MultiWetMaster - Meetinstrumenten Laserliner - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MultiWetMaster Laserliner in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - MultiWetMaster Laserliner
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MultiWetMaster - Laserliner en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MultiWetMaster van het merk Laserliner.
GEBRUIKSAANWIJZING MultiWetMaster Laserliner
Functie / toepassing Het onderhavige universele materiaalvocht-meettoestel werkt volgens het principe van de weerstands- en capacitieve meting. Bij het capacitieve meetproces wordt door middel van 2 geleidende rubbercontacten aan de onderzijde van het apparaat de vochtafhankelijke diëlektriciteit van het te meten product bepaald en door interne, materiaalafhankelijke karakteristieken het materiaalvocht in % berekend. Bij het weer- standsmeetproces wordt het vochtafhankelijke geleidingsvermogen van het te meten product bepaald door het product met de meetpunten aan te raken. Het meettoestel vergelijkt de gemeten waarden met de opgeslagen, materiaalafhankelijke karakteristieken en berekent het relatieve materiaalvocht in %. Met het desbetreffende meetproces wordt het materiaalvochtgehalte in hout en beton bepaald. Een extra, opzij aangebrachte sensor bepaalt de omgevingstemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid en berekent aan de hand daarvan de dauwpunttemperatuur. Lees de bedieningshandleiding en de bijgevoegde brochure ‚Garantie- en aanvullende aanwijzingen‘ volledig door. Volg de daarin beschreven aanwijzingen op. Bewaar deze documentatie goed.
Automatische uitschakeling na 2 minuten. De geïntegreerde bouwmateriaalkarakteristieken voldoen aan de vermelde bouwmaterialen zonder toevoegingen. Bouwmaterialen variëren productiegebonden van fabrikant tot fabrikant. Daarom dienen eenmalig en bij verschillende productsamenstellingen of onbekende bouwmaterialen vergelijkende vochtmetingen te worden uitgevoerd met ijkbare methoden (bijv. Darr-methode). Bij verschillen in de meetwaarden dienen de meetwaarden relatief te worden gezien of de indexmodus voor het vocht- resp. drogingsgedrag te worden gebruikt.
1 Meetpunten weerstandsmetingen 2 Rubbercontacten capacitieve meting 3 Uitklapbare sensor voor de meting van de omgevingstemperatuur en de luchtvochtigheid 4 Batterijvak 5 Nat/droog ledweergave 6 Materiaalkeuze 7 ON/OFF 8 Voorselectie van de meetmodus (weerstandsmeting, capacitieve meting) 9 LC-display
Meting ruimteklimaat Het meettoestel beschikt over een uit- klapbare sensorbehuizing voor de optimale meting van het omgevingsklimaat. Breng de sensorkop in de buurt van de te meten positie en wacht totdat de weergave voldoende gestabiliseerd is. De meet- waarden voor het omgevingsklimaat zijn permanent zichtbaar op het display. Nat/droog Ledweergave 12 leds: 0…4 leds groen = droog 5…7 leds geel = vochtig 8…12 leds rood = nat groen geel rood 1 Batterijlading 2 Materiaalkarakteristiek bouwmateriaal weerstandsmeting: 1…19 3 Indexmodus 4 Weerstandsmeting 5 Capacitieve meting 6 Meetwaarde in % relatieve materiaalvochtigheid 7 Materiaalkarakteristiek hout weerstandsmeting: A, B, C Capacitieve meting: S (soft wood), H (hard wood) 8 Dauwpunttemperatuur in °C / °F 9 Relatieve luchtvochtigheid in % 10 Relatieve omgevingstemperatuur in °C / °F De meting met ingeklapte sensor is ook mogelijk, maar door de uitgeklapte sensor ontstaat een betere uitwisseling met de lucht, waardoor de sensorwaarden sneller stabiel worden.
