SCHEPPACH BASA1 - Zaag

BASA1 - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BASA1 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 304 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH BASA1 - page 73
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : BASA1

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BASA1 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BASA1 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING BASA1 SCHEPPACH

Lintzaag Vertaling van de originele gebruikshandleiding

Verklaring van de symbolen op het apparaat Waarschuwing! Bij het niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar op letsel of beschadi- ging aan het werktuig! Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschrif- ten! Draag een veiligheidsbril! Draag gehoorbescherming! Bescherm de luchtwegen bij stofontwikkeling! Let op! Gevaar voor letsel! Niet in de draaiende zaagband grijpen! Draag veiligheidshandschoenen. Let op! Voor montage, reiniging, ombouw, instandhouding, opslag en transport moet u het apparaat uitschakelen en loskoppelen van de stroomvoorziening. Zaagbandrichting Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.www.scheppach.com

2. Beschrijving van het toestel (afb. 1-16) ............................................................. 73

De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan. Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handlei- ding en van de veiligheidsinstructies.

2. Beschrijving van het toestel (afb.

5. Zaagbandgeleiding boven

8. Zaagbandrol onder

12. Aan/uit-schakelaar

13. Dekselvergrendeling (onder)

14. Borgschroef voor zaagbandrol boven

15. Instelschroef voor zaagbandrol boven

20. Afzuigaansluiting

21. Vaststelgreep voor zaagtafel

23. Instelgreep voor zaagbandgeleiding

24. Vaststelgreep voor zaagbandgeleiding

26. Geleiderail voor parallelaanslag

35. Inbusschroef voor steunlager boven

36. Steunlager boven

37. Geleidewiel, boven

38. Inbusschroef voor geleidewiel boven

Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Advies: Volgens de van toepassing zijnde wet voor produc- taansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:

  • Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
  • Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
  • Installatie en vervanging van niet-originele reser- veonderdelen,
  • Ongepast gebruik, falen van het elektronisch sys- teem ten gevolge van niet-naleving van de elektri- sche specicaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften. Aanbevelingen: Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat. Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om ver- trouwd te geraken met het gebruik van het apparaat. De handleiding bevat belangrijke nota’s over hoe vei- lig, goed en economisch gebruik te maken van uw ap- paraat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatie- kosten kann besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten. Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handlei- ding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschrif- ten van uw land in verband met het gebruik van het apparaat. Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plas- tic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico’s mogen het apparaat gebruiken.www.scheppach.com

De machine mag slechts voor werkzaamheden wor- den gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voort- vloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk. Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaag- banden worden gebruikt. Het naleven van de veilig- heidsvoorschriften alsmede van de montage-instruc- ties en aanwijzingen aangaande de werking vermeld in deze handleiding maakt eveneens deel uit van het re- glementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd en van mogelijke gevaren op de hoogte zijn. Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels op het gebied van de arbeidsgeneeskunde en veiligheid die- nen in acht te worden genomen. Veranderingen aan de machine sluiten een aanspra- kelijkheid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit. Ondanks een doelmatig gebruik kunnen bepaalde res- terende risicofactoren niet volledig uit de weg worden geruimd. Ten gevolge van de constructie en opbouw van de machine kunnen zich de volgende punten voor- doen:

  • Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige ge- hoorbeschermer.
  • Bij gebruik in gesloten vertrekken komt houtstof vrij dat schadelijk is voor de gezondheid.
  • Gevaar op ongevallen door handcontact in het niet afgedekte snijbereik van het werkstuk.
  • Gevaar op letsel bij het verwisselen van werktuigen (gevaar op snijwonden).
  • Gevaar door het wegslingeren van werkstukken of delen van werkstukken.
  • Beknellen van de vingers.
  • Gevaar door terugslag.
  • Kantelen van het werkstuk door een te klein ople- goppervlak van het werkstuk.
  • Aanraken van het snijwerktuig.
  • Wegslingeren van takken en werkstukdelen. Wij wijzen erop dat onze toestellen overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commerci- eel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij zijn niet aansprakelijk indien het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen acti- viteiten wordt gebruikt.

39. Opnamehouder (boven)

40. Inbusschroef opnamehouder boven (2x)

41. Inbusschroef steunlager onder

42. Steunlager onder

43. Schroef opnamehouder onder

44. Zaagbandbescherming

45. Inbusschroef voor geleidewiel (onder)

46. Geleidewiel, onder

47. Opnamehouder (onder)

48. Schuifstokhouder

49. Schroef (zaagtafelafstelling)

50. Moer (zaagtafelafstelling)

51. Aanwijzer gradenverdeling

3. Inhoud van de levering

  • Open de verpakking en haal het apparaat er voor - zichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver- pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor- handen).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het apparaat en de hulpstukken op trans- portschade.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd. m LET OP! Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spe- len! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstik- kingsgevaar!
  • Lintzaagmachine / Zaagband (voorgemonteerd)
  • Geleiderail voor parallelaanslag

De bandzaag wordt gebruikt voor het langszagen en dwarszagen van houten blokken of houtachtige werk- stukken. Ronde materialen mogen alleen worden ge- zaagd met geschikte houders.www.scheppach.com

9. Maak gebruik van de beschermende uitrusting

– Draag een veiligheidsbril. – Gebruik een stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt.

10. Sluit de stofafzuiginrichting aan als u hout,

houtachtige grondsto󰀨en of kunststo󰀨en verwerkt. – Indien inrichtingen voor het aansluiten van sto- fafzuiginrichtingen voorhanden zijn overtuig u er zich van dat deze aangesloten zijn en ge- bruikt worden. – Gebruik in afgesloten ruimtes is alleen toege- staan met een geschikt afzuigsysteem.

11. Onttrek de kabel niet aan zijn eigenlijke bestem-

ming – Draag het gereedschap niet aan de kabel en gebruik de kabel niet om de stekker uit het stop- contact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten.

