MM P3 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MM P3 BENNING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MM P3 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MM P3 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MM P3 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING MM P3 BENNING
NL Gebruiksaanwijzing
Fig. 2: Meten van gelijkspanning
Fig. 8: Frequentie-/ toetsverhoudingmeting
Fig. 9: Vervanging van de batterijen
Fig. 10: Gebruik van de beschermhoes
Gebruiksaanwijzing BENNING MM P3
Digitale multimeter voor het meten van
- Gelijkspanning
- Wisselspanning
- Weerstand
- Dioden
- Stroomdoorgang
- Capaciteit
- Frequentie
- Toetsverhouding
Inhoudsopgave:
- Gebruiksaanwijzing
- Veiligheidsvoorschriften
- Leveringsvoorschriften
- Artikelbeschrijving
- Algemene kenmerken
- Gebruiksvoorschriften
- Elektrische gegevens
- Meten met de BENNING MM P3
- Onderhoud
- Gebruik van de beschermhoes
- Milieu
1. Gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor
- elektriciens en - elektrotechnici
De BENNING MM P3 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600 V DC of AC (zie ook hoofdstuk 6. "Gebruiksvoorschriften").
In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING MM P3 worden de volgende symbolen gebruikt.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!
Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing!
Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.

Dit symbool geeft aan dat de BENNING MM P3 dubbel geïsoleerd is (beschermingsklasse II).

Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.

Dit symbool geeft de instelling weer van "diodecontrole".

Dit symbool geeft de instelling "doorgangstest" aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal.

Dit symbool geeft de instelling weer van "capaciteitsmeting".

DC: gelijkspanning

AC: wisselspanning

aarding (spanning t.o.v. aarde)
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften:
DIN VDE 0411 deel 1/EN 61010-1
DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033
DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031
en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

De BENNING MM P3 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie II met max. 600 V ten opzichte van aarde of overspanningscategorie III met 300 V ten opzichte van aarde.
Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheids-meetsnoeren moeten gecontroleerd te worden.
Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is:
- bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat
- als het apparaat niet meer (goed) werkt
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden
- na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeel-kundig gebruik,
- het apparaat of de meetleidingen vochtig zijn.

Om gevaar te vermijden
- mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren niet worden aangeraakt
3. Leveringsvoorschriften
Bij de levering van de BENNING MM P3 behoren:
3.1 één BENNING MM P3 met twee vast aangesloten veiligheidsmeetleidingen, zwart en rood (L = 0,6 m; punt ∅ = 2 mm),
3.2 een stuks beschermhoes
3.3 twee ingebouwde 1,5 V (LR 44) batterijen
3.4 één gebruiksaanwijzing
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:
- de BENNING MM P3 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V batterijen (LR 44)
4. Artikelbeschrijving
Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat.
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedie- ningselementen.
① Digitaal display voor het aflezen van gemeten waarde en de aanduiding indien meting buiten bereik van het toestel valt.
② Aanduiding polariteit.
③ Symbool voor lege batterijen.
④ HOLD-toets voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaarde.
⑤ SELECT-toets, voor het selecteren van de tweede of derde functie,
6 RANGE-toets voor omschakeling van het meetbereik (automatisch / handmatig instelbaar).
⑦ Draaischakelaar voor functiekeuze.
⑧ Veiligheidsmeetleiding (rood), positieve ^1 aansluiting voor V, Ω, -1Hz,
9 COM-veiligheidsmeetleiding (zwart), gemeenschappelijke aansluiting voor spannings-, weerstands-, frequentie-, toetsverhouding- en capaciteitsmetingen, doorgangs- en diodentest.
1) betreft automatische polariteitaanduiding voor gelijkspanning.
- Algemene kenmerken
5.1 Algemene gegevens van de multimeter
5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) ① af te lezen met 3^5/6 cijfers van 14 mm. hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 5000.
5.1.2 De polariteitaanduiding ② werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t.o.v. de aansluiting aangeduid met „-“.
5.1.3 Metingen buiten het bereik van de meter worden aangeduid met „OL“ of „-OL“, alsmede gedeeltelijk met een akoestisch signaal.
NB: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting!
5.1.4 Opslaan van een gemeten waarde in het geheugen: „HOLD“. Door het indrukken van de toets „HOLD“ ④ wordt de gemeten waarde in het geheugen opgeslagen. Tegelijkertijd verschijnt het symbool „HOLD“ in het display. Door de toets opnieuw in te drukken wordt teruggeschakeld naar de meetstatus.
5.1.5 De toets "SELECT" ⑤ kiest de tweede of derde functie van de draaischakelaarstand.
Opmerking:
De functie “%” beschrijft de toetsverhouding van periodieke signalen:
$$ [ \% ] = \frac {T _ {1}}{T} $$

