TS 348XD - Tuintractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TS 348XD HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TS 348XD HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tuintractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TS 348XD - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TS 348XD van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING TS 348XD HUSQVARNA
Lees deze instructies aandachtig en zorg dat u ze begrijpt voordat u deze ma chine gebruikt.

Wij houden ons het recht voor om veranderingen aan te brengen zonder voorafgaande mededeling.
Manufactured By
Husqvarna AB
SE-561 82
Huskvarna, Sweden
- Lees de instructies aandachtig. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine.
- Laat kinderen of mensen die niet bekend zijn met de instructies, de maaimachine niet gebruiken. Het is mogelijk dat plaatselijke voorschriften een beperking stellen aan de leeftijd van de bestuurder.
- Maai nooit terwijl mensen, vooral kinderen, of huisdieren in de buurt zijn.
- Bedenk dat de bestuurder of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of risico's die andere mensen of hun eigendommen kunnen overkomen.
- Geen passagiers vervoeren.
- Alle bestuurders dienen vakkundige instructies te ontvangen. Bij dergelijke instructies dient de nadruk te worden gelegd op:
- de noodzaak voor aandacht en concentratie bij het werken met zittrekkers;
- een zittrekker die op een helling wegglijdt, kan niet onder controle worden gehouden door te remmen.
De hoofdredenen voor besturingsverlies zijn:
a) onvoldoende houvast;
b) te snel rijden;
c) ontoereikend remmen;
d) het soort machine is niet geschikt voor de taak;
e) gebrek aan kennis van het effect van bodemcondities, vooral hellingen;
f) verkeerd vastkoppelen en verkeerde verdeling van de lading.
II. VOORBEREIDING
- Inspecteer om brandgevaar te voorkomen, of er afvalophopingen zijn bij de tractor, de maaier en achter alle beveiligingen en verwijder die – voor het gebruik, als u brandstof tankt en aan het einde van iedere maaisessie.
- Draag tijdens het maaien altijd stevige schoenen en een lange broek. Gebruik de ma chine niet blootsvoets of terwijl u open sandalen draagt.
- Inspecteer de plek waar de machine zal worden gebruikt, grondig en verwijder alle voorwerpen die door de ma chine kunnen worden weggeslingerd.
-
WAARSCHUWING - Benzine is licht ontvlambaar.
-
Bewaar brandstof in blikken die speciaal voor dat doel zijn bestemd.
- Tank alleen buiten en rook niet tijdens het tanken.
- Tank voordat u de motor start. Draai de dop nooit van de benzinetank af of tank nooit terwijl de motor draait of heet is.
- Als benzine is gemorst, probeer de motor dan niet te starten maar haal de machine van de plaats vandaan waar u benzine heeft gemorst en zorg dat u geen ontstekingsbron teweeg brengt totdat de benzinedampen zijn verdreven.
- Draai de dop van alle brandstoftanks en -blikken weer goed vast.
• Vervang defecte geluiddempers.
- Inspecteer vóór het gebruik altijd of de messen, mesbouten en maai-inrichting niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en bouten in sets om het evenwicht in stand te houden.
- Op machines met meerdere messen dient u eraan te denken dat het draaien van één mes andere messen kan doen draaien.
III. BEDIENING
- Laat de motor niet draaien in een besloten ruimte waar gevaarlijke koolmonoxydedampen zich kunnen verzamelen.
- Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
- Voordat u de motor gaat starten, moet u alle meshulpstukkoppelingen uitschakelen en naar de vrijloop schakelen.
- Gebruik de trekker niet op hellingen van meer dan 15°.
- Vertrouw niet op de kantelindicator om te zien wanneer de helling steiler is dan de maximaal aanbevolen bedieningshoek van 15°.
- Denk eraan dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Bij het rijden op hellingen met gras dient men extra voorzichtig te zijn. Zo zorgt u ervoor dat de trekker niet omslaat:
-
stopen start niet plotseling bij hetop- of afrijden van een helling.
-
schakel de koppeling langzaam in, houd de machine altijd in de versnelling, vooral bij het afrijden van een heuvel;
- de snelheid van de machine dient op hellingen en in scherpe bochten laag te worden gehouden;
- kijk uit voor bulten en kuilen en andere verborgen gevaren.
- maai nooit dwars op de helling tenzij de maaier voor dit doel is ontworpen.
- Wees voorzichtig bij het trekken van ladingen of het gebruik van zwaar materieel.
- Gebruik alleen goedgekeurde aanhaakpunten voor een trekstang.
- Beperk de lading tot hetgeen u veilig kunt hanteren.
- Maak geen scherpe bochten. Wees voorzichtig bij achteruit rijden.
- Gebruik contragewicht(en) of wielgewichten wanneer dat in de handleiding wordt aangeraden.
- Kijk uit voor het verkeer wanneer u de weg oversteekt of zich nabij een weg bevindt.
- Stop de messen voordat u andere oppervlakken dan gras oversteekt.
- Voer bij het gebruik van hulpstukken het materiaal nooit af in de richting van omstanders en laat niemand in de buurt van de machine komen terwijl deze in bedrijf is.
- Gebruik de maaimachine nooit met defecte beschermkappen en schermen of zonder beveiligingsinrichtingen ophun plaats.
- Verander de instelling van de motorregelaar niet en laat de motor niet met te hoge toeren draaien. Als de motor met te hoog toerental draait, kan het risico van lichamelijk letsel groter worden.
-
Voordat u de bestuurdersstoel verlaat:
-
de aftakas uitschakelen en de hulpstukken neerlaten;
- naar de vrijloop schakelen en de parkeerrem inschakelen;
- de motor stoppen en de sleutel verwijderen.
- Schakel de aandrijving naar de hulpstukken uit, stop de motor en maak de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltje,
- voordat u opgehoopt materiaal weghaalt of een verstopte afvoer leeg maakt;
- voordat u de maaimachine controleert, schoonmaakt of eraan werkt;
- nadat u een ongewenst voorwerp heeft geraakt. Inspect-eer de maaimachine op schade en voer reparaties uit voordat u de machine weer start en gebruikt;
- als de machine abnormaal begint te trillen (onmiddellijk controleren).
-
vor dem Entfernen von Verstopfungen aus dem Mähwerk oder dem Auswurf;
-
Schakel de aandrijving naar de hulpstukken uit tijdens transport of als ze niet worden gebruikt.
- Stop de motor en schakel de aandrijving naar het hulpstuk uit, - Voordat u tankt;
- voordat u de opvangzak verwijdert;
- voordat u de hoogte verstelt tenzij de hoogte vanuit de bestuurdersplaats kan worden ingesteld.
- Minder gas tijdens het uitlopen van de motor, en als de motor met een afsluitklep is uitgerust, moet u de brandstoftoevoer aan het einde van het maaien afsluiten.

WAARSCHUWING: KINDEREN KUNNEN VERWOND WORDEN DOOR DEZE APPARATUUR. De American Academy of Pediatrics adviseert dat kinderen minimaal 12 jaar moeten zijn voordat ze een lopend bediende gazonmaaier gebruiken en minimaal 16 jaar moeten zijn voordat ze een rijdende gazonmaaier gebruiken.
- Bij het laden of ontladen van de machine mag de maximaal aanbevolen bedieningshoek van 15° niet worden overschreden.
- Draai een geschikte persoonlijke beschermingsuitrusting (Personal Protective Equipment, PPE) tijdens het gebruik van deze machine, inclusief (minimaal) stevige schoenen, een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Maai niet met laag schoeisel en/of schoeisel met open tenen.
- Trillingsniveaus vermeld in deze handleiding zijn niet aangepast voor blootstelling van de werknemer aan trillingen. Werkgevers dienen de waarden overeenkomstig de blootstelling gedurende 8 uur (A(8)) en de limiet voor blootstelling van de werknemer overeenkomstig te berekenen.
- Laat altijd aan iemand weten dat u buiten aan het maaien bent.
IV. ONDERHOUD EN OPSLAG
- Houd alle moeren, bouten en schroeven goed vastgedraaid zodat u er zeker van kunt zijn dat de machine in een veilige bedrijfsstaat verkeert.
- Sla de machine nooit in een gebouw op, waar dampen een open vlam of vonk kunnen bereiken, terwijl zich benzine in de tank bevindt.
- Laat de motor afkoelen voordat u hem in een besloten ruimte opbergt.
- Beperk brandgevaar: houd de motor, geluiddemper, accuruimte en benzine-opslagruimte vrij van gras, bladeren of een overmaat aan smeervet.
- Controleer de opvangzak vaak op slijtage of verwering.
- Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.
- Als de brandstoftank afgetapt moet worden, moet dit buiten worden gedaan.
- Op machines met meerdere messen dient u eraan te denken dat het draaien van één mes andere messen kan doen draaien.
- Wanneer de machine moet worden geparkeerd, opgeslagen of alleen moet worden gelaten, moet de maai-inrichting neergelaten worden tenzij een mechanische vergrendeling wordt gebruikt.

