EW2051H - Pomp MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EW2051H MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EW2051H - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EW2051H van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING EW2051H MAKITA
Marchio Livello di potenza sonora misurato Livello di potenza sonora garantito EW2050H 100 dB(A) 101 dB(A) EW3050H 103 dB(A) 103 dB(A) EW2051H 101 dB(A) 103 dB(A) EW3051H 104 dB(A) 105 dB(A) Questi livelli di rumore non hanno dimostrato necessariamente un livello di lavoro sicuro. Tuttavia, all’utente sarà consentita una migliore valutazione dei pericoli e dei rischi utilizzando le presenti informazioni. Nota: Il livello di rumore cambia in base ai dati tecnici. I dati tecnici sono soggetti a modiche senza preavviso.52 VOORWOORD Hartelijk dank voor uw aanschaf van een MAKITA POMP. Deze gebruiksaanwijzing beschrijft het gebruik en onderhoud van uw MAKITA POMP. Alle informatie in deze publicatie is gebaseerd op de meest recente productinformatie die beschikbaar was ten tijde van goedkeuring voor afdrukken. Lees deze gebruiksaanwijzing vóór gebruik aandachtig door.Neem een moment de tijd om uzelf bekend te maken met de correcte bedienings- en onderhoudsprocedures om dit apparaat zo veilig en efciënt mogelijk te gebruiken.Houd deze gebruiksaanwijzing bij de hand zodat u het op elk moment kunt raadplegen.Door onze constante inzet onze producten te verbeteren, kunnen bepaalde procedures en technische gegevens worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving.Als u vervangingsonderdelen bestelt, vermeldt u altijd het MODEL, PRODUCTIENUMMER en SERIENUMMER van uw pomp.Controleer het productienummer en serienummer op uw pomp en vul ze hieronder in. (De locatie van het etiket verschilt afhankelijk van de productspecicatie.) PROD No. SER No. PROD No. / SER No.(etiket)SER No. (gestanst) Raadpleeg de afbeeldingen op de achterkant van de voorkaft voor afb. t/m aangegeven in de tekst. OPMERKING INHOUD Pagina
Nederlands (Originele instructies)53
1. VEILIGHEIDSVOORZORGSMAATREGELEN
Wij vragen u elke voorzorgsmaatregel aandachtig te lezen. Let met name goed op de tekst die vooraf gegaan wordt door de volgende woorden: “WAARSCHUWING”, wijst op een grote kans op ernstig persoonlijk letsel of de dood in het geval de instructies niet worden gevolgd. “LET OP”, wijst op een kans op persoonlijk letsel of beschadiging van het apparaat in het geval de instructies niet worden gevolgd.
Adem nooit de uitlaatgassen in. Deze bevatten koolmonoxide: een kleurloos, geurloos en extreem gevaarlijk gas dat kan leiden tot bewusteloosheid of de dood.
Gebruik de pomp nooit binnenshuis of in een slecht geventileerd gebied, zoals in een tunnel, grot, enz.
Wees uitermate voorzichtig wanneer de pomp wordt gebruik in de buurt van mensen of dieren.
Houd de uitlaatpijp vrij van vreemde voorwerpen.
Brandstof is uiterst brandbaar en de dampen ervan kunnen bij ontsteking exploderen.
Vul geen brandstof bij binnen of in een slecht geventileerd gebied.
Zorg ervoor dat de pomp is uitgeschakeld voordat u brandstof bijvult.
Verwijder de brandstoftankdop niet en vul geen brandstof bij wanneer de motor nog heet is of draait. Laat de motor minstens 2 minuten afkoelen voordat u brandstof bijvult.
Vul de brandstoftank niet te vol.
Als brandstof wordt gemorst, veegt u dit voorzichtig af en wacht u tot de brandstof is opgedroogd voordat u de motor start.
Nadat brandstof is bijgevuld, zorgt u ervoor dat de brandstoftankdop goed wordt vastgedraaid om te voorkomen dat brandstof wordt gemorst. : BRANDPREVENTIE
Bedien de pomp niet terwijl u rookt en in de buurt van open vuur.
