AL1 34 E 1400 W - Grasmaaier ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AL1 34 E 1400 W ALPINA in PDF-formaat.

📄 208 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ALPINA AL1 34 E 1400 W - page 131
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ALPINA

Model : AL1 34 E 1400 W

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AL1 34 E 1400 W - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AL1 34 E 1400 W van het merk ALPINA.

GEBRUIKSAANWIJZING AL1 34 E 1400 W ALPINA

Lopend bediende elektrische grasmaaier - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 

  • Voor het speciek gegeven, verwijst  men naar wat aangegeven is op het  identicatielabel van de machine.

Во  случај  на  какво  било  двоумење  или  проблем,  контактирајте со Овластениот  сервис во непосредна  близина или со Застапникот.1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN die strikt opgevolgd moeten worden A) VOORBEREIDING 1) LET OP! Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de  machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de be- dieningsknoppen  en  in staat  bent  de machine  op  de  juiste  wijze te gebruiken. Leer  de motor  snel af te  zetten. Het niet  in acht nemen van de voorschriften en instructies kan elek- trische schokken, brand en/of ernstige letsels veroorzaken.   Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toe- komst te kunnen raadplegen.  2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen  of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzin- gen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gere- glementeerd zijn. 3) Dit toestel kan gebruikt worden door kinderen met een mi- nimale leeftijd van 8 jaar en door personen met beperkte li- chamelijke,  zintuiglijke  of  geestelijke  vermogens  of  zonder  ervaring en kennis, indien ze onder toezicht staan of opgeleid  werden in verband met het veilig gebruik van het toestel en in- dien ze de gevaren die erbij betrokken zijn, begrijpen. De kin- deren mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het  gewoon onderhoud mogen niet uitgevoerd worden door kin- deren zonder toezicht. 4) Gebruik de grasmaaier nooit als er personen, in het bijzon- der kinderen, of dieren in de buurt zijn 5) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of  onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of an- dere stoen ingenomen heeft die negatieve invloed kunnen  hebben zijn voor zijn reactievermogen en aandacht. 6) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de  gebruiker  aansprakelijk  is  voor  ongevallen  en  onvoorziene  gebeurtenissen die  personen  of hun eigendommen kunnen  overkomen.  Het  valt  onder  de  verantwoordelijkheid  van de  gebruiker om de risico’s, die het terrein waar hij op moet wer- ken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle no- dige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn ei- gen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen,  hobbelige, gladde of instabiele terreinen. 7)  Indien  men  de  machine  aan  derden  wil  geven  of lenen,  moet  men  zich  ervan  verzekeren  dat  de  gebruiker  de  ge- bruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt. 

1)  Gebruik  tijdens  het  gebruik  van  de  machine  steeds ste- vige antislip-werkschoenen en een lange broek.  Bedien de  machine niet met blote voeten of met open sandalen. Draag  geen kettingen, armbanden en kledij met loshangende delen,  of met veters of dassen. Lang haar moet zorgvuldig bijeenge- bonden worden. Draag altijd gehoorbescherming. 2) Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat  van de machine weg zou kunnen springen of de snijgroep en  de motor zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad,  beenderen, enz.). 3) Ga vóór het gebruik over op een algemene controle van de  machine, en in het bijzonder: – het uitzicht van de snij-inrichting, en controleer of de schroeven en de snijgroep niet versleten of beschadigd

LET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften. zijn. Vervang de snij-inrichting en de beschadigde of ver- sleten schroeven en bloc om ervoor te zorgen dat het maai- dek in  balans blijft.  Eventuele  herstellingen moeten nabij  een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden. –   De  veiligheidshendel  moet  vrij  kunnen  bewegen,  zonder  geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze auto- matisch en snel terug in de neutrale stand komen, om het  maaitoestel tot stilstand te brengen. 4) Voor ieder gebruik dient men na te gaan of de toevoerka- bel en het verlengsnoer niet beschadigd zijn en geen tekens  van slijtage  of veroudering  vertonen. De  stekker  onmiddel- lijk uit het stopcontact halen indien de kabel of verlengsnoer  beschadigd zijn. RAAK DE KABEL NIET AAN VOORALEER DEZE UIT HET STOPCONTACT GEHAALD WERD. Gebruik  de machine nooit als de toevoerkabel of het verlengsnoer be- schadigd of versleten zijn. Een beschadigde of versleten ka- bel kan contact met de delen onder spanning veroorzaken. 5) Vooraleer het werk aan te vangen, dient men steeds de be- schermingen op de uitgang te monteren (opvangzak, zijde- lingse aaatbeveiliging of achterste aaatbeveiliging).

