STIGA ST 3256 P - Sneeuwblazer

ST 3256 P - Sneeuwblazer STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 3256 P STIGA in PDF-formaat.

📄 362 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice STIGA ST 3256 P - page 235
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProducttypeWandelende sneeuwblazer
MerkSTIGA
ModelST 3256 P
Sneeuwruimbreedte56 cm
Maximale sneeuwhoogteOngeveer 30 cm
Motor4-takt benzinemotor
StartHandmatig (startkoord) en elektrisch (230 V, optioneel)
Transmissie5 versnellingen vooruit, 2 achteruit
Oriëntatie van de uitwerpbuisHandmatig met draaiknop, rotatie 180°
DeflectorIn hoogte verstelbaar met hendel
KoplampenOptioneel
BrandstoftankCapaciteit niet gespecificeerd
MotoroliePeriodieke olieverversing (zie handleiding)
VeiligheidContactslot, motorstop, beschermingen
GewichtOngeveer 80 kg
Afmetingen (L x B x H)Ongeveer 60 x 70 x 60 cm

Veelgestelde vragen - ST 3256 P STIGA

Hoe start ik de motor koud?
Voor een koude start: open de brandstofkraan, steek de sleutel erin en draai deze indien nodig. Zet de gashendel op vol gas, activeer de choke, druk dan 2 tot 3 keer op de primer. Gebruik de handmatige of elektrische starter. Zodra de motor loopt, schakel de choke uit.
Wat te doen als de motor niet start?
Controleer of de contactsleutel is ingebracht, of er brandstof is, of de choke is geactiveerd (koude start) en of de primer is gebruikt. Als de motor is verzopen, wacht dan een paar minuten zonder primer. Raadpleeg de tabel met storingsidentificatie in de handleiding.
Hoe stel ik de uitwerpbuis af?
Gebruik de draaiknop op het dashboard om de uitwerpbuis in de gewenste richting te draaien. Voor de straalhoogte gebruik je de deflectorhendel: naar voren om te verlagen, naar achteren om te verhogen.
Welke motorolie gebruiken en hoe het peil controleren?
Gebruik een geschikte 4-takt motorolie (zie technische gegevens). Controleer het peil met de peilstok: plaats de machine vlak, reinig de peilstok, steek deze erin zonder te schroeven, trek hem er dan uit. Het peil moet tussen L en H zijn. Vul indien nodig bij.
Hoe verander ik de snelheid van de machine?
Stop de machine door de aandrijf- en vijzelbedieningen los te laten. Verplaats vervolgens de versnellingshendel naar de gewenste positie (5 vooruit, 2 achteruit). Schakel niet tijdens beweging om schade aan de transmissie te voorkomen.
Wat te doen bij abnormale trillingen?
Stop onmiddellijk de motor, verwijder de sleutel en inspecteer de machine. Draai alle bevestigingen aan. Als de vijzel of het wiel beschadigd is, neem dan contact op met een erkend servicecentrum.
Hoe maak ik de machine schoon na gebruik?
Nadat de motor is uitgeschakeld en de sleutel is verwijderd, gebruik je de palet om de uitwerpbuis te reinigen en sneeuwresten te verwijderen. Maak de motor schoon met een borstel of perslucht. Spuit geen water direct op de motor.
Wat is de procedure voor opslag langer dan 30 dagen?
Sluit de brandstofkraan en laat de motor draaien tot hij stopt door brandstofgebrek. Ververs de motorolie indien nodig. Reinig grondig, controleer op schade, werk de verf bij indien nodig en berg de machine op in een afgesloten ruimte.
Hoe gebruik ik de elektrische starter?
Zorg ervoor dat het stopcontact geaard is en beveiligd met een aardlekschakelaar. Sluit de voedingskabel aan op een 230 V-stopcontact en druk op de startknop. Zodra de motor loopt, koppel de stekker onmiddellijk los.
Wat te doen als de uitwerpbuis verstopt is?
Stop de motor, verwijder de sleutel en wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen. Gebruik de palet om de sneeuw te verwijderen. Steek nooit uw handen in de uitwerpbuis zonder de motor uit te schakelen.

Gebruikersvragen over ST 3256 P STIGA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 3256 P - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 3256 P van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING ST 3256 P STIGA

Lopend bediende sneeuwruimer - GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraaler de machine te gebruiken,Client men dele handleiding aandachtig te lezen.

NO Handfort snoslynge - INSTRUKSSJONSBOK ADVARSEL: les dette bruksanvisingen noge for du bruker masi

2.4 Onderhoud, stalling en vervoer 3

3.LEER DE MACHINE KENNEN 4

3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik 4

3.2 Veiligheidssignalen 4

3.3 Identificatielabel 5

3.4 Belangrijkste onderdelen 5

  1. MONTAGE 5

4.1 Onderdelen voor de montage 6

4.2 Montage commandokabels voortbeweging en toevoerschroef 6

4.3 Montage van de steel.. 6

4.4 Montage versnellingsbak 6

4.5 Montage glijvlak 6

  1. BEDIENINGSELEMENTEN

5.1 Contactsleutel 7

5.2 Brandstofkraan 7

5.3 Commando versnelling 7

5.6 Handvat voor handmatige start 7

5.7 Commando voor elektrische start (optie) 7

5.8 Commando voortbeweging 8

5.9 Commando toevoerschroef 8

5.10 HENDEL VERSNELLINGSBAK 8

5.11 Richting van het glijvlak en van de deflector 8

5.12 Schakelaar koplampen (optie) 8

  1. GEBRUIK VAN DE MACHINE 8

6.1 Voorafgaande werkzaamheden.. 8

6.2 Veiligheidscontroles 8

6.3 Start/werk 9

6.4 Stopen 10

6.5 Suggesties voor het gebruik 10

6.6 Na het gebruik 10

  1. ONDERHOUD 10

7.1 Algemeen 10

7.2 Brandstof bijvullen 11

7.3 Controle / bijvullen motorolie 11

7.4 Reiniging 12

7.5 Bougie. 12

7.6 Carburator 12

7.7 Moeren en schroeven voor bevestiging 12

7.8 As van de toevoerschroef 12

8.STALLING. 12

  1. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN.....12

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werkking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:

OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade verooorzaakt worden.

