RYOBI RLM53190YV - Grasmaaier

RLM53190YV - Grasmaaier RYOBI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RLM53190YV RYOBI in PDF-formaat.

📄 368 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice RYOBI RLM53190YV - page 72
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : RYOBI

Model : RLM53190YV

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RLM53190YV - RYOBI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RLM53190YV van het merk RYOBI.

GEBRUIKSAANWIJZING RLM53190YV RYOBI

12. Rear discharge door

19. Side discharge door

mulch door hinge rod.

Veiligheid, prestaties en betrouwbaarheid kregen topprioriteit in het ontwerp van uw benzine-aangedreven grasmaaimachine. VOORGESCHREVEN GEBRUIK Dit product is geschikt voor huishoudelijk grasmaaien. Het maaiblad moet ongeveer parallel draaien met de grond waarover het wordt gereden. Alle vier de wielen moeten bij het maaien contact maken met de grond. Achter de grasmaaier houdt u een wandeltempo aan. De grasmaaier mag nooit worden bediend met de wielen van de grond; er mag niet aan worden getrokken of erop gereden. Deze mag niet worden gebruikt om iets anders dan huishoudelijke gazons te maaien. ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING De gebruiker moet deze gebruiksaanwijzing lezen en begrijpen om het risico op verwondingen te beperken. WAARSCHUWING Probeer dit toestel niet te bedienen vooraleer u alle instructies, veiligheidsvoorschriften, enz., in deze gebruiksaanwijzing grondig heeft doorgelezen en volledig begrijpt. Het niet in acht nemen van de hierna vermelde voorschriften kan ongelukken, zoals brand, elektrische schokken en/of ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. PERSOONLIJKE VEILIGHEID ■ De grasmaaier kan handen en voeten amputeren en voorwerpen wegslingeren. Wanneer u deze voorschriften niet opvolgt, kan dit leiden tot ernstige verwondingen of de dood. ■ Laat kinderen, personen met verminderde fysieke, zintuigelijke of mentale vermogens of een gebrek aan ervaring of kennis of mensen die niet vertrouwd zijn met deze gebruiksaanwijzingen, het product niet gebruiken. De plaatselijke wetgeving kan beperkingen opleggen i.v.m. de leeftijd van de bediener. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het product spelen. ■ Controleer voor elk gebruik of alle bedieningsknoppen en veiligheidsinrichtingen goed functioneren. Gebruik het product niet als de "uit"-knop de motor niet stillegt. ■ Blijf alert, kijk naar wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u de grasmaaier bedient. Bedien de grasmaaier niet wanneer u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicatie. Een klein moment van onoplettendheid terwijl u de machine gebruikt kan leiden tot ernstige letsels. ■ Draag een lange, zware broek, lange mouwen, slipbestendig schoeisel en handschoenen. Draag geen loszittende kledij, korte broeken, sandalen of stap niet blootsvoets. ■ Draag altijd gehoorbescherming en een veiligheidsbril terwijl u de machine gebruikt. Gebruik een stofmasker indien de bediening van het toestel veel stof veroorzaakt. ■ Het gebruik van gehoorbescherming vermindert de mogelijkheid om waarschuwingen (verbaal of alarmen) te horen. De gebruiker moet extra aandacht hebben voor wat er op de werkplaats gebeurt.

Het gebruik van gelijksoortige apparaten in de nabijheid verhoogt het risico van letsel en de mogelijkheid dat er andere mensen in uw werkgebied komen. ■ Zorg altijd dat u stevig op de grond staat, in het bijzonder op hellingen. Bewaar steeds een stevige houvast en goed evenwicht. Overrek u niet. Rek u niet uit, waardoor u uw evenwicht kunt verliezen. ■ Stap altijd, loop nooit. ■ Maai dwars langs hellingen, nooit op en neer. Wees uiterst voorzichtig wanneer u op een helling van richting verandert. ■ Maai niet langs ravijnen, dijken, steile hellingen of oevers. Een slechte houvast kan ertoe leiden dat u uitglijdt en valt. ■ Plan uw maaipatroon om te voorkomen dat materiaal in de richting van de weg, openbare voetpaden, omstanders; etc. wordt gegooid. Vermijd ook dat afval tegen een muur of hindernis terechtkomt, wat ervoor kan zorgen dat het materiaal naar de bediener wordt teruggeslingerd. WERKOMGEVING ■ Houd alle omstanders (in het bijzonder kinderen en huisdieren) op tenminste 15m afstand van het werkgebied. Stop de machine als iemand het werkgebied betreedt. ■ Gebruik dit apparaat niet op plekken waar u niet goed kunt zien. De gebruiker heeft een duidelijk overzicht nodig van het werkgebied om mogelijke gevaren te identificeren. ■ Gebruik de machine niet in explosieve atmosferen, zoals in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Het werktuig kan vonken veroorzaken die stof of gassen kunnen ontsteken. ■ Voorwerpen die door het snijblad van de grasmaaier worden geraakt, kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. Inspecteer de plaats waar de machine zal worden gebruikt grondig en verwijder alle stenen, stokken, metaal, draad, beenderen, speelgoed enNederlands

