R 418TsX AWD - Tuintractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R 418TsX AWD HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Tuintractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R 418TsX AWD - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R 418TsX AWD van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING R 418TsX AWD HUSQVARNA
Motor: Transmissie: Productbeschrijving De R 418TsX AWD en R 420TsX AWD zijn zitmaaiers. Met de pedalen voor vooruit en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid moeiteloos aanpassen. R 418TsX AWD en R 420TsX AWD hebben vierwielaandrijving (AWD) en 2 urentellers tonen het aantal uren dat de gebruiker het product heeft gebruikt. De producten hebben koplampen, een opslagruimte en een trekhaak. De producten worden gebruikt met Combi-maaidekken met BioClip. Gebruik Het product is gemaakt voor het maaien van gras op open en vlakke ondergrond in woonwijken en tuinen. Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna-leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires. Verzeker uw product Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid.
1. Pedaal voor vooruitrijden
2. Pedaal voor achteruitrijden
5. Afstelhendel voor stoel
6. Hendel voor gewichtsoverdracht
7. Hefhendel voor het maaidek
9. Functieschakelaar voor de achterste
10. Schakelaar voor de achterste voedingsaansluiting
11. Schakelaar voor de voedingsaansluiting aan de
rechterkant van het bedieningspaneel
12. Schakelaar voor koplampen
18. Hendel voor het inschakelen en uitschakelen van de
aandrijving op de achteras
19. 12V-voedingsaansluiting achter
20. Rails voor de opslagruimte
21. Brandstoftankdop
22. Productplaatje met scanbare codes
23. Hendel voor het inschakelen en uitschakelen van de
aandrijving op de vooras
24. Vergrendelknop voor parkeerrem
25. Parkeerrem en bedrijfsrempedaal
98 880 - 012 - 29.05.2025Overzicht elektrische installatie
5. Sensor voor gewichtsoverdracht
14. Schakelaar voor de voedingsaansluitingen
15. Schakelaar voor de koplampen
Bedieningsmodule maaier Het product heeft een bedieningsmodule voor de maaier die de gebruiker voorziet van informatie over het product. De informatie wordt weergegeven op het display op het instrumentenpaneel. Zie Display op pagina 103
Met de bedieningsmodule van de maaier kan de servicedealer het product aansluiten wanneer onderhoud wordt uitgevoerd. Husqvarna Connect Het product heeft draadloze Bluetooth
-technologie en kan verbinding maken met mobiele apparaten waarop de Husqvarna Connect-app is geïnstalleerd. De Husqvarna Connect-app is een gratis app voor uw mobiele apparaat. De Husqvarna Connect-app biedt uitgebreide functies voor uw Husqvarna-product:
- Uitgebreide productinformatie.
- Informatie over, en hulp bij, onderdelen en onderhoud van uw product. DraadlozeBluetooth
-technologie Producten met ingebouwde draadloze Bluetooth
technologie kunnen verbinding maken met mobiele apparaten en bieden extra functies. Het symbool voor draadloze Bluetooth
-technologie gaat branden als uw mobiele apparaat is verbonden met het apparaat.
880 - 012 - 29.05.2025 99Husqvarna Fleet Services
Husqvarna Fleet Services is een cloudoplossingwaarmee de commerciële fleetmanager een overzichtheeft van alle machines. Voor meer informatie overHusqvarna Fleet Services , zie www.husqvarna.com. Het product verbinden met Husqvarna Fleet Services
-app naaruw mobiele apparaat.2. Meld u aan bij de Husqvarna Fleet Services -app.3. Volg de instructies voor het koppelen van hetproduct met Husqvarna Fleet Services
PTO-knop (aftakas) Met de PTO-knop worden de PTO-koppeling enhet maaidek of andere aangesloten apparatuurin- en uitgeschakeld. Er moet aan de correctestartvoorwaarden worden voldaan om de aandrijvingvan de messen in te schakelen. Raadpleeg Bedrijfsomstandigheden op pagina 107 voor de juistestartvoorwaarden.• Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van demessen of andere apparatuur in te schakelen.• Druk de PTO-knop in om de aandrijving van demessen of andere apparatuur uit te schakelen. Gewichtsoverdrachtsfunctie De gewichtsoverdrachtsfunctie verplaatst gewicht vanhet accessoire naar het product. De bodemdruk opde voorwielen van het product neemt toe en debodemdruk op de zwenkwielen neemt af. Schakelde gewichtsoverdrachtsfunctie in voor het bestemaairesultaat wanneer u gras maait, ook wanneeru de veegmachine gebruikt. Tijdens sneeuwruimenraadt Husqvarna aan om de gewichtsoverdrachtsfunctieuit te schakelen voor een maximale bodemdruk ophet accessoire. Het werktuigframe kan niet volledigworden neergelaten als de gewichtsoverdrachtsfunctieis ingeschakeld. WAARSCHUWING: Om letsel alsgevolg van beknelling te voorkomen,moet de gewichtsoverdrachtsfunctie wordenuitgeschakeld wanneer u accessoiresverwisselt. Koplampen De koplampen hebben werklampen en grootlicht.Druk op de schakelaar om de werklampen in (B)of uit (A) te schakelen. Druk op de schakelaar omhet grootlicht en de werklampen in (C) of uit (A) teschakelen. A B
De werklamp blijft 3 minuten branden nadat het contactis uitgeschakeld. Het display toont het koplampsymboolals de koplampen zijn ingeschakeld. Zie Display op pagina 103
Stroomcontact Het product heeft 2 voedingsaansluitingen. Devoedingsaansluiting aan de rechterkant van hetbedieningspaneel bij de stoel heeft een spanning van12 V.De voedingsaansluiting in de motorbehuizing heeft eenspanning van 12 V.
880 - 012 - 29.05.2025• Druk op de schakelaar (A) om de
voedingsaansluiting aan de rechterkant van het bedieningspaneel in of uit te schakelen.
- Druk op de schakelaar (B) om de voedingsaansluiting in de motorbehuizing in of uit te schakelen. A B Functieschakelaar voor de achterste voedingsaansluiting De functieschakelaar (A) wordt gebruikt om enkele goedgekeurde accessoires te bedienen die kunnen worden aangesloten op de achterste voedingsaansluiting. De functieschakelaar heeft verschillende functies bij verschillende soorten accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding voor het accessoire.
Urenteller Het product heeft 2 urentellers op het display. De urentellers tonen hoeveel bedrijfsuren de motor in totaal (A) en tijdens de bedrijfsperiode (B) heeft. Het laatste cijfer van de urenteller voor de bedrijfsperiode geeft een tiende van een uur (6 minuten) weer. De tijd van ingeschakeld contact zonder dat de motor draait, wordt niet geregistreerd. Let op: De totale urenteller (A) toont alleen hele uren. Let op: Een bedrijfsperiode is de tijd dat de motor gedurende 1 dag is ingeschakeld. Een nieuwe bedrijfsperiode begint als de motor minimaal 6 uur is uitgeschakeld.
