Park 500 WX Special - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Park 500 WX Special STIGA in PDF-formaat.
| Type product | Zitmaaier met frontaal maaidek |
| Merk | STIGA |
| Model | Park 500 WX Special |
| Brandstof | Loodvrije benzine (4-takt motor) |
| Motor | Benzinemotor 4-takt |
| Accu | 12 V (aan te sluiten bij montage) |
| Brandstof | Loodvrije benzine |
| Motorolie | Controleer het niveau voor elk gebruik (aanbevolen SAE-type in de motormanual) |
| Maaisysteem | Frontaal maaien, roterende maaier |
| Afstelling maaihoogte | Elektrisch, continu (schakelaar) |
| Transmissie | Hydrostatisch (trapaandrijving) |
| Parkeerrem | Met pedaal en vergrendeling |
| Besturing | Gelede (geledingsframe) |
| Veiligheid | Motor stopt als bestuurder de stoel verlaat, parkeerrem nodig om te starten |
| Compatibele accessoires | Aanhangwagen, meststofstrooier, bladvanger, sneeuwruimer, vegermachine, enz. |
| Bandenspanning | Zie sticker op de machine (niet gespecificeerd in de handleiding) |
| Gebruik op hellingen | Niet gebruiken op hellingen > 10° (in elke richting) |
| Gewicht | ~ 300 kg (schatting voor dit type machine) |
Veelgestelde vragen - Park 500 WX Special STIGA
Gebruikersvragen over Park 500 WX Special STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Park 500 WX Special - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Park 500 WX Special van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Park 500 WX Special STIGA
Grasmaier met zittende bediener
SNELLE GIDS VOOR GEBRUIK
LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.

Sittegresskipper
HURTIGGUIDE FOR BRUK
ADVARSEL: les dette bruksanvisingen noye for du bruker maskinen.

| [41] | OPTIONALE ACCESSORIES |
| [42] | Beschrijving |
| [43] | Aanhanger |
| [44] | Mestverspreider |
| [45] | Bladeren- en grasopvangbak |
| [46] | Sneeuwkettingen |
| [47] | Modderwielen/sneeuuwielen |
| [48] | Maaisystemgroep |
| [49] | Eg aan voorzijde |
| [50] | Roterende sneeuwruimer |
| [51] | Frontborstel |
| [52] | Sneeuwruimer met sneeuwschuif |
| [53] | Tegengewichten allerwienen |
| [54] | (**) Het is verplicht om tegenergewichten op dechterwieren te installereren |
| [55] | LABEL VOOR DE JUISTE COMBINATIE VAN ACCESSSOIRES |
| [56] | ACCESSOIRES ACHTERZIJDE |
| [57] | ACCESSOIRES VOORZIJDE |
| [58] | Accessoire |
| [59] | (***) Voor de P 901 C W modellen is het, met gewelijkijdig gezruik van de maaisystemgroep "type 110C E QF" en de aanhanger, verplicht om tegen-gewichten om dechterwieren te installereren. |
- Zie de spanning aangegeven op de banden
0 TABELL-TEKNISKE DATA
Lees de volledige handleiding voordat u de machine gebruikt. De gebruikershandleidingen zijn beschikbaar:
op de website stiga.com
door de QR code te scannen

LET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften.
OPMERKING Dit document is bedoeld als een eenvoudige handleiding, op papier, voor het gebruik en het onderhoud van de machine in veilige omstandigheden.
Download voor meer gedetailleerde informatie de volledige handleidingen in digitaal formaat.
1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
1.1. TRAINING

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door Personen die nicht vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
- Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed können haben op+zijn reactievermogen en aandacht.
Denk eraan dat de personen die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvoorziente gebeurtenissen die personen of hun eigendommen können overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waarop hij要去 werkken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zich eigenveiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen. - Indien men de machine aan derden wil gehen of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
1.2.VOORAFGAANDE HANDELINGEN
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- Draag geschikte kledij, stevige werksochoenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de machine nicht wanner u geen schoenen draagt of met open sandalen. Draag gehoorbeschermingen.
- Draag werkhand Schoenen voor alle handelingen die gevaarlijk kannen zijn voor de handen.
- Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of denen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen+kennen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
- Lang haar worden zorgvuldig bijeengebonden.
Werkzone/Machine
- Controller grondig de hele werkzone en verwijder alles wat door de machine weg zou können uitgestoten worden
of de maai-inrichting/draaiende organen zou kunnen beschadigen (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
Explosiemotoren: brandstof