WAARSCHUWING: Maak de bougiekabel altijd los, plaats hem waar hij de bougie niet kan raken teneinde onverhoeds starten te voorkomen tijdens het opstellen, vervoeren, afstellen of uitvoeren van reparaties.
GB Complies with the provisions and current amendments of the Directives and Standards shown in the product performance chart.
* The power rating as declared by the engine manufacturer is the average gross power output at the specified RPM of a typical production engine for the engine model measured using SAE Standards for engine gross power. Please refer to the engine manufacturer for details.
DE Entspricht den Bestimmungen und aktuellen Änderungen der Richtlinien und Normen, die in der Produkt-Leistungstabelle aufgeführt sind.
* Die vom Motorenhersteller angegebene Nennleistung entspricht der durchschnittlichen Bruttoleistung bei einer bestimmten Drehzahl eines typischen Produktionsmotors für dieses Motormodell. Die Messung erfolgte entsprechend der SAE-Norm für die Motor-Bruttoleistung. Weitere Informationen hierzu finden Sie in der Bedienungsanleitung des Motorherstellers.
FR Conforme aux clauses et amendements actuels des directives et des normes indiquées dans le tableau des performances du produit.
* La puissance nominale déclarée par le fabricant du moteur correspond à la puissance brute moyenne au régime spécifié d'un moteur de production typique pour le modèle de moteur mesuré, selon les normes SAE de puissance brute de moteur. Pour plus d'informations, contacter le fabricant du moteur.
ES Cumple las estipulaciones y enmiendas actuales de las directivas y normas que se indican en la tabla de prestaciones del producto.
* La potencia nominal, según lo declara el fabricante del motor, es la salida media de potencia bruta a las RPM especificadas de un motor de serie típico para el modelo de motor, medida según las normas SAE sobre potencia bruta de motor. Para más información, consulte al fabricante del motor.
IT Conforme alle disposizioni e alle modifiche correnti delle direttive e degli standard indicati nella tabella delle prestazioni del prodotto.
* La potenza nominale dichiarata dal costruttore del motore è la potenza lorda media (in corrispondenza del regime specificato) rilevata sul modello di motore in fase di produzione, misurata secondo la normativa SAE relativa alla potenza lorda del motore. Per i dettagli consultare il costruttore del motore.
NL Voldoet aan de bepalingen en huidige amendementen van de Richtlijnen en Standaards weergegeven in de product-prestatietabel.
* Het door de motorfabrikant aangegeven nominale vermogen is het gemiddelde brutovermogen bij het gespecificeerde toerental van een typische productiemotor voor het motormodel, gemeten volgens SAE-norm voor brutomotorvermogen. Raadpleeg voor details alstublieft de motorfabrikant.
Notified Body
SNCH
Uw nieuwe zitmaaier is uitgerust met draadloze Bluetooth®-technologie en kan samen met Husqvarna Connect* worden gebruikt. Download de gratis app in de App Store of bij Google Play en benut alle mogelijkheden van uw zitmaaier (en andere Husqvarna-producten die draadloze Bluetooth-technologie ondersteunen)!
Registreer uw zitmaaier in de Husqvarna Connect-app door de QR-code te scannen, te koppelen met Bluetooth of door het serienummer in te voeren en krijg toegang tot meer functies:
- Een vergrendel-/ontgrendelfunctie om onbevoegd gebruik te voorkomen
- Een verbeterd informatiedisplay voor de zitmaaier
- Handige controle over en hulp met de onderdelen en het onderhoud van uw zitmaaier
- En nog veel meer!
*De beschikbaarheid is momenteel beperkt tot bepaalde markten, maar de app zal binnenkort wereldwijd beschikbaar zijn.
NL Het woordmerk en de logo's van Bluetooth® zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, Inc. en het gebruik van deze merken door Husqvarna Consumer Outdoor Products N.A., Inc. vindt plaats onder licentie. Andere handelsmerken en handels- namen zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.
De Bluetooth® op dit apparaat werkt op frequentieband(en) 2400 MHz tot 2482 MHz in stappen van 2 MHz. De Bluetooth® heeft bij elk van de opgegeven frequentiebanden een maximaal zendvermogen van 0 dBm.

Procedure di Operazioni Sicure. Readpleeg de handeiding voor
adapieeg de handeling voor Voilings gebruikansproducus

Risk of fire
de ophoping van afval.

MOWER LIFT
MÄHWERKHUB
RELEVAGE DE L'UNITÉ DE COUPE
WAARSCHUWING: Lees de handleiding van de motor –
Brandgevaar – Giftige dampen of gassen

VOORZICHTIG: Gevaar voor beknelling van vingers of handen – riemaandrijving


Afzonderlijke onderdelen
Voordat de traktor gebruikt kan worden, moeten sommige onderdelen worden gemonteerd, die vanwege het trans port apart verpakt zijn in de emballage.
| [2507] | [WAGC] | ![]() | ![]() | ![]() | |
| BatteryBatterleBatterieBateriAbatteriaAccu | BoltsBolzenBoulonsPernosBulloniBouten | NutsMutternÉcrousTuercasDadiMoeren | Oil Drain TubeÖlablassleitungBouchon de vidange d’huileTubo de drenaje del aceiteTubo di scarico olioOlieaftapslang | KeysSchlüsselClésLlavesChiaviSleutels | Slope SheetHang-BlattTôle inclinéeHoja de pendientesFoglio inclinatoHellingsschema |
| *Installed By Dealer*Vom Fachhändler installiert*Posé par le concessionnaire*Instalado por el distribuidor*Installati dal rivenditore*Geinstalleerd door de dealer | *Brush Guard Kit*Bürstenschutzkit*Kit de protection des balais*Kit del protector de escobillas*Kit di protezione spazzole*Borstelbeschermingskit | ||||

Stel de stoel af alvorens de afstelknop vast te draaien.
- Scharnier de zitting (1) omhoog en verwijder deze van het apparaat. Verwijder het karton en verpakkingsschuim en gooi het weg.
- Haal de knop, schotelring, drie bouten en ringen uit de zak met onderdelen.
- Scharnier de zitting (2) naar voren en breng de drie bouten (3) en ringen (4) aan. Zet ze stevig vast.
- Zet de afstelknop (5) en de schotelring (6) losjes vast. Draai niet te strak aan.
DE STOEL AFSTELLEN
- Laat de stoel in de bedieningsstand zakken en ga op de stoel zitten.
- Schuif de stoel totdat een comfortabele stand is bereikt en u het koppelings-/rempedaal helemaal kunt intrappen.
- Ga van de stoel af zonder de stand te wijzigen.
- Breng de stoel omhoog en draai de afstelknop stevig vast.
VERTICALE AFSTELLING STOEL
De stoel bevindt zich af fabriek in de bovenste positie (7) en kan voor kleinere gebruikers naar de onderste positie (8) worden verplaatst.
AFSTELLEN
- Verwijder de moeren (9) en de bouten (10).
- Plaats de zitting in de onderste positie.
- Breng de bouten en moeren opnieuw aan en haal ze aan met 20-27 Nm.
- Raadpleeg "DE STOEL AFSTELLEN" voor de laatste afstelling van de stoel.
2

Controleer of de snoer correct is aangesloten op deveiligheidsschakelaar (1), op de houder van de zitting.

