Master XL9SR - Verwarming

XL9SR - Verwarming Master - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis XL9SR Master in PDF-formaat.

📄 144 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice Master XL9SR - page 43
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Master

Model : XL9SR

Categorie : Verwarming

SKIP

Veelgestelde vragen - XL9SR Master

Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding XL9SR - Master en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. XL9SR van het merk Master.

GEBRUIKSAANWIJZING XL9SR Master

5. PREVENTIEVE ONDERHOUDSAANWIJZINGEN

PRODUKTSOMSCHRIJVING De XL 9 is een stralingswarmtegenerator. Stralingswarmte- technologie volgt hetzelfde wetenschappelijke principe als ver- warming door middel van zonlicht. De zon verwarmt niet door middel van warme lucht, maar door middel van stralingsgolven. Dankzij de vele voordelen van deze technologie, heeft het stra- lingswarmtesysteem al een grote professionele clientele ver- worven. De XL 9, die ontworpen is volgens dit principe, is onont- beerlijk daar waar men een homogene en uniforme warmtebron behoeft, en is geschikt voor zowel verwarmen, ontdooien als drogen. Dankzij de geruisloosheid van het apparaat is het mo- gelijk om in de nabijheid van ingeschakelde apparaat te werken zonder de overlast die andere verwarmingssystemen doorgaans geven. De warmtegenerator beschikt over rubberen wielen zo- dat hij makkelijk van de ene naar de andere ruimte kan worden verplaatst. Bovendien kan het apparaat makkelijk opgetild wor- den en op verschillende hoogtes geplaatst worden met behulp van de speciale beugels. De grote autonomie van het apparaat, alsmede de mogelijkheid de verwarming door middel van een thermostaat voor te programmeren, bieden de gebruiker veel vrijheid en mogelijkheden. Een externe brandstofniveauindica- tor toont snel en gemakkelijk hoeveel brandstof aanwezig is in de tank en of er bijgevuld dient te worden. De versie SR biedt de mogelijkheid om het apparaat op twee potenties te laten func- tioneren, waardoor het apparaat optimaal benut kan worden in verschillende situaties en in alle seizoenen van het jaar.

  • Verwijder de verpakkingsbanden (Fig. 1).
  • Maak de verpakking aan de bovenzijde open.
  • Verwijder het karton van boven af.
  • Verwijder de banden waarmee de generator op de pallet gebonden is (Fig. 2).
  • Til de verwarming voorzichtig van de pallet.
  • Gooi het verpakkingsmateriaal weg met inachtneming van de vuilverwerkingsnormen van het land waarin u zich bevindt.
  • Controleer het apparaat op eventuele schade opgelopen tijdens het transport. Indien het apparaat gebreken vertoont, dient u zich te wenden tot de verkoper.

In het geval het apparaat opgeslagen dient te worden of indien het grote gebreken heeft opgelopen tijdens het transport, of anderszins gerepareerd moet worden, dient u:

  • Te controleren of het apparaat gebreken vertoont, en met name of het geen brandstof verliest. In dat geval dient de brandstoftank geleegd te worden.
  • Plaats de generator op de verpakkingspallet of op een plateau geschikt voor het transport voor de teruggave (euro-pallet van het type EPA).
  • Fixeer de generator op de juiste manier op de pallet (Fig. 2).
  • Plaats, indien mogelijk, de kartonnen verpakking van bovenaf op de pallet en maak het goed vast (Fig. 1).
  • Sla de verwarming op in een niet vochtige ruimte en plaats nooit meer dan twee apparaten op elkaar. Verzend de generator als in Fig. 1 of tenminste als in Fig. 2.

