135 Mark II - Zaag HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 135 Mark II HUSQVARNA in PDF-formaat.
| Merk | Husqvarna |
| Model | 135 Mark II |
| Producttype | Benzinekettingzaag |
| Cilinderinhoud | 38 cm³ |
| Uitgangsvermogen | 1,6 kW bij 9000 min⁻¹ |
| Gewicht (zonder zaaguitrusting) | 4,68 kg |
| Brandstoftankinhoud | 350 ml |
| Kettingsmoorolietankinhoud | 260 ml |
| Standaard zwaardlengte | 35 tot 40 cm (14-16 inch) |
| Kettingspoed | 3/8 inch (9,52 mm) |
| Kettingspoor (schakeldikte) | 0,050 inch (1,3 mm) |
| Bougie | NGK BPMR 7A / BRISK HQT-1R |
| Elektrodenafstand | 0,5 mm |
| Stationair toerental | 2800 - 3200 min⁻¹ |
| Kettingsmeersysteem | Automatisch |
| Gegarandeerd geluidsvermogensniveau | 116 dB(A) |
| Veiligheidsvoorzieningen | Kettingsrem, terugslagbeveiliging, gashendelblokkering, kettingvanger |
| Aanbevolen onderhoud | Dagelijkse reiniging van luchtfilter, regelmatig slijpen van de ketting, controle van kettingsrem |
| Repareerbaarheid | Originele Husqvarna-onderdelen, onderhoud door erkend servicecentrum aanbevolen |
Veelgestelde vragen - 135 Mark II HUSQVARNA
Gebruikersvragen over 135 Mark II HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 135 Mark II - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 135 Mark II van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING 135 Mark II HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 88-102
SV Bruksanvisning 103-116
NO Bruksanvisning 117-130
DA Brugsanvising 131-144
Gebruikershandleiding
De oorspronkelijke taal van deze gebruikshandleiding is Engels. Bedieningshandleidingen in andere talen zich vertalingen uit het Engels.
Overzicht
(Fig. 1)
-
Cylinderkap
-
Primerbalg van brandstofpomp
-
Product- en serienummerplaatje
-
Informatie- en waarschuwingsplaatje
-
Stopschakelaar
-
Achterste handvat
-
Brandstoftank
-
Startkoordhendel
-
Starterhuis
-
Velrichtpunt
-
Kettingolietank
-
Voorste handgreep
-
Kettingrem met terugslagbeiviling
-
Geluiddemper
-
Zaagketting
-
Neuswiel
-
Geleider
-
Kettingspannerschroef (130)
-
Kettingspannerschroef (135 Mark II)
-
Schorssteun
-
Kettingvanger
-
Koppelingsdeksel
-
Rechterhandbescherming
-
Gashendel
-
Gashendelvergrendeling
-
Transportbescherming
-
Combinatietang
-
Husqvarna Automowere 420/430X/440
Symbolen op het product
(Fig. 2) Waarschuwing
(Fig. 3) Lees deze handleiding
(Fig. 4) Gebruik een veiligheidshelm op locaties waar objecten op u konnen vallen. Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming en oogbescherming.
(Fig. 5) Draag goedgekeurde beschemende handschoenen
(Fig. 6) Het product voldoet aan de geldende EG-richtlijnen
(Fig. 7) Geluidsemissiesaar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegardeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 100en op het label.
(Fig. 12) Zaagkettingolie bijvullen
(Fig. 13) Dit apparaat voldoet aan de geldende Koreaanse richtlijnen
(Fig. 14) Dit apparaat voldoet aan de geldende Japanse richtlijnen
(Fig. 15) Houd het product op de juiste wijze met beiden handen vast
(Fig. 16) Niet gebruiken met slechts een hand
(Fig. 17) Laat de punt van het zaagblad geen objecten raken.
(Fig. 18) Dit product voldoet aan de geldende VKregelgeving.
Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor overige commerciele markten.
WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden.
Productaansprakelijkheid
Zoals uiteengezet in de wet voor productaanssprakelijkheid zich wij Niet aansprakelijk voor schade die door ons product worden voroortaatk, indien:
- het product Niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die nicht van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die nicht zich goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat Niet afkomstig is van de fabrikant of Niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product Niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligkeit
Veiligheidsdefinities
De onderstaande definities geben de mate van ernst\ weer voor elk trefwoord.

WAARSCHUWING: Letsel aan personen.