andere vreemde voorwerpen. ■ Gebruik de machine niet in vochtig gras of in de regen. ■ Hou er rekening mee dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen of gevaren t.o.v. anderen of hun eigendom. ■ Tragische ongevallen kunnen gebeuren indien de bediener niet alert is op de aanwezigheid van kinderen. Kinderen worden door het toestel en de maaiactiviteiten vaak aangetrokken. Neem nooit aan dat kinderen zullen blijven waar u ze laatst zag. ■ Zorg dat er zich geen kinderen in het werkgebied bevinden en naast de gebruiker moet er een verantwoordelijke volwassene toezicht houden op kinderen. ■ Wees extra voorzichtig wanneer u een blinde hoek, struikgewas, bomen of andere voorwerpen die uw zicht op een kind kunnen belemmeren, nadert. ■ Houd de werkplek schoon. Vervuilde of donkere plekken nodigen uit tot ongevallen. VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN GRASMAAIMA- CHINE ■ Voor u de machine gebruikt, moet u deze altijd visueel inspecteren om zeker te zijn dat maaibladen, maaibladbouten en het maaimechanisme niet zijn versleten of beschadigd. Controleer het product vóór elk gebruik en vaak tijdens het gebruik. ■ Vervang versleten of beschadigde maaibladen en moeren in paren om het evenwicht te bewaren. ■ Controleer regelmatig of alle moeren, bouten en vijzen goed zijn vastgemaakt om zeker te zijn dat het toestel veilig kan worden gebruikt. ■ Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage, gaten of defecten. Dit kan ertoe leiden dat voorwerpen in de richting van de bediener worden geworpen. ■ Vervang versleten of beschadigde onderdelen voor u het product gebruikt. ■ De maaimachine niet gebruiken als na het loslaten van de gashendel de motor niet stopt. ■ Gebruik het product niet zonder de volledige grasvanger of de bewaker van de zelfsluitende ontlading opening plaats. ■ Gebruik het product niet als er gevaar is voor bliksem. ■ Forceer het product niet. Deze zal beter en veiliger werken aan de snelheid waarvoor ze werd ontworpen. ■ Overlaad uw grasmaaier niet. Het maaien van lang, dik gras kan ertoe leiden dat de motorsnelheid daalt of de stroom wordt uitgeschakeld. Wanneer u in lang, dik gras maait zal een eerste maaibeurt met een hoger ingestelde maaihoogte helpen om de lading verder te verminderen. Zie maaibladhoogte afstellen. ■ Stop het maaiblad wanneer u een grintoppervlak oversteekt. ■ Trek het product niet achteruit tenzij absoluut nodig. Als u de machine achteruit moet wegsturen van een muur of obstructie, kijk dan eerst naar beneden en achter u om te voorkomen dat u struikelt en de machine over uw voeten trekt. ■ Stop het maaiblad/de maaibladen als de machine voor transportdoeleinden moet worden gekanteld om een oppervlak over te steken dat geen gras is en wanneer u de machine verplaatst van en naar de plaats die moet worden gemaaid. ■ Gebruik de machine nooit wanneer beschermers of schilden defect zijn of zonder dat de veiligheidsvoorzieningen, bijvoorbeeld deflectoren en/ of grasverzamelzakken, zijn geïnstalleerd. ■ Start de motor voorzichtig aan de hand van de instructies en hou uw handen en voeten uit de buurt van het maaigebied. Hou de uitlaatopening altijd vrij. ■ Til de grasmaaier nooit op of draag hem nooit terwijl de motor draait. ■ Vermijd gaten, sporen, oneffenheden, stenen of andere verborgen voorwerpen. Een oneven terrein kan ervoor zorgen dat u wegglijdt en valt. ■ Wanneer de grasmaaier niet wordt gebruikt, wordt hij best in een goed geventileerde, droge, afgesloten ruimte bewaard – buiten het bereik van kinderen. ■ Volg de instructies van de fabrikant inzake goed gebruik en installatie van toebehoren. Gebruik alleen toebehoren die door de fabrikant werden goedgekeurd. ■ Gebruik de motor niet in een kleine ruimte waar zich gevaarlijke koolmonoxidedampen kunnen verzamelen. ■ Wijzig de motorinstellingen niet en overbelast de motor niet. ■ Kantel de grasmaaimachine niet wanneer u de motor start of terwijl de motor draait. Kantel de machine niet wanneer u ze inschakelt.Dit legt het maaiblad bloot en verhoogt de kans dat voorwerpen worden weggeworpen. ■ Start de motor niet wanneer u voor de uitlaat staat. ■ Leg de motor stil, ontkoppel de bougiekabel en wacht tot het maaiblad volledig is stilgevallen en laat het afkoelen in de volgende gevallen: ● wanneer u het product onbeheerd achterlaat ● voor u een blokkering reinigt of de uitlaat vrijmaakt ● voor u het product controleert, reinigt of aan het product werkt. ● nadat een vreed voorwerp de machine heeft geraakt; inspecteer de machine op schade en herstel de machine indien nodig voor u de ze heropstart en opnieuw gebruikt.Nederlands

● voor u de grasvanger vrijmaakt ● vóór het tanken ■ als het product abnormaal begint te trillen (onmiddellijk controleren) ● controleer op schade ● vervang of repareer alle beschadigde onderdelen ● controleer op losse onderdelen en maak vast ■ Als de machine een vreemd voorwerp raakt, volgt u deze stappen: ● Stop de motor en ontkoppel de bougiekabel. ● Inspecteer de machine grondig op schade. ● Herstel alle schade vooraleer u herstart en de grasmaaier verder gebruikt. ■ Laat de motor afkoelen voor u de machine opbergt. ■ Om het brandgevaar te verminderen, houdt u de motor, knaldemper en brandstofopslag vrij van gras, bladeren of overdreven vet. ■ Als de brandstoftank wordt gedraineerd, moet dit buitenshuis gebeuren. ■ Schakel de motor uit, ontkoppel de bedrading van de bougie voordat u enige aanpassingen maakt, het product onbewaakt achterlaat, accessoires wisselt, de grasmaaier vervoert of opslaat. Zulke preventieve veiligheidsmaatregelen kunnen het risico op ongewenst starten van de machine verminderen. ■ Het product is heel luidruchtig en kan leiden tot permanente gehoordschade als de instructies ter beperking van de blootstelling, geluiddemping en het dragen van gehoorbescherming niet worden nageleefd. ONDERHOUD ■ Het onderhoud van het toestel mag enkel door erkend onderhoudspersoneel worden uitgevoerd. Service of onderhoud dat door niet-erkend personeel wordt uitgevoerd kan leiden tot verwondingen bij de bediener of schade aan het product. ■ Gebruik uitsluitend originele vervangonderdelen wanneer u onderhoudswerken aan de machine uitvoert. Het gebruik van niet-erkende onderdelen kan het risico op ernstige verwondingen bij de gebruiker of schade aan het product veroorzaken. OPMERKING: Voer uitsluitend de taken uit die in deze gebruiksaanwijzing worden opgelijst. Voor onderhoud brengt u het product naar een geautoriseerd onderhoudscentrum. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige referentie. Raadpleeg ze regelmatig en gebruik ze om anderen die dit product mogelijks gebruiken, te instrueren. Als u het apparaat uitleent, geef er dan ook de bijbehorende gebruikershandleiding bij. SYMBOLEN Enkele van de ovlgende symbolen kunnen bij dit product worden gebruikt. Bestudeer deze en leer hun betekenis. Een juiste interpretatie van deze symbolen zal u toelaten het product op een betere en veiligere manier te gebruiken. Voorzorgsmaatregelen die betrekking hebben met onze veiligheid. Om gevaar voor lichamelijk letsel te verminderen dient u deze gebruikshandleiding absoluut goed door te lezen en te begrijpen voordat u het apparaat gaat gebruiken. Houd alle lichaamsdelen en kleding vrij van riemen of andere bewegende delen. Om letsel te voorkomen, weg te blijven van bewegende onderdelen te allen tijde. Houd het werkgebied vrij van draden en kabels. Wanneer u dit niet doet, kan dit leiden tot ernstige verwondingen.

Gevaar! Houd handen en voeten weg. U mag uitsluitend de afstellingen of herstellingen uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Voor andere reparaties, laat u het apparaat door een geautoriseerde onderhoudsagent nakijken. Houd handen weg van snijbladen. Gevaar voor terugslag. Houd alle omstanders op een afstand van tenminste 15 m. Om het risico op verwondingen of schade te beperken, vermijdt u contact met een warm oppervlak. Rook niet en blijf weg van open vlammen en vonken. Maaien met een lege vanger Stop het maaien als de vanger vol is.Nederlands

Raak het hete, metalen oppervlak niet aan. Pas op voor het scherpe maaiblad. De zaagbladen zullen blijven draaien tot de machine is uitgeschakeld. Verwijder vóór onderhoud aan het product, de bougie. Draai de brandstofdop voorzichtig los. Giet voorzichtig brandstof in de tank. Stel de variabele gashendel in naar de hoogste snelheid. Druk 3 keer hard op de knijppeer Houd de kracht omlaag tegen de steel. Trek aan de trekstarter tot de motor loopt. Maai dwars langs hellingen, nooit op en neer. Verwijder voorwerpen die kunnen worden weggeslingerd door het roterend maaiblad. Hou omstanders op een veilige afstand van het product. Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvlambaar en ontplofbaar. Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst ontvlambaar en ontplofbaar. Brand of ontploffi ng kan ernstige brandwonden veroorzaken. Gebruik loodvrije autobenzine met een octaangehalte van 87 ([R+M]/2) of hoger. Gebruik SAE 30 of 10W-30 API-SJ olie. Dit apparaat voldoet aan alle geldende normen van Lid-Staat van de Europese Unie waar het werd gekocht. EurAsian-symbool van overeenstemming Oekraïens conformiteitssymbool

Houd de macht hendel. Laat de aan/uit- hendel los om het product te stoppen.

