GFM 1000 Professional - Meetinstrumenten BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GFM 1000 Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Productsoort | Professionele lasermeter |
| Merk | Bosch |
| Model | GFM 1000 Professional |
| Afmetingen | 120 x 55 x 30 mm |
| Gewicht | 200 g (met batterijen) |
| Voeding | 2 AAA-batterijen (1,5 V) |
| Meetbereik | 0,05 tot 100 m |
| Nauwkeurigheid | ± 1,5 mm (typisch) |
| Eenheden | m, cm, ft, in |
| Hoofdfuncties | Afstand, oppervlakte, volume, Pythagoras, continue meting, optellen/aftrekken |
| Display | LCD-scherm met achtergrondverlichting |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, droge doek; vermijd oplosmiddelen |
| Opslag | Temperatuur: -20 °C tot +70 °C |
| Veiligheid | Laser klasse 2; niet direct in de straal kijken |
| Bescherming | IP54-classificatie (bestand tegen spatwater en stof) |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Standaard batterijen; reparatie door erkend Bosch-servicecentrum |
| Garantie | 2 jaar (online registratie mogelijk) |
| Inbegrepen accessoires | Batterijen, draagriem, beschermhoes |
Veelgestelde vragen - GFM 1000 Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GFM 1000 Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GFM 1000 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GFM 1000 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GFM 1000 Professional BOSCH
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Originele gebruiksaanwijzing
Originele gebruiksaanwijzing
Originele gebruiksaanwijzing
Veiligheidsaanwijzingen


Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden. Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG.
Wanneer het gereedschap niet volgens de aanwijzingen wordt gebruikt, kunnen de geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap worden belemmerd. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG.
▶ Voer geen metingen uit in stroomkringen met spanningen boven 1000 V. Wees uiterst voorzichtig bij de omgang met spanningen boven 30 V wisselspanning of 60 V gelijkspanning! Reeds bij deze spanningen kunt u bij aanraking van elektrische draden een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen. ▶ Verwijder de meetkabels uit de aansluitbussen voordat u een stroommeting uitvoert. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok. Leg tussen de aansluitbussen of tussen een aansluitbus en aarde niet meer dan de op het meetgereedschap aangegeven netspanning aan. - Gebruik uitsluitend meetkabels die dezelfde spanning, categorie en stroomsterkte als het meetgereedschap hebben.
▶ Controleer regelmatig de isolatie van de meetkabels. Een beschadigde isolatie van de meetkabels kan resulteren in een elektrische schok. ▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen. - Controleer de werking van het meettoestel door een bekende spanning te meten. Laat het meettoestel bij twijfel onderhouden. - Gebruik het meetgereedschap uitsluitend zoals beschreven in deze instructies. De door het meetgereedschap geboden bescherming zou belemmerd kunnen zijn. - Gebruik het meetgereedschap of de meetkabels alleen wanneer ze onbeschadigd lijken te zijn. Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft. ▶ Verander en open de accu niet. Er bestaat gevaar voor kortsluiting. Bij beschadiging en verkeerd gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. De accu kan branden of exploderen. Zorg voor de aanvoer van frisse lucht en zoek bij klachten een arts op. De dampen kunnen de luchtwegen irriteren. Bij verkeerd gebruik of een beschadigde accu kan brandbare vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties of verbrandingen leiden. ▶ Door spitse voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroevendraaiers, of door krachtinwerking van buitenaf kan de accu beschadigd worden. Er kan een interne kortsluiting ontstaan en de accu doen branden, roken, exploderen of oververhitten. Houd de niet-gebruikte accu uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben. - Gebruik de accu alleen in producten van de fabrikant. Alleen zo wordt de accu tegen gevaarlijke overbelasting beschermd. ▶ Laad de accu's alleen op met oplaadapparaten die door de fabrikant aangeraden worden. Door een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat bij gebruik met andere accu's brandgevaar.

Bescherm de accu tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen voortdurend zonlicht, vuur, vuil, water en vocht. Er bestaat gevaar voor explosie en kortsluiting.
- Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer in de installatie waarin de stroom moet worden gemeten, onder stroom staande onderdelen aangeraakt kunnen worden.
