SCW 70 - Zaag HILTI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SCW 70 HILTI in PDF-formaat.

📄 282 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs 🖨️ Afdrukken
Notice HILTI SCW 70 - page 82
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HILTI

Model : SCW 70

Categorie : Zaag

SKIP

Veelgestelde vragen - SCW 70 HILTI

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCW 70 - HILTI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCW 70 van het merk HILTI.

GEBRUIKSAANWIJZING SCW 70 HILTI

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 02OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING SCW 70/ WSC 7.25‑S Handcirkelzaag Lees de handleiding vóór het eerste gebruik beslist door. Bewaar deze handleiding altijd bij het appa- raat. Geef het apparaat alleen samen met de hand- leiding aan andere personen door. Inhoud Pagina1 Algemene opmerkingen 782 Beschrijving 793 Gereedschap, toebehoren 814 Technische gegevens 815 Veiligheidsinstructies 826 Bediening 867 Verzorging en onderhoud 888 Foutopsporing 899 Afval voor hergebruik recyclen 8910 Fabrieksgarantie op apparatuur 9011 EG-conformiteitsverklaring (origineel) 90 1 Deze nummers verwijzen naar afbeeldingen. De afbeel- dingen bij de tekst vindt u op de uitklapbare omslagpa-gina's. Houd deze bij het bestuderen van de handleidingopen.In de tekst van deze handleiding wordt met »het ap-paraat« altijd de handcirkelzaag SCW 70/ WSC 7.25-Sbedoeld.Onderdelen, bedienings- en indicatie-elementen 1 Aan-/uitschakelaar Extra handgreep Spindelblokkeerknop Binnenzeskantsleutel Zaaghoekschaal Spanhendel voor zaaghoekinstelling Klembout voor parallelaanslag Spanhendel voor zaagdiepte-instelling Zaagsnedemarkering 45° Zaagsnedemarkering 0° Parallelaanslag Pendelbeschermkap Grondplaat Beschermkap Aandrijfspil Bevestigingsflens Spanflens Spanbout Zaagdiepteschaal Bedieningshendel voor pendelbeschermkap Aansluitstuk (stofzuiger) Afstelling vooraf voor zaaghoek

LED Geleiderailadapter 2 Bevestigingsnok achter Bevestigingsnok voor 1 Algemene opmerkingen 1.1 Signaalwoorden en hun betekenisGEVAARVoor een direct dreigend gevaar dat tot ernstig letsel oftot de dood leidt.WAARSCHUWING Voor een eventueel gevaarlijke situatie die tot ernstig letsel of tot de dood kan leiden.ATTENTIEVoor een eventueel gevaarlijke situatie die tot licht letselof tot materiële schade kan leiden.AANWIJZINGVoor gebruikstips en andere nuttige informatie.1.2 Verklaring van de pictogrammen en overigeaanwijzingenWaarschuwingstekensWaarschu-wing vooralgemeengevaarWaarschu-wing voorgevaarlijkeelektrischespanning

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 02Gebodstekens Veiligheids- bril dragen Helm dragen Oorbescher- mers dragen Werkhand- schoenen dragen Licht stofmasker dragen Symbolen Vóór het gebruik de handleiding lezen Afval voor hergebruik recyclen Volt Wissel- stroom Nominaal nullasttoe- rental Omwentelin- gen per minuut Diameter Zaagblad Plaats van de identificatiegegevens op het apparaat Het type en het seriekenmerk staan op het typeplaatje van uw apparaat. Neem deze gegevens over in uw hand- leiding en geef ze altijd door wanneer u onze vertegen- woordiging of ons servicestation om informatie vraagt. Type: Generatie: 01/02 Serienr.: 2 Beschrijving

2.1 Gebruik volgens de voorschriften

Het apparaat is een handgeleide cirkelzaag. Het apparaat is bestemd voor zaagwerkzaamheden in hout of houtachtige materialen, kunststoffen, gipskarton, gipsvezelplaten en composietmaterialen tot een zaagdiepte van circa 70 mm en verstekhoeken van 0° tot 56°. Materialen die schadelijk zijn voor de gezondheid (bijv. asbest) mogen niet worden bewerkt. Het apparaat is bestemd voor de professionele gebruiker en mag alleen door geautoriseerd, onderricht personeel bediend, onderhouden en gerepareerd worden. Dit personeel moet speciaal op de hoogte zijn gesteld van de mogelijke gevaren. Het apparaat en de bijbehorende hulpmiddelen kunnen gevaar opleveren als ze door ongeschoolde personen onjuist of niet volgens de voorschriften worden gebruikt. De werkomgeving kan zijn: bouwplaats, werkplaats, renovatie, verbouw of nieuwbouw. Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt met de netspanning en -frequentie die op het typeplaatje staan aangegeven. Zaagbladen die niet voldoen aan de weergegeven karakteristieken (bijv. diameter, toerental, dikte) doorslijp- en slijpschijven en zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HSS‑staal) mogen niet worden gebruikt. Er mag geen metaal worden gezaagd. Gebruik het apparaat niet om knoesten en boomstammen af te zagen. Gebruik ter voorkoming van letsel alleen originele Hilti toebehoren en apparaten. Neem de specificaties in de handleiding betreffende het gebruik, de verzorging en het onderhoud in acht. Aanpassingen of veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan.

