BOSCH

GCL 25 Professional - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GCL 25 Professional BOSCH in PDF-formaat.

📄 190 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice BOSCH GCL 25 Professional - page 39
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GCL 25 Professional

Categorie : Laserwaterpas

Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GCL 25 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GCL 25 Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GCL 25 Professional BOSCH

  • Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Technische gegevens Montage Batterijen inzetten of vervangen Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali- mangaanbatterijen geadviseerd. Als u het batterijvakdeksel 9 wilt openen, duwt u de vergren- deling 8 in de richting van de pijl en klapt u het batterijvakdek- sel open. Plaats de batterijen. Let daarbij op de juiste pool- aansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvakdeksel. Als de batterijen in kracht afnemen, gaat de batterijwaarschu- wing 3 rood knipperen. Bovendien knipperen de laserstralen elke 10 minuten gedurende ca. 5 seconden. Nadat het meet- gereedschap voor het eerst knippert, kan het nog ca. 1 uur worden gebruikt. Als de batterijen bijna leeg zijn, knipperen de laserstralen nog een keer vlak voordat ze automatisch wor- den uitgeschakeld. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen bat- terijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. f Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden be- waard, kunnen deze gaan roesten en leegraken. Gebruik Ingebruikneming f Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. f Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem- peraturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij- voorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetge- reedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschom- melingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereed- schap nadelig worden beïnvloed. Punt- en lijnlaser GCL 25 Zaaknummer 3 601 K66 B00 Werkbereik

– Laserlijnen – Horizontale puntstralen – Puntstraal naar boven – Puntstraal naar beneden 10 m 30 m 10 m

Waterpasnauwkeurigheid – Laserlijnen en horizontale puntstralen – Verticale puntstralen ±0,3 mm/m ±0,5 mm/m Zelfwaterpasbereik kenmerkend ± 4° Waterpastijd kenmerkend <4s Bedrijfstemperatuur –10 °C ... +50 °C Bewaartemperatuur –20 °C ... +70 °C Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % Laserklasse

Statiefopname 1/4", 5/8"

1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandig-heden (zoals fel zonlicht).

Het serienummer 11 op het typeplaatje dient voor de eenduidige iden- tificatie van uw meetgereedschap. Batterijen 4x1,5VLR06(AA) Bedrijfsduur bij functie – Kruis- en puntlijnfunctie – Vijfpuntsfunctie – Lijnfunctie 12 h 24 h 30 h Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 0,6 kg Afmetingen (lengte x breedte x hoogte) 155x56x118mm Beschermingsklasse IP 54 (stof- en spatwater- bescherming) Punt- en lijnlaser GCL 25 1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandig-heden (zoals fel zonlicht).Het serienummer 11 op het typeplaatje dient voor de eenduidige iden-tificatie van uw meetgereedschap. OBJ_BUCH-1546-002.book Page 40 Monday, July 9, 2012 10:30 AMNederlands | 41 Bosch Power Tools 1 618 C00 50R | (9.7.12) f Voorkom heftige schokken of vallen van het meetge- reedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetge- reedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Wa- terpasnauwkeurigheid”). f Schakel het meetgereedschap uit wanneer u het ver- plaatst of vervoert. Bij het uitschakelen wordt de pende- leenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewe- gingen beschadigd raken. In- en uitschakelen Als u het meetgereedschap wilt inschakelen duwt u de aan/uit-schakelaar 4 in de stand „on” (voor werkzaamhe- den zonder automatisch waterpassen) of in de stand „on” (voor werkzaamheden met automatisch waterpassen). On- middellijk na het inschakelen zendt het meetgereedschap la- serstralen uit de laserstraalopeningen 1. f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote af- stand. Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, duwt u de aan/uit-schakelaar 4 in de stand „off”. Als u het meetgereed- schap uitschakelt, wordt de pendeleenheid vergrendeld. Automatische uitschakeling deactiveren Als er gedurende ca. 30 minuten geen toets op het meetge- reedschap wordt ingedrukt, wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterijen te ontzien. Als u het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer wilt inschakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar 4 eerst in de stand „off” duwen en het meetgereedschap vervolgens weer inschakelen, of u drukt eenmaal op de functietoets 2. Als u de automatische uitschakeling wilt deactiveren, houdt u de functietoets 2 gedurende minstens 3 seconden ingedrukt terwijl het meetgereedschap ingeschakeld is. Als de automa- tische uitschakeling gedeactiveerd is, knipperen de laserstra- len kort ter bevestiging. f Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbe- heerd achter en schakel het meetgereedschap na ge- bruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden. Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en weer in. Functies Het meetgereedschap beschikt over een aantal gebruiksmo- di. U kunt op elk gewenst moment tussen de modi wisselen: – Kruis- en puntlijnfunctie: Het meetgereedschap maakt een horizontale en een verticale laserlijn naar voren, een verti- cale puntstraal naar boven en naar beneden en een hori- zontale puntstraal naar voren en naar beide zijden. – Vijfpuntsfunctie: Het meetgereedschap maakt een vertica- le puntstraal naar boven en naar beneden en een horizon- tale puntstraal naar voren en naar beide zijden. – Lijnfunctie horizontaal: Het meetgereedschap maakt een horizontale laserlijn naar voren. – Lijnfunctie verticaal: Het meetgereedschap maakt een ver- ticale laserlijn naar voren. Alle puntstralen verlopen in een hoek van 90° ten opzichte van elkaar. De laserlijnen kruisen elkaar eveneens in een hoek van 90°. Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de kruis- en puntlijnfunctie. Als u van functie wilt wisselen, drukt u op de functietoets 2. Alle functies kunt u met of zonder automatisch waterpassen kiezen. Automatisch waterpassen Werkzaamheden met automatisch waterpassen (zie afbeeldingen C–E) Plaats het meetgereedschap op een rechte en stabiele onder- grond of bevestig het op de houder 15 of het statief 16. Duw voor werkzaamheden met automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar 4 in de stand „on”. Na het inschakelen worden door het automatisch waterpas- sen oneffenheden binnen het zelfwaterpasbereik van ± 4° au- tomatisch gecompenseerd. Het waterpassen is afgesloten zo- dra de laserpunten of laserlijnen niet meer bewegen. Als automatisch waterpassen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat het oppervlak waarop het meetgereedschap staat meer dan 4° van de waterpaslijn afwijkt, knipperen de laser- lijnen. Binnen 10 seconden na het inschakelen is dit alarm ge- deactiveerd om het instellen van het meetgereedschap moge- lijk te maken. Stel in dit geval het meetgereedschap horizontaal op en wacht het zelfwaterpassen af. Zodra het meetgereedschap zich bin- nen het zelfwaterpasbereik van ± 4° bevindt, schijnen de la- serstralen continu. Bij trillingen of veranderingen van plaats tijdens het gebruik vindt automatisch opnieuw waterpassen van het meetgereed- schap plaats. Controleer na het waterpassen de positie van de laserstralen met betrekking tot referentiepunten om fou- ten door een verschuiving van het meetgereedschap te voor- komen. Werkzaamheden zonder automatisch waterpassen (zie afbeelding F) Duw voor werkzaamheden zonder automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar 4 in de stand „ on”. Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, knipperen de laserlijnen con- tinu. Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, kunt u het meetgereedschap in uw hand houden of op een schuine on- dergrond plaatsen. De laserstralen verlopen niet meer nood- zakelijk loodrecht op elkaar. Waterpasnauwkeurigheid Nauwkeurigheidsinvloeden De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende tempera- tuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen. Omdat de temperatuurverschillen in de buurt van de grond of vloer het grootst zijn, dient u het meetgereedschap indien mogelijk op een in de handel verkrijgbaar statief te monteren en het in het midden van het werkoppervlak op te stellen. OBJ_BUCH-1546-002.book Page 41 Monday, July 9, 2012 10:30 AM42 | Nederlands 1 618 C00 50R | (9.7.12) Bosch Power Tools Behalve externe invloeden, kunnen ook apparaatspecifieke invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werk- zaamheden de nauwkeurigheid van het meetgereedschap. Als de nauwkeurigheid van de horizontale puntstralen binnen de maximaal toegestane afwijking ligt, is daarmee ook de nauwkeurigheid van de verticale puntstralen en de laserlijnen gecontroleerd. Als het meetgereedschap bij een van de controles de maxima- le afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klanten- service te laten repareren. Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de breedteas controleren Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op een stabiele ondergrond vóór een muur nodig. – Monteer het meetgereedschap op 20 meter afstand van de muur op de houder resp. een statief of plaats het op een stabiele en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereed- schap in en kies de vijfpuntsfunctie. – Richt een van de beide zijwaartse laserstralen die langs de breedteas van het meetgereedschap verlopen op de muur. Laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het mid- den van de punt van de laserstraal op de muur (punt I). – Draai het meetgereedschap ca. 180° zonder de hoogte te veranderen. Laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de andere zijwaartse laserstraal op de muur (punt II). Let erop dat punt II zoveel mogelijk recht boven of recht onder punt I ligt. – Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en II op de muur levert de feitelijke hoogteafwijking van het meet- gereedschap op. Op het meettraject van 2 x 20 = 40 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking: 40 m x ± 0,3 mm/m = ± 12 mm. Het verschil d tussen de punten I en II mag daarom hoogstens 12 mm bedragen. Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de lengteas controleren Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig. – Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op de hou- der resp. een statief of plaats het op een stabiele en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in en kies de vijfpuntsfunctie. – Richt de horizontale laserstraal, die parallel aan de lengteas van het meetgereedschap verloopt, op de nabijgelegen muur A. Laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van de punt van de laserstraal op de muur (punt I). – Draai het meetgereedschap 180°, laat het nivelleren en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur B aan de andere kant (punt II). – Plaats het meetgereedschap – zonder het te draaien – dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen. – Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen), dat het midden van de punt van de laserstraal precies de eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt. 20 m

