ALPINA AL1 3420 Li - Grasmaaier

AL1 3420 Li - Grasmaaier ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AL1 3420 Li ALPINA in PDF-formaat.

📄 328 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ALPINA AL1 3420 Li - page 206
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ALPINA

Model : AL1 3420 Li

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AL1 3420 Li - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AL1 3420 Li van het merk ALPINA.

GEBRUIKSAANWIJZING AL1 3420 Li ALPINA

Lopend bediende grasmaaier met batterij GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

  • Voor het speciek gegeven, verwijst men naar wat aangegeven is op het identicatielabel van de machine. ** Aanbevolen toepassing machine/ accu om optimale prestaties te verkrijgen. BELANGRIJK Indien het gebruik van 2 accu's is voorzien, moeten beide aanwezig zijn in de daarvoor bestemde zitting. Als slechts 1 accu is geplaatst, zal de machine niet werken. Voor de beste prestaties wordt aanbevolen dat de twee accu's dezelfde capaciteit hebben en volledig zijn opgeladen.

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, op verschillende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: “Zie afb. 2.C” of eenvoudigweg “(Afb. 2.C)”. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf “2.1 Training” is een ondertitel van “2. Veiligheidsvoorschriften”. De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: “hfst. 2” of “par. 2.1”.

LET OP Lees alle veiligheidsvoorschriften en in- structies. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels veroorzaken. LET OP!: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften.

3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik .......... 5

3.2 Voornaamste onderdelen (Afb. 1) ....................... 5

6.1 Voorafgaande werkzaamheden ......................... 6

Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen. In de waarschuwingen wordt met de term “elektrisch ge- reedschap” het op het lichtnet (met snoer) werkende elektri- sche gereedschap of het met accuvoeding (zonder snoer) werkende elektrische gereedschap bedoeld.

1) Veiligheid van de werkzone

a) Houd de werkzone schoon en goed verlicht. Donkere en rommelige ruimtes maken ongelukken gemakkelijker. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap in omge- vingen met ontplongsgevaar, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen. c) Hou kinderen en omstanders uit de buurt wanneer gebruik gemaakt wordt van een elektrisch gereed- schap. Een moment van onoplettendheid kan ertoe leiden dat men de controle over de machine verlies.

2) Elektrische veiligheid

a) De stekkers van het elektrische gereedschap moe- ten in het stopcontact passen. Wijzig de stekker op geen enkele manier. Gebruik geen adapterstekkers met geaard elektrisch gereedschap. Ongemodiceerde stekkers en bijpassende stopcontacten verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlak- ken, zoals buizen, radiatoren, fornuizen en koelkas- ten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is. c) Gebruik de maaier niet bij regen of in natte omstan- digheden. Dit kan het risico op elektrische schokken ver- hogen. d) Misbruik de kabel niet. Gebruik de kabel nooit om het elektrisch gereedschap te dragen, te trekken of los te koppelen. Houd de kabel op afstand van hitte- bronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of verwarde kabels verhogen het risico op elektrische schokken. e) Als u elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruik dan een verlengstuk dat geschikt is voor bui- tenshuis gebruik. Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, vermindert het risico op elek- trische schokken. f) Als het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap op een vochtige plaats te gebruiken, gebruik dan een voeding die is beveiligd met een aardlekschakelaar (RCD). Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op elektrische schokken.

3) Persoonlijke veiligheid

a) Blijf attent, controleer wat er gaande is en gebruik altijd het gezond verstand wanneer een elektrisch ge- reedschap gebruikt wordt. Gebruik het elektrisch ge- reedschap niet wanneer u moe bent, geneesmiddelen, alcohol of drugs gebruikt hebt. Een moment van onoplet- tendheid bij het gebruik van een elektrisch gereedschap kan ernstige persoonlijke letsels veroorzaken. b) Gebruik beschermende kleding. Draag altijd een vei- ligheidsbril. Het gebruik van een beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislipschoenen, een veiligheids- helm of een oorbescherming voorkomt persoonlijke letsels. c) Voorkom dat de machine ongewild start. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is vooraleer de accu te plaatsen, of gereedschap vast te nemen of te transpor- teren. Een elektrisch gereedschap transporteren met een vinger op de schakelaar of de accu monteren met de scha- kelaar in de stand “ON” verhoogt het risico op ongevallen. d) Verwijder alle sleutels of regelinstrumenten voor- aleer het elektrisch gereedschap in te schakelen. Een sleutel of gereedschap dat in contact blijft met een bewe- gend onderdeel kan persoonlijke letsels veroorzaken. e) Ga niet overhellen. Ga altijd stabiel staan en zorg ervoor dat het evenwicht niet verloren wordt. Zo heeft men in onverwachte situaties een betere controle over het elektrisch gereedschap. f) Draag gepaste kleding. Draag geen ruime kleding of juwelen. Hou het haar, de kleding en de handschoenen op veilige afstand van bewegende onderdelen. Loshan- gende kledingstukken, juwelen of lang haar kunnen gegre- pen worden in de bewegende onderdelen. g) Als er delen met stofafname-installaties verbonden moeten worden, verzeker u er dan van dat ze goed ver- bonden en gebruikt worden. Door het gebruik van deze inrichtingen kunnen de risico’s met betrekking tot stof be- perkt worden. h) Laat de vertrouwdheid die u met het veelvuldig ge- bruik van de machine opgedaan heeft u niet mislei- den, zodat u veiligheidsprincipes zou negeren. Nalatig handelen kan in een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.