Gebruik niet in de buurt van droge struiken, takken, textieldoeken of andere brandbare materialen.
Plaats de kant van de motor met de koelluchtlinlaat (vlakbij de trekstartinrichting) en de uitlaatdemper op minstens 1 meter afstand tot gebouwen, obstakels en andere brandbare voorwerpen.
Houd de pomp uit de buurt van brandbare en andere gevaarlijke materialen (vuilnis, poetsdoeken, smeermiddelen, explosieven).
Ga niet met alcohol op rijden.
Wees voorzichtig rondom de hete onderdelen. De uitlaatdemper en andere motoronderdelen worden zeer heet terwijl de pomp draait of net is uitgezet. Gebruik de pomp op een veilige plaats en houd kinderen uit de buurt van de draaiende pomp. WAARSCHUWING LET OP WAARSCHUWING WAARSCHUWING WAARSCHUWING WAARSCHUWING
Raak de ontstekingskabel niet aan tijdens het starten en draaien van de pomp.
Gebruik de pomp op een stabiele en horizontale ondergrond. Als de motor wordt gekanteld, kan brandstof worden gemorst. OPMERKING Als de pomp onder een steile hellingshoek wordt gebruikt, kan hij vastlopen wegens onvoldoende smering, ondanks een maximaal oliepeil.
Transporteer de pomp niet met brandstof in de tank of met geopende brandstofkraan.
Houd het apparaat droog (gebruik het niet in de regen). : OPSTARTCONTROLES
Controleer zorgvuldig de brandstofslangen en -koppelingen op loszitten en brandstoekkage. Gelekte brandstof veroorzaakt een potentieel gevaarlijke situatie.
Controleer of de bouten en moeren los zitten. Een loszittende bout of moer kan leiden tot een ernstige motorstoring.
Controleer het motoroliepeil en vul zo nodig motorolie bij.
Controleer het brandstofpeil en vul zo nodig brandstof bij. Wees voorzichtig dat de tank niet te vol wordt.
Houd de koelribben van de cilinder en de trekstartinrichting vrij van vuil, gras en ander afval.
Draag nauwsluitende werkkleding tijdens het gebruik van de motor. Een loshangend schort, handdoek, riem, enz. kan door de motor of aandrijving worden gegrepen, waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat.
Zorg ervoor dat de afvoerslang niet wordt overreden door een voertuig en sluit de afvoerkraan niet plotseling omdat hierdoor waterslag kan optreden, waardoor ernstige schade kan worden veroorzaakt aan de pomp. Over de afvoerslang rijden Plotseling sluiten van de afvoerkraan WAARSCHUWING LET OP55 SYMBOLEN Lees de gebruiksaanwijzing. Zet de brandstofkraan dicht wanneer de motor niet in gebruik is. Blijf uit de buurt van hete oppervlakken. Controleer op lekkages uit slangen en koppelingen. De uitlaatgassen zijn giftig. Niet gebruiken in een ongeventileerd vertrek of omsloten gebied. Vuur, vlammen en roken zijn verboden. Zet de motor uit voordat u brandstof bijvult. HEET, vermijd aanraking van hete oppervlakken. Aan (draaien) Motor starten (elektrisch starten) Brandstof (benzine) Ontluchting Uit (stoppen) Motorstop
Brandstof (diesel) Duw op ontluchting Motorolie Koude motor Brandstofkraan dicht Niet op ontluchting drukken Voeg olie toe Warme motor Brandstofsysteem storing/defect Twee keer Accu Elektrisch voorverwarmen (starthulp bij lage temperaturen) Choke Snel Stand voor draaien Plus: positieve polariteit Langzaam Stand voor stoppen Min: negatieve polariteit
(Zie afb. ) Raadpleeg de afbeeldingen op de achterkant van de voorkaft voor afb. t/m aangegeven in de tekst. Plug (aftappen) Aansluiting voor aanzuigslang Aansluiting voor afvoerslang Frame Plug (ontluchten) Uitlaatdemper Bougie Olievulnek (met oliepeilstok) Brandstoftank Afdekkap van pomphuis Aftapplug (op twee plaatsen) Stopschakelaar Trekstartinrichting Trekstarthandgreep Brandstofkraan Chokehendel Luchtlter Toerentalregelhendel Zeef Slangkoppelingen Slangklem Gereedschappen Gebruiksaanwijzing (dit boekje) Inbussleutel (alleen vuilwaterpomp) OPMERKING56
(zie afb. - ) Gebruik een slang met een versterkte wand of een slang met een gevlochten buitenmantel om onderbreking van de aanzuiging te voorkomen. Aangezien de zelfontluchtingstijd van de pomp rechtstreeks proportioneel is met de lengte van de slang, adviseren wij u een korte slang te gebruiken. LET OP Gebruik altijd een zeef met de aanzuigslang. Kiezels of afval die in de pomp wordt gezogen zal ernstige schade veroorzaken aan de waaier en het pomphuis.
