DOLMAR MP245.4Z - Pomp

MP245.4Z - Pomp DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MP245.4Z DOLMAR in PDF-formaat.

📄 272 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DOLMAR MP245.4Z - page 41
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DOLMAR

Model : MP245.4Z

Categorie : Pomp

Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MP245.4Z - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MP245.4Z van het merk DOLMAR.

GEBRUIKSAANWIJZING MP245.4Z DOLMAR

NL Motorpomp Gebruiksaanwijzing

NEDERLANDS (Originele instructies)

Uitleg van het totaaloverzicht

1 Dop (voor ontluchten)14 Chokehendel27 Aanzuigopening
2 Waterafvoerbuis15 Startknop28 Filter
3 Aanzuigopening16 Trekster29 Slang (optioneel accessoire)
4 Kraan (voor aftappen)17 Oliepeilstokdop30 Oliepeilstokdop
5 Pomphuis18 Voetstuk31 Hoogste peel
6 Handgreep19 Gashendel32 Laagste peel
7 Bougiedeksel20 Pakkingsring33 Brandstoffankdop
8 Luchtfilter21 Slangkoppelstuk34 Hoogste peel
9 Tankdop22 Vleugelmoer35 Brandstoffank
10 Brandstoffank23 Slangklem36 Brandstoffleiding
11 Ontluchtingspomp24 Slang
12 I-O (aan/uit)-schakelaar25 Dop (voor ontluchten)
13 Geluiddemper26 Waterafvoerbuis

Hartelijk dank voor uw aankoop van de Dolmar motorpomp. Met trots presentereren we u deze Dolmar motorpomp, het resultaat van een gedegen ontwikkelingsprogramma op basis van vele jaren aan kennis en ervaring.

Lees a.u.b. dit boekje, dat een gedetailleerde beschrijving biedt van de diverse punten die van belang zijn voor de uitstekende prestaties. Aan de hand hiervan verkrijgt u de beste resultaten met uw Dolmar motorpomp.

SYMBOL

Bij het doorlezen van deze handleiding zult u de vol-gende symbolen aantreffen.

DOLMAR MP245.4Z - SYMBOL - 1

Lees de gebruiksaanwijzing en neem alle waarschuwingen en verilgheidsvoorschriften in acht.

DOLMAR MP245.4Z - SYMBOL - 2

Wees voorzichtig en let goed op.

DOLMAR MP245.4Z - SYMBOL - 3

Gebruik de motorpomp nooit binnenshuis.

DOLMAR MP245.4Z - SYMBOL - 4

Raak de motor Niet aan wonneer die heet is.

DOLMAR MP245.4Z - SYMBOL - 5

Geen open vuur!.

DOLMAR MP245.4Z - SYMBOL - 6

Controleer het oliepeil voordat u de motor start.

DOLMAR MP245.4Z - SYMBOL - 7

CE-merk

WAARSCHUWING:

  • LEES DEZE HANDLEIDING VOLLEDIG DOOR EN ZORG DAT U ALLES BEGRIJPT VOORDAT U HET APPARAAT IN GEBRUIK NEEMT.

De volgende markeringen wijzen op belangrijke informatatie voor uw veiligheid. Houd u.altijd strikt aan deze aanwijzingen. Onjuist gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstige ongelukken.

GEVAAR: Niet naleven van deze aanwijzingen kan leiden tot ernstig letsel of fatale afloop.

WAARSCHUWING: Veronachtzaming van deze WAARSCHUWINGEN kan leiden tot ernstig letsel of mood van de gebruiker, omstanders of Personen die het apparaat inspecteren of repareren.

LET OP: Het bijschrift LET OP wijst op speciale voorzorgen die u moet treffen om persoonlijk letsel en schade aan het apparaat te voorkomen.

OPMERKING: Een OPMERKING bevat nuttige aanwijzingen voor een vlotte, eenvoudige bediening.

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

  • Deze gebruiksaanwijzing beschrijft de algemene bediening, toepassing en voorzorgen voor dit apparaat. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. En neem de veiligheidsvoorschriften strikt in acht.
    -Bewaar deze handleiding op een veilige plaat voor latere naslag. Mocht deze handleiding verloren gaan of onbruikbaar worden, vraagt u dan een bevoegde Dolmar onderhoudsdienst onverwijd om een neue exemplaar.
  • Als u dit apparaat overdraagt of uitleent aan anderen, zorgt u dan dat de gebruiksaanwijzing en andere bijbehorende informatatie er allijd bij inbegrepen is.
    Vanwege ons doorgaand onderzoek- en ontwikkelingsprogramma kunnen er wijzigingen zich in de specificaties, zonder voorafgaande kennisgeving. De afbeeldingen of beschrijvingen in deze handleiding kunnen het welkken van het feitelijke product.
  • Als u hulp nodig hebt of practische aanwijzingen, neemt u dan contact op met uwplaatselijke handelaar of bevoegde Dolmar onderhoudsdienst.

