CSM 1815 - Zaag AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CSM 1815 AL-KO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CSM 1815 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CSM 1815 van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING CSM 1815 AL-KO
Inhoudsopgave 1 Over deze gebruiksaanwijzing ................. 46
2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik 47
2.3 Overige risico's .................................. 47
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-
2.5 Symbolen op het apparaat................. 47
3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor
3.1.4 Gebruik en behandeling van het
elektrische gereedschap ............. 50
3.1.5 Gebruik en behandeling van het
3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingza-
gen..................................................... 51
3.3 Algemene veiligheidsinstructies voor
kettingzagen ...................................... 52
3.4 Oorzaken en vermijding van een te-
3.7 Veiligheidsinstructies voor accu en
oplader............................................... 53
3.8 Veiligheidsaanwijzingen voor de
3.8.3 Werken met de kettingzaag ......... 54
4 Ingebruikname.......................................... 54
4.1 Kettingzaagolie bijvullen (02, 03) ....... 54
4.2 Accu laden ......................................... 55
4.3 Accu plaatsen en verwijderen (04,
5.3 Controleren van de kettingzaagolie.... 56
5.4 Apparaat in- en uitschakelen (07) ...... 56
6 Werkhouding en werktechniek ................. 56
7.3 Spannen en ontspannen van de
zaagketting (14) ................................. 58
7.4 Zaagketting en geleiderail vervangen
1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING
De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over de machi- ne nodig heeft.
Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorg- vuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storings- vrij gebruik. Gebruiksaanwijzing
Ga voorzichtig met Li-Ion accu´s om! Neem met name de aanwijzin- gen voor transport, opslag en afval- verwijdering in acht!
1.2 Verklaring van pictogrammen en
signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke si- tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel ge- vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING Deze gebruikshandleiding beschrijft een handge- dragen takkenzaag, die wordt aangedreven door een accu. Het apparaat mag alleen met de in de technische gegevens vermelde lithium-ionen-accu´s en opla- ders worden gebruikt. Zie voor verdere informatie over de accu´s en opladers de aparte handleidingen:
Gebruikshandleiding 443130: Accu´s
Gebruikshandleiding 443131: Opladers LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met on- geschikte accu's, kunnen apparaat en accu's be- schadigd raken.
Gebruik het apparaat alleen met de voorge- schreven accu's.
De accu-takkenzaag is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik rond het huis en in hobbytui- nen. In een dergelijke omgeving kan de takken- zaag worden gebruikt voor licht houtzaagwerk, zoals:
afzagen van dunne takken Dankzij de elektrische aandrijving kan de accu- takkenzaag niet alleen buiten, maar ook in geslo- ten ruimten voor het zagen van hout worden ge- bruikt. Elke andere toepassing dan hier beschre- ven, wordt beschouwd als niet overeenkomstig het gebruiksdoel. De zaag is niet bedoeld voor het kappen van bomen. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege- stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg. VOORZICHTIG! Letselgevaar door on- doelmatig gebruik! Wanneer de kettingzaag wordt gebruikt voor het zagen van hout waarin vreemde voorwerpen zijn verwerkt, of andere voorwerpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.
Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor licht houtzaagwerk.
Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, bijv. spijkers, schroe- ven, hang- en sluitwerk.443553_a 47 Productomschrijving
2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik
Snoei nooit takken, die zich recht boven of onder een scherpe hoek ten opzichte van de gebruiker of overige personen bevinden.
Zaag geen takken die zich op grote hoogte bevinden.
Gebruik nooit afgewerkte of minerale olie voor de smering van de kettingzaag.
Gebruik het apparaat niet in omgevingen met een potentieel explosiegevaar.
2.3 Overige risico's
Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge- bruik, de volgende potentiële gevaren worden af- geleid:
Aanraking met rondvliegende zaagspanen en oliespray
Inademen van zaagstof en oliespray
Loskomen van delen van het bewerkte hout.
Gehoorschade tijdens het werk wanneer geen gehoorbescherming wordt gedragen.
Snijletsel door de zaagketting
Plotselinge en onverwachte beweging van de geleiderail met zaagketting (gevaar voor snij- letsel).
Letsel door rondvliegende delen van de zaagketting
Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gemanipuleerde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen. Wanneer veilig- heids- en beveiligingsvoorzieningen zijn gemani- puleerd, kan tijdens werkzaamheden met de ket- tingzaag zwaar letsel worden toegebracht.
Stel de beschermings- en beveiligingsvoor- zieningen nooit buiten werking!
Werk uitsluitend met de kettingzaag, wan- neer alle veiligheids- en beveiligingsvoorzie- ningen correct functioneren.
2.4.1 Beveiliging tegen overbelasting
Als de gebruiker de takkenzaag bij het zagen ste- vig door het hout drukt, schakelt hij uit. Daardoor wordt een te grote belasting van de motor voor- komen.
2.4.2 Klapbare kettingafdekking
De kettingafdekking beschermt de bediener te- gen de bewegende zaagketting. Zodra de kettin- gafdekking bij het zagen op het hout ligt, geeft hij automatisch mee. WAARSCHUWING! Gevaar door zaagket- ting. De draaiende zaagketting kan levensge- vaarlijk letsel veroorzaken.
Gebruik de kettingzaag alleen met een wer- kende kettingafdekking!
Demonteer nooit de kettingafdekking!
2.4.3 Handbescherming
De handbescherming beschermt de bediener te- gen aanraking met het door te zagen hout, tegen splinters en zaagsel.
2.5 Symbolen op het apparaat
2.5.1 Veiligheidstekens
Symbool Betekenis Lees vóór ingebruikname de ge- bruiksaanwijzing! Draag een veiligheidsbril! Draag gehoorbescherming! Stofkapje dragen! Houd de kettingzaag tijdens het za- gen nooit met slechts één hand vast! De kettingzaag tijdens het werken steeds met beide handen vasthouden! Wees bijzonder voorzichtig bij de hantering! Gebruik de zaag niet in de regen! Bescherm de zaag tegen vocht!NL 48 CSM 1815 Veiligheidsinstructies Symbool Betekenis 152 mm Zaag geen hout dat dikker is dan de nuttige lengte van de geleiderail (hier: 152 mm)! Terugslagrisico! Zaag nooit met het uiteinde van de geleiderail!