2. SLUIT DE AFVOERSLANG AAN
(zie afb. - ) Bij gebruik van een textielslang, gebruikt u altijd een slangklem om te voorkomen dat de slang losraakt onder hoge druk.
3. CONTROLEER HET MOTOROLIEPEIL
(zie afb. - ) Alvorens het motoroliepeil te controleren of motorolie bij te vullen, verzekert u uzelf ervan dat de motor op een stabiele en horizontale ondergrond staat, en is uitgezet. Draai de oliepeilstok niet in de olievulnek om het oliepeil te meten. Als het oliepeil laag is, vult u bij tot aan het bovenste peil met de volgende aanbevolen olie.
Gebruik reinigende olie voor 4-takt-motoren van API-classicatie SE of hoger (SG, SH en SJ worden aanbevolen).
Selecteer de viscositeit aan de hand van de luchttemperatuur op het moment van gebruik, zoals aangegeven in de tabel. (Zie afb. - )Beschrijving van afb. - Oliepeilstok Bovenste peil Onderste peilModel Olie-inhoudEW2050HEW3050HEW2051HEW3051H0,6 liter
4. CONTROLEER HET BRANDSTOFPEIL
(zie afb. - ) WAARSCHUWING Vul geen brandstof bij terwijl u rookt, vlakbij open vuur of andere dergelijke potentiële gevaren. Anders kunnen zich ongelukken met brand voordoen. ■Verwijder statische elektriciteit vanaf uw lichaam voordat u benzine bijvult.Vonken door elektrostatische ontlading kunnen leiden tot ontsteking van verdampte brandstof (benzine) en brandwonden veroorzaken.Statische elektriciteit kan zich vanaf uw lichaam ontladen door met uw handen een metalen onderdeel van het apparaat en de brandstofopvoerpomp aan te raken.OPMERKINGDEZE MOTOR IS GECERTIFICEERD VOOR
GEBRUIK OP LOODVRIJE BENZINE VOOR
AUTO’S. Zet de motor uit en open de brandstoftankdop. Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. ● Loodvrije normale/super of opnieuw geformuleerde benzine die niet meer dan 10% ethanol (E10) of 15% MTBE bevat mag ook worden gebruikt. ● Gebruik nooit benzine die meer dan 10% ethanol of 15% MTBE bevat omdat hierdoor de motor of het brandstofsysteem kan worden beschadigd. ● Gebruik nooit oude of verontreinigde benzine. ● Het gebruik van dergelijke niet-aanbevolen brandstoffen kan leiden tot lagere prestaties en/of verlies van garantie.Inhoud van brandstoftankModelInhoud brandstoftank literEW2050HEW3050HEW2051HEW3051H 3,2
Sluit de brandstofkraan voordat u brandstof bijvult. Vul niet bij tot boven de bovenkant van de brandstofzeef (aangegeven met ), omdat anders de brandstof ander gemorst kan worden nadat deze is opgewarmd en uitgezet.57 Beschrijving van afb. - Maximaal brandstofpeil Gebruik bij het vullen van de brandstoftank altijd de brandstofzeef. Bevestig de brandstoftankdop weer door deze rechtsom te draaien tot aan de fysieke aanslag (ongeveer een kwart slag). Probeer niet tot voorbij de fysieke aanslag te draaien omdat daardoor de brandstoftankdop kan worden beschadigd. Veeg eventueel gemorste brandstof af voordat u de motor start. (Zie afb.