Zelfrijdend De grasmaaier beweegt zich voort wanneer de aandrijfhendel in de richting van de handgreep wordt getrokken. Het gegarandeerd geluidsniveau bedraagt 98 dB. Product stoppen Open en sluit de brandstofkraan Variabele gashendel Variabele transmissiehendel RAC409 Onderdeelnummer vervangingsmes. RESTRISICO'S Zelfs wanneer het product zoals voorgeschreven wordt gebruikt, is het nog steeds onmogelijk om bepaalde restrisico's volledig te elimineren. De volgende gevaren kunnen zich voordoen tijdens het gebruik en de gebruiker dient in het bijzonder aandacht te hebben om de volgende situaties te vermijden: ■ Letsels veroorzaakt door trillingen. Gebruik altijd het juiste gereedschap voor de taak, gebruik de toegewezen handvaten en beperk de gebruikstijd en blootstelling.Nederlands

■ Gehoorschade veroorzaakt door blootstelling aan geluid. Draag gehoorbescherming en beperk de blootstelling. ■ verwondingen als gevolg van contact met de maaibladen ■ Letsels veroorzaakt door rondvliegend afval RISICOBEPERKING Er zijn meldingen dat trillingen van handwerktuigen bij sommige mensen bijdragen tot het Syndroom van Raynaud. Symptomen kunnen ondermeer tintelingen, gevoelloosheid en bleek worden van de vingers omvatten, wat normaal gezien duidelijk wordt bij blootstelling aan koude. Erfelijke factoren, blootstelling aan koude en vocht, dieet, roken en werkroutine kunnen allemaal bijdragen tot de ontwikkeling van deze symptomen. Er kunnen door de bediener maatregelen worden genomen om de gevolgen van de trillingen te beperken: ■ Houd bij koud weer uw lichaam warm. Draag handschoenen terwijl u het product gebruikt om de handen en polsen warm te houden. Men neemt aan dat koud weer een belangrijke factor is die bijdraagt tot het Syndroom van Raynaud. ■ Doe oefeningen om de bloeddoorstroming te bevorderen na elke periode van gebruik. ■ Neem regelmatig een pauze. Beperk het aantal uren dat u per dag wordt blootgesteld. Wanneer u enige van de symptomen van deze aandoening ervaart, stop dan onmiddellijk met het gebruik van het toestel en raadpleeg uw dokter WAARSCHUWING Letsels kunnen worden veroorzaakt of ernstiger worden door verlengd gebruik van een werktuig. Als u een werktuig gedurende langere periodes gebruikt, neem dan regelmatig pauze. WAARSCHUWING Gebruik dit apparaat niet voordat u deze handleiding geheel gelezen en begrepen hebt. Als u de waarschuwingen en instructies in de handleiding niet begrijpt, gebruik dit toestel dan niet. Bel de RYOBI klantendienst voor hulp. VERKLARING Zie afbeelding 1.

1. Zijdelingse uitlaatdeflector

10. Zelf voortbewegen borgtocht

11. Koordgeleidingsknop

12. Uitlaatklep achteraan

19. Zijdelingse uitlaatdeur

20. Haken aan de zijkant van de uitlaatdeflector

21. Opening zijdelingse uitlaatdeur

MONTAGE UITPAKKEN Dit product vereist montage. ■ Inspecteer het product nauwkeurig om zeker te zijn dat er geen defect is opgetreden of het geen schade heeft opgelopen tijdens het verzenden. ■ Als er onderdelen zijn beschadigd of ontbreken, gebruik dan het toestel niet vooraleer de onderdelen werden vervangen. WAARSCHUWING Als er onderdelen zijn beschadigd of ontbreken, gebruik dan het toestel niet vooraleer de onderdelen werden vervangen. Gebruik van dit product met beschadigde of ontbrekende onderdelen kan leiden tot ernstige letsels. WAARSCHUWING Probeer het toestel niet aan te passen of toebehoren te creëren waarvan het gebruik in combinatie met dit toestel niet is aangewezen. Een dergelijke aanpassing of wijziging wordt als misbruik beschouwd en kan leiden tot gevaarlijke situaties die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken. WAARSCHUWING De veiligheid van het product systemen of functies worden niet geknoeid of uitgeschakeld.Nederlands

WAARSCHUWING Maak nooit een accessoire vast of stel het nooit af terwijl het product draait. Als u de motor niet stillegt, kan dit tot ernstige verwondingen leiden. WAARSCHUWING Koppel altijd de bougiekabel los als u onderdelen monteert. WAARSCHUWING Gebruik de maaier nooit wanneer de aangepaste veiligheidsvoorzieningen niet zijn geïnstalleerd en niet werken. Bedien de grasmaaier nooit met beschadigde veiligheidsvoorzieningen. Wanneer u het toestel met beschadigde of ontbrekende onderdelen gebruikt, kan dit mogelijks ernstige letsels veroorzaken. HANDVAT INSTALLEREN Zie afbeelding 2.

1. Plaats de handvatten op de correcte bedienpositie en

maak ze stevig vast. Controleer of de borgpen op het onderste handvat in het gat van de beugel zit.

2. Plaats de snelkoppelingsbevestigingen en draai de

snelkoppelingsknoppen aan om ze vast te maken. OPMERKING: Voorkom dat kabels gebogen of vertrapt raken.

3. Plaats de kabelklem op het handvat.

4. Klem de kabels in de kabelklem.

5. Plaats de trekstarter in de geleider op het handvat.

FUNCTIE) Zie afbeelding 3. OPMERKING: Wanneer u de mulching plug gebruikt mag u de zijdelingse uitlaatdefl ector en de grasopvangbak niet installeren.

1. Hef de achterste uitlaatdeur op en houd deze vast.

2. Neem de mulching plug aan de handgreep vast en

breng deze in een kleine hoek in, zoals getoond.

3. Druk de mulching plug stevig op haar plaats.

4. Laat de achterste uitlaatdeur naar beneden.

GRASOPVANGBAK ASSEMBLEREN

1. Schuif de kunststof clips over het metalen kader.

2. Klik de rest van de grasopvangbakonderdelen op hun

STE OPVANGFUNCTIE) Zie afbeelding 4. OPMERKING: Wanneer u de grasopvangbak gebruikt, mag u de uitlaatdefl ector of mulchingplug niet installeren. Zorg er ook voor dat de zijdelingse afvoerdeur volledig vast zit.