OPGELET: Schade aan het product.
Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik.
Algemene veiligheidsinstructies
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt möglichk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product Niet voor andere taken.
- Lees, begrijp en houd u aan de instructies in deze handleiding. Volg de verilheidssymbolen en
veiligheidsinstrumentes op. Het Niet in acheit nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding Niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhonden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installmentie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden要去en door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
-
Deze handleiding kan nicht alle situatuies beschrijven die zich voor+kunnen doen wanner u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product Niet en voer geen onderhoudswerkzaamheden aan het productuit als u Niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, serviceworkplaats of erkende servicepunt.
Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden UITvoert. -
Gebruik het product Niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderden van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderden die zich goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen uitlaatgassen van de motor in. Er kan een gezondheidsrisico optreden als u uitlaatgassen, kettingoliedampen en zaagsel gedurende een langeperiode inademt.
- Start het product Niet in gesloten ruimtes of in de buurt van Licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kuren vonden overzaken die tot brand kuren leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig of fataal letsel door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Dit apparaat genereertijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gezruikt.
- Laat het product Niet door een kind bedieren.
- Laat het product Niet bedieren door een person die de instructies Niet hebft gelezen.
- Houd Personen met een lichamelijke of geestelijk beperking die het product gebruiken, alsijd in de gaten. Er要去 allen tjnde een verantwoordelijk volwassene aanwezig zich.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die niediet toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde Personen.
- Het product kan objekten uitwerpen en letselveroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld. Schakel de motor uit en zorg ervoor dat de ketting Niet draait.
- De gekruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt. - Neem nationale en lokale wetgeving in acheit. Deze kan het gebruik van het product in sommige situations beperken of verbieten.
Veiligheidsinstructies voor bediening
- Het voortdurend of regelmatig bedieren van het product kan zorgen voor "witte vingers" of dergelijk medische problemen als gevolg van trillingen. Houd de toestand van uw handen en vingers in de gaten als u het product voortdurend of regelmatig gebruikt. Als uw handen of vingers verkleuren, bijn doein, tintelen of doof aanvoelen, stop dan met werken en raadpleeg onmiddelijk een arts.
- Zorg ervoor dat het product volledig is gemonteerd voordat u het gaat gebruiken.
- Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan.
Draag alkijd goedgekeurde oogbescherming wonneer u het apparaat gebruikt.
- Let op: Tijdens het gebruik kan een kind zonder uw medeweten zich bij het productkommen.
- Gebruik dit product nicht als zich personen in het werkgebied bevinden. Schakel het product uit wanneer een persoon het werkgebied betreedt.
(Fig. 20)
Zorg dat u het product altiijd onder controle hebt.
- Het apparaat要去 met twee handen worden gebruikt. Gebruik het apparaat nooit met een hand. Werken met een hand kan leiden tot ernstig letsel voor de gebruiker, medewerkers, omstanders of een combinatie van deze Personen.
- Houd de Voorste handgreep vast met uw linkerhand en dechterste handgreep met uw rechterhand. Houd het apparaat rechts van uw lichaam.
(Fig. 21)
- Gebruik het apparaat Niet wanner u vermoeid of ziek bent, of alcohol of drugs heb gebruikt.
- Gebruik het product Niet als u geen hulp(Intkrijgen indien zich een onceval voordoet. Zorg ervoor dat anderen weten dat u het product gaat gebruiken voordat u het product start.
- Draai nicht met het product voordat u zeker weet dat er zich geen personen of dieren in de veiligheidszone bevinden.
- Verwijder alle ongewenste materialen uit het werkgebied voordat u begint. Als de ketting een voorwerp raakt, kan dit worden weggeslingerd en letsel of schade veroorzaken. Rondom de ketting kan zich ongewenst materiaal wikkelen dat schade veroorzaakt.
- Gebruik het apparaat Niet bij slecht werk, zoals mist, regen, sterke wind, gevaar voor blikkseminslag of andere ongunstige weersomstandigheden. Bij slecht werk hunnen gevaarlijke omstandigheden, zoals gladde oppervlakken, ontstaan.
- Zorg dat u vrij(Intjkunt bewegen en in een stabiele houding kunt werken.
- Zorg dat u nicht kurz vallen wanner u het product gezruikt. Buig u nicht voorover of achterover wanner u het product bedient.
- Houd het product alttijd met twee handen vast. Houd de voorste handgreep vast met uw linkerhand en dechterste handgreep met uw rechterhand. Houd het apparaat rechts van uw lichaam.
- De zaagketting begint met draaien als de chokehendel in de chokestand staat wanner de motor worden gestart.
- Schakel de motor uit voordat u het product verplaatst.
- Zet het product Niet neer verwil de motor is ingeschakeld.
-
Stop de motor voordat u ontgewenste materialen verwijdert van het apparaat. Laat de ketting eerst stoppen voordat u (al dan Niet met een hulpmiddel) het gesneden materiaal verwijdert.
-
Gebruik dit apparaat Niet in een boom. Het gebruik van dit apparaat in een boom kan letselveroorzaken.
(Fig. 22) - De kettingrem要去 zich ingeschakelld wanner het product worden gestart, om te voorkomen dat uijdens het starten door de ketting worden geraakt.
(Fig. 23) - Als gevolg van terugslag konnen de gebruiker en anderen ernstig of dodelijk letsel oplopen. Om de risico's te beperken, moet u de oorzaken van terugslag kennen en weten hoe u terugslag kut voorkomen.
- Volg alle verilgheidsvoorschriften om het terugslagrisico en andere factoren te verlagen die kuren leiden ernstig letsel of de dood.
- Stel de spanning van de zaagketting regelmatig af om zeker teijken dat de zaagketting Niet verslapt. Een slappe zaagketting kan losraken en ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
- Hanteer geen onjuiste werkwijze om bomen te kappen. Hierdoor kan lichamelijk letsel optreden, een nutsvoorzieening worden geraakt of materiele schade ontstaan.
- De gebruiker moet op het hogerliggende terrein blijven, aangezien deBoom nadat deze is gekapt, waarschijnlijk heuvelafwaarts rolt of schuift.
(Fig. 24)
-
Plan en bereid uw vluchtweg voor voordat u begint met zagen. De vluchtweg moet in een hoek van circa 135 graden (schuinchterwaarts) tegenover de geplande valrichting liggen.
-
De gevarenzone
- De vluchtweg
- De valrichting
(Fig. 25)
- Schakel altijd de motor uit voordat u het product verplaatst.
Zorg dat uw voeten stevig op de grond staan en verdeel uw gewicht gelijkmatig over beiden voeten.
(Fig. 26)
- Gebruik het product alleen met uw voeten op een stabiele ondergrond. Zonder een stabiele ondergrond können de gebruiker en anderen ernstig of fataal letsel oplopen. Gebruik het product Niet vanaf een ladder of in een boom.
(Fig. 27)
Wegglieden, stuiteren, vallen en terugslag
Verschillende krachten können van invloedশn op een veilig gebruik van het apparatus.
- Wegglieden doet zich voor wanner de geleider snel langs het hout beweegt.
Stuiteren doet zich voor wanner de geleider omhoog komt van het hout en het hout telkens opnieuw raakt.
- Vallen doet zich voor wanner het apparaat in neerwaartse richting beweegt nadat de snede is gemaatk. Hierdoor kan de draaiende ketting een lichaamsdeel of andere voorwerpen raken en letsel of schade veroorzaken.
- Terugslag doet zich voor wanner het uiteinde van de geleider in aanraking komt met een voorwerp en daardoor maarachten, maar boven of plotseling waar voren beweegt. Terugslag treedt ook op wanner het hout dichttrekt en de zaag beknel raaktijdens het snijden. Als het apparaat een voorwerp in het hout raakt, bestaat het gevaar dat u de controle verliest. (Fig. 28)
- Roterende terugslag kan optreten wanner de draaiende ketting een voorwerp aan de bovenzijde van de geleider raakt. Hierdoor kan de ketting zich in het voorwerp werken en onmiddelijk tot stilstandkommen. Dit leidt tot een zeer snelle, omgekeerde reactie die tot gevolg heeft dat de geleider omhoog enaar achteren beweegt in de richting van de gebruiker. (Fig. 29)
