BOSCH GCL 25 Professional - Laserwaterpas

GCL 25 Professional - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GCL 25 Professional BOSCH in PDF-formaat.

📄 190 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice BOSCH GCL 25 Professional - page 39
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over GCL 25 Professional BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GCL 25 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GCL 25 Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GCL 25 Professional BOSCH

al Oersprokojo ogsbruixcaarwijizna

da Original brues anuspiu

sv. Buiksarvispine Original

no Original driftsinstruks

fl Akuperälset object

Veiligheidsvoorschriften

BOSCH GCL 25 Professional - Veiligheidsvoorschriften - 1

Alle aanwijzingen moeten worden gelezen en in acht worden genomen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.

▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.

- Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje in het Engels (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 10).

BOSCH GCL 25 Professional - Veiligheidsvoorschriften - 2

text_image Laserstraling klasse 2 kijk niet in de straal IEC 68825-1:2007-03, <1 nW, 635 nm
  • Plak over de Engelse tekst van het waarschuwingsplaatje de meegeleverde sticker in uw eigen taal voordat u het gereedschap voor het eerst gebruikt.
    Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daardoor kunt u personen verblinden.
  • Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
  • Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
    Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
    Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden verblind.
    Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

BOSCH GCL 25 Professional - Veiligheidsvoorschriften - 3

Breng het laserdoelpaneel 13 niet in de buurt van een pacemaker. De magneten van het laserdoelpaneel brengen een veld voort dat de functie van een pacemaker na-delig kan beïnvloeden.

Houd het laserdoelpaneel 13 uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten van het laserdoelpaneel kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.

Product- en vermogensbeschrijving

Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.

Gebruik volgens bestemming

Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen en loodpunten.

Afgebeelde componenten

De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.

1 Opening voor laserstraal
2 Functietoets
3 Batterijwaarschuwing
4 Aan/uit-schakelaar
5 Magneten
6 Statiefopname 5/8"
7 Statiefopname 1/4"
8 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
9 Deksel van batterijvak

10 Laser-waarschuwingsplaatje

11 Serienummer

12 Laserbril*

13 Laserdoelpaneel

14 Meetplaat met voet*

15 Universele houder*

16 Statief*

17 Opbergkoffer

* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd.

Technische gegevens

Punt- en lijnlaser GCL 25
Zaaknummer3 601 K66 B00
Werkbereik^1)
– Laserlijnen10 m
– Horizontale puntstralen30 m
– Puntstraal naar boven10 m
– Puntstraal naar beneden5 m
Waterpasnauwkeurigheid
– Laserlijnen en horizontalepuntstralen±0,3 mm/m
– Verticale puntstralen±0,5 mm/m
Zelfwaterpasbereik kenmerkend± 4°
Waterpastijd kenmerkend<4 s
Bedrijfstemperatuur-10 °C ... +50 °C
Bewaartemperatuur-20 °C ... +70 °C
Relatieve luchtvochtigheid max.90 %
Laserklasse2
Lasertype635 nm, <1 mW
C_6 1
Statiefopname1/4", 5/8"
1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht).Het serienummer 11 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.
Punt- en lijnlaser GCL 25
Batterijen 4 x 1 , 5 V L R 0 6 ( AA )
Bedrijfsduur bij functie
- Kruis- en puntlijnfunctie12 h
- Vijfpuntsfunctie24 h
- Lijnfunctie30 h
Gewicht volgens
EPTA-Procedure 01/20030,6 kg
Afmetingen(lengte x breedte x hoogte)1 5 5 x 5 6 x 1 1 8 mm
BeschermingsklasseIP 54 (stof- en spatwater-bescherming)

1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht).
Het serienummer 11 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.

Montage

Batterijen inzetten of vervangen

Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali-mangaanbatterijen geadviseerd.

Als u het batterijvakdeksel 9 wilt openen, duwt u de vergrendeling 8 in de richting van de pijl en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterijen. Let daarbij op de juiste pool-aansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvakdeksel.

Als de batterijen in kracht afnemen, gaat de batterijwaarschuwing 3 rood knipperen. Bovendien knipperen de laserstralen elke 10 minuten gedurende ca. 5 seconden. Nadat het meetgereedschap voor het eerst knippert, kan het nog ca. 1 uur worden gebruikt. Als de batterijen bijna leeg zijn, knipperen de laserstralen nog een keer vlak voordat ze automatisch worden uitgeschakeld.

Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.

▶ Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken.

Gebruik

Ingebruikneming

▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beïnvloed.

▶ Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Waterpasnauwkeurigheid”).
▶ Schakel het meetgereedschap uit wanneer u het verplaatst of vervoert. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.

In- en uitschakelen

Als u het meetgereedschap wilt inschakelen duwt u de aan/uit-schakelaar 4 in de stand „on” (voor werkzaamheden zonder automatisch waterpassen) of in de stand „o (voor werkzaamheden met automatisch waterpassen). Onmiddellijk na het inschakelen zendt het meetgereedschap laserstralen uit de laserstraalopeningen 1.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.

Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, duwt u de aan/uit-schakelaar 4 in de stand „off”. Als u het meetgereedschap uitschakelt, wordt de pendeleenheid vergrendeld.

Automatische uitschakeling deactiveren

Als er gedurende ca. 30 minuten geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterijen te ontzien.

Als u het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer wilt inschakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar 4 eerst in de stand „off” duwen en het meetgereedschap vervolgens weer inschakelen, of u drukt eenmaal op de functietoets 2.

Als u de automatische uitschakeling wilt deactiveren, houdt u de functietoets 2 gedurende minstens 3 seconden ingedrukt terwijl het meetgereedschap ingeschakeld is. Als de automatische uitschakeling gedeactiveerd is, knipperen de laserstralen kort ter bevestiging.

Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.

Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en weer in.

Functions

Het meetgereedschap beschikt over een aantal gebruiksmodi. U kunt op elk gewenst moment tussen de modi wisselen:

  • Kruis- en puntlijnfunctie: Het meetgereedschap maakt een horizontale en een verticale laserlijn naar voren, een verticale puntstraal naar boven en naar beneden en een horizontale puntstraal naar voren en naar beide zijden.
    – Vijfpuntsfunctie: Het meetgereedschap maakt een verticale puntstraal naar boven en naar beneden en een horizontale puntstraal naar voren en naar beide zijden.
  • Lijnfunctie horizontaal: Het meetgereedschap maakt een horizontale laserlijn naar voren.
  • Lijnfunctie verticaal: Het meetgereedschap maakt een verticale laserlijn naar voren.

Alle puntstralen verlopen in een hoek van 90° ten opzichte van elkaar. De laserlijnen kruisen elkaar eveneens in een hoek van 90°.

Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de kruis- en puntlijnfunctie. Als u van functie wilt wisselen, drukt u op de functietoets 2.

Alle functies kunt u met of zonder automatisch waterpassen kiezen.

Werkzaamheden met automatisch waterpassen (zie afbeeldingen C–E)

n Plaats het meetgereedschap op een rechte en stabiele ondergrond of bevestig het op de houder 15 of het statief 16.

Duw voor werkzaamheden met automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar 4 in de stand „ 📋 on”.

Na het inschakelen worden door het automatisch waterpassen oneffenheden binnen het zelfwaterpasbereik van ±4° automatisch gecompenseerd. Het waterpassen is afgesloten zodra de laserpunten of laserlijnen niet meer bewegen.

Als automatisch waterpassen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat het oppervlak waarop het meetgereedschap staat meer dan 4° van de waterpaslijn afwijkt, knipperen de laserlijnen. Binnen 10 seconden na het inschakelen is dit alarm gedeactiveerd om het instellen van het meetgereedschap mogelijk te maken.

Stel in dit geval het meetgereedschap horizontaal op en wacht het zelfwaterpassen af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zelfwaterpasbereik van ±4° bevindt, schijnen de laserstralen continu.

Bij trillingen of veranderingen van plaats tijdens het gebruik vindt automatisch opnieuw waterpassen van het meetgereedschap plaats. Controleer na het waterpassen de positie van de laserstralen met betrekking tot referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen.

Werkzaamheden zonder automatisch waterpassen (zie afbeelding F)

Duw voor werkzaamheden zonder automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar 4 in de stand „on”. Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, knipperen de laserlijnen continu.

Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, kunt u het meetgereedschap in uw hand houden of op een schuine ondergrond plaatsen. De laserstralen verlopen niet meer noodzakelijk loodrecht op elkaar.

Waterpasnauwkeurigheid

Nauwkeurigheidsinvloeden

De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.

Omdat de temperatuurverschillen in de buurt van de grond of vloer het grootst zijn, dient u het meetgereedschap indien mogelijk op een in de handel verkrijgbaar statief te monteren en het in het midden van het werkoppervlak op te stellen.

Behalve externe invloeden, kunnen ook apparaatspecifieke invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werkzaamheden de nauwkeurigheid van het meetgereedschap.

Als de nauwkeurigheid van de horizontale puntstralen binnen de maximaal toegestane afwijking ligt, is daarmee ook de nauwkeurigheid van de verticale puntstralen en de laserlijnen gecontroleerd.

Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repareren.

Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de breedteas controleren

Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op een stabiele ondergrond vóór een muur nodig.

- Monteer het meetgereedschap op 20 meter afstand van de muur op de houder resp. een statief of plaats het op een stabiele en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in en kies de vijfpuntsfunctie.

BOSCH GCL 25 Professional - Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de breedteas controleren - 1

text_image I 20 m

- Richt een van de beide zijwaartse laserstralen die langs de breedteas van het meetgereedschap verlopen op de muur. Laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van de punt van de laserstraal op de muur (punt I).

BOSCH GCL 25 Professional - Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de breedteas controleren - 2

- Draai het meetgereedschap ca. 180° zonder de hoogte te veranderen. Laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de andere zijwaartse laserstraal op de muur (punt II). Let erop dat punt II zoveel mogelijk recht boven of recht onder punt I ligt.

- Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en II op de muur levert de feitelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap op.

Op het meettraject van 2 x 20 = 40 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:

Het verschil d tussen de punten I en II mag daarom hoogstens 12 mm bedragen.

Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de lengteas controleren

Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.

- Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op de houder resp. een statief of plaats het op een stabiele en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in en kies de vijfpuntsfunctie.

BOSCH GCL 25 Professional - Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de lengteas controleren - 1

text_image A B I 20 m

- Richt de horizontale laserstraal, die parallel aan de lengteas van het meetgereedschap verloopt, op de nabijgelegen muur A. Laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van de punt van de laserstraal op de muur (punt 1).

BOSCH GCL 25 Professional - Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de lengteas controleren - 2

text_image A 180° B I II

- Draai het meetgereedschap 180°, laat het nivelleren en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur B aan de andere kant (punt II).

- Plaats het meetgereedschap - zonder het te draaien - dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen.

BOSCH GCL 25 Professional - Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de lengteas controleren - 3

text_image A I B II

- Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen), dat het midden van de punt van de laserstraal precies de eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt.

BOSCH GCL 25 Professional - Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de lengteas controleren - 4

text_image A III d I 180° B II
  • Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte te veranderen. Laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur A (punt III). Let erop dat punt III zoveel mogelijk recht boven of recht onder punt I ligt.
  • Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en III op muur A levert de feitelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap langs de lengteas op.

Op het meettraject van 2 x 20 m = 40 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:

40 m x ± 0,3 mm/m = ±12 mm.

Het verschil d tussen de punten I en III mag daarom hoogstens 12 mm bedragen.

Tips voor de werkzaamheden

- Gebruik altijd alleen het midden van de laserpunt of laserlijn voor het markeren. De grootte van de laserpunt of de breedte van de laserlijn veranderen met de afstand.

Werkzaamheden met het statief (toebehoren)

Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Zet het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname 7 op de schroefdraad van het statief 16 of een in de handel verkrijgbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een in de handel verkrijgbaar bouwstatief gebruikt u de 5/8"-statiefopname 6. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.

Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.

Bevestigen met de universele houder (toebehoren)

Met de universele houder 15 kunt u het meetgereedschap bevestigen, bijvoorbeeld op verticale oppervlakken, buizen of magnetiseerbare materialen. De universele houder is even-eens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteaf-stelling van het meetgereedschap.

Stel de universele houder 15 grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.

Werkzaamheden met de meetplaat (toebehoren) (zie afbeeldingen A-B)

Met de meetplaat 14 kunt u de lasermarkering op de vloer resp. de laserhoogte op een muur overbrengen.

Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing ten opzichte van de gewenste hoogte meten en op een andere plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte.

De meetplaat 14 heeft een reflecterende laag die de zichtbaarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zichtbaar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt.

Werkzaamheden met het laserdoelpaneel

Het laserdoelpaneel 13 verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal bij ongunstige omstandigheden en grote afstanden.

De reflecterende helft van het laserdoelpaneel 13 verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal. Door de transparante helft is de laserstraal ook vanaf de achterzijde van het laserdoelpaneel herkenbaar.

Laserbril (toebehoren)

De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder.

  • Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
  • Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.

Toepassingsvoorbeelden (zie afbeeldingen C -F)

Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.

Plaats het meetgereedschap altijd dicht bij het te controleren oppervlak of de te controleren rand en laat het vóór het begin van elke meting waterpassen.

Meet afstanden tussen laserstraal of laserlijn en een oppervlak of rand altijd aan twee zo ver mogelijk uiteen liggende punten (bijvoorbeeld met de meetplaat 14).

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging

Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in de meegeleverde opbergkoffer.

Houd het meetgereedschap altijd schoon.

Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.

Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.

Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.

Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricageen testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het meetgereedschap niet.

Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.

Verzend in het geval van een reparatie het meetgereedschap in de opbergkoffer.

Klantenservice en advies

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:

www.bosch-pt.com

De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.

Nederland

Tel.: +31 (076) 579 54 54

Fax: +31 (076) 579 54 94

E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com

België

Tel.: +32 2 588 0589

Fax: +32 2 588 0595

E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com

Afvalverwijdering

Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.

Gooi meetgereedschappen, accu's en batterijen niet bij het huisvuil.

Alleen voor landen van de EU:
BOSCH GCL 25 Professional - Afvalverwijdering - 1

Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of lege accu's en batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.

Wijzigingen voorbehouden.

Dansk

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GCL 25 Professional

Categorie : Laserwaterpas