restjes te verwijderen met een metalen borsteltje (Afb. 42.A).
Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes (Afb. 42.B).
Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgeleverde sleutel.
De bougie要去 ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werkuren, verrangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.
8.6 STARTKABEL
De startkabel要去 door uw Verkoper verrangen.
worden bij de eerste tekenen van slijtage.
8.7 ONDERHOUD VAN DEGETANDE KETTING
Om redenen van veiligheid en officiënie, is het heel belangrijk dat de snij-inrichtingen goed scherp zich.
De ketting moet bijgeslepen worden wanner:
- Het zaagsel te veel op stof geglikt.
- Er meer kracht nodig is om te zagen.
- De snede nicht rechtlijnig is.
- Ermeertrillingenzijn.
- Er wordenmeer brandstof verbruikt.
Als de ketting nicht scherp genoeg is, neemt het risico op segenslag (kickback) toe.
BELANGRIJK Het is raadzaam het slijpen aan een gespecialiseerd centrum toe te vertrouwen, waar dit uitgevoerd kan worden met speciale apparatuur die zorgt voor een minimale verwijdering van materiaal en een constanteSliping van alle snijdende elementen.
8.7.1 Ketting aanscherpen
De ketting worden aangescherpt met behulp van daartoe bestemde vrijlen met ronde doorsnede en een diameter die specifiek is voor elk type van ketting (zie "Tabel Onderhoud Ketting" hfdstk. 14). Het aanscherpen vergt een goede handigheid en ervaring, om de snijdende elementen nicht te beschadigen.
Om de ketting te slijpen:
- Stop de machine (par. 6.6).
- Schakel de kettingremuit (par.5.7).
- Blokveer het blad stevig met de ketting gemonteerd (Afb. 43.A), en verzeker uervaan dat de ketting vrij kan glijden.
- Span de ketting indien die te los zit (par. 6.1.3).
- Plaats de vijl in de holte van de tand, met een constante helling ten opzichte van het profiel van het mes (Afb. 43.B). Het gebruik van een slijpplaat vergemakkelijk de beweging van de vijl (Afb. 43.C).
- Voer slechts enkele passages met de vijluit en uitsluitend vooruit. Herhaal de handeling op alle snijdende elementen, metdezelfderingrichting (aar rechts of maar links).
- Keer de positie van het blad om in de klem en herhaal de handeling op de overige elementen.
- Controller of de beperkingstand (Afb. 43.D) overeenstemt met de niveaus aangegeven in de "Tabel Onderhoud Ketting" (Hfdstk. 14)
en vijl het eventueel overbodige deel weg met een vlakke lijm, en rond het profiel af.
- Na het vijlen worden alle vijlsporen en het vrijstof verwijderd. Smeer de ketting in een oliebad.
8.7.2 Vervanging van de getande hetting
De ketting worden verrangen wanner:
- de lenghte van het snijdend element 5 mm of minder bedraagt (Afb. 43.E);
- de speling van de schakels op de klinknagels te groot geworden is.
- de snijnselheid traag is en herhaald aanscherpen de snijnselheid nicht verbeteren. De ketting versleten is.
BELANGRIJK Na de verranging van de ketting, moet men de spanning ervan vaker controeren, omwille van de aanpassing van de ketting.
8.8 ONDERHOUD VAN HET BLAD
Alle handelingen die betrekking hebben op het blad vergen een specifieke vaardigheid, naast het gebruik van speciala gereedschap om deze handelingen volgens de regels van de kunst uit te voeren;uit veiligheidsoverwegingen, neemt u.altijd het best contact op met uw Verkoper.
Om een asymmetrische slijtage van het blad te voorkomen, moet.Deze regelmatig omgedraaid worden.
Om de efficiëntie van het blad in stand te houden, is het noodzakelijk:
- de lagers van de overbrenging (indien aanwezig) te smeren met een daartoe bestemde (niet meegeleverde) spuit.
