Laserliner MultiWetMaster - Meetinstrumenten

MultiWetMaster - Meetinstrumenten Laserliner - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MultiWetMaster Laserliner in PDF-formaat.

📄 268 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice Laserliner MultiWetMaster - page 26
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProductsoortVochtmeter voor bouwmaterialen en hout
MerkLaserliner
ModelMultiWetMaster
Voeding9V batterij (type 6LR61 / 6LR22)
Gewicht185 g
MeetprincipeWeerstandsmeting (pinnen) en capacitieve meting (rubbercontacten)
Meetbereik houtvocht (weerstand)0 tot 90% / Nauwkeurigheid: ±1% (0-30%), ±2% (30-60%), ±4% (60-90%)
Meetbereik houtvocht (capacitief)Zacht hout: 0-52%; Hard hout: 0-32% / Nauwkeurigheid: ±2% (6-30%)
Bereik omgevingstemperatuur-10°C tot 60°C / Nauwkeurigheid ±2°C
Bereik relatieve luchtvochtigheid20% tot 90% RV / Nauwkeurigheid ±3%
Dauwpuntindicatie-20°C tot 60°C
DisplayAchtergrondverlichte LCD met AUTO/ON/OFF-instellingen
LED-indicatie12 balken: 4 groen (droog), 3 geel (vochtig), 5 rood (nat) + geluidssignaal
Vooringestelde materialen19 bouwmaterialen (1-19), 3 houtgroepen (A, B, C) voor weerstandsmeting; 2 houtgroepen (S, H) voor capacitieve meting
IndexmodusGeïndexeerde waarde (0-1000) onafhankelijk van materiaal voor vergelijkende metingen
Speciale functiesAuto-Hold, zelftest, materiaaltemperatuurcompensatie, instelbare LED-drempels in indexmodus
OmgevingsklimaatsensorUitschuifbaar, meet luchttemperatuur en luchtvochtigheid
Bedrijfstemperatuur0°C tot 40°C
Opslagtemperatuur-20°C tot 70°C
Optionele accessoiresDiepteelektroden (ref. 082.026A), externe draagbare elektrode (ref. 082.024)
VeiligheidBeschermkap verplicht tijdens transport; pinnen niet met kracht indrukken
OnderhoudReinigen met een droge doek; voorkom stof en vuil op de contacten
ConformiteitWEEE-richtlijn; EU-normen voor vrij verkeer

