TS 138 - Tractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 138 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 138 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 138 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 138 HUSQVARNA
Gebr uiksaanwijzing 136-155
Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap. De emissie van de machine wordt aangegeven in het hoofdstuk Technische gegevens en op plaatjes. Geluidsdrukniveau op 7,5 meter Gebruik alleen ongelode benzine of gelode benzine van hoge kwaliteit en tweetaktolie gemengd op een verhouding 2% (1:50). Overige op de machine aangegeven symbolen/plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan certificering op bepaalde markten. Zorg er voor dat de motor stopt als u de stopschakelaar ingedrukt houdt. N.B.! De stopschakelaar gaat automatisch terug naar startstand. Om een ongewenste start te voorkomen, moet de bougiekap altijd van de bougie worden gehaald bij montage, controle en/of onderhoud. Moet regelmatig schoongemaakt worden. Controleer met het blote oog. Gebruik van goedgekeurde oogbescherming verplicht. Symbolen WAARSCHUWING! Motorzeisen, bosmaaiers en trimmers kunnen gevaarlijk zijn! Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in ernstig letsel of overlijden van de gebruik- er of anderen. Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik de machine niet voor u alles duidelijk heeft begrepen. Draag altijd: S Een veiligheidshelm bij kans op val- lende voorwerpen S Gehoorbeschermers S Een goedgekeurde oogbescherming Maximum toerental van uitgaande as,tpm Waarschuwing voor weggeslin- gerde en afgeketste voorwerpen. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er tijdens het werk geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen. Pijltekens die de grenzen voor het plaatsen van de handvatbevestig- ing aangeven. Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Gebruik stevige antisliplaarzen. Alleen bedoeld voor niet--metalen flexibele snijuitrusting, d.w.z. trimmerkop met trimmerdraad. Dit product voldoet aan de geldende CE-richtlijnen. Haar op schouderlengte vastzetten. 136Voor het starten moet u reken- ing houden met de volgende punten: Husqvarna AB werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en houdt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadig- ing. Gebruik daarom altijd goedgekeurde gehoorbescherming. WAARSCHUWING! Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroor- zaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt. WAARSCHUWING! De oorspronkelijke vormgeving van de machine mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Men moet altijd originele onder- delen gebruiken. Niet goedge- keurde wijzigingen en/of nietori- ginele onderdelen kunnen tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden. 137WAT IS WAT?
1. Trimmerkop 11. Starthendel
2. Bijvulopening smeermiddel, 12. Brandstoftank
4. Beschermkap voor 14. Brandstofpomp
8. Stopschakelaar 18. Gebruiksaanwijzing
138ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES BELANGRIJK! Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt. Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde persoon- lijke beschermingsuitrusting gebruikt worden. Persoonlijke beschermingsuitrust- ing elimineert de risico’s niet, maar vermindert het schadelijk effect in geval van een ongeval. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw uitrusting koopt. GEHOORBESCHERMING U moet gehoorbescherming met voldoende dempvermogen dragen. OOGBESCHERMING Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherm- ing. Wanneer u een vizier gebruikt moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Met een goedgekeurde veilig- heidsbril wordt een bril bedoeld die voldoet aan norm EN 166 voor de EU--landen. HANDSCHOENEN Draag handschoenen indien nodig, b.v. wanneer u de snijuitrusting monteert. LAARZEN Gebruik stevige antisliplaarzen. Persoonlijke veiligheidsuitrusting WAARSCHUWING! Wees altijd bedacht op waarschuwingssignalen of geroep wanneer u gehoorbes- cherming gebruikt. Doe de gehoor- bescherming altijd af zodra de motor is gestopt. Belangrijk BELANGRIJK! De machine is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras. De enige accessoires waarvoor u de motoreenheid als aandrijfeenheid mag gebruiken zijn de snijuitrustingen die aanbevolen worden in het hoofdstuk Technische gegevens. Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft gedronken of medicijnen heeft ingenomen die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermo- gen of coördinatievermogen negatief beïnvloeden. Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk Persoonlijke veiligheidsuitrusting. Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat ze niet langer overeenkomt met de originele uitvoering. Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de onderhouds--, controle-- en service--instructies van deze gebruiksaanwijzing. Bepaalde onderhouds-- en servicemaatregelen moeten uitgevoerd worden door opgeleide en gekwalificeerde specialisten. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Alle kappen en beschermkappen moeten gemonteerd zijn voor de start. Zorg ervoor dat het ontstekingspatroon en de ontstekingskabel niet beschadigd zijn. Anders loopt u het risico van elektrische schokken. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er geen mensen of dieren tijdens het werk dichter dan 15 meter bij de machine komen. Indien meerdere gebruikers op dezelfde werkplek werken, moet de veilig- heidsafstand moet minstens 15 meters zijn. WAARSCHUWING! Sta nooit toe dat kinderen de machine gebrui- ken of in de buurt van de machine zijn. Omdat de machine is uitgerust met een terugverende stopschakelaar en kan worden gestart op lage snelheid en met weinig kracht op de starthandgreep, kunnen zelfs kleine kinderen onder bepaalde omstandig- heden de kracht hebben, die nodig is om de machine te starten. Dat kan een risico van ernstig persoonlijk letsel inhouden. Verwijder daarom de bougiekap wanneer de machine niet onder toezicht staat. WAARSCHUWING! Deze machine produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze deze machine gaan bedienen. 139ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES KLEDING Draag kleding van stevige stof en draag geen loszittende kleding die gemakkelijk vast kan haken in takken en struikgewas. Draag altijd een stevige lange broek. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen en loop niet op blote voeten. Zorg ervoor dat uw haar niet lager dan uw schouders hangt. EHBO--KIT U moet altijd een EHBO--kit bij de hand hebben. Veiligheidsuitrusting van de machine In dit hoofdstuk wordt verklaard wat de veiligheidsonderdelen van de machine zijn, welke functie ze hebben en hoe de controle en het onderhoud moeten uitgevoerd worden om hun goede werking veilig te stellen. Bekijk het hoofdstuk Wat is wat? om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw machine. De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanneer het onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. Gashendelvergrendeling De gashendelvergrendeling is gecon- strueerd om onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen. Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashen- delvergrendeling terug naar hun respectie- velijke beginposities. Dit gebeurt via twee van elkaar onafhankelijke terugspringveer- systemen. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld wordt op stationair draaien. Controleer of de gashendel vergrendeld is in de stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in de oorspronke- lijke stand staat. BELANGRIJK! Om service en reparaties aan de machine uit te voeren, moet u een speciale opleiding hebben. Dit geldt vooral voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de machine één van de volgende controles niet goed doorstaat, moet u ermee naar uw servicewerkplaats gaan. Als u één van onze producten koopt, garandeert dit dat de reparaties en service door een vakman kunnen worden uitgevoerd. Als u uw machine heeft gekocht bij één van onze dealers die geen servicewerkplaats heeft, vraag hem dan waar de dichtstbijzijnde erkende werkplaats is. WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit wanneer de veiligheid- suitrusting defect is. De veiligheid- suitrusting van de machine moet gecontrolleerd en onderhouden worden zoals beschreven in dit hofdstuk. Als uw machine niet door alle controles komt, moet u ermee naar uw servicewerkplaats voor reparatie.
Druk de gashendelvergrendeling in en controleer of ze teruggaat naar de oor- spronkelijke positie wanneer u haar loslaat. Controleer of de gashendel en de gashen- delvergrendeling vlot lopen en of hun terugspringveersystemen werken. 140ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES In landen met een warm en droog klimaat is het risico op brand erg groot. Wij hebben daarom de geluiddempers uitgerust met een zogenaamd vonkenopvangnet. Controleer of de geluiddemper van uw machine uitgerust is met zo’n net. Voor geluiddempers is het erg belangrijk dat de controle--, onderhouds-- en service-- instructies gevolgd worden. Gebruik de machine nooit wanneer de geluiddemper defect is. Zie instructies in het hoo
dstuk Start. Start de machine en geef vol gas. Laat de gashendel los en controleer of de snijui- trusting stopt en stil blijft staan. Als de snijuitrusting roteert wanneer de gashendel in de stationaire stand staat, moet de stationairstand van de carburateur gecontroleerd worden. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Stopschakelaar De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit te schakelen. Beschermkap voor snijuitrusting Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De beschermkap voorkomt tevens dat de gebruiker in aanraking komt met de snijuitrusting. Controleer of de beschermkap niet bescha- digd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. WAARSCHUWING! Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of verkeerde snijuitrusting verhoogt het trillingsniveau. Zie instructies in het hoofdstuk Snijuitrusting. WAARSCHUWING! Als men teveel wordt blootgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat-- en zenuwbeschadigingen leiden bij personen die een slechte bloedcircu- latie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die daarop wijzen. Zulke symptomen zijn: slapende vingers e.d., geen gevoel, “kriebelend” gevoel, “spel- deprikken”, pijn, geen of weinig kracht, huidverkleuringen of veran- deringen van het huidoppervlak. Deze symptomen hebben meestal betrekking op vingers, handen of polsen. Geluiddemper De geluiddemper werd ontworpen om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden, en om de uitlaatgassen weg te richten van de gebruiker. N.B.! Geluiddempers uitgerust met katalysa- tor zijn ook ontworpen om schadelijke stoffen in de uitlaatgassen te reduceren. Bouten van de geluiddemper 141ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Controleer regelmatig of de geluiddemper vastzit in de machine. WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwon- den aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar! WAARSCHUWING! De binnen- kant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de carburateur is beschadigd. WAARSCHUWING! Denk erom dat: De uitlaatgassen van de motor koolmonoxide bevatten, hetgeen koolmonoxidevergiftiging kan veroorzaken. Start of gebruik de machine daarom nooit binnenshuis, of op een plek waar de luchtcircula- tie niet goed is. De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine daarom nooit binnenshuis of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal! Snijuitrusting In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken: S Een maximum zaagprestatie krijgt. S De levensduur van de snijuitrusting verlengt. BELANGRIJK! Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Zie instructies voor snijuitrusting voor het cor- rect invoeren van de draad en de keuze van de juiste draaddiameter. WAARSCHUWING! Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijft roteren nadat u de gashendel heeft losgelaten. Controleer of de snijuitrusting volledig stilstaat en demonteer de kabel van de bougie voor u aan de snijuitrusting begint te werken. WAARSCHUWING! Het gebruik van defecte snijuitrusting kan het risico op ongevallen vergroten. Trimmerkop S Gebruik uitsluitend de door ons aanbevo- len trimmerkoppen en trimmerdraden. Zie hoofdstuk Technische gegevens. S In het algemeen heeft een kleinere ma- chine kleine trimmerkoppen nodig en om- gekeerd. Dit omdat bij maaien met een draad, de motor de draad radiaal van de trimmerkop moet toevoeren en boven- dien bestand moet zijn tegen de weers- tand van het gras dat gemaaid wordt. S De lengte van de draad is eveneens be- langrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermogen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot. S Zorg ervoor dat het mes dat op de trim- merbeschermkap zit, niet beschadigd is. Het wordt gebruikt om de draad op de juiste lengte af te snijden. S Om de levensduur van de draad te ver- lengen, kunt u hem een paar dagen in water leggen. De draad wordt dan taaier en gaat langer mee. BELANGRIJK! Denk er altijd om dat de trimmerdraad ste- vig en gelijkmatig rond de trommel wordt gewikkeld, anders ontstaan er schadelijke trillingen in de machine. 142MONTEREN Monteren van overige beschermkappen en snijuitrustingen (128L) S Monteer trimmerbeschermkap (A) voor het werken met een trimmerkop. De trimmer- beschermkap/combibeschermkap wordt vastgehaakt aan de bevestiging op de steel en vastgezet met een schroef (D).
het apparaat correct is gemonteerd, zoals weergegeven in deze gebruiksaanwijzing. Loophandvat monteren S Plaats het handvat op de steel. Let op dat het handvat onder de twee pijltjes op de steel moet worden gemonteerd. S Breng de schroef, de klemplaat en de vleugelmoer aan, zoals weergegeven in de afbeelding. S Draai de vleugelmoer vast.
S Monteer de meenemer (B) op de uit- gaande as. S Draai de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. S Duw de zeskantsleutel (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. S Schroef de trimmerkop (H) tegen de rota- tierichting in op zijn plaats.
S Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde tewerk. Monteren van overige beschermkappen en snijuitrustingen (128C) S Monteer trimmerbeschermkap (A) voor het werken met een trimmerkop. De trim- merbeschermkap/combibeschermkap wordt vastgehaakt aan de bevestiging op de steel en vastgezet met een moer (B).
S Monteer de stofkap (C) op de as. De moer moet helemaal omsloten zijn door de stofkap. S Hou de stofkap met een bahco vast om te voorkomen dat de as draait. S Schroef de trimmerkop (D) op de as. S Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde tewerk.
1. Als u er brandstof op gemorst heeft.
Neem alle gemorste brandstof af en laat de benzineresten verdampen.
2. Als u brandstof op uzelf of op uw kleding
gemorst heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik water en zeep.
