SCHEPPACH UMF1600 - Zaag

UMF1600 - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis UMF1600 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 219 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH UMF1600 - page 67
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : UMF1600

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UMF1600 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UMF1600 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING UMF1600 SCHEPPACH

Afkort-, trek- en verstekzaag | Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing ....................... 67

  • Responsabile per la documentazione: Matthias Herz Günzburger Str. 69 D-89335 Ichenhausen Ichenhausen, 19.05.2025 Simon Schunk Division Manager Product Center Andreas Pecher Head of Project Management 66 | IT www.scheppach.comInhoudsopgave 1 Inleiding p. 67
  • 2 Productbeschrijving (afb. 1-24) p. 67
  • 3 Meegeleverd (afb. 1, 2) p. 68
  • 4 Beoogd gebruik p. 68
  • 5 Veiligheidsvoorschriften p. 69
  • 6 Uitpakken p. 72
  • 7 Technische gegevens p. 73
  • 8 Voor de ingebruikname (afb. 3) p. 73
  • 9 Montage p. 74
  • 10 Bediening p. 75
  • 11 Onderhoud p. 77
  • 12 Transport (afb. 1, 4, 23) p. 78
  • 13 Opslag p. 78
  • 14 Elektrische aansluiting p. 78
  • 15 Reparatie en reserveonderdelen bestellen p. 79
  • 16 Afvalverwerking en hergebruik p. 79
  • 17 Verhelpen van storingen p. 80
  • 18 EU-conformiteitsverklaring p. 81
  • 19 Explosietekening Verklaring van de symbolen op het product Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De vei- ligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen. Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoor- schriften! Draag gehoorbescherming. Bescherm de luchtwegen bij stofontwikke- ling! Draag een veiligheidsbril. Let op! Gevaar voor letsel! Raak het draai- ende zaagblad niet aan! Let op! Laserstraling (afb. 1, 20) Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd). Het product voldoet aan de geldende EU- bepalingen. Het product voldoet aan de geldende Servi- sche richtlijnen. 1 Inleiding Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product. Aanwijzing: De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijn- de wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ont- staan bij: p. 363
  • Ondeskundige behandeling
  • Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
  • Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmen- sen
  • Inbouw en vervanging van niet-originele reserveon- derdelen
  • Gebruik dat niet conform de voorschriften is
  • uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE- voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113. Let op: De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het pro- duct veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u geva- ren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermin- dert en de betrouwbaarheid en levensduur van het pro- duct verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangege- ven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daar- om goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden. 2 Productbeschrijving (afb. 1-24)

2. Aan/uit-schakelaar

3. Blokkeerschakelaar

4. Aan/uit-schakelaar laser

7a. Bevestigingsschroef

14. Handgreep/vastzetschroef draaitafel

20. Vastzetschroef werkstuksteun

23. Vastzetschroef verschuifbare aanslagrail

25a. Vastzetschroef hoogteverstelling kleminrichting 25b. Kartelschroef hoogteverstelling kleminrichting 25c. Vastzetschroef kleminrichting

28a. Vastzetschroef trekgeleiding

31a. Kartelmoer zaagdieptebegrenzing

32. Aanslag voor zaagdieptebegrenzing

41. Kruiskopschroef tafelinzetstuk

43. LED-werklamp (niet weergegeven)

(Geldt alleen voor artikelnummer: 59012159953) 3 Meegeleverd (afb. 1, 2) Pos. Aantal Aanduiding

C. 1 x Inbussleutel, 6 mm D. 1 x Inbussleutel, 3 mm 1 x Afkort-, trek- en verstekzaag 1 x Gebruikshandleiding

  • = niet altijd meegeleverd! 4 Beoogd gebruik De zaag wordt gebruikt voor het afkorten van hout en kunststof, overeenkomstig de machinegrootte. De zaag is niet geschikt voor het zagen van brandhout. WAARSCHUWING Gebruik het product uitsluitend voor het zagen van ma- terialen die in de gebruikshandleiding zijn gespecifi- ceerd. WAARSCHUWING Het meegeleverde zaagblad is uitsluitend bestemd voor het zagen van hout! Gebruik deze niet voor het zagen van brandhout! Er mogen uitsluitend voor het product geschikte zaagbla- den worden gebruikt. Het gebruik van alle type snijwielen is verboden. Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet volgens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondin- gen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en niet de fabrikant aansprakelijk. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de mon- tagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshand- leiding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloei- ende schade. Het product mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden ge- bruikt. De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangege- ven afmetingen moeten in acht worden genomen. Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisicofac- toren niet volledig worden vermeden. Op grond van de constructie en montage van het product kan het volgende optreden:
  • Aanraken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
  • In het draaiende zaagblad grijpen (snijwonden).
  • Terugslag van werkstukken en delen van werkstuk- ken.
  • Wegslingeren van slechte hardmetalen delen van het zaagblad.
  • Gehoorschade wanneer de vereiste gehoorbescher- ming niet wordt gedragen.
  • Schadelijke emissies van houtstof bij gebruik in afge- sloten ruimtes. Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toe- passingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aanspra- kelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambach- telijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet. Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleiding GEVAAR Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien de- ze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. 68 | NL www.scheppach.comWAARSCHUWING Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden. VOORZICHTIG Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. LET OP Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben. 5 Veiligheidsvoorschriften Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzin- gen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn mee- geleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elek- trisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elek- trisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).

1) Veiligheid op de werkplek

a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen lei- den tot ongevallen. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brand- bare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dam- pen kunnen ontbranden. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het ge- bruik uit de buurt van het elektrische gereed- schap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elek- trische apparaat verliezen.

2) Elektrische veiligheid

a) De aansluitstekker van het elektrische gereed- schap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Ge- bruik geen adapterstekker samen met geaard elek- trisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en pas- sende stopcontacten verminderen het risico op elektri- sche schok. b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met geaar- de onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elek- trische haarden, koelkasten. Er bestaat een ver- hoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van re- gen of vocht. Het indringen van water in een elek- trisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok. d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische ge- reedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok. e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden verme- den, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het ge- bruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.