Veelgestelde vragen - MultiWetMaster Laserliner

Hoe meet je het vochtgehalte in hout met de MultiWetMaster?
Om het vochtgehalte in hout te meten, gebruik de weerstandsmethode (pinnen) of de capacitieve methode (rubbercontacten). In weerstandsmodus selecteer je de houtgroep (A, B of C) met de SET-toets, druk de elektroden parallel aan de nerf in het hout, wacht tot het %-symbool stopt met knipperen. Voor capacitieve meting kies je het houttype (S voor zacht, H voor hard), druk de contacten stevig op het oppervlak. De capacitieve meetdiepte is beperkt tot 30 mm.
Wat is het verschil tussen weerstandsmeting en capacitieve meting?
De weerstandsmeting gebruikt twee metalen pinnen die in het materiaal worden gedrukt om de elektrische geleidbaarheid te meten. Dit is puntgericht en kan gaten vereisen. De capacitieve meting gebruikt rubbercontacten aan het oppervlak en meet de diëlektrische constante. Het is niet-destructief en onderzoekt een breder maar minder diep gebied.
Hoe selecteer je het materiaal dat je wilt meten?
Druk op de SET-toets om door de vooringestelde materialen te bladeren. Voor weerstandsmeting kun je kiezen uit 19 bouwmaterialen (1A tot 19) en 3 houtgroepen (A, B, C). Voor capacitieve meting zijn er twee houtgroepen (S en H). Je kunt ook de indexmodus gebruiken, onafhankelijk van het materiaal, voor vergelijkende metingen.
Wat betekent de indexmodus en wanneer gebruik je deze?
De indexmodus toont een geïndexeerde waarde van 0 tot 1000 die toeneemt met het vochtgehalte, zonder verwijzing naar een specifiek materiaal. Het is handig voor onbekende materialen of materialen zonder karakteristieke curve, of voor snelle vergelijkende metingen. Je kunt hier de nat/droog-drempels voor de LED-display instellen.
Hoe interpreteer je de LED-display?
De LED-display heeft 12 balken: de eerste 4 groene geven een droog materiaal aan, de 3 gele een vochtig materiaal, en de 5 rode een nat materiaal. Een geluidssignaal klinkt in de rode zone. In indexmodus zijn de drempels instelbaar.
Hoe gebruik je de omgevingsklimaatsensor?
Klap de uitschuifbare zijkant uit voor een betere luchtcirculatie. Plaats het dicht bij het te meten gebied en wacht tot stabilisatie. Het scherm toont de omgevingstemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de berekende dauwpunttemperatuur.
Wanneer gebruik je de diepteelektroden?
Diepteelektroden (ref. 082.026A) worden gebruikt om vocht te meten in verborgen lagen van muur- of plafondconstructies, door voegen of isolatie. Er zijn vier typen: niet-geïsoleerde ronde, geïsoleerde ronde, borstel- en platte. Boor gaten van 8 mm diameter met een tussenruimte van 30-50 mm en wacht ongeveer 30 minuten voordat je meet.
Hoe vervang je de meetpinnen?
De meetpinnen zijn geschroefd. Gebruik een geschikt gereedschap om de versleten pinnen los te draaien en de nieuwe vast te draaien. Zorg dat ze goed vastzitten. Plaats daarna de beschermkap terug.
Welke batterij gebruik je en hoe vervang je deze?
Het apparaat werkt met een 9V-batterij van het type 6LR61 of 6LR22. Open het batterijvak aan de achterkant, verwijder de oude batterij, plaats de nieuwe met de juiste polariteit en sluit het vak. Gebruik een alkalinebatterij van goede kwaliteit.
Hoe stel je de temperatuureenheid (°C/°F) in?
Houd de MODE-toets 1 seconde ingedrukt om het menu te openen. Druk 4 keer op MODE tot 'UNI' op het scherm verschijnt. Gebruik SET om te schakelen tussen °C en °F. De instelling wordt onthouden.

Gebruikersvragen over MultiWetMaster Laserliner

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MultiWetMaster - Laserliner en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MultiWetMaster van het merk Laserliner.

GEBRUIKSAANWIJZING MultiWetMaster Laserliner

! Lees de bedieningshandleiding en de bijgevoegde brochure, Garantie- en aanvullende aanwijzingen volledig door. Volg de daarin beschreven aanwijzingen op. Bewaar deze documentatie goed.

Functie / toepassing

Het onderhavige universele materiaalvocht-meettoestel werkt volgens het principe van de weerstands- en capacitieve meting. Bij het capacitieve meetproces wordt door middel van 2 geleidende rubbercontacten aan de onderzijde van het apparaat de vochtafhankelijke diëlektriciteit van het te meten product bepaald en door interne, materiaalafhankelijke karakteristieken het materiaalvocht in % berekend. Bij het weerstandsmeetproces wordt het vochtafhankelijke geleidingsvermogen van het te meten product bepaald door het product met de meetpunten aan te raken. Het meettoestel vergelijkt de gemeten waarden met de opgeslagen, materiaalafhankelijke karakteristieken en berekent het relatieve materiaalvocht in %. Met het desbetreffende meetproces wordt het materiaalvochtgehalte in hout en beton bepaald. Een extra, opzij aangebrachte sensor bepaalt de omgevingstemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid en berekent aan de hand daarvan de dauwpunttemperatuur.

!