- Terugslag door beknelling kan optreten wonneer de zaagkettingijdens het snijden plotseling tot stilstand komt. Het hout trekt zich en klemt de draaiende zaagketting vast langs de bovenzijde van de geleider. Door het plotselinge stoppen van de ketting komen krachten in tegengestelde richting vrij, zodat het apparaat in omgekeerde richting van de kettingrotatie gaat bewegen. Het apparaat beweegt maar achteren, in de richting van de gebruiker. (Fig. 30)
- Intrekken kan optreten wonneer de zaagketting plotseling tot stilstand komt doordat de draaiende ketting een voorwerp in het hout aan de onderzijde van de geleider raakt. Door het plotselinge stoppen worden het apparaat maar voren, weg van de gebruiker getrokken, waardoor de gebruiker de controle over het apparaat kan verliezen. (Fig. 31)
Voordat u het apparaat in gebruik neemt, moet uinzicht hebben in de verschillende krachten en weten hoe u deze situationskest voorkomen.Zie Voorkomen van terugslag,wegglijden,stuiteren en vallen op pagina 91.
Voorkomen van terugslag, weglijkden, stuierten en vallen
-
Wanner de motor draait, moet u het product stevig vasthouden. Houd de voorste handgreep vast met uw linkerhand en deijkenste handgreep met uwrechtterhand. Zorg voor een stevig grip met uw duimen en vingers rond de handgrepen. Laat de handgrepen Niet los.
-
Houd het apparaat onder controleijdens het snijden en nadat het hout op de grond is gevallen. Let erop dat het apparaat Niet door het gewicht in neerwaartse richting beweegt nadat de snede is gemaakt.
Zorg dat het gebied waarin u aan het zagen bent, vrij is van obstakels. Voorkom dat de neus van de geleider een boomstronk, tak of ander obstakel raaktijdens het gebruik van het apparaat. (Fig. 32) - Zaag met een hoop motortoerental.
- Reik nooit te ver en zaag nooit boven schouverhoogte. (Fig. 33)
- Volg de instructies van de fabrikant met betrekking tot het slijpen en onderhonden van de zaagketting.
- Monteeruitsluitend verrangende geleiders en zaagkettingen die door de fabrikant zich gespecifieerd.
- Het gevaar van terugslag neemt toe als de hoogte van de dieptesteller te groot is.
Persoonlijke beschermingsmiddelen
- Draag alsijd de juiste persoonlijke beschemmingsmiddelen wonneer u het apparaat gebruikt. Persoonlijke beschemmingsmiddelen zorgen ervoor dat letsel bij oncegevalten minder ernstig za zich, maar+kunnen letsel nicht volledig voorkomen.
- Draag geen loszittende kleding die klem kan raken in de zaagketting.
Draag een goedgekeurde veiligheidshelm. - Gebruik algtd goedgekeurde gehoorbescherming wonneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
- Draag alsigtijd een veiligheidsbril of gezichtsvizier om letselgevaar door rondvliegende voorwerpen te verminderen. Het apparaat kan voorwerpen met groe krachtwegslingeren, zoals houtsnippers enkleine stukjes hout. Hierdoor kan ernstig letsel ontstaan, ook aan de ogen.
- Draag handschoenen met kettingzaagbescherming.
- Draag een broek met kettingzaagbescherming.
- Draag laarzen met kettingzaagbescherming, stalen neuzen en antislipzolen.
Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt. - Er können vonden springen vanaf de uitlaatdempo, geleider en zaagketting of vanaf andere onderdelen. Zorg dat u altijd een brandblusser en een schop bij de hand hebont bosbranden te voorkomen.
Veiligheidsvoorzieningen op het product
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt.
Stopschakelaar controlleren
-
Start de motor. Zie Voordat u de motor start op pagina 95.
-
Controller of de motor stopt wanner u de stopschakelaar in de stop-stand zet.
Gashendelvergrendeling controlleren
- Zorg dat de gashendel (B) is vergrendeld op stationair toerental wanner u de gashendelvergrendeling (A) ontgrendelt (Fig. 34).
- Druk op de gashendelvergrendeling (A) en contrôleer of deze teruggaat maar de oorspronkelijke stand wonneer u deze loslaat.
- Druk op de gashendel (B) en controllerer of deze teruggaat maar de oorspronkelijke stand wonneer u deze loslaat.
- Start de motor en zet het gas volledig open.
- Laat de gashendel los en controller of de zaagketting tot stilstand kommt.
- Als de zaagketting bij stationair toerental draait, draait u de stelschroef voor stationair toerental linksom totdat de zaagketting stocht.
Beschemkap
De beschemkap voorkomt dat voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De beschemkap voorkomt ook dat de zaagketting gegen de gebruiker aan komt.
- Zorg dat de beschermkap is toegestaan voor gebruik in combinatie met het product.
- Gebruik het product Niet zonder de beschermkap.
- Controller of de beschemkap Niet is beschadigd.
Vervang de beschemkap als denen is versleten of scheuren vertoont.
Brandstofveiligheid
- Start het product Niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en LAST het product drogen. Verwijder ongewenste brandstof van het product.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
Zorg dat er geen brandstof op uw lichaamterecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaamterecht komt, verwijder deze dan met water en zoep. - Start de motor nicht als u brandstof op het product of op uw lichaam hebt gemorst.
- Start het product Niet als er sprake is van een motorlekkage. Controller de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof islicht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze+kunnen letselveroorzaken ofleiden totde dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letselveroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook nicht in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
Vul geen brandstof bij verwijl de motor is ingeschakeld.
Zorg ervoor dat de motor koud is wanner u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en LAST de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop goed vast, zodate er geen brand kan ontstaan.
- Verplaats het product minstens 3m (10 ft) van deplaats waar u de brandstoftank hebt bevuld, voordat u het product start.
- Doe nicht te veel brandstof in de brandstoffank.
Zorg dat er geen brandstof worden gemorst wanner u het product of de jerrycan met brandstof verplaatst.
- Plaats het product of de jerrycan met brandstof Niet op een plaat'saar deze wordenblootgesteld aan open vuur, vonden of waakvlammen. Zorg dat er geen open vuur aanwezig is in de opslagruimte.
- Gebruik alleen goedgekeurde jerrycans voor het verplaatsen of opslaan van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat het product gedurende lange tijd worden opgeslagen. Neem lokale wetgeving in acht voor het afvoeren van brandstof.
- Reinig het product voordat het gedurende langearend wordt opgeslagen.
- Verwijder de bougiekabel voordat het product worden opgeslagen, zDat de motor Niet onbedoeld kan starten.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud
Koppel altijd de bougie los voordat u onderhoudswerkzaamheden.gaat uitvoeren,behalve wanneru de carburateur wilt afstellen.
- Laat alle onderhoudswerkzaamheden aan het apparatusaat uityvoeren door een erkende dealer, met uitzondering van de werkzaamheden in Onderhoud op pagina 97.
- Controller of de zaagketting tot stilstand komt wanner de gashendel worden losgelaten.
- Zorg dat de handgrepen droog, schoon en vrij van olie of brandstof blijven.
Zorg dat doppen en bevestigingen goed blijven vastzitten. - Het gebruik van Niet-goedgekeurde verrangende onderdelen of het verwijderen van veiligheidsvoorzieningen kan leiden tot schade aan het apparaat. Hierdoor kan ook letsel ontstaan bij de gebruiker of bij omstanders. Gebruik alleen aanbevolen accessoires en verrangende onderdelen. Breng geen wijzigingen aan het product aan.
- Zorg dat de zaagketting scherp en schoon blijft voor veilige, uitstekende prestaties.
- Volg de instructies voor het smeren en verrangen van onderdelen.
- Controller het product op beschadigde onderdelen. Controller of eventuele schade aan de beschermkap of een bepaald onderdeel een correcte werkinq in de weg staat, voordat u het apparaat opnieuw in gebruik neemt. Controller op defeche of onjuist uitgelijnde onderdelen en op onderdelen die nicht vrij bewegen. Controller of er andere omstandigheden zijn die de werkinq van het apparaat negatif konnen beinvloeden. Controller of het apparaat correct is gemonteerd. Een beschadigde beschermkap of ander beschadigd onderdeel moet worden gerepareerd of verrangen door een erkende dealer, tenzij de gebruikershandleiding anders vermeldt.
- Wonneer het apparaat Niet in gebruik is, bewaart u het op een droge, hoge en afgesloten locatie buiten het bereik van kinderen.
- Gebruik tijdens het transporteren of opslaan van het apparaat een transportbescherming of afterschering om het apparaat te verplaatsen.
- Gebruik geen afgewerkte olie. Afgewerkte olie kan gevaarlijk voor u+zijn en schade aan het apparaat en milieu toebrengen.
Montage

