TC 239T - Tuintractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TC 239T HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TC 239T HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tuintractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TC 239T - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TC 239T van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING TC 239T HUSQVARNA
Lees.dequeue instructiesaandachtig en zorgdatuzebegrijptvoordatudezemachinbehrukt.

1 Safety rules. Reglas de sécurité.
Sicherheitsvorschriften. Norme antinfortunistica.
Règles de sécurité. Veiligheidsregels. 3
Assembly. Montaje. Montage. Montaggio. Montage. Montering. 20
Functional description. Descripción del funciona.
Funktionsbeschreibung. Funzionamento.
Description du fonctionnement. Beschrijving van functies. 42
Before starting. Antes del arranque.
Vor dem Start. Prima dell'avviamento.
Avant de demarrer. Maatregelen voor het starten. 52
5 Driving. Conduccion. Betrieb. Guida. Conduite. Rijden. 54
6 Maintenance, adjustment. Mantenimiento, ajuste.
Wartung (Instandhaltung), Einstellung. Manutenzione.
Entretien, réglages. Onderhoud, afstelling. 68
7 Troubleshooting. Búsqueda de averías.
Störungssuche. Ricerca guasti.
Recherche des pannes. Het localiseren van fouten. 110
Storage. Conservacion. Lagerung. Rismessaggio. Remisage. Stallen. 113
We reserve the right to make changes without prior notice.
Wir behalten uns das Recht vor, ohne vorherige Ankündigung Änderungen vorzunehmen.
Nous nous réservons le droit d'apporter des modifications sans avis préalable.
Nos reservamos el derecho a introducir modificaciones sin previo avis.
Ci riserviamo il diritto di modifiche o cambiamenti alla preavviso.
Wij houden ons hetrecht voor om veranderingen aan te brengen zonder voorafgaande mededeling.
Manufactured By
Husqvarna AB
SE-561 82
Huskvarna, Sweden
- Lees de instructies aandachtig. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine.
- Laat kinderen of mensen die Nietbekend zich met de instructucties, de maaimachine nicht gebruiken. Het is möglichk dat plaatselijke voorschriften een beperking stellen aan de leeftijd van de bestuurder.
- Maai nooit verwijl mensen, vooral kinderen, of huisdieren in de buurt+zijn.
- Bedenk dat de bestuorder of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of risico's die andere mensen of hun eigendommen können overkommen.
- Geen passagiers vervoeren.
-
Alle bestuurders dienen vakkundige instructies te ontvangen. Bij dergelijk instructies dient de nadruk te worden gelegd op:
-
deoodzaak voor aandacht en concentratie bij het werken met zittrekkers;
- een zittrekker die op een helling weglijkdt, kan nicht onder controle worden gehonden door te remmen.
De hoofredenen voor besturingsverlies zijn:
a) onvoldoende houvast;
b) te snel rijden;
c) ontoeikend remmen;
d) het soort machine is nicht geschikt voor de taak;
e) gebrek aan kennis van het effect van bodemcondities, vooral hellingen;
f) verkeerd vastkoppelen en verkeerde verdeling van de lading.
II. VOORBEREIDING
- Inspector eer om brandgevaar te voorkomen, of er afvalophogingen zijn bij de tractor, de maaier en achefter alle beviegingen en verwijder die - voor het gebruik, als u brandstof tankt en aan het einde van iedere maaisessie.
- Draagijdens het maaien altijd stevige schoenen en een langte broek. Gebruik de ma chine Niet blootsvoets of terwijl u open sandalen draagt.
-
Inspector de plek waar de machine zal worden gebruikt, grondig en verwijder alle voorwerpen die door de machine kannen worden weggeslingerd.
WAARSCHUWING-Benzine is licht ontvlambaar. -
Bewaar brandstof in blinkken die special voor dat doel zich bestemd.
Tank alleen buiten en rook Niet tijdens het tanken.
Tank voordat u de motor start. Draai de dop nooit van de benzinetank af of tank nooit werwijl de motor draait of heet is. - Als benzine is gemorst, probeer de motor dan nicht te starten maar haal de machine van deplaats vandaan waar u benzine heeft gemorst en zorg dat u geen ontstekingsbron teweeg brengt totdat de benzinedampen zijn verdreven.
-
Draai de dop van alle brandstoftanks en -blikken weer goed vast.
-
Vervang defecte geluidempers.
- Inspector vór het gebruik algid of de messen, mesboute en maai-inrichting Niet versleteen of beschadigd着眼. Vervang versleteen of beschadigde messen en bouten in sets om het evenwicht in stand te houden.
- Op machines met meertere messen dient u eraan te denken dat het draaien van een mes andere messen kan doen draaien.
III. BEDIENING
- Laat de motor Niet draaien in een besloten ruimte waar gevaarlijkkekoolmonoxydedampenzich hunnenverzamelen.
Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht. - Voordat u de motor gaat starten, moet u alle meshulpstuk-koppelingen uitschakelen enaar de vrijloop schakelen.
-
Gebruik de trekker Niet op hellingen van meer dan 15^
Denk eraan dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Bij het rijden op hellingen met grasClient men extra voorzichtig te zich. Zo zorgt u ervoor dat de trekker Niet omslaat: -
stop en start nicht plotseling bij het op- of afrijden van een helling.
- schakel de koppeling langzaam in, houd de machine.altijd in de versnelling, vooral bij het afrijden van een heuvel;
- de snelheid van de machine dient op hellingen en in scherpe bochten laag te worden gehonden;
- kijkuit voor bulten en kuilen en andere verborgen gevaren.
-
maai nooit dwarfs op de helling tenzij de maaier voor dit doel is ontworpen.
-
Wees voorzichtig bij het trekken van ladingen of het gebruik van zwaar materieel.
-
Gebruik alleen goedgekeurde aanhaakpunten voor een trekstang.
- Beperk de lading tot hetgeen u veilig kunt hanteren.
- Maak geen scherpe bochten. Wees voorzichtig bij awhile rijden.
-
Gebruik contragewicht(en) of weltgewichten wanneer dat in de handleiding worden aangeraden.
-
Kijk uit voor het verkeer wanner u de weg oversteekt of zich nabij eenweg bevindt.
- Stop de messen voordat u andere oppervlakken dan gras oversteegt.
- Voer bij het gebruik van hulpstukken het materiaal nooit af in de richting van omstanders en-Laat niemand in de buurt van de machine komen terwijl.Deze in bedrijf is.
- Gebruik demaaimachinenooitmetdefectebeschemkappen enschermenofzonderbeveiligingsinrichtingenophunplaats.
-
Verander de instelling van de motorregelaar Niet en LAST de motor Niet met te hoge toeren draaien. Als de motor met te hoog toerental draait, kan het risico van lichamelijk letsel groter worden.
Voordat u de bestuurdersstoel verlaat: -
de aftakas uitschakelen en de hulpstukken neerlaten;
- maar de vrijloop schakelen en de parkeerrem inschakelen;
-
de motor stoppen en de sleutel verwijderen.
-
Schakel de aandrijvingaar de hulpstukken uit,stop de motor en maak de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltje,
-
voordatu opgehoopt materialaal weghaalt of een verstope afvoer leeg maakt;
- voordat u de maaimachine controleert, schoonmaakt of eraan werk;
- nadat u een ongewenst voorwerp hebft geraakt. Inspecteer de maaimachine op schade en voer reparatiesuit voordat u de machine weer start en gebruikt;
- als de machine abnormaal begint te trillen (onmiddelijk controlleren).
-
vor dem Entfernen von Verstopfungen aus dem Mahwerk oder dem Auswurf;
-
Schakel de aandrijving maar de hulpstukken uit tijdens transport of als ze Niet worden gelebruikt.
-
Stop de motor en schakel de aandrijvingaar het hulpstukuit,
-
Voordat u tankt;
- voordat u de opvangzak verwijdert;
-
voordat u de hoogte verstelt tenzij de hoogte vanuit de bestuurdersplaats kan worden ingesteld.
-
Minder gasijdens het uitlopen van de motor, en als de motor met een afsluitklep is uitergerust, moet u de brandstoffevoer aan het einie van het maaien afsluiten.