3. Als de machine brandstof lekt. Controleer
de tankdop en de brandstofleidingen regel- matig op lekkage. Transport en opbergen S Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen komen met vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische machines, elektrische motoren, stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d. S Bij opslag en vervoer van brandstof moeten altijd speciaal voor dat doel bes- temde en goedgekeurde tanks worden gebruikt. S Als de machine gedurende lange tijd niet gebruikt zal worden, moet de brandstof- tank leeggemaakt worden. Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de afgetapte brandstof kwijt kan. S Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een lange periode van stalling. S Om een ongewenste start van de motor te voorkomen, moet de bougiekap altijd worden verwijderd wanner de machine voor lange tijd wordt opgeborgen, wan- neer de machine niet onder toezicht staat en bij alle voorkomende service- maatregelen. S Zet de machine vast tijdens transport. Brandstof N.B.! Uw machine is uitgerust met een twee--takt motor; gebruik steeds met twee-- takt motorolie vermengde benzine. Om zeker te zijn van de juiste mengverhoud- ing, is het erg belangrijk dat u de oliehoe- veelheid steeds nauwkeurig afmeet. Als u kleine brandstofhoeveelheden mengt, hebben zelfs kleine afwijkingen van de juiste oliehoeveelheid een grote invloed op de mengverhouding. Benzine N.B.! Gebruik altijd met olie gemengde kwaliteitsbenzine (minimaal 90 octaan). Waar milieuvriendelijke benzine, de zog. alkylaatbenzine, verkrijgbaar is, moet deze gebruikt worden. S Het aanbevolen laagste octaangehalte is
90. Als u de motor laat draaien op benzine
met een lager octaangehalte dan 90 kan dit tot zogenaamd kloppen leiden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot zware motorbeschadigingen kan leiden. S Als men voortdurend met een hoog toeren- tal werkt, is het aan te raden een hoger oc- taangehalte te gebruiken. Tweetaktolie S Voor het beste resultaat en de beste werking raden we aan HUSQVARNA tweetaktolie te gebruiken, die speciaal ontwikkeld is voor onze tweetaktmotoren. Mengverhouding 1:50 (2%). S Indien er geen HUSQVARNA twee--takt olie verkrijgbaar is, dient u een andere olie van goede kwaliteit en bedoeld voor luchtgekoelde motoren te gebruiken. Neem contact op met uw dealer voor de keuze van olie. Mengverhouding 1:33 (3%). S Gebruik nooit twee--takt olie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboordmoto- ren, zogenaamde outboardoil. S Gebruik nooit olie bedoeld voor vier--takt motoren. WAARSCHUWING! Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof. Denk aan de brand--, explosie-- en inademingsrisico’s. 5 0,10 0,15 10 0,20 0,30 15 0,30 0,45 20 0,40 0,60 Benzine, liter Tweetaktolie, liter 2% (1:50) 3% (1:33) WAARSCHUWING! Brandstof en brandstofdampen zijn zeer brandgevaarlijk en kunnen leiden tot ernstig letsel bij inademing en contact met de huid. Wees daarom voorzichtig wanneer u met brand- stof werkt en zorg voor goede luchtventilatie bij de brandstofhan- tering. 144BRANDSTOFHANTERING S Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij. S Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de brandstoftank van de ma- chine vult. S Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is. S Als u de machine gedurende een langere tijd niet gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem schoonmaken. Tanken WAARSCHUWING! TOm het risico op brand te verminderen, moet u de volgende voorzorg- smaatregelen nemen: Rook niet of plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof. Tank nooit terwijl de motor draait. Stop de motor en laat hem voor het tanken enkele minuten afkoelen. Open de dop van de tank voorzich- tig wanneer u wilt tanken zodat eventuele overdruk langzaam verdwijnt. Draai de dop van de tank goed vast na het tanken. Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. Min. 3 m
engen S Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan die goedgekeurd is voor benzine. S Maak de omgeving rond de tankdop schoon. Verontreinigingen in de tank kun- nen defecten veroorzaken. S Zorg ervoor dat de brandstof goed ge- mengd is door de jerrycan te schudden voor u de tank vult. WAARSCHUWING! De kataly- satorgeluiddemper wordt erg heet, zowel tijdens het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook voor station- air draaien. Verlies het brandgevaar niet uit het oog vooral wanneer u in de buurt bent van brandgevaarlijke stoffen en/of gassen.