OBJ_BUCH-1546-002.book Page 42 Monday, July 9, 2012 10:30 AMNederlands | 43 Bosch Power Tools 1 618 C00 50R | (9.7.12) – Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte te ver- anderen. Laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur A (punt III). Let erop dat punt III zoveel mogelijk recht boven of recht onder punt I ligt. – Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en III op muur A levert de feitelijke hoogteafwijking van het meetge- reedschap langs de lengteas op. Op het meettraject van 2 x 20 m = 40 m bedraagt de maxi- maal toegestane afwijking: 40 m x ± 0,3 mm/m = ± 12 mm. Het verschil d tussen de punten I en III mag daarom hoog- stens 12 mm bedragen. Tips voor de werkzaamheden f Gebruik altijd alleen het midden van de laserpunt of laserlijn voor het markeren. De grootte van de laserpunt of de breedte van de laserlijn veranderen met de afstand. Werkzaamheden met het statief (toebehoren) Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meeton- dergrond. Zet het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopna- me 7 op de schroefdraad van het statief 16 of een in de han- del verkrijgbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een in de handel verkrijgbaar bouwstatief gebruikt u de 5/8"-statiefop- name 6. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast. Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inscha- kelt. Bevestigen met de universele houder (toebehoren) Met de universele houder 15 kunt u het meetgereedschap be- vestigen, bijvoorbeeld op verticale oppervlakken, buizen of magnetiseerbare materialen. De universele houder is even- eens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteaf- stelling van het meetgereedschap. Stel de universele houder 15 grof af voordat u het meetge- reedschap inschakelt. Werkzaamheden met de meetplaat (toebehoren) (zie afbeeldingen A–B) Met de meetplaat 14 kunt u de lasermarkering op de vloer resp. de laserhoogte op een muur overbrengen. Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing ten opzichte van de gewenste hoogte meten en op een andere plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte. De meetplaat 14 heeft een reflecterende laag die de zicht- baarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zicht- baar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt. Werkzaamheden met het laserdoelpaneel Het laserdoelpaneel 13 verbetert de zichtbaarheid van de la- serstraal bij ongunstige omstandigheden en grote afstanden. De reflecterende helft van het laserdoelpaneel 13 verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal. Door de transparante helft is de laserstraal ook vanaf de achterzijde van het laser- doelpaneel herkenbaar. Laserbril (toebehoren) De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder. f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen. f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het ver- keer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren. Toepassingsvoorbeelden (zie afbeeldingen C –F) Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetge- reedschap vindt u op de pagina’s met afbeeldingen. Plaats het meetgereedschap altijd dicht bij het te controleren oppervlak of de te controleren rand en laat het vóór het begin van elke meting waterpassen. Meet afstanden tussen laserstraal of laserlijn en een opper- vlak of rand altijd aan twee zo ver mogelijk uiteen liggende punten (bijvoorbeeld met de meetplaat 14). Onderhoud en service Onderhoud en reiniging Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in de meegeleverde opbergkoffer. Houd het meetgereedschap altijd schoon. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloei- stoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen. Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het meetgereed- schap niet. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap. Verzend in het geval van een reparatie het meetgereedschap in de opbergkoffer.

OBJ_BUCH-1546-002.book Page 43 Monday, July 9, 2012 10:30 AM44 | Dansk 1 618 C00 50R | (9.7.12) Bosch Power Tools Klantenservice en advies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde- len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson- derdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren. Nederland Tel.: +31 (076) 579 54 54 Fax: +31 (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België Tel.: +32 2 588 0589 Fax: +32 2 588 0595 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Afvalverwijdering Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden herge- bruikt. Gooi meetgereedschappen, accu’s en batterijen niet bij het huisvuil. Alleen voor landen van de EU: Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG moeten niet meer bruikbare meetgereed- schappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of lege accu’s en batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt. Wijzigingen voorbehouden. Dansk Sikkerhedsinstrukser Alle anvisninger skal læses og følges, for at man kan arbejde fareløst og sikkert med måleværktøjet. Advarselsskilte på måle- værktøjet må aldrig gøres ukendelige.