WAARSCHUUNG: KINDEREN KUNNEN VERWOND WORDEN DOOR DEZE APPARATUUR. De American Academy of Pediatrics advisert datkinderen minimaal 12aar要去en+zijn voordat ze een lopend bediende gazonmaaier gebruiken en minimaal 16aar要去en zich voordatze een rijdende gazonmaaier gebruiken.
- Bij het laden of ontladen van de machine mag de maxi-maal aanbevolen bedieningshoek van 15^ Niet worden overschreden.
- Draai een geschikte persoonlijke beschemingsuitrusting (Personal Protective Equipment, PPE) tijdens het gebruik van deze machine, inclusief (minimaal) stevige schoenen, een veiligheidsbrin en gehoorbescheming. Maai net met laag schoeel en/of schoeel met open tenen.
- Trillingsniveauaus vermeld in deze handleiding zichnet nicht aangepast voorblootstelling van de werknemer aan trillingen. Werkgevers dieren de waarden overeenkomstig deblootstelling gedurende 8uur (A(8)) en de limiet voor blootstelling van de werknemer overeenkomstig te berekenen.
- Laat alkijd aan iemand weten dat u buiten aan het maaien bent.
IV. ONDERHOUD EN OPSLAG
- Houd alle moeren, bouteen en schroeven goed vastgedraaid zodat u er zeker van kunt zichn dat de machine in een veilige bedrijfsstaat verkeert.
- Sla de machine nooit in een gebouw op, waar dampen een open vlam of vonk hunnen bereiken, verwijl zich benzine in de tank bevindt.
- Laat de motor afkoelen voordat u hem in een besloten ruimte opbergt.
- Beperk brandgevaar: houd de motor, geluiddempo, accuimierte en benzine-opsglurimte vrij van gras, bladeren of een overmaat aan smeervet.
- Controller de opvangzak vaak op slijtage of verwering.
- Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.
- Als de brandstoftank afgetapt要去en,要去 dit buiten worden gedaan.
- Op machines met meerdere messen dient u eraan te denken dat het draaien van een mes andere messen kan doen draaien.
- Wanneer de machine要去 worden geparkeerd, opgeslagen of alleen要去 worden gelaten,要去 de maai-inrichting neergelaten worden tenzijeen mechanicische vergrendeling worden gebruikt.

WAARSCHUWING: Maak de bougiekabel aktijd los, plaats hem waar hij de bougie Niet kan raken teneinde onverhoeds starten te voorkomen tijdens het opstellen, vervoeren, afstellen of uitvoeren van reparaties.
GB Complies with the provisions and current amendments of the Directives and Standards shown in the product performance chart.
The power rating as declared by the engine manufacturer is the average gross power output at the specified RPM of a typical production engine for the engine model measured using SAE Standards for engine gross power. Please refer to the engine manufacturer for details.
Entspricht den Bestimmungen und aktuellen Änderungen der Richtlinien und Normen, die in der Produkt-Leistungstabelle aufgeführrt sind.
Die vom Motorenhersteller angegebene Nennleistung entspricht der durchschnittlichen Bruttoleistung bei einer bestimmten Drehzahl eines typischen Produktionsmotors für diese Motormodell. Die Messung erfolgte entsprichend der SAE-Norm für die Motor-Bruttoleistung. Weitere Informationen hierzu finden Sie in der Bedienungsanleitung des Motorherstellers.
(FR) Conforme aux clauses et amendements actuels des directives et des normes indiquées dans le tableau des performances du produit.
La puissance nominale déclarée par le fabricant du moteur correspond à la puissance brute moyenne au régime spécifique d'un moteur de production typique pour le modele de moteur mesure, selon les normes SAE de puissance brute de moteur. Pour plus d'informations, contacter le fabricant du moteur.
ES Cuple las estipulaciones y enmiadas actuales de las directivas y normas que se indicate en la tabla de prestaciones del producto.
La potencia nominal, según lo declares el fabricante del motor, es la受害者 media de potencia bruta a las RPMesianas de un motor de series típico para el modelo de motor, medida según las normas SAE sobre potencia bruta de motor. Para más información, consulte al fabricante del motor.
Conforme alle disposizioni e alle modifiche correnti delle direttive e degli standard indicatine nella tabella delle prestazioni del prodotto.
La potenza nominale dichiarata dal costruttore del motore è la potenza lorda media (in corrispondenza del regime specificato) rilevata sul modello di motore in fase di produzione, misurata secondo la normativa SAE relatività alla potenza lorda del motore. Per i dettagli consultare il costruttore del motore.
Voldoet aan de bepalingen en huidige amendementen van de Richtlijnen en Standaards weergegeven in de product-prestatietabel.
Het door de motorfabrikant aangegeven nominale vermogen is het gemiddelde brutoversmogen bij het gespecifieerde toerental van een typische productiemotor voor het motormodel, gemeten volgens SAE-norm voor brutomotorvermögen. Raadpleeg voor details alstublieft de motorfabrikant.
Notified Body SNCH
11, Route de Luxembourg L-5230 Sandweiler
TUV Rheinland No.0499

| TC 239T | |
| hp/kw* | 14.88/11,10 |
| km/h | 0 - 6,7 |
| cm | 97 |
| mm | 38 - 102 |
| KG | 200 |
| 2006/42/EC EN ISO 5395 | |
| EMC 2014/30/EU ISO 14982 | |
| 2005/88/EC ISO 3744 ISO 11094 | LpA < 84 dB LwA < 100 dB |
| 2002/42/EC EN 1032 EN 1033 m/s2 | Aw = 2,96 Aw = 0,07 |

NF Afzonderlijke onderdelen
Voordat de tractor gebruikt kan worden, moeten sommige onderdelen worden gemonteerd, die vanwege het trans port apart verpakt zich in de emballage.



1
GB ADJUST SEAT
Til de afstelhendel (A) op en schuif de stoel waar een comfortabile positie waar u de koppeling/rem helemaal in kunt duwen. Laat de hendel los om de stoel op die plaats vast te zieten.
GB NOTE:
Controleer of de snoer correct is aangesloten op deveiligheidsschakelaar (1), op de houder van de zitting.



CONNECT BATTERY
- Ground screw (Silver)
- BLACK Cable (-)
- RED Cable (+)
- Protective sleeve
- Terminal end
- Aardschroef (silver)
- ZWARTE kabel (-)
3.RODE kabel (+) - Beschermende huls
- Aansluitklem

WAARSCHUWING: Het Niet opvolgen van de installment-instructies kan leiden tot vonkvorming, vonkontlading of open vlammen die ernstig persoonlijk letsel of schade aan eigendommen kuren veroorzaken.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de contactschakelaar van de tractor in de UIT-stand staat endat de contactsleutel VERWIJDERD is.
- Lokaliseer de zilveren aardschroef (1) op de rechter zichplaat van de tractor, boven de rechterchyterband.
- Lokaliseer de ZWARTE en RODE accukabels in hetzelfde gebied. Zorg ervoor dat de RODE kabel (3) stevig bevestig is aan de startsolenioe en dat de ZWARTE kabel (2) Niet bevestig is, met de beschemende huls (4) volledig over de aansluitklem (5).
- Verwijder de zilveren aardschroef (1) volledig met behulp van een 12 inch (13 mm) moersleutel of inbussleutel en leg hem aan de Kant. NIET WEGGOIOEN, de schroef worden later weer gebruikt.
Schuif de beschermende huls (4) op de ZWARTE kabel (2) maar achefteren om de aansluitklem (5) bloot te leggen. - Installee de eerder verwijdderde zilveren aardschroef (1) opnieuw door de blootliggende aansluitklem (5) geen op de plaat waar de zilveren aardschroef (1) eerder verwijderd is.
- Draai hem stevig vast. Inspector de kabel visuel om te controleren of geen enkel deel van de beschemende huls (4) vastzit onder de kop van de aardschroef. Draai de aardschroef indien nodig los, verplaats de huls en draai de schroef weer vast.
GB BAGGER PARTS
TEILE DES GRAS-AUFFANGBEHALTERS
FRPIECES DE RECHANGE DU RAMASSE-HERBE
ES PIEZAS DE LA ENSACADAORA
PARTI DEL SACCO DI TELA
N ONDERDELEN OPVANGBAK

GB TO ASSEMBLE BAGGER
Vouw de zak uit en zet de rechterkantrechtop.
- Verwijder de slotbauten (5/16-18 x 1,5) en moeren (1) van de voorkant van het bovenste frame.

Leg de opvangzakconstructie op zich kant en voer de voorste uiteinden van het frame van de opvangzak (2) door de lussen in de stof aan beiden kanten van de opvangzak.
- Plaats de slotbauten en moeren (1) terug om het voorste frame aan het bovenste frame te bevestigen, door de stof van de opvangzak heb (4). Draai ze stevig vast.
ATTENTIE: Draai ze Niet vaster dan 100 inch-lb/11,2 Nm.
- Klik de onderkant van het voorste frame (3) van de opvangzak in het klikelement (5) aan de voorkant van de opvangzakonderkant.

- Verwijder de dwarststeunen (6)uit de binnenkant van de opvangzakconstructie.
Schuif de dwarssteun (6) op de pen (7) aan de achterkant van het bovenste frame en maak hem vast met de sluitveerklem (8). - Schuif de dwarststeun (6) op de pen (9) aan de voorkant van het frame en maak hem vast met de sluitveerklem (10).
Herhaal dit aan de andere kant. - Verwijder de trekpen (11) en de sluitveer (12) van de hand-grep van de opvangzak (13).