line
| Time | Voltage | |------|---------| | 0 | 0 | | T₁ | 2Vss | | T₂ | 0 | | T₃ | 2Vss |5.1.6 Met de "RANGE"-toets ⑥ kan het meetbereik handmatig worden ingesteld waarbij tegelijkertijd het symbool "AUTO" in het display wordt uitgeschakeld. Door de toets langer ingedrukt te houden (1 sec.) wordt de automatische bereikkeuze ingesteld (aanduiding "AUTO" in diplay).
In de draaischakelaarstand ( - ) heeft de toets „RANGE“ een relatievewaardefunctie „REL “. Door bediening van de toetsen wordt de aanliggende meetwaarde opgeslagen en het verschil (offset) tussen de opgeslagen meetwaarden en de volgende meetwaarde wordt weergegeven. De relatievewaardefunctie „REL “ maakt de nulaanpassing van het capaciteitsbereik mogelijk bij niet gecontacteerde meetleidingen. Door opnieuw op de toets te
drukken wordt er teruggeschakeld in de normale modus.
5.1.7 Het meetpercentage van de BENNING MM P3 bedraagt nominaal 3 metingen per seconde voor de digitaal aanduiding.
5.1.8 De BENNING MM P3 wordt door de draaischakelaar ⑦ in- of uitgeschakeld. Uitschakelstand is "OFF".
5.1.9 De BENNING MM P3 schakelt zichzelf na ca. 30 minuten automatisch uit. (APO, Auto-Power-Off). Deze automatische uitschakeling kunt u deactiveren door de toets „RANGE“ in te drukken en gelijktijdig de BENNING MM P3 vanuit de „OFF“-stand in te schakelen.
5.1.10 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,2 x (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C.
5.1.11 De BENNING MM P3 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (LR 44).
5.1.12 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning van de BENNING MM P3 dalen, verschijnt in het scherm ① het batterijsymbool ③.
5.1.13 De levensduur van een batterij (alkaline) bedraagt ongeveer 100 uur.
5.1.14 Afmetingen: (l x b x h) = 132 x 86 x 19 mm.
Gewicht = 130 gram met beschermhoes en batterijen.
5.1.15 De veiligheidsmeetsnoeren zijn uitgevoerd in een 2 mm. stekertechniek. De aangesloten veiligheidsmeetleidingen voldoen aan de nominale spanning van de BENNING MM P3.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING MM P3 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal.
- Categorie van overbelasting/ installatie: IEC 60664-1/ IEC 61010-1 → 300 V categorie III; 600 V categorie II.
- Beschermingsgraad stofindringing: 2
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529), Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); bescherming tegen stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede. Het tweede cijfer (0); niet beschermd tegen water.
- Werktemperatuur en relatieve luchtvochtigheid: Bij een werktemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve luchtvochtigheid < 80 %. Bij een werktemperatuur van 31 °C tot 40 °C: relatieve luchtvochtigheid < 75 %. Bij een werktemperatuur van 41 °C tot 50 °C: relatieve luchtvochtigheid < 45 %.
- Opslagtemperatuur: de BENNING MM P3 kan worden opgeslagen bij temperaturen van -20 °C tot +60 °C (luchtvochtigheid 0 - 80 %. Daarbij dienen wel de batterijen te worden verwijderd.
Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van:
- een relatief deel van de meetwaarde
- een aantal digits.
Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve luchtvochtigheid < 80 %.
7.1 Meetbereik voor gelijkspanning (Schakelaarstand: V_DC , mV_DC )
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ.
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | Beveiliging tegen overbelasting | |
| 400 mV 0,1 mV ± (0,7 % meetwaarde + 5 | digits) | 600 V_DC |
| 4 V 1 mV ± (0,6 % meetwaarde + 2 | digits) | 600 V_DC |
| 40 V 10 mV ± (0,6 % meetwaarde + 2 | digits) | 600 V_DC |
| 400 V 100 mV ± (0,6 % meetwaarde + 2 | digits) | 600 V_DC |
| 600 V 1 V ± (0,7 % meetwaarde + 5 | digits) | 600 V_DC |
7.2 Meetbereik voor wisselspanning (Schakelaarstand: V_DC , mV_DO )
De ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ parallel aan 100 pF.
| Meetbereik Resolutie | Nauwkeurigheid v/d meting *1 bij 50 Hz - 500 Hz | Beveiliging tegen overbelasting |
| 400 mV 0,1 mV ± (1,5 % meetwaarde + 5 | digits) | 600 V_eff |
| 4 V 1 mV ± (0,9 % meetwaarde + 5 | digits) | 600 V_eff |
| 40 V 10 mV ± (0,9 % meetwaarde + 5 | digits) | 600 V_eff |
| 400 V 100 mV ± (0,9 % meetwaarde + 5 | digits) | 600 V_eff |
| 600 V 1 V ± (0,9 % meetwaarde + 5 | digits) | 600 V_eff |
De meetwaarde van de BENNING MM P3 wordt door detectie van de gemiddelde waarde verkregen en als effectieve waarde weergegeven.
*1 De meetnauwkeurigheid is gespecificeerd voor een sinus curvenvorm. Bij niet sinusvormige curvenvorm wordt de aanduidingswaarde minder nauwkeurig.
7.3 Meetbereik voor weerstanden (Schakelaarstand: Ω, ⚪)
Beveiliging tegen overbelasting bij weerstandsmeting: 600V _eff
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | Max. nullastspanning | ||
| 400 Ω 0,1 Ω ± (0,9 % meetwaarde + 5 | digits) 0,4 V | ||
| 4 kΩ | 1 Ω ± (0,9 % meetwaarde + 2 | digits) 0,4 V | |
| 40 kΩ 10 Ω | ± (0,9 % meetwaarde + 2 | digits) 0,4 V | |
| 400 kΩ | 100 Ω | ± (0,9 % meetwaarde + 2 digits) 0,4 V | |
| 4 MΩ | 1 kΩ | ± (1,5 % meetwaarde + 5 digits) 0,4 V | |
| 40 MΩ 10 kΩ | ± (1,5 % meetwaarde + 5 | digits) 0,4 V | |
7.4 Dioden- en doorgangstest (Schakelaarstand: Ω,→)
Beveiliging tegen overbelasting: 600V_eff
De ingebouwde zoemer klinkt bij een weerstand R < 50 Ω.
Meetbereik Resolutie Max. meetstroom Max. nullastspanning