12. Beveilig het werkstuk

– Gebruik spaninrichtingen of een bankschroef teneinde het werkstuk vast te zetten. Het wordt zodoende veiliger vastgehouden dan met uw hand en maakt het mogelijk de machine met de beide handen te bedienen. – Voor lange werkstukken is extra ondersteuning (tafel, blokken enz.) vereist om kantelen van de machine te voorkomen. – Druk het werkstuk stevig op het werkblad en tegen de aanslag, om te voorkomen dat het werkstuk gaat wiebelen of verschuiven.

13. Vermijd een onnatuurlijk lichaamshouding

– Zorg er steeds voor dat u stevig en stabiel staat. – Voorkom dat u uw handen in een onhandige stand houdt waardoor een of beide handen het zaagblad zouden kunnen raken bij een plotse- linge verschuiving.

14. Onderhoud uw gereedschap zorgvuldig

– Hou uw gereedschappen scherp en schoon om goed en veilig te werken. – Neem de onderhoudsvoorschriften en de in- structies voor het verwisselen van gereed- schappen in acht. – Controleer regelmatig de stekker en de kabel en laat deze bij beschadiging door een erkende vakman vervangen. – Controleer de verlengkabel regelmatig en ver- vang beschadigde kabels. – Hou handgrepen droog en vrij van olie en vet.

5. Belangrijke aanwijzingen

Let op! Bij gebruik van elektrische apparaten dient u de volgende fundamentele veiligheidsmaatregelen te nemen ter bescherming tegen elektrische schokken, letsel en brandgevaar. Lees alle voorschriften alvorens deze machine te gebruiken en bewaar de veiligheids- voorschriften. Veilig werken

1. Hou u uw werkplaats netjes

– Wanorde op uw werkplaats leidt tot gevaar voor ongelukken.

2. Hou rekening met de omgevingsinvloeden

– Stel elektrisch materieel niet bloot aan de re- gen. – Gebruik elektrisch materieel niet in vochtige of natte omgeving. – Zorg voor een goede verlichting. – Gebruik elektrisch materieel niet in de buurt van brandbare vloeisto󰀨en of gassen.

3. Bescherm u tegen elektrische schok

– Vermijd lichamelijk contact met geaarde delen, b.v. buizen, radiatoren, fornuizen, koelkasten.

4. Buiten bereik van personen houden.

– Laat andere personen, met name kinderen, het elektrische gereedschap of de kabel niet aanraken. Let op dat deze personen buiten de werkzone verblijven.

5. Bewaar uw gereedschappen op een veilige plaats

– Niet gebruikte gereedschappen moeten in een droge gesloten ruimte buiten bereik van kinde- ren worden bewaard.

6. Overbelast uw gereedschap niet

– U werkt beter en veiliger in het opgegeven ver - mogensgebied.

7. Gebruik het juiste gereedschap

– Gebruik geen te zwakke gereedschappen of voorzetstukken voor zwaar werk. – Gebruik gereedschappen niet voor doeleinden en werkzaamheden waarvoor ze niet bedoeld zijn; gebruik b.v. geen handcirkelzaag om bo- men te vellen of takken te kappen. – Gebruik de machine niet om brandhout mee te zagen.

8. Draag de gepaste werkkledij

– Draag geen wijde kleding of sieraden. Ze kun- nen door bewegende delen worden gegrepen. – Bij het werken in open lucht draagt u best rub- berhandschoenen en slipvast schoeisel. – Draag bij lang haar een haarbescherming.www.scheppach.com

– Beschadigde schakelaars dienen door een klantendienst-werkplaats te worden vervangen. – Gebruik geen defecte of beschadigde aansl- uitkabels. – Gebruik geen gereedschappen waarvan de schakelaar niet kan worden in- of uitgescha- keld.

– Bij gebruik van andere inzetstukken en andere accessoires bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.

22. Laat de machine repareren door een erkend elek-

tricien – Dit elektrisch gereedschap beantwoordt aan de desbetre󰀨ende veiligheidsbepalingen. Herstel- lingen mogen enkel door een elektrovakman worden verricht, anders kunnen zich ongeluk- ken voor de gebruiker voordoen. Aanvullende veiligheidsvoorschriften

  • Draag tijdens alle werkzaamheden aan de zaag- band veiligheidshandschoenen!
  • Bij het zagen van rond of onregelmatig gevormd hout moet een voorziening worden gebruikt die zorgt dat het werkstuk niet wordt verdraaid.
  • Bij het zagen van de hoge kant van planken moet een voorziening worden gebruikt die het werkstuk beveiligd tegen terugslaan
  • Voor het in acht nemen van de stofemissiewaarden bij houtbewerking en voor een veilig bedrijf, moet een stofafzuigingsinstallatie met ten minste 20 m/s luchtsnelheid worden aangesloten.
  • Verstrek de veiligheidsinstructies aan alle perso- nen die werkzaamheden aan of met de machine verrichten.
  • Gebruik de zaag niet voor het zagen van brandhout.
  • De machine is voorzien van een veiligheidsscha- kelaar tegen herinschakelen van de machine na spanningsuitval.
  • Controleer voor ingebruikname of de spanning op het typebordje van het apparaat overeenkomt met de netspanning.
  • Kabeltrommel alleen in afgerolde toestand gebrui- ken.
  • De personen die aan of met de machine werken, mogen niet worden afgeleid.
  • Neem de draairichting van de motor- en zaagband in acht
  • De veiligheidsinrichtingen van de machine mogen niet worden gedemonteerd of onbruikbaar worden gemaakt.

15. Neem de stekker uit het stopcontact

– Verwijder nooit losse houtsplinters, houtkrullen of vastzittende houtstukken als het zaagblad draait. – Als u de machine niet gebruikt, voordat u on- derhoud uitvoert of gereedschappen wisselt, zoals zaagbladen, boren en frezen. – Als het zaagblad tijdens het zagen wordt ge- blokkeerd door een grote toevoerkracht, scha- kelt u het apparaat uit en koppelt u deze los van het netwerk. Verwijder het werkstuk en contro- leer of het zaagblad soepel loopt. Schakel het apparaat in en voer de zaagsnede opnieuw uit met gereduceerde toevoerkracht.