C) TIJDENS HET GEBRUIK

1) Werk enkel bij daglicht of met een goede kunstmatige ver- lichting en bij goede zichtbaarheid. Verwijder personen, kin- deren en dieren uit de werkzone. 2) Vermijd, indien mogelijk, op nat gras te werken. Vermijd te  werken in de regen en bij risico op onweer. Gebruik de ma- chine nooit bij slechte weersomstandigheden, en zeker niet  bij kans op bliksem. 3) Stel de machine niet bloot aan regen of vochtigheid. Water  dat in een gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektri- sche schokken.

4) Zorg er voor dat U steeds een goed steunpunt hebt op hel-

lende terreinen 5) Loop nooit, maar stap; laat U niet door de grasmaaier trek- ken.

6) Let bijzonder goed op bij het benaderen van hindernissen

die de zichtbaarheid kunnen beperken. 7) Maai in de dwarse richting van de helling en nooit in de rich- ting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting en let er goed op dat de wielen niet op hindernis- sen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse  verschuiving of verlies van controle over de machine zouden  kunnen veroorzaken. 8) De machine mag nooit gebruikt worden op hellingen van  meer dan 20°, onafgezien van de looprichting.   9) Wees zeer voorzichtig wanneer u de grasmaaier naar u toe  trekt. Kijk achteruit voor en na het achteruit rijden om u ervan  te verzekeren dat er geen hindernissen zijn. 10) Zet de snij-inrichting stil indien de grasmaaier gekanteld  moet worden voor het vervoer, bij het oversteken van zones  zonder gras en wanneer de grasmaaier vervoerd wordt van of  naar de zone die gemaaid moet worden.  11) Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de  straat gebruikt wordt. 12)  Gebruik de  machine niet  indien de  beschermingen  be- schadigd zijn, of zonder de opvangzak, zonder de zijdelingse  of de achterste aaatbeveiliging.  13) Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken.  14)  Start  de  motor  voorzichtig  volgens  de  aanwijzingen  en  houd uw voeten ver van de snij-inrichting verwijderd.  15) Tijdens het opstarten, moeten beide handen zich op de2 handgreep bevinden. 16)  Kantel  de  grasmaaier  niet  voor  het  opstarten.  Start  de  machine op  een vlakke ondergrond zonder hindernissen of  hoog gras. 17) Breng uw handen en voeten nooit nabij of onder de draai- ende delen. Blijf steeds op afstand van de aaatopening. 18) Hef de grasmaaier niet op en vervoer hem niet wanneer  de motor in werking is. 19) Schend of verwijder de veiligheidsinrichtingen niet. 20) Bij de modellen met aandrijving, moet men de koppeling  van de transmissie aan de wielen uitschakelen vooraleer de  motor te starten. 21) Gebruik enkel toebehoren die goedgekeurd werden door  de fabrikant van de machine. 22) Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktui- gen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn. 23) Koppel de snij-inrichting los, stop de motor en koppel de  toevoerkabel los (verzeker u ervan dat alle bewegende delen  volledig stil staan): –   Tijdens het vervoer van de machine –   Telkens wanneer u de grasmaaier onbeheerd achterlaat; –   Vooraleer blokkeringen te verhelpen of het windkanaal vrij  te maken; –   Vóórdat  u  de  machine  controleert,  schoonmaakt  of  er- aan werkt; –   Nadat er op een vreemd voorwerp gestoten is. Controleer  de machine op eventuele beschadigingen en voer de nodi- ge reparaties uit alvorens ze opnieuw te gebruiken;  24) Schakel de snij-inrichting uit en stop de motor; –   Elke keer wanneer u de opvangzak verwijdert of opnieuw  monteert; –   Elke keer wanneer u de zijdelingse aaatdeector verwij- dert of opnieuw monteert; –   Vooraleer de maaihoogte af te stellen indien dit niet vanuit  de plaats van de bestuurder uitgevoerd kan worden. 25)  Behoud  tijdens  het  werk  steeds  de  veiligheidsafstand  ten opzichte van de snij-inrichting, die overeenstemt met de  lengte van de steel. 26) LET OP: – In geval van breuken of ongevallen tijdens het  werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de ma- chine  te  verwijderen  om  geen  verdere  schade  te  berokke- nen; in  geval  van  ongevallen met  persoonlijke  letsels  of  let- sels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte  eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of  letsels  aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onop- gemerkt blijven.

27) LET OP – Het niveau van het geluid en van de trillingen

dat  aangegeven  is  in  deze  handleiding,  zijn  de  maximale  waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van  een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snel- heid van de beweging en  gebrekig onderhoud hebben  een  negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te tref- fen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluids- niveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het on- derhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak  pauzes tijdens het werk. 

