AL-KO EKS 2000/35 - Zaag

EKS 2000/35 - Zaag AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EKS 2000/35 AL-KO in PDF-formaat.

📄 412 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice AL-KO EKS 2000/35 - page 51
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over EKS 2000/35 AL-KO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EKS 2000/35 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EKS 2000/35 van het merk AL-KO.

GEBRUIKSAANWIJZING EKS 2000/35 AL-KO

1 Over deze gebruikershandleiding ..... 51

1.1 Symbolen op de titelpagina...... 51
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig- naalwoorden.... 51

2 Productomschrijving 51

2.1 Beoogd gebruik 51
2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik. 51
2.3 Overige risico's.... 52
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen 52

2.4.1 Kettingrem/kettingrembeugel..... 52

2.4.2 Overbelastingsbescherming/motorbeveiligingsschakelaar ..... 52

2.5 Symbolen op het apparaat 52
2.6 Productoverzicht (01, 02) ...... 52

3 Veiligheidsinstructies 53

3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap 53

3.1.1 Veiligheid op de werkplek...... 53
3.1.2 Elektrische veiligheid 53
3.1.3 Veiligheid van personen .... 53
3.1.4 Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap.... 54
3.1.5 Service.... 54
3.1.6 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen 54
3.1.7 Oorzaken en vermijding van een terugslag.... 55
3.1.8 Belasting door trillingen 55
3.1.9 Geluidsbelasting 56

3.2 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden.... 56

3.2.1 Gebruiker.... 57
3.2.2 Werktijden.... 57
3.2.3 Werken met de kettingzaag...... 57

4 Montage....58

4.1 Zaagblad monteren (03 - 06)...... 58
4.2 Zaagketting monteren (03 - 07)...... 58
4.3 Spannen van de zaagketting (03, 07,08) 58

5 Ingebruikname.... 59

5.1 Kettingzaagolie bijvullen (11, 12)...... 59
5.2 Kettingspanning controlleren.... 60
5.3 Werkingstest van de kettingrem ..... 60

5.3.1 Kettingrem testen bij uitgeschakelde motor (09, 10)....60
5.3.2 Kettingrem testen bij ingeschakelde motor (09, 10)....60

6 Bediening 60

6.1 Controleren van de kettingzaagolie .... 61
6.2 Verlengkabel aansluiten en vastha- ken (13) 61
6.3 De motor in- en uitschakelen (14) ..... 61
6.4 Testen van de kettingrem 61

7 Werkhouding en werktechniek 61

7.1 Bomen kappen (19, 20) ...... 61
7.2 Snoeien (21) 63
7.3 Boom afkorten (22 - 25)....63
7.4 Zaaghout verzagen.... 63

8 Onderhoud en verzorging.... 64

8.1 Kettingspanning controlleren.... 64
8.2 Kettingsmering instellen (23) 64
8.3 Zaagketting slijpen (15) 64
8.4 Reinigen binnenruimte kettingwiel..... 65
8.5 Zaagblad controleren, omkeren en invetten (16, 17).... 65
8.6 Snelspanner omzetten (18) 66
8.7 Tabel kettingonderhoud.... 66

9 Hulp bij storingen.... 67

10 Transport....68
11 Opslag....68
12 Verwijderen 68
13 Technische gegevens 68
14 Klantenservice/service centre 70
15 Garantie.... 70

1 OVER DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING

De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terugvinden wanneer u informatie over het apparaat nodig heeft.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
■ Lees en neem de veiligheids- en waarschuwingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool Betekenis

AL-KO EKS 2000/35 - Symbool Betekenis - 1

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

AL-KO EKS 2000/35 - Symbool Betekenis - 2

Gebruiksaanwijzing

AL-KO EKS 2000/35 - Symbool Betekenis - 3

Voedingskabel ter voorkoming van een elektrische schok niet beschadigen of doorknippen!

1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden

⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.

⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.

⚠️ VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.

LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.

H OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.

Deze gebruikshandleiding beschrijft een handbediende elektrische kettingzaag met voedingskabel.

2.1 Beoogd gebruik

De kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik rond het huis en in hobbytuinen. In een dergelijke omgeving kan de kettingzaag worden gebruikt voor licht houtzaagwerk, zoals:

■ verzagen van snoeihout
■ snoeien van hagen
■ zagen van brandhout

Dankzij de elektrische aandrijving kan de elektrische kettingzaag niet alleen buiten, maar ook in gesloten ruimten worden gebruikt voor het zagen van hout. Elke andere toepassing dan hier beschreven, wordt beschouwd als niet overeenkomstig het gebruiksdoel.

Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw, worden beschouwd als niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE-markering) en de afwijzing van elke verantwoordelijkheid vanwege de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of derden.

⚠️ VOORZICHTIG! Letselgevaar door on-doelmatig gebruik! Wanneer de kettingzaag wordt gebruikt voor het zagen van hout waarin vreemde voorwerpen zijn verwerkt, of andere voorwerpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.

  • Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor licht houtzaagwerk.
    ■ Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, bijv. spijkers, schroeven, hang- en sluitwerk.

2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik

■ Snoei nooit takken, die zich recht boven of onder een scherpe hoek ten opzichte van de gebruiker of overige personen bevinden.
- Gebruik nooit afgewerkte of minerale olie voor de smering van de kettingzaag.
- Gebruik het apparaat niet in omgevingen met een potentieel explosiegevaar.

Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat kan sprake zijn van een restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Door het type en de constructie van het apparaat kunnen volgende gevaren niet worden uitgesloten.

■ Contact met de vrij toegankelijke tanden van de ketting (gevaar voor snijletsel).
■ Toegang tot de draaiende ketting (gevaar voor snijletsel).
Plotselinge en onverwachte beweging van het zwaard (gevaar voor snijletsel).
■ Loskomen van delen van de ketting (gevaar voor (snij)letsel).
■ Loskomen van delen van het bewerkte hout.
■ Gehoorschade tijdens het werk wanneer geen gehoorbescherming wordt gedragen.

2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gemanipuleerde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen. Wanneer veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen zijn gemanipuleerd, kan tijdens werkzaamheden met de kettingzaag zwaar letsel worden toegebracht.

Stel de beschermings- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werking!
■ Werk uitsluitend met de kettingzaag, wanneer alle veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen correct functioneren.

2.4.1 Kettingrem/kettingrembeugel

De kettingzaag is uitgerust met een handbediende kettingrem die bijv. bij een terugslag (kickback) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de kettingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.

