ML510EV - Garagepoort CHAMBERLAIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ML510EV CHAMBERLAIN in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - ML510EV CHAMBERLAIN
Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ML510EV - CHAMBERLAIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ML510EV van het merk CHAMBERLAIN.
GEBRUIKSAANWIJZING ML510EV CHAMBERLAIN
3. Curved door arm 1x
11. Straight door arm
nl 01/09Algemene veiligheidsrichtlijnen Vooraleer u met de montage begint: Lees de gebruiksaanwijzingen en vooral de volgende veiligheidsrichtlijnen. Bewaar deze handleiding om ze later te kunnen raadplegen en geef ze door aan een eventuele volgende eigenaar. De volgende symbolen staan voor waarschuwingen om lichamelijke letsels of materiële schade te vermijden. Lees deze waarschuwingen aandachtig. Belangrijke veiligheidsinstructies De poortaandrijving is uiteraard voorzien en gecontroleerd op een veilige bedienbaarheid; deze kan echter enkel worden gewaarborgd, wanneer bij de installatie en bediening de hierna vermelde veiligheidsrichtlijnen nauwkeurig worden opgevolgd. Deze aanwijzingen dienen te worden bewaard. - De poort moet uitgebalanceerd zijn. Niet bewegende of vastzittende poorten moeten worden gerepareerd. Garagepoorten, poortveren, kabels, platen, bevestigingen en rails staan dan onder extreme spanning, wat tot zware verwondingen kan leiden. Probeer de poort niet los te maken, te bewegen of te richten, maar neem contact op met een onderhoudsdienst of poortspecialist. - Bij de installatie of het onderhoud van een poortaandrijving mogen geen sieraden, horloges of losse kleding gedragen worden. - Om zware verwondingen als gevolg van verwikkelingen te vermijden, moeten alle op de poort aangesloten kabels en kettingen vóór de installatie van de poortaandrijving worden gedemonteerd. - Bij installatie en elektrische aansluiting moeten de ter plaatse geldende bouw- en elektrische voorschriften worden nageleefd. Dit toestel voldoet aan beschermingsklasse 2 en heeft geen aarding nodig. - Om schade aan bijzonder lichte poorten (bijv. glasvezel-, aluminium- of staalpoorten) te vermijden, moet een gepaste versteviging worden aange- bracht. Neem hiervoor contact op met de fabrikant van de poort. - De automatische veiligheidsterugloop moet aan een test worden onderworpen. Bij contact met een op de grond liggende hindernis met een hoogte van 50 mm MOET de garagepoort omkeren. Een verkeerde instelling van de poortaandrijving kan tot zware lichamelijke letsels leiden als gevolg van een sluitende poort. De test één keer per maand herhalen en eventueel nodige wijzigingen aanbrengen. - Deze installatie mag niet worden geïnstalleerd in vochtige of natte ruimtes. - Tijdens het bedrijf mag de poort in geen enkel geval openbare doorgangswegen belemmeren. - Om alle bedieningspersonen te herinneren aan de veilige bedieningswijze, moet naast de verlichte drukknop het waarschuwingsbord voor de bescherming van kinderen worden aangebracht. De waarschuwingsborden tegen het knellen moeten duidelijk zichtbaar aangebracht worden. - Om te voorkomen dat kinderen met de installatie spelen, mag u ze niet uit het oog verliezen. - Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en / of kennis, tenzij ze onder toezicht staan van een persoon die voor hun veiligheid bevoegd is of wanneer ze (van deze persoon) instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat. - Om te vermijden dat de poort wordt beschadigd, moeten alle aanwezige blokkeringen / sloten worden uitgeschakeld. - Eventueel geïnstalleerde bedieningsinrichtingen MOETEN in het zicht van de poort en buiten het bereik van kinderen worden geïnstalleerd. Toetsen of draadloze sturingen mogen niet door kinderen worden bediend. Verkeerd gebruik van de poortaandrijving kan tot zware verwondingen leiden. - De poortaandrijving mag ENKEL worden bediend, wanneer de bedieningspersoon een goed zicht heeft op de poort en de omgeving, wanneerdeze vrij van hindernissen is en de poortaandrijving correct is ingesteld. Niemand mag door de poort gaan, zolang ze in beweging is. Laat geen spelende kinderen toe in de omgeving van de poort. - Manuele ontgrendeling enkel om de loopwagen van de aandrijving te scheiden en – indien mogelijk – ENKEL met gesloten poort gebruiken. De rode handgreep niet gebruiken om de poort op te trekken of neer te laten. - Vooraleer er herstellingen worden uitgevoerd of afdekkingen worden verwijderd moet de poortaandrijving van de stroomvoorziening worden gekoppeld. - Dit product beschikt over een trafo met speciale kabel. In geval van schade MOET deze door een erkende dealer worden vervangen door een originele trafo. - Bij het bedienen van de noodontgrendeling kan de poort ongecontroleerde bewegingen maken, wanneer veren zwak of gebroken zijn of wanneer de poort niet in evenwicht is. - Breng de ontgrendelingsgreep voor de noodontgrendeling aan op een hoogte van minstens 1,8 m. OPGEPAST Letselschade of materiële schade OPGEPAST Gevaar door elektrische stroom of spanning