De brandstof is zeer ontvlambaar.
- Bewaar de brandstof in speciale holders die waarvoor gehomologeerd zich, op een veiligeplaats,uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen.
- Rook Nietijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke koer wanner men met de brandstof werkt.
- Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht.
- Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
- Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controlleren.
- Reinig onmiddelijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is.
- Draai de dop altijd weeer goed op het brandstofreservoin en op de houder van de brandstof.
- Start de motor Niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet in openlucht of op een goed verluchteplaatsplaatsvinden. Denk er.altijd aan dat uitlaatgassen giftig+zijn.
- Richt,ijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit maar ontvlambare materialen.
- Gebruik de machine Niet in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen können vomken doen ontstaan, die stof of dampen können doen ontbranden.
- Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid reinigen.
- Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
- Werk Niet op nat grayscale, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wonneer er kans op bliksem bestaat.
- Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen bevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtaarheid zouden können beperken.
- Werk in de dwarse richting van de helling en nooit in de richting van de stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, verzeker ervan een goed steunpunt te hebben, en let er goed op dat de wielen nicht op hinderissen stoten (stenen, takken, wortels, enz.) die een zijdelingsse verschuiving of verlies van controle over de machine zonden können veroorzaken.
- De machine mag nicht worden gebruikt op hellingen van
meer dan 10^ , ongeacht de rijrichting.
- Stop de maai-inrichting bij het oversteken van Niet-grasachtige oppervlakken.
- Houd.altijd de handen en voeten ver van het maaimechanisme, zowel wanneer de motor gestart worden alsijdens het gebruik van de machine.
- Blijf steeds op afstand van de aflaatopening.
- Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zijn, ontbreken of Niet correct geplaatstং (opvangzak, achefterste aflaatbeveiliging).
- De aanwezigie veiligheidsinrichtingen/microschakelaars Niet uitschakelen, aftschakelen, verwijderen of schenden.
-
Let op in geval van hellende terreinen, waar bijzondere aandacht vereist is om omkantelen of verlies van controle over de machine te vermijden. De voornaamste oorzaken waardoor de macht over het stuur kwijt geraakt kan wordenijken:
-
Onvoldoende grip van de wielen.
-Overdreven snelheid. - Bruuske richtingsveränderingen.
- Niet passende remming.
- De machine is nicht geschickt voor het doel waarvoort gezebruikt worden.
- Gebrek aan kennis van de gevolgen te wijten aan de toestand van het terrein.
-
Gebruik van de machine als trekvoertuig.
-
Let goed op het verkeer, wonneer de machine zich bij de straat gebruikt worden.
-
Ontkoppel de maai-inrichting leg de motor stil en verwijder de contactsleutel (controllerer dat alle bewegende delen volledig stilstaan):
-
Tijdens het transport van de machine;
- Elke keer wanner men de machine onbewaaktaat;
-
Alvorens de orzaken van verstopping te verwijderen of het afvoerkanaal te ontstoppen;
-
Alvorens de machine te controlleren, te reinigen of eraan te werken;
-
Na het raken van een vreemd voorwerp. Controller de machine op eventuele schade, en voer de nodige herstellingen uit voordat u deze opnieuw gebruikt;
-
Als de machine abnormaal begint te trillen: contrôleer eventuele beschadigingen; controllerer of delen losgekomen zich en schroef ze weeer vast; Voer de controles, verrangingen of herstellungen uit bij een Gespecialiseerd Centrum.
-
Houd algtd de handen en voeten ver van het maaimechanisme, zowel wonneer de motor gestart worden als tijdens het gebruik van de machine.
- Let op: het maai-element blijf gedurende enkele seconden na+zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
- Let goed op de snijgroep met meertere maai-inrichtingen, aangezien een draaiende maai-inrichting ook de andere zou kuren doen draaien.
- Blijf steeds op afstand van de aflaatopening.
- De delen van de motor Niet aanraken, waar dieijdens het gebruik erg heb worden. Gevaar voor brandwonden.
- Laat de machine nicht stilstaand in hoop gras met de motor draaiend, om risico op brand te vermijden.
- Houd handen en voeten uit de buurt van de stuurkoppeling en de stoelsteun. Hier bestaat risico voor letsels door verplefterting.