- de inkeping van het blad te reinigen met een schraapstaal (niet meegeleverd) (Afb. 44.A);
- de smeergaten te reinigen (Afb. 44.B);
- met een platte vrij (niet meegeverd) de braam van de zijkanten te verwijderen en eventuele niveauverschillen:tussen de geleiders te compenseren.
8.8.1 Vervanging van het blad
Het blad worden verrangen wanner:
- de diepte van de inkepingkleiner blijdt dan de hoogte van de sleepschakels (die nooit de bodem mogen raken);
- de binnenwand van de geleider zodanig versleten is dat de ketting lateraal gaat overhellen.
8.9 REGELING VAN HET MINIMUMTOERENTAL
Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zijn minimumtoerental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen (par. 8.11).
8.10 REGELING VAN DE CARBURATOR
De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de Beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimaleuitstoot van schadelijke gassen,overeenkomstig de geldende normen.
In geval van schaarse prestaties, wendl u zich tot de Verkoper voor een controle van de brandstoffevoer en de motor.
Regelingen van de carburator:
T = regeling van het minimumtoerental
L = regeling mengeling lage snelheid
H = regeling mengeling hoge snelheid
9. STALLING
BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens de berging in acht genomen moeten worden, zich beschreiben in par. 2.4. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.
Indien de machine langer dan 2-3 maanden opgeborgen要去 blijven,要去 een,aantal voorzorgsmaatregelen getroffen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen.
Alvorens de machine op te bergen:
- Draai de twee moeren van de carter van de koppeling los, demonteer de carter en verwijder de het blad.
- Ledig het oliereservoir, vul met ongeveer 100-120 cc specifiek reinigingsvloeistof en herplaats de dop.
- Hermonteer de carter, zonder de moeren vast te draaien.
- Start de machine en houd de motor in versnelling tot het reinigingsmiddel op is.
- Zet de motor op de laagste snelheid om alle brandstof die in het reservoir en in de carburator gebleven is, op te gebruiken.
- Laat de motor afkoelen.
-
Verwijder de bougie.
-
Giet in de opening van de bougie een lepel (verse) olie voor tweetaktmotoren.
- Trek verschillende keren aan de handgreep voor opstarten om de olie goed te verdelen in de cilinder.
- Hermonteer de bougie met de zuiger aan het bovenste dood punt (zichtbaar vanuit het gat van de bougie wanner de zuiger aan de eindaanslag gekomen is).
- Reinig de machine zorgvuldig.
- Controller of de machine geen schade vertoont. Contacteer, indien nodig, het geauthoriseerde Dienstcentrum.
-
De machine opbergen:
-
in een droge ruimte
-beschermd gegen slechte weersomstandigheden
-met de bladbescherming correct gemonteerd - buiten bereik van kinderen.
- na zich ervan verzekerd te hebden de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gezruikt werden, verwijderd te hebben.
Wanner de machine weer in Werking gezet worden:
- Verwijder de bougie.
- Trek enkele keren aan de handgreep voor opstarten om de overtollige olie te verwijderen.
- Controller de bougie (par. 8.5).
- Bereid de machine voor (par 4.2, hfdstk. 6).
10. HANTERING EN TRANSPORT
Wanner men de machine hanteert of verplaatst, moet men:
- Stop de machine (par. 6.6).
Wacht tot de ketting stil staat. - Haal de kap van de bougie (Afb. 31.A).
-Monteer de bladbescherming. - De machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden;
Wanner men de machine met een wagen vervoert, moet men:
- de machine zoplaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt
- ze stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat ze Kantelt en zo eventueel beschadigd kan worden of dat er brandstof zou+kennen lekken.
11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN
Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kuren gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kuren verrichten, die de gebruiker zich kan uitvoeren. Alle afstelingen en onderhoudshandelingen die nicht beschreiben zijn in deze handleiding要去en uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct UIT te voeren, met respect voor het oorspronkelijkiveau van veilighed van de machine. Handelingen die in Niet geschikte structuren of door onbekwame Personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aanspraelijkheid van de Fabrikant verrallen.
