XL 61 - Verwarming Master - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis XL 61 Master in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding XL 61 - Master en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. XL 61 van het merk Master.
GEBRUIKSAANWIJZING XL 61 Master
zhBELANGRIJK: LEES DE INSTRUCTIES IN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG DOOR VOORDAT U BEGINT MET DE MONTAGE, HET OPSTARTEN OF DE ONDERHOUD VAN DE GENERATOR. ONJUIST GEBRUIK VAN DE GENERATOR KAN LEIDEN TOT ERNSTIG LETSEL. BEWAAR DE HANDLEIDING GOED VOOR LATERE RAADPLEGING. ►►1. VEILIGHEIDSINFORMATIE (WAARSCHUWINGEN) BELANGRIJK: Dit luchtverwarmings- toestel is ontworpen voor mobiele en tijde- lijke professionele toepassingen. Het is niet ontworpen voor huishoudelijk gebruik of om mensen warmtecomfort te bieden. BELANGRIJK: Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (in- clusief kinderen) met een beperkt lichameli- jk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of door personen zonder ervaring, tenzij ze worden begeleid door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Let er op dat kinderen niet met het apparaat spelen. GEVAREN: Koolmonoxidevergiftiging is levensgevaarlijk. De eerste lichamelijke symptomen van koolmonoxidevergiftiging lijken op die van griep: sterke hoofdpijn, duizeligheid en/of misselijkheid. Dergelijke symptomen kunnen worden veroorzaakt door een onjuiste werking van de generator. ZODRA
U DERGELIJKE SYMPTOMEN OPMERKT, DIENT
U ONMIDDELLIJK NAAR BUITEN TE GAAN, en vervolgens de generator te laten repareren bij een erkende servicedienst. 1.1. LEVERING: ►1.1.1. Het personeel dat verantwoordelijk is voor de levering van de generator, moet in het bezit zijn van de gepaste kwalicaties en de instructies van de producent goed kennen, alsook goed op de hoogte zijn van de geldende wettelijke bepalingen m.b.t. het veilig leveren van generatoren. ►1.1.2. Gebruik uitsluitend de soort brandstof die staat aangegeven op het typeplaatje dat zich op het apparaat bevindt. ►1.1.3. Wanneer u de brandstoftank bijvult, schakel de generator eerst uit en wacht totdat het apparaat is afgekoeld. ►1.1.4. De brandstof opslagtanks dienen in een aparte ruimte te worden bewaard. ►1.1.5. Alle brandstoftanks moeten zich op een veilige afstand bevinden van de generator. De veilige afstand wordt in de geldende wettelijke bepalingen vastgesteld. ►1.1.6. Brandstof dient te worden bewaard in ruimtes waar de vloeren bestendig zijn tegen de absorptie van brandstof en geen lekkende brandstof doorlaten op beneden gelegen vlammen, wat zou kunnen leiden tot ontsteking van de brandstof. ►1.1.7. Brandstof dient te worden bewaard in overeenstemming met de geldende wettelijke bepalingen. 1.2. VEILIGHEID: ►1.2.1. Gebruik de generator nooit in ruimtes met benzine, oplosmiddelen of andere brandbare dampen. ►1.2.2. Bij het gebruik van de generator, moet worden voldaan aan de plaatselijk geldende regelgeving en voorschriften. ►1.2.3. Generatoren die worden gebruikt in de buurt van zeilen, gordijnen of andere vergelijkbare materialen, dan moet de generator op een veilige afstand van deze materialen worden geplaatst. Het wordt tevens aangeraden om brandwerende bekleding te gebruiken. ►1.2.4. Gebruik de generator uitsluitend in goed geventileerde ruimtes. Om voldoende toevoer van frisse lucht te garanderen, moet worden gezorgd voor een juist ventilatiegat, in overeenstemming met de geldende wettelijke bepalingen. ►1.2.5. De generator mag alleen worden aangesloten op een stroomtoevoer met een spanning en frequentie die overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje dat zich op het apparaat bevindt. ►1.2.6. Gebruik uitsluitend 3-dradige verlengsnoeren die goed geaard zijn. ►1.2.7. De minimale veilige afstanden tussen de generator en brandbare materialen zijn als volgt: voorkant = 2,5 m (8 ft); zij-, boven- en achterkant = 1,5 m (5 ft). ►1.2.8. Om risico op brand te voorkomen, dient een hete of werkende generator altijd op een stabiele en vlakke ondergrond te worden geplaatst. ►1.2.9. Houd dieren op een veilige afstand van de generator. ►1.2.10. Indien de generator niet wordt gebruikt, haal dan de stekker uit het stopcontact. ►1.2.11. Bij bediening met een thermostaat, kan de generator op een willekeurig moment worden opgestart. ►1.2.12. Gebruik de generator niet in ruimtes die vaak worden bezocht en ook niet in slaapkamers. ►1.2.13. Wanneer de generator heet is of op stroom is aangesloten of tijdens de werking van het apparaat, dient het niet te worden verplaats, bediend, bijgevuld met brandstof en er dienen ook geen overige onderhoudswerkzaamheden te worden verricht. ►1.2.14. Houd voldoende afstand tussen de hete elementen van de generator en brandbare of thermische materialen (inclusief snoer). ►1.2.15. Bij beschadiging van het snoer dient deze te worden vervangen bij een erkende servicedienst om gevaarlijke situaties te vermijden.
zh►►2. UITPAKKEN Zie Afb. 1 ►2.1. Verwijder alle materialen die deel uitmaken van de verpakking en transport van de generator en gooi ze vervolgens weg in vereenstemming met de geldende wettelijke bepalingen. ►2.2. Haal alle onderdelen uit de doos. ►2.3. Controleer op mogelijk beschadigingen die tijdens het transport zijn ontstaan. Als de generator beschadigd blijkt te zijn, meld dit onmiddellijk bij het verkooppunt waar de generator is gekocht. ►►3. BRANDSTOF LET OP: De generator werkt uitsluitend op DIESEL of KEROSINE. Om brand of explosie te voorkomen, dient uitsluitend diesel of kerosine te worden gebruikt. Gebruik nooit benzine, petroleum, oplosmiddelen, alcohol of andere brandstoen. In geval van zeer lage temperaturen kunt u niet- giftige antivries gebruiken. ►►4. WERKING Zie Afb. 2 De lucht die nodig is voor een goede verbranding wordt geproduceerd door de rotatie van de interne rotor naar de brander. De luchtstroom verlaat de buis van de brander en mengt zich met de brandstof, die wordt verstoven via een mondstuk onder hoge druk. De brandstof die via het mondstuk wordt verstoven, wordt toegevoerd via een elektrische pomp die de brandstof uit de tank zuigt en deze onder hoge druk naar het mondstuk duwt. ►►5. BEDIENING LET OP: Voor dat u de generator opstart, lees de “VEILIGHEIDSINFORMATIE” aandachtig door. BELANGRIJK: Wanneer de verwarmer een eerste keer niet inschakelt, moet u controleren of er brandstof in de tank aanwezig is, controleren of de brandstolter netjes is en controleren of de verwarme op een vlak, stabiel oppervlak is geplaatst. BELANGRIJK: Dit is een doelgerichte infraroodstraler. De infraroodstraling verwarmt lichamen in plaats van de lucht. ►►5.1. DE GENERATOR OPSTARTEN: ►5.1.1. Volg alle veiligheidsinstructies nauwgezet op. ►5.1.2. Controleer of er voldoende brandstof is in de tank. ►5.1.3. Sluit de tankdop. ►5.1.4. Steek de stekker in het stopcontact (ZIE
VOLTAGE IN “TABEL MET TECHNISCHE
GEGEVENS”). ►5.1.5. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “ON” (|) (A Afb. 3). De generator zal binnen enkele seconden opstarten. Indien dit niet het geval is, raadpleeg dan de sectie “PROBLEEMOPSPORING” (Sectie 10).
VOLLEDIG IS AFGEKOELD (circa 5 min.). ►5.2.1. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0) (A Afb. 3). ►►5.3. AANSLUITING OMGEVINGSTHERMOSTAAT (Optioneel): Verwijder de dop die op het toestel is aangesloten en verbind de omgevingsthermostaat (Optioneel) (C Afb. 3).
VAN DE GEBRUIKTE BRANDSTOF. ►6.1. Verwijder de tankdop (A Afb. 4). ►6.2. Haal het lter uit de tank. ►6.3. Draai de dop los (B Afb. 4). ►6.4. Verwijder het lter (C Afb. 4). ►6.5. Reinig het lter met behulp van schoon brandstof. Wees voorzichtig om het lter niet te beschadigen. ►6.6. Plaats het lter terug in de tank.
VERVOER VAN DE GENERATOR: ►7.1. Tap alle brandstof af uit de tank. ►7.2. Indien er restanten in de tank overblijven, giet wat schone brandstof in de tank en tap alle brandstof opnieuw af uit de tank. ►7.3. Sluit de tankdop en gooi de brandstof op de juiste manier weg - in overeenstemming met de geldende wettelijke bepalingen. ►7.4. Plaats de generator op een vlakke ondergrond en zorg ervoor dat deze waterpas staat voordat u enige onderhoudswerkzaamheden uitvoert om lekkage van brandstof te voorkomen. Bewaar de generator op een droge plek en beveilig het apparaat tegen externe schade.