2.6 Inbegrepen bij de standaard leveringsomvang van de standaarduitrusting zijn:

1 Apparaat 1 Zaagblad 1Handleiding 1 Binnenzeskantsleutel 1 Parallelaanslag 1 Hilti kartonnen verpakking of koffer

2.7 Gebruik van verlengsnoeren

Gebruik alleen verlengsnoeren die voor de toepassing zijn toegestaan en een voldoende diameter hebben. Anders kan vermogensverlies van het apparaat en oververhitting van het snoer optreden. Controleer het verlengsnoer regelmatig op beschadigingen. U dient beschadigde verlengsnoeren te vervangen. Aanbevolen minimale diameters en max. snoerlengtes: Snoerdiameter 1,5 mm² 2,0 mm² 2,5 mm² 3,5 mm² Netspanning 110‑120 V 15 m 25 m Netspanning 220‑230 V 60 m 100 m Gebruik geen verlengsnoer met een snoerdiameter van 1,25 mm².

2.8 Verlengsnoer buiten

Gebruik buiten alleen voor dit doel goedgekeurde en overeenkomstig gekenmerkte verlengsnoeren.

2.9 Het gebruik van een generator of transformator

Dit apparaat kan door een generator of transformator van de bouwplaats worden gevoed, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: Het afgegeven vermogen in watt is minstens het dubbele van wat op het typeplaatje van het apparaat staat aangegeven, de bedrijfsspanning dient altijd binnen de +5% en ‑15% ten opzichte van de nominale spanning te liggen en de frequentie moet 50 tot 60 Hz en mag nooit meer dan 65 Hz bedragen, en er dient een automatische spanningsregelaar met aanloopversterking voorhanden te zijn. Bij gebruik van een generator/transformator in geen geval gelijktijdig andere apparaten aansluiten en gebruiken. Het in- en uitschakelen van andere apparaten kan onderspannings- en/of overspanningspieken veroorzaken, waardoor het apparaat beschadigd kan raken.

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 023 Gereedschap, toebehoren Toebehoren voor SCW 70 Omschrijving Beschrijving Parallelaanslag Geleiderail WGS 1400‑2B Geleiderailadapter Aanbevolen zaagblad voor SCW 70 Omschrijving Afkorting Zaagblad W-CSC 190x30 z24 A Aanbevolen zaagblad voor WSC 7.25-S Omschrijving Afkorting Zaagblad W-CSC 7 ¹⁄₄x⁵⁄₈ t24 GP 4 Technische gegevens Technische wijzigingen voorbehouden! Nominale spanning 100 V 110 V 220 V 230‑240 V Nominaal opgeno- men vermogen

1.430 W 1.550 W 1.700 W 1.700 W

Nominale stroom 15 A 15 A 8,1 A 7,5 A Netfrequentie 50…60 Hz 50…60 Hz 50…60 Hz 50…60 Hz AANWIJZING Dit apparaat voldoet aan de geldende norm onder de voorwaarde, dat de maximaal toegestane netimpedantie Zmax ophetaansluitpuntvandeschakelkastmethetopenbarenetkleinerdanofgelijk aan 0,370+j0,25 Ω is. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat om ervoor te zorgen, eventueel na overleg met het stroombedrijf, dat dit apparaat alleen wordt aangesloten op een aansluitpunt met een impedantie kleiner dan of gelijk aan Zmax. Apparaat

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 02AANWIJZING Het in deze aanwijzingen aangegeven trillingsniveau is overeenkomstig een in EN 60745 genormeerd meetproces gemeten en kan worden gebruikt voor een onderlinge vergelijking van elektrisch gereedschap. Het is ook geschikt voor een voorlopige inschatting van de trillingsbelasting. Het aangegeven trillingsniveau is representatief voor de belangrijkste gebruiksgebieden van het elektrisch gereedschap. Als het elektrisch gereedschap echter wordt gebruikt voor andere toepassingen, met afwijkende gereedschappen of als het onvoldoende wordt onderhouden, kan het trillingsniveau afwijken. Hierdoor kan de trillingsbelasting over de gehele gebruiksperiode duidelijk worden verhoogd. Voor een nauwkeurige inschatting van de trillingsbelasting moet ook rekening worden gehouden met de tijden waarin het apparaat is uitgeschakeld of weliswaar draait maar niet wordt gebruikt. Hierdoor kan de trillingsbelasting over de gehele gebruiksperiode duidelijk verminderen. Leg de overige veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de gebruiker tegen trillingen ook vast, zoals: Onderhoud van het elektrisch gereedschap en de gereedschappen, warmhouden van handen, organisatie van de werkzaamheden. Geluids- en trillingsinformatie voor SCW 70/ WSC 7.25-S(gemeten volgens EN 60745-2-5): Typisch A-gekwalificeerd geluidsvermogensniveau 100 dB (A) Typisch A-gekwalificeerd geluidsemissieniveau 89 dB (A) Onzekerheid voor het genoemde geluidsniveau 3 dB (A) Triaxiale vibratiewaarden (vibratievectorsom) Zagen in hout, a

