CS 3630DA - Zaag HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 3630DA HiKOKI in PDF-formaat.

📄 396 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice HiKOKI CS 3630DA - page 72
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HiKOKI

Model : CS 3630DA

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 3630DA - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 3630DA van het merk HiKOKI.

GEBRUIKSAANWIJZING CS 3630DA HiKOKI

Sintomo Causa probabile Rimedio La spia dell’indicatore di carica lampeggia rapidamente in porpora e il caricamento della batteria non ha inizio. La batteria non è inserita fi no in fondo. Inserire la batteria saldamente. Ci sono sostanze estranee nel terminale batteria o nel punto in cui la batteria è collegata. Rimuovere le sostanze estranee. La spia dell’indicatore di carica lampeggia in rosso e il caricamento della batteria non ha inizio. La batteria non è inserita fi no in fondo. Inserire la batteria saldamente. La batteria è surriscaldata. Se viene lasciata indisturbata, la batteria inizia automaticamente a caricarsi se la sua temperatura diminuisce, ma ciò potrebbe ridurre la vita utile della batteria. È consigliabile far raff reddare la batteria in un luogo ben ventilato, lontano dalla luce diretta del sole, prima della carica. Il tempo di utilizzo della batteria è breve anche se la batteria è completamente carica. La vita utile della batteria è esaurita. Sostituire la batteria con una nuova. La batteria richiede un tempo lungo per ricaricarsi. La temperatura della batteria, del caricabatteria o dell’ambiente circostante è estremamente bassa. Caricare la batteria al chiuso o in un altro ambiente più caldo. Le prese d’aria del caricabatteria sono ostruite, causando il surriscaldamento dei suoi componenti interni. Evitare di bloccare le prese d’aria. La ventola di raff reddamento non funziona. Contattare un centro di assistenza autorizzato HiKOKI per le riparazioni. La spia di alimentazione USB si è spenta e il dispositivo USB ha smesso di caricare. La capacità della batteria è diventata bassa. Sostituire la batteria con una che abbia capacità rimanente. Collegare la spina di alimentazione del caricabatteria in una presa elettrica. La spia di alimentazione USB non si spegne anche se il dispositivo USB ha terminato la ricarica. La spia di alimentazione USB si accende in verde per indicare che la carica USB è possibile. Questo non è un malfunzionamento. Non è chiaro quale sia lo stato di ricarica di un dispositivo USB o se la sua ricarica sia completa. La spia di alimentazione USB non si spegne anche quando la ricarica è completa. Esaminare il dispositivo USB che sta caricando per confermare il suo stato di carica. La ricarica di un dispositivo USB si ferma a metà strada. Il caricabatteria è stato inserito in una presa elettrica mentre il dispositivo USB era in carica utilizzando la batteria come fonte di alimentazione. Questo non è un malfunzionamento. Il caricabatteria mette in pausa la ricarica USB per circa 5 secondi mentre fa distinzione tra le fonti di alimentazione. Una batteria è stata inserita nel caricabatteria mentre il dispositivo USB era in carica utilizzando una presa di corrente come fonte di alimentazione. La ricarica del dispositivo USB va in pausa a metà strada quando la batteria e il dispositivo USB sono in fase di carica allo stesso tempo. La batteria si è caricata completamente. Questo non è un malfunzionamento. Il caricabatteria mette in pausa la ricarica USB per 5 secondi circa mentre controlla se la batteria ha completato con successo la ricarica. La ricarica del dispositivo USB non si avvia quando la batteria e il dispositivo USB sono in fase di carica allo stesso tempo. La capacità residua della batteria è estremamente bassa. Questo non è un malfunzionamento. Quando la capacità della batteria raggiunge un certo livello, la ricarica USB si avvia automaticamente. 000BookCS3630DA.indb71000BookCS3630DA.indb71 2019/07/2917:49:442019/07/2917:49:4472 Nederlands (Vertaling van de oorspronkelijke aanwijzingen) SYMBOLEN WAARSCHUWING Hieronder staan symbolen afgebeeld die van toepassing zijn op deze machine. U moet de betekenis hiervan begrijpen voor u de machine gaat gebruiken. CS3630DA: Snoerloze Kettingzaagmachine Om het risico op verwondingen te verminderen, moet de gebruiker de instructiehandleiding lezen. Gebruik een elektrisch gereedschap niet in de regen of in een erg vochtige omgeving en laat het ook niet buiten liggen wanneer het regent. Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recycle bedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen. Lees alle waarschuwingen en aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en op de machine zelf, zorg ervoor dat u ze begrijpt en volg ze stipt op. Draag altijd oog-, hoofd- en gehoorbescherming wanneer u deze machine gebruikt. Het is heel belangrijk dat u beschermende kleding draagt voor voeten, benen, armen, handen en onderarmen. Waarschuwing, gevaar van terugslag. Let op plotselinge, onverwachte en onbedoelde bewegingen van het zwaard naar boven en/of achteren. Deze kettingzaag mag uitsluitend worden gebruikt door een vakbekwame boomverzorger. Vullen met kettingolie Kettingolie levering prijsaanpassing Lichtschakelaar Schakelaar voor accuniveau-indicator Koppel de batterij los WAT IS WAT? (Afb. 1) A: Schakelaar: Deze schakelaar wordt met de vinger bediend. B: Ontgrendelknop: Deze knop voorkomt dat de trekker onbedoeld wordt bediend. C: Kettingrem: Voorziening voor het stoppen of vergrendelen van de zaagketting. D: Gepunte schorssteun: Voorziening die als vast draaipunt dient wanneer in contact met een boom of stam. E: LED-lampje: Lampje dat de zaagrand verlicht. F: Olietankdop: Dop voor het afsluiten van de olietank. G: Oliekijkglas: Venster voor het controleren van de hoeveelheid kettingolie. H: Voorste handgreep: Steunhandgreep die zich bij of in de richting van de voorkant van het gereedschap bevindt. I: Accu: Voedingsbron voor het gereedschap. J: Achterste handgreep (bovenste handgreep): Steunhandgreep die zich op de bovenkant van het gereedschap bevindt. K: Haak: Voorziening om het gereedschap met een touw enz. op te hangen. L: Spanningsregelaar: Voorziening voor het afstellen van de spanning van de zaagketting. M: Knop: Knop voor het vastzetten van de spanningsregelaar en de zijafdekking. N: Zaagketting: Ketting met punten die het echte zaagwerk doet. O: Zwaard: Dit onderdeel steunt en geleidt de zaagketting. P: Zijafdekking: Beschermkap voor de zaagketting van het zwaard, de koppeling en het kettingwiel wanneer de kettingzaag wordt gebruikt. Q: Oplader: Voor het opladen van de accu. R: Olietoevoer: Reservoir voor de olie. S: Kettingkast: Hiermee worden het zwaard en de zaagketting afgedekt wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt. T: Bout: Bout om de zijafdekking stevig vast te zetten. U: Inbussleutel: Gereedschap voor het los- en vastdraaien van de bout. WAARSCHUWING Deze kettingzaag (CS3630DA) is ontwikkeld voor gebruik als zaag voor boomzorg en -chirurgie. De zaag mag alleen worden gebruikt door personen die ge-schoold zijn in boomzorg en chirurgie. Leef de aanbevelingen, procedures en literatuur van de vakorganisatie na. Het misachten ervan vormt een hoog ongevallenrisico. We bevelen u aan altijd een hefplatform te gebruiken bij het zagen in bomen. Werken, hangend aan touwen, is zeer gevaarlijk en vordert speciale training. De ge-bruiker moet geÔnstrueerd zijn in en bekend met het gebruik van veiligheidsuitrusting en werk- en klimtechnieken. Gebruik altijd valbescherming voor gebruiker en zaag. ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN

VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP

WAARSCHUWING Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door. Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren. Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst. De term „elektrisch gereedschap” heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.

1) Veiligheid van de werkplek

a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt de kans op ongelukken. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoff en, gassen of stof. 000BookCS3630DA.indb72000BookCS3630DA.indb72 2019/07/2917:49:442019/07/2917:49:4473 Nederlands Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden. c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt. Afl eidingen kunnen gevaarlijk zijn.

2) Elektrische veiligheid

a) De stekker op het elektrische gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op de wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier gemodifi ceerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap. Deugdelijke stekkers en geschikte wandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Wanneer uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok. c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden. Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrisch gereedschap terechtkomt. d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen. Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok. e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifi ek geschikt is voor het gebruik buiten. Het gebruik van een snoer dat specifi ek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok. f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt. Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.

3) Persoonlijke veiligheid

a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren. b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niet- glijdende veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen. Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden. d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet. Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren. e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt. Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap. f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken. g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt. Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico’s.

4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap

a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei. U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt. Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden. c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart. d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken. Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen. e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhouden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zijn op de juiste werking van het gereedschap. Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt. Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-het-zelf ongelukken. f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon. Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik. 000BookCS3630DA.indb73000BookCS3630DA.indb73 2019/07/2917:49:452019/07/2917:49:4574 Nederlands g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waarbij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen. Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.

5) Gebruik van gereedschap en onderhoud van de

batterij a) Herlaad enkel met de lader die door de fabrikant wordt gespecifi ceerd. Een lader die geschikt is voor één bepaald type batterijgroep kan brandgevaar veroorzaken bij een andere batterijgroep. b) Gebruik de apparaten enkel met specifi ek ontworpen batterijgroepen. Het gebruik van andere batterijgroepen kan letsels of brand veroorzaken. c) Wanneer de batterijgroep niet in gebruik is, houdt u ze verwijderd van andere metalen voorwerpen zoals papierclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere metalen voorwerpen die een verbindingen van de ene terminal met de andere kunnen maken. De batterijterminals kortsluiten kan brandwonden of brand veroorzaken. d) Bij een verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de batterij lekken; vermijd elk contact. Indien er toevallig contact ontstaat, goed met water spoelen. Indien de vloeistof in contact met de ogen komt, ook medische hulp inroepen. Vloeistof die uit de batterij lekt kan irritatie en brandwonden veroorzaken.

a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden die authentieke onderdelen gebruikt. Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft. VOORZORGMAATREGELEN Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen. VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN

VOOR DE KETTINGZAAGMACHINE

1. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting

wanneer de kettingzaagmachine in werking is. Controleer alvorens de kettingzaagmachine te starten of deze nergens mee in contact is. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het gebruik van de kettingzaagmachine kan resulteren in het verstrikt raken van uw kleding of contact van uw lichaam met de zaagketting.

2. Houd de kettingzaagmachine stevig vast met uw

rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep. Wanneer u de kettingzaagmachine vasthoudt met uw handen aan de tegengestelde handgrepen, bestaat er kans op letsel en dit mag daarom nooit worden gedaan.

3. Pak de kettingzaagmachine alleen bij de geïsoleerde

handgrepen vast, want de zaagketting kan in contact komen met verborgen bedrading. Wanneer de kettingzaagmachine in contact komt met een draad die onder "spanning" staat, kunnen blootgestelde metalen onderdelen van het elektrisch gereedschap onder "spanning" komen te staan wat kan resulteren in een elektrische schok voor de gebruiker.

4. Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Het

wordt ook aanbevolen beschermende uitrusting voor uw hoofd, handen, benen en voeten te dragen. Bij het dragen van geschikte beschermende kleding is de kans op letsel door rondvliegende deeltjes en abusievelijk contact met de zaagketting kleiner.

5. Gebruik de kettingzaagmachine niet in een boom.

Bediening van de kettingzaagmachine terwijl u in een boom bent kan resulteren in persoonlijk letsel.

6. Zorg dat u altijd stevig staat en gebruik de

kettingzaagmachine alleen wanneer u op een vaste, niet trillende en vlakke ondergrond staat. Bij gebruik op een gladde of onstabiele ondergrond, zoals een ladder, kunt u uw balans of de controle over de kettingzaagmachine verliezen.

7. Bij het doorzagen van een dikke tak die gespannen

staat, moet u er rekening mee houden dat deze kan terugspringen. Wanneer de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de dikke tak tegen u slaan en/of de kettingzaagmachine zelf raken waardoor u de controle verliest.

8. Wees voorzichtig wanneer u dunne takken of jonge

boompjes zaagt. Het zachte materiaal kan in de zaagketting vast komen te zitten en naar u toe gezwiept worden of u uit balans brengen.

9. Draag de kettingzaagmachine alleen aanj de voorste

handgreep met de kettingzaagmachine uitgeschakeld en van uw lichaam verwijdert. Wanneer u de kettingzaagmachine vervoert of opbergt, moet u altijd de zwaardhoes aanbrengen. Een juiste behandeling van de kettingzaagmachine vermindert de kans op abusievelijk contact met de bewegende zaagketting.

10. Volg de instructies voor smeren, spannen van de ketting

en vervangen van de accessoires nauwkeurig op. Een niet juist gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken en vergroot de kans op terugslag.

11. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en

vet. Vettige of vuile handgrepen zijn glad en kunnen verlies van controle over het gereedschap veroorzaken.

12. Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaagmachine

niet voor toepassingen waarvoor deze niet is bedoeld. Bijvoorbeeld: Gebruik de kettingzaagmachine niet voor het zagen van plastic, bakstenen of andere materialen die niet van hout zijn. Gebruik van de kettingzaagmachine voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze is bedoeld kan resulteren in een gevaarlijke situatie. Oorzaken en voorkomen van terugslag: (Afb. 2) De kettingzaag kan terugslaan wanneer de neus of het uiteinde van het zwaard tegen iets aankomt, of wanneer de zaag vastloopt in de zaagsnede. Een terugslag als gevolg van het feit dat het uiteinde ergens tegenaan komt zodat het zwaard naar boven en naar achteren, dus in uw richting, slaat, gebeurt soms bliksemsnel. Als de zaagketting vastloopt langs de bovenkant van het zwaard, kan het zwaard ook ineens in uw richting slaan. Door allebei deze reacties kunt u de controle over de kettingzaag verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Vertrouw niet blindelings op de veiligheidsinrichtingen die in uw zaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van een kettingzaagmachine moet u de vereiste maatregelen nemen om ongelukken of letsel bij de zaagwerkzaamheden te voorkomen. Terugslag is het resultaat van een verkeerd gebruik van het gereedschap en/of verkeerde bedieningsprocedures of omstandigheden en kan voorkomen worden door de vereiste voorzorgsmaatregelen te nemen zoals hieronder wordt beschreven: 000BookCS3630DA.indb74000BookCS3630DA.indb74 2019/07/2917:49:452019/07/2917:49:4575 Nederlands ○ Houd het gereedschap stevig vast met uw duim en andere vingers rondom de handgrepen van de kettingzaagmachine en altijd beide handen op de zaagmachine, en zorg voor een positie van uw lichaam en armen waarbij u een eventuele terugslag kunt opvangen. U kunt de terugslag beheersen indien de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. Laat de kettingzaagmachine in geen geval los. ○ Reik niet boven uw macht en zaag niet boven schouderhoogte. Hierdoor wordt onbedoeld contact met het uiteinde voorkomen en kunt u de kettingzaagmachine beter onder controle houden in onverwachte situaties. ○ Gebruik uitsluitend vervangingszwaarden en zaagkettingen voorgeschreven door de fabrikant. Bij gebruik van verkeerde vervangingszwaarden of zaagkettingen kan de zaagketting breken en/of kan er terugslag optreden. ○ Volg de slijp- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant om de kettingzaagmachine in goede staat te behouden. Verlagen van de hoogte van de dieptemeter kan leiden tot meer terugslag. AANVULLENDE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN

1. Werk ontspannen. Houd uw lichaam altijd goed warm.

2. Alvorens met het werk te beginnen, moet u de

werkprocedures zorgvuldig doorlopen om een ongeluk te voorkomen, dat eventueel zou kunnen resulteren in letsel.

3. Gebruik het gereedschap niet bij slecht weer, zoals bij

sterke wind, regen, sneeuw, mist of op plaatsen waar de kans bestaat op vallende rotsen of lawines. Bij slecht weer kan uw beoordelingsvermogen minder goed zijn en eventuele trillingen kunnen resulteren in een ongeluk.

4. Wanneer het zicht slecht is, zoals bij slecht weer of ´s

avonds, mag het gereedschap niet worden gebruikt. Gebruik het gereedschap ook niet in de regen of op een plaats blootgesteld aan regen. Een onstabiele houding of verlies van uw evenwicht kan resulteren in een ongeluk.

5. Controleer het zwaard en de zaagketting alvorens het

gereedschap in te schakelen. ○ Als er barsten in het zwaard of de zaagketting zijn of als het product bekrast of verbogen is, mag het niet worden gebruikt. ○ Controleer of het zwaard en de zaagketting stevig zijn gemonteerd. Als het zwaard of de zaagketting beschadigd is of als deze niet juist zijn bevestigd, kan dit resulteren in een ongeluk.

6. Controleer alvorens met het werk te beginnen of

de schakelaar niet aangezet kan worden tenzij de ontgrendelknop is ingedrukt. Als het gereedschap niet juist werkt, moet u meteen met het gebruik stoppen en het gereedschap voor reparatie naar een offi cieel HiKOKI servicecentrum brengen.

7. Monteer de zaagketting zorgvuldig overeenkomstig de

instructies in de gebruiksaanwijzing. Als de zaagketting verkeerd is aangebracht, kan deze loskomen van het zwaard en letsel veroorzaken.

8. Verwijder nooit een van de veiligheidsinrichtingen

waarvan de kettingzaagmachine is voorzien (remhendel, ontgrendelknop, kettingpal enz.) U mag deze ook niet wijzigen of buiten gebruik stellen. Dit zou kunnen resulteren in letsel.

9. In de volgende gevallen schakelt u het gereedschap uit

en zorgt u ervoor dat de zaagketting niet meer beweegt: ○ Bij geen gebruik of tijdens reparatie. ○ Wanneer u naar een andere werkplek gaat. ○ Tijdens inspecteren, afstellen of vervangen van de zaagketting, zwaard, kettingkast of een ander onderdeel. ○ Bij het bijvullen van de kettingolie. ○ Bij het verwijderen van stof enz. van de behuizing. ○ Bij het verwijderen van obstakels, vuilnis of door het werk ontstaan zaagsel van de werkplek. ○ Wanneer u het gereedschap neerzet of wanneer u het gereedschap achterlaat. ○ Wanneer u op een andere wijze gevaar waarneemt of als er risico's zijn. Als de zaagketting nog beweegt, kan dit resulteren in een ongeluk.

10. Over het algemeen moet het werk door één persoon

worden uitgevoerd. Wanneer er meerdere personen aan het werk zijn, moet u voor voldoende afstand tussen de personen zorgen. In het bijzonder bij het omzagen van bomen of het werken op een helling moet u wanneer de kans bestaat dat bomen gaan omvallen, rollen of schuiven ervoor zorgen dat de andere werkers niet in gevaar worden gebracht.

11. Houd een afstand van minimaal 15 meter aan tot andere

personen. Bij het werken met meerdere personen dient u meer dan 15 meter uit elkaar te staan. ○ Rondvliegende delen kunnen personen raken of een ander ongeluk veroorzaken. ○ Leg een waarschuwingsfl uitje enz. klaar en vertel andere werkers dat u dit gebruikt om hen bij gevaar te waarschuwen.

12. Zorg voor het volgende voordat u staande bomen

omzaagt: ○ Bepaal een veilige ontsnappingsplaats voordat u de boom omzaagt. ○ Verwijder vooraf obstakels (bijv. takken en struiken). ○ Gebaseerd op een grondige beoordeling van de toestand van de boom die u gaat omzagen (zoals de vorm van de stam en de dichtheid van de takken) en de omringende situatie (bijv. andere bomen in de buurt, de aanwezigheid van obstakels, het terrein, de wind), bepaalt u de richting waarin de staande boom gaat omvallen en besluit dan de omzaagprocedure. Roekeloos omzagen kan resulteren in letsel.

13. Zorg voor het volgende wanneer u staande bomen

omzaagt: ○ Tijdens het werk goed opletten in welke richting de boom kan gaan omvallen. ○ Bij het werken op een helling ervoor zorgen dat de boom niet kan gaan rollen en altijd vanaf de hellingopwaartse zijde van het terrein werken. ○ Wanneer de boom begint om te vallen, schakelt u het gereedschap uit, waarschuwt de omgeving en gaat dan onmiddellijk naar een veilige plaats. ○ Als de zaagketting of het zwaard tijdens het werk in de boom vast komt te zitten, schakelt u het gereedschap uit en gebruikt dan een wig.

14. Als de prestatie van het gereedschap tijdens het werk

afneemt of als u een abnormaal geluid of trillingen waarneemt, schakelt u het gereedschap meteen uit en stopt met het gebruik, waarna u het gereedschap voor inspectie of reparatie naar een offi cieel HiKOKI servicecentrum brengt. Als u doorgaat met het gebruik, bestaat er kans op letsel.

15. Als u het gereedschap per ongeluk laat vallen of als dit

aan schokken wordt blootgesteld, moet u zorgvuldig op beschadigingen en barsten controleren en kijken of het gereedschap niet vervormd is. Als het gereedschap beschadigd, gebarsten of vervormd is, bestaat er kans op letsel.

16. Wanneer het gereedschap in een auto wordt vervoerd,

maakt u het stevig vast om te voorkomen dat het gaat schuiven. Anders bestaat er kans op een ongeluk. 000BookCS3630DA.indb75000BookCS3630DA.indb75 2019/07/2917:49:452019/07/2917:49:4576 Nederlands

17. Schakel het gereedschap niet in terwijl de kettingkast is

aangebracht. Dit zou kunnen resulteren in letsel.

