DMM-600N - Multimeter Defort - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DMM-600N Defort in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale multimeter |
| Merk | Defort |
| Model | DMM-600N |
| Weergave | LCD-scherm met achtergrondverlichting, 6000 counts |
| DC-spanning | 600 mV tot 600 V (nauwkeurigheid ±0,5%) |
| AC-spanning | 600 mV tot 600 V (nauwkeurigheid ±1,0%) |
| DC-stroom | 600 µA tot 10 A |
| AC-stroom | 600 µA tot 10 A |
| Weerstand | 600 Ω tot 60 MΩ |
| Capaciteit | 10 nF tot 100 mF |
| Frequentie | 10 Hz tot 10 MHz |
| Diode test | Ja |
| Continuïteitstest | Ja (akoestisch) |
| Temperatuur | -20°C tot 1000°C (met thermokoppel) |
| Voeding | 9V batterij (6LR61) |
| Afmetingen (L x B x H) | 190 x 90 x 50 mm |
| Gewicht | ca. 350 g |
| Veiligheid | CAT II 600V |
| Speciale functies | Automatische uitschakeling, achtergrondverlichting, HOLD, REL |
| Inbegrepen accessoires | Batterijen, meetsnoeren, thermokoppel |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een droge doek, vermijd vocht |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Meetsnoeren, batterij (online beschikbaar) |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - DMM-600N Defort
Gebruikersvragen over DMM-600N Defort
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DMM-600N - Defort en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DMM-600N van het merk Defort.
GEBRUIKSAANWIJZING DMM-600N Defort
NL Gebruiksaanwijzing 31
Op dit apparaat worden de volgende pictogrammen gebruikt:

Gevaar voor lichamelijkletsel en/ofmateriële schade

CE Conform de Europese toepasselijke standaards op het gebied van veiligheid

Klasse II apparaat -dubbel geïsoleerd

Zekering 200 mA/250V

Volg de aanwijzingen en voorschriften in deze gebruikershandleiding op om lichamelijk letsel, levensgevaar en materiële schade te vo-
orkomen.
- 3,5 LCD display (max. uitlezing: 1999);
- Bedrijfstemperatuun 0 - 40 °C (rel. vochtigheid <75%); Uitleesfrequentie: 2-3 / second
- Max. "in-fasespanning": 1000 V DC.
- Opslagtemperatuur: -10...+50 °C
Calibratie: de nauwkeurigheid is gegarandeerd gedurende I jaar bij 18 °C - 28 °C en een relatieve vochtigheid van <80 %.
LEES DEZE GEBRUIKSAANWIJZING GOED DOOR.'
2. ZORG DAT U HET PRODUCTGOED KENT
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door vo- ordat u de multimeter in gebruik neemt en let vooral op de veiligheidsvoorschriften. Zorg dat de multimeter volgens de instructies wordt onderhouden, zodat hij optimaal functioneert. Gebruik de multimeter alleen wanneer u goed begrijpt hoe hij gebruikt moet worden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing en de overige documentatie bij het apparaat.
3. ALGEMENE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Bij het ontwerp van dit apparaat is de grootst mogelijke aandacht geschonken aan hetveiligheidsaspect. ledere wijziging of uitbreiding van het apparaat kan ten koste gaan van de veiligheid. Daarnaast kan hierdoor de garantie komen te vervallen.
- Houd het werkgebied opgeruimd en op orde.
- Een rommeligwerkgebied kan tot ongelukken leiden.
- Zorg dat het werkgebied goed verlicht is.
- Houd rekening met de omgevingsfactoren.
- Gebruik de multimeter niet in een vochtige of natte omgeving. Bescherm de multimetertegen regen en vocht.
• Houd kinderen uit de buurt.
- Houd andere personen weg uit het werkgebied en zorg dat ze niet aan de multimeter komen.
- Berg het apparaat op een veilige plek op. Multimeters die niet in gebruikzijn, moeten in een droge ruimte worden bewaard.
- Zorg dat de multimeter niet wordt overbelast. Werk binnen het aangegeven vermogensbereik: dit is better en veiliger. Schade door overbelasting valt niet onder de garantie.
- Gebruik het meetsnoer op de juiste wijze. Draag het apparaat niet aan het meetsnoer en gebruik het meetsnoer niet om de stekker uit het apparaat te trekken; doe dit altijd bij de stekker.
- Zorg dat de multimeter zorgvuldig wordt onderhouden.
- Houd de multimeterschoon.Hierdoorkuntu beter en veiliger werken. Zorg dat de multimeter droog blijft en vrij van olie en vet.
- Wanneer de multimeter niet in gebruik is, verwijder dan het meetsnoer uit het apparaat.
- Controleer hetapparaat regelmatig op beschadigingen.
- Voordat u de multimeter gebruikt, dient u altijd eerst te controleren of het apparaat en het meetsnoer niet beschadigd is en goed functioneert.
4. SPECIALE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- WAARSCHUWING! Bij het meten van hoge spanningen en stroom bestaat levensgevaar. Raak nooit de blootliggende metalen delen van het meetsnoer aan.
- De multimeter is een gevoelig instrument. Bescherm hem tegen trillingen en laat hem niet vallen.
- Als de multimeter niet gebruikt wordt, zet de schakelaar dan op de 'OFF'-stand om de batterij te sparen.
- Als de multimeter gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder dan de batterij om lekkage te voorkomen.
- Stel het apparaat niet bloot aan hoge vochtigheid of hoge temperaturen.
- Houd de multimeter uit de buurt van sterke magnetische velden.
- Wanneer u degeur van smeulende isolatie ruikt, verwijder dan direct het meetsnoer.
- Gebruik de multimeter alleen als de behuizing is gesloten.
- Gebruik de multimeter alleen voor metingen in de Klasse I of II.
Gebruik de multimeter niet voor metingen in de Klasse III of IV.
5. BESCHERMING VAN HET MILIEU
Terugwinnen van grondstoffen is beter dan het weg-gooien van afval. Om beschadiging tijdens het trans-port te voorkomen moet het apparaat in een stevige verpakking worden geleverd. Deze wordt zoveel mogelijkgemaaktvan materialen die gerecycled kunnen worden, zoals papier, karton en hout. Daarom raden wij u aan zoveel mogelijkgebruikte maken van de mogelijkheid om de verpakking te recyclen.