3) Veiligheid van personen

a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of on- der invloed bent van drugs, alcohol of medica- menten. Een moment van onachtzaamheid bij ge- bruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlij- ke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, an- tislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of ge- hoorbescherming, al naar gelang het soort gereed- schap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen. c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Contro- leer of het elektrisch gereedschap is uitgescha- keld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en onge- vallen leiden. NL | 69www.scheppach.comd) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draai- end onderdeel van het elektrische gereedschap be- vindt, kan verwondingen veroorzaken. e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door be- wegende delen. g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aange- sloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen. h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektri- sche apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen lei- den.

4) Gebruik en behandeling van het

elektrische gereedschap a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbe- last raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veili- ger in het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is ge- vaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstel- lingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektri- sche apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten bui- ten bereik van kinderen. Laat het elektrisch appa- raat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen worden gebruikt. e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische ap- paraten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klem- men, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereed- schap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onder- delen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvul- dig onderhouden snijgereedschap met scherpe snij- randen klemt minder snel vast en is makkelijker te ge- bruiken. g) Gebruik elektrische apparaten, inzetstuk, inzet- stukken enz. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werk- zaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties. h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en gree- poppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereed- schap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.

a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hier- mee wordt de veiligheid van het elektrische gereed- schap gewaarborgd.

5.1 Veiligheidsvoorschriften voor

afkort- en verstekzagen a) Afkort- en verstekzagen zijn bedoeld voor het za- gen van hout en houtachtige materialen. Ze zijn niet geschikt voor het zagen van ijzerhoudende materialen, zoals staven, stangen, bouten enz. Be- wegende delen zoals de onderste beschermkap kun- nen blokkeren door de schurende werking van het stof. Zaagvonken veroorzaken verbranding van de on- derste beschermkap, de inlegplaat en andere kunst- stof onderdelen. b) Zet het werkstuk indien mogelijk vast met klem- men. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd minimaal 100 mm verwij- derd houden van elke zijde van het zaagblad. Zaag met deze zaag geen werkstukken die te klein zijn om vast te klemmen of met uw hand vast te hou- den. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is, bestaat er een verhoogd risico op letsel door contact met het zaagblad. c) Het werkstuk mag niet kunnen worden bewogen en moet worden vastgeklemd of tegen de aanslag en de tafel worden aangedrukt. Duw het werkstuk niet in het zaagblad en zaag het nooit uit de vrije hand. Losse en bewegende werkstukken kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd en letsel veroor- zaken. d) Beweeg de zaag door het werkstuk. Voorkom dat u de zaag door het werkstuk trekt. Om een zaags- nede te maken, moet u eerst de zaagkop omhoog bewegen en zonder te zagen over het werkstuk trekken. Schakel vervolgens de motor in, zwenk de zaagkop naar beneden en duw de zaag door het werkstuk. Bij een trekkende zaagbeweging be- staat het risico dat het zaagblad bij het werkstuk om- hoog komt en de gebruiker hard door de zaagbla- deenheid wordt geraakt. e) Kom nooit met uw hand voorbij de beoogde zaag- lijn, noch voor noch achter het zaagblad. Het is erg gevaarlijk om het werkstuk met gekruiste handen te ondersteunen door het werkstuk met uw linkerhand rechts van het zaagblad vast te houden, of omge- keerd. 70 | NL www.scheppach.comf) Kom niet met uw hand achter de aanslag als het zaagblad draait. Overschrijd nooit de veiligheids- afstand van 100 mm tussen uw hand en het draai- ende zaagblad (dit geldt voor beide zijden van het zaagblad, bijv. om houtresten te verwijderen). U hebt wellicht niet in de gaten dat uw hand zich dicht bij het draaiende zaagblad bevindt, wat ernstig letsel tot gevolg kan hebben. g) Controleer het werkstuk vóór het zagen. Als het werkstuk gebogen of kromgetrokken is, moet u het met de naar buiten gekromde zijde op de aan- slag vastklemmen. Zorg er altijd voor dat er langs de zaaglijn geen spleet is tussen het werkstuk, de aanslag en de tafel. Gebogen of kromgetrokken werkstukken kunnen verdraaien of verschuiven, waar- door het draaiende zaagblad tijdens het zagen kan vastlopen. In het werkstuk mogen geen spijkers of an- dere vreemde objecten zitten. h) Gebruik de zaag pas als er geen gereedschappen, houtresten en dergelijke meer op de tafel liggen; alleen het werkstuk mag op de tafel liggen. Klein afvalresten, losse stukken hout en andere voorwerpen die met het draaiende zaagblad in contact komen, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd.

i) Zaag altijd maar één werkstuk tegelijk. Als er meer-

dere op elkaar gestapelde werkstukken worden ge- zaagd, kunnen ze niet goed vastgeklemd of vastge- houden worden, waardoor het zaagblad kan vastlopen of de werkstukken kunnen wegglijden. j) Zorg ervoor dat de afkort- en verstekzaag vóór ge- bruik op een vlak en stevig werkoppervlak staat. Een vlak en stevig werkoppervlak verkleint het risico op instabiliteit van de afkort- en verstekzaag. k) Plan uw werkzaamheden. Let er bij het instellen van de zaagbladhelling of verstekhoek op dat de verstelbare aanslag correct is afgesteld en dat het werkstuk wordt ondersteund, zonder in contact te komen met het zaagblad of de beschermkap. Si- muleer, zonder werkstuk op de tafel en zonder de ma- chine in te schakelen, een volledige zaagbeweging met het zaagblad om te controleren of er geen belem- meringen zijn en er geen gevaar is dat in de aanslag wordt gezaagd. l) Bij werkstukken die breder of langer zijn dan het tafelblad, moet u voor voldoende ondersteuning zorgen, bijvoorbeeld met tafelverlengingen of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder zijn dan de tafel van de afkort- en verstekzaag, kunnen omkantelen als ze niet stevig worden ondersteund. Als een afgezaagd stuk hout of het werkstuk omkan- telt, kan het de onderste beschermkap optillen of on- gecontroleerd door het draaiende zaagblad worden weggeslingerd. m) Zet geen andere personen in als vervanging van een tafelverlenging of extra ondersteuning. Bij een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan het zaagblad vastlopen. Ook kan het werkstuk dan tijdens de snede verschuiven, waardoor u of uw assistent in het draaiende zaagblad wordt getrokken. n) Het afgezaagde deel mag niet tegen het draaiende zaagblad worden gedrukt. Als er weinig ruimte is, bijvoorbeeld bij gebruik van lengteaanslagen, kan het afgezaagde deel in het zaagblad vastklemmen en met geweld worden weggeslingerd. o) Gebruik altijd een klem of een geschikte voorzie- ning om ronde voorwerpen zoals staven of buizen naar behoren te ondersteunen. Staven hebben de neiging om weg te rollen tijdens het zagen, waardoor het zaagblad zich vastgrijpt en het werkstuk met uw hand in het zaagblad kan worden getrokken. p) Laat het zaagblad op volle snelheid komen voor- dat u het in het werkstuk zaagt. Dit verkleint het risi- co dat het werkstuk wordt weggeslingerd. q) Als het werkstuk wordt vastgeklemd of het zaag- blad vastloopt, moet u de afkort- en verstekzaag uitschakelen. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen, trek de voedingsstekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu. Ver- wijder vervolgens het vastgeklemde materiaal. Als u bij een dergelijk blokkering doorgaat met zagen, kunt u de controle verliezen of kan de afkort- en ver- stekzaag beschadigd raken. r) Als de zaagsnede is voltooid, laat u de schakelaar los, houdt u de zaagkop omlaag en wacht u tot het zaagblad is gestopt voordat u het afgezaagde deel verwijdert. Het is erg gevaarlijk om met uw hand in de buurt van het uitlopende zaagblad te komen. s) Houd de handgreep stevig vast als u een onvolle- dige zaagsnede uitvoert of als u de schakelaar lo- slaat voordat de zaagkop de onderste positie heeft bereikt. Door de remwerking van de zaag kan de zaagkop abrupt omlaag worden getrokken, en daar- door tot verwonding leiden.