18. Controleer of er geen spijkers of andere vreemde

voorwerpen in het materiaal zijn. Als de zaagketting tegen een spijker enz. slaat, kan dit resulteren in letsel.

19. Om te voorkomen dat het zwaard in het materiaal vast

komt te zitten bij het werken op een rand of als gevolg van het gewicht van het materiaal tijdens het zagen, kunt u een steun aanbrengen dicht bij de zaagpositie. Als het zwaard komt vast te zitten, kan dit resulteren in letsel.

20. Als het gereedschap na gebruik wordt vervoerd of

opgeborgen, verwijdert u de zaagketting of brengt u de kettingafdekking aan. Als de zaagketting in contact komt met uw lichaam, kan dit resulteren in letsel.

21. Verzorg het gereedschap zorgvuldig.

○ Om ervoor te zorgen dat het werk veilig en effi ciënt kan worden uitgevoerd, moet u de zaagketting zorgvuldig verzorgen zodat deze een optimale zaagprestatie blijft leveren. ○ Volg de instructies in de gebruiksaanwijzing voor het vervangen van de zaagketting of het zwaard, het onderhoud van de buitenkant, het bijvullen van olie enz.

22. Breng het gereedschap naar de winkel om het te laten

repareren. ○ Probeer geen wijzigingen in het product aan te brengen, aangezien het bij afl evering aan alle voorgeschreven veiligheidsnormen voldoet. ○ Laat alle reparaties door een offi cieel HiKOKI servicecentrum uitvoeren. Wanneer u het gereedschap zelf probeert te repareren, kan dit resulteren in een ongeluk of letsel.

23. Berg het gereedschap zorgvuldig op wanneer dit niet

wordt gebruikt. Tap de kettingolie af en berg het gereedschap op een droge plaats op, buiten het bereik van kinderen of in een afgesloten kast.

24. Als het waarschuwingslabel niet meer zichtbaar is of

als het afgeschilderd is of op andere wijze onleesbaar is geworden, moet u een nieuw waarschuwingslabel aanbrengen. Neem voor een nieuw waarschuwingslabel contact op met een offi cieel HiKOKI servicecentrum.

25. Neem tijdens de werkzaamheden alle plaatselijke

wetgeving en bepalingen in acht.

26. Gebruik het product niet als het gereedschap of de

accupolen (batterijhouder) vervormd zijn. Het installeren van de accu kan kortsluiting veroorzaken, wat kan leiden tot rookontwikkeling of ontbranding.

27. Houd de accupolen van het gereedschap (accuhouder)

vrij van spaanders en stof. ○ Controleer vóór gebruik of er geen spaanders en stof zijn opgehoopt in het gebied van de aansluitingen. ○ Probeer te voorkomen dat spaanders of stof van het gereedschap op de accu terechtkomen tijdens het gebruik. ○ Wanneer het gebruik wordt onderbroken of na gebruik, moet u het gereedschap niet op een plaats achterlaten waar het kan worden blootgesteld aan vallende spaanders of stof. Als u dat doet kan er kortsluiting ontstaan, wat kan leiden tot rookontwikkeling of ontbranding. VOORZORGSMAATREGELEN VOOR

1. Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur van

-10-40°C. Een tempreatuur van minder dan -10°C zal overlading veroorzaken, hetgeen gevaarlijk is. De accu kan niet worden opgeladen bij een temperatuur van boven de 40°C. De meest geschikte temperatuur voor het opladen is 20–25°C.

2. Gebruik de acculader niet continu.

Wacht ongeveer 15 minuten nadat u een accu hebt opgeladen voordat u begint met het opladen van een andere accu.

3. Voorkom dat stof of vuil in de aansluitopening van de

Kortsluiten van de accu zal resulteren in een grote stroom en oververhitting. Dit zal resulteren in brandwonden en schade aan de accu.

6. Gooi de accu niet in het vuur.

Een brandende accu kan ontploff en.

7. Gebruiken van een accu die het eind van zijn levensduur

heeft bereikt zal de acculader beschadigen.

8. Breng de accu naar de winkel waar deze gekocht werd,

nadat deze na opladen onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik. Gooi een accu die het eind van zijn levensduur heeft bereikt niet zomaar weg.

9. Steek nooit voorwerpen in de ventilatie-openingen van

de acculader. Als er voorwerpen of ontvlambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de acculader wordt gestoken, kan dit resulteren in een elektrische schok of schade aan de acculader.

OPMERKINGEN BIJ GEBRUIK

LITHIUM-ION BATTERIJ De lithium-ion batterij is voorzien van een beschermingsfunctie die volledige ontlading van de batterij voorkomt waardoor de levensduur wordt verlengd. In geval 1 tot 3 hieronder kan de motor tijdens het gebruik van het product tot stilstand komen, zelfs wanneer u de schakelaar ingedrukt houdt. Dit geeft geen probleem met het product aan maar wordt veroorzaakt door de beschermingsfunctie.

1. De motor komt tot stilstand wanneer de batterij leeg is.

De batterij moet in dit geval onmiddellijk opgeladen worden.

2. De motor kan tot stilstand komen wanneer het

gereedschap overbelast is. Laat de schakelaar onmiddellijk los en zoek naar de oorzaak van de overbelasting. Wanneer u het probleem verholpen heeft kunt u het gereedschap opnieuw gebruiken.

3. Wanneer de batterij oververhit is door overbelasting, kan

het zijn dat de batterij stopt. In dit geval gebruikt u de batterij niet verder en laat u ze afkoelen. Daarna kunt u haar opnieuw gebruiken. Gelieve eveneens aandacht te schenken aan volgende waarschuwing en aandachtspunt. WAARSCHUWING Om acculekken, het opwekken van warmte, rookemissie, explosie en ontsteking bijtijds te vermijden, moet u ervoor zorgen volgende voorzorgsmaatregelen onder de aandacht te brengen.

1. Zorg ervoor dat er geen spaanders en stof op de batterij

ophopen. ○ Zorg er tijdens de werkzaamheden voor dat er geen spaanders en stof op de batterij kunnen vallen. 000BookCS3630DA.indb76000BookCS3630DA.indb76 2019/07/2917:49:452019/07/2917:49:4577 Nederlands ○ Zorg ervoor dat de spaanders en stof die tijdens het werk op het elektrisch gereedschap vallen zich niet op de batterij ophopen. ○ Bewaar een ongebruikte batterij niet op een plaats waar het aan spaanders en stof wordt blootgesteld. ○ Verwijder alle spaanders en stof van een batterij voordat u hem opbergt en bewaar de batterij niet op dezelfde plek als metalen onderdelen (schroeven, spijkers, enz.).

2. Doorboor de batterij niet met een scherp voorwerp, zoals

een nagel, klop er niet op met een hamer, stap niet op de batterij of gooi er niet mee of stel hem niet bloot aan ernstige fysieke schokken.

3. Gebruik geen zichtbare beschadigde of vervormde

4. Gebruik de batterij niet met een omgekeerde polariteit.

5. Sluit hem niet rechtstreeks aan op elektrische toestellen

of fi ttingen van sigarettenaanstekers in wagens.

6. Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan

deze die gespecifi ceerd werden.

7. Wanneer de batterij niet kan worden opgeladen, zelfs

nadat de specifi eke oplaadtijd verstreken is, stopt u onmiddellijk met het opladen.

8. Breng de batterij niet op hoge temperaturen of drukken

of stel ze er niet aan bloot, zoals in een microgolfoven, droger of een hogedrukcontainer.

9. Blijf uit de buurt van vuur onmiddellijk nadat een lek of

vieze geur werd vastgesteld.

10. Gebruik hem niet in een plaats waar een grote statische

elektriciteit wordt opgewekt.

11. In geval van een acculek, vieze geur, warmteopwekking,

verkleuring of vervorming, of iets abnormaals tijdens het gebruik, het opladen of de opslag, haalt u hem onmiddellijk uit de uitrusting of de lader en stopt u het gebruik.

12. Dompel de batterij niet onder of laat geen vloeistoff en

erin vloeien. Binnendringen van geleidende vloeistof, zoals water, kan schade veroorzaken, met brand of een explosie tot gevolg. Bewaar de batterij op een koele, droge plaats, uit de buurt van explosieve en licht ontvlambare voorwerpen. Vermijd omgevingen met bijtend gas. LET OP

1. Wanneer u de lekkende vloeistof uit de batterij in de

ogen krijgt, wrijf dan niet in de ogen, en was ze goed uit met vers proper water, zoals kraantjeswater en roep er onmiddellijk een dokter bij. Indien u geen behandeling krijgt, kan de vloeistof oogproblemen veroorzaken.

2. Wanneer de vloeistof lekt op uw huid of kleding,

was ze onmiddellijk goed af met proper water, zoals kraantjeswater. De kans bestaat dat dit huidirritatie veroorzaakt.

3. Wanneer u roest, een vieze geur, oververhitting,

verkleuring, vervorming en/of andere onregelmatigheden vaststelt wanneer u de batterij voor de eerste maal gebruikt, gebruik ze dan niet verder en stuur ze terug naar de leverancier of de verkoper. WAARSCHUWING Als een elektrisch geleidend vreemd voorwerp in de aansluitpunten van de lithium-ion accu terechtkomt, kan er kortsluiting ontstaan met het risico van brand als gevolg. Let bij het opbergen van de accu op de volgende punten. ○ Plaats geen elektrisch geleidend zaagsel, spijkers, ijzerdraad, koperdraad of andere draad in de opbergdoos. ○ Plaats de accu in het elektrisch gereedschap of bewaar de batterij door deze stevig in het batterijdeksel te drukken totdat de ventilatieopeningen afgesloten zijn om kortsluiting te voorkomen. (Zie Afb. 3)

BETREFFENDE TRANSPORT VAN

LITHIUM-ION ACCU Neem bij transport van een lithium-ion accu de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. WAARSCHUWING Stel het transportbedrijf op de hoogte dat er een lithium- ion accu wordt vervoerd, vermeld het vermogen en volg de instructies van het transportbedrijf bij het regelen van vervoer. ○ Lithium-ion accu’s die een uitgangsvermogen van 100 Wh overschrijden worden beschouwd als gevaarlijke goederen binnen de vrachtgoederenclassifi catie en vereisen speciale procedures. ○ Voor internationaal transport, moet u voldoen aan internationale wetgeving en wetten en voorschriften van het land van bestemming.

