Defort DSG80N - Tuinslang

DSG80N - Tuinslang Defort - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DSG80N Defort in PDF-formaat.

📄 108 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice Defort DSG80N - page 26
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Defort

Model : DSG80N

Categorie : Tuinslang

SKIP

Veelgestelde vragen - DSG80N Defort

Download de handleiding voor uw Tuinslang in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DSG80N - Defort en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DSG80N van het merk Defort.

GEBRUIKSAANWIJZING DSG80N Defort

AFBEELDINGEN OP PAG. 2. TECHNISCHE SPECIFICATIES Spanning 230 V ~Frequentie 50 HzOpgenomen vermogen 80 WMax. materiaal doorvoer 0-250 ml/minInhoud materiaalbeker 800 mlGewicht 1,65 kg Controleer de machine en accessoires voor gebruik op transportschade. PRODUCTINFORMATIE A

8. Viscositeitsbeker

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende picto- grammen gebruikt: Duidt op mogelijk lichamelijk letsel, levensge- vaar of kans op beschadiging van de machi- ne indien de instructies in deze gebruiksaan- wijzing worden genegeerd. Geeft elektrische spanning aan. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voor u de machine in gebruik neemt. Zorg dat u kennis heeft van de werking van de machine en op de hoogte bent van de bediening. Onderhoud de machine volgens de instructies opdat deze altijd goed functioneert. Bewaar deze gebruiksaanwijzing en de bijgevoegde documen- tatie bij de machine. Elektrische veiligheid Bij gebruik van elektrische gereedschappen moe- ten steeds de volgende veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen tegen schok-, verwondings- en/ of brandgevaar. Lees en let goed op deze adviezen voordat u een machine gebruikt. Controleer of de voltage van uw netspanning overeenkomt met de waarde op het type- plaatje. De machine is dubbel geïsoleerd overeen- komstig EN SOI44; een aardedraad is daarom niet nodig. Bij vervanging van snoeren of stekkers Gooi oude snoeren of stekkers direct weg zodra ze door nieuwe exemplaren zijn vervangen. Het is gevaar- lijk om de stekker van een los snoer in het stopcontact te steken. Bij gebruik van verlengsnoeren Gebruik uitsluitend goedgekeurde verlengsnoeren, welke geschikt zijn voor het vermogen van de machine. De aders moeten een doorsnede hebben van minimaal 1,5mm

. Wanneer het verlengsnoer op een haspel zit, rol het snoer dan helemaal af. Er moet geen aansluiting worden gemaakt met de aardkiem in de stekker. Er moet een zekering van 3 amp. worden voorzien. Er be- vinden zich binnen het apparaat geen delen, die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Maak altijd gebruik van gekwalifi ceerde vaklieden. Zorg ervoor, dat de verfspuit niet wordt blootgesteld aan regen. AANVULLENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES - SPUIT NOOIT NAAR PERSONEN - richt de sproei- er nooit naar een persoon of een dier. Zorg ervoor, dat het sproeimiddel nooit direct contact maakt met de huid. - VLAMPUNT - de verfspuit mag niet worden gebruikt voor het versproeien van ontvlambare verfsoorten en oplosmiddelen met een vlampunt van minder dan 32°C. - VENTILATIE - zorg te allen tijde voor voldoende ventilatie tijdens het spuiten in het bedrijfsbereik. - SPROEIER - Houd de sproeier tijdens gebruik altijd opzijn plaats, - CONTROLEER DE BEDRIJFSOMGEVING - nooit verfspuiten gebruiken als er sprake is van gevaar voor brand of explosie.

- WEES U BEWUST VAN EVENTUEEL GEVAAR

-wees u bewust van eventueel gevaar als gevolg van het materiaal, dat wordt gespoten en raadpleeg de aanwijzingen op de verpakking ervan of de door de fabrikant beschikbaar gestelde informatie. - NIET SPUITEN - niet spuiten in bereiken, waarvan de gevaren niet bekend zijn.

