GLL 3-80 P Professional - Afstandsmeter BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GLL 3-80 P Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Kruislijnlaserniveau |
| Merk | Bosch |
| Model | GLL 3-80 P Professional |
| Gebruik | Professioneel |
| Lasertechnologie | Rode diodelaser 635 nm |
| Aantal lijnen | 3 (2 horizontaal, 1 verticaal) |
| Bereik zonder ontvanger | Tot 20 m (diameter) |
| Bereik met ontvanger | Tot 80 m (diameter) |
| Nauwkeurigheid nivellering | ±0,3 mm/m |
| Zelfnivelleringsbereik | ±4° |
| Nivelleringstijd | Ongeveer 4 s |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C tot 50 °C |
| Beschermingsgraad | IP54 (beschermd tegen waterspatten en stof) |
| Voeding | 4 AA alkalinebatterijen van 1,5 V |
| Autonomie | Ongeveer 30 u (continu) |
| Gewicht | 0,65 kg (met batterijen) |
| Afmetingen (L x B x H) | 130 x 70 x 120 mm |
| Inhoud van de levering | Laserniveau, 4 AA-batterijen, laserontvanger, muurbeugel, transportkoffer |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de laseruitgangsvensters met een zachte, droge doek. Gebruik geen oplosmiddelen. Vervang de batterijen indien nodig. |
| Veiligheid | Laserklasse 2 (≤ 1 mW, niet rechtstreeks in de straal kijken). Gebruik alleen door Bosch aanbevolen accessoires. |
| Repareerbaarheid | Reparatie uitsluitend door een erkende Bosch-service. Zie de handleiding voor reserveonderdelen. |
Veelgestelde vragen - GLL 3-80 P Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GLL 3-80 P Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afstandsmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GLL 3-80 P Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GLL 3-80 P Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GLL 3-80 P Professional BOSCH
in Oursprönkejke gebruikszanwi
da Original bruesanvispi
sv Bruksanvisning | original
no Original driftsinstruks
Veiligheidsvoorschriften

Alle aanwijzingen moeten worden gelezen en in acht worden genomen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje in het Engels (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 13).

Laserstraling klasse 2 kijk niet in de straal IEC 60825-1:2007-03 <1 mW, 640 nm
Plak over de Engelse tekst van het waarschuwingsplaatje de meegeleverde sticker in uw eigen taal voordat u het gereedschap voor het eerst gebruikt.
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daardoor kunt u personen verblinden.
- Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
- Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
▶ Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden verblind.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Breng het meetgereedschap en het laserdoelpaneel 15 niet in de buurt van een pacemaker. De magneten van meetgereedschap en laserdoelpaneel brengen een veld voort dat de functie van een pacemaker nadelig kan beïnvloeden.
Houd het meetgereedschap en het laserdoelpaneel 15 uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten van meetgereedschap en laserdoelpaneel kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.
Functiebeschrijving
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen.