2.5.2 Bedieningstekens
Symbool Betekenis Drukknop voor het oliën van de zaagketting indrukken. Let op de draairichting van de zaagketting! Draairichting van de zaag- ketting (onder afdekking voor kettingtandwiel)
2.6 Productoverzicht (01)
Nr. Onderdeel 1 Achterste handgreep (grijpoppervlak is gemarkeerd) 2 Blokkeerknop 3 Aan/Uit-schakelaar 4 Voorste handgreep 5 Dop kettingoliereservoir 6 Kijkglas voor kettingoliereservoir 7 Klapbare kettingafdekking 8 Kettingspanschroef 9 Kettingwieldeksel 10 Bevestigingsring voor kettingafdekking 11 Zaagblad 12 Zaagketting 13 Aanslag 14 Handbescherming Nr. Onderdeel 15 Laadtoestandsweergave en waarschu- wingssymbool 16 Drukknop voor het oliën van de zaag- ketting 17 Hoekschroevendraaier kruis en gleuf 18 Accurail 19* Accu* 20* Oplader* 21 Transportkoffer 22 Gebruiksaanwijzing Accu 2,5Ah en oplader zijn in de set (art.-nr. 114023) inbegrepen. Bij het enkele apparaat (Art.-Nr. 114016) zijn accu en oplader niet bij de leveringsomvang inbegrepen. Zie technische ge- gevens op de pagina´s 6 en 7 en zie Hoofdstuk 12 "Technische gegevens", pagina62.
OPMERKING Accu en de oplader zijn niet bij de leveringsomvang inbegrepen. Ze zijn ech- ter bestanddeel van de complete set of apart ver- krijgbaar. Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde posities. Controleer of alle posities zijn inbegre- pen: Nr. Onderdeel 1 Acuu-takkenzaag 2 Transportkoffer 3 Gebruiksaanwijzing 4 30 ml kettingzaagolie, biologisch af- breekbaar 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor
elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- instructies, werkinstructies, illustraties en technische gegevens waarmee dit elektrisch gereedschap is voorzien. Het niet naleven van de onderstaande instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aan- wijzingen voor toekomstig gebruik.443553_a 49 Veiligheidsinstructies De in de veiligheidsinstructies gebruikte term ‘elektrisch gereedschap’ heeft betrekking op elek- trische gereedschappen die op netspanning wer- ken (met netsnoer) of op elektrische gereed- schappen die op accuspanning werken (zonder netsnoer).
3.1.1 Veiligheid op de werkplek
Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroor- zaken.
Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken, die de stof of dampen kunnen laten ontvlammen.
Houd kinderen en andere personen tij- dens het gebruik van het elektrische ge- reedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektri- sche gereedschap verliezen.
De aansluitstekker van het elektrische ge- reedschap moet in de contactdoos pas- sen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met elektrisch gereedschap met randaarding. Ongemodificeerde stek- kers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
Vermijd lichaamscontact met geaarde op- pervlakken zoals bij buizen, verwarmin- gen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.
Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vocht. Wanneer er water in het elektrische gereedschap binnendringt, ver- hoogt dit de kans op een elektrische schok.
Gebruik het aansluitsnoer niet voor doel- einden waarvoor deze niet is bedoeld. Het snoer mag niet worden gebruikt om het elektrische gereedschap te dragen, op te hangen of om de stekker uit de contact- doos te trekken. Houd het aansluitsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewegende onderdelen van het ap- paraat. Bij beschadigde of in de knoop ge- raakte aansluitsnoeren is er een hoger risico op een elektrische schok.
Wanneer u met een elektrisch gereed- schap buiten werkt, dient u uitsluitend een verlengsnoer te gebruiken dat ook ge- schikt is voor gebruik buitenshuis. Door het gebruik van een dergelijk, voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer, neemt het risico op een elektrische schok af.
Wanneer het gebruik van elektrisch ge- reedschap in een vochtige omgeving niet kan worden voorkomen, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektri- sche schok.
3.1.3 Veiligheid van personen
Wees oplettend en voer uw handelingen bewust uit. Ga voorzichtig te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Wanneer u een moment niet oplet, kan het elektrische gereedschap ernstige verwondingen veroor- zaken.
Draag een persoonlijke beschermingsuit- rusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermings- uitrusting verlaagt het risico op verwondin- gen. Tot de uitrusting behoren, afhankelijk van het type elektrisch gereedschap en de toepassing ervan, bijv. een stofmasker, vei- ligheidsschoenen met goede grip, een veilig- heidshelm of gehoorbescherming.
Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, het optilt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereed- schap uw vinger op de schakelaar houdt of het elektrische gereedschap ingeschakeld aansluit op de netspanning, kan dit leiden tot ongevallen.
Verwijder afstel- of schroefgereedschap voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Een gereedschap of sleutel die zich in een roterend deel van het elektrische gereedschap bevindt, kan letsel veroorzaken.
Voorkom een abnormale lichaamshou- ding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Hierdoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.NL 50 CSM 1815 Veiligheidsinstructies
Draag geschikte kleding. Draag geen wij- de kleding of sieraden. Houd haar en kle- ding weg van bewegende delen. Loszitten- de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegre- pen.
Als stofafzuig- en -opvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verkleinen.
Laat u niet verleiden tot een vals gevoel van veiligheid en stap niet over de veilig- heidsregels voor elektrische gereed- schappen heen, zelfs niet wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met het elektrische gereedschap. Onnadenkend handelen kan in een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.
3.1.4 Gebruik en behandeling van het
Voorkom overbelasting van het elektri- sche gereedschap. Gebruik voor uw werk- zaamheden het juiste elektrische gereed- schap. Met het passende gereedschap werkt u beter en veiliger in het beschreven toepas- singsgebied.
Gebruik het elektrische gereedschap niet wanneer de schakelaar kapot is. Elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgescha- keld kan worden, is gevaarlijk en moet wor- den gerepareerd.
Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder de uitneembare accu voordat u instellingen aan het apparaat uitvoert, ge- reedschapsdelen verwisselt of het elektri- sche gereedschap opruimt. Deze veilig- heidsmaatregel voorkomt het onbedoeld star- ten van het elektrische gereedschap.
Bewaar ongebruikt elektrisch gereed- schap buiten het bereik van kinderen. Het elektrische gereedschap mag niet worden gebruikt door personen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elektrische gereedschap- pen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren mensen.
Onderhoud elektrisch gereedschap en in- zetgereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken zijn of zo- danig beschadigd dat de werking van het elektrische gereedschap wordt belem- merd. Laat beschadigde onderdelen repa- reren voordat u het elektrische gereed- schap gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektri- sche gereedschappen.
Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereed- schap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik.
Gebruik het elektrische gereedschap, het toebehoren, inzetgereedschap enz. con- form deze instructies. Neem hierbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan doelmatige toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Zorg dat de handgrepen en oppervlakken ervan droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Gladde handgrepen en oppervlakken ervan maken geen veilige bediening van het elektrische gereedschap in onverwachte situ- aties mogelijk.
3.1.5 Gebruik en behandeling van het
Laad de accu's uitsluitend met opladers op die door de fabrikant worden aanbevo- len. Door een oplader die voor een bepaald type accu's geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer deze met andere accu's wordt ge- bruikt.
Gebruik uitsluitend de hiervoor bedoelde accu's in het elektrische gereedschap. Het gebruik van andere accu's kan tot verwondin- gen en brandgevaar leiden.
Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spij- kers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan ver- brandingen of vuur veroorzaken.
Bij verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de accu lopen. Voorkom de aanraking hier- mee. Spoel direct af met water wanneer u er per ongeluk mee in contact komt. Wan- neer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden geraadpleegd. Lekkende accuvloeistof kan huidirritaties of verbrandin- gen veroorzaken.
Gebruik geen beschadigde of gewijzigde accu. Beschadigde of gewijzigde accu´s kun-443553_a 51 Veiligheidsinstructies nen zich onvoorspelbaar gedragen en brand, explosie of letsel veroorzaken.
Stel een accu niet bloot aan brand of hoge temperaturen. Brand of temperaturen van meer dan 130°C kunnen een explosie ver- oorzaken.
Leef alle aanwijzingen voor het opladen na en laad de accu of het accugereed- schap nooit buiten het in de gebrui- kershandleiding aangegeven temperatuur- bereik op. Verkeerd opladen of laden buiten het toegestane temperatuurbereik kan de ac- cu vernielen en het brandgevaar vergroten.
Laat het elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerd personeel en met ori- ginele reserveonderdelen repareren. Zo wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het elektrische gereedschap behouden blijft.
Onderhoud beschadigde accu´s in geen geval. Alle onderhoudswerkzaamheden aan de accu´s moeten door de fabrikant of een geautoriseerde klantenservice worden uitge- voerd.
3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen
Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Contro- leer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets raakt. Bij werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of li- chaamsdelen door de zaagketting gegrepen worden.
Houd de kettingzaag altijd met uw rechter- hand aan de achterste greep en uw linker- hand aan de voorste greep vast. Het vast- houden van de kettingzaag in een omgekeer- de werkhouding verhoogt het gevaar voor let- sel en mag nooit zo worden vastgehouden.
Houd de kettingzaag alleen aan de geïso- leerde handvaten vast omdat de zaagket- ting in aanraking kan komen met verbor- gen stroomleidingen. Het contact van de zaagketting met een spanningvoerende kabel kan metalen apparaatonderdelen onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden.
Draag oogbescherming. Verdere bescher- mingsmiddelen voor gehoor, hoofd, han- den, benen en voeten worden aanbevolen. De juiste beschermkleding vermindert het ge- vaar voor letsel door rondvliegend spaander- materiaal en toevallige aanraking van de zaagketting.
Werk met de kettingzaag niet op een boom, een ladder, vanaf een dak of op een instabiele ondergrond. Bij gebruik op die manier is er gevaar voor ernstig letsel.
Let altijd op een stabiele positie en ge- bruik de kettingzaag alleen wanneer u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Een gladde of instabiele ondergrond kan ertoe leiden, het evenwicht of de controle over de kettingzaag te verliezen.
Houd er bij het knippen van een tak die onder spanning staat rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de hout- vezels vrijkomt kan de gspannen tak de ge- bruiker raken en/of de kettingzaag buiten controle brengen.
Wees bijzonder voorzichtig bij het snoei- en van kreupelhout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de zaagketting vast komen te zitten en u raken of u uit uw even- wicht brengen.
Draag de kettingzaag bij de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagket- ting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het opbergen van de ketting- zaag moet de beschermkap altijd gebruikt worden. Zorgvuldige omgang met de ketting- zaag vermindert de waarschijnlijkheid van een toevallige aanraking met de lopende zaagketting.
Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van ge- leiderail en ketting. Een ondeskundig ge- spannen of gesmeerde ketting kan ofwel scheuren of het terugslagrisico vergroten.
Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet om metaal, plastic, met- selwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn, te zagen. Het gebruik van de ket- tingzaag voor niet-reglementaire werkzaam- heden kan tot gevaarlijke situaties leiden.
De kettingzaag is niet geschikt voor het kappen van bomen. Het gebruik van de ket- tingzaag voor niet-reglementaire werkzaam- heden kan ernstig letsel van de gebruiker of van andere personen veroorzaken.NL 52 CSM 1815 Veiligheidsinstructies
3.3 Algemene veiligheidsinstructies voor
kettingzagen Volg alle instructies als u de kettingzaag ont- doet van materiaalophopingen, hem opbergt of er onderhoudswerkzaamheden aan uit- voert. Ga na of de schakelaar uitgeschakeld en de accu verwijderd is. Een onverwachtse werking van de kettingzaag bij het verwijderen van materiaalophopingen of tijdens onderhouds- werkzaamheden kan ernstig letsel veroorzaken.