BEGIN MET HET LEZEN VAN DEZE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSREGELS! WAARSCHUWING! nl 02/09Gebruiksbestemming Het apparaat is bestemd voor het openen en sluiten van kantel- en sectionaalpoorten voor privé-garages. Het apparaat is niet bestemd voor commercieel gebruik, maar is uitsluitend bestemd voor gebruik met privé-garagepoorten die voor een eenpersoonshuishouding bestemd, voorzien en geschikt zijn. Elk ondoelmatig gebruik van de aandrijving houdt aanzienlijke risico’s op ongevallen in. De fabrikant is niet aansprakelijk voor ondoelmatig gebruik. Geleverd pakket Controleer vóór de installatie of alle onderdelen meegeleverd zijn. Ter info: De nummering geldt enkel voor het bijbehorende hoofdstuk. Productoverzicht Deze afbeelding geeft u bij de stapsgewijze montage van de installatie altijd een compleet overzicht van de volledig gemonteerde installatie. Vooraleer u begint BELANGRIJKE AANWIJZING Heeft uw garage geen zij-ingang, dan moet er een externe nood- ontgrendeling worden geïnstalleerd. Daardoor kan de garagepoort bij een stroomuitval van buiten handmatig bediend worden. Voorwaarden De garagepoortopener is enkel geschikt voor eendelige garagepoorten met horizontale looprail (kantelpoort) (afb. A) en voor sectionaalpoorten met gebogen looprail (afb. B). TER INFO: De installatie is niet bruikbaar voor eendelige garagepoorten met horizontale en verticale looprails of tweevleugelige poorten of tuimelpoorten. Voorbereiding Controleer eerst of uw poort uitgebalanceerd en in evenwicht is. Open de poort tot ongeveer halverwege en laat ze los. De poort mag nu uit zichzelf nauwelijks van positie veranderen, maar moet – enkel door de kracht van de veren tegengehouden – in deze positie blijven staan. Bewegingskracht: maximaal 15 kg.
1. De rail van de garagepoort MOET veilig en stabiel aan de dragende
wand of het plafond boven de garagepoort bevestigd worden.
2. Wanneer het plafond in uw garage bekleed, bekist e.d. is, zijn er
mogelijks bijkomende bevestigingen en bevestigingsrails nodig (niet meegeleverd).
3. Heeft uw garage geen aparte zij-ingang, dan moet er een externe
noodontgrendeling worden geïnstalleerd. Benodigde gereedschappen Montage van de poortaandrijving Belangrijke aanwijzingen voor een veilige montage. Alle montageaanwijzingen volgen. Verkeerde montage kan tot ernstige letsels leiden. Rail monteren De rail is grotendeels voorgemonteerd en bestaat uit 3 delen. In het voorste gedeelte (A) bevinden zich de loopwagen, trekstang, ontgrendelingsgreep, keerrol alsook de lateibevestiging met kettingspanner. In het achterste gedeelte (B) bevinden zich de kooi voor de aandrijfas en het kettingtandwiel. Het voorste en achterste railgedeelte achter elkaar leggen.
1. Verwijder kabelbinders die de ketting vasthouden. Laat de transport-
beveiliging (X) nog in de positie.
2. Trek de twee railstukken helemaal uit elkaar om een gat te maken
voor het middenstuk (C). Deze rail is zo ontworpen dat het middenstuk probleemloos kan worden ingevoegd. De 2 verbindingsstukken (D) over de naden van de railstukken schuiven tot aan de markeringen. Om de verbindingsstukken vast te zetten de uitstekende gedeeltes met een geschikt werktuig naar buiten buigenom het middenstuk te fixeren. De montage van de rail is voltooid. Ketting spannen De ketting van de rail zo ver opspannen dat de veer (1) tot ongeveer halverwege wordt samengedrukt. Deze moet kunnen veren terwijl de installatie in bedrijf is.
Onderdelenoverzicht:
Zak met bevestigingsmateriaal:
1. platbolkopschroef
3. zeskantschroef 4x
Gereedschappenlijst: ladder markeringsstift tang boormachine hamer ratel / palwerk metaalzaag verschillende boren (8, 6, 5, 4.5 mm) ringsleutel waterpas schroevendraaier meetlint nl 03/09Rail op de aandrijving monteren
1. Transportbeveiliging (X) verwijderen. Controleren of de ketting op
het tandwiel zit. Als de ketting er bij de montage tot afgegleden is, de ketting ontspannen, opleggen en opnieuw opspannen.
2. De rail (1) omdraaien en met de tandwielzijde (2) helemaal op de
aandrijving (3) steken.