- Enkel de geauthoriseerde Dienstcentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geauthoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden special voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zichniet goedgekeurd, het gebruik van nicht
originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
- Men raadt aan de machine eens peraar aan een geauthoriseerd Dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.
12. GARANTIEDEKKING
De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker要去 aanachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is.
De garantie geldt nicht voor schade te wijten aan:
- Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie.
- Onoplettendheid.
- Onjuist of nicht toegestaan gebruik en montage
- Gebruik van Niet originele wisselstukken.
- Gebruik van toebehoren dat Niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werk.
Deze garantie geldt bovendien nicht voor:
- De normale slijtage van verbruiksmaterialiaal zoals snij-inrichtingen, veiligheidsbouteen.
- Normale slijtage
De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zich eigend land. De rechten van de koper die voorzien zich in de nationale wetten van zich eigend land zich op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.
13. TABEL ONDERHOUD
| Ingreep Frequentie Paragraf | |||
| Eerste\ keer | Vervolgens om de | ||
| MACHINE | |||
| Controle van alle bevestigingen | - Voor eender welt gebruik 7.8 | ||
| Veiligheidscontroles / Controle van de commando's | - Voor eender welt gebruik 6.2 | ||
| Controle vergrendelpin ketting | - Voor eender welt gebruik 7.7 | ||
| Controle van de smeergaten van de machine en het blad | - Voor eender welt dagelijks gebruik | 8.1 | |
| Algemene reiniging en controle | - Aan het einde van ieder gebruik | 7.5 | |
| Reinigung van de ketting | - Aan het einde van ieder gebruik | 7.6 | |
| Invetten intern lager klok koppeling | - 30 werk kuren 7.5* | ||
| Controle klok van de koppeling | - Eenmaal per maand 8.3* | ||
| Controle tandwiel ketting | - Eenmaal per maand 8.4* | ||
| Onderhoud ketting | - - 8.7, 14 | ||
| Onderhoud blad | - - 8.8 | ||
| MOTOR | |||
| Controle/bijvullen brandstof | - Voor eender welt gebruik 7.3. | ||
| Bijvulleniveau olie ketting | - Bij iedere bijvulling van brandstof | 7.4. | |
| Algemene reiniging en controle | - Aan het einde van ieder gebruik | 7.5 | |
| Reinigung van de luchtfilter | 8-10 uren / na ieder seizoen 8.2 | ||
| Reinigung van de bougie | - 10 uren / na ieder seizoen 8.5 | ||
| Bougie verrangen | - 100 uren / na ieder seizoen 8.5 | ||
- Handeling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum要去 uitgevoerd worden.
14. LABEL ONDERHOUD KETTING
| Steek ketting | Niveau begrenzertand (a) Diameter vijl (d) | ||||
| a | d | ||||
| duim | mm | duim | mm | duim | mm |
| 3/8 Mini | 9,32 | 0,018 | 0,45 | 5/32 | 4,0 |
| 0,325 | 8,25 | 0,026 | 0,65 | 3/16 | 4,8 |
| 3/8 | 9,32 | 0,026 | 0,65 | 13/64 | 5,2 |
| 0,404 | 10,26 | 0,031 | 0,80 | 7/32 | 5,6 |
De babel geeft de gegevens aan voor het aanscherpen van de verschillende soorten ketting, zonder dat dit betekent dat men andere kettingen mag gebruiken dan de gehomologeerde kettingen, die vermeld zich in de "Tabel voor de correcte combinatie van blad en ketting".