Het symbol wist op een gevaar.

Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.

De paragrafen die aangegeven zijn met een grije stippen-board wijzen op optionele kenmerken die nicht aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreiben worden. Controller of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.

De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de zithouding van de bestuurder.

1.2 REFERENTIES

1.2.1 Afbeeldingen

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen..., Zijn genummerd 1, 2, 3 enz.

De onderden die op de afbeeldingen zich aangegeven, zich gekentekend met de letters A, B, C enz.

Een verwijzingaar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst:"Zie afbeelding 2.C"of eenvoudigweg"(Afb.2.C).

De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen können wijzigten ten opzichte van wat aangegeven is.

1.2.2 Titels

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen maar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbeteffend nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1".

2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

2.1 TRAINING

Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken.

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te konnen raadplegen.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die nied vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd�k.
  • Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed können hebben op zich reactievermogen en aandacht.
    Denk eraan dat de personen die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen konnen overkommen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's, die het terrein waarop hij要去 werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigenveiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Gebruik de sneeuwruimer nicht zonder geschikte kledij te dragen.
  • Draag schoenen die een goede stabiliteit toestaan op gladde oppervlaktes.

  • Draag steeds een bril of een vizier tijdens het gebruik, tijdens het onderhoud of tijdens de herstellingen. De werkking van aangedreten machines kan vreme de voorwerpen in de ogen doein schieten.

  • Gebruik geluidempende gehoorbescherming.

Werkzone / Machine

  • Controller de zone die gereinigd要去zorgvuldig en verwijder eventuele duidelijk zichbare vreme de voorwerpen. Bijvoorbeelddeurmatten, sleeën, planken, draden, enz.
  • Controller of alle commando's die bewegende organen in werkung zetten, uitgeschakeld zich vooraleer de motor op te starten.
    Stel de hoogte van de beschemende carter van de toevoerschroef af om grind-of rotsachtige oppervlaktes te vegen.
    Vooraleer aan te vangen sneeuw teruimen, moet men wachten tot de motor en de machine zich aan de externte temperatuur aangepast hebben.

Benzinemotoren: brandstof

  • Waarschuwing: de brandstof is zeer ontvlambaar. Voorzichtig hanteren!
  • Bewaar de benzine steeds in geschichte houlders.
    Vul enkel benzine bij met een vultrechter en in open lucht; rook nichtijdens deze handelingen.
  • Vul de benzine bij vooraleer de motor aan te schakelen. Open de dop van het reservoir Niet en vul geen benzine bij wanner de motor aangeschakeld of nog warm is.
  • Indien er brandstof lekt, mag men de motor nicht opstarten, maar要去 men de machine uit de zone halen waar de brandstof gelekt is en onmiddelijk alle sporen van brandstof van de machine of van het terrein reinigen.
  • Draai de dop van het reservoir en van de houders van de brandstof goed zich.
    Zorg ervoor dat de brandstof Niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds neue wieren aan vooraleer de motor op te starten.
  • Gebruik de machine nicht in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen konnen vonden veroorzaken die het stof of de dampen konnen doen ontbranden.
    Schakel de motor Niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen hunnen

vormen. De machine dient altijd in de open lucht of in een goed geventileerderuimte gestart te worden! Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig zich!

  • Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid reinigen.
  • Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
  • Let bijzonder goed op wanner de machine gezruikt worden op grindwegen, voetpenen en straten of wanner men deze oversteekt. Let op verborgen bevaren.
  • Let goed op het verkeer, wanner de machine zicht bij de staat gebruikt worden.

Gedrag

  • Richt de opening van het uitlaatglijvlak Niet gegen de wind in, of in de richting van Personen, dieren, voertuigen, woningen of iets dergelijks dat schade kan ondergaan door de sneeuw of door de onder de sneeuw verborgen voorwerpen. Laat niemand voor de machine stilstaan.
  • Gebruik de sneeuwruimer nooit nabij omheiningen, auto's, vensters, glazen hekken, enz. zonder de deflector van het uitlaatglijvlak degelijk afgesteld te hebben.
  • Houd handen en voeten op afstand van de roterende organen. Blijf steeds op afstand van de opening van het glijvlak van de sneeuw. Houd het glijvlak steeds schoon.
  • Indien de sneeuwruimer gegen vreme de voorwerpen stoot of abnormale geluiden maakt, schakel dan de motoruit, verwijder de sleutel, wacht tot de bewegende delen stil staan en controllerer aandachtig de machine om na te gaan of er geen schade is. Trillingen wijzen over het algemeen op een probleem. Herstel eventuele schade alvorens de machine opnieuw te gebruiken.
    Vooraleer van de machine weg te gaan, dient men alle commando's uit te schakelen en de contactsleutel uit zich zitting op de machine te halen.
    Vooraleer herstellingen, reinigingen, inspections, afstellingen uit te voeren,要去 men de motor uitschakelen, de sleutel verwijderen en wachten tot de bewegende delen stil staan (tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven in de instructies). Ontkoppel de kabels van de elektrische motor. (Optie)
  • Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.
  • Gebruik de machine Niet op gladde oppervlakte aan hoge transportsnelheden. Let op wonneer u awhileui rijdt. Kijk awhileuit voor en na het awhileui rijden om u ervan te verzekeren dat er geen hindernissen zijn.

  • Schakel de toevoerschroeft uit wanner der machine vervoerd of nicht gebruikt worden.

  • Verzeker u er steeds van dat u een goed evenwicht hebt en het handvat stevig vast hebt. Stap, loop nooit.

Beperkingen voor het gebruik

  • Gebruik de machine nooit dwars op een helling. Ga steeds van bovenaar beneden, en cervolgens van benedenaar boven. Wees voorzichtig wanner u vanrichting verandert op een helling.Vermijd steile hellingen.
  • Gebruik de machine nicht indien de beschermingen onvoldoende zich in of indien de veiligheidsinrichtingen nicht correct geplaatst zich.
  • De veiligheidsinrichtingen nicht uitschakelen of schenden.
  • Wijzig de afstellenen van de motor Niet, en overbelast hem Niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werk, verhoegt het risico op persoonlijke letsels.
    Overbelast de machine Niet door ze aan een te hoge snelheid te lien werken.
  • Steek de handen nooit in de aflaat of in de toevoerschroef zonder eerst de motor uitgeschakeld te hebben en de sleutel verwijderd te hebben.