In geval van breuken of incidentenijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van
ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur terichten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan Personen of dieren+kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
1.4. ONDERHOUD, OPSLAG EN TRANSPORT
Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligkeit van de machine en het niveau van de performance.
- Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen要去en verrangen en nicht gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
- Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers NietCUSSEN DE bewegende maaiinrichting en de vaste delen van de machine geklemd geraken.
- Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controlleren of er geen olie en/of brandstof lekt.

Het niveau van geluid en trillingen als aangegeven in deze handleiding, zichen maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een Niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snugelheid van de beweging en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is hetoodzakelijkpreventieve maatregelen te treffen om mogelijk schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescheming, maar pauzesijdens het werk.
- Zet de machine Niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstoffdampen met vlammen, vonden of een warmtebron in aanraking zouden kuren komen.
- Laat geen holders met restmaterialiaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.
1.5. BESCHERMING VAN DE OMGEVING
- Volg nauwgezet deplaatslijke normen voor het verwerken van de verpakking, accu's, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gezcheideren worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
- Bij het buiten bedrivij stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar要去 een container park gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijke normen.

De gezehden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycleerd materiaal helpt de verruiling van het milieu te voorkomen en vermindert de vraag maar grondstoffen.
2. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
Deze machine is een tuingereedschap,meer bepaald een grasmaier met een zittende bediener en frontale snijinrichting.
De machine is voorzien van een motor, die de snij-inrichting inschakelt, die worden beschermd door een carter, en een aandrijfgroep die de beweging doorgeeft aan de machine. De machine heeft een knikbesturing. Dit betekent dat het chassisis is verd南非 in een voorste gedeelte en een achechterste gedeelte die ten opzichte van elkaar+kennen worden bestuurd. De knikbesturing betekent dat de machine met een extreem bleine draaicirkel rond bomen en andere obstakels kan rijden. De bediener kan de machine bedieren en de hoofdcmando's inschakelen verwijl hij steeds op+zijn plaats blijft zitten.
De veiligheidsvoorzieningen op de machine zorgen voor de stillegging van de motor en van de snij-inrichting.
Beoogd gebruik en oneigenlijk gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het maaien van gras in tuinen en gravesvelden.
Het gebruik van bijzonder toebehoren, voorzien door de Fabrikant als oorspronkelijk je uitrusting of afzonderlijk aan te kopen, staat toe dit werk uit te voeren volgens de verschillende werkwijzen die in deze handleiding of in de instructies die met het toebehoren geleverd worden, beschreiben zich.
Elk ander gebruik kan gevaarlijk zijn en kan persoonlijke letsels en/of materielle schade veroorzaken. De volgende situations behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar Niet uitsluitend):
- op de machine andere Personen, kinderen of dieren vervoeren;
- de machine gebruiken om ladingen trekken of duwen zonder het gebruik van het waarvoort bestemde accessoires voor het slepen;
- de maai-inrichting aanschakelen op zones zonder gras;
- de machine te gebruiken voor het verzamelen van bladeren of afval;
- de machine gebruiken voor verplaatsingen op onstabiele, gladde, ijzige, steenachtige of oneffen grond, plassen of moerassen.
BELANGRIJK Onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
BELANGRIJK De machine mag steeds slechts door een enkele bediener gebruikt worden.
BELANGRIJK De machine is nicht goedgekeurd om op de openbare weg te rijden. Ze mag (volgens het Wegverkeersregelement) uitsluitend gebruikt worden op privé-terrein dat voor vermeer gesloten is.
2.1.MACHINECOMPONENTEN (AFB.1)
A. Chassis
B. Wielen
C. Stuur
D. Stoel
E. Console
F. Pedaalbedietenen
G. Motorkap
H. Hendel stijging frontale accessoires
I. Zitting zekeringen
J. Accu
K. Brandstoftank
L. Reservoir overbrengingsolie
M.Motor
N. Houlders met snelkoppeling voor accessoires
2.2. VEILIGHEIDSSIGNALERINGEN (AFB. 2)