3. De rail met de twee bevestigingsbeugels (4) en de schroeven (5)
op de aandrijving bevestigen. Daarmee is de montage van de poortaandrijving voltooid. Inbouw van de poortaandrijving Het midden van de garagepoort bepalen Bij bovenhandse werken moet ter bescherming van de ogen een veiligheidsbril worden gedragen. Om te vermijden dat de poort wordt beschadigd, moeten alle aanwezige blokkeringen / sloten worden uitgeschakeld. Om zware verwondingen te vermijden, moeten alle externe op de poort aangesloten kabels en kettingen vóór de installatie van de poort- aandrijving worden gedemonteerd. De poortaandrijving moet op een hoogte van minstens 2,10 m boven de grond worden geïnstalleerd. Markeer vervolgens de middellijn van de poort (1). Trek vanuit dit punt een lijn tot aan het plafond. Voor de montage aan een plafond tekent u vanaf deze lijn een andere lijn in het midden van het plafond (2) in een rechte hoek naar de poort. Lengte ca. 2,80 m. Lateibevestiging monteren TIP: De afstand tussen het hoogste punt en het poortframe en de rail mag maximaal 50 mm bedragen. Naargelang het poorttype gaat het poortframe enkele cm omhoog, wanneer de poort wordt geopend. A. Wandmontage: Minimaal benodigde ruimte boven de poort: 100 mm Lateibevestiging (1) in het midden op de verticale middellijn (2) leggen; daarbij ligt de onderste rand op de horizontale lijn. Alle gaten voor de lateibevestiging markeren. Gaten voorboren met een diameter van 4,5 mm en de lateibevestiging bevestigen met houtschroeven (3). TIP: In geval van montage op een betonbedekking / betonlatei moeten de meegeleverde betonpluggen (4) en schroeven (3) worden gebruikt. Grootte van de boorgaten bij beton: 8 mm. B. Plafondmontage: Minimaal benodigde ruimte boven de poort: 35 mm Verticale middellijn (2) doortrekken tot aan het plafond en ca. 200 mm langs het plafond. Lateibevestiging (1) op de verticale markering tot op 150 mm van de wand in het midden aanbrengen. Alle gaten voor de lateibevestiging markeren. Gaten boren met een diameter van 4,5 mm en de lateibevestiging bevestigen met houtschroeven (3). Aandrijving op de latei bevestigen Het kan nodig zijn om de aandrijving tijdelijk hoger te leggen, opdat de rail bij meerdelige poorten niet tegen de veren stoot. De aandrijving moet daarbij ofwel goed gestut zijn (ladder) of door een tweede persoon worden vastgehouden. Aandrijfkop op garagevloer onder de lateibevestiging leggen. Rail optillen tot de gaten van het bevestigingsstuk of de gaten van de lateibevestiging over elkaar liggen. De schroef (1) in de gaten steken en vastzetten met moer. Poortaandrijving ophangen
1. Poort helemaal openen, poortaandrijving op de poort leggen (afb. A).
Leg een stuk hout / karton onder de gemarkeerde plaats (X).
2. De bevestigingsbeugel moet zo ver achteraan gemonteerd worden
dat de loopwagen niet wordt gehinderd. De loopwagen kan deels onder de beugel rijden, maar niet onder de poortarm. Montage helemaal achteraan (afb.B) is ideaal.
3. Plafondbevestigingen (1) zo buigen dat ze vlak tegen het plafond
liggen. Naargelang de afstand tot het plafond, moet(en) er geen, een of twee ophangijzer(s) worden gemonteerd (afb. C1, C2 en C3).
4. Markeer de boorgaten op het plafond. Let er op dat u telkens
dezelfde zijafstand houdt langs de uitgezette middellijn.
5. Bij betonbedekkingen moeten boorgaten met een diameter van
8 mm in het plafond geboord worden en moeten er pluggen gebruikt worden. Dan worden de plafondbevestigingen met zeskathout- schroeven aan het plafond bevestigd. Bij bevestiging op houten plafonds: enkel op dragende elementen van de houten zoldering bevestigen. Boor boorgaten met een diameter van 4 mm en gebruik zeskanthoutschroeven.
6. Bevestigingsbeugel (2) rond de rail leggen, dan naar de plafond-
bevestiging richten en aaneenschroeven. Let er op dat de rail horizontaal langs het plafond loopt. De afstand kan worden aangepast met de opgegeven afstanden tussen de gaten. Uitstekende uiteinden van de plafondbevestiging kunnen worden ingekort, indien nodig. Poortbevestiging monteren Inbouw bij sectionaalpoorten of eendelige poorten: De poortbevestiging (1) beschikt over meerdere bevestigingsgaten. De poortbevestiging moet in het midden bovenaan aan de binnenkant van de poort liggen, zoals geïllustreerd. Gaten markeren en poort- bevestiging vastschroeven. Montagehoogtes:
1. Eendelige poort of sectionaalpoort met één geleidingsrail:
afstand tot de bovenkant van de poort 0-100 mm.
2. Sectionaalpoort met twee geleidingsrails:
afstand tot de bovenkant van de poort 100-130 mm. TER INFO: Het bevestigingspunt aan de poort moet het frame of een stabiele plaats op het poortpaneel zijn. Evt. te doorboren zoals geïllustreerd in afb. B en vast te schroeven (schroeven niet meegeleverd).