880 - 012 - 29.05.2025 101Overzicht van hydraulisch systeem
1. Koeler voor hydraulische olie
Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt om vooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruikt om achteruit te rijden. Het product remt wanneer de pedalen worden losgelaten.
Hefhendel voor het hydraulisch heffen van het maaidek Met de hefhendel wordt de hydraulische lift geregeld. Gebruik de hydraulische lift om het maaidek te heffen in de transportstand en om het maaidek neer te laten in de maaistand. De hydraulische lift gebruikt hydraulische druk en werkt alleen wanneer de motor draait. Maaidek De maaidekken voor dit product zijn Combi-maaidekken met BioClip. BioClip maait het gras tot meststof. De Combi-maaidekken kunnen ook zonder BioClip worden gebruikt. Zonder BioClip wordt het gras naar achteren uitgeworpen. 102 880 - 012 - 29.05.2025Display Het display op het instrumentenpaneel toont informatie over de status van het product.
2. Indicator hydauliektemperatuur
5. Indicator voor aanwezigheid van maaidek
8. Aanbevolen motortoerental wanneer u het product
14. Gewichtsoverdracht uitgeschakeld
15. Indicator onderhoud
16. Brandstofmeter in stappen van 5%
Let op: Het display kan verschillend zijn, afhankelijk van het model. Symbolen op het product WAARSCHUWING: Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken. Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt. Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt.
880 - 012 - 29.05.2025 103Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste
voorwerpen. Gebruik het product nooit als personen, met name kinderen en/of huisdieren, zich in de directe omgeving bevinden. Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden. Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 108
Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting. Vooruit rijden. Neutraalstand. Achteruit rijden. Parkeerrem. Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. Het product voldoet aan de geldende richtlijnen van de Euraziatische Douane- unie. Alleen geldig voor R 420TsX AWD. Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 137 en op het label. Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming. Gewichtsoverdracht uitgeschakeld. Gewichtsoverdracht ingeschakeld. Stop de motor. Start de motor. Motortoerental – snel. Motortoerental – langzaam. Brandstof. Max. ethanol 10%. Maaihoogte. De onderhoudsstand voor de maaihoogtehendel. De messen zijn ingeschakeld. De messen zijn uitgeschakeld. Transportpositie van het maaidek. Werkstand van het maaidek. In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem. 104 880 - 012 - 29.05.2025Oliepeil. Scanbare code yyyywwxxxx Het serienummer staat op het productplaatje. yyyy is het productiejaar en ww is de productieweek. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Schade aan het product We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Ondersteuning Voor ondersteuning over het product gaat u naar het gedeelte Ondersteuning op voor instructies, handleidingen voor probleemoplossing of om de Husqvarna Self-service en de Productzoeker te gebruiken (indien beschikbaar in uw markt). Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer voor ondersteuning met betrekking tot het product. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert. WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk. WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u
880 - 012 - 29.05.2025 105het product moet bedien, vraag dan advies aan
deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
- Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.
- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen, de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.
- Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld. Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
- Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product niet door kinderen bedienen.
880 - 012 - 29.05.2025Veiligheidsinstructies voor bediening
WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
- Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
- Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat. Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico’s uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Draag geen open schoenen en loop niet op blote voeten.
- Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO-doos en een brandblusser binnen handbereik. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Als de veiligheidsvoorzieningen zijn beschadigd, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicedealer.
- Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of beschadigd zijn. Het contactslot controleren
- Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van het contactslot. Zie De motor starten op pagina 114
Motor uitschakelen op pagina 115
- Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar START draait.
- Verifieer of de motor onmiddellijk uitschakelt wanneer u de contactsleutel naar STOP draait. Bedrijfsomstandigheden Er moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan om de motor te starten:
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De aandrijving van de messen is uitgeschakeld. De motor moet worden uitgeschakeld in de volgende situaties:
880 - 012 - 29.05.2025
107• De parkeerrem is niet geactiveerd en de bestuurder staat op van de stoel. De aandrijving van de messen moet in deze situaties stoppen:
- De parkeerrem is ingeschakeld en de bestuurder staat op van de stoel.
- De PTO-knop is ingedrukt. Probeer de motor te starten terwijl niet is voldaan aan een van deze voorwaarden. Wijzig de omstandigheden en probeer het opnieuw. Voer deze controle dagelijks uit. Hellingsindicator De hellingsindicator geeft een waarschuwing wanneer het product op hellingen van > 10% wordt gebruikt. Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden controleren
1. Start het product.
2. Zorg dat de pedaal voor vooruitrijden en de pedaal
voor achteruitrijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
3. Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om
4. Laat het pedaal voor vooruitrijden los om de
machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.
5. Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor
achteruitrijden. Let op: Het product heeft een remfunctie die automatisch wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat. Om de snelheid sneller te verlagen, drukt u op het andere pedaal.
6. Zorg ervoor dat het product niet beweegt wanneer
de pedalen voor vooruit en achteruitrijden niet zijn ingeschakeld. Parkeerrem WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig. Zie De parkeerrem controleren op pagina 121
Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Geluiddemper controleren
- Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. Beschermkappen Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen. Gras maaien op hellingen WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.
- Start of stop niet op een helling.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.
- Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
- Bevestig contragewichten om de stabiliteit te vergroten. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer. De machine veilig als trekker gebruiken
- Gebruik alleen door Husqvarna goedgekeurde trekuitrusting.
- Gebruik de trekhaak om de uitrusting te bevestigen.
- Trek nooit apparatuur die zwaarder is dan het maximaal toegestane trekgewicht. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 137
- Zorg ervoor dat zich geen andere personen in de buurt van het product bevinden wanneer u apparatuur trekt.
- Wees voorzichtig wanneer u apparatuur op hellingen of over ruig terrein trekt.
- Gebruik het product met een laag toerental wanneer u apparatuur trekt. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Vul de brandstoftank nooit binnen.
- Benzine en benzinedampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met benzine om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
- Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
- Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
- Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
- Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
- Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
880 - 012 - 29.05.2025
109• Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur. Transportveiligheid
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
- De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Transport op pagina 134
Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een Husqvarna servicedealer. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. WAARSCHUWING: Er kunnen vonken ontstaan wanneer u de accu oplaadt of vervangt. Hierdoor kan de accu ontploffen en brand en oogletsel veroorzaken. Er kunnen geen vonken in het circuit ontstaan als de massakabel van de accu is losgekoppeld.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Voer vervangen accu´s af. Zie Afvoer op pagina 136
Houd u aan het volgende om vonken te vermijden:
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu
- Zorg dat de brandstofdop op de juiste manier is aangebracht.
- Bewaar geen brandbare vloeistoffen in open houders
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer geen werkzaamheden aan het circuit van de startmotor uit in de nabijheid van gemorste brandstof.
- Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken.
- Ontkoppel eerst de massakabel van de accu en sluit deze als laatste weer aan.
- Veroorzaak geen kortsluiting met gereedschap.
- Sluit de aansluitingen van het startrelais niet kort om de startmotor aan te zetten. Neem het volgende in acht wanneer u de accu oplaadt:
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Laad de accu minimaal 4 uur op bij 12 V. Gebruik de Husqvarna-acculader.
- Controleer of de acculader dezelfde spanning heeft als de accu.