4) Gebruik en onderhoud van het elektrisch gereed-

schap a) Het elektrisch gereedschap niet overbelasten. Ge- bruik het elektrisch gereedschap dat geschikt is voor het werk. Het juiste elektrische gereedschap doet het werk beter en veiliger, met de snelheid waarvoor het is ontwor- pen. b) Gebruik het elektrisch gereedschap indien de scha- kelaar hem niet correct kan in- en uitschakelen. Een elektrisch gereedschap dat niet bediend kan worden met de schakelaar is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Verwijder de accu uit zijn zitting vooraleer een re- geling uit te voeren of accessoires te veranderen, of vooraleer het elektrisch gereedschap op te bergen. Deze preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico voor accidentele inschakelingen van het elektrisch gereedschap. d) Hou de niet gebruikte gereedschappen buiten het bereik van kinderen en laat ze niet gebruiken door per- sonen die niet vertrouwd zijn met het gereedschap zelf of met deze instructies. De elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk indien ze gebruikt worden door onervaren personen. e) Onderhoud de elektrische gereedschappen correct. Controleer of de bewegende onderdelen goed uit- gelijnd zijn en vrij kunnen bewegen, of er geen delen gebroken zijn en of er andere condities zijn die een in- vloed kunnen hebben op de werking van het elektrisch gereedschap. Bij schade moet het gereedschap gere- pareerd worden vooraleer het opnieuw te gebruiken. Vele ongevallen worden veroorzaakt door een ontoereikend onderhoud. f) Alle snijonderdelen moeten scherp en schoon ge- houden worden. Wanneer de snijonderdelen altijd scherp en schoon zijn, zullen ze minder snel vastlopen en makkelij- ker te beheersen zijn. g) Gebruik het elektrisch gereedschap en de relatieve accessoires volgens de geleverde instructies en hou rekening met de werkcondities en het type werk datNL - 3 men wilt uitvoeren. Het gebruik van en elektrisch gereed- schap voor handelingen verschillend van die voorzien kan gevaarlijke situaties opleveren. h) Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. De gladde handgrepen staan geen veilige hantering en controle van het gereedschap in onverwachte situaties mogelijk.

5) Gebruik en voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van

de werktuigen met accu a) Enkel herladen met de door de fabrikant aangege- ven acculader. Een acculader geschikt voor een bepaalde accugroep kan een risico op brand inhouden indien deze gebruikt wordt voor een andere accugroep

b) Gebruik de elektrische werktuigen enkel met de speciek bepaalde accugroepen. Het gebruik van een- der welke andere accugroep kan risico op letsels en brand veroorzaken

c) Wanneer de accugroep niet in gebruik is, moet men deze op afstand houden van andere metalen voorwer- pen zoals nietjes, muntstukken, nagels, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen de twee aansluitklemmen kunnen creëren

Kort- sluiting van de aansluitklemmen van de accu kan brandwon- den of brand veroorzaken

d) Indien de accu in slechte staat is, kan er vloeistof uit lekken: vermijd alle aanrakingen. Indien er zich een ongewilde aanraking voordoet, moet men onmiddel- lijk met water spoelen. Indien de vloeistof in de ogen komt, moet men onmiddellijk medische hulp zoeken. De vloeistof die uit de accu lekt, kan huidirritatie of brand- wonden veroorzaken

e) Gebruik geen beschadigde of gewijzigde accu’s of instrumenten

Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosie of risico op letsel

f) Stel een accu niet bloot aan vuur of hoge tempera- turen

Blootstelling aan vuur of temperaturen boven 130°C kan explosies veroorzaken. OPMERKING. De tempera- tuur “130°C” kan worden vervangen door de temperatuur “265°F”

g) Volg alle oplaadinstructies en laad de accu niet op buiten het in de instructies gespeciceerde tempera- tuurbereik