5.2 Veiligheidsvoorschriften voor de

behandeling van zaagbladen

  • Vermijd het ongecontroleerd loslaten van het zaagag- gregaat in de onderste eindpositie.
  • Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbladen.
  • Gebruik geen zaagbladen met barsten of scheuren. Gooi zaagbladen met barsten weg. Reparatie is niet toegestaan.
  • Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal zijn vervaardigd.
  • Controleer de staat van de zaagbladen voordat u de zaag gebruikt.
  • Gebruik uitsluitend zaagbladen die geschikt zijn voor het te zagen materiaal.
  • Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen zaagbladen. De zaagbladen moeten, als ze bedoeld zijn om hout of dergelijk materiaal te bewerken, voldoen aan EN 847-1.
  • Gebruik geen zaagbladen van hooggelegeerd snel- draaistaal (HSS).
  • Gebruik alleen zaagbladen waarvan het maximaal toegestane toerental is niet lager is dan het maximale spiltoerental van de zaag en die geschikt zijn voor het te bewerken materiaal.
  • Let op de draairichting van het zaagblad.
  • Gebruik zaagbladen alleen dan, als u ook weet hoe u ermee om moet gaan. NL | 71www.scheppach.com• Houd rekening met het maximale toerental. Het maxi- male toerental dat op het zaagblad staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aan- gegeven, aan het toerentalbereik.
  • De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en water worden ontdaan.
  • Gebruik geen losse pasringen of -bussen om de bo- ring van zaagbladen te verkleinen.
  • Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de bor- ging van het zaagblad dezelfde diameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.
  • Zorg, dat bevestigde pasringen evenwijdig staan aan elkaar.
  • Wees voorzichtig bij het hanteren van de zaagbladen. Bewaar ze liefst in de originele verpakking of in speci- ale houders. Draag veiligheidshandschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen.
  • Controleer voordat u zaagbladen gebruikt, of de veilig- heidsvoorzieningen correct zijn bevestigd.
  • Controleer vóór gebruik of het toegepaste zaagblad aan de technische eisen van deze zaag voldoet en of het op de juiste wijze bevestigd is.
  • Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor het zagen van hout en nooit voor het bewerken van meta- len.
  • Gebruik alleen een zaagblad met een diameter die op de zaag staat aangegeven.
  • Gebruik extra werkstuksteunen als dit nodig is voor de stabiliteit van het werkstuk.
  • De verlengstukken van de werkstuksteun moeten tij- dens de werkzaamheden altijd bevestigd en gebruikt worden.
  • Vervang een versleten tafelinzetstuk!
  • Voorkom oververhitting van de zaagtanden.
  • Voorkom bij het zagen van kunststof dat de kunststof smelt. Gebruik voor het te verwerken materiaal de juiste zaagbladen. Vervang beschadigde of versleten zaag- bladen tijdig. Stop de machine als het zaagblad oververhit raakt. Laat het zaagblad afkoelen voordat u verder werkt met het apparaat.
  • Gebruik alleen zaagbladen, die met een gelijk of ho- ger toerental zijn aangeduid dan op het elektrisch ge- reedschap aangegeven toerental.
  • Zorg altijd voor een stabiele positie en borging van de zaag.

Let op: Laserstraling Niet in de laserstraal kijken Laserklasse 2 Bescherm uzelf en uw omgeving door het nemen van de juiste voorzorgsmaatregelen ten behoeve van ongevallenpreventie!

  • Niet direct in de laserstraal kijken zonder oogbescher- ming.
  • Nooit direct in de straalbundel kijken.
  • Richt de laserstraal nooit op reflecterende oppervlak- ken en personen of dieren. Ook een laserstraal met een laag vermogen kan oogletsel veroorzaken. VOORZICHTIG Als andere dan de hier aangegeven handels- wijzen worden toegepast, kan dit tot een ge- vaarlijke stralingsexplosie leiden.
  • Lasermodule nooit openen. Dit kan tot onverwachte blootstelling aan straling leiden.
  • Als u het product langere tijd niet gebruikt, moet u de accu's verwijderen.
  • De laser mag niet door laser van een ander type wor- den vervangen.
  • Reparaties aan de laser mogen uitsluitend door de fa- brikant van de laser of een bevoegde dealer worden uitgevoerd. 6 Uitpakken WAARSCHUWING Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
  • Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver- pakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhan- den).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het product en de hulpstukken op trans- portschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Recla- maties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het ver- strijken van de garantietijd.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandlei- ding. 72 | NL www.scheppach.com• Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveon- derdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveon- derdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan. 7 Technische gegevens Wisselstroommotor 220 – 240 V~/ 50 Hz Nominaal vermogen S1 1700 Watt Bedrijfsmodus S6 25%* 2000W Stationair toerental n

Hardmetalen zaagblad ø 216 x ø 30 x 2,8 mm Aantal tanden 24/48* Maximale tandbreedte van het zaagblad 3 mm Draaibereik -45° / 0°/ +45° Versteksnede 0° tot 45° naar links Zaagbreedte bij 0° 340 x 65 mm Zaagbreedte bij 45° 240 x 65 mm Zaagbreedte bij 2 x 45° (dubbele versteksnede) 240 x 38 mm Beschermingsklasse II / Gewicht ca. 12,0 kg Laserklasse 2 Aslengte laser 650 nm Vermogen laser < 1 mW Technische wijzigingen voorbehouden!