- Schuif de handgreep van de opvangzak (13) omlaag door de gaten in het deksel en het frame van de opvangzak.
- Plaats de trekpen (11) terug door de opening aan de onderkant van de handgreep van de opvangzak (13). Schuif de sluitveer (12) in de opening aan het uiteinde van de trekpen (11) totdat deze op zijnplaats klikt.

DE STEUNCONSTRUCTIE VAN DE OPVANGZAK INSTALLEREN
- Met behulp van twee slotbauten (1) en twee moeren (2) bevestigt u de middelste steun aan de linkerkant (3) aan de voorste steun aan de linkerkant (4) zoals weergegeven. De middelste steunen要去en aan de buitenkant van de voorste steunen liggen. Herhaal dit aan de andere kant.
LET OP: De nominale positie (5) is wanner de randen van de steunen uitgelijnd zich zoals in de afbeelding.


- Bevestig de stang (6) aan de linker en rechtter middelste steunen met twee slotbauten (7) aan elke kant. Plaats geen moeren in deze stap.

- Installee het linker draaipunt van de opvangzak (8) met een schroef (9) en een moer (10) zoals weergegeven. Herhaal dit aan de andere kant.

DE OPVANGZAK AFSTELLEN
HORIZONTALE AFSTELLING
De tractor worden vanaf de fabriek verscheep met de opvangzakconstructie in een vaste, Vooringestelde stand. Indien nodig kan deze stand worden afgesteld om een consistente opening (A) te handhaven:tussen de beschemkap en de bovenkant van de opvangzakconstructie. Een ideale opening is ongeveer 6 mm (0,25 inch).
- Plaats een sleutel van 1/2 (13mm) onder de bovenkant van de opvangzakconstructie (1). Verwijder de stelbout NIET; draai hem alleen loser (2). Herhaal dit aan de andere kant.
Schuif de opvangzakconstructie in de juiste stand.

Zodra de opvangzakconstructie in de juiste stand staat, draai u de stelbouteen (2) aan beiden zijden vast tot 100 inchlb/11,2 Nm. Draai ze NIET te strak aan.
- Stel indien nodig opniewu af.
VERTICALE AFSTELLING
Indien nodig kan de verticale positie van de opvangzakconstructie worden aangepast om de juiste uitlijing (B)ussen de beschemkap en de bovenkant van de opvangzakconstructie te behouden.


- Verwijder de opvangzakconstructie.
- Verwijder de moeren NIET; draai ze alleen loser (3).
Schuif de opvangzaksteunen (4) omhoog of omlaag in de juiste stand en draai de moeren (3) wee vast.


- Plaats de opvangzakconstructie terug op de opvangzaksteunen (4).
Stel indien nodig opniew af.
DE VERGRENDELING VAN DE OPVANGZAK BEVESTIGEN
WAARSCHUWING: Schakel de motor van de trekker uiten schakel de parkeerrem in voordat u de vergrendelingen van de opvangzak gaat monteren.
- Verwijder twee schroeven (1)uit de rechter opvangzakver-grendeling (2).

- Monteer de rechter opvangzakvergrendeling (3) via de opening in de weiterplaat (4).
- Plaats de rechter opvangzakvergrendeling op dechterplaat met het lipje (5) in de sleuf op dechterplaat en lijn deze uit met het montagegat.
- Gebruik de eerder verwijderde schroeven (6) en bevestig de rechter opvangzakvergrendeling stevig op de weiterplaat.

- Monteer de veer (7) van de vergrendeling, zoals afgebeeld.

Herhaal de stappen voor de linker opvangzakvergrendeling.
DE "OPVANGZAK VOL"-HENDEL/UITBREIDING INSTALLEREN
Voordat u onderdelen installeert of afstelt moet de tractormotoruitgeschakeld zich en de parkeerrem ingeschakeld zich.
- Verwijder de middelste afvoertrechter. (Zie "Middelste trechter verwijderen" in hoofdstuk 6 van deze handleiding.)
- Verwijder de bout (1) van het chassis. Plaats de afdekking (2) in de openingsen (3) in dechterplaat. Terwijl u de afdekking op zijn plaatshoudt, plaatst u de hendel (4) door de opening en installeert u de bout (1) wee. Stel de hendel maar wens af.

VOLHENDEL OPVANGBAK AFSTELLEN
Schuif de verlenging van de bak volledig maar de gewenste stand (4).
- Schuif voor zwaar/nat grayscale de verlenging helemaaal in.
- Schuif voorlicht/droog gras de verlenging helemaal UIT.
DE HENDEL VAN DE OPVANGZAK BEVESTIGEN
WAARSCHUWING: Schakel de motor van de trekker uit en schakel de parkeerrem in voordat u de hendel van de opvangzak gaat monteren.
- Plaats de hendel (1) van de opvangzak op dechterplaat met het antirotatielipje in de sleuf op dechterplaat en lijn deze uit met het montagegat.
- Bevestig de hendel van de opvangzak stevig op dechterplaat met de schroef (3) en moer (2).



TO ADJUST GAUGE WHEELS (if equipped)
De peilwieten zich goed afgesteld wanner ze een Klein beetje boven de grond zich terwijl de maaier in die bedrijfsstand op de gewenste maaihoogte is. De peilwieten houden het maaibord dan in de juiste stand om onder de meeste terreinomstandigheden te helpen voorkomen dat er te kort worden gemaaid.
- Stel de peilwieten af met de tractor op vlakke, horizontale grond.
Stel de maaier op de gewenste maaihoogte af. - Terwijl de maaier in de gewenste maaihoogtestand is, dienen de peilwielen zodanig te worden gemonteerd dat ze een Klein beetle boven de grond zich. Installer het peelwiel in het juiste gat.
- Herhaal dit aan de andere kant en installee het peilwiel in hetzelfde stelgat.


TO INSTALL TOW HITCH
- Verwijder de schroeven (1)uit de sleephaak (2).Bewaar ze voor later gebruik.
Schuif de sleephaak (2) door de uitsparing (3) in de awhile (4) zoals op de afbeelding. - Breng de gaten in de sleephaak (2) op gewijke hoogte met de gaten in dechterplaat (4). Plaats de schroeven (1) terug door dechterplaat zoals op de afbeeling. Draai ze stevig vast.
3. Funzionamento. 3. Beschrijving van functies


NL De plaatsvan de bedieningsorganen
- Schakelaar verlichting
- Gashendel
- Rem-en koppelingspedaal
- Vooruitrijpedaal/Pedaal achteruitrijden
- Aan en uitschakeling van de maaikast
- Snelle verhoging/verlaging van maakast
- Stuurslot/contact
- Parkeerrem
- Aan-en uitschakeling van vrijwiel
- Hendel cruise control
- Onderhoudswaarschuwing/Urenteller
- Mulchendel
19.Accu-indicator/Oplaadstekker

GB 1.Light switch
1. Lichtschalter
FR 1. Interrupteur des phares
ES 1. Interruptor de alumbrado
1. Interruttore luci
NL 1. Schakelaar verlichting

2. Throttle control
Met de gasregelaar wordth het toerental van de motor geregeld en daardoor ook de rotatiesnelheid van de messen.
= Volgas-positie
= Stationair-positive
= Stand starten bij koude weersomstandigheden

3. Clutch/Brake Pedal
Gebruikt om de tractor te ontkoppelen en te remmen en om de motor te starten.

GB 4.Forward/Reverse Drive Pedal
NL 4. Vooruitrijpedaal/Pedaal achteruitrijden
De richting en snelheid tijdens het rijden worden bepaald door de vooruitrij- en acheruijtijpedalen.

- Attachment clutch switch
- Ein und Ausschalten des Mähaggregats
FR 5. Commande d'embrayage et de débrayage du carter de coupe
ES 5. Acoplamento y desacoplamento de la unidad de corte - Leva inscriptiono tagliaerba
NL 5. Aan en uitschakeling van de maakast

Breng de hendel maar achefteren om de maaikast snel te doe den verhogen bij het passeren van oneffenheden in het gazon. Bij transportdient de maaikast in+zijn hoogste stand te staan. Zet de hendel achechteruit, totdat deze vergrendeld is.
7

OFF

ROS ON

ON

START

7. Ignition Lock
7. Stuurslot/contact
De contactsleutel heeft vier verschillende standen:
OFF Alle elektrische stroom uitgeschakeld
ROS ON Systeem voor achechteruit (ROS) aangesloten
ON De elektrische stroom ingeschakeld
START Startmotor ingeschakeld
Systeem voorchyteruit (ROS) - Maakt het möglichk het maierdek te gebruiken of een ander aangekoppeld apparaat dat elektrisch worden aangedreten als menchyteruit rijdt (Zie sectie 5 - "Rijden").
WAARSCHUWING!
Laat nooit de sleutel in het contact zitten, wanneer de machine zonder toezicht worden achtergelaten.


8. Parking brake
Schakel de parkeerrem in als volgt:
- Drukdrempedaal in tot op de bodem.
- Breng de parkeerremhendel maar boven en houdt hem in deze stand.
- Laat de rempedaal los.
Om de parkeerrem vrij te make, behoeft u alleen de rempedaal in te drukken.

9. Aan en Uitschakeliong van Vrijwiel
De neutrale regelkknop要去 ingedrukt zich om de tractor zonder hulp van de motor te trekken of te verplaatsen.De neutrale regelknop要去 uitgetrokken zich en geblokkeerd zich om de tractor te lately rijden.


12. Cruise Control Lever
De functie cruise control kan alleen worden gebruikt bij het vooruit rijden.
SYSTEMEEMKENMERKEN
De cruise control mag alleen worden gebruikt als u maait of goederen vervoert op relatief gladde en vlakke oppervlakken. In andere omstandigheden, zoals kortmaaien bij langzame snelheden, kan het zich dan dat de cruise control wordtuitgeschakeld. Gebruik de cruise control Niet op hellingen, op ruw terrein of tijdens het kortmaaien of draaien.
- Duw het gaspedaal voor vooruit rijden in tot de gewenste slenelheid, trek de cruise-controlhendel (12) omhoog en houd de hendel vast toenwijl u uw voet van het gaspedaal haalt. Laat de hendel daarna los.
Om de cruise control uit te schakelen, duwt u het rempedaal in of geeft u een tikje op het gaspedaal.

GB 14. Service Minder/Hourmeter
NL 14. Onderhoudswaarschuwing/Urenteller
Geeft aan wonneer de motor en de maai-unit onderhoud nodig hebben.

18. EZ Mulch Lever
Uwtractor is uitgerust met een EZ Mulch-functie. Plaats om de mulch-functie in te schaken de mulchhendel in de onderste stand. Plaats, om de mulch-functie uit te schaken en de tractor in de uitsootmodus te latent werken, de mulchhendel in de hoogste stand.


De accu-indicator geeft de status van de accu aan. Er zijn drie verschillende indicatielampjes:
- ROOD Opladen is nooodzakelijk
- GEEL Opladen worden aanbevolen
- GROEN Opladen is nicht nodig
OPMERKING: Wacht 30 minutes na gebruik van de accu voor een nauwkeurige indicatie van de lading.
De accu kan worden opgeladen via de oplaadstekker (4).

WAARSCHUWING: De oplaadstekker (4) past alleen in CTEK 12 volt-laders:tussen de 0,8-10 ampere en mag alleen worden gebruikt met deze laders.
Neem contact op met uwplaatselijke leverancier voor verkrijgbare laders.
4. Before starting. 4. Vor dem Start.
4. Prima dell'avviamento. 4. Maatregelen voor het starten.

Filling up
cul de brandstoftank tot de onderkant van de vulnek. Giet Niet te veel brandstof in de tank. Gebruik verse, schone, normale benzine met een minimaal octaangetal van RON 91 (87 AKI in de VS). Meng geen olie bij de benzine. Schaf brandstof aan in hoeveelheden die binnen 30 dagen gebruikt kunnen worden, om ervoor te zorgen dat de brandstof vers is.
WAARSCHUWING!
De benzine is zeer brandgevaarlijk. Wees voorzichtig en tank buitenshuis. Rook Niet bij het tanken en vul zich bij, wanner de motor warm is. Doe Niet te veel in de tank, waar de benzine kan expanderen en overstromen. Zorg dat na het tanken de benzinedop er goed op zit. Bewaar de brandstof op een koeleplaats in een jerrycan voor motorbrandstof. Controller benzinetank en brandstofleidingen.
GB Oil level
De gecombineerde olievuldop en oliepeilstok is toegankelijk wonneer de motorkapaar voren wordt getild. Het oliepeil in de motor moet worden gecontroleerd voordat de machine wordt gestart. Zorg ervoor dat de tractor op een vlakke ondergrund staat. Schroef de oliepeilstok los en veeg deze schoon. Plaats de oliepeilstok terug en schroef hem Niet vast. Verwijder hem weeer en controleer het peil.
FR Le niveau d'huile doit se situer entre les deux marques indiquées sur la jauge d'huile. Si nécessaire, ajoutez de l'huile jusqu'en haut de la section hachurée sur la jauge. Pour connaître la capacité approximative et le type d'huile, reportez-vous à la section « CHARACTERISTIQUES DU PRODUIT » du present manuel. Ne replissez pas excessivement.
ES El nivel del aceite debe estar entre las marcas que aparecen en la varilla de nivel. Si fuera necessario, anada aceite hasta alcantar lamarca de nivel superior de la varilla. Para concer la capacité aproximada y el tipo de aceite, consulte la seccion "ESPECIFICACIONES DEL PRODUCTO" de este manual.No Ilene el deposto en excesso.
Il livello dell'olio deve trovari tra i due riferimenti sull'astina dell'olio. Se necessario,aggiungere olio fino al raggiungimento della parte superiore del settore tratteggiato sull'astina.Per la capacità approssimativa e il tipo di olio,fare riferimento a "SPECIFICHE TECNICHE DEL PRODOTTO" in quello manuale. Evitare di superare il limite.
NL Het oliepeil moetussen de markingsen op de oliepeilstok staan. Vul indien nodig olie bij totdat de bovenkant van het gemarkeerde deel op de peilstok worden bereikt. Raadpleeg voor de capacititeit en het olietype het gedeelte "PRODUCT-SPECIFICATIONS" van deze handleiding. Giet Niet te veel brandstof in de tank.
Nl De luchtdruk in de banden
Controleer regelmatig de luchtdruk in de banden. Zorg ervoor dat de banden tot de PSI-waarde die op de banden zich staat aangegeven zijn opgeprompt.
5. Driving. 5. Betrieb. 5. Conduite. 5. Conduccion. 5. Guida. 5. Rijden.

NL Het starten van de motor
Ga goed op de zetel zitten, druk het rempedaal in en zet de parkeerrem erop.Zorg ervoor dat de maaikastin transportstand staat (hoogste stand) en dat de hendel voor aan/uitschakeling van de maaikast in uitgeschakelde stand staat.
N.B!
De machine is uitgerust met een veiligheidsschakelaar, die onmiddelijk de stroom maar de motor verbreekt, wanner de bestuurdser zijn plaatsvaar, terwijl de motor loopt en de aan/uitschakelhendel op "ingeschakeld" staat. Jou machine hebte ook met een systeme geinslalleer, die de maaier Niet toelaat te opereren, als de stortgoot of de aanvullende achterspatdoek voor leeglopen zich jeust Niet gemonteerd.


NORMAL STARTING (32^ / 0^ and above)
Zet de gashendel in de snelle stand ( )klik hem vast op+zijn plaat.
A LET OP: Laat de startmotor Niet langer dan vijftien secon- den per minuut continu draaien. Als de motor na diverse pogingen Niet start, wacht dan eenaar minuten en probeer het nog eens.
- Steek de sleutel in het contactslot en draai hem rechtsom 🇪aar de stand "START" en LaTeX hem los zoda de motor aanslaat.
- Wonneer de motor gestart is kuren de hulpstukken en aandrijving gebruikt worden. Als de motor de belasting niede accepteert en afslaat, start de motor dan opniewen laat hem gedurende een minuut warmlopen.
- Laat de gashendel in de snelle stand ( ) stand staan terwijil u rijdt.


- Zet de gashendel voor bij de snelle stand in de stand starten bij koude weersomstandigheden (
A LET OP: Laat de startmotor Niet langer dan vijftien secon- den per minuut continu draaien. Als de motor na diverse pogingen Niet start, wacht dan eenaar minuten en probeer het nog eens. - Steek de sleutel in het contactslot en draai hem rechtsom (N) maar de stand "START" en LAST hem los zodra de motor aanslaat.
- Wanneer de motor gestart is, de gashendel terugdraaien maar de snelle stand ( ) om de motor op te warmen. De tijd die nodig is om de motor po te warmen kan variieren van enkele seconden tot een minuut, afhankelijk van de omstandigheden en temperatuur.
- Laat de gashendel in de snelle stand (♂) stand staan terwijl u rijdt.
GB PURGE TRANSMISSION
Voor de juiste werkung en prestaties worden aangeraden om de transmissie te ontluchten voordat de trekker voor het eerst worden gezuikt. Hierdoor wordenlicht ucht binnenin de transmissie verwijderd, die er tijdens het vervoer van uw trekker kan zijn ontstaan.
BELANGRIJK: MOCHT UW TRANSMISSIE VOOR ONDERHOUD OF VERWISSELING VERWIJDERD MOETEN WORDEN, DAN DIENT HJ NA DE INSTALLATIE ONLUCHT TE WORDEN, VOORDAT U DE TREKKER GEBRUIKT.
- Parkeer de trekker veilig op een vlakke ondergrond zodat hij in geen enkele richting kan wegrollen. Voor de volgende handeling要去 de parkeerrem uitgeschakeld zijn.
- Schakel de transmissie UIT door de freewheel-hendel in de free wheel-stand teplaatsen.
- Start de motor en breng de gashendel maar de stand Langzaam. Controller of de parkeerrem uitgeschakeld+zijn.
- Druk het vooruijpediaal volledig in. Houdt deze vijf (5) seconden ingedrukt en laat dan los. Druk het achteruijpediaal volledig in. Houdt deze vrij (5) seconden ingedrukt en laat dan los. Herhaalthese procedure drie (3)keer.
- Stop de trekker door de contactsleutel maar de stand "OFF" (UIT) te draaien.
- Schakel de transmissie in door de freewheel-hendel in de rijstand teplaatsen.
- Start de motor en breng de gashendel maar de stand Langzaam.
Rijd de trekker ongeveer 1 meter 50 vooruit en vervolgens 1 meter 50chteruit. Herhaal dit drie keer. - Uw trekker is nu klaar voor normaal bedrijf.