Uitgangsvermogen 2 tot 3 cijferig nummer VOORZORGSMAATREGELEN AANSLUITING USB-APPARAAT (UC18YSL3) Wanneer een onverwacht probleem optreedt, kunnen de gegevens in een USB-apparaat, aangesloten op dit product, beschadigd raken of verloren gaan. Zorg er altijd voor dat er een back-up wordt gemaakt van gegevens op het USB- apparaat voor gebruik met dit apparaat. Houd er rekening mee dat ons bedrijf geen enkele verantwoordelijkheid accepteert voor op een USB-apparaat opgeslagen gegevens die beschadigd of verloren zijn, noch voor schade dat zich voor kan doen aan een aangesloten apparaat. WAARSCHUWING ○ Voor gebruik, controleer de verbonden USB kabel voor enige defecten of beschadigingen. Bij gebruik van een kapotte of beschadigde USB kabel kan er rook uitstoot of ontbranding ontstaan. ○ Wanneer het product niet wordt gebruikt, bedek de USB poort dan met de rubberen bedekking. Ophoping van stof etc. in de USB poort kan rook uitstoot of ontbranding veroorzaken. OPMERKING ○ Er kan een soms een pauze zijn gedurende het opladen van de USB. ○ Wanneer een USB apparaat niet wordt opgeladen, verwijder het USB apparaat van de oplader. Doet u dit niet, dan kan de levensduur van de batterij afnemen, maar dit kan ook onverwachte ongelukken als gevolg hebben. ○ Het kan zijn dat sommige USB-apparaten niet kunnen worden opgeladen, afhankelijk van het type apparaat. 000BookCS3630DA.indb77000BookCS3630DA.indb77 2019/07/2917:49:452019/07/2917:49:4578 Nederlands BESCHRIJVING VAN GENUMMERDE ITEMS (Fig. 2 - Fig. 47)

Schakelaar voor accuniveau-indicator

Contactgedeelte van borstelbuis

1/5 van diameter van vijl

Uitstekende kop van dieptemeter

Afronden TECHNISCHE GEGEVENS BOORMACHINE Model CS3630DA Spanning 36 V Zaagketting Type: 91PX-45XJ Steek: 9,5 mm (3/8") / Dikte: 1,3 mm (0.05") Zwaard Type: P012-50CR Maat: 300 mm (max. zaaglengte) Kettingwiel Aantal tanden: 6 / 9,5 mm (3/8") Kettingsnelheid onbelast 8,3 m/s (500 m/min) Inhoud kettingolietank 80 ml LED-lampje Witte LED Accu verkrijgbaar voor dit gereedschap* BSL36A18 Gewicht** 4,3 kg (Met BSL36A18 bevestigd)

  • Bestaande accu’s (BSL3660/3620/3626, BSL18xx serie, enz.) kunnen niet in dit gereedschap worden gebruikt. ** Gewicht: Volgens EPTA-procedure 01/2003 000BookCS3630DA.indb78000BookCS3630DA.indb78 2019/07/2917:49:452019/07/2917:49:4579 Nederlands ACCU Model BSL36A18 Spanning 36 V / 18 V (automatische schakeling*) Accucapaciteit 2,5 Ah/5,0 Ah (automatische schakeling*) Verkrijgbare draadloze producten** Multivolt serie, 18 V product Verkrijgbare oplader Schuifl ader voor lithium-ion accu’s
  • Het gereedschap zal zelf automatisch schakelen. ** Raadpleeg onze algemene catalogus voor meer informatie. ACCULADER Model UC18YSL3 Oplaadspanning 14,4 V - 18 V Gewicht 0,6 kg STANDAARD TOEBEHOREN Naast het hoofdtoestel (1 toestel), bevat de verpakking de accessoires die vermeld staan op bladzijde 387. De standaard toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden. EXTRA TOEBEHOREN (los verkrijgbaar) (Pagina 388) De extra toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden. TOEPASSINGEN ○ Zagen van planken/boomstammen ○ Snoeien en omzagen van bomen van normaal formaat

1. Verwijderen van de batterijl

Houd de behuizing stevig vast en duw de vergrendelingen van de accu in om de accu te verwijderen (zie Afb. 4). LET OP Sluit de batterij nooit kort.

2. Aanbrengen van de batterij

Plaats de batterij met de polen juist aangebracht (zie Afb. 4). OPLADEN Voor het gebruik van het elektrisch gereedschap dient de accu als volgt opgeladen te worden.

Sluit het netsnoer van de acculader aan op het stopcontact. Wanneer de stekker van de acculader verbonden wordt met een houder, zal het laadindicatielampje rood knipperen (met tussenpozen van 1 seconde).

2. Steek de batterij in de acculader.

Steek de accu stevig in de acculader zoals u kunt zien op Afb. 5 (op pagina 2).

Wanneer er een accu in de acculader wordt gedaan, zal het laadindicatielampje blauw knipperen. Wanneer de accu volledig is opgeladen, zal het laadindicatielampje groen oplichten. (Zie Tabel 1) (1) Aanduiding van het laadindicatielampje De aanduidingen van het laadindicatielampje zijn zoals aangegeven in Tabel 1, al naar gelang de toestand van de accu of de acculader. 000BookCS3630DA.indb79000BookCS3630DA.indb79 2019/07/2917:49:452019/07/2917:49:4580 Nederlands Tabel 1 Aanduidingen van het laadindicatielampje Laad indicatielamp (ROOD/ BLAUW/ GROEN/ PAARS) Voor het opladen Knippert (ROOD) Licht ongeveer 0,5 seconde op. Licht niet op ongeveer 0,5 seconde lang. (0,5 seconde lang uit) Aansluiten op de stroombron. Tijdens het opladen Knippert (BLAUW) Licht ongeveer 0,5 seconde op. Licht ongeveer 1 seconde niet op. (uit voor 1 seconde) Batterijcapaciteit is onder de 50% Knippert (BLAUW) Licht ongeveer 1 seconde op. Licht niet op ongeveer 0,5 seconde lang. (0,5 seconde lang uit) Batterijcapaciteit is onder de 80% Licht op (BLAUW) Blijft branden Batterijcapaciteit is meer dan 80% Opladen klaar Licht op (GROEN) Blijft branden (Continu zoemer geluid: ongeveer 6 seconden) Oververhitting uit (standby) Knippert

Licht ongeveer 0,3 seconde op. Licht niet op ongeveer 0,3 seconde lang. (0,3 seconde lang uit) De accu is oververhit. De accu kan niet opgeladen worden. (Het opladen wordt hervat wanneer de accu is afgekoeld). Opladen onmogelijk Knippert snel (PAARS) Licht ongeveer 0,1 seconde op. Licht ongeveer 0,1 seconde niet op. (0,1 seconde lang uit) (Intermitterend zoemer geluid: ongeveer 2 seconden) Er is iets mis met de accu of met de acculader (2) Met betrekking tot de temperaturen en oplaadtijd van de oplaadbare batterij De temperaturen en bijbehorende oplaadtijden worden gegeven in Tabel 2. Tabel 2 Acculader UC18YSL3 Accu Type batterij Li-ion Geschikte temperatuur voor het opladen -10°C – 50°C Oplaadspanning V 14,4 18 Oplaadtijd, ongeveer (bij 20°C) BSL14xx serie BSL18xx serie Multivolt serie (4 cellen) (8 cellen) (5 cellen) (10 cellen) (10 cellen) min. BSL1415S

4. Haal de stekker van het netsnoer van de acculader

uit het stopcontact.

Houd de acculader stevig vast en trek de accu eruit. OPMERKING U moet de accu na het laden uit de acculader halen en op een veilige plek bewaren. Betreff ende elektrisch ontladen in het geval van nieuwe batterijen, enz. Als de chemische substantie van nieuwe batterijen en batterijen die niet gedurende een lange periode niet zijn gebruikt niet geactiveerd is, zal de stroomopbrengst mogelijk niet laag zijn het eerste en tweede gebruik. Dit is een tijdelijk fenomeen en de normale tijd benodigd voor het opladen zal worden hersteld door de batterijen 2 – 3 keer op te laden. 000BookCS3630DA.indb80000BookCS3630DA.indb80 2019/07/2917:49:452019/07/2917:49:4581 Nederlands De gebruiksduur van de batterijen verlengen. (1) Laad de batterijen op voordat ze volledig uitgeput raken. Wanneer u merkt dat de kracht van het gereedschap zwakker wordt, stop het gebruik van her gereedschap dan en laad de batterij op. Als u het gereedschap blijft gebruiken en de elektrische voeding uitput, kan de batterij beschadigd raken en wordt zal de levensduur verminderen. (2) Vermijd opladen bij hoge temperaturen. Een oplaadbare batterij zal direct na gebruik heet zijn. Als een dergelijke batterij direct na gebruik wordt opgeladen, zal de inwendige chemische substantie verslechteren en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij en laad deze op nadat het een tijdje is afgekoeld. LET OP ○ Als de accu wordt opgeladen terwijl deze warm is omdat de accu langere tijd op een plaats lag die werd blootgesteld aan direct zonlicht of omdat de accu zojuist is gebruikt, kan het laadindicatielampje van de acculader 0,3 seconde lang oplichten, dan 0,3 seconde niet oplichten (0,3 seconde uit). In dat geval moet u de accu eerst laten afkoelen voordat u met opladen begint. ○ Wanneer het laadindicatielampje snel knippert (elke 0,2 seconde), moet u controleren of er verontreinigingen zijn in de accu-aansluiting van de acculader en deze verwijderen als dat het geval is. Als er geen verontreinigingen zijn, is het mogelijk dat de accu of de acculader defect is. Breng deze dan naar een offi cieel servicecentrum. ○ Aangezien de ingebouwde microcomputer ongeveer 3 seconden nodig heeft om vast te stellen dat de accu die met de UC18YSL3 wordt opgeladen eruit is genomen, moet u minimaal 3 seconden wachten voordat u de accu opnieuw in de acculader plaatst om het opladen te hervatten. Als u de accu terugplaatst voordat er 3 seconden zijn verstreken, is het mogelijk dat de accu niet correct wordt opgeladen.

AANBRENGEN (VERVANGEN) VAN

DE ZAAGKETTING WAARSCHUWING ○ Om een ongeluk te voorkomen, moet u het gereedschap altijd uitschakelen en de accu verwijderen. ○ Gebruik alleen de kettingzaag en het zwaard die staan aangegeven in de“TECHNISCHE GEGEVENS”. LET OP Draag handschoenen en wees voorzichtig om letsel door de zaagketting te voorkomen. OPMERKING ○ Verwijder zaagsel van de olietuit, het oliegat en de zwaardgroef alvorens de zaagketting te verwijderen. Bij opeenhoping van zaagsel is het mogelijk dat het gereedschap niet werkt. ○ Gebruik het juiste type zaagketting overeenkomstig de specifi caties. Als u een verkeerd type zwaard aanbrengt, kan de zaagketting losraken met letsel tot gevolg.

1. Verwijderen van de zijafdekking (Afb. 6)

1 Draai eenmaal aan de knop om deze los te zetten. 2 Draai de spanningsregelaar een halve slag om deze los te zetten. 3 Draai met de bijgeleverde inbussleutel de bout los totdat er geen weerstand meer voelbaar is. 4 Draai de knop en verwijder de zijafdekking.

2. Verwijderen van de zaagketting en het zwaard

(Afb. 7) Verwijder de zaagketting en het zwaard in de richting aangegeven door de pijl.