1 mV 1,1 mA 1,5 V
7.5 Capaciteitsbereik (Schakelaarstand:
Voorwaarden: condensatoren ontladen en de meetpennen overeenkomstig de polariteit aanleggen.
Beveiliging tegen overbelasting bij capaciteitsmetingen: 600 V _eff
Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting
| 50 nF 10 pF | ± (5,0 % meetwaarde + 0,2 nF)* | |
| 500 nF | 100 pF | ± (2,9 % meetwaarde + 5 digits) |
| 5 μF | 1 nF | ± (2,9 % meetwaarde + 5 digits) |
| 50 μF | 10 nF | ± (2,9 % meetwaarde + 5 digits) |
| 100 μF | 100 nF | ± (2,9 % meetwaarde + 5 digits) |
De meetduur is afhankelijk van de condensatorgrootte en kan tot 20 seconden bedragen.
* De meetnauwkeurigheid is gespecificeerd voor meetwaarden vanaf 10 nF en een voorafgaande nulaanpassing door de toets „RANGE/ REL Δ ( )“ ⑥.
Beveiliging tegen overbelasting bij frequentiemetingen: 600 V _eff .
7.6.1 Frequentiebereik voor rechthoeksignalen (schakelaarpositie: Hz, %)
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v/d meting voor max. 5 Vss(Rechthoeksignaal) | Gevoeligheid |
| 5 Hz | 0,001 Hz | ± (0,3 % meetwaarde + 5 digits) | >1,0 Vss(rechthoek) |
| 50 Hz | 0,01 Hz ± (0,3 % meetwaarde + 5 digits) | >1,0 Vss(rechthoek) | |
| 500 Hz | 0,1 Hz ± (0,3 % meetwaarde + 5 digits) | >1,0 Vss(rechthoek) | |
| 5 kHz | 1 Hz | ± (0,3 % meetwaarde + 5 digits) | >1,0 Vss(rechthoek) |
| 50 kHz | 10 Hz | ± (0,3 % meetwaarde + 5 digits) | >1,0 Vss(rechthoek) |
| 500 kHz | 100 Hz | ± (0,3 % meetwaarde + 5 digits) | >1,0 Vss(rechthoek) |
| 5 MHz 1 kHz | ± (0,3 % meetwaarde + 5 digits) | >1,0 Vss(rechthoek) |
7.6.2 Frequentie-indicatie voor voor sinusvormige signalen (Positie schakelaar: V_AC , Hz, %) en bediening van de „SELECT“-toets:
Nauwkeurigheid van de meting ± (0,3 % + 5 Digit) geldig voor sinusspanningen tot 600 V eff (10 Hz - 500 Hz) und voor de aangegeven waarden in het wisselspanningsgebied (V AC ) groter dan 50 % van de eindwaarde van het
meetgebied.
7.7 Schakelverhouding voor rechthoeksignalen (schakelaarpositie: Hz, %)
Overbelastingsbeveiliging bij meting van schakelverhouding: 600 V _eff .
| Meetbereik Resolutie | Nauwkeurigheid van de meting tot 5 Vssmax.(Rechthoeksignaal, 5 Hz - 5 kHz) | Gevoeligheid(30 % ≤ % ≤ 70 %) |
| 0,1 % - 99,9 % 0,1 % ± (0,5 % meetwaarde + 3 | digits) > 1,0 V | ss(rechthoek) |
8. Meten met de BENNING MM P3
8.1 Voorbereiding van de metingen
Gebruik en bewaar de BENNING MM P3 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- De aangesloten zwarte en rode veiligheidsmeetleiding voldoet aan de geldende voorschrift, wanneer deze onbeschadigd zijn.
- De aangesloten zwarte en rode veiligheidsmeetleiding moeten tegen verontreinigingen worden beschermd.
- Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Het apparaat direct verwijderen.
- Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het apparaat direct verwijderen.
- Voordat met de draaischakelaar ⑦ een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM P3 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/of meetfouten.
8.2 Spanningmeting