3.4 Oorzaken en vermijding van een
terugslag Terugslag kan optreden wanneer het uiteinde van de geleiderail een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt. Een aanraking met de railpunt kan in sommige gevallen tot een onverwachtse, naar achteren ge- richte reactie leiden waarbij de geleiderail naar boven in de richting van de gebruiker wordt ge- slagen. Het klem raken van de zaagketting aan de bo- venrand van de geleiderail kan de rail snel in de richting van de gebruiker terugstoten. Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk ernstig letsel oploopt. Vertrouw niet uitsluitend op de be- veiligingen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van een kettingzaag moeten er ver- schillende maatregelen worden genomen om vrij van ongevallen en letsel te werken. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van de kettingzaag. Die kan ver- meden worden door geschikte veiligheidsmaatre- gelen, zoals hierna beschreven:
Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en de armen in een positie waarin u stand kunt houden tegen de terugslag- krachten. Als er geschikte maatregelen wor- den genomen kan de gebruiker de terug- slaande krachten beheersen. Laat de ketting- zaag nooit los.
Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daar- door wordt een onbedoelde aanraking met het zaagbladuiteinde vermeden en een bete- re controle van de kettingzaag in onverwach- te situaties mogelijk gemaakt.
Gebruik altijd vervangbladen en zaagket- tingen die de fabrikant voorschrijft. Foutie- ve vervangbladen kunnen de ketting doen scheuren en/of een terugslag veroorzaken.
Leef de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting na. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot een terugslag.
Gevaar door trillingen De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen- de factoren die van invloed zijn:
Wordt het apparaat gebruikt voor het be- oogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze ge- sneden of verwerkt?
Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juis- te snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, op- tionele trillingsdempende handgrepen ge- monteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
Gebruik het apparaat alleen met het motor- toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toe- rental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
Als gevolg van verkeerd gebruik en onder- houd kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerk- plaats.
De mate van belasting als gevolg van trillin- gen is afhankelijk van de uit te voeren werk- zaamheden of van de toepassing van het ap- paraat. Schat hem in en las voldoende pau- zes in. Daardoor wordt de belasting door tril- lingen gedurende de volledige werktijd in be- langrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symp- toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de-443553_a 53 Veiligheidsinstructies ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver- lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage tempera- turen neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.
Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol- doende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo- gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdem- pende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10°C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
3.6 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tij- den. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte ge- hoorbescherming worden gedragen.
3.7 Veiligheidsinstructies voor accu en
Verwijder de accu´s uit het apparaat voordat ze worden opgeladen.
Plaats geen verschillende accutypes of nieu- we en gebruikte accu´s samen in het appa- raat.
Plaats de accu´s met de juiste polariteit in het apparaat.
Verwijder de accu´s uit het apparaat als u het gedurende een langere periode opbergt.
Maak geen kortsluiting tussen de aansluit- klemmen van het apparaat of van de accu. Gebruikshandleidingen Neem de veiligheidsinstructies omtrent de accu en de oplader in de aparte gebruikshandleidingen in acht. Zie:
Gebruikshandleiding 443130: Accu´s
Gebruikshandleiding 443131: Opladers
3.8 Veiligheidsaanwijzingen voor de
Neem de voor uw land specifieke veiligheids- voorschriften in acht, bijv. van beroepsorgani- saties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-in- stanties.
Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.
Houd de werkomgeving vrij van rondslinge- rende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikel- gevaar.
De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu- eel letsel bij derden en voor materiële scha- de.
Wanneer u voor het eerst met een ketting- zaag werkt:
Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de ketting- zaag uitleggen, of volg een cursus.
Oefen voor het eerste gebruik minimaal het zagen van stammen op een zaagbok of zaagonderstel.
Personen van jonger dan 16 jaar en perso- nen die de gebruikershandleiding niet heb- ben gelezen, mogen het apparaat niet ge- bruiken.
Iedereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheids- overwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/ hem mogelijk is met een kettingzaag te wer- ken.
Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht zijn voor de duur van het werken met kettingzagen. Voor de werktijdenNL 54 CSM 1815 Ingebruikname voor werkzaamheden met kettingzagen kunnen op nationaal en lokaal niveau beperkingen gel- den.
3.8.3 Werken met de kettingzaag
WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gemanipuleerde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen. Wanneer veilig- heids- en beveiligingsvoorzieningen zijn gemani- puleerd, kan tijdens werkzaamheden met de ket- tingzaag zwaar letsel worden toegebracht.
Stel de beschermings- en beveiligingsvoor- zieningen nooit buiten werking!
Werk uitsluitend met de kettingzaag, wan- neer alle veiligheids- en beveiligingsvoorzie- ningen correct functioneren. WAARSCHUWING! Letselgevaar door onbedoeld startende kettingzaag. Een onbe- doeld startende kettingzaag kan tot ernstig letsel leiden. Verwijder daarom altijd de accu bij:
Test-, afstel- en reinigingswerkzaamheden
Werkzaamheden aan het snijgereedschap
Het achterlaten van de kettingzaag
Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden
Houd altijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuele ongevallen.
De persoonlijke beschermingsmiddelen be- staan uit:
gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur
veiligheidsbroek met ingewerkte snijbe- veiliging
stevige werkhandschoenen
veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen
Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit.
Accu uit de takkenzaag verwijderen wanneer hij niet wordt gebruikt.
De kettingzaag niet gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.
Hout dat dikker is dan de lengte van het zaagblad, mag alleen door een vakman wor- den gezaagd.
Plaats de zaagketting alleen voor een zaags- nede wanneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.
Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.
Niet zagen tijdens regen, sneeuw of een storm. 4 INGEBRUIKNAME GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veilig- heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij- zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
Lees en volg alle veiligheidsinstructies en be- dieningsinstructies in deze gebruiksaanwij- zing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de ket- tingzaag gebruikt! WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer de kettingzaag beschadigde on- derdelen bevat, kan dit tot zwaar letsel leiden.
Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag com- pleet is, geen beschadigingen heeft of versle- ten onderdelen bevat. De veiligheids- en be- schermingsvoorzieningen moeten intact zijn.