3. De nieuwe zaagketting over het kettingwiel leggen

(Afb. 8, 9) Leg de zaagketting over het uiteinde van het zwaard terwijl u goed op de richting van de zaagketting let en leg de zaagketting dan op de juiste wijze over het kettingwiel.

4. Aanbrengen van de zijafdekking

1 Lijn de bout uit met het boutgat. (Afb. 10) 2 Stel de spanningsregelaar van de zijafdekking zo af dat de verhoging van de kettingspanner in het kettingspannergat van het zwaard valt en bevestig dan de zijafdekking. (Afb. 11) 3 Draai de knop eenmaal om deze tijdelijk vast te zetten. (Afb. 12)

5. Afstellen van de kettingspanning van de zaagketting

(Afb. 13) ○ Terwijl u het uiteinde van het zwaard optilt, draait u aan de spanningsregelaar om de kettingspanning van de zaagketting af te stellen. ○ Draai de spanningsregelaar naar rechts om de kettingspanning te verhogen en naar links om de kettingspanning te verlagen.

6. Controleren van de kettingspanning van de

zaagketting (Afb. 14) Stel de kettingspanning zo af dat de opening tussen de kettingschakel van de zaagketting en het zwaard 0,5 tot 1 mm is wanneer u de zaagketting een stukje optilt in de buurt van het midden van het zwaard.

7. Vastdraaien van de knop (Afb. 15)

1 Wanneer de afstelling is voltooid, tilt u het zwaard omhoog en draait dan de knop volledig vast. 2 Zorg dat de bout stevig is vastgedraaid. WAARSCHUWING Draai de knop volledig vast nadat de kettingspanning is afgesteld. Als de knop loszit, bestaat er kans op letsel.

INSPECTIE EN VOORBEREIDING

VOOR GEBRUIK Voor gebruik moet u de volgende inspecties uitvoeren en voorbereidingen maken. WAARSCHUWING ○ Om een ongeluk te voorkomen, moet u altijd de stappen 1 t/m 4 uitvoeren terwijl u ervoor zorgt dat de accu van het gereedschap is verwijderd. ○ Zet de ontgrendelknop niet vast terwijl deze wordt ingedrukt. Als de schakelaar dan per ongeluk wordt aangezet, kan het gereedschap onverwachts starten en letsel veroorzaken.

1. Zorg dat de schakelaar uit staat

○ Als u de accu plaatst terwijl u niet weet of de schakelaar is aangezet, kan het gereedschap onverwachts starten met mogelijk een ongeluk tot gevolg. ○ Wanneer de schakelaar wordt aangezet terwijl de ontgrendelknop wordt ingedrukt, wordt het gereedschap ingeschakeld; wanneer de schakelaar wordt losgelaten, wordt het gereedschap uitgeschakeld.

2. Controleren van de kettingspanning van de

zaagketting ○ Als de kettingspanning verkeerd is, kan de zaagketting of het zwaard beschadigd raken en mogelijk foutief functioneren. Zie de stappen 5 t/m 7 in “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting” om de kettingspanning juist af te stellen. ○ Vooral wanneer de zaagketting nieuw is, zit er nog veel rek in en moet u de kettingspanning regelmatig controleren en afstellen. ○ Controleer ook of de knop stevig is vastgedraaid. 000BookCS3630DA.indb81000BookCS3630DA.indb81 2019/07/2917:49:462019/07/2917:49:4682 Nederlands

3. Controleren van de werking van de kettingrem

(Afb. 16) WAARSCHUWING ○ Hoewel de kettingrem een noodstopvoorziening is, mag u er niet blindelings op vertrouwen. Bedien de kettingriem voorzichtig om de kans op terugslag te vermijden. ○ De kettingrem is bedoeld voor gebruik in noodsituaties en tijdens het opstarten. Gebruik deze niet te pas en te onpas. ○ Om te voorkomen dat de kettingrem niet goed werkt als gevolg van opeenhoping van zaagsel enz., moet u deze regelmatig schoonmaken. ○ De kettingrem is een belangrijk onderdeel voor een veilig gebruik van het gereedschap. Als u twijfelt over de werking van de rem, moet u het gereedschap voor reparatie naar een offi cieel HiKOKI servicecentrum brengen. De kettingrem is een noodstopvoorziening die de zaagketting stopt wanneer het gereedschap blootgesteld wordt aan terugslag enz. en kan op deze wijze een gevaarlijke situatie voorkomen. (Zie “Oorzaken en voorkomen van terugslag”.) Wanneer de kettingrem wordt geactiveerd door de remhendel naar voren te duwen, stopt de beweging van de zaagketting. Als u de remhendel naar u toe trekt, wordt de rem vrijgezet. Om de werking van de kettingrem te controleren, schakelt u altijd het gereedschap uit, verwijdert dan de accu, activeert daarna de remhendel en trekt vervolgens met de hand aan de zaagketting. Als de zaagketting niet beweegt, wil dit zeggen dat de kettingrem geactiveerd is. OPMERKING Draag altijd dikke handschoenen wanneer u deze controle uitvoert. Aangezien het zaagkettingblad erg scherp is, kunt u uw vingers verwonden wanneer u hard aan de zaagketting trekt.

4. Controleren van de kettingolie

○ Bij de afl evering zit er geen kettingolie in het gereedschap. Controleer voor gebruik of de olietank is gevuld met de bijgeleverde kettingolie. (Afb. 17) ○ Controleer tijdens het werk regelmatig het oliepeil in het oliekijkglas en vul indien nodig olie bij. ○ Wanneer u op de lichtschakelaar van het schakelaarpaneel drukt, gaat er een LED-lampje branden en wordt het zicht door het aanwezige licht verbeterd. (Afb. 18) (Controleer dit in stap 6.) ○ Als de bijgeleverde kettingolie op is, kunt u los verkrijgbare HiKOKI kettingolie gebruiken of een gelijkwaardige kettingolie die in de handel verkrijgbaar is. ○ De kettingolie smeert de ketting automatisch. De toegevoerde hoeveelheid kettingolie voor de automatische smering is op de fabriek op de maximale waarde ingesteld. Om de hoeveelheid te verminderen, draait u de oliepompafsteller op de achterkant van de behuizing naar rechts. (Afb. 19) OPMERKING ○ De inhoud van de olietank is ongeveer 80 ml. Bij te veel bijvullen zal de overmatige olie via de overlooptuit naar buiten lopen. ○ Wij bevelen u aan altijd reserveolie bij de hand te hebben. Als u doorgaat met het werk terwijl er geen kettingolie meer in het gereedschap is, kan de zaagketting doorbranden of de motor defect raken. ○ Wees voorzichtig dat er geen stof of andere verontreinigingen in de olietank terechtkomen. Als stof of andere verontreinigingen in de olietank terechtkomen, kan het gereedschap defect raken. ○ Als gevolg van de constructie van het gereedschap kan eventuele kettingolie die in de tank achterblijft gaan lekken. Hoewel dit niet op een foutieve werking van het gereedschap duidt, kan de opslagplaats hierdoor vuil worden, dus wees voorzichtig. Bij het opbergen van het gereedschap laat u alle olie uit de olietank lopen en zet een bak onder het gereedschap om eventuele lekkage van olie op te vangen.

5. Bevestigen van de accu (Afb. 4)

Druk stevig op de accu totdat deze op de plaats vastklikt, zoals aangegeven in Afb. 4. LET OP Maak de accu stevig vast. Als de accu niet stevig is bevestigd, kan deze losraken en letsel veroorzaken.

6. Controleren of het LED-lampje werkt (Afb. 18)

○ Wanneer u op de lichtschakelaar van het schakelaarpaneel drukt gaat het LED-lampje branden en wanneer u de schakelaar loslaat gaat het lampje uit. ○ Het LED-lampje verlicht het zaagrandgedeelte. ○ De binnenzijde van het oliekijkglas wordt ook verlicht zodat u het resterende oliepeil gemakkelijk kunt controleren. OPMERKING Als het lampje vuil is, veegt u dit met een zachte doek enz. voorzichtig schoon om beschadiging te voorkomen. Als het lampje beschadigd is, zal de verlichting minder helder zijn.

7. Controleren of de rem is geactiveerd

○ Wanneer de schakelaar wordt aangezet terwijl de ontgrendelknop wordt ingedrukt, wordt het gereedschap ingeschakeld; wanneer de schakelaar wordt losgelaten, wordt het gereedschap uitgeschakeld. ○ 1 tot 3 seconden na het loslaten van de schakelaar, schakelt het gereedschap de rem in om de rotatie van de zaagketting te stoppen. ○ Controleer voor gebruik of de rem is geactiveerd. LET OP Wees bedacht op de tegenwerkende kracht wanneer de rem wordt geactiveerd. Als u het gereedschap laat vallen, bestaat er kans op letsel.