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert.
Geleider en zaagketting monteren
- Draai de zaagbladmoeren los en verwijder het koppelingsdeksel. Verwijder de transportbescherming (A). (Fig. 35)
- Houd de geleider boven de zaagbladbouten. Duw de geleider volledig in dechterste positie.
-
Draag veiligheidshandschoenen.
-
Til de zaagketting boven het kettingaandrijfwiel en positioneer de ketting in de groef van de geleider. Begin aan de boenzijde van de geleider. (Fig. 36)
- Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels aan de bovenrand van de geleideraar voren wijzen.
- Monteer het koppelingdeksel en breng de stelpen van de kettingspanner aan in de uitsparing van de geleider.
- Controller of de aandrijfschakels van de zaagketting correct aanliggen op het kettingaandrijfwiel. Controller ook of de zaagketting correct is gespositioneerd in de groef op de geleider.
-
Draai de geleidermoeren met de hand vast.
-
Draai de kettingspannerschroef rechtsom om de zaagketting te spannen. Verhoog de spanning van de zaagketting totdat deze nicht meer slap onder de geleider hangt, maar u de ketting nog wel gemakkelijk met de hand=kunt draaien. (Fig. 37) (Fig. 38)
-
Houd het uiteinde van de geleider omhoog en draai de zaagbladmoeren vast met de combinatietang. (Fig. 39)
-
Controller na het monteren van een neue zaagketting regelmatig de kettingspanning, totdat de zaagketting is ingelopen.
- Controller de kettingspanning op gezetteijden.
Een correcte kettingspanning leidt tot goede resultaten en een lange levensduur.
Werking