ONTLUCHTINGSWATER (zie afb. - ) Wij adviseren dat de waterkamer van het pomphuis vol wordt ontlucht door hem te vullen met water voordat de pomp wordt gestart. WAARSCHUWING Probeer nooit de pomp te bedienen zonder ontluchtingswater bij te vullen omdat anders de pomp oververhit raakt. Bij langdurig droog draaien wordt de mechanische afdichting onherstelbaar beschadigd. Als het apparaat droog draait, stopt u de motor onmiddellijk en laat u de pomp afkoelen voordat u ontluchtingswater bijvult.
1. STARTEN (zie afb. )
(1) Open de brandstofkraan. (Zie afb. - )(2) Draai de STOPSCHAKELAAR naar stand “ I ” (ON).(Zie afb. (3) Stel de toerentalregelhendel in op 1/3 deel van de stand voor hoog toerental. (Zie afb. (4) Zet de chokehendel dicht. (Zie afb.
Als de motor koud is of de omgevingstemperatuur laag is, zet u de chokehendel helemaal zicht. Als de motor warm is of de omgevingstemperatuur hoog is, zet u de chokehendel half open of laat u hem helemaal open staan. (5) Trek langzaam aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt. Dit is het “compressiepunt”. Laat de handgreep teruglopen naar zijn uitgangsstand en trek er snel aan. Trek het touw niet maximaal uit. Nadat de motor is gestart, laat u de handgreep teruglopen naar zijn uitgangsstand terwijl u de handgreep vast blijft houden. (Zie afb. (6) Nadat de motor is gestart, zet u de choke verder open door de chokehendel geleidelijk te draaien en uiteindelijk helemaal open te zetten. Zet de chokehendel niet onmiddellijk helemaal open wanneer de motor koud is of de omgevingstemperatuur laag is, omdat dan de motor kan afslaan. (Zie afb.
2. DRAAIEN (zie afb. )
(1) Nadat de motor is gestart, zet u de toerentalregelhendel in de stand voor laag toerental (L) en warmt u de motor onbelast op gedurende enkele minuten. (Zie afb. (2) Beweeg de toerentalregelhendel geleidelijk in de richting van de stand voor hoog toerental (H) en stel hem in op het gewenste motortoerental. (Zie afb.
Wanneer bedrijf op hoog toerental niet vereist is, verlaagt u het motortoerental (stationair) door de toerentalregelhendel te verplaatsen en zo brandstof te besparen en de levensduur van de motor te verlengen.
3. STOPPEN (zie afb. )
(1) Stel de toerentalregelhendel in de stand voor laag toerental en laat de motor gedurende 1 of 2 minuten op een laag toerental draaien voordat u hem uitzet. (Zie afb. (2) Draai de STOPSCHAKELAAR linksom naar stand ” (OFF). (Zie afb. - )(3) Sluit de brandstofkraan. (Zie afb. (4) Trek langzaam aan de trekstarthandgreep en laat de handgreep teruglopen naar zijn uitgangsstand wanneer u weerstand voelt. Deze handeling is noodzakelijk om te voorkomen dat vochtige buitenlucht kan binnendringen in de verbrandingskamer. (Zie afb.