Symbolen
| Symbolen en hun betekenis | |
| Apparaat met dubbele of versterkte iso-latie | |
| Let op, gevaar voor elektrische schok! | |
| Gebruik in de buurt van niet-geïsoleerde, gevaarlijke stroomvoerende geleiders toegestaan | |
| Aansluiting voor aarde | |
Beschrijving van product en werking
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bestemd voor het meten van wisselstroom, spanning (ook met een lage ingangsimpedantie (LoZ)), weerstand en voor het testen van de continuïteit. Daarnaast kan de frequentie van wisselspanning worden gemeten en kan de spanning bij wisselspanningen tussen 24 en 1000 volt contactloos worden getest.
Het meetgereedschap mag alleen worden gebruikt in stroomcircuits met een nominale spanning ≤ 1000 V DC/AC.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de weergave van het meetgereedschap in de afbeeldingen.
(1) Display (2) Draaischakelaar (voor het kiezen van de meetfunctie) (3) Lus voor het bevestigen van de magnetische hanger (4) Zaklamp (5) Testpen voor de contactloze spanningstest (6) Meetvork (7) Pijlen voor kabelplaatsing (8) Hold-toets (meetwaarde op display vast-houden of geluid aan/uit) (9) Aan/uit-toets zaklamp
(10) Sel-toets (tweede bezetting meetfunctie) (11) (+)-bus (ingangsbus voor het meten van spanning, continuïteit en weerstand) (12) COM-bus (massa-aansluiting (retourleider) voor het meten van spanning, continuïteit en weerstand) (13) Rode meetkabel (14) Zwarte meetkabel (15) Schroef (2 x) voor de bevestiging van het batterijvakdeksel (16) Batterijvakdeksel (17) Inlay in batterijvakdeksel (18) Vergrendeling accupack (19) Li-lon-accupack 4 (20) Vergrendeling van Li-Ion-occupack 4 (21) Magnetische hanger 4 (22) Opbergetui (23) Beschermkapjes A) Dit toebehoren wordt niet standaard meegeleverd.
Aanduidingselementen
(a) Meting met een lage ingangsimpedantie (b) Meetwaarde „bevroren“ (c) Continuiteitstest (d) Geluid uit (e) Batterijwaarschuwing (f) Meetwaarde (g) Maateenheid (h) Aanduiding gelijkstroom/wisselstroom (i) Voorteken van meetwaarde (polariteit) (j) Waarschuwing bij spanning > 30 V
Technische gegevens
Vorkstroomtang GFM 1000-15
| Productnummer | 3 601 K77 4.. |
| Meetbereik spanning 1000 V AC/DC | |
| Meetbereik spanning met la-ge ingangsimpedantie (LoZ) | 1000 V AC/DC |
| Meetbereik stroom 200 A AC | |
| Meetbereik frequentie 10 Hz ... 50 kHz | |
| Meetbereik weerstand 60 MΩ | |
| Continuiteitstest ● | |
| Contactloze spanningstest(NCV) | ● |
| True RMS (meting echte ef-fectieve waarde) | ● |
| Algemeen | |
| Gebruikstemperatuur -10 °C ... +50 °C | |
| OpslagtemperatuurA: | -40 °C ... +70 °C |
| Relatieve luchtvochtigheidmax. | 90 % |
Vorkstroomtang GFM 1000-15
| Max. gebruikshoogte bovenreferentiehoogte | 2000 m |
| Vervuilingsgraad volgensIEC 61010-1 B) | 2 |
| Automatische uitschakelingna ca. | 20 min |
| Gewicht C) | 297 g |
| Beschermklasse IP 54 | |
| Veiligheidsklasse CAT III 1000 V | D) CAT IV 600 Vf) |
| Afmetingen 69,1 × 49,6 ×226,3 mm | |
| Meetkabel MS 90 | |
| Veiligheidsklasse met be-schermkapje | CAT III 1000 VD) CAT IV 600 Vf) |
| Veiligheidsklasse zonder be-schermkapje | CAT II 1000 Vf) |
| Batterijen | 2 × 1,5 V LR06 (AA) |
| Accupack (accessoire) Li-Ion | |
| Aanbevolen omgevingstem-peratuur bij het opladen | +10 °C ... +35 °C |
| Aanbevolen omgevingstem-peratuur tijdens gebruik enbij opslag | -10 °C ... +45 °C |
| Type BA 3.7V 1.0Ah A | |
| Productnummer | 1 607 A35 ON8 |
| USB-laadaansluiting Type-C ® | |
| Aanbevolen USB Type-C ® -kabel G) | 1 600 A01 6A8 |
| Nominale spanning | 3,7 V--- |
| Capaciteit 1,0 Ah | |
| Aantal accucellen 1 | |
| Voedingsadapter (acces-soire) | |