Onjuist opladen of bij temperaturen buiten het gespeciceerde bereik kan de accu beschadigen en het ri- sico op brand vergroten.

a) Laat het elektrisch gereedschap repareren door gekwaliceerd personeel en gebruik alleen origine- le onderdelen

Op die manier wordt de veiligheid van het elektrisch gereedschap in stand gehouden

b) Herstel geen beschadigde accu’s

Onderhoud aan de accu mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of ge- autoriseerde serviceproviders

VOOR GRASMAAIERS a) Gebruik de grasmaaier niet bij ongunstige weersomstandigheden, vooral wanneer er kans is op blikseminslag. Dit verkleint het risico om door de bliksem te worden getroen. b) Inspecteer het gebied waar de grasmaaier gebruikt zal worden, zorgvuldig op wilde dieren. Wilde dieren kunnen gewond raken door de grasmaaier tijdens het gebruik. c) Inspecteer het gebied waar de grasmaaier gebruikt gaat worden zorgvuldig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen. Gegooide voorwerpen kunnen persoonlijk letsel veroorzaken. d) Inspecteer het mes en de mesunit altijd visueel op slijtage of beschadiging voordat u de grasmaaier gebruikt. Versleten of beschadigde onderdelen verhogen het risico op letsel. f) Controleer de opvangzak van het gras regelmatig op tekenen van slijtage of beschadiging. Een versleten of beschadigde grasopvangzak kan het risico op persoonlijk letsel vergroten. g) Houd de afschermingen op hun plaats. De afschermingen moeten goed werken en correct gemonteerd zijn. Een losse, beschadigde of slecht werkende afscherming kan leiden tot persoonlijk letsel. h) Houd alle koelluchtinlaten vrij van vuil. Belemmerde luchtinlaten en vuil kunnen oververhitting of brand veroorzaken.

i) Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier

altijd antislip, beschermend schoeisel. Bedien de grasmaaier niet op blote voeten of met open sandalen. Dit verkleint de kans op voetletsel wegens contact met het bewegende mes. j) Draag altijd een lange broek wanneer u de grasmaaier gebruikt. Blootliggende huid vergroot de kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen. k) Gebruik de maaier niet op nat gras. Stap, loop nooit. Dit vermindert het risico op uitglijden en vallen, wat kan persoonlijk letsel kan veroorzaken. l) Gebruik de grasmaaier niet op te steile hellingen. Dit vermindert het risico op verlies van controle, uitglijden en vallen, wat persoonlijk letsel kan veroorzaken. m) Let bij het werken op hellingen altijd op uw stappen, werk altijd dwars op de helling, nooit heuvelopwaarts of heuvelafwaarts en wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van richting. Dit vermindert het risico op verlies van controle, uitglijden en vallen, wat persoonlijk letsel kan veroorzaken. n) Wees uiterst voorzichtig wanneer u achteruit rijdt of de grasmaaier naar u toe trekt. Houd altijd rekening met uw omgeving. Dit vermindert het risico van struikelen tijdens het werken. q) Raak de messen en andere gevaarlijke bewegende delen niet aan terwijl ze nog bewegen. Dit vermindert het risico op letsel door bewegende delen. r) Wanneer u vastgelopen materiaal verwijdert of de grasmaaier reinigt, moet u ervoor zorgen dat alle stroomschakelaars uitgeschakeld zijn en dat de accu losgekoppeld is. Onverwacht gebruik van de grasmaaier kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.

2.3 ONDERHOUD EN OPSLAG

Schakel de machine af van het toevoernet en lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten. Draag geschikte kleding en werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen. Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. GebruikNL - 4 uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde onderdelen beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk gesteld worden. BELANGRIJK Alle onderhouds- en afstelwerkzaamhe- den die niet in deze handleiding worden beschreven, moeten worden uitgevoerd door uw dealer of door een gespeciali- seerd centrum dat over de kennis en uitrusting beschikt die nodig zijn om de werkzaamheden correct uit te voeren, met behoud van het oorspronkelijke veiligheidsniveau van de ma- chine. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

1. Na elk gebruik wordt de machine losgekoppeld

van het voedingsnet en wordt eventuele schade opgespoord.

2. Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid,

om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt. Als u regelmatig onderhoud aan de heggenschaar pleegt, zal de werking ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven.

3. Controleer regelmatig of de schroeven van het

maaisysteem goed zijn aangehaald.

4. Draag werkhandschoenen wanneer u aan het

maaisysteem komt om dit te demonteren of te monteren.

5. Let op de balans van de snij-inrichting, wanneer dit

geslepen wordt. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij-inrichting (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een specieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een gespecialiseerd centrum.

6. Tijdens de afstellingen van de machine, moet men

erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende snij-inrichting en de vaste delen van de machine geklemd geraken.

7. Raak de snij-inrichting niet aan totdat de machine

losgekoppeld is van het stopcontact en de snij- inrichting volledig stilstaat. Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men erop te letten dat de snij-inrichting kan bewegen, ook al is de machine losgekoppeld van het netwerk.

8. Controleer vaak de zijdelingse aaatbeveiliging,

of de achterste aaatbeveiliging, en de opvangzak op slijtage of beschadiging. Vervang ze indien ze beschadigd zijn.

9. Vervang beschadigde waarschuwings- en

10. Berg de machine op in een ruimte die niet voor

kinderen toegankelijk is.

11. Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke

willekeurige ruimte op te bergen.

12. Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij

van resten gras, bladeren of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden. Leeg de opvangzak en laat geen containers met gemaaid gras in gesloten ruimtes achter.

2.4 ACCU / ACCULADER

LET OP De hierna volgende veiligheidsnormen vervolledigen de vei- ligheidsvoorschriften die aangegeven zijn in de specieke handleiding van de acculader.

  • Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. Een niet geschikte acculader kan lei- den tot elektroshock, oververhitting of lekken van de corrosieve vloeistof van de accu.
  • Gebruik enkel de specieke accu’s die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu’s kan leiden tot letsels en ri- sico op brand.
  • Houd de niet gebruikte accu ver van kantoorklemmetjes, munt- stukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwer- pen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen ver- oorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
  • Gebruik de acculader niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materialen of op gemakkelijk ontvlambare oppervlakten zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de accu opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken.
  • Tijdens het vervoer van de accu’s, moet men er op letten dat de contacten onderling niet in contact komen, en dat er geen metalen houders gebruikt worden voor het vervoer.

2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet ‘s ochtends vroeg of ‘s avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
  • Tijdens het werken wordt er een zekere hoeveelheid olie in de omgeving verspreid, noodzakelijk voor de smering van de ket- ting; gebruik om die reden alleen biologisch afbreekbare oliën, speciek bedoeld voor dit gebruik. Het gebruik van een mine- rale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu.
  • Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, accu’s, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden wor- den en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een op- vangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatse- lijke normen. Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huis- houdelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/ EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toe- passing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart inge- zameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoen de waterlaag bereiken en in de voe- dingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw ge- zondheid en welzijn. Voor meer informatie over de afdanking van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwer- king van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper.NL - 5 Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu’s met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat materialen die gevaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze moet verwijderd worden en gescheiden ingezameld worden nabij een structuur die lithium-ion- accu’s aanvaardt. De gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de ma- terialen toe. Het hergebruik van gerecycled materiaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en ver-

BEOOGD GEBRUIK Deze machine is een lopend bediende grasmaaier. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een snij-inrichting aanschakelt die beschermd is door een carter, voorzien van wielen en een handgreep. De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando’s bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende snij-inrichting. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en de snij-inrichting na enkele seconden stil.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het maaien van gras in tuinen en grasvelden, uitgevoerd met de aanwezigheid van een lopende bediener.

1. Het gras maaien en het opvangen in de opvangzak.

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist

Andere personen, kinderen of dieren op de machine vervoeren, aangezien deze zouden kunnen vallen en ernstige letsels zouden kunnen opdoen of de veiligheid van de rit in het gedrang zouden kunnen brengen. Zich door de machine laten vervoeren. De machine gebruiken voor het aanslepen of aanduwen van een last. De snij-inrichting aanschakelen op zones zonder gras. Gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval. De machine gebruiken voor het knippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatie dan gras.

tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners.

BELANGRIJK De machine mag steeds slechts door een enkele bediener gebruikt worden.

