RCS-4450C - RYOBI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RCS-4450C RYOBI in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Onbepaald in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RCS-4450C - RYOBI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RCS-4450C van het merk RYOBI.
GEBRUIKSAANWIJZING RCS-4450C RYOBI
Het is absoluut noodzakelijk vóór montage en inbedrijfstelling de aanwijzingen in deze handleiding te lezen.
960086014-01.indd Sec1:114
1/12/2004 5:03:24 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands Gefeliciteerd met de aankoop van Ryobi gereedschap! Deze kettingzaag is ontwikkeld en vervaardigd volgens de hoge norm van Ryobi voor betrouwbaarheid, gebruiksgemak en bedieningsveiligheid. Door het op de juiste manier te onderhouden kunt u jarenlang plezier hebben van dit robuuste en krachtige apparaat.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING De waarschuwingen, stickers en aanwijzingen in dit gedeelte van de gebruikershandleiding zijn bestemd voor uw veiligheid. Het niet opvolgen van alle aanwijzingen kan resulteren in ernstig lichamelijk letsel. Voor het veilige gebruik van dit gereedschap is het noodzakelijk dat u de gebruikershandleiding leest en begrijpt evenals alle stickers die op het gereedschap zijn aangebracht. Veiligheid is een kwestie van gezond verstand, oplettendheid en kennis van de kettingzaag.
WAARSCHUWING Om gevaar voor lichamelijk letsel te verminderen dient u deze gebruikshandleiding absoluut goed door te lezen en te gebruiken. BELANGRIJK Onderhoud vereist grote zorg en een degelijke kennis van het apparaat: het moet daarom door een vakbekwame persoon worden uitgevoerd. Voor reparaties mogen uitsluitend originele Ryobi reservedelen worden gebruikt. Voor een veilig gebruik dient u alle aanwijzingen op te volgen en te begrijpen voordat u de kettingzaag gaat gebruiken. Houd u aan alle veiligheidsvoorschriften. Het niet opvolgen van alle onderstaande veiligheidsaanwijzingen kan resulteren in ernstig lichamelijk letsel.
WAARSCHUWING Lees deze gebruikershandleiding in zijn geheel door voordat u de kettingzaag gaat gebruiken. Lees aandachtig de veiligheidsvoorschriften en de betekenis van alle veiligheidssymbolen, waaronder Gevaar, Waarschuwing en Let op. Deze veiligheidsvoorschriften zijn er voor uw veiligheid en om mogelijk ernstig letsel te voorkomen. Indien u uw zaag op de juiste wijze gebruikt en alleen waarvoor het bedoeld is, zult u hiervan vele jaren veilig en betrouwbaar gebruik kunnen maken. WAARSCHUWING Dit symbool duidt aan dat er belangrijke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen. Het betekent: Let op! Uw veiligheid staat op het spel! WAARSCHUWING Tijdens het gebruik van gereedschap kunnen deeltjes wegspatten en in uw ogen terechtkomen, wat ernstig oogletsel kan veroorzaken. Zet daarom altijd een veiligheidsbril of een beschermbril met zijschotjes op en zonodig een gelaatsmasker, voordat u uw gereedschap gaat gebruiken. Wij raden brildragers aan hun bril te beschermen door er een gelaatsmasker of een standaard veiligheidsbril met zijschotjes overheen te dragen. Draag altijd oogbescherming. LEES ALLE AANWIJZINGEN.
MAAK UZELF VERTROUWD MET HET APPARAAT. Lees deze gebruikershandleiding zorgvuldig door. Leer de toepassingen en de beperkingen van het apparaat kennen, evenals de specifieke potentiële gevaren die eraan verbonden zijn. KETTINGZAGEN zijn uitsluitend ontworpen voor het zagen van hout. TERUGSLAG KAN GEBEUREN WANNEER DE NEUS OF DE PUNT VAN HET ZWAARD EEN VOORWERP RAAKT of het hout de kettingzaag afknelt in de zaagsnede. Contact met de punt kan in sommige gevallen een bliksemsnelle tegengestelde reactie veroorzaken, waarbij het zwaard omhoog en in de richting van de gebruiker terugslaat. Dit gebeurt ook als de ketting bekneld raakt tijdens het zagen. In beide gevallen kunt u de macht over de zaag verliezen wat kan resulteren in ernstig letsel. Vertrouw NIET ALLEEN op de veiligheidsvoorzieningen die in de zaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag dient u verschillende maatregelen te nemen om uw omgang met de zaag te vrijwaren van ongelukken of letsels. 1. Met elementaire kennis van terugslag kunt u het verrassingselement verkleinen of elimineren. Het verrassingseffect is een factor die meeweegt bij ongelukken. 2. Houd de kettingzaag tijdens het gebruik altijd stevig met twee handen vast. Plaats uw rechterhand op de achtergreep en uw linkerhand op de voorgreep, waarbij uw duimen en vingers de handgrepen van de kettingzaag omsluiten. Door het apparaat goed vast te houden met uw linker arm gestrekt kunt u de macht over de machine behouden in geval van terugslag. 3. Zorg ervoor dat het gebied waarin u zaagt, vrij is van obstakels. Laat het uiteinde van het zwaard NIET in aanraking komen met een stam, een tak, een omheining of enig ander voorwerp dat kan worden aangestoten tijdens het gebruik van de kettingzaag.
4. Zaag altijd met de motor op volgas. Druk de schakelaar altijd helemaal in en zorg dat de zaagsnelheid gelijkmatig blijft. 5. Reik niet buiten uw bereik en zaag niet boven borsthoogte. 6. Volg de slijp- en onderhoudsaanwijzingen van de fabrikant voor de kettingzaag op. 7. Gebruik uitsluitend de zwaarden die door de fabrikant zijn aanbevolen. GEBRUIK DE KETTINGZAAG NIET MET ÉÉN HAND. Eenhandige bediening kan resulteren in ernstig letsel bij uzelf en andere personen verwonden (zoals helpers of omstanders) die in het werkgebied aanwezig zijn. Een kettingzaag is bedoeld voor tweehandig gebruik. GEBRUIK DE ZAAG NIET WANNEER U VERMOEID BENT. Bedien nooit een kettingzaag wanneer u moe bent of onder de invloed van medicijnen, drugs of alcohol. GEBRUIK VEILIGHEIDSSCHOEISEL. Draag nauwsluitende kleding, beschermende handschoenen, een veiligheidsbril en oog-, gehoor en hoofdbescherming. GA NIET OP EEN ONSTABIEL OPPERVLAK STAAN terwijl u de kettingzaag gebruikt, zoals op een ladder, een steiger, in een boom, enz. WEES VOORZICHTIG TIJDENS DE OMGANG MET BRANDSTOF. Zorg voor een afstand van minimaal 15 meter tussen kettingzaag en brandstoflocatie voordat u de motor start. HOUD ANDERE PERSONEN UIT DE BUURT VAN DE KETTINGZAAG tijdens het starten van of zagen met de kettingzaag. Houd omstanders en dieren buiten het werkterrein. NEEM EERST EEN AANTAL MAATREGELEN VOORDAT U BEGINT TE ZAGEN: zorg dat de werkzone goed is opgeruimd en dat uw werkpositie stabiel is en bedenk naar welke kant u wegloopt op het moment dat de boom begint te vallen. HOUD DE KETTINGZAAG OP AFSTAND VAN UW LICHAAM en lichaamsdelen wanneer de motor draait. D R A A G D E K E T T I N G Z A A G A LT I J D M E T UITGESCHAKELDE MOTOR EN INGESCHAKELDE REM, met het zwaard en de zaagketting naar achteren gericht en de geluidsdemper van uw lichaam verwijderd. Bij vervoer van de kettingzaag dient u de juiste zwaardbeschermer te gebruiken. GEBRUIK GEEN KETTINGZAAG DIE BESCHADIGD, verkeerd afgesteld of niet volledig en
veilig is samengebouwd. Controleer of de zaagketting stopt wanneer de handgashendel wordt losgelaten. SCHAKEL HET APPARAAT UIT voordat u de kettingzaag neerzet. Laat de motor NOOIT onbeheerd laten draaien. Als aanvullende veiligheidsmaatregel dient u de kettingrem in te schakelen voordat u de zaag neerzet. WEES BUITENGEWOON VOORZICHTIG wanneer u kleine struiken en dunne takjes zaagt, omdat het buigzame materiaal zich in de zaagketting kan vastgrijpen, waardoor deze naar u toe wordt geslagen of u uit uw evenwicht brengt. WANNEER EEN TAK WORDT GEZAAGD DIE ONDER SPANNING STAAT, wees dan bedacht op het terugveren zodat u niet wordt geraakt wanneer de veerkracht in de houtvezels wordt vrijgelaten. HOUD DE HANDGREPEN droog, schoon en vrij van olie of brandstof. GEBRUIK DE KETTINGZAAG ALLEEN IN GOED GEVENTILEERDE RUIMTEN. GEBRUIK DE KETTINGZAAG NIET IN EEN BOOM tenzij u specifiek hiervoor bent opgeleid. ZORG DAT U ALTIJD EEN BLUSAPPARAAT BIJ DE HAND HEBT ALS U DE KETTINGZAAG GEBRUIKT. V O L G D E S L I J P E N ONDERHOUDSAANWIJZINGEN VOOR DE KETTING VAN DE ZAAG. G E B R U I K U I T S L U I T E N D Z WA A R D E N E N KETTINGEN met een lage terugslag die voor uw zaag zijn voorgeschreven. PROBEER DE aandrijfkop niet aan te passen voor een beugelgeleider en gebruik de zaag niet om hulpstukken aan te drijven die de fabrikant niet heeft voorzien. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG. Raadpleeg deze regelmatig en gebruik ze om andere gebruikers te instrueren. Als u dit gereedschap aan iemand uitleent, geef deze aanwijzingen er dan ook bij.
SPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR KETTINGZAGEN WAARSCHUWING De waarschuwingen, stickers en aanwijzingen in dit gedeelte van de gebruikershandleiding zijn bestemd voor uw veiligheid. Het niet opvolgen van alle aanwijzingen kan resulteren in ernstig lichamelijk letsel. 116
960086014-01.indd Sec1:116
1/12/2004 5:03:26 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands SPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR KETTINGZAGEN ■
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN ■ ZAAG GEEN STENGELS en/of klein struikgewas (dunner dan 76 mm in diameter). ■ DE UITLAATDEMPER IS ZEER HEET tijdens en na het gebruik van de kettingzaag. Het aanraken van de buitenkant kan resulteren in ernstige brandwonden. ■ HOUD DE KETTINGZAAG ALTIJD MET BEIDE HANDEN VAST wanneer de motor draait. Zorg voor een stevige grip waarbij duimen en vingers de handgrepen van de kettingzaag goed omsluiten. ■ LAAT NOOIT IEMAND DE KETTINGZAAG gebruiken die niet is onderwezen in het juiste gebruik. Dit geldt zowel voor gehuurde zagen als voor eigen zagen. ■ VOORDAT U DE MOTOR START, dient u er zeker van te zijn dat de ketting met geen enkel voorwerp in aanraking is. ■ GEBRUIK DE KETTINGZAAG alleen in goed geventileerde ruimten. ■ DRAAG GESCHIKTE KLEDING. Draag nauwsluitende kleding. Draag altijd een lange, stevige broek, laarzen en handschoenen. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen en loop nooit op blote voeten. Draag geen kleding die in de motor kan worden getrokken of verstrikt kan raken in de ketting of het struikgewas. Draag een overall, spijkerbroek of een lange broek van dikke en stevige stof. Steek uw haar op boven de schouders. ■ Draag veiligheidsschoeisel met antislipzolen en handschoenen van zware kwaliteit om uw grip te verbeteren en uw handen te beschermen. ■ Draag oog-, gehoor- en hoofdbescherming tijdens het gebruik van dit apparaat.
een afstand van minimaal 15 meter tot de plek waar u de tank hebt bijgevuld voordat u de motor start. Probeer onder geen enkele omstandigheid gemorste brandstof te verbranden.
BASISVOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE PLEK WAAR U WERKT ■ Gebruik de kettingzaag niet in een boom. ■ Gebruik de kettingzaag niet op een ladder: dit is buitengewoon gevaarlijk. ■ Houd omstanders en dieren buiten het werkgebied. Houd andere personen uit de buurt tijdens het starten van of zagen met de kettingzaag. Opmerking: de grootte van het werkgebied is afhankelijk van het werk dat wordt uitgevoerd, alsmede de maten van de desbetreffende boom of het werkstuk. Voor het vellen van een boom is bijvoorbeeld een veel groter werkgebied nodig dan voor andere zaagwerkzaamheden (bijv. voor kortzagen, enz.). DUWEN EN TREKKEN De reactiekracht is altijd tegenovergesteld aan de richting waarin de ketting beweegt. U moet er dus op bedacht zijn om de macht over de TREK-kracht te behouden wanneer u met de onderkant van het zwaard zaagt en over de DUW-kracht wanneer u met de bovenkant van het zwaard zaagt. Opmerking: de kettingzaag is volledig door de fabriek getest. Een licht olieresidu op de zaag is normaal. ONDERHOUDSVOORZORGSMAATREGELEN Gebruik geen kettingzaag die beschadigd of verkeerd afgesteld is of niet volledig en veilig in elkaar gezet is. Controleer of de zaagketting stopt wanneer de handgashendel wordt losgelaten. Als de zaagketting bij stationair toerental beweegt, moet de carburateur worden afgesteld. Raadpleeg het deel «Bediening – Stationair toerental afstellen» later in deze handleiding. Als de zaagketting nog steeds beweegt bij stationair toerental nadat de aanpassing is uitgevoerd, dient u contact op te nemen met een erkend Ryobi servicecentrum en mag u de zaag niet meer gebruiken totdat het probleem is verholpen.
BIJTANKEN (NIET ROKEN!) ■ Ga voorzichtig om met de brandstof om het gevaar voor brand en verbranding te beperken. Het is een uiterst ontvlambare stof. ■ Meng en sla brandstof op in een houder die goedgekeurd is voor benzine. ■ Meng de brandstofcomponenten in de buitenlucht en uit de buurt van vonken of vlammen. ■ Kies een plek vrij van obstakels, stop de motor en laat hem afkoelen voordat u de tank bijvult. ■ Draai de brandstofdop voorzichtig open om de druk te verminderen en om te voorkomen dat er brandstof langs de dop ontsnapt. ■ Draai de dop stevig vast na het bijvullen van de tank. ■ Veeg gemorste brandstof van het apparaat. Zorg voor
WAARSCHUWING Alle reparatiewerkzaamheden aan de kettingzaag, uitgezonderd de items die in de onderhoudsaanwijzingen in de gebruikershandleiding staan vermeld, moeten door een bekwame vakman worden uitgevoerd. Als onjuist gereedschap wordt gebruikt om het 117
960086014-01.indd Sec1:117
1/12/2004 5:03:26 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands SPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR KETTINGZAGEN vliegwiel of de overbrenging te verwijderen, of om het vliegwiel vast te houden om de koppeling te demonteren, dan kan er structurele schade aan het vliegwiel ontstaan waardoor vervolgens het vliegwiel uiteen kan barsten, wat ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben. TERUGSLAG Terugslag is een gevaarlijke reactie die tot ernstig lichamelijk letsel kan leiden. Vertrouw niet alleen op de veiligheidsvoorzieningen die in uw zaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag dient u speciale veiligheidsvoorzorgsmaatregelen te treffen om uw omgang met de zaag te vrijwaren van ongelukken of lichamelijk letsel. Opmerking: raadpleeg het deel “Bediening” verderop in deze handleiding voor aanvullende informatie over terugslag en de wijze waarop u ernstig lichamelijk letsel kunt voorkomen. BEWAAR DEZE HANDLEIDING ZORGVULDIG VOOR LATER GEBRUIK.
960086014-01.indd Sec1:118
1/12/2004 5:03:27 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands SYMBOLEN Op uw apparaat kunnen onderstaande symbolen voorkomen. Leer deze symbolen kennen en onthoud hun betekenis. Als u deze symbolen op de juiste manier interpreteert, kunt u het apparaat veiliger en doeltreffender gebruiken.
SYMBOOL NAAM OMSCHRIJVING / VERKLARING Waarschuwing
Geeft de voorzorgsmaatregelen aan die u moet nemen voor uw veiligheid.
Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door
Om gevaar voor lichamelijk letsel te beperken dient u deze gebruikshandleiding goed door te lezen en te begrijpen voordat u het apparaat gaat gebruiken.
Draag een veiligheidsbril, gehoorbeschermers en een helm
Draag oog-, gehoor- en hoofdbescherming tijdens het gebruik van dit apparaat.
Verboden om te roken en te werken in de nabijheid van vonken en open vuur.
Gebruik met twee handen
Houd de kettingzaag altijd met uw twee handen vast bij gebruik.
Gebruik met één hand verboden
Gebruik de kettingzaag niet door deze met één hand vast te houden.
Benzinemotoren wekken koolmonoxidegas dat een geurloos gas dat dodelijk kan zijn. Gebruik de kettingzaag nooit in een gesloten ruimte.
GEVAAR! Wees bedacht op het gevaar van terugslag.
Aanraking met uiteinde van zwaard
Voorkom dat het uiteinde van het zwaard met iets in aanraking komt.
Draag altijd handschoenen
Draag dikke antislip werkhandschoenen als u de kettingzaag gebruikt.
Gebruik loodvrije autobenzine met een octaangehalte van 87 ([R+M]/2) of hoger. Dit apparaat is voorzien van een tweetaktmotor die werkt op een mengsel van benzine en synthetische tweetaktolie (2% olie).
Houd omstanders uit de buurt
Zorg dat omstanders en dieren op minimaal 15 m afstand blijven van de plaats waar u werkt.
960086014-01.indd Sec1:119
1/12/2004 5:03:27 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands TECHNISCHE GEGEVENS Gewicht - zonder zwaard, ketting, brandstof of olie Inhoud brandstoftank Inhoud olietank Zwaardlengte Kettingsteek Kettinggeleiding Kettingtype Kettingwiel Cilinderinhoud motor Nominaal vermogen Nominaal toerental Stationair toerental Geluidsdrukniveau (ISO22868) Geluidsvermogen- niveau (ISO22868) Trillingsniveau (ISO22867) - Voorste handgreep - Achterste handgreep
VERKLARING (afb. 1) 9. Zaagketting met lage terugslag 10. Startkabelbehuizing / ventilatieopeningen 11. Handgreep van startkabel 12. Aan/uit-schakelaar 13. Gashendelontgrendelknop 14. Achterste handgreep 15. Gashendel 16. Olietankdop 17. Brandstoftankdop
1. Voorste handbescherming / kettingrem 2. Voorste handgreep 3. Cilinderdeksel 4. Aanzuigpompbal 5. Choke 6. Koppelingdeksel 7. Montageschroef van het zwaard 8. Zwaard (kettinggeleider, zaagblad)
MONTAGE situaties teweegbrengen die ernstig lichamelijk letsel kunnen veroorzaken.