16. Laat geen gereedschapssleutels steken

– Controleer of de sleutels en afstelgereedschap- pen verwijderd zijn alvorens de zaag aan te zetten.

17. Voorkom onbedoelde inschakeling

– Controleer of de schakelaar is uitgeschakeld wanneer u de stekker in het stopcontact steekt.

18. Gebruik een verlengsnoer voor gebruik buitens-

huis – Gebruik buitenshuis uitsluitend verlengsnoeren die hiervoor zijn goedgekeurd en die als zoda- nig zijn gelabeld. – Gebruik de snoeren alleen als de trommel is afgerold.

19. Blijf steeds alert

– Ga voorzichtig te werk. Gebruik uw gezond ver- stand tijdens de werkzaamheden. Gebruik de machine niet wanneer u niet geconcentreerd bent.

20. Controleer uw toestel op beschadigingen

– Voordat u het gereedschap verder gebruikt dient u de veiligheidsinrichtingen of licht be- schadigde onderdelen zorgvuldig op hun be- hoorlijke en reglementaire werkwijze te con- troleren. – Controleer of de bewegelijke onderdelen naar behoren functioneren en niet klem zitten alsook of onderdelen beschadigd zijn. – Alle onderdelen moeten naar behoren gemon- teerd zijn om de veiligheid van de machine te verzekeren. – De bewegende beschermkap mag niet in ge- opende stand worden vastgeklemd. – Beschadigde veiligheidsinrichtingen en on- derdelen dienen deskundig door een erkende vakwerkplaats te worden hersteld of vervangen tenzij in de handleidingen anders vermeld.www.scheppach.com

  • Plaats de schuifstok op de hiervoor aangebrach- te houder op de machine, zodat u deze vanuit uw standaard werkpositie kunt bereiken en altijd binnen handbereik hebt.
  • In de standaard werkpositie bevindt zich de opera- tor vóór de machine. WAARSCHUWING! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfe- reren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.

Zaagbandlengte 1490 mm Zaagbandbreedte 3,5-12 mm Zaagbandbreedte max 12 mm Snijsnelheid 880 m/min Doorvoerhoogte 0 - 100 mm Doorvoerbreedte 195 mm Tafelgrootte 313 x 302 x 25 mm Zwenkbereik van de tafel 0° - 45° Werkstukgrootte max. 400 x 400 x 80 mm Gewicht 18 kg Technische wijzigingen voorbehouden! Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3 mm en een breedte van 10 mm hebben. Het geluid van deze zaag is bepaald conform EN 61029. Geluidsdrukniveau L

74,8 dB Onzekerheid K

  • Zaag geen werkstukken die te klein zijn, zodat u ze goed in uw hand kunt houden.
  • Verwijder nooit losse houtsplinters, spaanders of vastzittende houtstukken als de zaagband draait.
  • De van toepassing zijnde ongevallenpreventievoor- schriften alsook de overige algemene erkende vei- ligheidstechnische voorschriften moeten in acht worden genomen.
  • Notitieboekje van de industriële bedrijfsvereniging in acht nemen (VBG 7)
  • Stel de verstelbare veiligheidsinrichtingen dusda- nig in dat deze zo dicht mogelijk tegen het werk- stuk liggen.
  • Let op! Lange werkstukken moeten worden onder- steund om te voorkomen dat ze na het zagen van de tafel vallen. (bijv. met een rolstaander enz.)
  • De zaagbandbeveiliging (4) moet tijdens het trans- port van de zaag in de onderste positie staan.
  • Veiligheidsafdekkingen mogen niet worden gebruikt voor het transporteren of ondeskundig gebruik van de machine.
  • Vervormde of beschadigde zaagbanden mogen niet gebruikt worden.
  • Versleten tafelinzet moet worden vervangen.
  • Nooit de machine in bedrijf zetten als de beveili- gingsklep van de zaagband resp. de losgekoppelde veiligheidsinrichting is geopend.
  • Let op dat de keuze van het zaagband en de snel- heid voor de te zagen grondstof geschikt is.
  • Nooit de zaagband reinigen als deze nog niet tot stilstand is gekomen.
  • Bij rechte zaagsnedes van kleine werkstukken te- gen de parallelaanslag moet een schuifstok wor- den gebruikt.
  • Draag bij het werken met de zaagband en ruwe grondsto󰀨en handschoenen!
  • Tijdens het transport moet de zaagband-veilig- heidsinrichting zich in de onderstand stand en na- bij de tafel bevinden.
  • Bij schuine zaagsnedes met een schuine tafel moet de parallel geleiding worden aangepast aan het on- derste deel van de tafel.
  • Losgekoppelde veiligheidsinrichtingen nooit gebrui- ken voor het he󰀨en of transporteren.
  • Let op dat de zaagband-veiligheidsinrichtingen wor- den gebruikt en juist zijn ingesteld.
  • Zorg dat uw handen altijd op voldoende veilige af- stand tot de zaagband worden gehouden. Gebruik een schuifstok voor smalle zaagsnedes.www.scheppach.com

8. Vóór inbedrijfstelling

De machine moet worden opgesteld zodat ze veilig staat, dwz. ze moet op een werkbank of een vast o derstel worden vastgeschroefd. Te dien einde is het voetstuk van de zaagmachine voorzien van boorga- ten. (afb. 17)

  • Let erop dat de zaagtafel correct gemonteerd is.
  • Vóór inbedrijfstelling moeten alle afdekkingen en veiligheidsinrichtingen naar behoren zijn gemon- teerd.
  • Het lintzaagblad moet vrij kunnen draaien.
  • Bij reeds bewerkt hout op vreemde voorwerpen let- ten zoals b.v. nagels of schroeven etc.
  • Voordat u de aan-/uitschakelaar indrukt dient u zich ervan te vergewissen dat het lintzaagblad correct is gemonteerd en bewegelijke onderdelen gemak- kelijk bewegen.
  • Controleer of de gegevens vermeld op het ke plaatje overeenkomen met de gegevens van het stro omnet alvorens de machine aan te sluiten.

