HDS 12 14-4 ST GAS - Hogedrukreiniger KARCHER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HDS 12 14-4 ST GAS KARCHER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Hogedrukreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HDS 12 14-4 ST GAS - KARCHER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HDS 12 14-4 ST GAS van het merk KARCHER.
GEBRUIKSAANWIJZING HDS 12 14-4 ST GAS KARCHER
Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. – Voor de eerste inbedrijfstelling de veiligheidsaanwijzingen nr. 5.956-309 beslist doorlezen! – Bij transportschade onmiddellijk de handelaar op de hoogte brengen. Inhoudsopgave Zorg voor het milieu . . . . . . Symbolen in de gebruiksaanwijzing Symbolen op het toestel . . . Algemene veiligheidsinstructies Reglementair gebruik . . . . . Functie . . . . . . . . . . . . . . . . Veiligheidsinrichtingen. . . . . Apparaat-elementen . . . . . . Inbedrijfstelling . . . . . . . . . . Bediening . . . . . . . . . . . . . . Buitenwerkingstelling . . . . . Stillegging . . . . . . . . . . . . . . Opslag. . . . . . . . . . . . . . . . . Vervoer . . . . . . . . . . . . . . . . Technische gegevens . . . . . Onderhoud . . . . . . . . . . . . . Hulp bij storingen . . . . . . . . Toebehoren . . . . . . . . . . . . . Installatievoorschriften . . . . EG-conformiteitsverklaring . Garantie . . . . . . . . . . . . . . . Klantenservice. . . . . . . . . . .
Symbolen in de gebruiksaanwijzing Gevaar Voor een onmiddellijk dreigend gevaar dat leidt tot ernstige en zelfs dodelijke lichamelijke letsels. 몇 Waarschuwing Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die zou kunnen leiden tot ernstige en zelfs dodelijke lichamelijke letsels. Voorzichtig Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die kan leiden tot lichte lichamelijke letsels of materiële schade. Symbolen op het toestel Hogedrukstralen kunnen gevaarlijk zijn wanneer ondeskundigen het apparaat bedienen. U mag de straal mag niet richten op personen, dieren, onder stroom staande voorwerpen of de hogedrukreiniger zelf. Algemene veiligheidsinstructies
Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor hergebruik. Lever de apparaten daarom in bij een inzamelpunt voor herbruikbare materialen. Batterijen, olie en dergelijke stoffen mogen niet in het milieu belanden. Verwijder overbodig geworden apparatuur daarom via geschikte inzamelpunten. Gelieve motorolie, stookolie, diesel en benzine niet in het milieu te laten terechtkomen. Gelieve de bodem te beschermen en oude olie op milieuvriendelijke manier te verwijderen. Kärcher-reinigingsmiddelen zijn afscheidingsvriendelijk (ASF). Dit betekent dat een olie-afscheider zijn werk naar behoren kan doen. Een lijst met aanbevolen reinigingsmiddelen is in het hoofdstuk „Toebehoren“ vermeld. Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH
Overeenkomstige nationale voorschriften van de wetgever voor stralers van vloeistoffen in acht nemen. Overeenkomstige nationale voorschriften van de wetgever inzake ongevallenpreventie in acht nemen. Stralers van vloeistoffen moeten regelmatig gecontroleerd worden en het resultaat van de controle moet schriftelijk vastgelegd worden. De verwarmingseenheid van het apparaat is een stookinrichting. Stookinrichtingen moeten regelmatig gecontroleerd worden volgens de nationale voorschriften van de wetgever. Bij het gebruik van de installatie in ruimten dient er voor een veilige afvoer van de uitlaatgassen te worden gezorgd (rookgasbuis zonder trekonderbreker). Bovendien moet er voldoende toevoer van frisse lucht zijn gewaarborgd. Veiligheidsvoorschriften die bij de gebruikte reinigingsmiddelen geleverd zijn (doorgaans op het verpakkingsetiket) in acht nemen. Voorschriften, richtlijnen en regels Voordat het apparaat wordt geïnstalleerd dient er overleg plaats te vinden met het gasbedrijf en de bevoegde en gediplomeerde regionale schoorsteenveger. Tijdens de installatie dient men zich aan de voorschriften van het bouwrecht, het nijverheidsrecht en de immissiebescherming te houden. Verwezen wordt met name op de volgende voorschriften, richtlijnen en normen: – Het apparaat mag uitsluitend geïnstalleerd worden door een vakbedrijf dat de overeenkomstige nationale voorschriften in acht neemt. – Bij de elektrische installatie dient men zich aan de betreffende nationale voorschriften van de wetgever te houden. – Bij de gasinstallatie dient men zich aan de betreffende nationale voorschriften van de wetgever te houden. – De gasleidingen en de gasaansluiting van het apparaat mogen uitsluitend door een voor gas- en wateraansluitingen bevoegd vakbedrijf worden geïnstalleerd en aangesloten. – Instellingen, onderhoudswerkzaamheden en herstellingen aan de brander mogen uitsluitend uitgevoerd worden door geschoolde Kärcher-klantenservicemonteurs. – Bij de planning van een schoorsteen moeten de lokaal geldende richtlijnen in acht genomen worden.
Werkplaatsen Veiligheidsinrichtingen De werkplaats is achter het bedieningpaneel. Meer werkplaatsen bevinden zich al naar gelang de opbouw van de installatie aan de optioneel aangesloten apparatuur (spuit-installaties), die aan de tappunten worden aangesloten. Veiligheidsinrichtingen dienen voor de bescherming van de gebruiker en mogen niet buiten werking gezet of in hun functie omzeild worden. Persoonlijke bescherming Bij het reinigen van geluidsversterkende onderdelen dient men gehoorbescherming te dragen ter voorkoming van gehoorbeschadigingen.