De geïntegreerde bouwmateriaalkarakteristieken voldoen aan de vermelde bouwmaterialen zonder toevoegingen. Bouwmaterialen variëren productiegebonden van fabrikant tot fabrikant. Daarom dienen eenmalig en bij verschillende productsamenstellingen of onbekende bouwmaterialen vergelijkende vochtmetingen te worden uitgevoerd met ijkbare methoden (bijv. Darr-methode). Bij verschillen in de meetwaarden dienen de meetwaarden relatief te worden gezien of de indexmodus voor het vochtresp. drogingsgedrag te worden gebruikt.

1. 1. 6LR61 9V 2. 9V 3. 9V

Laserliner MultiWetMaster - Functie / toepassing - 2

Automatische uitschakeling na 2 minuten.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 DRY WET MODE SET Laserliner® MABRINER/Water®

1 Meetpunten weerstandsmetingen
2 Rubbercontacten capacitieve meting
3 Uitklapbare sensor voor de meting van de omgevingstemperatuur en de luchtvochtigheid
4 Batterijvak
5 Nat/droog ledweergave
6 Materiaalkeuze
7 ON/OFF
8 Voorselectie van de meetmodus (weerstandsmeting, capacitieve meting)
9 LC-display

10 A TEMP 888.8 °C·F 9 RH 188.8% 8 D TEMP 888.8 °C·F MATERIAL 7 6 INDEX 2 3 4 5

1 Batterijlading
2 Materiaalkarakteristiek bouwmateriaal weerstandsmeting: 1...19
3 Indexmodus
4 Weerstandsmeting
5 Capacitieve meting
6 Meetwaarde in % relatieve materiaalvochtigheid
7 Materiaalkarakteristiek hout weerstandsmeting: A, B, C Capacitieve meting: S (soft wood), H (hard wood)
8 Dauwpunttemperatuur in °C / °F
9 Relatieve luchtvochtigheid in %
10 Relatieve omgevingstemperatuur in °C / °F

geel DRY WET groen rood

Nat/droog Ledweergave

12 leds: 0...4 leds groen = droog

5...7 leds geel = vochtig

4 Meting ruimteklimaat

Het meettoestel beschikt over een uit- klapbare sensorbehuizing voor de optimale meting van het omgevingsklimaat. Breng de sensorkop in de buurt van de te meten positie en wacht totdat de weergave voldoende gestabiliseerd is. De meet- waarden voor het omgevingsklimaat zijn permanent zichtbaar op het display.

Laserliner MultiWetMaster - Meting ruimteklimaat - 1

De meting met ingeklapte sensor is ook mogelijk, maar door de uitgeklapte sensor ontstaat een betere uitwisseling met de lucht, waardoor de sensorwaarden sneller stabiel worden.

Relatieve luchtvochtigheid

De relatieve luchtvochtigheid wordt in relatie tot de maximaal mogelijke vochtigheid (100 %) van de lucht met waterdamp aangegeven. De opnamehoeveelheid is temperatuurafhankelijk. Luchtvochtigheid is dus de hoeveelheid van de in de lucht voorhanden waterdamp. De luchtvochtigheid kan 0-100 % rH bedragen. 100 % = verzadigingspunt. De lucht kan met de actuele temperatuur en luchtdruk geen water meer opnemen.

Dauwpunt

De dauwpunttemperatuur is de waarde waarbij de voorhanden waterdamp in de lucht zou condenseren. De MultiWet-Master berekent de dauwpunttemperatuur uit de omgevingstemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de omgevingsdruk. Als de temperatuur op een oppervlak tot onder de dauwpunttemperatuur daalt, vormt zich condensaat (water) aan het oppervlak.

5 Meetproces selecteren

Het meettoestel beschikt over twee verschillende meetprocessen. De meting door middel van de weerstandsmeting geschiedt via de testpunten, het capacitieve meetproces maakt gebruik van de contactoppervlakken aan de onderzijde van het apparaat. Met de toets ,MODE' kunt u tussen de beide meetprocessen omschakelen.