145STARTEN EN STOPPEN
Controle voor het starten S Start de machine nooit binnenshuis. Ver- geet niet dat het gevaarlijk is om de uitlaat- gassen van de motor in te ademen. S Controleer de omgeving en vergewis u ervan dat er geen risico bestaat dat mensen of dieren in contact komen met de snijuitrusting. S Plaats de machine op de grond, let erop dat de snijuitrusting geen takken of ste- nen kan raken. Druk het machinelichaam met uw linkerhand tegen de grond (LET OP! Niet met uw voet). Pak vervolgens de starthendel met uw rechterhand beet en trek aan het koord. S Controleer de trimmerkop en de trimmer- beschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de trimmerkop of de trimmerbeschermkap indien deze terugs- lag te verduren hebben gehad of barsten vertonen. S Gebruik de machine nooit zonder bes- chermkap of een defecte beschermkap. Koude motor Brandstofpomp: druk een stuk of tien keer op de rubberen balg van de brand- stofpomp tot er brandstof in de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden. Choke: zet de blauwe chokehendel van de motor in de gesloten stand. Starten Druk de behuizing van de machine met uw linkerhand tegen de grond (N.B.! Niet met uw voet!). Pak de starthendel stevig vast met uw rechterhand. KNIJP NIET in de gashendel. Trek langzaam het koord eruit tot u weerstand voelt (de startpalletjes grijpen in) en trek vervolgens met een snelle krachtige beweging aan het koord. Wikkel het starterkoord nooit om uw hand. Herhaal deze actie tot de motor start. Zet de blauwe chokehendel van de motor in de ½ stand. Trek aan het starterkoord tot de motor begint te lopen. Zet de blauwe chokehendel van de motor in de open stand. WAARSCHUWING! Wanneer de motor wordt gestart met de chokehendel in de choke-- of start- gasstand begint de snijuitrusting direct te draaien. WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemon- teerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondin- gen veroorzaken. Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. Plaats de machine op een vaste ondergrond. Let erop dat de snijui- trusting geen voorwerp kan raken. Zorg ervoor dat zich geen onbevoeg- den binnen het werkgebied bevinden, anders bestaat er risico voor ernstige verwondingen. De veiligheidsafstand bedraagt 15 meter. Starten en stoppen
146STARTEN EN STOPPEN
N.B.! Trek het starterkoord er niet volledig uit en laat de starthendel niet los als het koord volledig is uitgetrokken. Dit kan schade veroorzaken aan de machine. OPMERKING: als de motor stopt, dient u de blauwe chokehendel van de motor terug te zetten en de startprocedure opnieuw te herhalen. Warme motor Bij een warme motor zet de blauwe chokehendel van de motor in de ½ stand. Trek aan het starterkoord tot de motor begint te lopen. Zet de blauwe chokehen- del van de motor in de open stand. N.B.! Plaats geen enkel lichaamsdeel op het gemarkeerde vlak. Contact kan leiden tot brandwonden aan de huid of een elek- trische schok wanneer het ontstekingsme- chanisme kapot is. Gebruik altijd hands- choenen. Gebruik nooit een machine met een kapot ontstekingsmechanisme. Stoppen Schakel de motor uit door de stopschake- laar in te drukken en deze in de STOP--po- sitie te houden tot de motor is uitgescha- keld. N.B.! De stopschakelaar gaat automatisch terug naar startstand. Om een ongewenste start te voorkomen, moet de bougiekap altijd van de bougie worden gehaald bij montage, controle en/of onderhoud. WAARSCHUWING! Wanneer de motor wordt gestart met de choke- hendel in de choke-- of startgasstand begint de snijuitrusting direct te draaien. 147ARBEIDSTECHNIEK Algemene werkinstructies BELANGRIJK! In dit hoofdstuk nemen we de basisveilig- heidsregels voor het werken met een trimmer door. Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Wend u tot uw dealer of uw servicewerkplaats. Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u niet voldoende gekwalificeerd bent. Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begrijpen wat het verschil is tussen bos maaien, gras maaien en gras trimmen. Basisveiligheidsregels
1. Controleer de omgeving:
S Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw machine niet kunt verliezen vanwege omstanders, dieren of een andere reden. S Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen niet in contact komen met de snijuitrusting of geraakt worden door losse voorwerpen die weggeslin- gerd worden door de snijuitrusting. S N.B.! Gebruik de machine nooit zond- er de mogelijkheid hulp in te roepen in geval van nood.
2. Gebruik de motorkettingzaag niet in on-
gunstige weersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, hevige regen, harde wind, he- vige koude enz. Werken in slechte weer- somstandigheden is vermoeiend en kan tot gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad zijn, de wind de valrichting van de boom beïnvloeden enz.
3. Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan.
Controleer of er eventuele hindernissen zijn als u onverwacht snel moet kunnen wegko- men (wortels, stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra voorzichtig wan- neer u op hellend terrein werkt.
4. Wanneer u zich verplaatst moet de motor
uitgeschakeld worden.