nl 04/09Poortarm op de loopwagen bevestigen De rechte trekstang is al voorgemonteerd. Aanbevolen installatie: Loopwagen van de aandrijving halen door aan de rode handgreep te trekken en met de hand in de richting van de poort schuiven. Met gesloten poort de gebogen trekstang (1) met de bout (2) op de poortbevestiging bevestigen en de pen (3) vastzetten. Rechte en gebogen trekstang met een overlapping van 2 gaten gelijk met elkaar verbinden met schroef (4) en met moer (5) vastzetten. De gaten zo kiezen dat de poortarm in een hoek van ca. 30-40° staat. TER INFO: Van de gebogen poortarm kan ook worden afgezien, wanneer het poortbeslag helemaal aan de bovenkant van de poort werd bevestigd. Hang de ontgrendelingsgreep voor de noodontgrendeling op een hoogte van minstens 1,80 m. Het gele informatiebord van de ontgrendeling (sticker) op de kabel van de handgreep bevestigen. Elektrische aansluiting Om risico’s voor personen en schade aan het toestel te vermijden, mag de poortaandrijving pas worden bediend, wanneer hiervoor in deze gebruiksaanwijzingen uitdrukkelijk de aanwijzing wordt gegeven. De netstekker moet altijd vrij toegankelijk zijn om het apparaat van het stroomnet te kunnen koppelen. Optioneele toebehoren Installatie van een foto-elektrische beveiliging Na installatie en instelling van de poortaandrijving kan een foto-elek- trische beveiliging worden geïnstalleerd (klemmen 2+3). De gebruiks- aanwijzingen zijn ingesloten bij de foto-elektrische beveiliging. Met de optionele foto-elektrische beveiliging wordt gewaarborgd dat de poort open is of blijft, zodra er zich personen, in het bijzonder kleine kinderen, in het poortbereik bevinden. Met een foto-elektrische beveiliging wordt een sluitende poort opgetrokken of een open poort open gehouden, wanneer een persoon in het poort- bereik de sensorstraal onderbreekt. En foto-elektrische beveiliging is in het bijzonder aan te bevelen voor gezinnen met kleine kinderen. Eindpositie en trekkracht instellen
1. Lichtafdekking openen.
2. Toets „P“ indrukken en ingedrukt houden tot LED3 begint te
3. Toets „+“ indrukken en ingedrukt houden tot de poort volledig
geopend is. Evt. corrigeren met toets „-“.
4. Toets „P“ opnieuw kort indrukken, LED2 begint te knipperen.
5. Toets „-“ indrukken en ingedrukt houden tot de poort volledig
gesloten is. De rail mag niet naar boven buigen. Eventueel corrigeren met toets „+“.
6. Toets „P“ opnieuw kort indrukken. De aandrijving laat de poort
nu zelfstandig volledig opengaan en volledig sluiten. Hierbij wordt de benodigde kracht van de aandrijving automatisch ingesteld. TIPS: De aandrijving niet onderbreken tijdens de procedure. Bij een onderbreking moet de procedure herhaald worden. Loopt de poort tegen het poortframe en keert ze om, dan is de eindpositie van de aandrijving niet ideaal ingesteld en drukt de aandrijving te sterk tegen het poortframe. Eindpositie opnieuw instellen en het traject korter instellen. De rail van de aandrijving mag in de positie „poort gesloten“ niet sterk naar boven buigen. Krachtinstelling aandrijving: Mogelijkheid 1: Bij de installatie van de aandrijving wordt eerst het traject (OPEN-DICHT-traject) en het optimale werkvermogen ingesteld. Mogelijkheid 2: Stroomsnoer gedurende ca. 10 seconden uit de aandrijving trekken. Vervolgens aandrijving bedienen met afstands- bediening of wandschakelaar en de poort volledig openen en sluiten. TER INFO: Voor elke wijziging van de krachtinstelling moet de poort op een onberispelijke werking (vlotte loop) worden gecontroleerd. De aandrijving is geen hulpmiddel voor een slecht functionerende poort. Controleer voor elke wijziging van de aandrijvingsinstellingen of de poort onberispelijk werkt door de poort van de aandrijving te ontgrendelen en ze met de hand te openen en te sluiten. Automatische veiligheidsterugloop testen De automatische veiligheidsterugloop moet aan een test worden onderworpen. Bij contact met een op de grond liggende hindernis met een hoogte van 50 mm moet de garagepoort omkeren. Een verkeerde instelling van de poort- aandrijving kan tot zware lichamelijke letsels leiden als gevolg van een sluitende poort. De test één keer per maand herhalen en eventueel nodige wijzigingen aanbrengen. HINDERNISTEST: Een 50 mm hoge hindernis (1) op de vloer onder de garagepoort leggen. Poort laten sluiten. De poort moet omkeren bij contact met een hindernis. Wanneer de poort stopt bij contact, gaat de poort niet ver ge- noeg omlaag. In dat geval moeten de eindpunten opnieuw worden in- gesteld (zie 9.1) Keer de poort na contact met de 50 mm hoge hindernis om, hindernis verwijderen en de poort eens volledig laten sluiten en openen. De poort mag niet omkeren, wanneer ze de poortpositie ‚gesloten’ bereikt. Keert ze toch terug, dan moeten de eindpunten opnieuw worden ingesteld (zie 9.1) TEST OPENEN: 20 kg op het midden van de poort leggen. De poort mag niet omhooggaan.
Poort instellen en testen De poortaandrijving mag enkel worden bediend, wanneer de bedieningspersoon een goed zicht heeft op de poort en de omgeving, wanneer deze vrij van hindernissen is en de poortaandrijving correct is ingesteld. Niemand mag door de poort gaan, zolang ze in beweging is. Controleer voor de eerste ingebruikneming of alle inrichtingen die niet nodig zijn buiten bedrijf gesteld zijn. Verwijder alle montagehulpstukken en gereedschappen uit het zwenkbereik van de poort.
Aandrijfeenheid aansluiten Poortaandrijving volgens de plaatselijk geldende richtlijnen en bepalingen aansluiten op een reglementair geïnstalleerde veiligheids- wandcontactdoos. TIP: Als de aandrijving wordt ingeschakeld, wordt ook de aandrijvings- verlichting kort ingeschakeld.
Aan de achterzijde van de schakelaar bevinden zich twee schroefklem- men (1,2). De isolatie wordt tot ca. 6 mm van de beldraad (4) getrokken. Draden ver genoeg uit elkaar trekken, zodat de wit-rode draad op de ene schroefklem (1) en de witte draad op de andere schroefklem (2) kunnen worden aangesloten. Verlicht wandtoestel: Met de meegeleverde plaatschroeven (3) op een binnenwand van de garage monteren. Bij droog- of betonwanden vooraf gaten met een diameter van 5 mm boren en pluggen gebruiken. Er wordt aangeraden om het toestel naast de zij-ingang van de garage buiten het bereik van kinderen te monteren. Beide schroeven voorzichtig indraaien en niet te vast aandraaien om de plastic behuizing niet te beschadigen. Beldraad langs de wand via het plafond naar de poortaandrijving leiden. Nagelklemmen gebruiken om de draad te bevestigen. Beldraad van boven door het kabelkanaal naar de klem lei- den. De aansluitklemmen links bevinden zich in de verdieping naast de programmeerschakelaars. Beldraad als volgt in de openingen van deze klemmen aansluiten: rood-wit op rood en wit op wit. Verlicht wandtoestel aansluiten Alle op de wand gemonteerde schakelaars of toestellen moeten op een hoogte van 1,5 m op gezichtsafstand van de poort en buiten het bereik van de poort of poortrails worden aangebracht. Naast deze schakelaars moet het waarschuwingsbord voor de bescherming van kinderen worden aangebracht. nl 05/09Meer handzenders programmeren De meegeleverde handzenders zijn al geprogrammeerd. De ontvanger en handzender van uw garagepoortaandrijving zijn op dezelfde code geprogrammeerd. Bij de aankoop van een bijkomende draadloze bediening moet de code daarvan worden „aangeleerd“ in de aandrijving, opdat de bijkomende code wordt aanvaard. Zo programmeert U een extra afstandsbediening:
2. Één knop op de afstandsbediening twee keer achter elkaar indrukken.
3. LED 1 gaat uit. De afstandsbediening (code) is geprogrammeerd.
TER INFO: Er kan altijd maar één knop per afstandsbediening geprogrammeerd worden. Altijd de knop welke U als laatste geprogrameerd heeft werkt. Wissen / delete van een afstandsbediening: Bij het wissen van de afstandsbedieningen worden altijd alle afstandsbediening en gewist / gedelete. Knop „S“ drukken en gedrukt houden tot LED1 uitgaat (ongeveer 8 sec). Alle codes zijn nu uit het geheugen gedelete / gewist. Iedere afstandsbediening moet nu opnieuw geprogrammeerd worden. TER INFO: Er mogen enkel originele handzenders van de fabrikant worden gebruikt. Afstandsbedieningen die er mogelijks zeer gelijkaardig uitzien, maar niet van dezelfde fabrikant afkomstig zijn, zijn niet compatibel. Zulke afstandsbedieningen activeren verkeerde functies, bijv. zelf- standig openen, en de garantie voor de werking en veiligheid vervalt. Bediening van de poortaandrijving Automatisch openen / sluiten van de poort: Met behulp van de volgende apparaten kan de poortaandrijving geactiveerd worden:
- Handzender: Toets indrukken tot de poort in beweging komt.
- Drukknop (wanneer dit toebehoren geïnstalleerd is): druktoets indrukken tot de poort in beweging komt.
- Externe sleutelschakelaar of draadloos codeslot (wanneer deze optionele accessoire geïnstalleerd is). Manueel openen van de poort (handmodus): Indien mogelijk, moet de poort helemaal gesloten zijn. Door zwakke of beschadigde veren kan een geopende poort plots dichtvallen, wat tot materiële schade of zware lichamelijke letsels kan leiden. ONTGRENDELEN: De rode hefboom kort omlaagtrekken. Dan de poort met de hand openen. De poort niet openen / sluiten door aan de kabel te trekken! VERGRENDELEN: De poort wordt weer automatisch vergrendeld bij de volgende op- of neerwaartse beweging. Werkingsverloop: Bij bediening van de poortaandrijving met draadloze afstandsbediening of drukknop: - sluit de poort, wanneer ze helemaal geopend was, - opent de poort, wanneer ze gesloten was, - stopt de poort, wanneer ze juist opent of sluit, - beweegt de poort in de tegengestelde richting van de laatst uitgevoerde beweging, wanneer ze deels geopend is, - dan keert de poort terug in de open positie, wanneer ze bij het sluite nop een hindernis stoot, - dan stopt de poort, wanneer ze bij het openen op een hindernis botst. - Foto-elektrische beveiliging (optioneel): Met een foto-elektrische beveiliging wordt een sluitende poort opgetrokken of een open poort open gehouden, wanneer een persoon in het poortbereik de sensorstraal onderbreekt. De aandrijvingsverlichting wordt in de volgende gevallen ingeschakeld:
1. eerste inschakeling van de poortaandrijving (kort)
2. Onderbreking van de stroomtoevoer (kort)
3. bij iedere inschakeling van de poortaandrijving.