- Stop het laadproces als de temperatuur van de accu hoger is dan 45 °C. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
- De motor is uitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
- Het maaidek is ontkoppeld.
- De bougiekabels zijn van de bougies losgenomen. WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 116
- Elektrische schokken kunnen letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
- Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
880 - 012 - 29.05.2025• Laat het product afkoelen voordat u
onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek. OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Zie Technische gegevens op pagina 137 voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant. Montage Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert. Het maaidek bevestigen
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
2. Schakel de parkeerrem in.
3. Zet de hefhendel voor het maaidek in de
4. Plaats de hendel voor gewichtsoverdracht omhoog
om gewichtsoverdracht uit te schakelen.
5. Zet de hefhendel voor het maaidek in de maaistand.
7. Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.
8. Lijn het maaidek uit met het werktuigframe.
9. Duw het maaidek in het werktuigframe naar voren tot
11. Zet de hefhendel voor het maaidek in de
12. Plaats de hendel voor gewichtsoverdracht omlaag
om gewichtsoverdracht in te schakelen. Het maaidek verwijderen WAARSCHUWING: Om letsel als gevolg van beknelling te voorkomen, moet de gewichtsoverdrachtsfunctie worden uitgeschakeld wanneer u accessoires verwisselt.
1. Voer de stappen 1-7 uit in
Het maaidek bevestigen op pagina 111
2. Trek aan de vergrendelingshendel en houd deze
3. Houd de voorkant van het maaidek vast en trek
het naar voren terwijl u de vergrendelingshendel vasthoudt. Trek het maaidek in de eindpositie. Let op: Als u het maaidek niet in de eindpositie kunt trekken, laat u de vergrendelingshendel los en trekt deze weer omhoog.
4. Trek aan de vergrendelingshendel en houd deze
vast, en til de voorzijde van het maaidek op totdat het loskomt. Til de voorkant van het maaidek op totdat het los is van het werktuigframe.
5. Trek het maaidek eruit.
Werking Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Husqvarna Connect gebruiken
3. Volg de instructies in de Husqvarna Connect-app
om verbinding te maken met het product en dit te registreren. Brandstof bijvullen WAARSCHUWING: Benzine is uiterst ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij, zie Brandstofveiligheid op pagina 109
112 880 - 012 - 29.05.2025WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning. OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade. De motor gebruikt benzine met een minimum octaangetal van RON 91 (87 AKI), niet vermengd met olie. Wij adviseren biologisch afbreekbare alkylaatbenzine te gebruiken. Gebruik geen benzine die meer dan 10% ethanol bevat.
- Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul indien nodig bij.
- Vul de brandstoftank nooit volledig. Zorg ervoor dat er minimaal 2,5 cm ruimte overblijft. De stoel afstellen WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt.
1. Plaats uw voeten op de voetplaten om de stoel naar
voren of naar achteren te schuiven.
2. Duw de hendel onder de voorkant van de stoel opzij
en verplaats de stoel naar de correcte positie.
3. Om de stoelveren aan te passen, verschuift u
de 2 rubberen aanslagen onder de stoel zoals aangegeven in de afbeelding. Plaats de 2 rubberen aanslagen in de voorste, middelste of achterste gaten onder de stoel. De hoogte van het stuurwiel aanpassen WAARSCHUWING: Pas de hoogte van het stuurwiel niet aan tijdens het gebruik van het product.
1. Draai de knop linksom om hem los te draaien.
2. Pas de hoogte van het stuurwiel aan.
3. Draai de knop rechtsom om hem vast te draaien.
OPGELET: Zorg dat de lange kant van de knop omhoog wijst. De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
1. Trap het parkeerrempedaal in (A).
3. Houd de vergrendelknop ingedrukt en laat het
parkeerrempedaal los.
4. Om de parkeerrem uit te schakelen, trapt u het
113In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem Om het product te verplaatsen met uitgeschakelde motor dient u het aandrijfsysteem uit te schakelen. Trek de hendel van het aandrijfsysteem helemaal uit om de aandrijving naar de as uit te schakelen. Duw de hendel van het aandrijfsysteem helemaal in om de aandrijving naar de as in te schakelen. Gebruik geen tussenliggende standen. Het product heeft een hendel voor de aandrijving van de vooras en een andere hendel voor de aandrijving van de achteras. De hendel voor de aandrijving van de achteras vindt u achter het linkerachterwiel. De hendel voor de aandrijving van de vooras vindt u achter het linkervoorwiel. Maaidek omhoog zetten en omlaag zetten
- Om het maaidek omhoog te zetten naar de transportstand, trekt u de hefhendel naar achteren.
- Om het maaidek omlaag te brengen naar de maaistand, duwt u de hefhendel naar voren. De motor starten
1. Druk de PTO-knop in om de aandrijving op het
maaidek uit te schakelen.
2. Schakel de parkeerrem in. Zie
De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 113
4. Draai de contactsleutel naar de startstand.
los naar de neutraalstand. Let op: Houd de contactsleutel niet langer dan 5 seconden achter elkaar in de startpositie. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
6. Laat de motor 3-5 minuten draaien met halfgas
voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.
7. Duw de gashendel naar de stand voor volgas.
Het product gebruiken
3. Trap een van de rijpedalen voorzichtig in. De
snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (A) voor vooruit rijden en pedaal (B) voor achteruit rijden.
4. Laat het pedaal los om te remmen.
5. Selecteer de maaihoogte (1-7) met behulp van de
6. Beweeg de hefhendel naar voren om het maaidek
omlaag te brengen in de maaistand.
7. Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van de
messen op het maaidek in te schakelen. Motor uitschakelen
1. Druk de PTO-knop in om de aandrijving van de
messen op het maaidek uit te schakelen.
2. Trek de hefhendel voor het maaidek naar achteren
om het maaidek omhoog te zetten.
3. Schakel de parkeerrem in.
4. Draai de contactsleutel naar de stoppositie.
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie Onderhoudsschema op pagina 116
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
880 - 012 - 29.05.2025
115• Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
- Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (zie Technische gegevens op pagina 137 voor het hoogst toegestane motortoerental). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.
- Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de BioClip-functie. Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Onderhoudsschema Bediening voor gebruik Controleer op brandstof- of olielekkage. Reinig het product. Zie Product reinigen op pagina 118
Reinig het binnenoppervlak van het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 118
Reinig de motor en de uitlaatdemper. Zie De motor en de uitlaatdemper reinigen op pagina 118
Controleer of de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is. Zie Koelluchtinlaat van motor reinigen op pagina
Controleer of de veiligheidsvoorzieningen onbeschadigd zijn. Zie Bedrijfsomstandigheden op pagina 107
Inspecteer de messen in het maaidek. Zie De messen inspecteren op pagina 127
Inspecteer en test de remmen. Zie De parkeerrem controleren op pagina 121
Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden controleren op pagina 108
Controleer het motoroliepeil. Zie Het motoroliepeil controleren op pagina 127
Controleer het transmissieoliepeil. Zie Het transmissieoliepeil controleren op pagina 129
Controleer de stuurkabels. Zie De stuurkabels inspecteren op pagina 121
Zorg ervoor dat het grootlicht en de werklamp correct werken (indien van toepassing). Zie Koplampen op pagina
X = De instructies zijn opgenomen in de bedieningshandleiding. O = De instructies zijn niet opgenomen in de gebruikershandleiding. Laat onderhoud uitvoeren door een Husqvarna servicedealer. Onderhoud Eerste onder- houds- beurt Onderhoudsinterval in uren
Controleer de riemen en poelies. O O Controleer de stuurketting aan de binnenkant van de frametunnel. O Inspecteer en smeer alle kabels en stel ze af. O 116 880 - 012 - 29.05.2025Onderhoud Eerste onder- houds- beurt Onderhoudsinterval in uren
Zorg voor de juiste bandenspanning. Zie Bandenspanning op pagina 124 . X X Zorg ervoor dat alle bouten en moeren met het juiste aanhaalmoment worden vastgedraaid.