2.4.2 Overbelastingsbescherming/motorbeveiligingsschakelaar

De elektrische kettingzaag is uitgevoerd met een motorbeveiligingsschakelaar die bij overbelasting uitschakelt en dan uit de machinebehuizing springt.

Na een afkoelfase van ca. 15 minuten kan de schakelaar weer worden ingedrukt en de elektrische kettingzaag worden ingeschakeld.

2.5 Symbolen op het apparaat

Symbool Betekenis

AL-KO EKS 2000/35 - Symbolen op het apparaat - 1Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik!
AL-KO EKS 2000/35 - Symbolen op het apparaat - 2Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!
AL-KO EKS 2000/35 - Symbolen op het apparaat - 3Gebruik de zaag niet in de regen! Bescherm de zaag tegen vocht!
AL-KO EKS 2000/35 - Symbolen op het apparaat - 4Oog- en gehoorbescherming dragen!
AL-KO EKS 2000/35 - Symbolen op het apparaat - 5Stekker meteen uit stopcontact halen wanneer de voedings- of verlengkabel werd beschadigd of is doorgesneden!

2.6 Productoverzicht (01, 02)

Nr. Component

1 Zaagketting
2 Snelspanner (bestaat uit centrale sluiting en draairing)*
3 Beugelgreep
4 Afdekkap voor kettingwiel
5 Motorbeveiligingsschakelaar
6 Handgreep, achterzijde
7 Kabeltrekontlasting
8 Bevestigingsmoer**
9 Kijkglas voor kettingoliereservoir
10 Voedingskabel
11 Blokkeerknop
12 Aan/uit-schakelaar
13 Kettingoliereservoir
14 Kettingrembeugel
15 Aanslagkam
16 Kettingspanschroef**

Nr. Component

17 Zaagblad

* apparaatspecifiek EKI 2200/40, EKS 2400/40
** apparaatspecifiek EKS 2000/35

3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap

⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids-instructies en aanwijzingen. Wanneer de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet worden opgevolgd, kunnen er een elektrische schok, brand en/of zware verwondingen optreden.

■ Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig gebruik.

Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip "elektrisch gereedschap" heeft betrekking op elektrisch gereedschap dat via stroom werkt (met netwerkkabel) en op elektrisch gereedschap dat via een accu werkt (zonder netwerkkabel).

3.1.1 Veiligheid op de werkplek

Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroorzaken.
■ Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken, die de stof of dampen kunnen laten ontvlammen.
Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektrische gereedschap verliezen.

3.1.2 Elektrische veiligheid

De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in de contactdoos passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met elektrisch gereedschap met randaarding. Ongemodificeerde stekkers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals bij buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat

een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.

Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vocht. Wanneer er water in het elektrische gereedschap binnendringt, verhoogt dit de kans op een elektrische schok.
- Gebruik de kabel niet voor doeleinden waarvoor deze niet is bedoeld. De kabel mag niet worden gebruikt om het elektrische gereedschap te dragen, op te han-gen of om de stekker uit de contactdoos te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewe-gende onderdelen van het apparaat. Bij beschadigde of in de knoop geraakte kabels is er een hoger risico op een elektrische schok.
■ Wanneer u met een elektrisch gereedschap buiten werkt, dient u uitsluitend een verlengkabel te gebruiken die ook voor buiten geschikt is. Door het gebruik van een dergelijke verlengkabel neemt het risico op een elektrische schok af.
■ Wanneer het gebruik van elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden voorkomen, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektrische schok.

3.1.3 Veiligheid van personen

■ Wees oplettend en voer uw handelingen bewust uit. Ga voorzichtig te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Wanneer u een moment niet oplet, kan het elektrische gereedschap ernstige verwondingen veroorzaken.
Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermingsuitrusting verlaagt het risico op verwondingen. Tot de uitrusting behoren, afhankelijk van het type elektrisch gereedschap en de toepassing ervan, bijv. een stofmasker, veiligheidsschoenen met goede grip, een veiligheidshelm of gehoorbescherming.
■ Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, het optilt of draagt. Als u

bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar houdt of het elektrische gereedschap ingeschakeld aansluit op de netspanning, kan dit leiden tot ongevallen.

■ Verwijder afstel- of schroefgereedschap voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Gereedschap of sleutels die in de draaibare onderdelen terecht komen, kunnen verwondingen veroorzaken.
■ Voorkom een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Hierdoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.
Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haar en kleding weg van bewegende delen. Loszitten-de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegrepen.
■ Wanneer er stofafzuig- en opvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u te controleren of deze aangesloten zijn en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verkleinen.

3.1.4 Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap

Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het juiste elektrische gereedschap. Met het passende gereedschap werkt u beter en veiliger in het beschreven toepassingsgebied.
- Gebruik het elektrische gereedschap niet wanneer de schakelaar kapot is. Elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
■ Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder de accu voordat u instellingen aan het apparaat verandert, toebehoren vervangt of het apparaat opruimt. Deze veiligheidsmaatregel voorkomt het onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Het apparaat mag niet worden gebruikt door personen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren mensen.

Onderhoud elektrisch gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken zijn of zodanig beschadigd dat de werking van het elektrische gereedschap wordt belemmerd. Laat beschadigde onderdelen repareren voordat u het apparaat gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrische gereedschappen.
Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik.
- Gebruik het elektrische gereedschap, de toebehoren, inzetgereedschap enz. conform deze instructies. Neem hierbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan doelmatige toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

3.1.5 Service

Laat het elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerd personeel en met originele reserveonderdelen repareren. Zo wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het elektrische gereedschap behouden blijft.

3.1.6 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen

Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaamheden met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting gegrepen worden.
Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste greep en uw linkerhand aan de voorste greep vast. De kettingzaag in omgekeerde werkhouding vasthouden, verhoogt het risico op letsels en mag niet toegepast worden.
■ Het elektrische gereedschap moet altijd uitsluitend aan de geïsoleerde grepen worden vastgehouden, omdat de zaagketting verborgen leidingen kan raken. Wanneer zaagkettingen een onder spanning staande draad raken, komen de metalen de- len van het elektrische gereedschap onder spanning te staan, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan oplopen.