BRANDSTOFKRAAN Sluit de brandstofkraan en wacht even tot de motor stopt. Voorkom dat brandstof gedurende een lange tijd in de carburateur blijft zitten omdat daardoor de doorstroomopeningen in de carburateur verstopt kunnen raken door verontreinigingen, waardoor een storing kan optreden.58
(Zie Afb. ) 1. DAGELIJKSE INSPECTIEVoordat u de motor laat draaien, controleert u de volgende servicepunten: Loszittende of afgebroken bouten en moeren Reinig luchtlterelement Voldoende en schone motorolie Lekkage van benzine en motorolie Voldoende benzine Omgeving veilig Controleer het ontluchtingswater Buitensporige trillingen en/of lawaai2. PERIODIEKE ONDERHOUDPeriodiek onderhoud is essentieel voor een veilige en efciënte werking van uw pomp.Raadpleeg de onderstaande tabel voor de intervallen voor het periodiek onderhoud.De onderstaande tabel is gebaseerd op een normaal gebruiksschema van het apparaat. LET OP Vervang de rubberen pijpen waar de brandstof door stroomt elke twee jaar. Als een brandstoekkage wordt gevonden, vervangt u de pijpen onmiddellijk.Tabel met schema voor periodiek onderhoudOnderhoudspunt Elke 8 uur(dagelijks)Elke 50 uur(wekelijks)Elke 200 uur(maandelijks) Elke 300 uur Elke 500 uur Elke 1000 uurPOMP REINIGEN EN BOUTEN EN MOEREN CONTROLEREN (dagelijks)CONTROLEREN OP LEKKAGES UIT SLANGEN EN KOPPELINGEN (dagelijks)MOTOROLIEPEIL CONTROLEREN EN MOTOROLIE BIJVULLEN (dagelijks bijvullen tot bovenste peil)MOTOROLIE VERVERSEN (eerste 20 uur) (elke 100 uur)BOUGIE REINIGEN (elke 100 uur)LUCHTFILTER REINIGEN
KOOLAFZETTING IN CILINDERKOP VERWIJDEREN
(zie afb. - ) (1) Verwijder koolafzetting op de elektroden van de bougie met behulp van een bougiereiniger of staalborstel. (2) Controleer de elektrodeafstand. De afstand moet 0,6 mm tot 0,7 mm zijn. Stel zo nodig de afstand af door voorzichtig de zijelektrode te verbuigen. Aanbevolen bougie: E6RC (TORCH) of BR-6HS (NGK)
4. DE MOTOROLIE VERVERSEN
(zie afb. - , ) Eerste olieverversing : Na 20 bedrijfsuren Daarna : Elke 100 bedrijfsuren (1) Om olie te verversen, zet u de motor uit en draait u de aftapplug los. Tap de gebruikte olie af terwijl de motor nog warm is. Warme olie stroomt snel en volledig eruit. LET OP Wees voorzichtig met de hete olie om letsel te voorkomen. Zorg ervoor dat de brandstoftankdop stevig vastgedraaid is om morsen te voorkomen. (2) Monteer de aftapplug weer voordat u nieuwe olie bijvult. Model Olie-inhoud EW2050HEW3050HEW2051HEW3051H0,6 liter (3) Raadpleeg pagina 56 voor de aanbevolen olie.
Gebruik altijd de hoogste classicatie en schone olie. Verontreinigde olie, olie van slechte kwaliteit en tekort aan olie veroorzaken schade aan de motor of verkorten de levensduur van de motor.
WAARSCHUWING Vuur verboden WAARSCHUWING Verwijder statische elektriciteit vanaf uw lichaam voordat u benzine bijvult. Vonken door elektrostatische ontlading kunnen leiden tot ontsteking van verdampte brandstof (benzine) en brandwonden veroorzaken. Statische elektriciteit kan zich vanaf uw lichaam ontladen door met uw handen een metalen onderdeel van het apparaat aan te raken. (1) Inspecteer de brandstofkom op water en vuil. (Zie afb.
(2) Om water en vuil te verwijderen, sluit u de brandstofkraan en verwijdert u de brandstofkom. (3) Nadat water en vuil verwijderd zijn, wast u de brandstofkom met kerosine of benzine. Monteer weer stevig om lekkage te voorkomen.