Vooruitrijden en Achteruitrijden
De richting en snelheid tijdens het rijden worden bepaald door de vooruitrij en acheruitrijpedalen.
- Start de traktor en haal de parkeerrem eraf.
- Druk voorzichtig op het vooruirij ofchteruijppedaal om te gaan rijden. De slelheid neemt toe als het pediaal meer worden ingedrukt.
Maaien
Zet het maaionderdeelager door de tilhendelnaar voren te bewegen en bevestig hetmaaionderdeel. Kieseen rijnsnelheid die bij het terrein en de gewenste maairesultaten past.
ROS "ON"
ROS "AN"
ROS "ON"
ROS "ON"
ROS "ON"
ROS "ON"


Engine "ON" (Normal Operating)
Motor "AN" (Normalbetrieb)
Moteur "ON" (Fonctionnement normal)
Motor "ON" (Funcionamento Normal)
Motore "ON" (Funzionamento normale)
Motor "ON" (normaal functioneren)

N L Systemeem voor achechteruit (ROS)
Uwtractor is uitgerust met een system voorchteruit (reverse operation system - ROS). Elke pogging door de bestuurdert omchteruit te rijden waar bij het aankoppelingspedaal actief is, za del motor doe afslaan, tenzij het contactsleuteltje zich in de "ON"-positie van de ROS bevindt.
WAARSCHUWING! Achteruit rijden met het aankoppelingspedaal actiefijdens het maaien worden sterk afgeraden. Als men de ROS "ON:" zet, om achteruit rijden met het aankoppelingspedaal actief möglich te makeen, dient dit alleen te gebeuren als de bestuurder beslil dat het nodig is de machine een andere positie te geben met wat aangekoppeld is. Maai niet achteruit, tenzij dit absolut uit nodig is.
WERKEN MET DE ROS
- De motor loopt en draai de contactschakelaar gegen de klok inaar de positie "ON" van de ROS.
- Kijk waar beneden enchter u voor uchteruit rijdt.
- Duw het pedaal van dechteruitversnelling langzaam in om te beginnen met rijden
- Wanner men de ROS Niet langer nodig heeft, draait u het contactsleuteltje met de klok mee in positie "ON" van de motor
GB Cutting tips
- Verwijder stenen en andere voorwerpen van het gazon, die weggeworpen können worden door de messen.
- Localiseer en markeer grotere stenen of andere vastevoorwerpen, om ze bij het maaien te kunnen vermijden.
- Start met een hoge maaihoogte en verlaag deze tot gewenste maairesultaat is verkreten.
- Het maairesultaat worden het beste met een hoog toenental (de messen roteren snel) en een lage versnelling (de machine beweegt zich langzaam). Als het gras Niet te lang en dik is, kan de rijnsnelheid worden opgevoerd door een hogere versnelling te kiezen of door de motorsnelheid te verhogen zonder dat dit de maairesultaten beinvloedt.
- Het Mooiste gazon worden verkreten, als het vaak worden gemaaaid. Het maaien geschiedt gelijkmatiger en het gemaaide gras worden ook gelijkmatiger over het oppervlak verdelijk. Het totale tijsdsbestek voor het maaien worden Niet langer, waar een grotere risnelsheid kan worden toegepast, zonder dat het maairesultaat minder worden.
- Vermijdeen nat gazon temaaien. Het maairesultaat worden minder, waar de wielen in de zachtte grasmat zakken.
- Spoel de onderkant van de maaikast naiedere maai-beurt schoon met water.

To convert mower:
NL De maaier ombouwen:
(Voor het ombouwen maar mulching ofijkenuitstootং de betreffende accessoires nodig.)
Mulching
- Plaats het Dek in de hoogste maa手持.
- Verwijder de bak of optionele Achterdeflector.
- Plaats het samenstel via dechterplaat en zet op de trechteradapter van het maaidek.
- Bevestig hetSAMensteldoordtwee bandenteverbinden in de aangebrachte gaten op de steunarmen van de bak.
- Vervang de bak of optionele achterdeflector om de maaier te lately werken.
U kunt nu gaan mulchen.
Achteruitstoot
- Plaats het dek in de hoogste maa手持.
- Verwijder de opvangzak, de opvangzaksteunconstructie en de mulchodop (indien geinstalleerd).
- Installee de afvoertrechter via de opening in de acheiterplaat en schuif deze over het dekaansluitstuk.
- Bevestig de trechter door de twee vleugelmoeren aan de flens van de trechter vast te make.
- Installeer de deflector aan dechterplaat door de vier (4) vleugelmoeren in de draadoppeningen in dechterplaat te schroeven.
Maak de vleugelmoeren stevig vast.
Meenbak
- Plaats het Dek in de hoogste maa手持.
- Verwijder dechterdeflector of mulchodop.
- Plaats de afvoertrechter in de opening in de hinterplaat en op het aansluitstuk van het maajek.
- Bevestig de trechter aan de tractor door de twee vleugelmoeren in de flens van de trechter vast te make.
- Installeer de bak op de tractor.


GB To Dump Bagger
NL Het legen van de grascontainer
Uw tractor is uiterust met een 'stortzakalarm'. Schakel de koppelengbediening van de aanbouwapparatuuruit om het alarmui te zetten.
- Plaats de trekker op de plek waar u de grascontainer wilt legen.
- Controller of de gecombineerde versnellingsbak en achechterbrug in "vrijloop" staat. Schakel de parkeerrem in.
- Hef de hendel voor het legen maar de hoogste stand. Trek de hendel waar voren om de grascontainer omhoog te lately komen en het grasmaaisel te storten.
- Om met maaien verder te konnen gaan, moet u ervoor zorgen dat de grascontainer weeer maar beneden is en in de juiste stand staat.
5


WARNING!
- Rij Niet op een terrein met een helling van meer dan 15^ . Het risico om achechterover te slaan is zeer groot.
Rij Niet schuin over een hellend terrein, waar het kantelrisico dan groot is. - Vermijd te stoppen of te starten op een hellend terrein.

NL De motor uitzetten
Zet de koppelingshendel voor het hulpstuk in de uitgeschakelde stand. Zet de gashendel in de langzame stand. Breng de maai-eenheid omhoog en draai de contactsleutel maar de stand "STOP".
N.B.
Gebruik nooit de stand voor starten bij koude weersomstandigeden om de motor te stoppen.
GWBARNING!
Laat nooit de contactsleutel er in zitten, wanner de machine onbemand worden achtergelaten, om te voorkomen dat kinderen en onbevoegden de motor starten.
Voordat service-werkzaamheden aan de motor of maakast worden verricht, dient men het volgende te doeen:
- Druk de koppelings/rempedaal in en trek de parkeer-remhendel aan.
- Breng de koppelingshendel in ontkoppelde stand.
Zet demotor af. - Verwijder de ontstekingskabel van de bougie.


(1) Hood
- Open de motorkap.
- Ontkoppel de aansluitkabel van de koplampen.
Ga recht voor de trekker staan. Pak de motorkap aan beiden zijden vast, kantel hem waar voren en til hem van de trekker. - Plaats bij het monteren van de kap de scharnierbeugels in de betreffende openings in het chas sis.
- Sluit de aansluitkabel van de koplampen waar aan en sluit de motorkap.


Maintenance
N.B.: Om uw tractor in goede conditie te houden, moeten er regelmatig onderhoudsbeurten uitgevoerd worden.