Draag de juiste beschermende kleding en een veiligheidsbril ter bescherming tegen terugspattend water. Het apparaat dient voor het verwijderen van vuil van oppervlakken door middel van een vrij uittredende waterstraal. Het wordt vooral voor de reiniging van machines, voertuigen en fassaden toegepast. Gevaar Verwondingsgevaar! Bij het gebruik aan tankstations of andere gevaarlijke zones overeenkomstige veiligheidsvoorschriften in acht nemen. Gelieve mineraaloliehoudend afvalwater niet in de grond, waterlopen of rioleringen laten terechtkomen. Gelieve de motorreiniging en bodemreiniging daarom alleen op geschikte plaatsen met olieafscheider uit te voeren. Functie
De watertekortbeveiliging voorkomt dat de hogedrukpomp bij een tekort aan water inschakelt. Watertekortbeveiliging beveiligingsblok De watertekortbeveiliging voorkomt dat de brander bij een tekort aan water oververhit raakt. Alleen bij voldoende watertoevoer gaat de brander aan. Drukschakelaar De drukschakelaar schakelt het apparaat bij het overschrijden van de werkdruk uit. De instelling mag niet worden veranderd. Reglementair gebruik
Watertekortbeveiliging vlotterhouder Het koude water loopt door de motorkoelslang in de vlottercontainer en van daaruit in de buitenmantel van de doorloopgeiser en verder naar de aanzuigkant van de hogedrukpomp. In de vlottercontainer wordt onthardingsmiddel toegevoegd. De pomp transporteert water en aangezogen reinigingsmiddel door de doorloopgeiser. Het reinigingsmiddelgehalte in het water kan door een doseerventiel worden ingesteld. De doorloopgeiser wordt door middel van een gasbrander verwarmd. De hogedrukuitgang wordt op een in het gebouw aanwezig hogedruknet aangesloten. De handspuitlans wordt met een hogedrukslang op de tappunten van dit net aangesloten. Veiligheidsklep Bij een storing van de drukschakelaar gaat het veiligheidsventiel open. Dit ventiel is vanuit de fabriek ingesteld en verzegeld. De instelling mag niet worden veranderd. Vlambewaking Bij een tekort aan brandstof of bij een storing van de brander schakelt de vlambewaking de brander uit. De controlelamp storing brander (E) gaat branden. Overstroombeveiliging Als de brandermotor geblokkeerd is, treedt de overstroombeveiligingsschakelaar in werking. De motor van de hogedrukpomp is met een motorbeveiligingsschakelaar en een spoelveiligheidsschakelaar beveiligd. Rookgasthermostaat De rookgasthermostaat treedt in werking, als de temperatuur van het rookgas hoger wordt dan 320 °C. de controlelamp rookgasthermostaat (K) brandt. Temperatuurbegrenzer De maximale-temperatuurbegrenzer in de bodem van de ketel (> 80 °C) en in de wateruitgang (> 110 °C) treden in werking en de controlelamp storing brander (E) brandt. Rookgasdrukschakelaar De rookgasdrukschakelaar zet de brander uit als in het rookgassysteem een ontoelaatbaar hoge tegendruk optreedt, bijv. bij verstopping. Drukontlasting hogedruksysteem Nadat het apparaat via het handspuitpistool is uitgezet, opent na het verstrijken van de bedrijfsgereedheidstijd een in het hogedruksysteem ingebouwde magneetklep, waardoor de druk vermindert.
Brander Manometer Toevoer vers water met filter Hogedruk-uitgang Gasaansluiting Reinigingsmiddel-zuigslang I Reinigingsmiddel-zuigslang II (optie) Onthardingsmiddel-reservoir Elektrische toevoerleiding Vlotterhouder Bedieningsveld Bedieningsveld Afbeelding 2
Apparaatschakelaar Temperatuursinstelling Reinigingsmiddel-doseerventiel I Reinigingsmiddel-doseerventiel II (optie) Controlelampje storing brander Controlelampje bedrijfsklaarheid
Bedieningselementen voor het reinigingsproces zijn geel. Bedieningselementen voor het onderhoud en de service zijn lichtgrijs. Inbedrijfstelling 몇 Gevaar Verwondingsgevaar! Apparaat, toevoerleidingen, hogedrukslang en aansluitingen moeten in een perfecte toestand zijn. Indien de toestand niet perfect is, mag het apparaat niet gebruikt worden. Stroomaansluiting
Aansluitwaarden zie Technische gegevens en typeplaatje. De elektrische aansluiting moet uitgevoerd worden door een electricien en moet voldoen aan IEC 60364-1. Bediening Veiligheidsaanwijzingen De gebruiker moet het apparaat voor het juiste doel gebruiken. De gebruiker moet rekening houden met de plaatselijke omstandigheden en speciaal letten op personen die zich in de buurt bevinden. Laat het apparaat niet zonder toezicht achter zolang het aan staat. Gevaar – Gevaar voor verbranding door heet water! Richt de hogedrukstraal niet op mensen of dieren. – Verbrandingsgevaar door hete onderdelen van de installatie! Bij gebruik met heet water mogen de niet-geïsoleerde buizen en slangen niet worden aangeraakt. Straalpijp alleen bij de greep rond de buis vasthouden. Raak de rookgasmof van de doorloopgeiser niet aan. – De reinigingsmiddelen levert gevaar voor vergiftiging of verbranding op! Neem de aanwijzingen op de reinigingsmiddelen. Bewaar reinigingsmiddelen op een plaats waar onbevoegden niet bij kunnen. Gevaar Levensgevaar door elektrische schok! Richt de waterstraal niet op de volgende zaken: – Elektrische apparaten en installaties, – de hier beschreven installatie zelf, – alle stroomvoerende voorwerpen binnen het werkgebied.
Verwondingsgevaar! De terugslag van de straalpijp kan u uit uw evenwicht brengen. U kunt vallen. De straalpijp kan in het rond vliegen en personen verwonden. Kies een veilige plek en houd het pistool goed vast. Klem de hendel van het handspuitpistool nooit vast. – Richt de straal niet op anderen of uzelf, teneinde kleding of schoenen te reinigen. – Verwondingsgevaar door wegvliegende onderdelen! Wegvliegende brokstukken of voorwerpen kunnen personen of dieren verwonden. Richt de waterstraal nooit op breekbare of losse voorwerpen. – Kans op ongelukken door beschadiging! Reinig wielen en ventielen met een minimale afstand van 30 cm. 몇 Waarschuwing Gevaar door gezondheidsschadelijke stoffen! Spuit de volgende materialen niet af, omdat gezondheidsschadelijke stoffen in de lucht kunnen worden verspreid: – Asbesthoudende materialen, – Materialen, die mogelijk gezondheidsschadelijke stoffen bevatten. Gevaar – Verwondingsgevaar door naar buiten komende, eventueel hete waterstraal! Alleen originele Kärcher-hogedrukslangen zijn optimaal op de installatie afgestemd. Als er andere slangen worden gebruik zijn wij niet aansprakelijk. – Gezondheidsgevaar door reinigingsmiddel! Door eventueel bijgemengde reinigingsmiddelen heeft het door het apparaat afgegeven water geen drinkwaterkwaliteit. – Gevaar voor gehoorbeschadiging door het werken aan geluidsversterkende onderdelen. Draag in dit geval gehoorbescherming.