- MAAK GEBRUIK VAN OOGBESCHERMING -zorg te allen tijde voor goede oogbescherming om ge- vaarlijke dampen of gassen buiten het bereik van de ogen te houden. - DRAAG EEN MASKER - werk nooit met een verfspuit zonder een gezichtsmasker te dragen. - BESCHERM UW OREN - draag oorbeschermers als de geluidsdruk 85 dB(A) overschrijdt - ZORG VOOR HET ONDERHOUD VAN HET GE- REEDSCHAP - houd de verfspuit, het verfvat en de sproeiers goed schoon. Maak niet schoon met ontvlambare vloeistoffen met een vlampunt van minder dan 32°C. Controleer de spanningstoevoer regelmatig en laat deze in geval van schade door een gekwalifi ceerde vakman repareren. - OPEN VLAMMEN -spuit nooit in de buurt van open vuur of vlammen of een eventuele waakvlam. RO- KEN-rook niet tijdens het spuiten VERDUNNEN - lees de informatie of aanbevelingen van de fabrikant omtrent verdunning aandachtig alvorens de verf of andere materialen te gebruiken.

- LOSKOPPELING VAN DE SPANNINGSTOEVOER

- maak de verfspuit altijd los van de spannings- toevoer alvorens de verfbus te vullen of de verfspuit te reinigen. - SCHAKEL UIT ALS ER NIET WORDT GESPOTEN -zorg ervoor, dat de unit buiten bedrijf is, alsde knop voor de doorstroming volledig gesloten is. Wij aanvaarden geen verantwoordelijkheid voor schade, die wordt veroorzaakt door on- geschikte stoffen of verf materiaal, dat niet op de juiste wijze is verdund en eventuele gevaren voor de gezondheid, die kunnen ontstaan door gebrek aan voldoende ventilatie.

SCHAKEL DE VERFSPUIT ONMIDDELLIJK

UITBIJ: - Defecte netstekker, netsnoer of snoerbeschadiging. - Een defecte schakelaar - Rook of de geur van schroeiende isolatie BEDRIJFSINSTRUCTIES VOORBEREIDING B Maak geen gebruik van structuur/erf- of iets dergelijks, omdat daardoor de sproeier ver- stopt kan raken. Om de beste resultaten te bereiken, is het belangrijk het te spuiten oppervlak voor te bereiden en de verf tot de juiste viscositeit te verdunnen, alvorens de verfspuit te gebruiken. Zorg er altijd voor. dat de oppervlakken, die moeten worden gespoten, vrij van stof, vuil en vet zijn. Zorg ervoor, dat de oppervlakken, die niet moeten worden gespoten, afgedekt zijn met een goede kwa- liteit afplakband (masking tape). De verf of vloeistof, die moet worden gespoten, moet goed gemengd zijn en vrij van klonten of andere deeltjes. Er kunnen veel stoffen met de verfspuit worden gespoten, maar de aanbevelingen van de fabrikant moeten altijd worden gecontroleerd, alvorens de verf aan te schaffen. VERDUNNING Denk er altijd aan dat vóór het vullen van het verfvat met spuitbaar materiaal altijd eerst de netvoeding moet worden losgekoppeld De meeste geleverde verven zijn geschikt voor aan- brengen met de kwast en moeten worden verdund voor ze geschikt zijn om te spuiten. Volg de aanwijzingen van de fabrikant op voor het verdunnen van de verf voor spuit-doeleinden. De viscositeitsbeker helpt om de juiste viscositeit van de te gebruiken verf te bepa- len. Vul de beker tot aan de rand met verf. Meet de tijd, die nodig is om de beker te legen in het verfvat. De on- derstaande tabel laat de tijden zien voor verschillende soorten materiaal. Plastic- en latexverf 24-28 seconden Verf op waterbasis 20-25 seconden Grondverfsoorten 24-26 seconden Vernissoorten 20-25 seconden Verfsoorten op oliebasis 18-22 seconden Brandverf 18-22 seconden Aiuminiumverf 22-25 seconden Dekking onderkant auto 25-35 seconden Afdichtingsmiddelen hout 28-35 seconden Conserveringsmiddelen hout geen verdunning nodig Houtbeits geen verdunning nodig Als de verf langer nodig heeft dan aanbevolen om in het verfvat te lopen, is verdere verdunning nodig. Meng een kleine hoeveelheid van de geschikte verdunner en maak gebruik van de viscositeitstest om te controleren of de juiste dikte is bereikt. Sommige spuitbare mate- rialen bevatten deeltjes of klonten. Deze materialen moeten worden gezeefd alvorens het verfvat hiermee te vullen. SPUITEN C Vul het verfvat met de juiste hoeveelheid verdunde en gezeefde verf. Sluit de verfspuit aan op de netvoeding. Richt de verfspuit op een stukje afvalmateriaal en be- dien de trekker tot de verf begint te spuiten. Stel de afvoerregelïng in, tot het gewenste volume de spuit verlaat. Draai de afvoer regeling in klokrichting (B) om de doorstroom te verminderen en tegen de klokrichting in (A) om de doorstroom te laten toenemen. Het instel- len van de afvoerregeling heeft invloed op het spuitpa- troon. Een slecht patroon zorgt voor concentratie van de verf in het midden en zorgt voor een vlekkerige ver- deling. Een goed spuitpatroon geeft een gelijkmatige verdeling van de verf over het hele patroon.28