LET OP
Duid gevaar aan. Is gewoonlijk gecombineerd met andere signaleringen die het gevaar aanduiden.
LET OP
Lees de handleiding zorgvuldig voordat u de machine gebruikt.
LET OP
Let op voor eventuele verspreide voorwerpen. Let op voor eventuele terplaatse aanwezigeregenen.
LET OP
Draag altijd een gehoorbescherming.
LET OP
De machine is nicht goedgekeurd om op de openbare weg te rijden.
LET OP
Deze machine, met origineel gemont- teerde accessoires, kan werken met een maximale helling van 10^ onafhankelijk de rijrichting.
Bandenspanning. Het etiket bevat de optimale waarden van de bandenspanning
- zie hfdst. "0 TABEL TECHNISCHE GEGEVENS". De correcte bandenspanning is van essentieel belang voor het behalen van goede resultaten bij het gebruik van de machine.
BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten verrangen worden. Vraag neue labels aan uw eigene geauthoriseerd Dienstcentrum.
3. MONTAGE
BELANGRIJK De machine要去envlakkenesolide ondergrond wordenuitgepakten gemonteerd, met voldoende bewegingsruimte voormachine enverpakking,enmet behulp van geschikte gereedschappen.
3.1. UITPAKKEN
- Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
- Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
- Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zich uit de doos.
-
Haal de machine uit de verpakking, met de volgende voorzorgsmaatregelen:
-
breng de maiagroep tot de maximale hoogte (par. 4) om te vermijden dat hij worden beschadigd wanner de machine van de basispallet worden gereden;
- plaats de hendel voor de ontgrendeling van dechterste overbrenging in de ontgrendelde positie (par. 4) (voor modellen met hydrostatische overbrenging).
- Haal de machine van het basispallet.
3.2. MONTAGE VAN DE MOTORKAP
Om de brandstofkraan te bereiken, op de accu en op de motor, moet de motorkap geopend worden:
- Til de blokkering van de stoel (3:A) op en verstel de stoel maar voor.
- Neem de motorkap vast en til ze op (4:B).
3.3. MONTAGE VAN DE ACCU
Zie afbeelding 5.
Sluit de accu aan op de elektrische installmentie van de machine met behulp van de bouteen en de moeren Sluit de rode kabel aan op de positieve klem (+) en de Zwarte kabel op de negatieve klem van de accu (-).
BELANGRIJK Sluit de kabels goed. Geloste kabels können brand veroorzaken.
3.4. MONTAGE VAN DE STOEL
Zie afbeelding 6.
3.5. MONTAGE VAN HET STUURWIEL
Stuur type "I": Zie afbeelding 7-I.
Stuur type "II": Zie afbeelding 7-II.
3.6. MONTAGE VAN DETREKSTANG
Zie afbeelding 8.
3.7. MONTAGE VAN DE HODERS MET SNELKOPPELING
De snorkappelingen en de relatieve instructies voor de installmentie worden afzonderlijk in de verpakking van de machine geleverd.
Installer de houders met snelkoppeling op de voorste steekassen van de machine.
OPMERKING In dit geval wordt de maai-inrichting beschouwd als een accessoire.
4. BEDIENINGSELEMENTEN
- Mechanische hijspedaal accessoires (9:A)
Bedient de hendel (9:A1) die dient om de accessoires van de werkstandaar de transportstand te brengen.
Bedrijfsrempedaal (9:b)
Losgelaten: de tractie is ingeschakeld.
de parkeerrem is nicht ingeschakeld.

Half ingedrukt: de aandrijving vooruit is uitgeschakeld. de parkeerrem is Niet ingeschakeld.
Helemaal ingedrukt: de tractie isuitgeschakeld. de parkeerrem ishelemaal ingeschakeld maar nichtgeblokkeerd.
- Blokpeerhendel parkeerrem (9:C)

Blokkeert het rempedaal in de helemaal ingedrukte stand.
- Tractiepedaal (9:D)

Als het pedaal vooruit worden ingedrukt, beweegt de machine vooruit.
Als het pediaal nicht worden ingedrukt, staat de machine stil.
Als het pediaal achechteruit worden ingedrukt, beweegt de machine achechteruit.
Als de druk op het pedaal vermindert, remt de machine.
Gaspedaal (10.E)

Vol gas.
Minimum.
Luchtbediening (10:G)

Bediening helemaal uitgetrokken (10:G1): smoorklep gesloten. Voor de koude start van de motor.
Bediening helemaal ingedrukt (10:G2): smoorklep geopend. Voor koude start en tijdens het rijden.
- Contactslot (10:F)
Het contactslot worden gebruikt om de motor te starten en stil te leggen.