2.4 ONDERHOUD, STALLING EN VERVOER

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine.

De defeche of beschadigde onderdelen moeten verrangen en Niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen: het gebruik van Niet originele en/of Niet goed gemonteerde onderdelen beinvloedt de veiligheid van de machine, kan ongelukken of persoonlijk letsel aanrichten en de fabrikant kan hiervoortietn aansprakelijk gesteld worden.

Onderhoud

  • Indien het reservoir geledigd要去 worden, moet dit aan de open lucht en bij koude motor gebeuren.
  • Om het risico op brand te verminderen,要去 men regelmatig controleren of ergenlekken van olie en/of brandstof zich.

Stalling

  • Laat geen brandstof in het reservoir wonneer de machine opgeborgen worden in een gebouw waar de dampen van de brandstof in contact hunken komen met vrije vlammen, vonden of hittebronnen.

  • Laat de motor afkoelen alvorens de sneeuwruimer in een gesloten ruimte op te bergen.

  • Lees steeds de gelebruiksaanwijzingen voor belangrijke details indien de sneeuwruimer gedurende een langeperiode bewaard moet worden.

Vervoer

  • Indien de machine op een vrachtwagen of een aanhangwagen vervoerd要去en, dient men opritten met geschikte waarstand, bredte en lenghte te gebruiken.
  • Laad de machine met de motor uitgeschakeld, en duw ze op de oprit, met behulp van een geschikt anteI整个人en.
  • Sluit de brandstofkraan (indien voorzien)ijdens het transport en verzeker de machine degelijk aan het transportmiddel met kabels of hettingen.

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren.
  • Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar要去 geschieren worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu hintergelaten worden maar要去 waar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijkne normen.

3. LEER DE MACHINE KENNEN

3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUIK

Deze machine is een sneeuwruimer

De machine is voorzien van een laadschroef, beschermd door een carter, die de sneeuw\ aar een glijvlak duwt. De toevoerschroef\ wordt aangedreten door de motor die\ ook de tractie aan de machine geeft.\ De machine wordt bediend aan de hand van de\ bedieningsknoppen op het instrumentenpaneel.

De bediener kan de machine bedieren en de belangrijkste commando's inschakelen terwijl hij steeds rechtop blijft staan, op de bedieningsplaats, achefter de machine.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor het ruimen, verwijderen enwegschemieten van sneeuw van voetpen, tuinen, opritten en andere oppervlaktes op het niveau van de grond. De sneeuwruimer mag enkel gebruikt worden om sneeuw te verwijderen.

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan Personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar nicht uitsluitend):

  • De machine gebruiken op oppervlaktes boven het niveau van de grond, zoals daken van woningen, garages, veranda's of gebouwen.
  • De toevoerschroef in werkung zetten bij aanwezigheid van andere elementen dan sneeuw (bijvoorbeeld aarde, gras, stenen, enz.).
    Ladingen trekken of duwen

BELANGRIJK Het onjuist gebruik

brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of andere oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieren. Is bestemd voor een amateuruiel gebruik.

BELANGRIJK De machine mag steeds slechts door een enkele bediener gebrukt worden.

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (afb. 4). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij要去 aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 1

LET OP!

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 2

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 3

LET OP! Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 4

GEVAAR! Houd handen en voeten op afstand van de draaiende delen.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 5

GEVAAR! Wegscheidende voorwerpen. De sneeuwuitlaat Niet op omstanders of dierenRCTen.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 6

GEVAAR! Draaiende rotor. Blij steeds op afstand van de uitlaatopening voor de sneeuw.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 7

GEVAAR! Het werkgebied vrij houden van Personen, kinderen en dieren.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 8

LET OP! Verwijder de sleutel en lees de aanwijzingen voor eender welke onderhoudswerkzaamheid of reparatie te verrichten.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 9

GEVAAR! Verboden handen in het uitlaatkanaal te steken wanner de toevoerschroef in beweging is. Stop de motor alvorens het uitlaatglijvlak verstopt geraakt.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 10

GEVAAR! Houd u op afstand van de hete oppervlakken.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 11

GEVAAR! Bij de motoren komt koolmonoxide vrij. De machine NIET starten in gesloten ruimtes.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 12

GEVAAR! De brandstof is ontvlambaar en explosief. Verwijder de contactsleutel en laat de motor afkoelen alvorens brandstof bij te vullen.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 13

GEVAAR! Risico op brand of ontploffing. Niet roken, geen vrije vlammen of ontstekingsbronnen gebruiken.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 14

GEVAAR! Draag gehoorbescherming.

STIGA ST 3256 P - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 15

GEVAAR! Draag een veiligheidsbril.

BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten verrangen worden. Vraag neue labels aan uw eigen geauthoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL

Het identificatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb. 1):

  1. Adres van de fabrikant
  2. Machinetype
  3. Geluidsniveau
  4. CE-overeenstemmingskenteken
  5. Toerental van de motor
  6. Vermogen motor
  7. Cylinderinhoud motor
  8. Aand/Bouwjaar
  9. Serienummer
  10. Artikelcode

Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de acherkant van de omslag.

BELANGRIJK Gebruik de

identificatienamen die aangegeven zijn op het identificatielabel van het product.

BELANGRIJK Gebruik de

identificatienamen bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine bestaat hoofdzakelijkuit de volgende hoofdonderdelen (afb.1):

A. Frame
B. Instrumentenbord
C.Motor
D. Reservoir brandstof
E. Stekker voor elektrische toevoer (Optie)
F. Handvat voor handmatige start
G. Deflector
H. Glijvlak
I. Schoep
J. Beschermingscarter toevoerschroef
K. Toevoerschroef
L. Nivellaringssloffen
M. Koplampen (optie)
N. Wiel

4. MONTAGE

Om vervoers- en opsgredenen worden sommige onderdelen van machine nicht direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.

Het uitpakken en de verwollediging van de montage要去en uitgevoerd worden op een vlikke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine Niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.

BELANGRIJK De machine worden zonder motorolie en brandstof geleverd.

4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen voor de montage (afb. 3) die in de volgende tabel vermeldন:

Pos.Beschrijving Hoev.
AVersnellingsbak 1
BBevestigingsschroeven versnellingsbak -
CSchroeven en bouten voor bevestiging steel4
DHandvat hendels versnelling en richting deflector2
ERichtkabel uitlaatglijvlak 1
FTrechtter 1
GVeiligheidssleuteltje 1
HGlijvlak 1
KGlijdring glijvlak10
LSchroeven en veerringen M8 x 206
MGlijsloffen3

4.1.1 Uitpakken

  1. Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
  2. Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
  3. Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zijn uit de doos.
  4. Haal de sneeuwruimeruitde doos.
  5. Voer de doos en de verpakkingen af volgens deplaatselijke normen.

4.2 MONTAGE COMMANDOKABELS VOORTBEWEGING EN TOEVOERSCHROEF

Haak het oog van de kabel vast (afb. 5).

OPMERKING De kabels zich reeds op het instrumentenbord gemonteerd.

4.3 MONTAGE VAN DE STEEL

Bij de levering, is het instrumentenbord reeds aan de steel gemonteerd. De schroeven voor de montage van de steel op de machine, de schroeven voor bevestiging van het commando van de versnellingsbak, de schroeven voor bevestiging van het glijvlak en de handvaten van de hendel van de versnelling en van de hendel van de deflector worden in een aparte verpakking meegeleverd, in de verpakking van de machine. Ga als volgt te werk voor de montage:

  1. Breng de twee uiteinden van de steel nabij (afb. 6.A) de steun (afb. 6.B).
  2. Plaats de schroeven en de bouten in de gaten en blokkeer ze.

4.3.1 Montage van de handvaten van de hendels

Draai ieder handvat van de schroefstaaf van de hendel van de versnelling vast (afb. 7.A) en in de schroefstaaf van de hendel voor hetrichten van de deflector (afb. 7.B). Sluit de bevestigingsbout af.

4.4 MONTAGE VERSNELLINGSBAK

  1. Plaats het scharnier (afb. 8.A) van het commando van de versnelling in de opening van de hendel (afb. 8.B) om deze aan de aandrijving te verbinden en te bevestigen met de splitbout (afb. 8.C).
  2. Breng het bovenste deel (afb. 8.D) van het commando van de versnelling nabij de opening van het onderste deel van de hendel van de versnelling en bevestig het met de pin (afb. 8.E) en de splitbout (vooraf gemonteerd op de hendel van de versnelling) (afb. 8.F).

4.5 MONTAGE GLIJVLAK

  1. Plaats de glijring (afb. 9.A) en het glijvlak (afb. 9.B) op de flensverbinding (afb. 9.C).
  2. Plaats de sloffen (afb. 9.D) onder de flensverbinding (afb. 9.C) en zorg ervoor dat de openingsen van de slof overeenstemmen met de openingsen van de basis van het glijvlak.
  3. Plaats de schroeven met de rondsels in de openingsen en bevestig ze (afb. 9.E).

4.5.1 Montage kabel richting uitlaatglijvlak

De richtkabel heeft als doel het uitlaatglijvlak aan het richthandwieltje op het instrumentenbord te verbinden, om zo het glijvlak in de gewenste richting te konnenRCTEN.

  1. Bevestig de groep van de toevoerschroef op de steun, en controllerer of deze groep correct op het getande deel van het glijvlak geplaatst is (afb. 9.F).
  2. Koppel de vierkante sectie van de flexibele kabel vast aan de desbeteffende huizing van de onderste basis van het handwieltje (indien dit Niet vooraf gemonteerd is).
  3. Draai de ringmoer (afb. 10.B) van de kabel vast op het onderste.Deel van het handwiel (afb. 10.A) (indien dit Niet vooraf gemonteerd is).

4.5.2 Montage richtkabel deflector

De richtkabel van de deflector heeft als doel de deflector van het glijvlak aan het commando op het instrumentenbord te verbinden, om dit zo omhoog / omlaag te brengen om het in de gewenste richting te konnenRCTEN.

  1. Plaats de pin (afb. 11.B) op het einddeel van de inschakelhendel.
  2. Steek het uiteinde van de richtdraad (afb. 11.C) in de pin (afb. 11.B).
  3. Steek de spiltspie in de pin en blokkeer ze (afb. 11.D).
  4. Steek de regelschroef (afb. 11.A) in de huizing (afb. 11.E) en sluit de moer (afb. 11.A).

5. BEDIENINGSELEMENTEN

5.1 CONTACTSLEUTEL

Staat toe de motor te stoppen en te starten. De contactsleutel heeft twee standen (afb. 13.A):

  1. Sleutel verwijderd - OFF - de motor stocht en kan nicht opgestart worden.
  2. Sleutel in - ON - de motor kan opgestart en in dienst gezet worden.

BELANGRIJK De motor start nicht indien de veiligheidssleutel nicht volledig ingestoken is. Bij sommige modellen, moet de sleutel ook met de klok mee gedraaid worden om het opstarten möglich te make.

5.2 BRANDSTOFKRAAN

De opening van de brandstofkraan staat de verstrekkering van de brandstof toe (afb. 13.B).

  1. Tegen de wijzers van de klok in - open.
  2. Met de wijzers mee - gesloten.

5.3 COMMANDO VERSNELLING

Stelt het aantal toeren van de motor af.

De op hetplaatje aangegeven posities stemmen overeen met (afb. 13.C):

STIGA ST 3256 P - COMMANDO VERSNELLING - 1

  1. Vol toerental. Steeds te gebruiken bij het opstarten van de motor en tijdens de werkig.

STIGA ST 3256 P - COMMANDO VERSNELLING - 2

  1. Minimum. Te gebruiken wanneer de motor warm genoeg isijdens de parkeerfasen.

STOP

  1. Stopstand (indien aanwezig). De machine stocht onmiddelijk.

STIGA ST 3256 P - COMMANDO VERSNELLING - 3

  1. Tussenstand (indien aanwezig). Wanner men de gashendel verplaatst maar haas / schildpad, kan men de snelheid verhogen / verlagen en de meest geschikte snelheid kiezen voor de werkbehoeften (hoge sneeuw, oneffen terrein, enz.).