Figuur 1 - Verpakking Figuura 2 - Op palletVEILIGHEIDSINFORMATIE WAARSCHUWINGEN BELANGRIJK: Dit luchtverwarmingstoestel is ont- worpen voor mobiele en tijdelijke professionele toepas- singen. Het is niet ontworpen voor huishoudelijk gebruik of om mensen warmtecomfort te bieden. BELANGRIJK: Lees de hele bedieningshandleiding zorgvuldig voordat u begint met de montage,ingebruikname of onderhoud van deze verwarmer. Het gebruik van de verwarmer kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken ten gevolge van verbranding,vuur,explosie,elektrische schokken of koolmonoxidevergiftiging. GEVAAR: Koolmonoxidevergiftiging kan dodelijk zijn. Koolmonoxidevergiftiging - De eerste symptomen van kool- monoxidevergiftiging lijken op die van griep: hoofdpijn, duize- ligheid en/of misselijkheid. Dergelijke symptomen kunnen wor- den veroorzaakt door een gebrekkige werking van de verwar- mer. Begeef u onmiddellijk in de buitenlucht. Laat de verwar- mer gerepareerd worden. Bepaalde personen hebben extra te lijden van de e󰀨ecten van koolmonoxidevergiftiging: zwangere vrouwen, hart- en longpatiënten, personen met bloedarmoede, personen onder invloed van alcohol en bewoners van hoogge- legen gebieden. Zorg ervoor dat u alle waarschuwingen gelezen en begrepen hebt. Bewaar deze handleiding om deze in de toekomst opnieuw te kunnen raadplegen: deze dient als gids voor een veilig en cor- rect gebruik van de verwarmer.

  • Gebruik uitsluitend eersteklas brandolie om brand- en explo- siegevaar te vermijden. Gebruik nooit benzine, stookolie, verfoplosmiddelen, alcohol of andere makkelijk ontvlambare brandsto󰀨en.
  • Bijvullen: a) Het personeel belast met het bijvullen dient gekwaliceerd te zijn en volledig vertrouwd te zijn met de instructies van de fabrikant en de geldende normen met betrekking tot het veilig bijvullen van verwarmers. b) Gebruik uitsluitend het type brandstof dat speciek is vermeld op het identicatieplaatje van de verwarmer. c) Doof voor het bijvullen eerst alle vlammen, inclusief de waakvlam, en wacht tot de verwarmer is afgekoeld. d) Inspecteer tijdens het bijvullen alle brandstoeidingen en t- tingen op eventuele lekken. Eventuele lekken dienen te wor- den gerepareerd voordat de verwarmer opnieuw in gebruik wordt genomen. e) In geen enkel geval mag men in de buurt van de verwarmer in hetzelfde gebouw meer brandstof opslaan dan nodig is om de verwarmer een dag te laten werken. De brandstofreservoirs moeten zich in een afzonderlijke accommodatie bevinden. f) Alle brandstoftanks moeten zich minimaal op een afstand van verwarmers, lasbranders, soldeerapparatuur en soortgelijke ontstekingsbronnen (met uitzondering van de brandstoftank die in de verwarmer is ingebouwd). g) De brandstof dient zo mogelijk te worden opgeslagen in ru- imten met vloerbedekking die het niet mogelijk maakt dat de brandstof vlammen bereikt waardoor deze in brand kan vlie- gen. h) Bij de opslag van brandstof dienen de geldende normen in acht te worden gehouden.
  • Gebruik de verwarmer nooit in ruimten waar benzine, verfoplo- smiddelen of andere zeer ontvlambare dampen aanwezig zijn.
  • Neem tijdens het gebruik van de verwarmer alle plaatselijke verordeningen en geldende normen in acht.
  • Verwarmers die in de buurt van textiel, gordijnen of an- der vergelijkbaar materiaal worden gebruikt dienen op een veilige afstand daarvan te worden geplaatst. Voor de mi- nimale veiligheids afstand gelden de landelijke regels. Bovendien wordt het gebruik van vuurvast afdekkingsmateria- al aanbevolen. Dergelijk materiaal dient stevig te worden va- stgezet, om te vermijden dat dit vlam vat en om te voorkomen dat de wind vat krijgt op de verwarmer.
  • Gebruik het toesteluitsluitend om ruimten waarin geen ontv- lambare dampen of hoge concentraties stof aanwezig zijn.
  • Sluit de verwarmer uitsluitend aan op een voedingsbron met de spanning, frequentie en polariteit die zijn aangegeven op het identicatieplaatje.
  • Gebruik uitsluitend geaarde driedraads verlengsnoeren.
  • De minimale veiligheids afstand is de afstand die wordt vereist door de huidige overheidsregels in uw land.
  • Houd de verwarmer bij verplaatsing of opslag rechtop, om te voorkomen dat er brandstof uit loopt.
  • Houd kinderen en dieren uit de buurt van de verwarmer.
  • Koppel de verwarmer los van de netvoeding wanneer deze niet wordt gebruikt.
  • Als de verwarmer op een thermostaat werkt, kan deze op elk willekeurig moment aanslaan.
  • Gebruik de verwarmer nooit in drukke ruimten of slaapkamers.
  • Belemmer nooit de ingaande en uitgaande luchtopeningen.
  • Blokkeer nooit de luchtinlaat (achterkant) of de luchtuitlaat (voorkant) van de verwarmer.
  • Bij de eerste keer ontsteken van de heater zal wat rook ontstaan. Dit komt door de verbranding van anti corrosie olie die aanwezig is in de verbrandingskamer en op de oppervlakte van de brander. Na enkele minuten zal het roken stoppen.
  • Dit apparaat mag slechts gebruikt worden bij een omgeving- stemperatuur tussen -30°C +40°C.