D) ONDERHOUD EN OPSLAG

1) LET  OP!  -  Schakel  de  machine  af  van  het  toevoernet  en  lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden  te verrichten.  Draag  geschikte  kleding en werkhandschoenen voor alle handelingen die ge- vaarlijk kunnen zijn voor de handen. 2)  LET  OP!  –  Gebruik  de  machine  nooit  als  er  onderdelen  versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde on- derdelen  moeten  vervangen  en  niet  gerepareerd  worden.  Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik  van niet  originele  en/of niet goed  gemonteerde onderdelen  beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of  persoonlijk  letsels  veroorzaken  waarvoor  de  fabrikant  niet  aansprakelijk gesteld kan worden.  3)  Alle  onderhoudshandelingen en  afstellingen  die  niet be- schreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden  door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat be- schikt  over  de  nodige  kennis  en  uitrustingen  om  de  werken  correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk ni- veau van veiligheid van de machine. Handelingen die uitge- voerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame  personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen  of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen. 4)  Na  elk  gebruik  wordt  de  machine  losgekoppeld  van  het  voedingsnet en wordt eventuele schade opgespoord. 5)  Laat  bouten  en  schroeven  vastgedraaid  zitten  om  er  ze- ker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier ge- bruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heggen- schaar pleegt, zal  de werking  ervan veilig  blijven  en zal  het  prestatieniveau bewaard blijven. 6) Controleer regelmatig of de schroeven van de snij-inrich- ting correct vastgedraaid zijn. 7) Draag werkhandschoenen om de snij-inrichting te hante- ren, te demonteren of opnieuw te monteren. 8) Let op de balans van de snij-inrichting, wanneer dit gesle- pen wordt. Alle handelingen die betrekking hebben op de snij- inrichting  (demontage,  slijpen,  in  balans  brengen,  hermon- tage en/of vervanging) vergen een specieke vaardigheid en  het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwe- gingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd  worden in een gespecialiseerd centrum.  9) Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop let- ten dat de vingers niet tussen de bewegende snij-inrichting en  de vaste delen van de machine verklemd geraken. 10) Raak de snij-inrichting niet aan totdat de machine losge- koppeld  is van het stopcontact  en de snij-inrichting volledig  stilstaat. Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men  erop te letten dat de snij-inrichting kan bewegen, ook al is de  machine losgekoppeld van het netwerk. 11)  Controleer  vaak  de  zijdelingse  aaatbeveiliging,  of  de  achterste aaatbeveiliging, en de opvangzak op slijtage of be- schadiging. Vervang ze indien ze beschadigd zijn. 12) Vervang de labels met instructies en waarschuwingen, in- dien deze beschadigd zijn. 13) Berg de machine op in een plaats die niet toegankelijk is  voor kinderen. 14) Laat de motor eerst afkoelen alvorens de machine de ma- chine in eender welke ruimte op te bergen. 15) Houd de machine,  en  in  het  bijzonder  de  motor  vrij  van  resten gras, bladeren of teveel vet, om het risico op brand tot  een minimum te herleiden. Leeg de opvangzak en laat geen  containers met gemaaid gras in gesloten ruimtes achter.