15. IDENTIFICATIE PROBLEMEN
| PROBLEM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
| 1. De motor start nicht of blijft nicht draaien | De startprocedure is nicht correct. | Volg de instructies (par. 6.3) |
| De bougie is vuil of de afstand:tussen de elektroden is nicht gegast | Controler de bougie (par. 8.5). | |
| Verstopte luchtfilter | Reinig en/of verrang de filter (par. 8.2). | |
| Antivries-inrichting nicht correct gemonteerd | Controler de montagepositie (par. 6.1.4) | |
| Brandstofproblemen | Contacteer het geauthoriserde Dienstcentrum. | |
| PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING | ||
| 2. De motor start maar heeft weinig vermogen. | Verstopte luchtfilter Reinig en/of ve | vang de filter (par. 8.2). |
| Brandstofproblemen Contactor het geauthoriserde dienstencentrum. | ||
| 3. De motor werkkt onregelmatig of有多么 geen vermogen bij belasting | De bougie is vuil of de afstandussen de elektroden is Niet gespast | Controler de bougie (par. 8.5). |
| Problumen aan blad en ketting Control | troleer of de ketting vrij draaait en de geleiders van het blad Niet verrormdijken. | |
| Brandstofproblemen Contactor het geauthoriserde dienstencentrum. | ||
| 4. De motor maakt teveel rook | Verkeerde samenstelling van het(AP) | Bereid het(AP) |
| Brandstofproblemen Contactor het geauthoriserde dienstencentrum. | ||
| 5. Flooding motor | De startknop werden meerdere malen ingedrukt met de starter ingeschakeld. | Controler de bougie (par. 8.5) en trek zachtjes aan de handgreep van de startkabel (Afb. 11.D) om het teveel aan brandstof te verwijdersen, droog verzolgens de elektrden van de bougie af en hermonteer op op de motor. |
| 6. De olie komt nicht vrij | Slechte kwaliteit van olie Ledig het | reservoir bij koude motor, spoel het reservoir en de pijpleidingen met reinigingsvloeistof en verrang de olie. |
| Smeeropeningen verstoet Reiniger | (cap. 8.1) | |
| 7. De ketting beweegt terwijl de motor aan het minimumtoerental draait. | Verkeerde afstelling van de carburatie | Contacteer het geauthoriserde dienstcentrum. |
| 8. De machine begint op abnormale wijze begint te trillen | Beschadiging of losgekomen delen | Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 31.A). Controler eventuele beschadigingen. Controler of er delen losgekomen zich en schroef ze weeer vast. Voer de controles, verrangingen of herstellungen uit bij het geauthoriserde centrum. |
| 9. De machine is op een vreemd voorwerp gestoten. | Beschadiging of losgekomen delen | Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 31.A). Controler eventuele beschadigingen. Controler of er delen losgekomen zich en schroef ze weeer vast. Voer de controles, verrangingen of herstellungen uit bij een geauthoriserde centrum. |
Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
16. TOEBEHOREN
De "Tabel voor de correcte combinatie van blad en ketting" bevat de lijst met alle maybe combinaties tussen staaf en ketting, met vermeling van diegene die op elke machine gezruikt+kennen worden, aangegeven met het symbol "✓". Dezelfde tabel verschaft bovendien de kenmerken van de gehomologeerde kettingen en staven voor iedere machine.
Gebruik voor de wisselstukken enkel de bladen en kettingen die in de tabel zich aangegeven. Het gebruik van Niet goedgekeurde combinaties kan leiden tot ernstige persoonlijke letsels en schade aan de machine.
Daar de gebruikeraar eigen oordeel besluit welke blad en ketting onder de verschillende gebruiksomstandigheden te kiezen, toe te passen en te gebruiken, neemt hij dan ook zelf de waaruit voortkomende verantwoording op zich voor iedere willekeurige schade die daardoorveroorzaakt wordt. In geval van twijfel of geringe kennis van de specificiteit van iedere blad of ketting, moet u contact opnemen met uw eigen verkoper of met een gespecialiseerd tuincentrum.
INNHOLD
- GENERELT 1
- SIKKERHETSBESTEMMELSER 2
- BLI KJENT MED MASKINEN 4
Echipamente individuale de protectie (EIP)
Purtati intotdeauna manusi de protectie rezistente.
NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandelieiding werden gerealiseerd voor rekening van STIGA S.p.A. en zijn beschermd door het autoursrecht – Elke Niet-geautoriserde reproductie of wijziging, ook gedeelijike, van het document is verboden.