5. Wanneer de motor loopt, mag u de machine
alleen neerzetten als u er een wakend oogje kunt op houden. Basistechniek S Laat na elke stap van het werkproces de motor stationair draaien. Als de motor langdurig op volle toeren draait zonder dat hij belast wordt kan dit tot ernstige beschadigingen van de motor leiden. Gras trimmen met trimmerkop Trimmen S Hou de trimmerkop vlak boven de grond en hoe hem schuin. Het werk wordt gedaan door het uiteinde van de draad. Laat de draad in zijn eigen tempo werken. Duw de draad nooit in het materiaal dat u wilt maaien. WAARSCHUWING! Soms raken takken of gras bekneld tussen de beschermkap en de snijuitrusting. Stop altijd eerst de motor voordat u deze verwijdert. WAARSCHUWING! Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het afgezaagde materiaal weg te trekken wanneer de motor of de snijuitrusting draait, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden. Stop de motor en de snijuitrusting voordat u materiaal verwijdert dat rond de as van het zaagblad is gewikkeld, omdat anders risico van letsel bestaat. De hoekoverbrenging kan geruime tijd na gebruik nog warm zijn. Bij contact bestaat risico van brandwonden. WAARSCHUWING! Waars- chuwing voor weggeslingerde voorwerpen. Gebruik altijd goedge- keurde oogbescherming. Buig nooit over de beschermkap van de snijuitrusting heen. Stenen, vuil e.d. kunnen omhoog geworpen worden in uw ogen en blindheid of ernstig letsel veroorzaken. Houd onbevoegden op afstand. Kinder- en, dieren, toeschouwers en medewerkers moeten zich buiten de veiligheidszone van 15 m bevinden. Schakel de machine onmiddellijk uit indien iemand dichterbij komt. Draai de machine nooit rond zonder eerst te control- eren of er achter u niet iemand zich in de veiligheidszode bevindt. 148ARBEIDSTECHNIEK S Ti
dens normaal maaien mag de trimmer- kop niet voortdurend in contact komen met de grond. Een dergelijk voortdurend contact kan tot beschadigingen en slij- tage van de trimmerkop leiden. Vegen S Het ventilatoreffect van de roterende draad kan gebruikt worden om snel en gemakkelijk schoon te maken. Hou de draad parallel met en boven de opper- vlakken die schoongeveegd moeten wor- den en beweeg het gereedschap heen en weer. S Bij het maaien en vegen moet u vol gas geven om een goed resultaat te krijgen. S De draad verwijdert zonder problemen gras en onkruid naast muren, omheinin- gen, bomen en bloemperken, maar kan ook het tere schors van bomen en strui- ken en de paaltjes van omheiningen bes- chadigen. S Verminder het risico van beschadiging van gewassen door de draad in te korten tot 10--12 cm en het moetertoerental te ver- minderen. S Bij het trimmen en schoonschrapen mag u niet vol gas geven zodat de draad langer meegaat en de trimmerkop minder slijt. Schoonschrapen S Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste begroeiing verwijderen. Hou de trimmerkop vlak boven de grond en een ietsje scheef. Laat het uiteinde van de draad tegen de grond slaan naast bo- men, palen, standbeelden e.d. N.B.! Deze techniek veroorzaakt grotere slij- tage van de draad. S De draad verslijt vlugger en moet vaker aangevoerd worden wanneer men tegen stenen, bakstenen, beton, metalen om- heiningen enz. werkt dan wanneer men in contact komt met bomen en houten omheiningen. Maaien S De trimmer is ideaal voor het maaien van gras op plaatsen waar men met een ge- wone gazonmaaier moeilijk bij komt. Hou tijdens het maaien de draad parallel met grond. Duw de trimmerkop niet te- gen de grond omdat dit het gazon en het gereedschap kan beschadigen. WAARSCHUWING! Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het afgezaagde materiaal weg te trekken wanneer de motor of de snijuitrust- ing draait, omdat dit to ernstig letsel kan leiden. Stop de motor en de snijuitrusting voordat u materiaal verwijdert dat rond de as van het zaagblad is gewikkeld, omdat anders risico van letsel bestaat. De hoekov- erbrenging kan geruime tijd na gebruik nog warm zijn. Bij contact bestaat risico van brandwonden. WAARSCHUWING! Waars- chuwing voor weggeslingerde voorwerpen. Gebruik altijd goedge- keurde oogbescherming. Buig nooit over de beschermkap van de snijui- trusting heen. Stenen, vuil e.d. kunnen omhoog geworpen worden in uw ogen en blindheid of ernstig letsel veroorzaken. Houd onbevoeg- den op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en medewerkers moeten zich buiten de veiligheids- zone van 15 m bevinden. Schakel de machine onmiddellijk uit indien iemand dichterbij komt. 149ONDERHOUD Carbureteur Uw Husqvarna--product is geconstrueerd en gemaakt volgens specificaties, die de schadelijke uitlaatgassen reduceren. Als de motor 8--10 tanks brandstof heeft verbruikt, is de motor ingereden. Om ervoor te zorgen dat deze na de periode van inrijden optimaal blijft functioneren en zo min mogelijk schadelijke uitlaatgassen uitstoot, moet u uw dealer/servicewerk- plaats (die over een toerenteller beschikt) de carburateur af laten stellen. De eigenaar is
oor het uitvoeren van alle vereiste onderhouds- werkzaamheden, zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing. WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemon- teerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondin- gen veroorzaken. Werking S Via de gasklepbediening stuurt de carbu- rateur het toerental van de motor. In de carburateur worden brandstof en lucht vermengd. Dit mengsel (brandstof/lucht) kan worden afgesteld. S De T--schroef regelt de positie van de gasklepbediening bij stationair draaien. Als de T--schroef met de klok mee wordt gedraaid, krijgt men een hoger stationair toerental en als ze tegen de klok in wordt gedraaid, een lager stationair toerental. Basisafstelling S Tijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstelling van de carburateur uitge- voerd. Dit moet gebeuren door een gekwalificeerd deskundig persoon. Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens. Aanbevolen vollasttoerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens. Fijnafstelling van het stationair toerental T Het stationair toerental wordt afgesteld met de stationairschroef T als opnieuw afstellen noodzakelijk is. Draai de T--schroef eerst met de klok mee tot de snijuitrusting begint te roteren. Draai daarna de schroef tegen de klok in tot de snijuitrusting stilstaat. Het stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle posities gelijkmatig draait. N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T--schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stopt. Station- airschroef