Smeer de bestuurdersstoel. O Smeer alle kettingen. O Smeer de lagers van de wielen en messen op het maaidek (indien van toepas- sing). O O Smeer de pedalen aan de binnenkant van de frametunnel. O Smeer de riemspanners O Verwijder de aandrijfwielen en smeer de assen (alleen voor de 200-300 series) O Controleer de brandstofslang. Vervang indien nodig. O Vervang het brandstoffilter. Zie Het brandstoffilter vervangen op pagina 121 . X Maak het luchtfilter schoon. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina
Vervang het luchtfilter. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 121 . X Inspecteer de koelribben op de hydrostatische transmissie. O Reinig de motor en de hydrostatische transmissie. O Controleer de geluiddemper en het hitteschild. O O Ververs de motorolie. Zie De motorolie verversen en het oliefilter vervangen op pagina 128
Vervang het motoroliefilter De motorolie verversen en het oliefilter vervangen op pagina 128
Vervang de bougie. Zie Bougie controleren en verwijderen op pagina 122 . X Controleer de lampen (indien van toepassing). Zie Koplampen op pagina 100 . X X Werk de firmware bij (indien van toepassing). O O Controleer de accu en laad deze indien nodig op. Zie De accu opladen op pagina 123
X X Inspecteer en stel de rotatiesnelheid van de voor- en achterwielen af (alleen voor AWD-modellen). O O Vervang het transmissiefilter (alleen voor AWD-modellen). O O Vervang het opschroefbare filter van de servo (indien van toepassing). O O
50 uur of één jaar (alleen eerste onderhoudsbeurt).
100 uur of één keer per jaar.
50 uur of één jaar (alleen eerste onderhoudsbeurt).
100 uur of één keer per jaar.
880 - 012 - 29.05.2025 117Onderhoud Eerste
onder- houds- beurt Onderhoudsinterval in uren
Controleer de koelventilator op de hydrostatische transmissie. O O Controleer de olie in de transmissie en vul deze indien nodig bij. Zie Het trans- missieoliepeil controleren op pagina 129
Ververs de olie in de transmissie. O O Controleer de parkeerrem en stel deze af. O O Reinig de buitenste en binnenste oppervlakken van het maaidek en de afdekkin- gen van het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 118
X X Controleer de maaihoogte en de hellinginstelling en stel deze af. Zie Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 125
De uitlijning van het maai- dek afstellen op pagina 125
X X Controleer de messen in het maaidek, slijp en balanceer deze indien nodig. Zie De messen inspecteren op pagina 127
Messen vervangen op pagina 127
Controleer het motortoerental en stel deze af. O O Controleer of het product niet gaat rijden in de neutrale positie. Zie Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden controleren op pagina 108
X X Controleer vooruit- en achteruitrijden op verschillende snelheden. O O Controleer de bladinschakeling, stoel, hefinrichting en vooruitrijden/rem. Zie Vei- ligheidsvoorzieningen op het product op pagina 107
X X Inspecteer het opvangsysteem (alleen voor opvangmodellen). X X Product reinigen OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden. Reinig het product direct na gebruik.
- Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
- Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van en rondom de transmissie, de luchtinlaat van de transmissie en de motor.
- Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
- Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
- Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
- Start het maaidek na het reinigen en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen. De motor en de uitlaatdemper reinigen Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel. 118 880 - 012 - 29.05.2025Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is. Koelluchtinlaat van motor reinigen WAARSCHUWING: Stop de motor. De koelluchtinlaat draait en kan letsel aan uw vingers veroorzaken.
1. Zorg dat het koelluchtinlaatrooster op de motorkap
niet is geblokkeerd. Verwijder gras en vuil met een borstel.
2. Open de motorkap.
3. Zorg dat de koelluchtinlaat van de motor niet
geblokkeerd wordt. Verwijder gras en vuil met een borstel.
4. Controleer het luchtkanaal aan de binnenzijde van
de motorafdekking. Zorg dat het luchtkanaal schoon is en niet tegen de koelluchtinlaat schuurt. De kappen verwijderen De motorkap verwijderen en aanbrengen
1. Klap de stoel naar voren.
2. Maak de 2 klemmen op de motorkap los met het
hulpstuk aan de contactsleutel.
3. Verwijder de schroeven uit de scharnieren.
4. Klap de motorkap naar achteren.
5. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Het voorblad van het maaidek verwijderen en monteren
1. Verwijder het maaidek. Zie
Het maaidek verwijderen op pagina 112
2. Verwijder de 2 schroeven en verwijder het voorblad
3. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
880 - 012 - 29.05.2025
119De zijkap van het maaidek verwijderen en monteren
1. Verwijder het maaidek. Zie
Het maaidek verwijderen op pagina 112
2. Verwijder de 2 schroeven (A) op de zijplaat van het
3. Maak de schroef (B) los, maar verwijder deze niet.
4. Draai en verwijder de zijkap van het maaidek.
5. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De afdekking van de frametunnel verwijderen en monteren
1. Zet de stoel naar achteren. Zie
Brandstof bijvullen op pagina 112
3. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De rechter voetplaat verwijderen en monteren
1. Verwijder de afdekking van de frametunnel. Zie
De afdekking van de frametunnel verwijderen en monteren op pagina 120
2. Draai de knop op het pedaal voor achteruit rijden (A)
los om deze te verwijderen.
4. Maak de randen van de voetplaat (C) los.
5. Verwijder de voetplaat.
6. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De linker voetplaat verwijderen en monteren
1. Verwijder de afdekking van de frametunnel. Zie
Het voorblad van het maaidek verwijderen en monteren op pagina 119
2. Verwijder de 3 schroeven en verwijder de voetplaat.
3. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De buitenste rechter zijkap verwijderen en monteren
1. Open de motorkap. Zie
De motorkap verwijderen en aanbrengen op pagina 119
3. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De onderste riemkappen verwijderen
1. Verwijder de schroeven waarmee de onderste
riemkap is bevestigd. Er zijn 2 schroeven aan de rechterzijde van het product en 3 schroeven aan de linkerzijde.