WAARSCHUWING Mocht er een onderdeel ontbreken, gebruik het apparaat dan niet voordat u het betreffende onderdeel heeft ontvangen. Niet naleving van deze waarschuwing kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
Opmerking: de kettingzaag is volledig door de fabriek getest. Een licht olieresidu op de zaag is normaal. Lees het etiket over de brandstof dat op het apparaat geplakt, verwijder het en berg het bij de gebruikshandleiding op.
WAARSCHUWING Probeer niet om veranderingen aan uw apparaat aan te brengen of om accessoires toe te voegen waarvan het gebruik niet wordt aanbevolen. Dergelijke aanpassingen of wijzigingen vallen onder verkeerd gebruik en kunnen gevaarlijke
Zie afbeeldingen 34-43. Raadpleeg het deel “Zwaard en ketting vervangen” verderop in deze handleiding.
WAARSCHUWING Laat uw waakzaamheid niet verslappen als u eenmaal vertrouwd bent geraakt met het apparaat. Vergeet niet dat één seconde onoplettendheid voldoende is om ernstig letsel te veroorzaken.
WAARSCHUWING Draag altijd een veiligheidsbril of een beschermbril met zijschotjes wanneer u met dit gereedschap werkt. Er kunnen wegspattende deeltjes in uw ogen komen en ernstig oogletsel veroorzaken als u zich hier niet aan houdt.
BRANDSTOF MENGEN ■ Dit apparaat is voorzien van een tweetaktmotor die werkt op een mengsel van benzine en synthetische tweetaktolie. Meng vooraf ongelode benzine en tweetaktolie voor motoren in een schone container die goedgekeurd is voor benzine. ■ De motor werkt op loodvrije autobenzine met een octaangehalte van 87 ([R+M]/2) of hoger. ■ Gebruik geen mengsmering zoals die bij benzinestations wordt verkocht voor motoren, brommers, enz. ■ Gebruik uitsluitend synthetische tweetaktolie. ■ Meng 2% olie door de benzine. Dat is een verhouding van 50:1 (2%). ■ Meng de brandstof zorgvuldig en doe dit elke keer weer voordat u bijtankt. ■ Meng de brandstof in kleine hoeveelheden: maak een voorraad voor hoogstens een maand. Wij raden u tevens aan om een synthetische tweetaktolie te gebruiken die een brandstofstabilisator bevat.
WAARSCHUWING Gebruik geen andere onderdelen of accessoires dan die door de fabrikant voor dit apparaat zijn aanbevolen en bijgeleverd. Bij gebruik van niet aanbevolen onderdelen of accessoires bestaat gevaar voor ernstig lichamelijk letsel. TOEPASSINGEN Gebruik de kettingzaag voor de volgende toepassingen: ■ Snoeiwerk, bomen vellen en kortzagen in het algemeen ■ Steunwortels verwijderen
BRANDSTOF EN HET BIJVULLEN VAN DE TANK VEILIG OMGAAN MET BRANDSTOF WAARSCHUWING Zet altijd de motor uit voordat u de tank gaat bijvullen. Vul de tank van een apparaat nooit als de motor aan staat of nog heet is. Loop minstens 15 m weg van de plek waar u de brandstoftank hebt bijgevuld voordat u de motor start. NIET ROKEN! Niet naleving van deze waarschuwing kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
TANK MET BRANDSTOF VULLEN (afb. 2) ■ Maak het gebied rond de brandstofdop schoon om vervuiling te voorkomen. ■ Draai de brandstoftankdop voorzichtig open om de druk te verminderen en om te voorkomen dat er brandstof langs de dop ontsnapt. ■ Giet voorzichtig en zonder morsen het brandstofmengsel in de tank. ■ Reinig de afdichting en controleer de goede staat ervan voordat u de dop terugplaatst. ■ Plaats de brandstofdop meteen terug op de tank en draai deze handvast. Veeg eventueel gemorste brandstof af. Loop minstens 15 m weg van de plek
WAARSCHUWING Controleer het apparaat op eventuele brandstoflekkage. Ingeval u lekkages mocht vinden, herstel deze dan voordat u de zaag gaat gebruiken om brand of brandwonden te voorkomen. ■
Werk altijd in de open lucht en uit de buurt van vonken of vlammen bij het mengen van brandstofcomponenten en het bijvullen van de tank. Adem geen benzinedampen in. Zorg ervoor dat benzine of olie niet met uw huid in contact komt. Voorkom vooral dat er benzine of olie in uw ogen spat. Als er benzine of olie in uw ogen is gespat, moet u ze onmiddellijk met helder water spoelen. Als de irritatie aanhoudt, gaat u onmiddellijk een dokter raadplegen. Ruim gemorste brandstof onmiddellijk op.
Ga altijd voorzichtig om met brandstof; dit is een zeer ontvlambare stof. 121
960086014-01.indd Sec1:121
1/12/2004 5:03:29 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands
BEDIENING MOTOR STARTEN (afb. 6-10) Het apparaat wordt niet op dezelfde manier gestart wanneer de motor koud of warm is.
waar u de brandstoftank hebt bijgevuld voordat u de motor start. Opmerking: tijdens en na het eerste gebruik van een nieuwe motor kan er rook worden uitgeblazen. Dit is normaal.
WAARSCHUWING Houd uw lichaam links van het zwaard. Ga niet zo staan dat de kettingzaag of de ketting zich tussen uw benen bevindt; buig u nooit over de zaaglijn heen. ■
1 liter 2 liter 3 liter 4 liter 5 liter
KETTING EN ZWAARD SMEREN (afb. 3) Gebruik Ryobi olie voor kettingen en zwaarden. Deze is bestemd voor kettingen en kettingsmeersystemen en is zodanig samengesteld dat de olie bij sterk uiteenlopende temperaturen doelmatig is zonder verdund te hoeven worden. De kettingzaag dient gemiddeld een tank olie per elke tank brandstof te gebruiken.
Plaats de kettingzaag op een vlakke ondergrond en zorg ervoor dat er geen voorwerpen of obstakels in de directe omgeving zijn die met het zwaard en de ketting in aanraking kunnen komen. Om te voorkomen dat de ketting voortijdig bot wordt dient u ervoor te zorgen dat het zwaard en de ketting niet met de grond in aanraking komen. Houd de voorste handgreep stevig vast met de linkerhand en plaats uw rechtervoet op het onderste gedeelte van de achterste handgreep.
Koude start: ■ Zet de schakelaar in de stand “I” (Aan). ■ Zorg ervoor dat de kettingrem niet ingeschakeld is door de handbescherming/kettingrem naar de achteren te trekken. ■ Druk 4 maal op de aanzuigpompbal. ■ Trek de chokehendel geheel in de smoorstand ( ). ■ Trek aan de handgreep van de startkabel totdat de motor klaar is om te starten, maar niet meer dan 5 keer. ■ Duw de chokehendel in de middelste smoorstand (halfopen) ( ). ■ Trek aan de handgreep van de startkabel tot de motor aanslaat. Opmerking: laat de motor van de kettingzaag met de choke in deze stand gedurende 15-30 seconden draaien, afhankelijk van de temperatuur. ■ Duw na afloop de choke geheel in de AAN-stand ( ).
Opmerking: gebruik geen vuile, verwerkte of verontreinigde olie. Dit zou de oliepomp, het zwaard of de ketting kunnen beschadigen. ■ Giet de zwaard- en kettingolie voorzichtig in de tank. ■ Vul de olietank elke keer wanneer u brandstof bijvult. BEDIENING VAN DE KETTINGREM (afb. 4-5) Controleer de goede werking van de kettingrem vóór elk gebruik. ■ Schakel met de rug van uw linkerhand de kettingrem in door de handbescherming/kettingrem naar voren te duwen terwijl de ketting op maximum snelheid draait. ■ Zet de kettingrem terug in de vrije stand door de handbescherming/kettingrem in de richting van de voorste handgreep te trekken tot u een klik hoort.
LET OP Het niet loslaten van de gashendel om de motor langzamer te laten lopen terwijl de kettingrem is ingeschakeld, kan resulteren in ernstige schade aan het apparaat. Houd nooit de gashendel ingedrukt wanneer de kettingrem zich in de remstand bevindt.
WAARSCHUWING Als de ketting niet onmiddellijk door de kettingrem wordt gestopt of als u de kettingrem tijdens gebruik moet tegenhouden om te voorkomen dat hij vanzelf in werking treedt, brengt u de kettingzaag naar een erkend Ryobi servicecentrum voor reparatie voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
Warme start: ■ Zet de schakelaar in de stand “I” (Aan). ■ Zorg ervoor dat de kettingrem niet ingeschakeld 122
960086014-01.indd Sec1:122
1/12/2004 5:03:30 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands Gebruik het apparaat niet zolang de reparatie niet is uitgevoerd. Een ketting die doordraait op stationair toerental kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.
is door de handbescherming/kettingrem naar de achteren te trekken. Druk 4 maal op de aanzuigpompbal. Trek aan de handgreep van de startkabel tot de motor aanslaat.
DUWEN EN TREKKEN (afb. 14) De reactiekracht is altijd tegenovergesteld aan de richting waarin de ketting beweegt. U moet er dus op bedacht zijn om de macht over de TREK-kracht te behouden wanneer u met de onderkant van het zwaard zaagt en over de DUW-kracht wanneer u met de bovenkant van het zwaard zaagt. Opmerking: de kettingzaag is volledig door de fabriek getest. Een licht olieresidu op de zaag is normaal.
MOTOR STOPPEN (afb. 11-12) Laat de gashendel los en laat de motor stationair draaien. Om de motor uit te zetten plaatst u de schakelaar in de stand STOP “ ”. Leg de kettingzaag niet op de grond terwijl de ketting nog draait. Voor extra veiligheid dient u de kettingrem in te schakelen wanneer de zaag niet wordt gebruikt. Voor het geval dat de schakelaar de zaag niet stopt, trekt u de chokehendel in de volledig uitgetrokken stand (smoorstand / ) en schakelt u de kettingrem in om de motor uit te zetten. Als de schakelaar de zaag niet stopt wanneer u deze in de STOP-stand “ ” zet, laat u de schakelaar repareren voordat u de kettingzaag opnieuw gebruikt om onveilige situaties of ernstig letsel te voorkomen.