WAARSCHUWING! Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrust- ing stilstaat, dient u uw dealer/servi- cewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is afgesteld of gerepareerd. Veiligheid apparaat/onderhoud Koppel eerst de bougie los voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoer- en, met uitzondering van het afstellen van de carburateur. Geluiddemper N.B.! Geluiddempers uitgerust met katalysator zijn ook ontworpen om schadelijke stoffen in de uitlaatgassen te reduceren. De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonken die droge en ontvlam- bare materialen in brand kunnen steken. De geluiddemper zijn voorzien van een speciaal vonkenopvangnet. Moet u het net minstens één keer per maand schoonma- ken. Gebruik bij voorkeur een stalen borstel. Bij evt. beschadigingen aan het net moet dit vervangen worden. Indien het net vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de functie van de katalysator is afgenomen. Neem contact op met uw dealer voor controle. Met een verstopt net raakt de machine oververhit met beschadi- gingen aan cilinder en zuiger tot gevolg. Er moet een goede marge zi
n tot het toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien. 150ONDERHOUD WAARSCHUWING! De binnen- kant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de carbura- teur is beschadigd. WAARSCHUWING! Denk erom dat: De uitlaatgassen van de motor koolmonoxide bevatten, hetgeen koolmonoxidevergiftiging kan veroorzaken. Start of gebruik de machine daarom nooit binnenshuis, of op een plek waar de luchtcircula- tie niet goed is. De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine daarom nooit binnenshuis of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal! Bougie De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van de bougie: S Een incorrecte afstelling van de carburateur. S Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of verkeerde olie). S Een vuil luchtfilter. Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefec- ten en startmoeilijkheden kan leiden. Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig onbelast draait, dient u altijd eerst de bougie te controleren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en controleer of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm bedraagt. De bougie moet na een maand gebruik, of eerder indien nodig, vervangen worden. N.B.! Gebruik steeds het correcte bougie- type! Andere types kunnen de zuiger/ cilinder beschadigen. 0,6 mm Luchtfilter Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt (stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te vermijden: S Storingen van de carburateur S Moeilijkheden bij het starten S Vermogensverlies S Onnodige slijtage van de motoronderdelen S Abnormaal hoog brandstofverbruik Maak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanneer u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt. Luchtfilter schoonmaken Demonteer het cilinderdeksel en verwijder het filter. Maak het schoon in een warm sopje van water en zeep. Controleer of het filter droog is voor u het terugplaatst. Na een lange gebruiksperiode kan het luchtfilter niet meer worden gereinigd. Daarom moet het filter regelmatig vervangen worden. Een beschadigd luchtfilter moet altijd vervangen worden. WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwon- den aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar! N.B.! Gebruik de machine nooit als de geluiddemper in slechte staat is. Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefec- ten en startmoeilijkheden kan leiden. Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig onbelast draait, dient u altijd eerst de bougie te controleren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en controleer of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm bedraagt. De bougie moet na een maand gebruik, of eerder indien nodig, vervangen worden. Bouten van de geluiddemper Vonkenovangnet 151ONDERHOUD Hoekoverbrenging (128L) De hoekoverbrenging is af fabriek gevuld met een geschikte hoeveelheid vet. Voor u de machine in gebruik neemt, moet u controleren of de overbrenging voor 3/4 gevuld is met vet. Gebruik HUSQVARNA speciaalvet. Het smeermiddel in het transmissiehuis moet normaal gezien alleen vervangen worden in geval van een reparatie. 152ONDERHOUD Onderhoudsschema Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschreven in het hoofdstuk Onderhoud. De gebruiker mag alleen die onderhouds-- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Meer ingrijpende maatregelen moeten door een erkende servicewerk- plaats worden uitgevoerd. Onderhoud Dagelijks onderhoud Wekelijks onderhoud Maandelijks onderhoud Maak de machine uitwendig schoon. Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed werken uit veiligheid- soogpunt. Controleer of de stopschakelaar werkt. Controleer of de snijuitrusting niet roteert bij stationair draaien. Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. Controleer of de beschermkap voor snijuitrusting niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. Controleer of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de trimmerkop indien nodig. Controleer of de bouten en moeren en vastgedraaid zijn. Controleer of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstofleidingen. Controleer de starter en het starterkoord. Maak de bougie uitwendig schoon. Verwij- der hem en controleer de afstand tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,6 mm of vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio--ontstoring heeft. Maak de buitenkant van de carburateur en de directe omgeving van de carburateur schoon. Controleer of de haakse overbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel. Vul indien nodig bij met speciaal vet. Controleer of het brandstoffilter niet is verontreinigd en of de brandstofleiding geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang indien dit noodzakelijk is. Controleer alle kabels en aansluitingen. Controleer de koppeling, de koppelingsver- en en koppelingstrommel op slijtage. Laat indien nodig bij een erkende servicewerk- plaats vervangen. Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio--ontstoring heeft. Controleer het vonkenopvangnet van de geluiddemper en maak het eventueel schoon.