Het licht wordt na 2 1/2 minuten automatisch weer uitgeschakeld. Reiniging en onderhoud Voor elke reiniging en onderhoudswerkzaamheden moet de netstekker worden uitgetrokken. Elektrocutiegevaar! Onderhoud van de poortaandrijving Een correcte installatie garandeert een optimale werking van de poort- aandrijving met minimale onderhoudsinspanningen. Een bijkomende smering is niet nodig. Grof vuil in de geleidingsrail kan de werking aantasten en moet worden verwijderd. Reiniging De aandrijfkop, de drukknop en de handzender reinigen met een zachte, droge doek. Geen vloeistoffen gebruiken. Onderhoud De installatie, in het bijzonder kabels, veren en bevestigings- el- ementen, moeten vaak op tekenen van slijtage, beschadiging of gebrekkig evenwicht worden gecontroleerd. Niet gebruiken, wanneer er herstellingen of instellingen moeten worden uitgevoerd, aangezien een fout in de installatie of een foutief uitgebalanceerde poort tot zware letsels kunnen leiden. Eén keer per maand:
- Automatische veiligheidsterugloop opnieuw testen en indien nodig opnieuw instellen.
- Poort manueel bedienen. Neem contact op met de onderhouds- dienst, als de poort niet uitgebalanceerd is of vastzit.
- Volledig openen en sluiten van de poort controleren. Eventueel eind-schakelaar en / of kracht opnieuw instellen. Twee keer per jaar:
- Kettingspanning controleren. Daartoe eerst de loopwagen van de aandrijving koppelen. Eventueel kettingspanning aanpassen.
- De looprail lichtjes invetten met een gewoon smeervet (bijsmeren). Eén keer per jaar (aan de poort):
- Poortrollen, lagers en scharnieren smeren. Een bijkomende smering van de poortaandrijving is niet nodig. Poortgeleidingsrails niet invetten! Eindschakelaar- en krachtinstelling: Deze instellingen moeten bij de installatie van de aandrijving worden gecontroleerd en correct worden uitgevoerd. Afhankelijk van het weer kunnen zich bij het gebruik van de poortaandrijving geringe veranderingen voordoen, die moeten worden verholpen door opnieuw in te stellen. Dat kan in het bijzonder voorvallen in het eerste bedrijfsjaar. De aanwijzingen bij eindschakelaar en trekkracht instellen (zie punt 9.1) zorgvuldig volgen en na elke nieuwe instelling de automatische veiligheidsterugloop opnieuw testen.
nl 06/09Batterijen van de handzender vervangen Batterij van de handzender: De batterijen in de handzender gaan heel lang mee. Verkleint het zendbereik, dan moeten de batterijen worden vervangen. Batterijen vallen niet onder de garantie. Neem de volgende batterijaanwijzingen in acht: Batterijen mogen niet met het huisafval meegegeven worden. Elke consument is wettelijk verplicht om zich reglementair te ontdoen van batterijen op de voorziene inzamelpunten. Laad batterijen nooit opnieuw op, wanneer ze daarvoor niet geschikt zijn. Ontploffingsgevaar! Houd batterijen uit de buurt van kinderen, veroorzaak geen kortsluiting en haal batterijen niet uit elkaar. Raadpleeg meteen een arts, wanneer een batterij werd ingeslikt. Reinig, indien nodig, batterij- en apparaatcontacten voor het inzetten. Lege batterijen onmiddellijk uit het apparaat verwijderen! Verhoogd lekgevaar! Stel batterijen nooit bloot aan overmatige warmte zoals zonneschijn, vuur en dergelijke! Er is een verhoogd lekgevaar! Vermijd contact met de huid, ogen en slijmvliezen. Spoel de door batterijzuur aangetaste plaatsen meteen af met veel koud water en raadpleeg onmiddellijk een arts. Altijd alle batterijen tegelijk vervangen. Enkel batterijen van hetzelfde type gebruiken, geen verschillende types of gebruikte en nieuwe batterijen door elkaar gebruiken. Neem de batterijen uit het apparaat als u het gedurende een lange periode niet gebruikt. Batterij vervangen: Om de batterij te vervangen, opent u de behuizing aan de achterzijde met een schroevendraaier. Til de afdekking op en neem de on- derliggende besturing uit. Schuif de batterij opzij en neem ze uit. Let bij het inschuiven van de nieuwe batterij op de polariteit. Handzender weer monteren. OPGELET! Explosiegevaar bij verkeerde vervanging van de batterij. Enkel vervangen door hetzelfde of een gelijkwaardig type (bestelnummer 10A20-WH). Aandrijvingsverlichting vervangen De LED-verlichting heeft een zeer lange levensduur en is onderhoudsvrij. Vervanging en montage:
1. Netstekker uittrekken.
2. De aandrijvingskap afnemen (2 schroeven in de kap losdraaien)
om de LED-sokkel te vervangen.
3. Stekker van de LED-sokkel van de bediening uittrekken.
4. Beide schroeven naast de LED’s op de kap losdraaien en sokkel
5. In omgekeerde volgorde weer monteren.
Verwijdering De verpakking bestaat uit milieuvriendelijke materialen. Ze kan in de plaatselijke recyclagecontainers worden gedeponeerd. Overeenkomstig Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende oude elektrische apparaten moet dit apparaat na gebruik volgens de voorschriften worden verwi- jderd om te garanderen dat de gebruikte materialen worden gerecy- cleerd. Het gemeente- of stadsbestuur geeft informatie over de mogelijkheden voor verwijdering. Vaak gestelde vragen
1. Poortaandrijving kan niet worden ingeschakeld met draadloze
- Is de aandrijving aangesloten op de stroomvoorziening? Wordt een op het stopcontact aangesloten lamp niet ingeschakeld, controleer dan de overbelastingsschakelaar (sommige stopcontacten worden via een wandschakelaar ingeschakeld).
- Zijn alle poortblokkeringen uitgeschakeld? Zie veiligheidsrichtlijnen.
- De controle-LED op de handzender moet branden, wanneer de toets wordt ingedrukt? Anders is ofwel de batterij leeg, ofwel de handzender defect.
- Probeer het met een nieuwe batterij.
- Wanneer u twee of meer handzenders heeft waarvan er slechts een functioneert, moet u de programmering van de ontvanger controleren.
- Bevindt er zich sneeuw / ijs onder de poort? Dan is dit de poort mogelijks aan de grond gevroren. Event. hindernissen wegnemen.
- De poortveer kann defect zijn. Ze moet door een specialist worden vervangen.
2. Zendbereik van de handzender is te gering:
- Is er een batterij ingezet? Nieuwe batterij inzetten.
- Draadloze afstandsbediening in het voertuig op een andere plaats uit- proberen.
- Het zendbereik verkleint bij metalen poorten, aluminium of metalen bekledingen.
3. Poort keert zonder aanwijsbare reden terug:
- Wordt de poort ergens door gehinderd? Aan de manuele ontgrende- ling trekken en de poort met de hand bedienen. Neem contact op met de onderhoudsdienst, als de poort niet uitgebalanceerd is of vastzit.
- Werkvermogen en traject van de aandrijving opnieuw programmeren.
- Sneeuw of ijs uit de sluitzone van de poort verwijderen.
- Keert de poort bij het bereiken van de positie ’esloten’ om, dan moet de eindschakelaar voor deze poortpositie worden ingesteld. Na het voltooien van elke instelling moet de automatische veiligheidsterugloop opnieuw worden getest:
- Het is niet ongewoon dat de eindposities af en toe opnieuw worden ingesteld. In het bijzonder door het weer kan het traject van de poort veranderen.
4. De garagepoort gaat vanzelf open en dicht:
- Enkel originele afstandsbedieningen gebruiken! Het gebruik van vreemde producten veroorzaakt storingen.
- De knop van de afstandsbediening werd per ongeluk ingedrukt (tas).
- De kabel van de wandschakelaar is beschadigd (bij wijze van proef verwijderen).
- De poortbeweging wordt geactiveerd door een op de aandrijving aangesloten accessoire (bij wijze van proef verwijderen).
5. Poort sluit niet volledig:
- Traject van de aandrijving opnieuw programmeren. Controle van de mechanische componenten op veranderingen (bijv. poortarmen en beslagen. Na elke nieuwe instelling van de poortpositie ‘gesloten’ moet de automatische veiligheidsterugloop opnieuw worden getest.
6. De poort gaat wel open, maar sluit niet:
- Indien geïnstalleerd, moet de foto-elektrische beveiliging gecontroleerd worden. Knippert de LED op de foto-elektrische beveiliging, dan moet de inrichting gecorrigeerd worden.
- Werking van handzender en drukknop controleren.
7. Aandrijvingsverlichting gaat niet aan:
- Poort openen of sluiten. De verlichting blijft 2,5 minuten ingeschakeld.
- Aandrijving van het stroomnet koppelen en opnieuw aansluiten. De verlichting wordt gedurende enkele seconden in- geschakeld • Geen stroom.
nl 07/098. Aandrijvingsverlichting wordt niet uitgeschakeld:
- Koppel de aandrijving kortstondig van de stroomvoorziening enprobeer het opnieuw.
- De 2,5 minuten zijn nog niet voorbij.
9. De motor bromt of draait heel kort, maar werkt dan toch niet:
- Garagepoortveren zijn defect. Poort sluiten en aan de greep trekken om de loopwagen van de aandrijving te koppelen (manuele ontgrendeling). Poort met de hand openen en sluiten. Is de poort uitgebalanceerd, wordt ze op elk punt van het traject alleen door de veren in positie gehouden? Is dat niet het geval, neem dan contact op met uw onderhoudsdienst.
- Doet dit probleem zich bij de eerste ingebruikneming voor, dan is de poort mogelijks geblokkeerd. Poortblokkering uitschakelen.
- Aandrijving van de poort ontgrendelen en zonder poort proberen. Werkvermogen en traject van de aandrijving evt. opnieuw programmeren als poort in orde is.
10. De aandrijving loopt slechts in één richting:
- Poortveren mogelijks defect of poort loopt moeilijk in een bepaalde richting.
- Werkvermogen en traject van de aandrijving opnieuw programmeren als de poort in orde is.
Kettingspanning veranderen. Meestal moet de oorzaak bij een te sterk gespannen ketting worden onderzocht. De veren van de spaninrichting van de rail mogen niet volledig samengedrukt worden.
- De poort loopt niet gelijkmatig en verplaatst de aandrijving in trilbewegingen. Poortbeweging verbeteren.