2,5 m/s² Onzekerheid (K) 1,5 m/s² Informatie over het apparaat en het gebruik ervan Isolatieklasse Isolatieklasse II (dubbel geïsoleerd), zie de kenplaat 5 Veiligheidsinstructies

5.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen voor

WAARSCHUWING Lees alle aanwijzingen en veiligheidsvoorschrif- ten. Wanneer de veiligheidsvoorschriften en aanwij- zingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot ge- volg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en voorschriften goed. Het in de veiligheidsvoorschrif- ten gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrische gereedschappen met net- voeding (met aansluitkabel) en op accu-aangedreven elektrische gereedschappen (zonder aansluitkabel).

5.1.1 Veiligheid op de werkplek

a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk niet met het apparaat in een explosieve om- geving waarin zich brandbare vloeistoffen, gas- senofstoffenbevinden.Elektrische gereedschap- pen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.

5.1.2 Elektrische veiligheid

a) De aansluitstekker van het elektrisch gereed- schap moet in het stopcontact passen. De stek- ker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stek- kers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwar- mingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrisch gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrisch gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapsde- len. Beschadigdeofindewargeraaktekabelsver- groten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereed- schap werkt, dient u alleen verlengkabels te ge- bruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedge- keurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 02geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving absoluut noodzakelijk is, gebruik dan een lekstroomschakelaar. Het gebruik van een lekstroomschakelaar verkleint het risico op stroomschokken.

5.1.3 Veiligheid van personen

a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektri- sche gereedschap. Gebruik hetelektrisch gereed- schap niet wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een mo- ment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrisch gereedschap kan tot ernstig letsel leiden. b) Draag een persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een per- soonlijke beschermende uitrusting, zoals een stof- masker, slipvaste werkschoenen, een veiligheids- helm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, ver- mindert het risico op letsel. c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voor- dat u de stekker in het stopcontact steekt en/of de accu aanbrengt, of het gereedschap optilt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrisch gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschappen of schroefsleu- tels voordat u het elektrisch gereedschap inscha- kelt. Instelgereedschap of een sleutel in een draaiend deel van het gereedschap kan tot letsel leiden. e) Neem geen ongewone lichaamshouding aan. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte werkkleding. Draag geen loshan- gende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden en lange haren kun- nen door bewegende delen worden meegenomen. g) Wanneer stofafzuig- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuig- systeem kan de gevaren door stof beperken.

5.1.4 Gebruik en hantering van het elektrisch

gereedschap a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektri- sche gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaar- lijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of de accu uit het apparaat voordat u het gereedschap in- stelt, toebehoren wisselt of het apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld star- ten van het elektrisch gereedschap. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschap- pen buiten bereik van kinderen. Laat het gereed- schap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. e) Ga zorgvuldig met het elektrisch apparaat om. Controleer of bewegende delen correct functio- neren en niet vastklemmen en of onderdelen ge- broken of zodanig beschadigd zijn dat de werking van het apparaat nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren voordat u het appa- raat gebruikt. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen. f) Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzet- gereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, in- zetgereedschappen enz. zó als voor dit apparaat is voorgeschreven. Let daarbij op de arbeidsom- standigheden en de uit te voeren werkzaamhe- den. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

a) Laat het apparaat alleen repareren door gekwa- lificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrisch ge- reedschap in stand blijft.

5.2 Veiligheidsinstructies voor alle zagen

GEVAAR Kom nooit met uw handen in het zaagbereik en bij het zaagblad. Houd met uw tweede hand de extra greep of de motorbehuizing vast. Wanneer u de zaag met beide handen vasthoudt, kunnen uw handen geen letsel oplopen door het zaagblad. b) Kom niet met uw handen onder het werkstuk. Onder het werkstuk kan de beschermkap u niet tegen het zaagblad beschermen. c) Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er mag minder dan een volle tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar zijn. d) Houdhettezagenwerkstuknooitinuwhandof boven uw been vast. Borg het werkstuk aan een stabiele ondergrond. Het is belangrijk het werkstuk goed te bevestigen, om het gevaar van lichaamscon-

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 02tact, van het beklemd raken van het zaagblad of het verlies van controle te minimaliseren. e) Houd het apparaat alleen vast aan de geïso- leerde greepgedeelten, wanneer u werkzaamhe- den uitvoert waarbij het inzetgereedschap ver- dekte stroomleidingen of het eigen netsnoer kan raken. Het contact met een spanningvoerende lei- ding zet ook de metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning en leidt tot een elektri- sche schok. f) Gebruik bij het langszagen altijd een aanslag of een rechte kantgeleiding. Hierdoor wordt de zaag- precisie verbeterd en de mogelijkheid verkleind dat het zaagblad beklemd raakt. g) Gebruik altijd zaagbladen van de juiste grootte en met een passend opnameboorgat (bijv. stervor- mig of rond). Zaagbladen die niet bij de montage- onderdelen van de zaag passen, lopen onrond en leiden tot verlies van controle. h) Gebruik nooit beschadigde of verkeerde zaagblad-opsluitringen of -schroeven. De zaagblad-opsluitringen en ‑schroeven zijn speciaal voor uw zaag ontworpen, voor optimale prestaties en veiligheid.