Cilinderdiameter, mm 35 35 Slaglengte, mm 28,7 28,7 Stationair toerental, t/min 3200-3600 3200-3600 Aanbevolen max. overtoeren, t/min 11000 11000 Toerental van uitgaan as, tpm 8000 8000 Max. motorvermogen volgens ISO 8893, kW/ omw./min. 0,7 0,7 Geluiddemper met katalysator Ja Ja Een toerentalgeregeld ontstekingssysteem Ja Ja Ontstekingssysteem Bougie Champion Champion
Elektrodenafstand, mm 0,6 0,6 Brandstof-/smeersysteem Inhoud benzinetank, liter 0,4 0,4 Gewicht Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschermkap, kg 4,4 4,8 Lawaai-emissie (zie opm. 1) Geluidsvermogen, gemeten dB(A) 109 109 Geluidsvermogen, gegarandeerd L
dB(A) 114 114 Geluidsniveaus (zie opm. 2) Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten volgens EN ISO 11806 en ISO 22868, dB(A) Uitgerust met trimmerkop (origineel) 100 100 Trillingsniveaus (zie opm. 3) Equivalente trillingsniveaus (ahv,eq) bij handvat, gemeten overeenkomstig EN ISO 11806 en ISO 22867, m/s
Uitgerust met trimmerkop (origineel), links/rechts 9,2/5,4 6,9/5,7 Opm. 1: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogenniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen het gegarandeerde en het gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ook de dispersie in het meetresultaat meeneemt alsmede variaties tussen verschillende machines van hetzelfde model, conform Richtlijn 2000/14/EG. Opm. 2: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 dB(A). Opm. 3: De gerapporteerde gegevens voor het equivalente trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s
EG-overeenkomstigheidsverklaring Naam van de uitgever: Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden (Tel: +46-36-146500) Husqvarna AB is volledig verantwoordelijk voor de trimmer en/of bosmaaier platform(en) LT28CCHV/LT28CSHV model(len) Husqvarna 128C/128L vanaf13 serienummers en hoger. Het platformnummer en het modelnummer zijn helder aangegeven in duidelijke tekst op het typeplaatje, samen met het productiejaar en bijbehorende serienummers. Het object van de hierboven omschreven verklaring voldoet aan de vereisten van de volgende EU-richtlijnen: 2006/42/EG “betreffende machines" 17 mei 2006 2004/108/EG “betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 15 dec 2004 2000/14/EG “betreffende de geluidsemissie in het milieu" 08 mei 2000 In overeenkomst met Annex V zijn de verklaarde geluidswaarden vermeld in het technische informatieblad van de bedieningshandleiding. De volgende standaarden zijn toegepast: EN ISO 12100:2010, EN ISO 11806-1:2011, CISPR 12:2007, ISO 14982:2009 TÜV Rheinland N.A. heeft een vrijwillig onderzoek verricht voor Husqvarna AB, waarbij AM72140163 - Certificaat van overeenstemming met EG-richtlijn 2006/42/EG betreffende machines is toegekend. Dit certificaat is van toepassing op alle productielocaties en landen van herkomst, zoals aangegeven op het product. Ondertekend namens: Husqvarna AB, Huskvarna, Zweden, 01-01-2014 Ronnie Goldman, Director of Engineering (directeur techniek) (Bevoegd vertegenwoordiger en verantwoordelijk voor technische documentatie) 08-NL
Notice-Facile