VOORZORGSMAATREGELEN TEGEN TERUGSLAG (afb. 15-16) WAARSCHUWING Een terugslag treedt op als de ronddraaiende ketting aan het voorste uiteinde van het zwaard ergens mee in aanraking komt of als de ketting beklemd raakt en in het hout komt vast te zitten tijdens het zagen. Wanneer het voorste uiteinde van het zwaard met een voorwerp in aanraking komt, kan dit de ketting inklemmen in het element dat op dat moment gezaagd wordt en de ketting voor een ogenblik stoppen. Dit veroorzaakt dat het zwaard met geweld omhoog en naar achteren wegspringt, juist in de richting van de gebruiker. Ook kan het zwaard met kracht in de richting van de gebruiker wegspringen als de ketting beklemd raakt langs het uiteinde van het zwaard. In beide gevallen kunt u de macht over het apparaat verliezen en ernstig lichamelijk letsel oplopen. Stel niet al uw vertrouwen in de beschermende voorzieningen die in het apparaat zijn ingebouwd. U dient zelf ook allerlei maatregelen te nemen om gevaar voor ongelukken of lichamelijk letsel te vermijden. Raadpleeg het deel “Algemene veiligheidsvoorschriften” eerder in deze handleiding voor aanvullende informatie.
Opmerking: wanneer u klaar bent zagen, haal dan de druk van de tanks door de doppen voor de kettingolie en de brandstof iets los te draaien. Laat de motor afkoelen voordat u de kettingzaag opbergt. SNELHEID REGELEN (afb. 13) ■ Als de motor wel aanslaat, draait en versnelt, maar niet stationair wil blijven draaien, draait u de toerentalschroef “T” rechtsom om het stationair toerental te verhogen. ■ Wanneer de ketting bij stationair toerental toch blijft doordraaien, draait u de toerentalschroef “T” linksom om het stationair toerental te verlagen en de kettingbeweging te stoppen. Als de ketting nog steeds op stationair toerental blijft doordraaien na afstelling van de carburateur, dient u contact op te nemen met een erkend servicecentrum die de noodzakelijke afstelling zal uitvoeren en mag u de kettingzaag voor die reparatie niet meer te gebruiken.
VOORBEREIDINGEN VOOR ZAGEN WAARSCHUWING DE KETTING MAG NOOIT DRAAIEN ALS DE MOTOR STATIONAIR DRAAIT. Draai de stationaire stelschroef “T” linksom om het stationaire toerental te verlagen en de ketting te laten stoppen of neem contact op met een erkend servicecentrum om daar de noodzakelijke afstellingen te laten uitvoeren.
PLAATSING VAN DE HANDEN (afb. 17) WAARSCHUWING Gebruik nooit een linkshandige (kruislingse) greep of een houding waardoor uw lichaam of arm de zaaglijn kruist. 123
960086014-01.indd Sec1:123
1/12/2004 5:03:31 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands BEDIENING
met de onderstaande technieken om gebruik van de zaag ʻonder de knieʼ te krijgen voordat u aan het echte zaagwerk begint. ■ Ga vast in de juiste houding staan voor het hout terwijl de kettingzaag stationair draait. ■ Laat de motor pas op maximumsnelheid komen net voordat u met zagen begint door de gashendel geheel in te drukken. ■ Start het zagen door de kettingzaag tegen de stam duwen. ■ Laat de motor op volle snelheid draaien tijdens de hele zaagsnede. ■ Laat de zaag steeds het “werk” doen en oefen alleen enige benedenwaartse druk uit. Geforceerd zagen kan resulteren in schade aan zwaard, ketting of motor. ■ Laat de gashendel los zodra de zaagsnede voltooid is, zodat de motor op stationair toerental kan gaan draaien. Als u de zaag op volgas laat draaien zonder een zaagbelasting, kunt u onnodige slijtage veroorzaken aan ketting, zwaard en motor. ■ Oefen geen druk meer uit op de zaag als u aan het einde van de zaagsnede bent.
WAARSCHUWING Bedien de gashendel niet met uw linkerhand waarbij u de voorste handgreep met uw rechterhand vasthoudt. Zorg ervoor dat geen enkel deel van uw lichaam zich in zaaglijn bevindt terwijl u de zaag gebruikt. JUISTE ZAAGHOUDING (Afb. 18) Breng uw gewicht in evenwicht met beide benen op een stevige ondergrond. ■ Houd uw linkerarm met de elleboog gestrekt om de zaag bij een eventuele terugslag in uw macht te kunnen houden. ■ Houd uw lichaam links van het zwaard. ■ Houd uw duimen aan de onderkant van de handgrepen. ■
WERKGEBIED (afb. 19) ■ Gebruik het apparaat alleen voor hout of van hout afgeleide producten. Zaag er geen metaalplaat, kunststof, steen of andere bouwmaterialen mee. ■ Laat de kettingzaag nooit door kinderen gebruiken. Laat de kettingzaag niet gebruiken door iemand die de gebruikershandleiding niet gelezen heeft of geen adequate aanwijzingen heeft gekregen voor veilig en correct gebruik van deze kettingzaag. ■ Houd iedereen (helpers, omstanders en kinderen) en ook dieren op een VEILIGE AFSTAND van het werkgebied. Tijdens het vellen van bomen moet de veilige afstand minimaal tweemaal zo groot zijn als de lengte van de hoogste bomen in het werkgebied. Tijdens het kortzagen dient u een afstand van 4,5 m tussen de meewerkende personen aan te houden. ■ Ga op uw beide benen staan en op een stabiele ondergrond om te voorkomen dat u uw evenwicht verliest tijdens het werk. ■ Zaag niet boven borsthoogte omdat een hoog gehouden zaag moeilijker onder controle is te houden bij een terugslag. ■ Vel geen bomen in de nabijheid van elektriciteitskabels of gebouwen. Dit soort werk is voorbehouden aan personen die van bomen snoeien hun vak hebben gemaakt. ■ Gebruik de kettingzaag alleen als er voldoende licht is en als u voldoende zicht hebt op uw werk zodat u goed kunt zien wat u doet.
BOMEN VELLEN – GEVAARLIJKE OMSTANDIGHEDEN (afb. 20) WAARSCHUWING Vel geen bomen tijdens perioden met harde wind of veel neerslag. Wacht tot het gevaarlijke weer voorbij is. Tijdens het vellen van een boom is het belangrijk dat u de volgende waarschuwingen in acht neemt om mogelijk ernstig letsel te voorkomen. ■
BASISPROCEDURES VOOR HET ZAGEN Oefen het zagen op een aantal kleinere houtblokken
Draag oog-, gehoor- en hoofdbescherming (A) tijdens de bediening van dit apparaat. Zaag geen bomen om die zeer schuin staan of bomen met verrotte of dode takken, losse schors of holle stammen. Laat deze bomen omduwen of slopen met zwaar materieel en zaag ze vervolgens in stukken. Houd rekening met de verdeling en het gewicht van zware takken (B). Verwijder struikgewas rond de te vellen boom (C). Ve l g e e n b o m e n i n d e n a b i j h e i d v a n elektriciteitsdraden of gebouwen (D). Houd rekening met de richting waarin de boom is gegroeid (E).
960086014-01.indd Sec1:124
1/12/2004 5:03:32 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands de stam aan de kant waar de boom zal vallen (C). Breng de zaagsneden voor de inkeping dusdanig aan dat deze in een rechte hoek ten opzichte van de lijn van de val staan. Deze inkeping moet leeg gemaakt worden, zodat er een horizontale doorgang voor de kettingzaag komt. Om het gewicht van het hout van de zaag te houden dient u altijd eerst de lagere zaagsnede van de zaagsnede te maken voordat u de hogere zaagsnede maakt. 4. Maak horizontaal de rechte zaagsnede (D), minimaal 5 cm boven de horizontale zaagsnede van de inkeping. Opmerking: zaag nooit helemaal door tot aan de inkeping. Laat altijd een deel van de stam over tussen de inkeping en de valsnede (ongeveer 5 cm of 1/10 van de diameter van de boom). Dit overgelaten stuk wordt het “scharnier” of “scharnierstuk” (E) genoemd. Hiermee wordt de val van de boom gecontroleerd en het voorkomt dat de stam van de stomp wegglijdt of verdraait of achteruitschiet. Bij bomen met een grote diameter moet u de zaagsnede niet te diep maken om te voorkomen dat de boom achterovervalt of zich in evenwicht brengt op de stomp. Plaats vervolgens houten of kunststof wiggen (F) in de zaagsnede, maar zorg dat ze de ketting niet raken. Sla de wiggen er steeds een klein stukje in zodat hierdoor de boom wordt omgeduwd. 5. Wanneer de boom begint te vallen, stopt u kettingzaag en legt u het apparaat onmiddellijk neer. Loop weg via het geruimde pad, terwijl u in de gaten houdt of er iets uw kant op valt.