3.2 VOORNAAMSTE ONDERDELEN Afb.

A. Chassis: dit is de carter die de draaiende snij- inrichting omvat. B. Motor: deze laat de maai-inrichting bewegen. C. Snij-inrichting: dit is het element dat het gras maait. D. Bescherming van aaat achteraan: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door de snij-inrichting meegenomen worden, ver van de machine weg kunnen schieten. E. Opvangzak: naast de functie van het opvangen van het gemaaide gras, betreft het een veiligheidselement dat er voor zorgt dat eventuele voorwerpen opgevangen door de snij-inrichting niet ver van de machine worden weggeslingerd. F. Steel: dit is de werkpositie van de bediener. Dank zij de lengte van de steel, kan de bediener tijdens het werk steeds op een veiligheidsafstand van de draaiende maai-inrichting blijven. G. Schakelaarbediening: start/stop van de motor en gelijktijdige inschakeling/uitschakeling van de snij- inrichting. H. Luikje toegang tot accuholte

I. Contactsleutel (Uitschakelinrichting):

De sleutel schakelt het elektrisch circuit van de machine in/uit. J. Accu (indien niet met de machine geleverd, zie hfdst. 13 “toebehoren op aanvraag”): levert energie voor de start van de motor; de kenmerken

handleiding beschreven. K. Acculader (indien niet met de machine geleverd, zie hfdst. 13 “toebehoren op aanvraag”): inrichting die wordt gebruikt om de accu op te laden.

2. CE-conformiteitsteken.

6. Naam en adres van de fabrikant.

8. Maximale snelheid voor de werking van de motor.

BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats.NL - 6 BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de voorlaatste pagina's van de handleiding.

3.4 VEILIGHEIDSSIGNALERINGEN (Afb. 2).

Op de machine staan verschillende symbolen. Betekenis van de symbolen: Let op. Lees de aanwijzingen door alvorens de machine te gebruiken. Gevaar! Risico op wegschietende voorwerpen. Houd de personen tijdens het gebruik buiten de werkzone. Let op de scherpe snij-inrichting. Steek uw handen of voeten niet in de holte van de snij-inrichting. De snij-inrichting blijft ook na het uitschakelen van de motor draaien. Verwijder de accu voordat u controles, reinigings- of onderhouds-/ afstelwerkzaamheden aan de machine uitvoert

Alleen voor elektrische grasmaaiers met netvoeding. Alleen voor elektrische grasmaaiers met netvoeding. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.

De veiligheidsnormen die in acht genomen moe- ten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van de machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies. De machine moet op een vlakke en solide onder- grond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben. Alvorens de montage uit te voeren, moet men na- gaan of de veiligheidssleutel niet in zijn zitting geplaatst is.

4.1 UITPAKKEN (Afb.3)

(UITSCHAKELINRICHTING) De sleutel (afb.16.A), die zich binnenin de holte van de accu bevindt, schakelt het elektrisch circuit van de machine aan en uit. Door de sleutel te verwijderen, schakelt men het elektrisch circuit volledig uit om een ongecontroleerd gebruik van de machine te vermijden. BELANGRIJK Verwijder de contactsleutel elke keer wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat.

5.2 SCHAKELAARBEDIENING

De bediening van de schakelaar (Afb.17.A, Afb.17.A.1) start/ stopt de motor en schakelt de maai-inrichting gelijktijdig in/ uit. De aangeduide standen stemmen overeen met: Starten. Druk voor het starten op de veiligheidsknop (Afb. 17.A.1), trek aan de hendel (Afb. 17.A). Inschakeling van de snij-inrichting. De start van de motor veroorzaakt de gelijktijdi- ge inschakeling van de maai-inrichting. Stoppen. De motor stopt automatisch met draaien wanneer de hendel wordt losgelaten (Afb. 17.A).

6. GEBRUIK VAN DE MACHINE

De veiligheidsnormen die in acht genomen moe- ten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Controleer dat de contactsleutel niet in zijn houder zit. Plaats de machine horizontaal en stevig op het terrein; Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat.

6.1.1 Controleren en opladen van de accu (Afb.18)

6.1.2 Voorbereiding voor het maaien en opvangen

van het gras in de opvangzak (Afb.19)

6.1.3 Afstelling van de maaihoogte (Afb.20÷21)

6.1.4 Afstelling van de hoogte / hoek van de

Voer vóór het gebruik altijd een veiligheidscontro- le uit.NL - 7

6.2.1 Algemene veiligheidscontrole

Object Resultaat Handgrepen Schoon, droog. Steel Correct en stevig aan de machine bevestigd. Snij-inrichting Schoon, niet beschadigd of versleten, intact, goed scherp. Achterste aaatbeveiliging; opvangzak Ongeschonden. Geen schade. Correct gemonteerd. Vervangen indien beschadigd. Schakelaarbediening De hendel moet vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen. Accu Geen schade aan het omhulsel, geen lekken van vloeistoen. Schroeven/moeren op de machine en op de snij-inrichting Goed vastgedraaid (niet los). Niet beschadigd of versleten. Doorgangen van de koellucht Niet verstopt Machine Geen tekens van beschadiging of slijtage. Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid. Actie Resultaat

2. Laat de schakelaarbe-

diening los (Afb.26).