Klaarmaken voor bedrijf Gevaar Verwondingsgevaar door naar buiten komende, eventueel hete waterstraal! Gevaar Controleer de hogedrukslang vóór ieder gebruik altijd op beschadigingen. Vervang een beschadigde hogedrukslang onmiddellijk. Controleer de hogedrukslang, de leidingen, armaturen en de straalpijp voor elk gebruik op beschadigingen. Controleer of de slangkoppeling goed vast zit en niet lek is. Voorzichtig Gevaar voor beschadigingen door drooglopen. Peil reinigingsmiddeltank controleren en indien nodig bijvullen. Peil onthardingsvloeistof controleren en indien nodig bijvullen. Uitschakelen in noodgevallen
Door de waterstraal uit de straalpijp ontstaat een terugslagkracht. Doordat de straalpijp gebogen is, treedt er een opwaartse kracht op.
NL - 4 Apparaatschakelaar (A) op “0“ zetten. Watertoevoer sluiten. Handspuitpistool bedienen tot het apparaat drukvrij is. Sluit de gastoevoer. Werkdruk en volume instellen Instelling op het apparaat.
Symbool „Brander aan“ Apparaatschakelaar (A) op “Brander aan“ zetten. Gewenste watertemperatuur instellen op de temperatuurregelaar (B). De maximale temperatuur is 98 °C. Gebruik stand-by functie Als tijdens het gebruik de hendel van het handpistool wordt losgelaten, gaat het apparaat uit. Als het pistool tijdens de regelbare stand-by-tijd weer wordt geopend (2-8 minuten), dan gaat het apparaat vanzelf weer aan. Als men de stand-by-tijd laat verstrijken, schakelt de veiligheidstijdschakelaar de pomp en de brander uit. Het controlelampje Klaar-voor-gebruik (F) dooft. Om het apparaat weer aan te zetten moet u de apparaatschakelaar eerst op „0“ zetten en dan weer inschakelen. Als het apparaat met een afstandsbediening wordt bediend, kan men ook de betreffende schakelaar op de afstandsbediening gebruiken om het apparaat weer aan te zetten.
Volumeregelklep in de richting van de wijzers van de klok draaien, bewerkstelligd een hogere werkdruk en een groter volume. Volumeregelklep tegen de richting van de wijzers van de klok draaien, bewerkstelligd een lagere werkdruk en een lager volume. Instelling van het Easy-perspistool (optie) Het naar rechts draaien van de watervolume-regelaar geeft meer water en een hogere werkdruk. Het naar links draaien van de watervolume-regelaar geeft minder water en een lagere werkdruk. Werken met koud water De juiste lans of sproeier kiezen Reinig banden van voertuigen uitsluitend met een vlakstraalsproeier (25°) en een minimale spuitafstand van 30 cm. Banden mogen in geen geval met de rondstraler worden gereinigd. Voor alle andere taken kunt u uit de volgende sproeiers kiezen:
Trek aan de hendel van het handspuitpistool en zet de apparaatschakelaar (A) op „1“ (Motor aan). Het controlelampje Klaar-voor-gebruik (F) geeft aan dat het apparaat bedrijfsklaar is. Werken met heet water Gevaar Onderdeelnr. HDS 9/16
Bij meer dan 20 m buizen of meer dan 2 x 10 m hogedrukslang NW 8 moeten de volgende sproeiers worden toegepast: Vuil Sproeier hard middelhard licht
40° Open de watertoevoer. Symbool „Motor aan“ Spuithoek
Spuithoek Onderdeelnr. HDS 9/16
Verbrandingsgevaar! Voorzichtig Werken met heet water zonder brandstof leidt tot beschadigingen aan de brandstofpomp. Zorg voor het werken met heet water dat de brandstoftoevoer voorhanden is. De brander kan eventueel ook worden ingeschakeld.
Buitenwerkingstelling Doseren reinigingsmiddel
Reinigingsmiddelen maken het schoonmaken gemakkelijker. Ze worden uit een externe reinigingsmiddeltank aangezogen. Het apparaat is in de basisuitvoering uitgerust met een doseerventiel (C). Een tweede doseervoorziening (doseerventiel D) is als accessoire verkrijgbaar. Dan heeft u de mogelijkheid twee verschillende reinigingsmiddelen aan te zuigen. De gedoseerde hoeveelheid wordt met de reinigingsmiddeldoseerventielen (C of D) op het bedieningspaneel ingesteld. De ingestelde waarde komt overeen met het reinigingsmiddelgehalte in procenten. Gevaar Verbrandingsgevaar door heet water! Na de werking met heet water moet het apparaat ter afkoeling minstens twee minuten met koud water en met geopend pistool gebruikt worden. Na het gebruik met reinigingsmiddel Bij gebruik met heet water de temperatuurregelaar (B) op de laagste temperatuur zetten. Apparaat tenminste 30 seconden lang zonder reinigingsmiddel gebruiken. Apparaat uitschakelen
Apparaatschakelaar (A) op “0“ zetten. Watertoevoer sluiten. Handspuitpistool bedienen tot het apparaat drukvrij is. Handspuitpistool met veiligheidspal beveiligen tegen onbedoeld openen. Stillegging De buitenste schaal geldt bij het gebruik van onverdund reinigingsmiddel (100 % CHEM). – De binnenste schaal geldt bij het gebruik van 1+3 voorverdund reinigingsmiddel (25 % CHEM + 75% water). De volgende tabel geeft het reinigingsmiddelverbruik voor de waarden op de buitenste schaal weer:
De exact gedoseerde hoeveelheid is afhankelijk van: – Viscositeit van het reinigingsmiddel – Zuighoogte – Stromingsweerstand van de hogedrukleiding Als er een exacte dosering nodig is, dan moet de aangezogen hoeveelheid reinigingsmiddel worden gemeten (bijv. door aanzuigen uit een maatbeker). Instructie: Aanbevelingen betreffende reinigingsmiddelen vindt u in het hoofdstuk „Accessoires“. Bij langere werkonderbrekingen of als vorstvrije opslag niet mogelijk is, dienen de volgende maatregelen te worden genomen (zie het hoofdstuk „Onderhoudsvoorschriften“,de paragraaf over „Vorstbeveiliging“ : Water aflaten. Apparaat met antivriesmiddel spoelen. Hoofdschakelaar uitschakelen en borgen c.q. Cekon-stekker uittrekken. Sluit de gastoevoer. Opslag Voorzichtig Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen. Vervoer Voorzichtig Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het gewicht van het apparaat. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Ontharder bijvullen Voorzichtig Door gebruik zonder onthardingsmiddel kan de doorloopgeiser verkalken. Als het onthardingsmiddelreservoir leeg is, knippert het controlelampje Verkalkingsbeveiliging (H). Afbeelding 1 - pos. 8 Onthardingsmiddelreservoir bijvullen met onthardingsvloeistof RM 110 (2.780-001).