Draag veiligheidsbril en gehoorbescherming. Overige bescherming voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevolen. Geschikte werkkleding vermindert het letselgevaar door rondvliegende spaanders en toevallig aanraken van de zaagketting.
■ Werk nooit vanuit een boom met de kettingzaag. Wanneer u vanuit een boom werkt, bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.
- Let altijd op een stabiele positie en gebruik de kettingzaag alleen wanneer u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Gladde ondergrond of onstabiele stand zoals op een ladder, kunnen leiden tot evenwichtsverlies of tot controleverlies over de kettingzaag.
Houd er bij het knippen van een tak die onder spanning staat rekening mee dat deze terugveert. Wanneer de spanning in de houten vezels vrijkomt, kan de tak onder spanning de bedienende persoon raken en/of de kettingzaag aan de controle onttrekken.
■ Wees bijzonder voorzichtig bij het knippen van onderbegroeiing en jonge bomen. Het dunne materiaal kan verstrikt geraken in de zaagketting en tegen u slagen of u uit evenwicht brengen.
Draag de kettingzaag bij de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagketting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het opbergen van de kettingzaag moet de beschermkap altijd gebruikt worden. Zorgvuldige omgang met de kettingzaag vermindert de waarschijnlijkheid van een toevallige aanraking met de lopende zaagketting.
- Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van toebehoren. Een foutief gespannen of gesmeerde ketting kan scheuren of het terugslagrisico verhogen.
■ Zorg dat de grepen droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Vette, olieachtige grepen zijn glibberig en leiden tot controle-verlies.
■ Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn, te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-reglementaire werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden.

3.1.7 Oorzaken en vermijding van een terugslag

Terugslag kan optreden wanneer het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt.

Een aanraking met het zaagbladuiteinde kan in veel gevallen tot een onverwachte, achterwaartse reactie leiden, waarbij het zaagblad naar boven en in de richting van de bedienaar wordt geslagen.

Wanneer de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem raakt, kan het blad hierdoor heftig in de richting van de bedienaar terugslaan.

Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijkkerwijze zware letsels oploopt. Vertrouw niet uitsluitend op de beveiligingen die in de kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om ongevalen letselvrij te kunnen werken.

Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van het elektrische gereedschap. Die kan vermeden worden door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven:

Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw li-chaam en de armen in een positie waarin u stand kunt houden tegen de terugslagkrachten. Mits hij/zij geschikte maatregelen treft, kan de bedienaar de optredende terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt een onbedoelde aanraking met het zaagbladuiteinde vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk gemaakt.
- Gebruik altijd vervangbladen en zaagkettingen die de fabrikant voorschrijft. Foutieve vervangbladen kunnen de ketting doen scheuren en/of een terugslag veroorzaken.
■ Respecteer de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot een terugslag.

3.1.8 Belasting door trillingen

■ Gevaar door trillingen

De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken

van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed zijn:

Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?

- Gebruik het apparaat alleen met het motor-toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.

Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerkplaats.

De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.

- Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symptoom van 'dode vingers' wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen neemt het gevaar toe.

Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen

veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.

■ Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
- Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10 °C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.

3.1.9 Geluidsbelasting

Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gehoorbescherming worden gedragen.

3.2 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden

■ Neem de voor uw land specifieke veiligheidsvoorschriften in acht, bijv. van beroepsorganisaties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-instanties.
■ Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.
Houd de werkomgeving vrij van rondslingerende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikelgevaar.
De gebruiker is verantwoordelijk voor eventueel letsel bij derden en voor materiële schade.
■ Wanneer u voor het eerst met een kettingzaag werkt:
Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de kettingzaag uitleggen, of volg een cursus.

- Oefen voor het eerste gebruik minimaal het zagen van stammen op een zaagbok of zaagonderstel.

3.2.1 Gebruiker

■ Personen van jonger dan 16 jaar en personen die de gebruikershandleiding niet hebben gelezen, mogen het apparaat niet gebruiken.
ledereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheidsoverwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/hem mogelijk is met een kettingzaag te werken.

3.2.2 Werktijden

Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht zijn voor de duur van het werken met kettingzagen. Voor de werktijden voor werkzaamheden met kettingzagen kunnen op nationaal en lokaal niveau beperkingen gelden.

3.2.3 Werken met de kettingzaag

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.

  • Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.
    ■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.

⚠ WAARSCHUWING! Letselgevaar door onbedoeld startende kettingzaag. Een onbedoeld startende kettingzaag kan tot ernstig letsel leiden. Neem daarom het apparaat los van het elektriciteitsnet voor:

■ Test-, afstel- en reinigingswerkzaamheden
■ Werkzaamheden aan het snijgereedschap
■ Het achterlaten van de kettingzaag
Transport
Opslag
■ Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden
Gevaar

Nooit alleen werken.

■ Houd altijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuele ongevallen.

Aanraking vermijden met eventuele metalen voorwerpen aanwezig in de grond of verbonden aan een elektrische leiding.
Houd de kettingzaag altijd aan de geïsoleerde handgrepen vast om een elektrische schok te voorkomen als per ongeluk de voedings- of verlengkabel beschadigd of doorgesneden wordt.
■ De persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan uit:
■ een veiligheidshelm
- gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur
■ veiligheidsbril of gezichtsbescherming van veiligheidshelm
■ veiligheidsbroek met ingelegde snijbeveiliging
■ stevige werkhandschoenen
■ veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen

- De kettingzaag niet boven schouderhoogte gebruiken, veilig hanteren is zo niet meer mogelijk.

■ Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit en plaats de kettingbeschermer.

- Op een buiten gebruik zijnde kettingzaag altijd de kettingbeschermer aanbrengen en de kettingzaag losnemen van het elektriciteitsnet.

■ De kettingzaag alleen neerleggen nadat deze is uitgeschakeld.

■ De kettingzaag niet gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.

Als een boomstam dikker is dan de lengte van het zaagblad, moet deze door een vakman worden omgezaagd.

Plaats de zaagketting alleen voor een zaagsnede wanneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.

■ Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.

Niet zagen tijdens regen, sneeuw of een storm.

Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werking.

4 MONTAGE

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd kan zwaar letsel worden veroorzaakt.

  • Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.
    ■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Bij het monteren van de zaagketting, kunnen de scherpe randen snijletsel veroorzaken.

■ Verwijder de accu voor het monteren van de ketting.
Draag veiligheidshandschoenen bij de montage van de zaagketting en het zaagblad.

4.1 Zaagblad monteren (03 - 06)

EKS 2000/35 (03, 04)

  1. De kettingzaag neerleggen op een stabiele ondergrond.
  2. Trek de kettingrembeugel (03/1) naar de beugelgreep (03/a), om zo de kettingrem vrij te geven.
  3. Bevestigingsmoer (03/2) losdraaien.
  4. Tandwielafdekking (03/3) verwijderen.
  5. Kettingspanschroef (03/4) naar links draaien, tot de aanslag. De spannerpal (03/5) bevindt zich dan bij het uiteinde van de aanslag, naar het kettingwiel (04/3) toe.
  6. Zaagblad (04/1) op de geleiderbout (04/2) plaatsen en zover naar het kettingwiel (04/3) toe schuiven tot de spannerpal (03/5) in het gat (04/4) van het zaagblad past.