2) Houd het verlengsnoer ver van de snij-inrichting. De snij-

inrichting kan de kabel beschadigen en contact veroorzaken  met de delen onder spanning. 3)  Rijd  nooit  met  de  grasmaaier  over  de  elektrische  kabel.3 Tijdens  het  maaien,  dient  men  de  kabel  steeds  achter  de  grasmaaier en steeds langs de kant van het reeds gemaaide  gras te houden. Gebruik de kabelhouderhaak zoals aangege- ven in dit handboekje, om te voorkomen dat de kabel per on- geluk loskomt maar zorg ervoor dat de stekker correct en zon- der te forceren in het stopcontact gevoerd wordt. 4) Voed het apparaat met een dierentiaalschakelaar (RCD –  Residual Current Device) met een ontkoppelingsstroom van  maximum 30 mA. 5)   De stekker van de machine moet compatibel zijn met  het  stopcontact.  De  stekker  mag  nooit  gewijzigd  worden.  Gebruik geen adapters voor machines die voorzien zijn van  een  aardleiding.  De  niet-gewijzigde  stekkers  die  geschikt  zijn voor het stopcontact verminderen het risico voor elektri- sche schokken. 6) Wanneer de voedingskabel van de machine beschadigd is,  mag hij enkel door een originele nieuwe kabel vervangen wor- den, door een gekwaliceerd technicus of nabij een gespeci- aliseerd servicecentrum.  7) De blijvende aansluiting van om het even welk elektrisch  apparaat op het elektriciteitsnet van het gebouw moet uitge- voerd worden door een  gekwaliceerd elektricien,  conform  de geldende wetgeving.  Een niet correct uitgevoerde aanslui- ting kan ernstige persoonlijke letsels veroorzaken en zelfs de  dood tot gevolg hebben. 8) LET OP: GEVAAR! Vocht en elektriciteit gaan niet samen:  De elektrische kabels moeten altijd in droge omstandigheden  gehanteerd en aangesloten worden; –   Breng een elektrisch stopcontact of kabel nooit in contact  met een natte zone (plas of vochtig gras); –   De aansluitingen tussen de kabels en de contacten moeten  altijd van het waterdichte type zijn. Gebruik verlengsnoeren  met  volledige  waterdichte  en  gehomologeerde  stekkers,  die verkrijgbaar zijn in de handel. 9) De toevoerkabels moeten van goede kwaliteit zijn, m.a.w.  niet minder dan het type H05RN-F of H05VV-F met een mini- male doorsnede van 1,5 mm2 en een maximaal aanbevolen  lengte van 25 m. 10) Haak de kabel vast aan de kabelhouder vooraleer de ma- chine in te schakelen. 11)  Gebruik de kabel niet op onjuiste wijze. Gebruik de kabel  niet om de machine te transporteren, om aan de machine te  trekken of om de stekker uit het stopcontact te halen. Houd de  kabel uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe hoeken  of bewegende onderdelen. Een beschadigde of geknelde ka- bel verhoogt het risico voor elektrische schokken. 12)  Laat  het  snoer  tijdens  het  werken  niet  opgerold,  om  te  voorkomen dat hij oververhit raakt. 13)  Voorkom met het lichaam in contact te komen met geaar- de oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, keukens of koel- kasten. Het risico voor elektrische schokken vermindert wan- neer het lichaam geaard is. 14) Overbelast de machine niet. Gebruik de machine die ge- schikt is voor het werk. Met een gepaste machine zal het werk  beter en op veiligere wijze uitgevoerd worden, aan de snel- heid waarvoor ze ontworpen werd.

F) TRANSPORT EN VERPLAATSING

1)  Telkens  wanneer  de  machine  verplaatst,  geheven,  ver- voerd of overgeheld moet worden, is het noodzakelijk: –   Stevige werkhandschoenen te dragen; –   De  machine vast te nemen op  punten waar u een stevige  grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de sprei- ding van het gewicht; –   Een beroep te doen op een toereikend aantal personen die  het gewicht van de machine kunnen heen, volgens de ken- merken van het transportmiddel of de plaats waar de ma- chine opgenomen of opgesteld moet worden.  –   U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine  geen schade of letsels veroorzaken. 2) Bevestig de machine tijdens het vervoer goed met touwen  of kettingen. G) MILIEUBESCHERMING 1)  De  milieubescherming  moet  een  belangrijk  en  prioritair  aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste  van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.  Wees geen storend element voor uw buren. 2)  Volg  nauwgezet de  plaatselijke normen voor het verwer- ken van de verpakking, batterijen, versleten delen of eender  welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval  mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet  gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toever- trouwd  worden,  die  de  recyclage  van  de  materialen  zullen  verzorgen. 3) Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking  van het snijafval. 4)  Bij  het  buiten  bedrijf  stellen  van  de  machine,  mag  deze  nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar  een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende  lokale normen.

EN GEBRUIKSGEBIED Deze machine is een tuingereedschap en met name een gras- maaier met lopende bestuurder. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een snij- inrichting aanschakelt die beschermd is door een carter, voor- zien van wielen en een handgreep.  De  bediener  kan de  machine  besturen en  de  belangrijkste  commando’s bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep  blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende snij-inrich- ting. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, val- len de motor en de snij-inrichting na enkele seconden stil. Voorzien gebruik Deze machine is ontworpen en gebouwd om gras te maaien  (en op te vangen) in tuinen en zones met gras, met een groot- te in verhouding met de maaicapaciteit, in aanwezigheid van  een lopende bediener. De aanwezigheid van toebehoren of specieke inrichtingen  kan vermijden dat het gemaaide gras verzameld moet worden  ofwel voor een “mulching” eect zorgen, waarbij het gemaai- de gras op het terrein wordt achtergelaten.  Type gebruiker Deze machine is  bestemd voor gebruik door consumenten,  d.w.z. door niet professionele bedieners. Deze machine is be- stemd voor een amateuriëel gebruik. Onjuist gebruik Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven be- schreven  is,  kan  gevaarlijk  zijn  en  schade  berokkenen  aan4 personen en/of zaken.  De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoor- beeld, maar niet uitsluitend): –   vervoer van personen, kinderen of dieren op de machine; –   zich door de machine laten vervoeren; –   gebruik van de machine voor het aanslepen of aanduwen  van een last; –   gebruik van de  machine  voor het verzamelen van  blade- ren of afval; –   gebruik  van  de  machine  voor  het  knippen  van  heggen  of  voor het maaien van andere vegetatie dan gras; –   gebruik  van de machine door meer dan één persoon  te- gelijk; –   inschakeling  van  de  draaiende  inrichting  op  zones  zon- der gras.