2. Verwijder de onderste riemkap.
3. Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
880 - 012 - 29.05.2025De stuurkabels inspecteren
Na verloop van tijd kan de spanning van de stuurkabels afnemen. Hierdoor verandert de afstelling van de besturing. U moet de besturing als volgt inspecteren en afstellen:
1. De kabels hebben de juiste spanning wanneer u ze
met de hand 5 mm omhoog of omlaag in de groef op de stuurbeugel kunt bewegen.
2. Als de kabels te slap zijn gespannen, moet u ze door
een Husqvarna servicedealer laten afstellen. De parkeerrem controleren
1. Parkeer het product op een harde ondergrond die
maximaal 10° afloopt. Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
2. Trap het parkeerrempedaal in (1).
4. Als het product begint te bewegen, moet u de
parkeerrem door een Husqvarna servicedealer laten afstellen.
5. Bedien het parkeerrempedaal opnieuw om de
parkeerrem uit te schakelen. Het brandstoffilter vervangen
1. Gebruik een platte tang om de slangklemmen van
het filter te verwijderen.
2. Trek het filter uit de slanguiteinden.
3. Druk het nieuwe filter in de slanguiteinden. Breng
vloeibaar afwasmiddel op de uiteinden van het filter aan om het aansluiten te vergemakkelijken.
4. Duw de slangklemmen tegen het filter.
Het luchtfilter reinigen en vervangen
1. Open de motorkap.
2. Maak de 2 knoppen los waarmee het
luchtfilterdeksel vastzit en verwijder het deksel.
3. Maak de slangklem waarmee de luchtfiltercartridge
op zijn plaats wordt gehouden, los.
880 - 012 - 29.05.2025
1214. Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.
5. Verwijder het kunststof schuimfilter rondom het
6. Reinig het kunststof schuimfilter met een zwak
7. Laat het kunststof schuimfilter volledig drogen.
8. Tik het papieren filter tegen een hard oppervlak om
het te reinigen. Gebruik geen perslucht.
9. Als het papieren filter niet schoon wordt, dient het te
10. Breng het kunststof schuimfilter weer aan om het
11. Plaats het luchtfilterpatroon op de luchtslang.
12. Zet het luchtfilterpatroon vast met de slangklem.
13. Bevestig het luchtfilterdeksel en draai de knoppen
gebied rond de bougie.
3. Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
4. Controleer de bougie. Vervang de bougie als
de elektroden zijn verbrand of als de isolatie is gebarsten of beschadigd. Als de bougie niet beschadigd is, reinig deze dan met een staalborstel.
5. Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze
correct is. Zie Technische gegevens op pagina 137
6. Buig de zij-elektrode om de elektrode-opening aan te
7. Plaats de bougie terug en draai deze met de hand
totdat deze tegen de zitting aan zit.
8. Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat de
ring wordt samengedrukt.
9. Draai een gebruikte bougie nogmaals ⅛ slag vast,
een nieuwe bougie nog ¼ slag extra. OPGELET: Onjuist vastgedraaide bougies kunnen leiden tot motorschade. OPGELET: Probeer de motor niet te starten als de bougie of de ontstekingskabel is verwijderd. De zekeringen vervangen De zekeringen zijn verdeeld in 2 groepen. De zekeringen voor de bedieningsmodule van de maaier en de motor bevinden zich in een houder voor de accu. De zekeringen voor extra elektrische uitgangen bevinden zich in een houder voor van de koeler voor hydraulische olie. Een doorgebrande zekering wordt aangegeven door een doorgebrande verbinding.
1. Open de motorkap.
2. Trek de zekering uit de houder.
3. Vervang de doorgebrande zekering.
4. Sluit de motorkap.
Als de zekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt.
WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezenvoordat u de accu oplaadt. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110
- Laad de accu op wanneer deze te zwak is om demotor te starten.• Gebruik een standaard acculader.• Koppel altijd de lader los alvorens de motor testarten. Accu vervangen WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezenvoordat u de accu oplaadt. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110
OPGELET: Laad de accu altijd volledig op voordat u deze in het product plaatst.1. Verwijder de motorkap. Zie De motorkap verwijderen en aanbrengen op pagina 119
2. Koppel de aardingsaansluiting (A) en vervolgens depositieve aansluitklem (B) op de accu los.
WAARSCHUWING: Gevaarvoor vonkvorming. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110 3. Maak de band los waarmee de accu is bevestigd.4. Til de accu op en verwijder deze uit het product.5. Reinig de klemmen van de nieuwe accu.6. Installeer de nieuwe accu.7. Trek de band rond de accu aan.8. Sluit de positieve kabel aan op de positieveaansluitklem op de accu.9. Sluit de aardingskabel aan op de aardingsaansluitingop de accu. Noodstart van motor uitvoeren Als de accu te zwak is om de motor te starten, kuntu gebruik maken van startkabels om een noodstartuit te voeren. Dit product is voorzien van een 12V-systeem met negatieve massa. Het product dat voorde noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12V-systeemmet negatieve massa hebben. OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aanhet elektrisch systeem van het product. Startkabels aansluiten WAARSCHUWING: Explosiegevaar door explosief gas datafkomstig is van de accu. Sluit geennegatieve aansluitklem van de volledigopgeladen accu aan op of in de buurt van denegatieve aansluitklem van de zwakke accu. OPGELET: Gebruik de accu van het product niet om andere voertuigen testarten.1. Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op dePLUSKLEM (+) van de zwakke accu (A).
2. Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan opde PLUSKLEM (+) van de volledig opgeladen accu
(B). WAARSCHUWING: Zorg datde uiteinden van de rode draden geenkortsluiting maken tegen het chassis.3. Sluit een uiteinde van de zwarte kabel aan op deMINKLEM (-) van de volledig opgeladen accu (C).880 - 012 - 29.05.2025 1234. Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu. Startkabels verwijderen Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.
1. Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.
Bandenspanning Zorg ervoor dat alle 4 de banden de juiste bandenspanning hebben. Zie Technische gegevens op pagina 137
Het maaidek in de onderhoudsstand zetten
1. Voer de stappen 1-7 uit in
Het maaidek bevestigen op pagina 111
2. Trek aan de vergrendelingshendel en houd deze
3. Houd de voorkant van het maaidek vast en trek
het naar voren terwijl u de vergrendelingshendel vasthoudt. Trek het maaidek in de eindpositie. Let op: Als u het maaidek niet in de eindpositie kunt trekken, laat u de vergrendelingshendel los en trekt deze weer omhoog.
4. Til het maaidek op tot het verticaal staat en
een klikgeluid hoorbaar is. Het maaidek wordt automatisch vergrendeld in de verticale stand.
5. Trek de voorkant van het maaidek voorzichtig naar
voren om ervoor te zorgen dat het maaidek is vergrendeld. Het maaidek in de maaistand zetten
1. Houd de voorkant van het maaidek (A) vast met
één hand. Druk het maaidek in de richting van het product.
880 - 012 - 29.05.20252. Trek aan de vergrendelingshendel (B) met uw
andere hand om de vergrendelde stand van het maaidek te deactiveren.
3. Klap het maaidek (C) in tot het zich op grondniveau
4. Trek aan de vergrendelingshendel en duw het
maaidek in de richting van het product totdat het stopt.