A. Verbrandingskamer, B. Gat voor het optillen van het appa- raat, C. Brandsto󰀩lter of voorverwarmingslter (optional), D. Brandstoftoevoerregelaar, E. Brandstofterugvloeiregelaar, F. Dop brandstoftank, G. Zwenkwiel (optional), H. Niveauidicator brandstof, I. Schroef blokkering brandstof, L. Ventilatieruitje, M. Leegloopstop brandstoftank, N. Brandstoftank, O. Transpor- thendels, P. Blokkeringsspil handvat, Q. Verbrander, R. Rote- ringsknop voor de verbrandingskamer

U1. U2. U1. N2. N2. O2. A. Luchtregelaar, B. AAN/UITknop, C. AAN/UITknop voor de tweede potentie (XL 9SR), D. RESETknop, E. Spanningsindi- cator, F. Kap verbrander, G. Stekker thermostaat, H. Schroef op verbrander vast te zetten, I. Apparatuur voor ventilatie, L. Apparatuur voor vlamcontrole, M. Transformator, N1. (XL 9ER) drukregulator voor de pomp, N2. (XL 9SR) drukregulator voor de pomp, O1. Brandstofpomp (XL 9ER), O2. Brandstofpomp (XL 9SR), P. Condensator, Q. Motor, R. Trechter verbrander, S. Brandstofregulator, T. Fotoresistentie, U1. Elektroventiel 1

stadium van de vlam (XL 9SR) Figuur 3 Figuur 4 Figuur 5 - Knoppeni Figuur 6 - Componenten verbranderBRANDSTOF OPGELET: De generator functioneert ENKEL op kerosine of stookolie. Het gebruik van onzuivere brandstof kan veroorzaken:

  • Verstopping van het brandsto󰀩lter en de brandstoeiding.
  • Formatie van koolneerslag op de elektroden. Bij lage temperaturen dient een niet-giftige antivriesvloeistof gebruikt te worden.

HOE HET APPARAAT WERKT

In de verbrander bevindt zich een draaiende ventilator die de lucht aantrekt die nodig is voor een correcte verbranding. De luchttoevoer komt uit de trechter van de verbranding en ver- mengt zich met de brandstof die onder hoge druk verpulverd wordt door een leiding. De verpulvering van de brandstof door de leiding is verzekerd door een draaiende pomp die de brand- stof aanzuigt uit de tank en onder hoge druk naar de leiding stuurt voor de verpulvering. IN WERKINGSTELLING WAARSCHUWING: Alvorens de generator in werking te stellen, en, dus, alvorens de stekker in het stopcontact te steken, dient men te controleren of de netspanning overeenkomt met die op het identicatieplaatje van de generator.

INSCHAKELING VAN DE GENERATOR

1. Volg alle veiligheidsinstructies op.

2. Vul de tank met brandstof.

3. Sluit de tank met de dop.

4. Steek de stekker in een geaard stopcontact dat dezelfde net-

spanning heeft als aangegeven op het identicatieplaatje op het apparaat.