  • = niet altijd meegeleverd! Bedrijfsmodus S6 Ononderbroken periodiek bedrijf. Het gebruik is opge- bouwd uit een opstarttijd, een tijd met een constante be- lasting en een uitlooptijd. De cyclusduur bedraagt 10 mi- nuten en de relatieve inschakelduur bedraagt 25% van de cyclustijd. Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3 mm en een breedte van 10 mm hebben. Zorg ervoor dat het werkstuk altijd met de kleminrichting is geborgd. Geluidswaarden WAARSCHUWING Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving. De geluids- en trillingswaarden zijn bepaald volgens EN 62841-1. Geluidsdrukniveau L

96,5 dB Onzekerheid K

109,5 dB Onzekerheid K

3 dB De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten vol- gens een standaardtestmethode en kunnen worden ge- bruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken. De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook wor- den gebruikt als eerste indicatie van de belasting. WAARSCHUWING De geluidsemissies kunnen van de opgege- ven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhanke- lijk van de wijze waarop het elektrisch appa- raat wordt gebruikt en de aard van het werk- stuk dat wordt bewerkt. Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo kan bijvoorbeeld de werktijd worden beperkt. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmer- king worden genomen (zoals de tijd dat de machine uit- geschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait). 8 Voor de ingebruikname (afb. 3)

1. Maak de voorgeïnstalleerde kantelbeveiliging (33) aan

de onderzijde van de zaag los, trek de beveiliging er volledig uit en borg deze weer met de inbussleutel (D).

2. Het product moet stabiel staan. Bevestig het product

hiervoor op een werkbank, het onderstel of iets derge- lijks. Zet 4 bouten (niet meegeleverd) in de gaten in de vaste zaagtafel (19). Haal de schroeven goed aan.

3. Stel de stelschroef (15) af op het niveau van de tafel-

plaat om te voorkomen dat het product gaat kantelen.

  • Voor ingebruikname moeten alle afdekkingen en vei- ligheidsvoorzieningen conform de voorschriften zijn gemonteerd.
  • Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
  • Let bij al bewerkt hout op vreemde voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroeven enz.
  • Controleer, voordat u op de aan/uit-schakelaar drukt, of het zaagblad correct gemonteerd is en of de bewe- gende delen soepel lopen.
  • Overtuig u voor het aansluiten van het product, dat de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.

8.1 Veiligheidsinrichting van de

zaagbladbescherming (7) controleren (afb. 4) De zaagbladbescherming biedt bescherming tegen onbe- doeld contact met het zaagblad en tegen rondvliegende spanen. Werking controleren Klap hiervoor de zaag naar beneden:

  • De zaagbladbescherming moet het zaagblad bij het omlaag zwenken vrijgeven zonder andere delen aan te raken.
  • Als de zaag naar de uitgangspositie omhoog wordt geklapt, moet de zaagbladbescherming automatisch het zaagblad afdekken. NL | 73www.scheppach.com9 Montage

9.1 Product demonteren (afb. 1, 2, 5, 6)

1. Maak de draaitafel (18) los door de handgreep (14)

3. Met de handgreep (14) de draaitafel (18) op de ge-

draaitafel te fixeren.

6. De stelbout (15) tegen de tafel* borgen om het pro-

duct te beveiligen tegen kantelen.

7. Door de zaagkop (6) licht naar beneden te drukken en

gelijktijdig de borgbout (34) uit de motorbeugel te trek- ken, wordt de zaag uit de onderste stand ontgrendeld.

8. Borgbouten (34) met 90 graden draaien om deze in

10. De kleminrichtingen (25) kunnen zowel links als rechts

aan de vaste zaagtafel (19) bevestigd worden. Steek een kleminrichting (25) in de daarvoor aangebrachte boring aan de achterzijde van de aanslagrail (12) en borg deze met de vastzetschroef (25c). Bij versteksnedes 0°- 45° moet de kleminrichting (25) slechts eenzijdig (rechts) worden gemonteerd (zie af- beelding 11-12).

11. De zaagkop (6) kan door de vastzetschroef (24) los te

draaien, naar links tot max. 45° schuin geplaatst wor- den.

12. De werkstuksteunen (21) moeten tijdens de werk-

zaamheden altijd worden bevestigd en gebruikt. Stel de gewenste uitsteek in door de vastzetschroef (20) los te draaien. Draai vervolgens de vastzet- schroef (20) weer vast.

  • = niet altijd meegeleverd!

9.2 Spaanopvangzak (30) (afb. 1, 24)

De zaag is uitgerust met een spaanopvangzak (30) voor spaanders. Knijp de uiteinden van de metalen klem van de spaanopvangzak (30) samen en breng de zak aan op de uitlaatopening bij de motor. De spaanopvangzak (30) kan met de ritssluiting aan de onderzijde worden geleegd.

9.2.1 Aansluiting op een externe

1. Sluit de afzuigslang aan op de stofafzuiging.

2. De stofafzuiging moet geschikt zijn voor het te verwer-

3. Gebruik voor het afzuigen van met name stoffen die

gevaarlijk zijn voor de gezondheid of kankerverwek- kend kunnen zijn, een speciale afzuiginrichting.

9.3 Fijnafstelling van de aanslag voor

afkortsnede 90° (afb. 1, 7) Benodigd gereedschap:

  • Inbussleutel 6 mm (C)
  • 90° aanslaghoek (A)*
  • Kruiskopschroevendraaier*

1. De zaagkop (6) naar beneden laten zakken en met de

3. 90°-aanslaghoek (A) tussen zaagblad (8) en draaitafel

sen zaagblad (8) en draaitafel (18) 90° bedraagt.