Controleer de boom op beschadigde of dode takken die kunnen vallen en u tijdens het vellen kunnen raken (F). Kijk tijdens het zagen regelmatig naar de top van de boom om er zeker van te zijn dat de boom in de gewenste richting valt. Houd alle omstanders op een veilige afstand (G) (tenminste tweemaal de hoogte van de boom). Bereid een pad voor veilige aftocht voor op het moment dat de boom valt (H). Wanneer de boom in een andere richting begint te vallen of als de zaag vast komt te zitten tijdens het vallen, laat u de zaag achter en zorgt u dat u snel wegkomt! Houd rekening met de windrichting voordat u de boom velt. Vel geen bomen in de nabijheid van elektriciteitskabels of in de nabijheid van gebouwen die door vallende takken of door de boom zelf kunnen worden geraakt. De gebruiker van de kettingzaag moet heuvelopwaarts staan op het terrein omdat de boom, nadat deze geveld is, zeer waarschijnlijk omlaag zal rollen of glijden. Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nieten en draad van de boom op de plek waar deze ingezaagd moet worden. WAARSCHUWING Ve l G E E N b o m e n i n d e n a b i j h e i d v a n elektriciteitskabels of in de nabijheid van gebouwen die door vallende takken of de boom zelf kunnen worden geraakt.
WAARSCHUWING Zaag nooit door tot aan de inkeping tijdens het maken van de valsnede. Het scharnier controleert de val van de boom: dit is het stuk stam tussen de inkeping en de zaagsnede.
JUISTE PROCEDURE VOOR BOMEN VELLEN (afb. 21-24) 1. Kies van tevoren uw ontsnappingsroute (of meerdere routes in het geval de gewenste route geblokkeerd is). Maak het directe gebied rondom de boom schoon en zorg ervoor dat er zich geen obstakels bevinden op uw geplande pad van aftocht. Maak het pad voor deze veilige aftocht circa 135° van de geplande lijn van de val vrij (A). 2. Houd rekening met de kracht en de richting van de wind, de stand en het evenwicht van de boom en de locatie van de grote takken. Deze zaken zijn van invloed op de richting waarin de boom zal vallen. Probeer geen bomen te vellen langs een lijn die afwijkt van de natuurlijke richting van de boom om te vallen (B). 3. Maak een inkeping van ca. 1/3 van de diameter van
STEUNWORTELS VERWIJDEREN (afb. 25) Zoals de naam al zegt, is een steunwortel een grote wortel die boven de grond groeit vanuit de stam. Verwijder grote steunwortels voordat u de boom gaat vellen. Maak eerst een horizontale zaagsnede (A) in de steunwortel, gevolgd door een verticale zaagsnede (B) recht op de eerste. Haal het losgezaagde stuk (C) weg uit de kerf. Begin de boomvelprocedure nadat u de steunwortels hebt verwijderd. Raadpleeg het deel “Bediening – Juiste procedure voor bomen vellen” eerder in deze handleiding. KORTZAGEN (afb. 26) Kortzagen is de term die wordt gebruikt voor het in gelijke stukken zagen van een gevelde boom op de gewenste lengte. 125
960086014-01.indd Sec1:125
Tijdens het kortzagen van onderaf zal de zaag de neiging hebben u terug te duwen. Wees op deze reactie voorbereid en houd de zaag stevig vast om de macht erover te bewaren.
Zaag slechts een stam per keer. Ondersteun kortere lengten op een zaagbok of op een andere stam tijdens het kortzagen. Houd het zaaggebied vrij. Zorg ervoor dat er geen voorwerpen in contact kunnen komen met het uiteinde van het zwaard of de ketting tijdens het zagen: dit zou een terugslag (A) kunnen veroorzaken. Tijdens kortzagen dient u heuvelopwaarts te staan, zodat het afgezaagde stuk van de stam niet over u heen kan rollen. Soms is het onmogelijk om het afknellen van de ketting te voorkomen (met alleen de standaard zaagtechnieken) of is het moeilijk om te voorspellen op welke wijze een stam zich gedraagt tijdens het zagen.
SNOEIEN EN INKORTEN (afb. 31-32) ■ Haast u niet bij het werk en houd de kettingzaag stevig met beide handen vast. Zorg dat u altijd goed uw evenwicht kunt bewaren. ■ Blijf op veilige afstand van de tak die aan het doorzagen bent. Zaag vanaf de kant van de boom die zich tegenover de tak bevindt die u zaagt. ■ Gebruik de kettingzaag niet op een ladder: dit is buitengewoon gevaarlijk. Dit soort werk is voorbehouden aan personen die van bomen snoeien hun vak hebben gemaakt. ■ Zaag niet boven borsthoogte omdat een hoog gehouden zaag moeilijker onder controle is te houden bij een terugslag.
KORTZAGEN MET EEN WIG (afb. 27) Als de stamdiameter groot genoeg is om een zaagwig (B) te plaatsen zonder dat deze de ketting raakt, dient u een wig te gebruiken om de zaagsnede open te houden en afknellen te voorkomen.
WAARSCHUWING Klim nooit in een boom om een tak af te zagen of om te gaan snoeien. Ga niet op een ladder, een platform, een boomstam of in een andere positie staan waardoor u uw evenwicht of de macht over het apparaat kunt verliezen.
BOOMSTAMMEN ONDER SPANNING KORTZAGEN (afb. 28) ■
(C) BOOMSTAM ONDERSTEUND AAN EEN UITEINDE (D) BOOMSTAM ONDERSTEUND AAN BEIDE UITEINDEN Maak de eerste zaagsnede (E) 1/3 door de stam en maak het af door de stam van de andere kant 2/3 (F) door te zagen. Terwijl u de stam zaagt, zal deze de neiging hebben om door te buigen. Hierdoor kan de zaag worden afgekneld of vast komen te zitten in het hout als u de eerste zaagsnede dieper maakt dan 1/3 van de stamdiameter. Wees bijzonder behoedzaam bij stammen onder spanning (G) om te voorkomen dat zwaard en ketting worden afgekneld.
Bij het snoeien van bomen is het belangrijk dat u niet langs de stam zaagt of grote takken afzaagt zonder eerst het uiteinde ervan te hebben afgezaagd om het gewicht te verminderen. Zo voorkomt u dat de schors inscheurt bij de stam. 1. Bij de eerste zaagsnede (A) zaagt u de tak van onderaf 1/3 door. 2. Zaag de tak van bovenaf door om deze te laten vallen (B). 3. Zaag de tak vervolgens glad af langs de hoofdstam (C), terwijl u het zwaard langzaam doorduwt, zodat het schors teruggroeit en de zaagsnede bedekt. WAARSCHUWING Wanneer takken boven borsthoogte moeten worden gesnoeid, moet u hiervoor een vakman inhuren.
KORTZAGEN VAN BOVENAF (afb. 29) Begin aan de bovenkant van de stam met de onderkant van het zwaard. Oefen een lichte druk omlaag uit. Wees erop bedacht dat de kettingzaag de neiging heeft om zich naar voren te trekken.
GEBOGEN TAKKEN ZAGEN (afb. 33) Met een gebogen tak (A) bedoelen we in deze handleiding elke stam, tak, boomstronk of twijg die onder spanning gebogen staat door een ander stuk hout zodat het in zijn oorspronkelijke positie terugspringt zodra het
KORTZAGEN VAN ONDERAF (afb. 30) Begin aan de onderkant van de stam met de bovenkant van het zwaard tegen de stam. Oefen een lichte druk omhoog uit. 126
960086014-01.indd Sec1:126
1/12/2004 5:03:33 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands
BEDIENING ZWAARD EN KETTING VERVANGEN (afb. 34-43)
hout dat de ʻgebogen takʼ in zijn positie houdt, wordt gezaagd of verwijderd. Bij een omgevallen boom is de kans groot dat een in de grond gewortelde boomstronk terugspringt in zijn oorspronkelijke positie tijdens het zagen om de stam van de stronk te scheiden. Pas op voor takken onder spanning, deze zijn gevaarlijk.
GEVAAR Start nooit de motor voordat u zwaard, ketting, motorbehuizing en tandwielkast hebt gemonteerd. Zonder alle delen op de juiste plaats, kan de overbrenging eraf vliegen of exploderen waardoor de gebruiker bloot komt te staan aan mogelijk ernstig letsel.
WAARSCHUWING Gebogen takken onder spanning zijn gevaarlijk en kunnen ervoor zorgen dat de gebruiker de controle over de kettingzaag verliest. Dit kan resulteren in ernstig of fataal letsel voor de gebruiker.