Elektrische toevoerleiding Temperatuur Toevoertemperatuur (max.) Max. werktemperatuur heet water Max. temperatuur beveiligingsthermostaat Temperatuursverhoging bij max. waterdoorvoer Verwarmingscapaciteit bruto Schoorsteentrek Gas-aansluitwaarden Aardgas E (G 20) Aardgas LL (G 25) Nominale aansluitdruk (aardgas) Propaan Nominale aansluitdruk (propaan) Milieutechnische gegevens Norm-benuttingsgraad Norm-emissiefactor NOX (aardgas G 25) Norm-emissiefactor CO (aardgas G 25) Waarden voor het meten van de schoorsteen Geschiktheid voor overdruk (min.) Benodigde trek Rookgasmassastroom - vollast CO2 (aardgas) CO2 (propaan) Rookgastemperatuur max./min. Verbrandingslucht/luchttoevoer 3N~ 380-420 6,4 IPX5 (0,381+j 0,238) 5 x 2,5 5 x 2,5 5 x 2,5
190/150 190/150 170/130 170/130 Max. lengte: 10 m met twee bogen van 90° (minimale diameter 100 mm). Volgens de plaatselijk geldende voorschriften uit de installatieruimte of verse lucht van buiten. Condenswaterafvoer Condenswaterafvoer (max.) l/h Aansluiting Minimale waterzuil, sifon
Maten en gewichten Lengte Breedte Hoogte Typisch bedrijfsgewicht Bepaalde waarden conform EN 60355-2-79 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau LpA Onzekerheid KpA Hand-arm vibratiewaarde Handspuitpistool Staalbuis Onzekerheid K Maatblad
Onderhoud Gevaar Verwondingsgevaar! Vóór alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet de hoofdschakelaar uitgeschakeld c.q. de Cekon-stekker uitgetrokken worden. Onderhoudsschema Tijdstip dagelijks Handeling Betrokken component HandspuitpiHandspuitpistool stool controleren door wie Bediener Controleer hogedrukslangen Aansluitkabel met stekker controleren Bediener Na 40 bedrijfsuren Conditie van de of wekelijks olie controleren Controleer de oliestand Zeef reinigen maandelijks of na Pomp controle200 bedrijfsuren ren op afzettingen van binnen controleren Zeef reinigen na 500-700 beVervangen drijfsuren elke zes maanden Olieverversing of na 1000 bedrijfsuren controleren, reinigen Slang vervangen jaarlijks Veiligheidscontrole Uitvoering Controleer of het handspuitpistool lekvrij afsluit. Controleer of de beveiliging tegen onbedoeld gebruik goed functioneert. Vervang defecte handspuitpistolen. Uitgangsleidingen, slangen Inspecteer slangen op beschadiging. Vervang naar de apparatuur defecte slangen direct. Kans op ongelukken! Aansluitkabel met stekker controleren op beElektrische aansluiting met stekker / contactdoos schadigingen. Laat beschadigde voedingskabels onmiddellijk vervangen door een bevoegde medewerker van de technische dienst of een elektro-vakman. Olietank van de pomp Als de olie melkachtig is, dient het te worden vervangen. Olietank van de pomp Controleer het oliepeil in de pomp. Indien nodig olie (bestelnr. 6.288-016) bijvullen. Zeef in de watertoegang Zie paragraaf „Zeef reinigen“. Hogedrukpomp Inspecteer de pomp op lekkage. Contacteer de klantendienst bij meer dan 3 druppels per minuut. gehele installatie Zet de installatie met straalpijp zonder hogedrukspuit aan. Als de bedrijfsdruk op de manometer van het apparaat boven 3 MPa komt, moet de installatie worden ontkalkt. Dit geldt ook, als bij het gebruik zonder hogedrukleiding (water treedt bij de hogedrukuitlaat vrij uit) een bedrijfsdruk van meer dan 0,7–1 MPa wordt vastgesteld. Zeef in watertekort-beveiliging Zie paragraaf „Zeef reinigen“. Gloeiontsteker, ionisatie-elek- Gloeiontsteker of ionisatie-elektrode vervangen. trode Hogedrukpomp Olie aftappen. 1 l nieuwe olie (bestelnr. 6.288016) bijvullen. Controleer het vulpeil van de olietank. gehele installatie Visuele controle van de installatie, hogedrukaansluiting op lekken controleren, overstroomventiel op lekken controleren, hogedrukslang controleren, druktank controleren, verwarmingsslang ontkalken, ionisatie-elektrode reinigen / vervangen, brander instellen. Slang naar de gasdrukschake- Slang vervangen. laar gehele installatie Veiligheidscontrole volgens de overeenkomstige nationale wettelijke voorschriften voor vloeistofsproeiers uitvoeren.
Met het bevoegde Kärcher-verkoopkantoor kan een onderhoudscontract voor het apparaat worden afgesloten. Tip: Wij raden aan ter bescherming tegen corrosie en voor de neutralisering van de zuurresten aansluitend een alkalische oplossing (bijv. RM 81) via het reinigingsmiddelreservoir door het apparaat te pompen. Zeven reinigen Vorstbescherming Zeef in watertoevoer Afbeelding 1 - pos. 3 Watertoevoer sluiten. Watertoevoerslang van het apparaat afschroeven. Zeef met een schroevendraaier uit de aansluiting schuiven. Zeef reinigen Plaats de onderdelen weer terug in omgekeerde volgorde. Het apparaat moet in vorstvrije ruimtes worden geplaatst. Indien er gevaar voor vorst bestaat, bijv. bij installaties buiten, moet het apparaat leeg worden gemaakt en met anti-vriesmiddel worden doorgespoeld. Onderhoudscontract Zeef in watertekort-beveiliging Verwijder de afdekplaten. Hoekstuk van het beveiligingsblok afschroeven.