Weerstand Capacitief
Laserliner MultiWetMaster - Meetproces selecteren - 1

flowchart
graph LR
    A["MODE"] --> B["100%"]
    B --> C["MODE"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style C fill:#bbf,stroke:#333

6 Weerstandsmeetproces / materiaal selecteren

Bij het weerstandsmeetproces staan verschillende hout- en bouwmaterialen en de materiaalonafhankelijke indexmodus ter beschikking. De metingen die in de indexmodus worden uitgevoerd, zijn niet materiaal- gebonden resp. voor materialen bedoeld waarvoor geen karakteristieken zijn opgeslagen. Kies het gewenste materiaal door het indrukken van de toets 'SET'. De selecteerbare houtsoorten en bouwmaterialen staan vermeld in de navolgende tabellen onder punt 7 resp. punt 8.

Laserliner MultiWetMaster - Weerstandsmeetproces / materiaal selecteren - 1

flowchart
graph TD
    A["SET"] --> B["MATERIAL 20.0%"]
    B --> C["SET"]
    C --> D["MATERIAL 20.0%"]
    D --> E["SET"]
    E --> F["MATERIAL 20.0%"]
    F --> G["SET"]
    G --> H["MATERIAL 20.0%"]
    H --> I["SET"]
    I --> J["MATERIAL 20.0%"]
    J --> K["SET"]
    K --> L["Houtsoorten: A, B, C Bouwmaterialen: 1,2,3......,18,19 Index"]

7 Materiaaltabel weerstandsmeetproces

Bouwmaterialen

1ABeton C12 / 157Cementestrik, kunststofadditief15Houtgraniet, xyloliet
1BBeton C20 / 2516Polystyreen, styropor
1CBeton C30 / 378Ardurapid cementestrik17Zachtboard hout, bitumen
2Gasbeton (lichter)9Anhydrietestrik
3Kalkzandsteen, dichtheid 1.910Elasticelestrik18Cementgebonden spaanplaat
4Gipsbepleistering11Gipsestrik
5Cementestrik12Houtcement-estrik19Baksteen, steen
6Cementestrik, bitumenadditief13Kalkmortel KM 1/3
14Cementmortel ZM 1/3

8 Materiaaltabel weerstandsmeetproces

Hout
ABC
AbachiAgbaKastanje - tamme kastanje, paardenkastanjeAfromosia
AburaAhornHevea
AfzeliaElsKhaya, mahonieImbuia
PerenboomAlerceDenKokrodua
Black AfaraAmaranthKersenboomNiové Bidinkala
Paraná-pijnboomAndirobaKosipoTola - echt, rood
BeukenRatelpopulierLariksKurk
DabemaBalsaLimbaMelamine spaanplaten
EbbenhoutBasralocusMahonieFenolhars spaanplaat
Eik - Amerikaans (rood)BoomheideMakoré
Eik - witEbiaraMelêze
Es Pau amareloBerkPopulier (alle)
Es - AmerikaansCampêchehoutPruimenboom
Es - JapansCeder VirginiaPijnboom
Hickory zilverpopulierHaagbeuk, witte beukRood sandelhout
Hickory - swapCampêcheIep
IlombaCanariumZeeden
IpéCeibaSteeleik
IrokoDoukaSteeneik
LindeDouglassparTola
Linde - AmerikaansEikTola branca
MockernutEik - Steeneik, Steeleik, troseikWalnoot
NiangonReuzenlevensboom
NiovéEmienGewone esdoorn
OkouméEls rood, zwartWitte berk
PalissanderEsHaagbeuk
Rio PalissanderSparWitte abeel
Groene beukEsAlpenden
Amerikaanse eikGele berkRatelpopulier
TeakGele denEuropese cultuurpruim
WilgHaagbeukItaliaanse cipres
Witte eikHickory zilverpopulierHardbord
CederHickory - poplarHoutvezel isolatieplaten
Cipres - C. LusitIzombéHarde houtvezelplaten
PopulierJacareubaKauramin-spaanplaten
JarrahPapier
IepTextiel
Karri