1. Hef de achterste uitlaatklep op.

2. Til de grasvanger op aan het handvat en plaats het

onder de achterste deur, zodat de haken op het frame van de grasvanger op de scharnierstang van de achterdeur rusten.

3. Ontgrendel de achterste deur. Bij een correcte

installatie, rusten de haken op de grasvanger stevig op de scharnierstang van de achterdeur.

4. Controleer of de achterdeur volledig is aangegrepen op

de grasvanger. Controleer of er geen gat zit tussen de achterdeur en de grasvanger.

ZIJDELINGSE UITLAATDEFLECTOR INSTALLEREN

(VOOR ZIJDELINGSE UITLAATFUNCTIE) Zie afbeelding 9. OPMERKING: Wanneer u de zijdelingse uitlaatdefl ector gebruikt, mag u de gasopvangbak niet installeren. De mulching plug moet geïnstalleerd blijven. OPMERKING: Wanneer de zijdelingse afvoerdefl ector niet gebruikt wordt, zorg er dan voor dat de zijdelingse afvoerdeur in de vergrendelde positie is.

1. Druk met de ene hand het vergrendelingsmechanisme

in en til met de andere hand de zijdelingse afvoerdeur op.

2. Lijn de haken op de deflector af met de scharnierstang

aan de onderkant van de deur.

3. Laat de deflector naar beneden tot de haken aan de

scharnierstaaf van de mulchdeur zijn vastgemaakt.

4. Ontgrendel de deflector en de zijdelingse uitlaatdeur.

OPMERKING: Na elk gebruik moet het vergrendelingsmechanisme worden gereinigd en gecontroleerd op een goede werking. BEDIENING

BRANDSTOF EN BIJTANKEN

WAARSCHUWING Behandel brandstof altijd voorzichtig; ze is uiterst ontvlambaar. ■ Gebruik verse brandstof. ■ Bewaar de brandstof in containers die specifiek hiervoor zijn ontworpen. ■ Altijd bijtanken in de openlucht. Gebruik geen brandstofdampen inademen. Rook niet en blijf weg van open vlammen en vonken. ■ Vermijd dat olie of brandstof in contact komen met uw huid. ■ Houd benzine en olie weg van de ogen. Als benzine of olie met de ogen in contact komt, wast u dezeNederlands

onmiddellijk met schoon water uit. Als de irritatie aanhoudt, onmiddellijk een dokter raadplegen. ■ Maak gemorste brandstof onmiddellijk schoon.

Zie afbeelding 5. WAARSCHUWING Altijd de motor uitschakelen voordat u tankt. Laat de motor en de uitlaatonderdelen afkoelen voor u opnieuw met brandstof vult. Verwijder de dop van de brandstoftank nooit en voeg geen benzine aan de machine toe terwijl de motor draait of warm is. Zorg voor een afstand van minimaal 9 meter (30 ft) tot de brandstoflocatie voordat u de motor start. Niet roken. Wanneer u deze waarschuwing niet in acht neemt, kan dit leiden tot ernstige letsels. WAARSCHUWING Vul niet overvol. Vul de brandstoftank tot 25 mm onder de bovenkant van de brandstof hals. Na het vullen met brandstof mag u de grasmaaimachine nooit meer dan 25 graden kantelen aangezien dit kan leiden tot brandstoflekken, brandgevaar, etc.

1. Maak het gebied rond de brandstofdop schoon om

vervuiling te voorkomen.

2. Draai de brandstofdop voorzichtig open om de druk

te verminderen en om te voorkomen dat er brandstof langs de dop ontsnapt. Leg de dop op een schoon oppervlak neer.

3. Giet voorzichtig brandstof in de tank. Voorkom dat u

4. Reinig en inspecteer de pakking, plaats alle brandstof-

en reservoirdoppen vielig terug.

5. Veeg eventueel gemorste brandstof weg. Ga op 9 m

afstand staan van de brandstofvulplaats voor u de motor start. OPMERKING: Tijdens en na het eerste gebruik van een nieuwe motor kan er rook worden uitgeblazen. Dit is normaal.

MOTOROLIE TOEVOEGEN/CONTROLEREN

Zie afbeelding 5. De motorolie heeft een belangrijke invloed op de motorprestaties en de levensduur. Voor algemeen gebruik in alle temperaturen, raden wij het gebruik aan van SAE 10W-30. Gebruik altijd een 4-takt motor olie die voldoet aan of overtreft de eisen van API classifi catie SJ. OPMERKING: Niet-detergente of 2-takt motorolie zal de motor beschadigen en mag niet worden gebruikt. Motorolie toevoegen:

1. Zorg ervoor dat de grasmaaimachine op een effen

oppervlak staat en dat het gebied rond de oliedop/ peilstok schoon is.

2. Verwijder de dop en het zegel van de oliefles.

3. Open de oliedop / peilstok door linksom te draaien 90

graden. Verwijder de olievuldop/peilstok.

4. Voeg de olie langzaam toe. Vul tot aan de "Vol" lijn op

de peilstok. Vul niet overvol. OPMERKING: Wanneer u het oliepeil controleert, plaatst u de peilstok in de olievulopening maar schroeft u deze niet vast.

5. Installeer en zet de olie cap / peilstok door rechtsom te

draaien 90 graden. Motorolie controleren: ■ Zorg ervoor dat de grasmaaimachine op een effen oppervlak staat en dat het gebied rond de oliedop/ peilstok schoon is. ■ Verwijder de olievuldop/peilstok. Schoonvegen en opnieuw in de olievulopening steken maar niet vastschroeven. ■ Verwijder de oliedop/peilstok opnieuw en controleer het oliepeil. Als er onvoldoende olie in de tank zit, vult u olie bij tot het vereiste peil bereikt is. BRANDSTOFTANK VULLEN Zie afbeelding 5. WAARSCHUWING Start of laat de motor nooit draaien in een gesloten of slecht geventileerde ruimte; het inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn. OPMERKING: De motor is voorzien van een hoofdschakelaar. Schakel na het maaien de brandstoftoevoer uit. De motor starten

1. Open de brandstofkraan

2. Stel de variabele gashendel in naar de hoogste

3. Druk 3 keer op de brandstofbalg.

OPMERKING: Deze stap is normaal gezien niet nodig wanneer u een motor start die al enkele minuten heeft gedraaid.

4. Houd de macht hefboom omlaag tegen de steel.

5. Trek aan de startkoord tot de motor start. Laat de

trekstarter langzaam los zodat de koord niet terugslaat. OPMERKING: Het kan nodig zijn om de toevoerstappen te herhalen bij koelere temperaturen. Bij warmer weer kan teveel brandstoftoevoer ervoor zorgen dat de motor verzuipt en dat de motor niet start. Als je de motor verzuipt, wacht u enkele minuten voor u probeert te starten en herhaalt u de toevoerstappen niet. De motor stoppen

1. Laat de aan/uit-hendel los om het product te stoppen.

2. Sluit de brandstofkraanNederlands

Zie afbeelding 19. ■ De variabele snelheidshendel op het handvat laat de gebruiker toe om alleen variaties aan te brengen in de motorsnelheid en moet op de hoogste snelheid worden ingesteld wanneer de motor wordt gestart en gras wordt gemaaid. ■ De variabele snelheidshendel zal de motor niet doen stilvallen. De gashendel op het handvat moet losgelaten worden om de motor te stoppen.