Water aflaten Watertoevoerslang en hogedrukslang losschroeven. Apparaat max. 1 minuuut laten draaien tot de pomp en de leidingen leeg zijn. Toevoerleiding aan de bodem van de ketel afschroeven en heetwaterslang leeg laten lopen. Apparaat met antivriesmiddel spoelen Instructie: Behandelingsvoorschriften van de fabrikant van het antivriesmiddel in acht nemen. In de handel gebruikelijke antivries tot bovenaan in vlottercontainer vullen. Opvangbak onder de hogedruk-uitgang zetten. Zet het apparaat aan en laat het zolang lopen tot de watertekortbeveiliging van de vlottercontainer aanspringt en het apparaat uitzet. Vul de bodem van de ketel en de sifon met antivries. Daardoor wordt ook een bepaalde corrosiebescherming bereikt.
Schroef M8x30 in de zeef draaien. Schroef en zeef er met een tang uittrekken. Zeef reinigen Plaats de onderdelen weer terug in omgekeerde volgorde. Ontkalken Bij afzettingen in de buizen stijgt de stromingsweerstand, zodat de drukschakelaar kan reageren. Gevaar Explosiegevaar door brandbare gassen! Roken is tijdens het ontkalken verboden. Zorg voor goede ventilatie. Gevaar Gevaar van inbrandende zuren! Veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen dragen. Uitvoering Voor de verwijdering mogen volgens wettelijke bepalingen uitsluitend goedgekeurde ketelsteen-oplosmiddelen met keurmerk worden gebruikt. – RM 100 (Best.-Nr. 6.287-008) zorgt dat kalksteen en eenvoudige verbindingen van kalksteen en wasmiddelafzettingen oplossen. – RM 101 (Best.-Nr. 6.287-013) lost afzettingen op die met RM 100 niet verwijderd kunnen worden. Vul een tank van 20 liter met 15 liter water. Voeg één liter ketelsteen-oplosmiddel toe. Sluit de waterslang direct op de pompkop aan en laat het vrije uiteinde in de tank hangen. Steek de aangesloten straalpijp zonder sproeier in de tank. Open het handspuitpistool en sluit het tijdens het ontkalken niet. Apparaatschakelaar op „Brander aan“ schakelen, tot ca. 40 °C zijn bereikt. Zet het apparaat uit en laat het 20 minuten staan. Het handspuitpistool moet geopend blijven. Pomp het apparaat tenslotte leeg.
NL - 10 Hulp bij storingen Gevaar Verwondingsgevaar! Vóór alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet de hoofdschakelaar uitgeschakeld c.q. de Cekon-stekker uitgetrokken worden. Storing Mogelijke oorzaak Apparaat werkt niet, het con- Het apparaat heeft geen spanning. trolelampje Klaar-voor-geVeiligheidstijdschakelaar werkt. bruik (F) brandt niet Oplossing Controleer het elektriciteitsnet. Schakel het apparaat kort met de apparaatschakelaar uit en daarna weer aan. Plaats een nieuwe zekering, zoek als deze weer doorbrand de reden voor de overbelasting en hef deze op. Zekering in het besturingscircuit (F3) is doorgebrand Zekering bevindt zich in de besturingstrafo (T2). Drukschakelaar HD (hoge druk) of Controleer de drukschakelaar. ND (lage druk) defect. Timer module (A1) defect. Controleer de aansluitingen en vervang indien nodig. + controlelampje oververhit- Thermosensor (WS) in de motor of Oorzaak van de overbelasting verhelpen. ting motor (G) brandt overstroombeveiligingsschakelaar (F1) is aangesprongen. Watertekortbeveiliging in de vlot- Oorzaak van het tekort aan water verhelpen. terhouder is aangesprongen. Brander ontsteekt niet of Temperatuurregelaar (B) is te laag Temperatuurregelaar hoger zetten. vlam gaat uit tijdens het be- ingesteld. drijf Apparaatschakelaar staat niet op Zet brander aan. brander. Watertekortbeveiliging van het be- Zorg voor voldoende watertoevoer. Controveiligingsblok is aangesprongen. leer het apparaat op lekkages. Gaskraan gesloten. Gaskraan openen. Begrenzer maximale temperatuur Laat de ketel afkoelen en start het apparaat in de wateruitvoer (> 110 °C) is in opnieuw. werking gezet. Controleer de temperatuurregelaar. De controlelamp rookgasGeen gastoevoer. Open de gastoevoer. thermostaat (K) brandt Luchtaan- of afvoer is verstopt. Controleer de ventilatie en het uitlaatsysteem. Bodem van de ketel is te heet. Be- Laat 5 liter water via de rookgas-meetmof in grenzer maximale temperatuur in de ketel lopen. de bodem van de ketel (> 80 °C) is in werking gezet. Geen condenswater op de bodem van de ketel. Gasontstekingsautomaat staat op Ontgrendelingsknop gasrelais (I) indrukken. storing. Geen ontsteking. * Controleer de afstand van de elektroden van de gasontstekingsautomaat en het ontstekingskabel. Zorg voor de juiste afstand of vervang defecte onderdelen. Indien nodig schoonmaken. Ventilator of toerentalbesturings- Ventilator of toerentalbesturingsprint controprint defect. * leren. Stekker en kabel controleren. Vervang defecte onderdelen. door wie Electricien Bediener Klantenservice Klantenservice Klantenservice Klantenservice Bediener Bediener Bediener Bediener Bediener Bediener Klantenservice Bediener Bediener Bediener Bediener Klantenservice Klantenservice
Storing De controlelamp rookgasthermostaat (K) brandt De controlelamp Verkalkingsbeveiliging (K) brandt Onvoldoende of geen aanvoer van reinigingsmiddel Het apparaat ontwikkelt onvoldoende druk Mogelijke oorzaak Oplossing door wie Temperatuurbegrenzer rookgas is Handpistool openen tot de installatie is afge- Bediener in werking gezet. koeld. Installatie op het bedieningspaneel uiten aanzetten om de temperatuurbegrenzer te ontgrendelen. Wanneer dit herhaaldelijk optreedt de klantendienst roepen. Ontharder verbruikt. Ontharder bijvullen. Bediener Doseerventiel op stand „0“. Reinigingsmiddelfilter verstopt of tank leeg. Reinigingsmiddel-zuigslangen, doseerventiel of -magneetklep ondicht of verstopt. Elektronica of magneetklep defect. Sproeier uitgespoeld. Reinigingsmiddeltank leeg. Onvoldoende water. Zeef aan watertoevoer is verstopt. Reinigingsmiddeldoseerventiel lekt. Reinigingsmiddelslangen lekken. Vlotterklep klemt. Veiligheidsventiel lekt. Doseerventiel reinigingsmiddel instellen. Schoonmaken of bijvullen. Bediener Bediener Controleren, reinigen