NL N.B.: Als deze accu na de maand en het jaar, aangegeven op het etiket, in bedrijf wordt genomen, laad de accu dan minstens één uur op met 6-10 A.
Open de klepjes over de accupolen, verwijder de bescher- mdoppen van de polen en gooi ze weg. Sluit eerst de rode kabel aan op (+) en daarna de zwarte aard-kabel op (-). Schroef de kabels vast. Smeer de accukabels met vaseline om corrosie te voorkomen.

Stelwielen zijn goed afgesteld als ze iets van de grond staan terwijl de maaier op de gewenste maaihoogte in de werkstand staat. Stelwielen zorgen dan dat het dek in de juiste positie blijft en schrapen op de meeste soorten terrein wordt voorkomen.
- Stel de loopwielen af terwijl de maaier op een vlakke ondergrond staat.
- Stel de gewenst maaihoogte in.
- Stel de stelwielen zodanig af dat ze iets van de grond staan terwijl de maaier op de gewenste maaihoogte staat. Breng het stelwiel in de juiste opening aan en bevestig stevig met de borstbout en borgmoer.
-
Herhaal deze stappen aan de andere zijde om het stelwiel in dezelfde opening te installeren.
-
Functional description. 3. Funktionsbeschreibung.
-
Description du fonctionnement.
-
Descripción del funcionamiento. 3. Funzionamento.
-
Beschrijving van functies

De plaats van de bedieningsorganen
- Schakelaar verlichting
- Gashendel
- Rem- en koppelingspedaal
- Vooruitrijpedaal/Pedaal achteruitrijden
- Aan en uitschakeling van de maaikast
- Snelle verhoging/verlaging van maaikast
- Stuurslot/contact
- Parkeerrem
- Aan-en uitschakeling van vrijwiel
- Brandstofmeter
- Ledindicator
- Schakelaar voor differentieelslot

text_image
1 01342GB 1. Light switch
DE 1. Lichtschalter
FR 1. Interrupteur des phares
ES 1. Interruptor de alumbrado
IT 1. Interruttore luci
NL 1. Schakelaar verlichting

text_image
2Met de gasregelaar wordt het toerental van de motor geregeld en daardoor ook de rotatiesnelheid van de messen.


text_image
3
3. Brake Pedal
Gebruikt om de tractor te remmen en om de motor te starten.

text_image
4 8
4. Vooruitrijpedaal/Pedaal achteruitrijden
De richting en snelheid tijdens het rijden wordt bepaald door de vooruitrij- en acheruitrijpedalen.

text_image
5GB 5. Attachment clutch switch
DE 5. Ein und Ausschalten des Mähaggregats
FR 5. Commande d'embrayage et de débrayage du carter de coupe
ES 5. Acoplamiento y desacoplamiento de la unidad de corte
IT 5. Leva inserimento tagliaerba
NL 5. Aan en uitschakeling van de maaikast

text_image
6Breng de hendel naar achteren om de maaikast snel te doen verhogen bij het passeren van oneffenheden in het gazon. Bij transport dient de maaikast in zijn hoogste stand te staan. Zet de hendel achteruit, totdat deze vergrendeld is.
NL 7. Stuurslot/contact
De contactsleutel heeft vier verschillende standen:
OFF Alle elektrische stroom uitgeschakeld
ROS ON Systeem voor achteruit (ROS) aangesloten
ON De elektrische stroom ingeschakeld
START Startmotor ingeschakeld
Systeem voor achteruit (ROS) – Maakt het mogelijk het ma- aierdek te gebruiken of een ander aangekoppeld apparaat dat elektrisch wordt aangedreven als men achteruit rijdt (Zie sectie 5 - "Rijden").
WAARSCHUWING!
Laat nooit de sleutel in het contact zitten, wanneer de machine zonder toezicht wordt achtergelaten.

Schakel de parkeerrem in als volgt:
- Druk de rempedaal in tot op de bodem.
- Breng de parkeerremhendel naar boven en houdt hem in deze stand.
- Laat de rempedaal los.
Om de parkeerrem vrij te maken, behoeft u alleen de rempedaal in te drukken.

text_image
9NL 9. Aan-en uitschakeliong van vrijwiel
Om de tractor te trekken of te verplaatsen zonder de hulp van de motor, moet de vrijwielbedieningsknop worden uitgetrokken.

text_image
E F 20NL 20. Brandstofmeter - Geeft brandstofniveau aan.

text_image
21 5 4 3 6 1 2 (P) (b)GB 21. LED Indicator
Uw zitmaaier heeft meerdere ingebouwde sensoren ter ondersteuning van de werking en om de machine in goede conditie te houden. De ledindicator informeert de bestuurder over de status van enkele ingebouwde sensoren.
- Kantelen – het kantelpictogram brandt wanneer de ingebouwde versnellingsmeter detecteert dat de zitmaaier op een helling van meer dan 15 graden staat. Als de helling groter is dan of gelijk is aan 30 graden, gaat het pictogram branden en schakelt de zitmaaier de messen proactief uit. Als de helling groter is dan of gelijk is aan 60 graden, gaat het pictogram branden en schakelt de zitmaaier de motor proactief uit.
- PTO – het PTO-pictogram brandt wanneer de PTO-schakelaar is ingeschakeld.
- Bluetooth® – het Bluetooth-pictogram brandt wanneer de zitmaaier is verbonden met een apparaat met draadloze Bluetooth-technologie, zoals een mobiele telefoon of tablet.
- Accu – het accupictogram brandt wanneer de accuspanning lager is dan 12,4 V. Het gaat ook branden als de accuspanning hoger is dan 15,0 V.
- Oliedruk – het oliedrukpictogram brandt wanneer de oliedrukschakelaar een lage oliedruk detecteert in de motor.
- Parkeerrem – het parkeerrempictogram brandt wanneer de parkeerrem is ingeschakeld.
WAARSCHUWING: Rijd nietheuvelopwaartsofheuvelafwaarts op hellingen van meer dan 15 graden en rijd niet dwars op hellingen. Vertrouw niet op de kantelindicator om te zien of de maximale hellingwaarden worden overschreden. De kantelindicator is een secundair waarschuwingssysteem om de bestuurderservaring verder te verbeteren.
Deze zitmaaier is uitgerust met een zoemer die een hoorbaar geluid afgeeft om de bestuurder te wijzen op de ledindicator wanneer een storing optreedt. Het bijbehorende pictogram gaat branden om u te informeren over de huidige storing. Raadpleeg de tabel als referentiegids voor de zoemer:
Uw zitmaaier heeft meerdere ingebouwde sensoren ter ondersteuning van de werking en om de machine in goede conditie te houden. De ledindicator informeert de bestuurder over de status van enkele ingebouwde sensoren.
- Kantelen – het kantelpictogram brandt wanneer de ingebouwde versnellingsmeter detecteert dat de zitmaaier op een helling van meer dan 15 graden staat. Als de helling groter is dan of gelijk is aan 30 graden, gaat het pictogram branden en schakelt de zitmaaier de messen proactief uit. Als de helling groter is dan of gelijk is aan 60 graden, gaat het pictogram branden en schakelt de zitmaaier de motor proactief uit.
- PTO—het PTO-pictogram brandt wanneer de PTO-schakelaar is ingeschakeld.
- Bluetooth® – het Bluetooth-pictogram brandt wanneer de zitmaaier is verbonden met een apparaat met draadloze Bluetooth-technologie, zoals een mobiele telefoon of tablet.
- Accu – het accupictogram brandt wanneer de accuspanning lager is dan 12,4 V. Het gaat ook branden als de accuspanning hoger is dan 15,0 V.
- Oliedruk – het oliedrukpictogram brandt wanneer de oliedrukschakelaar een lage oliedruk detecteert in de motor.
- Parkeerrem – het parkeerrempictogram brandt wanneer de parkeerrem is ingeschakeld.