Nederlands | 63
Technische gegevens
| Lijnlaser GLL 3-80 P | |
| Professional | |
| Zaaknummer 3 601 K63 300 | |
| Werkbereik^1) | |
| - s t a n d a a r d | 20 m |
| - met pulsfunctie | 15 m |
| - met laserontvanger | 5-80 m |
| Waterpasnauwkeurigheid | ± 0,2 mm/m |
| Zelfwaterpasbereik kenmerkend | ± 4° |
| Waterpastijd kenmerkend | <4 s |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C ... +40 °C |
| Bewaartemperatuur | -20 °C ... +70 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90 % |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 640 nm, <1 mW |
| C_6 | 1 |
| kortste impulsduur | 1/1600 s |
| Statiefopname | 1/4", 5/8" |
| Batterijen | 4 x 1 , 5 V L R 0 6 ( A A ) |
| Gebruiksduur | |
| - met 3 laservlakken | 5 h |
| - met 2 laservlakken | 9 h |
| - met 1 laservlak | 18 h |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 | 0,75 kg |
| Afmetingen | 159 x 141 x 75 mm |
| Beschermingsklasse | IP 54 (stof- en spatwaterbescherming) |
1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht).
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen kunnen afwijken.
Het serienummer 14 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.
64 | Nederlands
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Opening voor laserstraal
2 Batterijwaarschuwing
3 Toets pulsfunctie
4 Functietoets
5 Weergave pulsfunctie
6 Indicatie werkzaamheden zonder automatisch waterpassen
7 Aan/uit-schakelaar
8 Magneten
9 Statiefopname 5/8"
10 Statiefopname 1/4"
11 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
12 Deksel van batterijvak
13 Laser-waarschuwingsplaatje
14 Serienummer
15 Laserdoelpaneel
16 Meetplaat met voet*
17 Laserontvanger*
18 Beschermetui*
19 Universele houder*
20 Laserbril*
21 Statief*
22 Meetlat*
* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd.
Montage
Batterijen inzetten of vervangen
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkalimangaanbatterijen geadviseerd.
Als u het batterijvakdeksel 12 wilt openen, duwt u de vergrendeling 11 in de richting van de pijl en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterijen. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvakdeksel.
Als de batterijen bijna leeg zijn, klinkt eenmaal een geluidssignaal van 5 seconden. De batterijwaarschuwing 2 knippert continu rood. Het meetgereedschap kan niet langer dan 2 uur worden gebruikt.
Als de batterijen bij het inschakelen van het meetgereedschap bijna leeg zijn, klinkt het geluidssignaal van 5 seconden meteen na het inschakelen van het meetgereedschap.
Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
▶ Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken.
Gebruik
Ingebruikneming
Bij gebruik van het meetgereedschap klinken onder bepaalde omstandigheden luide geluidssignalen. Houd daarom het meetgereedschap uit de buurt van uw oor en van andere personen. Het luide geluid kan het gehoor beschadigen.
▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschomme-









Nederlands | 65
lingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beïnvloed.
▶ Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Waterpasnauwkeurigheid”).
▶ Schakel het meetgereedschap uit wanneer u het verplaatst of vervoert. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.
In- en uitschakelen
Als u het meetgereedschap wilt inschakelen duwt u de aan/uit-schakelaar 7 in de stand „on” (voor werkzaamheden zonder automatisch waterpassen) of in de stand „on” (voor w heden met automatisch waterpassen). Onmiddel- lijk na het inschakelen zendt het meetgereed- schap laserlijnen uit de laserstraalopeningen 1.
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, duwt u de aan/uit-schakelaar 7 in de stand „off”. Als u het meetgereedschap uitschakelt, wordt de pendeleenheid vergrendeld.
Bij het overschrijden van de maximaal toegestane bedrijfstemperatuur van 45 °C vindt uitschakeling plaats om de laserdiode te beschermen. Na het afkoelen is het meetgereedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Automatische uitschakeling deactiveren
Als er gedurende ca. 30 minuten geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterijen te ontzien.
Als u het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer wilt inschakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar 7 eerst in de stand „off” duwen en het meetgereedschap vervolgens weer inschakelen, of u drukt eenmaal op de functietoets 4 of de toets Pulsfunctie 3.
Als u de automatische uitschakeling wilt deactiveren, houdt u de functietoets 4 gedurende minstens 3 seconden ingedrukt terwijl het meetgereedschap ingeschakeld is. Als de automatische uitschakeling gedeactiveerd is, knipperen de laserstralen kort ter bevestiging.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
Als u de automatische uitschakeling wilt active- ren, schakelt u het meetgereedschap uit en weer in, of u houdt in plaats daarvan de functie- toets 4 minstens 3 seconden ingedrukt.
Geluidssignaal deactiveren
Na het inschakelen van het meetgereedschap is het geluidssignaal altijd geactiveerd.
Als u het geluidssignaal wilt deactiveren of activeren, drukt u tegelijkertijd de functietoets 4 en de toets Pulsfunctie in 3 en houdt u deze minstens 3 seconden ingedrukt.
Bij het activeren en deactiveren klinken drie korte geluidssignalen ter bevestiging.
Functions
Het meetgereedschap beschikt over meerdere functies. U kunt op elk gewenst moment tussen de functies wisselen:
- een horizontaal laservlak voort voortbrengen,
- een verticaal laservlak voortbrengen,
- twee verticale laservlakken voortbrengen,
- een horizontaal laservlak en twee verticale laservlakken voortbrengen.
Na het inschakelen brengt het meetgereedschap een horizontaal laservlak voort. Als u van functie wilt wisselen, drukt u op de functietoets 4.
Alle functies kunt u met of zonder automatisch waterpassen kiezen.