LET OP! Voor alle onderhouds-, ombouw- en montagewerk- zaamheden aan de bandzaag moet de netstekker wor- den verwijderd. Montagegereedschap 1 Steeksleutel SW 10/13 1 Inbussleutel SW 3 1 Inbussleutel SW 6 Om verpakkingstechnische redenen is de zaagtafel niet gemonteerd. 9.1. Zaagtafel monteren (afb. 1-4)

  • Open het zijdeksel (11) door de bovenste (13) en onderste (10) dekselvergrendeling los te draaien. Ontgrendel eerst de bovenste dekselvergrendeling (13) door de inbussleutel van 6 mm (29) linksom te draaien. Ontgrendel vervolgens de onderste dek- selvergrendeling (10) door deze linksom te draaien.
  • Stel het zwenksegment in op 30° als u de vaststel- greep voor de zaagtafel (21) losmaakt (afb. 2).
  • Schuif de zaagtafel (7) over het zaagblad (22).
  • Schroef de zaagtafel (7) met 4 zeskantbouten M6x12 vast op het zwenksegment (18). Draai de bouten niet helemaal vast. Draag een gehoorbescherming! Het e󰀨ect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Beperk de geluidsproductie en trillingen tot een mini- mum!
  • Gebruik uitsluitend goed functionerende apparaten.
  • Onderhoud en reinig het apparaat regelmatig.
  • Pas uw werkwijze aan het apparaat aan.
  • Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt.
  • Laat het apparaat eventueel controleren.
  • Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is.

De machine is gebouwd volgens de stand van de tech- niek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico‘s.

  • Gevaar op letsel voor vingers en handen door een draaien de zaagband bij ondeskundige geleiding van het werkstuk. Letsel door een wegslingerend werkstuk bij ondeskundige bediening of ondeskun- dige geleiding, zoals bijvoorbeeld het werken zon- der aanslag.
  • Gevaar voor de gezondheid door houtstof of houts- paanders. Draag absoluut persoonlijke veiligheids- uitrusting zoals oogbescherming. Afzuiginstallatie plaatsen!
  • Letsel door een defecte zaagband. De zaagband re- gelmatig controleren op perfecte staat.
  • Gevaar op letsel voor vingers en handen bij het vervangen van de zaagband. Geschikte werkhand- schoenen dragen.
  • Gevaar op letsel bij het inschakelen van de machine door een draaiende zaagband.
  • Gevaar door stroom bij onjuist gebruik van de elek- tra-aansluitingen.
  • Gevaar voor de gezondheid door een draaiende zaagband bij lang haar en losse kleding. Persoon- lijke veiligheidsuitrusting zoals een haarnetje en nauwsluitende werkkleding.
  • Bovendien kunnen er ondanks alle getro󰀨en voor- zieningen verborgen restrisico‘s bestaan
  • Restrisico‘s kunnen worden geminimaliseerd als de „Belangrijke aanwijzingen“ en het „Reglementair gebruik“ alsook de gebruiksaanwijzing in acht wor- den genomen.www.scheppach.com
  • Spanschroef (1) voor het spannen van de zaagband (22) rechtsom draaien. De juiste spanning van de zaagband kan door het drukken van de vinger te- gen de zaagband ongeveer in het midden tussen de beide zaagbandrollen (2+8) worden vastgesteld. Hierbij mag de zaagband (22) slechts minimaal (ca. 1-2 mm) worden aangedrukt.
  • De voldoende gespannen zaagband geeft een me- talen geluid, als hier tegen aangetikt wordt.
  • Ontspannen van de zaagband, indien deze voor langere tijd niet wordt gebruikt, zodat deze niet uit wordt gerekt. LET OP! Bij een te hoge spanning kan de zaagband breken. GEVAAR VOOR LETSEL! Bij een te lage spanning kan de aangedreven zaagbandrol (8) door- draaien, waardoor de zaagband blijft staan.

9.5 Zaagband spannen (afb. 1a+1b)

LET OP! Voordat de instelling van de zaagband kan worden uitgevoerd, moet de zaagband correct gespan- nen worden.

  • Zijdeksel (11) openen door de bovenste (13) en onderste (10) dekselvergrendeling los te draaien. Ontgrendel eerst de bovenste dekselvergrendeling (13) door de inbussleutel van 6 mm (28) linksom te draaien. Ontgrendel vervolgens de onderste dek- selvergrendeling (10) door deze linksom te draaien.
  • Bovenste zaagbandrol (2) langzaam rechtsom draaien. De zaagband (22) moet centraal op de zaagbandrol (2) lopen. Als dit niet het geval is, moet de hellingshoek van de bovenste zaagbandrol (2) worden gecorrigeerd.
  • Als de zaagband (22) meer naar de achterste kant van de zaagbandrol (2) loopt, dan moet de instel- schroef (15) linksom worden gedraaid.
  • Open de borgschroef voor de bovenste zaagbandrol (14).
  • Onderste zaagbandrol (8) langzaam met de hand draaien om de positie van de zaagband (21) te con- troleren.
  • Als de zaagband (22) meer naar de voorkant van de zaagbandrol (2) loopt, dan moet de instelschroef (15) rechtsom worden gedraaid.
  • Na het instellen van de bovenste zaagbandrol (2) moet de positie van de zaagband (22) op de on- derste zaagbandrol (8) worden gecontroleerd. De zaagband (22) moet hierbij eveneens in het midden van de zaagbandrol (8) liggen. Als dit niet het geval is, moet de neiging van de bovenste zaagbandrol (2) nogmaals worden versteld.
  • Zwenk de zaagtafel naar de 0°-stand en zet de vast- stelgreep voor de zaagtafel (21) vast.
  • Lijn de tafelplaat parallel uit met het zaagblad. Draai de 4 zeskantbouten vast.
  • Na een geslaagde instelling moeten de zijdeksels (11) weer in omgekeerde volgorde worden afgeslo- ten met de dekselvergrendeling onder (10) en bo- ven (13).
  • Draai de 3 zeskantmoeren (X) ca. 2 slagen los en verschuif het zwenksegment met de gemonteerde zaagtafel. De zaagband moet in het midden van het tafelinzetstuk (6) lopen (afb. 3). Draai vervolgens de 3 zeskantmoeren (X) weer vast. (afb. 4). 9.2. Montage van de geleiderail voor parallelaan- slag (26) op de tafel (7) (afb. 3)
  • Draai de 4 vleugelbouten M6x12 (31) met telkens een onderlegring (32) ca. 5 mm in de zaagtafel (7).
  • Plaats de geleiderail voor parallelaanslag (26) tot deze de tafel raakt.
  • Vervolgens haalt u de 4 vleugelmoeren aan. 9.3. Instellen van de parellelaanslag (afb. 5)
  • Plaats de parallelaanslag (25) op de geleiderail (26) voor parellelaanslag, links van de zaagband, en klem deze vast (zie 10.2). De parallelaanslag moet nu parallel ten opzichte van de insnijding in de zaag- tafel (7); door het losdraaien van de cilinderschroe- ven (34) kan een correctie worden uitgevoerd. Hiervoor heeft u een inbussleutel 4 mm (niet bij de levering inbegrepen) nodig; verwijder de bescherm- kap (afb. 5.1).