WAARSCHUWING: Schakel algid eerst de bougieleiding uit voor u herstellingen, inspecties of onderhoud uitvoert. Dit om te voorkomen dat de ma chine per ongeluk start.
Voor elk gebruik:
- Controller het oliepeil en smeer de draaipunten indien nodig.
- Controller of alle bouten, moeren en splitpennen op hun plaats zitten en goed vast zitten.
- Controller de occupolen en ontluchtingsopeningen.
- Laad voorzichtig op bij 6 ampere indien nodig.
Maak het luchtschem schoon.
Zorg dat er geen vuil en kaf op en in de tractor zit, zodate motor Niet beschadigd of oververhit raakt. - Controller de werking van de remmen.
Reinigen
Wij raden u afom een tuinslang of hogedrukreinigingsapparaat te gebruiken om uw tractor te reinigen, tenzij de motor en de transmissie afgedekt toen om water buiten te houden. Er kan water in de motor of in de transmissie komen, wat de levensduur van uw tractor verkort. Gebruik perslucht of een bladblazer om gras, bladeren en vuil van de tractor en maaier te verwijderen.
Reinigen Stuurplaat:
- Reinig het vuil van de stuurplaat. Vuil kan het schakelen van het koppelings/rempedaal beperken, hierdoor kan de riem gaan slipspen en de aandrijving verloren gaan.

OP GELET: Vermijd alle kwetsbare punten en beweegbare onderdelen.

1. OP GELET: KWETSBARE PUNTEN.
- Stuurplaat
- Stuurinrichting, dashboard, spatbord en maaier zichn nicht aufgebeeld.
- Bovenkant reinigen.
- Koppeling/Rempedaal



TO CHANGE OIL
Verwijdering van de onderste dashboardafdekking
- Tildemotorkapop.
- Verwijder de bevestigingsschroef (1) van de onderste dashboardafdekking.
LETOP: Verwijder onderste dashboardafdekking (2) voorzichtig zodat de afdeklippen (3) Niet afbreken.
Schuif de onderste dashboardafdekking (2) omhoog om de afdeklippen (3) van de taps teolopende gleuven (4) in het onderste dashboard te verwijderen en verwijder.
Olie aflaatklep
- Neem het kapje (5) weg en breng de aflaatbuis (6) aan.
- Om de klep te openen druk Lichtjes in, draai om gegen wijzerzin en trekuit.
- Om de klep te sluiten, druk in en draai om in wijzerzin.
- Verwijder de afaatbuis en breng het kapje aan.




WAARSCHUWING: Het Nietopvolgen van instructies kan resulteren in vonden, vonkontlading of vlammen, wat waar kan leiden tot ernstig letsel of materiele schade. Alvorens met de accu (1) aan de slag te gaan, verwijdert u metalen armbanden, polshorloges, ringen etc. Deze kuren brandwonden veroorzaken als deze in contact komen met de accu.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de contactschakelaar van de trekker in de UIT-stand staat en dat de contact-sleutel is VERWIJDERD.
VERWIJDERING
- Zoek de zilveren massaschroef (2) op de rechterplaat van de trekker, boven de rechterachterband.
- Verwijder met een moer-of dopsleutel van 13mm (1/2 inch) de zilveren massaschroef (2) en bewaar deze.
- Trek de beschemhuls (3) over de blootliggende aansluitklem (4) zodate hij de aansluitklem VOLLEDIG bedekt.
- Verwijder met een moer- of dopsoleutel van 11 mm (7/16 inch) de große RODE (+) accukabel (5) van de solenoidbout (6).
Verwijder dekleine rode draad NIET van de kabelboom op de solenoidbout. - Open het acculuik (8) vanaf de achterzijde van de trekker en LAST het rusten op de rechtersteunbeugel (15) van de opvangzak.
WAARSCHUWING: Alvorens de accu uit het accucompartiment te verwijderen, zorgt u ervoor dat de rode beschemkap (14) de positieve aansluitklem (+) bedekt.
- Trek de accu (1) met besoin kabels bevestigd uit het accucompartiment en laat deze op het acculuik (8) rusten. ONDERHOUD
- Schuif de rode beschemkap (14) omhoog op de positieve kabel (+) om de positieve aansluitklem (+) bloot te leggen.
- Verwijder de vierkantmoeren (10), bouten (11) en accukabels.
- Reinig/verwijder/ervang de accu (1), indien nodig.
INSTALLATIE
WAARSCHUWING: De positieve aansluitklem (+) en rode beschermkap (14)要去 EERST worden aangesloten om vonkvorming door aarding te voorkomen.
OPMERKING: De beschemhuls (3) van de ZWARTE kabel (12)要去 de aansluitklem (4) volledig bedekken.
- Sluit de RODE accukabel (5) aan op de positieve accuklem (+) enervoigens de ZWARTE kabel (12) op de negativie accuklem (-) met de eender verwijdder de vierkantmoeren (10) en boutei (11). Zet ze stevig vast.
- Smeer de accuklemmen (13) om corrosie te voorkomen.
Schuif de rode beschemkap volledig over de positieve aansluitklem (+)
WAARSCHUWING: Alvorens de accuin het accucompartimenteplaatsen, zorgt uervoordat de rode beschemkap (14) de positieve accuklem (+) bedekt.
- Plaats de accu in het accucompartment.
- Bevestig met een moer- of dopsleutel van 11 mm (7/16 inch) de große RODE (+) accukabel (5) aan de solenoidebout (6). Zet ze stevig vast.
- Trek de beschemmhuls (3) omhoog om het uiteinde van de aansluitklem (4) bloot te leggen.
- Draai de ZWARTE (-) accukabel (12) met de hand vast op het trekkerframe boven de rechterachterband met behulp van de eerder verwijderde zilveren massaschoef (2).
- Draai met een moer-of dopsleutel van 13mm (1 / 2 inch) de zilveren massaschroef (2) vast op het trekkerframe.
- Sluit het acculuik (8) en borg het met behulp van de acculuikvergrendeling (7) en acculuikholders (9).
LET OP: De acculuikstandaard (7) moet in gesloten stand worden vastgezet in de acculuikholders (9) boven het acculuik (8).

SERVICE RECORD
| Motorolie verrangen (zonder oliefilter) * | ||||||
| Motorolie verrangen (met oliefilter) * | ||||||
| Draaipunten smeren | ||||||
| Werking van de remmen controlleren | ||||||
| Lichtscherm schoonmaken * | ||||||
| Papieren inzetstuk van de luchtreiniger verrangen * | ||||||
| Koelribben van de motor schoonmaken * | ||||||
| Bougie verrangen | ||||||
| Bandendruk controlleren | ||||||
| Brandstofffilter verrangen | ||||||
| Laad de accu op (minimaal 12,4 Volt ) | ||||||
| Maak de accu en de klemmen schoon * | ||||||
| Controler de knaldemper |
Inspecteer de geluidemper elke 50 bedrijfsuren of zes maanden op tekenen van beschadiging. Als er een beschadiging wordt geconstasteerd, raadpleeg dan de reparatieonderdelenlijst of neem contact op met uw lokale dealer om een verrangend onderdeel te bestellen.
- Voer vaker onderhoud UIT bij gebruik onder vuile of stoffige omstandigheden.
GB CLEAN AIR SCREEN
Het luchtscherm zit over de luchtlinnaatventilator die zich bovenop de motor bevindt. Het luchtscherm要去 vrij van vuil en kaf worden gehonden, om te voorkomen dat er motorschade ontstaat door oververhitting. Reinig met een staalborstel of perslucht om vuil en vastzittende gedroogde verzels te verwijdenen.
LUCHTFILTER
Het gebruik van een vuil luchtfilter zorgt ervoor dat uw motor Niet goed draait. Voer vaker onderhoud aan het luchtfilter uit bij gebruik onder stoffige omstandigheden.

Systeem voor aanwezigheid bestuurdert en sys-tem voor achechteruit werken (ROS)
Zorg ervoor dat de systemen voor de aanwezigheid van de bestuurder en voorchyteruit werken goed werken. Als uw tractor Niet zoals hierboven beschren wen werkdt, dient u het probleem onmiddelijk op te losesten.
- Demotor start Niet, tenzij het rempedaal volledig ingedrukt is en het aankoppelingspedaalregelaar zich in de vrij positie bevindt.
CONTROLEER HET SYSTEEM VOOR AANWEZIGHEID BESTUURDER
- Wanner de motor loopt, dient elke poging door de bestu-urder om zich stoen te verlaten zonder eerst de parkeerrem in te stellen de motor uit te zetten.
- Wanner de motor loopt en het aankoppelingspedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om+zijn stoei te verlaten de motor af te sluiten.
- Het aankoppelingspedaal dient nooit te werken, tenzij de bestuurder in zijn stoen zit.


CONTROLEER HET SYSTEEM VOOR ACHTERUIT WERKEN (ROS)
- Als de motor loopt en de contactschakelaar zich in de positie "ON" van de motor bevindt en het aankoppelingspedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om over te schakenen maar afterwards (reverse) de motor af te sluiten.
- Als de motor loopt en de contactschakelaar zich in de positie "ON" van de ROS bevindt en het aankoppelingspedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om over te schakelen maar afterwards (reverse) de motor Niet af te sluiten.
De messen dieren scherp te zich om het Beste maairesultaat te bereiken. Het slijpen kan geschieden met een vrij of met een slijpschijf.
N.B.: Het is zeer belangrijk dat beiden uiteinden van het mes even-veel worden geslepen, om onbalans te voorkomen.