5.2.2 Overige veiligheidsinstructies voor alle zagen

Terugslag - Oorzaken en bijbehorende veiligheids- voorschriften: Een terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van een zaagblad dat blijft haken, beklemd raakt of verkeerd is uitgelijnd. Dit leidt ertoe dat een ongecontroleerde zaag loskomt en zich buiten het werkstuk in de richting van de bediener beweegt; wanneer het zaagblad blijft haken of beklemd raakt in de zaagsnede, blokkeert het en wordt het apparaat door de kracht van de motor in de richting van de bediener teruggeslagen; wordt het zaagblad in de zaagsnedeverdraaid of verkeerd uitgelijnd, dan kunnen de tanden van de achterzijde van het zaagblad in het oppervlak van het werkstuk blijven haken, waardoor het zaagblad uit de zaagsnede komt en de zaag terugspringt in de richting van de bediener. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van de zaag. Dit kan door geschikte voorzorgs- maatregelen, zoals hierna beschreven, worden voorko- men. a) Houd de zaag met beide handen vast en breng uw armen in zo'n houding dat u de terugslagkrach- ten kunt weerstaan. Blijf aan de zijkant van het zaagblad en breng het nooit in één lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de cirkelzaag naar achteren springen. Wanneer de juiste maatregelen worden genomen, kan de bediener de terugslag- krachten echter onder controle houden. b) Wanneer het zaagblad beklemd is geraakt of u het werk onderbreekt, schakelt u de zaag uit en houdt u het apparaat stil op zijn plaats tot het zaagblad tot stilstand gekomen is. Probeer nooit de zaag uit het werkstuk te verwijderen of hem naar achteren te trekken, zolang het zaagblad zich beweegt. Anders kan een terugslag plaatsvinden. Stel de oorzaak voor het beklemd raken van het zaagblad vast en hef deze op. c) Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagsnede en gaat u na of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn blijven haken. Klemt het zaagblad, dan kan het uit het werkstuk komen of een terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw gestart wordt. d) U dient de grote platen te stutten om het risico van een terugslag door een klemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen doorbuigen onder hun eigen gewicht. Platen moeten aan beide kanten, zowel bij de zaagsnede als bij de rand, wor- den ondersteund. e) Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbla- den. Zaagbladen met stompe of verkeerd uitgelijnde tanden leiden door een te smalle zaagsnede tot een grotere wrijving, het beklemd raken van het zaagblad en terugslag. f) Zet voor het zagen de zaagdiepte- en zaaghoek- instellingen vast. Wanneer u tijdens het zagen de instellingen verandert, kan het zaagblad beklemd ra- ken en treedt er mogelijk een terugslag op. g) Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen in be- staande wanden of andere gebieden die niet zichtbaar zijn. Het invallende zaagblad kan bij het zagen in verborgen objecten blokkeren en een terug- slag veroorzaken.

5.2.3 Veiligheidsinstructie voor cirkelzagen met

pendelbeschermkap Functie van de onderste beschermkap a) Controleer voor gebruik altijd of de onderste be- schermkap correct sluit. Gebruik de zaag niet wanneer de onderste beschermkap niet vrij be- weegbaar is en niet direct sluit. Klem of bind de onderste beschermkap nooit in geopende stand vast. Wanneer de zaag per ongeluk op de grond valt, kan de onderste beschermkap worden verbo- gen. Open de beschermkap met de terugtrekhendel en zorg ervoor dat de kap zich vrij beweegt en bij alle zaaghoeken en ‑dieptes noch het zaagblad noch andere delen raakt. b) Controleer de functie van de veer voor de onder- ste beschermkap. Laat het apparaat voor gebruik repareren wanneer de onderste beschermkap en de veer niet correct werken. Door beschadigde onderdelen, kleverige afzettingen of ophopingen van spanen wordt de werking van de onderste bescherm- kap vertraagd. c) Open de onderste beschermkap alleen met de hand bij bijzondere snedes, zoals "inval‑ en hoek- zaagsnedes". Open de onderste beschermkap met de terugtrekhendel en laat deze los zodra het zaagblad in het werkstuk is binnengedrongen. Bij alle andere zaagwerkzaamheden zou de onderste beschermkap automatisch moeten werken. d) Legdezaagnietopdewerkbankofopdevloer zonder dat de onderste beschermkap het zaag- blad bedekt. Een onbeschermd, nalopend zaagblad

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 02beweegt de zaag tegen de zaagrichting in en zaagt wat er op zijn pad komt. Let hierbij op de nadraaitijd van de zaag.