1. Het maaimechanisme

2. De veiligheidshendel

moet vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen zodat de maai-inrich- ting wordt gestopt. Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Richt u tot een dienstencentrum voor de nodige controles en herstelling.

6.3 START (Afb.22÷25)

OPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond, zonder obstakels of hoog gras. De start van de motor veroorzaakt de gelijktijdige inschakeling van de maai-inrichting.

6.4 WERKING (Afb.26)

BELANGRIJK Indien de motor tijdens het werk stopt wegens oververhitting, moet men 5 minuten wachten vooraleer deze weer op te starten.

6.4.1 Gras maaien (Afb.27)

OPMERKING Pas de voortbewegingssnelheid en de maaihoogte aan de grasomstandigheden (hoogte, dichtheid en vochtigheid van het gras) en de hoeveelheid verwijderd gras aan.

6.4.2 Opvangzak leegmaken (Afb.28÷,29)

Het snij-element blijft gedurende enkele seconden na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien. BELANGRIJK Schakel de machine altijd uit.

  • Tijdens verplaatsingen tussen werkzones.
  • Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras.
  • Elke keer wanneer men een hindernis moet overkomen.
  • Vooraleer de snijhoogte af te stellen.
  • Elke keer dat u de opvangzak verwijdert of opnieuw bevestigt.

1. Open het luikje en verwijder de veiligheidssleutel.

2. Haal de accu uit zijn zitting en laad hem op (par 7.2.3).

3. Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke

willekeurige ruimte op te bergen.

4. Reinig de machine (par. 7.3).

5. Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd

zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.

6. Controle van eventuele schade aan de machine.

Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. BELANGRIJK Verwijder de contactsleutel elke keer wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat.

De veiligheidsnormen die in acht genomen moe- ten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke controle, reiniging of in- greep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:

  • Zet de machine stil.
  • Verwijder de veiligheidssleutel (laat de sleutel nooit in de houder zitten en houd hem buiten het bereik van kinderen en ongeschikte personen).
  • Verwijder de accu.NL - 8
  • Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
  • Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
  • Draag geschikte kleding en werkhandschoenen in alle risicosituaties voor de handen.
  • Lees de desbetreende instructies.

De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de gazon die bewerkt kan worden alvorens de accu weer op te laden) hangt hoofdzakelijk af van: a. Omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiebehoefte: – Maaien bij dik, hoog, vochtig gras. b. Maaibreedte van de machine ; hoe groter de maaibreedte, hoe groter de energiebehoefte. c. Gedrag van de bediener, die de volgende punten moet vermijden: – De machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken. – Een te lage maaihoogte ten opzichte van de condities van het gras. – Een te hoge voortbewegingssnelheid vergeleken met de hoeveelheid gras die gemaaid moet worden. OPMERKING Tij d e n s h e t we r k , i s de ac c u te g e n vo l l e dige ontlading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert. Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan: – Het gras te maaien wanneer de gazon droog is. – Het gras vaak te maaien om te vermijden dat het tè hoog groeit. – Een hogere maaihoogte in te stellen wanneer het gras hoger staat en een tweede maaibeurt uit te voeren op een lagere hoogte. Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat mogelijk is met de standaard-accu, kan men: – Een tweede standaard-accu kopen om de platte accu onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit in het gedrang te brengen. – Een accu kopen met grotere autonomie dan de standaard-accu (par. 13.2).

7.1.2 De accu verwijderen en opladen (Afb.30÷32)

OPMERKING De accu is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 0 en +40°C is. OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.

Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwijzingen.

7.2.1 Reiniging van de machine

  • Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken.
  • Gebruik geen agressieve vloeistoen om het chassis te reinigen.
  • Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten gras, bladeren of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden.

7.2.2 Reiniging van de snijgroep

BELANGRIJK Kantel de machine opzij en zorg ervoor dat de machine stabiel is voordat u eender welke handeling uitvoert. Verwijder de resten van gras en modder die binnen het chassis opgestapeld worden om te vermijden dat deze resten, wanneer ze opdrogen, een volgend opstarten moeilijk maken.