9 Weerstandsmeetproces / materiaalvocht meten

Waarborg dat zich op de te meten plek geen verzorgingsleidingen (elektrische leidingen, waterleidingen...) bevinden of een metalen ondergrond voorhanden is. Steek de meetelektroden zo ver mogelijk in het te meten product, echter nooit met geweld. Hierdoor zou het toestel kunnen worden beschadigd. Verwijder het meettoestel altijd door links-rechts-bewegingen. Voer vergelijkbare metingen op verschillende plaatsen uit om meetfouten te minimaliseren. Gevaar voor letsel door de spitse meetelektroden. Monteer altijd de beschermkap wanneer u het toestel transporteert of niet gebruikt.

Minerale bouwmaterialen

Let op dat de meetresultaten kunnen worden vervalst bij wanden (oppervlakken) met verschillende materialen of verschillen in de materiaalsamenstelling. Voer meerdere vergelijkende metingen uit. Wacht totdat het %-symbool stopt met knipperen en constant brandt. Pas dan zijn de meetwaarden stabiel.

Laserliner MultiWetMaster - Minerale bouwmaterialen - 1

De te meten plek dient onbehandeld en vrij van knoesten, verontreinigingen of hars te zijn. Er dient géén meting aan de kopse zijden te worden uitgevoerd omdat het hout hier bijzonder snel droogt, hetgeen zou leiden tot vervalste meetresultaten. Voer meerdere vergelijkende metingen uit. Wacht totdat het %-symbool stopt met knipperen en constant brandt. Pas dan zijn de meetwaarden stabiel.

20元/月

10 Capacitief meetproces / materiaal selecteren

Bij het capacitieve meetproces staan twee verschillende houtgroepen en de materiaalonafhankelijke indexmodus ter beschikking. De metingen die in de indexmodus worden uitgevoerd, zijn niet materiaalgebonden resp. voor materialen bedoeld waarvoor geen karakteristieken zijn opgeslagen. Kies het gewenste materiaal door het indrukken van de toets 'SET'. De selecteerbare houtgroepen staan vermeld in de navolgende tabel onder punt 11.

Laserliner MultiWetMaster - Capacitief meetproces / materiaal selecteren - 1

flowchart
graph TD
    A["SET"] --> B["MATERIAL 20.0%"]
    B --> C["SET"]
    C --> D["SET"]
    D --> E["Index"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#ffc,stroke:#333

11 Materiaaltabel capacitief meetproces

Softwood houtsoorten met geringe dichtheid: bijv. spar, den, linde, populier, ceder, mahonie
Hardwood houtsoorten met hogere dichtheid: bijv. beuk, eik, es, berk

Laserliner MultiWetMaster - Materiaaltabel capacitief meetproces - 1

12 Toepassingsaanwijzingen

  • geleidende rubbercontacten volledig op het te meten materiaal leggen en met gelijkmatige en lichte druk aandrukken voor een goed contact
  • oppervlak van het meetproduct dient vrij van stof en vuil te zijn
  • minimale afstand van 5 cm tot metalen voorwerpen aanhouden
  • metalen buizen, elektrische leidingen en wapeningsstaal kunnen meetresultaten vervalsen
  • metingen op meerdere meetpunten uitvoeren

13 Materiaalvocht bepalen

Op grond van de verschillen in hoedanigheid en samenstelling van de materialen moeten specifieke toepassingsaanwijzingen bij de bepaling van het vochtgehalte in acht genomen worden.