6. Draai de borgmoer (35a) weer vast.

7. Controleer ten slotte de positie van de hoekweergave.

Indien nodig, de aanwijzer (16) met een kruiskop- schroevendraaier losdraaien, op de 0°-positie van de schaalverdeling (17) zetten en weer vastdraaien.

9.4 Fijnafstelling van de aanslag voor

versteksnede 45° (afb. 1, 8) Benodigd gereedschap:

  • 45° aanslaghoek (B)*
  • Steeksleutel SW 13 mm*
  • Kruiskopschroevendraaier*
  • = niet altijd meegeleverd!

1. De zaagkop (6) naar beneden laten zakken en met de

borgbout (34) vastzetten.

2. Zet de draaitafel (18) vast op de 0°-stand.

LET OP De verschuifbare aanslagrail moet voor versteksnedes (schuin geplaatste zaagkop) in de buitenste positie wor- den vastgezet (linker zijde).

3. Open de vastzetschroef (23) van de verschuifbare

aanslagrail (11) en schuif de verschuifbare aanslagrail (11) naar buiten 45° aanslaghoek (B) tussen zaagblad (8) en draaitafel (18) leggen.

4. De verschuifbare aanslagrails (11) moeten zover wor-

den vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (11) en het zaagblad (8) minste 8mm bedraagt.

5. De verschuifbare aanslagrail (11) moet zich in de bin-

nenste positie bevinden (rechter zijde).

6. Controleer vóór de zaagsnede of de verschuifbare

aanslagrails (11) en het zaagblad (8) niet met elkaar in botsing kunnen komen.

7. De borgschroef (24) losdraaien en met de handgreep

(14) de zaagkop (6) naar links, schuin plaatsen op 45°.

8. De 45°-aanslaghoek (B) tussen zaagblad (6) en draai-

tafel (18) plaatsen.

9. Maak de borgmoer (36a) los en verstel de stelbout

(36) tot de hoek tussen zaagblad (8) en draaitafel (18) precies 45° bedraagt.

10. Draai de contramoer (36a) weer vast.

11. Controleer ten slotte de positie van de hoekweergave.

Indien nodig, de aanwijzer (16) met een kruiskop- schroevendraaier losdraaien, op de 45°-positie van de schaalverdeling (17) zetten en weer vastdraaien. 74 | NL www.scheppach.com10 Bediening

10.1 Bediening van de kleminrichting

(25) (afb. 1) Door het verstellen van de vastzetschroef (25a) kan de kleminrichting (25) in de hoogte worden versteld.

1. Laat de kleminrichting (25) op het werkstuk zakken.

2. Haal de vastzetschroef (25c) goed aan.

3. Draai de kartelschroef (25b) rechtsom om het werk-

stuk vast te klemmen.

4. Om het werkstuk los te maken, gaat u in omgekeerde

10.2 Zaagdieptebegrenzing (groef

zagen) (afb. 1, 9) WAARSCHUWING Gevaar voor terugslag! Bij het aanbrengen van groeven is het zeer belangrijk dat er geen zijdelingse druk op het zaagblad wordt uit- geoefend. De zaagkop kan anders plotseling omhoog slaan! – Gebruik bij het aanbrengen van groeven een kle- minrichting. Vermijd zijdelingse druk op de zaagkop.

1. Middels de bout (31) kan de zaagdiepte traploos inge-

steld worden. Hiertoe moet de kartelmoer (31a) op de bout worden losgemaakt. De gewenste zaagdiepte door het indraaien of uitdraaien van de bout (31) in- stellen. Aansluitend de kartelmoer (31a) weer op de bout (31) vastmaken.

2. Controleer de instelling aan de hand van een testsne-

10.3 Laser in- en uitschakelen (afb. 19)

1. Druk 1x op de aan/uit-schakelaar laser (4). Op het te

bewerken werkstuk wordt een laserlijn geprojecteerd die precies de plaats van de zaagsnede aangeeft. Uitschakelen:

1. Druk nogmaals op de aan/uit-schakelaar laser (4).

Aan/uit-schakelaar van de LED-werklamp (43) (Geldig alleen artikelnummer: 59012159953) Druk herhaald op de aan/uit-schakelaar laser (4) om tus- sen de laser (10) en de led-werklamp (43) te wisselen: 1 x indrukken Laser (10) AAN/LED (43) UIT 2 x indrukken Laser (10) UIT/LED (43) AAN 3 x indrukken Laser (10) AAN/LED (43) AAN 4 x indrukken Laser (10) UIT/LED (43) UIT

10.4 Snedes in serie (afb. 1, 10)

Voor terugkerende snedes met dezelfde lengte kan de lengteaanslag (22) worden opengeklapt. U kunt de leng- teaanslag (22) zowel aan de rechter- maar ook aan de lin- kerzijde gebruiken.

1. Klap de lengteaanslag (22) omhoog.

2. Draai de vastzetschroef voor de werkstuksteun (20)

3. Trek de werkstuksteun (21) er uit.

4. Stel de gewenste afstand tussen het zaagblad (8) en

de lengteaanslag (22) in.

5. Draai de vastzetschroef voor de werkstuksteun (20)

6. Voer de snedes uit zoals in 10.5, 10.6, 10.7 en 10.8

10.5 Afkortsnede 90° en draaitafel 0°

(afb. 1, 11, 12) Bij zaagsnedes tot ca. 100 mm kan de trekfunctie van de zaag met de vastzetschroef (28a) in de achterste positie gefixeerd worden. In deze positie kan de zaag voor afkor- ten worden gebruikt. Mocht de zaagbreedte boven 100 mm liggen, moet erop gelet worden, dat de vastzet- schroef (28a) los is en de zaagkop (6) beweegbaar is (afb. 4). LET OP De verschuifbare aanslagrail moet voor 90°-afkortbe- werking in de binnenste positie gefixeerd worden. Hints voor vastklemmen:

  • Bewerk geen werkstukken die te klein zijn om te kun- nen worden vastgeklemd.
  • Versterk zeer dunne werkstukken door ze samen met een extra lat door te zagen. Zeer dunne werkstukken kunnen "fladderen" of breken bij het zagen

1. Open de vastzetschroef (23) van de verschuifbare

aanslagrail (11) en schuif de verschuifbare aanslagrail (11) naar binnen.

2. De verschuifbare aanslagrails (11) moeten zover voor

de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de verschuifbare aanslagrail (11) en het zaag- blad (8) maximaal 8mm bedraagt.