EKI 2200/40, EKS 2400/40 (05, 06)

  1. Trek de kettingrembeugel (05/1) naar de beugelgreep (05/a), om zo de kettingrem vrij te geven.
  2. Snelspanner (05/2) losmaken.
  3. Tandwielafdekking (05/3) verwijderen.
  4. De kettingspanschijf (06/1) op het losse zaagblad (06/2) helemaal naar rechts draaien.
  5. Zaagblad op de geleidepen (06/3) plaatsen.

  6. De kettingspanschijf zo ver mogelijk naar links draaien, zodat het zaagblad naar het kettingwiel (06/4) toe wordt verschoven.

4.2 Zaagketting monteren (03 - 07)

EKS 2000/35

  1. Leg de zaagketting om het kettingwiel (04/3) en in de groef van het zaagblad (04/4) aanbrengen.
    Opmerking: Let op de draairichting van de zaagketting! De snijkanten (04/5) van de zaagtanden aan de bovenkant van het zaagblad moeten naar voren naar het uiteinde van het zaagblad (04/6) wijzen.
  2. Leid de zaagketting om het omkeerwiel op het zaagblad. De zaagketting moet aan de onderkant van het zaagblad iets doorhangen.
  3. De kettingspanschroef (07/1) iets rechtsom draaien tot de zaagketting aanligt tegen de onderkant van het zaagblad.
    Opmerking: Bij aandraaien van de kettingspanschroef erop letten dat de spannerpal (03/5) niet uit de boring (04/4) in het zaagblad glipt.
  4. De tandwielafdekking (03/3) plaatsen en de bevestigingsmoer (03/2) handvast aandraai- en.

EKI 2200/40, EKS 2400/40

  1. Leg de zaagketting om het kettingwiel (06/4) en in de groef van het zaagblad (06/2) aanbrengen.
    Opmerking: Let op de draairichting van de zaagketting! De snijkanten (06/5) van de zaagtanden aan de bovenkant van het zaagblad moeten naar voren naar het het uiteinde van het zaagblad (06/6) wijzen.
  2. Leid de zaagketting om het omkeerwiel op het zaagblad. De zaagketting moet aan de onderkant van het zaagblad iets doorhangen.
  3. De tandwielafdekking (05/3) plaatsen en de snelspanvoorziening (05/2) handvast aan-draaien.

4.3 Spannen van de zaagketting (03, 07,08)

i OPMERKING De zaagketting is correct gespannen wanneer deze:

■ aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken.
in het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden getild.

EKS 2000/35

  1. De ligging van de zaagketting controleren, deze moet correct aanliggen in de zaagblad-groef en over het kettingwiel.
  2. Het zaagblad bij het omkeerwiel optillen en de kettingspanschroef (07/1) rechtsom draai- en tot de zaagketting aanligt tegen de zaag- bladonderkant.
  3. De bevestigingsmoer (03/2) stevig vastzetten.

EKI 2200/40, EKS 2400/40

  1. De ligging van de zaagketting controleren, deze moet correct aanliggen in de zaagblad-groef en over het kettingwiel.
  2. Draai de draairing (08/1) rechtsom, totdat de zaagketting correct is gespannen zoals hierboven beschreven.
  3. Draai de centrale sluiting (08/2) rechtsom, tot deze stevig is vastgezet.

5 INGEBRUIKNAME

⚠ GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

Lees en volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de kettingzaag gebruikt!

⚠ GEVAAR! Gevaar voor een elektrische schok bij gebruik zonder aardlekschakelaar.

De bediening van het apparaat zonder aardlekschakelaar in de voedingsaansluiting kan als gevolg van elektrische schokken ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

- Controleer voordat het apparaat wordt aangesloten of in de voedingsaansluiting een aardlekschakelaar voor een maximale lekstroom van 0,03 A aanwezig is.

Als u de aanwezigheid van een aardlekschakelaar niet kunt vaststellen: Gebruik een aanvullende mobiele lekstroom-veiligheidsvoorziening met een geschakelde aardleiding.

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer de kettingzaag beschadigde onderdelen bevat, kan dit tot zwaar letsel leiden.

■ Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.

5.1 Kettingzaagolie bijvullen (11, 12)

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. De kettingzaag kan zwaar beschadigd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wanneer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!

■ Vul voor ingebruikname het reservoir met kettingzaagolie.
■ Gebruik geen afgewerkte olie!
Vul uiterlijk bij elk werkbegin de tank bij met kettingzaagolie.

De zaagketting en het zaagblad krijgen tijdens bedrijf continu olie toegevoerd vanuit een automatisch oliesmeersysteem. De kettingzaagolie beschermt tegen corrosie en vroegtijdige slijtage. Om de zaagketting afdoende te smeren moet steeds voldoende kettingzaagolie in het reservoir aanwezig zijn.

Gebruik voor de smering van de zaagketting en het zaagblad uitsluitend milieuvriendelijke, biologisch afbreekbare, hoogwaardige kettingzaagolie en vervoer en bewaar deze in toegelaten en van inhoudsaanduiding voorziene verpakkingen.

Controleer het oliepeil elke keer voor aanvang van de werkzaamheden en elke keer bij het verwisselen van de accu en vul, indien nodig, kettingzaagolie bij:

  1. Controleer het oliepeil in het kijkglas van de tank (11/1, 12/1). Er moet altijd olie te zien zijn. Het minimale en het maximale oliepeil mogen niet worden onder- resp. overschreden.
  2. Vul, indien nodig, kettingzaagolie bij via de vulhals (11/2, 12/2).

5.2 Kettingspanning controlleren

De kettingspanning vaak controleren, omdat een nieuwe zaagketting vanzelf langer wordt.

Bij de bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt deze iets door.

HOPMERKING De zaagketting is correct gespannen wanneer deze:

■ aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken.
in het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden getild.

⚠️ VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door los- springen van zaagketting! Een onvoldoende strak gespannen zaagketting kan tijdens het ge- bruik losspringen en letsel veroorzaken.

  • Controleer de kettingspanning regelmatig. De kettingspanning is te laag, wanneer de kettingschakels aan de onderkant van het zaagblad uit de groef komen.
    ■ Span de zaagketting volgens voorschrift, zo- dra de kettingspanning te laag is.

5.3 Werkingstest van de kettingrem

De kettingzaag is uitgerust met een handbediende kettingrem die bijv. bij een terugslag (kickback) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de kettingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar vanwege achte-loos gebruik! Door onvoorzichtige en onvoorzie-ne bewegingen van de kettingzaag kan zeer zwaar, tot dodelijk letsel worden veroorzaakt.