INSCHAKELING ZONDER DE THERMOSTAAT

  • XL 9ER Zet de knop (B Fig. 5) op ON (I). Zo wordt de voorventilatie in werking gesteld en na ongeveer 10 seconden begint de verbranding.
  • XL 9SR WAARSCHUWING: alvorens de generator aan te zetten dient de knop (C Fig. 5) op te staan. Zet de knop (B Fig. 5) op ON. Zo wordt de voorventilatie in werking gesteld en na ongeveer 10 seconden begint de verbranding. Om de maximale potentie te benutten dient de knop (C Fig. 5) op gezet te worden.

INSCHAKELING MET DE THERMOSTAAT

Reguleer de thermostaat of de tussenschakelaar (zoals bijvoorbeeld een timer), indien toegepast, zodat het apparaat aan gaat. OPGELET: De generator kan automatisch werken ENKEL wanneer er een tussenschakelaar, zoals bijvoorbeeld een thermostaat of een timer, is aangesloten. Om een tussen- schakelaar aan het apparaat aan te sluiten, raadpleeg de paragraaf “ELEKTRISCH SCHEMA”. Bij de eerste inwerkingzetting of na de complete lediging van het brandstofcircuit, kan de toevoer van brandstof in de leiding onvoldoende zijn, waardoor het veiligheidsdevies dat de vlam controleert de generator uitzet (Zie hierover de paragraaf “VEI- LIGHEIDSNORMEN”). In dit geval, nadat u ongeveer een mi- nuut gewacht heeft, dient u de RESETknop (D Fig. 5 en 6) in te drukken en het apparaat oplnieuw aan te zetten. In het geval het apparaat het niet doet, dient u eerst de volgende zaken te doen:

In het geval het apparaat het nog niet doet, dient u de paragraaf “HERKENNING VAN MANKEMENTEN” raad te plegen om de oorzaak van het probleem te vinden. OPGELET: Voor de tweede inwerkingstelling (waarvoor de generator uit en voldoende afgekoeld dient te zijn) dient u zich ervan te vergewissen dat de schroeven van het venti- latieruitje aan de voorkant goed vastzitten (L Fig. 4). WAARSCHUWING: De elektriciteitskabel van de genera- tor dient geaard te zijn en voorzien te zijn van een gedif- ferentieerde magnetisch-thermische schakelaar. De stek- ker mag alleen gestoken worden in een gesegmenteerd stopcontact.

UITZETTEN VAN DE GENERATOR

Zet de knop (B Fig. 5) op OFF (O) of schakel, indien van toe- passing, de thermostaat of tussenschakelaar (timer) uit. Daarop zal de vlam uitgaan en de ventilator nog doorwerken totdat het apparaat is afgekoeld. WAARSCHUWING: Alvorens de stekker uit het stopcon- tact te trekken, dient de naventilatiecyclus volledig afge- werkt te zijn (de afkoeling duurt ongeveer 3 minuten). VEILIGHEIDSNORMEN De generator is voorzien van veiligheidsapparatuur (L Fig. 6) om de vlam te controleren. Als zich een of meer ongeregeldheden voortdoen tijdens het gebruik, blokkeert die apparatuur de ver- brander en gaat het controlelampje van de RESETknop bran- den (D Fig. 5 en 6). De generator is ook voorzien van naventi- latieapparatuur die een optimale en automatische afkoeling van de vebrandingskamer regelt gedurende ongeveer 3 minuten. Alvorens de generator opnieuw aan te zetten, dient de oorzaak van de blokkering weggenomen te worden.