De relatieve luchtvochtigheid wordt in relatie tot de maximaal mogelijke vochtigheid (100 %) van de lucht met waterdamp aangegeven. De opnamehoeveelheid is temperatuurafhankelijk. Luchtvochtigheid is dus de hoeveelheid van de in de lucht voorhanden waterdamp. De luchtvochtigheid kan 0-100Ɓ% rH bedragen. 100Ɓ% = verzadigingspunt. De lucht kan met de actuele temperatuur en luchtdruk geen water meer opnemen. Relatieve luchtvochtigheid De dauwpunttemperatuur is de waarde waarbij de voorhanden waterdamp in de lucht zou condenseren. De MultiWet-Master berekent de dauwpunttemperatuur uit de omgevingstemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de omgevingsdruk. Als de temperatuur op een oppervlak tot onder de dauwpunttemperatuur daalt, vormt zich condensaat (water) aan het oppervlak. Dauwpunt
7 Cementestrik, kunststofadditief 8 Ardurapid cementestrik 9 Anhydrietestrik 10 Elasticelestrik 11 Gipsestrik 12 Houtcement-estrik 13 Kalkmortel KM 1/3 14 Cementmortel ZM 1/3 Meetproces selecteren Het meettoestel beschikt over twee verschillende meetprocessen. De meting door middel van de weerstandsmeting geschiedt via de testpunten, het capacitieve meetproces maakt gebruik van de contactoppervlakken aan de onderzijde van het apparaat. Met de toets ‚MODE‘ kunt u tussen de beide meetprocessen omschakelen. Weerstand Capacitief Weerstandsmeetproces / materiaal selecteren Bij het weerstandsmeetproces staan verschillende hout- en bouwmaterialen en de materiaalonafhankelijke indexmodus ter beschikking. De metingen die in de indexmodus worden uitgevoerd, zijn niet materiaal- gebonden resp. voor materialen bedoeld waarvoor geen karakteristieken zijn opgeslagen. Kies het gewenste materiaal door het indrukken van de toets ‚SET‘. De selecteerbare houtsoorten en bouwmaterialen staan vermeld in de navolgende tabellen onder punt 7 resp. punt 8. Houtsoorten: A, B, C Bouwmaterialen: 1,2,3.......,18,19 Index 1A Beton C12 / 15 1B Beton C20 / 25 1C Beton C30 / 37 2 Gasbeton (lichter) 3 Kalkzandsteen, dichtheid 1.9 4 Gipsbepleistering 5 Cementestrik 6 Cementestrik, bitumenadditief Materiaaltabel weerstandsmeetproces
Weerstandsmeetproces / materiaalvocht meten Waarborg dat zich op de te meten plek geen verzorgingsleidingen (elektrische leidingen, waterleidingen…) bevinden of een metalen ondergrond voorhanden is. Steek de meetelektroden zo ver mogelijk in het te meten product, echter nooit met geweld. Hierdoor zou het toestel kunnen worden beschadigd. Verwijder het meettoestel altijd door links-rechts-bewegingen. Voer vergelijkbare metingen op verschillende plaatsen uit om meetfouten te minimaliseren. Gevaar voor letsel door de spitse meetelektroden. Monteer altijd de beschermkap wanneer u het toestel transporteert of niet gebruikt. De te meten plek dient onbehandeld en vrij van knoesten, verontreinigingen of hars te zijn. Er dient géén meting aan de kopse zijden te worden uitgevoerd omdat het hout hier bijzonder snel droogt, hetgeen zou leiden tot vervalste meetresultaten. Voer meerdere vergelijkende metingen uit. Wacht totdat het %-symbool stopt met knipperen en constant brandt. Pas dan zijn de meetwaarden stabiel. Let op dat de meetresultaten kunnen worden vervalst bij wanden (oppervlakken) met verschillende materialen of verschillen in de materiaalsamenstelling. Voer meerdere vergelijkende metingen uit. Wacht totdat het %-symbool stopt met knipperen en constant brandt. Pas dan zijn de meetwaarden stabiel. Capacitief meetproces / materiaal selecteren Bij het capacitieve meetproces staan twee verschillende houtgroepen en de materiaal- onafhankelijke indexmodus ter beschikking. De metingen die in de indexmodus worden uitgevoerd, zijn niet materiaalgebonden resp. voor materialen bedoeld waarvoor geen karakteristieken zijn opgeslagen. Kies het gewenste materiaal door het indrukken van de toets ‚SET‘. De selecteerbare houtgroepen staan vermeld in de navolgende tabel onder punt 11. Minerale bouwmaterialen Hout Houtsoorten: [S] soft wood (soft), [H] hard wood Index
Softwood houtsoorten met geringe dichtheid: bijv. spar, den, linde, populier, ceder, mahonie Hardwood houtsoorten met hogere dichtheid: bijv. beuk, eik, es, berk – geleidende rubbercontacten volledig op het te meten materiaal leggen en met gelijkmatige en lichte druk aandrukken voor een goed contact – oppervlak van het meetproduct dient vrij van stof en vuil te zijn – minimale afstand van 5 cm tot metalen voorwerpen aanhouden – metalen buizen, elektrische leidingen en wapeningsstaal kunnen meetresultaten vervalsen – metingen op meerdere meetpunten uitvoeren Op grond van de verschillen in hoedanigheid en samenstelling van de materialen moeten specifieke toepassingsaanwijzingen bij de bepaling van het vochtgehalte in acht genomen worden. Hout: De meting moet met de lange apparaatzijde parallel aan de nerf van het