| Uitgangsspanning | 5,0 V--- |
| Uitgangsstroom 500 mA | |
| Aanbevolen voedingsadap-ter H) | 2 609 120 713 (EU)2 609 120 718 (UK)1 600 A01 3A0(ARG)1 600 A01 3A1(MEX) |
Vorkstroomtang GFM 1000-15
(BRL)
A) zonder batterijen en/of accu B) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wordt verwacht door bedauwing. C) Gewicht zonder batterijen D) MEETCATEGORIE III geldt voor test- en meetcircuits die zijn verbonden met de verdeling van het laagspanningsnetwerk van het gebouw. E) De MEETCATEGORIE IV geldt voor test- en meetcircuits die met het instappunt van de laagspanningsnetinstallatie van het gebouw zijn aangesloten. F) MEETCATEGORIE II geldt voor test- en meetcircuits die rechtstreeks zijn verbonden met gebruikersaansluitingen (stopcontacten en soortgelijke aansluitingen) van de laagspanningsinstallatie voor stroom. G) USB Type-C® en USB-C® zijn handelsmerken van het USB Implementers Forum. H) Meer technische gegevens vindt u op: https://www.bosch-professional.com/ecodesign
Gebruik
Ingebruikname
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. ▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
▶ Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap.
In-/uitschakelen
» Draai de draaischakelaar (2) in de gewenste meetfunctie om het meetgereedschap in te schakelen.
» Draai de draaischakelaar in stand Ⓜ om het meetgereedschap uit te schakelen.
Wordt ca. 20 minuten lang geen waarde gemeten of geen toets ingedrukt of de draaischakelaar niet ingesteld, dan schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen. Om de automatische uitschakeling te deactiveren, houdt u de Holdtoets ingedrukt terwijl u het meetgereedschap inschakelt (bijv. door de draaischakelaar op een willekeurige positie te draaien). Op het display verschijnt dan d.APO.
keurige positie te draaien). Op het display verschijnt dan d.APO.
U kunt dan het meetgereedschap weer inschakelen door de draaischakelaar (2) te draaien of op een van de toetsen te drukken.
Hold-toets
Waarde op het display „bevriezen“
Druk kort op de Hold-toets om de meetwaarde op het display (1) te "bevriezen". Op het display verschijnt Hold en er is een geluidssignaal te horen. Druk opnieuw kort op de Hold-toets om het display (1) weer vrij te geven.
Geluid uit-/inschakelen
Druk lang op de Hold-toets om de geluidssignalen uit te schakelen. Het symbool verschijnt op het display. Druk opnieuw lang op de Hold-toets om de geluidssignalen weer in te schakelen.
- Gebruik de Hold-toets niet bij de bepaling van spanning. De aangegeven spanning verandert niet en er ontstaat het risico op letsel door een elektrische schok.
Sel-toets
Tweede bezetting van de meetfunctie op de draaischakelaar
Druk kort op de Sel-toets om door twee meetfuncties te schakelen die dezelfde positie op de draaischakelaar (2) hebben. Op het display (1) wordt de telkens geselecteerde meetfunctie aangegeven. Wanneer de positie op de draaischakelaar niet dubbel is bezet, is een geluidssignaal te horen als op de Sel-toets wordt gedrukt.
Zaklamp
Druk op de toets om de zaklamp in of uit te schakelen.
Als het meetgereedschap ca. 5 minuten lang niet wordt gebruikt, schakelt de zaklamp automatisch uit.
Meetkabels aansluiten/loskoppelen
Sluit altijd eerst de zwarte meetkabel (14) op de COM-bus aan en daarna de rode meetkabel (13) op de (+)-bus. Ga bij het loskoppelen van de meetkabels in omgekeerde volgorde te werk.
Om elektrische schokken, letsel of schade aan het meetgereedschap te vermijden voordat weerstands- of continuïteitstesten worden uitgevoerd, moet u ervoor zorgen dat de netstroomverbinding losgekoppeld is en alle hoogspanningscondensatoren ontladen zijn.