WAARSCHUWING: Lees en
begripp het hoofdstuk over veiligheid voordat
u het product gebruikt.
Brandstof gebruiken

OPGELET: Dit product heeft een tweetaktmotor. Gebruik een meldsel van benzine en tweetakt-motorolie. Zorg dat u de juiste hoeveelheid olie gebruikt in het meldsel. Door een onjuiste verhouding van benzine en olie kan de motor beschadigd raken.
Mengverhouding voor brandstof
De mengverhouding voor benzine en tweetakt-motorolie is 50:1 (2%)
| Benzine | Tweetakt-motorolie |
| 1 U.S. Gal. 77 ml (2,6 oz) | |
| 1 UK Gal. 95 ml (3,2 oz) | |
| 5 l 100 ml (3,4 oz) |
Brandstof meng
- Bepaal de juiste hoeveelheid benzine en motorolie (mengverhouding 50:1). Prepareer geen grotere hoeveelheid brandstofmensgel dan u binnen 30ragen zult gebruiken. Zie Mengverhouding voor brandstof op pagina 94.
- Giet de helft van de hoeveelheid benzine in een schone jerrycan met een anti-morssschenktuit.

OPGELET: Gebruik geen benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% (E10). Dit kan schade aan het product veroorzaken.

OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON (87 AKI). Dit kan schade aan het product veroorzaken.
Let op: Gebruik benzine met een hoger octaangetal als u het product regelmatig gebruikt met een hoog motortoerental.
- Voeg de volledige hoeveelheid tweetakt-motorolie toe aan de jerrycan.

OPGELET: Gebruik algijd motorolie van hoge kwaliteit voor luchtgekoelde tweetaktmotoren. Andere oliën kenn schade aan het apparaat veroorzaken.
- Schud het brandstofmengsel om de stoffen te mengen.
- Voeg de resterende hoeveelheid benzine toe aan de jerrycan.
- Schud het brandstofmengsel om de stoffen te mengen.
- Vul de brandstoftank van het apparaat met het brandstofmengsel. Zie Mengverhouding voor brandstof op pagina 94.
Brandstoftank vullen
- Zorg dat het brandstofmengsel juist is en zich in een jerrycan met een anti-morsschenktuit bevindt.
- Als zich aan de buitenzijde van de jerrycan brandstof bevindt, verwijdert u dit en LAST u de jerrycan drogen.
- Zorg dat het oppervlak rond de tankdop schoon is.
- Verwijder de brandstoffankdop. (Fig. 40)
- Schud de jerrycan voordat u het brandstofmengsel in de brandstoftank LASTLOPN.
- Plaats de tankdop terug.
Zaagketting smeren
Het apparaat is voorzien van een automatisch smeersystem. Zorg dat u alleen de juiste kettingolie gebruikt en volg de instructies.
- Gebruik plantaardige zaagkettingolie of een standard hettingolie.
- Zorg dat het gebied in de buurt van de tankdop van de kettingolietank schoon is.
-
Verwijder de dop van de kettingolietank.
-
Vul de kettingolietank met de aanbevolen zaagkettingolie.
- Plaats de dop van de kettingolietank terug.
Voordat u de motor start
- Controller het product op ontbrekende, beschadigde, loszittende of versleten onderdelen.
- Controller de moeren, schroeven en boute.
- Controller het luchtfilter.
- Controller of de gashendelvergrendeling en de gashendel maar behoren werkken.
- Controller of de stopschakelaar maar behoren werk.
- Controller het product op brandstoflekkage.
- Controller de scherpte en de spanning van de zaagketting.
Koude motor starten
- Duw de terugslagbeveiliging maar voren om de kettingrem in te schakelen. (Fig. 41)
- Trek de chokehendel maar buite en omhoog.
- Druk de primerbalg van de brandstofpomp 6 maal in. (Fig. 42)
- Druk de behuizing van het apparaat met uw linkerhand op de grond.
- Plaats uwrechtervoet door dechterhandgreep.
- Trek met uw rechterhand langzaam aan de greedp van het startkoord totdat u watstand voelt.
- Trek stevig aan de greed van het startkoord. (Fig. 43)