6. HET LUCHTFILTER REINIGEN
(zie afb. - ) Een vuil luchtlterelement zal leiden tot startproblemen, vermogensverlies en motorstoringen, en tevens de levensduur van de motor sterk verkorten. Houd het luchtlterelement altijd schoon. WAARSCHUWING Vuur verboden
Het urethaanschuimelement reinigen (zie afb.
Was en reinig het urethaanschuimelement met een wasmiddel. Na het reinigen, droogt u het. Reinig het urethaanschuimelement elke 50 bedrijfsuren.
Het papierelement reinigen (zie afb.
Reinig door voorzichtig tegen het element te tikken om vuil te verwijderen en blaas het stof eruit. Gebruik nooit olie. Reinig het papierelement elke 50 bedrijfsuren en vervang de beide elementen elke 200 bedrijfsuren. OPMERKING Reinig en vervang de luchtlterelementen vaker bij gebruik in stofge omgevingen. Vervang het element in het geval dat vuil of stof niet kan worden vervangen en/of in het geval dat het element is vervormd of verslechterd.60
Wees uitermate voorzichtig bij het vervangen van de brandstofslang; benzine is uiterst brandbaar.
Verwijder statische elektriciteit vanaf uw lichaam voordat u benzine bijvult. Vonken door elektrostatische ontlading kunnen leiden tot ontsteking van verdampte brandstof (benzine) en brandwonden veroorzaken. Statische elektriciteit kan zich vanaf uw lichaam ontladen door met uw handen een metalen onderdeel van het apparaat aan te raken. Vervang de brandstofslang elke 1 000 uur of elke 2 jaar.Als brandstof lekt uit de brandstofslang, vervangt u de brandstofslang onmiddellijk.
Draai loszittende bouten en moeren opnieuw vast. Controleer op brandstof en olielekkages. Vervang beschadigde onderdelen door nieuwe.
9. DE BINNENKANT VAN HET POMPHUIS
REINIGEN (zie afb. - – ) (behalve EW2050H en EW3050H) Als de binnenkant van het pomphuis verstopt is met kleine steentjes, of als de binnenkant van het pomphuis moet worden gereinigd, kunt u de binnenkant van het pomphuis reinigen door de afdekkap van het pomphuis te verwijderen met behulp van de inbussleutel die bij de pomp wordt geleverd.De bijgeleverde inbussleutel (8 mm) is bevestigd aan het bovenste deel van het pomphuis. (Zie afb. (1) De afdekkap van het pomphuis verwijderen (zie afb. Verwijder de 4 inbusbouten. (2) De binnenkant van het pomphuis reinigen (zie afb. Nadat de steentjes en het vuil vanuit de binnenkant van het pomphuis zijn verwijderd, spoelt u het uit met schoon water. Beschrijving van afb. - Afdekkap van pomphuis O-ringZorg ervoor dat de O-ring niet wordt beschadigd omdat hierdoor waterlekkage zal ontstaan.Als de O-ring verslechterd of beschadigd is, vervangt u deze door een nieuwe.(3) De afdekkap van het pomphuis weer aanbrengen (zie afb. Monteer de 4 inbusbouten.
Tap al het water af via de aftapplug. LET OP Vergeet niet voor het vast draaien van de aftapplug eerst de aftapplug en de schroefdraad van het draadgat schoon te maken. Anders kan de schroefdraad worden beschadigd.
2. KOPPEL DE AFVOERSLANG LOS
Kantel de pomp en tap al het water af via de aansluiting voor de afvoerslang. Als water bevriest in het pomphuis kan de pomp ernstig worden beschadigd.
3. TAP DE BRANDSTOF AF (zie afb. - )
WAARSCHUWING Vuur verboden Als u de motor gedurende langer dan 1 maand niet gebruikt, tapt u de brandstof af om afzetting in het brandstofsysteem en de carburateur te voorkomen. WAARSCHUWING
Verwijder statische elektriciteit vanaf uw lichaam voordat u benzine bijvult. Vonken door elektrostatische ontlading kunnen leiden tot ontsteking van verdampte brandstof (benzine) en brandwonden veroorzaken. Statische elektriciteit kan zich vanaf uw lichaam ontladen door met uw handen een metalen onderdeel van het apparaat aan te raken.