Meetfuncties
Het meetgereedschap biedt de volgende meetfuncties:
- Meting van wisselstroom
- Meting van wissel- of gelijkspanning met een lage ingangsimpedantie (ca. 3 kΩ) om blindspanningen (inductief/capacitief) te onderdrukken
- Meting weerstand
- Continuïteitstest
- Meting van wisselspanning
- Meting van de frequentie van wisselspanning
- Meting van gelijkspanning
- Contactloze spanningstest
Meetprocedure
- Gebruik voor metingen altijd de juiste aansluitbussen, schakelaarstanden en meetbereiken.
- Controleer vóór het gebruik of de meetkabels goed doorgankelijk zijn. Gebruik ze niet wanneer de meetwaarden hoog zijn of veel ruis vertonen. Houd uw vingers bij het gebruik van de meetkabels en testpennen achter de vingerbescherming. Draai de draaischakelaar (2) op de positie in de afbeelding. Druk op de Sel-toets, wanneer deze in de afbeelding verschijnt.
Bij het gebruik van de meetkabels:
Verbind de meetkabels (14) en (13) zoals getoond op de afbeelding. Maak met de testpennen contact met de meetpunten. De meetwaarde verschijnt op het display (1).
Bij het gebruik van de meetvork:
Omsluit met de meetvork (6) de kabel die moet worden gemeten (maximale kabeldiameter 16 mm). Plaats deze tussen de pijlen (7). → De meetwaarde verschijnt op het display (1).
Meting van wisselstroom (zie Afb. A, Pagina 4) (zie Afb. B, Pagina 4)
▶ Houd uw vingers bij het gebruik van de meetvork achter de vingerbescherming. ▶ Voer geen metingen uit wanneer het rustpotentiaal ten opzichte van de massa meer dan 1000 V bedraagt. » Voer de meting met de meetvork uit. (zie „Meet-procedure“, Pagina 100).
Meting van wisselspanning met een lage ingangsimpedantie (zie Afb. C, Pagina 4)
» Voer de meting met de meetkabels uit (zie „Meet-procedure“, Pagina 100).
Meting van gelijkspanning met een lage ingangsimpedantie (zie Afb. D, Pagina 5)
» Voer de meting met de meetkabels uit (zie „Meet-procedure“, Pagina 100).
Meting weerstand (zie Afb. E, Pagina 5)
» Voer de meting met de meetkabels uit. (zie „Meetprocedure“, Pagina 100).
Continuïteitstest (zie Afb. F, Pagina 5)
» Voer de meting met de meetkabels uit. (zie „Meetprocedure“, Pagina 100). → Wanneer de continuïteitstest succesvol is, is een continu geluidssignaal te horen.
Meting van wisselspanning (zie Afb. G, Pagina 6)
» Voer de meting met de meetkabels uit. (zie „Meetprocedure“, Pagina 100).
Meting van de frequentie van wisselspanning (zie Afb. H, Pagina 6)
De frequentiemeting vindt alleen bij wisselspanning plaats.
Voer de meting met de meetkabels uit. (zie "Meetprocedure", Pagina 100).
Meting van gelijkspanning (zie Afb. I, Pagina 6)
Voer de meting met de meetkabels uit. (zie "Meetprocedure", Pagina 100).
Contactloze spanningstest (zie Afb. J, Pagina 7)
Draai de draaischakelaar (2) in stand (zie Afb. J, Pagina 7). Op het display verschijnt EF. Houd de testpen (5) in de buurt van het testobject of het stopcontact met wisselspanning. → Wanneer wisselspanning ≥ 40 V AC wordt herkend, is een geluidssignaal te horen en de led bij de draaischakelaarstand knippert rood.