9.3.1 Instellen van de schaalverdeling (afb. 5)

Indien gewenst kan de schaalverdeling op de geleide- rail voor parallelaanslag worden afgesteld.

  • De langsaanslag links van de zaagband op de gelei- derail voor parallelaanslag plaatsen.
  • Meet 50 mm vanaf de zaagband naar de paralle- laanslag. De deelstreep op het vergrootglas (33) moet nu op 50 mm staan.
  • Als dit niet het geval is, draait u de kruiskopschroef (K) van de schaalverdeling los en zet u deze op 50 mm. Kruiskopschroef weer vastdraaien. 9.4. Zaagband spannen (afb. 1a) LET OP! Bij langere stilstand van de zaag moet de zaagband ontspannen worden, d.w.z. voor het inscha- kelen van de zaag moet de zaagbladspanning worden gecontroleerd.www.scheppach.com
  • Inbusschroef opnamehouder boven (40) weer aan- halen.
  • Inbusschroeven van de geleidewielen boven (38) losdraaien.
  • Geleidewielen (37) in de richting van de zaagband schuiven! Let op! De afstand tussen de geleidewielen (37) en de zaagband (22) mag max. 0,5 mm bedragen. (Zaagband mag niet klemmen)
  • Inbusschroeven (38) weer aanhalen.
  • Bovenste zaagbandrol (2) enkele keren rechtsom draaien.
  • Instelling van de geleidewielen boven (38) nog- maals controleren en eventueel afstellen.
  • Eventueel steunlager boven (36) (9.4.1) afstellen.

9.6.4. Onderste geleidingspen (46) instellen

  • Schroef opnamehouder onder (43) losdraaien (Steeksleutel SW 10 mm)
  • Opnamehouder onder (47) van de geleidewielen onder (46) verschuiven, totdat de voorkant van de geleidewielen onder (46) ca. 1 mm achter de tand- basis van de zaagband ligt.
  • Schroef opnamehouder onder (43) weer aanhalen.
  • Inbusschroeven van de geleidewielen boven (45) losdraaien.
  • De beide geleidewielen onder (46) zo ver in de rich- ting van de zaagband schuiven, tot de afstand tus- sen de geleidewielen (46) en de zaagband (22) max. 0,5 mm bedraagt. (Zaagband mag niet klemmen)
  • Inbusschroeven voor geleidewielen onder (45) weer aanhalen.
  • Onderste zaagbandrol (8) enkele keren rechtsom draaien.
  • Instelling van de geleidewielen onder (46) nogmaals controleren en eventueel afstellen.
  • Eventueel steunlager onder (42) (9.4.2) afstellen. 9.7. Bovenste zaagbandgeleiding (5) instellen (afb. 10)
  • Vaststelgreep voor zaagbandgeleiding (24) losha- len.
  • Zaagbandgeleiding (5), door het draaien van de in- stelgreep voor de zaagbandgeleiding (23) zo dicht mogelijk (afstand ca. 2-3 mm) op het te snijden ma- teriaal verlagen.
  • Vaststelgreep (24) weer aanhalen.
  • De instelling moet voor elk snijproces worden ge- controleerd resp. opnieuw worden ingesteld.
  • Tot de verstelling van de bovenste zaagbandrol (2) op de zaagbandpositie op de onderste zaagbandrol (8) werkt, moet de zaagbandrol enkele malen wor- den gedraaid.
  • Borgschroef voor de zaagbandrol boven (14) aan- halen.
  • Na een geslaagde instelling moeten de zijdeksels (11) weer in omgekeerde volgorde met de deksel- vergrendeling onder (10) en boven (13) worden af- gesloten. 9.6. Zaagbandgeleiding instellen (afb. 6-9) Zowel de steunlagers (36 + 42) als de geleidewielen (37 + 46) moeten na elke vervanging van de zaagband opnieuw worden ingesteld.
  • Zijdeksel (11) openen door de bovenste (13) en onderste (10) dekselvergrendeling los te draaien. Ontgrendel eerst de bovenste dekselvergrendeling (13) door de inbussleutel van 6 mm (28) linksom te draaien. Ontgrendel vervolgens de onderste dek- selvergrendeling (10) door deze linksom te draaien.
  • Na een geslaagde instelling moeten de zijdeksels (11) weer in omgekeerde volgorde met de deksel- vergrendeling onder (10) en boven (13) worden af- gesloten.

9.6.1. Bovenste steunlager (36) (afb. 6)

  • Inbusschroef steunlager boven (35) losdraaien.
  • Steunlager (36) zo ver verschuiven totdat deze de zaagband (22) helemaal niet meer aanraakt (af- stand max. 0,5 mm).
  • Inbusschroef steunlager boven (35) weer aanhalen.