5.4 COMMANDO CHoke

Dit worden gezruikt om de motor koud op te starten. Het commando van de choke heeft twee standen (afb. 13.D):

STIGA ST 3256 P - COMMANDO CHoke - 1

Rechts - De choke is ingeschakeld (voor koud starten).

STIGA ST 3256 P - COMMANDO CHoke - 2

Links - De choke is uitgeschakeld (normale werking en warm starten).

5.5 PRIMER

Druk op het rubberen commando van de primer om brandstof in de zuigcollector van de carburator te spuiten, en zo het opstarten bij koude motor te vereenvoudigen (afb. 13.L).

5.6 HANDVAT VOOR HANDMATIGE START

Dit staat de handmatige start van de motor toe (afb. 13.H).

5.7 COMMANDO VOOR ELEKTRISCHE START (OPTIE)

Dit staat de elektrische start van de motor toe (afb. 14.M) wonneer de machine verbonden is aan het elektrisch net met de stekker (afb. 13.G).

5.8 COMMANDO VOORTBEWEGING

Dit commando staat de voortbeweging van de machine toe.

  1. Breng het commando omlaag (afb. 12.D) tot dit gegen het handvat voor de voortbeweging komt.
  2. Laat het commando los om de voortbeweging van de machine te stoppen.

Als het commando voor voortbeweging samen met het commando van de toevoerschroef ingeschakeld worden, blijft deze ingeschakeld ook nadat hij losgelaten worden. Hij worden enkeluitgeschakeld wanner het commando van de toevoerschroef uitgeschakeld worden (afb. 12.C).

5.9 COMMANDO TOEVOERSCHROEF

Dit commando schakelt de rotatie van de toevoerschroef in.

  • Om de rotatie van de toevoerschroef in te schakelen, brengt men het commando omlaag (afb. 12.C) tot gegen het handvat.
  • Indien enkel het commando van de toevoerschroef ingeschakeld worden, za de rotatie van de toevoerschroef stoppen wanner het commando losgelaten worden, en za het commando automatisch maar de oorspronkelijkke stand terugkeren.

5.10 HENDEL VERSNELLINGSBAK

De machine is voorzien van een versnellingsbak die ingeschakeld kan worden met een hendel (afb. 12.A):

  • 5 standen voor de regeling van de vooruitversnelling
  • 2 standen voor de regeling van dechteruitversnelling

5.11 RICHTING VAN HET GLIJVLAK EN VAN DE DEFLECTOR

De rotatie van het uitlaatglijvlak worden geregold aan de hand van de knop die toestaat het uitlaatvlak van de sneeuw in de gewenste richting te orienteren.

Verdraai het knopje (afb. 12.E) met de klok mee / gegen de klok in om het glijvlak te draaien.
De bovenkant en de onderkant van de deflector worden bediend aan de hand van de hendel (afb. 12.B). Beweeg de hendel vooruit/achteruit om de deflector omlaag / omhoog te brengen.
Hendel helemaal vooruit = deflector laag.
- Hendel helemaal achechteruit = deflector hoog.

Om de lichten te doeon branden, duwt men de schakelaar vooruit (afb. 12.F).
- Koplampen aan = rood lichtje aan.

6. GEBRUK VAN DE MACHINE

De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten wordenijdens het gebruik van de machine zich beschreiben in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Vooraleer de machine te gebruiken, moet men de aanwezigheid van brandstof en het oliepeil controleren. Voor de werkwijzen en de voorzorgsmaatregelen voor het bijvullenent van brandstof en olie (ziepar. 7.2 en par. 7.3). De sloffen dienen om de afstand van de toevoerschroef ten opzichte van het terrein te regelen, om de schroef Niet te beschadigen. Vooraleer de machine te gebruiken, moet men de sloffen op de volgende wijze afstellen:

  1. Draai de schroeven los (afb. 14.A).
  2. Breng de sloffen omhoog / omlaag (afb. 14.B).
  3. De schroeven bevestigen.

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Verzeker u ervan de inhoud ervan begrepente haben alvorens verder te gaan. Voerbovendien de volgende veiligheidscontroles uiten controllerer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen.

Voer steeds de veiligheidscontrolesuit vooraleer de machine te gebruiken.

6.2.1 Algemene controle

Object Resultaat
Brandstofsystemen verbindungenGeen lekken
Elektrische kabels Isolatievolledig intact Geen mechanische schade.
Oliecircuit Geen lekkenGeen schade.
Rijtest Geen abnormale trillngen. Geen abnormaal geluid.

6.2.2 Test Werking tractie en toevoerschroef

Actie Resultaat
De machine opstarten (par. 6.3)De wielen en de toevoerschroeif要去en stil blijven.
Test werkung tractie
Druk op het commando voor voortbeweging (afb. 12.D).De wielen doe n de sneeuwruimer vooruit gaan.
Laat het commando voor voortbeweging los (afb. 12.D).De wielen stoppen.
Test werkung toevoerschroef
Druk op het commando van de toevoerschroeif (afb. 12.C).De toevoerschroef begint te draaien.
Laat het commando van de toevoerschroef los.De toevoerschroef stopt
Test werkung toevoerschroef en wielen
Houd het commando van de toevoerschroeif ingedrukt (afb. 12.C), druk op het commando voor voortbeweging (afb. 12.D).De toevoerschroef draait en de wielen latente de sneeuwruimer vooruit gaan.
Laat het commando voor voortbeweging los (afb. 12.D).De wielen draaien en de toevoerschroef blijdtraaien.
Laat het commando van de toevoerschroef los (afb. 12.C).De toevoerschroef stopt en de wielen blokkeren.

Indien eender welke van deze resultaten verschlvt van wat aangegeven is in de volgende tabel, mag de machine Niet gebruikt worden! Breng de machine maar een Dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.