SPUITTECHNIEKEN D Om de beste resultaten te bereiken, moet de verfspuit altijd horizontaal worden gehouden en evenwijdig aan het oppervlak. Houd de sproeier 25-30 cm van het oppervlak en sproei gelijkmatig van kant naar kant of naar boven en beneden. Spuit niet onder een hoek, omdat dit verfzak- kers op het oppervlak tot gevolg heeft. Maak gebruik van soepele en gelijkmatige slagen. Bij het spuiten van grote oppervlakken, moet een verdeelpatroon als hie- ronder aangegeven worden aangehouden.

Start of stop de verfspuit nooit als deze op het te spuiten doel gericht is. Zorg voor een gelijkmatige beweging van de verfspuit. Een snelle beweging van de spuit langs het oppervlak geeft een dunne laag en een langzame beweging geeft een dikke laag. Breng slechts één laag tegelijkertijd aan. Als er nog een laag nodig is, moet de door de fabrikant aanbevolen droogti- jd worden aangehouden alvorens de tweede laag wordt aangebracht. Bij het spuiten van kleine oppervlakken, moet de afvoerregeling op een kleine stand worden ge- houden. Dit voorkomt het aanbrengen van een te grote hoeveelheid en gebruik van teveel verf. Indien mogelijk moet stoppen en herstarten tijdens het spuiten van een object worden voorkomen. Dit kan namelijk tot gevolg hebben, dat er te veel of te weinig verf wordt aange- bracht. Werk niet onder een hoek van meer dan 45°.

REINIGING EN ONDERHOUD F

Denk er altijd aan de verfspuit of het verfvat vóór bet schoonmaken los te maken van de netvoeding. Het is van essentieel belang, dat de verfspuit na ieder gebruik goed wordt schoongemaakt. Het nalaten hier- van lijdt vrijwel zeker tot blokkeringen en hij kan zelfs helemaal niet meer werken, als u de spuit opnieuw wilt gebruiken. De garantie omvat niet het reinigen van een verfspuit, die door de gebruiker niet goed is schoon- gemaakt. Na ieder gebruik moet het volgende worden geda- an.

1. Maak het vat helemaal leeg.

2. Reinig het vat zorgvuldig met de verdunner, die is

3. Giet wat verdunner in het vat en sproei dit door de

spuit tot er alleen schone verdunner uitkomt.

4. Reinigde opnamebuis en het fi lter zorgvuldig.

5. Reinig de hoofdsproeier en verwijder eventuele

achtergebleven afvaldeeltjes of verf.

6. Zet het spuitpistool ondersteboven en breng een

paar druppels lichte olie aan in de openingen op de bodem. Als uw verfspuit nog een aanvullende interne schoonmaakbeurt nodig heeft, kan het nodig zijn deze te demonteren. Indien dit het geval is, gaat men als volgt te werk.

1. Verwijder de stekker uit het stopcontact.

2. Verwijder het vat, de opnamebuis en het fi lter.

3. Maak de sproeier (H), de afsluiter (J), de zuiger (K)

4. Maak de cilinder (M) en alle onderdelen zorgvuldig

schoon met oplosmiddel.

5. Breng een paar druppels lichte smeerolie op de zu-

iger, de veer en de cilinder aan.

De motor zoemt maar spuit niet of onregelmatig-

2. De opnamepijp niet in de goede stand

Plaats deze op de juiste plek

3. Verstopte opnamepijp

Schoonmaken met verdunner

4. Verstopte sproeier

Sproeier schoonmaken

Schoonmaken met verdunner

6. De regelknop moet worden ingesteld

Instellen De verstuiving is niet goed.

1. De volume-instelling is niet correct

Controleer de viscositeit van de verf Teveel verf

1. De verfspuit is niet schoon of niet gesmeerd, waar-

door de zuiger in de cilinder blijft steken Demonteer de verfspuit en maak schoon met ver- dunner.

Stel het volume in klokrichting in om de spuithoe- veelheid te verminderen. Twee dunne lagen zijn beter dan één dikke laag.

3. Viscositeit te laag

Controleer de viscositeit Motor luider dan normaal.

1. Verfspuit niet schoon of niet gesmeerd, waardoor

de zuiger in de cilinder blijft steken Demonteer de verfspuit en maak schoon met ver- dunner. Geen spuitactiviteit, geen geluid

1. Geen elektriciteit

Controleerde netvoeding. Bedrijfsgeluid niet goed

2. Niet voldoende verf in het vat, waardoor lucht naar

binnen wordt gezogen Navullen met verf.

3. Geen goede verdunning of geen volledig transport

door de opnamebuis Controleer de opnamebuis en het viscositeitsni- veau. “Sinaasappeleffekt” overmatige nevelvorming

1. Er wordt een verkeerd oplosmiddel gebru ikt

Gebruik het juiste oplosmiddel.

2. Verfspuit te vervan het te behandelen oppervlak

Houd de verfspuit dichter bij het te behandelen op- pervlak.

Verdun de verf. ONDERHOUD Zorg dat de machine niet onder spanning staat wanneer onderhoudswerk-zaamheden aan het mechaniek worden uitgevoerd. De machines van SBM Group zijn ontworpen om gedu- rende lange tijd probleemloos te functioneren met een minimum aan onderhoud. Door de machine regelmatig te reinigen en op de juiste wijze te behandelen, draagt u bij aan een hoge levensduur van uw machine. Reinigen Reinig de machine-behuizing regelmatig met een zachte doek, bij voorkeur iedere keer na gebruik. Zorg dat de ventilatiesleuven vrij van stof en vuil zijn. Geb- ruik bij hardnekkig vuil een zachte doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen oplosmiddelen als benzine, alcohol, ammonia, etc. Dergelijke stoffen beschadigen de kunststof onderdelen. Storingen Indien zich een storing voordoet als gevolg van bijvoor- beeld slijtage van een onderdeel, neem dan contact op met uw plaatselijke SBM Group-dealer. Achterin deze gebruiksaanwijzing vindt u een onder- delentekening met de na te bestellen onderdelen. MILIEU Om transportbeschadiging te voorkomen, wordt de machine in een stevige verpakking geleverd. De ver- pakking is zo veel mogelijk gemaakt van recyclebaar materiaal. Maak daarom gebruik van de mogelijkheid om de verpakking te recyclen. Breng oude machines wanneer u ze vervangt naar uw plaatselijke SBM Group -dealer. Daar zal de machine op milieuvriendelijke wijze worden verwerkt. GARANTIE Lees voor de garantievoorwaarden de garantiekaart achterin dezegebruiksaanwijzing.30

CONFORMITEITSVERKLARING Wij verklaren, dat dit product voldoet aan de volgende normen of normatieve documenten: EN 55014-1:2006; EN 55014-2/A1:2001; EN 61000-3-2:2006; EN 61000- 3/A2:2005 overeenkomstig de bepalingen van de rich- tlijnen 2006/42/ЕEG, 2006/95/ЕEG, 2004/108/ЕEG. GELUID/VIBRATIE Gemeten volgens EN 60 745 bedraagt het geluidsdrukniveau van deze ma- chine <86,7 dB(A) en het geluidsvermogen-niveau <99,7 dB(A) (standaard deviatie: 3 dB), en de vibratie <9,7 m/s

RICHTLIJNEN VOOR MILIEUBESCHERMING Gebruikte elektronische apparaten horen niet thuis in het huisaf- val! Wij vragen u daarom een bijdrage aan de bescherming van ons milieu te leveren en dit apparaat op de voorziene verzamel- plaatsen af te geven.