9.6.2. Onderste steunlager (42) instellen (afb. 8)

  • Zaagtafel analoog 9.1 in omgekeerde richting de- monteren.
  • Inbusschroef steunlaag onder (41) losdraaien.
  • Steunlager onder (42) zo ver verschuiven totdat de- ze de zaagband (22) helemaal niet meer aanraakt (afstand max. 0,5 mm).
  • Inbusschroef steunlager onder (41) weer aanhalen.
  • Inbusschroef opnamehouder boven (40) losdraaien
  • Opnamehouder boven (39) van de geleidewielen (37) verschuiven, totdat de voorkant van de gelei- dewielen (37) ca. 1 mm achter de tandbasis van de zaagband ligt.www.scheppach.com
  • Zaagband (22) van de zaagbandrollen (2+8) en door de groef in de zaagtafel (7) verwijderen.
  • De nieuwe zaagband (22) centraal op de beide zaagbandrollen (2+8) plaatsen. De tanden van de zaagbanden (22) moeten naar onderen in de rich- ting van de zaagtafel gericht zijn (afb. 6).
  • Zaagband (22) spannen (zie 9.4)
  • Zijdeksel (11) weer sluiten.
  • Monteer aansluitend weer de geleiderail voor paral- lelaanslag (conform 9.2). 9.11. Tafelinlegstuk vervangen (afb. 14) Bij slijtage of beschadiging moet het tafelinlegstuk (6) worden vervangen, anders bestaat er een verhoogd gevaar voor letsel.
  • Het versleten tafelinlegstuk (6) naar boven uitne- men.
  • De montage van het nieuwe tafelinlegstuk gebeurt in omgekeerde volgorde. 9.12. Afzuigmof (afb. 1b) De bandzaag is uitgerust met een afzuigmof (20) 100/40 mm voor spaanders. Gebruik het apparaat alleen met een geschikte afzui- ging. Controleer en reinig regelmatig de afzuigkana- len. 9.13. Schuifstokhouder (afb. 13) De schuifstokhouder (48) is voorgemonteerd op het machineframe. Indien niet gebruikt, moet de schuif- stok (27) altijd aan de schuifstokhouder worden op- geborgen.

LET OP: Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!

10.1 Aan/uit-schakelaar (12) (afb. 16)

  • Door op de groene toets „I“ te drukken, kan de zaagmachine worden ingeschakeld.
  • Om de zaag weer uit te schakelen, moet de rode knop „0“ worden ingedrukt.
  • De lintzaagmachine is voorzien van een onderspan- ningsschakelaar. Bij stroomuitval moet de lintzaag- machine opnieuw worden ingeschakeld. 9.8. Zaagtafel (7) op 90° afstellen (afb. 11+12)
  • Bovenste zaagbandgeleiding (5) geheel naar bo- ven brengen.
  • Vaststelgreep voor zaagtafel (21) losmaken door deze linksom te draaien.
  • Hoek tussen de zaagband (22) en de zaagtafel (7) aanbrengen. Hoek niet bij de levering inbegrepen.
  • Zaagtafel (7), door te draaien zover kantelen, tot de hoek ten opzichte van de zaagband (22) pre- cies 90° bedraagt. Als de zaagtafel al op de schroef (49) ligt en de 90° hoek kan niet worden ingesteld, moer (50) losdraaien en schroef (49) door rechtsom draaien verkorten.
  • Vaststelgreep voor zaagtafel (21) losmaken door deze rechtsom te draaien.
  • Moer (50) eventueel loshalen.
  • Schroef (49) zo ver verstellen, totdat de zaagtafel aan de onderzijde wordt aangeraakt.
  • Moer (50) weer aanhalen om de schroef (49) te be- vestigen.
  • Zo nodig de aanwijzer (51) van de gradenverdeling (52) op 0° afstellen. (Afb. 11) 9.9. Welk zaagblad gebruiken De in de bandzaag meegeleverde zaagband is be- doeld voor universeel gebruik. De volgende criteria moeten bij de keuze van de zaagband in acht worden genomen:
  • Met een smalle zaagband kunt u kleinere radii snij- den dan met een brede.
  • Een brede zaagband gebruikt men als men een rechte snede wilt uitvoeren. Dit is vooral belang- rijk bij het snijden van hout. De zaagband heeft de tendens om de houtnerf te volgen en wijkt daardoor licht af van de gewenste snijlijn.
  • Fijngetande zaagbanden snijden gladder, maar ook langzamer dan grote zaagbanden. LET OP: Nooit verbogen of gescheurde zaagbanden gebruiken! 9.10. Zaagband verwisselen (afb. 1a+1b+3+15)
  • Zaagbandgeleiding (5) op ca. halve hoogte tussen de zaagtafel (7) en het machineframe (16) instellen.
  • Dekselvergrendelingen (10+13) loshalen en zijdek- sel (11) openen.
  • Verwijder de geleiderail voor parallelaanslag (26) in de omgekeerde richting (zie 9.2)
  • Zaagband (22) door het linksom draaien van de spanschroef (1) ontspannen.www.scheppach.com
  • Voor aanvang van de werkzaamheden moeten alle beschermings- en veiligheidsvoorzieningen op de machine zijn gemonteerd.
  • Reinig de zaagband of de zaagbandgeleiding nooit handmatig met een borstel of schraper in de hand bij een draaiende zaagband. Ingedroogde zaagban- den vormen een risico voor de werkveiligheid en moeten regelmatig worden gereinigd.
  • Voor uw persoonlijke veiligheid moeten tijdens de werkzaamheden een veiligheidsbril en handschoe- nen worden gedragen. Bij lang haar een haarnetje dragen. Losse mouwen moeten tot de ellebogen worden opgerold.
  • Tijdens werkzaamheden de zaagbandgeleiding al- tijd zo dicht mogelijk tegen het werkstuk plaatsen.
  • Zorg in de arbeids- en werkomgeving van de machi- ne voor voldoende lichtomstandigheden.
  • Gebruik voor rechte zaagsnedes altijd de leng- te-aanslag om het kantelen of wegslippen van het werkstuk te vermijden.
  • Voor het bewerken van smalle werkstukken met handtoevoer de schuifstok gebruiken.
  • Voor schuine zaagsnedes de zaagtafel in de over- eenkomstige positie brengen en het werkstuk tegen de lengte-aanslag geleiden.
  • Voor het snijden van zwaluwstaartvormige vorken en tappen of van wiggen, moet de zaagtafel altijd in de overeenkomstige positie op de hoekschaal wor- den aangebracht.
  • Bij bochtige of onregelmatige zaagsnedes van het werkstuk deze met beide handen, en gesloten vin- gers gelijkmatig naar voren schuiven. Met de han- den het veilige gedeelte van het werkstuk vasthou- den.
  • Voor herhaaldelijk uitvoeren van bochtige, onregel- matige zaagsnedes een hulpsjabloon gebruiken.
  • Bij het zagen van rondhout moet et werkstuk wor- den beveiligd tegen verdraaien. LET OP! Na elke nieuwe instelling adviseren wij een testrun om de ingestelde afmetingen te controleren.
  • Bij alle zaagwerkzaamheden moet de bovenste zaagbandgeleiding (5) zo dicht mogelijk tegen het werkstuk worden geplaatst (zie 9.5).
  • Het werkstuk moet altijd met beide handen gelei- den en vlak op de zaagtafel (7) te houden. Zo wordt het vastklemmen van de zaagband (21) vermeden.
  • De toevoer moet altijd met gelijkmatige druk ge- schieden, die net voldoende is, zodat de zaagband probleemloos door het materiaal snijdt maar niet blokkeert. 10.2. Parallelaanslag (afb. 17)
  • Spanbeugel (H) van de parallelaanslag (25) naar boven drukken
  • De parallelaanslag (25) links of rechts van de zaag- band (22) op de geleiderail voor parallelaanslag schuiven en op de gewenste maat instellen.
  • Spanbeugel (H) naar onderen drukken om de paral- lelaanslag (25) te bevestigen.
  • Er moet op gelet worden dat de parallelaanslag (25) altijd parallel loopt ten opzichte van de zaagband (22). 10.3. Schuine snede (afb. 2+12+19) Om schuine zaagsnedes parallel ten opzichte van de zaagband (22) te kunnen uitvoeren, is het mogelijk om de zaagtafel (7) van 0° - 45° naar voren te kantelen.
  • Vaststelgreep voor zaagtafel (21) losmaken.
  • Zaagtafel (7) naar voren kantelen, tot de gewenste hoekafmeting in graden (52) is ingesteld.
  • Vaststelgreep (21) weer vastdraaien. LET OP: Bij een gekantelde zaagtafel (7) moet de parallelaanslag (25) in de werkrichting rechts van de zaagband (22) worden aangebracht. Het wegglijden van het werkstuk wordt zo verhinderd.