7.2.3 Reiniging van de zuigroosters van de

koellucht Om oververhitting en schade aan de motor of aan de accu te vermijden, moeten de zuigroosters van de koellucht schoon en vrij van afval zijn. Ga als volgt te werk:

1. Kantel de machine opzij en zorg ervoor dat de machine

2. Blaas met een straal perslucht door de openingen van

de zuigroosters van de koellucht (Afb. 34).

7.2.4 Reiniging van de zak

1. Maak de opvangzak leeg;

2. schud de zak om hem schoon te maken van grasresten

3. was hem, spoel hem, en plaats hem zodanig dat hij

Een botte maai-inrichting rukt het gras uit een veroorzaakt de vergeling van het gazon. Raak de snij-inrichting niet aan totdat de sleutel verwijderd is en de snij-inrichting volledig stilstaat. Let op omdat dat de maai-inirichting kan bewegen, zelfs als de sleutel is verwijderd. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij-inrichtingen (demontage, slijpen, in balans bren- gen, herstelling, hermontage en/of vervanging) vergen een specieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een Gespecialiseerd centrum.NL - 9 Laat de beschadigde, geplooide of versleten snij-inrichtingen steeds als geheel vervangen, samen met de schroeven, om de balans te behouden. BELANGRIJK Gebruik steeds originele snij- inrichtingen, met de code aangegeven in de tabel “Technische Gegevens”. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen de snij- inrichtingen aangegeven in de "Technische Gegevens" in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid.

Stal de machine alleen in de horizontale positie terwijl ze goed op de grond steunt. Stal de machine niet in de verticale positie. Wanneer de machine gestald moet worden:

1. Laat de motor afkoelen

2. Verwijder de veiligheidssleutel.

3. Haal de accu uit zijn zitting en laad hem op (par 7.2.2).

– in een droge omgeving; – beschermd tegen slechte weersomstandigheden; – indien mogelijk bedekt met een doek; – buiten bereik van kinderen; – na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.

8.2 STALLING VAN DE ACCU

Als de accu gedurende lange tijd niet wordt opgeladen, moet deze altijd in de schaduw, op een koele plaats en in een vochtvrije omgeving met een omgevingstemperatuur tussen 0~45°C worden bewaard. BELANGRIJK In geval van langdurig niet-gebruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen.

9. HANTERING EN TRANSPORT

Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of gekanteld moet worden, moet men: – de machine stopzetten (par. 6.5); – de veiligheidssleutel verwijderen; – verzeker U ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan; – stevige werkhandschoenen dragen; – de machine vastnemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht; – een beroep doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heen, volgens de kenmerken van het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden; – u ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken. Wanneer men de machine met een wagen of aanhangwagen vervoert, moet men:

1. opritten gebruiken met geschikte weerstand, breedte

2. de snijgroep omlaag brengen;

3. de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar

4. haar stevig aan het vervoermiddel bevestigen met

koorden of kettingen om te vermijden dat ze kantelt.

10. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

  • Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
  • De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
  • Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd, het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
  • Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.

De garantiedekking is enkel bestemd voor de consumenten, d.w.z. niet professionele bedieners. De garantie dekt alle kwaliteits- en fabricagefouten die tijdens de garantieperiode door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum vastgesteld worden. De toepassing van de garantie is beperkt tot de herstelling of vervanging van het defect geachte onderdeel. Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstencentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen. De toepassing van de garantie is ondergeschikt aan een regelmatig onderhoud van de machine. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie (Gebruiksaanwijzing).
  • Professioneel gebruik.
  • Achteloosheid, nalatigheid.
  • Externe oorzaak (bliksem, stoten, aanwezigheid van vreemde voorwerpen in de machine) of incident.
  • Onjuist of niet door de fabrikant toegestaan gebruik en montage.
  • Gebrekkig onderhoud.
  • Wijziging van de machine.NL - 10
  • Gebruik van niet originele wisselstukken (aanpasbare stukken).
  • Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
  • De onderhoudshandelingen (beschreven in de gebruiksaanwijzing).
  • de normale slijtage van verbruiksmaterialen zoals de maai-inrichting, wielen, veiligheidsbouten en bedradingen;
  • Esthetische slijtage van de machine wegens het gebruik.
  • De steunen van de snij-inrichtingen.
  • De eventueel bijkomende onkosten voor activering van de garantie, zoals de reiskosten tot bij de gebruiker, het vervoer van de machine naar de Wederverkoper, de huur van uitrustingen voor de vervanging of de oproep van een externe maatschappij voor alle onderhoudswerkzaamheden. De gebruiker is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De gebruiker van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land, zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.