Toepassing van het apparaat

Dit apparatus is uitsluitend bedoeld voor watertoevoer voor sproei- en irrigatiedoeleinden.

Dit apparaat is alleen bestemd voor het pompen van schoon water.

GEVAAR:

  • Breng in geen geval wijzigingen of aanpassingen aan in het apparaat.
  • Gebruik het apparaat Niet voor andere dan de voorgeschreven doeleinden.
  • Gebruik voor onderhoud of reparatie alleen originele, goedgekeurde verrangingsonderdelen.
  • Veronachtzaming van de bovenstaande waarschuwingen kan leiden tot lichamelijk letsel en ernstige schade aan het apparatus.

VOORZORGEN VOOR UITLAATGAS

  • Adem nooit de uitlaatgassen in. Ze bevatten koolmonoxide, een kleurloos, geurloos en bijzonder gevaarlijk gas, dat bewusteloosheid en dood tot gevolg kan hebben.
  • Laat de motor nooit binnenshuis draaien of in een slecht geventileerde omgeving zoals een tunnel, een gro t e.d.
  • Wees uiterst voorzichtig wanner u het apparaat要去 gebruiken in de buurt van personen of dieren.
    -Zorgdatergeenvoorwerpenofmaterialinendeuitlaatpijpkomen.

VOORZORGEN VOOR HET BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

-Zorg altijd dat de motor gestopt is,voordat u brandstofGaat bijvullen.
Vul de brandstoftank Niet overmatig bij.
- Als er brandstof gemorst is, veegt u die dan zorgvul-dig weg en wacht tot alle resten zich opgedroogd Voor-dat u de motor start.
- Na het bijvullen dient u de brandstoffankdop stevig te sluiten, om lekkage te voorkomen.

TER VOORKOMING VAN BRAND

  • Gebruik het apparaat Niet verwijl u rookit of dichtbij open vuur bent.
  • Gebruik het apparaat Niet in de buurt van dorre bladeren of takken, droge lappen of andere Licht ontv lambare materialen.
    -Zorg dat de motor tenminste 1 meter verwijderd is van gebouwen of andere structuren.
  • Houd de motor uit de buurt van brandbare en andere gevaarlijke materialen (afval, textielresten, smeerolie, explosieven).
  • Leg nooit een warme pomp op droog gras of enige andere ontvlambare materialen.

Alleen voor Europese landen

EG-verklaring van conformiteit

De EG-verklaring van conformiteit is bijgesloten als Aanhangsel A bij deze gebruiksaanwijzing.

TECHNISCHE GEGEVENS

MP-245.4 MP-335.4
Gewicht kg 5,8 7,3
Afmetingen mm 327 x 231 x 319 356 x 234 x 336
Type Zelfontluchtende CENTRIFUGAALPOMP
Diameters (aanzuigopening - waterafvoerbuis)inch 1
Totale pompdrukhoogte m 35 45
Maximaal afvoervolumeL/min110130
Maximaal zuig- en hefvermogenm88
Inhoud (brandstoftank)L0,50,65
Inhoud (olietank) L0,080,1
Cilinderinhoudcm324,533,5
Maximaal motorvermogenkW0,71 bij 7 000 min-11,07 bij 7 000 min-1
CarburateurtypeMembraan
OntstekingssystemtypeElektronische ontsteking
BougietypeNGK CMR6A
Elektrodenafstandmm0,7 - 0,8
BrandstofAutobenzine
MotorolieSAE 10W-30 olie met API-classificatie Klasse SF of hoger (4-takt automotoren)
Geschikte watertemperatuur°C5 - 405 - 40
GeluidsdrukniveauLpA eqdB (A)88,4
Onzekerheid KdB (A)3
GeluidsvermogenniveauLwA, ddB (A)109

Opmerking: Draag oorbeschemersijdens het gebruik.

DOLMAR MP245.4Z - TECHNISCHE GEGEVENS - 1
Totale pompdrukhoogte (m)

OVERZICT VAN DE ONDERDELEN (Fig. 1 en 2)

MONTAGE (Fig. 3)

DOLMAR MP245.4Z - MONTAGE (Fig. 3) - 1

WAARSCHUWING:

  • Zorg allijd dat de motor gestopt is voordat u enig werk aan het apparaat.gaat uitvoeren.
  • Start de motor pas nadat u het apparaat wee velledig hebt gemonteerd.