Bewaar/transporteer de brandstof (benzine) altijd in een metalen jerrycan om brand te voorkomen.61
Verwijder de zeef, houd de zeef boven een opvangbak en open de brandstofkraan om de brandstof uit de brandstoftank te laten lopen.
Verwijder de aftapschroef van de vlotterkamer van de carburateur en laat de brandstof eruit lopen.
Vervang de motorolie door nieuwe olie.
Verwijder de bougie, giet ongeveer 5 cc motorolie in de cilinder, trek langzaam 2 of 3 keer aan de trekstarthandgreep van de trekstartinrichting en monteer de bougie weer.
Trek langzaam aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt en laat de motor in die stand staan.
Reinig de pomp grondig met een geoliede doek, breng de afdekking aan en berg de pomp binnen op een goed geventileerde plaats met een lage luchtvochtigheid op.
De motor stopt automatisch wanneer het oliepeil onder de veiligheidsgrens komt. De motor kan niet worden gestart voordat het oliepeil wordt verhoogd tot het voorgeschreven peil. (Zie afb.
(1) Vul het carter met olie tot het correcte peil. (2) Voor het opnieuw starten en bedienen van de motor, raadpleegt u hoofdstuk “4. DE POMP BEDIENEN” op pagina 57.
Controleer de kabelstekker vanaf de motor. Deze moet stevig zijn aangesloten op de kabel vanaf de oliesensor.
Voor het selecteren van de motorolie raadpleegt u pagina 56 voor de aanbevolen olie.
Waaier zit vast (demonteren en reinigen).
Er wordt lucht aangezogen aan de aanzuigkant. (Controleer de leiding aan de aanzuigkant.)
Afname van motoruitvoer. (Vraag advies aan de dichtstbijzijnde dealer.)
Mechanische afdichting is verbroken. (Vraag advies aan de dichtstbijzijnde dealer.)
Grote opvoerhoogte van aanzuiging. (Verlaag.)
Aanzuigslang is te lang of dun. (Gebruik een dikkere slang van minimale lengte.)
Water lekt uit waterdoorvoer. (Stop de lekkage.)
De waaier wordt geblokkeerd door vreemde materialen. (Demonteer en reinig.)
De waaier is versleten.
Het motortoerental is te laag. (Vraag advies aan de dichtstbijzijnde dealer.)
Er wordt lucht aangezogen aan de aanzuigkant. (Controleer de leiding aan de aanzuigkant.)
Onvoldoende ontluchtingswater binnenin het pomphuis. (Vul ontluchtingswater bij.)
De aftapplug is onvoldoende vastgedraaid. (Draai de pluggen helemaal vast.)
Het motortoerental is te laag. (Vraag advies aan de dichtstbijzijnde dealer.)
Er wordt lucht aangezogen door de mechanische afdichting. (Vraag advies aan de dichtstbijzijnde dealer.)
De slang kan geknikt zijn of het uitstroomuiteinde kan geblokkeerd of verstopt zijn. (Maak recht of reinig.)
Een massief voorwerp voorkomt dat de pompstang een volledige slag kan maken. (Demonteer en reinig.)62
6. WANNEER DE MOTOR NIET START:
Voer de volgende controles uit voordat u de pomp naar uw Makita-dealer brengt. Als u nog steeds problemen ondervindt nadat u de controles hebt uitgevoerd, brengt u uw pomp naar de dichtstbijzijnde Makita-dealer. (1) Wordt een sterke vonk geproduceerd tussen de elektroden?
Verwijder en inspecteer de bougie. Als de elektroden vuil zijn, reinigt u ze of vervangt u de bougie door een nieuwe.
Wijder de bougie en sluit hem aan op de bougiekap. Trek aan de trekstarthandgreep terwijl u de bougie aardt tegen de motorbehuizing. Als de vonk zwak is of als er geen vonk is, probeert u het met een nieuwe bougie. Als met een nieuwe bougie geen vonk wordt geproduceerd, is het ontstekingssysteem defect. WAARSCHUWING
Veeg gemorste brandstof nauwkeurig af alvorens deze controle uit te voeren. Houd de bougie zo ver mogelijk uit de buurt van het bougiegat.