3. Controleer vóór de zaagsnede of de verschuifbare

aanslagrail (11) en het zaagblad (8) niet met elkaar in botsing kunnen komen.

4. De vastzetschroef (23) weer aandraaien.

5. De zaagkop (6) in de bovenste positie brengen.

6. Zaagkop (6) op de handgreep (1) naar achteren

schuiven en evt. in deze positie fixeren (afhankelijk van de zaagbreedte).

7. Leg het te zagen hout tegen de aanslagrail (12) en op

8. Het materiaal met de kleminrichting (25) op de vast-

staande zaagtafel (19) vastzetten, om verschuiven tij- dens het zagen te voorkomen.

9. Ontgrendel de blokkeerschakelaar (3) en druk op de

aan/uit-schakelaar (2) om de motor in te schakelen.

10. Zaagkop (6) met de handgreep (1) gelijkmatig en met

lichte druk omlaag bewegen, tot het zaagblad (8) het werkstuk heeft doorgezaagd.

11. Na het beëindigen van het zagen de zaagkop (6) weer

in de bovenste rustpositie brengen en de aan/uit- schakelaar (2) loslaten. NL | 75www.scheppach.comLET OP Door de terughaalveer slaat het product automatisch naar boven. Laat de handgreep na het einde van de zaagsnede niet los, maar laat de zaagkop langzaam en onder lichte tegendruk omhoog bewegen.

10.5.1 Bij gefixeerde trekgeleiding (28)

1. Trekgeleiding van de zaag met de vastzetschroef voor

trekgeleiding (28a) in de achterste positie fixeren.

2. Zaagkop (6) met de handgreep (1) gelijkmatig en met

lichte druk omlaag bewegen, tot het zaagblad (8) het werkstuk heeft doorgezaagd.

10.5.2 Bij niet-gefixeerde trekgeleiding (28)

  • Zaagkop (6) volledig naar voren trekken. De hand- greep (1) gelijkmatig en met lichte druk volledig om- laag brengen. Nu de zaagkop (6) langzaam en gelijk- matig volledig naar achteren schuiven tot het zaag- blad (8) het werkstuk volledig heeft doorgezaagd.

10.6 Afkortsnede 90° en draaitafel

0°- 47° (afb. 1, 11, 13) Met de afkort- en verstekzaag kunnen schuine verstek- sneden naar links en rechts van 0°- 47° worden uitge- voerd. LET OP De verschuifbare aanslagrail moet voor 90°-afkortbe- werking in de binnenste positie gefixeerd worden.

1. Open de vastzetschroef (23) van de verschuifbare

aanslagrail (11) en schuif de verschuifbare aanslagrail (11) naar binnen.

2. De verschuifbare aanslagrails (11) moeten zover voor

de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de verschuifbare aanslagrail (11) en het zaag- blad (8) maximaal 8mm bedraagt.

3. Controleer vóór de zaagsnede of de verschuifbare

aanslagrail (11) en het zaagblad (8) niet met elkaar in botsing kunnen komen.

4. De vastzetschroef (23) weer aandraaien.

5. Maak de draaitafel (18) los door de handgreep (14)

7. Met de handgreep (14) de draaitafel (18) op de ge-

10. De stelbout (15) tegen de tafel* borgen om het pro-

duct te beveiligen tegen kantelen.

11. Snede zoals onder 10.5 beschreven uitvoeren.

  • = niet altijd meegeleverd!

10.7 Versteksnede 0°- 45° en draaitafel

0° (afb. 1, 11, 14) Met de zaag kunnen versteksneden naar links van 0°-45° ten opzichte van het werkoppervlak worden gemaakt. LET OP De verschuifbare aanslagrail moet voor versteksneden (schuin staande zaagkop) in de buitenste positie ge- fixeerd worden. LET OP Voor versteksneden van 0° - 45° moet de kleminrichting (werkstukklem) slechts aan rechts worden gemonteerd.

1. Open de vastzetschroef (23) van de verschuifbare

aanslagrails (11) en schuif de verschuifbare aanslag- rails (11) naar buiten (linker zijde).

2. De verschuifbare aanslagrails (11) moeten zover voor

de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de verschuifbare aanslagrails (11) en het zaagblad (8) maximaal 8 mm bedraagt (rechter zij- de).

3. Controleer vóór de zaagsnede of de verschuifbare

aanslagrail (11) en het zaagblad (8) niet met elkaar in botsing kunnen komen.

4. De vastzetschroef (23) weer aandraaien.

5. De zaagkop (6) in de bovenste stand brengen.

6. Zet de draaitafel (18) vast op de 0°-stand.

7. De borgschroef (24) losdraaien en met de handgreep

(1) de zaagkop (6) naar links, schuin plaatsen, tot de hoekindicator (27) naar de gewenste hoek op de ver- deling van de hoekschaal (26) wijst.

8. De vastzetschroef (24) weer vastdraaien.

9. Zaagsnede uitvoeren zoals in 10.5 is beschreven.

10.8 Versteksnede 0°- 45° en draaitafel

0°- 47° (afb. 1, 11, 15) Met de zaag kunnen versteksneden naar links van 0°- 45° ten opzichte van het werkoppervlak en tegelijk van 0°- 47° ten opzichte van de aanslagrail worden uitgevoerd (dub- bele versteksnede). LET OP De verschuifbare aanslagrail moet voor versteksneden (schuin staande zaagkop) in de buitenste positie ge- fixeerd worden. Met een afkort- en verstekzaag gekanteld op 31,6° en een eenheidskanteling van 33,9° kunnen gelijkbenige driehoekige lijsten en profielen zoals stucrandprofielen in verstek worden gezaagd met de profielzijde naar bene- den. Dit is bijzonder voordelig voor grote profielen die de maxi- male snijhoogte bij normaal plaatsen overschrijden. Het maakt het ook gemakkelijk om problemen op te los- sen met de hoek op de hoeken, die vaak niet rechthoekig is. LET OP Voor versteksneden van 0° - 45° moet de kleminrichting (werkstukklem) slechts aan rechts worden gemonteerd. 76 | NL www.scheppach.com1. Open de vastzetschroef (23) van de verschuifbare aanslagrails (11) en schuif de verschuifbare aanslag- rails (11) naar buiten.

2. De verschuifbare aanslagrails (11) moeten zover voor

de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de verschuifbare aanslagrail (11) en het zaag- blad (8) maximaal 8mm bedraagt.