Bediener Vervangen Vervang de sproeier. Vul reinigingsmiddel bij. Zorg voor voldoende watertoevoer. Controleer het filter, bouw het uit en reinig het. Controleer en dicht af. Klantenservice Bediener Bediener Bediener Bediener Vervangen Controleer de soepele werking. Controleer de instelling, zonodig door nieuwe afdichting vervangen. Volumeregelklep lek of te laag in- Controleer de onderdelen van het ventiel, gesteld. vervang bij beschadiging, reinig bij verontreiniging. Magneetklep voor drukontlasting Vervang de magneetklep. defect. Hogedrukpomp klopt, mano- Trillingsdemper defect. Trillingsdemper vervangen. meter oscilleert sterk Waterpomp zuigt iets lucht aan. Controleer het aanzuigsysteem en dicht lekken. Het apparaat schakelt bij ge- Sproeier in de straalpijp verstopt. Controleren, reinigen opend handspuitpistool Kalkaanslag in het apparaat. Zie hoofdstuk „Ontkalken“. voortdurend aan/uit Schakelpunt van de overstromer is Overstromer opnieuw laten instellen. veranderd. Zeef in watertekort-beveiliging ver- Controleer het filter, bouw het uit en reinig stopt. het. Het apparaat schakelt bij ge- Pomp is niet helemaal ontlucht. Zet de apparaatschakelaar op „0“ en handsloten handspuitpistool niet spuitpistool indrukken, tot er geen vloeistof uit meer uit de sproeier komt. Zet het apparaat dan weer aan. Herhaal deze procedure, tot de volledige bedrijfsdruk is bereikt. Veiligheidsventiel of afdichting vei- Veiligheidsventiel of afdichting vervangen. ligheidsventiel defect. Drukschakelaar van de overstro- Drukschakelaar en overstromer controleren. mer.
NL - 12 Bediener Bediener Bediener Klantenservice Klantenservice Klantenservice Klantenservice Bediener Bediener Bediener Klantenservice Bediener Bediener Klantenservice Klantenservice Toebehoren Reinigingsmiddel Reinigingsmiddelen maken het schoonmaken gemakkelijker. De tabel geeft een overzicht van het assortiment reinigingsmiddelen. Voor het gebruik van de reinigingsmiddelen moeten de aanwijzingen op de verpakking worden gelezen. Toepassingsgebied Verontreiniging, soort toepassing Reinigingsmiddel pH-waarde (ca.) van een oplossing van 1 % in leidingwater Stof, straatvuil, minerale oliën (op RM 55 ASF ** Motorvoertuigbranche, tankstations, expeditie, gelakte oppervlakken) RM 22/80-poeder ASF 12/10 wagenparken RM 81 ASF RM 803 ASF RM 806 ASF Conserveren voertuig RM 42 koudwas voor hogedrukreiniger RM 820-hete was ASF RM 821-spuitwax ASF RM 824-Superparelwas ASF RM 44 gel-velgreiniger Metaalverwerkende indu- Oliën, vetten, stof en dergelijke RM 22-poeder ASF strie verontreinigingen RM 55 ASF RM 81 ASF RM 803 ASF RM 806 ASF RM 31 ASF (zware verontreiniging) RM 39-vloeibaar (beschermt tegen corrosie) Levensmiddelenverwer- Lichte tot middelzware verontreini- RM 55 ASF kende bedrijven ging, vetten/oliën, grote oppervlak- RM 81 ASF ken RM 882 schuimgel OSC RM 58 ASF (schuimreinigingsmiddel) RM 31 ASF * Rookhars RM 33 * Reiniging en desinfectie RM 732 Desinfectie RM 735 Kalk, minerale afzettingen RM 25 ASF * RM 59 ASF (schuimreinigingsmiddel) Sanitair *** Kalk, urinesteen, zeepresten etc. RM 25 ASF * (basisreiniging) RM 59 ASF (schuimreinigingsmiddel) RM 68 ASF
- = alleen voor kortstondig gebruik, tweestapsmethode, met helder water naspoelen ** = ASF = afscheidingsvriendelijk *** = voor het voorsproeien is Foam-Star 2000 geschikt NL - 13
Gastoestel met rookgasinstallatie, waarbij de verbrandingslucht uit de installatieruimte wordt gehaald Installatievoorschriften Alleen voor bevoegd en deskundig personeel! Type B23
De verwarmingseenheid van het apparaat is een stookinrichting. Bij de installatie dient men zich aan de ter plaatse geldende normen te houden. Gebruik uitsluitend goedgekeurde schoorstenen/rookafvoerleidingen. Gastoestel zonder stromingsbeveiliging, waarbij alle onder overdruk staande delen van de weg die het rookgas aflegt met verbrandingslucht zijn omgeven. De B23-installatie geeft de mogelijkheid, het apparaat aan een traditionele eenkanaals schoorsteen volgens DIN 18160 aan te sluiten en afhankelijk van de in de ruimte aanwezige lucht te gebruiken. De schoorsteen moet wel geschikt zijn voor het aansluiten van ketels met rookgascondensor (bijv. doordat de schoorsteen is gesaneerd door er een roestvrij stalen buis doorheen te trekken). Gas algemeen
De gasleidingen en de gasaansluiting van het apparaat mogen uitsluitend door een voor gas- en wateraansluitingen bevoegd en geregistreerd vakbedrijf worden geïnstalleerd en aangesloten. Het instellen van en reparaties aan de gasbrander mogen uitsluitend door een daartoe door Kärcher opgeleid en bevoegd klantendienst-monteur worden uitgevoerd. Gasleidingen In de gastoevoerleiding, die tenminste een nominale diameter van 1 inch dient te hebben, moeten een manometer en een afsluitventiel worden aangebracht. – Vanwege de trillingen die de hogedrukpomp veroorzaakt, moet de verbinding tussen de starre gasleiding en het apparaat met een flexibele gasslang worden uitgevoerd. – Bij gastoevoerleidingen van meer dan 10 m lengte moet de nominale breedte 1 1/2 inch of meer bedragen. De gasaansluiting van het apparaat zelf heeft een nominale breedte van 1 inch. Gevaar Bij het inschroeven van de flexibele gasslang aan de brander moet de aansluitnippel met een steeksleutel SW 36 worden tegengehouden. De aansluitnippel mag tegenover het branderhuis niet verdraaid raken. De afdichting van de schroefaansluiting moet met door de DVGW toegelaten afdichtmiddelen worden uitgevoerd. Na het aansluiten moet de verbinding met door de DVGW toegelaten lekzoekspray op lekkages worden gecontroleerd. De buisbreedte van de gasleiding moet volgens DVGW TRGI 1986 of TRF 1996 worden berekend. De nominale breedte van de gasaansluiting van het apparaat is niet vanzelf gelijk aan de nominale breedte van de buis. De dimensionering en installatie van de gasleiding moet volgens de overeenkomstige normen en voorschriften worden uitgevoerd.