5. Duw de vergrendelingshendel omlaag.
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
1. Zorg ervoor dat de bandenspanning in de banden
correct is. Zie Technische gegevens op pagina 137
2. Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
3. Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
4. Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.
5. Meet de afstand tussen de bodem en de voorste
en achterste rand van het maaidek. Zorg dat de achterkant 4-6 mm (1/5") hoger is dan de voorkant. De uitlijning van het maaidek afstellen
1. Parkeer het product op een harde, vlakke
3. Plaats de hendel voor gewichtsoverdracht omlaag.
4. Zet de hefhendel naar achteren en hef het maaidek
in de transportstand om hefondersteuning in te schakelen.
5. Beweeg de hefhendel naar voren en breng het
maaidek omlaag in de maaistand.
6. Zet de maaihoogtehendel in de onderhoudsstand.
7. Verwijder het gaffelscharnier op de voorkant
van de hoogteafstellingsbeugel. Verplaats de hoogteafstellingsbeugel naar de zijkant.
880 - 012 - 29.05.2025
1258. Draai de borgmoeren op de hefsteun los.9. Draai de stelmoer op de hefsteun om de lengtevan de hefsteun aan te passen. Maak langer omde achterrand van de afdekking omhoog te zetten.Maak korter om de achterrand van de afdekkingomlaag te zetten.10. Draai de borgmoeren op de hefsteun vast wanneerde lengte van de hefsteun correct is.11. Draai de borgmoer (A) op het gaffelscharniervan de hoogteafstellingsbeugel los. Draai hetgaffelscharnier (B) op de hoogteafstellingsbeugel omde lengte van de hoogteafstellingsbeugel aan tepassen. Zorg ervoor dat de gaffelscharnieren zijnuitgelijnd met de juiste opening op het frame van hetmaaidek.
Let op: De 2 uiteinden van dehoogteafstellingsbeugel hebben elk eengaffelscharnier. U krijgt hetzelfde resultaat, ongeachtwelk gaffelscharnier u afstelt.12. Gebruik de middelste opening (A) in het frame vanhet maaidek.
13. Draai de borgmoer op de hoogteafstellingsbeugelwanneer de lengte van de hoogteafstellingsbeugelcorrect is.14. Plaats de maaihoogtehendel naar maaihoogtestand
15. Verwijder de rechtervoetplaat. Zie
De rechter voetplaat verwijderen en monteren op pagina 120
16. Maak de borgmoer (A) van de rekschroef van demaaihoogteketting los.
880 - 012 - 29.05.202517. Draai de stelschroef (B) op de maaihoogtekettingtotdat het lagerwiel (C) de hendel (D) raakt.
18. Draai de borgmoer op de rekschroef vast.19. Controleer de uitlijning. Zie
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 125
20. Breng de rechtervoetplaat aan.
Verwijderen van de BioClip-plug
- Verwijder de BioClip-plug om het Combi-maaidekom te schakelen van BioClip naar uitworp aan deachterzijde. Verwijder de BioClip-plug en bevestig deze op het maaidek Combi 103, Combi 112, Combi
1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand. Zie
Het maaidek in de onderhoudsstand zetten op pagina
2. Verwijder de 3 schroeven die de BioClip-plug op zijnplaats houden en verwijder de plug.3. Breng 1 M8x15 mm schroef aan in de bovensteschroefopening voor de BioClip-plug om schade aande schroefdraad te voorkomen.4. Zet het maaidek in de maaistand.5. Voer de procedure in omgekeerde volgorde uit omde BioClip-plug te bevestigen. De messen inspecteren OPGELET: Beschadigde of onjuistgebalanceerde messen kunnen schadeaan het product veroorzaken. Vervangbeschadigde messen. Laat botte messenslijpen en balanceren door een Husqvarnaservicedealer.1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.2. Controleer de messen visueel op beschadigingen enof het nodig is om ze te slijpen.3. Draai de mesbouten vast met een aanhaalmomentvan 75-80 Nm. Messen vervangen
1. Zet het maaidek in de onderhoudsstand.2. Zet het mes vast met een houten blok (A).
3. Draai de bout (B) van het mes los en verwijder debout samen met de sluitringen (C) en het mes (D).4. Monteer het nieuwe mes met de schuine uiteinden inde richting van het maaidek. WAARSCHUWING: Het gebruikvan een onjuist type mes kan ertoeleiden dat objecten uit het maaidekgeworpen worden en ernstig letselveroorzaken. Gebruik alleen messendie worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 137
5. Bevestig het mes, de ring en de bout. Draai de boutvast met een aanhaalmoment van 75-80 Nm.
Het motoroliepeil controleren
1. Parkeer het product op een vlakke ondergrond enschakel de motor uit.2. Open de motorkap.880 - 012 - 29.05.2025
1273. Maak de peilstok los en trek hem eruit.
6. Maak de peilstok los, trek hem eruit en lees het
7. Het oliepeil moet tussen de markeringen op de
voor de soorten motorolie die door ons worden aanbevolen.
9. Zet de peilstok goed vast voordat u de motor
start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals. De motorolie verversen en het oliefilter vervangen Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1–2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen. WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1–2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt. WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
1. Plaats een bak onder de olieaftapplug aan de
linkerkant van de motor.
5. Bevestig de olieaftapplug en draai deze vast.
6. Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.
7. Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter
in met een beetje verse motorolie.
8. Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u
het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
voor de soorten motorolie die door ons worden aanbevolen.
11. Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op
die het nieuwe oliefilter opneemt. Het transmissieoliepeil controleren WAARSCHUWING: Controleer de transmissieolie wanneer de transmissie is afgekoeld.
1. Verwijder de twee schroeven en verwijder de
2. Zorg dat het oliepeil in de transmissieolietank tussen
de twee horizontale lijnen op de tank staat. Min Max
3. Vul motorolie bij als het oliepeil onder de onderste
lijn staat, maar vul nooit bij tot boven de bovenste lijn. Raadpleeg Technische gegevens op pagina 137 voor aanbevolen olie. Smering, algemene informatie
- Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machine tijdens het smeren onbedoeld gaat draaien.
- Reinig het gebied voordat u een onderdeel op het product smeert.
- Gebruik olie bij het smeren met een oliekan.
- Gebruik bij het smeren met vet een chassis- of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig vet na het smeren.
- Smeer twee keer per week als u het product dagelijks gebruikt.
- Vermijd het morsen van smeermiddel op de aandrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maak dan schoon met alcohol. Als de wrijving tussen de aandrijfriem en de poelie niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, vervang dan de aandrijfriem. OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfriemen te reinigen. De gaskabel, chokekabel en lagers van de hendels smeren
3. Smeer de vrije uiteinden van de kabels, inclusief de
uiteinden bij de motor, met motorolie.
4. Zet de gashendel, chokehendel en hendels voor het
maaidek in hun eindstanden en smeer de kabels opnieuw.
880 - 012 - 29.05.2025
1295. Smeer de verbindingen, vergrendelingen, lagers en ketting van de hendels voor het maaidek met motorolie.
2. Smeer de kettingen (A) in de frametunnel met
motorolie of een kettingspray.