IDENTIFICATIELABEL EN ONDERDELEN VAN DE

MACHINE (zie afbeeldingen op pag. ii)

Spanning en frequentie voeding 10a.   Elektrische beschermingsgraad

  Haak elektrisch snoer Onmiddellijk na de aankoop van de machine, worden de iden- ticatienummers (3 – 4 – 5) in de hiertoe bestemde ruimten op  de laatste pagina van de handleiding genoteerd. Het voorbeeld van  de  verklaring  van overeenstemming  be- vindt zich op de voorlaatste pagina van de handleiding. Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huis- houdelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/ EU inzake elektrisch en elektronisch afval en de toe- passing  ervan  overeenkomstig  de  nationale  wetge- ving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart inge- zameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektri- sche apparatuur  afgedankt wordt  op een afvalpark of in de  ondergrond, kunnen de schadelijke stoen de waterlaag be- reiken en  in de  voedingsketen  terecht  komen,  met  nadelige  gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Voor meer informa- tie over de afdanking van dit product, contacteer de instantie  die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval  of raadpleeg uw Verkoper.

BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN

OP DE KNOPPEN (indien aanwezig)

   LET OP - Bij het opstarten van de motor wordt tegelijker- tijd ook de snij-inrichting ingeschakeld.

  Werking VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN   -  Uw  grasmaaier  moet  voorzichtig gebruikt worden. Daarom zijn er op de machine  pictogrammen  aangebracht  die  u  aan  de  belangrijkste  vei- ligheidsvoorschriften  herinneren.  Hun  betekenis  is  hieron- der weergegeven. Verder wordt u aanbevolen de veiligheids- voorschriften in het speciale hoofdstuk daarover in dit boekje  zorgvuldig door te lezen. Vervang de beschadigde of onleesbare stickers.

 Risico  wegschietende  voorwerpen.  Houd  de  personen  buiten de werkzone tijdens het gebruik.

 Let op de scherpe snij-inrichting: Haal de stekker uit het  stopcontact vooraleer het onderhoud aan te vangen of wanneer de kabel  beschadigd  is.  Steek  uw  handen  of  voeten niet in de holte van de snij-inrichting.

 Let op: houd het toevoersnoer ver van de snij-inrichting.

 Enkel voor grasmaaiers met batterij.

 Let op de scherpe snij-inrichting: De snij-inrichting blijft  draaien ook na het uitschakelen van de motor. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN OPMERKING - De overeenkomst tussen de verwijzin- gen in de tekst en de bijbehorende afbeeldingen (op de pag. iii en daaropvolgende ) is gegeven door het nummer dat voor iedere paragraaf staat.