Ga bij het werken met de kettingzaag altijd veiligheidsbewust en zeer geconcentreerd te werk.
Bij het vrijgeven van de kettingrem geen schakelaar indrukken.

⚠ WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot do- delijk letsel toebrengen.

■ Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.

5.3.1 Kettingrem testen bij uitgeschakelde motor (09, 10)

  1. Om de kettingrem vrij te geven, trekt u de kettingrembeugel (09/1) richting de beugel-greep (09/2) (09/a). De zaagketting kan nu met de hand rond worden getrokken.
  2. Om de kettingrem in te schakelen, drukt u de kettingrembeugel (10/1) naar voren (10/a). Het mag nu niet mogelijk zijn de zaagketting rond te trekken.

5.3.2 Kettingrem testen bij ingeschakelde motor (09, 10)

i OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.

  1. Houd de kettingzaag veilig en stevig vast bij de beugelgreep en de achterste greep.
  2. Trek de kettingrembeugel (09/1) richting de beugelgreep (09/2) (09/a) om zo de kettingrem vrij te geven.
  3. Schakel de motor in.
  4. Duw de kettingrembeugel (10/1) naar voren (10/a). De zaagketting en de motor moeten direct stoppen.

6 BEDIENING

⚠ GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

■ Lees en volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de kettingzaag gebruikt!

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor persoon- lijk letsel als gevolg van een defect apparaat.

Het gebruik van een defect apparaat kan ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.

Apparaat alleen gebruiken als het niet defect of beschadigd is en er geen onderdelen ontbreken of loszitten.
■ Neem de nationale voorschriften voor de gebruiksduur in acht.
■ Houd de achterste handgreep vast met de rechterhand en de beugelgreep met de linkerhand.
■ De handgrepen niet loslaten zolang de motor draait.

■ Gebruik de kettingzaag niet bij:

Vermoeidheid
Onwel zijn
- Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs

6.1 Controleren van de kettingzaagolie

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. De kettingzaag kan zwaar beschadigd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wanneer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!

■ Controleer voor aanvang van de werkzaamheden altijd of het reservoir voldoende is gevuld met kettingzaagolie.
■ Vul kettingzaagolie bij wanneer het oliepeil laag is.
■ Gebruik geen afgewerkte olie!

Aanpak zie Hoofdstuk 5.1 "Kettingzaagolie bijvullen (11, 12)", pagina 59.

6.2 Verlengkabel aansluiten en vasthaken (13)

  1. Voedingskabel (13/1) en verlengkabel (13/2) met elkaar verbinden.
  2. Verlengkabel in de kabeltrekontlasting (13/3) vasthaken.

6.3 De motor in- en uitschakelen (14)

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor gehoorschade! Door het gebruik van het apparaat ontstaat sterke geluidsvorming die gehoorschade kan veroorzaken.

Draag bij het werken met de kettingzaag altijd gehoorbescherming.

i OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.

Motor inschakelen:

  1. Geef de kettingrem vrij.
  2. De blokkeerknop (14/1) met de duim indrukken en ingedrukt houden.
  3. Druk de gashendel (14/2) in en houd deze ingedrukt.

  4. Laat de blokkeerknop (14/1) los. De blokkeerknop hoeft niet meer ingedrukt te blijven nadat de kettingzaag loopt. De blokkeerknop dient om het onbedoeld starten van de kettingzaag te verhinderen.

Motor uitschakelen:

  1. Laat de gashendel (14/2) los.

6.4 Testen van de kettingrem

⚠ WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot do- delijk letsel toebrengen.

■ Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.

Handelwijze zie Hoofdstuk 5.3 "Werkingstest van de kettingrem", pagina 60.

7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK

i OPMERKING Regelmatig worden door be-roepsorganisaties cursussen aangeboden in de omgang met kettingzagen en bomenkaptechniek.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door onvoldoende vakkennis! Een tekort aan vakkennis kan ernstig tot zelfs dodelijk letsel veroorzaken!

■ Uitsluitend goed geschoolde en ervaren mensen mogen worden belast met het snoeien en kappen van bomen.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door versplintering van hout! Losspringende houtspaanders kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken!

■ Losse spaanders en houtsplinters verwijderen van het te verzagen gedeelte.

7.1 Bomen kappen (19, 20)

Let voor en tijdens het kappen op de volgende punten:

Bij het kappen van bomen moet ervoor worden gezorgd, dat overige personen niet aan gevaren worden blootgesteld, geen hoofd-transportleidingen kunnen worden geraakt en geen materiële schade kan worden veroorzaakt. Wanneer een boom een hoofdtrans-

portleiding raakt, moet het betreffende nutsbedrijf onmiddellijk op de hoogte worden gebracht.

Houd ook altijd rekening met eigendommen van derden, dieren en overige voorwerpen. Geen van deze mogen zich binnen de geva- renzone bevinden. In het geval toch ergens schade is toegebracht, moet de eigenaar on- middellijk op de hoogte worden gebracht.
De veilige afstand ten opzichte van andere werkplekken of voorwerpen dient minstens 2½-keer de boomlengte te bedragen.
■ De valrichting van de boom beoordelen. Bepalend voor de valrichting van de boom zijn:

■ de natuurlijke stand van de boom
■ de lengte van dikkere takken
■ de hoogte van de boom
■ eenzijdige groei van takken
■ horizontale of hellende ondergrond
■ asymmetrische groei, houtschade
■ windrichting en windsnelheid
sneeuwbelasting

  • Op een hellende ondergrond altijd boven de valrichting van de boom blijven werken.
    ■ Controleren dat zich op de eerder bepaalde vluchtweg geen hindernissen bevinden. De vluchtweg moet ca. 45° schuin achterwaarts van de valrichting lopen (19).
    De stam moet vrij zijn van begroeiing, takken en vreemde voorwerpen (zoals vervuiling, stenen, losse boomschors, spijkers, klemmen, draad etc.).

Om een boom te kappen moeten er een valkerf en een velsnede worden aangebracht.

  1. Bij zagen van de valkerf en bij in stukken zagen van de boomstam de aanslagkam veilig aanbrengen tegen het te verzagen hout.
  2. De valkerf (20/C) wordt eerst horizontaal en vervolgens van bovenaf schuin in een hoek van minstens 45° ingezaagd. Hierdoor wordt voorkomen dat de kettingzaag vastklemt bij het uitzagen van de tweede inkeping. De valkerf moet zo mogelijk nabij de bodem en in de gewenste valrichting (20/E) worden aangebracht. De diepte van de kerf moet ca. 1/4 van de stamdikte bedragen.
  3. De velsnede (20/D) tegenover de valkerf exact horizontaal inzagen. De velsnede moet op een hoogte van 3-5 cm boven het horizontale vlak van de valkerf worden ingezaagd.