3. Smeer de poelieassen (B) voor de stuurdraad met
linker zijkap. Zie De afdekking van de frametunnel verwijderen en monteren op pagina 120
de uiteinden van de parkeerremkabel.
3. Smeer de uiteinden van de parkeerremkabel met
4. Trap drie keer het parkeerrempedaal in en smeer de
parkeerremkabel opnieuw.
De riemspanner smeren De riemspanner moet regelmatig worden gesmeerd met een hoogwaardig smeervet op basis van molybdeen- disulfide.
1. Verwijder de onderste riemkap. Zie
De onderste riemkappen verwijderen op pagina 120
2. Smeer met een vetspuit via de nippel aan de
rechterkant, onder de onderste poelie. Smeer totdat er vet uit de achterzijde van de nippel komt.
3. Bevestig de riemkap en draai de 5 schroeven vast.
De riemspanner smeren De riemspanner moet regelmatig worden gesmeerd met een hoogwaardig smeervet op basis van molybdeen- disulfide.
1. Verwijder het maaidek. Zie
Het maaidek verwijderen op pagina 112
3. Installeer het maaidek.
De hefmechanismen van de maaihoogte en het maaidek smeren
1. Verwijder het maaidek. Zie
Het maaidek verwijderen op pagina 112
880 - 012 - 29.05.20252. Smeer de verbinding voor de maaideklift (A).
3. Smeer de verbinding voor de maaihoogte(B).4. Zorg ervoor dat de hydraulische cilinder (A) voor dehefarm in de uitgeschoven stand staat.
5. Gebruik een flexibel vetpistool (B) en plaats de slangboven de framebuis (C).6. Bevestig het mondstuk aan de smeernippel ensmeer de hefarm.7. Beweeg de maaihoogtehendel om ervoor te zorgendat de verbindingen gemakkelijk kunnen wordenbewogen.8. Installeer het maaidek. Het maaidek smeren
1. Verwijder het voorblad.2. Smeer de 5 scharnieren (A) met motorolie.
3. Smeer met een smeerpistool via de nippel op delagers van het zwenkwiel voor het maaidek (B).Smeer totdat er vet uit de achterzijde van de nippelkomt. Probleemoplossing Probleemoplossingsschema Als u in deze bedieningshandleiding geen oplossingvoor uw probleem kunt vinden, neem dan contact opmet uw Husqvarna servicedealer.Probleem OorzaakDe startmotor laat de motor nietaanslaanDe parkeerrem is niet ingeschakeld. Zie De parkeerrem inschakelen en uitscha-kelen op pagina 113 De aandrijving van de messen is ingeschakeld. Zie PTO-knop (aftakas) op pagi-na 100 Er is een zekering doorgebrand. Zie De zekeringen vervangen op pagina 122 De contactsleutel is beschadigd.Slecht contact tussen de kabel en de accu. Zie Veiligheid bij accu's op pagina
De accu is te zwak. Zie De accu opladen op pagina 123 De startmotor is beschadigd.880 - 012 - 29.05.2025 131Probleem Oorzaak De motor start niet wanneer de startmotor de motor laat aan- slaan Geen brandstof in de brandstoftank. Zie Brandstof bijvullen op pagina 112
De bougie is beschadigd. De ontstekingskabel is beschadigd. Vuil in de carburateur of brandstofleiding. De motor loopt niet gelijkmatig De bougie is beschadigd. De carburateur is verkeerd afgesteld. Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina
Vuil in de carburateur of brandstofleiding. De motor produceert nauwelijks vermogen Het luchtfilter is verstopt. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina
De bougie is beschadigd. Vuil in de carburateur of brandstofleiding. De gaskabel is verkeerd afgesteld. De transmissie levert niet genoeg vermogen De koelluchtinlaat van de transmissie of de koelvinnen zijn geblokkeerd. De ventilator van de transmissie is beschadigd. Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Zie Het transmissieo- liepeil controleren op pagina 129
De accu laadt niet De accu is beschadigd. Zie Veiligheid bij accu's op pagina 110
Het product trilt De messen, de poelie of andere draaiende delen zitten los. Zie Onderhoud op pagina 116
Eén of meer messen zijn niet goed uitgebalanceerd. Zie De messen inspecteren op pagina 127
De motor zit los. Het maairesultaat is onvoldoende De messen zijn bot. Zie Messen vervangen op pagina 127
Het gras is lang of nat. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 115
Het maaidek is beschadigd en niet parallel aan de grond. Gras verstopt het maaidek. Zie Product reinigen op pagina 118
Het product rijdt met te hoge rijsnelheid. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina 115
Het motortoerental is te laag. Zie Een goed maairesultaat verkrijgen op pagina
De aandrijfriem raakt los van de poelies. 132 880 - 012 - 29.05.2025Display - Probleemoplossing Symbool Naam Wordt weergegeven op het display Geluid Oorzaak Hellingsindicator Het symbool wordt weergegeven.
U bedient het product in een hel- ling >10°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 108
Het symbool knip- pert.
U bedient het product in een hel- ling >15°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 108
Indicator van de temperatuur van de transmissieolie Het symbool wordt weergegeven. 1 lang geluid. De temperatuur van de transmis- sieolie is te hoog. Het symbool knippert snel.
Neem contact op met uw Husq- varna servicedealer. Oliedruksensor Het symbool wordt weergegeven. 1 lang geluid. Oliedruk laag. Zie Het motorolie- peil controleren op pagina 127
Indicator accuniveau Het symbool wordt weergegeven. 1 lang geluid. Lage spanning. Zie De accu op- laden op pagina 123
Indicator maaidek Het symbool knip- pert. 5 korte geluiden. Het maaidek is niet bevestigd en de PTO-knop is ingedrukt. Zie Het maaidek bevestigen op pagi- na 111
Indicator PTO-knop Het symbool wordt weergegeven.
PTO-knop ingedrukt. Zie Bedrijfs- omstandigheden op pagina 107
Het symbool knip- pert. Onjuiste startprocedure. Zie Be- drijfsomstandigheden op pagina
Het symbool knippert snel. Beschadigde PTO-knop. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. Indicator parkeerrem Het symbool wordt weergegeven.
De parkeerrem is ingeschakeld. Zie Parkeerrem op pagina 108
Het symbool knip- pert. Onjuiste startprocedure. Zie Be- drijfsomstandigheden op pagina
Het symbool knippert snel. Beschadigde parkeerrem. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer. Indicator OPC Het symbool knip- pert. 5 korte geluiden. Microschakelaar stoel uitgescha- keld als u probeert de motor te starten. Zie Bedrijfsomstandighe- den op pagina 107
Het symbool knippert snel.
Beschadigde microschakelaar stoel. Neem contact op met uw Husqvarna servicedealer.
880 - 012 - 29.05.2025 133Symbool Naam
Wordt weergegeven op het display Geluid Oorzaak Gewichtsoverdracht Het symbool wordt weergegeven.