3. Controleer vóór de zaagsnede of de verschuifbare

aanslagrail (11) en het zaagblad (8) niet met elkaar in botsing kunnen komen.

4. De vastzetschroef (23) weer aandraaien.

5. De zaagkop (6) in de bovenste stand brengen.

6. Maak de draaitafel (18) los door de handgreep (14)

8. Kantel de draaitafel (18) met behulp van de hand-

greep (14) tot de gewenste hoek (zie 10.6).

11. De stelbout (15) tegen de tafel* borgen om het pro-

duct te beveiligen tegen kantelen.

12. De vastzetschroef (24) losdraaien.

13. Met de handgreep (1) de zaagkop (6) naar links, en

op de gewenste hoek instellen.

14. De vastzetschroef (24) weer vastdraaien.

15. Snede zoals onder 10.5 beschreven uitvoeren.

  • = niet altijd meegeleverd! 11 Onderhoud WAARSCHUWING Trek altijd de voedingsstekker uit het stop- contact voordat u instellings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoert!

onderhoudswerkzaamheden

  • Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleu- ven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek* af en blaas deze met perslucht* bij lage druk uit. Wij advise- ren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
  • Olie alle bewegende delen eenmaal per maand.
  • Maak het product regelmatig schoon met een vochtige doek* en een beetje zachte zeep. Gebruik geen reini- gingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de kunststofonderdelen van het product aantasten. Zorg ervoor dat er geen water in het product kan komen.

11.2 Vervangen van het zaagblad (8)

(afb. 1, 16 - 18) WAARSCHUWING Trek altijd de voedingsstekker uit het stop- contact voordat u instellings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoert! LET OP Draag veiligheidshandschoenen bij het wis- selen van het zaagblad! Gevaar voor letsel! Benodigd gereedschap:

  • Inbussleutel 6 mm (C)
  • Kruiskopschroevendraaier*

1. De zaagkop (6) naar boven zwenken en met de borg-

bout (34) vastzetten.

2. Draai de bevestigingsschroef (7a) van het deksel los

met behulp van een kruiskopschroevendraaier.

3. Klap de zaagbladbescherming (7) zover omhoog dat

de zaagbladbescherming (7) zich boven de flensbout (37) bevindt.

4. Zet met de ene hand de inbussleutel 6 mm (C) op de

5. Zaagasblokkering (5) goed aandrukken en de flens-

bout (37) langzaam rechtsom draaien. Na max. een omwenteling wordt de zaagasblokkering (5) vergren- deld.

6. Nu met iets meer kracht de flensbout (37) rechtsom

8. Het zaagblad (8) van de binnenflens (39) wegnemen

en omlaag wegtrekken.

10. Het nieuwe zaagblad (8) in de omgekeerde volgorde

weer terugplaatsen en aandraaien.

LET OP De versteksnede van de tanden, dit betekent de draai- richting van het zaagblad moet overeenkomen met de richting van de pijl op de behuizing.

13. Controleer voor het vervolgen van de werkzaamheden

de werking van de veiligheidsvoorzieningen (afb. 5). LET OP Controleer na elke vervanging van het zaagblad, of het zaagblad in verticale positie alsook op 45° is gekanteld, vrij in het tafelinzetstuk loopt. NL | 77www.scheppach.comLET OP Het vervangen en uitlijnen van de zaagbladen moet conform de voorschriften worden uitgevoerd.

11.3 Veiligheidsinrichting

zaagbladbescherming (7) reinigen (afb. 1) Controleer voor ingebruikname altijd de zaagbladbescher- ming op vervuiling. Verwijder oud zaagsel en oude houtsplinters met behulp van een borstel of een vergelijkbaar geschikt gereed- schap. Let op het soepel lopen van de geleidingsbeugel (29).

11.4 Instellen van de laser (10) (afb. 20)

LET OP Bedien bij het afstellen van de laser in geen geval de aan/uit-schakelaar. Gevaar voor let- sel! Als de laser (10) niet meer de juiste zaaglijn aangeeft, kan deze worden bijgesteld. Benodigd gereedschap:

  • Kruiskopschroevendraaier*

en verwijder de afdekking laser (9). Stel de laser door zijdelings verschuiven dusdanig in dat de laserstraal de snijtanden van het zaagblad (8) raakt.

2. Nadat u de laser (10) hebt afgesteld en aangehaald,

monteert u de afdekking laser (9) en bevestigt u deze handvast met de kruiskopschroef afdekking laser (40).

3. De zaag moet voor het afstellen van de laser (10) op

het stroomnet zijn aangesloten.

11.5 Tafelinzetstuk (13) vervangen

(afb. 1, 21) WAARSCHUWING Als het tafelinzetstuk beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het tafelinzetstuk en het zaagblad vast komen te zitten en het zaagblad blokke- ren. Vervang beschadigde tafelinzetstukken onmiddel- lijk! Benodigd gereedschap:

  • Kruiskopschroevendraaier*

1. Verwijder de kruiskopschroef (41) van het tafelinzet-

stuk (13). Draai evt. de draaitafel (18) en kantel de zaagkop (6), om de kruiskopschroef (41) te kunnen bereiken.

2. Neem het tafelinzetstuk (13) weg.

3. Plaats het nieuwe tafelinzetstuk (13).

4. Haal de kruiskopschroef (41) van het tafelinzetstuk

11.6 Inspectie van de koolborstels

(afb. 22) Controleer de koolborstels bij een nieuw product na de eerste 50 bedrijfsuren of wanneer nieuwe koolborstels worden gemonteerd. Controleer na de eerste controle om de 10 bedrijfsuren.

  • Wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm versle- ten is of de veer of shuntdraad verbrand of bescha- digd is, moet u beide borstels vervangen.
  • Wanneer de borstels na het demonteren als inzetbaar beschouwd worden, kunt u ze weer inbouwen.
  • Voor het onderhoud van de koolborstels opent u de beide vergrendelingen tegen de wijzers van de klok in. Verwijder vervolgens de koolborstels.
  • Plaats de koolborstels in omgekeerde volgorde terug. 12 Transport (afb. 1, 4, 23)

1. Trek de handgreep/vastzetschroef (14) voor de draai-

tafel vast om de draaitafel (18) te vergrendelen.