1. DE MONTAGE VERVOLLEDIGEN

OPMERKING De machine kan mogelijk geleverd worden met sommige onderdelen reeds gemonteerd. LET OP! De machine moet op een vlakke en so- lide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. De verpakking moet volgens de plaatselijk geldende be- palingen worden afgevoerd. 1.1a Montage van de steel (Type “I” - Model 340) Steek de rechtse (11) en linkse (12)  onderste delen  van de  steel in de daarvoor bestemde openingen, en bevestig deze  delen met de bijgeleverde schroeven (13) en rondsels (13a). Monteer het bovenste deel van de steel (14) en blokkeer het  aan de twee  onderste delen (11) en (12) met  behulp van  de  bovenste handvaten (15) (die voordien uit hun openingen gehaald  werden),  die  in  een  van  de  twee  openingen  (3)  of  (4)  gestoken  worden  al  naargelang  de  gewenste  uiteinde- lijke hoogte.  Om  de  bevestigingskracht  te  regelen,  moet  u  elk  handvat  (15) losmaken en naar behoefte op zijn as los- of vastdraaien  om een stabiele bevestiging  te  garanderen  van  het boven- ste  deel  (14)  aan  de  twee  onderste  delen  van  de  steel  (11)  en (12), zonder een overdreven kracht te vergen om ze vast  of los te draaien. Haak de kabel (16) vast aan de kabelhouders (17) en (18) zo- als aangegeven.5 1.1b Montage van de steel (Type “II” - Model 340) Steek de rechtse (11) en  linkse  (12)  onderste delen  van  de  steel in de daarvoor bestemde openingen, en bevestig deze  delen met de bijgeleverde schroeven (13) en rondsels (13a). Monteer het bovenste deel van de steel (14) en blokkeer het  aan de twee onderste delen (11) en (12) met behulp van de bo- venste knopjes (15) (die voordien uit hun openingen gehaald  werden), die in een van de  twee openingen (3) of (4)  gesto- ken worden al naargelang de gewenste uiteindelijke hoogte.  Haak de kabel (16) vast aan de kabelhouders (17) en (18) zo- als aangegeven. De  correcte  positie  van  de  haak  van  de  kabel  (19)  is  aan- geduid. 1.1c Montage van de steel (Type “III” - Model 380 - 420) Breng de twee voorgemonteerde onderste delen van de steel  (11) en (12), in de werkpositie en zorg ervoor dat de tand die  gekenmerkt is met «>» UITSLUITEND overeenstemt met een  van de twee holtes van de vertanding die aangegeven zijn met  «1» of «2» , in functie van de gewenste hoogte, en blokkeer  dan beide onderste handvaten (13). De positie moet voor beide zijden gelijk zijn.  Monteer het bovenste deel van de steel (14) en blokkeer het  aan de  twee onderste delen  (11) en (12)  met behulp van de  bovenste handvaten (15) (die voordien uit hun openingen gehaald  werden),  die  in  een  van  de  twee  openingen  (3)  of  (4)  gestoken  worden  al  naargelang  de  gewenste  uiteinde- lijke hoogte.  Om  de  bevestigingskracht  te  regelen,  moet  u  elk  handvat  (15) losmaken en naar behoefte op zijn as los- of vastdraaien  om een  stabiele bevestiging te garanderen  van  het  boven- ste  deel  (14) aan  de  twee  onderste  delen  van  de  steel  (11)  en (12), zonder een overdreven kracht te vergen om ze vast  of los te draaien. Haak de kabel (16) vast aan de kabelhouders (17) en (18) zo- als aangegeven. 1.1d Montage van de steel (Type “IV” - Model 380 - 420) Breng de twee voorgemonteerde onderste delen van de steel  (11) en (12), in de werkpositie en zorg ervoor dat de tand die  gekenmerkt is met «>» UITSLUITEND overeenstemt met een  van de twee holtes van de vertanding die aangegeven zijn met  «1» of «2» , in functie van de gewenste hoogte, en blokkeer  dan beide onderste knopjes (13). De positie moet voor beide zijden gelijk zijn.  Monteer het bovenste deel van de steel (14) en blokkeer het  aan de twee onderste delen (11) en (12) met behulp van de bo- venste knopjes (15) (die voordien uit hun openingen gehaald  werden), die in een van de  twee openingen (3) of (4)  gesto- ken worden al naargelang de gewenste uiteindelijke hoogte.  Haak de kabel (16) vast aan de kabelhouders (17) en (18) zo- als aangegeven. De  correcte  positie  van  de  haak  van  de  kabel  (19)  is  aan- geduid.

1.2 Montage van de opvangzak

Verbind de twee componenten (1) en (2) aan de zijkanten van  de opvangzak onderling en monteer dan de bovenkant (3) en  maak alle bevestigingselementen rondom goed vast. Monteer het handvat (4) op het bovenste gedeelte van de opvangzak, door het vast te klikken in de daartoe bestemde  uitsparingen.

2. BESCHRIJVING VAN DE COMMANDO’S

OPMERKING De betekenis van de symbolen op de knop- pen wordt verklaard op de volgende pagina’s.

2.1 Schakelaar met tweevoudige

bediening De motor wordt bediend door een schakelaar met tweevoudi- ge bediening, om ongewild opstarten te verhinderen. Voor het opstarten, drukt men de toets (2) in en trekt men aan  de hendel (1), ofwel een van de twee hendels (1a). LET OP! Bij het opstarten van de motor wordt te- gelijkertijd ook de snij-inrichting ingeschakeld. De motor valt automatisch stil wanneer de hendel (1), of beide  hendels (1a) losgelaten worden.