Stand Stop.

Stand Draaien.

Stand Start.
Aftakas (10:A)

Knop voor de inschakeling/uitschakeling van de aftakas.
- Bluetooth (indien voorzien)
Sommige modellen zijn voorzien van de Bluetooth-functie die een directe draadloze verbinding möglichk maaktussen de machine en een apparatus over een korte afstand.
De specifieke App要去 geinstalleerd zich op het apparaat. De bluetooth worden geactiveerd bij de inschakeling van de machine en worden gedestructiveerd wanner de machine wordenuitgeschakeld.
Hendel voor inschakeling/deblokkering van de overbrenging (11 en 12)
Deze hendels staan de toe de machine handmatig (door te duwen of te slepen) te verplaatsen zonder ze in te schakelen.

De 2WD is voorzien van een hendel aangesloten op de achteras (11:A).
De 4WD is voorzien van twee hendels aangesloten op de achteras (12:A) en de Vooras (12:B)
Houlders met snelkoppeling (13:C)

Deze holders staan toe om gemakkelijk en snel over te gaan van het ene maar het andere accessoire.
De spanning van de riem losers: zie afbeelding 13 en 15.
Spanning van deriem: zie afbeelding 13 en 14.
5. GEBRUK VAN DE MACHINE
5.1. VOORAFGAANDE HANDELINGEN
- Olie en benzine bijvullen
BELANGRIJK De machine worden zonder motorolie en brandstof geleverd.
Vooraleer de machine te gebruiken, moet men de aanwezigheid van brandstof en het oliepeil controeren.
Voor de modus en de voorzorgsmaatregelen betreffende het tanken/bijvullen要去en de voorschriften gevolgd worden die zich aangeduid in het boekje van de motor.
- Verstelling van de stoel
Zie afbeelding 16.

De stoel is verstelbaar, en kan maar voor en中断er geregeld worden:
- Los de knuppen (16:A) zonder gereedschappen te gebruiken.
- Verplaats de stoeil in de gewenste positie.
- Sluit de knoppen (16:A) handmatig.
OPMERKING De knoppen (16:A) en de stoei (16:B) worden
beschadigd als gereedschappen worden gebruikt.
Draai de stelknop (17:D) van het stuur los om het stuur zich in de gewenste positie teplaatsen. Draai de knop opnieuw vast.
- Afstelling van de maaihoogte (10:B)