GEBRUIK VAN DE VARIABELE TRANSMISSIE

Zie afbeelding 20. ■ de variabele transmissiehendel op het handvat laat de gebruiker verschillende variaties in de transmissiesnelheid instellen. ■ Wijzig nooit de stand van deze hendel als het product loopt; anders kan de hendel beschadigd raken. ■ Voor langer gras moet de transmissiesnelheid worden verlaagd en de motorsnelheid worden verhoogd. PRODUCT AANDRIJVEN. Zie afbeelding 6. ■ Om zelf te rijden: Houd de gashendel ingedrukt terwijl u langzaam de zelfl oopborging naar het handvat trekt. Laat de self-Propel borgtocht naar het wiel aandrijving te stoppen. ■ Handmatig voortbewegen: Houd de macht hendel. Niet bezighouden de zelf-Propel borgtocht. OPMERKING: Het product gaat lopen wanneer de zelfloopborging is aangegrepen. SNIJBLADHOOGTE INSTELLEN Zie afbeelding 7. Wanneer de grasmaaier wordt verscheept, zijn de wielen op een lage maaipositie ingesteld. Vooraleer u de maaier voor het eerst gebruikt, stelt u de maaipositie af volgens de hoogte die voor uw gazon het best geschikt is. Het gemiddelde gazon moet tussen de 38 mm en 50 mm tijdens koude en tussen de 50 mm en 76 mm tijdens warme maanden bedragen. Maaibladhoogte afstellen ■ Stop de maaier en wacht tot de maaibladen volledig tot stilstand zijn gekomen. ■ Om de snijbladhoogte te verhogen, neemt u de hoogteafstellingshendel en beweegt u die naar de achterkant van de grasmaaier. ■ Om de snijbladhoogte te verminderen, neemt u de hoogteafstellingshendel en beweegt u die naar de voorkant van de grasmaaier. INSTELLEN VAN DE HANDVATHOOGTE EN -HOEK. Zie afbeelding 8. De hoogte van het handvat kan makkelijk worden afgesteld in overeenstemming met de voorkeur van de bediener. Om de hoogte van het handvat aan te passen: ■ Verwijder de snelkoppelingsknop. ■ Schuif de snelkoppelingshendel uit en stel de hoogte in naar de andere opening. ■ Plaats de snelkoppelingsbevestiging terug. Maak de snelkoppelingsknop vast. ■ Herhaal aan de andere kant van het handvat. Om de hoek van het handvat aan te passen: ■ Maak de onderste snelkoppelingsbevestigingen los. ■ Wijzig naar voorkeur de hoek van het handvat. Controleer of de borgpen op het onderste handvat in het gat van de beugel zit. OPMERKING: Het product heeft een 3-punts hoekinstelling voor het handvat. ■ Plaats de onderste snelkoppelingsbevestigingen terug. MAAITIPS ■ Zorg ervoor dat het gazon vrij is van stenen, stokken, draden en andere voorwerpen die de grasmaaimachinebladen of de motor kunnen beschadigen. Zulke voorwerpen kunnen per ongeluk door de grasmaaier in gelijk welke richting worden opgeworpen en ernstige verwondingen bij de bediener en anderen veroorzaken. ■ Voor de beste resultaten maait u altijd een derde of minder van de totale hoogte van het gras ■ Wanneer u lang gras maait, stapt u best trager om efficiënter maaien toe te laten en ervoor te zorgen dat het afval goed wegraakt. ■ Maai geen nat gras, het zal aan de onderkant van de behuizing blijven vasthangen en voorkomen dat het grasafval goed in de graszak terechtkomt of wordt uitgelaten. ■ Bij nieuw of dik gras kan een smallere maaibreedte of een hogere maaihoogte nodig zijn. ■ Reinig de onderkant van de behuizing na elk gebruik om grasafval, bladeren, vuil en andere opgehoopt puin te verwijderen. Raadpleeg de paragraaf “Reinigen van de onderzijde van het maaierdek”.

BEDIENING OP HELLINGEN

Zie afbeelding 10. ■ Hellingen zijn een belangrijke factor verbonden met wegglijden en vallen, wat kan leiden tot ernstige letsels. Werken op hellingen veronderstelt bijzondere voorzichtigheid. Indien u zich op een hellingNederlands

ongemakkelijk voelt, maai deze dan niet. Probeer voor uw eigen veiligheid geen hellingen te maaien van meer dan 15 graden. De fabrikant raadt aan om de aangedreven wielen niet te gebruiken wanneer u op een helling maait. ■ Maai dwars langs hellingen, nooit op en neer. Wees uiterst voorzichtig wanneer u op een helling van richting verandert. ■ Kijk uit voor gaten, sporen, stenen, verborgen voorwerpen of obstakels die ervoor kunnen zorgen dat u struikelt of wegglijdt. Lang gras kan hindernissen verbergen. Verwijder alle voorwerpen, zoals stenen, takken, enz. waarover u kunt vallen of die door het snijblad kunnen worden weggeslingerd. ■ Wees altijd zeker de manier waarop u staat. Wegglijden of vallen kan ernstige letsels veroorzaken. Als u voelt dat u het evenwicht verliest, laat u de aan/uit-handel onmiddellijk los. ■ Maai niet in de buurt van afgronden, grachten of oevers; u kunt uw evenwicht of vaste ondergrond verliezen. GRASVANGER LEEGMAKEN Zie afbeelding 11.

1. Stop de maaier en wacht tot de maaibladen volledig tot

stilstand zijn gekomen.

2. Hef de achterste uitlaatklep op.

3. Neem de grasvanger aan het handvat vast en hef hem

op om van de maaier te verwijderen.