Gastoestel met rookgasinstallatie, dat de verbrandingslucht via een gesloten systeem van buiten haalt. Type C33 Gastoestel met verbrandingsluchttoevoer en rookgasleiding loodrecht via het dak. De mondingen bevinden zich dicht bij elkaar in hetzelfde drukgebied. lucht- / rookafvoer
Elk apparaat moet op een eigen schoorsteen worden aangesloten. De rookgasleiding moet volgens de plaatselijke voorschriften en in overleg met de verantwoordelijke meester schoorsteenveger worden uitgevoerd. NL - 14 Condensaatafvoer Type C43 Gastoestel met verbrandingsluchttoevoer en rookgasleiding naar de aansluiting aan een lucht-rookgassysteem. De condensaatleiding moet direct aan de condensaataansluiting gesifoneerd worden. De sifonhoogte moet 30 cm bedragen. De sifon wordt niet meegeleverd. De condensaatleiding mag geen vaste verbinding met de riolering hebben. Het condensaat moet vrij in een trechter of neutralisatievat kunnen lopen. Wand montage
Type C53 Gastoestel met gescheiden verbrandingsluchttoevoer en rookgasleiding. De mondingen bevinden zich in verschillende drukgebieden. Voor de montage moet worden gecontroleerd of de wand wel voldoende draagkracht heeft. Het meegeleverde bevestigingsmateriaal is geschikt voor beton. Voor holle bouwsteen, bakstenen en gasbetonwanden moeten geschikte pluggen en schroeven worden gebruikt, bijv. injectieankers (boortekening zie maatblad). Afbeelding 3 - Pos. 19 en 25 Het apparaat mag niet star met het waterleiding- of het hogedrukbuizennet worden verbonden. De verbindingsslangen dienen absoluut te worden aangebracht. Afbeelding 3 - A Tussen het waterleidingnet en de verbindingsslang moet een afsluitkraan worden aangebracht. Montage van de hogedrukleidingen Bij de montage van de hogedrukleidingen dient men zich aan de betreffende nationale voorschriften van de wetgever te houden. – De drukafname in de buisleiding moet onder 1,5 MPa liggen. – Als de buisleiding klaar is, moet deze met 32 MPa worden getest. – De isolatie van de buisleiding moet bestand zijn tegen temperaturen tot 100 °C. Reinigingsmiddeltanks plaatsen Afbeelding 3 - pos. 20 De tanks moeten zo worden opgesteld dat het laagste peil van het reinigingsmiddel niet meer dan 1,5 m onder de bodem van het apparaat ligt en het hoogste peil niet boven de bodem van het apparaat ligt. Watertoevoer Afbeelding 3 - B en Pos. 19 Sluit de watertoevoer met een geschikte waterslang aan het waterleidingnet aan. – De capaciteit van de watertoevoer moet ten minste 1300 l/h bij ten minste 0,1 MPa bedragen. – De watertemperatuur moet onder 30 °C liggen. Instructie: Om de voorgeschreven verbrandingswaarde te bereiken moet de bij de technische gegevens vermelde schoorsteentrek worden aangehouden. NL - 15
Elektrische aansluiting Eerste ingebruikneming Voorzichtig De maximaal toegelaten netimpedantie aan het elektrische aansluitpunt (zie Technische gegevens) mag niet overschreden worden. In geval van onduidelijkheden in verband met de netimpedantie aan uw aansluitpunt neemt u best contact op met uw electriciteitsmaatschappij. Instructie: Inschakelprocessen veroorzaken een kortstondige spanningsval. Bij ongunstige netomstandigheden kunnen andere apparaten beïnvloed worden. – Aansluitwaarden zie Technische gegevens en typeplaatje. – De elektrische aansluiting moet uitgevoerd worden door een electricien en moet voldoen aan IEC 60364-1. – Stroomvoerende onderdelen, kabels en apparaten in het werkgebied moeten in goede staat en spuitwaterdicht zijn. We adviseren wandcontactdozen met voorgeschakelde lekstroom-veiligheidsschakelaar (maximaal 30 mA nominale activerings-stroomsterkte) te gebruiken, ter vermijding van elektrische ongelukken. Het apparaat is in de fabriek ingesteld als aardgasapparaat voor gastype G 20 en als vloeibaar gasapparaat voor G 31. Bij de omschakeling van het aardgasapparaat op G 25 of andere (zie typeplaatje) aardgassoorten of van het vloeibaar gasapparaat op G 30 of andere (zie typeplaatje) vloeibare gassoorten moeten bij het aardgasapparaat de waarden van de aardgasuitlaatgassen en bij het vloeibaar gasapparaat de waarden van het vloeibare gas ingesteld worden volgens de servicegegevens. Op het bijgevoegde lege plaatje wordt de nieuw ingestelde gassoort vermeld en het plaatje wordt op het veld aan de rechterkant van het apparaat aangebracht. Tegelijkertijd moet het in de fabriek aangebrachte plaatje met vermelding G 20 (aardgasapparaat) of G 31 (vloeibaar gasapparaat) verwijderd worden. Vast geïnstalleerde elektrische aansluiting Elektrische aansluiting tot stand brengen. Teneinde de stationaire hogedrukreiniger uit te kunnen schakelen dient men een afsluitbare hoofdschakelaar (afbeelding 3 pos. 6) op een ongevaarlijke plaats en goed toegankelijk aan te brengen. De contactopeningsbreedte van de hoofdschakelaar moet minimum 3 mm bedragen. Elektrische aansluiting met stekker / contactdoos Cekon-stekker monteren op de aansluitkabel van het apparaat. Cekon-stekker in de cotactdoos steken. Voor het uitschakelen van de stationaire hogedrukreiniger moet de Cekon-stekker makkelijk toegankelijk zijn voor de netscheiding. Gasaansluiting controleren. Voorzichtig Gevaar voor beschadiging van het apparaat door oververhitting. Sluit de sifon aan op de bodem van de ketel en vul deze met water. Vul de ketel boven de opening van de schoorsteen met 4 liter water. Knip voor het eerste gebruik de punt van het deksel van de olietank op de waterpomp af. Maatregelen voor de inbedrijfname Afbeelding 3 - pos. 14 Hogedrukslang met handpuitpistool en straalpijp verbinden en op de hogedrukuitgang van het apparaat of op het hogedrukbuisleidingsysteem aansluiten.