OPGELET: Trek Niet aan het startkoord totdat deze stopt. Laat het startkoord Niet los wanner het volledig is uitgetrokken. Laat het startkoord langzaam los. Het Niet naleven van deze instructies kan leiden tot motorschade.
Let op: Trek nicht aan de gashendel als u de motor start.
- Trek herhaaldelijk aan de greedp van het startkoord totdat de motor start of probeert te starten (max. 3 keer trekken).
- Als de motor start of probeert te starten, drukt u de chokehendel omlaag. (Fig. 44)
- Trek net zolang aan de greedt totdat de motor start.
Let op: Laat het product Niet draaien. Voer de volgende twee stappen onmiddelijk UIT.
-
Houd de achechterste handgreep vast met uw rechterhand en de voorste handgreep met uw linkerhand.
-
Trek de terugslagbeveiliging onmiddelijk waar achteren in de richting van de voorste handgreep om de kettingrem uit te schakelen. (Fig. 23)
Let op: De ketting zar bewegen.
- Laat 20-30 seconden draaien met verhoogd stationair toerental.
- Trek zachtjes aan de gashendel om het normale stationaire toerental in te stellen.
- Laat 20-30 seconden draaien met normalaal stationair toerental.
- Gebruik het product.
Warme motor starten
- Duw de terugslagbeveiliging waar voren om de kettingrem in te schakelen. (Fig. 41)
- Trek de chokehendel maar buiten en omhoog.
- Druk de primerbalg van de brandstofpomp 6 maal in. (Fig. 42)
- Druke chokehendel omlaag. (Fig. 44)
- Druk de behuizing van het apparaat met uw linkerhand op de grond.
- Plaats uwrechtervoet door dechterhandgreep.
- Trek met uwrechterland langzaam aan de greep van het startkoord totdat u watstand voelt.
- Trek stevig aan de greed van het startkoord. (Fig. 43)

OPGELET: Trek Niet aan het startkoord totdat deze stopt. Laat het startkoord Niet los wanner het volledig is uitgetrokken. Laat het startkoord langzaam los. Het Niet naleven van deze instructies kan leiden tot motorschade.
Let op: Trek nicht aan de gashendel als u de motor start.
- Trek aan de greep van het startkoord totdat de motor start.
Let op: Laat het product Niet draaien. Voer de volgende twee stappen onmiddelijk UIT.
- Houd de weiterste handgreep vast met uw rechterhand en de voorste handgreep met uw linkerhand.
- Trek de terugslagbeveiliging onmiddelijk maarachten in de richting van de voorste handgreep om de kettingrem uit te schakelen. (Fig. 23)
Let op: De ketting zar bewegen.
-
Wacht 10-15 seconden.
-
Trek zachtjes aan de gashendel om het normale stationaire toerental in te stellen.
- Gebruik het product.
Motor starten als de brandstof te warm is
Als het apparaat Niet start, is de brandstof möglich te warm.
Let op: Gebruik.altijd neue brandstof en verkort de gebruiksduur bij warm wee.
- Leg het apparaat op een koele plek,uit de buurt van direct zonlicht.
- Laat het apparaat minimaal 20 minutes afkoelen.
- Druk het balgje van de brandstofpomp gedurende 10 tot 15 seconden telkens opnieuw in.
- Volg de procedure voor het starten van een koude motor. Zie Koude motor starten op pagina 95.
Stoppen
- Druk de stopschakelaar in om de motor te stoppen.
Let op: De stopschakelaar keert automatisch terug maar zijn oorspronkelijke stand.
Een schorssteun gebruiken
Een schorssteun houdt het hout vastijdens het zagen. De schorssteun is een draaipen:tussen het motorblok en de geleider.
- Stel de onderzijde van de schorssteun in op de juiste bredte van het scharnierstuk.
- Duw gegen de voorste handgreep met uw linkerhand en til deijkenste handgreep op met uwrechterland.
- Zaag totdat u een scharnierstuk met de juiste bredte heb.
Let op: Het scharnierstuk moet overal even dik zich.
- Zaag de stam voor meer dan de helft door enplaats verwolgens de velwig in de zaagsnede.
Boom=kappen
- Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers,ieten en draden uit de boom.
- Maak een schuine zaagsnede met een diepte van een derde van de stamdkte, loodrecht op de valrichting. (Fig. 45)
-
Maak de onderste horizontale zaagsnede van de valkerf. Hierdoor voorkomt u dat de zaagketting of de geleider bekneld raakt wanner u de tweede zaagsnede maakt.
-
Maak aan de tegenoverliggende zichde de velsnede (X), minimaal 50~mm (2 inch) hoger dan de horizontale zaagsnede van de valkerf. Zorg dat de velsnede evenwijdig loopt aan de horizontale inkeping, zodate er voldoende hout overblijft om als Kantelpunt te dienen. Zaag Niet door het Kantelpunt. Het Kantelpunt zorgtervoordat de boom Niet draaift of in de verkeerde richting valt. (Fig. 46) en (Fig. 47)
- Wanner dechterste velsnedeDICHTer bij het Kantelpuntkomt,za de boom beginnen te vallen. Zorg dat de boom in de juiste richting kan vallen en dat de boom Niet achterwaarts overhelt en de zaagketting afklemt. Om dit te voorkomen,stopt u met zagen voordat dechterste velsnede is voltooid. Gebruik houten of kunststof wiggen om de snede te openen en de boom in de gewenste richting te latent vallen.(Fig.48)
- Wanner de boom begint te vallen, verwijdert u het product uit de snede. Stop de motor, leg het product neer en gebruik de geplande vluchtroute. Pas op voor takken die boven uw hoofd omlaag+kennen vallen en kijk waar u loopt. (Fig. 49)
Boom snoeien
- Laat grotere takken aan de boom zitten om de stam van de grond te honden.
- Verwijderkleine takken met een enkele snede. (Fig. 50)
- Takken onder spanning moeten van beneden waar boven worden gezaagd om te voorkomen dat de zaagketting of geleiderbekneld raakt.
Stam in stukken zagen