5.3 Aanvullende veiligheidsvoorschriften

5.3.1 Veiligheid van personen

a) Draag oorbeschermers. De inwerking van geluid kan gehoorbeschadiging veroorzaken. b) Houd het apparaat altijd met beide handen aan de daarvoor bestemde handgrepen vast.Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. c) Wanneer het apparaat zonder stofafzuiging wordt gebruikt, dient u bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt een licht stofmasker te dragen. d) Gebruik het apparaat alleen met de bijbehorende veiligheidsinrichtingen. e) Gebruik het apparaat alleen volgens de voor- schriften en in optimale toestand. f) Neem pauzes en doe ontspannings- en vingeroe- feningen, voor een betere doorbloeding van uw vingers. g) Schakel het apparaat pas in het werkgebied in. h) Leid het apparaat tijdens het zagen altijd van het lichaam af.

i) Werk niet bovenhands met het apparaat.

j) Rem het apparaat niet af door zijwaarts tegen het zaagblad te drukken. k) Raak de spanflens en de spanschroef niet aan wanneer het apparaat loopt. l) De zaagbaan dient vrij van obstakels te zijn. Zaag niet in schroeven, spijkers, etc. m) Druk nooit op de drukknop voor de spilvergren- deling wanneer het zaagblad draait. n) Richt het apparaat niet op personen. o) Kinderen moet duidelijk worden gemaakt dat het apparaat geen speelgoed is. p) Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door kinderen of door zwakke, ongeschoolde perso- nen. q) Pas de voedingskracht aan het zaagblad en het te bewerken materiaal aan, zodat het zaagblad niet wordt geblokkeerd en mogelijk een terugslag veroorzaakt. r) Vermijd oververhitting van de zaagtandpunten. s) Bij het zagen van kunststoffen moet smelten van het kunststof worden vermeden. t) Controleer voor het begin van de werkzaamheden de gevarenklasse van het bij de werkzaamheden ontstane stof. Gebruik een bouwstofzuiger met een officieel goedgekeurde veiligheidsklasse, die aan de lokale stofvoorschriften voldoet. u) Stof van materiaal zoals loodhoudende verf, som- mige houtsoorten, mineralen en metaal kunnen scha- delijk voor de gezondheid zijn. Het in contact komen met of het inademen van dit stof kan leiden tot aller- gische reacties en/of aandoeningen van de luchtwe- gen bij de gebruiker of personen die zich in de buurt bevinden. Bepaalde stoffen, zoals eiken- of beuken- stof, staan bekend als kankerverwekkend, in het bij- zonder in combinatie met houtbewerkingsmiddelen (chromaat, houtbeschermingsmiddelen). Asbesthou- dend materiaal mag alleen door vakkundig personeel worden bewerkt. Zo mogelijk gebruik maken van stofafzuiging. Om een betere stofafzuiging te ver- krijgen, gebruikmaken van een geschikte, door Hilti aanbevolen en op dit elektrisch apparaat af- gestemde mobiele stofafzuiging voor hout- en/of mineraalstof. Zorg voor een goede ventilatie van de werkruimte. Het wordt geadviseerd een adem- masker met filterklasse P2 te dragen. De in uw land geldende voorschriften bij de te bewerken materialen in acht nemen.

5.3.2 Gebruik en onderhoud van elektrische

gereedschappen a) Wanneer verdekt liggende elektrische leidingen of het netsnoer door het gereedschap kunnen worden beschadigd, houd het apparaat dan aan de geïsoleerde greepgedeelten vast. Bij contact met stroomvoerende leidingen worden onbeschermde metalen delen van het apparaat onder spanning gezet en loopt de gebruiker het risico van een elektrische schok. b) Borg het werkstuk. Gebruik spaninrichtingen of een bankschroef om het werk vast te zetten. Op deze manier zit het beter vast dan met de hand, en bovendien heeft u beide handen vrij om het apparaat te bedienen. c) Controleer of het gereedschap het bij het appa- raat passende opnamesysteem heeft en correct in de gereedschapopname vergrendeld is.

5.3.3 Elektrische veiligheid

a) Controleer het werkgebied voordat u begint te werken op verdekt liggende elektrische leidingen, gas- en waterleidingen, bijv. met een metaalde- tector. Externe metalen delen van het apparaat kun- nen onder spanning komen te staan als u per ongeluk bijv. een elektrische leiding beschadigt. Dit vormt een ernstig gevaar van een elektrische schok. b) Leid het net- en het verlengsnoer tijdens het werk altijd naar achteren van het apparaat weg. Dit vermindert het risico om over het snoer te vallen. c) De lokale veiligheidsvoorschriften voor het aansluiten van apparaten in acht nemen. Sluit het apparaat zo nodig alleen aan op een RCD-beschermde contactdoos.

a) Zorg voor een goede verlichting van het werkge- bied. b) Zorg voor een goede ventilatie van de werkom- geving. Slecht geventileerde werkruimtes kunnen als gevolg van de stofbelasting schadelijk zijn voor de gezondheid.

