Kärcher KM 7540 W G - Stofzuiger

KM 7540 W G - Stofzuiger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 7540 W G Kärcher in PDF-formaat.

📄 264 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Kärcher KM 7540 W G - page 41

Download de handleiding voor uw Stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 7540 W G - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 7540 W G van het merk Kärcher.

GEBRUIKSAANWIJZING KM 7540 W G Kärcher

6.906-886.0 Con spazzole natuali indicate per spazzo- lare polveri fini su pavimenti lisci in am- bienti interni. Non resistente all'acqua, non indicato per superfici abrasive. Rullo spazzola, duro 6.906-885.0 Per rimuovere lo sporco molto aderente in ambienti esterni, resistente all'acqua. Rullo spazzola, anti- statico 6.906-950.0 40 IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Vóór eerste ingebruikneming veiligheids- maatregelen absoluut lezen! Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur. – De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zon- der gevaar. – Naast de aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzingen moeten de algemene vei- ligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. GEVAAR Om risico 's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst. – Er mogen alleen toebehoren en onder- delen gebruikt worden, die door de fa- brikant zijn goedgekeurd. Origineel toe- behoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden. – Verdere informatie over reserveonder- delen vindt u op www.kaercher.com bij Service. GEVAAR Waarschuwt voor een direct dreigend ge- vaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt. 몇 WAARSCHUWING Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden. 몇 VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke si- tuatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden. LET OP Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden. Gebruik dit apparaat uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing. – Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van vervuilde oppervlakken bin- nen en buiten. – Dit apparaat is geschikt voor industrieel gebruik. – Het apparaat is niet geschikt voor het opzuigen van gezondheidsschadelijke stoffen. – Er mogen aan het apparaat geen wijzi- gingen worden aangebracht. – Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing ge- noemde wegdek/ondergrond. – Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemach- tigde voor het machinegebruik vrijgege- ven oppervlakken. – Over het algemeen geldt: Licht ont- vlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandge- vaar). Inhoudsopgave Algemene aanwijzingen. . . . . . NL 1 Zorg voor het milieu . . . . NL 1 Garantie . . . . . . . . . . . . . NL 1 Accessoires en reserveon- derdelen. . . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen in de gebruiks- aanwijzing . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen op het toestel NL 1 Reglementair gebruik . . . . . . . NL 1 Voorzienbaar verkeerd ge- bruik . . . . . . . . . . . . . . . . NL 2 Geschikte ondergronden NL 2 Veiligheidsinstructies. . . . . . . . NL 2 Gebruik . . . . . . . . . . . . . NL 2 Bediening. . . . . . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de rijmodus . . . . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de verbrandingsmotor . . NL 2 Vervoer . . . . . . . . . . . . . NL 2 Onderhoud. . . . . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinrichtingen . . NL 2 Functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 2 Elementen voor de bediening en de functies . . . . . . . . . . . . . . . . NL 3 Overzicht apparaat. . . . . NL 3 Bedieningsveld. . . . . . . . NL 3 Sleutelschakelaar. . . . . . NL 3 Voor de inbedrijfstelling . . . . . . NL 4 Instructies inzake uitladen NL 4 Duwbeugel monteren. . . NL 4 Zijbezem monteren . . . . NL 4 Inbedrijfstelling. . . . . . . . . . . . . NL 4 Algemene aanwijzingen. NL 4 Tanken. . . . . . . . . . . . . . NL 4 Controle- en onderhouds- werkzaamheden. . . . . . . NL 4 Motor starten . . . . . . . . . NL 4 Gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Apparaat verrijden . . . . . NL 4 Vegen. . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Stoffilter reinigen . . . . . . NL 4 Veeggoedcontainer leegma- ken . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Apparaat uitschakelen . . NL 5 Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Stillegging . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Onderhoud. . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Algemene aanwijzingen. NL 5 Reiniging . . . . . . . . . . . . NL 5 Onderhoudsintervallen. . NL 5 Onderhoudswerkzaamhede n. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Hulp bij storingen. . . . . . . . . . . NL 8 Technische gegevens . . . . . . . NL 9 EU-conformiteitsverklaring . . . NL 9 Toebehoren . . . . . . . . . . . . . . . NL 9 Algemene aanwijzingen Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is her- bruikbaar. Deponeer het verpak- kingsmateriaal niet bij het huis- houdelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden appara- ten bevatten waardevolle materi- alen die geschikt zijn voor recy- cling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten daarom via daarvoor geëigende verzamelsystemen. Garantie Accessoires en reserveonderdelen Symbolen in de gebruiksaanwijzing Symbolen op het toestel Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Geen brandende of gloeien- de voorwerpen opvegen zo- als bijvoorbeeld sigaretten, lucifers e.d. Gevaar van kneuzingen en schuurwonden door riemen, zijbezems, reservoirs, appa- raatkap. Vastsjorpunt Nat-/droogklep Reglementair gebruik 41NL- 2– Nooit explosieve vloeistoffen, brandba-re gassen of onverdunde zuren en op-losmiddelen opvegen/opzuigen! Daar-toe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of meng-sels kunnen vormen, verder aceton, on-verdunde zuren en oplosmiddelen om-dat zij op het apparaat gebruikte mate-rialen aantasten.– Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. alu-minium, magnesium, zink) opvegen/op-zuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmid-delen explosieve gassen.– Geen brandbare of glimmende voor-werpen opvegen/opzuigen.– Het verblijf in de gevarenzone is verbo-den. Niet gebruiken in ruimtes met ont-ploffingsgevaar.– Asfalt– Industrievloer– Estrik– Beton– Klinkers– Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd wor-den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig-heid. Indien zij niet in goede staat ver-keren, mag u de apparatuur niet gebrui- ken. – Bij gebruik van het apparaat in gevaar-lijke omgevingen (bijvoorbeeld tanksta-tions) moeten de overeenkomstige vei-ligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar.– Kinderen of niet-geïnstrueerd perso-neel mogen het apparaat niet gebrui- ken. – Het apparaat mag gebruikt worden door personen met beperkte fysische, zintuigelijke of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis, op voor-waarde dat ze onder toezicht staan of over het veilige gebruik van het appa-raat werden ingelicht en de daaruit re-sulterende gevaren begrijpen.– Degene die het apparaat bedient dient het te gebruiken volgens de voorschrif-ten. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, speciaal op kinderen.– Voor de aanvang van de werkzaamhe-den moet de bediener zich ervan verge-wissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aange-bracht en functioneren.– De bediener van het apparaat is verant-woordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.– Erop letten dat de bediener nauw aan-sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden.– Voor het starten de onmiddellijke om-geving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid!– Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het appa-raat pas verlaten, als de motor is uitge-zet, het apparaat tegen onbedoelde be-wegingen is beveiligd en de contact-sleutel uit het contact is gehaald.– Het apparaat mag alleen door perso-nen worden gebruikt die voor de om-gang ermee zijn opgeleid of hun vaar-digheden in het bedienen hebben aan-getoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik.– Over kinderen dient toezicht te worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen. GevaarVerwondingsgevaar!Kantelgevaar bij de sterke hellingen.– In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 15% nemen.Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond.– Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen.Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen.– Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 15% berijden. GevaarVerwondingsgevaar!– De uitlaat mag niet geblokkeerd wor- den. – Niet over de uitlaat buigen of deze aan-raken (verbrandingsgevaar).– Aandrijfmotor niet aanraken of vastpak-ken (verbrandingsgevaar).– Bij de werking van het apparaat in ruim-tes moet gezorgd worden voor voldoen-de verluchting en afvoer van de uitlaat-gassen (vergiftigingsgevaar).– Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, ze mogen niet worden in-geademd.– De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na-loop nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik.– Het apparaat mag alleen met een leeg-gemaakte brandstoftank naar achteren gekipt worden.– Bij vervoer van het apparaat dient u de motor af te zetten en het apparaat goed vast te zetten.– Voor reinigings- en onderhoudswerk-zaamheden van het apparaat, het ver-vangen van onderdelen of het ombou-wen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd.– Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge-drukstraal gebeuren (gevaar van kort-sluiting of andere schades).– Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk-plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref-fende veiligheidsvoorschriften ver-trouwd zijn.– Veiligheidscontrole volgens de plaatse-lijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen.– Werkzaamheden aan het apparaat al-tijd met geschikte handschoenen uit-voeren. GEVAARIndien de apparaatkap bij een draaiende motor geopend wordt, moet de motor uit-schakelen. Indien de motor niet uitschakelt, is een defect aan de contactschakelaar van de kap opgetreden. Klantendienst contac-teren. Zet ter beveiliging tegen onbedoelde in-bedrijfstelling de sleutelschakelaar op „0“ en verwijder de sleutel. Draai de sleutelschakelaar in de stand "0" in gevaarlijke situaties of om het ap-paraat snel uit te schakelen.De veegmachine werkt volgens het over-slagprincipe.– De zijbezem (1) reinigt hoeken en kan-ten van het veegoppervlak en transpor-teert het vuil in de baan van de keerrol.– De roterende keerrol (2) transporteert het vuil direct naar het veeggoedreser-voir (3).– Het in de container opgejaagde stof wordt via de stoffilter (4) gescheiden en de gefilterde schone lucht wordt door het zuigventiel (5) weggezogen. Voorzienbaar verkeerd gebruik Geschikte ondergronden Veiligheidsinstructies Gebruik Bediening Veiligheidsinstructies voor de rijmodus Veiligheidsinstructies voor de verbrandingsmotor Vervoer Onderhoud Veiligheidsinrichtingen Apparaatkap openen / sluitenSleutelschakelaar Functie

42 NL- 3 1 Apparaatkap 2 Tanksluiting 3 Benzinemotor 4 Startkabel 5 Hendel voor het neerlaten en optillen van de grof vuilklep 6 Duwbeugel 7 Hendel voor Vooruitrijden 8 Bedieningsveld (wordt beschreven in het volgende hoofdstuk) 9 Bevestigingsschroef van de duwbeugel 10 Stoffilter 11 Vuilreservoir, verwijderbaar 12 Fenderbevestiging 13 Achterste afdichtlijst (aan veeggoedre- servoir) 14 Veegrol 15 Voorste afdichtlijst 16 Zijdelingse afdichtlijst 17 Grofvuilklep 18 Zwenkwiel met parkeerrem 19 Bevestiging van de zijbezem 20 Zijbezem 1 Sleutelschakelaar (wordt beschreven in het volgende hoofdstuk) 2 Hendel voor het neerlaten en optillen van de zijbezem 3 Sluitschroef van het deksel van de stof- filter 4 Sluitbeugel van het veeggoedreservoir 5 Filterreiniging voor stoffilter 6 Nat-/droogklep 1 Sleutel 2 Stand 0/UIT Motor uit 3 Stand “1” Apparaat is bedrijfsklaar. Motor kan worden gestart (startkoord) De veegwals en blazer zijn actief als de motor draait Elementen voor de bediening en de functies Overzicht apparaat Bedieningsveld Sleutelschakelaar 43NL- 4 GEVAAR Verwondingsgevaar, beschadigingsge- vaar! Gewicht van het apparaat bij het verladen in acht nemen! Karton verwijderen. Blokken voor de vergrendeling van de wielen verwijderen en apparaat met de hand van de pallet tillen. Maak de parkeerrem op het zwenkwiel los. De duwbeugel is bij levering op de appa- raatkap geklapt. Bevestig voor inbedrijfstel- ling. Schroeven losdraaien. Duwbeugel naar boven brengen. Schroeven aandraaien. De zijbezem is bij de levering inbegrepen en is niet op het apparaat gemonteerd. Monteer de zijbezem voorafgaand aan de inbedrijfstelling, zie hiervoor het hoofdstuk "Zijbezem vervangen". GEVAAR Verwondingsgevaar! Apparaat uitschake- len vooraleer het veeggoedreservoir weg- genomen wordt LET OP Inbedrijfstelling alleen met gesloten appa- raatkap. Het apparaat is uitgerust met een kapcontactschakelaar ter bescherming van de bediener. De motor draait alleen als de apparaatkap gesloten is. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Motor uitzetten. Parkeerrem vastzetten. Gevaar Explosiegevaar! – Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden ge- bruikt. – Niet in gesloten ruimtes tanken. – Roken en open vuur is verboden. – Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt. Schakel de motor uit door de sleutel- schakelaar in stand 0/UIT te zetten. Tankdop openen. 'Normale loodvrije benzine' tanken. Tank maximaal tot 1 cm onder de on- derkant van de vulopening vullen. Overgelopen brandstof wegvegen en vuldop van brandstoftank sluiten. OPMERKING De inhoud van de tank is voldoende voor een bedrijf van het apparaat van ca. 2,0 uur. Dagelijkse onderhoudswerkzaamheden uitvoeren ( zie „Onderhoud en instandhou- ding“) GEVAAR Bij de werking van het apparaat in ruimtes moet gezorgd worden voor voldoende ver- luchting en afvoer van de uitlaatgassen (vergiftigingsgevaar). OPMERKING Het apparaat heeft een automatische choke. Zodra de motor draait, draaien de veeg- wals en de zijbezems. 1 Brandstofkraan, open Apparaatkap openen. Brandstoftoevoer openen. Draaiknop langs de slang van de brand- stofkraan stellen. Apparaatkap sluiten. Sleutelschakelaar op positie „1“ zetten.