Nauwkeurigheidsspecificaties
| Meetfunc-tie | Meetbe-reik | Resolutie Nauwkeurig-heid ± ([% van de meetwaarde] + [telwaarden]) |
| Wissel-spanning (AC V) | 600,0 V 0,1 V ± (1,5 % + 5) | |
| 1000 V 1 V | ||
| LoZ V (DC/AC) | 600,0 V 0,1 V ± (2,0 % + 3) | |
| 1000 V 1 V | ||
| Meetfunc-tie | Meetbe-reik | Resolutie Nauwkeurig-heid ± ([% van de meetwaarde] + [telwaarden]) |
| Wissel-stroom (AC A) | 200,0 A 0,1 A ± (3,0 % + 3) | |
| Gelijkspan-ning (DC V) | 600,0 V 0,1 V ± (1,0 % + 2) | |
| 1000 V 1 V | ||
| Frequentie (AC V) | 99,99 Hz 0,01 Hz ± (0,1 % + 2) | |
| 999,9 Hz 0,1 Hz | ||
| 9,999 kHz 0,001 kHz | ||
| 50,00 kHz 0,01 kHz | ||
| Weerstand (Ω) | 600,0 Ω 0,1 Ω ± (1,0 % + 5) | |
| 6,000 kΩ 0,001 kΩ ± (1,0 % + 2) | ||
| 60,00 kΩ 0,01 kΩ | ||
| 600,0 kΩ 0,1 kΩ | ||
| 6,000 MΩ 0,001 MΩ | ||
| 60,00 MΩ 0,01 MΩ ± (2,0 % + 5) | ||
| Continui-teit | 600,0 Ω 0,1 Ω ± (1,0 % + 5) ≤ 30 Ω: ge-luidssignaal ≥ 50 Ω: geen geluidssignaal | |
| NCV 40 V | ... 600 V | ≤ 20 V: geen geluidssig-naal, geen knippe-ren ≥ 40 V: ge-luidssignaal en knipperen |
De nauwkeurigheid is gegarandeerd voor de duur van een jaar vanaf kalibratie bij gebruikstemperaturen van -10 °C tot 50 °C en relatieve luchtvochtigheid van 0 % tot 90 %.
Beschermkapjes
Zorg er bij het gebruik van de meetkabels voor dat deze zijn ingesteld op de juiste meetcategorie CAT om zo de veiligheid te waarborgen. U kunt de veiligheidsklasse van de meetkabels ((13)/(14)) veranderen door de beschermkapjes (23) op de testpennen van de meetkabels te steken of eraf te trekken (zie Afb. K, Pagina 7).
Batterij plaatsen/verwisselen
i Het openen van het batterijvakdeksel (16) is alleen bij weggenomen meetkabels ((14)/(13)) toegestaan. Er bestaat het risico van een elektrische schok.
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Verwijder de meetkabels ((14)/(13)). Draai de 2 schroeven (15) op het batterijvakdeksel (16) los en verwijder het deksel (zie Afb. L, Pagina 8). Plaats de batterijen. Breng het batterijvakdeksel (16) weer aan en bevestig het met de 2 schroeven (15).
Het meetgereedschap kan alleen worden ingeschakeld wanneer het batterijvakdeksel (16) correct is vastgeschroefd. Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Wanneer het batterijsymbool voor het eerst op het display verschijnt en een geluidssignaal te horen is, dan zijn nog maar enkele metingen mogelijk. Wanneer de batterijen helemaal leeg zijn, is een geluidssignaal te horen en het meetgereedschap schakelt uit.
Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere opslagduur in het meetgereedschap gaan corroderen.
Bewaar het meetgereedschap nooit zonder aangebracht batterijvakdeksel (16), vooral niet in een stoffige of vochtige omgeving.
Li-ion-accupack (accessoire)
Het openen van het batterijvakdeksel (16) is alleen bij weggenomen meetkabels ((14)/(13)) toegestaan. Er bestaat het risico van een elektrische schok.
Li-Ion-accupack (accessoire) plaatsen/vervangen
» Verwijder de meetkabels ((14)/(13)). » Draai de 2 schroeven (15) op het batterijvakdeksel (16) los en verwijder het deksel. » Open de vergrendeling (18) in het batterijvakdeksel met ca. een halve slag en verwijder de inlay (17). » Plaats de Li-Ion-accupack (19) (accessoire) en sluit de vergrendeling (18) weer met ca. een halve slag. » Plaats het batterijvakdeksel samen met de Li-Ion-accupack (19) erin en bevestig het deksel met de 2 schroeven (15). » Voor het wegnemen van de Li-Ion-accupack (19) (accessoire) draait u de 2 schroeven (15) op het
batterijvakdeksel (16) los en opent u de vergrendeling (18). Neem de Li-Ion-accupack eruit (zie Afb. M, Pagina 8).
Het meetgereedschap kan alleen worden ingeschakeld wanneer het batterijvakdeksel (16) correct is vastgeschroefd.