4.1 Kettingzaagolie bijvullen (02, 03)
De zaagketting en de geleiderail worden met een manueel systeem van kettingzaagolie voorzien. De kettingzaagolie beschermt tegen corrosie en vroegtijdige slijtage. Opmerking:In uitleveringstoestand is het appa- raat NIET gevuld met kettingzaagolie! LET OP! Kans op schade aan het apparaat. Bij gebruik van het apparaat zonder ketting- zaagolie raken de zaagketting en het zaagblad beschadigd.
Gebruik het apparaat nooit zonder ketting- zaagolie.
Vul voor aanvang van de werkzaamheden de olietank met kettingzaagolie en controleer het oliepeil regelmatig gedurende de werkzaam- heden.
Controleer minimaal voor elke start van de werkzaamheden of de kettingsmering correct functioneert.443553_a 55 Bediening LET OP! Kans op schade aan het apparaat. Bij gebruik van afgewerkte olie voor de kettings- mering, zorgen de metaaldeeltjes die hierin zijn opgenomen voor een extra hoge slijtage aan het zaagblad en de zaagketting, zodat deze vroegtij- dig versleten raken. Bovendien vervalt hierdoor de garantie van de fabrikant.
Gebruik nooit afgewerkte olie, maar uitslui- tend biologisch afbreekbare kettingzaagolie. LET OP! Gevaar voor milieuschade. Het ge- bruik van minerale olie voor de kettingsmering leidt tot ernstige milieuschade.
Gebruik nooit minerale olie, maar uitsluitend biologisch afbreekbare kettingzaagolie. Controleer het oliepeil elke keer voor aanvang van de werkzaamheden en elke keer bij het ver- wisselen van de accu en vul, indien nodig, ket- tingzaagolie bij:
1. Controleer het oliepeil in het kijkglas (02/1)
van de kettingolietank. Er moet altijd olie te zien zijn. Opmerking:Het minimum oliepeil (MIN) mag niet worden onderschreden en het maximum oliepeil (MAX) mag niet worden overschre- den.
2. Indien de accu is ingestoken: Accu uit het ap-
paraat halen om onbedoeld starten van de takkenzaag te voorkomen terwijl er olie wordt bijgevuld.
3. Zet de takkentaag horizontaal op een stevige
ondergrond en houd hem vast.
4. Reinig het gedeelte rondom de dop (03/1)
tot aan de MAX-markering bij (03/a). Laat de olietank niet overstromen! Opmerking:Gebruik een trechter om het bij- vullen te vereenvoudigen. Opmerking:Er mag geen vuil in de olietank terechtkomen.
Neem het temperatuurbereik voor het opladen in acht, zie de technische gegevens. OPMERKING Neem voor gedetailleerde in- formatie de aparte gebruikshandleidingen van de accu en de oplader in acht:
Gebruikshandleiding 443130: Accu´s
Gebruikshandleiding 443131: Opladers
4.3 Accu plaatsen en verwijderen (04, 05)
LET OP! Beschadigingsgevaar van de accu. Als de accu na gebruik in het apparaat blijft zitten kan dit een beschadiging van de accu veroorza- ken.
Trek de accu direct na gebruik uit het appa- raat en bewaar hem beschermd tegen vorst.
Plaats de accu pas weer voor het begin van de werking. Accu plaatsen
1. Accu (04/1) van boven op de accurail (04/2)
van de takkenzaag schuiven (04/a) tot hij vastklikt. Accu verwijderen
1. Ontgrendelingsknop (05/1) op de accu in-
drukken en vasthouden.
2. Accu naar boven toe uittrekken (05/a).
5 BEDIENING GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veilig- heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij- zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
Lees en volg alle veiligheidsinstructies en be- dieningsinstructies in deze gebruiksaanwij- zing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de ket- tingzaag gebruikt! WAARSCHUWING! Gevaar voor persoon- lijk letsel als gevolg van een defect apparaat. Het gebruik van een defect apparaat kan ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.
Apparaat alleen gebruiken als het niet defect of beschadigd is en er geen onderdelen ont- breken of loszitten.
Neem de nationale voorschriften voor de ge- bruiksduur in acht.
De handgrepen stevig vastpakken en niet loslaten zolang de motor draait.
Gebruik de kettingzaag niet bij:
VermoeidheidNL 56 CSM 1815 Werkhouding en werktechniek
Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs
5.1 Acculaadtoestand controleren (06)
De laadtoestandsweergave (01/15) bevindt zich aan de zijkant van de takkenzaag. Die bestaat uit drie LEDs. De LEDs branden afhankelijk van de laadtoestand.
1. Toets (06/1) indrukken.
2. Laadtoestand aan de LEDs (06/2) aflezen:
LED Acculaadtoestand 3 LEDs branden: Accu volledig opgela- den. 2 LEDs branden: Accu voor 2/3 opgela- den. 1 LED brandt: Accu voor 1/3 opgela- den. Bij een lege accu De takkenzaag stopt en de laatste LED knippert na het stoppen nog voor 3 s.
5.2 Waarschuwingstekens (06)
Het waarschuwingsteken (06/3) geeft aan: Waarschuwingsteken Gebeurtenis Waarschuwingsteken knippert gedurende 30s: Accu is defect. Waarschuwingsteken brandt 5 s en dooft: Accu is te warm. De takkenzaag stopt. Bij een hete accu
1. Laat de accu afkoelen.
Indien u probeert om de takkenzaag te starten hoewel de accu nog niet is afgekoeld, brandt het waarschuwingsteken weer voor 5 s en dooft.
5.3 Controleren van de kettingzaagolie
voor ieder werkbegin
uiterlijk bij iedere accuvervanging
Vul kettingzaagolie bij wanneer het oliepeil laag is.
Gebruik het apparaat nooit zonder ketting- zaagolie! Aanpak: zie Hoofdstuk 4.1 "Kettingzaagolie bij- vullen (02, 03)", pagina54.
5.4 Apparaat in- en uitschakelen (07)
Apparaat inschakelen
1. De blokkeerknop (07/1) met de duim indruk-
ken en ingedrukt houden.
2. Druk de Aan/Uit-schakelaar (07/2) in en houd
Opmerking:De blokkeerknop hoeft niet meer ingedrukt te blijven nadat de ketting- zaag draait. De blokkeerknop dient om het onbedoeld starten van de kettingzaag te voorkomen.