OPGELET: Zorg dat de zaagketting Niet in aanraking komt met de grond.
- Als de stam over de gehele lenghte worden ondersteund, zaagt u vanaf de bovenzijde van de stam (dit worden ook wel 'overbucking' of overzagen genoemd). (Fig. 51)
- Als de stam aan een uiteinde worden ondersteund, maakt u vanaf de onderzijde een snede met een diepte van een derde van de stamdkte (dit worden ook wel 'underbucking' of onderzagen genoemd).
- Als de stam aan beiden uiteinden worden ondersteund, maakt u vanaf de bovenzijde een snede met een diepte van een derde van de stamdkte. Voltooi de snede vanaf de onderzijde en zaag het onderste twee derde deel van de stam totdat u uitkomt bij de eerste zaagsnede. (Fig. 52)
- Als u de stam op een helling zaagt, moet u altijd op het hogerliggende terrein blijven. Zaag door de stam en zorg dat u volledige controle over het apparaat houdt. Verminder de zaagdruk vlak voor het einde van de snede en houd waar bij dechterste en voorste handgreep stevig vast. (Fig. 53)
Onderhoud

WAARSCHUWING: Lees en
begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u gaat reinigen of reparations of onderhoud gaat uitvoeren.
Onderhoudsschema
Houd u aan het onderhoudsschema. De intervallen worden berekend op basis van het dagelijks gebruik van het product. De intervallen wijken af als u het product Niet dagelijks geleukt. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit die in deze handleding worden beschreiben. Neem voor overige onderhoudswerkzaamheden die nicht in deze handleiding worden beschreiben contact op met een erkend servicepunt.
Dagelijks onderhoud
Reinig de externe oppervlakken.
- Controller of de gashendelvergrendeling en gashendel correct werken.
- Reinig de kettingrem en contrôleer de remfunctie.
- Controller de kettingvanger op schade. Vervang de kettingvanger als deutsche beschadigd is.
- Draai de geleider dagelijks, zodat gelijkmatige slijtage ontstaat.
- Controller of de smeeropening in de geleider nicht is verstopt.
- Verwijder zaagstof en ander ontgewenst materiaal van onder het koppelingdeksel.
- Reinig de groef van de geleider. (Fig. 54)
- Controller of er voldoende olie worden toegevoerd waar de geleider en zaagketting.
- Controller de zaagketting op scheuren en onregelmatige slijtage van klinknagels en schakels. Vervang zo nodig de zaagketting.
- Controller of de zaagketting de juiste spanning heeft en controller op bramen op de aandrijfschakels van de ketting. Vervang zo nodig de zaagketting.
- Slijp de zaagketting. Zie Zaagketting slijpen op pagina 98
- Controller het kettingaandrijfwiel op te große slijtage en verrang het zo nodig. (Fig. 55)
- Reinig de luchtinlaat van het starterhuis.
- Controller of de moeren en schroeven goed+zijn vastgedraaid.
- Controller of de bedieningselementen goed werken.
Wekelijks onderhoud
- Controller of het koelsysteme correct werkt.
-
Controller of de startmotor, het startkoord en deterugtrekveer correct werken.
-
Controller of de onderdelen van de trillingsdempo nicht zichn beschadigd.
(Fig. 56)
- Verwijdeer eventuele bramen op de randen van de geleider met een vijl.
Maak het vondenopvangnet van de geluiddemperschoon of verrang het.
(Fig. 57)
- Reinig de externe oppervlakken van de carburateur en de aangrenzende oppervlakken.
- Reinig het luchtfilter. Breng een neue luchtfilter aan als het beschadigd is of te vuil is om het volledig te+kunnen reinigen.Zie Het luchtfilter reinigen op pagina 98 voor meer informatie.
Maandelijks onderhoud
- Controller de remvoering van de kettingrem op slijtage. Vervang de remvoering als deze op het meest versleten punt minder dan 0,6 mm (0,024 inch) dik is.
(Fig. 58)
- Controller het middenstuk van de koppeleling, de koppelingsstrommel en de koppelingsveer op slijtage.
- Bougie reinigen. Controller of de afstandussen de elektroden juist is.
(Fig. 59)
- Reinig de externe oppervlakken van de carburateur en de aangrenzende oppervlakken.
- Controller het brandstofffilter en de brandstofslang. Vervang indien nodig.
Leeg de brandstoffank.
Leeg de olietank. - Controller alle kabels en aansluitingen.
Jaarlijs onderhoud
- Controller de bougie.
- Reinig de externe oppervlakken van de carburateur en de aangrenzende oppervlakken.
Reinig het koelsysteme. - Controller het vondenopvangnet.
- Controller het brandstofffilter.
- Controller de brandstofslang op schade.
- Controller alle kabels en aansluitingen.
Incidenteel onderhoud
- Laat de geluidemper na 50 bedrijfsuren repareren of verrangen door een erkend servicecentrum.
-
Voer onderhoud aan de bougieuit als:
-
het vermogensniveau van de motor te laag is.
-
de motor moeilijk kan worden gestart.
-
de motor Nietaar behoren werkt bij stationair toerental.
- Controller de smering van de zaagketting telkens wanner u brandstof bijvult. Zie Smering van de zaagketting controeren op pagina 99.
Stationair toerental afstellen
Zorg dat het luchtfilter schoon is en dat het luchtfilterdeksen is aangebrachte voordat het stationaire toerental worden afgesteld.
- Draai de stelschroef voor stationair draaien, die is gemarkeerd met een 'T', rechtsom totdat de zaagketting begint te draaien.
- Draai de stelschroef voor stationair draaien, die is gemarkeerd met een 'T', linksom totdat de zaagketting stocht.
- Het stationaire toerental moet lager zich dan het toerental waarbij de zaagketting gaat draaien. Het stationaire toerental is juist wonneer de motor in alle standen soepel draait.
Onderhoud uitvoeren aan het vonkenopvangnet
- Gebruik een staalborstel om het vondenopvangnet te reinigen. (Fig. 57)
Onderhoud uitvoeren aan de bougie