12. IDENTIFICATIE PROBLEMEN

Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING

1. Wanneer de schakelaar

wordt geactiveerd, wordt de motor niet gestart Contactsleutel ontbreekt of niet correct geplaatst. Plaats de sleutel (Afb. 16.A). Geen accu of accu niet correct geplaatst. Open het luikje en controleer dat de accu juist geplaatst is (Afb. 23) Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.1.2). De machine wordt niet onmiddellijk gestart. Houd de schakelaarbediening 2-3 seconden ingedrukt (Afb. 25). Ingreep van de thermische bescherming wegens oververhitting van de motor. Wacht minstens 5 minuten en herstart dan de machine.

2. De motor loopt maar de

maai-inrichting draait niet Bevestiging van de snij- inrichting losgekomen. Stop de motor onmiddellijk en verwijder de contactsleutel. Contacteer een dienstencentrum voor controle, vervangingen of herstellingen (par. 7.3).

3. De motor stopt tijdens

het werk. Accu niet correct geplaatst. Open het luikje en controleer dat de accu juist geplaatst is (Afb. 23). Accu plat. Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.1.2). Verklemmingen die de rotatie van de snij-inrichting verhinderen. Verwijder de veiligheidssleutel, doe werkhandschoenen aan en verwijder gras of resten die aanwezig zijn aan de onderkant van de machine en/of in het aaatkanaal. Ingreep van de thermische bescherming wegens oververhitting van de motor. Reinig de zuigroosters van de koellucht (par. 7.2.3). Wacht minstens 5 minuten en herstart dan de machine.

3. De motor stopt tijdens het

werk. Ingreep van de thermische bescherming wegens een te hoge stroomabsorptie te wijten aan:

  • Het maaien van te hoog gras.
  • Verklemmingen die de rotatie van de snij-inrichting verhinderen.
  • Te veel grasresten die zijn aangehecht aan de binnenkant van het chassis en in het aaatkanaal.
  • Een hogere maaihoogte in te stellen wanneer het gras hoger staat en een tweede maaibeurt uit te voeren op een lagere hoogte
  • Verwijder de verklemmingen (par. 7.2.2).
  • Reinig de machine (par. 7.2.1, 7.2.2, 7.2.3) Wacht minstens 5 minuten en herstart dan de machine.NL - 11

4. Het gemaaide gras wordt

niet meer opgevangen in de opvangzak. De snij-inrichting heeft tegen een vreemd voorwerp gebotst en werd beschadigd. Stop de motor onmiddellijk en verwijder de contactsleutel. Controleer de eventuele schade, en contacteer een Dienstencentrum voor de eventuele vervanging van de snij-inrichting (par. 7.3). De binnenzijde van het chassis is vuil. Reinig de binnenzijde van het chassis om de evacuatie van het gras naar de opvangzak te vergemakkelijken (par. 7.2.2).

loopt moeizaam. Het maaimechanisme is niet in goede staat. Contacteer een dienstencentrum voor het bijslijpen en vervangen van het maaimechanisme.

6. Men hoort overdreven

geluiden en/of trillingen tijdens het werk. Bevestiging van het maaimechanisme losgekomen of maaimechanisme beschadigd. Stop de motor onmiddellijk en verwijder de contactsleutel. Contacteer een dienstencentrum voor controle, vervangingen of herstellingen (par. 7.3).

van de accu. Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie. Optimaliseer het gebruik (par. 7.1.1). Accu niet voldoende voor de werkbehoeften. Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 13.1).

8. De acculader laadt

de accu niet op. Accu niet correct geplaatst in de acculader. Controleer of de accu correct geplaatst is (par. 7.1.2) Niet geschikte omgevingscondities. Herlaad de accu in een omgeving met geschikte temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader). Vuile contacten. Reinig de contacten. Geen spanning aan de acculader. Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact. Defecte acculader. Vervangen met een origineel wisselstuk. Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader.

Er zijn accu's met verschillende vermogens beschikbaar, aangepast aan specieke operationele vereisten (afb. 35). De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'.

Inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu (afb.36).NO - 1

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)

2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de

machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: : accu

3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen:

e) Certificatie-instituut: Niet toepasbaar

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES (Traducción del Manual Original)