8. Controleren van de toevoer van de kettingolie

Wanneer het gereedschap wordt ingeschakeld, smeert de kettingolie automatisch de zaagketting en het zwaard. ○ Als er geen olie naar buiten komt binnen 2 tot 3 minuten nadat het gereedschap is gestart, moet u controleren of zich geen zaagsel heeft verzameld rondom de olietuit. (Zie “Reinigen van de kettingolietuit”.) (Zie “Controleren van de kettingolie”.) Bediening van de schakelaar Als de schakelaar wordt aangezet terwijl de ontgrendelknop wordt ingedrukt, begint de zaagketting te draaien. (Afb. 21) De schakelaar kan niet aangezet worden mits de ontgrendelknop wordt ingedrukt. Nadat de schakelaar is aangezet, blijft de zaagketting draaien zolang de schakelaar wordt ingedrukt. Bovendien gaat het LED-lampje branden. Wanneer de schakelaar wordt losgelaten, treedt de rem in werking om de rotatie van de zaagketting te stoppen. WAARSCHUWING Zet de ontgrendelknop niet vast terwijl deze wordt ingedrukt. Als de schakelaar dan per ongeluk wordt aangezet, kan het gereedschap onverwachts starten en letsel veroorzaken. Gebruik van de haak Trek de haak van het gereedschap naar buiten en bind er een touw enz. aan vast om het gereedschap op te hangen. (Afb. 23) 000BookCS3630DA.indb82000BookCS3630DA.indb82 2019/07/2917:49:462019/07/2917:49:4683 Nederlands WAARSCHUWING Zorg er bij gebruik van de haak voor dat het gereedschap stevig is opgehangen zodat het niet kan vallen. Als het gereedschap valt, kan dit resulteren in een ongeluk. INDICATIE RESTERENDE ACCULADING U kunt de resterende capaciteit van de accu controleren met behulp van de indicatieschakelaar voor resterende acculading die het indicatielampje doet branden. (Afb. 22, Tabel 3) De indicatie gaat uit ongeveer 3 seconden nadat op de indicatieschakelaar voor resterende acculading is gedrukt. Het is raadzaam om de indicatie van de resterende acculading als richtlijn te gebruiken aangezien er lichte verschillen zijn afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de staat van de accu. De indicatie van de resterende acculading kan bovendien verschillen voor een accu in een gereedschap of in de oplader. Tabel 3 Status van lampje Resterende accucapaciteit LED-lampjes De resterende accucapaciteit is meer dan 75%. LED-lampjes De resterende accucapaciteit is 50 - 75%. LED-lampjes De resterende accucapaciteit is 25 - 50%. LED-lampjes De resterende accucapaciteit is minder dan 25%. Knippert De resterende accucapaciteit is nagenoeg uitgeput. Laad de accu zo spoedig mogelijk opnieuw op. Knippert Uitgangsvermogen onderbroken wegens hoge temperatuur. Verwijder de accu uit het gereedschap en laat de accu volledig afkoelen. Knippert Uitgangsvermogen onderbroken vanwege storing of uitval. De accu kan de oorzaak van het probleem zijn, dus neemt u contact op met uw dealer. Aangezien de aanduiding van het resterende accucapaciteit- indicatielampje enigszins kan afwijken afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de kenmerken van de accu, geldt dit enkel als richtlijn. OPMERKING ○ Stel het schakelaarpaneel niet bloot aan krachtige stoten om te voorkomen dat dit stuk gaat. Dit kan defecten veroorzaken. ○ Om het stroomverbruik van de accu te sparen, gaat het resterende accucapaciteit-indicatielampje branden wanneer de schakelaar voor het resterende accucapaciteit-indicatielampje wordt ingedrukt. ZAAGPROCEDURES WAARSCHUWING ○ Controleer voor gebruik of de kettingrem werkt. ○ Pak de handgreep tijdens het gebruik stevig met beide handen vast. ○ Bij het zagen van planken vanaf onder moet u ervoor zorgen dat de zaagketting niet tegen de planken stoot. Als het gereedschap wordt teruggeduwd, bestaat er kans op letsel. ○ Tijdens werkpauzes of na het werk moet u het gereedschap altijd uitschakelen en de accu losmaken van het gereedschap. Kijk altijd zorgvuldig naar de werkplek en uw omgeving en als er voorwerpen zijn die letsel, een ongeluk of een defect kunnen veroorzaken, dient u deze vooraf te verwijderen. Vooral bij het uitkiezen van de plaats waar u gaat staan, moet er goed op gelet worden dat de ondergrond stabiel is en dat u niet over iets kunt vallen. Bij het omzagen van bomen goed kijken in welke richting de boom gaat vallen of rollen en altijd vooraf een veilige ontsnappingsplaats en ontspanningsroute bepalen. 1 Zorg dat het gereedschap uit staat Als u de accu plaatst terwijl de schakelaar aan staat, kan het gereedschap onverwachts starten met mogelijk een ongeluk tot gevolg. 2 Bevestigen van de accu (Afb. 4) Druk stevig op de accu totdat deze op de plaats vastklikt, zoals aangegeven in Afb. 4. 3 De schakelaar aanzetten Controleer of de zaagketting niet in contact is met het hout, zet dan de schakelaar aan en begin met zagen wanneer de zaagketting voldoende op snelheid is gekomen. LET OP ○ Bij het inschakelen van het gereedschap erop letten dat de zaagketting niet in contact is met materialen of iets anders. ○ Tijdens het gebruik erop letten dat de zaagketting niet in contact komt met andere materialen of voorwerpen. Vooral wanneer u klaar bent met zagen, moet u er goed op letten dat het gereedschap niet de grond raakt. OPMERKING Vul de olietank tijdig met olie om te voorkomen dat er geen olie meer in het gereedschap is.

1. Algemene zaagprocedures

(1) Schakel de stroom in terwijl u de zaag een stukje verwijderd houdt van het hout dat u gaat zagen. Begin met zagen nadat het gereedschap de volle snelheid heeft bereikt. (2) Bij het zagen van een dun stuk hout drukt u de basis van het zwaard tegen het hout en zaagt dan naar beneden zoals aangegeven in Afb. 24. (3) Bij het zagen van een dik stuk hout drukt u de pin op het voorste gedeelte van het gereedschap tegen het hout en zaagt dan via een hefboombeweging terwijl u de pin als een draaipunt gebruikt zoals aangegeven in Afb. 25. (4) Bij het horizontaal zagen van hout draait u het gereedschap naar rechts zodat het zwaard onder is en houdt u de bovenzijde van de voorste handgreep met uw linkerhand vast. Houd het zwaard horizontaal en plaats de pin die aan de voorzijde van het gereedschap is op het hout. Gebruik de pin als een draaipunt en zaag het hout door de handgreep naar rechts te draaien. (Afb. 26) (5) Wanneer hout vanaf onder wordt gezaagd, moet het bovenste gedeelte van het zwaard het hout lichtjes raken. (Afb. 27) 000BookCS3630DA.indb83000BookCS3630DA.indb83 2019/07/2917:49:462019/07/2917:49:4684 Nederlands (6) Lees voor gebruik de bedieningsinstructies en zorg dat u praktische ervaring heeft met het gebruik van de kettingzaagmachine, of dat u op zijn minst met de kettingzaagmachine oefent met het zagen van stukken rond hout op een zaagschraag. (7) Bij het zagen van boomstammen of planken die niet worden ondersteund, gebruikt u een zaagschraag of een andere methode om ervoor te zorgen dat het hout niet kan bewegen. LET OP ○ Bij het zagen van hout vanaf onder bestaat het gevaar dat het gereedschap in uw richting wordt teruggeduwd wanneer de zaagketting hard tegen het hout stoot. ○ Zaag niet helemaal door het hout heen wanneer u vanaf onder begint, aangezien het zwaard mogelijk ongecontroleerd naar boven vliegt wanneer het einde van de zaagsnede wordt bereikt. ○ Pas op dat de draaiende kettingzaag niet de grond of draadhekken raakt.

(1) Takken van een staande boom afzagen: Een dikke tak moet eerst een stuk verwijderd van de stam van de boom worden afgezaagd. Begin met de tak ongeveer een derde vanaf onder door te zagen en zaag de tak dan vanaf boven volledig door. Zaag daarna het resterende gedeelte van de tak langs de stam van de boom af. (Afb. 28) LET OP ○ Wees altijd voorzichtig met vallende takken. ○ Wees voorbereid op terugslag van de kettingzaagmachine. (2) Takken van een omgevallen boom afzagen: Zaag eerst de takken af die de grond niet raken en daarna de takken die de grond wel raken. Bij het afzagen van dikke taken die de grond raken zaagt u de tak eerst vanaf boven ongeveer half door en daarna zaagt u de tak vanaf onder door. (Afb. 29) LET OP ○ Bij het afzagen van taken die de grond raken moet u voorzichtig zijn dat het zwaard niet door de druk vast komt te zitten. ○ Houd er rekening mee dat de stam plotseling kan gaan rollen bij het afzagen van de laatste takken.

3. Boomstammen doorzagen

Bij het doorzagen van een boomstam die geplaatst is zoals aangegeven in Afb. 30 zaagt u de boomstam eerst vanaf onder ongeveer een derde door en daarna zaagt u de boomstam vanaf boven helemaal door. Bij het doorzagen van een boomstam die over een kuil ligt zoals aangegeven in Afb. 31 zaagt u de boomstam eerst vanaf boven ongeveer twee derde door en daarna zaagt u vanaf onder naar boven. LET OP ○ Pas op dat het zwaard niet door de druk in de boomstam klem komt te zitten. ○ Wanneer u op een helling werkt, moet u altijd aan de hellingopwaartse zijde van de boomstam staan. Als u aan de hellingafwaartse zijde van de boomstam staat, kan de boomstam naar u toe rollen.

(1) Zaag een valkerf zoals aangegeven in Afb. 32: Zaag de valkerf aan de zijde waarin u wilt dat de boom moet omvallen. De diepte van de valkerf moet ongeveer 1/3 van de diameter van de boom bedragen. Zaag nooit een boom om zonder dat u een degelijke valkerf hebt gemaakt. (2) Zaag een velsnede zoals aangegeven in Afb. 32: De velsnede moet ongeveer 5 cm hoger zijn en parallel lopen aan de horizontale valkerf. Als de ketting vast komt te zitten tijdens het zagen, stopt u de zaag en gebruikt dan wiggen om de ketting vrij te maken. Zaag niet door de volledige boom heen. LET OP ○ Bij het omzagen van bomen voorzichtig zijn dat niemand in gevaar wordt gebracht en er geen beschadigingen aan eigendommen of openbare voorzieningen worden aangebracht. ○ Ga altijd aan de hellingopwaartse zijde van het terrein staan aangezien de boom mogelijk naar beneden gaat rollen of schuiven nadat deze is omgezaagd. Voorzorgsmaatregelen bij de zaagwerkzaamheden Voor uitgebreide werkzaamheden of bij ononderbroken werken Om de motor en de elektronische onderdelen in dit gereedschap te beschermen, gaat er een LED- lampje knipperen wanneer het gereedschap aan hoge temperaturen wordt blootgesteld. Als u met kracht zaagt of drukt bij een hoge belasting of ononderbroken werken, zullen de motor en de elektronische onderdelen heet worden en gaat het LED- lampje knipperen. OPMERKING ○ Als het LED-lampje knippert, stopt u met het gebruik en laat u het gereedschap voldoende afkoelen. Als u doorgaat met het gebruik, kan het gereedschap beschadigd raken. ○ Wanneer u ononderbroken werkt, moet u als de accu wordt vervangen het gereedschap minstens 15 minuten laten afkoelen. ○ Als na een werkonderbreking het LED-lampje knippert wanneer u het gereedschap weer inschakelt, betekent dit dat het gereedschap niet voldoende is afgekoeld en moet u het gereedschap nog een tijdje laten staan voordat u het opnieuw inschakelt. Grijp/drukkracht van de kettingzaag Pak de kettingzaag altijd stevig vast. Druk niet harder dan nodig is op de kettingzaag. De zaagsnelheid is niet groter wanneer tijdens het zagen extra hard op de kettingzaag wordt gedrukt. Hierdoor wordt wel de motor extra belast, wat resulteert in een lagere prestatie en mogelijk beschadiging of een defect van de motor of het zwaard tot gevolg. Gebruik het gereedschap binnen het bereik waar de zaagketting met normale snelheid werkt. Als de zaagketting stopt (vast komt te zitten) als gevolg van het uitoefenen van een te grote druk, kan dit mogelijk letsel of een defect van het gereedschap veroorzaken. Kettingvanger ○ De kettingvanger bevindt zich dichtbij de aandrijving, net onder de ketting en dient om te voorkomen dat een gebroken ketting de gebruiker zou kunnen raken. ○ Wanneer de zaagketting is gebroken, vervangt u deze door een nieuwe zaagketting zoals beschreven in “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting”.