De volgende adviezen zijn voorbeelden voor een veilig gebruik van lintzaagmachines. De volgende veilige werkinstructies worden als bijdra- gen aan de veiligheid beschouwd, kunnen echter niet voor elk gebruik geheel op maat zijn, volledig zijn of worden toegepast. Deze adviezen kunnen niet alle mogelijke, gevaarlijke omstandigheden behandelen en moeten zorgvuldig worden geïnterpreteerd.

  • Bij werkzaamheden in afgesloten ruimtes moet de machine op een afzuiginstallatie worden aange- sloten.
  • Als de machine buiten bedrijf is, bijv. na aoop van de werkzaamheden, moet u de zaagband losser maken. Een overeenkomstige aanwijzing voor het spannen van de zaagband moet voor de volgen- de gebruiker op de machine worden aangebracht.
  • Niet gebruikte zaagbanden moeten worden verza- meld en op een droge plek veilig worden bewaard. Voor gebruik de banden controleren op defecten (tanden, scheuren). Defecte zaagbanden niet ge- bruiken!
  • Bij het bedienen van de zaagbanden moeten de juiste veiligheidshandschoenen worden gedragen.www.scheppach.com
  • Werkstuk goed op de zaagtafel (7) drukken en lang- zaam in de zaagband (22) schuiven.
  • In een groot aantal gevallen is het praktisch om bochten en hoeken ongeveer 6 mm van de lijn grof uit te zagen.
  • Als u bochten moet zagen, die voor de gebruikte zaagband te smal zijn, moeten hulpzaagsnedes tot aan de voorzijde van de bocht worden gezaagd, zodat dit als houtafval wegvalt als de denitieve ra- dius wordt gezaagd.

De machine mag alleen aan het frame of het onderstel worden geheven en getransporteerd. Voor het trans- port mag nooit aan de veiligheidsinrichtingen, de in- stelgrepen of de zaagtafel worden geheven. Tijdens het transport moet de zaagband-veiligheidsin- richting zich in de onderstand stand en nabij de tafel bevinden. Nooit aan de tafel he󰀨en! Voor het transport moet de machine worden losgekoppeld van het stroomnet.

13. Reiniging en onderhoud

ATTENTIE! Telkens voor het instellen, het uitvoeren van onderhoud of reparaties de stekker uit het stop- contact trekken! Reiniging Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon. Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen. Onderhoud In het toestel zijn er geen andere te onderhouden on- derdelen. Service-informatie U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgen- de delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*: Zaagband, Tafelinzetstuk, Schuifstok

  • niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!
  • Altijd de parallelaanslag (24) voor alle zaagwerk- zaamheden gebruiken waarvoor deze kan worden ingezet.
  • Het is beter één zaagsnede tijdens een werkhande- ling uit te voeren dan in meerdere gedeeltes waar- door zo mogelijk een terugtrekking van het werk- stuk kan zijn vereist. Als het terugtrekken echter niet wordt vermeden, moet de bandzaag eerst worden uitgeschakeld. Het werkstuk pas terugtrekken nadat de zaagband (21) tot stilstand is gekomen.
  • Tijdens het zagen moet het werkstuk altijd met de langste zijde worden geleid. LET OP! Tijdens het bewerken van smalle werkstuk- ken moet absoluut een schuifstok worden gebruikt. De schuifstok (26) moet altijd binnen handbereik op de daarvoor aanwezige schuifstokhouder (48) aan de zijkant van de zaag worden bewaard.