OPGELET: Gebruik de aanbevolen bougie. Zorg dat het verrangende onderdeel identiek is aan het onderdeel dat door de fabrikant worden geleverd. Een onjuiste bougie kan leiden tot schade aan het product.
- Als het apparaat Niet soepel start of draait, controleert u de bougie op de aanwezigheid van ongewenst materiaal. Om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken:
a) zorg dat het stationaire motortoerental correct is afgesteld.
b) zorg dat het brandstofmengsel correct is.
c) zorg dat het luchtfilter schoon is.
- Reinig de bougie als deutsche vuil is. Controller of de afstand:tussen de elektroden juist is.(Fig.59)
- Vervang de bougie indien nodig.
Het luchtfilter reinigen
- Verwijder het luchtfilterdeksel en verwijder het luchtfilter. (Fig. 60)
-
Reinig het luchtfilter met een warm sopje van water en zeep. Zorg dat het luchtfilter droog is wanner u dit aanbrengt.
-
Vervang het luchtfilter als het zo vuil is dat het nicht更是 volledig kan worden gereinigd. Vervang een beschadigd luchtfilter.altijd.
Zaagketting slijpen
De snijder
De zagende delen van een zaagketting worden zaagschakels genoemd en bestaan uit een snijtand (A) en een dieptestellernok (B). De snijdiepie van de snijder wordt bepaald door het hoogteverschilussen deze beiden punten, oftewel de instelling van de dieptesteller (C).
(Fig. 61)
Bij het slijpen van snijtanden moet u rekening honden met vier belangrijke factoren:
Vijlhoek.
(Fig. 62)
- Snijhoek.
(Fig. 63)
Vijlpositie.
(Fig. 64)
- Diameter van de Ronde vijl.
(Fig. 65)
Snijtanden slijpen
Gebruik voor het slijpen van de snijtanden een
ronde vijl en een vijlmal. Zie Zaagkettingvijl en
zaagkettingcombinations op pagina 101voor informatie
over de aanbevolen bredte van de vijl en de vijlmal
voor de zaagketting die op uw apparaat is aangebracht. (Fig.66)
- Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft.
Een ketting die Niet de juiste spanning heeft, za waar een kant bewegen en Niet op de juiste wijze:kennen worden geslepen. - Vijil alle snijtanden aan een zijde. Vijil verwolgens alle snijtanden vanaf de binnenzijde, waar bij uijdens het terughalen van de vijl minder druk uitoefent.
- Leg het apparaat op de andere zichde en vrij de snijtanden.
- Gebruik de vijl om alle snijtanden even lang te makesen. Vervang een versleten zaagketting wonneer de snijtanden korter dan 4mm (5/32 inch) zich geworden.
Hoogte van de dieptesteller aanpassen
Slijp de snijtanden voordat u de instelling van de dieptesteller aanpast. Zie Snijtanden slijpen op pagina 98 Wanner u de zaagtanden (A) slijpt, neemt de instelling van de dieptesteller (C) af. Om de maximum zaagcapaciteit te behouden,要去 de dieptestellernok (B) verlaagd worden tot de aanbevolen hoogte. Zie Zaagkettingvijl en zaagkettingcombinations op pagina
101 voor de juiste instelling van de dieptesteller voor uw specifieke hetting.
(Fig. 67)
(Fig. 68)
Let op: Bij deze aanbeveling worden ervan uitgegaan dat de lenghte van de snijtanden Niet abnormaal afgevijd werk.
Gebruik een platte vrij en een vrijmal om de hoogte van de dieptesteller aan te passen.
- Plaats de vijilmal op de zaagketting. Gedetailleerde informatatie over het gebruik van de vijilmal staat op de verpakking van de vijilmal.
- Gebruik de platte vijl om het overschot van het deel van de dieptestellernok dat onder de mal uitkomt, weg te vijlen. De snijdiepte is correct als u geen waterdstand voelt wanner u de vijl over de mal haalt.
Zaagketting spannen
Let op: Controller gedurende de inlopperiode regelmatig de spanning van een neue zaagketting.
- Draai de geleidermoeren los die het koppelingdeksel op+zijnplaats honden.Gebruik de combinatietang. (Fig.69)
- Draai de geleidermoeren met de hand zo vast möglichk aan.
-
Til de bovenzijde van de geleider omhoog en rek de zaagkettinguit door de kettingspannerschroef aan te draaien.Gebruik de combinatietang.Verhoog de spanning van de zaagketting totdat deze Niet meer slap onder de geleider hangt.(Fig.70)
-
Draai de geleidermoeren vast met de combinatietang en til tegelijkertijd de punt van de geleider omhoog. (Fig. 71)
- Controller of u de zaagketting met de hand soepel kunt draaien en of de ketting nicht slap hangt. (Fig. 72)
Snijuitrusting smeren
Smering van de zaagketting controlleren
Controleer de smering van de kettingzaag telkens wanner u brandstof bijvult.
- Start het apparaat en LAST het draaien op driekwart van het maximale toerental. Richt de neus van de geleider op een lichtgeleurd oppervlak dat zich op een afstand van bijna 20 cm (8 inch) bevindt.
- Na een minuut draaien is op het lichtgeleurde oppervlak een oliestreep zichtaar.
- Als de oliestreep na eén minuut nicht zichtaar is, reinigt u het oliekanaal in de geleider. Reinig de groef in de rand van de geleider. Controller of het kettingwiel in de neus van de geleider vrij draait en of de smeeropening Niet is verstopt. Reinig en smeer het neuskettingwiel.
- Start het apparaat en LAST het draaien op driekwart van het maximale toerental. Richt de neus van de geleider op een lichtgeleurd oppervlak dat zich op een afstand van bijna 20 cm (8 inch) bevindt.
- Na een minuut draaien is op het lichtgeleurde oppervlak een oliestreep zichtaar.
- Als de oliestreep na een minuut nicht zichtaar is, neemt u contact op met uw erkende dealer.
Transport
- Plaats de transportbeschermingijdens transport op de snijuitrusting om letsel te voorkomen.
Zorg dat het product Niet kan bewegen tijdens het vervoer.
Opslag
Berg het apparaat.altijdveilig op wonneer u het Niet gebruikt.Lekkages en dampenuit het apparaat kuren in aanraking komet vonken of open vuur van elektrische apparatuur, elektrische grasmaaiers,relais, schakelaars, ketels enzovoort.
- Bewaar brandstof.altijd in een goedgekeurde jerrycan.
- Leeg de brandstof- en kettingolietank wanner u het apparaat voor langere tijd opstaat. Zorg dat de gebruekte vloeistoffen veilig worden afgevoerd.
- Plaats de transportbeschermingijdens opslag op de snijuitrusting om letsel te voorkomen.
- Verwijder de kap van de bougie en schakel de kettingrem in voordat u het apparaat opslaat.
Technische gegevens
| eenheid 130 (H13038HV) 135 Mark II | (H13038HV) | ||
| Motorspecificities | |||
| Cylinderinhoud cm | 3 | 38 38 | |
| Bougie - NGK BPMR 7A, BRISK | HQT-1R | NGK BPMR 7A, BRISK HQT-1R | |
| Elektrodenafstand mm (inch) 0,5 (0,02) 0,5 (0,02) | |||
| Inhoud brandstoftank cm | 3 | 350 350 | |
| Stationair toerental min | -1 | 2800-3200 2800-3200 | |
| Vermogen bij 9000 min-1 | kW 1.5 | .6 | |
| Emissieduurzaamheidsperiode h 125 125 | |||
| Geluids- en trillingsgegevens | |||
| Vergelijkbaar trillingsniveau (ahv, eq) linker handgreep26 | m/s2 | 3.72 | 3.72 |
| Vergelijkbaar trillingsniveau (ahv, eq) rechtter handgreep27 | m/s2 | 5.5 5.5 | |
| Geluidsvermogenniveau, gegardeerd (LWA)28 | dB(A) | 116 116 | |
| Geluidsvermogenniveau, gemeten29 | dB(A) | 114 114 | |
| Geluidsdruk niveau bij hetoor van de gebrui-ker30 | dB(A) | 102 102 | |
| Productafmetingen | |||
| Gewicht (exclusief snijuitrusting) | kg 4,68 | (10,3) 4,68 | (10,3) |
| Inhoud olietank | cm3 | 260 260 | |
| Brandstof-/smeersystem | |||
| Capaciteit oliepomp bij 9000 min-1 | ml/min | 9 | 9 |
| Type oliepomp | — Automatisch Automatisch | ||
| Zaagketting en geleider | |||
| Standaardlengte geleider | cm (inch) | 35-40 (14-16) | 35-40 (14-16) |
| eenheid 130 (H13038HV) 135 Mark II (H13038HV) | ||
| Aanbevolen lenghte geleider cm (inch) 35-40 (14-16) | 35-40 (14-16) | |
| Bruikbare zaaglengte cm (inch) 33-38 (13-15) 33-38 | (13-15) | |
| Maximale zaagkettingsnelheid m/s 22.3 22.3 | ||
| Kettingsteek mm (inch) 9,52 (3/8) 9,52 (3/8) | ||
| Dikte van aandrijfschakels (kaliber) mm (inch) 1,3 | (0,050) 1,3 (0,050) | |
| Type kettingaandrijfwiel — Tandwiel Tandwiel | ||
| Aantal tanden op kettingaandrijfwiel — 6 | 6 | |
Accessoires
Combinations van geleiders en zaagkettingen
| Geleider | Zaagketting | ||||
| Lengte | Kettingsteek (pitch) | Kaliber | Max. kopradius | Type | Lengte, aandrijfs-chakels (stuks) |
| 14 inch | 3/8 inch | 0,050 inch | 7T | Husqvarna H37 | 52 |
| 16 inch | Husqvarna S93G | 56 | |||
Zaagkettingvijl en zaagkettingcombinations
| Kettingtype | Afmeting van Ronde vijl | Hoek zij-plaat | Hoek bo-venplaat | Vijlhoek Positiè diep-testeller | Onder-deelnr. diep-testeller | Onder-deelnr. vij-lmall |
| H37, S93G | 5/32 in 4,0 mm | 80° | 30° | 0° | 0,025 / 0,65 | 5056981-03 |
| 5052437-01 (H37) | ||||||
| 5878090-01 (S93G) |
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder once alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Kettingzaag op benzine | |
| Merk Husqvarna | |
| Platform / Type / Model Platform H130 | 38HV, vertegenwoordigend model 130 |
| Identificatie Serienummer vanaf 2022 | en verder |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "beteffende machines" | |
| 2014/30/EU "beteffende elektromagnetische compatibiliteit" | |
| 2000/14/EG "beteffende geluid buitenschuis" | |
| 2011/65/EU "beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen" |
Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zich als volgt:
EN ISO 12100:2010, EN ISO 11681-1:2011, CISPR 12:2007, ISO 14982:2009, EN IEC 63000:2018
Conform Bijlage V zijn de opgegeven geluidswaarden als volgt:
Gemeten geluidsvermögensniveau: 114 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau: 116 dB(A)
TÜV Rheinland LGA Products GmbH Notifi ed Body for Machinery (notifi ed under 0197) Tillystraße 2 - 90431 Nürnberg, Germany TÜV Rheinland heeft een EG-typeonderzoek uitgevoerd volgens de machinerichtlijn (2006/42/EC), artikel 12, punt 3b. Het certificaat voor EG-typeonderzoek in overeenstemming met bijlage IX, heeft het nummer: BM 50444521
Dit typeonderzoekscertificaat is van toepassing op alle fabriekslocations en landen van herkomst, zoals vermeld op het product.
De geleverde kettingzaag op benzine is conform het exemplaar dat een EG-typeonderzoek heeft ondergaan.
Namens Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, SWEDEN,.2022-05-13

Claes Losdal, R&D Manager, Husqvarna AB
Verantwoordelijk voor technische documentatie

Innehäll
Introduction. 103
Sakerhet. 104
Montering. 108
Drift. 108
underhäll 111
Transport. 113
Förvaring. 113
Tekniska data. 113
Tillbehör 115
Forsakran om overensstammelse. 116
Introduktion
Bruksanvisning
Ppotaan 65 Tns Kaaiopviac
WARNING!
Echipament de protectie personala
Dispositive de protectie la produs
- Nu utiliziati un produs cu echipamentul de protectie deteriorarat. Daca produsul este deteriorarat, luathi legatura cu un centru de service omologat.
Utilizarea unei bare de protectie
Originele instructies
Bruksanvisning i original