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 025.3.5 Persoonlijke veiligheidsuitrusting De gebruiker en personen die zich in de buurt bevin- den, moeten tijdens het gebruik van het apparaat een geschikte veiligheidsbril, een helm, oorbeschermers, werkhandschoenen en een licht stofmasker dragen.

Schakel het apparaat niet in wanneer het zaagblad, de afdekkap of de pendelbeschermkap niet correct gemonteerd zijn. 6Bediening ATTENTIE Draag werkhandschoenen. De snijkanten van het zaag- blad zijn scherp. U kunt letsel oplopen door de snijkanten aan te raken. ATTENTIE Gebruik een licht ademmasker en een veiligheidsbril. Door het zagen ontstaan opdwarrelend stof en zaagspa- nen. Het opdwarrelende materiaal kan schadelijk zijn voor de ademwegen en de ogen. ATTENTIE Draag oorbeschermers. Het apparaat en het zaagpro- ces veroorzaken geluidsoverlast. De inwerking van geluid kan gehoorbeschadiging veroorzaken.

6.1 Wisselen van zaagblad

ATTENTIE Gebruik werkhandschoenen voor het wisselen van gereedschap. Het gereedschap, de spanflens en de spanschroef worden heet. ATTENTIE Zorg ervoor dat het op te spannen zaagblad voldoet aan de technische vereisten en goed geslepen is. Een scherp zaagblad vormt de voorwaarde voor een correcte zaagsnede.

6.1.1 Zaagblad demonteren 3

1. Haal de stekker uit het stopcontact.

2. Druk op de spindelblokkeerknop.

3. Draai met de inbussleutel aan de bevestigings-

schroef van het zaagblad tot de vergrendelbout volledig vergrendelt.

4. Draai de bevestigingsbout met behulp van de sleutel

5. Verwijder de bevestigingsschroef en de buitenste

6. Open de pendelbeschermkap door hem weg te

draaien en verwijder het zaagblad.

6.1.2 Zaagblad monteren

1. Haal de stekker uit het stopcontact.

2. Reinig de opnameflens en de spanflens.

3. Breng de bevestigingsflens aan.

4. Open de pendelbeschermkap.

5. ATTENTIE Let op de pijl op het zaagblad die de

draairichting aangeeft. Breng het nieuwe zaagblad aan.

6. Plaats de buitenste spanflens.

7. Bevestig de spanflens met de spanbout rechtsom.

Hierbij dient net als bij het loszetten de spindelblok- keerknop te worden ingedrukt.

8. Controleer voor gebruik of het zaagblad goed be-

AANWIJZING De ingestelde zaagdiepte dient altijd zo te worden geko- zendatdezecirca5tot10mmgroterisdandetezagen materiaaldikte. Dezaagdieptekantraploostussen0encirca70mm worden ingesteld.

1. Haal de stekker uit het stopcontact.

2. Zet het apparaat op een ondergrond.

3. Maak de spanhendel voor de zaagdiepte-instelling

los Aan de pijl op de schaal van het carter kan de ingestelde zaagdiepte worden afgelezen.

4. Til het apparaat met een schaarvormige beweging

op en stel de zaagdiepte in door de spanhendel vast te zetten.

6.3 Schuine zaagsnede instellen 5

Het apparaat kan voor schuine zaagsnedes op elke wil- lekeurige hoek tussen de 0 en 56º worden ingesteld.

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 026.3.1 Verstekhoek instellen met afstelling vooraf 3 afstellingen vooraf zijn mogelijk: 22,5º, 45º en 56º.

1. Haal de stekker uit het stopcontact.

2. Maak de spanhendel voor de zaagdiepte-instelling

3. Kantel de grondplaat naar de hoek 0°.

4. Stel de wijzer voor de afstelling vooraf van de hoek

in op de gewenste hoek.

5. Zwenk de grondplaat tot de aanslag.

6. Zet de spanhendel voor de zaagdiepte-instelling

6.3.2 Verstekhoek instellen zonder afstelling vooraf

1. Haal de stekker uit het stopcontact.

2. Maak de spanhendel voor de zaagdiepte-instelling

3. Zwenk de grondplaat in de gewenste stand.

4. Zet de spanhendel voor de zaagdiepte-instelling

6.4 Zagen aan de aftekenlijn

Aan de voorste grondplaat van het apparaat bevindt zich, zowel voor rechte als schuine snedes, een afte- kenlijnindicator (0º en 45º). Hiermee kan afhankelijk van de gekozen zaaghoek heel nauwkeurig worden gezaagd. De aftekenkant komt overeen met de binnenkant van het zaagblad. Een aftekenindicator bevindt zich aan de voorste uitsparing voor het zaagblad.

1. Borg het werkstuk tegen het verschuiven.

2. U dient het werkstuk zo te situeren dat het zaagblad

3. Zorg ervoor dat de schakelaar op het apparaat is

4. Steek de stekker in het stopcontact.

5. Plaats het apparaat met de grondplaat zo op het

werkstuk dat het zaagblad nog geen contact met het werkstuk heeft.

6. Bedien de aan-/uitschakelaar.

7. Leid het apparaat in het juiste werktempo langs de

aftekenlijn door het werkstuk.