4. Zaagketting oliën:
Drukknop (07/3) voor het oliën van de zaagketting indrukken. Er wordt een vastgelegde hoeveelheid kettingzaagolie op de zaagketting ge- daan.
Controleer of de kettingzaagolie op gelei- derail en zaagketting te zien is. Apparaat uitschakelen
1. Aan-/Uit-schakelaar loslaten.
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
Gebruik veilige steunen om te snoeien, bijv. zaagbok (08/1), wiggen, balken.
Rondhout beveiligen tegen verdraaien.
Het hout niet met de voet of door een ander persoon laten tegenhouden.
Let op een veilige werkpositie en een gelijk- matige verdeling van het lichaamsgewicht.
Houd de takkenzaag met beide handen aan de voorste en achterste handgreep –d.w.z. De geïsoleerde grijpoppervlakken– (08/2) vast.
Druk de aanslag (08/3) van de takkenzaag stevig tegen het hout aan.
Zet de zaag altijd met draaiende ketting te- gen het hout om een snede te beginnen. Start de zaag nooit wanneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.443553_a 57 Onderhoud en verzorging
6.2 Snoeien (09 - 13)
WAARSCHUWING! Verhoogd gevaar voor vallen. Er bestaat verhoogd gevaar voor vallen als het werk wordt uitgevoerd vanuit een verhoogde positie (bijv. ladder).
Werk altijd vanaf de grond met het apparaat en zorg er daarbij voor dat u veilig staat.
Volg de veiligheidsinstructies op.
Ga zo staan dat de snede, zoveel mogelijk, in een hoek van 90° ten opzichte van de tak kan worden uitgevoerd (09/a).
Dikke takken in delen (10/1) afzagen zodat er een betere controle is over de plaats waar ze neerkomen.
Zaag nooit in de verdikking van de takaanzet, om de heling van de wond optimaal te laten verlopen en aantasting ervan te voorkomen (11).
Duw de takkenzaag met de aanslag (12/1) tegen de tak (12/2) (12/a) om de zaag tegen de tak te stabiliseren.
Maak voordat u de tak afzaagt (13/b) eerst een insnede (13/a) in de onderkant van de tak. Zo voorkomt u dat de bast afscheurt en een moeilijk helende wond aan de boom ont- staat. De insnede mag niet dieper zijn dan 1/3 van de takdikte, om te voorkomen dat de takkenzaag vastgeklemd raakt.
Trek de takkenzaag altijd ingeschakeld uit de tak, zodat hij niet klem kan raken.
7 ONDERHOUD EN VERZORGING
WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet- sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het appa- raat, zoals het snijblad.
Schakel voorafgaand aan onderhouds-, ver- zorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini- gingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door deskundige, getrainde vakmensen en uitsluitend met gebruik van de originele reserveonderdelen.
Controleer het apparaat na ieder gebruik op slijtage en vervang beschadigde onderdelen indien nodig.
Het apparaat niet blootstellen aan vocht en nattigheid. Plastic delen reinigen met een doek en hierbij geen reinigings- of oplosmid- delen gebruiken.
Reinig de koelspleten altijd direct, wanneer deze verstopt zijn.
Spuit het apparaat niet met water af en ge- bruik geen hogedrukreiniger.
Uitsluitend de door de fabrikant voorgeschre- ven reserveonderdelen gebruiken.
7.1 Zaagkettingsmering controleren
LET OP! Kans op schade aan het apparaat. Contact tussen de zaagketting en de grond leidt onvermijdelijk tot een stompe ketting.
Voorkom contact tussen de ketting en de grond en houd steeds een veiligheidsafstand van 20 cm aan!
1. Apparaat inschakelen.
2. Wijs met de punt van de geleiderial in richting
van een op de grond liggend stuk karton of papier.
Wanneer zich bij deze test een steeds duidelijker wordend oliespoor vormt, werkt de automatische oliesmeerfunctie correct.
Wanneer zich, ondanks een volle olie- tank, geen oliespoor vormt: Het oliein- laatgat in het apparaat en de groef van de geleiderail reinigen. Mocht dit het probleem niet verhelpen, neem dan contact op met onze klantenservice.
7.2 Zaagkettingspanning controleren
VOORZICHTIG! Letselgevaar door zaag- ketting. De snijranden van de zaagketting zijn zeer scherp en kunnen, bij het hanteren van de zaagketting snijletsel veroorzaken. Denk voor alle werkzaamheden aan de kettingzaag aan het vol- gende:
Schakel het apparaat uit en verwijder altijd de accu.
Draag veiligheidshandschoenen. Controleer de kettingspanning regelmatig, want nieuwe zaagkettingen rekken nog iets uit.
1. Trek de zaagketting met de hand iets vooruit
en controleer daarbij:
In koude toestand: De zaagketting is cor- rect gespannen wanneer deze in het mid- den van de geleiderail nog ca. 3 tot 4 mm kan worden opgetild en met de hand ge- makkelijk kan worden doorgetrokken. BijNL 58 CSM 1815 Onderhoud en verzorging bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt door.
De geleide-elementen van de zaagket- ting mogen aan de onderkant van de ge- leiderail niet uit de groef komen, de zaag- ketting zou dan los kunnen schieten.
2. Indien nodig, span de zaagketting (zie Hoofd-
stuk 7.3 "Spannen en ontspannen van de zaagketting (14)", pagina58).
7.3 Spannen en ontspannen van de
1. Span de zaagketting, gebruik hiervoor het
kruis aan de hoekschroevendraaier (14/1):
2. Controleren van de kettingspanning (zie
Hoofdstuk 7.2 "Zaagkettingspanning contro- leren", pagina57). Herhaal, indien nodig, de hierboven vermelde stappen.