Hout: De meting moet met de lange apparaatzijde parallel aan de nerf van het hout worden uitgevoerd. De meetdiepte bij hout bedraagt max. 30 mm, maar varieert door de verschillende dichtheden van de houtsoorten. Bij metingen aan dunne houten platen dienen deze naar mogelijkheid gestapeld te worden omdat anders een te kleine waarde wordt weergegeven. Bij metingen aan vast geïnstalleerde resp. ingebouwde houtsoorten zijn montagebonden en door chemische behandeling (bijv. met verf) verschillende materialen bij de meting betrokken. De meetwaarden kunnen daarom slechts als relatieve waarden beschouwd. Op deze wijze kunnen echter zeer goed verschillen in de vochtverdeling, mogelijke vochtige plekken en dus bijv. schade in de isolatie worden gelokaliseerd.

De hoogste nauwkeurigheid wordt bereikt tussen 6 % ... 30 % materiaalvocht. Bij zeer droog hout (< 6 %) kan een onregelmatige vochtverdeling worden vastgesteld, bij zeer nat hout (> 30 %) begint een overstroming van de houtvezels.

Richtwaarden voor het gebruik van hout in % relatieve materiaalvochtigheid:

– toepassing buitenshuis: 12% ... 19%
– toepassing in niet verwarmde ruimten: 12% ... 16%
– in verwarmde ruimten (12 °C ... 21 °C): 9% ... 13%
- in verwarmde ruimten (> 21 °C): 6% ... 10%

Voorbeeld: 100% materiaalvocht bij 1 kg nat hout = 500 g water.

14 Indexmodus

De indexmodus is bedoeld voor het snel opsporen van vocht door middel van vergelijkende metingen, zonder de directe uitvoer van het materiaalvocht in %. De uitgegeven waarde (0 t/m 1.000) is een indicatieve waarde die stijgt bij toenemend materiaalvocht. De metingen die in de indexmodus worden uitgevoerd, zijn materiaalonafhankelijk resp. voor materialen bedoeld waarvoor geen karakteristieken zijn opgeslagen. Bij sterk afwijkende waarden binnen de vergelijkende metingen kan een vochtverloop in het materiaal snel worden gelokaliseerd.

De indexmodus kan zowel met het weerstandsmeetproces als met het capacitieve meetproces gebruikt worden. Zie ook stap 6 resp. 10 om de indexmodus in te stellen.

A TEMP 25.0 °C RH 50.0 % D TEMP 13.9 °C MATERIAL 200 A TEMP 25.0 °C RH 50.0 % D TEMP 13.9 °C MATERIAL 200

15 Instelling van de nat-/droog-drempelwaarde in de indexmodus

De nat-/droog-ledindicator is op de dienovereenkomstige materiaalkarakteristieken geprogrammeerd, zodat de leds bovendien aangeven of het materiaal als droog, vochtig of nat kan worden geclassificeerd. De waarden in de materiaalonafhankelijke indexmodus worden daarentegen op een neutrale schaal uitgegeven waarvan de waarde met toenemende vochtigheid stijgt. Door de definitie van de eindwaarden voor 'droog' en 'nat' kan de ledindicator speciaal voor de indexmodus worden geprogrammeerd. Het waardeverschil tussen de ingestelde waarde voor 'droog' en 'nat' wordt omgerekend op de 12 leds.

Laserliner MultiWetMaster - Instelling van de nat-/droog-drempelwaarde in de indexmodus - 1

flowchart
graph TD
    A["1 sec"] --> B["MENU"]
    B --> C["MODE"]
    B --> D["SET"]
    C --> E["2."]
    D --> F["3."]
    E --> G["4."]
    F --> H["5."]
    G --> I["6."]
    H --> J["7."]
    I --> K["8."]
    J --> L["9."]

16 Nat/droog ledweergave

Naast de numerieke weergave van de meetwaarde in % relatieve materiaalvochtigheid, biedt de ledweergave een aanvullende, materiaalafhankelijke evaluatie van de vochtigheid. Met toenemend vochtgehalte verandert de ledweergave van links naar rechts. De weergave met 12 leds is onderverdeeld in 4 groene (droog), 3 gele (vochtig) en 5 rode (nat) segmenten. Bij nat materiaal klinkt bovendien een signaal.