Blade Care
BELANGRIJK: De messen van uw maaier zijn verschillend en要去en aan de juiste kant gemonteerd worden. Het is een te bevelen om slechts aan een mes tegelijk te werken om er voor te zorgen dat de componenten juist worden gemonteerd.


Blade Removal
- Zet de maaier in de hoogste stand om bij de messen te kappen.
Haal de mesbout eraf. - Monteer een niew of geslepen mes waar bij het sleep (hulp) mes omhoog maar het maaidek gericht要去ন, zich afbeelding.
BELANGRIJK: Om zeker teijken van goede montage moet het centrumgat in het mes passen met de ster op de mandrijn.
BELANGRIJK: Speciale mesbout is heet-behandeld, Graad 8.
1. Blad met 5-puntige ster
Het midden van dit blad heeft een patroon met een vijf (5)-puntige ster. De bout waarmee dit blad wordt vastgezeel heeft een normale schroefdraad maar rechts; draai de bout waar links om hem los te draaien en draai de bout maar rechts om hem vast te draaien.
- Monteer de mesbout wee en draai hem stevig vast (62-75 Nm.).
2. Blad met 5-puntige ster
Het midden van dit blad heeft een patroon met een vijf (5)-puntige ster. De bout waarmee dit blad wordt vastgezeit heeft een schroefdraad maar links; draai de bout maar rechts om hem los te draieren en draai de bout maar links () om hem vast te draieren.
- Monteer de zeskantbout, de sluitring en de plattering exact als in de weergegeven volgorde.
- Draai de bout stevig aan (62-75 Nm.).

To Remove Center Chute
Mittlere Auswurfschüte abbauen.
FR Pour enlever la goulotte de centrage
ES Para retiring el conducjo central
Per togliere il deflettore centrale
N L Middelste trechter verwijderen



To Remove Mower
NL De Maaiunit Verwijderen
- Verwijder de middelste trechter zoals hierboven beschreiben.
- Zet de koppeling van het hulpstuk in de "ONTKOPPELDE" positie.
Zet de hendel van de hefinrichting in de laagste positie. - Verwijder de kabel (H) door de lipjes (I) in te drukken en het kabeluiteinde uit de haak (J) te verwijdenen.
- Verwijder de afdekking van de draaispil (Q).
- Verwijder de riem van de riemschijf van de koppeling (M).
- Demonteer dehaarpinever (E) en verwijder de hefboom.
- Demonteer dehaarpinveer (A) en verwijder de hefboom.
- Demonteer dehaarpineer (D) en verwijder de hefboom.
WAARSCHUWING: De hendel van de hefinrichting heeft veerbelasting. Houd de stang goed vast en ontkoppel langzaam.
Schuif de maaiunit aan de rechterzijde onder de tractor vandaan.
Monteren van de maikast
- Schuif de maaikast onder de machine.
- Het monteren vindt in omgekeerde volgorde van het demonteren.


To Replace Mower Drive Belt
MOWER DRIVE BELT REMOVAL
NL De aandrijfrem van de maalunit verrangen
DE AANDRIJFRIEM VAN DE MAAIUNIT VERWIJDEREN
- Parkeer de tractor op een vlakke ondergrund. Schakel de parkeerrem in.
- Zet de hendel van de hefinrichting in de laagste positie.
- Verwijder vuil of vet dat zich rond de spillen en op het hele bovenoppervlak hebft gezvormd.
- Verwijder de riem van de koppelingspoelie (M), spilpoelie (R) en alle vrijlooppoelies (V).
DE AANDRIJFRIEM OP DE MAAIUNIT INSTALLEREN
- Installeer de riem om de beide spilschijven (R) en om de draagrolschijven (V) zoals op de afbeelding.
- Installer de riem op de riemschijf van de koppeling (M).
BELANGRIJK: Controller of de riem goed in alle riemschijf-groeven van de maaiunit loopt. - Zet de hendel van de hefinrichting in de hoogste positie.





To Level Mower
Zorg ervoor dat de banden tot de PSI-waarde die op de banden zich staat aangegeven zijn opgepompit. Als de banden te hard of te zachtশ, kan dat het uiterlijk van uw grasveld beinhloeden zodate u denkt dat de maaiunit Niet goed is afgesteld.
BEIDE KANTEN OP HET OOG UITLIJNEN
- Als alle banden de juiste spanning hebben, maar uw veld toch Niet geling is gemaaid, kijkt u welke Kant van de maaier dieper maait.
- Draai met een verstelbare sleutel of een sleutel van 3 / 4^ de afstelmoer van de hefkoppeling (A) maar links om de maaier te verlagen, ofaar rechts om de maaier te verhogen (Fig.1).
N.B.: ledere volle slag van de afstelmoer wijzigt de hoogte van de maaier met onceveer 3/16".
3. Test uw afstelling door wat oncemaaid gras te maaien en te kijkken hoe het resultaat eruitziet. Stel de maaiunit indien nodig verder af fotdat u tevreden bent met het resultaat.
PRECISIE-AFSTELLING BAN BEIDE KANTEN BAN DE MAAIUNIT
- Parkeer met alle banden op de juiste spanning de tractor op een vlokke ondergrund of op een oprit.
OPGELET: Het mes is scherp. Bescherm uw handen met,
handschoenen en/of wikkel ditke doeken om de messen. - Breng de maier omhoog tot de hoogste positie.
- Plaats aan.beide zijden van de maaier het mes aan de zijkant en meet de afstand (A) van de onderste rand van het met tot de grond. De afstand moet aan beide zijden hetzelfde zich (Fig.2).
- Zie de stappen 2 van de instructies voor het op het oog uitlijnen als de messen afgesteld moeten worden.
- Controller de metingen opniew, en stel de messen af totdat beiden zijden gelijk zich.
AFSTELLING BOOR-EN ACHTERZIJDE
BELANGRIJK: Het oppervlak van de maaier moet overal bezelfde hoogte hebben.
Voor de Beste maairesultaten要去en demaimessen zodanig worden afgesteld dat de voorkant 1 / 8" tot 3 / 8" lager is dan de achterkant wonneer de maaier in de hoogste stand staat.
OPGELET: Het mes is scherp. Bescherm uw handen met handschoenen en/of wikkel/DDike doeken om de messen.
- Breng de maier omhoog tot de hoogste positie.
- Plaats alle messen zo, dat de puntrrecht vooruit wijst. Meet de afstand (B) tot de grond bij de Voorste en achechterste punt van het mes (Fig. 3).
- Gaaar de voorkant van de tractor als de voorste punt van het mes Niet 1/8 tot 3/8 lager is dan dechterste punt.
Haal meteen 11/16" ofverstelbare sleutel de blokkeermoer A verschillende slagen los om afstelmoer B vrij te make. - Draai met een 3/4 of verstelbare sleutel de afstelmoer van de voorste koppeling (B) in de richting van de klok (vast) om de voorkant van de maaier op te heffen of gegen de richting van de klok in (los) om de voorkant van de maaier te lately zakken (Fig. 4).
N.B.: Iedere volle slag van de afstelmoer wijzigt de hoogte van de maaier met onceveer 1/8".
- Controleer de metingen opniew en stel indien nodig verder af totdat de Voorste punt van het mes 1/8" tot 3/8" lager is dan de achefterste punt.
Houd de afstelmoer in positie met de sleutel en draai de blokkeermoer goed vast gegen de afstelmoer.