4. Verwijder het grasafval.

5. Hef de achterste uitlaatdeur op en plaats de grasvanger

terug. WAARSCHUWING Wees uiterst voorzichtig wanneer u de machine optilt of opheft voor onderhoud, reiniging, opslag of transport. Het maaiblad is scherm; zelf als de motor is uitgeschakeld, kunnen de maaibladen nog steeds draaien. Houd alle lichaamsdelen weg van het maaiblad terwijl het is blootgesteld. ONDERHOUD WAARSCHUWING Na het loslaten van de macht hendel, controleert regelmatig of het mes stopt in 3 seconden. WAARSCHUWING Als het product niet goed wordt onderhouden, kan de levensduur van het product worden verlaagd, en ingebouwde veiligheidsvoorzieningen mogelijk niet correct functioneren, waardoor de kans op ernstig letsel toeneemt. Bewaar het product altijd in een goede bedrijfstoestand. WAARSCHUWING Voor u onderhoudswerken uitvoert, legt u het product stil en laat u de maaibladen volledig stilvallen en ontkoppelt u de bougiekabel van de bougie Wanneer u deze waarschuwing niet in acht neemt, kan dit leiden tot ernstige letsels. WAARSCHUWING Wanneer u onderhoud uitvoert mag u uitsluitend geautoriseerde vervangonderdelen gebruiken. Het gebruik van enige andere onderdelen kan gevaarlijk zijn of schade aan het toestel veroorzaken. ALGEMEEN ONDERHOUD U kunt de afstellingen en reparaties die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld, uitvoeren. Voor andere herstellingen, neemt u contact op met uw geautoriseerd onderhoudsagent. ■ Vermijd het gebruik van oplosmiddelen wanneer u kunststof onderdelen schoonmaakt. De meeste soorten plastic zijn gevoelig voor schade, veroorzaakt door verschillende soorten commerciële oplosmiddelen en kunnen door hun gebruik worden beschadigd. Gebruik schone doeken om vuil, stof, olie, vet, etc. te verwijderen. ■ Controleer regelmatig of alle moeren en bouten nog goed vast zitten om het veilig gebruik van de grasmaaier te verzekeren. ■ Verwijder alle verzamelde gras en bladeren op of rond de motor en het motordeksel. Wrijf de grasmaaier regelmatig met een droog doek schoon. Gebruik geen water. ■ Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage en sleet. WAARSCHUWING Laat op geen elk moment remvloeistoffen, benzine, producten op petroleumbasis, penetrerende oliën, etc. in contact komen met kunststof onderdelen. Chemicaliën kunnen kunststof beschadigen, verzwakken of vernietigen, wat kan leiden tot ernstige letsels.

2. Verbind een vrouwelijke waterslangverbinder (niet

inbegrepen) met de mannelijke waterslangverbinder op het maaidek.

3. Schakel de watertoevoer in.

4. Start de grasmaaimachine en laat deze op volledig

toerental draaien, maar schakel de SP-arm niet in.Nederlands

5. Laat de motor ter plaatse draaien gedurende ongeveer

7. Schakel de watertoevoer uit.

8. Controleer de onderkant van het maaidek op reinheid

en herhaal de reinigingsprocedure indien nodig. SMERING Alle lagers in dit toestel werden met voldoende smeermiddel van hoge kwaliteit gesmeerd, wat zou moeten volstaan voor de volledige levensduur van het toestel onder normale gebruiksomstandigheden. Aanvullende smering is dus niet nodig. WAARSCHUWING Bescherm altijd uw handen door veiligheidshandschoenen te dragen en/of de snijranden van het snijblad met doeken en ander materiaal in te pakken wanneer u onderhoudswerken aan het snijblad uitvoert. Contact met het maaiblad kan leiden tot ernstige letsels. SNIJBLAD VERVANGEN Zie afbeelding 12. Bij het maken van aanpassingen, wees voorzichtig je vingers tussen bewegende messen en de vaste onderdelen van het product niet te vangen. Voor beste resultaten moet het maaiblad scherp worden gehouden. Vervang een gebogen of beschadigd maaiblad onmiddellijk. WAARSCHUWING Gebruik uitsluitend vervangmaaibladen die door de fabrikant van uw grasmaaimachine zijn goedgekeurd. Het gebruik van een niet door de fabrikant van uw grasmaaimachine goedgekeurd maaiblad is gevaarlijk en kan leiden tot ernstige verwondingen, schade aan uw grasmaaimachine en het vervallen van uw garantie. WAARSCHUWING Draineer de brandstof eerst uit de grasmaaimachine voor u de ze kantelt om het maaiblad te vervangen.

1. Stop de motor en ontkoppel de bougiekabel. Laat het

maaiblad volledig tot stilstand komen.

2. Leg het product op zijn zijde (met het luchtfilter

3. Stop een blok hout tussen het snijblad en de behuizing

van de grasmaaier om te voorkomen dat het snijblad draait. ● Installeren: Zie afbeelding 12a. ● Verwijderen: Zie afbeelding 12b. OPMERKING: Nooit het houtblok tussen het mes en de plastic behuizing klemmen.

4. Met behulp van een 16 mm contactdoos (niet

meegeleverd), maakt u het maaiblad los door de bout tegen de wijzers van de richting van de klok te draaien, gezien vanaf de bovenzijde van de grasmaaimachine.

5. Verwijder de mesbout, veerring, en mes.

6. Plaats een nieuw snijblad op de as. Zorg ervoor dat het

met de gebogen uiteinden naar de bovenkant van de maaierbehuizing wordt bevestigd en niet naar de grond toe.

7. Verwijder de veerring en de mesbout op de as. Draai

de bout met de vinger vast door deze tegen de richting van de wijzers van de klok te draaien, gezien vanaf de onderkant van de grasmaaimachine. OPMERKING: Zorg ervoor dat alle onderdelen in precies dezelfde volgorde worden teruggeplaatst als waarin ze werden verwijderd.

8. Koppel de maaibladbout naar beneden met behup

van een momentsleutel (niet meegeleverd) om te verzekeren dat de bout stevig vastzit.

9. Het aangewezen koppel voor de maaibladbout is 40-

45 Nm. OPMERKING: Slijp de maaibladen niet; vervang door een nieuw exemplaar. Maaibladen moeten goed gebalanceerd zijn om schade en verwondingen te voorkomen.

HET LUCHTFILTER REINIGEN

Zie afbeelding 13. Houd de luchtfi lter schoon voor een goed vermogen en lange levensduur

1. Verwijder het luchtfilterdeksel door de knipsluiting in te

drukken terwijl u het deksel voorzichtig uittrekt.

2. Verwijder de luchtfilter en reinig met warm zeepwater.

Spoel en laat volledig drogen.

3. Breng een lichte laag motorolie op de luchtfilter aan, en

wring dan uit met behulp van een absorberende doek of keukenpapier.

4. Plaats de luchtfilter terug in de luchtfilterbasis.

5. Vervang en maak het luchtfilterdeksel vast.

OPMERKING: De filter moet jaarlijks worden vervangen voor beste prestaties. BRANDSTOFDOP WAARSCHUWING Een lekkende brandstofdop betekent een brandgevaar en moet onmiddellijk worden vervangen. De brandstofdop bevat een onderhoudsvrije fi lter en controleklep. Een verstopte brandstopdop veroorzaakt slechte motorprestaties. Als de presaties verbeteren wanneer de brandstofdop los wordt gemaakt, controleert u of de klep misschien defect of verstopt is. Plaats indien nodig de brandstofdop terug.Nederlands

MOTOROLIE VERVANGEN Zie afbeelding 14. Zorg ervoor dat de brandstoftank volledig leeg is voor u de eenheid kantelt. Anders lekt de brandstof. De motorolie moet elke 25 bedrijfsuren worden vervangen. Vervang de olie wanneer de motorolie nog warm, maar niet heet is. Dit laat toe dat de olie snel en volledig wordt gedraineerd.

1. Verwijder de olievuldop/peilstok.

2. Kantel de maaier opzij en laat de olie van de

olievulopening in een goedgekeurde container draineren.