  4. De velsnede (20/D) zo diep inzagen dat er een breuklijst (20/F) van minstens 1/10 van de stamdikte tussen de valkerf (20/C) en de velsnede (20/D) overblijft. Deze breuklijst voorkomt dat de boom gaat draaien en in de verkeerde richting valt. Zodra de velsnede (20/D) de breuklijst (20/F) nadert moet de boom beginnen te vallen. Zaag de breuklijst niet door!

Als de boom gaat vallen tijdens het zagen:

Als de boom mogelijk in de verkeerde richting zal vallen of terug helt en de kettingzaag vastklemt, moet de velsnede worden afgebroken. Sla wiggen uit hout, kunststof of aluminium in om de zaagsnede te openen en de boom in de gewenste richting te laten vallen.
De kettingzaag direct uit de zaagsnede trekken, uitschakelen en wegleggen.
■ Weglopen via de vluchtroute.
- Opletten voor neervallende takken en twijgen.

  1. Als de boom blijft staan deze door het inslaan van wiggen in de velsnede gecontroleerd ten val brengen.

Opmerking: Er mogen uitsluitend wiggen van hout, kunststof of aluminium worden gebruikt.

  1. Na afloop van de zaagwerkzaamheden direct de gehoorbescherming afnemen en letten op signalen of waarschuwend geroep.

Insteek-, langs- en hartsneden moeten alleen worden uitgevoerd door ervaren of opgeleide personen (20).

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door vallende boom! Wanneer het niet mogelijk is terug te wijken wanneer een boom omvalt, kan dit leiden tot ernstig tot zelfs dodelijk letsel!

■ Pas met de kapwerkzaamheden beginnen nadat een hindernisvrije vluchtroute vanaf de vallende boom is gewaarborgd.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door ongecontroleerd vallende boom! Een ongecontroleerd vallende boom kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken!

  • Om te zorgen dat de boom gecontroleerd valt, moet een breuklijst blijven staan tussen de velsnede en de valkerf; de breedte hiervan moet ca. 1/10 zijn van de stamdikte.
    ■ Bij wind geen kapwerkzaamheden uitvoeren.

7.2 Snoeien (21)

Onder snoeien wordt hier verstaan het afzagen van de takken van een gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:

■ De kettingzaag tijdens de werkzaamheden met de aanslagkam tegen de boomstam afsteunen.
■ Grotere, naar beneden gerichte takken die de boom ondersteunen voorlopig laten zitten.
■ Kleinere takken in één keer doorzagen.
■ Zaag de takken systematisch één voor één van de boom (21/a). Zaag eerst de takken af die u in de weg zitten. Zaag dan de takken af die spanningen veroorzaken. Zaag als laatste de dikste tak af aan de basis van de boom.
■ Zaag vrijhangende takken af van de bovenzijde (21/b), niet van de onderzijde.
- Opletten op onder spanning staande takken; deze van onderaf naar boven toe doorzagen (21/c), om te voorkomen dat de kettingzaag vastklemt.

7.3 Boom afkorten (22 - 25)

Onder afkorten wordt hier verstaan het in stukken zagen van de gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:

Zorg ervoor dat u stevig staat en uw lichaamsgewicht gelijkmatig verdeelt over beide voeten. Indien mogelijk, moet de stam worden ondersteund door takken, balken of wiggen.
- Op een hellende locatie altijd van bovenaf ten opzichte van de boomstam werken, omdat de boomstam kan wegrollen (22).
De kettingzaag zo hanteren dat er zich geen lichaamsdelen bevinden in de verlengde zwenkzone van de zaagketting.
De aanslagkam pal naast de snijkant plaatsen en de kettingzaag rondom dit punt draaien. Aan het einde van de zaagsnede niet langer druk uitoefenen.
- Om de volledige controle te houden over de kettingzaag, moet u aan het einde van de snede de druk op de zaag verminderen, zonder daarbij de handgrepen van de kettingzaag minder stevig vast te houden.
■ Erop letten dat de zaagketting niet tegen de bodem komt.
■ Wacht na het beeindigen van de zaagsnede tot de zaagketting stilstaat, alvorens u de kettingzaag verwijdert.

■ De motor van de kettingzaag altijd uitschakelen alvorens door te gaan naar de volgende boom.

De boomstam wordt over de hele lengte gelijkmatig ondersteund:

■ De boomstam van bovenaf doorzagen (23/a) en niet in de bodem zagen.

Boomstam wordt aan één uiteinde ondersteund:

- Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van onderaf inzagen (24/a); vervolgens de rest van bovenaf ter hoogte van de onderste zaagsnede doorzagen (24/b).

De boomstam wordt op beide uiteinden ondersteund:

Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaf inzagen (25/a); vervolgens de rest van onderaf ter hoogte van de bovenste zaagsnede doorzagen (25/b).

⚠ GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kickback)! Door een terugslag van het apparaat (kickback) kan de gebruiker levensgevaarlijk worden verwond.

■ Houd u steeds aan de voorgeschreven maatregelen ter voorkoming van een terugslag!

7.4 Zaaghout verzagen

Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:

■ Een veilige ondersteuning gebruiken (zaagbok, wigvorm, balken).
- Letten op een veilige werkpositie en een gelijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht.
■ Rondhout blokkeren tegen verdraaien.
Zet de kettingzaag altijd met draaiende ketting tegen het hout om een snede te beginnen. Start de kettingzaag nooit wanneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.
■ Het hout niet met de voet of door een ander persoon laten tegenhouden.

8 ONDERHOUD EN VERZORGING

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet-

sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het apparaat, zoals het snijblad.

Schakel voorafgaand aan onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Neem het apparaat los van het elektriciteitsnet.
Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.

De kettingzaag voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsnormen. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door deskundige, getrainde vakmensen en uitsluitend met gebruik van de originele reserveonderdelen.

Na elk gebruik van de kettingzaag deze controleren op slijtage en beschadigde onderdelen eventueel vervangen.
■ Het apparaat niet blootstellen aan vocht en nattigheid. Plastic delen reinigen met een doek en hierbij geen reinigings- of oplosmiddelen gebruiken.
■ Reinig de koelspleten altijd direct, wanneer deze verstopt zijn.
■ Spuit de kettingzaag niet af met water en gebruik geen hogedrukreiniger.
■ Uitsluitend de door de fabrikant voorgeschreven reserveonderdelen gebruiken.