DRY WET

groen = droog geel = vochtig rood = nat

DRY WET

DRY WET

De classificatie 'droog' betekent dat de materialen in een verwarmde ruimte het evenwichtsvochtgehalte hebben bereikt en in de regel geschikt zijn voor de verdere verwerking.

17 Materiaal-temperatur-compensatie

Het relatieve materiaalvocht is afhankelijk van de temperatuur van het materiaal. Het apparaat compenseert automatisch verschillende materiaaltemperaturen door de omgevingstemperatuur te meten en voor de interne berekening te gebruiken.

Het meettoestel biedt echter ook de mogelijkheid om de temperatuur van het materiaal handmatig in te stellen om de meetnauwkeurigheid te verbeteren. Deze waarde wordt niet opgeslagen en moet iedere keer opnieuw worden ingesteld wanneer het apparaat wordt ingeschakeld.

Laserliner MultiWetMaster - Materiaal-temperatur-compensatie - 1

flowchart
graph TD
    A["1 sec"] --> B["MODE"]
    B --> C["MENU"]
    C --> D["SET"]
    D --> E["5 x MODE"]
    E --> F["L0"]
    F --> G["100 INDEX"]
    G --> H["↑↑↑↑ ↑↑↑↑"]
    H --> I["↑↑↑↑ ↑↑↑↑"]
    I --> J["→"]
    J --> K["RAP"]
    K --> L["25.0"]
    L --> M["+"]
    M --> N["SET"]
    N --> O["-"]

18 Instellen van de temperatuureenheid

De eenheid voor de omgevings-temperatuur en de materiaal-compensatie kan telkens worden ingesteld op °C of °F. Deze instelling wordt duurzaam opgeslagen.

Laserliner MultiWetMaster - Instellen van de temperatuureenheid - 1

flowchart
graph TD
    A["1 sec"] --> B["MODE"]
    B --> C["MENU"]
    C --> D["SET"]
    D --> E["4 x MODE"]
    E --> F["L0"]
    F --> G["100 INDEX"]
    G --> H["UNIT"]
    H --> I["F"]
    I --> J["SET"]

19 LCD-verlichting

Voor de LCD-verlichting kunt u kiezen uit 3 verschillende instellingen:

AUTO: de displayverlichting schakelt in geval van inactiviteit uit resp. automatisch weer in bij meetprocessen.

ON: de displayverlichting blijft permanent ingeschakeld.

OFF: de displayverlichting blijft permanent uitgeschakeld.

Deze instelling wordt duurzaam opgeslagen.

Laserliner MultiWetMaster - LCD-verlichting - 1

flowchart
graph TD
    A["1 sec"] --> B["MENU"]
    B --> C["MODE"]
    B --> D["SET"]
    C --> E["7 x MODE"]
    D --> E
    F["100 INDEX"] --> G["70° L0"]
    H["6L On"] --> I["On"]

20 Auto-Hold-functie

Als het toestel uit het te meten voorwerp wordt getrokken, wordt automatisch de laatste meetwaarde gedurende ca. 5 seconden gehouden. Gedurende deze tijd knipperen de leds en geven de als laatste gemeten waarde aan.

Laserliner MultiWetMaster - Auto-Hold-functie - 1

22 Diepte-elektroden aansluiten met verbindingskabel (art.-nr. 082.026A)

Laserliner MultiWetMaster - Diepte-elektroden aansluiten met verbindingskabel (art.-nr. 082.026A) - 1

Gebruik van de diepte-elektroden

  1. Insteekbare diepte-elektroden, rond (niet-geïsoleerd, ø 2 mm)

voor de vochtmeting in bouw- en isoleermateriaal of metingen via de voeg of het voegenkruis.

  1. Insteekbare diepte-elektroden, rond (geïsoleerd, ø 4 mm)

voor de vochtmeting in verdekt liggende elementniveaus van meerlaagse wand- of plafondbouw.