Sproeiermond (b) met wartelmoer (a) aan de straalpijp (d) bevestigen. Let erop dat de afdichtingsring (c) schoon in de groef ligt.
NL - 16 Bescherming voor verkalking De stand-by-tijd veranderen De standby-tijd wordt op de grotere printplaat aan de linker zijwand van de elektrische kast ingesteld.
min. Veer (c) van de dekselsteun (b) van het onthardingsmiddelreservoir (a) verwijderen. Reservoir bijvullen met Kärcher-onthardingsvloeistof RM 110 (2.780-001). Gevaar Gevaarlijke elektrische spanning! Instelling mag alleen door een elektrotechnicus worden uitgevoerd. Plaatselijke waterhardheid vaststellen: – via het plaatselijke waterleidingbedrijf, – met een testapparaat voor de waterhardheid (bestelnr. 6.768-004). Haal de kap van het apparaat. Open de schakelkast bij het bedieningspaneel. max. De standby-tijd is vanuit de fabriek ingesteld op een minimale tijd van 2 minuten en kan tot een maximale tijd van 8 minuten worden verlengd.
Draaipotentiometer (a) instellen op de waterhardheid. De juiste instelling vindt u in de tabel. Bijvoorbeeld: Stel voor een waterhardheid van 15 °dH scalawaarde 6 op de draaipotentiometer in. Hieruit volgt een pauzetijd van 31 seconden, d.w. z. alle 31 seconden gaat de magneetklep even open. Waterhardheid (°dH) Schaal op de draaipotentiometer Pauzetijd (seconden)
Installatiemateriaal
Installatiemateriaal Slanghouder Slangtrommel Hogedrukslang 10 m Handspuitpistool Easypress Draairegelaar HDS 9/16-4 Draairegelaar HDS 12/14-4 Straalpijphouder Staalbuis Sproeiermond HDS 9/16-4 Sproeiermond HDS 12/14-4 Waterslang Magneetklep watertoevoer Reinigingsmiddeltank 60 l Gasslang R1“ Gas-afsluitkraan R1“ Manometer, gas (Let op! Zorg voor afsluitventiel aan bouwzijde.) Onderdelenset wandconsole Onderdelenset bodemframe Hogedrukslang Afbeelding 3 Nr.
11a 11b 11c 11d Installatiemateriaal Kniekoppeling Set aansluitingsonderdelen, rookgas Set ketel-aansluitingsonderdelen, rookgas Set onderdelen voor sifon Warmte-isolatie Hoofdschakelaar Buisleidingenset, staal verzinkt Buisleidingenset, roestvrij staal Set onderdelen afstandsbediening Onderdelenset NOT-AUS schakelaar T-schroefverbinding Aansluitmof, messing Aansluitmof, roestvrij staal Afsluitkraan NW 8, verzinkt staal Afsluitkraan NW 8, roestvrij staal Vast snelkoppelingsonderdeel Los snelkoppelingsonderdeel Bestelnr. 6.386-356 2.640-425 2.640-424 2.640-422 6.286-114 6.631-455 2.420-004 2.420-006 2.744-008 2.744-002 6.386-269 2.638-180 2.638-181 4.580-144 4.580-163 6.463-025 6.463-023
NL - 18 Bestelnr. 2.042-001 2.637-238 6.388-083 4.775-463 4.775-470 4.775-471 2.042-002 4.760-550 2.883-402 2.883-406 4.440-282 4.743-011 5.070-078 6.388-228 6.412-389 6.412-059 2.053-005 2.210-008 6.389-028 EG-conformiteitsverklaring Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheidsen gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EGrichtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. Product: Type: Hogedrukreiniger 1.251-xxx Van toepassing zijnde EG-richtlijnen 2009/142/EG 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2004/108//EG Toegepaste geharmoniseerde normen EN 55014–1: 2006+A1: 2009+A2: 2011 EN 55014–2: 1997+A1: 2001+A2: 2008 EN 60335–1 EN 60335–2–79 EN 62233: 2008 EN 61000–3–2: 2006+A1: 2009+A2: 2009 HDS 12/14: EN 61000–3–3: 2008 HDS 9/16: EN 61000–3–11: 2000 Toegepaste specificaties: QA 195 (niet LPG) Naam van de benoemde instantie: voor 2009/142/EG GASTEC Wilmersdorf 50 7327 AC Apeldoorn Identificatienr. 0063 5.957-648 De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de bedrijfsleiding. CEO Head of Approbation Gevolmachtigde voor de documentatie: S. Reiser Alfred Kärcher GmbH & Co. KG Alfred Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2010/12/01 Garantie In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat worden binnen de garantieperiode gratis verholpen, voorzover deze veroorzaakt worden door een materiaal- of fabricagefout. NL - 19
Klantenservice Soort installatie: Fabrieksnr.: In bedrijf genomen op: Test uitgevoerd op: Uitslag: Handtekening Test uitgevoerd op: Uitslag: Handtekening Test uitgevoerd op: Uitslag: Handtekening Test uitgevoerd op: Uitslag: Handtekening
Pihustus- Osa nr. nurk HDS 9/16
Pihustus- Osa nr. nurk HDS 9/16
Notice-Facile