Deze multimeter werkt op batterijen. Zorg dat gebruikte batterijen op de voorgeschreven wijze worden verwijderd.
Zie voor vervanging van de batterij hoofdstuk 13 "Het vervangen van de batterij".
6. SERVICE NAAANKOOP
Bewaar de originele verpakking. Mocht het apparaat vervoerd moeten worden, dan is de kans op beschadiging tijdens transport het kleinst bij gebruik van de originele verpakking. In het geval van een garantieclaim dient hetapparaat aangeboden te worden in een zo stevig mogelijke verpakking, bij voorkeur de originele. Alle producten worden nauwkeurig getest voordat ze de fabriek verlaten. Mocht het apparaat toch defect raken, neem dan contact op met uw dealer.
7. VOORINGEBRUIKNAME
- Wanneer de te meten spanning en/of stroom onbekend is, stel dan de draaiknop in op het hoogste meetbereik. Als de nauwkeurigheid onvoldoende is, zet de draaiknop dan één meetbereik lager, enz.
- Als hetapparaat niet in gebruik is, zet de draaiknop dan in de "OFF"-stand.
- De schakelingvan de multimeterverschiltvoor het meten van spanning en stroom. Er is een parallelle schakeling voor het meten van spanning en een seriële voor het meten van stroom. In het laatste geval moet een geleider worden onderbroken in het te meten circuit.
- Sluit nooit een stroom- of spanningbron aan op de multimeter als de FUNCTIEschakelaar in de positie Ω of ➞ staat.
- Sluit nooit een hogere spanning dan 1000 V DC of 750 V AC aan op de meter.
8. KORT OVERZICHT MEETMOGELIJKHEDEN
De multimeter is geschikt voor het meten van:
- Gelijkspanning (VDC, bijvoorbeeld de spanning van een accu of batterij)
• Gelijkstroom (ADC) - Wisselspanning (VAC, bijvoorbeeld de spanning van de stroomtoevoer van een apparaat)
• Weerstand (Ω, Ohm) - Meten van diodes en hFE-transistoren
• Wisselstroom (AAC) - Continuïteitstest
Een te meten object kan onder spanning staan. Om te meten sluit u de multimeter parallel aan.
Wanneer stroom moet worden gemeten, zet de multi-meter dan in het circuit (seriële verbinding). Het circuit voor het meten van de stroom moet worden geïsoleerd, omdat de stroom door de multimeter moet lopen. Wanneer u de spanning meet, schakel de multimeter dan niet op bijvoorbeeld stroommeting. U kunt hierdoor de multimeter onherstelbaar beschadigen, doordat er kortsluiting kan ontstaan.
9. GEBRUIK 1
A. Groot 3,5 digit LCD display (max. uitlezing: 1999.) Aanduidingen voor decimale punt, polariteit, overbelasting en indicatie lege batterij.
B. FUNCTIEschakelaar:draaischakelaarvoorhet instellen van het bereik
C. 10 A. Positieve aansl uiting voor stroommetingen boven 200 mA tot een maximum van 10 A.
D. mA. (0-200 mA)
E. COM. Negatieve aansluiting.
F. VΩ. Positieve aansluiting voor spanning- en weerstandmetingen.
10. METINGEN
10. I Het meten van gelijkspanning (V DC)
- Sluit het ZWARTE snoer aan op het "COM" aansluitpunt en het RODE snoer op het "VΩmA" aansluitpunt.
- Zetde FUNCTIE-schakelaar op de gewenste"V" stand en sluit de snoeren aan op de te meten spanningbron of meetpunten. Denkaan de juiste polariteit (rood is + en zwart is -), anders geeft het display een min-teken voor de waarde aan.
- Lees de waarde af in Volt.
| BEREIK NAUWKEURIGHEID RESOLUTIE | ||
| 200 mV | ±0,5% of rdg ±1 dgt | 100 μV |
| 2 V 1 mV | ||
| 20 V 10 mV | ||
| 200 V 100 mV | ||
| 1000 V ±0,8% of rdg ±2 dgt 1 V | ||
Ingangsweerstand 10MΩ
Overbelastingbeveiliging DC 1000 V of AC piekwaarde van 750 V (behalve 200-mV bereik met een max. waarde van 250V rms).
TIP:
- Als het spanningsbereik vooraf niet bekend is, zet de FUNCTIE-schakelaar dan op het hoogste bereik en vervolgens zonodig steeds lager.
- Als het cijfer "l" op het display verschijnt, ligt de te meten waarde buiten het ingestelde bereik. De FUNCTIE-schakelaar moet dan op een hoger bereik worden gezet.
- De maximale ingangsspanning is 1000 V DC. Hogere spanningen kunnen niet gemeten worden.
- Wees uiterst voorzichtig bij het meten van hoge spanningen.
10.2 Het meten van wisselspanning (V AC)