hout worden uitgevoerd. De meetdiepte bij hout bedraagt max. 30 mm, maar varieert door de verschillende dichtheden van de houtsoorten. Bij metingen aan dunne houten platen dienen deze naar mogelijkheid gestapeld te worden omdat anders een te kleine waarde wordt weergegeven. Bij metingen aan vast geïnstalleerde resp. ingebouwde houtsoorten zijn montagebonden en door chemische behandeling (bijv. met verf) verschillende materialen bij de meting betrokken. De meetwaarden kunnen daarom slechts als relatieve waarden beschouwd. Op deze wijze kunnen echter zeer goed verschillen in de vochtverdeling, mogelijke vochtige plekken en dus bijv. schade in de isolatie worden gelokaliseerd. De hoogste nauwkeurigheid wordt bereikt tussen 6Ɓ% ... 30Ɓ% materiaalvocht. Bij zeer droog hout ( < 6Ɓ%) kan een onregelmatige vochtverdeling worden vastgesteld, bij zeer nat hout (> 30Ɓ%) begint een overstroming van de houtvezels. Richtwaarden voor het gebruik van hout in % relatieve materiaalvochtigheid: – toepassing buitenshuis: 12% … 19% – toepassing in niet verwarmde ruimten: 12% … 16% – in verwarmde ruimten (12Ɓ°C ... 21Ɓ°C):Ɓ 9% … 13% – in verwarmde ruimten (> 21Ɓ°C):Ɓ 6% … 10% Voorbeeld: 100% materiaalvocht bij 1 kg nat hout = 500 g water. Toepassingsaanwijzingen
Materiaalvocht bepalen
De indexmodus is bedoeld voor het snel opsporen van vocht door middel van vergelijkende metingen, zonder de directe uitvoer van het materiaalvocht in %. De uitgegeven waarde (0 t/m 1.000) is een indicatieve waarde die stijgt bij toenemend materiaalvocht. De metingen die in de indexmodus worden uitgevoerd, zijn materiaal- onafhankelijk resp. voor materialen bedoeld waarvoor geen karakteristieken zijn opgeslagen. Bij sterk afwijkende waarden binnen de vergelijkende metingen kan een vochtverloop in het materiaal snel worden gelokaliseerd. De nat-/droog-ledindicator is op de dienovereenkomstige materiaalkarakteristieken geprogrammeerd, zodat de leds bovendien aangeven of het materiaal als droog, vochtig of nat kan worden geclassiÖ ceerd. De waarden in de materiaalonafhankelijke indexmodus worden daarentegen op een neutrale schaal uitgegeven waarvan de waarde met toenemende vochtigheid stijgt. Door de deÖ nitie van de eindwaarden voor ‘droog’ en ‘nat’ kan de ledindicator speciaal voor de indexmodus worden geprogrammeerd. Het waardeverschil tussen de ingestelde waarde voor ‘droog’ en ‘nat’ wordt omgerekend op de 12 leds. Instelling van de nat-/droog-drempelwaarde in de indexmodus
Indexmodus De indexmodus kan zowel met het weerstandsmeetproces als met het capacitieve meetproces gebruikt worden. Zie ook stap 6 resp. 10 om de indexmodus in te stellen.
4 x Naast de numerieke weergave van de meetwaarde in % relatieve materiaalvochtigheid, biedt de ledweer-gave een aanvullende, materiaalafhankelijke evaluatie van de vochtigheid. Met toenemend vochtgehalte verandert de ledweergave van links naar rechts.De weergave met 12 leds is onderverdeeld in 4 groene (droog), 3 gele (vochtig) en 5 rode (nat) segmenten. Bij nat materiaal klinkt bovendien een signaal. De classificatie ‚droog‘ betekent dat de materialen in een verwarmde ruimte het evenwichts-vochtgehalte hebben bereikt en in de regel geschikt zijn voor de verdere verwerking. groen = droog geel = vochtig rood = nat Nat/droog ledweergave Het relatieve materiaalvocht is afhankelijk van de temperatuur van het materiaal. Het apparaat compenseert automatisch verschillende materiaaltemperaturen door de omgevingstemperatuur te meten en voor de interne berekening te gebruiken.Het meettoestel biedt echter ook de mogelijkheid om de temperatuur van het materiaal handmatig in te stellen om de meetnauwkeurigheid te verbeteren. Deze waarde wordt niet opgeslagen en moet iedere keer opnieuw worden ingesteld wanneer het apparaat wordt ingeschakeld. Materiaal-temperatur-compensatie De eenheid voor de omgevings-temperatuur en de materiaal-compensatie kan telkens worden ingesteld op °C of °F. Deze instelling wordt duurzaam opgeslagen. Instellen van de temperatuureenheid
8 x 1 sec AUTO: de displayverlichting schakelt in geval van inactiviteit uit resp. automatisch weer in bij meetprocessen. ON: de displayverlichting blijft permanent ingeschakeld. OFF: de displayverlichting blijft permanent uitgeschakeld. Deze instelling wordt duurzaam opgeslagen. LCD-verlichting Auto-Hold-functie Als het toestel uit het te meten voorwerp wordt getrokken, wordt automatisch de laatste meetwaarde gedurende ca. 5 seconden gehouden. Gedurende deze tijd knipperen de leds en geven de als laatste gemeten waarde aan. Voor de LCD-verlichting kunt u kiezen uit 3 verschillende instellingen: Zelftestfunctie
Gebruik van de diepte-elektroden
1. Insteekbare diepte-elektroden, rond (niet-geïsoleerd, ø 2 mm)
voor de vochtmeting in bouw- en isoleermateriaal of metingen via de voeg of het voegenkruis.