7.4 Zaagketting en geleiderail vervangen (15
– 19) Als het snijresultaat slechter wordt, moet de zaagketting en evt. de geleiderail worden vervan- gen. De geleiderail moet worden vervangen als er duidelijke sporen van slijtage aan de geleide- groef voor de zaagketting te zien zijn. Gebruik voor zaagketting en geleiderail uitslui- tend originele reserveonderdelen van de fabri- kant (zie Hoofdstuk 12 "Technische gegevens", pagina62). VOORZICHTIG! Letselgevaar door zaag- ketting. De snijranden van de zaagketting zijn zeer scherp en kunnen, bij het hanteren van de zaagketting snijletsel veroorzaken. Denk voor alle werkzaamheden aan de kettingzaag aan het vol- gende:
Schakel het apparaat uit en verwijder altijd de accu.
Draag veiligheidshandschoenen. Zaagketting en geleiderail afnemen (15)
1. Indien de accu is ingestoken: Accu uit het ap-
paraat halen om onbedoeld starten van de takkenzaag te voorkomen.
2. Bevestigingsring (15/1) voor de kettingafdek-
4. Kettingwieldeksel verwijderen (15/a).
6. Zaagketting van de geleiderail losmaken.
1. Alle gedemonteerde onderdelen van zaagsel
en olieafzettingen reinigen.
2. Alle vrijgemaakte bouwdelen –met name het
kettingwiel en de olie-ingangsopening– reini- gen. Zaagketting en geleiderail inbouwen (16 - 18)
1. Kettingspanbout (16/1) met het kruis van de
hoekschroevendraaier zolang draaien tot zich de kettingspanpen (16/2) aan het achterste uiteinde van de schroefdraad bevindt (16/a), zie Hoofdstuk 7.3 "Spannen en ontspannen van de zaagketting (14)", pagina58.
2. Zaagketting op de geleiderail plaatsen:
De tanden (17/1) van de zaagketting (17/2) moeten aanliggen bovenop de geleiderail en moeten in de richting van de punt van de geleiderail (17/3) wijzen (17/a). Opmerking:Let erop, dat de ketting op juiste wijze is gemonteerd!
Leg de zaagketting in de groef (17/4) van de geleiderail en draai deze volledig om de geleiderail.
3. Leg de geleiderail met gemonteerde zaagket-
Leg de zaagketting (18/1) om het ketting- wiel (18/2).
Geleiderail (18/3) zodanig uitlijnen dat de geleidepen (18/4) in het sleufgat van de geleiderail valt.
Geleiderail zodanig uitlijnen dat de ket- tingspanpen (18/5) in de kettingspanope- ning valt.
Plaats de zaagketting zo, dat deze ge- heel aanligt in de groef van de geleiderail en rond het kettingwiel.
4. Behuizing sluiten:
Kettingwieldeksel (19/1) plaatsen (19/a).
5. Zaagketting spannen, zie Hoofdstuk 7.3
"Spannen en ontspannen van de zaagketting (14)", pagina58.
6. Accu plaatsen.443553_a 59
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. On- derdelen met scherpe randen en draaiende on- derdelen kunnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden altijd beschermende handschoe- nen! OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storing Oorzaak Maatregel Motor start niet. Accu is leeg. Accu opladen. Accu ontbreekt of accu is niet goed geplaatst. Accu correct plaatsen. De voeding is onderbroken. 1. Verwijder de accu.
2. Reinig de contactpunten.
3. Plaats de accu weer.
Motor stopt tijdens de werking. Er is te veel druk op de tak- kenzaag uitgeoefend. De overbelastingsbescherming heeft het apparaat uitgescha- keld. Takkenzaag uit de zaagsnede trekken en weer inschakelen. Oefen bij het zagen minder druk uit. Accu is leeg. Accu opladen. Accu is te warm. Laat de accu afkoelen. Accu is defect. Accu vervangen. Motor loopt met tussenpozen. Aan-/Uit-schakelaar is de- fect. Ga naar een servicepunt van de fabrikant. De geleiderail en de zaagketting draaien warm. Rookontwikke- ling. De zaagketting is te strak ge- spannen. Controleer de kettingspanning. Zaagketting naspannen. De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij. De olietoevoeropening en/of de groef in de geleiderail zijn/ is vervuild. Reinig de olietoevoeropening en de groef in de geleiderail. De motor draait, maar de zaag- ketting beweegt niet. De zaagketting is te strak ge- spannen. Controleer de kettingspanning. Zaagketting naspannen. Storing in het apparaat Ga naar een servicepunt van de fabrikant. In plaats van spanen wordt al- leen nog zaagsel uitgestoten. De takkenzaag moet door het hout worden gedrukt. De zaagketting is stomp. Ga naar een servicepunt van de fabrikant. Apparaat trilt meer dan normaal. Storing in het apparaat Ga naar een servicepunt van de fabrikant. Klapbare kettingafdekking is klem geraakt. Storing in het apparaat Ga naar een servicepunt van de fabrikant.NL 60 CSM 1815 Transport Storing Oorzaak Maatregel Het vermogen van de accu neemt duidelijk af. Levensduur van de accu is afgelopen. Accu vervangen. Alleen originele accessoires van de fabrikant ge- bruiken. Accu kan niet worden opgela- den. Accucontacten zijn vuil. Ga naar een servicepunt van de fabrikant. Accu of oplader defect. Accu of oplader vervangen. Al- leen originele accessoires van de fabrikant gebruiken. Accu is te warm. Laat de accu afkoelen. 9 TRANSPORT WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig letsel. Een draaiende zaagketting tijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
De kettingzaag nooit met lopende zaagket- ting dragen en vervoeren.
Voer voor het begin van het vervoer de on- derstaande maatregelen uit. Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:
1. De takkenzaag uitschakelen en de accu ver-
2. Kettingbeschermer plaatsen.
Accu "B125 Li" (Art.-nr. 113896) OPMERKING De nominale energie van de accu bedraagt meer dan 100 Wh! Neem daarom de hierna vermelde aanwijzingen voor het trans- port in acht! De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aan de wet inzake gevaarlijke goederen, maar kan eenvoudig worden getransporteerd:
Door de privégebruiker kan de accu zonder bijkomende voorwaarden openbaar worden getransporteerd, voor zover ze individueel verpakt is en voor privé transportdoeleinden dient.