WAARSCHUWING: Rijd nietheuvelopwaartsofheuvelafwaarts op hellingen van meer dan 15 graden en rijd niet dwars op hellingen. Vertrouw niet op de kantelindicator om te zien of de maximale hellingwaarden worden overschreden. De kantelindicator is een secundair waarschuwingssysteem om de bestuurderservaring verder te verbeteren.
Deze zitmaaier is uitgerust met een zoemer die een hoorbaar geluid afgeeft om de bestuurder te wijzen op de ledindicator wanneer een storing optreedt. Het bijbehorende pictogram gaat branden om u te informeren over de huidige storing. Raadpleeg de tabel als referentiegids voor de zoemer:
| Zoemer | Pictogram | Betekenis |
| 5 pieptonen | Parkeerrem | Startfout - de parkeerrem moet ingeschakeld zijn om de zitmaaier te kunnen starten. |
| 5 pieptonen | PTO | Startfout - de zitmaaier kan niet worden gestart met PTO ingeschakeld. |
| Continu gedurende 2 seconden | Oliedruk | Waarschuwing lage oliedruk. |
| Continu gedurende 2 seconden | Accu | Waarschuwing lage spanning. |
| 3 pieptonen | Kantelen | Kantellimiet overschreden. |
| 3 pieptonen | Geen | Waarschuwing laag brandstofniveau.Brandstofniveau wordt aangegeven op brandstofmeter. |
| 5 pieptonen | PTO | De ROS-contactschakelaar moet in de ROS-stand staan om te kunnen maaien tijdens achteruitrijden. |
| 5 pieptonen | Bluetooth | De vergrendeling is ingeschakeld en er werd geprobeerd om de zitmaaier te starten. |

text_image
22GB 22. To Use Differential Lock Control
NL 22. Het Differentieelslot Gebruiken
- Om het differentieelslot in te schakelen, stopt u de trekker en duwt u de schakelaar van het differentieelslot in de ingeschakelde stand.
OPMERKING: Het systeem raakt niet beschadigd als u langere tijd rijdt met het differentieelslot ingeschakeld.
LET OP: Om het risico op beschadiging te minimaliseren, moet u voorkomen dat het differentieelslot wordt ingeschakeld terwijl het voertuig in beweging is.
- Rijd de trekker vooruit. Zodra de achterwielen draaien, wordt het differentieelslot ingeschakeld.
OPMERKING: Wanneer het differentieelslot is ingeschakeld, kan de bestuurder opmerken dat gras wordt losgetrokken bij het nemen van bochten.
- Om het differentieelslot uit te schakelen, duwt u de schakelaar van het differentieelslot in de uitgeschakelde stand. Als het differentieelslot niet uitschakelt, kan het helpen om met de machine van links naar rechts te sturen.
4. Before starting. 4. Vor dem Start.
Vul de brandstoftank tot de onderkant van de vulnek. Giet niet te veel brandstof in de tank. Gebruik verse, schone, normale benzine met een minimaal octaangetal van RON 91 (87 AKI in de VS). Meng geen olie bij de benzine. Schaf brandstof aan in hoeveelheden die binnen 30 dagen gebruikt kunnen worden, om ervoor te zorgen dat de brandstof vers is.
WAARSCHUWING!
De benzine is zeer brandgevaarlijk. Wees voorzichtig en tank buitenshuis. Rook niet bij het tanken en vul niet bij, wanneer de motor warm is. Doe niet te veel in de tank, daar de benzine kan expanderen en overstromen. Zorg dat na het tanken de benzinedop er goed op zit. Bewaar de brandstof op een koele plaats in een jerrycan voor motorbrandstof. Controleer benzinetank en brandstofleidingen.

Oil level
De gecombineerde olievuldop en oliepeilstok is toegankelijk wanneer de motorkap naar voren wordt getild. Het oliepeil in de motor moet worden gecontroleerd voordat de machine wordt gestart. Zorg ervoor dat de tractor op een vlakke ondergrond staat. Schroef de oliepeilstok los en veeg deze schoon. Plaats de oliepeilstok terug en schroef hem niet vast. Verwijder hem weer en controleer het peil.

Het oliepeil moet tussen de markeringen op de oliepeilstok staan. Vul indien nodig olie bij totdat de bovenkant van het gemarkeerde deel op de peilstok wordt bereikt. Raadpleeg voor de capaciteit en het olietype het gedeelte "PRODUCT-SPECIFICATIES" van deze handleiding. Giet niet te veel brandstof in de tank.

De luchtdruk in de banden
Controleer regelmatig de luchtdruk in de banden. Zorg ervoor dat de banden tot de PSI-waarde die op de banden zelf staat aangegeven zijn opgepompt.
5. Driving. 5. Betrieb. 5. Conduite. 5. Conducción. 5. Guida. 5. Rijden.

NL Het starten van de motor
Ga goed op de zetel zitten, druk het rempedaal in en zet de parkeerrem erop. Zorg ervoor dat de maaikast in transportstand staat (hoogste stand) en dat de hendel voor aan/uitschakeling van de maaikast in uitgeschakelde stand staat.

NL Draai de startsleutel naar "START"-positie.
N.B.
Laat de startmotor niet langer dan ca 5 sek. per keer draaien. Als de motor niet start, wacht dan ca 10 sek voordat u volgende poging doet.

text_image
STOP OKNL Draai de startsleutel terug in "ON"-posotie. Schuif de gashendel naar het gewenste toerental. Bij maaien: vol gas.

PURGE TRANSMISSION
Voor de juiste werking en prestaties wordt aangeraden om de transmissie te ontluchten voordat de trekker voor het eerst wordt gebruikt. Hierdoor wordt lucht binnenin de transmissie verwijderd, die er tijdens het vervoer van uw trekker kan zijn ontstaan.
BELANGRIJK: MOCHT UW TRANSMISSIE VOOR ONDERHOUD OF VERWISSELING VERWIJDERD MOETEN WORDEN, DANDIENTHIJNADE INSTALLATIE ONTLUCHT TE WORDEN, VOORDAT U DE TREKKER GEBRUIKT.
- Parkeer de trekker veilig op een vlakke ondergrond zodat hij in geen enkele richting kan wegrollen. Voor de volgende handeling moet de parkeerrem uitgeschakeld zijn.
- Schakel de transmissie uit door de freewheel-hendel in de freewheel-stand te plaatsen.
- Start de motor en breng de gashendel naar de stand Langzaam. Controleer of de parkeerrem uitgeschakeld zijn.
- Druk het vooruitrijpedaal volledig in. Houdt deze vijf (5) seconden ingedrukt en laat dan los. Druk het achteruitrijpedaal volledig in. Houdt deze vijf (5) seconden ingedrukt en laat dan los. Herhaal deze procedure drie (3) keer.
- Stop de trekker door de contactsleutel naar de stand "OFF" (UIT) te draaien.
- Schakel de transmissie in door de freewheel-hendel in de rijstand te plaatsen.
- Start de motor en breng de gashendel naar de stand Langzaam.
- Rijd de trekker ongeveer 1 meter 50 vooruit en vervolgens 1 meter 50 achteruit. Herhaal dit drie keer.
- Uw trekker is nu klaar voor normaal bedrijf.

NOTE!
De machine is uitgerust met een veiligheidsschakelaar, die onmiddellijk de stroom naar de motor verbreekt, wanneer de bestuurder zijn plaats verlaat, terwijl de motor loopt en de aan/uitschakelhendel op "ingeschakeld" staat.