SLIJPEN VAN HET KETTINGBLAD

WAARSCHUWING Om een ongeluk te voorkomen, moet u het gereedschap altijd uitschakelen en de accu losmaken van het gereedschap. Draag altijd dikke handschoenen bij het werken met zaagkettingen. OPMERKING Slijp de zaagketting en stel de dieptemeter op de middelste positie van het zwaard af, met de zaagketting aan het gereedschap bevestigt. Wanneer de scherpte van een zaagketting afneemt, worden de motor en de andere onderdelen van het gereedschap extra belast en levert het gereedschap een inferieure prestatie. Voor een optimale werking van het gereedschap is regelmatig onderhoud vereist om de zaagketting scherp te houden. 000BookCS3630DA.indb84000BookCS3630DA.indb84 2019/07/2917:49:462019/07/2917:49:4685 Nederlands

1. Slijpen van de bladen

De ronde vijl dient tegen het zaagblad gehouden te worden zodat een vijfde deel boven de bovenkant van het zaagblad uitsteekt, zoals getoond in Afb. 33. Slijp de bladen door de ronde vijl onder een hoek van 30° te houden ten opzichte van het zwaard zoals aangegeven in Afb. 34, waarbij u erop let dat de ronde vijl recht worden gehouden zoals aangegeven in Afb. 35. Zorg dat alle bladen onder dezelfde hoek worden gevijld, want anders zal de zaagprestatie van het gereedschap afnemen. De vereiste hoeken voor het juist slijpen van de bladen zijn aangegeven in Afb. 36. (De ronde vijl wordt apart verkocht.)

2. Afstellen van de dieptemeter

LET OP ○ Schuur niet het bovenste gedeelte van de bumperbindriem en de bescherming-aandrijfkoppeling en zorg er ook voor dat deze onderdelen niet worden vervormd. ○ De afstelling van de dieptemeters moet binnen de vooraf bepaalde afmetingen en vormen zijn, anders neemt de kans op terugslag toe met mogelijk letsel tot gevolg. Bumperbindriem Bescherming- aandrijfkoppeling De dieptemeters dienen alle op dezelfde wijze te worden geplaatst want deze worden gebruikt om de diepte af te stellen op de plaats waar de zaag in het hout komt. Wanneer de zaagketting wordt geslepen, moet de dieptemeter na elke twee of drie keer worden gecontroleerd. Plaats het verbindingsdeel van de dieptemeter op de zaagketting, waarbij u de dieptemeter zichtbaar houdt bij de groef, en gebruik dan een vlakke vijl voor het afschuinen van het gedeelte uit het verbindingsdeel van de dieptemeter. (Afb. 38) (Verbindingsdeel van dieptemeter en vlakke vijl zijn los verkrijgbaar) Nadat de dieptemeter is afgevijld, maakt u de voorkant van de dieptemeter rond zoals deze was. (Afb. 39) Na het slijpen van de zaagketting legt u deze in kettingolie om het slijpsel af te wassen. Als het slijpsel niet wordt afgewassen, zullen de zaagketting en het zwaard tijdens het gebruik snel slijten.

OVER HET USB-APPARAAT

○ Een USB-apparaat opladen via een stopcontact. (Afb. 48-a) ○ Een USB-apparaat en accu opladen via een stopcontact. (Afb. 48-b) ○ Een USB-apparaat opladen. (Afb. 49) ○ Wanneer het opladen van het USB-apparaat is voltooid. (Afb. 50)

ONDERHOUD EN INSPECTIE

Na gebruik voert u de vereiste inspecties en het onderhoud van de onderdelen uit voordat u het gereedschap opbergt. WAARSCHUWING Tijdens onderhoud en inspectie altijd het gereedschap uitschakelen en de accu van het gereedschap losmaken. Haal ook de stroomstekker van de oplader uit het stopcontact.

1. Inspectie van zaagkettingen

○ Inspecteer de zaagketting regelmatig. Bij een abnormale situatie vervangt u de zaagketting door een nieuwe zoals beschreven in “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting”. ○ Inspecteer de kettingspanning en controleer of de ketting correct is aangebracht. ○ Stop met het gebruik van het gereedschap wanneer de zaagketting bot wordt en slijp de zaagketting vervolgens zoals beschreven in “Slijpen van het kettingblad”. ○ Smeer de zaagketting en de zwaarden na gebruik zorgvuldig met olie om roest te voorkomen. LET OP Draag handschoenen om letsel tijdens het aanraken van de zaagketting te voorkomen.

2. Reinigen van de zijafdekking en de rembandkamer

(Afb. 40, 41) Reinig de onderdelen en verwijder eventueel achtergebleven zaagsel. OPMERKING Wanneer u de zijafdekking, rembandkamer, kettingolietuit en het zwaard wilt reinigen, zie dan de aanwijzingen onder “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting” om de zaagketting te verwijderen.

3. Reinigen van de kettingolietuit (Afb. 42)

Verwijder de zijafdekking en het zwaard alvorens de kettingolietuit te reinigen.

4. Reinigen van het zwaard (Afb. 9, 43)

Wanneer zich zaagsel en andere verontreinigingen in de groef van het zwaard of de olietuit hebben opgehoopt, kan er geen olie stromen met mogelijk een defect van het gereedschap tot gevolg. Verwijder het zwaard en veeg eventueel zaagsel in de groef na gebruik weg en ook wanneer de zaagketting wordt vervangen. (Zie “Aanbrengen (vervangen) van de zaagketting”.)

5. Inspectie van de koolborstels (Afb. 44)

In de motor zijn koolborstels gebruikt, die onderhevig zijn aan slijtage. Omdat een te ver versleten koolborstel kan leiden tot problemen met de motor, dient u de koolborstel te vervangen door een nieuwe wanneer deze tot aan of tot bij de “slijtagelimiet” versleten is. Bovendien moeten de koolborstels altijd schoon zijn en zich vrij in de borstelhouders kunnen bewegen. OPMERKING Verzeker u ervan dat u de HiKOKI koolborstel code no. 999068 gebruikt, wanneer u de koolborstel vervangt.

6. Het wisselen van de koolborstel

Neem de koolborstel uit door eerst de kap van de borstel te verwijderen en vervolgens een schroevendraaier of iets dergelijks in het uitsteeksel van de koolborstel te haken, zoals te zien is in Afb. 45. Bij het monteren van de koolborstel moet u de richting zo kiezen dat de nagel van de koolborstel (zie Afb. 46) overeenkomt met het contactgedeelte van de borstelbuis. Duw de koolborstel vervolgens naar binnen met uw vinger, zoals te zien is in Afb. 47. Doe vervolgens de kap van de borstel weer terug. LET OP ○ U moet echt de nagel van de koolborstel in het contactgedeelte van de borstelbuis passen. (U mag om het even welk van de twee meegeleverde nagels gebruiken.) ○ U moet hier goed op letten, want een eventuele fout hiermee kan resulteren in een vervorming van de nagel van de koolborstel en kan in een vroeg stadium problemen met de motor veroorzaken.

7. Inspectie van bevestigingsschroeven

Kontroleer deze schroeven regelmatig om te verzekeren dat ze goed aangedraaid zijn. Draai loszittende schroeven onmiddellijk vast. Dit om ongelukken te voorkomen.

8. Onderhoud van de motor

De motorwikkeling is het “hert” van het electrishce gereedschap. 000BookCS3630DA.indb85000BookCS3630DA.indb85 2019/07/2917:49:462019/07/2917:49:4686 Nederlands Er moet daarom bijzonder zorgvuldig op gelet worden, dat de wikkeling niet beschadigd en/or met olie or water bevochtigd wordt.

9. Inspectie van aansluitingen (gereedschap en accu)

Voer een controle uit om er zeker van te zijn dat er geen spaanders en stof zijn opgehoopt op de aansluitingen. Voer zo nu en dan voorafgaand aan, tijdens en na gebruik een controle uit. LET OP Verwijder alle spaanders of stof dat zich mogelijk heeft opgehoopt op de aansluitingen. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot een storing.

10. Reiningen van de behuizing

Wanneer de kettingzaagmachine vuil is, kunt u deze reinigen met een zachte doek of een doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen oplosmiddelen op chloorbasis, benzine of witte spiritus want deze middelen kunnen het plastic aantasten.

Bij het opbergen van het gereedschap de onderdelen reinigen en het vereiste onderhoud verrichten, en de kettingkast op het zwaard aanbrengen. Bewaar de kettingzaagmachine op een plaats waar de temperatuur niet hoger is dan 40°C en buiten het bereik van kinderen. OPMERKING Opbergen van lithium-ion accu’s Zorg dat de lithium-ion accu volledig is opgeladen voordat u deze opbergt. Langdurig opbergen (3 maanden of langer) van een accu die bijna leeg is kan resulteren in slechtere prestaties, een sterke afname van de gebruiksduur van de accu en ook is het mogelijk dat de accu niet meer opgeladen kan worden. Een sterke afname van de gebruiksduur van de accu kan soms wel weer verholpen worden door de accu herhaaldelijk, van twee- tot vijfmaal, op te laden en te gebruiken. Als de gebruiksduur van de accu zeer kort blijft nadat deze meerdere malen is opgeladen en gebruikt, is de accu versleten en dient u een nieuwe accu aan te schaff en. LET OP Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.

SELECTEREN VAN ACCESSOIRES

De accessoires van deze machine staan vermeld op bladzijde 388. Belangrijke informatie voor batterijen van HiKOKI snoerloos elektrisch gereedschap Gebruik altijd een van onze voorgeschreven originele batterijen. Wij kunnen de veiligheid en prestatie van ons snoerloos elektrisch gereedschap niet garanderen bij gebruik van andere dan de voorgeschreven batterijen, of als de batterij gedemonteerd of gewijzigd is (zoals demontage of vervanging van batterijcellen of andere inwendige onderdelen). GARANTIE De garantie op het elektrisch gereedschap van HiKOKI is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifi eke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend servicecentrum van HiKOKI te sturen. Indien door de gebruiker de machine wordt gedemonteerd vervalt de aanspraak op garantie. Informatie betreff ende luchtgeluid en trillingen De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN60745 en voldoen aan de eisen van ISO 4871. Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 100 dB (A) Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 87 dB (A) Onzekerheid K: 3 dB (A) Draag gehoorbescherming. Totale trillingswaarden (triax vector som) bepaald overeenkomstig EN60745.

De totale bepaalde trillingswaarde is gemeten in overeenstemming met een standaardtestmethode en is bruikbaar om meerdere gereedschappen met elkaar te vergelijken. U kunt dit ook als beoordeling vooraf aan de blootstelling gebruiken. WAARSCHUWING ○ De trillingsemissiewaarde tijdens het feitelijke gebruik van het elektrisch gereedschap kan afwijken van de opgegeven totale waarde afhankelijk van de manieren waarop het gereedschap wordt gebruikt. ○ Neem kennis van de veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van de gebruiker die gebaseerd zijn op een schatting van blootstelling onder feitelijke gebruiksomstandigheden (rekening houdend met alle onderdelen van de gebruikscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer dit onbelast draait inclusief de triggertijd). OPMERKING Op grond van het voortdurende research en ont wikkelingsprogramma van HiKOKI zijn veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehouden. 000BookCS3630DA.indb86000BookCS3630DA.indb86 2019/07/2917:49:462019/07/2917:49:4687 Nederlands

OPLOSSEN VAN PROBLEMEN

Voer de inspecties in onderstaande tabel uit als het gereedschap niet normaal werkt. Als dit het probleem niet oplost, contact opnemen met uw dealer of het erkende HiKOKI onderhoudscentrum.