SLANGEN VASTMAKEN

  1. Maak de slangkoppelstukken aan de pomp vast.

DOLMAR MP245.4Z - SLANGEN VASTMAKEN - 1

LET OP:

  • Let bij het aanbrengen van het slangkoppelstuk goed op dat de pakkingring op+zijnplaats zit.
  • Zet de slangen met slangklemmen op de slangkoppelstukken vast.

Controleer vooral of de slangklem stevig is vastgezet.

  1. Maak de filterzeef vast op het uiteinde van de inlautslang.

OPMERKING:

LET OP:

  • Als er lucht binnenlekt, kan er geen water worden opgeprompt.
  • Verwijder de filterzeef Niet, anders zou aangezogen materiaal de pomp können beschaden.
    Controller vooral of de slangklem stevig is vastbezet.

CONTROLEPUNTEN VOOR HET GEBRUIK

WAARSCHUWING:

Zorg altijd dat de motor gestopt is voordat u enig werk aan het apparaat gaat uitvoeren. Gebruik het apparaat altijd op een vlakke, stabile ondergrond.
- Controller of er geen schroeven of verbindingen loszitten, voordat u de motor start.
- Raakijdens inspectie of onderhoud de motor Niet aan met enig lichaamsdeel of kledingstuk, zolang de motor nog heet is.
- Zorg vooral voor afdoende ventilatie. Wees op uw hoede voor koolmonoxidevergiftiging.

INSPECTIE EN BIJVULLEN VAN MOTOROLIE (Fig. 4)

Verricht de volgende procedure nadat de motor is afgekoeld.

Zorg dat de motor horizontaal waterpas staat.
- Verwijder de oliepeilstokdop uit de opening om het oliepeil te controleren.
- Controller op de oliepeilstok of het oliepeil tussen het hoogste en het laagste peel staat.
- Als het oliepeil tot onder het laagste peel is gedaald, vult u olie bij.
- Het bijvullen van olie kan nodig zichn om de ongeveer 10 gebruiksuren (elke 10 keer dat u brandstof bijvult).
- Als de olie vankleur is veranderd of als er vuil in is gekomen, verrangt u dan alle olie door neue.

Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie met API-classificatie Klasse SF of hoger (4-takt automotoren)

Hoeveelheid olie:

Voor model MP-245.4: Ca. 0,08 L

Voor model MP-335.4: Ca. 0,1 L

OPMERKING:

  • Als de motor Niet precies horizontalaat, kan de aanduiding van het oliepeil Niet juist zich en kurz u te veel olie bijvullen. Bijvullen van olie tot voor bij het hoogste peel kan leiden tot verruiling van de olie en vrijkomen van witte rook.

Motorolie bijvullen

  1. Zorg dat de motor horizontal staat en verwijder de oliepeilstokdop.
  2. Vul olie bij tot aan de bovenste peilstreep. Verricht het bijvullen met een oliefles.
  3. Draai de oliepeilstokdop stevig vast. Als de vuldop nicht stevig dicht zit, kan er olie uit lekken.

Na het olie bijvullen

  • Verwijder eventuele gemorste olie onmiddelijk met een poetslap.

Olie verversen: Oliepeilstokdop

  • Verwijder stof of vuil rondon de olievulopening.
    Zorg dat de verwijderde oliepeilstokdop vrij blijft van stof of zand. Anders kan het zand of stof dat aan de oliepeilstokdop kleeft later problemen given met onregelmatige olietoevoer of slijtage van de motoronderdelen.

BRANDSTOF

WAARSCHUWING:

  • Brandstof is Licht ontvlambaar en giftig. Blijf uit de buurt van open vuur (sigaret, gasvlam, vuurwerk), elektrische vonden (bougie, accucontact, elektrisch circuit of schakelaar waarin kortsluiting kan optreden, lasbrander e.d.) wonneer u met brandstof omgaat.
  • Zet altijd eerst de motor af voordat u brandstof bijvult. Vul geen brandstof bij terwijl de motor nog heet is.
  • Ook in andere situations dan het bijvullen, zoals bijvoorbeeld bij het overgieten van brandstof in een Klein flesje of tankje, dient u bijzonder voorzichtig te+zijn.
  • Na bijvullen draait u de brandstoffank Dop stevig zichen veegt u alle druppels gemorste brandstof zorgvuldig weg.

Omgang met brandstof

Wees altiijd uiterst voorzichtig in uw omgang met brandstof. Brandstof kan stoffen bevatten die werken als oplosmiddelen. Het bijvullen van brandstof mag alleen verricht worden in een goed geventileerde ruimte of in de open lucht. Adem geen brandstofdampen in en houd de brandstof ver van u af. Als er regelmatig of langdurig brandstof op uw huid komt, kan die uittrogen, hetgeen tot allergie en huidaandoingen kan leiden. Als er brandstof in uw ogen spat, wast u ze uit met volop schoon water. Als er daarna nog irritatie van uw ogen te voelen is, raadpleegt u dan een arts.

Opslagperiode van brandstof

Brandstof moet worden gebruikt binnen eenperiode van 4 weken, ook bij bewaren in een speciale opslagtank in een koele, goed geventileerde omgeving.

Anders kan de brandstof binnen een enkele dag al bederven.

Opslag van het apparaat en de bijvultank

-Bewaar het apparaat en de tank op een koele plaats zonder direct zonlicht.
-Bewaar de brandstof nooit in een auto.

Type brandstof:

Deze motor is een viertaktmotor. Gebruik gewone loodvrije autobenzine met een octaangetal van 87 of hogen (R + M) / 2) . Deze mag Niet meer dan 10% alcohol bevatten (E-10).

  • Gebruik nooit mengsmering, of benzine met motorolie toegevoegd. Anders kan er overmatige koolstofafzetting plaatsvinden, met kans op Mechanische storingen.

Inhoud van de brandstoftank:

Voor model MP-245.4: 0,5 L

Voor model MP-335.4: 0,65 L

Brandstof bijvullen (Fig. 5)

  1. Zet de motor horizontalaal waterpas.
  2. Draai de brandstoftankdop een beetje los, om de overdruk uit de tank te lately.
  3. Verwijder de brandstofftankdop en vul brandstof bij. VUL NOOIT brandstof bij tot aan de top van de tank.
  4. Na bijvullen draait u de brandstoftankdop waar stevig zich.
    dicht.

  5. Veeg de brandstoffankdop rond aan de buitenkant schoon om te voorkomen dat er stof of gruis in de brandstoffank komt.

  6. Een brandstoftankdop die beschadigd of cervormd is, verwangt u door een neue.
  7. De brandstoffankdop za in de loop der jaren geleidelijk verslijen. Vervang de dop om de twee of drieJAe.
    -GIET NOOIT brandstof in de olievulopening.

Pomp ontluchten met water (Fig. 6)

A LET OP:

  • Start nooit de pomp zonder dat er water in het pomphuis zich. Anders kan de mechanische Abdichting beschadigd worden.

Verwijder de ontluchtingsdop en giet schoon water in de opening totdat het pompuis geheel bevuld is met water. Na het vullen draait u de ontluchtingsdop stevig zich.

OPMERKING:

  • Als er onvoldoende water aanwezig is, zal de zelfontluchtingscapaciteit afnemen.
  • Zet de pomp op een stevige ondergrond, zo zichd mightelijk bij de bron van het te pompen water.
  • Hoe groter de aanzuighoogte, des te langer zal de ontluchting duren, met een Kleinere hoeveelheid uiststroming.

MOTOR INSPECTEREN:

  • Controller zorgvuldig de brandstofslangen en aan-sluitstukken op loszitten en lekkage van brandstof. Brandstoflekkage kan ernstig gevaar veroorzaken.
  • Controller bouten en moeren op loszitten. Draai losse onderdelen stevig vast. Loszittende bouten of moeren können ernstige motorstoringen veroorzaken.
  • Controller de motorolie en vul die zonodig bij.
  • Controller het brandstofpeil en vul zonodig brandstof bij. Let op dat u de tank niet overmatig vult.
  • Houd de cilinderkoelvinnen en de trekstarter vrij van gras, aarde en ander vuil.
  • Draag goed passende werkkleding bij de bediening van het apparatus.

BEDIENING

WAARSCHUWING:

  • Raak nooit de hete geluiddemper aan, vooral bij het herstarten van de motor. De geluiddemper kan na het draaien van de motor erg heet+zijn.
  • Steek nooit uw handen of enig voorwerp in de afvoer-kleppen wonneer de pomp in gebruik is.

WAARSCHUWING:

Pas op voor waterslag

  • Zorg dat er geen wielen van voertuigen over de waterafvoerslang rijden. Sluit nooit plotseling de waterafvoerklep, want dat kan leiden tot waterslag in de leidingen, hetgeen ernstige schade aan de pomp kanveroorzaken.

Starten:

A LET OP:

  • Geef kort na het starten nicht vol gas, want de olie za dan nog Niet de gehele motor gelijkmatig gesmeerd hebben. Onnodig hoge toerentallen verkorten de levensduur van de apparatuur en können schade veroorzaken.

  • Controller of het pomphuis geheel met water is gemuld.

  • Controller of het filter zich onder water bevindt.

LET OP:

  • Neem preventieve maatregelen als de bodem van het op te pompen water is bedekt met modder of zand.
  • Controller of er geen obstakel is op het mondstuk van de waterafvoerslang.
  • Draai de I-O (aan/uit)-schakelaar maar de "I" (aan)-stand.
  • Controller of de gasklephendel "L" aangeeft. (Fig. 7)
  • Druk net zo vaak op de ontluchtingsknop totdat er brandstof in de ontluchtingspomp komt. (Meestal na 7 tot 10 maal drukken.)
  • Stel de chokehendel in.
  • Als de motor koud is of de omgevingstemperatuur is erg laag, zet u de chokehendel helemaal dicht. (Fig. 8)
  • Als de motor warm is of de omgevingstemperatuur is erg hoog, opent u de chokehendel halverwege of helemaal.
  • Treklicht aan de startknop totdat u een zekere weerstand voelt. Vervolgens liaat u de startknop terugkeren en dan geeft u er een stevige ruk aan.

Trek het startkoord nooit helemaaluit.

Na het trekken aan het startkoord kut u de knop beter Niet direct met uw hand loslaten. Houd de startknop vast totdat die vanzelfaar de uitgangsstand terugkeert.

Als de motor moeilijk te starten is, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open.

  1. Wonneer de motor is gestart, zet u de chokehendel terug maar de OPEN-stand, als u de chokehendel zich had gezet. (Fig. 9)
  2. Laat de motor waar behoren "warmdraaien". Laat het warmdraaien zo'n 2 tot 3 minutes doorgaan in de "L"-stand.

Motor latendraiaen:

Draai de gasklephendel maar de middelste stand en contrôleer of er water UIT de afvoerslang komt.

Werking beeindigen

De motor stoppen

Draai de gasklephendel maar de "L"-stand om de motor terug te brengen maar het laagste toerental.

Draai de I-O (aan/uit)-schakelaar maar de "O" (uit)-stand.

Na gebruik het water aftappen

Als er water in het pomphuis achechterblijft, kan het bij wint-terse temperaturen onder 0^ bevriezen en de pomp beschadigen. Na het gebruik dient u voor opslag eerst alle water via het aftapgat onderaan af te tappen.

ONDERHOUDSPROCEDURES

WAARSCHUWING:

  • Zorg alsigtijd dat de motor gestopt is voordat u enig werk aan het apparaat gaat uitvoeren. Verricht geen onderhoudswerk wonneer de motor nog heet is.

LET OP:

Maak geen afstellenen of aanpassingen aan de carburateur. Die is in de fabriek al ingesteld voor optimale efficiente. Mocht er bijstelling nodig�n, vraagt u dan eenplaatselijk onderhoudscentrum om dat te verrichten.
- Bij het onderhoud mag u de motor Niet met water afspoelen.

MOTOROLIE VERVERSEN

WAARSCHUWING:

  • Direct na afzetten van de motor blijven de motor en de motorolie nog even heet. Wacht waarom even om de motor en de motorolie te lately afkoelen. Anders loopt u de kans op brandwonden.

LET OP:

Zorg voordat u de olie gaat verversen dat u de afgewerkte olie veilig kurz wegdoen. Giet geen olie in een goot of afvoerputje, over tuinaarde of in open water. Volg uwplaatselijke milieuvoorschriften voor de beste wijze om afgewerkte olie weg te doen. Doordraaien met olie die te oud is, kan de levensduur van de motor aantasten. Controleer regelmatig het oliepeil en de toestand van de olie.

OPMERKING:

  • Als de olie tot boven de voorgeschreveen grens worden bijgevuld, kan die verruild raken of ontbranden, met witte rook. Wacht na afzetten van de motor even met inspectie van het oliepeil totdat alle motorolie waar de tank is teruggekeerd, voor een juiste aflezing.

Verversingsinterval: Na de eerste 20 gebruiksuren en daarna om de 50 gebruiksuren.

Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie met API-classificatie Klasse SF of hoger (motorolie voor 4-takt automotoren)

Hoeveelheid olie:

Voor model MP-245.4: Ca. 0,08 L

Voor model MP-335.4: Ca. 0,1 L

  1. Verwijder de oliepeilstokdop. (Fig. 10) Let op dat u de oliepeilstokdop neerlegt op eenplaats waar er geen vuil, stof of ander materiaal op kan komen.
  2. Leg een lap of stuk papier rondon de olievulopening.
  3. Na het uitenemen van de oliepeilstokdop Kantelt u de motor en waar u de olie weglopen in een oliepan of opvangbak.
  4. Plaats het apparaat op een vlakke bodem. Giet olie in de vulopening met een oliespuit of andere geschikte spuiftles. Vul bij met olie tot die bijna over de rand van de vulhals stroomt. (Fig. 4)
  5. Na het vullen van de tank met olie, brengt u de oliepeilstokdop wee aan. Draai de oliepeilstokdop stevig dicht, anders kan die lostrillen, met kans op olielekkage.

BOUGIE INSPECTEREN (Fig. 11)

LET OP:

  • Raak nooit de bougieaansluiting aan wanner de motor loopt (anders kut u een gevaarlijke elektrische schok krijgen).

Interval voor onderhoud en inspectie: Dagelijks (elke 10 gebruiksuren)

  • Gebruik alleen de bijgeleverde universeeelsleutel voor het verwijderen en wee aanbrengen van de bougie.
  • De vonbrug tussen de twee elektroden van de bougie要去 0,7 - 0,8mm bedragen.

Als de elektrodenafstand te breed of te smal is, corrigeert u die dan. Als de bougie aangekoekt of verruild is, reinigt u die grondig of verrangt u de bougie.

LUCHTFILTER REINIGEN (Fig. 12)

WAARSCHUWING:

Zet de motor af. Blijf uit de buurt van open vuur.

Als het luchtfilter vuil is, kan dat leiden tot startproblemen, afnemend vermogen en motorstoringen en kan het de levensduur van de motor drasticisch verkorten. Houd het luchtfilter steeds goed schoon.

Interval voor onderhoud en inspectie: Dagelijks (elke 10 gebruiksuren)

  1. Zet de chokehendel helemaal zich, zodate er geen stof of vuil in de carburateur kankommen.
  2. Verwijder de bevestigingsbout van het luchtfilterdekseI.
  3. Trek de onderrand van het deksel los om het luchtfilterdeksel te verwijdersen.
  4. Verwijder het filtrelement en reinig het met een sopje van warm water en een mild wasmiddel, om het daarna zorgvuldig af te drogen.
  5. Breng het filter waar aan volgens de lijnen, zoals aangegeven in de afbeelding.
  6. Veeg met een lap alle olie die aankleeft rondon het luchtfilterdeksel en de ventilatiesleuven weg.
  7. Breng na het reinigen het luchtfilterdeksel weeer aan (steek de nok aan de bovenkant eerst in en dan de onderste nok) en draai dan de bevestigingsbout vast.

BRANDSTOFFILTER REINIGEN

WAARSCHUWING:

  • Zet de motor af. Blijf uit de buurt van open vuur. Niet roken a.u.b.

Interval voor onderhoud en inspectie: Maandelijks (elke 50 gebruiksuren)

Het brandstofffilter dient om te zorgen dat de brandstoff schoon in de carburateur kommt. U dient regelmatig het brandstofffilter visueel te inspecteren.

  1. Open de brandstoftankdop en gebruik een draadhaak om de zuigkop door de tankopening omhoog te halen.
  2. Verwijder de slangklem en trek het brandstofffilter uit de brandstoffleiding.
  3. Spoel het brandstofffilter uit met petroleum.
  4. Na het uitspoelen monteert u het weer.
  5. Als het filter aangekoekt of verstopt is geraakt, verwangt u het door een nieuw.

Vervang het brandstofffilter tenminsteiens per kwartaal, om te zorgen voor een goede brandstoftoevoer maar de carburateur. Als de brandstoftoevoer onvoldoende worden, kan dat startproblemen veroorzaken en het maximale toerental verminderen.

Na inspectie, reinigen of verrangen, maakt u het brandstofffilter weeer met de slangklem vast op de brandstofleiding.

Duw het brandstofffilter helemaal maar binnen tot op de bodem van de brandstoffank. (Fig. 13)

BRANDSTOFLEIDING VERVANGEN (Fig. 14)

WAARSCHUWING:

Zet de motor af. Blijfuit de buurt van open vuur.

Interval voor onderhoud en inspectie: Dagelijks (elke 10 gebruiksuren)

Vervangen: Jaarlijks (elke 200 gebruiksuren)

Vervang de brandstofleiding elkaar, ongeacht hoe vaak u het apparaat gebruikt. Brandstoflekkage kan brandgevaar opleveren.

Als u tijdens inspectie tekenen van brandstoflekkage opmerkt, verrangt u de brandstofleiding dan onmiddelijk.

BOUTEN, MOEREN EN SCHROEVEN INSPECTEREN

Draai loszittende bouten, moeren e.d. vast.
- Controller of de brandstoftankdop en de olietankdop stevig zich zitten. Controller op brandstof- of olielekkage.
- Vervang beschadigde onderdelen door neue, voor een veilige werkung.

ONDERDELEN RENIGEN

  • Houd de motor altijd schoon door die met een lap af te vegen.
  • Houd de cilinderkoelvinnen vrij van vuil en stof. Stof of vuil dat aan de vinnen kleeft kan op den duur de zuiger doein vastlopen.

Periodiek onderhoudsschema

Gebruiksduur OnderdeelVoor elk gebruikDagelijks (10 uren)50 uren 200 urenVoor opslag
Motorolie Inspecteren/bijvullen
Vervangen *1
Bevestigingsdelen (bouten, moeren)Inspecteren
Brandstoftank Reinigeninspecteren
Brandstof aftappen
Gashendel Werking con troleren
I-O (aan/uit)-schakelaarWerking controleren
Luchtfilter Reinigen
Bougie Inspecteren
Reinigen/afstellen
Ventilatiesleuven en cilinderkoelvinnenReinigen/inspecteren
Brandstoffleiding Inspe teren
Vervangen *2
Brandstofffilter Reinigenvervangen
Klepspeling (inlaatklep en uitlaatklep)Inspecteren/afstellen *2
Motor revisieren indien nodig◎*2
Carburateur Brandstofaftappen
Pompwerk Reinigen
FilterInspecteren/reinigen

1 Verricht het eerste verversen na het 20ste gebruiksrur.
Zorg voordat u de olie gaat verversen dat u de afgewerkte olie veilig kurz wegdoen. Giet geen olie in een goot of afvoerputje, over tuinaarde of in open water. Volg uwplaatselijke milieuvoorschriften voor de Beste wijze om afgewerkte olie weg te doen.
2 Laat de inspectie na 200 gebruiksuren verrichten bij een bevoegde onderhoudsdienst.

OPSLAG

WAARSCHUWING:

  • Voor het aftappen van de brandstof dient u de motor af te zetten en te wachten tot die is afgekoeld. Direct na het afzetten van de motor kan die nog erg heetijken, met gevaar voor brand, schroeiplekken of brandwonden.

LET OP:

  • Wanner u het apparaat voorlopig Niet meer gebruikt, maar u alle brandstofuit de brandstoffank weglopen en berg u het apparaat op in een droge, schone omgeving.

Voor opslag

  1. Laat alle water via de aftapopening weglopen.

  2. Treklicht aan de handgreep van de trekstarter totdat u waarstand voelt.

  3. Na het verwijderen van de brandstof uit de brandstoffank drukt u op de knop van de ontluchtingspomp totdat er brandstof uit de brandstoffleiding loopt. Verwijder nogmaals de brandstof uit de pomp.
  4. Zet de gashendel in de "L"-stand.
  5. Veeg alle stof en vuil weg.
  6. Berg de pomp op in een droge, warme omgeving, waar geen risico van bevriezen.bestaat.

Verplaatsen

Om de machine op te tilen voor verplaatsing of vervoer dient u de handgreep met beiden handen stevig vast te pakken.

STORINGEN VERHELPEN

Voordat u de hulp van een reparateur inroept, kutu storingen zelf opsporen en verhelpen. Als er iets nicht maar behoren werkct, bedient u het apparaat dan eerst volgens de beschrijving in deze handleiding. Maak nooit afstellingen en demonteer nooit onderdelen waarvoor deze handleiding geen aanwijzingen biedt. Neem voor reparatie contact op met een bevoegde onderhoudsdienst.

Storing Oorzaak Oplossing
De motor start nicht.De ontluchtingspomp is nicht eerst gestart.7 tot 10 maal drukken.
Te zich aan het startkoord getrokken.Geef een hardere ruk aan het startkoord.
Te weinig brandstof. Brandstofbijvullen.
Brandstofffilter verstopt. Filter schoonmaken.Schoonmaken.
Brandstoffleiding losgeraakt. Brandstoffleiding steviger aansluten.Brandstoffleiding steviger aansluten.
Brandstoffleiding verbogen. Buig de brandstoffleidingrecht.de brandstoffleidingrecht.
Vervuilde of bedorven brandstof.Brandstof die te oud of vuil is, kan het starten bemoeilijken. Vervang de brandstof door neue. (Aanbevolen verversingstijd: 1 maand)
Te veel brandstof aangezogen.Zet de gasklephendel in de middelste of "H"-stand en trek aan de greep van de trekstarter totdat de motor start. Als de motor nog steeds Niet start, verwijdert u de bougie, veegt u de elekroden droog en brengt u de bougie waar op+zijnplaats. Vervolgens start u volgens de aanwijzingen.
Losgeraakte bougiedop. Stevigvastmaken.
Vervuilde bougie. Filter schoonmaken.vastmaken.
Onjuiste elektrodenafstand van de bougie.Elektrodenafstand bijstellen.
Andere afwijkingen van de bougie.Bougie verrangen.
Slecht werkende carburateur.Verzoek een reparateur om inspectie en onderhoud.
Het startkoord kan nicht worden uitgetrokken.Verzoek een reparateur om inspectie en onderhoud.
lets mis met de aandrijving.Verzoek een reparateur om inspectie en onderhoud.
Snel afslaande motor.Mortoroerental neemt nicht toe.Onvoldoende warmgedraaid.Laat de motor langer warmdraaien.
De chokehendel staat in de“CLOSE"-stand, ook al is de motor al warmgedraaid.Stel in op “OPEN”.
Brandstofffilter verstopt. Filter schoonmaken.
Vervuild of verstopt luchtfilter.Filter schoonmaken.
Slecht werkende carburateur.Verzoek een reparateur om inspectie en onderhoud.
lets mis met de aandrijving.Verzoek een reparateur om inspectie en onderhoud.
De pomp werkt nicht. Vastaergering.eraakte pompstuwer.Verzoek uwplaatselijke Dolmar onderhoudsdienstom reparatie.
Het pompvolume is ergering.Er worden lucht aangezogen.Controleer de leidingen aan de aanzuigkant.
Afnemend motorvermogen.Verzoek uwplaatselijke Dolmar onderhoudsdienstom reparatie.
Mechanische afdichtingverbrozen.Pakking verrangen.
Te große zuig- en hefhoogte. Zuig- en hefhoogte verminderen.
Te dunne, lange of gekniktesslang.Kies een dikkere of korte slang of haal de knik eruit.
Water lekt ergens uit de waterleiding.Verhelp de lekkage.
Pompstuwer verstopt door binnengeraakt materiaaal.Verzoek uwplaatselijke Dolmar onderhoudsdienstom reparatie.
Versleten pompstuwer.Verzoek uwplaatselijke Dolmar onderhoudsdienstom reparatie.
Zelfontluchting van de pompwerkt nicht.Er worden lucht aangezogen.Controleer de leidingen aan de aanzuigkant.
Onvoldoende water voor ontluchting in het pomphuis.Meer volledig ontluchten.
Onvoldoende zichtdgedraide aftapkraan.Draai de ontluchtingsdop en de aftapkraan stevigdicht.
Niet goed draaiende motor.Verzoek uwplaatselijke Dolmar onderhoudsdienstom reparatie.
Lucht lekt binnen via demechanische affdichting.Pakking verrangen.

Mny aapieoetn onta eieniopoe va pokanee i gnia otnv avla atro eva uik.

EéyTe oTI O oipYknpaç EukapTTou oWAnv aiv Kaλa opiIevoC.

EAEFXOI INPIN ANO TH AEITOYPIIA

IPOEIAOIOIH:

  • Pniv TpaymuatoToinoTe OTIOaHnTne Epyaia OTOV EgonAio,va ObnveTe navTa Tov KInntnpa. Na DIEcayete navTa nTv Epyaia oE mia Etintedn kai Otaeepn Etikpaveia.

  • Pniv alAEte μTPOc Tov KIVNTpA, EeVSE av UNTApXouv XaIapEc BiEeS n XaIapa EeapTmuata OuvBEOC Stov EoITIAIOuO.
    Kata Tn diapkeia Tou eayxou n Tng EtnIOeun, aTPOEUYETe va epTei OTIOIDNTOTE MEPOCS TOU Owpatoc n Ta pouxa oac oe ETTaPn TEVTOV KIVTNpa KAI TOV SIyAOTnpa, Evw Eivai akOpn TLOu Zcota.

  • Ppooexe iiaitepa tov Egaepiao. Ppooexe yia oan piaon loyco

ENIOEΩPHSH KAI ΣYMΠΑHPΩΣH TOY ΑΔIOY KINHTHPA (Eik. 4)

Aieayayte nV aKoIouOth iiaikacia, Evw o KIVnnpa civai kpuoc.