  1. Insteekbare diepte-elektrode, borstel

voor de vochtmeting in een homogeen bouwmateriaal. Het contact komt tot stand via de borstelkop.

  1. Insteekbare diepte-elektroden, vlak (geïsoleerd, 1 mm vlak)

voor de gerichte vochtmeting in verdekt liggende bouwdeelniveaus van meerlaagse wand- of plafondbouw. Elektroden kunnen bijv. door de randstrook of in de overgang tussen wand en plafond worden gestoken.

Gebruik van de diepte-elektroden

De afstand tussen de boorgaten voor de borstelelektroden moet altijd tussen 30 en 50 mm liggen en de boorgaten moeten een ø van 8 mm hebben. Sluit het gat na het boren weer en wacht ca. 30 minuten, zodat het door de boorwarmte verminderde vochtgehalte weer haar oorspronkelijke waarde bereikt. In het andere geval kunnen de meetwaarden worden vervalst.

23 Externe handelektrode (art.-nr. 082.024) aansluiten

De externe handelektrode is geschikt voor alle houtsoorten en zachte bouwmaterialen. De zelftestfunctie kan ook met de externe handelektrode worden uitgevoerd (vergelijk stap 21). Let op dat de verbindingskap goed met de MultiWet-Master verbonden is.

Bewaar de handelektrode altijd in de transportkoffer wanneer u hem niet gebruikt. Zo voorkomt u letsel door de spitse meetelektroden.

1.2.

24 Meetpunten vervangen

Laserliner MultiWetMaster - Meetpunten vervangen - 1

De functie en de bedrijfsveiligheid kunnen alléén worden gewaarborgd als het meettoestel binnen de aangegeven klimatische voorwaarden gebruikt en alléén doelmatig toegepast wordt. Voor de beoordeling van de meetresultaten en de daaruit resulterende maatregelen is de gebruiker al naargelang de desbetreffende werktaak verantwoordelijk.

Technische gegevens
Meting ruimteklimaat
Meetbereik / nauwkeurigheid omgevingstemperatuur-10 °C ... 60 °C / ± 2 °C
Meetbereik / nauwkeurigheid relatieve luchtvochtigheid20 % ... 90 % rH / ± 3 %
Dauwpuntweergave -20 °C ... 60 °C
Resolutie relatieve luchtvochtigheid ± 1 %
Resolutie dauwpunt 1 °C
Weerstandsmeetproces
Meetprincipe Materiaalvochtmeting via geïntegreerdeelektroden; 3 houtgroepen, 19 bouw-materialen, indexmodus, zelftestfunctie
Meetbereik / nauwkeurigheid Hout:0...30 % / ± 1 %, 30...60 % / ± 2 %, 60...90 % / ± 4 %Andere materialen: ± 0,5 %
Capacitief meetproces
Meetprincipe Capacitieve meting via geïntegreerderubberelektroden
Meetbereik / nauwkeurigheid Zacht hout (soft wood):0 %...52 % / ± 2 % (6 %...30 %)Hard hout (hard wood):0 %...32 % / ± 2 % (6 %...30 %)
Arbeidstemperatuur 0 °C ... 40 °C
Opslagtemperatuur -20 °C ... 70 °C
Voeding Type 9V E blok
Gewicht 185 g

Technische wijzigingen voorbehouden. 10.11

EU-bepalingen en afvoer

Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde normen voor het vrije goederenverkeer binnen de EU.

Dit product is een elektrisch apparaat en moet volgens de Europese richtlijn voor oude elektrische en elektronische apparatuur gescheiden verzameld en afgevoerd worden.

Verdere veiligheids- en aanvullende instructies onder: www.laserliner.com/info

Laserliner MultiWetMaster - EU-bepalingen en afvoer - 1

Kastepunkti temperatuur

Materiale de constructie minerale

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Laserliner

Model : MultiWetMaster

Categorie : Meetinstrumenten