1. De “ON/OFF” schakelaar staat in de
positie “ON” (|) wanneer de generator wordt aangesloten op het elektriciteitsnet
1. Haal de stekker uit het stopcontact, zet de
ON/OFF” schakelaar in de positie “OFF” (0) en sluit het apparaat opnieuw aan op het elektriciteitsnet en zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie “ON” (|)
2. De brandstof is verontreinigd
3. De fotocel is verontreinigd of beschadigd
4. Het brandstolter is verontreinigd
1. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie
“OFF” (0) en brandstoftank bijvullen
2. Zet de “ON/OFF” schakelaar in de positie
“OFF” (0), de brandstoftank leegmaken en vervolgens weer bijvullen. Reinig het lter met behulp van schoon brandstof. Wees voorzichtig om het lter niet te beschadigen (ZIE SECTIE 6)
3. Raadpleeg een erkende servicedienst
5. Raadpleeg een erkende servicedienst
2. De sensor is beschadigd
1. Raadpleeg een erkende servicedienst
2. Raadpleeg een erkende servicedienst
1. Generator uitschakelen en wachten totdat
het apparaat volledig is afgekoeld
2. Zet de kachel op een vlak en stabiel
1. Spanning niet geschikt 1. Controleer of uw systeem de correcte
4. Straalpijp is vuil of defect
5. Interventie antitilting-sensor
1. Raadpleeg een erkende servicedienst
2. Raadpleeg een erkende servicedienst
3. Raadpleeg een erkende servicedienst
4. Raadpleeg een erkende servicedienst
5. Raadpleeg een erkende servicedienst
1. Aangesloten thermostaat
2. Overschakeling van voeding met kabel op
1. Temperatuur van de thermostaat ingest-
eld onder de omgevingstemperatuur
ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN ONDERHOUDS-PROCEDURE Brandstoftank Reinigen na 150-200 uur werk of afhankelijk van de behoefte Tap alle brandstof af uit de tank en spoel de tank met schone brandstof Mondstuk Reinigen of vervangen eenmaal per seizoen of afhankelijk van de behoefte Raadpleeg een erkende servicedienst Fotocel Reinigen eenmaal per seizoen of afhankelijk van de behoefte Raadpleeg een erkende servicedienst Brandstolter Reinigen of vervangen tweemaal per seizoen of afhankelijk van de behoefte Reinig het brandstolter met schone brandstof Ontstekingsapparaat Reinigen of vervangen na 1.000 uur werk of afhankelijk van de behoefte Raadpleeg een erkende servicedienst Rotorbladen Reinigen afhankelijk van de behoefte Raadpleeg een erkende servicedienst ►►10. PROBLEEMOPSPORING
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK MOGELIJKE OPLOSSING
De generator start niet
1. Geblokkeerde generator
2. De schakelaar staat in de positie “OFF”
4. Het snoer is niet aangesloten op het
5. Geblokkeerde alarmprint
6. Verkeerde instelling van de
7. Interventie van de temperatuursensor
8. Beschadigde zekering
3A. Steek de stekker van het snoer goed in het stopcontact 3B. Controleer de netwerkinstallatie 3C. Raadpleeg een erkende servicedienst
4. Raadpleeg een erkende servicedienst
5A. De generator uitschakelen en weer opstarten 5B. Identiceer de foutmelding op de display 5C. Raadpleeg een erkende servicedienst
6. Stel de kamerthermostaat goed in - voer een
hogere temperatuur in dan de werkomgeving 7A. Wacht minstens tien minuten en probeer vervolgens opnieuw over te gaan tot de ontstekingsfase 7B. Raadpleeg een erkende servicedienst
8. Raadpleeg een erkende servicedienst
De motor/pomp werkt wel, maar de vlam gaat niet aan
1. Te weinig brandstof
2. Het ontstekingsapparaat is
3. Het brandstolter is verontreinigd
4. Het mondstuk is verontreinigd
5. De fotocel is verontreinigd, beschadigd
of is onjuist geïnstalleerd
6. Aanwezigheid van vreemde stoen in
7. Versleten elektroden of op onjuiste
1. Schakel de generator uit, vul de brandstoftank
en start de generator weer op
2. Raadpleeg een erkende servicedienst
3. Maak het lter schoon met schone brandstof
4. Raadpleeg een erkende servicedienst
5. Raadpleeg een erkende servicedienst
6. Tap alle brandstof af uit de tank en vul de tank
weer met schone brandstof
7. Raadpleeg een erkende servicedienst
De rotor is geblokkeerd of
Notice-Facile