12. Poortaandrijving start niet wegens stroompanne:
- Aan de greep trekken om de loopwagen van de aandrijving te koppelen (manuele ontgrendeling). De poort kan nu met de hand worden geopend en gesloten. Wordt de poortaandrijving opnieuw ge- activeerd, dan wordt de loopwagen opnieuw verbonden.
- Voor zover geïnstalleerd, wordt de loopwagen bij een stroompanne met behulp van een externe noodontgrendeling van buiten de garage van de aandrijving gekoppeld.
13. Poort keert om, nadat de kracht werd geprogrammeerd:
- Kijk of de rail buigt. De aandrijving heeft veel kracht nodig om de poort te bewegen. Poort herstellen of correct monteren.
- Poort is zeer zwaar of in slechte staat. Raadpleeg een specialist.
14. De rail op de aandrijving buigt:
- Poort is zwaar, zeer zwaar, loopt moeilijk of is in slechte staat. Raadpleeg een specialist.
- Als de rail tijdens de beweging slingert, wijst dat op een niet gelijkmatig werkende poort met steeds veranderende krachtbehoefte. Raadpleeg een specialist en smeer evt. de poort. Een bijkomende ophanging aan de rail kan het probleem verhelpen.
15. De aandrijving „werkt“ (motor draait hoorbaar) maar de
loopwagen beweegt niet:
- De loopwagen is van de aandrijving gekoppeld.
- Bij een nieuwe installatie: Bij de montage van motor en rail is de voorgemonteerde adapterhuls tussen de motoras en de rail niet gemonteerd. Deze is in de fabriek voorgemonteerd, maar kan verwijderd worden. Als u achter de aandrijving staat, kunt u zien of het tandwiel in de rail draait, of enkel de motor.
- Bij een nieuwe installatie: De ketting is van het tandwiel in de rail gesprongen. Als u achter de aandrijving staat, hebt u zicht op het tandwiel.
- Na langdurig gebruik: Is de ontgrendeling defect of permanent los?
- Na langdurig gebruik: Het omhulsel tussen rail en motor of de motortransmissie is defect.
16. De poort ontgrendelt zich vanzelf uit de loopwagen en blijft
- Is er een externe ontgrendeling bij stroompanne geïnstalleerd, dan moet gecontroleerd worden of deze zich tijdens het openen van de poort opspant en ontgrendelt. Houd het mechanisme in de gaten en stel het evt. opnieuw in.
- De greep van de ontgrendeling mag niet door andere voorwerpen worden vervangen.
17. Het traject laat zich niet programmeren, wordt anders
geprogrammeerd of verandert geleidelijk aan:
- Het geprogrammeerde traject is te kort. Bij wijze van proef een langer traject programmeren.
- Op de ketting die in de rail loopt is er in de fabriek een kleine kunst- stof knop gemonteerd. Deze kleine knop moet tijdens de beweging van de aandrijving de kleine schakelaar indrukken die zich op de aandrijfkop bevindt. Is het traject te kort of is de knop door verkeerde montage omlaaggetrokken, dan moet hij opnieuw worden afgesteld. Wordt de kleine schakelaar niet ingedrukt, dan kan de aandrijving niet worden geprogrammeerd.
- Mechanisch defect aan de poort door uitgeslagen scharnieren of te losse kettingspanning aan de aandrijving.
18. Beschrijving van de LED’s
- Gaat kort branden: Er wordt een draadloos signaal ontvangen. Is de handzender geprogrammeerd, dan opent of sluit de aandrijving de poort.
- Brandt ca. 10 sec. constant: Er kan een nieuwe handzender worden geprogrammeerd of alle handzenders worden gewist. LED2
- Brandt constant: Zolang de aandrijving draait.
- Knippert: De aandrijving bevindt zich in de trajectprogrammering en heeft reeds de positie Poort Open aangeleerd en is klaar voor de positie Poort Gesloten. LED3
- Knippert: Trajectprogrammering is actief. De aandrijving is klaar om de positie Poort Open aan te leren. nl 08/09Technische gegevens Ingangsspanning 230-240 V 50 Hz Max. trekkracht 500 N Vermogen 80 watt Normale draaikracht 3,0 Nm Verbruik in stand-by 0,8 watt Max. poortgewicht 60 kg Motor Type wormwielaandrijving Spanning 24 V Geluidsniveau 55 dB Aandrijfmechanisme Lengte van het traject 2,305 m Snelheid 10 cm/sec Verlichting LED 1W Veiligheid Elektronisch Automatische krachtinstelling Elektrisch Thermische veiligheid in de trafo Eindschakelaarinstelling Handmatig Afmetingen Lengte (totaal) 2,95 m Vereiste vrije hoogte min. min. 35 mm Hangend gewicht 10 kg Ontvanger Geheugen 16 handzenders Werkfrequentie 433 MHz, 868 MHz Batterij 3 V, type CR2032 (10A20-WH) Reserveonderdelen Zie www.chamberlain.eu of neem contact op met uw dealer. Zie ook in het verkrijgbare garantieboek. Toebehoren (optioneel)
1. TX4RUNI Handzender (2-kanaals)
2. 128REV Draadloze Drukknop (2-kanaals)
(keert de poort automatisch om zonder dat er con tact met een hindernis is geweest)
Conformiteitsverklaring
Notice-Facile