ngzaam aan de startkabel trekken tot een weerstand voelbaar is. Startkabel krachtig doortrekken. Laat het startkoord los als de motor loopt. OPMERKING De rijsnelheid kan - afhankelijk van de stand van de hendel - voor vooruit rijden traploos geregeld worden. Parkeerrem losmaken. Hendel voor Vooruitrijden aantrekken. Hendel voor Vooruitrijden loslaten. Ap- paraat blijft staan. Als het apparaat naar achteren moet worden verplaatst, trekt u het apparaat terug aan de duwbeugel. Over vaststaande hindernissen tot 30 mm heen rijden: Grof vuilklep optillen. Langzaam en voorzichtig in voorwaart- se richting overheen rijden. Over vaststaande hindernissen boven 30 mm heen rijden: Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte op- rijdrempel. Gevaar Gevaar voor verwonding! Bij geopende grofvuilklep kan de veegwals stenen of split naar voren wegslingeren. Erop letten, dat geen mensen, dieren of voorwerpen in ge- vaar gebracht worden. 몇 Waarschuwing Geen pakbanden, draden of soortgelijk ma- teriaal opvegen; dit kan leiden tot een be- schadiging van het veegmechanisme. OPMERKING Om een optimaal reinigingsresultaat te krij- gen, moet de rijsnelheid aan de omstandig- heden aangepast worden. Alleen bij een volledig neergelaten grofvuil- klep valt er een optimaal reinigingresultaat te behalen. Tijdens het veegbedrijf het vuilreservoir re- gelmatig leegmaken. Maak het stoffilter tijdens het gebruik regel- matig schoon. OPMERKING Voor het opvegen van grotere deeltjes tot een hoogte van 50 mm, bv. sigarettenpak- jes, moet de grofvuilklep kort opgeheven worden. Grofvuilklep opheffen: Hendel voor het optillen van de grof vuilklep aantrekken. Grof vuilklep neerlaten: Hendel voor het optillen van de grof vuilklep loslaten. Hendel voor het neerlaten van de zio- bezem naar voren stellen. Zijbezem gaat naar beneden. Nat-/droogklep sluiten. Nat-/droogklep openen. OPMERKING De filter wordt zo tegen vochtigheid be- schermd. Greep van de filterreiniging meermaals uittrekken en inschuiven. Voor de inbedrijfstelling Instructies inzake uitladen Leeggewicht (transportgewicht) 84 kg Afladen Duwbeugel monteren Zijbezem monteren Inbedrijfstelling Algemene aanwijzingen Tanken Controle- en onderhoudswerkzaamheden Motor starten Gebruik Apparaat verrijden Over hindernissen heen rijden Vegen Vegen met opgeheven grofvuilklep Vegen met zijbezems Droge bodem vegen Vochtige of natte bodem vegen Stoffilter reinigen 44 NL- 5 GEVAAR Verwondingsgevaar! Apparaat uitschake- len vooraleer het veeggoedreservoir weg- genomen wordt LET OP Bij het leegmaken van het veeggoedreser- voir erop letten dat de afdichtlijst niet be- schadigd wordt. De max. toegelaten lading van het veeg- goedreservoir bedraagt 40 kg. Motor uitzetten. Stoffilter reinigen. Sluitbeugel van het veeggoedreservoir naar boven trekken. Veeggoedreservoir eruit trekken. Veeggoedcontainer legen. Veeggoedreservoir erin schuiven. Sluitbeugel van het veeggoedreservoir naar beneden duwen. Schakel de motor uit door de sleutel- schakelaar in stand 0/UIT te zetten. Zijbezems opheffen. Parkeerrem vastzetten. Apparaatkap openen. 1 Brandstofkraan gesloten Brandstoftoevoer sluiten. Draaiknop dwars met de slang van de brandstofkraan stellen. Apparaatkap sluiten. 몇 Waarschuwing Het apparaat moet bij transport tegen ver- schuiven gezekerd zijn. OPMERKING Geen Bowdenkabels of kabellopen knik- ken. Markeringen voor bevestigingspunten op het basisframe in de gaten houden (ket- tingsymbolen). Motor uitzetten. Parkeerrem vastzetten. Brandstoftank leegmaken. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Apparaat met spankabels of koorden vastzetten. 1 Bevestigingspunten boven duwbeugel 2 Bevestigingspunt onder apparaatkap Instructies in de gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant in acht nemen! Als de veegmachine voor langere tijd niet gebruikt wordt, let dan op de volgende pun- ten: Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Motor uitzetten. Parkeerrem vastzetten. Veegmachine tegen wegrollen beveili- gen. Brandstoftank leegmaken. Motorolie verversen. Veegrol omhoog brengen. Daartoe bei- de instelhendels in het bovenste boor- gat laten vastklikken. Zijbezems opheffen. Veegmachine aan de binnen- en bui- tenkant reinigen. Apparaat op een beschutte en droge plaats neerzetten. Zet ter beveiliging tegen onbedoelde in- bedrijfstelling de sleutelschakelaar op „0“ en verwijder de sleutel. – Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk-

aatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. – Mobiel commercieel geëxploiteerde ap- paratuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. 몇 WAARSCHUWING Beschadigingsgevaar! De reiniging van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schade). Gevaar Verwondingsgevaar! Stofmasker en veilig- heidsbril dragen. Apparaatkap openen. Apparaat met een doek reinigen. Apparaat met perslucht uitblazen. Apparaatkap sluiten. Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. LET OP Geen agressieve en schurende reinigings- middelen gebruiken. OPMERKING Alle service- en onderhoudswerkzaamhe- den bij onderhoud door de klant moeten door een erkende vakman worden uitge- voerd. Indien nodig kan er te allen tijd een Kärcher-vakman worden ingeschakeld. OPMERKING Zie het hoofdstuk “Onderhoudswerkzaam- heden” voor een beschrijving van de onder- houdswerkzaamheden. LET OP Bij een nieuwe motor is na de eerste 5 be- drijfsuren een olievervanging vereist. Onderhoud dagelijks: Motoroliepeil controleren. Controleren of de bougiestekker stevig vastzit. Keerrol en zijbezems op slijtage, vreemde voorwerpen en in elkaar ge- draaide banden controleren. Stoffilter reinigen. Controleer en reinig de luchtfilterinzet- stukken. Veeggoedcontainer legen. Onderhoud wekelijks: Spanning, slijtage en functionaliteit van de aandrijfriemen controleren. Bowdenkabels en bewegende delen op flexibiliteit controleren Afdichtlijsten in het veegbereik contro- leren op instelling en slijtage. Keerspiegel van de keerrol controleren. Verwijder en reinig het stoffilter. Onderhoud alle 50 bedrijfsuren: Vervang de luchtfilterelementen. Motorolie vervangen. Bougie controleren. Kapcontactschakelaar controleren op functionaliteit. Onderhoud na 5 bedrijfsuren: Eerste inspectie uitvoeren. Onderhoud alle 100 bedrijfsuren Onderhoud alle 300 bedrijfsuren OPMERKING Om aanspraken op garantie te houden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautori- seerde KÄRCHER-klantendienst uitge- voerd worden. Voorbereiding: Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Parkeerrem vastzetten. GEVAAR Verwondingsgevaar! De motor heeft ca. 3 - 4 seconden naloop nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik. 몇 VOORZICHTIG Het a pparaat mag alleen met een leegge- maakte brandstoftank naar achteren gekipt worden. Veeggoedcontainer leegmaken Apparaat uitschakelen Brandstofkraan sluiten Transport Stillegging Onderhoud Algemene aanwijzingen Reiniging Reiniging binnenkant apparaat Reiniging buitenkant apparaat Onderhoudsintervallen Onderhoud door de klant Onderhoud door de klantenservice Onderhoudswerkzaamheden Algemene veiligheidsinstructies 45NL- 6 Voor het kippen van het apparaat brand- stofkraan sluiten, veeggoedreservoir weg- nemen en duwbeugel naar voren zwenken. Apparaat niet op de duwbeugel plaatsen. Voor alle onderhouds- en reparatie- werkzaamheden apparaat voldoende laten afkoelen. Warme onderdelen, zoals aandrijfmotor en uitlaat niet aanraken. Voor het reinigen en onderhouden van het apparaat en het vervangen van on- derdelen moet het apparaat uitgescha- keld worden. Gevaar Verbrandingsgevaar! Motor laten afkoelen. Controle van het motoroliepeil op zijn vroegst 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren. Apparaatkap openen. 1 Peilstok/olievulopening Oliepeilstok uitdraaien. Oliepeilstok afvegen en indraaien. Oliepeilstok uitdraaien. Oliepeil controleren. – Het oliepeil moet binnen de markering vallen. – Indien nodig motorolie bijvullen, niet te vol. Motorolie in de olievulopening vullen. Oliesoort: zie Technische gegevens Oliepeilstok weer indraaien. Minstens 5 minuten wachten. Motoroliepeil controleren. Gevaar Verbrandingsgevaar door hete olie! Motor laten afkoelen. Apparaatkap openen. Oliepeilstok uitdraaien. Motorolie met oliewisselpomp 6.491- 538 via de oliebijvulsteun uitzuigen. Motorolie in de olievulopening vullen. Oliesoort: zie Technische gegevens Oliepeilstok weer indraaien. Minstens 5 minuten wachten. Motoroliepeil controleren. 1 Luchtfilterdeksel 2 Voorfilter 3 Filterelement 4 Luchtfilterbehuizing 5 Ontgrendelingsknop Draai aan de ontgrendelingsknop en verwijder het luchtfilterdeksel. Verwijder beide filterinzetstukken. Reinig of vervang de filterinzetstukken. Plaats het voorfilter in het luchtfilterdek- sel. Plaats het filterelement. De filterlamellen moeten in de richting van het luchtfilterdeksel wijzen. Plaats het luchtfilterdeksel en vergren- del hem. Gevaar Verbrandingsgevaar! 1 Bougiestekker Apparaatkap openen.

Bougiestekker aftrekken. Boug ie uitschroeven en reinigen. Controleer de elektrodenafstand (0,8 mm), corrigeer indien nodig. Draai de schoongemaakte of nieuwe bougie erin (27 Nm). Bougiestekker opsteken. Motor laten afkoelen. Apparaatkap openen. Brandstoftoevoer sluiten. Draaiknop dwars met de slang van de brandstofkraan stellen. Druk de brandstofslang van de tank naar de brandstofkraan samen zodat er geen brandstof naar buiten lekt. Slangklem aan de brandstofkraan los- sen. Brandstofslang verwijderen. Tankdop openen. Brandstofslang boven een geschikt op- vangreservoir houden en brandstof la- ten aflopen. Als de tank leeg is, de brandstofslang opnieuw op het aansluitstuk aan de brandstofkraan steken en slangklem aanbrengen. De bowdenkabel voor het instellen van de rijaandrijving zit links in de rijrichting. Een herinstelling is noodzakelijk indien bij ritten op hellingen de trekkracht van het ap- paraat niet volstaat. 1 Contramoer 2 Bowdenkabel Apparaatkap openen. Contramoer lossen. Instelschroef verstellen. Contramoer vastschroeven. Motor uitzetten. Parkeerrem vastzetten. Veeggoedreservoir verwijderen. Banden of snoeren van veegrol verwij- deren. Verstelling is nodig als het veegresultaat verslechtert door slijtage van de borstelha- ren. Controleer het veegspoor: Veegmachine vooraan optillen en op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Parkeerrem vastzetten. Keerrol ca. 15-30 seconden laten draai- en. Veegmachine vooraan optillen en opzij rijden. Het juiste veegspoor vormt een gelijk- matige rechthoek die tussen de 30- 40 mm breed is. Motoroliepeil controleren en olie bijvullen Motorolie verversen Luchtfilter reinigen/vervangen Bougie reinigen of vervangen Brandstoftank leegmaken Bowdenkabel van de aandrijving instellen Veegrol controleren Veegspoor van de veegwals instellen 46 NL- 7 Keerspiegel instellen: Het veegspoor wordt ingesteld met behulp van de instelhendels links en rechts. Linker- en rechterinstelhendel verstel- len en in hetzelfde boorgat laten vast- klikken. 1 Instelhendel 2 Boringen (instelbereik) – Instelhendel in diepste boorgat laten vastklikken (+): veegspiegel wordt gro- ter – Instelhendel in hoogste boorgat laten vastklikken (-): veegspiegel wordt klei- ner Veegspiegel controleren. Vervanging is nodig als het veegresultaat ondanks de aanpassing van het veegspoor zichtbaar afneemt. Parkeerrem vastzetten. Brandstofkraan sluiten. Keergoedreservoir wegnemen. Apparaat naar achteren kantelen. Grofvuilklep optillen, lagerschaal indu- wen en veegrol naar voren zwenken. Veegrol uitnemen. Nieuwe veegrol op de aandrijfpen (links) steken. Aan de tegenoverliggende kant de la- gerschaal in het boorgat van de vee- grolcoulisse laten vastklikken. Zorg dat er geen borstelharen in de bo- ring van het zwenkdeel van de veeg- wals terechtkomen Na het inbouwen van de nieuwe veeg- rol moet de veegspiegel opnieuw inge- steld worden. Verstelling is nodig als het veegresultaat verslechtert door slijtage van de borstelha- ren. Vleugelmoer lossen. 1 Vleugelmoer 2 Stelschroef Instelschroef verstellen. Vleugelmoer aanspannen. Vervanging is nodig als het veegresultaat zichtbaar verslechtert ondanks het zakken van de zijborstel. 3 Schroeven aan de zijkanten van de zijbezem losschroeven. zijbezem erafnemen. Nieuwe zijbezem op meenemer steken en vastschroeven. De bowdenkabel voor de grofvuilklep zit rechts in de rijrichting. – Het herinstellen is nodig als de grof vuil- klep niet ver genoeg naar omhoog ge- bracht kan worden. Indien het veegresultaat slechter wordt, bijvoorbeeld door slijtage van de voor- ste lip, moet de bowdenkabel een beet- je ontspannen. 1 Contramoer 2 Bowdenkabel Apparaatkap openen. Contramoer lossen. Instelschroef verstellen. Contramoer vastschroeven. Voorste afdichtlijst Bevestiging van de afdichtlijst losma- ken. Afdichtlijst regelen of vervangen. Bode mafstand van de afdichtlijst zo in- stellen dat hij met een naloop van 0 -10 mm naar achteren ligt. Afdichtlijst richten. Bevestiging van de afdichtlijst aanha- len. Achterste afdichtlijst Veeggoedreservoir verwijderen. Bevestiging van de afdichtlijst losma- ken. Afdichtlijst regelen of vervangen. Bodemafstand van de afdichtlijst zo in- stellen dat hij met een naloop van 0 -10 mm naar achteren ligt. Bevestiging van de afdichtlijst aanha- len. Zijdelingse afdichtlijsten Bevestiging van de afdichtlijst losma- ken. Afdichtlijst regelen of vervangen. Ondergrond met max. 2 mm sterkte on- derschuiven om de bodemafstand in te stellen. Afdichtlijst richten. Bevestiging van de afdichtlijst aanha- len. Gevaar Voor aanvangen van het verwisselen van de stoffilter veeggoedcontainer legen. Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschrif- ten over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. 몇 VOORZICHTIG Gevaar voor beschadiging! De Stoffilter niet uitwassen. LET OP Bij het plaatsen van een nieuwe filter erop letten dat de lamellen onbeschadigd blij- ven. Indien de sluitschroef niet tot aan de aan- slag wordt dichtgedraaid, kunnen bescha- digingen ontstaan. Parkeerrem vastzetten. Stoffilter reinigen. 1 Sluitschroef 2 Stoffilterdeksel 3 Stoffilter Sluitschroef van het stoffilterdeksel te- gen de richting van de wijzers van de klok draaien. Stoffilterdeksel optillen. Stoffilter vervangen. Letten op een cor- recte inbouwpositie van de stoffilter (zie afbeelding). Sluitschroef tot aan de aanslag dicht- draaien. Instelbereik (-) 1...10 (+) Min. veegspiegel 1 Max. veegspiegel 10 Nieuwe veegrol 1...3 Veegrol verwisselen Omlaag brengen zijbezem instellen Zijbezem verwisselen Grofvuilklep instellen Afdichtlijsten instellen en verwisselen Stoffilter verwisselen 47NL- 8 Hulp bij storingen Storing Oplossing Apparaat wil niet starten. Apparaatkap sluiten Contactschakelaar op kap op werking controleren Draai de sleutelschakelaar in de stand "1" om het apparaat met de startkabel te starten. Brandstof tanken Brandstofkraan openen Bougies controleren en reinigen, indien nodig vervangen Motor loopt, maar apparaat rijdt niet Bowdenkabel van de aandrijving instellen V-snaar controleren Apparaat blijft bij het oprijden van een helling staan Rijweg met een lichte helling berijden Bowdenkabel van de aandrijving instellen V-snaar controleren Apparaat veegt niet goed Het veegspoor van de veegwals instellen Omlaag brengen zijbezem regelen Veegrol en zijbezems controleren op slijtage, indien nodig verwisselen Werking van de grofvuilklep controleren Bowdenkabel van de grof vuilklep ontspannen (instelschroef) Riem op spanning en functionaliteit controleren, indien nodig vervangen Apparaat stoft Werking van de grofvuilklep controleren Bowdenkabel van de grof vuilklep ontspannen (instelschroef) Stoffilter controleren, reinigen of verwisselen De Stoffilter niet uitwassen. Veeggoedcontainer legen Afdichtingsprofiel op het veeggoedreservoir vervangen Afdichting aan de stoffilter controleren Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen of vervangen Slecht vegen aan de randen Zijbezem laten zakken Aandrijfriem van de zijbezem controleren Omhoog brengen van de zijbezem functioneert niet Bowdenkabel voor het omhoog brengen van de zijbezem controleren Nieuwe veegrol schuurt langs het veeggoedreservoir Instelling van de veegspiegel corrigeren, daartoe beide instelhendels laten vastklikken in het telkens hogere boorgat (1...3)

  • Indien storingen niet worden vermeld, neem dan contact op met de geautoriseerde klantenservice. 48 NL- 9 Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2021/02/01 Technische gegevens KM 75/40 W G Apparaatgegevens Lengte x breedte x hoogte (duwbeugel uitgeklapt) mm 1430 x 750 x 1190 Lengte x breedte x hoogte (duwbeugel ingeklapt) mm 1160 x 750 x 930 Leeggewicht kg 84 Rij- en veegsnelheid km/h 4,5 Klimvermogen (max.) % 15 Veegrol-diameter mm 265 Zijbezem-diameter mm 410 Oppervlaktecapaciteit max. m

/h 3400 Werkbreedte zonder zijbezems mm 550 Werkbreedte met zijbezems mm 750 Volume van de veeggoedcontainer l 40 Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwater -- IPX 3 Motor Type -- Kohler HD 675 Slagvolume ccm 149

1,8 Gebruikscategorie filters voor stoffen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid -- L Nominale onderdruk zuigsysteem mbar 5 Nominale volumestroom zuigsysteem l/s 45 Omgevingsvoorwaarden Temperatuur °C -5 tot +40 Luchtvochtigheid, niet bedauwend % 0 - 90 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau L

dB(A) 76 Onzekerheid K

< 2,5 EU-conformiteitsverklaring Product: Veegstofzuiger Type: 1.049-xxx Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2000/14/EG 2011/65/EU Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335–1 EN 60335–2–72 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000–6–2: 2005 EN 62233: 2008 EN IEC 63000: 2018 Toegepaste landelijke normen

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kärcher

Model : KM 7540 W G

Categorie : Stofzuiger