TRANSPORT EN VERPLAATSING

WAARSCHUWING: Alvorens het apparaat op te tillen of te verplaatsen dient men zich ervan te vergewissen dat de doppen van de tank (F en H Fig. 3) goed gesloten zijn. TRANSPORT De generator kan gemakkelijk van de ene naar de andere ruimte verplaatst worden, alsook opgetilt en op verschillende hoogtes geplaatst worden met behulp van de speciale beugels (B Fig. 3 of 7). Het is aldus mogelijk om het apparaat vast te zetten en daar te plaatsen waar het nodig is om te verwarmen, ontdooien en drogen.

nlVERPLAATSING De generator kon voorzien worden van een zwenkwiel (G Fig. 3). In dat geval, als de ondergrond dat toelaat, kan de generator als een kar geduwd worden. In het geval het apparaat niet over een zwenkwiel beschikt, dient de spil aan een van de zijkanten (P Fig. 4) vastgezet te worden. Druk de handvatten naar beneden en uit de ruststand (Fig. 8). Draai nu de handvatten in de verplaatspositie (Fig. 9). Kantel de generator en verplaats hem op de achterwielen. WAARSCHUWING: Alvorens het apparaat te verplaatsen dient het uitgezet te worden volgens de richtlijnen zoals omschreven in de paragraaf “UITZETTEN VAN DE GENE- RATOR”. Vervolgens moet de stekker uit het stopcontact getrokken worden en gewacht worden tot de generator volledig afgekoeld is. ONDERHOUDSAANWIJZINGEN WAARSCHUWING: Alvorens over te gaan tot een onder- houdsbeurt dient het apparaat uitgeschakeld te worden volgens de richtlijnen zoals beschreven in de paragraaf “UITZETTEN VAN DE GENERATOR”. Vervolgens moet de stekker uit het stopcontact getrokken worden en gewacht worden tot de generator volledig afgekoeld is. De instructies in deze paragraaf, die gaan over de onderhoudsbeurten, betre󰀨en de schoonmaak van de brandstof en het type gebruiksruimte van de generator. De tijdschema’s die hieronder zijn gegeven gaan ervan uit dat het apparaat gebruikt wordt in goed geventileerde, niet sto󰀩ge ruimtes. Na iedere 50 gebruiksuren dient men:

  • De lterhouder te verwijderen en schoon te maken (zie “SCHOONMAKEN VAN DE BRANDSTOFFILTER”). Na iedere 200 gebruiksuren dient men:
  • De lter van de pomp te verwijderen en goed schoon te maken (zie “SCHOONMAKEN VAN FILTERPOMP”). Na iedere 300 gebruiksuren dient men:
  • De verbrander verwijderen en de binnenkant van de trechter, de vlammenschijf en de elektroden schoon te maken. Indien nodig moet de afstand opnieuw ingesteld worden. (zie “SCHOONMAKEN VAN DE VERBRANDER”).

SCHOONMAAK VAN HET BRANDSTOFFILTER

  • Schroef de plastic beker los en haal het lterelement (cartou- che) eruit.
  • Maak het goed schoon met kerosine.
  • Plaats het lterelement terug en schroef de plastic beker op het brandsto󰀩lter.

SCHOONMAAK VAN DE FILTERPOMP

  • Verwijder de kap van de verbrander (F Fig. 5) en vind de pomp van de verbrander (O Fig. 6).
  • Schroef met de daartoe dienende sleutel de basis (A Fig. 11) los die het lter op zijn plaats houdt.
  • Neem het lter (C Fig. 11) uit zijn houder.
  • Maak hem goed schoon met kerosine.
  • Plaats het lter weer terug en schroef hem weer vast aan de pomp.

A. O-ring, B. Plastic cup, C. Filter Element, D. Filter huis Figuur 10 - Filter Figuur 7 - Bevestigingsbeugels Figuur 8 - Positie gesloten handvatten Figuur 9 - Positie open handvatten

A. Pomp va- stzet schroef, B. Enkele elektr. klep voor XL 9ER, dubbele elektr. klep voor XL 9SR, C. Filter, D. Pomp Figuur 11 - Pomp verbranderSCHOONMAAK VAN DE VERBRANDER • Schroef de schroef (H Fig. 5) los die de verbrander xeert aan de verbrandingskamer (A Fig. 3).• Haal de verbrander uit de verbrandingskamer (zie Fig. 3).• Schroef de drie schroeven (B Fig. 12) los die de trechter van de verbrander xeren (A Fig. 12).• Draai de trechter met de klok mee vanaf de verbrander gezien en maak hem los.• Schroef de schroef (C Fig. 13) los die de vlammenschotel en de elektroden xeert en haal ze uit de leidinghouder (F Fig. 14).