Vooruitrijden en Achteruitrijden
De richting en snelheid tijdens het rijden wordt bepaald door de vooruitrij en acheruitrijpedalen.
- Start de traktor en haal de parkeerrem eraf.
- Druk voorzichtig op het vooruitrij of achteruitrijpedaal om te gaan rijden. De snelheid neemt toe als het pedaal meer wordt ingedrukt.
Maaien
Zet het maaionderdeel lager door de tilhendel naar voren te bewegen en bevestig het maaionderdeel. Kies een rijsnelheid die bij het terrein en de gewenste maairesultaten past.
ROS "ON" ROS "AN" ROS "ON" ROS "ON" ROS "ON" ROS "ON"

NL Systeem voor achteruit (ROS)
Uwtractor is uitgerust met een systeem voor achteruit (reverse operation system – ROS). Elke poging door de bestuurder om achteruit te rijden waarbij het aankoppelingspedaal actief is, zal de motor doen afslaan, tenzij het contactsleuteltje zich in de "ON"-positie van de ROS bevindt.
WAARSCHUWING! Achteruit rijden met het aankoppelingspedaal actief tijdens het maaien wordt sterk afgeraden. Als men de ROS "ON:" zet, om achteruit rijden met het aankoppelingspedaal actief mogelijk te maken, dient dit alleen te gebeuren als de bestuurder beslist dat het nodig is de machine een andere positie te geven met wat aangekoppeld is. Maai niet achteruit, tenzij dit absoluut nodig is.
WERKEN MET DE ROS
- De motor loopt en draai de contactschakelaar tegen de klok in naar de positie "ON" van de ROS.
- Kijk naar beneden en achter u voor u achteruit rijdt.
- Duw het pedaal van de achteruitversnelling langzaam in om te beginnen met rijden
- Wanneer men de ROS niet langer nodig heeft, draait u het contactsleuteltje met de klok mee in positie "ON" van de motor
GB Cutting tips
- Verwijder stenen en andere voorwerpen van het gazon, die weggeworpen kunnen worden door de messen.
- Localiseer en markeer grotere stenen of andere vast-evoorwerpen, om ze bij het maaien te kunnen vermijden.
- Start met een hoge maaihoogte en verlaag deze tot gewenste maairesultaat is verkregen.
- Het maairesultaat wordt het beste met een hoog toerental (de messen roteren snel) en een lage versnelling (de machine beweegt zich langzaam). Als het gras niet te lang en dik is, kan de rijsnelheid worden opgevoerd door een hogere versnelling te kiezen of door de motorsnelheid te verhogen zonder dat dit de maairesultaten beïnvloedt.
- Het mooiste gazon wordt verkregen, als het vaak wordt gemaaid. Het maaien geschiedt gelijkmatiger en het gemaaide gras wordt ook gelijkmatiger over het oppervlak verdeeld. Het totale tijdsbestek voor het maaien wordt niet langer, daar een grotere rijsnelheid kan worden toegepast, zonder dat het maairesultaat minder wordt.
- Vermijd een nat gazon te maaien. Het maairesultaat wordt minder, daar de wielen in de zachte grasmat zakken.
- Spoel de onderkant van de maaikast na iedere maai-beurt schoon met water.

- Rij niet op een terrein met een helling van meer dan 15°. Het risico om achterover te slaan is zeer groot.
- Rij niet schuin over een hellend terrein, daar het kantelrisico dan groot is.
- Vermijd te stoppen of te starten op een hellend terrein.

flowchart
graph TD
A["Vehicle Icon"] --> B{Traffic Flow Path}
B --> C["Path 1"]
B --> D["Path 2"]
B --> E["Path 3"]
B --> F["Path 4"]
B --> G["Path 5"]
B --> H["Path 6"]
B --> I["Path 7"]
B --> J["Path 8"]
B --> K["Path 9"]
B --> L["Path 10"]
B --> M["Path 11"]
B --> N["Path 12"]
B --> O["Path 13"]
B --> P["Path 14"]
B --> Q["Path 15"]
B --> R["Path 16"]
B --> S["Path 17"]
B --> T["Path 18"]
B --> U["Path 19"]
B --> V["Path 20"]
Use the left side of the machine to cut close to trees, bushes and paths, etc. The blade cuts about 15 mm inside the edge of the cover.
DE Die linke Seite der Maschine benutzen, um in der Nähe von Bäumen, Gebüsch, Gängen usw. zu mähen. Die Mähklinge mäht ca. 15 mm innerhalb der Haubenkante.
Utiliser le côté gauche de la machine pour tondre à proximité des arbres, des arbustes, des allées, etc. La lame coupe à environ 15 mm en retrait du bord intérieur du carter.
ES Utilice el lado izquierdo de la máquina para poder cortar cerca de árboles, arbustos, senderos, etc. La cuchilla corta a unos 15 mm por dentro del borde de la cubierta.
IT Usare il lato sinistro della macchina per tagliare in prossimità di alberi, cespugli, vialetti ecc. Le lame tagliano circa 15 mm all'interno del coprilame.
NL Gebruik de linker kant van de machine om dicht bij bomen, heesters en dergelijke te kunnen maaien. Het mes maait ca. 15 mm van de kant van de kap.

text_image
STOP 7
Zet de koppelingshendel voor het hulpstuk in de uitgeschakelde stand. Zet de gashendel in de langzame stand. Breng de maai-eenheid omhoog en draai de contactsleutel naar de stand "STOP".
N.B.
Gebruik nooit de stand voor starten bij koude weersomstandigheden om de motor te stoppen.

WARNING!
Laat nooit de contactsleutel er in zitten, wanneer de machine onbemand wordt achtergelaten, om te voorkomen dat kinderen en onbevoegden de motor starten.
Voordat service-werkzaamheden aan de motor of maaikast worden verricht, dient men het volgende te doen:
- Druk de koppelings/rempedaal in en trek de parkeerremhendel aan.
- Breng de koppelingshendel in ontkoppelde stand.
- Zet de motor af.
- Verwijder de ontstekingskabel van de bougie.

text_image
1 07302 2
(1) Hood
- Open de motorkap.
- Ontkoppel de aansluitkabel van de koplampen.
- Ga recht voor de trekker staan. Pak de motorkap aan beide zijden vast, kantel hem naar voren en til hem van de trekker.
- Plaats bij het monteren van de kap de scharnierbeugels in de betreffende openingen in het chas sis.
- Sluit de aansluitkabel van de koplampen weer aan en sluit de motorkap.

N.B.: Om uw tractor in goede conditie te houden, moeten er regelmatig onderhoudsbeurten uitgevoerd worden.
⚠ WAARSCHUWING: Schakel altijd eerst de bougieleiding uit voor u herstellingen, inspecties of onderhoud uitvoert. Dit om te voorkomen dat de ma chine per ongeluk start.
Voor elk gebruik:
- Controleer het oliepeil en smeer de draaipunten indien nodig.
- Controleer of alle bouten, moeren en splitpennen op hun plaats zitten en goed vast zitten.
- Controleer de accupolen en ontluchtingsopeningen.
- Laad voorzichtig op bij 6 ampere indien nodig.
• Maak het luchtscherm schoon. - Zorg dat er geen vuil en kaf op en in de tractor zit, zodat de motor niet beschadigd of oververhit raakt.
- Controleer de werking van de remmen.
Reinigen
Wij raden u af om een tuinslang of hogedrukreinigingsapparaat te gebruiken om uw tractor te reinigen, tenzij de motor en de transmissie afgedekt zijn om water buiten te houden. Er kan water in de motor of in de transmissie komen, wat de levensduur van uw tractor verkort. Gebruik perslucht of een bladblazer om gras, bladeren en vuil van de tractor en maaier te verwijderen.
Reinigen Stuurplaat:
Reinig het vuil van de stuurplaat. Vuil kan het schakelen van het koppelings/rempedaal beperken, hierdoor kan de riem gaan slippen en de aandrijving verloren gaan.
OP GELET: Vermijd alle kwetsbare punten en beweegbare onderdelen.
-
OP GELET: KWETSBARE PUNTEN.
-
Stuurplaat
- Stuurinrichting, dashboard, spatbord en maaier zijn niet afgebeeld.
- Bovenkant reinigen.
- Koppeling/Rempedaal