WAARSCHUWING Om ernstig lichamelijk letsel te voorkomen, dient u alle veiligheidsaanwijzingen in dit hoofdstuk te lezen en begrijpen. Zet de schakelaar altijd in de -stand “ ” voordat u aan de zaag gaat werken. ■ Zorg ervoor dat de kettingrem niet ingeschakeld is door de handbescherming/kettingrem naar de achteren te trekken. Opmerking: Gebruik voor vervanging van het zwaard en de ketting uitsluitend een door de fabrikant aanbevolen zwaard en ketting. ■ Draag handschoenen wanneer u omgaat met de ketting en het zwaard. Deze onderdelen zijn scherp en kunnen bramen hebben. ■ Verwijder met behulp van de bijgeleverde combinatiesleutel de montagemoer van het zwaard. ■ Verwijder het koppelingsdeksel. ■ Verwijder het zwaard en de ketting. ■ Haal de oude ketting van het zwaard. ■ Leg de nieuwe zaagketting in een lus en verwijder eventuele knikken. De zaagtanden (A) moeten in de draairichting van de ketting wijzen (B). Als deze naar achteren wijzen, moet u de lus omdraaien. ■ Plaats de aandrijfschakels (C) van de ketting in de rails van het zwaard (D) zoals getoond in afbeelding 38. ■ De ketting moet een lus vormen aan de achterkant van het zwaard. ■ Houd de ketting op zijn plaats op het zwaard en plaats de lus rond het kettingwiel (E). ■ Plaats het zwaard zo dat de zwaardbouten zich in de lange sleuf aan de achterzijde van het zwaard bevinden. Opmerking: wanneer u het zwaard op de zwaardbouten (F) plaatst, dient u ervoor te zorgen dat de instelpen (G) zich in het kettingspannergat (H) bevindt. ■ Plaats de tandwielkast (I) en de bevestigingsmoeren (J) van het zwaard terug. ■
ONDERHOUD WAARSCHUWING Voor vervanging mogen uitsluitend originele Ryobi reserveonderdelen worden gebruikt. Het gebruik van andere onderdelen kan gevaar opleveren of het product beschadigen. WAARSCHUWING Draag altijd een veiligheidsbril of een beschermbril met zijschotjes wanneer u met elektrisch gereedschap werkt of wanneer u het met perslucht schoon blaast. Draag ook een gelaatsmasker of een stofmasker als er bij de werkzaamheden stofdeeltjes vrijkomen. ALGEMEEN ONDERHOUD Gebruik geen oplosmiddelen om kunststof onderdelen te reinigen. De meeste kunststoffen kunnen worden beschadigd door de in de handel verkrijgbare oplosmiddelen. Gebruik een schone doek om vervuiling, stof, olie, vet e.d. te verwijderen. WAARSCHUWING Laat de kunststof delen nooit in aanraking komen met remvloeistof, benzine, petroleumproducten, kruipolie, enz. Deze producten bevatten namelijk chemicaliën die de kunststof kunnen beschadigen, broos maken of aantasten. SMERING Alle lagers van deze machine zijn met een hoeveelheid hoogwaardig smeermiddel gesmeerd die bij normaal gebruik voldoende is voor de hele levensduur van deze machine. Extra smering is daarom niet noodzakelijk. 127
960086014-01.indd Sec1:127
1/12/2004 5:03:34 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands ONDERHOUD
(A) van onder uit de rails van het zwaard hangen. Opmerking: de temperatuur van de ketting loopt op tijdens het gebruik. De aandrijfschakels van een warme ketting die goed is gespannen hangen ongeveer 1,25 mm onder de rails van het zwaard uit. Om de juiste spanning van een warme ketting te bepalen, gebruikt u de punt van de combinatiesleutel als voelermaat. Opmerking: nieuwe kettingen hebben de neiging om uit te rekken. Controleer de kettingspanning regelmatig en stel de spanning bij zodra dat noodzakelijk is.
Draai de montagebouten met de hand vast. Het zwaard moet nog kunnen bewegen om de kettingspanning te kunnen afstellen. ■ Span de ketting door de stelschroef van de kettingspanning (K) rechtsom te draaien tot de ketting strak tegen de rails van het zwaard aanligt met de aandrijfschakels in de rails van het zwaard. ■ Til het voorste uiteinde van het zwaard op om te controleren of de ketting niet loskomt van het zwaard. ■ Als er speling is tussen de ketting en het zwaard, laat het uiteinde van het zwaard los en draai de stelschroef van de kettingspanning een halve slag rechtsom. Herhaal deze operatie tot er geen speling meer is. ■ Til het uiteinde van het zwaard op en draai de bevestigingsmoeren van het zwaard stevig vast. De ketting heeft de juiste spanning wanneer de ketting niet slap meer hangt onder het zwaard en de ketting strak staat maar zonder haperen met de hand kan worden gedraaid. Zorg ervoor dat de kettingrem niet ingeschakeld is. ■
LET OP Een ketting die in warme toestand is gespannen, kan te strak zitten als hij is afgekoeld. Controleer de “koude” spanning voordat u het apparaat opnieuw gebruikt. KETTINGONDERHOUD (afb. 47-48) LET OP Controleer of de schakelaar in de STOP “ ”stand staat voordat u aan de zaag gaat werken. Gebruik voor deze zaag uitsluitend een ketting met een lage terugslag. Deze snelzagende ketting geeft minder kans op terugslag, mits juist onderhouden.
Opmerking: een te strak gespannen ketting draait niet meer. Draai de zwaardschroeven iets los en draai de stelschroef van de kettingspanning een 1/4 slag linksom. Til het uiteinde van het zwaard op en draai de bevestigingsmoeren van het zwaard opnieuw stevig vast. Controleer of de ketting zonder haperen kan draaien.
Voor soepel en snel zagen dient u de ketting op juiste wijze te onderhouden. De ketting moet worden geslepen zodra de spaanders klein en poederachtig worden, als u kracht moet uitoefenen bij het zagen of als de ketting maar aan één kant zaagt. Let op de volgende punten bij het onderhoud van de ketting:
KETTINGSPANNING INSTELLEN (afb. 44-46) WAARSCHUWING Raak de ketting niet aan en stel de spanning nooit bij als de motor aanstaat. De zaagketting is zeer scherp. Draag altijd beschermende handschoenen tijdens het uitvoeren van onderhoud aan de ketting. ■ ■
Zet de motor af voordat u de kettingspanning instelt. Zorg ervoor dat de zwaardschroeven tot handvast worden losgedraaid. Draai de stelschroef van de kettingspanning rechtsom om de ketting strakker te spannen. Opmerking: een koude ketting heeft de juiste spanning wanneer de ketting niet slap meer hangt onder het zwaard en de ketting strak staat en zonder haperen met de hand kan worden gedraaid. Span de ketting opnieuw wanneer de aandrijfschakels
een verkeerde slijphoek van de zijplaat het terugslaggevaar vergroten. de speling van de dieptebegrenzers (spaandiepte) (A): hoe groter de speling van de dieptebegrenzers is, des te groter is het terugslagrisico. een te kleine speling daarentegen verlaagt het zaagvermogen. Wanneer de tanden van de ketting harde voorwerpen raken, zoals spijkers of stenen, of afgesloten raken door modder of zand op het hout, laat u een erkend servicecentrum de ketting bijslijpen. Opmerking: inspecteer het kettingwiel (B) op slijtage of schade wanneer u de ketting terugplaatst.
960086014-01.indd Sec1:128
1/12/2004 5:03:34 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands ONDERHOUD WAARSCHUWING Door een slecht geslepen ketting is het gevaar van terugslag groter.
Wanneer er tekenen van slijtage of schade aanwezig zijn, laat u het vervangen door een erkend servicecentrum. Opmerking: als u de hieronder beschreven procedure voor het slijpen van de ketting niet helemaal begrijpt, laat u de ketting van de kettingzaag door een erkend servicecentrum slijpen of vervangt u de ketting door een ketting met lage terugslag.
WAARSCHUWING Nalatigheid bij het vervangen of repareren van een beschadigde ketting kan resulteren in ernstig letsel. VIJLHOEK BOVENPLAAT (afb. 53) (A) JUIST 30° – De vijlhouders zijn gemarkeerd met geleidingsmerktekens om de vijl op de juiste wijze uit te lijnen zodat de bovenplaat op juiste wijze wordt geslepen. (B) MINDER DAN 30° – Voor haaks op boomstammen zagen. (C) MEER DAN 30° – De afgeschuinde rand wordt snel bot.
ZAAGTANDEN SLIJPEN (afb. 49-52) Beschrijving van een tand (A) Mes (B) Zijplaat (C) Dieptebegrenzer (D) Teen (E) Uitsparing (F) Hak (G) Niet (H) Bovenplaat Zorg ervoor dat alle zaagtanden onder dezelfde hoek en op dezelfde lengte zijn gevijld, omdat snel zagen alleen mogelijk is wanneer alle zaagtanden gelijkvormig zijn.
HOEK ZIJPLAAT (afb. 54) (D) JUIST 80° – Komt automatisch tot stand wanneer u een vijl met de juiste diameter gebruikt in de vijlhouder. (E) HAAK – “Hapert” en wordt snel bot; verhoogt de kans op terugslag. Is het gevolg van een vijl met een te kleine diameter of een vijl die te laag wordt gehouden. (F) NEGATIEVE HOEK – Hiervoor is een te hoge aanduwdruk vereist, zorgt voor buitensporige slijtage aan het zwaard en de ketting. Is het gevolg van een vijl met een te grote diameter of een vijl die te hoog wordt gehouden.
WAARSCHUWING De zaagketting is zeer scherp. Draag altijd handschoenen wanneer u de ketting moet onderhouden. Zo vermijdt u de kans op lichamelijk letsel. ■
Span de ketting voorafgaand aan het slijpen. Zie voor aanwijzingen het deel “Kettingspanning instellen” hierboven. Gebruik een ronde vijl van 1,6 mm in diameter met een handvat (niet meegeleverd). Vijl de tanden uitsluitend boven het midden van het zwaard. Houd de vijl evenwijdig met de bovenkant van het mes. Laat de vijl niet schuin omhoog of omlaag bewegen. Gebruik een lichte, maar stevige druk. Vijl in de richting van de voorste hoek van de tand. Til de vijl op bij elke beweging achterwaarts. Vijl elk mes met enkele stevige slagen bij. Vijl alle linkse zaagtanden (A) in één richting. Ga vervolgens naar de andere kant en vijl de rechtse zaagtanden (B) in de tegenoverliggende richting. Verwijder het schraapsel dat vast is blijven zitten met behulp van een metaalborstel.