  • Maak de vlammenschotel (D Fig. 14) en de elektroden (E Fig. 14) schoon.• Schroef de leiding (G Fig. 14) van de leidinghouder (F Fig. 14). Maak schoon, of indien nodig, vervang.• Plaats de leiding (G Fig. 14) terug.• Plaats de vlammenschotel en elektroden terug waarbij de af-standen zoals afgebeeld (zie Fig. 14) in acht genomen moeten worden.

22 mm Figuur 13 - Ontmanteling vlammenschotel-elektrodenFiguur 14 - Afstanden elektroden leiding A. Branderpijp, B. Branderpijp vastzet schroef, C. Schroef Vlammenschote, D. Vlammenschotel, E. Elektroden, F. Leiding- drager, G. Leiding, H. Schroef ACCESSOIRES THERMOSTAATAANSLUITING VAN DE THERMOSTAATFILTER VOORVERWARMING BRANDSTOFWAARSCHUWINGEN: Alvorens het controledevies aan te sluiten dient men: het apparaat uit te schakelen volgens de aanwijzingen gegeven in de paragraaf “UITZETTEN VAN DE GENERATOR”; de stekker uit het stopcontact te trekken en te wachten tot het apparaat volledig is afge-koeld.DRAAIENDE WIEL MET REMMENHERKENNING VAN DE MANKEMENTEN WAARSCHUWING: Alvorens tot welke onderhoudsbeurt dan ook over te gaan dient men: het apparaat uit te zetten volgens de richtlijnen zoals beschreven in de paragraaf “UITZETTEN VAN HET APPARAAT”; de stekker uit het stopcontact te trekken en te wachten tot de generator volledig afgekoeld is.

MANKEMENT MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING

Het apparaat blokkeert met de vlam aan. RESET knop (D Fig. 5 of D Fig. 6) is aan

3. Circuit van de vlamcontroleapparatuur kapot

2. Filter verwijderen en schoonmaken

3. Vlamcontroleapparatuur vervangen

Het apparaat blokkeert terwijl het brandstof spuit zonder dat er een vlam is. RESET knop (D Fig. 5 of D Fig. 6) is aan

1. Elektrische installatie is niet conform het ap-

3. De snoertjes van de transformator ontladen in

4. De punten van de elektroden zijn niet op de

juiste afstand geplaatst

5. De elektroden ontladen in de aarde omdat ze

vuil zijn of omdat het isolatiemateriaal defect is 1.Controleer de gehele elektische instyallatie

4. Plaats ze in de aangegeven positie (zie Fig.

Het apparaat blokkert zonder brandstof te spuiten. RESET knop (D Fig. 5 of D Fig. 6) is aan

1. Fotoresistentie ziet een intense lichtbron

2. Er ontbreekt een fase aan de motor

3. Brandstof bereikt de pomp niet

4. Er ontbreekt brandstof in de tank

5. Leiding geblokkeerd

1. Plaats het apparaat zodanig dat de lichtbron

niet op het ventilatieruitje aan de voorkant schijnt

2. Controleer de stroomtoevoer

3. Controleer de toevoerslang (D Fig. 3)

4. Voeg brandstof toe

5. Verwijderen en schoonmaken. Indien nodig

vervangen Verbrander treedt niet in wer- king

3. De spanning voor de algemene AAN/UITknop

ontbreekt, er is een stop gesprongen, of er ont- breekt spanning op het lichtnet

4. Het controledevies (thermostaat of timer) is

verkeerd geinstalleerd

1. Stel het controledevies in

2. Vervang de fotoresistentie

3. Doe de knoppen uit of wacht tot er weer

4. Controleer de installatie volgens de beschrij-

ring Zwakke, stinkende vlam, zwarte rook en vlammen die uit het ventilatieruitje aan de voorkant slaan

1. Lage verpulveringsdruk

2. Onvoldoende luchttoevoer

3. Leiding verstopt omdat hij vies of vergaan is

5. De tank is bijna door de brandstof heen

1. Zet de regelaar op de aangegeven stand

2. Vermeerder de luchttoevoer

3. Maak schoon of vervang de leiding

4. Verwijder de brandstof door draineerstop (M