Verwijdering van de onderste dashboardafdekking
- Til de motorkap op.
- Verwijder de bevestigingsschroef (1) van de onderste dashboardafdekking.
LETOP: Verwijder onderste dashboardafdekking (2) voorzichtig zodat de afdeklippen (3) niet afbreken.
- Schuif de onderste dashboardafdekking (2) omhoog om de afdeklippen (3) van de taps toelopende gleuven (4) in het onderste dashboard te verwijderen en verwijder.
Olie aflaatklep
- Neem het kapje (5) weg en breng de aflaatbuis (6) aan.
- Om de klep te openen druk lichtjes in, draai om tegen wijzerzin en trek uit.
- Om de klep te sluiten, druk in en draai om in wijzerzin.
- Verwijder de aflaatbuis en breng het kapje aan.
| Vul telkens u service uitvoert, de datum in | Indien Nodig | Om De 8 Uur | Om De 25 Uur | Om De 50 Uur | Om De 100 Uur | Om De 200 Uur |
| Motorolie vervangen (zonder oliefilter) * | ||||||
| Motorolie vervangen (met oliefilter) * | ||||||
| Draaipunten smeren | ||||||
| Werking van de remmen controleren | ||||||
| Lchtscherm schoonmaken * | ||||||
| Papieren inzetstuk van de luchtreiniger vervangen * | ||||||
| Koelribben van de motor schoonmaken * | ||||||
| Bougie vervangen | ||||||
| Bandendruk controleren | ||||||
| Brandstofffilter vervangen | ||||||
| Laad de accu op (minimaal 12,4 Volt ) | ||||||
| Maak de accu en de klemmen schoon * | ||||||
| Controleer de knaldemper |
Inspecteer de geluiddemper elke 50 bedrijfsuren of zes maanden op tekenen van beschadiging. Als er een beschadiging wordt geconstateerd, raadpleeg dan de reparatieonderdelenlijst of neem contact op met uw lokale dealer om een vervangend onderdeel te bestellen.
* Voer vaker onderhoud uit bij gebruik onder vuile of stoffige omstandigheden.
GB CLEAN AIR SCREEN
Het luchtscherm zit over de luchtlinlaatventilator die zich bovenop de motor bevindt. Het luchtscherm moet vrij van vuil en kaf worden gehouden, om te voorkomen dat er motorschade ontstaat door oververhitting. Reinig met een staalborstel of perslucht om vuil en vastzittende gedroogde vezels te verwijderen.
LUCHTFILTER
Het gebruik van een vuil luchtfilter zorgt ervoor dat uw motor niet goed draait. Voer vaker onderhoud aan het luchtfilter uit bij gebruik onder stoffige omstandigheden.
To Check Brake
Als de tractor meer dan vijf (5) voet nodig heeft om te stoppen in de hoogste snelheid in de hoogste versnelling op een vlakke, droge betonnen of geplaveide ondergrond, moet de rem worden nagekeken.
U kunt ook als volgt de rem controleren:
- Parkeer de tractor op een vlakke, droge betonnen of geplaveide ondergrond, duw het rempedaal helemaal in en schakel de parkeerrem in.
- Ontkoppel de transmissie door de vrijstand-hendel in de stand "transmissie ontkoppeld" te zetten. Trek de vrijstand-hendel uit en in de gleuf en laat hem los zodat hij in de ontkoppelde stand wordt vastgehouden.
De achterwielen moeten blokkeren en slippen als u de tractor handmatig vooruit probeert te duwen. Als de achterwielen draaien, moet de rem worden nagekeken. Neem contact op met een of een ander deskundig servicecentrum.

Systeem voor aanwezigheid bestuurder en systeem voor achteruit werken (ROS)
Zorg ervoor dat de systemen voor de aanwezigheid van de bestuurder en voor achteruit werken goed werken. Als uw tractor niet zoals hierboven beschreven werkt, dient u het probleem onmiddellijk op te lossen.
- De motor start niet, tenzij het rempedaal volledig ingedrukt is en het aankoppelingspedaalregelaar zich in de vrije positie bevindt.
CONTROLEER HET SYSTEEM VOOR AANWEZIGHEID BESTUURDER
- Wanneer de motor loopt, dient elke poging door de bestuurder om zijn stoel te verlaten zonder eerst de parkeerrem in te stellen de motor uit te zetten.
- Wanneer de motor loopt en het aankoppelingspedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om zijn stoel te verlaten de motor af te sluiten.
- Het aankoppelingspedaal dient nooit te werken, tenzij de bestuurder in zijn stoel zit.


- Als de motor loopt en de contactschakelaar zich in de positie "ON" van de motor bevindt en het aankoppelingspedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om over te schakelen naar achteruit (reverse) de motor af te sluiten.
- Als de motor loopt en de contactschakelaar zich in de positie "ON" van de ROS bevindt en het aankoppeling-spedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om over te schakelen naar achteruit (reverse) de motor niet af te sluiten.

Voor de beste resultaten moeten de maaimessen scherp gehouden worden. Vervang gebogen of beschadigde messen. Het slijpen kan geschieden met een vijl of met een slijpschijf.
N.B.: Het is zeer belangrijk dat beide uiteinden van het mes even-veel worden geslepen, om onbalans te voorkomen.
MES VERWIJDEREN
- Zet de maaier in de hoogste stand om bij de messen te kunnen.
• Haal de mesbout eraf. - Monteer een nieuw of geslepen mes waarbij het sleep (hulp) mes omhoog naar het maaidek gericht moet zijn, zie afbeelding.
BELANGRIJK: Om zeker te zijn van goede montage moet het centrumgat in het mes passen met de ster op de mandrijn.
- Zet de mesbout er weer op en draai goed aan (62-75 Nm.).
BELANGRIJK: Speciale mesbout is heet-behandeld, Graad 8.

NL Maaidek verwijderen
- Zet de koppeling van het hulpstuk in de "UITGESCHAKELDE" stand.
- Zet de hendel van het hulpstuk in de laagste stand.
- Verwijder de aandrijfriem van de maaier van de poelie van de elektrische koppeling (M). Zie Verwijderen aandrijfriem maaier in "VERVANGEN AANDRIJFRIEM MAAIBLAD" in dit hoofdstuk.
- Koppel de voorste stang (E) van de maaier los.
- Koppel aan een van de zijkanten van de maaier de veerarm van de maaier (A) los van het chassis en de achterste hefstang (C) van de achterste steun van het maaidek (D) - verwijder de borgveren en ringen.
- Koppel aan een kant van de maaier de veerarm en de achterste hefstang los.
- Verwijderdeborgveer(G) enstag(I) vandeantizwenkbalk(S).
LET OP: Nadat de achterste hefstangen zijn verwijderd, is de hefhendel van het hulpstuk veerbelast. Pak de hefhendel stevig vast wanneer u de stand van de hendel wilt veranderen.
- Schuif het maaidek vanaf de rechterzijde van de tractor eronderuit.
NL Maaier installeren
OPMERKING: Zorg ervoor dat de trekker op een vlakke ondergrond staat en schakel de parkeerrem in.
- Zet de hendel van het hulpstuk in de laagste stand.
LET OP: De hefhendel heeft veerbelasting. Houd de hef hendel stevig vast, laat hem langzaam zakken en schakel hem in de laagste stand in.
OPMERKING: Zorg ervoor dat de zijophangarmen (A) van de maaier vooruit wijzen voordat u de maaier onder de tractor schuift.
- Schuif de maaier onder de tractor totdat deze midden onder de tractor staat.
ANTIZWENKBALK (S) INSTALLEREN

text_image
K S- Plaats vanaf de rechterkant van de maaier eerst het 90°-uiteinde van de antizwenkbalk (S) in de opening van de transaxlebeugel (T), die zich bij het linker achterwiel vóór de transaxle bevindt.
OPMERKING: Een zaklamp gebruiken kan hierbij nuttig zijn.

OPMERKING: Afhankelijk van het model kan de beugel (T) afwijken van de tekening, maar de opening voor de antizwenkbalk bevindt zich op dezelfde stand/locatie
- Pivot the integrated washer end of anti-sway bar (S) towards mower deck bracket on right side of mower. Plaats het geïntegreerde onderlegringuiteinde van de balk in de opening van de achterste maaierbeugel (D). Beweeg de maaier indien nodig naar het geïntegreerde onderlegringuiteinde van de balk in de achterste maaierbeugel (D).
- Bevestig met de kleine onderlegring en kleine sluitveer zoals weergegeven.

text_image
T S D- BEVESTIG DE ZIJOPHANGARMEN (A) VAN DE MA-AIER AAN HET CHASSIS - Plaats de opening in de arm over pen (B) aan de buitenkant van het trekkerchassis en bevestig deze met de borgveer.
- Herhaal deze procedure aan de andere kant van de trekker.

text_image
A B- BEVESTIG ACHTERSTE HEFSTANGEN (C) - Til de achterhoek van de maaier op en plaats de sleuf in het verbindingssamenstel via de pen aan de achterste maaierbeugel (D) en bevestig met een onderlegring en sluitveer.
- Herhaal deze procedure aan de andere kant van de trekker

- BEVESTIG VOORSTE STANG (E) - Werk vanaf de linkerzijde van de trekker. Breng het draadstanguiteinde van de stangeenheid aan via de voorste opening in de ophangsteun van de trekker (F).
- Monteer lagerbus (O) en breng moer (P) en contramoer (Q) losjes aan.
- Breng de uitlopende einden van stang (E) aan in de sleuven van de voorste maaiersteun (H).
- Controleer de voor-naar-achterafstelling in de "MAAIER GELIJKMATIG AFSTELLEN" in dit hoofdstuk.