8.1 Kettingspanning controlleren

De kettingspanning vaak controleren, omdat een nieuwe zaagketting vanzelf langer wordt.

Bij de bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt deze iets door.

gespannen wanneer deze:

■ aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken.
in het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden getild.

⚠️ VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door los- springen van zaagketting! Een onvoldoende strak gespannen zaagketting kan tijdens het ge- bruik losspringen en letsel veroorzaken.

■ Controleer de kettingspanning regelmatig. De kettingspanning is te laag, wanneer de kettingschakels aan de onderkant van het zaagblad uit de groef komen.
■ Span de zaagketting volgens voorschrift, zo- dra de kettingspanning te laag is.

8.2 Kettingsmering instellen (23)

⚠ GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel bij een ingeschakelde motor.

■ Voer alle ingrepen met uitgeschakelde motor uit.

De getransporteerde oliehoeveelheid kan met een schuif geregeld worden. De schuif zit aan de rechterkant van het apparaat (23/1).

Beweeg de schuif om de transporthoeveelheid in te stellen:

■ Voor kleinere hoeveelheden in richting (23/b)
■ Voor grotere hoeveelheden in richting (23/a)
Controleer tijdens het werk regelmatig of er voldoende olie in de olietak zit.

8.3 Zaagketting slijpen (15)

Om veiligheids- en efficiëntieredenen moet de zaagketting altijd goed geslepen zijn.

Niet gaan werken met een botte of beschadigde zaagketting. Uw lichaam wordt dan zwaarder belast, het zaagresultaat verslechtert en de ketting zal sneller slijten.

GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag

(kickback)! Een ondeskundig geslepen zaagketting verhoogt de kans op een terugslag en daarmee het gevaar voor dodelijk letsel.

■ Slijp de zaagketting deskundig om de kans op terugslag te verkleinen.

Slijpen noodzakelijk

Het slijpen is vereist wanneer:

■ Het zaagsel op stof lijkt.
■ Meer kracht nodig is om te zagen.
■ De snede niet recht is.
■ De vibraties toenemen.

Slijpen door de klantenservice

i OPMERKING Onervaren gebruikers van de kettingzaag wordt aanbevolen de zaagketting te laten slijpen door een vakman die beschikt over een werkplaats voor klantenservice.

Wanneer het slijpen in handen van een opgeleide klantenservice gegeven wordt, kan dit met de juiste gereedschappen uitgevoerd worden die een minimale materiaalslijtage en gelijkmatig slijpen van alle tanden garanderen.

Zelf slijpen

⚠️ VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door zaagketting! De scherpe randen van de zaagketting kunnen ernstige snijwonden veroorzaken.

Draag bij het slijpen van de zaaglketting veiligheidshandschoenen.

LET OP! Machineschade door ondeskundig slijpen! Ongelijke zaagtanden veroorzaken een onrustige kettingloop en kunnen zelfs zorgen voor kettingbreuk! Na het slijpen moeten alle zaagtanden even lang en breed zijn.

■ Slijp de zaagketting regelmatig!

De snijschakel (15/1) heeft een zaagtand (15/2) en een dieptebegrenzer (15/3).

Gereedschao

Zelfstandig slijpen van de zaagketting is mogelijk met behulp van speciale ronde vijlen, waarvan de doorsnede is aangepast aan het afzonderlijke kettingtype (zie Hoofdstuk 8.7 "Tabel kettingonderhoud", pagina 66). Het slijpen van de ketting vergt enige handigheid en ervaring, om beschadiging van de tanden te voorkomen.

Bij het slijpen uitsluitend geschikt gereedschap gebruiken (in gespecialiseerde zaken verkrijgbaar):

■ Kettingvijl (zie boven)
Vijlgeleider
Kettingmesmal

Te nemen maatregelen

  1. De kettingzaag uitschakelen en van het elektriciteitsnet scheiden.
  2. De kettingspanning controleren en eventueel nastellen.
  3. Geef de kettingrem vrij.
  4. Zet het zaagblad met gemonteerde zaagketting stevig vast in een geschikt bankschroef, let er daarbij op, dat de ketting vrij kan bewegen.

  5. De vijl met lichte druk en in verticale richting vanaf de binnenkant naar de buitenkant over de zaagtand halen. De vijlgeleider kan helpen om de vijl in de juiste stand te blijven houden. Twee of drie halen met de vijl zijn voldoende.

  6. Bij het slijpen moeten de hoeken een de zaagtand en de hoogte van de dieptebegrenzer t.o.v. de snijkant aangehouden worden. Na het slijpen controleren of alle zaagtanden van de ketting even lang en breed zijn.

Opmerking: Bij gebruik van het voorge- schreven gereedschap volgens de juiste po- sitie zullen de voorgeschreven hoekwaarden automatisch worden aangehouden. De waar- den kunnen met een kettingmeetkaliber wor- den gecontroleerd.

  1. Tot slot het voorste gedeelte van de diepte-begrenzer iets rond maken.
  2. Verwijder na het slijpen al het vijlsel en stof en smeer de zaagketting in een oliebad.

Zaagketting plaatsen

De ketting moet vervangen worden wanneer:

■ De lengte van de tanden kleiner is dan 5 mm (15/x);
- Indien aanwezig: de markering op de tanden van de zaagschakels is onderschreden;
■ De speling van de schakels op de kettingponsen te groot is.

8.4 Reinigen binnenruimte kettingwiel

De kettingzaag na elke gebruik grondig reinigen.

  1. Kettingzaag van het elektriciteitsnet scheiden en op een stevige ondergrond neerleggen.
  2. Schroef de afdekkap van het kettingwiel los.
  3. De binnenruimte met een geschikt borsteltje schoonmaken.
  4. Neem de zaagketting af en verwijder het zaagblad.
  5. De zaagbladmoer en de olietoevoeropening reinigen.

8.5 Zaagblad controleren, omkeren en invetten (16, 17)

Zaagblad controleren

Het zaagblad regelmatig controleren op beschadiging. Verwijder eventueel uitstekende bramen (16/1), d.w.z. Afvijlen onder een hoek van 45° (16/2).

Zaagblad omkeren

Om eenzijdige slijtage te voorkomen, moet het zaagblad na elke kettingvervanging of kettingslijpbeurt worden omgekeerd.

  1. Bij EKI 2200/40, EKS 2400/40 Snelspaninrichting aan het zaagblad omzetten (zie Hoofdstuk 8.6 "Snelspanner omzetten (18)", pagina 66).