66 | Nederlands
Pulsfunctie
Voor werkzaamheden met de laserontvanger 17 moet - onafhankelijk van de gekozen functie - de pulsfunctie worden geactiveerd.
In de pulsfunctie knipperen de laserlijnen met een zeer hoge frequentie en kunnen daardoor door de laserontvanger 17 worden gevonden. Als u de pulsfunctie wilt inschakelen, drukt u op de toets 3. Als de pulsfunctie ingeschakeld is, brandt de indicatie 5 groen.
Voor het menselijke oog is de zichtbaarheid van de laserlijnen verminderd wanneer de pulsfunctie ingeschakeld is. Voor werkzaamheden zonder laserontvanger schakelt u daarom de pulsfunctie uit door de toets 3 opnieuw in te drukken. Wanneer de pulsfunctie uitgeschakeld is, gaat de indicatie 5 uit.
Werkzaamheden met automatisch waterpassen
Plaats het meetgereedschap op een rechte en stabiele ondergrond of bevestig het op de houder 19 of het statief 21.
Duw voor werkzaamheden met automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar 7 in de stand „o n”.
Door het automatisch waterpassen worden on- effenheden binnen het zelfwaterpasbereik van ± 4° automatisch gecompenseerd. Het water- passen is afgesloten zodra de laserlijnen niet meer bewegen.
Als automatisch waterpassen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat het oppervlak waarop het meetgereedschap staat meer dan 4° van de waterpaslijn afwijkt, beginnen de laserlijnen in een snel ritme te knipperen. Als het geluidssignaal geactiveerd is, klinkt maximaal gedurende 30 seconden een geluidssignaal met een snel ritme. Binnen 10 seconden na het inschakelen is dit alarm gedeactiveerd om het instellen van het meetgereedschap mogelijk te maken.
Stel in dit geval het meetgereedschap horizontaal op en wacht het zelfwaterpassen af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zelfwaterpasbereik van ±4° bevindt, schijnen de laserstralen continu en wordt het geluidssignaal uitgeschakeld.
Bij trillingen of veranderingen van plaats tijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw gewaterpast. Controleer na opnieuw waterpassen de stand van de horizontale en verticale laserlijn in relatie tot de referentiepunten om fouten te voorkomen.
Werkzaamheden zonder automatisch waterpassen
Duw voor werkzaamheden zonder automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar 7 in de stand „o n”. Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, brandt de indicatie 6 rood en knipperen de laserlijnen gedurende 30 seconden in een langzaam ritme.
Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, kunt u het meetgereedschap in uw hand houden of op een schuine ondergrond plaatsen. De laserlijnen verlopen niet meer noodzakelijk loodrecht op elkaar.
Waterpasnauwkeurigheid
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.
Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.
Behalve externe invloeden, kunnen ook apparaatspecifieke invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werkzaamheden de nauwkeurigheid van het meetgereedschap.
Controleer altijd eerst de waterpasnauwkeurigheid van de horizontale laserlijn en vervolgens die van de verticale laserlijnen.
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repareren.










Nederlands | 67

Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de breedteas controleren
Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 5 meter op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.
- Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op een statief of plaats het op een vlakke en stabiele ondergrond. Schakel het meetgereedschap in de functie met automatisch waterpassen in. Kies de functie waarin een horizontaal laservlak en een verticaal laservlak frontaal vóór het meetgereedschap worden voortgebracht.

- Richt de laser op de nabijgelegen muur A en laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van het punt waarop de laserlijnen elkaar bij muur A snijden (punt I).

- Draai het meetgereedschap 180°, laat het waterpassen en markeer het snijpunt van de laserlijnen op de tegenoverliggende muur B (punt II).
- Plaats het meetgereedschap - zonder het te draaien - dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen.

- Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen), dat het snijpunt van de laserlijnen precies het eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt.

- Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te veranderen. Richt het zo op muur A, dat de verticale laserlijn door het reeds gemarkeerde punt I loopt. Laat het meetgereedschap waterpassen en markeer het midden van het snijpunt van de laserlijnen op muur A (punt III).
- Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en III op muur A levert de feitelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap langs de breedteas op.
Op het meettraject van 2 x 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:
10 m x ±0,2 mm/m = ±2 mm.
Het verschil d tussen de punten 1 en III mag daarom hoogstens 2 mm bedragen.