6.3 START/WERK

  1. Open de brandstofkraan (afb. 13.B).
  2. Steek de veiligheidssleutel in en draai deze met de klok mee volgens de aanwijzingen (afb. 13.A).

6.3.1 Koud starten

  1. Breng de versnellingshendel maar het volle toerental (afb. 13.C).
  2. Schakel de choke in (afb. 13.D).

  3. Druk twee of drie maal op het commando van de primer (afb. 13.L). Verzeker u ervan dat de opening bedekt is door de vinger wanner u op het commando drukt.

  4. Start met het elektrisch (par. 6.3.5) of handmatig commando (par. 6.3.3).
  5. Schakel de choke uit (afb. 13.D).

BELANGRIJK Alvorens de machine

te gebruiken, moet men enkele minuten wachten tot de olie opgewärmd is.

6.3.2 Warm starten

  1. Breng de versnellingshendel maar het volle toerental (afb. 13.C).
  2. Controller of de chokeuitgeschakeld is (afb. 13.D).
  3. Start met het elektrisch of handmatig commando (zie hierna).

BELANGRIJK Druk Niet op de

primer bij warm starten.

6.3.3 Handmatig starten

Om de motor handmatig te starten, trek het handvat langzaam (afb. 13.H) maar buiten tot u een zekere waarstand voelt. Trek dan hard en vergezel het handvat bij het loslaten. Herhaal dit tot de motor start.

OPMERKING Doe nicht meer dan 3/4

pogingen om te vermijden de motor te blokkeren. Controller de mogelijkke redenen voor het mistrukken van het starten in de "Tabel identificatie problemen".

Verzeker u ervan dat het toevoersystem voorzien is van een aarding en een aardlekschakelaar.

  1. Steek de stekker van de toevoerkabel (afb. 13.G) in een contactdoos van 230V.
  2. Druk op de startknop om de motor te starten.
  3. Haal de stekker uit de contactdoos eens de motor gestart is.

6.3.5 Bedrijf

Doe als volgt om met de machine te werken:

  • Richt het glijvlak en de deflector met het waarvoor bestemde commando (afb. 1.G).

  • Voor een langere sneeuuwstraal, richt de deflector maar boven.
    Voor een kortere sneeuwstraal, richt de deflectoraarbeneden.
    Regel de werkking in functie van de baan en van de hoeveelheid sneeuw.

  • Druk op het commando van de toevoerschroef (afb. 12.C) om de rotatie van de toevoerschroef vooraan in te schakelen.
  • Druk op het commando voor voortbeweging (afb. 12.D) om de aandrijving in te schakelen.

OPMERKING Gebruik de motor steeds bij vol toerental tijdens het gebruik van de machine.

6.3.6 Sturen

De machine worden gestuurd door ze in de gewenste richting te draaien. De modellen met "diff-lock release" hebben een vereenvoudigd stuursystem (zie tabel technische gegevens).

6.3.7 Schakelen

De machine moet stilstaan om te schakelen. Ga als volgt te werk om te schakelen:

  • Stop de machine, LAST het commando voor voortbeweging I (afb. 12.D) en het commando van de toevoerschroef (afb. 12.C) los.
  • Verplaats de schakelhendel maar de gewenste positie (afb. 12.A).
  • Herneem de normale werkung.

BELANGRIJK Schakelen bij bewegende machine veroorzaakt schade aan het transmissiesystem.

6.4 STOPPEN

Om de machine te stoppen, LAST men het commando van de toevoerschroef (afb. 12.C) en het commando voor voortbeweging (afb. 12.D) los. Volg een van de volgende werkwijzen om de machine te stoppen:

  • Verwijder of verdraai de veiligheidssleutel (afb. 13.A).
  • Breng de versnellingshendel (afb. 13.C) maar de stopstand.

De brandstofkraan moet steeds gesloten zich wanner de machine Niet in werkung is.

De motor kan onmiddelijk na het uitschakelen zeer warm zijn. Raak de knalpot of de delen ernaat nicht aan. Gevaar op brandwonden.

BELANGRIJK Indien men zich van de machine要去 verwijdenen, moet men steeds de veiligheidssteutel verwijdenen (afb. 13.A).

6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK

  • De sneeuw worden efficienter verwijdert wonneer deze nog vers is. Ga nogmaals over reeds gereinigde zones om de sneeuwresten te verwijderen.
  • Spuit de sneeuw, indien möglichk, in derrichting van de wind. Controller de afstand en de richting van de weggeschoten sneeuw.
  • Bij sterke wind, moet men de deflector omlaag brengen, om de geloste sneeuw maar het terrein terichten en zo de kans dat de wind de sneeuw maar nicht geschikte zones brengt, te verminderen.
  • Na het werk, het werktuig enkele minutes aan latent staan om ijsvorming in de sneeuwuitlaat te voorkomen.
  • Houd steeds een gpaste snelheid in functie van de condities van de sneeuw, en regel de snelheid zo dat de sneeuw gegikmatig weggeschoten worden.
  • Verminder het toerental van de motor alvorens deze te stoppen.

6.6 NA HET GEBRUIK

  • Reinig de machine (par. 7.4).
  • Beweeg alle commando's meerderemalen voor-en achteruit.
  • Controller of de choke ingeschakeld is.
  • Controller of er geen onderdelen los of beschadigd zich. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouteen aan.

Dek de machine nicht af zolang de motor en de knalpot nog warm+zijn.

7. ONDERHOUD

7.1 ALGEMEEN

BELANGRIJK De veiligheidsnormen dieijdens het onderhoud in alot genomen要去en worden, zich beschreiben in par. 2.4.

Alle controls en werkzaamheden voor onderhoud要去en uitgevoerd worden bij stilstaande machine, en met de motor uitgeschakeld. Verwijder de sleutel en lees de bijgeleverde instructies alvorens enige reinigings-, of onderhoudswerkzaamheden te verrichten.

Draag geschichte kledij, handschoenen en bril vooraleer onderhoud uit te voeren.

  • De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te latent behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en deijdnen waarop ze uitgevoerd要去en worden. Voer de desbetreffende handelinguit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
  • Het gebruik van Niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werkung en de verilgheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letselsveroorzaakt door die producten.
  • De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde Dienstcentra en wederverkopers.

BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handleiding beschreiben,zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2 BRANDSTOF BIJVULLEN

Om brandstof bij te vullen:

  1. Draai de dop van het reservoir los en verwijder hem (afb. 13.E).
  2. Plaats de trechter (afb. 13.l).
  3. Vul brandstof bij en verwijder de trechter (afb. 13.l).
  4. Schroef de dop van het benzinereservoir na het bijvullen goed zich en reinig eventuele lekken (afb. 13.E).

OPMERKING Vul het benzinereservoir Niet tot aan de rand.

OPMERKING Gebruik enkel de brandstof die aangegeven is in de tabel van de technische gegevens. Gebruik geen andere soorten brandstof. Het gebruik van ecologische brandstof, zoals alkylaatbenzine, is toegestaan. De samenstelling van deze benzine heeft eenkleinere impact op de personen en op de omgeving. Er werden geen negatieve genolgen gemeld voortkomend uit het gebruik ervan. Er zich ook soorten alkylaatbenzine in de handel verkrijgbaar waarvoor men geen nauwkeurige gebruiksaanwijzingen kan geben.Voor meer informatie,raadt men aan de instructies en gegevens te raadplegen van de fabrikant van de alkylaatbenzine.

OPMERKING Benzine is onderhevig aan bederf en mag nicht langer dan 30 dagen in het reservoir blijven. Alvorens de machine gedurende een langeijd op te bergen, dient men een voldoende hoeveelheid brandstof in het reservoir te laden om het LASTe gebruik teneinde te konnen brengen (hfdst. 8).

7.3 CONTROLE / BIJVULLEN MOTOROLIE

Controleer het oliepeil voor ieder gebruik.

OPMERKING De machine worden aan de gebruiker geleverd zonder motorolie.

7.3.1 Controle / bijvullen

Procedure:

  • Zet de machine vlak voor de contrôle.
    Maak schoon rond de dop (afb. 13.K). Schroef de staaf los, verwijder hem en reinig hem.
  • Steek de staaf helemaal in het reservoir zonder ze vast te draaien.
    Haal de staaf er opniew uit.
    Controleer het oliepeil.
    Vul bij, indien het peil lager is dan het teken "L" (afb. 15)
    Voor de correcte verwangingsprocedureie par.7.3.2

Vul nicht teveel oie bij, dit zou kuren leiden tot oververhitting van de motor. Indien het peil over het niveau "H" komt (afb.15), moet men tot aan het juiste peil draineren.

OPMERKING Voor het soort te gebruiken olie,zie "Tabel technische gegevens".

7.3.2 Vervanging

De motorolie kan zeer heet+zijn indien ze onmiddelijk na het uitschakelen van de motor verwijderd worden. Laat.darom de motor enkele minuten afkoelen alvorens de olie te verwijderen.

Vervang de motorolie met de frequents die aangegeven zijn in de "Tabel onderhoud". Vervang de olie vaker indien de motor in moeilijke omstandigheden要去 werken.

Ga als volgt te werk:

  1. Plaats de machine op een vlakke oppervlakte.
  2. Plaats een opvanghouseronder de aflaatpijp.
  3. Verwijder de vuldop (afb. 13.K).
  4. Verwijder de aflaat Dop (afb. 13.J).
  5. Vang de olie op in de houder.

  6. Draai de aflaatdop van de olie weever vast.

  7. Reinig eventuele olielekken.
  8. Vul met neue olie. Voor de hoeveelheid olie, zie "Tabel technische gegevens"
  9. Bijiegere bijvulling, start de motor en laat\ deze gedurende minstens 30 seconden\ aan het minimumtoerental draaien.
  10. Controller of er geen olie lekt.
  11. Schakel de motoruit. Wacht 30 seconden en controller opniew het oliepeil. Indien nodig, zie ook "controle/bijvullen" (par. 7.3.1).

BELANGRIJK Dien de olie in voor verwerking volgens deplaatselijke normen.

7.4 REINIGING

Voer de reiniging uit bij stilstaande machine. Tracht de sneeuw Niet van de afaat te verwijden zonder eerst:

  • het commando van de toevoerschroef losgelaten te hebben.
  • de motor uitgeschakeld te hebben.
  • de contactsleutel verwijderd te hebben

Reinig de machine steeds na gebruik. Neem de volgende instructies in acht bij het reinigen:

  • Gebruik de schoep (afb. 1.l) voor de reiniging van het uitlaatglijvlak en voor de reiniging van de machine van sneeuwresten.
  • Reinig de motor met een borstel en/of perslucht.
  • Spuit geen water direct op de motor.
  • Na de reiniging met water, de machine en de toevoerschroef opstarten om het water te verwijderen dat anders in de lagers zou+kennen doordringen en daar schade zou+kennen veroorzaken.

BELANGRIJK Gebruik nooit hogedrukwaterstralen. Die zouden de elektrische onderdelen beschadigen.

7.5 BOUGIE

Voor werkzaamheden aan de bougie, moet men zich tot een Wederverkoper of een geautoriseerd DienstcentrumRCTen. Raadpleeg de tabel onderhoud en de tabel identificatie problemen voor ingrepen aan de bougie.

7.6 CARBURATOR

De carburator is afgesteld door de fabrikant. Raadpleeg de tabel identificatie problemen om na te gaan wanner men op de carburator要去 ingrijpen (hfdst. 12).

  • Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zich dat de machine.altijdveilig werkt
  • Controller regelmatig of de bevestigingsmoeren van het uitlaatglijvlak correct vastgeklemd�.

7.8 AS VAN DE TOEVOERSCHROEF

Om de rotatie van de toevoerschroef te vergemakkelijken, raadt men aan de nipples (afb. 16.A) van de as van de toevoerschroef regelmatig in te vetten met een vetspuit.