6.5 Zagen met parallelaanslag

Met behulp van de parallelaanslag kunnen exacte zaag- snedes langs een rand van het werkstuk worden uitge- voerd of isometrische lijsten worden gezaagd. De parallelaanslag kan op beide zijden van de grondplaat worden gemonteerd.

6.6 Parallelaanslag monteren/instellen 6

1. Haal de stekker uit het stopcontact.

2. Schuif de geleiding van de parallelaanslag onder de

3. Stel de gewenste zaagbreedte in.

4. Draai de klembout vast.

6.7 Zagen met geleiderail 7

AANWIJZING Door met de geleiderail te zagen kan het risico van een terugslag worden verminderd.

6.7.1 Apparaat in de geleiderailadapter

aanbrengen/ uit de geleiderailadapter verwijderen

1. Verwijder een eventueel gemonteerde parallelaan-

2. Breng de grondplaat in de voorste bevestigingsnok

van de geleiderailadapter aan.

3. Plaats de grondplaat achter volledig in de geleide-

railadapter. De grondplaat moet aan de achterste bevestigings- nok volledig vergrendelen.

4. Om te verwijderen trekt u de achterste bevestigings-

nok iets naar achteren en neemt u het apparaat uit de geleiderailadapter.

6.7.2 Langszagen bij 0 °

Plaats de zaag met de groef van de geleiderailadapter op de nok van de geleiderail.

6.7.3 Langszagen bij hoeken tot 56°

Leid de zaag met de buitenkant van de geleiderailadapter langs de nok van de geleiderail, omdat het zaagblad anders met de geleiderail in botsing komt.

6.7.4 Tweedimensionale hoekzaagsnedes

AANWIJZING De weergegeven zaaghoek laat zien met welke hoek de zaagsnede van een exact rechthoekige zaagsnede afwijkt.

1. Leg de geleiderail met het nulpunt op de rand van

het werkstuk en draai aan de rail tot de gewenste hoek op de hoekschaal tegenover het nulpunt ligt.

2. Zet de geleiderail vast met de twee schroefklemmen.

1. Zet de rail aan de onderkant vast met twee schroef-

klemmen. AANWIJZING De machine dient op de geleiderails achter het werkstuk te worden geplaatst.

2. ATTENTIE Let erop dat het zaagblad niet in con-

tact met het werkstuk staat. Plaats de machine in het opstelgebied van de gelei- derail.

3. Schakel het apparaat in.

4. Schuif het apparaat gelijkmatig over het werkstuk.

De pendelkap gaat open bij contact met de uitscha- kelkant aan de zijkant en sluit weer wanneer hij naar buiten komt aan het einde van de geleiderail.

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 026.9 Reiniging van de spaanafvoer 8 ATTENTIE Het apparaat mag niet aangesloten zijn op het elek- triciteitsnet.

1. Verwijder de schroef achter aan de onderzijde van

de beschermkap en verwijder het aansluitstuk voor de stofzuiger.

2. Reinig het spanenkanaal en het aansluitstuk.

3. Plaats het aansluitstuk weer op het spanenkanaal

en bevestig het aansluitstuk met de schroef.

4. Controleer of bewegende delen van het gereed-

schap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn dat de werking van het apparaat nadelig wordt be- ïnvloed.

6.10 Zagen met spaanafzuiging

AANWIJZING De handcirkelzaag is uitgerust met een aansluitstuk dat geschikt is voor gangbare zuigerslangen met een dia- meter = 27 mm. Om de stofzuigerslang met de zaag te verbinden moet zo nodig een geschikte adapter worden gebruikt. ATTENTIE Stoffen zijn bedreigend voor de gezondheid en kunnen ziekten aan de luchtwegen en de huid en allergische reacties veroorzaken. WAARSCHUWING Bepaalde stoffen gelden als kankerverwekkend. Dit zijn minerale stoffen en stoffen van eiken en/of beuken, met name in verbinding met additieven voor de behandeling van hout (chromaten, houtbeschermingsmiddelen). ATTENTIE Gebruik voor de betreffende toepassing zo mogelijk een geschikt mobiel ontstoffingsapparaat WVC 40‑M (hout) of VCU 40‑M (hout en mineralen)). Als er geen afzuiging voorhanden of mogelijk is, draag dan een stofmasker van filterklasse P2. Zorg daarnaast al- tijd voor een goede ventilatie om de stofconcentratie beperkt te houden. ATTENTIE Voor het bewerken van andere materialen dient de indu- striële gebruiker bij de betreffende bedrijfsvereniging na te gaan welke speciale eisen van toepassing zijn.

6.11 Zagen zonder spaanafzuiging

AANWIJZING Optioneel is een draaibaar spaangeleidingstuk beschik- baar. Kies de door u gewenste uitwerprichting door de spaan- uitwerp eenvoudig zo te draaien dat de spanen van u worden weggeleid. 7 Verzorging en onderhoud ATTENTIE Het apparaat mag niet aangesloten zijn op het elek- triciteitsnet.