68 | Nederlands
Waterpasnauwkeurigheid van de verticale lijnen controleren
Voor de controle heeft u een deuropening nodig met (op een stabiele ondergrond) aan beide zijden van de deur minstens 2,5 meter ruimte.
- Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van de deuropening op een vlakke en stabiele ondergrond neer (niet op een statief). Schakel het meetgereedschap in de functie met automatisch waterpassen in. Kies een functie waarin een verticaal laservlak frontaal vóór het meetgereedschap wordt voortgebracht.

- Markeer het midden van de verticale laserlijn onderaan de deuropening (punt I), op 5 meter afstand aan de andere kant van de deuropening (punt II) en bovenaan de deuropening (punt III).

- Draai het meetgereedschap 180° en stel het aan de andere zijde van de deuropening vlak achter punt II op. Laat het meetgereedschap
waterpassen en richt de verticale laserlijn zo, dat het midden ervan precies door de punten 1 en 11 loopt.
- Markeer het midden van de laserlijn aan de bovenste rand van de deuropening als punt IV.
- Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten III en IV levert de feitelijke afwijking van het meetgereedschap van de verticale lijn op.
- Meet de hoogte van de deuropening.
Herhaal de meting voor de tweede verticale laseras. Kies daarvoor een functie waarin een verticaal laservlak aan de zijkant van het meetgereedschap wordt voortgebracht en draai het het meetgereedschap vóór het begin van de meting 90°.
De maximaal toegestane afwijking berekent u als volgt:
Dubbele hoogte deuropening x 0,2 mm/m Voorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2 m mag de maximale afwijking
2 x 2 m x ±0,2 mm/m = ±0,8 mm bedragen. De punten III en IV mogen daarom bij elk van beide metingen hoogstens 0,8 mm uit elkaar liggen.
Tips voor de werkzaamheden
- Gebruik altijd alleen het midden van de laserlijn voor het markeren. De breedte van de laserlijn verandert met de afstand.
Werkzaamheden met het laserdoelpaneel
Het laserdoelpaneel 15 verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal bij ongunstige omstandigheden en grote afstanden.
De reflecterende helft van het laserdoelpaneel 15 verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal. Door de transparante helft is de laserstraal ook vanaf de achterzijde van het laserdoelpaneel herkenbaar.
Werkzaamheden met het statief (toebehoren)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Zet het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname 10 op de schroefdraad van het statief 21 of een in de handel verkrijgbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een in de handel verkrijgbaar bouwstatief gebruikt u de 5/8"-statiefopname 9. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.





Bevestigen met de universele houder (toebehoren) (zie afbeelding D)
Met de universele houder 19 kunt u het meetgereedschap bevestigen, bijvoorbeeld op verticale oppervlakken, buizen of magnetiseerbare materialen. De universele houder is eveneens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteafstelling van het meetgereedschap.
Werkzaamheden met de meetplaat (toebehoren) (zie afbeeldingen A-B)
Met de meetplaat 16 kunt u de lasermarkering op de vloer resp. de laserhoogte op een muur overbrengen.
Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing ten opzichte van de gewenste hoogte meten en op een andere plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte.
De meetplaat 16 heeft een reflecterende laag die de zichtbaarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zichtbaar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt.
Werkzaamheden met laserontvanger (toebehoren) (zie afbeelding D)
Bij ongunstige lichtomstandigheden (omgeving met veel licht, rechtstreeks zonlicht) en op grote afstanden gebruikt u de laserontvanger 17 om de laserlijnen beter te kunnen vinden. Schakel bij werkzaamheden met de laserontvanger de pulsfunctie in (zie „Pulsfunctie“, pagina 66).
Laserbril (toebehoren)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder.
- Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
- Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Toepassingsvoorbeelden (zie afbeeldingen C-H)
Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui of de koffer.
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het meetgereedschap niet.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.
Verzend het meetgereedschap in het bescher- metui 18 in het geval van een reparatie.









70 | Nederlands
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.
Nederland
Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België en Luxemburg
Tel.: +32 (070) 22 55 65
Fax: +32 (070) 22 55 75
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU:

Gooi meetgereedschappen niet bij het huisvuil.
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in
nationaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Accucellen en batterijen:
Gooi accucellen en batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accucellen en batterijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd.
Alleen voor landen van de EU:
Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accucellen en batterijen worden gerecycled.
Wijzigingen voorbehouden.
Dansk | 71