De schakelaar staat de continue afstelling van de maaihoogte toe.
De maiagroep worden aangesloten op de aansluiting (17:C).
- Bandenspanning
Voor de bandenspanning worden verwezenaar "0 TABEL TECHNISCHE GEGEVENS".
- Voorbereiding van de machine voor het werk
OPMERKING Met deze machine kan men het gras op verschillende wijzen maaien; vooraleer het werk aan te vangen, raadt men aan de machine af te stellen al naargelang de wijze waarop men het gras wil maaien.
5.2. VEILIGHEIDSCONTROLES
- Algemene veiligheidscontroles
| Object Resultaat | |
| Brandstofsystemenverbindungen. | Geen lekken. |
| Elektrische kabels Isolatie voIe | Iedig intact.Geen mechanische schade. |
| Uitlauf. Geen lekken in de aan-sluitpunten. Alle schroeven vastgedraaid. | |
| Object Resultaat | |
| Oliecircuit Geen lekken. Geen schade. | |
| Activeer de machine in vooruit/achteruit, en LAST het gaspedaal los. | De machine zal stoppen. |
| Rijtest | Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid. |
- Controles van de veiligheidsinrichtingen
| Status | Actie | Resultaat |
| Het pedaal van de bedrijfsrem is nicht ingetrapt. | Probeer te starten. | De motor worden nicht gestart. |
| Motor ingeschakeld. | De bediener staat op van de stoenl. | De motor valt stil. |
5.3. GEBRUIK OP HELLEND TERREIN
BELANGRIJK De machine mag nicht worden gebruikt op hellingen van meer dan 10^ , ongeacht de rijrichting.
BELANGRIJK Verlaag de snugheid op hellingen en in scherpe bochten om het kantelen en controverlies over het voertuig te vermijden.
5.4. START EN WERKING
- Starten
- Open de benzinekraan (19).
- Controller dat de kabels van de bougies in de respectievelijke zittingen zijn geplaatst.
- Schakel de aftakasuit (10:A).
- Houd het rem-/tractiepedaal Niet ingedrukt (9:D).
Bij koud opstarten:
-
Voor modellen 2WD
-
Schakel de overbrenging (11:A1) in.
-
Voor modellen 4WD
-
Schakel de overbrenging (12:A1-B1) in.
- Activeer de parkeerrem (9:B).
- Geef vol gas (10:E).
- Sluit de lucht (indien voorzien) (10:G1).
- Draai de contactsleutel, en schakel de machine in.
Bij warm opstarten:
-
Voor modellen 2WD
-
Schakel de overbrenging (11:A1) in.
-
Voor modellen 4WD
-
Schakel de overbrenging (12:A1-B1) in.
- Activeer de parkeerrem (9:B).
- Geef vol gas (10:E).
- De luchtbediening要去 ingedrukt zich (10:G2) (indien aanwezig).
- Draai de contactsleutel, en schakel de machine in.
OPMERKING Als er moeilijkheden zich bij het starten, blij dan Niet te lang aanhonden om de accu Niet uit te putten en de motor Niet te verzuipen. Draai de sleutel weein de «stop» stand, wacht enkele seconden en probeer opnieuw te starten. Indien het probleem voortduurt, raadpleeg dan hoofdstuk «8» van.Deze handleiding en de handleiding van de motor.
Rijden
- Druk het pedaal helemaal in (9:B) en laat het los.
- Activeer het pedaal (9:D) om de machine te bewegen.
-
Bereik de werkzone.
-
Als frontale accessoires zich gemonteerd, activeer de aftakas deactiveren (10:A).
- Begin de werkzaamheden.
5.5. STOPPEN
Or de machine te stoppen:
- Schakel de aftakasuit (10:A).
- Schakel de parkeerrem in (9:B).
- Leg de motor stil door de sleutel te draaien.
- Sluit de benzinekraan. Deze aanduiding is zeer belangrijk als de machine op een aanhanger of soortgelijk要去 vervoerd worden.

De motor kan onmiddelijk na het uitschakelen zicher warm+zijn.Raak de knalpot of de delen ernaat Niet aan.Gevaar op brandwonden.
5.6. NA HET GEBRUIK
- Laat de motor eerst afkoelen voor de machine in elkewillekeurige ruimte op te bergen.
Voer de reiniging uit (par. 6.3).
Elke keer wanner men de machine onbewaaktThat, de bestuurdersplaats verlaat of de machine parkeert:
- Stop de machine.
- Plaats de maiagroep op de minimum hoogte.
- Verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig stilstaan.
- Verwijder de contactsleutel.
6. ONDERHOUD
De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, zich beschreiben in hfdst. 1. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.
Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:
- Ontkoppel de maiagroep.
- Stop de machine.
- Zet de machine in de vrijstand.
Trek de handrem aan.
Leg de motor stil. - Vergewis u ervan dat elk bewegend onderdeel tot stilstand is gekommen.
- Verwijder de contactsleutel.
- Draag geschikte kledij, werkhandsschoenen en een beschemende bril.
BELANGRIJK Laat de sleutel nooit in het contact zitten of binnen het bereik van kinderen of onbevoegde Personen.
6.1. BRANDSTOF BIJVULLEN
Voor de hoeveelheid brandstof worden verwezenaar "0 TABEL TECHNISCHE GEGEVENS".
Om te tanken:
- Draai de brandstofdop (afb.20.A) los, en verwijder hem.
- Vul brandstof bij zonder het reservoir volledig te vullen. Laat wat ruimte vrij (tenminste overeenkomend met de ganse vulpijp + 1 - 2 cm aan de bovenkant van de tank) zodate benzine bij het opwarmen kan uitzetten zonder over te lopen.
- Schroef de dop van het brandstofreservoir na het bijvullen goed zichd en reinig eventuele lekken.
BELANGRIJK Gebruik alleen loodvrije benzine. Meng de benzine Niet met olie.
BELANGRIJK Vermijd benzine op de plastic delen te gieten
zodanig dat ze Niet beschadigd worden; bij toevaligelekken onmiddelijk spoelen met water. De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen van de carrosserie of de motor, veroorzaakt door benzine.
6.2. CONTROL EN BIJVULLEN MOTOROLIE
OPMERKING Voor het type van olie wordt verwezen maar de paragraaf "0 TABEL TECHNISCHE GEGEVENS".
BELANGRIJK Volg alle voorschriften aangeduid in de gebruikershandleiding van de motor.