3. Zet de maaier recht en vul opnieuw met olie en volg

daarbij de voorschriften in het deel Olie toevoegen/ controleren. OPMERKING: Gebruikte olie moet op een goedgekeurde afvoerplaats worden weggegooid. Raadpleeg uw plaatselijk olieverkoooppunt voor meer informatie. BOUGIE ONDERHOUDEN Zie afbeelding 15. De bougie moet correct zijn gevormd en vrij van afzetting om te verzekeren dat de motor goed werkt. Controleer:

1. Verwijder het bougiedeksel.

2. Reiig alle vuil rond de voet van de bougie.

3. Verwijder de bougie met behulp van een 20,5 mm

bougiesleutel (niet meegeleverd)

4. Controleer de bougie op schade en reinig met een

stalen borstel voor u hem terugplaatst. Als de isoleerder stuk of gebarsten is, moet de bougie worden vervangen. OPMERKING: Gebruik de aanbevolen E6RTC-bougie ter vervanging.

5. Bougieopening meten. De correcte opening ligt tussen

de 0,71 mm - 0,79 mm. Om de opening te verbreden, buigt u indien nodig voorzichtig de (bovenste) aardelektrode. Om de opening te verkleinen, tikt u de aardelektrode op een hard oppervlak.

6. Plaats de bougie op zijn plaats; draad ze met de hand

om slingerdraden te voorkomen.

7. Span met behulp van een sleutel aan om de sluitring

aan te drukken. Als de bougie nieuw is, drukt u de sluitring met 1/2 draai overeenkomstig aan. Als u een oude bougie opnieuw gebruikt, drukt u deze met 1/8 of 1/4 draai aan voor correcte sluitringcompressie. OPMERKING: Een niet correct aangespannen bougie wordt heel warm en kan de motor beschadigen.

8. Bougiesteker terugplaatsen

WIELAANDRIJVING AANHOUDEN Zie afbeelding 16. Om ervoor te zorgen dat de wielen vlot draaien, moet het wielstel voor het opbergen worden gereinigd.

1. Verwijder de velg.

2. Verwijder de moer en het wiel en leg aan de kant.

3. Verwijder het stofdeksel, e-ring, sluitring, pinnen en

wielstel. Reinig al het vuil van deze voorwerpen en het einde van de aandrijfas met een droge doek. Indien nodig kan alcohol worden gebruikt om hardnekkig vuil te verwijderen. WAARSCHUWING Smeer geen enkel onderdeel van de wielen. Smering kan leiden tot het wiel componenten te falen tijdens het gebruik, wat kan leiden tot schade aan het product en / of ernstig lichamelijk letsel van de operator.

4. Herbevestig het wielstel met de pijlen tegenover de

voorkant van de grasmaaier. Herbevestig de pinnen, sluitring, e-ring en stofdeksel. OPMERKING: Controleer of het linker tandwiel en het rechter tandwiel op de juiste locatie staan.

5. Herbevestig het wiel en de moer. Span de moer aan.

6. Plaats de naafdop terug.

WIELEN VERVANGEN Zie afbeelding 17. WAARSCHUWING Gebruik uitsluitend vervangwielen die door de fabrikant van uw grasmaaimachine zijn goedgekeurd. Het gebruik van wielen die niet door de fabrikant van uw grasmaaimachine zijn goedgekeurd, zijn gevaarlijk en kunnen tot ernstige verwondingen leiden.

1. Stop de motor en ontkoppel de bougiekabel. Laat het

maaiblad volledig tot stilstand komen.

2. Verwijder de velg.

3. Verwijder de moer uit de wielas en verwijder dan het

4. Vervang door een nieuw wiel en plaats de bout terug.

PRODUCT OPBERGEN 30 dagen of meer ■ Bij gebruik van een brandstof stabilisator, volg de aanwijzingen van de fabrikant van de stabilisator stabilisator toe te voegen aan benzine in de tank. Laat de motor ten minste 10 minuten na toevoeging van stabilisator, zodat de stabilisator de carburateur bereikt. WAARSCHUWING Het product niet op te slaan met benzine in de tank in een gebouw waar dampen een open vlam of vonk kunnen bereiken. ■ Als u geen brandstof stabilisator, laat de motor draaien tot het product volledig uit benzine. ■ Als de motor is stilgevallen, laat u het maaiblad volledig stilvallen en ontkoppelt u de bougiekabel.Nederlands

■ Zet de brandstofklep in de gesloten positie ■ Draai de motor op zijn zijde (met de carburator omhoog) en reinigt u het gemaaide gras dat zich aan de onderkant van het maaidek heeft opgestapeld. ■ Reinig de onderkant van het maaidek. ■ Wrijf de grasmaaimachine met een droge doek schoon. ■ Controleer of alle moeren, bouten, schroeven, binders, enz. stevig zijn vastgemaakt. ■ Controleer de bewegende delen op schade, breuk en slijtage. Laat beschadigde of ontbrekende delen herstellen. ■ Bewaar de grasmaaimachine op een goed geventileerde plaats die schoon is, droog en buiten het bereik van kinderen. ■ Bewaar de grasmaaier niet nabij corrosieve producten, zoals meststof of mijnzout. Om het handvat te verlagen voor het opbergen: Zie afbeelding 18. ■ Verwijder de trekstarter van de geleider en laat deze in de motor oprollen. ■ Verwijder de grasvanger. ■ Laat de bovenste snelsluitingen van de bovenste handgreep en vouw de bovenste hendel naar beneden. ■ Maak de onderste snelkoppelingsbevestiging los. ■ Vouw het onderste handvat voorbij de randen van de montagebeugels van het handvat en zorg ervoor dat de beugel het handvat ondersteunt; anders kan het luchtfilter beschadigd raken. ■ Sluit de onderste quick release sluitingen en laat de beugel steunen het handvat, waardoor zeker niet te buigen of knikken de besturingskabels. TRANSPORT ■ Leg de machine stil, ontkoppel de bougiekabel en wacht tot het maaiblad volledig is stilgevallen en laat afkoelen. Laat de motor afkoelen. ■ Maak de brandstoftank leeg door de motor te laten draaien tot hij stilvalt. Maak de olie leeg door de voorschriften te volgen m.b.t. het vervangen van de olie. ■ Beveilig de machine tegen beweging of vallen om verwondingen aan personen of schade aan de machine te voorkomen.Nederlands

ONDERHOUDSSCHEMA Avant chaque utilisation Na 1 maand of 20 bedrijfsuren Elke 3 maanden of 50 bedrijf- suren Elke 6 maanden of 100 bedrijf- suren Elke 12 maan- den of 300 bedrijfsuren Controleer motorolie

Maak het luchtfi lter schoon.