To Replace Motion Drive Belt
REMOVAL
NL Aandrijfrem verrangen
VERWIJDERING
- Parkeer de tractor op een vlakke ondergrund. Schakel de parkeerrem in.
A LET OP: Zorg dat de contactsleutel is verwijderd tijdens de werkzaamheden aan de tractor.
- Verwijder het baksamenstel.
- Verwijder de middelste afvoertrechter zoals hierboven beschreiben.
- Verwijder de messeneenheid zoals hierboven beschreiben.
- Koppel de bedrading van de koppeling (1) los.
- Verwijder de anti-rotatiekoppeling (2) aan de rechterzijde van de tractor.
- Werk vanaf de achterkant van de tractor via dechterplaat en verwijder de aandrijfrem van de transaxlepoelie(3) en dechterste leirolpoelies (4).
- Verwijder de riem vanaf het midden van de leirolpoelies (5).
- Haal de riem van de motorpoelie (6) af en rond de riemgeleiding (7).
INSTALLATIE
- Start de riem van boven de steunplaat van de besturing (8) aan de linkerkant van de stuuras.
OPMERKING: Zorg dat de riem zich boven de bovenkant van de koppeling/rempedaalas (9) bevindt.
BELANGRIJK: Controller de riem om de juiste plaatsing van alle maierpoeliegroeven en -geleidingen te garanderen.
GB To Check Brake
Als de tractor meer dan vrij (5) voet nodig heeft om te stoppen in de hoogste snugheid in de hoogste versnelling op een vlakke, droge betonnen of geplaveide ondergrond,要去 der rem worden nagekeken.
U kunt ook als volgt de rem controeren:
- Parkeer de tractor op een vlokke, droge betonnen of geplaveide ondergrund, duw het rempedaal helemaal in en schakel de parkeerrem in.
- Ontkoppel de transmissie door de vrijstand-hendel in de stand "transmissie ontkoppel" te zetten. Trek de vrijstand-hendel uit en in de gleuf en LAST hem los zodate hij in de ontkoppelde stand worden vastgehonden.
De weiter wielen moeten blokkeren en slippen als u de tractor handmatig vooruit probeert te duwen. Als de weiter wielen draaien, moet de rem worden nagekeken. Neem contact op met een of een ander deskundig servicecentrum.
G HOURMETER
De urenteller geeft het totale aantal uren dat de motor heeft gedraaid. Zie hethoofdstuk "Onderhoud" van deleze handleiding voor het uitvoeren van service aan de motor en de maaier.
MAINTENANCE - TRANSAXLE
De ventilator en koelribben van de transmissie moeten schoon gezogen worden om voore de juiste koeling te zorgen.
Tracht nicht de ventilator de transmissie te reinigen verwijde de motor draait of verwij de transmissie heet is.
- Controller de koelventilator om u ervan te overtuigen dat de bladen intact en schoon zich.
- Controller de koelribben op vuil, gras en ander materiaial.
TRANSMISSIEPOMPVLOEISTOF
De transmissie is in de fabriek verzegeld en vloeistofonderhoud is Niet nodig. Als de transmissie ooit macht lekken of een onderhoudsbeurt nodig hebben, dient u een bevoegt servicecentrum of afdeling te raadplegen.


DECK WASHOUT PORT
Hetmaaidek van uwtrekker is aan de bovenkantuitgerust meteen reinigingspoort als onderdeel van het dekreinigingsystem. Dit systemdient na elk gebruik van de maaier te worden gebruikt.
OPMERKING: Voor modellen met Franse stootplaten bevindt de uitspoelpoort zich aan de linkerkant van de stootplaat, net voor hetchyterwiel.
Rijd de trekker maar een vlakke, open plek op uw gazon, zich genoeg bij een waterkraan om met de tuinslang te bereiken.
BELANGRIJK: Zorg ervoor dat de uitworp van de trekker is weg-gericht van uw huis, garage, geparkeerde auto's, enz. Verwijder de opvangbak of mulchplaat indien bevestigd.
Zorg ervoor dat de koppelingshendel van het hulpstuk in de stand "DISENGAGED"(ontkoppeld) staat, trek de parkeerrem aan en schakel de motor uit.
- Trek de borgkraag van de adapter van het mondstuk op uw tuinslang (A) maarachten en druk de adapter op de inlaatopening van het reinigingsdek aan het linkeruiteinde van het maaidek (B). Laat de borgkraag los om de adapter op het mondstuk te bevestigen.
BELANGRIJK: Trek aan de slang om te controlleren of de slang goed is gekoppeld.
- Draai de waterkraan open.
Ga op de bestuurdersstoel van de trekker zitten, start de motor en plaats de gashendel in de stand "Fast" (") (snel).
BELANGRIJK: Controller nog een keer of de ruimte voor de uitworp vrij is.
Zet de koppelingshendel van het hulpstuk van de tractor in de stand "ENGAGED" (gekoppeld). Blijf op de bestuurdersstoel zitten met het maaidek ingeschakeld totdat het dek schoon is.
- Zet de koppeling van het hulpstuk van de tractor in de stand "DISENGAGED" (ontkoppeld). Draai de startsleutel in de positie STOP om de motor uit te schakelen. Draai de waterkraan dicht.
- Trek de borgkraag van de mondstukadaptertering om de adapter van de reinigingspoort los te koppelen.
- Verplaats de trekker maar een droge plaats, bij voorkeur met een betonnen of bestrate ondergrond. Zet de koppelingshendel van het hulpstuk in de stand "ENGAGED" (gekoppeld), zodat overmatig water kan weglopen en de tractor sneller kan drogen, voordat u hem stalt.
WAARSCHUWING: Een kapotte of ontbrekende reinigingsaansluiting kan u of anderen blootstellen aan voorwerpen die door contact met de messen worden uitgeworpen.
- Vervang een kapotte of ontbrekende reinigingsaansluiting onmiddelijk, alvorens de maaier opnieuw te gebruiken.
Dicht evt. openingen in de maaier met bouten en borgmoeren.
7. Ricerca guasti. 7. Het localiseren van fouten.
II motore non parte
- De accu is leeg.
- Slecht contact tussen kabel en accupool.
- Aan/uitschakelhendel in foutieve stand.
- De hoofdzekering is defect.
- Hetstuurslot/contact is defect.
- Het veriligeidscontact voor koppelings/rempedaal is defect.
- Koppelings/rempedaal Niet ingedrukt.
De motor loopt nicht gelijkmatig
- Te hoge versnelling.
- De bougie is defect.
- De carburateur is foutief ingesteld.
- Het luchtfilter zit zich.
- De ventilatie van de brandstoftank is verstoet.
- De ontsteking is verkeerd ingesteld.
- Vuil in de brandstofleidingen.
De motor lijkt zwak/weinig vermogen
- Het luchtfilter is verstopt.
- Gashendel in stand om te starten in koude weersomstandigheden (3).
- De bougie is defect.
- Vuil in de carburateur of brandstoffleiding.
- De carburateur is verkeerd ingesteld.
De motor raakt oververhit
- De motor is overbelast.
- De luchtinlaat of de koelribben zitten verstopt.
- De ventilator is beschadigd.
- Te weinig of geen olie in de motor.
- Het voorgloeien is defect.
- De bougie is defect.
- De zekering is defect.
- Een ofeer cellen zijn beschadigd.
- Accupolen en kabels makeen geen contact.
Deverlichtingwerktniet
- Draadverbinding koplamp nicht aangesloten.
- De gloeilampen zich stuk.
- De schakelaar is defect.
- Kortsluiting in de leiding.
De machine trilt
- De messen zitten los.
- De motor zit los.
- Eén of beiden messen zijn in onbalans,veroorzaakt door beschadiging of slechte balans na het sijpen.
Hoothe van gemaaid gras is ongelijk
- De messen zijn bot.
- De maakast staat nichtrecht.
- Lang of nat gras.
- Grasophoping onder de kap.
- De luchtdruk in de banden is links en rechts nicht gegelijk.
- Te hoge versnelling.
- De aandrijfrem slipt.
NL Aan het einde van elk maisezoen moeten de vol gen de maatregelen worden genomen:
Maak de hele machine schoon, in het bijzonder de binnenkant van de kap van de maaikast. Geen water onder hoge druk gebruiken om het voertuig te reinigen. Er kan water in de motor en in de transmissieorganen komen, wat de levensduur van het voertuig verkort.
Herstel lakbeschadigingen om roest te voorkomen.
- Ververs de olie in de motor.
Maak de benzinetank leeg. Laat de motor draaien totdat er ook in de car bu ra teur geen benzineeer is.
- Verwijder de bougie en LAST een eetlepel mo tor o lie in de cilinder lopen. Draai de motor rond zodat de olie worden verdoeffn schroef daarna de bougie weeer vast.
Haal de accu weg. Laad de accu op en bewaar.Deze op een koele plaats.Bescherm de accu gegen strenge kou.
- Zet de machine in een droge overdekte ruimte.
WAARSCHUWING!
Gebruik nooit benzine bij het schoonmaken, odomat dit schadelijke stoffen bevat.
Onderhoud
Bij het bestellen van onderdelen moet de merk naam van de machine, het一年多 van aankoop en het model, type en Z serialummer worden vermeld. Neem contact op met de dichstbijzijinde dealer voor onderhoud en reparaties. Er要去en allijd originele onderdelen worden gebruikt.
Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder once alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product:
| Beschrijving Zitmaaier met verbrandingsmotor | |
| Merk Husqvarna | |
| Platform / Type / Model TC 239T | |
| Partij Serienummer vanaf 2017 en verder |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlijn/Verordening | Beschrijving |
| 2006/42/EG | "betreffende machines" |
| 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compa-tilititeit" | |
| 2000/14/EG; 2005/88/EG | "betreffende geluid buitenhuis" |
Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specifi caties zich als volgt;
EN ISO 12100, ISO 14982, ISO 5395-1 & 3, ISO 3744, ISO 11094, EN 1032
In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondertekende EG-verklaring van overeenstemming.
De geleverde zitmaaier met verbrandingsmotor is conform het geteste exemplaar.

www.husqvarna.com
SimpelGids