Controleer het oliepeil voor ieder gebruik.
- Maak schoon rond de stok.
- Draai de stok los en verwijder hem.
- Maak de stok schoon:
- Steek de stok helemaal in zonder hem vast te draaien.
- Verwijder de stok opnieuw en controllerer het oliepeil.
- Vul bij als het peil lager is dan de bovenlimiet (18).
6.3. REINIGING
- Algemene aanwijzingen
Reinig de machine na ieder gebruik volgens de volgende aanwijzingen:
- Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te make.
- Verwijder grasresten en opgezamelde aarde binnenin het chassis.
- Verzeker u er steeds van dat de luchtgaten vrij়n van afval.
- Gebruik geen agressieve vloeistoffen om het chassis te reinigen.
-
Houd de motor vrij van gewasresten, bladeren of overtollig vet om brandrisico te vermijden.
-
Reinig de koelluchtinlaat van de motor (18:A).
- Start, na het reinigen met water, de machine en de montage van het waarop geinstalleerde maaimechanisme om het water te verwijdenen dat anders de lagers zou+kennen binnendringen en schade zou+kennen verroorzaken.
6.4.ACCU
Lees met aandacht de oplaadprocedures die in de handleiding van de accu staan en volg ze op. Als deze procedures nicht in acht worden genomen of als de accu Niet wordt opgeladen, kan er zich onherstelbare schade voordoen aan de elementen van de accu. Een lege accu moet zo snel möglichk opgeladen te worden.
Opladen via de motor:
- In geval van een neue accu要去en de accukabels aangesloten worden.
- Parkeer de machine buiten.
- Schakel de motor in volgens de instructies in deze handleiding.
- Laat de motor 45 ononderbroken draaien (de nodigeijd om de accu helemaal op te laden).
- Leg de motor stil.
Laad op via de acculader.
BELANGRIJK Het opladen dient uitgevoerd te worden met gelijkspanning apparatuur. Andere oplaadsystemen können de accu op een onherstelbare manier beschadigen.
6.5. ONDERHOUD VAN HETMAAIMECHANISME

Raak de maai-inrichting Niet aan totdat de contactsleutel verwijderd is en de maai-inrichting volledig stilstaat. Let op,ondat dat de maaiinrichting kan bewegen,zelfs als de sleutel is verwijderd (voor modellen met accu).

Alle handelingen die betrekking hebben op de maai-inrichtingen (demontage, slijpen, in balans brengen, herstelling, hermontage en/of verranging) vergen een specifieke vaardigheid en het gebruik van geschikt gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen要去en deze handelingen aanom steeds uitgevoerd worden in een Gespecialiseerd centrum.

Laat de beschadigde, verrormde of versleten snijgroep alkijd verrangen samen met de schroeven, zodat de balancering worden gehandhaafd.
BELANGRIJK Gebruik steeds originele inrichtingen, met de code aangegeven in de tabel 'Technische Gegevens'.
7. TRANSPORT, OPSLAG EN INZA-MELING
7.1. TRANSPORT
Wanner men de machine hanteert, moet men:
- ontkoppel de maiaigroep;
- plaats de maiagroep op de maximale hoogte;
- schakel de machine uit en haal de contactsleutel weg
- schakel de transmissie UIT (par. 4).
Wanner men de machine met een wagon of anhangwagen vervoert, moet men:
- opritten gebruiken met geschichte weiterstand, bredte en lenghte;
- de machine laden met de motor uitgeschakeld, met de contactsleutel uit het stopcontact van de machine,+zonder bediener,duwend,en met een geschikt aanlal Personen;
- de brandstofkraan sluiten (indien voorzien);
- de snijgroep omlaag brengen;
- de machine zoplaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt;
- schakel de transmissie in (par. 4);
- haar stevig aan het vervoermiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat ze Kantelt met möglichke schade als gevolg.
7.2. STALLING
Wanner de machine gedurende meer dan 30 Tage opgeborgen要去 worden:
- Laat de motor afkoelen
Maak de kabels van de accu los enbewaar de accu op een frisse en droge plek. - Ledig de brandstoffank en volg de instructies van de handleiding van de motor.
- Reinig de machine zorgvuldig.
- Controller of de machine geen schade vertoont. Contacteer, indien nodig, het geauthoriseerde Dienstcentrum.
Berg de machine op:
- met de maiaigroep omlaag;
- in een droge omgeving;
- beschermd gegen slechte weersomstandigheden;
- indien möglich bededuct met een doek;
-
buiten bereik van kinderen;
-
na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of gereedschappen die voor het onderhoud gezruikt werden, verwijderd te hebben.
Wanner de machine weer in werkig gezet worden:
- controller of eruit de slang, de benzinekraan en de carburateur geen benzine lekt:
- bereid de machine voor zoals aangegeven in hoofdstuk "5 Gebruik van de machine".
OPMERKING De accu要去 minstens een keer per maand volledig worden opgeladen, en altijd voordat de activiteit worden hervat.
OPMERKING Zorg ervoor dat de machine geen gevaar oplevert bij möglichk toevallig of onopzettelijk contact met Personen, kinderen of dieren.
8. IDENTIFICATIE PROBLEMEN
| PROBLEEM MOGELIJKE OOR ZAAK OPLOSSING | ||
| 1. De startmotor draaït nicht. De accu is onvoldoende opge-laden. | Laad de accu op. | |
| Controleer de aansluitingen | ||
| Zekering 5:A verbrand Vervang de zekering | ||
| 2. De startmotor draaït maar de motor worden nicht gestart Met de contactsleutel in de start-positie draaït de startmotor maar worden de motor nit gestart. | Brandstofkraan gesloten. Open de brandstofkraan. | |
| Geen benzinetoevoer. - Controleer het benzinepeil. | ||
| - Controleer de brandstofffilter. | ||
| Ontstekingsdefect. - Controleer de bevestiging van de bougiekap. | ||
| - Controleer dat de elektroden Niet vuil zijn en of hun onderlinge afstand juist is. | ||
| 3. Een moeilijke start of een onre-gelmatige werkung van de motor. | Problemen in de verbranding. Reinig of vervang de luchtfilter. | |
| 4. Tijdens het maaien is er krachtverlies van de motor. | De rijsnelheid is te hoog ten opzichte van de maaihoogte. | Verminder de voortbewegingsssnel-heid en/of verhoog de maaihoogte. |
| 5. De motor slaat af,+zonder aanwijsbare reden. | - De brandstof is op. - Probeer de motor opnieuw te starten. | Tank benzine. Als het probleem aanhoudt, moet een erkend assistentiecentrum gecontacteerd worden. |
| 6. Onregelmatig maaiwerk. Controleer de bandenspanning. | ||
| 7. Abnormale trillingenijdens het gebruick. | - Onbalans van de maai-inrich-tingen. - Maai-inrichingen gelost. - Geloste delen. - Eventuele schade. | Contacteer een erkend assisten-tiecentrum om controles, verwan-gingen of herstellingen te lately uitvoeren. |
| 8. Wanner het aandrifpedaal worden ingedrukt bij draaiende motor, beweegt de machine nicht vooruit. | Hendel «ontkoppeling overbren-ging» in ontkoppelingsstand. | Schakel de overbrenging in. |
| Als een van de onderstaande problemen optreedt, verramt u de betreffende zekering. | ||
| 9. Geen elektrische functie actief. | Zekering 5:A defect. Vervang de zekering 5:A. | |
| De batterij is opgeladen. | ||
OPMERKING Als de problemen aanhonden nadat de beschreven oplossingen zijn toegepast, contacteer dan uw verkoper.
OPMERKING Voor andere problemen die nicht zich vermeld in de tabel要去 u onmiddelijk een erkend Dienstcentrum contacteren.
Echipamente individuale de protectie (EIP)
Purtai intotdeauna cashi de protecctie.

ATENTIE
NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandeldeig werden gereiserd voor rekening van STIGA S.p.A. en zijn beschermd door het autoursrecht – Elke Niet-geautoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeelijike, van het document is verboden.