Luchtfi lter vervangen

Controleer op versleten of beschadigde on- derdelen

Controleer alle starten interlock en macht hefboom voor een goede werking

Controleer of het zaag- blad stopt binnen 3 seconden na het loslaten van de macht hendel

  • Queste operazioni dovranno essere svolte solo da un centro servizi autorizzato OPMERKING: Het onderhoud moet vaker worden uitgevoerd wanneer het product in stofferige omgevingen wordt gebruikt. Wanneer de motor de maximumwaarden in de tabel heeft overstegen, moet het onderhoud nog steeds regelmatig worden uitgevoerd in overeenstemming met de tijdsintervallen die hierin worden gespecifi ceerd.Nederlands

PROBLEEMOPLOSSEN Probleem Mogelijke Oorzaak Oplossing Handvat niet in de correcte positie. Handvat niet correct geplaatst. Controleer om zeker te zijn dat de pen van de onderste handgreep vastgeklikt in de juiste positie. Quick-release knoppen niet aangescherpt. Draai de handgreep quick-release knoppen. Grasmaaier start niet. Geen vonken. Gebruik vonk tester om te controleren of de juiste bougie werking. Geen benzine. Controleer of de brandstofklep in de open positie is gezet Vul de grasmaaimachine met benzine. Als de grasmaaimachine nog steeds niet start, neemt u contact op met een onderhoudsdealer. Motor is verzopen. Wacht 15 minuten en probeer dan de grasmaaimachine opnieuw te starten. Voeg geen brandstof toe voor u probeert te starten. Startkabel trekt harder dan toen nieuwe. Neem contact op met een onderhoudsdealer. Grasmaaier kan moeilijk worden voortgeduwd. Hoog gras, achterkant van de grasmaaier-behuizing en het snijblad slepen in hoog gras of de snijhoogte is te laag. Verhoog de maaihoogte. Wielen moeten worden gereinigd. Reinig de wielen. Motor trilt bij hogere snelheid. Maaiblad is niet gebalanceerd. Vervang het maaiblad. Gebogen motoras. Leg de motor stil, ontkoppel de bougiekabel van de bougie en controleer op schade. Laat herstellingen door een erkende onderhoudsdienst uitvoeren vooraleer u herstart. Grasmaaier mulcht niet goed. Nat grasafval blijft aan de onderkant van het dek kleven. Wacht tot het gras droog is voor het maaien. Reinig de onderkant van het maaidek. Grasmaaier vangt het gras niet goed op. Maaihoogte is te laag ingesteld. Verhoog de maaihoogte.Português

11. Auklas vadotnes slēdzis

GARANTIEVOORWAARDEN Naast de wettelijke rechten die voortvloeien uit de aankoop, wordt dit product gedekt door een garantie, zoals hieronder staat vermeld.

1. De garantietermijn voor consumenten bedraagt 24 maanden en gaat in

op de datum waarop het product is gekocht. Deze datum moet worden gedocumenteerd met een factuur of een ander aankoopbewijs. Het product is uitsluitend ontworpen en bedoeld voor persoonlijk gebruik door consumenten. Er wordt dus geen garantie gegeven voor professioneel of commercieel gebruik.

2. Voor een deel van ons aanbod van tuingereedschappen (AC/DC) is het

mogelijk om de garantietermijn te verlengen over de boven beschreven termijn, met behulp van de website www.ryobitools.eu. De gereedschappen die in aanmerking komen voor de verlenging van de garantietermijn wordt duidelijk weergegeven in winkels en/of verpakkingen en staat beschreven in de productdocumentatie. De eindgebruiker moet zijn/haar nieuw gekochte gereedschappen binnen 30 dagen na aankoop online registreren. De eindgebruiker kan zich registreren voor de verlengde garantietermijn als zijn woonland staat vermeld op het online registratieformulier waar deze optie geldig is. Bovendien moeten eindgebruikers toestemming geven voor de opslag van de gegevens die online ingevuld moeten worden en moeten ze de algemene voorwaarden accepteren. Het ontvangstbewijs van de registratie, dat per e-mail wordt verzonden en de oorspronkelijke factuur met de aankoopdatum vormt het bewijs van de verlengde garantietermijn.

3. De garantie dekt tijdens de garantietermijn alle gebreken van het product

vanwege defecten in vakmanschap of materiaal op de aankoopdatum. De garantie is beperkt tot reparatie en/of vervanging en bevat geen andere verplichtingen, waaronder maar niet beperkt tot incidentele of gevolgschade. De garantie is niet geldig als het product is misbruikt, in strijd met de gebruiksaanwijzing wordt gebruikt of onjuist is aangesloten. Deze garantie geldt niet voor: – alle schade aan het product die het gevolg is van onjuist onderhoud – elk product dat is veranderd of aangepast – elk product waar de oorspronkelijke identificatie (handelsmerk, serienummer) is beschadigd, gewijzigd of verwijderd – alle schade die is veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing – elk niet-CE-product – elk product waar een poging tot reparatie is gedaan door een niet-erkende professional of zonder voorafgaande toestemming door Techtronic Industries. – elk product dat is verbonden met een verkeerde voeding (amperage, spanning, frequentie) – elk product dat wordt gebruikt met een verkeerd brandstofmengsel (brandstof, olie, oliegehalte) – alle schade die is veroorzaakt door externe invloeden (chemisch, fysisch, schokken) of vreemde stoffen – normale slijtage van reserveonderdelen – ongepast gebruik, overbelasting van het gereedschap – gebruik van niet-goedgekeurde accessoires of onderdelen – Alle periodieke aanpassingen aan of het onderhoud en reiniging van carburateurs – Componenten (onderdelen en accessoires) die onderhevig zijn aan natuurlijke slijtage, waaronder maar niet beperkt tot stootknoppen, aandrijfriemen, koppelingen, messen van hegtrimmers of grasmaaiers, harnas, gaskabel, koolstofborstels, stroomsnoeren, tanden, viltringen, koppelingspennen, blazers, blaas- en zuigbuizen, zuigzakken en -riemen, geleidingsstaven, zaagkettingen, slangen, koppelingen, mondstukken, wielen, spuitstokken, binnenhaspels, buitenhaspels, snijdraden, bougies, luchtfilters, gasfilters, maaimessen, etc.

4. Voor onderhoud moet het product worden verzonden of gebracht naar een

erkend servicestation van RYOBI die voor elk land staan vermeld in de volgende lijst met adressen voor servicestations. In sommige landen zal uw lokale RYOBI-dealer het product verzenden naar de RYOBI-serviceorganisatie. Wanneer u het product naar een servicestation van RYOBI verzendt, moet het product veilig worden verpakt zonder enige gevaarlijke inhoud, zoals benzine, met het adres van de afzender en vergezeld van een korte beschrijving van het defect.

5. Een reparatie/vervanging die onder deze garantie valt is gratis. Het vormt geen

verlenging of een nieuwe start van de garantietermijn. Verwisselde onderdelen of gereedschappen worden ons eigendom. In sommige landen moeten de verzendkosten door de afzender worden betaald. Uw wettelijke rechten die voortvloeien uit de aankoop van het gereedschap blijven onaangetast.

6. Deze garantie is geldig in de Europese Gemeenschap, Zwitserland, IJsland,

Noorwegen, Liechtenstein, Turkije en Rusland. Buiten deze gebieden moet u contact opnemen met uw erkende RYOBI-dealer om vast te stellen of er een andere garantie van toepassing is. GEAUTORISEERD ONDERHOUDSCENTRUM Om een geautoriseerd onderhoudscentrum in uw buurt te vinden, surft u naar http:// nl.ryobitools.eu/header/service-and-support/service-agents .PT CONDIÇÕES DE APLICAÇÃO DA GARANTIA RYOBI

Gemeten geluidsniveau: 94,39 dB (A) Gegarandeerd geluidsniveau: 98,0 dB (A) Evaluatiemethode conformiteit volgens bijlage VI Richtlijn 2000/14/EC gewijzigd door 2005/88/EC. Naam van de aangemelde instantie: