BL 510 SQE ST 170 LS - Grasmaaier ALPINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BL 510 SQE ST 170 LS ALPINA in PDF-formaat.

📄 195 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice ALPINA BL 510 SQE ST 170 LS - page 120
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ALPINA

Model : BL 510 SQE ST 170 LS

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BL 510 SQE ST 170 LS - ALPINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BL 510 SQE ST 170 LS van het merk ALPINA.

GEBRUIKSAANWIJZING BL 510 SQE ST 170 LS ALPINA

  • Voor het specifiek gegeven, verwijst men naar wat aangegeven is op het identificatielabel van de machine. vii

LET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN die strikt opgevolgd moeten worden A) VOORBEREIDING

1) LET OP! Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens

de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen. 2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.

3) Gebruik de grasmaaier nooit als er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt zijn

4) Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid

of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die negatieve invloed kunnen hebben zijn voor zijn reactievermogen en aandacht.

5) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de

gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waar hij op moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.

6) Indien men de machine aan derden wil geven of lenen,

moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.

1) Gebruik tijdens het gebruik van de machine steeds stevige antislip-werkschoenen en een lange broek. Bedien

de machine niet met blote voeten of met open sandalen. Draag geen kettingen, armbanden, kledij met loshangende delen, of met veters of dassen. Lang haar moet zorgvuldig bijeengebonden worden. Draag altijd gehoorbescherming.

2) Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van de machine weg zou kunnen springen of de

snijgroep en de motor zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.)

3) LET OP: GEVAAR! Benzine is bijzonder brandbaar.

– bewaar de brandstof in speciale reservoirs; – vul de brandstof met een trechter alleen buiten en rook niet tijdens deze werkzaamheden en wanneer u met de brandstof bezig bent; – Giet de brandstof in de tank vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien; – Als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn: – Draai de dop altijd weer goed op de tank van de machine en het benzinereservoir.

4) Vervang de geluiddempers als deze defect zijn

5) Ga vóór het gebruik over op een algemene controle van

de machine, en in het bijzonder: – het uitzicht van de snij-inrichting, en controleer of de schroeven en de snijgroep niet versleten of beschadigd zijn. Vervang de snij-inrichting en de beschadigde of versleten schroeven en bloc om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft. Eventuele herstellingen moeten nabij een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden – De veiligheidshendel moet vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moet deze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen, om het maaitoestel tot stilstand te brengen.

6) Controleer regelmatig de staat van de batterij (indien

voorzien). Vervang ze in geval van beschadiging aan het omhulsel, aan het deksel of aan de klemmen.

7) Vooraleer het werk aan te vangen, dient men steeds de

beschermingen op de uitgang te monteren (opvangzak, zijdelingse aflaatbeveiliging of achterste aflaatbeveiliging).

C) TIJDENS HET GEBRUIK

1) Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan ontwikkelen. Het starten dient

altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte te gebeuren. Onthoud steeds dat de aflaatgassen giftig zijn.

2) Werk enkel bij daglicht of met een goede kunstmatige

verlichting en bij goede zichtbaarheid. Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone.

3) Vermijd, indien mogelijk, op nat gras te werken. Vermijd

te werken in de regen en bij risico op onweer. Gebruik de machine nooit bij slechte weersomstandigheden, en zeker niet bij kans op bliksem.

4) Zorg er voor dat U steeds een goed steunpunt hebt op

5) Loop nooit, maar stap. Laat u niet door de grasmaaier

6) Let bijzonder goed op bij het benaderen van hindernissen die de zichtbaarheid kunnen beperken.

7) Maai in de dwarse richting van de helling en nooit in de

richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting en let er goed op dat de wielen niet op hindernissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingse verschuiving of verlies van controle over de machine zouden kunnen veroorzaken.

8) De machine mag nooit gebruikt worden op hellingen van

meer dan 20°, onafgezien van de looprichting.

9) Wees zeer voorzichtig wanneer u de grasmaaier naar u

toe trekt. Kijk achteruit voor en na het achteruit rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.

10) Zet de snij-inrichting stil indien de grasmaaier gekanteld moet worden voor het vervoer, bij het oversteken van

zones zonder gras en wanneer de grasmaaier vervoerd wordt van of naar de zone die gemaaid moet worden.

11) Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij

de straat gebruikt wordt. 12) Gebruik de machine niet indien de beschermingen beschadigd zijn, of zonder de opvangzak, zonder de zijdelingse of de achterste aflaatbeveiliging.

13) Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken.

14) Start de motor voorzichtig volgens de aanwijzingen en

NL - 1 houd uw voeten ver van de snij-inrichting verwijderd.

15) Kantel de grasmaaier niet voor het opstarten. Start de

machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras.

16) Breng uw handen en voeten nooit nabij of onder de

draaiende delen. Blijf steeds op afstand van de aflaatopening.

17) Hef de grasmaaier niet op en vervoer hem niet wanneer

de motor in werking is.

18) Schend of verwijder de veiligheidsinrichtingen niet.

19) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van de motor niet buitengewoon hoog oplopen.

20) Raak de onderdelen van de motor die tijdens het gebruik heet worden, niet aan. Gevaar voor brandwonden.

21) Bij de modellen met aandrijving, moet men de koppeling van de transmissie aan de wielen uitschakelen vooraleer de motor te starten.

22) Gebruik enkel toebehoren die goedgekeurd werden

door de fabrikant van de machine.

23) Gebruik de machine niet indien de toebehoren/werktuigen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.

24) Koppel de snij-inrichting los, stop de motor en koppel

de kabel van de bougie los (verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stil staan): – Tijdens het vervoer van de machine – Telkens wanneer u de machine onbeheerd achterlaat; Bij de modellen met elektrische inschakeling, dient u ook de sleutel te verwijderen; – Vooraleer blokkeringen te verhelpen of het windkanaal vrij te maken; – Vóórdat u de machine controleert, schoonmaakt of eraan werkt; – Nadat er op een vreemd voorwerp gestoten is. Controleer de machine op eventuele beschadigingen en voer de nodige reparaties uit alvorens ze opnieuw te gebruiken;

25) Schakel de snij-inrichting uit en stop de motor;

– Alvorens brandstof bij te vullen; – Elke keer wanneer u de opvangzak verwijdert of opnieuw monteert; – Elke keer wanneer u de zijdelingse aflaatdeflector verwijdert of opnieuw monteert; – Vooraleer de maaihoogte af te stellen indien dit niet vanuit de plaats van de bestuurder uitgevoerd kan worden.

26) Behoud tijdens het werk steeds de veiligheidsafstand

ten opzichte van de snij-inrichting, die overeenstemt met de lengte van de steel.

27) Geef gas terug vooraleer de motor stil te zetten. Sluit

de toevoer van de brandstof af aan het einde van het werk, volgens de aanwijzingen in het handboekje.

28) LET OP: – In geval van breuken of ongevallen tijdens

het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.

29) LET OP – Het niveau van het geluid en van de trillingen

dat aangegeven is in deze handleiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treffen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog ge- luidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk.

D) ONDERHOUD EN OPSLAG

1) LET OP! – Verwijder de kabel van de bougie en lees de

desbetreffende aanwijzingen alvorens eender welke ingreep voor reiniging of onderhoud aan te vangen. Draag geschikte kleding en werkhandschoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de handen.

2) LET OP! – Gebruik de machine nooit als er onderdelen

versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van niet originele en/of niet goed gemonteerde onderdelen beïnvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsels veroorzaken waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden. 3) Alle onderhoudshandelingen en afstellingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.

4) Koppel na ieder gebruik de kabel van de bougie los en

controleer of er geen beschadigingen zijn.

5) Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier

gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heggenschaar pleegt, zal de werking ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau bewaard blijven.

6) Controleer regelmatig of de schroeven van de snij-inrichting correct vastgedraaid zijn.

7) Draag werkhandschoenen om de snij-inrichting te hanteren, te demonteren of opnieuw te monteren.

8) Let op de balans van de snij-inrichting, wanneer dit geslepen wordt. Alle handelingen die betrekking hebben op

de snij-inrichting (demontage, slijpen, in balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een specifieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen moeten deze handelingen daarom steeds uitgevoerd worden in een gespecialiseerd centrum.

9) Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop

letten dat de vingers niet tussen de bewegende snij-inrichting en de vaste delen van de machine verklemd geraken.

10) Raak de snij-inrichting niet aan totdat de kabel van de

bougie losgekoppeld is en de snij-inrichting volledig stilstaat. Tijdens het werken aan de snij-inrichting, dient men erop te letten dat de snij-inrichting kan bewegen, ook al is de kabel van de bougie losgekoppeld.

11) Controleer regelmatig de zijdelingse aflaatbeveiliging,

of de achterste aflaatbeveiliging en de opvangzak. Vervang ze indien ze beschadigd zijn.

12) Vervang de labels met instructies en waarschuwingen,

indien deze beschadigd zijn.

13) Berg de machine op in een plaats die niet toegankelijk

14) Zet de machine niet met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, vonken of een

warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.

15) Laat de motor eerst afkoelen alvorens de machine de

machine in eender welke ruimte op te bergen. NL - 2

16) Om brandgevaar zoveel mogelijk te beperken dienen

de motor, de geluiddemper van de uitlaat, de accubak en de benzinetank vrij gehouden te worden van gras, bladeren of teveel vet. Leeg de opvangzak en laat geen containers met gemaaid gras in gesloten ruimtes achter.

17) Om het risico op brand te verminderen, dient men regelmatig na te gaan of er geen olie- en/of brandstoflekken zijn.

18) Als u de tank moet ledigen, dient u dit in de open lucht

te doen en wanneer de motor koud is.

E) TRANSPORT EN VERPLAATSING

1) Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, is het noodzakelijk:

– Stevige werkhandschoenen te dragen; – De machine vast te nemen op punten waar u een stevige grip hebt, rekening houdend met het gewicht en de spreiding van het gewicht; – Een beroep te doen op een toereikend aantal personen die het gewicht van de machine kunnen heffen, volgens de kenmerken van het transportmiddel of de plaats waar de machine opgenomen of opgesteld moet worden. – Verzeker u ervan dat de verplaatsing van de machine geen benzinelekken of beschadigingen of letsels veroorzaakt.

2) Bevestig de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen.

G) MILIEUBESCHERMING

1) De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair

aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element voor uw buren. 2) Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, benzine, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.

3) Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking

4) Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze

nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.

LEER DE MACHINE KENNEN

EN GEBRUIKSGEBIED Deze machine is een tuingereedschap en met name een grasmaaier met lopende bestuurder. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor, die een snij-inrichting aanschakelt die beschermd is door een carter, voorzien van wielen en een handgreep. De bediener kan de machine besturen en de belangrijkste commando’s bedienen terwijl hij steeds achter de handgreep blijft, en dus op veilige afstand van de draaiende snij-inrichting. Indien de bediener zich van de machine verwijdert, vallen de motor en de snij-inrichting na enkele seconden stil. Voorzien gebruik Deze machine is ontworpen en gebouwd om gras te maaien (en op te vangen) in tuinen en zones met gras, met een grootte in verhouding met de maaicapaciteit, in aanwezigheid van een lopende bediener. De aanwezigheid van toebehoren of specifieke inrichtingen kan vermijden dat het gemaaide gras verzameld moet worden ofwel voor een “mulching” effect zorgen, waarbij het gemaaide gras op het terrein wordt achtergelaten. Type gebruiker Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Deze machine is bestemd voor een amateuriëel gebruik. Onjuist gebruik Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – vervoer van personen, kinderen of dieren op de machine; – zich door de machine laten vervoeren; – gebruik van de machine voor het aanslepen of aanduwen van een last; – gebruik van de machine voor het verzamelen van bladeren of afval; – gebruik van de machine voor het knippen van heggen of voor het maaien van andere vegetatie dan gras; – gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk; – de snij-inrichting aanschakelen op zones zonder gras. IDENTIFICATIELABEL

EN ONDERDELEN VAN DE MACHINE

(zie afbeeldingen op pag. ii)

6. Naam en adres van de fabrikant

8. Nominaal vermogen en maximale snelheid voor de werking van de motor

14. Achterste aflaatbeveiliging

14a. Zijdelingse aflaatdeflector (indien voorzien) 14b. Zijdelingse aflaatbeveiliging (indien voorzien)

17. Versnelling 18. Hendel rem motor / snij-inrichting 19. Bedieningshendel aandrijving Onmiddellijk na de aankoop van de machine, worden de identificatienummers (3 – 4 – 5) in de hiertoe bestemde ruimten op de laatste pagina van de handleiding genoteerd. NL - 3 Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de voorlaatste pagina van de handleiding.

BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN

OP DE KNOPPEN (indien aanwezig)

25. Aandrijving ingeschakeld

36. Signaalinrichting inhoud opvangzak omhoog (a) = leeg / omlaag (b) = vol Verbind de kabel van de batterij aan de connector van de algemene bekabeling van de grasmaaier.

  • Modellen met elektrisch start met toets Plaats de meegeleverde accu in de holte voorzien op de motor (par. 3.2b, “III - “IV”).

2. BESCHRIJVING VAN DE COMMANDO’S

OPMERKING De betekenis van de symbolen op de knoppen wordt verklaard op de volgende pagina’s. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN - Uw grasmaaier moet voorzichtig gebruikt worden. Daarom zijn er op de machine pictogrammen aangebracht die u aan de belangrijkste veiligheidsvoorschriften herinneren. Hun betekenis is hieronder weergegeven. Verder wordt u aanbevolen de veiligheidsvoorschriften in het speciale hoofdstuk daarover in dit boekje zorgvuldig door te lezen. Vervang de beschadigde of onleesbare stickers. 41. Let op: Lees de handleiding alvorens de machine te gebruiken. 42. Risico wegschietende voorwerpen. Houd de personen buiten de werkzone tijdens het gebruik. 43. Gevaar voor snijwonden: Bewegende snij-inrichting. Steek uw handen of voeten niet in de holte van de snijinrichting. Maak de dop van de bougie los en lees de aanwijzingen vóór eender welke onderhoudswerkzaamheden of reparaties te verrichten. 44. Enkel voor grasmaaier met elektrische motor. 45. Enkel voor grasmaaier met elektrische motor. 46. Gevaar voor snijwonden: Snij-inrichting. Steek uw handen of voeten niet in de holte van de snij-inrichting. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Voor de motor en de batterij (indien aanwezig) wordt verwezen naar de relatieve handleidingen. OPMERKING - De overeenkomst tussen de verwijzingen in de tekst en de bijbehorende afbeeldingen (op de pag. iii en daaropvolgende ) is gegeven door het nummer dat voor iedere paragraaf staat.

1. DE MONTAGE VERVOLLEDIGEN

OPMERKING De machine kan mogelijk geleverd worden met sommige onderdelen reeds gemonteerd. LET OP! De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. De verpakking moet volgens de plaatselijk geldende bepalingen worden afgevoerd. Vervolledig de montage van de machine volgens de aanwijzingen die samen met ieder te monteren onderdeel geleverd worden.

1.1 Verbinding batterij

  • Modellen met elektrisch start met sleutel

2.1 Versnellingsbediening

De gashendel wordt door middel van de hendel (1) bediend. De standen van de hendel blijken uit het betreffend plaatje. Voor enkele modellen is een motor zonder versnellingshendel voorzien.

2.2 Hendel rem motor/snij-inrichting

De rem van de snij-inrichting wordt bediend met de hendel (1) die tegen de handgreep moet gehouden worden bij het opstarten en tijdens de werking van de grasmaaier. De motor stopt wanneer men de hendel loslaat.

2.3  Bedieningshendel aandrijving

(indien aanwezig) Voor de modellen met aandrijving, wordt de grasmaaier gestart met de bedieningshendel (1) tegen de handgreep geduwd. De grasmaaier stopt met rijden als de hendel losgelaten wordt. De motor moet steeds met uitgeschakelde aandrijving gestart worden. LET OP! Om te vermijden de aandrijving te beschadigen, mag men de machine niet achteruit trekken met de aandrijving ingeschakeld.

2.4 Afstelling maaihoogte

De maaihoogte kan door middel van de speciale hendels (1) afgesteld worden. De hoogte moet voor de vier wielen gelijk zijn. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS DE SNIJ-INRICHTING STIL STAAT.

OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien; vooraleer het werk aan te vangen, raadt men aan de machine af te stellen al naargelang de wijze waarop men het gras wil maaien. U MAG DIT ENKEL DOEN ALS DE MOTOR UITGESCHAKELD IS. 3.1a  Voorbereiding voor het maaien en opvangen van het gras in de opvangzak: – Plaats de achterste aflaatbeveiliging (1) omhoog en bevestig de opvangzak (2) correct zoals aangegeven op de afbeelding. 3.1b  Voorbereiding voor het maaien en aflaat van het gras achteraan: – Verwijder de opvangzak en zorg ervoor dat de achterste aflaatbeveiliging (1) stabiel omlaag blijft. – Bij de modellen met mogelijkheid tot zijdelings aflaten: verzeker u ervan dat de zijdelingse aflaatbeveiliging NL - 4 (4) omlaag is en geblokkeerd is met de veiligheidshendel (3). 3.1c  Voorbereiding voor het maaien en fijnmalen van het gras (“mulching” functie – indien voorzien): – Bij de modellen met mogelijkheid tot zijdelings aflaten: verzeker u ervan dat de zijdelingse aflaatbeveiliging (4) omlaag is en geblokkeerd is met de veiligheidshendel (3). – Til de achterste aflaatbeveiliging (1) op en voer de deflectordop (5), lichtjes naar rechts hellend, in de aflaatopening; zet hem met beide spillen (6) vast in de voorziene gaten tot u de vertanding (7) hoort vastklikken. Til de achterste aflaatbeveiliging (1) op en druk in het midden om de vertanding (7) los te haken en de deflectordop (5) te verwijderen. 3.1d  Voorbereiding voor het maaien en zijdelingse uitlaat van het gras (indien voorzien): – Til de achterste aflaatbeveiliging (1) op en voer de deflectordop (5), lichtjes naar rechts hellend, in de aflaatopening; zet hem met beide spillen (6) vast in de voorziene gaten tot u de vertanding (7) hoort vastklikken. – Duw zachtjes op de veiligheidshendel (3) en hef de zijdelingse aflaatbeveiliging (4) op. – Plaats de zijdelingse aflaatdeflector (8) zoals aangegeven op de afbeelding. –  Hersluit de zijdelingse aflaatbeveiliging (4) zodat de zijdelingse aflaatdeflector (8) geblokkeerd is. Om de achterste aflaatdeflector te verwijderen: – Duw zachtjes op de veiligheidshendel (3) en hef de zijdelingse aflaatbeveiliging (4) op. – Maak de zijdelingse aflaatdeflector los (8). Om de deflectordop te verwijderen: – Til de achterste aflaatbeveiliging op (1). – Druk in het midden om de vertanding (7) los te haken.

3.2 Starten van de motor

Voor het opstarten, volgt men de aanwijzingen in de handleiding van de motor. 3.2a

  • Modellen met handmatige start (“I - “II”) Trek de remhendel van de snij-inrichting (1) tegen de handgreep en geef een stevige ruk aan het handvat van de startkoord (2).
  • Modellen met elektrisch start met sleutel Trek de remhendel van de snij-inrichting (1) tegen de handgreep en verdraai de contactsleutel (3). 3.2b
  • Modellen met elektrisch start met toets (“III - “IV”) Plaats de meegeleverde accu in de holte voorzien op de motor (4); (volg de aanwijzingen in de handleiding van de motor.). – Steek de sleutel goed in (indien aanwezig) (5). – Trek de hendel rem motor / snij-inrichting naar de steel (1). OPMERKING De hendel rem motor / snij-inrichting moet aangetrokken gehouden worden om te vermijden dat de motor stilvalt. – Druk op de starttoets en houd deze ingedrukt tot de motor ingeschakeld is (6).

Het gazon zal er beter uitzien als het steeds op dezelfde hoogte en afwisselend in de twee richtingen gemaaid wordt. Wanneer de opvangzak te vol wordt, wordt het gras niet meer efficiënt opgevangen en verandert het geluid van de grasmaaier. Om de opvangzak te verwijderen en te ledigen, – schakel de motor uit en wacht tot de snij-inrichting stil staat; – de achterste aflaatbeveiliging (2) omhoog plaatsen, de handgreep vastnemen en de opvangzak verwijderen; de opvangzak rechtop houden.

  • In geval van “mulching” of uitlaat van het gras achteraan: vermijd steeds grote hoeveelheden gras af te snijden. Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte van het gras in een enkele beurt! Pas de rijsnelheid aan de toestand van het grasveld en de hoeveelheid gemaaid gras aan.
  • In geval van zijdelingse aflaat (indien voorzien): het is raadzaam een baan te volgen waarbij het gemaaide gras niet op het deel van het veld dat nog gemaaid moet worden, uitgelaten wordt
  • In geval van opvangzak met signaalinrichting van de inhoud (indien voorzien): tijdens het werk, wanneer de snij-inrichting in beweging is, blijft de signaalinrichting omhoog zolang de opvangzak in staat is het gemaaide gras te ontvangen; wanneer de inrichting omlaag gaat, betekent dit dat de opvangzak vol is en dat hij geledigd moet worden. Raadgevingen voor de zorg van het gazon Iedere soort gras heeft verschillende kenmerken en er kunnen dus verschillende werkwijzen nodig zijn om het gazon te verzorgen; lees steeds de aanwijzingen op de zaadverpakkingen met betrekking op de maaihoogte, en al naargelang de groeicondities van de zone waar men werkt. Houd er rekening mee dat de meeste soorten gras uit een steel en een of meerdere bladeren bestaan. Als de bladeren volledig afgemaaid worden, wordt het gazon beschadigd en zal het moeilijker teruggroeien. Over het algemeen, gelden de volgende aanwijzingen: – een te laag maainiveau veroorzaakt scheuren en leegtes in het grasveld, en een “gevlekt” aspect”; – in de zomer, moet het gras hoger gemaaid worden om te vermijden dat het terrein uitdroogt; – maai het gras niet wanneer het nat is; dit zou de werkzaamheid van de snij-inrichting verminderen omwille van het gras dat eraan vastkleeft en zou scheuren in het grasveld veroorzaken; – indien het gras bijzonder hoog is, is het raadzaam eerst op de maximaal toegestane hoogte te maaien en vervolgens een tweede maaibeurt te doen na twee of drie dagen.

3.4 Einde van het werk

Laat, na het werken, de hendel (1) van de rem los en maak het dopje van de bougie (2) los.

  • Modellen met elektrisch start met sleutel Verwijder de contactsleutel (3).
  • Modellen met elektrisch start met toets Duw op het lipje (5) en verwijder de consensussleutel (4). WACHT TOT DE SNIJ-INRICHTING STIL STAAT, vooral- NL - 5 eer eender welke ingreep uit te voeren.

Bewaar de grasmaaier op een droge plaats. BELANGRIJK Een regelmatig en zorgzaam onderhoud is onontbeerlijk om de veiligheid en originele performances van de machine mettertijd te behouden. Iedere ingreep voor afstelling of onderhoud moet uitgevoerd worden bij stilstaande motor, en na de kabel van de bougie losgemaakt te hebben. 1) Draag robuuste werkhandschoenen bij alle ingrepen voor reiniging, onderhoud of afstelling van de machine. 2) Reinig de machine zorgvuldig met water na ieder gebruik; verwijder de resten van gras en modder die binnen het chassis opgestapeld worden om te vermijden dat deze resten, wanneer ze opdrogen, een volgend opstarten moeilijk maken. 3) De verf aan de binnenkant van het chassis kan mettertijd loskomen ten gevolge van de krassende actie van het gemaaide gras; in dit geval moet men onmiddellijk de verflaag bijwerken met een antiroestverf, om de vorming van roest te voorkomen, die tot corrosie van het metaal zou kunnen leiden. 4) Indien toegang tot het binnendeel van de machine nodig is, moet de machine op de kant die aangegeven is in de handleiding van de motor, gelegd worden, volgens de instructies, en moet men zich ervan verzekeren dat de machine stabiel is alvorens eender welke ingreep uit te voeren. Bij de modellen met zijdelingse uitlaat, moet men de aflaatdefector verwijderen (indien gemonteerd - zie 3.1.d). 5) Giet geen benzine op de plastic onderdelen van de motor of de machine, om schade te voorkomen en verwijder onmiddellijk elk spoor van benzine dat eventueel gemorst werd. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen, veroorzaakt door benzine. 6) Voor de interne reiniging van het frame, gebruikt met de speciale aansluiting (1) voor de waterslang (indien voorzien) (4.4). Voor de reiniging, brengt men de maaihoogte volledig omlaag, vervolgens start men de motor en schakelt men de snij-inrichting in, terwijl men steeds achter de steel van de grasmaaier blijft. 7) Om de goede werking en levensduur van de machine te verzekeren, is het raadzaam de olie an de motor regelmatig te vervangen, volgens de frequentie die aangegeven is in de Handleiding van de motor zelf. De olie kan nabij een gespecialiseerd centrum afgelaten worden, ofwel door ze met een spuit uit de vulopening op te zuigen; houd er rekening mee dat het noodzakelijk kan zijn deze handeling meerdere keren te herhalen om er zeker van te zijn dat de carter volledig leeg is. Verzeker u ervan dat de olie bijgevuld werd, vooraleer de machine weer te gebruiken. worden door een andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid. Monteer de snij-inrichting (2) weer met de code naar de grond gericht, in de volgorde die aangegeven is op de afbeelding. Draai de middelste schroef (1) aan met een 35-40 Nm dynamometersleutel.