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde!
Gevaarlijke spanning!!
De hoogste spanning die aan de
- COM-bus⑨
- voor V, Ω, , Hz 8
van de BENNING MM P3 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V bedragen.
- Kies met de draaiknop ⑦ van de BENNING MM P3 de gewenste instelling (V AC) of (V DC).
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display ① van de BENNING MM P3.
- In de draaischakelaarstand (V _AC ) kan met de toets "SELECT" ⑤ het omschakelen op frequentiemeting (toets een keer indrukken) resp. toetsverhoudingmeting (toets twee keer indrukken) worden uitgevoerd.
Opmerking:
In kleine spanningsbereiken kan bij open veiligheidsmeetleidingen de nul-volt-weergave door strooipatronen achterwegeblijven. De BENNING MM P3 t.a.v. zijn functio-
naliteit controleren door kortsluiting aan de meetpunten.
Zie fig. 2: meten van gelijkspanning.
Zie fig. 3: meten van wisselspanning.
8.3 Weerstandsmeting
- Kies met de draaiknop ⑦ van de BENNING MM P3 de gewenste instelling (Ω,
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display ① van de BENNING MM P3.
Zie fig. 4: weerstandmeting
8.4 Diodencontrole
- Kies met de draaiknop ⑦ de gewenste instelling (Ω, ,→) van de BENNING MM P3.
- Met de toets „SELECT“ ⑤ aan de BENNING MM P3 de omschakeling op diodecontrole (▶)bitvoeren (toets een keer indrukken).
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpunten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display ① van de BENNING MM P3.
- Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroomspanning tussen 0,400 V tot 0,900 V aangegeven. De aanduiding "000" wijst op een kort-sluiting in de diode, de aanduiding "OL" geeft een onderbreking in de diode aan.
- Bij een in sperrichting gemonteerde diode wordt "OL" aangegeven. Bij een defecte diode wordt "000" of een andere waarde aangegeven.
Zie fig. 5: diodecontrole
8.5 Doorgangstest met akoestisch signaal
- Kies met de draaiknop ⑧ de gewenste instelling (Ω, ,→ van) de BENNING MM P3.
- Met de toets „SELECT“ ⑤ aan de BENNING MM P3 de omschakeling op doorgangscontrole ( )uitvoeren (toets twee keer indrukken).
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit.
- Wanneer de weerstand tussen de meetpunten hoger wordt dan 50 Ω, weerklinkt de in de BENNING MM P3 ingebouwde zoemer.
Zie fig. 6: doorgangstest met zoemer.
8.6 Capaciteitsmeting

Voor capaciteitsmetingen dienen de condensatoren volledig ont- laden te zijn! Er mag nooit spanning gezet worden op de contact- bussen voor capaciteitsmeting. Het apparaat kan daardoor be- schadigd worden of defect raken! Een beschadigd apparaat kan spanningsgevaar opleveren!
- Kies met de draaiknop ⑦ de gewenste instelling (-) van de BENNING MM P3.
- Stel de polariteit vast van de condensator en ontlaad de condensator.
- Eventueel via de toets „RANGE/ REL Δ ( )” ⑥ de nulaanpassing uitvoeren.
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren overéénkomstig polariteit aan het ontladen van de condensator en lees de gemeten waarde af in het display ① van de BENNING MM P3.
Zie. fig. 7: capaciteitsmeting.
8.7 Frequentiemeting
- Om rechthoekige signalen tot 5 V _ss max. te meten, moet met de draaischakelaar ⑦ de gewenste functie (Hz, %) worden gekozen.
- Om sinussignalen tot 600 V eff te meten, moet met de draaischakelaar ⑦ de gewenste functie (V AC , Hz, %) worden gekozen en moet met de toets „SELECT“ op frequentiemeting (Hz) worden overgeschakeld.
- Let op de minimale gevoeligheid voor frequentiemetingen met de BENNING MM P3!
- Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren overéénkomstig polariteit aan het ontladen van de condensator en lees de gemeten waarde af in het display ① van de BENNING MM P3.
Zie fig. 8: Frequentie-/ toetsverhoudingmeting.
8.8 Toetsverhouding meten
- Met de draaischakelaar ⑦ de gewenste functie (Hz, %) op de BENNING MM P3 uitkiezen.
- Met de toets „SELECT“ ⑤ aan de BENNING MM P3 de omschakeling op toetsverhouding meten (%) uitvoeren (toets een keer indrukken).
- De veiligheidsmeetleidingen met de meetpunten contacteren, de meetwaarde aan het digitale display ① van de BENNING MM P3 aflezen.
Zie fig. 8: Frequentie/ toetsverhouding meten
9. Onderhoud

De BENNING MM P3 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt! Gevaarlijke spanning!
Werken aan een onder spanning staande BENNING MM P3 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.
BENNING MM P3 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen.
- Ontkoppel eerst beide veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object.
- Zet de draaischakelaar ⑦ in de positie „Off“.
9.1 Veiligheidsstelling van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING MM P3 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:
- zichtbare beschadigingen aan de behuizing en aan de veiligheidsmeetleidingen,
- meetfouten.
- waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden.
- waarneembare gevolgen van transportschade.
In deze gevallen direct de BENNING MM P3 uitschakelen en niet meer gebruiken.
9.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde uitsluitend met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING MM P3 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/of in de behuizing, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
9.3 Het vervangen van de batterijen

Vóór het openen van de BENNING MM P3 moet het apparaat spanningsvrij zijn! Gevaarlijke spanning!!
De BENNING MM P3 wordt gevoed door twee ingebouwde 1,5 V (LR 44) batterijen. Als het batterijsymbool ^3 op het display ^1 verschijnt, moeten de batterijen worden vervangen (zie afbeelding 9).
De batterijen worden als volgt verwisseld:
- Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit.
- Zet de draaischakelaar ⑦ in de positie „OFF“.
- Leg de BENNING MM P3 op de voorkant en draai de schroef van de bodem van de behuizing los.
- Dan til de bodem van de behuizing er voorzichtig af.

Geen schroeven losdraaien aan de gedrukte bedrading van de BENNING MM P3!
- Neem de lege batterijen uit het batterijvak.
- Leg de nieuwe batterijen met de juiste poolaansluiting in het batterijvak, de pluspool is naar boven gericht.
- Klik de bodem van de behuizing vast op het bovengedeelte van de behuizing en draai de schroeven weer vast.
Zie fig. 9: vervanging van de batterijen.

Gooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.
9.4 Kalibrering
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum.
Om de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren.
10. Gebruik van de beschermhoes
U kunt de veiligheidsmeetleidingen bewaren, doordat u de veiligheidsmeetleidingen opwikkelt en d.m.v. een klitbandsluiting binnenin de beschermhoes bevestigt.
Zie fig. 10: gebruik van de beschermhoes
11. Milieu

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.
Protectie la suprasarcina: 600 V _eff
Summerul incorporat emite sunete daca rezistenta R este mai mica de 50 Ω.