SPELING VAN DIEPTEBEGRENZERS BEHOUDEN (Afb. 55-57) ■ Zorg dat de speling van de dieptebegrenzers (de spaandiepte) (A) op 0,6 mm blijft. Gebruik een dieptemeter voor de controle van de speling van de dieptebegrenzers. ■ Elke keer wanneer u de ketting vijlt, dient u de speling van de dieptebegrenzers te controleren. ■ Gebruik een platte vijl (B) (niet meegeleverd) en een slijpkaliber (C) (niet meegeleverd) om alle dieptebegrenzers overal evenveel te verlagen. Gebruik een kaliber van 0,6 mm. Na het verlagen van alle dieptebegrenzers, herstelt u de oorspronkelijke vorm door de voorzijde af te ronden. Zorg ervoor dat de naastliggende aandrijfschakels niet beschadigd worden door de rand van de vijl. ■ Dieptebegrenzers moeten met een platte vijl in dezelfde richting worden aangepast als waarin
LET OP Door een slecht geslepen of botte ketting kan de motor overtoeren maken tijdens het zagen waardoor de motor kan worden beschadigd. 129
960086014-01.indd Sec1:129
1/12/2004 5:03:35 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands ONDERHOUD ■
de naastliggende zaagtand met een ronde vijl is gevijld. Zorg dat de platte vijl niet in aanraking komt met de zaagtanden tijdens het verlagen van de dieptebegrenzers.
van de startkabelbehuizing te reinigen. Maak het luchtfilter schoon (A). Raadpleeg het deel “Luchtfilter reinigen”. Laat de motor warmdraaien voordat u het stationair toerental gaat afstellen. WAARSCHUWING De weersomstandigheden en de hoogte kunnen van invloed zijn op de werking van de carburateur. Laat geen omstanders bij de kettingzaag komen als u bezig bent met het afstellen van de carburateur.
ZWAARD ONDERHOUDEN (afb. 58) LET OP Zorg ervoor dat de ketting stil staat voordat u eventuele werkzaamheden aan de zaag uitvoert.
Stationair toerental afstellen Met de stelschroef voor stationair toerental kunt u regelen hoe ver de klep openstaat terwijl de gashendel niet is ingedrukt.
Monteer na elke week van gebruik het zwaard in de omgekeerde stand om de slijtage gelijkmatig te verdelen voor een maximale levensduur van het zwaard. Het zwaard moet elke gebruiksdag worden schoongemaakt en gecontroleerd op slijtage en schade. Afgeschuinde randen en bramen op de rails van het zwaard zijn normale verschijnselen bij slijtage van een kettinggeleider. Dergelijke gebreken moeten worden gladgevijld met een vijl zodra ze optreden.
Instelling ■ Draai de stelschroef voor stationair toerental “T” rechtsom om het stationaire toerental te verhogen. ■ Draai de stelschroef voor stationair toerental “T” linksom om het stationaire toerental te verlagen. ■ Doe een test in een stuk afvalhout en stel daarna de stelschroef voor hoog toerental “H” af om een optimaal zaagvermogen te verkrijgen (niet om het maximum toerental te regelen). De stelschroef voor hoog toerental kan slechts een kwart slag worden verdraaid.
Een zwaard met de volgende defecten moet worden vervangen: ■ slijtage aan de binnenkant van de rails waardoor de ketting zijwaarts kan omklappen; ■ een kromgetrokken zwaard; ■ gebarsten of kapotte rails; ■ uiteengebogen rails.
WAARSCHUWING DE KETTING MAG NOOIT DRAAIEN ALS DE MOTOR STATIONAIR DRAAIT. Een ketting die doordraait op stationair toerental kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.
Daarnaast dient u het zwaard wekelijks te smeren. Gebruik een smeerspuit en spuit wekelijks smeervet in het smeergat. Draai het zwaard om en controleer of de smeergaten (A) en de kettingrails vrij zijn van verontreinigingen.
STARTEENHEID REINIGEN (afb. 62) Gebruik een borstel of perslucht om de koelsleuven (B) van de startkabelbehuizing te reinigen van verontreinigingen.
LUCHTFILTER REINIGEN (afb. 59-60) LET OP Zorg ervoor dat het luchtfilter op de juiste wijze in het luchtfilterdeksel is geplaatst voordat u het luchtfilter weer samenbouwt. Laat de motor nooit zonder luchtfilter draaien omdat dit de motor kan beschadigen.
IJZELBEVEILIGING VAN DE CARBURATEUR (afb. 64-65) De kettingzaag is uitgerust met een ventilatieklep die zich aan de rechterkant van de cilinderbehuizing bevindt. Door deze opening wordt warme lucht vanaf de motor naar de carburateur geleid om te vorstproblemen te
CARBURATEUR AFSTELLEN (afb. 61-63) Doe het volgende voordat u de carburateur afstelt: Gebruik een borstel of perslucht om de koelsleuven
1/12/2004 5:03:36 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands ONDERHOUD
aan vakkundig personeel van een erkend servicecentrum. Opmerking: als u vermogensverlies bij het apparaat constateert, kan de uitlaatpoort of de geluidsdemper verstopt zijn geraakt door koolaanslag. U dient deze aanslag te verwijderen om de motor zijn volle vermogen terug te geven.
voorkomen tijdens gebruik bij koud weer. Als u de kettingzaag bij temperaturen tussen 0°C en 5°C en een hoge luchtvochtigheid gebruikt, bestaat de kans dat zich ijzel afzet in de carburateur. Hierdoor kan de motor langzamer of met storingen gaan werken. Als u de kettingzaag onder dergelijke omstandigheden wilt gebruiken, zet u de carburateur in de ijzelbeveiligingstand voordat u begint te werken.
BRANDSTOFFILTER CONTROLEREN (afb. 68) Controleer regelmatig het brandstoffilter (B). Vervang dit indien het vervuild of beschadigd is.
Zet de ijzelbeveiliging als volgt aan: ■ Plaats de schakelaar op STOP “ “. ■ Haal het deksel van het luchtfiltervak (A). ■ Verwijder het luchtfilter. ■ Til de choke (E) op om deze van het cilinderdeksel (C) te verwijderen. ■ Draai de vijf schroeven los waarmee het cilinderdeksel vastzit. Verwijder het cilinderdeksel. ■ Verwijder de klep (D) die aan de rechterkant van de cilinderbehuizing bevindt door erop te drukken. ■ Draai deze klep om zodat het opschrift “Snow” aan de bovenkant komt te staan, en zet de klep daarna weer terug op zijn plaats. ■ Zet het cilinderdeksel terug op zijn plaats en draai de schroeven vast waarmee dit vastzit. ■ Breng de choke, het luchtfilter en het deksel van het luchtfilter weer aan.
BOUGIE VERVANGEN (afb. 69) De motor werkt met een Champion RZ7C of NgK CMR7H bougie met een elektrodenafstand van 0,64 mm. Vervang de bougie om de 50 bedrijfsuren of vaker, indien noodzakelijk, met een bougie van hetzelfde type. ■ Maak de bougie los door deze linksom te draaien met een sleutel (A). ■ Verwijder de bougie. ■ Steek de nieuwe bougie met de hand in het schroefgat en schroef de bougie eerst rechtsom met de hand vast. Draai de bougie daarna stevig aan met een sleutel (B). Opmerking: zorg dat u geen kortsluiting veroorzaakt met de bougiekabel: dit zou het apparaat ernstig kunnen beschadigen. VONKENVANGER EN UITLAAT CONTROLEREN / REINIGEN (afb. 70) De uitlaat is uitgerust met een vonkenvangrooster. Een defect vonkenvangrooster kan een brandgevaar opleveren. Door normaal gebruik kan het rooster vuil worden en moet het wekelijks worden gecontroleerd en zonodig worden schoongemaakt. Houd de uitlaatdemper en de vonkenvanger in uw zaag altijd in goede conditie.
WAARSCHUWING Zet de klep altijd weer terug in de normale bedrijfsstand (“Sun”) als er geen gevaar voor ijzelvorming meer bestaat. Als u de motor van de kettingzaag met de ijzelbeveiliging aan gebruikt terwijl de temperatuur buiten hoger is, bestaat het gevaar dat de motor niet goed meer werkt.
WAARSCHUWING De uitlaatdemper is zeer heet tijdens en na het gebruik van de kettingzaag. Vermijd aanraking van de uitlaatdemper om eventueel lichamelijk letsel te voorkomen.
MOTOR REINIGEN (afb. 66-67) Maak de koelribben van de cilinder (B) en het vliegwiel (A) regelmatig schoon met perslucht of een borstel. Als gevolg van verontreinigingen op de cilinder kan de motor gevaarlijk oververhitten. WAARSCHUWING Laat de zaag nooit draaien zonder dat alle onderdelen, waaronder motorbehuizing en startkabelbehuizing, stevig gemonteerd zijn. Omdat onderdelen soms kunnen barsten waardoor het gevaar voor wegvliegende voorwerpen ontstaat, dient u reparaties aan het vliegwiel en de overbrenging over te laten
Laat de uitlaatdemper afkoelen. Verwijder de Torx-schroef (E) en de 8 mm moeren (D) waarmee de kap van de uitlaatdemper op zijn plaats wordt gehouden; verwijder de kap (C) en het vonkenvangrooster (A). Reinig het vonkenvangrooster als dat vuil is met
960086014-01.indd Sec1:131
1/12/2004 5:03:36 PM F GB D E I P NL S DK N FIN GR HU CZ RU RO PL SLO HR TR EST LT LV SK BG Nederlands KETTINGZAAG OPBERGEN (VOOR EEN MAAND OF LANGER) ■ Tap alle brandstof uit de tank af in een container die goedgekeurd is voor benzine. ■ Laat de motor draaien tot hij vanzelf stopt. Hierdoor wordt het brandstof-olie-mengsel verwijderd dat kan verouderen waardoor lak en hars kunnen achterblijven in het brandstofsysteem. ■ Druk meerdere malen op de aanzuigpompbal totdat alle overgebleven brandstof in de carburateur is weggelopen. ■ Tap alle zwaard- en kettingolie uit de tank af in een houder die goedgekeurd is voor olie. ■ Maak de kettingzaag zorgvuldig schoon. ■ Berg de zaag op in een goedgeventileerde ruimte die niet toegankelijk is voor kinderen.
behulp van een metalen borsteltje. Vervang het vonkenvangerrooster als dit gebarsten of op een andere wijze beschadigd is. Verwijder de uitlaatdemper (B). Gebruik een platte schroevendraaier om de koolaanslag te verwijderen via de luchtgleuven. Haal ook de koolaanslag weg van de luchtsleuven van de uitlaatdemper en van de cilinderuitlaat. Breng de uitlaatdemper, het vonkenvangrooster en de kap van de uitlaatdemper terug op hun plaats. Schroef de Torx-schroeven en de moeren weer vast.