2. De zaagkop (6) omlaag drukken en met de borgbout

(34) vastzetten. De zaag is nu in de onderste positie vergrendeld.

3. Trekgeleiding van de zaag met de vastzetschroef voor

trekgeleiding (28a) in de achterste positie fixeren.

4. Product aan de transportgreep (42) dragen.

5. Voor het opnieuw opbouwen van het product, zoals

onder 8, 9, 10 beschreven te werk gaan. 13 Opslag Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoe- gankelijke plaats. De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 ˚C. Bewaar het product in de originele verpakking. Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product. 14 Elektrische aansluiting De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aange- sloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.

14.1 Belangrijke aanwijzingen

Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld. WAARSCHUWING De maximaal toegestane netimpendantie Zmax van het product is 0,443 Ohm. Als gebruiker van dit product moet u, indien nodig, in overleg met het elektrabedrijf afstemmen, dat het product alleen wordt aangesloten op een voeding waarvan de impedantie kleiner is dan of gelijk is aan Zmax! 78 | NL www.scheppach.com14.2 Speciale aansluitvoorwaarden

  • Het product voldoet aan de eisen van EN 61000-3-11 en valt onder de speciale aansluitvoorwaarden. Dit betekent dat gebruik op een willekeurig vrij te kiezen aansluitpunt niet toegestaan is.
  • Het product kan tijdelijke spanningsschommelingen veroorzaken bij ongunstige condities van het elektrici- teitsnet.
  • Het product is uitsluitend bestemd voor gebruik op aansluitpunten, die a) een maximale toelaatbare netimpedantie “Z” (Zmax. = 0,443 Ω) niet overschrijden, of b) een belastbaarheid voor onafgebroken stroom van het net van minstens 100 A per fase hebben.
  • Als gebruiker moet u, zo nodig in overleg met uw energiebedrijf, ervoor zorgen dat het aansluitpunt dat u voor het product wilt gebruiken aan een van beide genoemde eisen a) of b) voldoet.

14.3 Defecte elektrische aansluitkabel

Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuro- peningen worden geleid,
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of gelei- ding van het netsnoer,
  • Snijplekken omdat over de snoer is gereden,
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wand- contactdoos is getrokken,
  • Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend snoeren met dezelfde aanduiding. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Veiligheidsvoorschriften voor het vervangen van beschadigde of defecte netsnoeren Aansluittype X Als het netsnoer van dit product beschadigd is, moet dit worden vervangen door een speciaal uitgevoerd net- snoer, dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of diens klanten- service.

14.4 Wisselstroommotor

Aansluitingen en reparaties van de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitge- voerd.

  • De netspanning moet 220 V – 240 V~ zijn.
  • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter. 15 Reparatie en reserveonderdelen bestellen Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheids- technische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor ande- re personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewa- ren. LET OP Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen. Neem contact op met een servicecentrum of een erken- de specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor acces- soires. Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titel- pagina. Aansluitingen en reparaties Aansluitingen en reparaties aan de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitge- voerd.

15.1 Bestelling van reserveonderdelen

Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de vol- gende gegevens worden vermeld:

  • Gegevens op het typeplaatje Reserveonderdelen/accessoires Tafelinzetstuk – artikel-nr.: 5901215010

15.2 Service-informatie

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Koolborstels, zaagblad, tafelinzet- stuk, spaanopvangzak

  • = niet altijd meegeleverd! 16 Afvalverwerking en hergebruik Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn re- cyclebaar. Verpakkingen milieu- vriendelijk afvoeren. Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) Afgedankte elektrische en elektronische appa- ratuur behoort niet bij het huishoudelijke af- val, maar moeten worden ingezameld resp. ge- scheiden worden afgevoerd!
  • Oude batterijen of accu’s die niet vast in het afge- dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving in- zake batterijen. NL | 79www.scheppach.com• Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektro- nische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
  • De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voe- ren afgedankte apparaat!
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische appara- tuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden ge- gooid.
  • Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden in- geleverd: – Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven) – Verkooppunten van elektrische apparaten (statio- nair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden. – Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw ap- paraat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend verzamelpunt in je omgeving worden gebracht. – Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klanten- service.
  • Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikant aan een particulier huishouden, kan de fabri- kant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische ap- paraat. Neem hiertoe contact op met de klantenser- vice van de fabrikant.
  • Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geïnstal- leerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het af- voeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. 17 Verhelpen van storingen De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De motor functioneert niet Motor, kabel of stekker defect, Netze- kering doorgebrand. Product door een specialist laten controleren. Re- pareer de motor nooit zelf. Gevaar! Netzekerin- gen controleren, evt. vervangen De motor draait langzaam en bereikt het bedrijfstoerental niet. Spanning te laag, wikkelingen bescha- digd of condensator doorgebrand. Laat de spanning controleren door een elektro- monteur. Laat de motor controleren door een spe- cialist. Laat de condensator vervangen door een specialist. De motor maakt te veel la- waai. Wikkelingen beschadigd, motor de- fect. Laat de motor controleren door een specialist. De motor bereikt niet het vol- ledige vermogen. Groep van stroomnet overbelast (lam- pen, andere motoren enz.). Gebruik geen andere producten of motoren op hetzelfde stroomcircuit. Motor raakt snel oververhit. Overbelasting van de motor, ontoerei- kende koeling van de motor. Voorkom overbelasting van de motor tijdens het zagen, verwijder stof van de motor om een opti- male koeling van de motor te garanderen. Zaagsnede is ruw of gegolfd. Zaagblad bot, tandvorm niet geschikt voor materiaaldikte. Zaagblad slijpen of een geschikt zaagblad plaat- sen. Werkstuk breekt uit of versplintert. Zaagdruk te hoog of zaagblad niet ge- schikt voor gebruik. Plaats een geschikt zaagblad. 80 | NL www.scheppach.com18 EU-conformiteitsverklaring Vertaling van de originele conformiteitsverklaring Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlij- nen en normen. Merk: SCHEPPACH Art.-aanduiding: AFKORT-, TREK- EN VERSTEKZAAG -
  • Het hierboven beschreven onderwerp van deze verkla- ring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde ge- vaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten. Toegepaste normen: EN 62841-1:2015/A11:2022; EN IEC 62841-3-9:2020/A11:2020; EN IEC 55014-1:2021; EN IEC 55014-2:2021; EN IEC 61000-3-2:2019/A1:2021;