2. Insteekbare diepte-elektroden, rond (geïsoleerd, ø 4 mm)
voor de vochtmeting in verdekt liggende elementniveaus van meerlaagse wand- of plafondbouw.
3. Insteekbare diepte-elektrode, borstel
voor de vochtmeting in een homogeen bouwmateriaal. Het contact komt tot stand via de borstelkop.
4. Insteekbare diepte-elektroden, vlak (geïsoleerd, 1 mm vlak)
voor de gerichte vochtmeting in verdekt liggende bouwdeelniveaus van meerlaagse wand- of plafondbouw. Elektroden kunnen bijv. door de randstrook of in de overgang tussen wand en plafond worden gestoken. Gebruik van de diepte-elektroden De afstand tussen de boorgaten voor de borstelelektroden moet altijd tussen 30 en 50 mm liggen en de boorgaten moeten een ø van 8 mm hebben. Sluit het gat na het boren weer en wacht ca. 30 minuten, zodat het door de boorwarmte verminderde vochtgehalte weer haar oorspronkelijke waarde bereikt. In het andere geval kunnen de meetwaarden worden vervalst. Diepte-elektroden aansluiten met verbindingskabel (art.-nr. 082.026A)
Art.-Nr. 082.020.1 De functie en de bedrijfsveiligheid kunnen alléén worden gewaarborgd als het meettoestel binnen de aangegeven klimatische voorwaarden gebruikt en alléén doelmatig toegepast wordt. Voor de beoordeling van de meetresultaten en de daaruit resulterende maatregelen is de gebruiker al naargelang de desbetreffende werktaak verantwoordelijk.
De externe handelektrode is geschikt voor alle houtsoorten en zachte bouwmaterialen. De zelftestfunctie kan ook met de externe handelektrode worden uitgevoerd (vergelijk stap 21). Let op dat de verbindingskap goed met de MultiWet-Master verbonden is. Bewaar de handelektrode altijd in de trans- portkoffer wanneer u hem niet gebruikt. Zo voorkomt u letsel door de spitse meetelek- troden. Externe handelektrode (art.-nr. 082.024) aansluiten Meetpunten vervangen
NLMultiWet-Master Technische wijzigingen voorbehouden. 10.11
Technische gegevens Meting ruimteklimaat Meetbereik / nauwkeurigheid omgevingstemperatuur -10Ɓ°C … 60Ɓ°C / ± 2Ɓ°C Meetbereik / nauwkeurigheid relatieve luchtvochtigheid 20Ɓ% … 90Ɓ% rH / ± 3Ɓ% Dauwpuntweergave -20Ɓ°C … 60Ɓ°C Resolutie relatieve luchtvochtigheid ± 1Ɓ% Resolutie dauwpunt 1Ɓ°C Weerstandsmeetproces Meetprincipe Materiaalvochtmeting via geïntegreerde elektroden; 3 houtgroepen, 19 bouw- materialen, indexmodus, zelftestfunctie Meetbereik / nauwkeurigheid Hout: 0…30Ɓ% / ± 1Ɓ%, 30…60Ɓ% / ± 2Ɓ%, 60…90Ɓ% / ± 4Ɓ% Andere materialen: ± 0,5Ɓ% Capacitief meetproces Meetprincipe Capacitieve meting via geïntegreerde rubberelektroden Meetbereik / nauwkeurigheid Zacht hout (soft wood): 0Ɓ%…52Ɓ% / ± 2Ɓ% (6Ɓ%…30Ɓ%) Hard hout (hard wood): 0Ɓ%…32Ɓ% / ± 2Ɓ% (6Ɓ%…30Ɓ%) Arbeidstemperatuur 0Ɓ°C ... 40Ɓ°C Opslagtemperatuur -20 °C ... 70 °C Voeding Type 9V E blok Gewicht 185 g EU-bepalingen en afvoer Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde normen voor het vrije goederenverkeer binnen de EU. Dit product is een elektrisch apparaat en moet volgens de Europese richtlijn voor oude elektrische en elektronische apparatuur gescheiden verzameld en afgevoerd worden. Verdere veiligheids- en aanvullende instructies onder: www.laserliner.com/info1 2
Notice-Facile