7.1 Verzorging van het gereedschap

Verwijder vastzittend vuil en bescherm het oppervlak van uw gereedschap tegen corrosie door het af en toe in te wrijven met een in olie gedrenkte poetsdoek.

7.2 Reiniging van het apparaat

ATTENTIE Het apparaat, in het bijzonder de greepgedeelten, schoon en vrij van olie en vet houden. Gebruik geen siliconenhoudende reinigingsmiddelen. De buitenste behuizing van het apparaat is gemaakt van stootvaste kunststof. Het greepgedeelte is van elasto- meer. Gebruik het apparaat nooit met verstopte ventilatiesleu- ven! Reinig de ventilatiesleuven voorzichtig met een droge borstel. Voorkom dat er vreemd materiaal in het apparaat binnendringt. Reinig de buitenkant van het ap- paraat regelmatig met een licht bevochtigde poetsdoek. Gebruik geen sproeiapparaat, stoomstraalapparaat of stromend water voor het reinigen! De elektrische veilig- heid van het apparaat kan daardoor in gevaar komen.

7.3 Reinigen van de afscherming

1. Verwijder het zaagblad voor het reinigen van de

2. Reinig de afschermingen voorzichtig met een droge

3. Verwijder afzettingen en spanen binnenin de af-

schermingen met een geschikt gereedschap.

4. Monteer het zaagblad weer.

WAARSCHUWING Reparaties aan elektrische onderdelen mogen alleen door een elektrotechnicus worden uitgevoerd. ATTENTIE Wanneer het netsnoer van het elektrisch gereedschap beschadigd is, dient dit door een speciaal vervaardigd netsnoer te worden vervangen. Dit kan verkregen worden bij de klantenservice. Controleer regelmatig alle externe delen van het apparaat op beschadigingen en ga na of alle bedieningselementen goed werken. Gebruik het apparaat niet als er onderdelen beschadigd zijn of de bedieningselementen niet optimaal

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 02functioneren. Laat het apparaat door de Hilti-service re- pareren.

7.5 Controle na schoonmaak- en

reparatiewerkzaamheden Na schoonmaak- en reparatiewerkzaamheden dient te worden nagegaan of veiligheidsinrichtingen correct en foutloos functioneren. Om de pendelbeschermkap te controleren, moet deze volledig worden geopend door het bedienen van de be- dieningshendel. Na het loslaten van de bedieningshendel moet de pen- delbeschermkap weer snel en volledig sluiten. 8 Foutopsporing Fout Mogelijke oorzaak Oplossing Apparaat heeft geen volledig vermogen. Verlengsnoer te lang en / of met te geringe diameter. Verlengsnoer met toegestane lengte en / of met voldoende diameter ge- bruiken. Stroomvoorziening heeft te lage spanning. Apparaat op andere stroomvoorzie- ning aansluiten. Apparaat loopt niet Netstroomvoorziening onderbroken. Ander elektrisch gereedschap inbren- gen, functie controleren. Netsnoer of stekker defect. Door een elektrotechnicus laten con- troleren en eventueel vervangen. Aan-/uitschakelaar defect Door een elektrotechnicus laten con- troleren en eventueel vervangen. Koolborstels versleten Door een elektrotechnicus laten con- troleren en eventueel vervangen. Geen/verminderd zuigvermo- gen. Verstopte spaanafvoer. Spaanafvoer reinigen. 9 Afval voor hergebruik recyclen Hilti-apparaten zijn voor een groot deel vervaardigd uit materiaal dat kan worden gerecycled. Voor hergebruik is een juiste materiaalscheiding noodzakelijk. In veel landen is Hilti er al op ingesteld om uw oude apparaat voor recycling terug te nemen. Vraag hierover informatie bij de klantenservice van Hilti of bij uw verkoopadviseur. Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee! Overeenkomstig de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toe- passing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recyclingbedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen.

Printed: 14.05.2014 | Doc-Nr: PUB / 5070536 / 000 / 0210 Fabrieksgarantie op apparatuur Neem bij vragen over de garantievoorwaarden contact op met uw lokale HILTI dealer. 11 EG-conformiteitsverklaring (origineel) Omschrijving: Handcirkelzaag Type: SCW 70/ WSC 7.25‑S Generatie: 01/02 Bouwjaar: 2011 Als de uitsluitend verantwoordelijken voor dit product verklaren wij dat het voldoet aan de volgende voorschrif- ten en normen: 2004/108/EG, 2006/42/EG, 2011/65/EU, EN 60745‑1, EN 60745‑2‑5, EN ISO 12100. Hilti Corporation, Feldkircherstrasse 100, FL‑9494 Schaan Paolo Luccini Jan Doongaji Head of BA Quality and Process Mana-gementExecutive Vice PresidentBusiness Area Electric Tools & Acces-soriesBusiness Unit PowerTools & Accessories01/2012 01/2012 Technische documentatie bij: Hilti Entwicklungsgesellschaft mbH Zulassung Elektrowerkzeuge Hiltistrasse 6 86916 Kaufering Deutschland