Houd de bougie niet met de hand vast terwijl u aan de trekstarthandgreep trekt. OPMERKING De motor met een oliesensor stopt automatisch wanneer het oliepeil onder de voorgeschreven grens komt. Pas nadat het oliepeil is verhoogd tot boven het voorgeschreven peil, stopt de motor onmiddellijk nadat deze is gestart. (2) Is er voldoende compressie? Trek langzaam aan de trekstarthandgreep en controleer of u weerstand voelt. Als slechts weinig kracht nodig is om de trekstarthandgreep uit te trekken, controleert u of de bougie stevig is vastgedraaid. Als de bougie los zit, draait u hem vast. (3) Is de bougie nat van de benzine?
Gebruik de choke (sluit de chokehendel) en trek vijf of zes keer aan de trekstarthandgreep. Verwijder de bougie en controleer of de elektroden nat zijn. Als de elektroden nat zijn, wordt de motor goed voorzien van brandstof.
Als de elektroden droog zijn, controleert u tot waar de brandstof komt. (Controleer de brandstongang van de carburateur.)
In het geval de motor niet start terwijl hij goed wordt voorzien van brandstof, probeert u de motor te starten met nieuwe brandstof.63
9. TECHNISCHE GEGEVENS
Model EW2050H EW3050H EW2051H EW3051H POMP Type Zelfontluchtende centrifugaalpomp Zelfontluchtende vuilwaterpomp Diameters van aansluiting voor aanzuigslang × afvoerslang mm 50 × 50 76 × 76 50 × 50 76 × 76 Totale opvoerhoogte m 32 23 Maximumopbrengst liter/min
Aanzuighoogte m 8,0 Asafdichtmateriaal (Mechanische afdichting) Keramiekkoolstof Siliciumcarbide MOTOR Model EX16 EX17 EX16 EX17 Type Luchtgekoelde 4-takt-benzinemotor met OHC Smeermiddel Reinigende olie voor auto’s (API-classicatie SE of hoger, SG, SH of SJ wordt aanbevolen. SAE 10W-30, enz.) Olie-inhoud liter 0,6 Brandstof Loodvrije benzine voor auto’s Inhoud van brandstoftank liter 3,2 Bougie TORCH E6RC of NGK BR-6HS Startsysteem Trekstartinrichting Afmetingen (l × b × h) mm 527 × 368 × 417 Nettogewicht kg 24,9 26,1 24,9 26,1 Standaardaccessoires Gereedschapsset (1 stuk), zeef (1 stuk), Slangkoppeling (2 stuks), slangklem (3 stuks) Gebruiksaanwijzing (1 stuk) Gereedschapsset (1 stuk), zeef (1 stuk), Slangkoppeling (2 stuks), slangklem (3 stuks) Gebruiksaanwijzing (1 stuk), Inbussleutel (1 stuk)
- De technische gegevens zijn onderhevig aan wijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving.
10. EG-VERKLARING VAN CONFORMITEIT
Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgesloten als Aanhangsel A bij deze gebruiksaanwijzing.64 Geluid
1. Geluidsdrukniveau op de werkplek. (2006/42/EC)
Merknaam Geluidsdrukniveau De bedrijfsomstandigheid van de machine tijdens de meting en de meetmethode EW2050H 86 dB (A) Bedrijfsomstandigheid: op 75% belasting Meetmethode: op een afstand van 1 m vanaf het oppervlak van de machine en op een hoogte van 1,6 m vanaf de vloer. En de geluidsdrukwaarde van de richting die werd gebruikt toen de maximale geluidsdruk werd verkregen. EW3050H 89 dB (A) EW2051H 87 dB (A) EW3051H 90 dB (A) MicrofoonDe kant die het hoogste geluidsdrukniveau produceerde1,0 m1,6 m POMP
Notice-Facile