2.2 Afstelling van de maaihoogte

OPMERKING Met deze machine kan men het gras op ver- schillende wijzen maaien; vooraleer het werk aan te vangen, raadt men aan de machine af te stellen al naargelang de wijze waarop men het gras wil maaien. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS DE MOTOR UITGESCHAKELD IS. 3.1a Voorbereiding voor het maaien en opvangen van het gras in de opvangzak: –   Plaats  de  achterste  aaatbeveiliging  (1)  omhoog  en  be- vestig de  opvangzak (2)  correct  zoals aangegeven op  de  afbeelding. 3.1b Voorbereiding voor het maaien en uitlaat van het gras achteraan: –   Verwijder de opvangzak en zorg ervoor dat de achterste af- laatbeveiliging (1) stabiel omlaag blijft. 3.1c Voorbereiding voor het maaien en fijnmalen van het gras (“mulching” functie – indien voorzien): –   Til de achterste steenbeschermkap (1) op, voer de deec- tordop (5) in de uitlaatopening en duw hem goed aan totdat  de onderste rand correct aan de boord van de uitlaatope- ning vastgehaakt wordt. Om de deectordop (5) te verwijderen, tilt u de achterste af- laatbescherming (1) op en verwijdert u de dop door deze om- hoog getrokken te houden om de onderste rand van de boord  van de uitlaatopening los te maken.

Bevestig het verlengsnoer correct zoals aangegeven. Voor  het  opstarten  van  de  motor, drukt  men de  veiligheids- toets (2) in en trekt men aan de hendel (1) van de schakelaar,  ofwel aan een van de twee hendels (1a). BELANGRIJK Wanneer de machine opgestart wordt, kunnen er zich tijdelijke spanningsdalingen voordoen. Om eventuele storingen te vermijden aan andere apparaten die aan het toevoernet verbonden zijn, moet men zich ervan verzekeren dat de impedantie lager is dan 0,42 Ohm.6

Let  erop  dat  de  elektrische  kabel  zich,  tijdens  het snijden,  steeds achter uw rug bevindt en langs de kant van het gazon  dat reeds gemaaid werd. Het gazon zal er beter uitzien als het steeds op dezelfde hoogte en afwisselend in de twee richtingen gemaaid wordt. Wanneer de opvangzak te vol wordt, wordt het gras niet meer  eciënt  opgevangen  en  verandert  het  geluid  van  de  gras- maaier. Om de opvangzak te verwijderen en te ledigen,  –   de  schakelhendel  loslaten  en  wachten  tot  de  snij-inrich- ting stil staat; –   de  achterste  aaatbeveiliging  (2)  omhoog  plaatsen,  de  handgreep  vastnemen  en  de  opvangzak  verwijderen;  de  opvangzak rechtop houden.

  • In geval van “mulching”: vermijd steeds grote hoeveel- heden gras af te snijden. Maai nooit meer dan een derde  van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt!  Pas  de rijsnelheid aan de toestand van het grasveld en de hoe- veelheid gemaaid gras aan. Raadgevingen voor de zorg van het gazon Iedere soort gras heeft verschillende kenmerken en er kun- nen dus verschillende werkwijzen nodig zijn om het gazon te  verzorgen; lees  steeds de aanwijzingen  op de zaadverpak- kingen  met  betrekking  op de  maaihoogte,  en  al  naargelang  de groeicondities van de zone waar men werkt. Houd  er  rekening  mee  dat  de  meeste  soorten  gras  uit  een  steel en een of meerdere bladeren bestaan. Als de bladeren  volledig afgemaaid worden, wordt het gazon beschadigd en  zal het moeilijker teruggroeien. Over het algemeen, gelden de volgende aanwijzingen: –   een te laag maainiveau veroorzaakt scheuren en leegtes in  het grasveld, en een “gevlekt” aspect”; –   in  de  zomer, moet het  gras hoger  gemaaid  worden om te  vermijden dat het terrein uitdroogt; –   maai het gras niet wanneer het nat is; dit zou de werkzaam- heid  van  de  snij-inrichting  verminderen  omwille  van  het  gras dat eraan vastkleeft en zou scheuren in het grasveld  veroorzaken; –   indien het gras bijzonder hoog is, is het raadzaam eerst op  de maximaal toegestane hoogte te maaien en vervolgens  een tweede maaibeurt te doen na twee of drie dagen.

Na  het  werk,  laat  men  de  hendel  (1),  ofwel  beide  hendels  (1a) los. EERST de stekker uit het stopcontact (2) trekken en DAARNA  het  snoer  van  de  schakelaar  van  de  grasmaaimachine  (3)  loskoppelen. WACHTEN TOT DE SNIJ-INRICHTING STIL STAAT, voor- aleer eender welke ingreep uit te voeren op de grasmaaier. BELANGRIJK Indien de motor tijdens het werk stopt we- gens oververhitting, moet men 5 minuten wachten vooraleer deze weer op te starten.