Om in te vetten:

  • Verwijder de splitbauten en deveiligheidspinnen (afb. 16.B).
    Vet de nippels in (afb. 16.A) en verdraai de toevoerschroef op de as enkele keren zodat het vet binnenin de as kan lopen.
  • Plaats de veiligheidspinnen en de splitbouteen weeer op hun plaats. (afb. 16.B)

8. STALLING

Wanneer de machine gedurende meer dan 30 Tage opgeborgen要去 worden:

  1. Ledig het toevoercircuit van de brandstof:
  2. Sluit de brandstofkraan (afb. 13.B).
  3. Start de motor van de machine en LAST deze draaien tot hij stopt waar dat de brandstof op is.
  4. Ververs de motorolie indien dit nicht reeds in de LASTE drie maanden gedaan werd.
  5. Reinig de sneeuwruimer nauwkeurig.
  6. Controller of de sneeuwruimer geen schade vertoont. Voer eventueel de nodige herstellingen UIT.
  7. Indien de verf beschadigd is, moet men bijverven om roestvorming te voorkomen.
  8. Bescherm de metalen oppervaktes die aan roest blootgesteld zijn.
  9. Berg de sneeuwruimer op in een gesloten ruimte, indien möglichk.

9. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunden gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunden verrachten, die de gebruiker zich kanuitvoeren. Alle afstellungen en onderhoudshandelingen die nicht beschreiben zijn

in deze handleiding要去en uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correctuit te voeren, met respect voor het oorspronkelijkiveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in Niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden,doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aanspraelijkheid van de Fabrikant verrallen.

Enkel de geauthoriseerde Dienstcentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoer
- De geauthoriseerde Dienstcentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden special voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn nicht goedgekeurd, het gebruik van nicht originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
- Men raadt aan de machine eens per Jaar aan een geautoriseerd Dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.

10. GARANTIEDEKKING

De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker要去 aanachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt nicht voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentationatie.
  • Onoplettendheid.
  • Onjuist of Niet toegestaan gebruik en montage
  • Gebruik van Niet originele wisselstukken.
  • Gebruik van toebehoren dat Niet door de fabrikant versuschaft of goedgekeurd werk. Deze garantie geldt bovendien nicht voor:
  • De normale slijtage van verbruiksmaterialiaal zoals transmissieriemen, boren, koplampen, wielen, veiligheidsbouteen en draden.
  • Normale slijtage
  • Motoren. Deze zijn gedekt door de garantie van de fabrikant van de motor volgens de aangegeven termijnen en conditions.

De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zich eigend land. De rechten van de koper die voorzien zich in de nationale wetten van zich eigend land zich op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.

11. TABEL ONDERHOUD

Ingreep Frequentie Paragraf
Eerste keerVervolgens om de
MACHINE
Controle van alle bevestigingen- Voor eender welt gebruik 7.7
Veiligheidscontroles / Controle van de commando's- Voor eender welt gebruik 6.2
Algemene reiniging en controle- Aan het einde van ieder gebruik7.4
Reinigung van de aflaatzone- 5 uren / na ieder gebruik 7.4
Smering aandrijvingsas- 25 uren / na ieder seizoen ***
Smering as van de toevoerschroef- 10 uren / na ieder seizoen 7.8
MOTOR
Reinigung van de bougie - 25 uren / na ieder seizoen ***
Vervangbing bougie-100 uren / na ieder seizoen***
Controle/bijvullen peil motorolie-5 uren / na ieder gebruik7.3.1
Vervangbing motorolie5 uren50 uren / na ieder seizoen7.3.2

*** Ingrepen die uitgevoerd要去en worden door Uw Wederverkoper of door een geauthoriseerd Dienstcentrum

12. IDENTIFICATIE PROBLEMEN

PROBLEMEN MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
1. De machine start nichtContactsleutel nicht geplaatst Steck de contactseutel in
Gebrek aan brandstof Vul het reservoir met schone en reine brandstof
Choke uitgeschakeld Schakel de choke in.
Primer nicht ingedrukt Druk deprimer in
Motor verstopt Wacht enkele minuten alvorens op te starten Druk nicht op de primer en schakel de choke uit
Bougie beschadigd Contactor het geauteiserde dienstcentrum.
Oude brandstof Contactor het geautorisde dienstcentrum.
Water in de brandstof Contactor het geautorisde dienstcentrum.
2. Verlies aan vermogenWegschemien van teveel sneeuw Verminder de snelheid
Dop reservoir brandstof bedekt met ijs of sneeuw.Verwijder het ijs of de sneeuw van op en rond de dop van het reservoir.
3. Motor draait aan het minimum en werktonregelmatigDe choke is ingeschakeld Schakel de choke uit.
Oude brandstof Contactor het geautorisde dienstcentrum.
Water in de brandstof Contactor het geautorisde dienstcentrum.
Carburator要去 verrangen wordenContacteer het geautorisde dienstcentrum.
4. Overdreven trillingenLosse delen of toevoerschroefof rotor beschadigd.Klem alle bevestigingsinrichtingen vast. Vervang de beschadigde delen nabij een geautoriserd Dienstcentrum.
Niet correct geplaatste steel.Verzeker u ervan dat de steel op+zijn plaats is.
5. Verlies of vertraging bij wegschieten van de sneeuw.Uitlaatglijvlak verstoot.Reinig het uitlaatglijvlak
Toevoerschroef geklemd.Verwijder eventuele afval of vremeinde voorwerpen uit de toevoerschroeif.
6. Tractie werkt nichtCommandokabel voor inschakeling tractie nicht correct afgesteld.Contacteer het geautorisde dienstcentrum.

Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.

INNHOLD

  1. GENERELT 1

  2. SIKKERHETSBESTEMMELSER. 2

Echipamente individuale de protectie (EIP)

  • Nuutilizati plugul de zapada fara a purta imbracaminte corespunzatoare.
  • Purtaí incalṭaminte care permite o buna aderentā pe suprafete alunecoase.
  • Puratai intotdeauna ochelari de protectie sau o viziera in timpul utilizarii, intretineri siu reparatiilor. In timpul functionarii, masinile motorizate ar putea proiecta corpuri straine in ochi.
  • Purtati cesti antifonice.

Zona de lucru / Maşina

PERICOL! Purtati ochelari de protectie.

NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van STIGA S.p.A. enarendoor het autoursrecht - Elke Niet-geautoriserde reproductie of wijziging, ook gedeelijke, van het document is verboden.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : ST 3256 P

Categorie : Sneeuwblazer