Li-Ion-accupack (accessoire) opladen
- Gebruik voor het opladen de aanbevolen USB-voedingsadapter of een USB-voedingsadapter waarvan de uitgangsspanning en minimale uitgangsstroom overeenkomen met de eisen in het hoofdstuk "Technische gegevens". Lees hiervoor goed de gebruiksaanwijzing van de USB-voedingsadapter. Aanbevolen voedingsadapter: zie "Technische gegevens".
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van de voedingsadapter. Met 230 V aangeduide voedingsadapters kunnen ook met 220 V worden gebruikt.
i Laad de Lithium-Ion-accu nooit in het meetgereedschap op!
i Lithium-Ion-accu's worden vanwege internationale transportvoorschriften gedeeltelijk geladen geleverd. Om de volledige capaciteit van de accu te verkrijgen, laadt u vóór het eerste gebruik de accu volledig op.
Voor het opladen moet de Li-ion-accupack (19) uit het batterijvakdeksel (16) worden genomen (zie Afb. M, Pagina 8).
De USB-poort voor de aansluiting van de USB-kabel en het laadcontrolelampje bevinden zich onder de afdekking van de USB-poort op de Li-ion-accupack (19) (accessoire).
Open de afdekking van de USB-poort.
Sluit de USB-kabel aan.
Tijdens het opladen brandt het laadcontrolelampje geel. Wanneer het Li-ion-accupack (19) (accessoire) helemaal is opgeladen, brandt het laadcontrolelampje groen. Een rood laadcontrolelampje signaleert dat laadspanning of laadstroom ongeschikt is.
Met de magnetische hanger (21) kan het meetgereedschap aan metalen oppervlakken worden bevestigd (zie Afb. N, Pagina 9).
De magneet van de hanger (21) mag tijdens de meting niet in de buurt van de meetvork (6) komen.
Verhelpen van fouten
Batterijwaarschuwing
Het symbool voor batterijwaarschuwing verschijnt en er is een geluidssignaal te horen. Oorzaak: Batterijspanning wordt minder (meting nog mogelijk).
Verhelpen: Verwissel de batterijen of de Li-ion-accupack (accessoire) of laad de Li-ion-accupack (accessoire) buiten het meetgereedschap op.
Geluidssignaal is te horen en het meetgereedschap schakelt uit.
Oorzaak: Batterijen of Li-ion-accupack (accessoire) leeg.
Verhelpen: Verwissel de batterijen of de Li-ion-accupack (accessoire) of laad de Li-ion-accupack (accessoire) buiten het meetgereedschap op.
Meetgereedschap kan niet worden ingeschakeld.
Oorzaak: Batterijen of Li-Ion-accupack (accessoire) leeg
Verhelpen: Verwissel de batterijen of de Li-Ion-accupack (accessoire) of laad de Li-Ion-accupack (accessoire) buiten het meetgereedschap op
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd het meetgereedschap altijd schoon. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Stuur het meetgereedschap voor reparatie in het opbergetui (22) op.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
Het Bosch-adviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en het toebehoren.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u op:
Op de geadviseerde lithium-ion-accu's zijn de eisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van toepassing. De accu's kunnen door de gebruiker zonder verdere voorwaarden over de weg worden vervoerd. Bij verzending door derden (bijv. luchtvervoer of expeditiebedrijf) moeten bijzondere eisen ten aanzien van verpakking en markering in acht worden genomen. In deze gevallen moet bij de voorbereiding van de verzending een deskundige voor gevaarlijke goederen worden geraadpleegd.
Verzend accu's alleen als de behuizing onbeschadigd is. Plak blootliggende contacten af en verpak de accu zodanig dat deze niet in de verpakking beweegt. Neem ook eventuele bijkomende nationale voorschriften in acht.
Afvalverwijdering

Meetgereedschappen, accu's/batterijen, accessoires en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze
worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en accu's/batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Afgedankte meetgereedschappen en defecte of lege accu's/batterijen moeten apart worden verwijderd. Maak gebruik van de hiervoor bestemde inzamelingssystemen.
Als afgedankte elektrische en elektronische apparatuur op onjuiste wijze wordt verwijderd, kan dit schadelijke gevolgen hebben voor het milieu en de volksgezondheid vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen.
Accu's/batterijen:
Li-Ion:
Lees de aanwijzingen in het gedeelte Vervoer en neem deze in acht (zie „Vervoer“, Pagina 106).