Commerciële gebruikers, die het transport in het kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren (bijv. leveringen van en naar werven of de- monstraties), kunnen ook van deze vereen- voudigde maatregel gebruik maken. In beide hierboven vermelde gevallen moeten ab- soluut voorzorgsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften van de bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluut in acht worden genomen! Bij het niet in acht ne- men kunnen de afzender en eventueel ook de vervoerder boetes opgelegd krijgen. Bijkomende instructies voor transport en verzending
Transporteer of verstuur lithium-ionen-accu´s alleen in onbeschadigde hoedanigheid!
Gebruik voor het vervoer van de accu uitslui- tend de originele doos of een geschikte doos voor gevaarlijke materialen (niet vereist bij accu’s met minder dan 100 Wh nominale energie).
Zet de accu in de verpakking goed vast tegen wegglijden, om beschadigingen aan de accu te voorkomen.
Zorg voor een correcte aanduiding en docu- mentatie bij de zending tijdens het transport of verzending (bijv. door de koerierdienst of het transportbedrijf).
Informeer vooraf of een transport met de ge- kozen dienstverlener mogelijk is en of de ver- zending wordt weergegeven. Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijke goederen bij de voorbereiding van de verzending te betrekken. Neem ook eventuele verdere natio- nale voorschriften in acht. 10 OPSLAG
Verwijder de accu na ieder gebruik uit het ap- paraat.
Reinig het apparaat grondig en breng - indien aanwezig - alle beschermafdekkingen aan.443553_a 61 Verwijderen
Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren. Bij bedrijfspauzes die langer dan 30 dagen du- ren, de volgende werkzaamheden uitvoeren:
Leeg de olietank voor de kettingzaagolie.
Zaagketting en geleiderail reinigen en met anticorrosie-olie inspuiten.
Takkenzaag in de transportkoffer verpakken. LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. Ingedroogde/vastgekleefde ketting- zaagolie kan bij langere opslag leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de olie- pomp.
Verwijder voorafgaand aan langdurige opslag altijd de kettingzaagolie uit de kettingzaag.
10.2 Accu en oplader opslaan
OPMERKING Neem de gedetailleerde ge- gevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht. 11 VERWIJDEREN Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten
Oude elektrische en elektronische ap- paraten horen niet thuis bij het huis- houdelijke afval, maar moeten geschei- den worden aangeboden of verwijderd!
Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recy- cling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te- ruggave na gebruik verplicht.
De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat! Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elek- tronische gebruikte apparaten niet via het huisvuil mogen worden verwijderd. Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden af- gegeven:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot te- rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan- bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie ge- installeerd en verkocht werden en die beantwoor- den aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In lan- den buiten de Europese Unie kunnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van af- gedankte elektrische en elektronische apparaten. Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)
Gebruikte batterijen en accu’s horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Zie de gebruikershandleiding om tot een veili- ge verwijdering van batterijen of accu’s uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het che- misch systeem.
Bezitters of gebruikers van batterijen en ac- cu’s zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de nor- male huishoudelijke hoeveelheden. Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de ge- zondheid schade kunnen toebrengen. Het herge- bruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen. Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu’s niet via het gewoon afval mogen wor- den verwijderd. Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:
Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik
Pb: de batterij bevat meer dan 0,004% lood Accu’s en batterijen kunnen op de volgende ver- zamelpunten gratis worden afgegeven:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
Verkooppunten van batterijen en accu’s
Een verzamelpunt van het gemeenschappe- lijke recycling systeem voor gebruikte appa- raten en batterijenNL 62 CSM 1815 Technische gegevens
Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recy- cling systeem) Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu’s en batterijen die in landen van de Europe- se Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende be- palingen voor de recycling van accu’s en batterij- en gelden. 12 TECHNISCHE GEGEVENS Kettingzaag CSM 1815 Art.-nr. 114016 Set met accu-takkenzaag, accu 2,5Ah en oplader 114023 Afmetingen (LxBxH) 430 x 200 x 85 mm Totaal gewicht met ketting en geleiderail (zonder accu) 1,56 kg Netto gewicht zonder ketting en geleiderail (zonder accu) 1,28 kg Inhoud kettingoliereservoir 30 ml Snijlengte 6'' / 152 mm Beveiliging tegen overbelasting x Motoringangsvermogen 500 W Motortoerental 18500 minˉ¹ Geluidsvermogenniveau L
Onderdeelnummer voor zaagketting 114024
Max. bedrijfssnelheid van de zaagketting 7 m/s Geleiderail:
Onderdeelnummer voor geleiderail 114025
Lengte van zaagblad 7" / 179,5 mm x: aanwezig, -: niet aanwezig
De opgegeven trillingsemissiewaarde is ge- meten conform een genormeerd testproces en kan worden gebruikt om het ene elektrische gereedschap met een ander te vergelijken.
De opgegeven trillingsemissiewaarde kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van de blootstelling aan trillingen (blootstel- lingsgraad).
De trillingsemissiewaarde kan gedurende het daadwerkelijke gebruik van het elektrische gereedschap afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt.
Probeer altijd, de belasting door trillingen tot een minimum te bepreken. Voorbeelden van maatregelen waarmee de trillingsbelasting kunnen worden verminderd zijn het dragen van handschoenen tijdens het gebruik van het gereedschap en verkorting van de werk- duur. Hierbij moet rekening worden gehou- den met alle elementen van de bedrijfscyclus (bijvoorbeeld de tijden waarop het elektrische gereedschap is uitgeschakeld en tijden waar-443553_a 63 Klantenservice/service centre op het gereedschap wel is ingeschakeld, maar zonder belasting draait).
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.alko-garden.com/service-contacts Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op: www.alko-garden.com/spareparts
14 INFORMATIE BIJ DE
CONFORMITEITSVERKLARING We verklaren hierbij onder onze eigen verant- woordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt wordt gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, de EU-veilig- heidsnormen en de productspecifieke normen. De conformiteitsverklaring is deel van de ge- bruikshandleiding en wordt met de machine mee- geleverd. 15 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding
Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.FR 64 CSM 1815 Traduction de la notice d’utilisation originale TRADUCTION DE LA NOTICE D’UTILISATION ORIGINALE Table des matières 1 À propos de cette notice .......................... 65
Notice-Facile