Bewaar de grasmaaier op een droge plaats. BELANGRIJK Een regelmatig en zorgzaam onderhoud is onontbeerlijk om de veiligheid en originele performances van de machine mettertijd te behouden. Iedere ingreep voor afstelling of onderhoud moet uitgevoerd  worden bij stilstaande motor, terwijl de machine losgekoppeld  is van het elektrisch net. 1)   Draag robuuste werkhandschoenen bij alle ingrepen voor  reiniging, onderhoud of afstelling van de machine. 2)   Verwijder,  na  iedere  maaibeurt,  de  resten  van  gras  en  modder die binnen het chassis opgestapeld worden om te  vermijden dat deze resten, wanneer ze opdrogen, een vol- gend opstarten moeilijk maken. 3)   Verzeker  u  er  steeds  van  dat  de  luchtgaten  vrij  zijn  van  afval.

4.1 Verticale opslag (Model 380 - 420)

Indien nodig, kan de machine verticaal opgeborgen worden,  door ze aan een haak te hangen. LET OP! Verzeker u ervan dat de haak en zijn be- vestigingssysteem geschikt zijn en in staat zijn het ge- wicht van de machine te dragen; wees voorzichtig en let goed op dat er geen kinderen of dieren op de machine kruipen, die de belasting van de haak zouden verhogen. Haak de machine zo vast dat de snij-inrichting naar een wand gericht is of degelijk bedekt is, zodat dit geen ge- vaar kan vormen in geval van, ook onvoorziene of on- gewilde, aanraking door personen, kinderen of dieren. Om de machine verticaal te plaatsen, zet men de handvaten  (1 - Type “III”) los of draait men de knopjes los (2 – Type “IV”)  en draait men de steel vooruit zodat de tand die gekenmerkt  is met «>» UITSLUITEND overeenstemt met de holte van de  vertanding die aangegeven is met «S», blokkeer dan de hand- vaten (1 - Type “III”) of de knopjes (2 – Type “IV”). De positie moet voor beide zijden gelijk zijn. 

4.2 Onderhoud van de snij-inrichting

Iedere ingreep aan de snij-inrichting kan het best steeds door  een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden, dat over het  meest geschikte gereedschap beschikt. Voor deze machine is het gebruik van een snij-inrichting voor- zien met de code die aangegeven is in de tabel op pagina ii. Gezien de ontwikkeling van het product, kan de boven  ver- melde snij-inrichtingen in de loop van de tijd vervangen wor- den door een andere,  met soortgelijke eigenschappen voor  wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid.  Monteer de snij-inrichting (2) weer met de code naar de grond  gericht, in de volgorde die aangegeven is op de afbeelding. Klem de  centrale  schroef (1) met een dynamometersleutel,  afgesteld op 30 Nm(  voor model 340) of op 16-20 Nm  (voor  model 380 – 420).

4.3 Reiniging van de machine

Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektri- sche onderdelen nat te maken. Gebruik geen agressieve  vloeistoen voor de  reiniging van  het chassis.

4.4 Reiniging van de luchttoevoer

Verwijder  eens per maand het stof  en de grasresten uit de  luchttoevoer, door perslucht te blazen ter hoogte van het rooster.7

Wat te doen bij … Oorsprong van het probleem Oplossing

1. De elektrische grasmaaier werkt niet

Er komt geen stroom aan  de machine Controleer de elektrische  aansluiting

2. De grasmaaier doet de stroom uitvallen

De stroomsterkte van  het stopcontact is niet voldoende Verbind de machine aan  een stopcontact met een  voldoende stroomsterkte Er staan andere elektrische  apparaten aan Sluit geen andere apparaten tegelijkertijd op  hetzelfde stopcontact aan

3. Het gemaaide gras komt niet meer in de

opvangzak terecht De snij-inrichting heeft stoten ondergaan. De snij-inrichting bijslijpen of vervangen. Controleer de vleugels die het gras naar de opvangzak sturen De binnenkant van het  chassis is vuil Maak de binnenkant van  het chassis schoon zodat het gras makkelijker naar  de opvangzak afgevoerd  wordt

4. Het maaien verloopt moeizaam

De snij-inrichting is niet in goede staat De snij-inrichting bijslijpen of vervangen.

5. De machine begint op abnormale wijze begint

te trillen Beschadiging of losgekomen delen Schakel de motor uit en  koppel de toevoerkabel los Controleer eventuele beschadigingen; Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef  ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een Gespecialiseerd Centrum In geval van eender welke twijfel of probleem, raadpleeg de  meest nabije Klantendienst of uw Verkoper.1 SIKKERHETSBESTEMMELSER Må følges nøye.

EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)1. Het bedrijf 2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende elektrische grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Handelsmodel c) Bouwjaar d) Serienummer e) Motor: elektrisch 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: f) Certificatie-instituut g) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen i) Gemeten niveau van geluidsvermogen j) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen k) Snijbreedte q) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier r) Plaats en Datum