4.2 Regeling van de aandrijving

Voor de modellen met aandrijving wordt de juiste spanning van de riem verkregen met behulp van de moer (1), tot de aangewezen waarde verkregen wordt (6 mm).

4.3  Herladen van de batterij

  • Modellen met elektrisch start met sleutel Om een platte batterij te herladen, verbindt men deze aan de batterijlader (1) volgens de instructies in de onderhoudsgids van de batterij. Sluit de batterijlader niet rechtstreeks aan op de klem van de motor. De motor kan niet gestart worden gebruik makend van de batterijlader als voedingsbron, omdat deze laatste beschadigd kan worden. Als men voorziet de grasmaaier gedurende lange tijd niet te gebruiken, moet men de batterij loskoppelen van de bekabeling van de motor, maar wel een degelijk laadniveau verzekeren.
  • Modellen met elektrisch start met toets Voor de aanwijzingen met betrekking op de autonomie, de herlading, de stalling en het onderhoud van de accu, dient men de aanwijzingen in de handleiding van de motor in acht te nemen.

LET OP! Voor uw eigen veiligheid is het strikt verboden enig ander toebehoren te monteren dan diegene in de volgende lijst aangegeven zijn en nadrukkelijk voor uw model en type machine ontworpen zijn.

5.1  Kit “Mulching” (indien niet bijgeleverd)

Versnippert het pas gemaaide gras en laat het achter op het terrein, als alternatief voor het opvangen in de opvangzak (voor machines die hiervoor voorzien zijn).

4.1 Onderhoud van de snij-inrichting

Iedere ingreep aan de snij-inrichting kan het best steeds door een gespecialiseerd centrum uitgevoerd worden, dat over het meest geschikte gereedschap beschikt. Voor deze machine is het gebruik van een snij-inrichting voorzien met de code die aangegeven is in de tabel op pagina ii. Gezien de ontwikkeling van het product, kan de boven vermelde snij-inrichtingen in de loop van de tijd vervangen NL - 6

Wat te doen bij … Oorsprong van het probleem Oplossing

1. De bezinegrasmaaier werkt niet

Er is geen olie of benzine in de motor Controleer het oliepeil en het benzinepeil De bougie en de filter zijn niet in goede staat Reinig de bougie en de filter die mogelijk vervuild zijn of vervang ze De benzine werd niet uit de grasmaaier gehaald aan het einde van het vorige seizoen De drijver is mogelijk geblokkeerd; kantel de grasmaaier naar de kant van de carburator

2. Het gemaaide gras komt niet meer in de

opvangzak terecht De snij-inrichting heeft stoten ondergaan De snij-inrichting bijslijpen of vervangen. Controleer de vleugels die het gras naar de opvangzak sturen De binnenkant van het chassis is vuil Maak de binnenkant van het chassis schoon zodat het gras makkelijker naar de opvangzak afgevoerd wordt

3. Het maaien verloopt moeizaam

De snij-inrichting is niet in goede staat De snij-inrichting bijslijpen of vervangen.

4. De machine begint op abnormale wijze begint te

trillen Beschadiging of losgekomen delen Schakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los Controleer eventuele beschadigingen; Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een Gespecialiseerd Centrum In geval van eender welke twijfel of probleem, raadpleeg de meest nabije Klantendienst of uw Verkoper. NL - 7

2. Verklaart onder zijn eigen

verantwoordelijkheid dat de machine: Lopend bediende grasmaaier / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Maand / Bouwjaar c) Serienummer d) Motor: benzinemotor

3. Voldoet aan de specificaties van de

richtlijnen: e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type

4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen

g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen

n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte