IB 15120 - Stoomreiniger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IB 15120 Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Stoomreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IB 15120 - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IB 15120 van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING IB 15120 Kärcher
- Prodotto: Apparecchio di sabbiatura con ghiaccio secco Modello: 1.574-xxx Direttive UE pertinenti 2011/65/EU 2006/42/CE (+2009/127/CE) 2014/30/UE 2009/125/EG + 2009/1781 Norme armonizzate applicate EN 55014–1: 2017 + A11: 2020 EN 55014–2: 2015 EN 60204–1 EN 61000–3–2: 2014 EN 61000–3–3: 2013 EN IEC 63000: 2018 EN 62233: 2008 Norme nazionali applicate GS-STE-13 (in aggiunta) Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification 51IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Het verpakkingsmateriaal is herbruik- baar. Deponeer het verpakkingsma- teriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor recycling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Batterij- en, olie en dergelijke stoffen mogen niet in het milieu belanden. Verwijder overbodig geworden apparatuur daarom via passende inzamelpun- ten. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH Het apparaat mag uitsluitend bediend wor- den door personen die de gebruiksaanwij- zing gelezen en begrepen hebben. In het bijzonder moeten alle veiligheidsinstructies in acht genomen worden. Deze gebruiksaanwijzing zo bewaren dat ze op elk tijdstip ter beschikking staat van de bediener. Gevaar Voor een onmiddellijk dreigend gevaar dat leidt tot ernstige en zelfs dodelijke lichame- lijke letsels. 몇 Waarschuwing Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die zou kunnen leiden tot ernstige en zelfs do- delijke lichamelijke letsels. Voorzichtig Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die kan leiden tot lichte lichamelijke letsels of materiële schade. Gevaar Verwondingsgevaar door rondslingerende droogijsbrokjes. Spuitpistool niet op perso- nen richten. Derden verwijdern van de ge- bruiksplaats en ervoor zorgen dat tijdens de werking geen persoon in de buurt kun- nen komen (bijv. door afsluiting). Tijdens de werking de sproeier niet aanra- ken of niet in de droogijsstraal grijpen. Gevaar Verstikkingsgevaar door kooldioxide. De droogijsbrokjes bestaan uit vaste kooldioxi- de. Bij de werking van het apparaat stijgt het kooldioxidegehalte in de lucht op de plaats van gebruik. Werkplaats voldoende verluchten, indien nodig een waarschu- wingstoestel gebruiken. Symptomen van hoge kooldioxideconcentratie in de adem: – 3 p. 5
- %: hoofdpijn, hoge ademfrequen- tie. – 7 %: hoofdpijn, braakneigingen, eventueel bewusteloosheid. Bij het optreden van die symptomen het ap- paraat onmiddellijk uitschakelen en naar buiten gaan, bij de verderzetting van het werk de verluchtingsmaatregelen verbete- ren of een beademingstoestel gebruiken. Veiligheidsgegevensblad van de droogijs- fabrikant in acht nemen. Gevaar Verwondingsgevaar door elektrostatische ontladingen, beschadigingsgevaar voor elektronische componenten. Bij het reini- gen kan het reinigingsobject elektrisch ge- laden worden. Reinigingsobject elektrisch aarden en aarding tijdens het volledige rei- nigingsproces behouden. Gevaar Verwondingsgevaar door elektrische schok. Voor het openen van de schakel- kast de stroomstekker uit het stopcontact trekken. Gevaar Gevaar van brandwonden door droog ijs. Droog ijs heeft een temperatuur van -79 °C. Droog ijs en koude onderdelen van het apparaat nooit onbeschermd aanraken. Gevaar Verwondingsgevaar door rondslingerende droogijsbrokjes of vuildeeltjes. Goed aan- sluitende veiligheidsbril dragen. Gevaar van gehoorschade. Oorbescher- ming dragen. De veiligheidsuitrusting mag het visuele contact en de communicatie met de werk- omgeving niet hinderen. Gevaar Verwondingsgevaar door rondslingerende droogijsbrokjes of vuildeeltjes. Verwondingsgevaar door aanraking van koude onderdelen van het apparaat. Veiligheidshandschoenen conform EN 511 en veiligheidskledij met lange mouwen dra- gen. Gevaar Verwondingsgevaar door onbedoeld star- ten van het apparaat. Voor werkzaamhe- den aan het apparaat de stroomstekker uit het stopcontact trekken. Gevaar Verwondingsgevaar door elektrische schok. Voor het openen van de schakel- kast de stroomstekker uit het stopcontact trekken. Gevaar Gevaar van brandwonden door droogijs of koude onderdelen van het apparaat. Bij werkzaamheden aan het apparaat geschik- te veiligheidskledij voor koude dragen of droog ijs verwijderen en apparaat laten op- warmen. Gevaar Gevaar door volumetrische uitzetting en brandwonden door koude. Droogijs nooit in de mond nemen. Inhoudsopgave Milieubescherming p. 10
- NL Veiligheidsinstructies p. 1
- NL Reglementair gebruik p. 1
- NL Functie p. 2
- NL Bedieningselementen p. 2
- NL Inbedrijfstelling p. 3
- NL Bediening p. 4
- NL Buitenwerkingstelling p. 6
- NL Vervoer p. 8
- NL Opslag p. 8
- NL Onderhoud en reparatie p. 8
- NL Hulp bij storingen p. 8
- NL Technische gegevens NL . 11 Accessoires NL . 12 Garantie NL . 12 EU-conformiteitsverklaring . NL . 12 Milieubescherming Veiligheidsinstructies Gevarenniveaus Symbolen op het apparaat Algemene veiligheidsinstructies 52 NL- 2 p. 9
Waarschuwing Ongevalgevaar door reactiedruk van het spuitpistool. Voor het bedienen van de hen- del van het spuitpistool een veilige stand- plaats zoeken en het spuitpistool goed vasthouden. Gevaar Verwondingsgevaar door rondslingerende voorwerpen. Lichte reinigingsobjecten fixe- ren om te verhinderen dat het met de droogijsstraal meegesleurd wordt. 몇 Waarschuwing Knelgevaar door het doseerapparaat. Voor het verwijderen van de schermplaat in het droogijsreservoir zeker de stroomstekker van het apparaat uit het stopcontact trek- ken. Voor het gebruik van de installatie in de Bondsrepubliek Duitsland gelden de vol- gende voorschroften en richtlijnen (verkrijg- baar via Carl Heymanns Verlag KG, Luxemburger Straße 449, 50939 Keulen): – BGV D 26 Spuitwerkzaamheden – Uitvoeringsinstructie bij BGV D 26 – BGR 117 Werken in kleine ruimten – BGR 139 Veiligheidsregels voor perso- nen - noodinstallaties. – BGR 189 Gebruik van veiligheidskledij – BGR 195 Gebruik van veiligheidshand- schoenen – BGR 500 Exploiteren van arbeidsmid- delen – BGI 534 Werken in kleine ruimten – BGI 836 Gasverwarmers Nationale veiligheidsvoorschriften en vei- ligheidsbepalingen alsook nationale bepa- lingen van beroepsgenootschappen en beroepsorganisaties moeten in acht geno- men worden! Wanneer de noodstopknop wordt inge- drukt, stopt de droogijsdosering en wordt de luchtstroom uit de sproeier onderbro- ken. Hendel van het spuitpistool loslaten. Noodstopknop indrukken. De droogijsdosering wordt stilgelegd en de luchtstroom uit de sproeier wordt onderbro- ken. Luchtdruktoevoer onderbreken. Het apparaat dient voor het verwijderen van verontreinigingen met droogijsbrokjes die versneld worden door een luchtstraal. Het apparaat mag niet in een explosiege- vaarlijke omgeving gebruikt worden. Als straalmiddel mogen alleen droogijs- brokjes gebruikt worden. Het gebruik van andere straalmiddelen kan leiden tot een beschadiging van het apparaat. Luchtdruk komt via een reduceerklep in het spuitpistool. Bij het bedienen van de hendel van het spuitpistool gaat de klep open en komt de luchtstraal uit het spuitpistool. Te- vens worden droogijsbrokjes via het do- seerapparaat in de luchtstraal gedoseerd. De dosering kan met de bedrijfsmodus- schakelaar uitgeschakeld worden. De droogijsbrokjes knallen tegen het te reini- gen oppervlak en verwijderen het vuil. Door de koude droogijsbrokjes van -79 °C ont- staan bijkomend warmtespanningen tus- sen vuil en reinigingsobject die eveneens bijdragen tot het losmaken van het vuil. Verder gaat het droogijs bij de aanraking met het oppervlak onmiddellijk over tot gas- vormige kooldioxide waardoor het het 700- voudige volume dekt. Vuil dat door het droog ijs werd aangetast, wordt op die ma- nier weggeschoten. Tijdens de spuitwerking zorgt een vibrator aan het droogijsreservoir voor de continue aanvulling van de droogijspellets. Voorschriften en richtlijnen Veiligheidsinrichtingen Noodstopknop Uitschakelen in noodgevallen Reglementair gebruik Functie 53NL- 3 1 Zekering F1, onder de zijbekleding 2 Luchtdrukaansluiting 3 Condenswaterafvoer 4 Duwbeugel 5 Sluiting, koffer 6 Houder voor spuitpistool 7 Koffer voor accessoires 8 Ontgrendeling, kofferbevestiging 9 Draaggreep, koffer 10 Kabelhouder 11 Drukontlastklep, condensaatlediging van de waterafscheider 12 Transportgreep, botsbeschermings- beugel 13 Stroomkabel met stekker 14 Droogijs-uitvoer voor lediging van het reservoir 15 Zwenkwiel met parkeerrem 16 Koppeling straalmiddel-slang 17 Aardingskabel met klem 18 Koppeling stuurleiding 19 Bedieningsveld 20 Opbergvak voor toebehoren 21 Deksel droogijsreservoir 1 Toets Statistiek, teller resetten 2 Toets Straaldruk verhogen 3 Toets Droogijsdosering verhogen 4 Apparaatschakelaar 5 Noodstopknop 6 Sleutelschakelaar 7 Toets Droogijsdosering verlagen 8 Toets Straaldruk verlagen 9 Display 10 Toets Lediging droogijsreservoir 1 Controlelampje Stuurspanning groen: Stuurspanning ok rood: Stuurspanning te laag geel: Lediging droogijsreservoir actief 2 Controlelampje Noodstop rood: Noodstopknop bediend groen: Noodstopknop niet bediend 3 Controlelampje Perslucht groen: Druk ok oranje: geselecteerde straaldruk niet bereikt rood: Druk te laag (beneden 0,15 MPa/ 1,5 bar) 4 Controlelampje Doseerapparaat groen: Aandrijving ok rood: Storing aan de aandrijving Bedieningselementen Apparaat Bedieningsveld Display 54 NL- 4 5 Controlelampje Spuitpistool groen: Spuitpistool ok oranje: Hendel van de spuitpistool tij- dens het inschakelen bediend rood: Spuitpistool verwijderd of stuurlei- ding beschadigd 6 Weergaveveld 1 Sproeier 2 Spuitpistool 3 Koppeling straalmiddel-slang 4 Koppeling stuurleiding 5 Veiligheidshendel 6 Hendel 7 Schakelaar bedrijfsmodi Stand „1“: Luchtdrukstraal Stand „2“: Droogijsstraal (luchtdruk en droogijsbrokjes) 1 Sproeier 2 Spuitpistool 3 Hendel 4 Beveiligingsknop 5 Koppeling straalmiddel-slang 6 Koppeling stuurleiding 7 Toets Droogijsdosering aan/uit Brandt rood bij uitgeschakelde droogijs- dosering 8 Toets Droogijsdosering verhogen 9 Toets Straaldruk verhogen 10 Toets Straaldruk verlagen 11 Toets Droogijsdosering verlagen De koffer dient voor het opbergen van de sproeiers en bijhorend gereedschap. 1 Sluiting 2 Handgreep 3 Ontgrendeling Sluitingen openen. Deksel naar beneden zwenken. Voorzichtig Beschadigingsgevaar, Leg geen zware voorwerpen op het geopende deksel. Ontgrendelingen indrukken en koffer wegnemen. Koffer met de sluitingen naar boven draaien. Eén kant van de koffer tegen de houder zetten en vergrendelen. Koffer tegen het apparaat duwen en de tegenoverliggende houder vergrende- len. Gevaar Gevaar voor verwonding door rondvliegen- de droogijspellets. Bij het gebruiksklaar maken van het appa- raat alle samenstellende delen, vooral de straalmiddelslang controleren, of ze in een staat volgens de voorschriften verkeren. Beschadigde delen door correcte vervan- gen. Vervuilde delen reinigen en controleren, of ze volgens de voorschriften werken. Apparaat op een horizontaal, effen op- pervlak plaatsen en parkeerrem van de stuurrollen blokkeren. Instructie: Ter bescherming tegen slijtage en veront- reiniging kan de straalmiddelslang met een beschermslang overtrokken worden. In- dien nodig de beschermslang voor de aan- sluiting over de straalslang schuiven. Spuitmiddelslang met het apparaat ver- binden en beveiligen. Spuitpistool met de spuitmiddelslang verbinden en beveiligen. Stuurleiding met het apparaat verbin- den. Stuurleiding met het spuitpistool verbin- den. Waarschuwing De selectie van de sproeier is afhankelijk van het materiaal van het reinigingsobject en de verontreiniging. Ook heeft het beschikbare luchtvolume een aanzienlijke invloed op de keuze van de sproeier. Alle sproeiers worden zonder werktuig op de schroefdraad van het spuitpistool ge- schroefd. De op de sproeier aangebrachte sleutelvlakken dienen voor het losmaken van vastzittende sproeiers met een platte sleutel. Voorzichtig Gevaar vankoudlassen. Sproeierschroef- draad voor de montage met het bijgevoeg- de vet bestrijken. De onderstaande tabel toont het luchtver- bruik bij verschillende sproeiers. Elke sproeier is gekenmerkt met luchthoe- veelheidsindex XS - XXL. Met de sproeiertabel kan dus voor elke sproeier het luchtverbruik bepaald worden. Spuitinrichting Spuitpistool Spuitpistool Advanced (optie) Koffer voor accessoires Koffer openen Koffer van het apparaat scheiden. Koffer op het apparaat aanbrengen. Inbedrijfstelling Sproeiers De juiste lans of sproeier kiezen 55NL- 5 Naast de meegeleverde rondstraalsproeier staan andere rondstraalsproeiers met ver- schillende diameters als toebehoren ter be- schikking. 1 Rondstraalspuitkop, kort 2 Rondstraalspuitkop, lang 3 Rondstraalspuitkop, extra lang Rondstraalsproeier op het schroef- draadstuk van het spuitpistool plaatsen en met de hand aanspannen. 1 Diffusor 2 Verbindingsmoer 3 Sproeielement De vlakstraalsproeier bestaat uit sproeie- relement en diffusor. Als toebehoren staan sproeielementen met verschillende diame- ters ter beschikking. Sproeielement op het schroefdraadstuk van het spuitpistool plaatsen en met de hand aanspannen. Diffusor op het sproeielement plaatsen. Diffusor zodanig draaien dat de vlakke straal de gewenste richting ten opzichte van het spuitpistool aanneemt. Wartelmoer met de hand aanspannen. De scrambler verkleint de droogijsbrokjes en wordt ttussen het spuitpistool en de sproeier gemonteerd. De uitrichting van de 4 geperforeerde pla- ten in de scrambler legt de verbrijzelings- graad vast. Verbrijzelingsgraad selecteren: 1 Schroefsluiting 2 Magazijn 3 Geperforeerde plaat Schroefverbinding losdraaien. Magazijn met geperforeerde platen uit- nemen. Geperforeerde platen als boven aange- geven in het magazijn rangschikken (3 mogelijkheden). De aangegeven maten op de afbeelding hebben betrekking tot de afmeting van de openingen. Plaats het magazijn met de geperfo- reerde platen in de scrambler. Schroefverbinding aanbrengen en vast- zetten. Oppervlaktecapaciteit Straalsterkte heel gering gering gemiddeld hoog heel hoog Druk (bar) 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Formaat sproeier XS Ø5 mm 0,40 0,70 0,90 1,10 1,30 1,60 1,80 2,00 2,30 -- -- -- -- -- -- S Ø6 mm 0,70 1,05 1,45 1,80 2,07 2,40 2,78 3,14 3,48 3,78 4,13 4,35 4,70 5,10 5,40 M Ø7 mm 0,93 1,38 1,85 2,28 2,64 3,05 3,63 4,03 4,57 4,80 5,30 5,80 6,22 6,65 7,15 L Ø8 mm 1,09 1,64 2,26 2,78 3,20 3,79 4,40 4,95 5,45 5,90 6,40 7,15 7,67 8,15 8,80 XL Ø9 mm 1,50 2,16 2,88 3,50 4,03 4,60 5,41 6,01 6,53 7,27 8,08 8,70 9,28 9,80 10,40 XXL Ø10 mm 1,52 2,20 2,97 3,66 4,27 5,00 5,82 6,52 7,40 8,00 8,90 9,50 10,05 10,70 11,30 Luchtverbruik in m
- Gemiddelde compressor bv. Käser M 80, Compair C 55 7 grote compressor bv. Käser M 122, Compair C 105 10 p. 10
- heel grote compressor bv. Käser M 250, Compair C 200 Rondstraalsproeier Vlakstraalsproeier Scrambler (toebehoren) 56 NL- 6 Tussen spuitpistool en sproeier kan een verlenging geplaatst worden. Een hoekstraalpijp wordt tussen het spuit- pistool en de sproeier geplaatst. 1 Hoekstraalpijp 105° 2 Hoekstraalpijp 90° 몇 Waarschuwing Verwondingsgevaar. Bij gebruik van de hoekstraalpijp werkt naast de reactiekracht ook een koppel in op het spuitpistool. Houd het spuitpistool goed vast. Begin het werk met een lage straaldruk en verhoog de straaldruk indien nodig. De handgreep kan aan het verlengstuk worden bevestigd. (enkel bij Advanced spuitpistool) De werkverlichting wordt tussen het spuit- pistool en de sproeier aangebracht. Het in- en uitschakelen is in het hoofdstuk "Bedie- ning/basisinstellingen" beschreven. Waarschuwing Voor een storingsvrij bedrijf moet de pers- lucht een laag vochtgehalte vertonen. De luchtdruk moet vrij zijn van olie, vuil en vreemde lichamen. De compressor moet minstens met nakoe- ler, olie- en waterafscheider uitgerust zijn. Drukontlastklep sluiten. Perslucht-toevoerleiding aan de pers- luchtaansluiting van het apparaat aan- sluiten. De max. toegestane toevoerdruk van 1,6MPa (16 bar) mag niet overschre- den worden. Gevaar Gevaar door elektrische schok. Het gebruikte stopcontact moet geïnstal- leerd worden door een electricien en moet voldoen aan IEC 60364-1. Het apparaat moet beveiligd zijn door een FI- veiligheidsschakelaar van het type B, 30 mA. Stroomleiding van het apparaat voor elk gebruik controleren op beschadigingen. Apparaat met een beschadigde stroomka- bel niet gebruiken. Beschadigde kabel door electricien laten vervangen. Het verlengsnoer moet een IPX4-bescher- ming garanderen en de kabeluitvoering moet minstens overeenkomen met H 07 RN-F 3G1,5. Netstekker in het stopcontact steken. Gevaar Gevaar van brandwonden door droog ijs. Droog ijs heeft een temperatuur van -79 °C. Droog ijs en koude onderdelen van het ap- paraat nooit onbeschermd aanraken. Vei- ligheidshandschoenen en veiligheidskledij dragen. Deksel droogijsreservoir openen. Droogijsreservoir op vreemde voorwer- pen en condensaat controleren, vreem- de voorwerpen en condensaat verwijderen. Droogijsbrokjes in het reservoir vullen. Voorzichtig Beschadigingsgevaar voor het apparaat. Als spuitmiddel mogen alleen droogijsbrok- jes gebruikt worden. Het gebruik van ande- re spuitmiddelen leidt tot het verval van de garantie. Deksel droogijsreservoir sluiten. Waarschuwing Om storingen door samensmelten van droogijsbrokjes te vermijden, is het zinvol de inhoud van het droogijsreservoir volle- dig te verbruiken vooraleer nieuw droog ijs gevuld wordt. Voor langere bedrijfsonder- brekingen moet het apparaat gebruikt wor- den tot het droogijsreservoir leeg is of moet het reservoir door de functie Droogijsledi- ging leeggemaakt worden. Instructie De instellingen zijn afhankelijk van het ma- teriaal van het reinigingsobject en de ver- ontreiniging. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Apparaatschakelaar op „I“ stellen. Sleutelschakelaar met de wijzers van de klok draaien. Straaldruk met de toetsen Straaldruk verhogen/verlagen instellen. Instructie Hoe hoger de ingestelde spuitdruk, hoe ho- ger (agressiever) de reinigingswerking. Droogijsdosering met de toetsen Droogijsdosering verhogen/verlagen in- stellen. Sleutelschakelaar tegen de wijzers van de klok in draaien en sleutel uitnemen. Door het automatische sluiten van het sleutelgat wordt vervuiling tijdens de werking voorkomen. Bij uitgenomen sleutel is het apparaat tegen verstellen van de instellingen en resetten van de statistische waarden beveiligd. Onderhoudswerkzaamheden „dagelijks voor het bedrijfsbegin“ uitvoeren (zie hoofdstuk „Onderhoud en instandhou- ding“). Gevaar Verwondingsgevaar door rondslingerende droogijsbrokjes. Spuitpistool niet op perso- nen richten. Derden verwijdern van de ge- bruiksplaats en ervoor zorgen dat tijdens de werking geen persoon in de buurt kun- nen komen (bijv. door afsluiting). Tijdens de werking de sproeiopening niet aanraken of niet in de droogijsstraal grij- pen. Voor het scheiden van de verbinding tus- sen spuitpistool en spuitmiddelslang en tussen spuitmiddelslang en apparaat zeker de luchtdruktoevoer afsluiten, het apparaat drukvrij maken en de stroomstekker uit het stopcontact trekken. Werkbereik afzetten om de toegang van personen tijdens de werking te ver- hinderen. Gevaar Verstikkingsgevaar door kooldioxide. De droogijsbrokjes bestaan uit vaste kooldioxi- de. Bij de werking van het apparaat stijgt het kooldioxidegehalte in de lucht op de plaats van gebruik. Werkplaats voldoende verluchten, indien nodig een waarschu- wingstoestel of ademhalingsbeschermin- gen gebruiken. Symptomen van een te hoge kooldioxide- concentratie in de ingeademde lucht: – 3 p. 5
- %: hoofdpijn, hoge ademfrequen- tie. – 7 p. 10
- %: hoofdpijn, braakneigingen, eventueel bewusteloosheid. Sproeierverlenging (toebehoren) Hoekstraalpijp (accessoires) Handgreep (toebehoren) Werkverlichting (accessoires) Luchtdruk aansluiten Netaansluiting opbouwen Bediening Droog ijs vullen Instellingen Gebruik 57NL- 7 Bij het optreden van die symptomen het ap- paraat onmiddellijk uitschakelen en naar buiten gaan, bij de verderzetting van het werk de verluchtingsmaatregelen verbete- ren of een beademingstoestel gebruiken. Kooldioxide verzamelt zich op lager gele- gen plaatsen. Verzameling verhinderen door actieve verluchtingsmaatregelen. Veiligheidsgegevensblad van de droogijs- fabrikant in acht nemen. Gevaar Gevaar door gezondheidsschadelijke stof- fen Indien bij de verwerking stof dat scha- delijk is voor de gezondheid kan ontstaan, moeten voor het begin van de werkzaam- heden overeenkomstige veiligheidsmaat- regelen getroffen worden. Gevaar Explosiegevaar! Lichte metalen en ijzerhoudende onderde- len niet tegelijkertijd bewerken. Indien afwisselend lichte metalen en ijzer- houdende onderdelen bewerkt worden, moeten de werkruimte en de afzuiginrich- ting voor de bewerking van het andere ma- teriaal gereinigd worden. Gevaar door stofexplosie. Indien bij het werk brandbaar stof ontstaat, moeten stof- ophopingen vermeden worden. Stof regel- matig verwijderen vooraleer kritische hoeveelheden zijn ontstaan. Bij het werken in kleine ruimten moet gezorgd worden voor voldoende ver- luchting om de kooldioxideconcentratie in de ruimte onder de gevaarlijke waar- de te houden. Reinigingsobject indien nodig vastzet- ten. Gevaar Verwondingsgevaar door elektrostatische ontladingen, beschadigingsgevaar voor elektronische componenten. Bij het reini- gen kan het reinigingsobject elektrisch ge- laden worden. Reinigingsobject elektrisch aarden en aarding tijdens het volledige rei- nigingsproces behouden. 몇 Waarschuwing Gevaar voor verwonding door struikelen. Straalmiddelslang en stuurleiding zodanig leggen dat tijdens het werk geen struikelge- vaar bestaat. Voorzichtig Beschadigingsgevaar door vreemde voor- werpen die in het droogijsreservoir vallen. Tijdens de werking het deksel van het droogijsreservoir gesloten houden. Aardingskabel elektrisch geleidend met het reinigingsobject verbinden of reini- gingsobject op een andere manier aar- den. Veiligheidskledij, veiligheidshand- schoenen, nauwaansluitende veilig- heidsbril en oorbescherming dragen. Luchtdruktoevoer activeren. Noodstopknop door draaien ontgrendelen. Bedrijfsmodus Luchtdrukstraal „1“ of droogijsstraal „2“ instellen aan de scha- kelaar voor bedrijfsmodi van het spuitpi- stool. Veilige standplaats kiezen en een goe- de lichaamshouding aannemen om door de reactiedruk van het spuitpistool het evenwicht niet te verliezen. Om het plotselinge optreden van een terugslag te voorkomen kan een lang- zame stijging van de straaldruk worden ingesteld (zie "Bediening/basisinstellin- gen" menupunt Softstart). Beveiligingsknop van het spuitpistool indrukken. Droogijsstraal activeren door het bedie- nen van de hendel van het spuitpistool en reinigingsproces uitvoeren. Waarschuwing Bij het gebruik van het Advanced spuitpi- stool kan de toevoeging van droogijsbrok- jes uit- en ingeschakeld worden met de knop Droogijsdosering uit/in op het spuitpi- stool. Bij een uitgeschakelde dosering brandt de knop rood, op het display wordt „Ice off“ weergegeven. Tevens kan bij het gebruik van het Advan- ced spuitpistool de straaldruk en de droog- ijshoeveelheid op het spuitpistool geregeld worden. Voorzichtig Beschadigingsgevaar voor het doseerap- paraat door vuil. Bij de straalwerking het deksel van het droogijsreservoir gesloten laten om het binnendringen van afgestraal- de verontreinigingen te verhinderen. Hendel van het spuitpistool loslaten. Noodstopknop indrukken. De droogijsdosering wordt stilgelegd en de luchtstroom uit de sproeier wordt onderbro- ken. Luchtdruktoevoer onderbreken. Noodstopknop door draaien ontgrende- len. Hendel van het spuitpistool loslaten. Bij pauzen kan het spuitpistool op de houder aan het apparaat geplaatst wor- den. Waarschuwing Bij langdurige bedrijfsonderbrekingen kun- nen de droogijsbrokjes in het droogijsreser- voir samensmelten. Werk indien mogelijk niet langer dan 20 minuten onderbreken. Bij langere onderbrekingen moet het droogijsreservoir leeggemaakt worden. Een waterfascheider reinigt de naar het ap- paraat geleide perslucht. Daardoor verza- melt zich condensaat in de waterfascheider, die af en toe leeggemaakt moet worden. Opvangbak onder de condensaataf- voer zetten. Drukontlastklep langzaam openen en wachten tot het condensaat uit het ap- paraat is weggelopen. Waarschuwing Ter bescherming van het milieu moet het condensaat conform de geldige bepalingen worden weggedaan. Apparaatschakelaar op „I“ stellen. Toets statstiek even indrukken, de be- drijfsduur wordt aangegeven. t: Bedrijfsduur sinds de afgelopen reset. T: Totale bedrijfsduur. Toets statstiek even indrukken, de ver- werkte droogijshoeveelheid wordt aan- gegeven. m: Droogijshoeveelheid sinds de afge- lopen reset. M: Droogijshoeveelheid totaal. Toets statstiek even indrukken, het ge- middelde droogijsverbruik wordt aange- geven. q: Gemiddeld droogijsverbruik sinds de afgelopen reset. Q: Gemiddeld droogijsverbruik totaal. Sleutelschakelaar met de wijzers van de klok draaien. Toets statistiek gedurende 4 sec. in- drukken. Waarschuwing De totale waarden kunnen niet worden ge- wist. Toetsen straaldruk verhogen en straal- druk verlagen tegelijk indrukken en in- gedrukt houden, sleutelschakelaar met de wijzers van de klok draaien. In de bedrijfsmodus Basisinstellingen heb- ben de toetsen de volgende functies: 1 Waarde verhogen 2 Waarde verlagen 3 Menupunt omhoog 4 Menupunt omlaag Uitschakelen in noodgevallen Inbedrijfname na noodstop Werking onderbreken Condensaat aflaten Statistiek-functie Waarden opvragen Waarden resetten Basisinstellingen 58 NL- 8 Sleutelschakelaar tegen de wijzers van de klok draaien. Gevaar Gevaar van brandwonden door droog ijs. Droog ijs heeft een temperatuur van -79 °C. Droog ijs en koude onderdelen van het ap- paraat nooit onbeschermd aanraken. Vei- ligheidshandschoenen en veiligheidskledij dragen. Gevaar Verwondingsgevaar door rondslingerende droogijsbrokjes. Spuitpistool niet op perso- nen richten. Derden verwijdern van de ge- bruiksplaats en ervoor zorgen dat tijdens de werking geen persoon in de buurt kun- nen komen (bijv. door afsluiting). Luchtdruktoevoer sluiten. Opvangbak onder de condensaataf- voer zetten. Drukontlastklep langzaam openen en wachten tot het condensaat en de pers- lucht uit het apparaat zijn verwijderd. Opvangbak onder de droogijsafvoer plaatsen. Toets Lediging droogijsreservoir in- drukken en wachten tot het droogijsre- servoir leeg is. De droogijslediging stopt na de vooraf ingestelde tijd (zie "Basisinstellingen"). Indien nodig de toets Lediging droogijs- reservoir meerdere keren indrukken. Waarschuwing Ter bescherming van het milieu moet het condensaat conform de geldige bepalingen worden weggedaan. Apparaatschakelaar op „0/OFF“ stellen. Apparaat scheiden van de luchtdruk- toevoerleiding. Stekker uit het stopcontact trekken. Aardkabel reinigen en oprollen. Straalgoed volgens de plaatselijke voorschriften verwijderen. Gevaar Ongevallengevaar door droogijsresten in het apparaat. Voor het transport in gesloten voertuigen moet het droogijs restloos uit het apparaat verwijderd zijn om gevaren van de meerijdende personen door kooldi- oxide te verhinderen. Voor het transport alle stappen in het hoofdstuk „Buitenwerkingstelling“ uit- voeren. Apparaat op het transportvoertuig bren- gen. Remmen van de stuurrollen vergrende- len. Apparaat met spanriemen op het voer- tuig bevestigen. Voorzichtig Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen. Het apparaat mag alleen binnen worden opgeborgen. Basisprincipe voor een gebruiksveilige in- stallatie is het regelmatige onderhoud vol- gens het volgende onderhoudsplan. Gebruik uitsluitend originele reserveonder- delen van de fabrikant of door hem aanbe- volen onderdelen zoals – Reserve- en slijtageonderdelen, – Accessoires, – Werkstoffen, – Reinigingsmiddelen. Gevaar! Ongevallengevaar bij werkzaamheden aan het apparaat. Voor werkzaamheden aan het apparaat alle stappen van het hoofd- stuk „Buitenwerkingstelling“ uitvoeren. Gevaar Gevaar van brandwonden door droogijs of koude onderdelen van het apparaat. Bij werkzaamheden aan het apparaat geschik- te veiligheidskledij voor koude dragen of droog ijs verwijderen en apparaat laten op- warmen. Gevaar Gevaar door volumetrische uitzetting en brandwonden door koude. Droogijs nooit in de mond nemen. Voorzichtig Beschadigingsgevaar. Spuitpistool niet met oplosmiddel, benzine of oliehoudende reinigingsmiddelen reinigen. Om een betrouwbare werking van de in- stallatie te garanderen, raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten. Ge- lieve contact op te nemen met uw betref- fende Kärcher-klantenservice. Spuitmiddelslang zorgvuldig controle- ren op scheuren, knikplaatsen en ande- re beschadigingen. Zachte plaatsen in de slang wijzen op slijtage aan de bin- nenkant van de slang. Defecte of ver- sleten slang vervangen door een nieuwe slang. Elektrische kabels en stekkers contro- leren op beschadiging. Defecte onder- delen door de klantendienst laten vervangen. Koppelingen aan spuitmiddelslang, aan het apparaat en aan het spuitpistool controleren op beschadiging en slijta- ge. Defecte slang vervangen, defecte koppelingen aan apparaat of spuitpi- stool laten vervangen door de klanten- dienst. Doseerapparaat op schade en ondicht- heid controleren. Indien schade/on- dichtheden vastgesteld worden, klantendienst informeren. Controleren of de bevestigingsdoppen van de achterste wielen goed zitten. Apparaat laten controleren door de klantendienst. Spuitmiddelslang minimum alle 2 jaar vernieuwen. Voor de uitvoering van enkele onderhouds- werkzaamheden moeten de zijbekledingen van het apparaat verwijderd worden: 1 Snelsuiting 2 Zijbekleding Snelsluitingen tegen de wijzers van de klok openen. Zijpaneel wegnemen. Menupunt Instelbe- reik Beschrijving Softstart 0, 1, 2, 3, 4, 5 secon- den Zacht opstarten, duur tot de geselecteerde straal- druk is bereikt T_Dump 1, 2, 3, 4, 5 minuten Duur van de droogijs-le- digingsprocedure Language metric, im- perial Maateenheden metric: kg/h, MPa imperial: lbs, psi Lighting ON/OFF Sproeierverlichting (op- tie) in-/uitschakelen Demo-Mode ON/OFF Demonstratiewerking: Bediening wordt gesimu- leerd, perslucht- en droogijsafgifte zijn ge- blokkeerd. Basisinstellingen sluiten Buitenwerkingstelling Vervoer Opslag Onderhoud en reparatie Onderhoudsinstructies Onderhoudscontract Onderhoudsschema Dagelijks voor het bedrijfsbegin Alle 100 bedrijfsuren Alle 500 uren of jaarlijks Alle 2 jaar Apparaat openen 59NL- 9 1 Schroef 2 Onderste deel 3 Moer 4 Schijf 5 Filterelement 6 Bovenste deel 4 schroeven losdraaien. Onderste deel wegnemen. Moer losschroeven. Schijf wegnemen. Filterelement wegnemen en door een nieuw filterelement vervangen. Waterafscheider in omgekeerde volgor- de opnieuw monteren. Volgens BGV D 26 moet het apparaat door een expert onderworpen worden aan de volgende controles. De resultaten van de controle moeten in een verslag opgetekend worden. Het verslag moet door de exploi- tant van het apparaat bewaard worden tot de volgende controle. Apparaat controleren op reglementaire toestand en functionaliteit. Apparaat controleren op reglementaire toestand, functionaliteit en opstelling. Apparaat controleren op reglementaire toestand, functionaliteit en opstelling. Gevaar! Ongevallengevaar bij werkzaamheden aan het apparaat. Voor werkzaamheden aan het apparaat alle stappen van het hoofd- stuk „Buitenwerkingstelling“ uitvoeren. Gevaar Gevaar van brandwonden door droogijs of koude onderdelen van het apparaat. Bij werkzaamheden aan het apparaat geschik- te veiligheidskledij voor koude dragen of droog ijs verwijderen en apparaat laten op- warmen. Gevaar Gevaar door volumetrische uitzetting en brandwonden door koude. Droogijs nooit in de mond nemen. Onderhoudswerkzaamheden Filterelement in de waterafscheider ver- vangen Controles Na een onderbreking van meer dan één jaar Na wijziging van de plaats van opstel- ling Na herstellingswerkzaamheden of ver- anderingen die de bedrijfsveiligheid kunnen beïnvloeden Hulp bij storingen 60 NL- 10 Storingen met weergave op het display Display- weergave Controlelampje (KL) Mogelijke oorzaak Oplossing Door wie E001 KL stuurspanning brandt rood Stuurspanning te laag Apparaat uitschakelen, kort wachten. Apparaat opnieuw in- schakelen Stopcontact laten controleren. Wanneer de foutcode opnieuw verschijnt, contact opnemen met de Kärcher-klantendienst Bediener E002 KL noodstop brandt rood Noodstopknop is ingedrukt Nood-stop-knop door draaien ontgrendelen. Bediener E003 KL perslucht brandt rood Druk van de persluchtvoorziening te laag Druk verhogen. Apparaat uitschakelen, kort wachten. Apparaat opnieuw in- schakelen Bediener E004 KL dosering brandt rood Storing in de doseerunit Apparaat uitschakelen, kort wachten. Apparaat opnieuw in- schakelen Wanneer de foutcode opnieuw verschijnt, contact opnemen met de Kärcher-klantendienst Bediener E005 KL spuitpistool brandt rood Verbinding tussen apparaat en spuitpistool gestoord. Correcte verbinding van de koppelingen in de stuurleiding controleren. Stuurkabels op beschadiging controleren. Bediener E006 KL spuitpistool brandt rood Kortsluiting in het spuitpistool of de stuurkabel Spuitpistool of straalslang met stuurkabel vervangen. Bediener E007 KL perslucht brandt rood Storing aan de perslucht-regelklep Klantendienst raadplegen. Bediener E008 KL spuitpistool brandt oranje Hendel van het spuitpistool werd tij- dens het inschakelen of bij het ont- grendelen van de noodstoptoets bediend Hendel van het spuitpistool loslaten. Bediener Storingen zonder weergave op het display Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Door wie Geen displayweergave ondanks een ingescha- kelde hoofdschakelaar Stekker niet in het stopcontact gestoken. Netstekker in een stopcontact steken. Bediener Zekering F1 is in werking getreden Zijpaneel wegnemen en zekering F1 door indrukken ont- grendelen. Bediener Geen luchtdrukstraal on- danks ingetrokken hendel Luchtdruktoevoer heeft te weinig druk Druk controleren. Bediener Spuitdruk te laag ingesteld Spuitdruk hoger instellen. Bediener Stroomtoevoer onderbroken Stroomtoevoer controleren. Controlelampje „Apparaat in“ moet groen branden. Bediener Noodstopknop is ingedrukt Noodstoptoets door draaien ontgrendelen. Controle- lampje „Apparaat in“ moet groen branden. Bediener Stuurleiding niet correct aangesloten Verbinding tussen stuurleiding en spuitpistool alsook tussen stuurleiding en apparaat controleren. Bediener Stuurleiding is defect Spuitmiddelslang vervangen. Bediener Luchtdrukstraal te zwak Spuitdruk te laag ingesteld Spuitdruk hoger instellen. Bediener Luchtdruktoevoer heeft te weinig druk of volume van de compressor te laag. Druk en volume controleren. Bediener Filterelement in de waterafscheider verstopt. Filterelement in de waterafscheider vervangen. Bediener Spuitmiddelslang of spuitpistool verstopt Spuitmiddelslang en spuitpistool laten ontdooien en ver- stopping verhelpen. Werkdruk verhogen en / of droogijs- dosering verlagen. Bediener Geen droogijsbrokjes in de luchtdrukstraal Droogijsdosering uitgeschakeld (alleen Advanced spuitpistool), knop droogijsdosering in/uit op het spuitpistool brandt rood, displayweergave „Ice off“. Knop Droogijsdosering op het spuitpistool Advanced in- drukken. Bediener Droogijsreservoir leeg Droogijsreservoir vullen Bediener Droog ijs samengesmolten Droogijsreservoir leegmaken en vullen met verse droog- ijspellets. Bediener Triller aan het droogijsreservoir werkt niet Klantendienst raadplegen. Bediener Aandrijfmotor van het doseerapparaat overbelast Doseerapparaat laten ontdooien Bediener Luchtdrukuitlaat in het droogijsreservoir Drukcompensatieleiding in het doseerapparaat reinigen. Klantendienst Doseerschijf in de doseereenheid defect Doseerschijf vervangen. Klantendienst 61NL- 11 Technische gegevens Elektrische aansluiting Spanning V 220 Stroomsoort 1~ Frequentie Hz 50 Aansluitvermogen kW 0,6 Veiligheidsklasse IPX4 FI-veiligheidsschakelaar delta I in A 0,03 Lekstroom, type. mA 7,5 Luchtdruk Slang-nominale wijdte duim 3/4 Toevoerdruk (max.) MPa (bar) 1,6 (16) Toevoerdruk (min.) MPa (bar) 0,2 (2) Persluchtverbruik m p. 240
/min 2...12 Luchtdrukkwaliteit droog, olievrij Capaciteit Spuitdruk (max.) MPa (bar) 1,6 (16) Diameter van de droogijspellets (max.) mm 3 Droogijsverbruik kg/u 30...120 Afmetingen Inhoud droogijsreservoir kg 40 Breedte mm 716 Diepte mm 850 Hoogte mm 1102 Gewicht met accessoires kg 101,5 Gewicht, bedrijfsklaar, met gevuld droogijsreservoir kg 140 Bandendruk (max.) MPa (bar) 0,2 (2) Gewicht spuitinrichting (spuitmiddelslang, spuitpistool, gereedschaptas) kg 10 Reactiedruk van het spuitpistool (max.) N 100 Draaimoment van het spuitpistool (max.), alleen bij gebogen sproeier N 40 Geluidsdrukniveau L
Notice-Facile