  2. Zaagblad omkeren.

Zaagblad invetten

  1. De zaagbladgroef (16/3) en olietoevoeropeningen (16/4) zorgvuldig reinigen.
  2. De boringen voor oliesmering (17/1) aan beide zijden zorgvuldig reinigen.
  3. Met een vetspuit (17/2) achtereenvolgens aan beide kanten zoveel vet indrukken dat het vet op het uiteinde van het omkeerwiel gelijkmatig naar buiten komt. Het omkeerwiel daarbij steeds blijven draaien.

8.6 Snelspanner omzetten (18)

Bij EKI 2200/40, EKS 2400/40

  1. De kruiskopschroef (18/1) eruit draaien.
  2. Het zaagblad eraf nemen, omkeren en met de kruiskopschroef (18/1) weer vastzetten.
  3. De uitstekende stift (18/2) zorgt dat de snel-spanner in de juiste positie komt. Op de juiste montagepositie letten.

8.7 Tabel kettingonderhoud

Hoeken en maten: zie afbeelding (15).

WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar

letsel. Wanneer op de kettingzaag een niet-toe- gelaten zaagketting of zaagblad wordt gebruikt, kan dit tot zwaar letsel leiden.

- Gebruik uitsluitend toegelaten zaagkettingen en zaagbladen.

Zaagketting (zaagblad)Vijldiameter Kophoek (α) Ondersnij-hoek (β)Kophellings-hoek (γ)Dieptemaat (z)
AL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 1AL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 2AL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 3AL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 4
AL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 5Draaihoek van het ge-reedschapHellingshoek van het ge-reedschapZijwaartse hoek
AL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 6AL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 7AL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 8
90PX040X (104MLEA041)4,5 mm 30° 0° 75° 0,025"
91P045X (120SDEA041)5/32" 30° 0° 85° 0,025"
91PX052X (140SDEA041)5/32" 30° 0° 85° 0,025"
AL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 9Dieptemaat VijlAL-KO EKS 2000/35 - WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar - 10

9 HULP BIJ STORINGEN

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini-gingswerkzaamheden altijd veiligheidshand-schoenen!
■ Het apparaat uitschakelen en van het elektriciteitsnet scheiden!

OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.

Storing Oorzaak Maatregel
Motor draait niet. Geen netspanning aanwezig.Verlengkabel controleren, indien nodig vervangen.Zekeringen / FI-aardlekschake- laar controleren.De stroomvoorziening laten con- troleren door een deskundig elektrotechnicus.
Overlastbeveiliging heeft uitgeschakeld.Wacht tot de overlastbeveiliging de voeding weer inschakelt.
Kettingrem geactiveerd. Geef de kettingrem vrij.
Het zaagblad en de zaagket- ting draaien warm, rookvor- ming. Zaagkettingolie stroomt niet.De zaagketting is te strak gespannen.Kettingspanning verlagen.
De olietank is leeg.Vul kettingzaagolie bij.Het oliereservoir controleren op beschadiging.
De olietoevoeropening en/ of de groef in het zaagblad zijn/is vervuild.Reinig de olietoevoeropening en de groef in het zaagblad.
De motor draait, maar de zaag- ketting beweegt niet.De zaagketting is te strak gespannen.Kettingspanning verlagen.
Kettingrembeugel is naar voren gedrukt.Kettingrembeugel in de richting van de beugelhandgreep trekken.
Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre.
In plaats van spanen wordt al- leen nog zaagsel uitgestoten. De kettingzaag moet door het hout worden geduwd.De zaagketting is stomp. Slijp de zaagketting of bezoek een AL-KO servicepunt.
Apparaat trilt meer dan nor- maal.Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre.

10 TRANSPORT

⚠ WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig letsel. Een draaiende zaagketting tijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

De kettingzaag nooit met lopende zaagketting dragen en vervoeren.

Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:

  1. Kettingzaag uitschakelen en de stekker los-halen.
  2. Kettingbeschermer plaatsen.
  3. Draag de kettingzaag altijd alleen aan de beugelgreep. Het zaagblad en de zaagketting moeten daarbij naar achteren wijzen.
  4. In voertuigen: Beveilig de kettingzaag tegen omvallen, beschadiging en weglekken van kettingzaagolie.

11 OPSLAG

Reinig de kettingzaag na elk gebruik steeds grondig. De machine bewaren op een droge, afsluitbare plek en buiten het bereik van kinderen.

Bij onderbrekingen in het gebruik van langer dan 30 dagen de volgende werkzaamheden uitvoeren:

  1. Kettingzaag uitschakelen en de stekker los-halen.
  2. Leeg de olietank voor de kettingzaagolie.
  3. De zaagketting en het zaagblad afnemen, reinigen en insmeren met corrosiewerende olie.
  4. Kettingzaag grondig reinigen en bewaren in een droge ruimte.

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan bij langere opslag leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp.

■ Verwijder voorafgaand aan langdurige opslag altijd de kettingzaagolie uit de kettingzaag.

12 VERWIJDEREN

Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

AL-KO EKS 2000/35 - Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG) - 1

Oude elektrische en elektronische apparaten horen niet thuis bij het huis-houdelijke afval, maar moeten gescheiden worden aangeboden of verwijderd!

  • Gebruikte batterijen of accu's, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recycling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.
  • Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te-ruggave na gebruik verplicht.
    De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat!

Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elektronische gebruikte apparaten niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.

Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeven:

■ Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
■ Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot terugname verplicht zijn of deze vrijwillig aanbieden.

Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.

* Opmerkingen bij de trillingswaarde:
De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten conform een genormeerd testproces en kan worden gebruikt om het ene elektrische gereedschap met een ander te vergelijken.
De opgegeven trillingsemissiewaarde kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van de blootstelling aan trillingen (blootstellingsgraad).
De trillingsemissiewaarde kan gedurende het daadwerkelijke gebruik van het elektrische gereedschap afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt.

■ Probeer steeds, de belasting door trillingen tot een minimum te bepreken. Voorbeelden van maatregelen waarmee de trillingsbelasting kunnen worden verminderd zijn, het dragen van handschoenen tijdens het gebruik van het gereedschap en verkorting van de werkduur. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle elementen van de bedrijfscyclus (bijvoorbeeld de tijden waarop het elektrische gereedschap is uitgeschakeld en tijden waarop het gereedschap wel is ingeschakeld, moet zonder belasting draait).

14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE

Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het

dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres:

Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.

Onze garantie geldt alleen bij:

■ naleving van deze gebruikershandleiding
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen

De garantie vervalt bij:

■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
- Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel

Van de garantie zijn uitgesloten:

■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.

TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE

Table des matières

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AL-KO

Model : EKS 2000/35

Categorie : Zaag