- Breng de riem aan de poelie van de elektrische koppeling (M) aan.

text_image
MBELANGRIJK: Controleer of de riem juist is geplaatst op alle maaierpoeliegroeven.
- Zet de hefhendel van de aanbouwelementen in de hoogste stand.

NL Aandrijfriem maaiblad vervangen
AANDRIJFRIEM MAAIER VERWIJDEREN
- Parkeer de tractor op een vlakke ondergrond. Schakel de parkeerrem in..
- Zet de hendel van het hulpstuk in de laagste stand.
• Verwijder de afdekking van de draaispil (A). - Verwijder vuil en gemaaid gras dat zich rond de draaispillen en boven op het maaidekoppervlak kan hebben opgehoopt.
• Verwijder de veer (B) van de oogbout (C).
• Verwijder de riem (D) van alle poelies (E). - Verwijder de riem van de elektrische koppeling (F) op de motoras.
AANBRENGEN AANDRIJFRIEM MAAIER
OPMERKING: Zie het plaatje met het traject op het maaidek bij het monteren van de dekriem.

- Breng de riem aan om alle poelies.
- Controleer het riemtraject een keer extra om er zeker van te zijn dat dit overeenkomt met het routeplaatje en dat er geen verdraaiing is opgetreden. Breng indien nodig correcties aan. Sluit de veer aan op de oogbout.
- Stel de riemspanning af totdat de veer is uitgerekt tot een lengte van 5,75" (14,6 cm).
- Draai de binnenste stelmoer los (G).
- Draai de buitenste stelschroef (H) rechtsom ( ) om de spanning te verhogen, linksom ( ) om de spanning te verlagen.
- Draai de binnenste stelmoer stevig vast.

- Vervang de afdekking van de draaispil (A) en zet deze vast met de bevestigingen.

text_image
Fig. 1 A
text_image
Fig. 2 A A
To Level Mower
NL Maaier Gelijkmatig Afstellen
Controleer of de banden goed zijn opgepompt conform de PSI die op de banden staat vermeld. Indien de bandenspanning te hoog of te laag is, dan kan dit het maairesultaat van uw gazon beïnvloeden en de indruk wekken dat de maaier niet juist is afgesteld.
VISUEEL AFSTELLEN IN DE BREEDTE
- Als uw gazon nog steeds ongelijkmatig gemaaid is en de banden goed zijn opgepompt, bepaal dan welke zijde van de maaier lager maait.
OPMERKING: Indien gewenst, kunt u de lage zijde van de maaier verhogen of de hoge kant van de maaier verlagen.
- Ga naar de zijde van de maaier die u wilt afstellen.
- Gebruik een 3/4"- of verstelbare sleutel om de stelmoer van de hefstang (A) linksom te draaien om de maaier te verlagen, of rechtsom om de maaier te verhogen (afb. 1).
OPMERKING: Met elke volledige slag van de stelmoer verandert de hoogte met ca. 3/16" (4,7 mm).
- Test uw afstelling door een stuk ongemaaid gras te maaien en visueel te controleren of het gazon er goed uitziet. Stel indien nodig opnieuw af, totdat u tevreden bent met het resultaat.
NAUWKEURIG AFSTELLEN IN DE BREEDTE
- Parkeer de tractor met goed opgepompte banden op een vlakke ondergrond of oprit.
LET OP: De messen zijn scherp. Draag handschoenen en/of wikkel het mes in een dikke doek.
- Breng de maaier in zijn hoogste stand.
- Plaats het maaiblad aan beide zijden van de maaier zijwaarts en meet de afstand (A) van de onderste hoek van het blad tot de grond. De afstand dient aan beide zijden hetzelfde te zijn (afb. 2).
- Indien afstelling nodig is, volgt u de stappen in de bovenstaande instructies voor Visuele afstelling.
- Controleer de afstand opnieuw en stel deze indien nodig af totdat beide zijden zich op gelijke hoogte bevinden.

BELANGRIJK: Het maaidek moet in de breedte recht zijn geplaatst.
Om de beste maairesultaten te verkrijgen, dienen de maai-bladen zodanig afgesteld te worden dat het voorste uiteinde 1/8 tot 1/2" (3,1 tot 12,7 mm) lager is dan het achterste uiteinde als de maaier zich in de hoogste positie bevindt.
LET OP: De messen zijn scherp. Draag handschoenen en/of wikkel het mes in een dikke doek.
- Hef de maaier tot de hoogste positie.
- Plaats elk blad met het uiteinde recht naar voren. Meet de afstand (B) vanaf het voorste en achterste uiteinde van het blad tot de grond (afb. 3).
- Als de afstand van het voorste uiteinde tot de grond niet 1/8" tot 1/2" (3,1 tot 12,7 mm) lager is dan het achterste uiteinde, ga dan naar de voorzijde van de tractor.
- Draai de contramoer A enkele slagen los met een 11/16"-of verstelbare sleutel om stelmoer B te verwijderen.
- Draai de stelmoer (B) van de voorste koppeling in de richting van de klok (") (vast) met een 3/4°- of verstelbare sleutel om de voorzijde van de maaier te verhogen of linksom (") (los) om de voorzijde van de maaier te verlagen (afb. 4).
OPMERKING: Met elke volledige slag van de stelmoer verandert de hoogte met ca. 1/8" (3,1 mm).
- Controleer de afstand opnieuw en pas indien nodig aan tot het voorste uiteinde van het blad 1/8" tot 1/2" (3,1 tot 12,7 mm) lager is dan het achterste uiteinde.
- Houd de stelmoer op zijn plaats met de sleutel en draai de contramoer helemaal vast tot tegen de stelmoer.

text_image
B A C D E F G H J 02953 electro
To Replace Motion Drive Belt
NL De Aandrijfriem Vervangen
Parkeer de tractor op een vlakke ondergrond. Schakel de parkeerrem in. Voor het gemak is er een sticker met aanwijzingen voor het installeren van de riem op de onderkant van de linker voetsteun.
DE RIEM VERWIJDEREN -
- Verwijder de maaiunit (zie "DE MAAIUNIT VERWIJDEREN" in dit deel van de handleiding).
LET OP: Bekijk goed de hele aandrijfriem en de positie van alle riemgeleiders en -houders.
-
Koppel de bedrading van de koppeling (A) los.
-
Verwijder de anti-rotatiekoppeling (B) aan de rechterzijde van de tractor.
-
Verwijder de riem van het stationaire tussenwiel (C) en het koppelingstussenwiel (D).
-
Verwijder de riem van het spanwiel (E).
-
Trek het slaphangende deel van de riem naar de achterkant van de tractor. Verwijder de riem voorzichtig omhoog van de ingaande transmissieriemschijf en over de bladen van de ventilator (F).
-
Verwijder de riem naar beneden toe van de motorschijf en om de elektrische koppeling (G).
-
Schuif de riem naar de achterkant van de tractor, van de stuurplaat (H) af en verwijder de riem van de tractor.
DE RIEM INSTALLEREN
-
Installeer een nieuwe riem van de achterkant naar de voorkant van de tractor, over de stuurplaat (H) en boven de as van het koppelings-/rempedaal (J).
-
Trek de riem naar de voorkant van de tractor en rol de riem om de elektrische koppeling en op de motorschijf (G).
-
Trek de riem naar de achterkant van de tractor. Voer de riem voorzichtig naar beneden om de ventilator van de transmissie en op de ingaande riemschijf (F). Zorg ervoor dat de riem in de riemhouder zit.
-
Installeer de riem op het spanwiel (E).
-
Installeer de riem op het stationaire tussenwiel (C) en het koppelingstussenwiel (D).
-
Plaats de anti-rotatiekoppeling (B) aan de rechterzijde van de tractor terug. Goed vastmaken.
-
Koppel de bedrading van de koppeling (A) weer aan.
-
Zorg ervoor dat de riem in alle groeven van de riemschijven loopt en in alle riemgeleiders en -houders zit.
-
Installeer de maaiunit (zie "MONTEREN VAN DE MAAI-KAST" in dit deel van de handleiding).
GB MAINTENANCE - TRANSAXLE
De ventilator en koelribben van de transmissie moeten schoon gehouden worden om voore de juiste koeling te zorgen.
Tracht niet de ventilator of de transmissie te reinigen terwijl de motor draait of terwijl de transmissie heet is.
- Controleer de koelventilator om u ervan te overtuigen dat de bladen intact en schoon zijn.
- Controleer de koelribben op vuil, gras en ander materiaal.
TRANSMISSIEPOMPVLOEISTOF
De transmissie is in de fabriek verzegeld en vloeistofonderhoud is niet nodig. Als de transmissie ooit mocht lekken of een onderhoudsbeurt nodig hebben, dient u een bevoegd servicecentrum of afdeling te raadplegen.