11.1 Uitvoeren van langzaagsnedes (afb. 20)

Hierbij wordt een werkstuk in de lengterichting door- gezaagd.

  • Lengte-aanslag (25) aan de linkerzijde (voor zover mogelijk) van de zaagband (22) overeenkomstig de gewenste breedte instellen.
  • Zaagbandgeleiding (5) op het werkstuk neerlaten (9.5).
  • Zaag inschakelen (10.1).
  • Een kant van het werkstuk met de rechterhand te- gen de lengte-aanslag (25) drukken, terwijl het op- pervlak op de zaagtafel (7) ligt.
  • Werkstuk met gelijkmatige toevoer langs de len- te-aanslag (25) in de zaagband (22) schuiven.
  • Belangrijk: Lange werkstukken moeten worden ge- borgd om te voorkomen dat ze aan het einde van de zaaghandeling omlaag vallen (bijv. met rolstaan- der).

11.2 Uitvoeren van schuine zaagsnede (afb. 19)

  • Zaagtafel op gewenste hoek instellen (zie 10.3)
  • Handeling net als onder 11.1 beschreven, uitvoeren. Bij er bij schuine sneden op dat de parallelaanslag al- leen rechts van de zaagband wordt gebruikt.

11.3 Handen vrij zagen (afb. 21)

Een van de belangrijkste eigenschappen van een bandzaag is het probleemloos zagen van bochten en radii.

  • Zaagbandgeleiding (5) op het werkstuk neerlaten (9.5).

Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Wisselstroommotor

  • De netspanning moet 230 - 240 VAC zijn
  • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrus- ting mogen uitsluitend door een elektromonteur wor- den uitgevoerd. Aansluittype X Als het netsnoer van dit product beschadigd is, moet dit worden vervangen door een speciaal uitgevoerd netsnoer, dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of diens klantenservice. Vermeld in geval van vragen de volgende gege- vens:
  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor

16. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn re- cyclebaar. Verpakkingen milieu- vriendelijk afvoeren. Aanwijzingen betre󰀨ende de wetgeving Afgedank- te elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoude- lijke afval, maar moeten worden ingeza- meld resp. gescheiden worden afgevoerd!

  • Oude batterijen of accu’s die niet vast in het afge- dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver- wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet- geving inzake batterijen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elek- tronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu’s in te leveren.
  • De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wis- sen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat! Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoi- res contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.

Sla het apparaat en de hulpstukken op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegan- kelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking. Dek het elektrisch apparaat af om het tegen stof of vocht te beschermen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische ap- paraat.

15. Elektrische aansluiting

De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aange- sloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen. Belangrijke aanwijzingen Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Versleten plekken, als aansluitkabels door vensterof deuropeningen worden geleid.
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of ge- leiding van de aansluitkabel.
  • Snijplekken omdat over de aansluitkabel is ger den.
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stop- contact is getrokken.
  • Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansl- uitka - bel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitslui- tend aansluitkabels met de aanduiding H05VV-F.www.scheppach.com
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak bete- kent dat afgedankte elektrische en elektronische ap- paratuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
  • Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd: - Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven) - Verkooppunten van elektrische apparaten (statio- nair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden. - Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omge- ving worden gebracht. - Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaar- den van de fabrikanten en distributeurs verzoe- ken wij u contact op te nemen met de betre󰀨ende klantenservice.
  • Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elek- trische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
  • Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge- installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Eu- ropese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

17. Verhelpen van storingen

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De motor functioneert niet Motor, kabel of stekker defect, zekeringen doorgebrand Behuizingsdeksel open (eind- schakelaar) Laat de machine door een vakman controleren. Repareer de motor nooit zelf. Gevaar! Controleer de zekeringen en vervang ze zo nodig Behuizingsdeksel exact sluiten De motor draait lang- zaam en bereikt het bedrijfstoerental niet. Spanning te laag, wikkelingen beschadigd of condensator doorgebrand Laat de spanning controleren door de energie- maatschappij. Laat de motor controleren door een vakman. Laat de condensator vervangen door een vakman De motor maakt te veel lawaai Wikkelingen beschadigd, motor defect Laat de motor controleren door een vakman De motor bereikt het maximale vermogen niet. Groep van stroomnet overbelast (lampen, andere motoren enz.) Gebruik geen andere apparaten of motoren op de groep Motor raakt snel over- verhit. Overbelasting van de motor, ontoereikende koeling van de motor Voorkom overbelasting van de motor tijdens het zagen, verwijder stof van de motor om een opti- male koeling van de motor te garanderen Zaagsnede is ruw of gegolfd Zaagblad bot, tandvorm niet geschikt voor materiaaldikte Zaagblad slijpen of een geschikt zaagblad plaat- sen Werkstuk breekt uit of versplintert Zaagdruk te hoog of zaagblad niet geschikt voor toepassing Plaats een geschikt zaagblad Zaagband gaat scheef Geleiding slecht ingesteld Onjuist zaagband Zaagbandgeleiding volgens gebruiksinstructie instellen Zaagband volgens gebruiksinstructie selecteren Brandvlekken op het hout tijdens de werkzaamheden Zaagband stomp Onjuist zaagband Zaagband vervangen Zaagband volgens gebruiksinstructie selecteren Zaagband klemt tijdens de werkzaamheden Zaagband stomp Zaagband vertoont harsafzetting Geleiding slecht ingesteld Zaagband vervangen Zaagband reinigen Zaagbandgeleiding volgens gebruiksinstructie instellenwww.scheppach.com

13. Lockspärr (ovan)

18. Conformiteitsverklaring