KETTINGREM CONTROLEREN EN REINIGEN (afb. 71-72) ■ Verwijder de tandwielkast en maak de componenten van de kettingrem (A) schoon. Controleer de slijtage van de riem van de rem (C) en vervang deze bij te grote slijtage of vervorming. De riemdikte mag niet minder zijn dan 0,60 mm of plaatselijk doorgesleten zijn. ■ Houd het kettingremmechanisme altijd schoon en smeer de overbrenging (B) licht. ■ Controleer na onderhoud of reiniging altijd of de kettingrem goed werkt door een proef te doen. Meer informatie vindt u in het deel “Bediening van de kettingrem” van deze handleiding. ■ Controleer de goede staat van de kettingvanger (D) en vervang deze bij beschadiging
Opmerking: bewaar de kettingzaag niet in de buurt van corrosieve stoffen zoals chemicaliën voor de tuin of strooizout. Houd u aan de ISO-normen en de lokale wetgeving wat betreft de opslag en de behandeling van brandstoffen. Eventueel overgebleven brandstof kunt u voor een ander apparaat gebruiken dat is uitgerust met een tweetaktmotor.
WAARSCHUWING Zelfs als het mechanisme dagelijks wordt gereinigd, kan de betrouwbaarheid van een kettingrem niet onder alle werkomstandigheden worden gegarandeerd. Houd u aan de zaaginstructies.
Geen vonk. Motor wil niet starten. [Zorg dat de schakelaar in de Aan-stand (I) staat]
Afhjælpning Controleer de goede staat van de bougie. Verwijder het luchtfilterdeksel. Verwijder de bougie uit de cilinder. Sluit de bougie weer aan en leg de bougie bovenop de cilinder waarbij het metalen deel van de bougie in contact staat met de cilinder. Trek aan de startkabel en kijk of er een vonk ontstaat bij de elektrode van de bougie. Als u geen vonk ziet, herhaalt u deze test met een nieuwe bougie.
De motor is verzopen. Terwijl de schakelaar op Uit staat, verwijdert u de bougie. Plaats de chokehendel in de stand Aan (volledig ingedrukt) en trek 15 tot 20 maal aan de startkabel. Hierdoor wordt overtollige brandstof uit de motor verwijderd. Maak de bougie schoon et zet hem terug op zijn plaats. Zet de schakelaar in de stand Aan (I). Druk 4 maal op de aanzuigpompbal. Trek driemaal aan de startkabel met de chokehendel helemaal ingedrukt (Aan-stand). Als de motor niet start, plaats u de chokehendel in de halve smoor-stand en hervat u de normale startprocedure. Als de motor nog steeds niet start, herhaalt u de procedure met een nieuwe bougie. Motor start, maar het toerental kan niet goed worden opgevoerd.
De schroef “L” (laag Neem contact op met een erkend servicecentrum om een vakman toerental) moet worden de carburateur te laten afstellen. bijgesteld.
Motor start wel, maar stopt meteen.
De schroef “L” (laag Neem contact op met een erkend servicecentrum om een vakman toerental) moet worden de carburateur te laten afstellen. bijgesteld.
Motor start maar loopt niet goed op hoog toerental.
De schroef “H” (hoog Neem contact op met een erkend servicecentrum om een vakman toerental) moet worden de carburateur te laten afstellen. bijgesteld
Motor haalt maximum toerental niet en/of ontwikkelt zeer veel rook.
Het benzine/oliemengsel is niet goed.
Gebruik brandstof die korte tijd daarvoor in de goede verhouding is gemengd met synthetische tweetaktolie.
Het luchtfilter is vervuild.
Maak het luchtfilter schoon. Raadpleeg het deel “Luchtfilter reinigen”.
De vonkvanger is vervuild.
Reinig het vonkenvangrooster. Raadpleeg het deel “Vonkenvanger en uitlaat controleren / reinigen”.
De schroef “H” (hoog Neem contact op met een erkend servicecentrum om een vakman toerental) moet worden de carburateur te laten afstellen. bijgesteld
Motor start, draait en versnelt, maar blijft niet stationair draaien.
De stelschroef van het stationaire toerental moet worden bijgesteld.
Draai de stelschroef voor stationair toerental “T” rechtsom om het stationaire toerental te verhogen. Raadpleeg het deel “Carburateur afstellen”.
Ketting draait langzaam rond.
Draai de stelschroef voor stationair toerental “T” linksom om De stelschroef het stationaire toerental te verlagen. Raadpleeg het deel van het stationaire toerental moet worden “Carburateur afstellen”. bijgesteld. Neem contact op met een erkend servicecentrum om het defecte Er is een luchtlek in het systeem te laten vervangen. systeem.
Zwaard en ketting worden warm en gaan roken.
De olietank is leeg. De ketting is te strak gespannen. Het smeersysteem werkt niet goed. De oliemondjes zijn verstopt.
De olietank moet altijd worden bijgevuld wanneer de brandstoftank wordt bijgevuld. Span de ketting volgens de aanwijzingen in het deel “Kettingspanning instellen” eerder in deze handleiding. Laat de motor gedurende 30 tot 45 seconden op half vermogen draaien. Stop de zaag en controleer of er soms olie van het zwaard druppelt. Als er wel olie aanwezig is, kan het zijn dat de ketting bot is of het zwaard beschadigd is. Verwijder het koppelingdeksel en het zwaard en reinig de oliemondjes met een harde borstel.
Motor start en draait, maar ketting draait niet.
De kettingrem is ingeschakeld.
Schakel de kettingrem uit. Raadpleeg het deel “Bediening van de kettingrem”.
De ketting is te strak gespannen.
Span de ketting volgens de aanwijzingen in het deel “Kettingspanning instellen” eerder in deze handleiding.
Het zwaard en de ketting zijn niet goed gemonteerd.
Raadpleeg het deel “Zwaard en ketting vervangen”.
Het zwaard en/of de ketting zijn beschadigd.
Neem contact op met een erkend servicecentrum om een vakman het kettingwiel te laten vervangen.
Inspecteer het zwaard en de ketting.
Het kettingwiel (rondsel) is beschadigd.
NL GARANTIEVOORWAARDEN Dit Ryobi product is gewaarborgd tegen fabricagefouten en defecte onderdelen gedurende een periode van vierentwintig (24) maanden, te rekenen vanaf de officiële datum op het origineel van de door de wederverkoper aan de eindgebruiker uitgeschreven rekening. Beschadigingen veroorzaakt door normale slijtage, door abnormaal of ongeoorloofd gebruik of onderhoud, of door overbelasting vallen niet onder deze garantie, evenmin als accu's, lampen, bits, snijbladen, zakken enz. In geval van slechte werking tijdens de garantieperiode, wordt u verzocht het NIET GEDEMONTEERDE product samen met de koopbon aan uw leverancier of aan het dichtstbijzijnde Ryobi servicecentrum te sturen. Deze garantie doet niet af aan uw wettelijke rechten met betrekking tot defecte producten.
Le norme europee e/o nazionali e/o le specifiche tecniche seguenti sono state consultate al fine di applicare i requisiti in materia di salute e sicurezza richiesti dalle direttive comunitarie: EN 2921:1991 / EN 292-1:1991+A1:1995 / EN 608:1994 / ISO 6533:2001 / ISO 6534:1992 / ISO 6535:1991 /ISO 7293:1997 / ISO 7914:2002 / ISO 7915:1991 / ISO 6531:1999 / ISO 8334:1985 / ISO 9518:1998 / ISO 10726:1992 / EN ISO 14982:1998 / EN ISO 3744:1995 / EN ISO 4871:1996 / ISO 9207:1995 / ISO 7182:1984 / ISO 7505:1986 Questo prodotto è stato dichiarato conforme alla Direttiva 2000/14/ CE sulle emissioni acustiche.
P CONFORMITEITSVERKLARING EG Wij verklaren onder onze eigen verantwoordelijkheid dat dit product voldoet aan de fundamentele eisen inzake gezondheid en veiligheid die worden gesteld door Machinerichtlijn 98/37/EG en andere toepasselijke richtlijnen zoals EMC-richtlijn 89/336/EEG, Richtlijnen 2000/14/EG inzake geluidsemissies en Richtlijn en 97/68/EG inzake gasemissies, 2002/88/EG en 2004/26/EG.
Dit product wordt conform de Richtlijn 2000/14/EG inzake geluidsemissies verklaard
Livello di potenza acustica misurato
Dit product is getest en conform aan Richtlijn 2000/14/ EG bevonden door het verificatiebureau SLG PRÜF- UND ZERTIFIZIERUNGS GmbH. BURGSTÄDTER STRASSE 20, D09232, HARTMANNSDORF, DUITSLAND.
La documentazione tecnica è conservata presso Homelite Far East Co., Ltd. 24/F, 388 Castle Peak Road, Tsuen Wan, N. T., Hong Kong.
De technische documentatie wordt bewaard bij Homelite Far East Co., Ltd. 24/F, 388 Castle Peak Road, Tsuen Wan, N. T., Hong Kong.
Dichiarazione di conformità redatta in settembre 2006 da Homelite Far East Co., Ltd.
Deze conformiteitsverklaring is in mei 2006 door Homelite Far East Co., Ltd opgesteld.
Notice-Facile