text_image
A BGB DECK WASHOUT PORT
Het maaidek van uw trekker is aan de bovenkant uitgerust met een reinigingspoort als onderdeel van het dekreinigingssysteem. Dit systeem dient na elk gebruik van de maaier te worden gebruikt.
- Rijd de trekker naar een vlakke, open plek op uw gazon, dicht genoeg bij een waterkraan om met de tuinslang te bereiken.
BELANGRIJK: Zorg ervoor dat de uitworp van de trekker is weggericht van uw huis, garage, geparkeerde auto's, enz. Verwijder de opvangbak of mulchplaat indien bevestigd.
- Zorg ervoor dat de koppelingshendel van het hulpstuk in de stand "DISENGAGED" (ontkoppeld) staat, trek de parkeerrem aan en schakel de motor uit.
- Trek de borgkraag van de adapter van het mondstuk op uw tuinslang (A) naar achteren en druk de adapter op de inlaatopening van het reinigingsdek aan het linkeruiteinde van het maaidek (B). Laat de borgkraag los om de adapter op het mondstuk te bevestigen.
BELANGRIJK: Trek aan de slang om te controleren of de slang goed is gekoppeld.
- Draai de waterkraan open.
- Ga op de bestuurdersstoel van de trekker zitten, start de motor en plaats de gashendel in de stand "Fast" ("") (snel).
BELANGRIJK: Controleer nog een keer of de ruimte voor de uitworp vrij is.
- Zet de koppelingshendel van het hulpstuk van de tractor in de stand "ENGAGED" (gekoppeld). Blijf op de bestuurdersstoel zitten met het maaidek ingeschakeld totdat het dek schoon is.
- Zet de koppeling van het hulpstuk van de tractor in de stand "DISENGAGED" (ontkoppeld). Draai de startsleutel in de positie STOP om de motor uit te schakelen. Draai de water kraan dicht.
- Trek de borgkraag van de mondstukadapter terug om de adapter van de reinigingspoort los te koppelen.
- Verplaats de trekker naar een droge plaats, bij voorkeur met een betonnen of bestrate ondergrond. Zet de koppelingshendel van het hulpstuk in de stand "ENGAGED" (gekoppeld), zodat overmatig water kan weglopen en de tractor sneller kan drogen, voordat u hem stalt.
WAARSCHUWING: Een kapotte of ontbrekende reinigingsaansluiting kan u of anderen blootstellen aan voorwerpen die door contact met de messen worden uitgeworpen.
- Vervang een kapotte of ontbrekende reinigingsaansluiting onmiddellijk, alvorens de maaier opnieuw te gebruiken.
- Dicht evt. openingen in de maaier met bouten en borgmoeren.
7. Ricerca guasti. 7. Het localiseren van fouten.
NL De motor start niet
- Er is geen benzine in de tank.
- De bougie is defect.
- De bougie-aansluiting is defect.
- Vuil in carburateur of brandstofleiding.
De startmotor trekt de motor niet
- De accu is leeg.
- Slecht contact tussen kabel en accupool.
- Aan/uitschakelhendel in foutieve stand.
- De hoofdzekering is defect.
- Het stuurslot/contact is defect.
- Het veiligheidscontact voor koppelings/rempedaal is defect.
- Koppelings/rempedaal niet ingedrukt.
De motor loopt niet gelijkmatig
- Te hoge versnelling.
- De bougie is defect.
- De carburateur is foutief ingesteld.
- Het luchtfilter zit dicht.
- De ventilatie van de brandstoftank is verstopt.
- De ontsteking is verkeerd ingesteld.
- Vuil in de brandstofleidingen.
De motor lijkt zwak/weinig vermogen
- Het luchtfilter is verstopt.
- De bougie is defect.
- Vuil in de carburateur of brandstofleiding.
- De carburateur is verkeerd ingesteld.
De motor raakt oververhit
- De motor is overbelast.
- De luchtinlaat of de koelribben zitten verstopt.
- De ventilator is beschadigd.
- Te weinig of geen olie in de motor.
- Het voorgloeien is defect.
- De bougie is defect.
De accu laadt niet op
- De zekering is defect.
- Een of meer cellen zijn beschadigd.
- Accupolen en kabels maken geen contact.
De verlichting werkt niet
- Draadverbinding koplamp niet aangesloten.
- De gloeilampen zijn stuk.
- De schakelaar is defect
- Kortsluiting in de leiding.
De machine trilt
- De messen zitten los.
- De motor zit los.
- Één of beide messen zijn in onbalans, veroorzaakt door beschadiging of slechte balans na het slijpen.
- De messen zijn bot.
- De maaikast staat niet recht.
- Lang of nat gras.
- Grasophoping onder de kap.
- De luchtdruk in de banden is links en rechts niet gelijk.
- Te hoge versnelling.
- De aandrijfriem slipt.
Hoogte van gemaaid gras is ongelijk
8. Storage. 8. Aufbewahrung. 8. Remisage. 8. Conservación.
NL Aan het einde van elk maisezoen moeten de vol gen de maatregelen worden genomen:
- Maak de hele machine schoon, in het bijzonder de binnenkant van de kap van de maalkast. Geen water onder hoge druk gebruiken om het voertuig te reinigen. Er kan water in de motor en in de transmissieorganen komen, wat de levensduur van het voertuig verkort.
- Herstel lakbeschadigingen om roest te voorkomen.
• Ververs de olie in de motor. - Maak de benzinetank leeg. Laat de motor draaien totdat er ook in de car bu ra teur geen benzine meer is.
- Verwijder de bougie en laat een eetlepel mo tor o lie in de cilinder lopen. Draai de motor rond zodat de olie wordt verdeeld en schroef daarna de bougie weer vast.
- Haal de accu weg. Laad de accu op en bewaar deze op een koele plaats. Bescherm de accu tegen strenge kou.
- Zet de machine in een droge overdekte ruimte.
WAARSCHUWING!
Gebruik nooit benzine bij het schoonmaken, omdat dit schadelijke stoffen bevat.
Onderhoud
Bij het bestellen van onderdelen moet de merk naam van de machine, het jaar van aankoop en het model, type en Z serienummer worden vermeld. Neem contact op met de dichstbijzijnde dealer voor onderhoud en reparaties. Er moeten altijd originele onderdelen worden gebruikt.
Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product:
| Beschrijving Zitmaaier met verbrandingsmotor | |
| Merk Husqvarna | |
| Platform / Type / Model TS 348XD | |
| Partij Serienummer vanaf 2017 en verder |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlijn/Verordening | Beschrijving |
| 2006/42/EG | “betreff ende machines” |
| 2014/30/EU “betreff ende elektromagnetische compatibiliteit” | |
| 2000/14/EG; 2005/88/EG | “betreff ende geluid buitenshuis” |
Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specifi caties zijn als volgt;
EN ISO 12100, ISO 14982, ISO 5395-1 & 3, ISO 3744, ISO 11094, EN 1032
In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondertekende EG-verklaring van overeenstemming.
De geleverde zitmaaier met verbrandingsmotor is conform het geteste exemplaar.
Husqvarna®
www.husqvarna.com
SimpelGids