Hendel voor gewichtsverplaat- sing is uitgeschakeld. Indicator onderhoud Het symbool wordt weergegeven. 5 korte geluiden. Onderhoud is nodig. Neem con- tact op met uw Husqvarna servi- cedealer. Brandstofmeter Het symbool wordt weergegeven. 1 kort ge- luid. Weinig brandstof. Zie Brandstof bijvullen op pagina 112
Let op: De symbolen en de posities van de symbolen op het display kunnen verschillend zijn, afhankelijk van het model. Vervoer, opslag en verwerking Transport
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Hijs het product niet op. De transportogen zijn geen goedgekeurde hijspunten en zijn uitsluitend bedoeld om het product veilig aan een aanhanger te bevestigen.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
- Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg. Het product veilig vastzetten op een aanhanger Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Zie Veiligheid op pagina 105
WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte. Uitrusting: 2 goedgekeurde banden en 4 wigvormige wielkeggen.
1. Plaats het product in het midden van de laadruimte.
WAARSCHUWING: Laat bij transportvoertuigen met een kap het product afkoelen voordat u het product onder de kap plaatst.
2. Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product
boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.
880 - 012 - 29.05.20254. Vergrendel het product met de Husqvarna Connect-
6. Verwijder alle losse voorwerpen.
7. Bevestig de eerste sjorband via het achterste frame
8. Trek de band naar achteren vast.
9. Bevestig de tweede sjorband door het transportoog.
10. Bevestig de sjorband aan de laadruimte.
11. Trek de riem aan de richting de voorkant van de
12. Plaats de wielkeggen voor en achter de
achterwielen. Het product slepen Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snelheid slepen. Ontkoppel de transmissie voordat u het product sleept. Zie In- en uitschakelen van het aandrijfsysteem op pagina 114
Opslag Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen. Als u de brandstof langer dan 30 dagen in de tank laat zitten, kunnen kleverige deeltjes verstopping in de carburateur veroorzaken. Dit heeft een negatief effect op de werking van de motor. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Bij gebruik van alkylaatbenzine is toevoegen van een stabilisatiemiddel niet nodig. Als u standaard benzine gebruikt, ga dan niet over op het gebruik van alkylaatbenzine. Hierdoor kunnen kwetsbare rubberen onderdelen hard worden. Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft. Laat de motor minstens 10 minuten draaien nadat u het stabilisatiemiddel heeft toegevoegd om te zorgen dat het stabilisatiemiddel ook de carburateur bereikt. WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Er is gevaar voor brand als brandstofdampen dicht bij open vuur, vonken of waakvlammen zoals die van boilers, heetwatertanks of wasdrogers komen. WAARSCHUWING: Verwijder gras, bladeren en andere brandbare materialen van het product om het risico van brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina
. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem volledig op en berg hem op een koele plaats op. De accu moet worden bewaard bij temperaturen boven het vriespunt, maar lager dan 10°C, voor een optimale levensduur.
- Laad de batterij elke zes maanden op of als de spanning onder 12,55 V komt.
- Ververs de motorolie en voer de afgewerkte olie af.
- Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat die draaien tot de carburateur leeg is. Let op: Leeg de brandstoftank en de carburateur niet als u een stabilisatiemiddel aan de tank heeft toegevoegd.
880 - 012 - 29.05.2025 135• Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel
motorolie in elke cilinder. Draai de motoras om de olie aan te brengen en breng de pluggen weer aan.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
- Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer. Afvoer
- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicedealer of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt. 136 880 - 012 - 29.05.2025Technische gegevens Technische gegevens R 418TsX AWD R 420TsX AWD Afmetingen Zie Productafmetingen op pagina 140
Het aangegeven nominale vermogen van de motor heeft betrekking op het gemiddelde nettovermogen (bij het opgegeven toerental) van een typische productiemotor voor het betreffende motormodel, gemeten volgens de SAE-norm J1349/ISO1585. In massa geproduceerde motoren kunnen een afwijkende waarde geven. Het werkelijk geleverde vermogen van de geïnstalleerde motor in het product hangt af van de bedrijfssnelheid, de omgevingscondities en andere waarden.
Gebruik motorolie van kwaliteit API SJ of hoger. Als SAE-30 olie wordt gebruikt bij een temperatuur lager dan +5 °C bestaat het risico dat de motor niet voldoende wordt gesmeerd. Dit kan leiden tot schade aan de motor. Zie Motorolie verversen op pagina 16 voor de juiste olie voor lage temperaturen. Zie het viscositeitsoverzicht in de handleiding van de motor (indien aanwezig) en selecteer de beste viscositeit op basis van de verwachte buitentemperatuur.
R 418TsX AWD R 420TsX AWD Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) Combi 103 84 84 Combi 112 83 82 Combi 122 - 87
Gebruik Husqvarna SAE 10W-30-transmissieolie voor de beste prestaties. Als er geen Husqvarna-olie be- schikbaar is, gebruikt u 10W-30 STOU-olie. De nieuwe classificatie is API GL-4 standard.
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
Geluidsdrukniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,2 dB (A). 138 880 - 012 - 29.05.2025R 418TsX AWD R 420TsX AWD Trillingsniveau
0,29 0,15 Maaidek Combi 103 Combi 112 Combi 122 Maaibreedte, mm 1030 1120 1220 Maaihoogte, mm 25-75 25-75 25-75 Gewicht, kg 63 66 73 Bladlengte, mm 388 420 454 Mes Artikelnummer 504 19 04-10 544 10 27-10 535 42 94-10 WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze handleiding. Radiofrequentiegegevens R 418TsX AWD R 420TsX AWD Frequentiebereik, MHz 2402-2480 2402-2480 Uitgangsvermogen
Trillingsniveau volgens EN ISO 5395. De gerapporteerde gegevens voor het trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 0,2 m/s
Afmetingen, mm. A 348 F 2066 K 723 B 749 G 2116 L 927 C 958 H Combi 103: 1081 Combi 112: 1178 Combi 122: 1275 M 760 D 409 I Combi 103: 2420 Combi 112: 2419 Combi 122: 2519 N 964 E 1178 J 227 Service Service Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen. Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer. Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
880 - 012 - 29.05.2025 141Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product: Beschrijving Zitmaaier Merk Husqvarna Type/model R 418TsX AWD, R 420TsX AWD Identificatie Serienummers vanaf 2024 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektro- nische apparatuur" en dat de volgende normen en/of technische specificaties zijn toegepast: EN ISO 12100:2010, EN ISO 5395-1:2013/A1:2018, EN ISO 5395-3:2013/
A1:2017/A2:2018, EN ISO 14982:2009, ETSI EN 300
328 V2.2.2, ETSI EN 300 489-1 V2.2.3, ETSI EN 300 489-17 V3.2.4, EN IEC 63000:2018. Aangemelde instantie: 0404, SMP Svensk Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå heeft ook de conformiteit geverifieerd met bijlageVI van de richtlijn2000/14/EG van de Raad. Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 137
Huskvarna, 2025-01-17 Claes Losdal, Development Manager/Garden Products, Husqvarna AB Verantwoordelijk voor technische documentatie Geregistreerde handelsmerken Het Bluetooth
-woordmerk en de logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, inc. en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.
Notice-Facile