1. Elektrisch gereedschap

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De motor draait maar de zaagketting... ○ beweegt niet ○ beweegt niet vrij De kettingrem kan geactiveerd zijn. Trek de remhendel naar u toe om de rem vrij te zetten. De zaagketting is te strak gespannen. Controleer de spanning van de zaagketting en als de ketting te strak gespannen is zet u deze losser. De zaagketting is van het kettingwiel af. Verwijder de zijkap en controleer of de zaagketting correct om het kettingwiel ligt. De zijkap...

  • is verstopt met zaagsel
  • zit vol met verontreinigingen Verwijder de zijkap en reinig de kettingafdekking. De zwaardgroef...
  • is verstopt met zaagsel
  • er stroomt geen olie Reinig de zwaardgroef en het oliegat. Controleer of er olie in de olietank is en vul indien nodig olie bij. Zaag is niet scherp De zaagketting...
  • is versleten of het blad is stuk
  • is verroest Slijp de zaagketting. Als de slijtage of beschadiging ernstig is, moet de zaagketting door een nieuwe worden vervangen. Controleer of de zaagketting omgekeerd zit. Bevestig de zaagketting opnieuw en let op de juiste richting. De zaagketting is niet voldoende gespannen. Controleer de kettingspanning en zet de ketting strakker als deze niet voldoende gespannen is. De kettingolie ○ stroomt te langzaam ○ komt helemaal niet naar buiten (zit vast) Geen kettingolie in de tank. Vul kettingolie bij. De kettingolietuit is verstopt. Reinig de kettingolietuit. De accu kan niet worden geïnstalleerd Proberen om een andere dan de voor het gereedschap voorgeschreven accu te plaatsen. Installeer alstublieft een multivolt accu. 000BookCS3630DA.indb87000BookCS3630DA.indb87 2019/07/2917:49:462019/07/2917:49:4688 Nederlands

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het laadindicatielampje voor het opladen knippert snel in een paarse kleur, en het opladen van de batterij start niet. De batterij is niet volledig geplaatst. Voeg de batterij stevig in. Er zit vreemde materie in de batterijpolen of waar de batterij is bevestigd. Verwijder de vreemde materie. Het laadindicatielampje voor het opladen knippert snel in een rode kleur, en het opladen van de batterij start niet. De batterij is niet volledig geplaatst. Voeg de batterij stevig in. De batterij is oververhit. Als er niets aan gedaan wordt, zal de batterij automatisch beginnen met opladen als de temperatuur zakt, maar dit kan de levensduur van de batterij verminderen. Het wordt aanbevolen de batterij te laten afkoelen in een goed geventileerde, niet aan direct zonlicht blootgestelde, plaats voordat deze opgeladen wordt. Gebruikstijd batterij is kort, zelfs wanneer de batterij volledig is opgeladen. De levensduur van de batterij is uitgeput. Vervang de batterij door een nieuwe. De batterij vergt een lange tijd om op te laden. De temperatuur van de batterij, de lader of de omringende omgeving is extreem laag. Laad de batterij binnenshuis of in een andere warmere omgeving. De ventilatieopeningen zijn geblokkeerd waardoor de interne componenten oververhit raken. Vermijd het blokkeren van de ventilatieopeningen. De koelventilator draait niet. Neem contact op met een door HiKOKI erkend servicecentrum voor reparatie. Het USB aan/uit-lampje is uitgeschakeld en het USB-apparaat is gestopt met opladen. De capaciteit van de batterij is laag geworden. Vervang de batterij door één met resterende capaciteit. Steek de stekker van de oplader in een stopcontact. USB aan/uit-lampje schakelt niet uit zelfs al is het USB-apparaat klaar met opladen. Het USB aan/uit-lampje licht groen op om aan te geven dat USB opladen mogelijk is. Dit duidt niet op een storing. Het is onduidelijk wat de laadstatus van een USB- apparaat is en of het opladen voltooid is. Het USB aan/uit-lampje schakelt niet uit zelfs niet wanneer het opladen voltooid is. Onderzoek het USB-apparaat dat wordt opgeladen om de oplaadstatus te bevestigen. Het opladen van een USB-apparaat pauzeert halverwege. De oplader was aangesloten op een stopcontact terwijl het USB-apparaat opgeladen werd met behulp van de batterij als voedingsbron. Dit duidt niet op een storing. De oplader pauzeert USB opladen voor ongeveer 5 seconden wanneer deze onderscheid maakt tussen de voedingsbronnen. Een batterij werd in de oplader geplaatst terwijl het USB-apparaat opgeladen werd met behulp van een stopcontact als voedingsbron. Het opladen van het USB-apparaat pauzeert halverwege wanneer de batterij en het USB- apparaat tegelijkertijd opgeladen worden. De batterij is volledig opgeladen. Dit duidt niet op een storing. De oplader pauzeert met het opladen van USB voor ongeveer 5 seconden terwijl hij controleert of de batterij het opladen succesvol heeft voltooid. Het opladen van het USB-apparaat start niet wanneer de batterij en het USB-apparaat tegelijkertijd opgeladen worden. De resterende batterijcapaciteit is extreem laag. Dit duidt niet op een storing. Wanneer de batterijcapaciteit een bepaald niveau heeft bereikt, zal het opladen van USB automatisch beginnen. 000BookCS3630DA.indb88000BookCS3630DA.indb88 2019/07/2917:49:472019/07/2917:49:4789 Español (Traducción de las instrucciones originales) SÍMBOLOS ADVERTENCIA A continuación se muestran los símbolos usados para la máquina. Asegúrese de comprender su signifi cado antes del uso. CS3630DA: Sierra de cadena a batería Para reducir el riesgo de lesiones, el usuario deberá leer el manual de instrucciones. No utilice una herramienta eléctrica con lluvia y humedad ni la deje fuera cuando esté lloviendo. Sólo para países de la Unión Europea ¡No deseche los aparatos eléctricos junto con los residuos domésticos! De conformidad con la Directiva Europea 2002/96/CE sobre residuos de aparatos eléctricos y electrónicos y su aplicación de acuerdo con la legislación nacional, las herramientas eléctricas cuya vida útil haya llegado a su fi n se deberán recoger por separado y trasladar a una planta de reciclaje que cumpla con las exigencias ecológicas. Lea, comprenda y siga todas las advertencias y demás instrucciones de este manual y las que hay en el aparato. Utilice siempre las protecciones para los ojos, cabeza y oídos cuando trabaje con este aparato. Es importante ponerse ropa protectora en los pies, las piernas, las manos y los antebrazos. Advertencia sobre el peligro de contragolpe. Deberá prestarse atención a los posibles movimientos repentinos y accidentales de la barra de guía hacia adelante o hacia atrás. Esta motosierra sólo deberá ser utilizada por operadores formados en la tala de árboles. Relleno de aceite de la cadena Ajuste de tasa de suministro de aceite para la cadena Interruptor de luz Interruptor de indicador de nivel de batería Desconecte la batería ¿QUÉ ES QUÉ? (Fig. 1) A: Interruptor: Dispositivo activado con el dedo. B: Botón de bloqueo: Botón que evita el funcionamiento accidental del gatillo. C: Freno de la cadena: Dispositivo para detener o bloquear la cadena de la sierra. D: Parachoques punzante: Dispositivo para actuar como pivote cuando está en contacto con un árbol o tronco. E: Luz LED: Luz que ilumina el borde cortante. F: Tapa del depósito de aceite: Tapa para cerrar el depósito de aceite. G: Mirilla del aceite: Ventana para comprobar la cantidad de aceite de la cadena. H: Empuñadura delantera: Empuñadura de soporte ubicada en o hacia la parte delantera del cuerpo principal. I: Batería: Fuente de alimentación para operar la unidad. J: Empuñadura posterior (empuñadura superior): Empuñadura de soporte ubicada en la parte superior del cuerpo principal. K: Gancho: Herramienta para colgar la unidad con cuerda, etc. L: Rueda de tensión: Dispositivo para ajustar la tensión de la cadena de la sierra. M: Perno: Perno para fi jar la rueda de tensión y la cubierta lateral. N: Cadena de la sierra: Cadena que sirve como herramienta de corte. O: Barra de guía: La parte que soporta y guía la cadena de la sierra. P: Cubierta lateral: Cubierta protectora de la cadena de la sierra de la barra de guía, el embrague y el piñón cuando se usa la motosierra. Q: Cargador: Para cargar la batería. R: Alimentador de aceite: Contenedor para aceite. S: Funda de la cadena: Funda para cubrir la barra de guía y la cadena de la sierra cuando no se utiliza la unidad. T: Perno: Perno para fi jar la cubierta lateral en su lugar. U: Llave macho hexagonal: Herramienta para afl ojar y apretar el perno. ADVERTENCIA Esta motosierra (CS3630DA) esta prevista especial- mente para el cuidado y la cirugía de árboles. Todos los trabajos a realizar con esta motosierra solamente podrán ser efectuado por trabajadores profesionales en cuidado de árboles. Observar la liter-atura especializada y las directivas de la asociación profesional y de la mutua de previsión de accidentes. La no observación producirá un alto peligro de accidentes. Para trabajar con la motosierra en los árboles, recomendamos que se use siempre una plataforma elevada de trabajo. El trabajo con la técnica de descenso con rapel, con soga, es extremadamente peligroso y solamente deben realizarlo las personas que han recibido un adiestramiento especial. El usuario debe haber recibido una capacitación en el uso de equipos de seguridad y en técnicas de trabajo y escalamiento. Para trabajar en los árboles deben usarse cinturones, sogas y mosquetones. Usar sistemas de retencián para la moto-sierra y el usuario.

Wij verklaren onder onze eigen verantwoordelijkheid dat Snoerloze Kettingzaagmachine, geïdentifi ceerd door het type en de specifi eke identifi catiecode *1), voldoet aan alle relevante vereisten van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische documentatie bij*4) – zie onder. De Europese Normen Manager bij de vertegenwoordiging in Europa is gemachtigd om het technisch dossier samen te stellen. 2000/14/EC Gemeten geluidsdruk: 100 dB Gegarandeerde geluidsdruk: 103 dB Volgens (2006/42/EC): 0598 SGS Fimko Ltd. Särkiniementie 3 P.O.Box 30 FI-00211 Helsinki, Finland heeft een EC-type onderzoek uitgevoerd en het EC-type onderzoekcertifi caat nr. MD- 153 volgens Aanhangsel IX afgegeven. Deze verklaring is van toepassing op producten voorzien van de CE-markeringen. Français Español