- Sluit het ZWARTE snoer aan op het "COM" aansluitpunt en het RODE snoer op het "VΩmA" aansluitpunt.
- Zetde FUNCTIE-schakelaar op de gewenste "V" stand en sluit de snoeren aan op de te meten spanningbron of meetpunten. De polariteit van de meetpennen is niet van belang.
- Leesdewaardeafin Volt.
| BEREIK NAUWKEURIGHEID RESOLUTIE | ||
| 2 V | ±0,8% of rdg ±3 dgl | 1 mV |
| 20 V | 10 mV | |
| 200 V | 100 mV | |
| 750 V | ±1 ,2% of rdg ±3 dgt 1 | V |
Ingangsweerstand 10 MΩ
Frequentiebereik 40-1000 Hz.
OverbelastingbeveiligingAC 750 V rms of DC 1000 V piek (continu in alle bereiken).
Indicatie: juiste waarde komt overeen met de rms in sinusvorm.
TIP:
- Als het spanningsbereik vooraf niet bekend is, zet de FUNCTIE-schakelaar dan op het hoogste bereik en vervolgens zonodig steeds lager.
- Als het cijfer "I" op het display verschijnt, ligt de te meten waarde buiten het ingestelde bereik. De FUNCTIE-schakelaar moet dan op een hoger bereik worden gezet.
- De maximale ingangsspanning is 750 V AC. Hogere spanningen kunnen niet gemeten worden.
- Wees uiterst voorzichtig bij het meten van hoge spanningen.
10.3 Het meten van gelijkstroom (ADC)
- Sluit het ZWARTE snoer aan op het COM aansluitpunt. Sluit het RODE snoer aan op het "VΩmA" aansluitpunt. Voor metingen tussen 200 mA en 10 A verplaatst u de RODE leiding naar de "10 A" aansluiting.
- Zetde FUNCTIE-schakelaar op de gewenste "A" stand en sluit de snoeren in serie met de te meten lading. Denkaan de juiste polariteit (ROOD is + en ZWART is -), anders geeft het display een minteken voor de waarde aan. De polariteit van het RODE snoer naar het ZWARTE wordt gelijktijdig met de stroomsterkte weergegeven.
- Lees de waard eafi n (milli-) Ampère.
| BEREIK | NAUWKEURIGHEID | RESOLUTIE |
| 200 μA | ±0,8% of rdg ±1 dgt | 0,1 μA |
| 2 mA | 1 μA | |
| 20 mA | 10 μA | |
| 200 mA | ±1 ,2% of rdg ±1 dgt | 100 μA |
| 10 A | ±2% of rdg ±5 dgt | 10 mA |
Overbelastingbeveiliging 0,2 A/250-V zekering, 10 A bereik niet gezekerd.
TIP:
- Als het stroombereik vooraf niet bekend is, zet de FUNCTIE-schakelaar dan op het hoogste bereik en vervolgens zonodig steeds lager.
- Als het cijfer "l" op het display verschijnt, ligt de te meten waarde buiten het ingestelde bereik. De
FUNCTIE-schakelaar moet dan op een hoger bereik worden gezet.
- Het I OA-bereik is niet beveiligd met een zekering. Meet daarom nooit langer dan I O sec.
10.4 Het meten van de weerstand (Ω Ohm)
- Sluit het ZWARTE snoer aan op het "COM" aansluitpunt en het RODE snoer op het "VΩmA" aansluitpunt. (Tip: de polariteit van het RODE snoer is dan"+.).
- Zet de FUNCTIE-schakelaar op het gewenste "Ω" meetbereik.
| RBEREIK NAUWKEURIGHEID RESOLUTIE | ||
| 200 Ω ±0,8% of rdg ±3 dgt 0,1 Ω | ||
| 2 kΩ | ±0 8% of rdg ±1 dgt Ω | 1 Ω |
| 20 kΩ 10 Ω | ||
| 200 kΩ 100 Ω | ||
| 2 MΩ 1 kΩ | ||
| 20 MΩ ±1% of rdg ±2 dgt 10 kΩ | ||
Overbelastingbeveiliging 250 V DC of AC rms, gedurende maximaal 15 seconden
- Plaats de meetpennen op de te meten componenten. Zorg ervoor dat de component niet is verbonden met de andere componenten. Raakde punten van de meetpennen niet aan, omdat anders de weerstandswaarden worden beïnvloed.
- Lees de waarde afi n Ω (Ohm).
- Bij het meten van weerstand wordt stroom verbruikt uit de interne batterij. Dit stroomverbruik varieert afhankelijk van het ingestelde bereik.
TIP:
- Als de gemeten weerstandswaarde de maximale waarde in het geselecteerde bereik overschrijdt, verschijnt in het display het cijfer "I". Kies dan een hoger meetbereik. Bij een weerstand van circa 1 MΩ of hoger kan het een paar seconden duren voor de meterzich heeft gestabiliseerd. Dit is normaal bij het meten van hoge weerstanden.
- Als de ingang niet is aangesloten, bijvoorbeeld bij een onderbroken circuit, verschijnt het cijfer "l". Dit betekent dat de meting buiten het bereik valt.
- Als de te meten weerstand is aangesloten op een circuit, schakel de spanning dan uit en zorg dat alle condensatoren zijn ontladen voordat u met meten begint.
10.5 Het meten van diodes
- Sluit het ZWARTE snoer aan op het "COM" aansluitpunt en het RODE snoer op het "VΩmA" aansluitpunt. (Tip: de polariteit van het RODE snoer isdan"+".)
-
Zet de FUNCTIE-schakelaar op het ➡ BEREIK en plaats de meetpennen op de te meten diode. Bij het meten van dioden en transistoren bepaalt de polariteit van de meetpennen of de doorlaatrichting of de spe rrichting wordt gemeten. De gemeten waarde is de spanningsval van de diode in doorlaatrichting.
-
De teststroom is 0,8 mA.
- Wanneer de meetpennen niet of op onjuiste wijze op de diode worden aangesloten, dat wil zeggen in spe rrichting, verschijnt in het display het cijfer "I".
10.6 Meten van de hFE-transistor
- Verwijder het meetsnoer.
- Zet de schakelaar in de hFE-stand.
- Check of de transistor een NPN- of een PNP-transistor is en sluit de emittor- (e), basis- (b) en collector- (c) kabel aan op de juiste ingang in het schakelpaneel aan de voorzijde.
- Hetdisplaytoontde (geschatte) hFE-waardevoor een basisstroom van 10 μA, V CE 2,8 V.
10.7 Het meten van wisselstroom (AAC)
- Sluit het ZWARTE snoeraan op het COM aansluitpunt. Sluit het RODE snoer aan op het "VΩmA" aansluitpunt. Voor metingen tussen 200 mA en 10 A verplaatst u de RODE leiding naar de "IOA" aansluiting.
- Set de FUNCTIE-schakelaar op de gewenste "A\~" stand en sluit de snoeren in serie aan op het te meten circuit. De polariteit van de meetpennen is niet van belang.
- Leesdewaardeafi n(milli-)Ampère.
| RBEREIK NAUWKEURIGHEID RESOLUTIE | ||
| 2 mA | ±1,2% of rdg ±3 dgt | 1 μA |
| 20 mA 10 μA | ||
| 200 mA ±2% of rdg ±3 dgt | 100 μA | |
| 10 A | ±3% of rdg ±7 dgt | 10 mA |
Overbe/ast/ngbevei/ig/ng 0,2 A/250- V zekering, 10 A bereik niet gezekerd. Frequentiebereik: 40-1000 Hz. Indicatie: gemiddelde waarde (komt overeen met rms in sinusvorm.)
TIP:
- Als het stroombereik vooraf niet bekend is, zet de FUNCTIE-schakelaar dan op het hoogste bereik en vervolgens zonodig steeds lager.
- Als het cijfer "20" op het display verschijnt, ligt de te meten waarde buiten het ingestelde bereik. De FUNCTIE-schakelaar moet dan op een hoger bereik worden gezet.
- Het 10 A-bereik is niet beveiligd met een zekering. Meet daarom nooit langer dan 10 sec.
10.8 Continuïteitstest
- Sluit het ZWARTE snoer aan op het "COM" aansluitpunt en het RODE snoer op het "VΩmA" aansluitpunt. (Tip: de polariteit van het RODE snoer isdan "+".)
- Zet de FUNCTIE-schakelaar op het " □") " bereik en sluit de meetpunten aan op het te meten circuit.
- Als de weerstand minder is dan 50 Ω, dan zal de zoemer klinken.
- Verwijder vóór onderhoud en schoonmaken van de multimeter altijd eerst de batterij. Gebruik nooit wa-
ter of andere vloeistoffen bij het schoonmaken van het apparaat.
- Zorg dat de meetsnoeren en de multimeter schoon blijven. Sommige reinigings- en oplosmiddelen (benzine, thinner etc.) kunnen kunststof onderdelen aantasten of oplossen. Deze producten bevatten o.a. benzeen, trichloorethaan, chloride en ammonia.
- Reinig de behuizing regelmatig met een zachte doek, bij voorkeur na iedergebruik.
- Gebruik bij hardnekkig vuil een zachte doek bevochtigd metzeepwater. Gebruikgeen oplosmiddelen als benzine, alcohol, ammonia, etc. Dergelijke stoffen beschadigen de kunststof onderdelen.
12. STORINGEN
Wanneer de multimeter niet naar behoren functioneert, dan kan dat een van de volgende oorzaken hebben:
1. De multimeter geeft niets aan op het display.
- De batterij is leeg.
- Vervang de batterij.
- Er is een te hoge stroom of spanninggemeten en ondanks de beveiligingen is de multimeter beschadigd.
- Neem bij problemen contact op met uw dealer.
2. De multimeter geeft geen gemeten waarden aan.
- De zekering is doorgebrand.
- Vervang de zekering.
• Eénofmeersnoerenzijndefect.
- Vervang de snoeren.
- Er is een te hoge stroom of spanninggemeten en ondanks de beveiligingen is de multimeter beschadigd.
- Neem bij problemen contact op met uw dealer.
VERVANGEN VAN DE ZEKERING
- Zet de schakelaar in de OFF-stand.
- Verwijder de achterzijde van de multimeter door de schroeven los te draaien.

WAARSCHUWING! Schakel eerst het apparaat uit en verwijder alle snoeren voordat u de behuizing van de multimeter opent
- Verwijder de defecte zekering en vervang deze door een zekering met dezelfde stroomsterkte en uitschakelkarakteristieken (250 V\~ F200mAL).
13. HET VERVANGEN VAN DE BATTERIJ
- Op het display verschijnt een batterijpictogram als de batterij leeg raakt.
- Zet de draaiknop op de OFF-stand.
- Verwijder de achterzijde van de multimeter door de schroeven los te draaien.

WAARSCHUWING! Schakel eerst het apparaat uit en verwijder alle snoeren voordat u de behuizing van de multimeter opent
- Vervang de 3x 1,5 Voltbatterijen door 3 x AAA 1,5 Volt.

Dansk
Gebruikte elektronische apparaten horen niet thuis in het huisafval!
Wij vragen u daarom een bijdrage aan de bescherming van ons milieu te leveren en dit apparaat op de voorziene verzamelplaatsen af te geven.
DK ANVISNINGER OM MILJ∅BESKYTTELSE
Wij verklaren, dat dit product voldoet aan de volgende normen of normatieve documenten: EN 61326:2006; EN 61010-1:2002; EN 61010-031:2002 overeenkomstig de bepalingen van de richtlijnen 2006/42/EEG, 2006/95/EEG, 2004/108/EEG.
NL Wijzigingen voorbehouden